CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Toelichting, regels en verbeelding bestemmingsplan ‘Entreegebied Kinderdijk’

Raadsvergadering 17 juli 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Bestemmingsplan Entreegebied Kinderdijk en Kwaliteitskader Entreegebied Kinderdijk-Elshout28.318 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Riolering Binnen het plangebied zijn sommige gebouwen wel en andere gebouwen niet aangesloten op de riolering. Het JU-Smitgemaal is niet aangesloten op het riool, ook enkele molen zijn niet aangesloten. Deze zijn voorzien van een Individuele Behandeling van Afvalwater-systeem (IBA). Het Waardhuis, gebouwen rondom Wisboomgemaal en de bezoekersmolen zijn wel aangesloten op de riolering.

68/100

Figuur 4.3 Bestaande rioleringssitua e Natuur In het natuurbeheerplan van provincie Zuid-Holland is te zien dat het natuurgebied ‘Boezems Kinderdijk’ grenst aan het projectgebied. Het gebied omvat de hoge boezems van de Nederwaard, de Overwaard en Nieuw Lekkerland. Klimaatscan Om inzicht te krijgen in de huidige stand van het klimaat in de omgeving van het plangebied zijn de kaarten uit de klimaateffectatlas geraadpleegd.  Hi e: de gevoelstemperatuur binnen het plangebied fluctueert tussen 30 °C (omgeving van de primair watergang) en 40°C (Kinderdijk dorp);  Droogte: Door hoog grondwaterstanden en op basis van expert judgment is het plangebied niet kwetsbaar tegen lange periodes van droogte;  Overstroming: Bij een kleine kans op dijkdoorbraak (1 keer in de 1.000 jaar) kan het gebied meer dan 5 m overstromen;  Water op straat: op basis van een extreme bui van 100 mm in 2 uur kan het water op straat een waterdiepte van 20 cm of meer bereiken, voornamelijk in het Po errein. Toekoms ge situa e Watercompensa e Het plangebied beslaat in totaal circa 71.807 m2. In de huidige situa e bestaat het plangebied uit een onverhard oppervlak en het watersysteem, dit betre circa 57% van het totale gebied. Het plangebied is voor circa 43% verhard.

Bij de herontwikkeling van Kinderdijk moet worden voldaan aan de eisen van het waterschap en de gemeente voor voldoende waterberging in rela e tot de hoeveelheid verhard oppervlak

69/100

die aanwezig is. Met de ontwikkeling van de nieuwbouw en de herinrich ng van de bestaande loca es neemt het verharde oppervlak met circa 3.259 m2 af ten opzichte van de huidige situa e. Geconcludeerd kan worden dat er geen compensa e door toename verharding nodig is. Om de waterbergingsopgave te bepalen, is gekeken naar de opgaves vanuit het beleid van het waterschap en vanuit het Convenant Klimaatadap ef Bouwen. Het is de ambi e van de provincie dat de herontwikkeling aan het Convenant Klimaatadap ef Bouwen voldoet. Bij het opstellen van deze watertoets is nog niet bekend op welke loca es de hiervoor benodigde waterberging is voorzien binnen het plangebied. Grondwatersysteem In het Convenant Klimaatadap ef Bouwen Zuid-Holland staat een ambi e met betrekking tot infiltra e. Het is wenselijk dat 50% (450 mm) van de jaarlijkse neerslag wordt geïnfiltreerd. In totaal moet het voorgenomen watersysteem 1.766 m3 per jaar kunnen infiltreren. Op basis van de beschikbare informa e er wordt geconcludeerd dat door hoge grondwaterstanden in de winterperiode infiltra e niet mogelijk is. In dit geval kan de ambi e om hemelwater te infiltreren het risico op grondwateroverlast vergroten. Oppervlaktewatersysteem en waterkwaliteit Voor het toekoms ge watersysteem geldt het uitgangspunt ‘hydrologisch neutraal ontwikkelen’. Dit geldt voor zowel het oppervlakte- als grondwatersysteem.

Het binnendijks watersysteem is van belang voor de gehele Alblasserwaard; bij Kinderdijk wordt het overtollig water uitgeslagen naar de Lek. Buitendijks zijn op een aantal plaatsen watergangen aanwezig. Door de herontwikkeling van de Po errein worden geen wijzingen in de bestaande waterberging of nega eve effecten verwacht. Voor het aanleggen en behouden van een steiger in een oppervlaktewaterlichaam of beschermingszone, zijn de volgende eisen/uitgangspunten onder meer van toepassing:  Deze niet wordt aangelegd: 1. binnen een natuurvriendelijke oever; 2. in een oppervlaktewaterlichaam met specifieke natuurdoeleinden; 3. in een vaarweg, en;  Wijzigt de afme ngen van het oppervlaktewaterlichaam niet. Het hemelwater moet conform het GRP van Molenlanden te worden afgevoerd. Hierbij geldt het principe vasthouden- bergen- afvoeren. Gelet op de ondiepe grondwaterstanden is infiltra e minder geschikt. Gedacht kan worden aan reten e op daken of gebruik van wadi's. Dit laatste niet nabij waterkeringen. Waterveiligheid en overstroming Het plangebied is kwetsbaar voor overstroming en water op straat. In buitendijkse gebieden is de gemeente verantwoordelijk voor de waterveiligheid. De verantwoordelijkheid beperkt zich tot een goede ruimtelijke ordening en hoogwatercommunica e.

