Bijlage 4 Bijlagen bestemmingsplan “Giessen-Oudekerk, schoollocatie.pdf
Tekst van het document
Bezoekadres De Blomboogerd 1, 4003 BX Tiel Postadres Postbus 599, 4000 AN Tiel T (0344) 64 90 90 F (0344) 64 90 99 E info@wsrl.nl I www.waterschaprivierenland.nl Bank IBAN NL93 NWAB 0636 7572 69 BIC NWABNL2G
gemeente Molenlanden t.a.v. de heer R. Verver De Vort 4 4225 SJ NOORDELOOS
Datum:
Uw kenmerk:
Ons kenmerk:
Behandeld door:
3 juni 2021
20200556 / OLO: 5842009
2021024719/2021071921
De heer M.W. Schutte
Onderwerp: Vergunning
Doorkiesnummer / e-mail: (0344) 64 94 94 / M.Schutte@wsrl.nl
Geachte heer Verver, Op 22 februari 2021 hebben wij uw aanvraag ontvangen. De aanvraag betreft het aanbrengen van een tijdelijke dam met duiker, het verleggen van twee persleidingen, het aanleggen van vrij verval riolering en het verwijderen van twee persleidingen ter plaatse van de Oudkerkseweg te GiessenOudekerk, nabij dijkpaalnummer GI034. Ons besluit Wij hebben besloten u de gevraagde vergunning te verlenen. Deze vergunning treft u als bijlage aan. Het besluit en de voorschriften die wij aan de vergunning verbinden, kunt u lezen in deel 1 van de vergunning. De aangevraagde activiteiten en onze overwegingen die hebben geleid tot dit besluit kunt u lezen in deel 2 van de vergunning. Met welke aandachtspunten u verder rekening moet houden en op welke wijze u bezwaar tegen dit besluit kunt maken, kunt u lezen in deel 3 van de vergunning. Start activiteiten U moet ons vooraf op de hoogte stellen van de start van de activiteiten. Als wij niet weten wanneer u begint, loopt u het risico dat u de uitgevoerde werken achteraf moet aanpassen. In voorschrift 1.1 van de vergunning staat hoe u ons op de hoogte moet brengen. De in de voorschriften genoemde toezichthouder voor de waterkering is A. Kraaijeveld, bereikbaar via telefoonnummer 06 - 520 834 24 of e-mailadres: A.Kraaijeveld@wsrl.nl. De in de voorschriften genoemde toezichthouder voor de watergangen is P.
Timmers, bereikbaar via telefoonnummer 06 - 827 226 21 of e-mailadres: TeamGBL@wsrl.nl. Leges Voor het in behandeling nemen van uw aanvraag moet u leges betalen. U ontvangt hiervoor van ons apart een aanslag legeskosten. Opmerkingen - Mogelijk hebt u behalve deze vergunning nog andere vergunningen, ontheffingen en/of (privaatrechtelijke) toestemmingen nodig voor de vergunde activiteiten. U moet hiervoor zelf contact opnemen met de mogelijk overige bevoegde gezagen en/of overige belanghebbenden. - Als het werk aansluit op een openbare weg, of in de berm van de openbare weg ligt (bijvoorbeeld het maken of veranderen van een uitrit of het leggen van een kabel), dan moet vergunning of toestemming worden gevraagd aan de wegbeheerder.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 2 van 13
- Als de door ons gestelde voorschriften of (uitvoerings-)eisen strijdig zijn met die van andere overheden, moet de vergunninghouder zorgdragen voor overleg tussen de diverse partijen over de wijze waarop de werkzaamheden kunnen worden voortgezet. - Als de werkzaamheden klaar zijn, zal het waterschap een controle uitvoeren. Van deze controle wordt een schriftelijk verslag gemaakt. De vergunning is pas definitief opgeleverd, als controle heeft plaatsgevonden. - Voor de kwalitatieve aspecten van de lozing van hemelwater zijn de Algemene regels van het Activiteitenbesluit (artikel 3.3) van toepassing. - Bij de uitvoering van de werkzaamheden is mogelijk ook de Wet natuurbescherming van toepassing. Dit betekent dat de vergunninghouder schade aan planten en/of dieren en hun directe leefomgeving zoveel mogelijk moet voorkomen. - Grond welke als gevolg van de werkzaamheden wordt verontreinigd, moet door de vergunninghouder worden verwijderd en afgevoerd. - Het Besluit bodemkwaliteit stelt voorwaarden aan het toepassen van grond, baggerspecie en bouwstoffen in het oppervlaktewater. Als er bouwstoffen, grond of baggerspecie worden toegepast moet de vergunninghouder dit melden via het Meldpunt bodemkwaliteit. Via het meldsysteem kan ook eenmalig de toepassingslocatie van een werk van meer dan 50 m³ schone grond worden gemeld. - Deze vergunning geldt ook voor eventuele rechtsopvolgers.
De vergunninghouder moet hen van deze vergunning op de hoogte stellen. Contact Voor vragen over deze brief en de vergunning kunt u contact opnemen met bovengenoemde contactpersoon. Wij verzoeken u bij alle correspondentie over deze vergunning ons kenmerk te vermelden. Hoogachtend, namens het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland, de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving,
A. Koppelman
Bijlage(n): Besluit / Principetekening 1 & 12 Afschrift: P. Timmers (T-GBL) / A. Kraaijeveld (T-OPU)
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 3 van 13
Deel 1 Besluit en voorschriften Aanhef Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland heeft op 22 februari 2021 een aanvraag ontvangen van gemeente Molenlanden om een vergunning te verlenen. Besluit Gelet op de bepalingen van de Waterwet, het Waterbesluit, de Waterregeling, de Keur Waterschap Rivierenland 2014, de Algemene wet bestuursrecht en de in deel 2 vermelde overwegingen, besluit het college van dijkgraaf en heemraden als volgt: 1. aan gemeente Molenlanden en rechtverkrijgende(n) vergunning als bedoeld in artikel 3.2 van de Keur Waterschap Rivierenland 2014 te verlenen voor: het aanbrengen van een tijdelijke dam met duiker, het verleggen van twee persleidingen, het aanleggen van vrij verval riolering en het verwijderen van twee persleidingen ter plaatse van de Oudkerkseweg te Giessen-Oudekerk, nabij dijkpaalnummer GI034. 2. de volgende gewaarmerkte tekeningen deel te laten uitmaken van deze vergunning: 1. tekening situatie te maken werk; bouwrijp inclusief riolering 2. tekening situatie te maken profielen 3. Principetekening 1 4. Principetekening 12 3. aan de vergunning de in deel 1 opgenomen voorschriften te verbinden. Tiel, 3 juni 2021 Besluitnummer: 2021024719/2021071921 Het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland, namens deze, de teamleider Vergunningen, Toezicht en Handhaving,
A. Koppelman
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 4 van 13
Voorschriften 1.
Algemene voorschriften
1.1
Minstens 5 werkdagen voordat met de werkzaamheden wordt begonnen, moet dit per email worden gemeld bij de in de begeleidende brief genoemde toezichthouder.
1.2
Als de uitvoering van de werken waarvoor deze vergunning is verleend niet uiterlijk drie jaar na dagtekening van deze watervergunning is gestart, kunnen wij deze vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken.
1.3
Als de vergunninghouder, of degene die de werkzaamheden uitvoert, met het werk bezig is, moet de vergunning (of een kopie ervan) op het werk aanwezig zijn. De vergunninghouder moet ervoor zorgen dat degene die de werkzaamheden uitvoert, op de hoogte is van de voorschriften in deze vergunning.
1.4
De vergunninghouder is verplicht de redelijkerwijs mogelijke maatregelen te nemen om schade aan eigendommen van het waterschap en/of derden, als gevolg van het gebruik van deze vergunning, te voorkomen.
1.5
Het werk moet worden uitgevoerd conform de tekeningen: 1. tekening situatie te maken werk; bouwrijp inclusief riolering 2. tekening situatie te maken profielen 3. Principetekening 1 4. Principetekening 12
1.6
De vergunninghouder moet de werkzaamheden zonder onderbreking uitvoeren. Daarbij moeten alle aanwijzingen, gegeven door de toezichthouder, onmiddellijk worden opgevolgd.
1.7
Als het werk klaar is, moet dit per e-mail worden gemeld bij de eerdergenoemde toezichthouder. Algemene voorschriften specifiek voor wateren
1.8
Het uitvoeren van het werk mag de doorstroming van het water niet hinderen.
1.9
Als de werkzaamheden worden uitgevoerd in een watervoerende watergang, dan moet deze, voordat de werkzaamheden beginnen, worden afgedamd met damwanden of schotten, tenzij de toezichthouder aangeeft dat dit niet nodig is.
1.10
Er mogen geen verontreinigde stoffen in oppervlaktewateren gebracht worden. Het is dan ook niet toegestaan gewolmaniseerde of gecreosoteerde oeverbeschermingsmaterialen te gebruiken.
