CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 4 Bijlagen bestemmingsplan “Giessen-Oudekerk, schoollocatie.pdf

Raadsvergadering 18 april 2023, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 5d. Raadsvoorstel Bestemmingsplan schoollocatie Giessen-Oudekerk34.627 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

met

een

Het

vleermuisonderzoek is uitgevoerd met behulp van een verrekijker en batdetector, type Petterson D-200x of Petterson D-240x. Dit laatste type batdetector is heterodyne en heeft een time expansion functie. De time expansion functie maakt het mogelijk de geluidopnames te vertragen waardoor nauwkeurige analyse van de hoogfrequent geluiden uitgevoerd kunnen worden. Geluidswaarnemingen zijn eventueel opgenomen met een opnameapparaat van het merk Roland, type R-07. Indien inventarisatie in het veld niet mogelijk was zijn geluiden geanalyseerd met behulp van de software BATSOUND.

2.4

Specifieke omstandigheden Tijdens de uitvoering van het onderzoek kan er sprake van dusdanig omstandigheden dat er mogelijk een vertekend beeld optreedt van de verzamelde resultaten. Hiermee wordt niet bedoeld het gemotiveerd afwijken van uitgangspunten zoals geformuleerd in de Kennisdocumenten en Vleermuisprotocol. Tijdens het onderzoek was er (voor zover de onderzoekers hebben kunnen nagaan) geen sprake van omstandigheden die mogelijk effect sorteren op de onderzoeksresultaten.

13

3 Resultaten 3.1

Huismus Waarnemingen en aantallen Tijdens de onderzoek rondes zijn circa 10 huismussen (Passer domesticus) waargenomen tijdens de piekmomenten. Gemiddeld waren er circa 4 individuen binnen het plangebied. De hoogste concentratie waargenomen huismussen binnen het plangebied bevond zich aan de westzijde van het schoolgebouw. Gezien het aantal waarnemingen is er sprake van een kleine tot middelgrote populatie binnen en in de directe omgeving van het plangebied. (klein < 10 paar, gemiddeld 10-25 paar, groot > 25 paar). Nesten Gedurende het onderzoek zijn 8 nesten van de huismus vastgesteld. Eén van deze nesten bevond zich binnen het plangebied. De overige nesten zijn aangetroffen in de directe nabijheid van het plangebied. De exacte vindplaats van de huismusnesten zijn weergeven in tabel 3.1. In figuur 3.1 worden de ruimtelijke spreiding van de nesten weergeven en welke delen van de planlocatie veelvuldig door huismussen worden gebruikt om te rusten, foerageren en als dekking tegen predatoren. In bijlage 1 is een grotere afbeelding met een totaaloverzicht van alle aanwezige soorten opgenomen. Functioneel leefgebied Het waargenomen functionele leefgebied is geconcentreerd ten noorden en westen van het plangebied. Binnen het plangebied zijn diverse groenstructuren aanwezig ten zuiden en westen van het schoolgebouw.

Hoofdzakelijk ten westen van het plangebied (nabij het nest), is de huismus in de bomen en struiken waargenomen. Tabel 3.1

Locaties huismusnesten met omschrijving. * deze bebouwing betreft het plangebied.

Adres

14

Aantal

Omschrijving

Oudkerkseweg 70*

1

onderste rij dakpannen

Oudkerkseweg 68

2

onderste rij dakpannen

Oudkerkseweg 66A

4

onderste rij dakpannen

Doctor Gravemeijerstraat 17

1

onderste rij dakpannen

Figuur 3.1

Overzicht van de nesten en het functioneel leefgebied van huismus op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

15

3.2

Vleermuizen Waarnemingen, soorten en aantallen Tijdens de onderzoeksrondes zijn in totaal een drietal soorten waargenomen binnen of in de directe nabijheid van het plangebied (tabel 3.3). Waargenomen soorten betreffen de gewone dwergvleermuis

(Pipistrellus

pipistrellus),

laatvlieger

(Eptesicus

serotinus)

en

ruige

dwergvleermuis (Pipistrellus nathusii). De meest waargenomen soort betrof de gewone dwergvleermuis. Tijdens piekmomenten tijdens de voorjaarsrondes zijn in totaal circa 25 individuen waargenomen, tijdens de najaarsrondes betrof dit circa 8 individuen. Tabel 3.3

Waarnemingen en aantallen van vleermuizen gedurende de veldbezoeken.

Veldbezoek

Soort

Aantal

Gedrag

Vleermuis 1

Gewone dwergvleermuis

8

Foeragerend

Gewone dwergvleermuis

7

Zomerverblijfplaats

Vleermuis 3

Gewone dwergvleermuis

20-25

Kraamverblijfplaats

14-07-2021

Gewone dwergvleermuis

8

Foeragerend

Ruige dwergvleermuis

1

Paarverblijfplaats

Vleermuis 4

Gewone dwergvleermuis

1

Paarverblijfplaats

02-09-2021

Gewone dwergvleermuis

4

Foeragerend

Vleermuis 5

Gewone dwergvleermuis

2

Paarverblijfplaats

22-09-2021

Gewone dwergvleermuis

3

Paarterritorium

Gewone dwergvleermuis

2

Foeragerend

04-06-2021 Vleermuis 2 30-06-2021

Verblijfplaatsen Gedurende het onderzoek zijn 4 verblijfplaatsen van de gewone dwergvleermuis en 1 verblijfplaats van de ruige dwergvleermuis vastgesteld. Twee verblijfplaatsen, betreffende een zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis, bevinden zich binnen het plangebied. Binnen plangebied: Op 30 juni 2021 is een zomerverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis in de zijgevel van het pand waargenomen. Zeven vleermuizen zijn uitvliegend uit openingen in de muur waargenomen tijdens deze avondronde. Zowel op 30 juni als op 14 juli zijn er onder deze openingen ook vleermuiskeutels op de bestrating waargenomen. Op 2 september 2021 is een paarverblijfplaats van één gewone dwergvleermuis in het pand waargenomen. Deze verblijfplaats bevindt zich op de hoek en de invliegopening betreft een ruimte onder de dakgoot. Op 22 september is deze verblijfplaats wederom vastgesteld. Buiten plangebied: Op 14 juli 2021 is een kraamverblijfplaats vastgesteld in een schuur behorend tot Doctor Gravemeijerstraat 39. Tijdens deze ochtendronde zijn hier 20-25 gewone dwergvleermuizen invliegend bij een kantpan waargenomen. Op 14 juli is tevens een paarverblijfplaats van een ruige dwergvleermuis aan de Doctor Gravemeijerstraat 19 vastgesteld middels een roepend mannetje uit de gevel.

16

Op 22 september 2021 is een paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis met binding aan de kopgevel van de Oudkerkseweg 66A vastgesteld. De exacte invliegopening is onbekend. De exacte vindplaats van de verblijfslocaties zijn weergeven in tabel 3.4. In figuur 3.2 worden de ruimtelijke spreiding van de verblijfslocaties weergeven. In bijlage 1 is een grotere afbeelding met een totaaloverzicht van alle aanwezige soorten opgenomen. Tabel 3.4

Overzicht waargenomen verblijfplaatsen van vleermuizen. Per type verblijfplaats wordt de functie, het aantal individuen en de omschrijving van de locatie benoemd. * deze bebouwing betreft het plangebied. GD = gewone dwergvleermuis, RD = ruige dwergvleermuis.

Adres

Soort

Functie

Aantal

Oudkerkseweg 70*

GD

Zomer

7

Openingen in de muur

Oudkerkseweg 70*

GD

Paar

1

Ruimte onder dakgoot

Oudkerkseweg 66A Doctor Gravemeijerstraat 39

GD GD

Paar Kraam

1 20-25

Ventilatierooster Onder kantpan van schuur

Doctor Gravemeijerstraat 19

RD

Paar

1

Opening onder kantpan

Figuur 3.2

Omschrijving

Overzicht van de verblijfslocaties van vleermuizen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

17

Figuur 3.3

Fotografische impressie van de verblijfplaatsen binnen de planlocatie. Links: invliegopening

van

de

paarverblijfplaats.

Rechts;

invliegopening

van

de

zomerverblijfplaats. Vliegroutes en foerageergebieden Gedurende het vleermuisonderzoek is geen essentiële vliegroute en/of foerageergebied vastgesteld. Op basis van het aantal waargenomen individuen en afwezigheid van duidelijke vliegbewegingen gedurende meerder bezoeken is de aanwezigheid van een veel gebruikte vliegroute uitgesloten. De waargenomen individuen verspreiden zich diffuus door het plangebied waardoor er geen sprake is van de aanwezigheid van een vaste vliegroute. Er heeft tijdens meerdere avonden foerageeractiviteit bij de rivier Giessen plaats gevonden. Tevens hebben er ook foerageeractiviteiten bij de bomen op en rondom de planlocatie plaatsgevonden. Aangezien de bomen op en rondom de planlocatie niet bij ieder bezoek gebruikt werden als foerageergebied, en de aanwezigheid van vleermuizen derhalve infrequent was, blijkt dat deze bomen geen functie vervullen als essentieel foerageergebied. Tevens zijn er diverse groenstructuren rondom de planlocatie aanwezig welke eveneens voor foerageeractiviteiten gebruikt werden.