Gebruikers van het buitendijks gebied zijn zelf verantwoordelijk voor overstromingsschade en moeten om deze te beperken zelf maatregelen treffen. Voor de werkzaamheden nabij de waterkering en in het buitendijks gelegen gebied is een vergunning nodig en dient nadere afstemming plaats te vinden met waterbeheerders Rijkswaterstaat en waterschap Rivierenland. Bij de werkzaamheden in het plangebied moet de stabiliteit van de waterkering gewaarborgd blijven.

70/100

Conclusie Het aspect water vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.6

Geluid

Toetsingskader We elijke geluidzone wegen Woningen worden door de Wet geluidhinder (hierna: Wgh) als geluidgevoelige func e aangemerkt. Indien nieuwe geluidgevoelige func es mogelijk worden gemaakt, dan is volgens de Wgh akoes sch onderzoek verplicht indien deze worden geprojecteerd binnen de geluidzone van een weg. Daarnaast dient op basis van jurispruden e in het kader van een goede ruimtelijke ordening aannemelijk te worden gemaakt dat ook sprake is van een aanvaardbaar geluidniveau wanneer de ontwikkeling is gesitueerd nabij niet gezoneerde wegen (30 km/u wegen). Langs alle wegen - met uitzondering van 30 km/u-wegen en woonerven - bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege de weg moet worden getoetst. De breedte van de geluidzone is a ankelijk van het aantal rijstroken en van binnen- of buitenstedelijke ligging. De geluidhinder wordt berekend aan de hand van de Europese dosismaat Lden (L day-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. Deze waarde vertegenwoordigt het gemiddelde geluidsniveau over een etmaal. Onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling is er door Anteagroup een onderzoek naar geluid uitgevoerd; Memo akoes sche beschouwing BP Kinderdijk (Akoes sche beschouwing BP Kinderdijk, 0479411.100, 17 oktober 2022). Dit onderzoek is te vinden in bijlage 6.

Verkeer van en naar de inrich ng Uit de memo 'Verkeer Kinderdijk, d.d. mei 2025' bijlage 7 Rho Adviseurs blijkt dat de beoogde herinrich ng van het entreegebied van Kinderdijk beperkte invloed zal hebben op de verkeersgenera e, omdat de herinrich ng van het gebied niet zal leiden tot hogere bezoekersaantallen ten opzichte van de autonome situa e. De beperkte uitbreiding van gebouwen hebben geen verkeersaantrekkende func e, los van de toeris sche a rac e van Kinderdijk. Het plan leidt tot enkele entallen mvt/ etmaal extra ten opzichte van de autonome situa e. Een dergelijke toename is slechts een frac e van het totale aantal van ruim 6.000 mvt/etmaal op een gemiddelde weekdag. De geluidtoename vanwege indirecte hinder is daarom akoes sch gezien verwaarloosbaar. Conclusie Het aspect geluid vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

71/100

4.7

Verkeer en Parkeren

Toetsingskader We elijk kader Op het gebied van verkeer en vervoer bestaat geen specifieke wetgeving die relevant is voor de voorgenomen ac viteiten. Wel dient in het kader van het ruimtelijk plan dat de ac viteiten mogelijk maakt, te worden onderbouwd dat het geheel voldoet aan een goede ruimtelijke ordening. Dit houdt onder meer in dat er voldoende parkeergelegenheid aanwezig is en de eventuele verkeerstoename niet leidt tot knelpunten in de verkeersafwikkeling en verkeersveiligheid. Verkeersgegevens Als basis voor het onderzoek naar de verkeerskundige effecten van de planontwikkeling is gebruik gemaakt van de memo “Verkeer Kinderdijk” van Rho adviseurs (april 2025), zoals opgenomen in bijlage 7. Dit betre een memo waarin op basis van het stedenbouwkundig plan, een verkeerstromenonderzoek en verkeersprognoses, uitspraken zijn gedaan over de toekoms ge verkeersintensiteiten op wegen in de omgeving van het entreegebied van Kinderdijk. Dit onderzoek is als bijlage aan dit bestemmingsplan toegevoegd. Onderzoek Huidige situa e Verkeersstructuur Gemotoriseerd verkeer Om het plangebied te bereiken kan het gemotoriseerde verkeer gebruik maken van drie ontsluitende routes.

De westelijke ontslui ngsroute loopt via de Molenstraat en West Kinderdijk en gaat verder langs de Noord, om uiteindelijk aan de westzijde van Alblasserdam via de Oost Kinderdijk, de Cortgene, de Haven, de Dam en de Helling aan te sluiten op de Grote Beer. Alle genoemde wegen zijn gebiedsontslui ngswegen met een maximum snelheid van 50 km/u. Langs bijna de gehele route is dicht langs de rijbaan bebouwing aanwezig. Het gaat hierbij om woningen die vanaf het eigen terrein veelal direct op de rijbaan ontsluiten. Door het smalle meanderde wegprofiel van de wegen in combina e met de directe erfontslui ng, voldoen de wegen langs de westelijke route niet volledig aan de richtlijnen van duurzaam veilig. Dan is er een ontslui ng via de Veerdam. Deze verbindt de veerdienst Kinderdijk – Krimpen aan de Lek met de Molenstraat. De Veerdam is een er oegangsweg met een maximum snelheid van 30 km/u. Het betre een smal wegprofiel waar parkeren langs de rijbaan niet is toegestaan. Verder zijn op de route wegversmallingen aanwezig. En tenslo e is er een oostelijke ontslui ngsroute die loopt van Kinderdijk naar Nieuw-Lekkerland. De route maakt gebruik van de Lekdijk en de Schoonenburglaan in Nieuw-Lekkerland om vervolgens ten zuiden van Nieuw-Lekkerland over te gaan in de N480. De Lekdijk is een er oegangsweg buiten de bebouwde kom en hee een maximum snelheid van 60 km/u.