1.11
De vergunninghouder is aansprakelijk voor eventuele gebreken aan het werk. Als de bodem of de taluds van wateren worden beschadigd als gevolg van de werkzaamheden of het werk, moet dit direct worden hersteld. Aanwijzingen van de toezichthouder moeten hierbij direct worden opgevolgd.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 5 van 13
1.12
Als er tijdens het werken grond of materiaal en dergelijke in het water terechtkomt, moet dit direct worden verwijderd. Algemene voorschriften specifiek voor waterkeringen
1.13
Bij hoge waterstanden kan het nodig zijn dat de werkzaamheden tussentijds worden stilgelegd. De toezichthouder zal de vergunninghouder in dat geval daarvan op de hoogte stellen. Ook kan hij de vergunninghouder voorschrijven extra maatregelen te nemen om de waterkering te beschermen.
1.14
De vergunninghouder mag de kruin en/of het talud van de waterkering niet gebruiken als opslagplaats of stallingsplaats.
2.
Bijzondere voorschriften Het leggen van drukriolering via open ontgraving in (de beschermingszone van) en haaks aan de regionale waterkering
2.1
De drukleidingen moeten rechtstreeks in een te graven sleuf worden gelegd, die niet groter mag worden dan nodig is.
2.2
Het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van de drukleidingen met bijbehorende voorzieningen moeten voldoen aan de NEN 3650 serie en de NPR 3659.
2.3
Leidingen in de (beschermingszone van de) waterkering moeten minimaal worden uitgevoerd in HDPE (PE80) SDR11 en uit één stuk te bestaan. Verbindingen moeten trekvast en vloeistofdicht worden uitgevoerd.
2.4
Een aansluiting op een put moet geschieden via een koppeling met duurzaamheidklasse van minimaal 50 jaar conform de geldende NEN-norm.
2.5
Het aantal lassen of verbindingen dient tot een minimum beperkt te blijven, hierbij zijn alleen spiegellas- en/of elektromofverbindingen toegestaan.
2.6
De leiding moet worden beproefd op sterkte en op dichtheid volgens de eisen en richtlijnen van de NEN 3650 en 3651.
2.7
De sleuf moet worden dichtgemaakt met de uitkomende grond, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond. De grond moet in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch vast worden aangestampt. De grond moet daarbij zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht krijgen als voor de aanleg van de kabel het geval was. Op de gedichte sleuf moet de oorspronkelijke afdekking (bezoding, taludverdediging, wegverharding en dergelijke) worden aangebracht.
2.8
De beproeving van de waterdichtheid moet worden uitgevoerd onder toezicht en goedkeuring van het waterschap en door middel van een zelfschrijvende digitale registratie te worden vastgelegd.
2.9
Van de goedgekeurde registratie van de beproeving moet een afschrift aan het waterschap gestuurd worden.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 6 van 13
2.10
De riolering zal op revisietekening aangegeven moeten worden. Hiervan moet een tweetal exemplaren ter goedkeuring bij het waterschap worden ingediend.
2.11
De vergunninghouder moet in het kader van de toetsing op veiligheid van de waterkering aantonen dat de aangebrachte leiding en de voorzieningen die erbij horen, voldoen aan de vigerende normering en regelgeving.
2.12
De vergunninghouder is verplicht de grasmat één meter rondom de pompunit in goede staat te onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat de grasmat van het dijktalud 1,00 meter rondom de pompunit minimaal twee maal per jaar moet worden gemaaid en het maaisel moet worden opgeruimd. De eerste keer in de tweede helft van juni en de tweede keer in de eerste helft van september, tenzij door de toezichthouder van het waterschap anders wordt bepaald.
2.13
De vergunninghouder moet de pompunit in goede staat onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat eventuele beschadigingen aan en/of verzakkingen van de pompunit met bijbehorende werken die leiden tot beschadigingen van de waterkering moeten direct moeten worden hersteld. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd.
2.14
Als de pompunit naar het oordeel van het waterschap geen functie meer vervult, dan moet de pompunit worden verwijderd. Het profiel van de waterkering moet dan worden hersteld en ingezaaid. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder. Zijn aanwijzingen moeten onmiddellijk worden opgevolgd. Het leggen van vrijvervalriolering in de (beschermingszone van de) regionale waterkering
2.15
De riolering moet rechtstreeks in een te graven sleuf worden gelegd, die niet groter mag zijn dan nodig is.
2.16
Leidingen mogen niet onder een gesloten vloerconstructie worden gelegd, tenzij ze uit één stuk bestaan.
2.17
Hemelwaterafvoer- en rioleringleidingen moeten zoveel mogelijk aan de van de dijk afgekeerde kant van de bebouwing worden gelegd.
2.18
Het ontwerp, de aanleg en het onderhoud van de leiding, bijbehorende voorzieningen moeten voldoen aan de NEN 3650 serie en de NPR 3659.
2.19
Ter plaatse van de buitenkruinlijn van de waterkering moet een kwelscherm worden aangebracht met een minimale afmeting van 0,50 meter rondom de leiding.
2.20
Het ontwerp van het kwelscherm moet voldoen aan de bij dit besluit behorende principetekening 1.
2.21
De rioleringleiding moet worden samengesteld uit buizen en hulpstukken van hoogwaardig PVC, HPE of MPE, waarbij de leidingkoppelingen moeten zijn voorzien van rubberen afdichtingsringen.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 7 van 13
2.22
Het aantal verbindingen moet tot een minimum worden beperkt.
2.23
De riolering zal op revisietekening aangegeven moeten worden, waarna een tweetal exemplaren ter goedkeuring bij het waterschap moeten worden ingediend.
2.24
Zowel de buizen, putten en de eventuele hulpstukken e.d., en hun onderlinge verbindingen moeten vloeistofdicht worden gemaakt en gehouden.
2.25
Het aantal putten moet tot een minimum worden beperkt.
2.26
Als het werk klaar is, moet de sleuf worden gedicht met de uitkomende grond, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond. De grond moet in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch worden verdicht. De grond moet daarbij zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht krijgen als voor de aanleg van de riolering het geval was.
2.27
De vergunninghouder moet in het kader van de toetsing op veiligheid van de waterkering aantonen dat de aangebrachte leiding en de voorzieningen die erbij horen, voldoen aan de vigerende normering en regelgeving.
2.28
Als het kleischerm in de lengterichting van de waterkering niet doorbroken wordt, mag de ontgravingen voor de hoofdriolering rondom en boven de buis aangevuld worden met zand. Het verwijderen van drukriolering in (de beschermingszone van) de regionale waterkering
2.29
De drukriolering die na plaatsing van de nieuwe drukriolering geen functie meer vervuld moet volledig uit de waterkering worden verwijderd.
2.30
Als het werk klaar is, moet de sleuf worden gedicht met de uitkomende grond, zo nodig aangevuld met gelijkwaardige grond. De grond moet in lagen van maximaal 0,20 meter mechanisch worden verdicht. De grond moet daarbij zoveel mogelijk dezelfde samenstelling, opbouw en draagkracht krijgen als dat voor verwijdering van de riolering het geval was. Het maken van een tijdelijke op-/afrit (inclusief dam met duiker) in de beschermingszone van de regionale waterkering.
2.31
De afrit moet haaks tegen de waterkering worden aangelegd.
2.32
Gemeten over de kruinlijn van de afrit mag de afrit een breedte hebben van maximaal 5,00 meter. De bermen aan weerszijden mogen maximaal 1,00 meter zijn.
2.33
De afrit tegen de waterkering moet door middel van een trapsgewijze inkassing aangelegd worden. De inkassing mag maximaal 0,50 meter hoog en maximaal 0,50 meter diep zijn.
2.34
Voordat de inkassing gemaakt wordt, moet de bovenliggende grasmat verwijderd worden.
2.35
De afrit aan de waterkering moet zijn samengesteld uit zand, afgedekt met een laag klei ter dikte van 1,0 meter, of geheel uit klei waarbij het talud van de afrit moet worden afgewerkt onder een helling van minimaal 1:2,5.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 8 van 13
2.36
Voorafgaand aan de uitvoering moet de aan te brengen klei zijn goedgekeurd door het waterschap.
2.37
De grond die nodig is voor het maken van de afrit moet in lagen van maximaal 0,50 meter worden aangebracht en volledig worden verdicht voordat een nieuwe laag grond wordt aangebracht.
2.38
Voor het aanbrengen van de verharding op de afrit mag maximaal 0,30 meter van de bovenlaag als cunet ontgraven worden.
2.39
Voordat de wegfundatie in het cunet wordt aangebracht moet een kunststof geotextiel met sterkteklasse PP 40 of gelijkwaardig worden aangebracht.
2.40
De verharding die op de afrit gemaakt wordt, mag de afwatering van het wegdek op de waterkering niet hinderen.
2.41
Aanleggen van verlichting op de afrit is toegestaan, mits: deze wordt aangelegd in de verst van de waterkering gelegen zijde; tot een afstand van minimaal 2 meter uit de buitenkruinlijn de kabel en de onderkant van de verlichtingsarmaturen niet dieper worden ingegraven dan 60 cm beneden maaiveld; de armaturen niet hoger dan 0,80 m boven het dijktalud reiken.