3.3

Overige soorten Naast de te onderzoeken soorten waarvoor het voorliggend onderzoek is uitgevoerd zijn tijdens de veldbezoeken overige soorten waargenomen. De volgende vogelsoorten zijn gedurende de veldbezoeken waargenomen: bosuil, houtduif, kauw, koolmees, merel, pimpelmees en spreeuw. Deze waarnemingen bestaan met name uit overvliegende, rustende of foeragerende vogels.

18

De bosuil is slechts éénmalige waargenomen, op 14 juli 2021, ter hoogte van Oudkerkseweg 69 op enkele meters afstand van rivier Giessen. De bosuil betrof een jong individu en vertoonde bedelend gedrag. Gezien de bosuil slechts eenmalige waargenomen is, en op de locatie slechts foerageeractiviteit heeft plaatsgevonden (>60 m van planlocatie), is het uitgesloten dat de beoogde werkzaamheden een negatieve invloed sorteren op de bosuil. Tijdens het onderzoek zijn er binnen de planlocatie tevens 2 nesten van de spreeuw en één nest van een kauw vastgesteld. De spreeuw is een cat. 5 vogel en heeft daarmee jaarrond beschermde nesten indien er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Het wegnemen van 2 spreeuwennesten (buiten het broedseizoen) heeft geen negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding, gezien dit geen negatieve invloed zal sorteren op de lokale populatie. Tevens zijn er voldoende alternatieve uitwijkmogelijkheden voor de spreeuw aanwezig. De kauw is beschermd als algemene broedvogel en het verwijderen van het nest is toegestaan buiten het broedseizoen (indicatief 15 maart – 15 juli). In tabel 3.5 en figuur 3.4 zijn de nestlocaties van spreeuwen en de kauw weergegeven. In bijlage 1 is een grotere afbeelding met een totaaloverzicht van alle aanwezige soorten opgenomen.

Tabel 3.5 Locaties nesten en verblijfplaatsen van overige soorten* deze bebouwing betreft het plangebied. Per soort wordt het beschermingsregime weergegeven. VRL: vogelrichtlijn (Wnb, art. 3.1); HRL: habitatrichtlijn (Wnb, art. 3.5); Andere soorten (Wnb, art. 3.10). Omschrijving

Soort

Oudkerkseweg 70 * Oudkerkseweg 70 *

Figuur 3.4

Aantal

Bescherming

Spreeuw

2

VRL, cat. 5.

Kauw

1

VRL

Overzicht van nesten van de kauw en spreeuwen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

19

Figuur 3.5

20

Een roepende spreeuw op de dakgoot van het schoolgebouw.

4 Conclusie 4.1

Huismus In de periode april 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van de huismus in het schoolgebouw. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017a). Tijdens het onderzoek is vastgesteld dat het schoolgebouw op de planlocatie een functie vervult als nestlocatie voor 1 huismus. Tevens maakt de planlocatie (in beperkte mate) onderdeel uit van het functioneel habitat. De beoogde ontwikkeling betreft het saneren van het schoolgebouw ten behoeve van de realisatie van een nieuw schoolgebouw en 11 woningen. Het saneren van het schoolgebouw gaat gepaard met het wegnemen van de huismusnestlocatie, en derhalve leidt deze ontwikkeling tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming, art 3.1 lid 2 (wegnemen nestlocatie). Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep buiten het broedseizoen (broedseizoen betreft maart t/m augustus) uitgevoerd kan worden.

4.2

Vleermuizen In de periode mei – september 2021 is onderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van vleermuizen in het schoolgebouw binnen het plangebied. Het onderzoek is uitgevoerd conform de bepalingen in het Vleermuisprotocol (NGB, 2021). Tijdens het onderzoek zijn op de planlocatie 1 zomerverblijfplaats en 1 paarverblijfplaats van de gewone dwergvleermuis vastgesteld. Als gevolg van de beoogde werkzaamheden gaan de verblijfplaatsen in het schoolgebouw verloren. De beoogde ontwikkeling leidt derhalve tot overtreding van een verbodsbepaling van de Wet natuurbescherming, namelijk art 3.5, lid 4 (wegnemen vaste rusten/of verblijfplaatsen) en art. 3.5, lid 2 (verstoring). Er dient een ontheffing van de Wet natuurbescherming voorhanden te zijn alvorens de beoogde ingreep uitgevoerd kan worden.

4.3

Overige soorten Het onderzoek beperkte zich in beginsel tot het vaststellen van de aan- dan wel afwezigheid van huismussen en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is tevens gelet op nesten en/of verblijflocaties van andere soorten op de planlocatie. Er zijn in totaal 2 nesten van de spreeuw en 1 nest van de kauw in het schoolgebouw vastgesteld. Zoals beschreven staat in de Vogelrichtlijn zijn alle vogels in Nederland beschermd tijdens het broedseizoen (indicatief betreft dit de periode 15 maart t/m 15 juli). Om overtreding van de Wet natuurbescherming te voorkomen dienen de werkzaamheden buiten het broedseizoen uitgevoerd te worden. De spreeuw is een cat. 5 vogel en daarmee jaarrond beschermd indien er sprake is van ecologisch zwaarwegende redenen. Het wegnemen van 2 spreeuwennesten (buiten het broedseizoen) heeft geen negatieve invloed op de gunstige staat van instandhouding, gezien dit geen negatieve invloed zal sorteren op de lokale populatie.

21

Samenvatting van de nestlocaties/verblijfplaatsen op de planlocatie: •

Huismus:

1 nestlocatie;

•

Gewone dwergvleermuis:

2 verblijfplaatsen (zomerverblijfplaats en paarverblijfplaats);

4.4

•

Spreeuw:

2 nestlocaties;

•

Kauw:

1 nestlocatie.

Vervolgstappen Voor

de

uitvoering

de

saneringswerkzaamheden

is

ontheffing

nodig

van

de

verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming (Wnb art. 3.1, lid 2 & Wnb art. 3.5, lid 2 en 4). Conform het Kennisdocument huismus en gewone dwergvleermuis wordt aanbevolen om de navolgende aspecten te onderbouwen. Deze aspecten maken integraal onderdeel uit van het projectplan ten behoeve van de ontheffingsaanvraag. 1)

Er is sprake van een wettelijk belang (Wnb, art. 3.3, lid 4b en art. 3.8, lid 5b)

2)

Bepaal waarborging van gunstige staat van instandhouding (Wnb, art. 3.3, lid 4c en art. 3.8, lid 5c)

3)

Onderbouw de meest bevredigende oplossing (alternatieven afweging) (Wnb, art. 3.3, lid 4a en art. 3.8, lid 5a)

4)

Bepaal mitigerende en compenserende maatregelen (Wnb, art. 3.3, lid 4c en art. 3.8, lid 5c)

Een ontheffingsaanvraag is enkel succesvol als al deze aspecten voldoende onderbouwd kunnen worden. Indien de werkzaamheden geen wettelijk belang kennen of indien er vergelijkbare maatregelen zijn die gunstiger zijn voor de aanwezige soorten kan een ontheffing mogelijk geweigerd worden. De ontheffingsaanvraag bestaat uit de volgende onderdelen:

4.5

▪

Aanvraagformulier (dient nog opgesteld/ingevuld te worden)

▪

Projectplan met ecologisch werkprotocol (dient nog opgesteld te worden)

▪

Oriënterend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Aanvullend onderzoek (reeds uitgevoerd)

▪

Eventueel aanvullende documentatie (bijv. machtiging)

Vooruitzicht projectplanning Bevoegd gezag heeft de wettelijke termijn van 20 weken (13 + 7 weken verlenging) om te reageren op een ontheffingsaanvraag. De planning van de werkzaamheden dient aangepast te worden aan de aanwezige soorten om zoveel mogelijk de werkzaamheden uit te voeren buiten de kwetsbare periodes. Dergelijk maatwerk kan ervoor zorgen dat het project enkel in bepaalde periodes van het jaar uitgevoerd kan worden. Aangezien de werkzaamheden leiden tot het wegnemen van nesten en vaste verblijfplaatsen dienen alternatieve verblijfplaatsen gedurende een bepaalde periode aanwezig te zijn naast de huidige nesten of verblijfplaatsen. Deze gewenningsperiode is afhankelijk van de soort en het aantal individuen. Het tijdig aanbrengen van alternatieve verblijfplaatsen is van belang om onnodige vertraging te voorkomen. In tabel 4.1 staat een overzicht van de aangetroffen