Ter hoogte van de komgrens met Nieuw-Lekkerland gaat de Lekdijk over in een gebiedsontslui ngsweg binnen de bebouwde kom.

72/100

De maximum snelheid bedraagt hier 50 km/u. Uiteindelijk gaat de Lekdijk over in de Schoonenburglaan. Ook dit is een gebiedsontslui ngsweg binnen de bebouwde kom. Via deze route zijn grofweg de kernen ten westen van de A27 en ten zuiden van de Lek te bereiken. Dit gebied hee een zeer lage stedelijkheidsgraad waardoor deze route ten opzicht van de andere routes het minst wordt gebruikt. Parkeren Het parkeren van bezoekers gebeurt op dit moment onder andere ter hoogte van de aanslui ng Molenkade en de Molenstraat. Op deze loca e komen veel verkeerstromen samen, waaronder fietsers die uit het Molengebied komen, voetgangers die van de Watertaxi komen en naar het Molengebied gaan, bezoekers die per bus komen en uitstappen bij de halte. Deze drukke situa e komt de overzichtelijkheid en daarmee de verkeersveiligheid op deze loca e niet ten goede. Fietsers en voetgangers Langs de westelijke en oostelijke ontslui ngsroute maken fietsers gebruik van de rijbaan. Langs de Noord en de Lek ligt tevens een onverplicht fietspad, wat betekent dat fietsers niet verplicht zijn van het fietspad gebruik te maken. Fietsers die gebruik maken van de rijbaan doen dat veelal om dat ze een herkomst of bestemming hebben bij de woningen langs die direct langs deze wegen zijn gesitueerd en worden ontsloten.

De combina e van het smalle meanderende wegprofiel met het feit dat fietsers ook de rijbaan gebruiken leidt in de autonome situa e soms tot verkeersonveilige situa es. Verder loopt er over de Middelkade een fietspad wat fietsers door het Molengebied heen leidt. Fietsers komen ter hoogte van het entreegebied samen met verschillende andere verkeerstromen, waaronder parkerende personenauto's en overstekende voetgangers die naar de Watertaxi gaan. De aanslui ng van deze fietsroute op de Molenkade is dan ook een erg onoverzichtelijke situa e en daarmee poten eel verkeersonveilig in de autonome situa e. Ten zuiden van het bezoekerscentrum maken fietsers en voetgangers gebruik van de Middelkade. De inrich ng van de Middelkade voor beide groepen (fietsers en voetgangers) is onduidelijk waardoor fietsers soms gebruik maken van het voetpad en andersom. Dit leidt tot verkeersonveilige situa es. Openbaar vervoer Ter hoogte van de Voorkamer (entreegebied) zijn bushaltes aanwezig. De bus halteert hier in de ene rich ng in een haltekom in de andere rich ng halteert de bus op de rijbaan. Beoogde ontwikkeling Voor het aspect verkeer en parkeren dient gekeken te worden naar onderdelen van het plan die invloed hebben op de verkeersomvang en verkeersstromen. Het plan voorziet voor een belangrijk deel in het verbeteren van de verkeerskundige situa e rondom de entree.

Deze verkeerskundige ingrepen hebben invloed op de verkeersomvang en verkeersstromen. Hierna een overzicht van de beoogde verkeerskundige ingrepen.

73/100

Realiseren van een transferium Bezoekers die per auto komen zullen in de toekomst niet meer naar het entreegebied rijden. In april 2025 is besloten over de realisa e van een transferium vlakbij de aanslui ng met de A15 in Alblasserdam ten behoeve van Kinderdijk. Het beoogde transferium hee een omvang van 260 parkeerplaatsen wat conform de mobiliteitsstrategie van de SWEK voldoende is voor het opvangen van de beoogde bezoekersaantallen gedurende piekmomenten. Het transferium wordt conform de huidige planning opgeleverd in het eerste kwartaal van 2026. Vanaf dit transferium gaan bezoekers per fiets of pendelbus naar het Molengebied. Daarnaast is de watertaxi een belangrijk vervoermiddel. De tourbussen en campers zullen parkeren op de nieuwe parkeerplaats Westrand. Hiermee komt een aanzienlijke stroom verkeer te vervallen, daarvoor in de plaats zal het aantal pendelbussen toenemen die de bezoekers vanaf het transferium naar het entreegebied brengen. De realisa e van dit transferium is afzonderlijk vergund en maakt geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. Voor de herinrich ng van het entreegebied wordt daarom wel rekening gehouden met de realisa e van het transferium en de invloed op de verkeersstromen van Kinderdijk, maar de impact van het transferium op haar directe omgeving (los van Kinderdijk) worden niet verder behandeld in de onderbouwing.