2.42
De afwerking van het talud van de tegen de waterkering te maken afrit moet op dezelfde manier gebeuren als de oorspronkelijke afwerking van het talud.
2.43
Aan een grastalud worden de volgende eisen gesteld: de klei op het binnentalud moet erosiebestendigheid categorie 2-3 klei zijn, met een lutumpercentage tussen 15%-25%; het talud moet worden ingezaaid met een graszaadmengsel, type D1, in een hoeveelheid van 40-70 kg/ha.
2.44
Vergunninghouder is verplicht om de afrit te onderhouden. Het talud moet minimaal tweemaal per jaar gemaaid worden. De eerste keer in de tweede helft van juni en de tweede keer de eerste helft van september. De toezichthouder kan hierover andere aanwijzingen geven. Het maaisel moet worden afgevoerd.
2.45
De vergunninghouder moet te allen tijde toestaan dat het waterschap, als beheerder van de waterkering, alsmede beheerders van kabels en leidingen, werkzaamheden ter plaatse kunnen uitvoeren.
2.46
De vergunninghouder en diens rechtsopvolgers moeten de afrit in goede staat onderhouden. Dit betekent in ieder geval dat beschadigingen en/of verzakkingen van de afrit met bijbehorende werken, het talud en/of maaiveld van de afrit direct moeten worden hersteld, al dan niet op aanzeggen van het college van dijkgraaf en heemraden. Hierbij dient vooraf contact opgenomen te worden met de toezichthouder van het waterschap. Zijn aanwijzingen dienen direct te worden opgevolgd.
2.47
Na voltooiing van de werkzaamheden moet de vergunninghouder ervoor zorgdragen dat alle achtergebleven materialen, gereedschappen, werktuigen en/of tijdelijke voorzieningen worden verwijderd.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 9 van 13
2.48
De afrit moet uiterlijk een half jaar na afronding van de werkzaamheden in het kader van Nieuwbouwplan ‘Ontwikkeling OBS’ door de vergunninghouder worden verwijderd.
2.49
De duiker moet worden gelegd op een verdicht zandbed van 0,30 meter of gelijkwaardig met de binnenonderzijde van de buizen op een hoogte van NAP -2,15 meter. Voorafgaand aan het plaatsen van de duiker moet de hoogtemaat door de toezichthouder zijn goedgekeurd.
2.50
De duiker moet zijn samengesteld uit betonnen buizen van het type MS of gelijkwaardig materiaal en moet daarnaast voldoen aan de NEN 7126 en van kwaliteit I zijn.
2.51
De dam met duiker moet worden aangebracht zoals op principetekening 12 is aangegeven.
2.52
De duiker moet voldoen aan de volgende afmetingen: - inwendige buisdiameter minimaal 500 millimeter; - totale maximale buislengte 14,40 meter.
2.53 2.54
De duikerbuizen moeten in een rechte lijn in het midden van het water (de watergang) worden gelegd en waterdicht op elkaar worden aangesloten. Te leggen duikerbuizen mogen niet uitsteken in andere wateren. Duikers die haaks op een ander water uitkomen, moeten met het talud mee worden afgeschuind. Hierbij mag als laatste element geen (inge)korte duikerbuis worden gebruikt.
2.55
De onderzijden van de uiteinden van de duiker mogen niet uitsteken in het water.
2.56
De aanvulling van de dam moet vanaf het zandbed tot halverwege de buishoogte worden gemaakt van zand, daarna van gebiedseigen grond tot 0,20 meter boven de bovenkant van de duiker en vervolgens grond, zand of verharding.
2.57
De taluds aan de uiteinden van de duiker moeten worden opgezet onder een helling van ten minste 1:1 en als volgt worden afgewerkt: - bekleding met klei, die moet worden ingezaaid met bermgras óf - taludbescherming tot op de bodem van het water, zoals grasbetonstenen, die wordt opgevangen door een betuining.
2.58
De dam met duiker mag niet binnen een straal van 10,00 meter van een ander kunstwerk zoals een duiker of een brug worden geplaatst.
2.59
De dam met duiker mag niet binnen 20,00 meter benedenstrooms van een stuw worden geplaatst.
2.60
De vergunninghouder is verplicht de dam met duiker én het water over een lengte van 1,00 meter aan weerszijden van de dam met duiker, in goede staat te onderhouden en schoon te houden. Dit betekent in ieder geval dat eventueel aanwezige baggerspecie en/of begroeiing regelmatig moet worden verwijderd en dat beschadigingen en/of verzakkingen van de dam met duiker met bijbehorende werken én van het talud direct moeten worden hersteld. Ook moet begroeiing op de dam met duiker en obstakels in het water en/of duikerbuizen die de berging, doorstroming en/of doorvaart kunnen belemmeren, door vergunninghouder worden verwijderd. Vooraf moet contact worden opgenomen met de toezichthouder. Zijn aanwijzingen moeten worden opgevolgd.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 10 van 13
2.61
Als de dam met duiker naar het oordeel van het waterschap geen functie meer vervult, dan moet de dam met duiker worden verwijderd. Het plaatselijke profiel van het water moet dan worden hersteld en worden ingezaaid met bermgras.
2.62
De duiker moet uiterlijk een half jaar na afronding van de werkzaamheden in het kader van Nieuwbouwplan ‘Ontwikkeling OBS’ door de vergunninghouder worden verwijderd.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 11 van 13
Deel 2 Aanvraag en overwegingen Aanleiding De aanvraag is gedaan in verband met het nieuwbouwplan op locatie. Activiteiten waarvoor vergunning wordt aangevraagd De aanvraag betreft het volgende: het aanbrengen van een tijdelijke dam met duiker, het verleggen van twee persleidingen, het aanleggen van vrij verval riolering en het verwijderen van twee persleidingen ter plaatse van de Oudkerkseweg te Giessen-Oudekerk, nabij dijkpaalnummer GI034. Procedure De aanvraag is ontvangen op 22 februari 2021 en geregistreerd onder nummer 2021024719. De aanvraag is aangevuld/aangepast op 15 april 2021. Toetsing van de aanvraag De aanvraag is getoetst aan de doelstellingen van de Waterwet en de Keur Waterschap Rivierenland 2014. Deze doelstellingen en belangen vormen de basis voor vergunningverlening en zijn vastgelegd in wettelijk vastgestelde normen en aanvullend beleid. Overwegingen - De aanvraag is getoetst aan de algemene toetsingscriteria van de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en aan waterhuishoudkundige uitgangspunten.
-
-
-
-
Wat betreft de drukriolering De aanvraag is ook getoetst aan beleidsregel 5.19: ‘Kabels en leidingen in een waterkering en/of bijbehorende beschermingszone’. Geconstateerd is dat de leiding is ontworpen conform de eisen van de NEN 3650-serie. Er wordt geen privaatrechtelijke overeenkomst gesloten ten aanzien van het eigendom van het Waterschap Rivierenland ten behoeve van kabels en leidingen. Uit de toetsing blijkt dat de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria, daarom kunnen wij de gevraagde vergunning, onder het stellen van de in deel 1 genoemde voorschriften, verlenen. Wat betreft de tijdelijke op-/afrit met een duiker De aanvraag is getoetst aan de algemene toetsingscriteria van de Beleidsregels behorende bij de Keur Waterschap Rivierenland 2014 en aan waterhuishoudkundige uitgangspunten. De aanvraag is ook getoetst aan beleidsregel 5.21: ’Wegen, parkeerplaatsen en perceelsontsluitingen (op- en afritten, trappen en aanbermingen) in de waterkering en bijbehorende beschermingszones’. In laatstgenoemde beleidsregel is onder meer bepaald dat een op-/afrit (bedrijfsmatig) in de beschermingszone van de waterkering maximaal 4,5 meter mag zijn met een berm van 0,50 meter aan beide zijden.
De onderhavige aanvraag is echter gericht op op-/afrit van 5,00 meter breed en een berm van 1,00 meter aan beide zijden Aangezien de aanvraag op dit onderdeel in strijd is met de door ons vastgestelde beleidsregel, is onderzocht of er in dit geval zwaarwegende belangen of omstandigheden aanwezig zijn die een afwijking van de beleidsregel kunnen rechtvaardigen.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 12 van 13
-
-
-
-
Hierbij is vastgesteld dat er een op-/afrit van minimaal 5,00 meter nodig is ten behoeve van het bouwverkeer in het kader van Nieuwbouwplan ‘Ontwikkeling OBS’ om zo op de bouwlocatie te kunnen komen. Daarnaast is de op-/afrit van tijdelijke aard waardoor deze na afronding van de werkzaamheden verwijderd dient te worden. Op basis van de hiervoor genoemde feiten en omstandigheden concluderen wij dat de aanvrager in dit geval door een strikte toepassing van de beleidsregel onevenredig in zijn belangen zou worden geschaad. Er is daarom voldoende reden om van de beleidsregel af te wijken, mits de onder deel 1 genoemde voorschriften worden nageleefd. Wat betreft de dam met duiker De aanvraag is ook getoetst aan beleidsregel 5.6: 'Het plaatsen van dammen met duikers in oppervlaktewaterlichamen'. De duiker wordt uiterlijk een half jaar na afronding van de werkzaamheden verwijderd. Uit de toetsing blijkt dat de aanvraag voldoet aan de toetsingscriteria, daarom kunnen wij de gevraagde vergunning, onder het stellen van de in deel 1 genoemde voorschriften, verlenen.