22

nesten en verblijfplaatsen en de minimale gewenningsperiode. Raadpleeg voor de plaatsing van de voorzieningen een ter zake deskundige. Tabel 4.1 Overzicht van de nesten en verblijfplaatsen die weggenomen worden door de geplande ontwikkeling. Per type nest en verblijfplaats staat de vereiste gewenningsperiode vermeld. Raadpleeg voor het treffen van voorzieningen een ter zake deskundige. Soort

Type

Aantal

Gewenningsperiode

Huismus

Nest

1

3 maanden

Gewone dwergvleermuis

Zomer

1

3 maanden in periode april – oktober

Gewone dwergvleermuis

Paar

1

6 maanden voor start paarseizoen

23

5 Bronnen BIJ12, 2017. Kennisdocument huismus, Passer domesticus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. BIJ12, Utrecht BIJ12, 2017. Kennisdocument ruige dwergvleermuis Pipistrellus nathusii. BIJ12, Utrecht NGB, Zoogdiervereniging en GaN, 2021. Vleermuisprotocol, versie januari 2021 Knoops, D.F., 2020. Quickscan Wet natuurbescherming Oudkerkseweg 70 te Giessenburg. Blom Ecologie B.V., Waardenburg.

Gebruikte websites www.arcgis.nl www.sovon.nl www.vleermuisprotocol.nl

24

Bijlage 1 Overzicht waarnemingen

Figuur 1

Overzicht van de nesten en het functioneel leefgebied van huismus op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS)

25

Figuur 2

Overzicht van de verblijfslocaties van vleermuizen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

26

Figuur 3

Overzicht van nesten van de kauw en spreeuwen op de planlocatie en in de directe omgeving hiervan (verantwoording: het kaartmateriaal is vervaardigd in QGIS).

27

28

H 575 TK

BR

H

9

V

H 569

4 -

11

H 568

W W W

t a a r t Dijks

H 567

13 15

va . J . H

n

6

TK

SK

H 574

H 743

H 573

-

H 566

8

17

TK

TK

H 741

H

TK

10

V

H 572

TK

Profiel 9 - schaal 1:100

3.06

W

3.34 -1,13

TK

V

-1,34 ZP= -1,85

WP= -1,95

-2,35

NAP -3,00m H 571

W

Legenda TK

3.00

te graven oppervlaktewaterlichaam talud kruin talud teen waterlijn

76

middenkruinlijn (referentielijn) regionale waterkering Giessen (GI001/01) contouren zones contour profiel van vrije ruimte bestaande perceelinformatie volgens pdok.nl (19-10-2021)

D 1336

bestaande kadastrale grens volgens pdok.nl (19-10-2021) H 455

1 SK

Situatie

Grav 47

H 799

72B/H018

H 287

t

H 149 H 705

72B/H027

58

20

rstraa emeije

72B/H028

V

Dr.

SK

9

profiellocatie

-

G 3329 G 2274 H 747

22 H 757 G 2294

H 841 H 150

H 151

60

13-13A

15

72B/H017

17 H 286

19 H 543

64

H 623

rstraa

30

G 2295

H 285

H 625 H 818 H 284

t

66

G 2296 G 2301

21

H 711 H 754

72B/H014

H 153 H 710

G 2275

49A

H 745

emeije

28

H 709

H 842

Grav

H 152

62

Dr.

26

H 746

72B/H016

24

H 748 H 708

H 154

H 507

H 819

51

G 2300 H 283

Oudk

H 282

38 27 H 422

55

SK

G 2276 H 428

66B

29

G 2299

G 2277

H 429

H 156

72B/H008

57

SK

H 157

V

G 2298

V H 279

H 357

H 668

H 158

H

59

avem

G 2278

68

H 278

TK

Gr Dr.

35

44

TK

H 423

raat

37

46

erst emeij Grav Dr.

61

H 355

H 140 H 366

72B/H006

H 619

(C) 62 NAP 1474 5 NAP -1.8 5 ZP= -1.9 WP=

42

H 141

H 427

V

SK

H 356

33

H 363

W TK W

72B/H007

raat eijerst

SK

31

C) 10 ( AP 9 2 7 0 .85 N P A -1 ZP= -1.95 N = P W

H 281

H 432

H 364

40

G 2279

H 320

V

W W

TK

H 508 G 2280 H 367

H 139

H 425

39

48

H 426

TK

H 368 H 138

63

TK

V

65

--

H 369

raat eijerst

SK

TK

H 627

Oudker

(C) 073238 NAP 85 ZP=-1. 95 NAP WP=-1.

SK

H

SK

SK

H 434

traat

H

H

SK

vp -0.97

Grav

t

G 3554

SK

H.J.

rstraa

emeije

68

H V

66

TK

HV

Dr.

van

H 134

H 373

V

SK

V

56

Dijks

H 696 H 372

67

V BR

54 H 135

69

52

-

-

TK

H 698

H 371

kseweg

H 435

avem

Gr Dr.

H 136

SK

W W W W

H 137

H 370

G 3218

TK

H

50

G

64

180 m2

T

58

A

62 H 321

60

A SK

BLAD 1

H 131

H 448

V

H 230

SK

H 396

H 392

H 232

H 231

H 374

H 417

H 133

H 394

SK

H

H 354

TK

H 393

H 233

V

H.J.

H

van

Dijks

traat

TK

V

3

traat

TK

3

Klo ev

7

Oudker

5

7

elaa

n

H.J.

van

Dijks

5

kseweg

1 TK

1

SK

073238 ZP=-1 (C) WP=- .85 NAP 1.95 NAP

SK

TK

H 618

H 234

9

2 H 570 SK

H 575 TK

BR

H

9

V

H 569

2

4

Kloevelaan

-

H 568

11

11

TK

traat Dijks van

4 H 274

Kloevelaan

-

H.J.

one

H 567

15

H 573

8

H 566

17 H 741

TK

TK

H 235

6

V

H 572

H

TK

10

TK

H 273

ingsz

V

W

13 H 571

n laa Kloe ve

H 272

H 236

15

8

76

BLAD 2

TK

W

H 455

SK

-

V

H 271

74

17

H 304

H 237

-

10 (C) 0729 NAP 1.85 ZP=- 1.95 NAP WP=-

SK

74

10

H 238

-

our

Oudker kseweg

19 H 270

elaan

H 456

Kloev

H 239

21

12

Cont

H 227

H 228

H 269

H 240

21A

Kloevelaan

(C) 44 NAP 0733 1.85 ZP=- 1.95 NAP WP=-

14

-

H 242

G 3022 H 243

weg

H 267

25

H 266 H 244

G 1302

Oudk erks e

Cont

H 229

16

our

kern zone

H 241

H 268

23

herm

W W W

SK

6

besc

H 743

13

3.00

H 574

TK

H 304

66A

H 667

H 629

36 34 32

-

72B/H009

erks

25

H 419 H 358

72B/H010

H 359

Grav

53

eweg

23

t

rstraa

emeije

Dr.

H 707

H 265 H 245

Gebouwlocatie en afmetingen ter indicatie, maten kunnen afwijken Maten in meters, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld

0

2

4

6

8m

Rembrandtlaan 650 3362 AW Sliedrecht Telefoon: +31 184 677500 Email: algemeen@adcim.nl

H 456 Project

Ontwikkeling OBS te Giessen-Oudekerk

Opdrachtgever

van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer B.V.

Onderdeel

Concept

Situatie te maken werk Inrichting

H 227

Rev. Wijziging

Dat.

Get.

Acc.

A

01-03-2021

MC

PvdL

20200556

30.2

A1

Bijlagenummer

Schaal

-

1:200

toevoeging opp. te graven water

Projectnummer

B

Aanpassing opp. graven water

01-07-2021

DvH

AK

Besteknummer

C

Aanpassing loc. watercompensatie

19-10-2021

TK

MC

--

Tekeningnummer

Formaat

Get.

Gez.

Acc.

Datum

Bestandsnaam

RB

MC

MC

22-02-2021

20200556-C30.dwg

MEMO Verkeersgeneratie en -afwikkeling herontwikkeling GiessenOudekerk Aan: Van: CC: Datum:

Ronald de Groot (Van den Heuvel) Sören Blankers 24 september 2020

AANLEIDING Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer B.V. is betrokken bij de herontwikkeling van het pand van de basisschool aan de Oudkerkseweg in Giessen-Oudekerk (afbeelding 1). Het plan is om een vernieuwde basisschool en daarnaast 11 woningen te realiseren. De ontwikkeling zal een toename van het aantal verkeersbewegingen met zich meebrengen. Om te kunnen onderbouwen of de omliggende wegen deze toename kunnen opvangen, heeft Van den Heuvel aan DTV Consultants gevraagd om een analyse van de verkeersgeneratie uit te voeren.