Parkeeraanbod bewoners/werknemers Met de komst van het transferium wordt de parkeerbehoe e van de bezoekers niet meer opgevangen bij het entreegebied. Echter wordt in de beoogde situa e nog steeds rekening gehouden met parkeergelegenheid voor het opvangen van de parkeerbehoe e van bewoners en werknemers bij het entreegebied. In de onderstaande tabel (figuur 4.4) is de verdeling van het parkeeraanbod in de deelgebieden van het entreegebied weergegeven. Het gaat in totaal om 85 parkeerplaatsen. De SWEK hee hierbij aangegeven minimaal 40 parkeerplaatsen nodig te hebben. Dat aantal is gebaseerd op het totale aantal vrijwilligers: ruim 260 in totaal. Omdat niet iedereen met de fiets kan komen, is dit het absolute minimum om te zorgen dat iedereen die met de auto moet komen, ook echt kan parkeren en het vrijwilligerswerk kan blijven doen. Tegelijker jd worden alle vrijwilligers zoveel mogelijk ges muleerd om op de fiets te komen, zodat het aantal auto's beperkt blij .De parkeerplaatsen voor de vrijwilligers zijn gedacht in de Voorkamer (achter het Waardhuis) en op het Po errein.

Deelgebied

Parkeeraanbod bewoners/werknemers

1

Voorkamer

15 pp

2

Lekdijk

0 pp

3

Middelkade

0 pp

4

Werkeiland Nederwaard

14 pp

5

Werkeiland Overwaard

31 pp

6

Groepenentree/ Educa e eiland

0 pp

7

Rietsnijdereiland

0 pp

8

Het Po errein

25 pp

Totaal

85 pp

Figuur 4.4 Overzicht parkeeraanbod bewoners/werknemers binnen entreegebied, exclusief invalideparkeren

74/100

Herinrich ng Lekdijk ter hoogte van de entree Een groot knelpunt in de bestaande situa e is de onoverzichtelijke situa e ter hoogte van de entree van het Molengebied als gevolg van de vele verkeerstromen die hier samenkomen. Bij de herinrich ng van het entreegebied wordt daarom zo veel mogelijk ingezet op het scheiden van de verschillende verkeersstromen. Om de situa e overzichtelijker te maken wordt onder meer een middenberm aangelegd. Verder komen er haltes voor de shu lebussen om bezoekers die gebruik maken van het transferium te laten in- of uitstappen. Ook is ruimte voor het halteren van de gewone OV bus. De specifieke uitwerking van de herinrich ng is in deze fase nog niet vastgesteld. In figuur 4.5 is de meest recente versie van het schetsontwerp weergegeven als voorbeeld welke mogelijkheden passen binnen de verkeersbestemming.

figuur 4.5. mogelijke uitwerking scheiding verkeersstromen bij entree Fietsstraat Voorkamer Om fietsers en enkele personenauto's (gehandicapten) die aankomen vanaf de Molenstraat veilig te begeleiden naar de entree, wordt een fietsstraat aangelegd. Omdat de aantallen gemotoriseerd verkeer vele malen lager zijn dan het aantal fietsers is een fietsstraat een goede oplossing om beide modaliteiten op een verkeersveilige manier te ontsluiten. Scheiding fietsers en voetgangers Middelkade Er komt een betere logischere scheiding van fietsers en voetgangers ter hoogte van het bezoekerscentrum waardoor de kans op onveilige situa es tussen fietsers en voetgangers wordt verkleind.

75/100

Verkeersgenera e Het plan voorziet dus met name in een verplaatsing en een betere scheiding van verkeersstromen van de bezoekers. Een belangrijke onderdeel daarvan is de verplaatsing van het bezoekersparkeren van de entree van het Molengebied naar het transferium nabij de A15. Uitgezonderd invalide parkeren zullen er na realisa e van het plan geen bezoekers meer per auto naar het plangebied rijden. Onderstaande tabel gee aan wat het effect is van het plan op de verkeersomvang op de omliggende wegen. De tabel gee het aantal gemotoriseerde ri en van bezoekers van Kinderdijk weer in de autonome situa e en de situa e na realisa e van het plan. De nummers in de tabel corresponderen met de nummers uit a eelding 1.6. Het plan behelst verkeerskundig gezien vooral een verplaatsing van verkeerstromen als gevolg van de eerder beschreven verkeerskundige ingrepen (o.a parkeren op afstand, het gebruik van het transferium). Ten opzichte van de autonome situa e is er slechts een geringe verkeerstoename als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Zie hiervoor bijlage 7. Verkeersintensiteiten Het plan voorziet dus met name in een verplaatsing en een betere scheiding van verkeersstromen van de bezoekers. Een belangrijk onderdeel daarvan is de verplaatsing van het bezoekersparkeren van de entree van het Molengebied naar het transferium nabij de A15.

Uitgezonderd invalide parkeren zullen er na realisa e van het plan geen bezoekers meer per auto naar het plangebied rijden. Onderstaande tabel gee aan wat het effect is van het plan op de verkeersomvang op de omliggende wegen. De tabel gee het aantal gemotoriseerde ri en van bezoekers van Kinderdijk weer in de autonome situa e en de situa e na realisa e van het plan. De nummers in de tabel corresponderen met de nummers uit a eelding 1.6.