Conclusie De in de vergunning opgenomen voorschriften waarborgen dat de doelstellingen van het waterbeheer en waterkeringbeheer voldoende worden beschermd. Op grond van de overwegingen bestaan daarom voor Waterschap Rivierenland geen bezwaren tegen het verlenen van de gevraagde vergunning.
W ater s c ha p Ri v i er e n l an d Ons kenmerk: 2021024719/2021071921 Pagina 13 van 13
Deel 3 Bezwaar en aandachtspunten Bezwaar Wij wijzen u op de mogelijkheid om op grond van artikel 7:1 van de Awb bezwaar te maken tegen ons besluit door het indienen van een bezwaarschrift. De termijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na verzenddatum van dit besluit. Het bezwaarschrift moet bevatten uw naam en adres, de dagtekening, een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar is gericht en de gronden van het bezwaar. Ook moet het bezwaarschrift ondertekend zijn. U kunt het bezwaarschrift sturen aan het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland, Postbus 599, 4000 AN Tiel. U kunt uw bezwaarschrift ook digitaal indienen via het daartoe bestemde formulier. Daarvoor moet u beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Wij verwijzen u daarbij naar onze website onder het kopje “Regelen en aanvragen”. Naast het indienen van een bezwaarschrift kan op grond van artikel 8:81 Awb een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening worden gedaan bij de Voorzieningenrechter van de rechtbank Gelderland, Team bestuursrecht, postbus 9030, 6800 EM Arnhem. U kunt ook digitaal een voorlopige voorziening aanvragen bij genoemde rechtbank via http://loket.rechtspraak.nl/bestuursrecht. Daarvoor moet u wel beschikken over een elektronische handtekening (DigiD). Kijk op de genoemde site voor de precieze voorwaarden.
Aandachtspunten 1. Tegen dit besluit kan ook door andere belanghebbenden bezwaar worden gemaakt. De bezwaartermijn voor het indienen van een bezwaarschrift bedraagt zes weken vanaf de dag na verzenddatum van dit besluit. Wij wijzen u erop dat uitvoering van de vergunde activiteiten binnen de bezwaartermijn geheel voor eigen risico is. 2. Het hebben van deze vergunning ontslaat de houder niet van de verplichting om alle redelijkerwijs mogelijke maatregelen te treffen teneinde te voorkomen dat derden of Waterschap Rivierenland ten gevolge van het gebruik maken van de vergunning schade lijden. 3. Als gedurende drie achtereenvolgende jaren geen gebruik is gemaakt van deze vergunning kunnen wij deze vergunning geheel of gedeeltelijk intrekken.
2.41
3.95
9.28
9.37
3.00
1.10
trottoir
particulier
nieuwbouw
particulier
berging
particulier
opsluitband 100x200mm
nieuwbouw
Behoort bij besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland d.d. 03-06-2021 Besluit nummer: 2021024719/2021071921 Goedgekeurd door mevr. A. Koppelman
leggerprofiel DWG GI 032 +000m -0,00
-0,10
1:4 VP -0,75
-0,77
-0,90
-0,96
-1,04
-1,17
18.60
opsluitband 100x200mm
1.69 groenstrook
trottoirband 130/150x250mm
Profiel 1
-0,77
VP -0,85
-0,90
VP -0,75
-0,77
1:1:
-0,77
1:1:
5
-0,75
5
1:2
2.5%
-1,30
1:2
-1,35 ZP= -1,85
-1,11 -1,55
WP= -1,95
NAP -3,00m bestaand nutstracé betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
0.42
aanvulling van grond bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
4.21
2.40
3.85
9.28
10.82
1.36
19.32
parkeerplaats
trottoir
trottoir
nieuwbouw
achteruin
achterpad
trottoir
VP -0,75
-0,77
-0,93
-0,99
-1,09
-0,77
-0,92
2.5%
-1,30
-1,32
opsluitband 100x200mm
opsluitband 100x200mm
opsluitband 100x200mm
molgoot 4 streks BSS
trottoirband 130/150x250mm
Profiel 2
leggerprofiel DWG GI 032 +000m -0,00
-0,08
1:4 VP -0,75
-0,94 2.0% 2.0%
1:1: 5
1:1:
5
-0,77
-0,75
1:2 1:2
5.0%
-1,01
-1,35
-1,51 ZP= -1,85
-1,16
-1,31 -1,95
WP= -1,95
NAP -3,00m bestaand nutstracé betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond 0.42
aanvulling van grond bestaande ondergrond 2.40 pad
Profiel 4
4.21
7.33
parkeerplaats
particulier
molgoot 4 streks BSS
molgoot 4 streks BSS
aanvulling van grond bestaande ondergrond 16.00
Profiel 8
rijbaan
trottoirband 130/150x250mm
18.44 particulier
opsluitband 100x200mm
2.40 trottoir
opsluitband 100x200mm
4.21 parkeerplaats
trottoirband 130/150x250mm
Profiel 3
aanvulling van grond bestaande ondergrond
opsluitband 100x200mm
0.42
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 500mm bestaande ondergrond
leggerprofiel DWG GI 032 +000m -0,00 -0,55 VP
-1,02
-1,12
-1,31
-0,87
-0,97
2.0%
2.0%
-1,33
-0,92 -1,31
-1,12
-0,87
-1,02
1:1:
-0,34
5
1:2
5.0%
1:1:
5
-0,64
1:2
4.8%
-1,14
-0,79
2.0%
-1,33
5.0%
-0,61
-0,76
-0,37
1:4
-0,75 ZP= -1,85 -1,35 -1,59 -2,15
NAP -3,00m
3.00
12.70
8.10
trottoir
nieuwbouw
schoolplein
VP -0,55
-0,57
-0,63
-0,68
Profiel 6
-0,57
particulier
-0,00 -0,31
1:4
1:1:
1:1:
5
2.0%
5
-0,75
VP -0,75
1:2
Legenda
parkeerplaats
grond aanvullen menggranulaat 0/31,5 ongeroerde grond zand bestaand maaiveld met verharding
2.0%
-1,35
-1,43
0.42
-0,77
1:2
-1,26
duiker, beton ∅500mm
grond ontgraven
leggerprofiel DWG GI 032 +000m
-0,73
2.0%
-0,92
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
molgoot 4 streks BSS
aanvulling van grond bestaande ondergrond
opsluitband 100x200mm
VP -0,50
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 500mm bestaande ondergrond
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
opsluitband 100x200mm
Profiel 5
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
-2,62
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm menggranulaat 0/31.5, dik 300mm zand in zandbed, dik 500mm geotextiel bestaande ondergrond 0.40 2.07 4.21
opsluitband 100x200mm
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 500mm bestaande ondergrond
NAP -3,00m
trottoirband 130/150x250mm
NAP -3,00m
WP= -1,95
-1,06
-1,14
-1,18
NAP +3,00m
2.0%
+6,20
ZP= -1,85
-1,26
hoogtemaatvoering 4.00
WP= -1,95
NAP -3,00m
maatvoering
NAP -3,00m betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm aanvulling met zand bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
2.00
1.35
9.30
11.06
2.84
berging
achterpad
particulier
nieuwbouw
particulier
-0,77
VP -0,75
-0,77
-0,85
VP -0,80
opsluitband 100x200mm
-0,94 2.0% 2.0%
-0,77
-0,92
VP -0,75
-0,77
contouren nieuwbouw
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 500mm bestaande ondergrond
Profiel 9 Bestaande maaiveldlijn o.b.v. AHN Gebouwlocatie en afmetingen ter indicatie, maten kunnen afwijken Maten in meters, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld
trottoirband 130/150x250mm
4.00 particulier
opsluitband 100x200mm
11.06 nieuwbouw
opsluitband 100x200mm
3.00 particulier
-0,92
betontegel, dik 50mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm aanvulling met zand bestaande ondergrond
-0,90
-1,31
-0,50
4.60
-1,00
Project
Ontwikkeling OBS te Giessen-Oudekerk
Opdrachtgever
Van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer B.V.
1.58
-1,30
-1,15
1:2
ZP= -1,85 WP= -1,95
-1,96
-2,13 -2,53
Onderdeel
NAP -3,00m
-2,42
DWA, PVC ∅250mm HWA, PVC ∅250mm aanvulling van grond, dik 500mm sleuf aanvullen met zand in zandbed bestaande ondergrond
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm nutstracé bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
betontegel, dik 45mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 300mm bestaande ondergrond
aanvulling van grond bestaande ondergrond
0
1
2
3
4m
Rembrandtlaan 650 3362 AW Sliedrecht Telefoon: +31 184 677500 Email: algemeen@adcim.nl
1:1
-1,03
aanvulling van grond bestaande ondergrond
1.80
-0,96 2.0%
-0,98
betonstraatsteen keiformaat, dik 80mm straatlaag van straatzand, dik 50mm zand in zandbed, dik 500mm bestaande ondergrond
trottoir
opsluitband 100x200mm
Profiel 7
NAP -3,00m
NAP referentielijn
-2,35
Concept
Situatie te maken profielen
Rev. Wijziging
Dat.