Afbeelding 1: Locatie herontwikkeling basisschool en 11 woningen te Giessen-Oudekerk.

Pagina 1 van 6

ANALYSE VERKEERSGENERATIE EN -AFWIKKELING De extra verkeersgeneratie als gevolg van de ontwikkelingen, is met een berekening in kaart gebracht. Op basis van de berekening, worden in dit memo de volgende vragen beantwoord: • • •

Hoeveel verkeersbewegingen gaat de geplande ontwikkeling genereren? In hoeverre kunnen de omliggende wegen (Oudkerkseweg, H.J. van Dijkstraat, Doctor Gravemeijerstraat) de extra verkeersgeneratie verwerken? In hoeverre zorgt de extra verkeersgeneratie tot aandachtspunten voor wat betreft verkeersveiligheid?

Verkeersgeneratie Basisschool Het plan bevat vernieuwing van de basisschool en realisatie van 11 woningen (zie bijlage 1 voor het ontwerpvoorstel van het plan). In het plan neemt de omvang van de basisschool af, van 615 m2 brutovloeroppervlak (b.v.o.) in de huidige situatie naar 358 m2 b.v.o. na realisatie van het plan. In CROW-publicatie 381 is geen kencijfer voor de verkeersgeneratie van een basisschool opgenomen. Reden hiervoor is dat de grootste parkeer- en verkeersdruk bij basisscholen ontstaat door het halen en brengen van kinderen, en dat het te ingewikkeld bleek om voor dit haal- en brengverkeer een kencijfer op te nemen. Ook is op dit moment in de richtlijnen van CROW geen alternatieve manier van berekenen beschikbaar. Wel heeft de gemeente Molenlanden in de Nota Parkeernormen 2020 een formule opgenomen om het benodigd aantal Kiss and Ride plaatsen te bepalen, zie het kader in afbeelding 2 voor deze formule.

Afbeelding 2: Formule halen en brengen bij scholen.

De formule voor het benodigd aantal Kiss and Ride kan de basis vormen voor een berekening van de verkeersgeneratie van leerlingen van een basisschool. In de berekening voor het benodigd aantal Kiss and Ride plaatsen wordt het aantal auto’s waarmee kinderen gebracht of gehaald worden, afgezet tegen de parkeerduur. Zonder het meenemen van de parkeerduur, kan aldus het

Pagina 2 van 6

aantal auto’s waarmee kinderen gebracht of gehaald worden, berekend worden. Dit aantal moet vermenigvuldigd worden met 2, om zo tot een etmaalintensiteit te komen (waarin zowel halen als brengen in zit). De formule is dan: Aantal leerlingen X % leerlingen auto halen en brengen X reductiefactor aantal kinderen per auto X 2 Op afbeelding 2 is te zien dat de gemeente Molenlanden uitgaat van een bepaald percentage leerlingen dat met de auto gebracht en opgehaald wordt: • •

Groep 1 t/m 3: 60%; Groep 4 t/m 8: 40%.

Ook wordt uitgegaan van een reductiefactor voor het aantal kinderen per auto (bijvoorbeeld omdat kinderen uit hetzelfde gezin samen gebracht worden): • •

Groep 1 t/m 3: 0,75; Groep 4 t/m 8: 0,85.

Uit opgave van Van den Heuvel blijkt dat de basisschool 19 leerlingen in groep 1 t/m 3 heeft, en 19 leerlingen in groep 4 t/m 8. Na realisatie van het plan verandert dat aantal niet. Dat betekent dat de verkeersgeneratie van de leerlingen van de basisschool in beide situaties hetzelfde is, namelijk 30 motorvoertuigen per etmaal (mvt/etm), zoals in de berekening in tabel 1 te zien is. Tabel 1: Berekening verkeersgeneratie leerlingen in de huidige én toekomstige situatie.

Naast de leerlingen zorgen ook de docenten voor verkeersbewegingen van en naar de school. Dit aantal is berekend op basis van de gemeentelijke parkeernorm uit de Nota Parkeernormen 2020. Hier is voor basisscholen een norm van 0,8 per lokaal opgenomen. De school bestaat in de toekomstige situatie uit 3 lokalen (zie bijlage 2 voor de plattegrond van de basisschool in de toekomstige situatie). Dat komt neer op 2,4 (3 x 0,8) auto’s voor de gehele school. Ervan uitgaande dat een docent 2 verkeersbewegingen (heen en terug) per etmaal maakt, komt dit neer op een verkeersgeneratie van (naar boven afgerond) 5 mvt/etm (2 x 2,4 = 4,8). In de huidige situatie heeft de school 4 lokalen. Dit betekent dat de verkeersgeneratie van docenten in de huidige situatie (naar boven afgerond) 7 mvt/etm (4 x 0,8 x 2 = 6,4) bedraagt. In de toekomstige situatie neemt het aantal motorvoertuigen per etmaal van en naar de school daarom af met 2 mvt/etm (37 - 35).

Pagina 3 van 6

Woningen De berekening van de verkeersgeneratie van de woningen is in tabel 3 opgenomen. Hierbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: • • • • •

Kencijfers conform CROW-publicatie 381; Stedelijkheidsgraad: Niet stedelijk (bron: CBS 2020); Gebiedscategorie: "Rest bebouwde kom"; De verkeersgeneratie betreft standaard het aantal motorvoertuigen in een etmaal, op een gemiddelde weekdag; * CROW hanteert voor de functie “wonen” een omrekenfactor van 1,11 voor omrekening van gemiddelde weekdag naar gemiddelde werkdag.

Tabel 2: Berekening verkeersgeneratie woningen.

Uitgaande van een verkeersgeneratie volgens het gemiddelde kencijfer, gaat het om (naar boven afgerond) 92 mvt/etm op een werkdag. Omdat er in de huidige situatie geen woningen in het gebied liggen, is dit aantal motorvoertuigen een toename ten opzichte van de huidige situatie. Totale verkeersgeneratie De ontwikkeling van de woningen en de basisschool leidt tot een toename van het aantal verkeersbewegingen met 90 motorvoertuigen per etmaal (127 mvt/etm in de toekomstige situatie minus 37 mvt/etm in de huidige situatie).

VERKEERSAFWIKKELING EN -VEILIGHEID Het plangebied wordt in zuidelijke richting via de H.J. van Dijkstraat en Oudkerkseweg ontsloten en in noordelijke richting grotendeels via de Doctor Gravemeijerstraat en Oudkerkseweg. De toename van het aantal verkeersbewegingen is dusdanig laag dat deze toename op de onsluitingsroutes niet zal leiden tot negatieve effecten op het gebied van doorstroming, de toename is verkeerskundig gezien zeer beperkt en de wegen zijn dan ook in staat om het extra verkeer te verwerken. Ook zal de beperkte extra verkeersdrukte niet zorgen voor onacceptabele situaties op het gebied van verkeersveiligheid. Wel kan verkeer vanuit de ontwikkeling mogelijk te maken krijgen met kruisend verkeer op de Oudkerkseweg dat een relatief hoge snelheid heeft. De maximum toegestane snelheid bedraagt 30 km/h. Naar verwachting zal de werkelijk gereden snelheid in veel gevallen hoger liggen, door de lange rechtstand van de Oudkerkseweg rondom het kruispunt met de H.J. van Dijkstraat, maar ook doordat de gesloten verharding en het ontbreken van een aangrenzend trottoir ervoor zorgt dat de weg in beperkte mate de uitstraling van een verblijfsgebied heeft.