Figuur 4.6 Verkeersgenera e autonoom vs plan (bron: Verkeer Kinderdijk, april 2025, Rho Adviseurs)

76/100

Figuur 4.7 Loca es thermometerpunten Te zien is dat de totale verkeerstoename zeer gering is. Het gaat slechts om entallen ri en op een piekdag (etmaal). Ook op de Lekdijk is slechts sprake van een zeer beperkte verkeerstoename van 133 mvt/etmaal ten opzichte van de autonome situa e (1.259 mvt/etmaal) op een piekdag 2035. Daarmee komt de totale verkeersintensiteit uit op 1.392 mvt/etmaal op een piekdag in 2035. Het aandeel van de toename van het verkeer als gevolg van het plan is dermate laag dat dit geen nadelige gevolgen hee voor zowel de verkeersafwikkeling als de verkeersveiligheid op de Lekdijk. Daarnaast is een juist een flinke afname van het aantal ri en te zien, onder andere als gevolg van de realisa e van het transferium. Per saldo is er dus sprake van een grotere afname van verkeer dan dat het verkeer in intensiteit toeneemt. Verkeersafwikkeling en Verkeersveiligheid De verkeersafname op de omliggende ontslui ngswegen in combina e met een overzichtelijkere verkeerssitua e rondom het entreegebied zorgt ervoor dat het plan de verkeersveiligheid en verkeersafwikkeling op de omliggende wegen verbetert. De verkeersafwikkeling en de verkeersveiligheid zijn dan ook geen belemmering voor de realisa e van het plan. Parkeren Met het verplaatsen van de verkeerstromen worden ook de parkeervoorzieningen verplaatst.

Het overgrote deel van de parkeercapaciteit wordt verplaatst naar het transferium. Daarnaast kunnen touringcars en campers parkeren op Westrand. Daar zal voldoende parkeergelegenheid aanwezig zijn om de parkeervraag op te vangen. Ook het aspect parkeren werkt daarmee niet belemmerend voor de realisa e van het plan. Voor bewoners, werknemers en vrijwilligers blijven voldoende parkeerplaatsen in het gebied beschikbaar.

77/100

Conclusie Door de planontwikkeling is sprake van een afname van (zoek)verkeer in de dorpen en een verbetering van de verkeersveiligheid door het zo veel mogelijk scheiden van verkeerstromen. De toekoms ge mobiliteitsontwikkeling is gericht op meer gebruik van openbaar vervoer en het terugdringen van het autoverkeer.

4.8

Luchtkwaliteit

Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwaliteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, tel 5.2, van de Wet milieubeheer. De Wet milieubeheer bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, s kstofdioxide en s kstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimtelijke ordenings- prak jk langs wegen vooral de grenswaarden voor s kstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar- en daggemiddelde) van belang. De grenswaarden van de laatstgenoemde stoffen zijn in de volgende tabel weergegeven. Stof

Toetsing van

Grenswaarde

S kstofdioxide (NO2)

Jaargemiddelde concentra e

40 µg/m³

Uurgemiddelde concentra e

Max. 18 keer p.j. meer dan 200 µg/m³

Jaargemiddelde concentra e

40 µg/m³

24-uurgemiddelde concentra e

Max. 35 keer p.j. Meer dan 50 µg / m³

Jaargemiddelde concentra e

25 µg/m³

Fijn stof (PM10)

Fijn stof (PM2,5)

Tabel 4.1 Grenswaarden maatgevende stoffen Wet milieubeheer Besluit niet in betekenende mate (nibm) In het Besluit nibm en de bijbehorende regeling is exact bepaald in welke gevallen een project vanwege de beperkte gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoe te worden getoetst. Hierbij worden twee situa es onderscheiden:  een project hee een effect van minder dan 3% toename van concentra e NO2 (s kstof dioxide) en PM10 (fijn stof) in de buitenlucht;  een project valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontslui ngsweg of kantoorloca es met maximaal 100.000 m² bvo bij één ontslui ngsweg. Onderzoek en conclusie Ten behoeve van de ontwikkeling is er door Antea group een beoordeling van het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd (Antea group, Beoordeling van het aspect luchtkwaliteit, 20220816-479411-rev01, 21 oktober 2022). Dit onderzoek is te vinden in bijlage 8. Onderstaand betre de uitkomsten van dit onderzoek. Met de NIBM-tool (versie 2022) is de maximale toename van de jaargemiddelde concentra es NO2 en PM10 berekend als gevolg van dit extra verkeer. De NIBM-tool gaat uit van de voor luchtkwaliteit meest onguns ge situa e en berekent daardoor het maximale effect. In onderstaande figuur is de berekening met de NIBM-tool opgenomen.

78/100

Figuur 4.8

Berekening bijdrage ontwikkeling met de NIBM-tool.