Get.
Acc.
A
22-01-2021
MC
PvdL
20200556
40
A1+1050mm
Bijlagenummer
Schaal
-
1:100
Toevoeging leggerprofielen
Projectnummer
Tekeningnummer
Formaat
B
Diverse wijzigingen
08-02-2021
RB
MC
Besteknummer
C
Diverse wijzigingen
22-02-2021
RB
MC
--
D
Diverse wijzigingen
2021-04-01
RB
MC
Get.
Gez.
Acc.
Datum
Bestandsnaam
RB
MC
MC
18-01-2021
20200556-C40.dwg
-2.
68 P
P 7 -0.7
P
7 -0.7
2 0.4
TK
7 -0.7 -0.7
1.35
7
6
2.50
bouw
P
8 (C) 07323 5 NAP 1.8 ZP=- 1.95 NAP WP=
7
67
P
P
-0.7
69
uitrit eer verk
90 -0.
96 -0.
65
P
SK
P
P
P vp -0.75
P P
TK
P 7 -0.7
P
P
P
3
A
0
#
#
7
TK
b.o.b. ∅ -2 .15 2.30
#
#
073 ZP=- 238 (C) WP=- 1.85 NAP 1.95 NAP
5.10
3 -0.6
TK
Dijk
7 -0.5
2.0%
1.00
-0.37
1.00
2.0%
TK
0.00
0.00
11m PVC ∅ 000
0.00
VWA huisaansluiting PE ∅125mm HWA huisaansluiting PVC ∅125mm 0.00
11m PVC ∅ 000
0.00
0.00
11m PVC ∅ 000
0.00
HWA kolkaansluiting PVC ∅125mm
10 #
+ 0.88 H 01
HWA inspectieput kunststof met putnummer en deksel hoogte woonrijp
VWA inspectieput kunststof met putnummer en deksel hoogte woonrijp VWA ontstoppingsstuk HWA inlaat 125mm VWA inlaat 125mm
+ 0.88 U 01
laa
n
#
P
30m
HWA uitstroombak
PVC ∅125mm
duiker bestaande perceelinformatie volgens pdok.nl
#
D 1336
∅ 25
1
0
#
0
PVC
∅ 25
bestaande kadastrale grens volgens pdok.nl P
PVC
P
VWA inspectieput beton met putnummer en deksel hoogte woonrijp
HWA ontstoppingsstuk
oe ve
#
Oudk
P
7
29m
nD a v H.J.
+ 0.88 V 01
Kl
#
5
P
at a r t ijks
erks
3
TK
P
P
eweg
7 -0.6
#
1 TK
VWA huisaansluiting PVC ∅125mm VWA transportleiding PE ∅250mm HWA transportleiding PE ∅250mm
#
P
# 11m PVC ∅ 000
P
6 -2.9
5
5
0.00
HWA huisaansluiting PE ∅125mm
#
7 -0.5
talud teen nieuwe persleiding PE100 SDR11 ∅90mm en ∅110mm bestaande persleiding ∅90mm en ∅110mm te verwijderen persleiding ∅90mm en ∅110mm bestaand HWA riool met leidinggegevens bestaand VWA riool met leidinggegevens
P
#
0 10.0
P
at a r t s
, lengte
-0.5
2.50
SK
P
1.80
#
P
#
V
P
#
6
#
-2.9
H -2.7
an v . H.J P
5 -2.7
#
P
#
SK
P
P
25 C ∅ P
P
3.00
P
0
P
-0.7
P
3
#
2
P P
PV
9
talud kruin waterlijn
2.0%
#
7 -0.9
-1.12 2 -1.0
7 -0.5
8.10
#
SK
-1.3
#
T
-2.9
P
V
2 -2.9
250
ool
0 ∅ 25
7 -2.5
PVC
H 354 H 393
Sch
11m
H
P
betonstraatstenen, kf, kl. n.t.b., in keperverband werkgrens middenkruinlijn (referentielijn) regionale waterkering Giessen (GI001/01) contouren kern-/beschermingszone waterkering contour profiel Van Vrije Ruimte
#
#
P
H 448 #
SK
0
6
P
#
# #
∅ 25
-3.1
SK
heesters/struiken #
#
1
PVC
-3.2
22m
2.40
4.21
4
Legenda
uitrit bouwverkeer
#
2.4
5.0%
0.42
7 -2.5
20m
14.4m
-0.5
#
2.0%
#
A
600
SK
23m
2.30 b.o.b. ∅ -2 .15
7
n∅
V
H 394
∅
2.5% 2.5%
0 3
R2.00
7
-0.5
.00 R3
#
G
o Bet
3
beton ∅5 00mm
-1.47
7
R2.0
9 - 0.6 1 H0
vp -0.55
PVC
-0.72
3
-2.1
H 374
SK
2.0%
2.0%
-1.02
1.80
2 -0.9
7 -0.8
2.0%
-
P
16m
3.57
-0.67
2.40
8
5 - 1.2 1 0 V
H 396
2.0%
-0.61
-0.7
1.80
4
P
0 ∅ 25
0.81
0 10.0
P
-2.5
2.40
59m
PVC
-0.67
5.00
2 -0.9 2 . 0 - 9
7 -0.7
7 -0.7 3 -0.9
9 -1.0 9 -0.9
P 1.80
0 -1.3
2.50
P 7 -0.7
#
H
0.60 SK
5
-0.72
#
an v . J .
VH
P
#
SK
4
TK
43m
∅ 25
#
at a r t Dijks
SK
5.0%
2 -2.7
H 417
0
PVC
2
P
5 -2.
60
6 -0.9
7 P
00
R2.
.00 R3
00
∅5
64
H 131
1.35
C
2.69
0.42
2
62
-
P
#
P
PV
2.5%
4.21
P
8 0.92
P
H V
66
1
7 -0.7
P
2.40
V
3 -2.1
2
P
P
H 434
-2.4
P
P
8 - 0.9 2 V0
6 -0.9
P
DSK
P
P
P
SK
-2.69
68
vp -0.75
22m
at a r t rs
P 0.92 -
P
∅ 250
400
P
P
PVC
vp -0.97
P
P
P
H
3 - 2.1 U 01
vp -0.80
P
P
-2.
H 392
eg w e s erk k d u O
1 4.2
P
P
P
SK
P
P
P
P
P
V 50
H 133
P
P
H 627
0
profiellocatie
H0 48
24 72B/H0
72B/H031 39
Grav
46
1B
48
1A
raat
rst emeije
10
72B/H033
8
P
44
1C-1D
Dr.
#
42
72B/H0 29
72
B/
72B/H035
P
37
40
Situatie
72B/H036
#
P
H 618
50
16
72B/H026
72B/H027
72B/H018
72B/H028
22
24
13-13A
15
60
#
P
47
t
58
rstraa
emeije
56
Grav
P
72B/H019
45
54
Dr.
3-3A
20
BR
19 66
t
21
#
72B/H014
64
rstraa
-3.0
30
72B/H016
49A
28
62
emeije Grav Dr.
26
51
erks
53
Grav
72B/H010
Oudk
25
Dr.
eweg
23
38
72B/H009
36
V
66A
27
34 SK
66B -
SK
H 569
72B/H008
57
V
V
t rstraa emeije Grav
V
59
68
72B/H006
raat
erst
TK
61
35
(C) 62 NAP 1474 5 NAP -1.8 5 ZP= -1.9 WP=
Dr.
TK
44
0
2
eij avem
Gr Dr.
37
46
V
W W
TK
39
48
4
TK
63
TK
H
50
#
H
SK
33
42
#
SK
31
40
W TK W
72B/H007
9
-3.0
P
55
32
29
8
-2.5
0
raat
rst emeije
P
H
72B/H017
17
8
TK
52
7
5
18
SK
-2.5
H 575
72B/H0 22
14
72B/H030
43
#
1
72B/H025
12
2
11-11A
9
H 570
TK
V
SK
SK
(C) 073238 NAP .85 ZP=-1 95 NAP WP=-1.
H
SK
67
V BR
54
Oudker
-
-
kseweg
t rstraa
emeije Grav
TK
69
52
Dr.
SK
P
W W W W
-
65
--
TK
SK
em
SK
SK
68
H V
66
TK
HV
G
#
64
62 T
58
60
A
W W W
V SK
H 743
raat eijerst
SK
11
H 568
Grav
va H.J.
SK
vp -0.97
Dr.
V
kstra
V H
n Dij
P
at
H
56
A SK
H TK
V
H.J.
H
073238 ZP=-1. (C) WP=- 85 NAP 1.95 NAP
P
at
kstra n Dij
SK
va
1
#
SK
TK
TK
V
3
7
ev
Klo
9
SK
H 574
H.J.
van
n aa
el
7
Oudker
5
Dijks
TK
TK
P
5
kseweg
1 3
traat
2 SK
TK
BR
H
9
V
2
4
Kloevelaan
11
TK
Dij van
Kloevelaan
-
H.J.