Pagina 4 van 6

MEMO BIJLAGE 1: ONTWERPVOORSTEL

Pagina 5 van 6

BIJLAGE 2: PLATTEGROND BASISSCHOOL

Pagina 6 van 6

Project: Projectnummer: Datum: Betreft:

Herontwikkeling basisschool te Giessen-Oudekerk 20200556 1-7-2021 Watercompensatie

onderdeel

oppervlak (m²)

Bestaande verharding percentage (%)

bebouwing verharding groen water Totaal onderdeel

oppervlak (m²)

bebouwing tweekappers rijtjes overig school verharding halfverharding groen tuinen tweekappers * rijtjes * water Totaal **

meetellend verhard oppervlak (m²)

615 100 1.606 100 2.807 0 295 0 5.323 TOTAAL Nieuwe verharding percentage meetellend verhard oppervlak (%) (m²) 100 176 100 526 100 54 100 324 100 919 100 327 50 1.611 0 303 69 789 82 475 0 5.504 TOTAAL VRIJSTELLING Toename

615 1.606 2.221

176 526 54 324 919 164 209 647 3.019 798

compensatie als gevolg van demping oppervlaktewater (100 %) water Bestaande situatie 295 Nieuwe situatie 475 Totaal (m²)

toename verharding compensatieregel toegestane peilstijging te creeren m³ water te creeren opp water Te creeren opp water t.g.v. toename verharding Te creeren opp water t.g.v. demping TOTAAL

180 - = dempen, + = graven Compensatie als gevolg van toename verharding 798 m² 436 m³/ha 0,2 m 35 m³ 174 m² 174 m² -180 m² 6 m2

Uitgangspunten: *De beschreven verhardingspercentages voor de tuinen zorgen samen met de bebouwing voor de volgende totale verhardingspercentages. De toelaatbare peilstijging bedraagt 0,20 m. Binnen de gestelde grens wordt het verharde oppervlak bepaald van zowel bestaande De verhardingspercentages voor de tuinen leiden tot de volgende verhardingspercentages voor de gehele percelen: - Vrijstaande woningen 70% - Tweekappers 80% - Rijtjes 90% ** Verschil in totaal als gevolg van watercompensatie buiten plangebied (180 m2)

Blinde Banisweg 15, 7462 VH, Rijssen E info@voortmaningenieurs.nl I www.voortmaningenieurs.nl

T (0548) 51 22 88 NL34 RABO 0113973667 BTW-id NL001579217B45

Rapport Akoestisch onderzoek Weg- en railverkeerslawaai woningen en school te Giessen-Oudekerk

projectnummer

20.1478

kenmerk

R-JVO/1600

opdrachtgever

Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv

postadres

Lekdijk 44 2967 GB LANGERAK

contactpersoon

dhr. R. de Groot

telefoon

(0184) 600 240

telefax

(084) 838 5462

e-mail

info@vandenheuvelbv.eu

status

Definitief

versie

2

aantal pagina’s

18

datum

3 maart 2021

auteur

Ing. J. Voortman

paraaf

© Voortman Ingenieurs Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Voortman Ingenieurs, noch mag het zonder een dergelijke toestemming worden gebruikt voor enig ander werk dan waarvoor het is vervaardigd.

18

INHOUDSOPGAVE 1

INLEIDING

2

2

WETTELIJK KADER

3

2.1

Algemeen

3

2.2

Zones langs wegen

3

2.3

Grenswaarden wegverkeerslawaai

4

2.4

30 km/h zone

5

2.5

Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder

5

2.6

Geluidzones spoorwegen

5

2.7

Grenswaarden spoorweglawaai

6

2.8

Cumulatie

7

2.9

Plangebied

7

2.10

Gemeentelijk beleid

8

3

ONDERZOEKSGEGEVENS

11

3.1

Onderzoeksgebied

11

3.2

Rekenmethode weg- en railverkeerslawaai

11

3.3

Verkeersgegevens wegverkeer

12

3.4

Verkeersgegevens railverkeer

13

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

14

4.1

Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai

14

4.2

Rekenresultaten en toetsing railverkeerslawaai

15

4.3

Gecumuleerde geluidbelasting

16

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES

17

5.1

Aan te vragen hogere grenswaarden weg- en railverkeerslawaai

17

5.2

Geluidwering van de gevel

18

Bijlagen Bijlage 1: Figuren akoestisch model en situatieschets Bijlage 2: Invoergegevens akoestisch model Bijlage 3: Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai Bijlage 4: Berekeningsresultaten railverkeerslawaai

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 1 van 18

18

1

INLEIDING In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is door Voortman Ingenieurs een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor realisatie van 11 woningen en een basisschool te Giessen-Oudekerk. In afbeelding I is de situering van de woningen en de school weergegeven. Afbeelding I: situering woningen en school te Giessen-Oudekerk (bron Google Maps)

De woningen en school zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen buiten de geluidzones van gezoneerde wegen en binnen de invloedsfeer van diverse 30 km/h wegen, waarvan de Oudkerkseweg en de Doctor Gravemeijerstraat maatgevend zijn. Ten aanzien van railverkeerslawaai zijn de woningen en school gesitueerd binnen de geluidzone van de Betuweroute. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting op de woningen en school ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 2 van 18

18

2

WETTELIJK KADER

2.1

Algemeen De Wet geluidhinder (Wgh) vormt het wettelijke kader voor de toelaatbare geluidbelasting vanwege een weg of spoorlijn op geluidgevoelige bestemmingen, zoals bijvoorbeeld woningen, onderwijsgebouwen en zorginstellingen. Het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 stelt regels aan het bepalen van de geluidbelasting. Binnen de geluidzone van een weg of spoorlijn dient een akoestisch onderzoek plaats te vinden naar de geluidbelasting op de binnen de zone gelegen woningen en andere geluidgevoelige bestemmingen. Uitgangspunt voor het bepalen van de toekomstige geluidbelasting is het zogenaamde maatgevende jaar. In beginsel is dat minimaal 10 jaar na realisatie van de bouwplannen. Bij het berekenen van de geluidbelasting wordt de Europese dosismaat L den (day-evening-night) in dB rekenkundig als volgt bepaald: ▪

Lden = 10log 1/24 (12 x 10^(Lday/10) + 4 x 10^(Levening/10) + 8 x 10^(Lnight/10))

De geluidbelasting Lden-waarde is het energetisch en naar de tijdsduur van de beoordelingsperiode gemiddelde van de volgende drie waarden:

2.2

▪

het geluidniveau in de dagperiode (tussen 7.00 en 19.00 uur);

▪

het geluidniveau in de avondperiode (tussen 19.00 en 23.00 uur) + 5 dB;

▪

het geluidniveau in de nachtperiode (tussen 23.00 en 07.00 uur) + 10 dB.

Zones langs wegen De Wet geluidhinder is alleen van toepassing binnen de wettelijk vastgestelde geluidzone van een weg. In artikel 74 van de Wet geluidhinder wordt beschreven dat alle wegen een zone hebben, uitgezonderd wegen waarvoor een maximum snelheid van 30 km/uur geldt en wegen gelegen binnen als een woonerf aangeduid gebied. De breedte van de zone, aan weerszijden van de weg, is afhankelijk van het aantal rijstroken en de aard (stedelijk of buitenstedelijk) van de omgeving. De afstanden worden aan weerszijden van de weg gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. In tabel 2.1 zijn de zonebreedten weergegeven. Tabel 2.1: zonebreedten aantal rijstroken

datum

breedte van de geluidzone [m] stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

1 of 2

200

250

3 of 4

350

400

5 of meer

350

600

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 3 van 18

18

In artikel 1 van de Wet geluidhinder is het stedelijk en buitenstedelijk gebied als volgt gedefinieerd: ▪

stedelijk: het gebied binnen de bebouwde kom met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg;

▪

buitenstedelijk: het gebied buiten de bebouwde kom (begrensd door de borden van de komgrens) en het gebied (binnen en buiten de bebouwde kom) binnen de zone van een autoweg of autosnelweg.

In artikel 75 van de Wet geluidhinder is geregeld dat het breedste zonedeel van een weg, bij een overgang tussen weggedeelten met verschillende zonebreedte, over een afstand van een derde van de breedte nog langs de wegas doorloopt. Aan de uiteinden van een weg loopt de zone door over een afstand gelijk aan de breedte van de zone ter hoogte van het einde van de weg.

2.3

Grenswaarden wegverkeerslawaai In de Wet geluidhinder worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidbelasting op de gevels van nieuwe en bestaande woningen langs nieuwe en bestaande wegen binnen en buiten de bebouwde kom. In tabel 2.2 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven waarin in verschillende situaties moet worden voldaan. Tabel 2.2: overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden wegverkeerslawaai stedelijk gebied

buitenstedelijk gebied

woning

weg

voorkeursgrenswaarde

maximale ontheffing

voorkeursgrenswaarde

maximale ontheffing

nieuw

nieuw

48 dB

58 dB

48 dB

53 dB

bestaand

nieuw

48 dB

63 dB

48 dB

58 dB

bestaand

in reconstructie

48 dB

68 dB

48 dB

68 dB

nieuw

bestaand

48 dB

63 dB

48 dB

53 dB

In situaties met nieuwe woningen en/of nieuwe wegen moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde. Wanneer de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op een geluidgevoelige bestemming hoger is dan de voorkeursgrenswaarde, dient de toepassing van geluidreducerende maatregelen te worden onderzocht. In artikel 110a, lid 5 van de Wet geluidhinder is vermeld dat hogere grenswaarden pas kunnen worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders, indien toepassing van maatregelen, gericht op het terugdringen van de geluidbelasting, onvoldoende doeltreffend zijn of overwegende bezwaren ontmoeten van stedebouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 4 van 18

18

2.4

30 km/h zone Wegen waar een maximum rijsnelheid van 30 km/h geldt, zijn in de zin van de Wet geluidhinder niet zoneplichtig. Een akoestisch onderzoek is voor dergelijke wegen derhalve niet noodzakelijk. Op 3 september 2003 heeft de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (nr. 200203751/1: Abcoude) uitgesproken dat in een dergelijk geval nog niet geconcludeerd kan worden dat het plan aanvaardbaar is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke onderbouwing. Uit jurisprudentie blijkt dat ook bij 30 km/h zones de geluidbelasting onderzocht dient te worden. Deze wegen worden niet getoetst aan de Wet geluidhinder maar de geluidbelasting wordt inzichtelijk gemaakt om de noodzaak van eventuele gevelmaatregelen te kunnen bepalen.