Uit de berekening met de NIBM-tool volgt dat de ontwikkeling niet in betekenende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. Nader onderzoek naar de gevolgen voor de luchtkwaliteit kan achterwege blijven en het aspect luchtkwaliteit staat verdere besluitvorming niet in de weg. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indica e van de luchtkwaliteit ter plaatse van het plangebied gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool 2021 (h p://www.nsl-monitoring.nl/viewer/) die bij het Na onaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. De dichtstbijzijnde maatgevende weg betre de Molenstraat. Uit de NSL-monitoringstool blijkt dat in 2021 de jaargemiddelde concentra es s kstofdioxide en fijn stof langs deze weg ruimschoots onder de grenswaarden lagen. De concentra es luchtverontreinigende stoffen voor deze weg bedroegen in 2020; 20.2 µg/m3 voor NO2, 16.5 µg/m3 voor PM10 en 9.0 µg/m3 voor PM2,5. Het aantal overschrijdingsdagen van de 24-uur gemiddelde concentra e PM10 bedroeg 6.0 dagen. Aangezien direct langs deze weg ruimschoots aan de grenswaarden wordt voldaan, zal dit ook ter plaatse van het plangebied het geval zijn. Concentra es luchtverontreinigende stoffen nemen immers af naarmate een loca e verder van de maatgevende weg ligt. Conclusie Het aspect luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.9

Ecologie

Toetsingskader Met de Wet natuurbescherming (Wnb) zijn alle bepalingen met betrekking tot de bescherming van natuurgebieden en dier- en plantensoorten samengebracht in één wet. De Wnb implementeert diverse Europeesrechtelijke regelgeving, zoals de Vogelrichtlijn en de Habitatrichtlijn in de Nederlandse wetgeving. Gebiedsbescherming Bescherming van natuurgebieden wordt gewaarborgd door de Wet natuurbescherming (Wnb) en de Wet Ruimtelijke Ordening (Wro). Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Wnb en het Natuurnetwerk Nederland (NNN) wordt beschermd door de Wro.

79/100

Natura-2000 gebieden De Minister wijst gebieden aan die deel uitmaken van het Europese netwerk van natuurgebieden: Natura 2000. Een dergelijk besluit bevat de instandhoudingsdoelstellingen voor de leefgebieden van vogelsoorten (Vogelrichtlijn) en de instandhoudingsdoelstellingen voor de natuurlijke habitats en habitats van soorten (Habitatrichtlijn). De bescherming van deze gebieden hee externe werking, zodat ook ingrepen die buiten deze gebieden plaatsvinden verstoring kunnen veroorzaken en moeten worden getoetst op het effect van de ingreep op soorten en habitats. Natuurnetwerk Nederland (NNN) Gebieden die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN) worden aangewezen in de provinciale verordening. Voor dit soort gebieden geldt het 'nee, tenzij' principe, wat inhoudt dat binnen deze gebieden in beginsel geen nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen mogen plaatsvinden. Soortenbescherming In de Wnb wordt een onderscheid gemaakt tussen: • soorten die worden beschermd in de Vogelrichtlijn; • soorten die worden beschermd in de Habitatrichtlijn; • overige soorten. De Wnb bevat onder andere verbodsbepalingen ten aanzien van het opze elijk vernielen of beschadigen van nesten, eieren en rustplaatsen van vogels als bedoeld in ar kel 1 van de vogelrichtlijn.

Gedeputeerde Staten kunnen hiervan ontheffing verlenen en bij verordening kunnen Provinciale Staten vrijstelling verlenen van dit verbod. De voorwaarden waaraan voldaan moet worden om ontheffing of vrijstelling te kunnen verlenen zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Vogelrichtlijn. Verder is het verboden in het wild levende dieren van soorten, genoemd in bijlage IV, onderdeel a, bij de Habitatrichtlijn, bijlage II bij het Verdrag van Bern of bijlage I bij het Verdrag van Bonn, in hun natuurlijk verspreidingsgebied opze elijk te doden of te vangen of te verstoren. Ook hiervan kan ontheffing worden verleend en bij verordening vrijstelling worden verleend. De gronden voor verlening van ontheffing of vrijstelling zijn opgenomen in de Wnb en vloeien direct voort uit de Habitatrichtlijn. Onderzoek Soortenbescherming Ten behoeve van de beoogde ontwikkeling is door Ecoresult B.V. een quickscan beschermde planten- en dierensoorten uitgevoerd. Dit onderzoek is in de bijlage 9 toegevoegd. Uit het onderzoek blijkt het onderstaande:  Jaarrond beschermde nesten Poten eel geschikte voortplan ngsplaatsen of vaste rust- en verblijfplaatsen en essen eel leefgebied van soorten met jaarrond beschermde nesten in bebouwing zijn in het plangebied aanwezig. Gierzwaluw en huismus kunnen in de daken van de bebouwing in de Entreezone tot broeden komen.

Door de voorgenomen herinrich ng van de Entreezone kunnen permanente schadelijke effecten optreden op eventueel aanwezige vaste rust- en verblijfplaatsen en func oneel leefgebied van huismus en gierzwaluw.

80/100

Nader veldonderzoek is nodig om te onderzoeken of voortplan ngs- en vaste rust- en verblijfplaatsen en func oneel leefgebied van deze soorten in het plangebied aanwezig zijn.  Niet jaarrond beschermde nesten Het plangebied is poten eel geschikt voor vaste rust- en verblijfplaatsen vogels met niet-jaarrond beschermde nesten. Schadelijke effecten op Categorie 5 soorten vogels door uitvoering van de werkzaamheden op beze e nesten zijn te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus). Werken binnen het broedseizoen is enkel mogelijk indien er geen beze e nesten worden verstoord. Indien er binnen het broedseizoen gewerkt wordt is voorafgaand aan de werkzaamheden een controle door een deskundig ecoloog noodzakelijk.  Algemene vogels Het plangebied en de directe omgeving van het plangebied is poten eel geschikt als voortplan ngsplaats voor algemene vogels. Nesten van algemene vogels vallen alleen jdens het broedseizoen onder de bescherming van de wet.