8
17
TK
TK
6
V H
TK
10
#
P
15
4
TK
V
W
P
13
TK
15
8
76
Klo
evela
an
TK
W
29m
32m
SK
-
V
#
SK
-
10
74
-
19
elaan
21
12
0
0
H 274
Kloev
P
#
15
∅ 25
∅ 25
(C) 44 NAP 0733 1.85 ZP=- 1.95 NAP WP=-
Kloevelaan
#
17
Gebouwlocatie en afmetingen ter indicatie, maten kunnen afwijken Maten in meters, tenzij anders vermeld Peilmaten in meters t.o.v. N.A.P., tenzij anders vermeld Materialen in mm, tenzij anders vermeld Diameters in mm, tenzij anders vermeld
# #
P
TK
H 741
21A
07294 ZP=-1 6 (C) WP=- .85 NAP 1.95 NAP
H 566
P
8
H.J
P
#
-
P
nD a v .
P
17
PVC
PVC
at a r t ijks
13
TK
SK
6
H 567
13
6
H 573
W W W
11
#
-
at kstra
58
7 -0.7
P
Behoort bij besluit van het college van dijkgraaf en heemraden van Waterschap Rivierenland d.d. 03-06-2021 Besluit nummer: 2021024719/2021071921 Goedgekeurd door mevr. A. Koppelman
H 435
P
P
19m
0
P
-2.9
V
#
TK
Project
Ontwikkeling OBS te Giessen-Oudekerk
Opdrachtgever
van den Heuvel Ontwikkeling en Beheer B.V.
P P
#
P
H 273 #
∅ 25 0
P
PVC
P
23m
P
P
W
-2.9
Onderdeel
P
6
8m
Situatie te maken werk Bouwrijp inclusief riolering
#
V
Concept
P
-2.9 1
P P
1
TK
#
P P
H 571
4
#
TK
H
7
P
-2.95
P
TK
P
5
10
-2.6
H 572
2
Rembrandtlaan 650 3362 AW Sliedrecht Telefoon: +31 184 677500 Email: algemeen@adcim.nl
P
-2. 5
P
P
V
67
av r G Dr.
ije e m e
7 -0.7
P vp -0.80
4
P
-2.
H 373
PVC
∅ PVC 0 ∅ 40
P
P
H 134 34m
DSK
vp -0.80
P
-3.17
0 -2.5
P 2 -0.9 2 -0.9
6 P
P
9 -2.8
9 -2.8
56
1.35
P
P
SK
7
H
P
P
-3.17 -3.6
SK
H 135
0
P
P
0
∅ 40 PVC 20m 0 ∅ 60 eton B 20m
H
0 -2.5
P vp -0.80
P
P
3 -2.9 SK
DSK
P
∅ 25
TK
P
P
1
P
P
3 1
0 2.4
63
vp -0.80
P
P
P
∅ 500
PVC
-
BR
7 -0.7 7
PVC 14m
r. G
vp -0.85
P
12m
-
P
-0.7
-3.07
52
rave
54
P
0 2.5
H 426
P
6 -1.0 96 -0.
P
--
t
P
P
P
H 369
aa r t s er j i e m
P
07 -3.
V
4
-3.6
50
H
64
H 425
7 -0.7
P
-2.
7 -0.7
P
H 138
V
vp -0.75
7 -0.7
% 2.0
48
SK
TK
TK
P
P
4
4 -1.1 4 -1.1
H 136
H 320
2
6 -1.0 96 -0. P
-1.1
H 368
D
7
3.00
SK
0 2.4 9 -1.0 9 1 - .0
39
H 370
P
46
37
4
-1.1
-0.7
W W
H 139
H 137
1 P
Gra
7
-0.7
3 P -1.1 3 -1.0
vem
H 508
W W W W
t raa
P
35
44
t
rs e j i e
15 00 ∅3 ∅5 C V P 61m
C PV
Dr. TK
34m
(C) P 2 6 4 NA 147 1.85 NAP =- 5 ZP =-1.9 WP
H 355
61
Dr.
5 -1.0 5 9 0 -.
61m
9 -2.7
H 278
P
P
H 619
H 140
H 372
H 427
V
8
TK
TK
H 371
-2.
92 -0.P 2 8 -0.
H 423
H 367
H7
59
SK
H 356
33
42
H 141
93
-2.
59
t a a r st r e j i e m e v Gr a
31
40
H 363
K W T W
Rev. Wijziging
Dat.
Get.
Acc.
A
28-01-2021
RB
MC
20200556
31
A0
Bijlagenummer
Schaal
-
1:200
Diverse wijzigingen
Projectnummer
Tekeningnummer
Formaat
B
Diverse wijzigingen
22-02-2021
RB
MC
Besteknummer
C
Diverse wijzigingen
01-04-2021
RB
MC
--
D
Kadastrale grenzen aangepast
07-04-2021
RB
MC
Get.
Gez.
Acc.
Datum
Bestandsnaam
RB
MC
MC
18-01-2021
20200556-C31.dwg
Huismus- en vleermuisonderzoek Oudkerkseweg 70 te Giessenburg
aan
de
Aanvullend onderzoek in het kader van de Wet natuurbescherming
1
Colofon
Status:
Definitief
Project:
BE/2020/745
Datum:
8 oktober 2021
Samensteller(s):
ir. ing. D. de Boer
Collegiale toets:
ir. T.W.D. Schrader
Opdrachtgever:
VAN DEN HEUVEL B.V. Lekdijk 44 2967 GB Langerak Contactpersoon:
dhr. R. de Groot
Disclaimer Blom Ecologie B.V. is niet aansprakelijk voor schade die voortkomt uit toepassing van de resultaten van werkzaamheden en/of gegevens verkregen van Blom Ecologie B.V. © Blom Ecologie B.V./ Van den Heuvel B.V. Niets uit deze rapportage mag zonder schriftelijke toestemming van de opdrachtgever en Blom Ecologie B.V. worden gebruikt door derden. Onder gebruik worden alle vormen van kopie, openbaarmaking en elke andere toepassing begrepen. Deze rapportage mag alleen gebruikt worden voor het doel waarvoor het is samengesteld.
2
Inhoud 1 Inleiding ......................................................................................................................................... 4 1.1
Aanleiding en doel
4
1.2
Plangebied
5
1.3
Werkzaamheden
5
1.4
Mogelijk aanwezige soorten
6
1.5
Kader Wet natuurbescherming
8
2 Methode .......................................................................................................................................... 9 2.1
Theoretisch kader
9
2.2
Praktische uitvoering
10
2.3
Inventarisaties
12
2.4
Specifieke omstandigheden
13
3 Resultaten ..................................................................................................................................... 14 3.1
Huismus
14
3.2
Vleermuizen
16
3.3
Overige soorten
18
4 Conclusie ...................................................................................................................................... 21 4.1
Huismus
21
4.2
Vleermuizen
21
4.3
Overige soorten
21
4.4
Vervolgstappen
22
4.5
Vooruitzicht projectplanning
22
5 Bronnen ......................................................................................................................................... 24 Bijlage 1 Overzicht waarnemingen ............................................................................................. 25
3
1 Inleiding 1.1
Aanleiding en doel Aan de Oudkerkseweg 70 te Giessenburg is een basisschool gesitueerd. De initiatiefnemer is voornemens het bestaande gebouw op de planlocatie te saneren ten behoeve van de realisatie van een nieuwe basisschool en 11 woningen. Gezien de beoogde ingreep mogelijk leidt tot de aantasting van beschermde natuurwaarden is een oriënterend onderzoek uitgevoerd naar de potentie van de planlocatie en mogelijke negatieve effecten ten gevolge van de beoogde ingreep (Knoops, 2020).
Figuur 1.1
Het plangebied is gelegen aan de Oudkerkseweg 70 te Giessenburg (bron kaartmateriaal: arcgis.com).
Op basis van het oriënterende onderzoek kon de aanwezigheid van nestlocaties, verblijfplaatsen en/of leefgebied van beschermde soorten niet uitgesloten worden (zie tabel 1.1). Om vast te stellen of het schoolgebouw daadwerkelijk een functie heeft voor vorengenoemde soorten was aanvullend onderzoek noodzakelijk. Van den Heuvel B.V. heeft Blom Ecologie B.V. verzocht dit aanvullend onderzoek uit te voeren. In voorliggende rapportage worden de bevindingen beschreven. Onderzoeksdoel In dit aanvullende onderzoek zijn de volgende onderzoeksvragen centraal gesteld: •
Zijn huismussen en vleermuizen aanwezig in het plangebied?
•
Op welke wijze maken huismussen en vleermuizen gebruik van het plangebied? Zijn in het plangebied nesten en/of vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig?
•
Hebben de voorgenomen activiteiten een negatief effect op de voorkomende soorten en/of de functionaliteit van de nesten en/of verblijfplaatsen en leefomgeving van huismussen en vleermuizen?