2.5

Aftrek artikel 110g Wet geluidhinder Conform artikel 110g van de Wet geluidhinder mag het resultaat van de berekende geluidbelasting met maximaal 5 dB worden verminderd voordat de geluidbelasting wordt getoetst aan de (voorkeurs) grenswaarden. Deze correctie biedt de mogelijkheid om rekening te houden met het afnemen van de geluidproductie van de motorvoertuigen. De hoogte van de aftrek bedraagt: ▪

2 dB voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van de lichte motorvoertuigen 70 km/h of meer bedraagt. In afwijking hiervan (en in de software van het gebruikte programma al verwerkt) wordt 1 dB in mindering gebracht voor wegen waarvoor de representatief te achten snelheid van lichte motorvoertuigen 70 kilometer per uur of meer bedraagt en het wegdek bestaat uit een elementenverharding of een van de volgende wegdektypen:

▪

▪

Zeer Open Asfalt Beton (ZOAB);

▪

tweelaags ZOAB, met uitzondering van fijn tweelaags ZOAB;

▪

uitgeborsteld beton;

▪

geoptimaliseerd uitgeborsteld beton;

▪

oppervlakbewerking;

Per 20 mei 2014 geldt een tijdelijke wijziging van de aftrek van 3 dB en 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 110g Wgh respectievelijk 56 dB en 57 dB bedraagt;

2.6

▪

5 dB voor overige wegen;

▪

0 dB voor de bepaling van de geluidwering van de gevel conform het Bouwbesluit.

Geluidzones spoorwegen Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart (zie hiervoor www.geluidregisterspoor.nl) wordt in artikel 1.4a van het Bg de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de zone is afhankelijk van de hoogte van het geluidproductie- plafond (GPP). Tot de zone behoort de ruimte boven en onder de spoorweg.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 5 van 18

18

Artikel 1.4a van het Besluit geluidhinder schrijft hierover het volgende: Een spoorweg die is aangegeven op de geluidplafondkaart, heeft een zone die zich uitstrekt vanaf de as van de spoorweg tot de breedte naast de spoorweg, gemeten vanuit de buitenste spoorstaaf, als aangegeven in onderstaande tabel 2.3 afhankelijk van de hoogte van het geluidproductieplafond op het betrokken referentiepunt. Tabel 2.3: breedte van geluidzones langs spoorwegen hoogte geluidproductieplafond (GPP)

2.7

breedte zone [m]

< 56 dB

100

56 dB ≤ GPP < 61 dB

200

61 dB ≤ GPP < 66 dB

300

66 dB ≤ GPP < 71 dB

600

71 dB ≤ GPP < 74 dB

900

≥ 74 dB

1200

Grenswaarden spoorweglawaai Voor spoorwegen wordt geen onderscheid gemaakt tussen stedelijk en buitenstedelijk gebied. In tabel 2.4 zijn de voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden weergegeven voor nieuwe geluidgevoelige objecten in zones van spoorwegen. Tabel 2.4: overzicht voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden railverkeerslawaai woning

spoorlijn

voorkeursgrenswaarde

maximale ontheffingswaarde

nieuw

bestaand

55 dB

68 dB

In situaties met nieuwe woningen en een school moet in beginsel voldaan worden aan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeerslawaai. Wanneer de geluidbelasting niet hoger is dan 55 dB legt de Wet geluidhinder geen restricties op aan het onderhavige plan. Wanneer de voorkeursgrenswaarde wordt overschreden dient door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente een hogere waarde te worden vastgesteld. lndien de geluidbelasting niet hoger is dan de maximale ontheffingswaarde, kunnen burgemeester en wethouders van de gemeente ontheffing verlenen indien maatregelen gericht op het terugbrengen van de geluidbelasting tot de voorkeursgrenswaarde van 55 dB, op overwegende bezwaren stuiten van stedenbouwkundige, financiële, verkeerskundige of landschappelijke aard.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 6 van 18

18

2.8

Cumulatie Wanneer voor een geluidgevoelige bestemming die in de zone van meerdere geluidbronnen (wegverkeer, spoorwegverkeer, industrie- en of luchtvaartlawaai) ligt en waarvoor een hogere grenswaarde wordt vastgesteld, dient inzichtelijk te worden gemaakt hoe hoog de gecumuleerde geluidbelasting is. De gecumuleerde geluidbelasting wordt berekend met de rekenmethode die in het Reken- en meetvoorschrift geluidhinder 2012 is vastgelegd, rekening houdend met de dosiseffect relaties van de verschillende bronsoorten. Het bevoegd gezag moet dan een oordeel vellen over de hoogte van deze geluidbelasting. Een wettelijke toetsing aan een grenswaarde voor deze gecumuleerde geluidbelasting is niet aan de orde.

2.9

Plangebied wegverkeer De woningen en school is ten aanzien van wegverkeerslawaai uitsluitend gelegen binnen de invloedsfeer van diverse 30 km/h wegen, waarvan de Oudkerkseweg en de Doctor Gravemeijerstraat maatgevend zijn. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone en worden in het kader van de ruimtelijke ordening niet getoetst aan de voorkeursgrenswaarde uit de Wet geluidhinder. Wel dient de geluidbelasting onderzocht te worden in het kader van een goede ruimtelijke ordening en om de eventueel noodzakelijke gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit te kunnen bepalen. Railverkeer De woningen en school zijn ten aanzien van railverkeerslawaai gesitueerd binnen de geluidzone van de Betuweroute. Dit traject is weergegeven op de geluidplafondkaart van d.d. 16-07-2020. Ten noorden van de spoorlijn geldt een zone van 900 meter uit de as van de spoorweg. Deze zonebreedte is gebaseerd op een geluidbelasting van 71,3 dB op referentiepunt 37955 ten zuiden van de planlocatie. In tabel 2.5 zijn de van toepassing zijnde grenswaarden voor weg- en railverkeerslawaai weergegeven. Tabel 2.5: overzicht grenswaarden bronsoort

datum

voorkeursgrenswaarde

maximale ontheffingswaarde

wegverkeer

30 km/h wegen

n.v.t.

n.v.t.

railverkeer

Betuweroute

55 dB

68 dB

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 7 van 18

18

2.10

Gemeentelijk beleid Op 1 december 2020 zijn de “Beleidsregels Geluidbeleid Goede ruimtelijke Ordening 2020 Molenlanden” vastgesteld. Conform het beleid is het vaststellen van hogere waarden mogelijk als: ▪

Uit onderzoek blijkt dat het treffen van geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn om de geluidbelastingen te reduceren tot de voorkeursgrenswaarde;

▪

De geluidreducerende maatregelen ernstige bezwaren ondervinden van stedenbouwkundige, verkeerskundige of vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard.

Beoordeling cumulatieve geluidbelasting Het college van burgemeester en wethouders beoordeelt akoestische onderzoeken ten eerste op basis van de cumulatieve geluidbelasting. Afweging van maatregelen Vervolgens wordt beoordeeld of er afdoende onderzoek is gedaan naar maatregelen om de geluidbelasting terug te brengen tot de voorkeursgrenswaarde. Wanneer er sprake is van nieuwbouw van 10 of meer woningen (grootschalige ontwikkeling) wordt beoordeeld of de gekozen planinrichting afdoende gemotiveerd is. Bij grootschalige ontwikkelingen wordt daarnaast beoordeeld of afdoende onderzoek naar bron- en overdrachtsmaatregelen heeft plaatsgevonden. Afweging woon- en leefklimaat Het college van burgemeester en wethouders stelt de benodigde hogere waarde(n) vast, indien is aangetoond dat geluidreducerende maatregelen onvoldoende doeltreffend zijn of uitvoering daarvan op ernstige bewaren stuit en zij de kwaliteit van de woon- en leefomgeving acceptabel acht. Een combinatie van maatregelen om de geluidbelasting ten dele te reduceren en alsnog het vaststellen van een hogere waarde is daarbij ook mogelijk. De kwaliteit van de woon- en leefomgeving is acceptabel als er een geluidluwe gevel én een geluidluwe buitenruimte aanwezig is. Indien een geluidluwe gevel niet mogelijk is dient dit te worden gemotiveerd.