4
1.2
Plangebied De planlocatie is gelegen aan de Oudkerkseweg 70 te Giessenburg (figuur 1.2). De school is opgetrokken uit gemetselde muren met luchtspouw. Op circa 30 cm vanaf de grond zijn ventilatieopeningen aanwezig. Bovenin de kopgevels is een sierornament gemetseld waardoor de suggestie wordt gewekt dat de zolder toegankelijk is voor fauna. Echter is achter deze openingen gaas aangebracht. Het zadeldak bestaat uit dakpannen met daaronder een houten dakbeschot. Aan de noordzijde van de planlocatie loopt een waterhoudende kavelsloot. Aan de noord- en westzijde is een kleine bosschage aanwezig. Verder staan er enkele vrijstaande bomen en is er een trapveldje aanwezig. Gezien de functie als basisschool vinden er overdag veel verstoringen plaats op en rondom het terrein. De directe omgeving van de planlocatie wordt gekenmerkt door de bebouwing van GiessenOudekerk en een polderlandschap. Op circa 50 meter van de planlocatie stroomt de Giessen welke een barrière vormt voor grondgebonden fauna. Op circa 1,5 km ligt de A15 welke eveneens als barrière geldt. Op circa 2,9 km ligt natuurgebied ‘Merwelanden’.
Figuur 1.2
1.3
Fotografische indruk van de planlocatie en de directe omgeving hiervan.
Werkzaamheden De werkzaamheden zullen op hoofdlijnen bestaan uit: 1. 2. 3. 4. 5. 6.
saneren van bebouwing: algemene sloopwerkzaamheden en afvoer sloopmateriaal; kappen van bomen: kapwerkzaamheden en afvoer hout; verwijderen terreininrichting, waaronder gedeelte van het groen: graafwerkzaamheden, transport (afvoer) van materiaal en groen; egaliseren terrein: graafwerkzaamheden en grondtransport; realisatie nieuw schoolgebouw en 11 woningen: algemene bouwwerkzaamheden; revitalisatie terrein en aanleg verharding: allerhande (straat- en hoveniers) werkzaamheden.
5
1.4
Mogelijk aanwezige soorten Uit het oriënterend onderzoek (Knoops, 2020) is gebleken dat het schoolgebouw op de planlocatie geschikt is als nestlocatie voor de huismus en verblijfplaats van vleermuizen (tabel 1.1). Tabel 1.1
Overzicht van de Soortenbescherming. Voor de benoemde soorten geldt dat aanvullend onderzoek benodigd is (Knoops, 2020). Soortenbescherming
1
Soortgroep
Beschermings-regime Wet nb
Soortspecifiek onderzoek
Mogelijk functie plangebied
Vaatplanten
N.v.t.
Nee
Grondgebonden zoogdieren
N.v.t
Nee
Vleermuizen
Artikel 3.5
Ja
Amfibieën
N.v.t.
Nee
Reptielen
N.v.t.
Nee
Vissen
N.v.t.
Nee
Insecten en andere
N.v.t.
Nee
Vogels (cat. 1 t/m 4) Huismus
Artikel 3.1
Ja
Nestlocaties en foerageergebied
Vogels (cat. 5) Spreeuw1
Artikel 3.1
Ja
Nestlocaties
Verblijfplaatsen
Inventarisatie van cat. 5 vogels (zoals de spreeuw) wordt uitgevoerd tijdens het aanvullend onderzoek naar de huismus.
Tabel 1.2
Overzicht van de potentie voor verblijfplaatsen van de verschillende vleermuissoorten (soortenbescherming) en essentiële vliegroute en/of foerageergebied (Knoops, 2020).
6
Vleermuissoort
Potentie
Boom bewonend
Gebouw bewonend
Onderbouwing
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Potentiële bebouwing
(Massa)winterverblijfplaats gewone dwergvleermuis
Nee
n.v.t.
n.v.t.
Geen hoge bebouwing met bufferende vermogen
Ruige dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Potentiële openingen bomen én bebouwing
in
Laatvlieger
Ja
Nee
Ja
Potentiële openingen voldoende grootte bebouwing
van in
Meervleermuis
Nee
Nee
Ja
Geen waarnemingen in de directe omgeving
Watervleermuis
Nee
Ja
Nee
Afwezigheid boomholte(s) met voldoende inrotting
Franjestaart
Nee
Ja
Nee
Afwezigheid boomholte(s) met voldoende inrotting
Gewone grootoorvleermuis
Nee
Ja
Ja
Plangebied niet in agrarisch gebied en (te) veel lichtverstoring
Rosse vleermuis
Nee
Ja
Nee
Afwezigheid boomholte(s) met voldoende inrotting
Tweekleurige vleermuis
Nee
Nee
Ja
Afwezigheid hoogbouw
openingen
in
Tabel 1.3
Overzicht van de potentie type verblijfplaats per soort (Knoops, 2020).
Vleermuissoort
Zomer
Kraam
Paar
Gewone dwergvleermuis
Ja
Ja
Ja
Nee
Ruige dwergvleermuis
Ja
Nee
Ja
Nee
Laatvlieger
Ja
Ja
Ja
Nee
Figuur 1.3
Winter
Middels openingen bij de kantpannen, een scheur in de muur en dakpannen zonder dak toegankelijke dakgoten kunnen huismussen en vleermuizen het schoolgebouw betreden.
7
1.5
Kader Wet natuurbescherming De soortenbescherming van Wet natuurbescherming valt op grond van internationale verdragen
en
nationaal
beschermde
soorten,
uiteen
in
drie
verschillende
beschermingsregimes. Deze beschermingsregimes betreffen de Vogelrichtlijn (art. 3.1), Habitatrichtlijn (art. 3.5) en de nationaal beschermde soorten (art. 3.10). De bescherming van de huismus valt onder de vogelrichtlijn. Binnen de Vogelrichtlijn wordt onderscheid gemaakt tussen soorten waarvan het leefgebied en de nestplaats jaarrond beschermd zijn en de overige broedvogels waarvan de nestplaats en het leefgebied enkel beschermd zijn tijdens de broedperiode. Vleermuizen vallen onder de bescherming van de Habitatrichtlijn. Naar aanleiding van de beoogde werkzaamheden (paragraaf 1.3) kan overtreding van de volgende verbodsbepalingen optreden:
Wnb, art 3.1 lid 2 en 4 (Vogelrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels als bedoeld in het eerste lid (huismus) te vernielen of te beschadigen, of nesten van vogels (huismus) weg te nemen. Lid 4: Het is verboden vogels als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te storen. Wnb, art 3.5 lid 2 en 4 (Habitatrichtlijnsoorten) Lid 2: Het is verboden dieren als bedoeld in het eerste lid opzettelijk te verstoren Lid 4: Het is verboden de voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in het eerste lid (alle vleermuissoorten) te beschadigen of te vernielen.
8
2 Methode 2.1
Theoretisch kader Ten behoeve van ecologische onderzoek naar een aantal beschermde soorten in Nederland zijn door experts richtlijnen opgesteld. Deze richtlijnen zijn in zekere mate juridische kaders gaan vormen bij de toetsing van onderzoeken op juistheid en volledigheid. Voor de huismus zijn deze richtlijnen vastgelegd in de Kennisdocumenten (BIJ12, 2017). Voor vleermuizen geldt het Vleermuisprotocol (NGB, 2021) als richtlijn. De richtlijnen worden met enige regelmaat door de opstellers geëvalueerd en indien noodzakelijk aangepast. De uitgangspunten zoals deze zijn geformuleerd in de richtlijnen vormen de basis voor het soortspecifieke onderzoek wat wordt uitgevoerd door Blom Ecologie B.V. In tabel 2.1 wordt voor de desbetreffende beschermde gebouwbewonende soorten beknopt weergeven wat de onderzoeksperioden en methode zijn. Tabel 2.1
Samenvatting van de uitgangspunten ten behoeve van huismus- en vleermuisonderzoek zoals deze zijn geformuleerd in het Kennisdocument huismus (BIJ12, 2017) en het Vleermuisprotocol (NGB, 2021).
Huismus Nest: Aantoonbaar door: - Visueel onderzoek in periode 1 april t/m 15 mei (2x veldbezoek avond/ochtend) - Visueel onderzoek in de periode 10 maart t/m 20 juni (4x veldbezoek avond/ochtend) - Inspectie (oplichten dakpannen) in de periode 15 september/1 maart (1x veldbezoek) Functioneel leefgebied: Bestaat met name uit foerageer en slaapplekken. Wordt vastgesteld door waarnemingen en gedrag van alle aanwezige huismussen. (Kennisdocument huismus BIJ12) Vleermuizen Kraamverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (10 mei) 15 mei t/m 15 juli (20 juli) (2x veldbezoek), waarvan minimaal 1 veldbezoek in juni. Indien meerdere soorten worden meegenomen kan het aantal veldbezoeken oplopen tot 3. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. Zomerverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (1 april) 15 mei t/m 15 augustus (1 december) (2x veldbezoek). Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector.
Vervolg op volgende pagina
9
Paarverblijfplaats: Aantoonbaar door onderzoek in de periode (15 juli) 15 augustus t/m 1 oktober (1 november) (2x veldbezoek). De periode is sterk afhankelijk van de soort. Onderzoek is visueel en gericht op in- of uitvliegende individuen, territoriaal gedrag en sociale geluiden. Onderzoek wordt uitgevoerd m.b.v. een batdetector. (Kennisdocument gewone dwergvleermuis, BIJ12 & Vleermuisprotocol, januari 2021) Spreeuw (cat. 5) De nesten van spreeuw (cat. 5) zijn jaarrond beschermd indien er sprake is van ecologische zwaarwegende redenen. Aanwezigheid van nesten van deze soort wordt vastgesteld door het tellen van in gebruik zijnde nesten. In praktijk gebeurt dit in de periode 1 april tot eind juli, betreffende de broedperiode. Voor de soorten zijn geen richtlijnen voor inventarisatie opgesteld, maar wordt de inventarisatie uitgevoerd gedurende het aanvullende onderzoek naar overige jaarrond beschermde broedvogels.
2.2
Praktische uitvoering De praktische uitvoering valt uiteen in standaardprocedure tijdens elk veldbezoek, de reactieve onderzoekswijze die gehanteerd wordt en, indien van toepassing, de aanvullende onderzoeksmethodes. Procedure Op basis van de te verwachten soorten en de relatieve potentie voor deze soorten binnen het plangebied wordt het aanvullende onderzoek ingericht. Voorafgaand aan de daadwerkelijke uitvoering wordt bekeken vanaf welke posities de planlocatie (gevels/daken/dakranden met potentie) het meest efficiënt (strategisch) kan worden onderzocht. De strategische punten, looproute en zichtlijnen zijn afhankelijk van de aanwezigheid van schuttingen, struiken/bomen, verlichting en diverse typen van bebouwing. Tevens zijn deze afhankelijk van de te onderzoeken soortgroep. In figuur 2.1 worden de strategische punten en de meest gebruikte looproutes weergeven. In het voorliggende onderzoek is geen verschil in de strategische uitvoering van het onderzoek tussen de verschillende soortgroepen.
10
Figuur 2.1
Overzicht van de strategische punten en de meest gebruikte looproutes op de planlocatie.
De procedure voor ieder veldbezoek is als volgt: 1. Bepalen strategische punten voorafgaand aan start onderzoek. 2. Overleg met collega(‘s) over strategische punten en looproutes. Als het een vervolgronde betreft worden de resultaten van de eerdere rondes hierin meegenomen; 3. Controle gevels op aanwezigheid van uitwerpselen onder en/of tegen de gevels. Eventueel navraag bij bewoners op (recente) activiteit van huismus en vleermuizen1; 4. Start/uitvoering onderzoek strategische punten en uitvoering conform reactieve onderzoekswijze; 5. Afronding onderzoek, bespreken met collega(’s) van tussentijds resultaat, eventuele onduidelijkheden over verblijfplaatsen en waarnemingen worden in dit stadia goed ondervangen. 1 Op basis van uitwerpselen kan vaak een goede eerste indruk worden verkregen waar nesten en grotere verblijfplaatsen
van vleermuizen aanwezig zijn.
Reactieve onderzoekswijze Binnen de kaders van de Kennisdocumenten en het Vleermuisprotocol (tabel 2.1) is de onderzoekswijze vormvrij. Afhankelijk van omstandigheden zoals de relatieve potentie, ervaring, moment van onderzoek het aantal onderzoekers, en dergelijke, worden door de diverse onderzoeksbureaus op verschillende wijze onderzoek uitgevoerd. Aangezien de te onderzoeken soorten veelal voorkeur hebben voor bepaalde type verblijfsplaatsen en leefgebied wordt door Blom Ecologie B.V. reactief onderzoek uitgevoerd. Dit type onderzoek houdt vast aan strategische punten en looproutes waarbij het geobserveerde gedrag van de te onderzoeken soort en de lokale omstandigheden leidend zijn voor de keuze van de strategische punten of looproute en de verblijfsduur per punt. De strategische punten worden bepaald op locatie voorafgaand aan de start van een onderzoek door een visuele beoordeling op de actuele potentie voor de soort in kwestie.
11
Deze punten kenmerken zich door goed overzicht binnen het plangebied en zicht op zoveel mogelijk potentiële in- of uitvliegopeningen. Voor huismus geldt dat deze strategische posten veelal liggen nabij geschikt leefgebied. Tijdens het aanvullend onderzoek huismus wordt met name gebruik gemaakt van strategische looproutes waarbij alle potentiële nesten gedurende het veldbezoek visueel gecontroleerd worden. Hierbij wordt specifiek gelet op de aanwezigheid van territoriaal gedrag, het gebruik van het leefgebied en het in/uit vliegen uit de nesten. Een onderzoek in de avond wordt afgerond rond zonsondergang. Indien dan nog activiteit van de huismus is binnen het plangebied loopt het onderzoek door totdat er geen waarneembare activiteit van huismus meer is binnen het plangebied. Het aanvullend onderzoek vleermuizen wordt uitgevoerd door een combinatie van strategische punten en looproutes. Tijdens het eerste veldbezoek (zowel in het voorjaar als najaar) worden strategische punten ingenomen. Op het moment dat er sprake is van uitvliegende vleermuizen beweegt de onderzoeker zich in tegenovergestelde richting (dus de vleermuis tegemoet) naar het volgende strategische punt om zo een eventueel tweede of daaropvolgende uitvliegend individu, en uiteindelijk zo mogelijk de kolonieverblijfplaats, te lokaliseren. Hierbij blijft de nadruk op de bebouwing die binnen het plangebied vallen.
Tijdens de vervolgonderzoeken wordt per seizoen de strategische punten ingenomen waar op dat moment de hoogste trefkans is. Afhankelijk van het doel van het aanvullend onderzoek (e.g. kraamverblijfplaatsen, functioneel leefgebied e.d.) wordt de nadruk gelegd op strategische
punten
(zomerverblijfplaatsen,
vliegroutes)
of
strategische
looproutes
(paarverblijfplaatsen, winterzwermverblijfplaatsen). Voor alle onderzoeken geldt dat tijdens de rondes de keuze van strategische punten en/of looproutes beïnvloed worden door veranderende omstandigheden. Dit kan zijn een plotselinge verandering van windrichting, sterke toename of afname van windkracht, defecte straatverlichting en dergelijke. Het aantal factoren dat bepaalt waarom een onderzoeker juist de ene richting meer op kijkt dan de andere of er juist voor kiest af te wijken van een gebruikelijke route (door bijv. buurtbewoners die de onderzoeker aan de praat houden, bewoners die honden uitlaten of dergelijke) zijn niet of nauwelijks definieerbaar. De wijze van onderzoek verschilt, met in achtneming van de randvoorwaarden van het Vleermuisprotocol en Kennisdocumenten, dus per datum, per loopronde en per moment. Er is derhalve geen sprake van vaste transecten maar veel eerder van diverse looproutes naar strategische punten waarbij de frequentie van stilstaan en beweging afhankelijk zijn van de omstandigheden op dat moment.
2.3
Inventarisaties Veldbezoeken De planlocatie is 7x bezocht door medewerkers van Blom Ecologie B.V. (tabel 2.2). Tijdens deze bezoeken zijn de planlocatie en de directe omgeving onderzocht op de aanwezigheid van huismussen en vleermuizen. Tijdens het onderzoek is met name gelet op nestindicerend gedrag van huismus alsmede foeragerende/communicerende vleermuizen. Tevens is gelet op de veelgebruikte structuren door huismus en vleermuis voor het bepalen van het functioneel leefgebied. Tijdens de onderzoeksrondes is eveneens gelet op nestindicerend gedrag van cat. 5 vogels en algemene broedvogels.
12
Tabel 2.2
Veldbezoeken op de planlocatie, met per veldbezoek welke functies onderzocht worden en het aantal waarnemers dat is ingezet. De weersomstandigheden voldeden aan de minimumcriteria zoals opgenomen in de Kennisdocumenten huismus en het Vleermuisprotocol (2021).
Veldbezoek
Functie
Aantal
Datum
Zon ▼ ▲
Tijd
Weersomstandigheden
pers. Huismus 1
Nest + leefgebied
1
16-04-2021
06.42
07.15-09.15
0/8, droog, 1 Bft, 0˚C
Huismus 2
Nest + leefgebied
1
30-04-2021
06.13
06.45-08.45
8/8, droog, 1 Bft, 7˚C
Vleermuizen 1
Kraam + zomer
1
04-06-2021
21.52
21.50-00.00
8/8, droog, 0-1 Bft, 20˚C
Vleermuizen 2
Kraam + zomer
1
30-06-2021
22.02
22.00-00.15
8/8, droog, 0-1 Bft, 14˚C
Vleermuizen 3
Kraam + zomer
1
14-07-2021
05.34
03.30-05.40
8/8, droog, 3 Bft, 18˚C
Vleermuizen 4
Paar
1
02-09-2021
20.24
23.00-01.00
1/8, droog, 0-1 Bft, 15˚C
Vleermuizen 5
Paar
1
22-09-2021
19.35
20.30-22.45
018, droog, 1 Bft, 17˚C
behulp
van
verrekijker.
Gebruikte materialen Het
huismusonderzoek
is
uitgevoerd