Dit betekent dat dan ook bij nieuwbouw van minder dan 10 woningen alsnog een onderzoek naar bron- en/of overdrachtmaatregelen en/of een betere planinrichting dient plaats te vinden. Er is sprake is van een geluidluwe gevel en buitenruimte als de geluidbelasting gelijk of lager is dan: ▪

53 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) en 50 dB door gecumuleerde wegen (exclusief aftrek) met snelheid boven de 70 kilometer per uur;

datum

▪

55 dB door railverkeer en scheepvaart;

▪

50 dB(A) door industrie.

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 8 van 18

18

Als aanvullende eis geldt dat huizen met tuinen moeten kunnen beschikken over een geluidluw gedeelte in de achter- of zijtuin, omdat in de achter- of zijtuin lawaai vanwege wegen, spoorwegen, scheepvaart en industrie tot hinder kan leiden. Ten aanzien van de afmetingen voor de geluidluwe buitenruimte worden de volgende minimale afmetingen aangehouden: Tuinen Woningen met een tuin moeten een geluidluwe (of een deel daarvan) tuin hebben van minimaal 20 m2. Balkons Voor appartementen zonder tuin wordt aangesloten op het Bouwbesluit 2012 waar in artikel 4.34 een omschrijving van de buitenruimte is opgenomen. (Het betreft hier bijvoorbeeld een balkon of loggia.) 1. Een woonfunctie heeft een rechtstreeks vanuit de woning bereikbare buitenruimte met per woonfunctie een vloeroppervlakte van ten minste 4 m2 en een breedte van ten minste 1,3 meter. De buitenruimte mag geen gemeenschappelijke verkeersruimte zijn. 2. De buitenruimte mag gemeenschappelijk zijn, indien de vloeroppervlakte aan verblijfsgebied van de woonfunctie niet meer dan 30 m2 bedraagt. Tevens dient de gemeenschappelijke buitenruimte ten minste 1 m2 per woonfunctie te bedragen, met een minimum van 4 m2. De buitenruimte is rechtstreeks vanuit de woning bereikbaar of via een gemeenschappelijke ruimte.

Tevens dienen balkons die zijn gelegen aan een geluidbelaste zijde te worden voorzien van een borstwering van ten minste 1,5 meter hoog. Deze dient geheel gesloten te worden uitgevoerd, de toe te passen materialen moeten een massa hebben van ten minste 10 kg/m2 en naad- en kiervrij aan te sluiten op de aangrenzende constructie. Indien boven het balkon een ander balkon, overstek (met een diepte van meer dan 0,5 meter of galerij is gesitueerd, dan dient de onderzijde te zijn voorzien van akoestisch absorberend materiaal. De absorptiecoëfficiënt dient – wiskundig gemiddeld over de octaafbanden 125 tot en met 2000 Herz – ten minste 0,8 te bedragen. Afwijking van deze maatregelen kan, indien dit voldoende wordt beargumenteerd en goedgekeurd door de gemeente. Ook al zijn er akoestische maatregelen getroffen aan de buitenruimte (balkons en dergelijke), die zijn gelegen aan een geluidbelaste zijde, dan worden deze niet gezien als geluidluwe buitenruimte. Bovenstaande eisen gelden niet als de woning en/of het appartement al een eigen geluidluwe buitenruimte (tuin of balkon) heeft, bijvoorbeeld aan de andere zijde van de woning.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 9 van 18

18

Samenvattend zijn er dus 3 mogelijkheden 1) Eigen geluidluwe buitenruimte en een balkon aan geluidbelaste kant. Geen maatregelen aan balkon noodzakelijk. 2) Gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Wel maatregelen aan balkon noodzakelijk. 3) Geen eigen of gemeenschappelijke geluidluwe buitenruimte en balkon aan geluidbelaste kant. Voldoet niet aan het beleid. Beoordeling 30 kilometer per uur wegen Het beleid is tevens van toepassing op geluid ten gevolge van wegen waar een snelheidsregime heerst van 30 km per uur waaronder ook woonerven worden begrepen. Deze wegen vallen niet onder het regime van de Wet geluidhinder, maar op basis van vaste jurisprudentie moeten deze wegen in het kader van de goede ruimtelijke ordening worden beoordeeld, indien de geluidbelasting de voorkeursgrenswaarde van 48 dB overschrijdt. De gemeente Molenlanden beoordeelt de geluidbelasting ten gevolge van 30 kilometer per uur wegen hetzelfde als de geluidbelasting van de overige wegen, als vastgelegd in dit beleid. Dit leidt niet tot het vaststellen van hogere waarden voor 30 kilometer per uur wegen, maar wel - bij de ruimtelijke inpassing van nieuwe woningen langs deze wegen - tot een oordeel of er sprake is van een goed woonen leefklimaat voor wat betreft geluid.

Met andere woorden: het beleid geeft aan onder welke voorwaarden een hogere geluidbelasting dan 53 dB (exclusief aftrek) op dergelijke woningen aanvaardbaar is. Door toepassing van dit beleid wordt bij 30 kilometer per uur wegen een goed woon- en leefklimaat gewaarborgd, vergelijkbaar met dat bij de overige wegen, die zijn gezoneerd krachtens de Wet geluidhinder.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 10 van 18

18

3

ONDERZOEKSGEGEVENS

3.1

Onderzoeksgebied In het plangebied worden 11 woningen (3x seniorenwoningen, 2x 2^1 kap woning en 6x rijwoningen) gerealiseerd, bestaand uit maximaal 3 bouwlagen met verblijfsruimten. Tevens wordt een nieuwe basisschool (2 bouwlagen) gerealiseerd, die de huidige school in het plangebied vervangt. In afbeelding II en bijlage 1 is de situering van de woningen en school weergegeven. Afbeelding II: situering woning aan de Parallelweg te Giessenbrug

3.2

Rekenmethode weg- en railverkeerslawaai Voor de berekening van de geluidbelasting vanwege het wegverkeer op de gevels is een berekeningsmodel opgezet waarin de relevante wegen, de omliggende bebouwing en de bodemgebieden zijn opgenomen. De geluidbelasting ten gevolge van wegverkeerslawaai is berekend volgens Standaard Rekenmethode II van bijlage 3 en 4 van het Reken- en meetvoorschrift geluid (RMG 2012). De berekeningen zijn uitgevoerd met behulp van het modelleringsprogramma Geomilieu (versie V5.10) waarbij rekening wordt gehouden met afstandsreducties, reflecties, afschermingen, bodem- en luchtdemping, geluidschermen, relevante hoogteverschillen tussen weg- en waarneempunt en eventuele kruispuntcorrecties.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 11 van 18

18

Berekend zijn de invallende geluidniveaus, dus zonder reflectie van het achter het immissiepunt gelegen gevelvlak. Gerekend is met één reflectie en een sectorhoek van 2 graden. De wegen en wateroppervlakten zijn als akoestisch hard gebied (bodemfactor 0,0) in het rekenmodel voor weg- en railverkeerslawaai ingevoerd. Het overige bodemgebied is als half-hard bodemgebied (bodemfactor 0,5) ingevoerd. Het bodemgebied onder de spoorlijn is in het railverkeerslawaaimodel als zacht bodemgebied (bodemfactor 1,0) ingevoerd. De omliggende gebouwen in de omgeving van het plangebied zijn in de berekeningen zowel afschermend als reflecterend ingevoerd. De beoordelingspunten op de woning zijn geprojecteerd op 1,5 , 4,5 en 7,5 m hoogte (en representeren het midden van de desbetreffende bouwlaag) boven maaiveld. Voor de situering van de gebouwen, bodemgebieden, (spoor)wegen, eventuele geluidschermen en beoordelingspunten wordt verwezen naar de figuren in bijlage 1.

3.3

Verkeersgegevens wegverkeer De verkeersgegevens van de gemeentelijke wegen zijn door de omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid (OZHZ) modelmatig verstrekt op basis van gegevens uit de Regionale VerkeersMilieuKaart Alblasserwaard/ Vijfheerenlanden 2017 (RVMK ALV 2017) voor het prognosejaar 2030. In de verstrekte gegevens is de nieuwe ontwikkeling nog niet meegenomen. Uit de memo “Verkeersgeneratie en -afwikkeling herontwikkeling Giessen-Oudekerk” van DTV Consultants van 24 september 2020 blijkt dat de verkeersgeneratie van de nieuwe school nagenoeg gelijk is aan de verkeersgeneratie van de te slopen school. Worstcase is de lichte afname van de verkeersgeneratie van de school verwaarloosd in voorliggend onderzoek. Voor wegverkeerslawaai-onderzoeken wordt de weekdaggemiddelde etmaalintensiteit als uitgangspunt gebruikt. De verkeersgeneratie van de nieuwe woningen bedraagt 92 verkeersbewegingen op een werkdag en 82 verkeersbewegingen op een weekdag. Aangenomen wordt dat de verkeersafwikkeling van de nieuwbouwwoningen voor de helft via de Doctor Gravemeijerstraat (in noordelijke richting) en voor de helft via de H.J. van Dijkstraat (in zuidelijke richting) over de Oudkerkseweg plaats vindt. De weekdaggemiddelde verkeersintensiteit neemt derhalve voor de desbetreffende wegvakken met 41 verkeersbewegingen per etmaal toe.

Voor het wegvak van de Oudkerkseweg tussen de Doctor Gravenmeijerstraat en de H.J. van Dijkstraat is in overleg met de verkeerskundige van de gemeente Molenlanden de etmaalintensiteit zoals verstrekt door de OZHZ verhoogd en gelijk gehouden aan de etmaalintensiteit van de Oudkerkseweg ten zuiden van de H.J. van Dijkstraat. De etmaalintensiteiten, de onderverdeling naar voertuigcategorieën en uurintensiteiten, de wegdekverharding en de toelaatbare rijsnelheid zijn samengevat weergegeven in tabel 3.1.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 12 van 18

18

Tabel 3.1: verkeersgegevens wegvak

wegdek

klinkers2)

Doctor Gravemeijerstraat

Oudkerkseweg

3)

DAB

verkeersgeneklinkers2 ratie nieuwbouw en DAB

snelheid

etmaalintensiteit

[km/h]

[mvt/etmaal]

30

487

30

30

periode

uurintensiteit

1)

330

414)

onderverdeling per voertuigcategorie [%]

[%]

licht

middelzwaar

zwaar

dag

6.70

96.49

2.79

0.72

avond

3.61

98.57

1.16

0.28

nacht

0.64

97.56

2.14

0.30

dag

6.76

88.22

6.11

5.67

avond

3.46

95.04

2.67

2.29

nacht

0.62

92.67

4.88

2.45

dag

7.00

100.00

0.00

0.00

avond

2.60

100.00

0.00

0.00

nacht

0.70

100.00

0.00

0.00

1)

Etmaalintensiteit (2030) ter hoogte van het plangebied;

2)

Elementenverharding in keperverband;

3)

Ter hoogte van de aansluiting van de Doctor Gravemeijerstraat en de H.J. van Dijkstraat is een verkeersplateau opgenomen

met een wegdekverharding voorzien van elementenverharding in keperverband; 4)

Weekdaggemiddelde verkeersgeneratie ten gevolge van de nieuwe woningen is gelijkmatig verdeeld in twee richtingen en

bedraagt derhalve 82/2 = 41 verkeersbewegingen/etmaal.

Gezien de grote hoeveelheid invoergegevens zijn alleen de relevante invoergegevens van het akoestisch model weergegeven in bijlage 2. Voor de overige gegevens wordt verwezen naar het digitale model.

3.4

Verkeersgegevens railverkeer De Betuweroute valt onder de hoofdinfrastructuur waarlangs geluidproductieplafonds (GPP) zijn vastgesteld. Voor deze spoorlijnen is het emissieregister opgesteld waaruit de gegevens van deze spoorlijnen worden betrokken die moeten worden gebruikt in het akoestisch onderzoek. De railverkeersgegevens zijn afkomstig uit het Geluidregister spoor zoals deze beschikbaar is gesteld door het Ministerie van Infrastructuur en Milieu. Ten behoeve van de modellering zijn deze gegevens overgenomen in het akoestisch model. Daarbij wordt 1,5 dB bij de geluidbelasting opgeteld. Deze 1,5 dB kan worden gezien als werkruimte voor de toekomstige groei van het treinverkeer en veranderingen aan het spoor. De railverkeersgegevens en posities van de (spoor)geluidschermen afkomstig uit het geluidregister spoor zijn in verband met de grote hoeveelheid invoergegevens niet verwerkt in de bijlagen. Hiervoor wordt verwezen naar het spoorregister en het digitale model. In bijlage 1 zijn de relevante figuren weergegeven.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 13 van 18

18

4

ONDERZOEKSRESULTATEN

4.1

Rekenresultaten en toetsing wegverkeerslawaai Met behulp van het berekeningsmodel is op de ontvangerpunten de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai berekend. In afbeelding III is de gecumuleerde geluidbelasting LCUM* (incl. aftrek artikel 110g Wgh), ten gevolge van alle wegen (incl. 30 km/h wegen) en de extra verkeersgeneratie van de nieuwe woningen weergegeven. De rekenresultaten per ontvangerpunt en -hoogte zijn weergegeven in bijlage 3.

Afbeelding III: gecumuleerde geluidbelasting LCUM* ten gevolge van alle wegen, incl. aftrek art. 110g Wgh

Uit de rekenresultaten blijkt dat de maatgevende gecumuleerde geluidbelasting (LCUM*) ten gevolge van alle wegen ter plaatse van de woningen en school ten hoogste respectievelijk 50 en 43 dB, incl. aftrek artikel 110g Wgh bedraagt. 30 km/h wegen hebben van rechtswege geen geluidzone. Omdat er sprake is van niet-gezoneerde wegen vindt er geen formele toetsing aan de Wet geluidhinder plaats. De hoogst berekende geluidbelasting past binnen het normenstelsel van de Wet geluidhinder en derhalve kan de overschrijding van de voorkeursgrenswaarde als aanvaardbaar worden aangemerkt. Conform het gemeentelijk beleid dient bij een geluidbelasting LCUM* tot 53 dB gestreefd te worden naar de aanwezigheid van een geluidluwe gevel of buitenruimte. Alle woningen en de school hebben een geluidluwe gevel en alle woningen beschikken over een geluidluwe buitenruimte, zodat aan het streven uit het gemeentelijk beleid voldaan. In afbeelding IV is de gecumuleerde geluidbelasting (excl. aftrek artikel 110g Wgh), ten gevolge van alle wegen weergegeven, ten bate van het bepalen van de noodzakelijke gevelmaatregelen in het kader van het Bouwbesluit.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 14 van 18

18

Afbeelding IV: gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van alle wegen, excl. aftrek art. 110g Wgh

De benodigde karakteristieke geluidwering van de gevel bedraagt conform het Bouwbesluit 2012 ten hoogste (55 - 33 =) 22 dB voor de 2^1 kap woningen. Voor de overige woningen en de school is de minimum eis van 20 dB uit het Bouwbesluit van toepassing.

4.2

Rekenresultaten en toetsing railverkeerslawaai Met behulp van het berekeningsmodel is op de ontvangerpunten de geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai berekend. In afbeelding V is de gecumuleerde geluidbelasting ten gevolge van de Betuweroute weergegeven. De rekenresultaten per ontvangerpunt en -hoogte zijn weergegeven in bijlage 4. Afbeelding V: geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 15 van 18

18

Uit de rekenresultaten blijkt dat de geluidbelasting ten gevolge van railverkeerslawaai ter plaatse van de woningen en school ten hoogste respectievelijk 52 en 51 dB bedraagt. Deze geluidbelastingen zijn niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van 55 dB voor railverkeer.

4.3

Gecumuleerde geluidbelasting Conform art. 110f van de Wgh en bijlage I, hoofdstuk 2 van het RMG 2012 dient bij blootstelling aan meer dan één geluidbron (in dit geval wegverkeerslawaai en railverkeerlawaai) de gecumuleerde geluidbelasting inzichtelijk te worden gemaakt. Dit geldt voor woningen die ten gevolge van een geluidbron een geluidbelasting ondervinden die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Omdat de geluidbelasting ten gevolge van railverkeer niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde is cumulatie van weg- en railverkeer niet aan de orde.

datum

3 maart 2021

kenmerk

R-JVO/1600 20.1478

pagina 16 van 18

18

5

SAMENVATTING EN CONCLUSIES In opdracht van Van den Heuvel Ontwikkeling & Beheer bv is een akoestisch onderzoek uitgevoerd voor realisatie van 11 woningen en een bassischool te Giessen-Oudekerk. De woning en school zijn ten aanzien van wegverkeerslawaai gelegen buiten de geluidzones van gezoneerde wegen en binnen de invloedsfeer van diverse 30 km/h wegen, waarvan de Oudkerkseweg en de Doctor Gravemeijerstraat maatgevend zijn. Ten aanzien van railverkeerslawaai zijn de woningen en school gesitueerd binnen de geluidzone van de Betuweroute. Doel van het onderzoek is om in het kader van de ruimtelijke onderbouwing de geluidbelasting op de woningen en school ten gevolge van weg- en railverkeerslawaai te bepalen en te toetsen aan de Wet geluidhinder en het gemeentelijk geluidbeleid. Uit het uitgevoerde akoestisch onderzoek blijkt dat: wegverkeerslawaai ▪

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=7bddf810-1662-4548-a14d-9009ec91c93e