Schadelijke effecten door uitvoering van de werkzaamheden op beze e nesten van algemene vogels zijn onder andere te voorkomen (in gebruik zijnde vogelnesten mogen in principe nooit worden verstoord) door buiten het broedseizoen te werken (buiten grofweg de periode 1 maart – 15 augustus), of een inspec e te laten uitvoeren door een ecologisch deskundige.  Vleermuizen Het plangebied en haar directe omgeving kan func oneren als vliegroute en foerageergebied voor vleermuizen. Aanwezigheid van vleermuizen in gebouwen (gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en meervleermuis) is in deelgebied Entreezone binnen het plangebied niet uit te sluiten. Deze soorten kunnen verblijfplaatsen in de spouw of het dak van een aantal panden in dit deelgebied. De werkzaamheden (sloop en nieuwbouw) kunnen invloed hebben op mogelijk aanwezige verblijfplaatsen. Nader onderzoek wordt uitgevoerd om te bepalen of voortplan ngsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van gewone dwergvleermuis, ruige dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis, laatvlieger en/of meervleermuis aanwezig zijn in gebouwen. Nader onderzoek is nodig naar vliegroutes en foerageergebied.  Zoogdieren Het plangebied is geschikt voor steenmarter (op het Rietsnijderseiland) en waterspitsmuis (langs de Molenkade).

Nader onderzoek is daarom noodzakelijk om te bepalen of er sprake is van vaste rust- en verblijfplaatsen voor deze soorten. Vaste rust- en verblijfplaatsen van bever zijn in het plangebied niet aanwezig. Een enkel passerend dier is niet uit te sluiten. Aanwezigheid van vaste rust- en verblijfplaatsen van noordse woelmuis op de zuidelijke punt van het Rietsnijderseiland en in de rietkraag langs de Molenkade is niet op voorhand uit te sluiten. Met de werkzaamheden kan leefgebied van noordse woelmuis worden weggenomen. Met de (mogelijk in de toekomst) rietsnijder experience op de zuidelijke punt van het eiland, evenals bij het aanleggen van een separaat wandelpad langs de Molenkade gaat poten eel geschikt leefgebied verloren. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk om te bepalen of voortplan ngsplaatsen en/of vaste rust- en verblijfplaatsen van Noordse woelmuis aanwezig zijn. Nader onderzoek is ook nodig indien vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart.

81/100

 Weekdieren Nega eve effecten op pla e schij oren zijn op voorhand uit te sluiten indien de watergangen ongemoeid blijven. Indien bij de werkzaamheden de smalle watergangen op de zuidzijde van het Rietsnijderseiland worden gedempt is er echter mogelijk sprake van een nega ef effect op vaste rust- en verblijfplaatsen van pla e schij oren. Nader onderzoek is daarom noodzakelijk om te bepalen of vaste rust- en verblijfplaatsen en func oneel leefgebied van pla e schij oren binnen het plangebied aanwezig zijn. Indien vaste rust- en verblijfplaatsen aanwezig zijn en de verblijfplaatsen door de werkzaamheden niet kunnen worden ontzien dient een ontheffing of vergunning in bezit te zijn voordat met verstorende werkzaamheden kan worden gestart. Tevens dienen dan mi gerende maatregelen te worden getroffen, zoals het realiseren van vervangend leefgebied. Voor de aanpassingen van het buitenterrein bij het JU Smitgemaal is een separate natuurtoets uitgevoerd (bijlage 10). Op basis van deze natuurtoets is een ontheffing Wnb aangevraagd en verleend voor deze werkzaamheden. Conclusie Op basis van de quick scan wordt vervolgonderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van beschermde soorten. Zo nodig worden mi gerende maatregelen getroffen en ontheffing aangevraagd. Vervolgonderzoek wordt zo veel mogelijk voor vaststelling van het bestemmingsplan uitgevoerd.

Ontheffingen worden aangevraagd voorafgaand aan de uitvoering van de werkzaamheden. Gebiedsbescherming Natuurnetwerk Nederland Het plangebied is gedeeltelijk gelegen in Boezems Kinderdijk, onderdeel van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Een deel van de werkzaamheden in deelgebieden Lekdijk (vernieuwing aanlegsteiger Driehoeksveer), Rietsnijderseiland (de mogelijk toekoms ge oversteek van Rietsnijder experience naar Molenkade) en Molenkade (het doortrekken van het separaat wandelpad) vindt plaats binnen de begrenzing van het NNN. De Molenkade valt binnen de Ambi ekaart en hee beheertype N05.03 Veenmoeras aangewezen. Met het doortrekken van het wandelpad zal een deel van dit gebied worden weggenomen. Hierdoor is mogelijk sprake van een ( jdelijke) nega eve impact op de wezenlijke kenmerken en waarden van het NNN-gebied. Nader onderzoek in de vorm van een “Nee, tenzij”-toets is noodzakelijk en mogelijk dient een vergunning in het kader van de Omgevingsverordening Zuid- Holland te worden aangevraagd. Er is een voortoets (bijlage 2) door Antea uitgevoerd waaruit blijkt dat er geen sprake is van aantas ng van de wezenlijke waarden en kenmerken van het NNN. Derhalve zijn er geen vervolgstappen aan de orde. Natura 2000 Het plangebied ligt direct naast het Natura 2000-gebied 'Boezems Kinderdijk', dit gebied is niet s kstofgevoelig.

Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk is niet aangewezen voor habita ypen, maar wel voor de broedvogelsoorten purperreiger, porseleinhoen, zwarte stern en snor en de niet-broedvogelsoorten smient, krakeend en slobeend. Gezien de ligging van het plangebied direct grenzend aan en deels binnen het Natura 2000-gebied, is een Voortoets noodzakelijk om mogelijke effecten van de werkzaamheden op deze soorten uit te sluiten. Uit de voortoets blijkt dat met uitzondering van vermes ng en verzuring (s kstofdeposi e) significant nega eve effecten op de instandhoudingsdoelstellingen die gelden voor het Natura 2000-gebied Boezems Kinderdijk worden uitgesloten.

82/100

Voor de storingsfactoren verontreiniging, licht en verstoring door geluid en trillingen geldt dat deze kunnen worden voorkomen door een aantal maatregelen te treffen. De maatregelen zijn in de realisa efase:  Verstoring door geluid en trilling voorkomen door: 1. te werken buiten het broedseizoen (voor moerasvogels is dit gemiddeld genomen de periode tussen 1 april en 15 augustus); 2. Voor wat betre de heiwerkzaamheden in deelgebied 1 wordt daarnaast geadviseerd om rus g te starten buiten het broedseizoen en de heiwerkzaamheden in een aaneengesloten periode uit te voeren zodat er maar één keer verstoring optreedt waarbij er een bepaalde mate van gewenning kan optreden zodat stressreac es zoveel mogelijk worden vermeden.  Lichtverstoring voorkomen door overdag te werken en geen bouwlampen toe te passen. De maatregelen zijn in de gebruiksfase:  Lichtverstoring voorkomen door geen buitenverlich ng die uitstraalt op de natuurgebieden toepassen in de deelgebieden 3 t/m 7;  Verontreiniging door zwerfafval voorkomen door het plaatsen van voldoende prullenbakken. Ook de Natura 2000-gebieden 'Donkse Laagten' op circa 7,1 km en 'Oude Maas' op 8,1 km zijn niet s kstofgevoelig. Het dichtstbijzijnde s kstofgevoelige Natura 2000-gebied is de 'Biesbosch' op circa 11,3 km. Al deze Natura 2000-gebieden zijn weergegeven in onderstaande figuur.

Middels de rode ovaal is het plangebied van onderhavige ontwikkeling weergegeven. De paarse cirkel betre het transferium.

83/100

Figuur 4.9 Plangebied en Natura 2000 gebieden Ten behoeve van de ontwikkeling is vanwege mogelijke s kstofdeposi e door Antea group een passende beoordeling opgesteld welke te vinden is in bijlage 2. Geconcludeerd wordt dat het voornemen tot aanpassing van het entreegebied Kinderdijk geen significant (nega eve) gevolgen hee voor enig Natura 2000-gebied. De Wet natuurbescherming, onderdeel gebiedsbescherming, staat besluitvorming niet in de weg. Ten aanzien van s kstofdeposi e zijn in de passende beoordeling met behulp van AERIUS Calculator, versie 2022, de gevolgen van de voorgenomen ontwikkeling voor de s kstofdeposi e op Natura 2000-gebieden berekend. Deze berekeningen zijn zowel voor de gebruiksfase als voor de realisa efase uitgevoerd. Hiervoor zijn als uitgangspunten jaartallen aangehouden waarin diverse ingrepen en ontwikkelingen worden uitgevoerd c.q. gerealiseerd. Dit kan ook in zijn geheel later in de jd plaatsvinden. Zolang de verdeling over de verschillende jaren niet wijzigt, hee dit geen invloed op de resultaten van de uitgevoerde berekening. Gebruiksfase AERIUS Calculator (2022) berekent voor de gebruiksfase geen bijdrage aan de s kstofdeposi e van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar op voor s kstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. De AERIUS-Pdf met de uitgangspunten en resultaten is als bijlage 5 bij de passende beoordeling toegevoegd.

84/100

Omdat er geen sprake is van een toename van s kstofdeposi e op s kstofgevoelige habitats ten gevolge van de gebruiksfase, kunnen significante (nega eve) gevolgen ten aanzien van s kstofdeposi e vanwege deze gebruiksfase worden uitgesloten. Realisa efase AERIUS Calculator (2022) berekent voor de realisa efase geen bijdrage aan de s kstofdeposi e van meer dan 0,00 mol N/ha/jaar op voor s kstof gevoelige habitats in een Natura 2000-gebied. De AERIUS-Pdf met de uitgangspunten en resultaten is als bijlage 6 bij de passende beoordeling toegevoegd. Omdat er geen sprake is van een toename van s kstofdeposi e op s kstofgevoelige habitats ten gevolge van de realisa efase, kunnen significante (nega eve) gevolgen ten aanzien van s kstofdeposi e vanwege deze realisa efase worden uitgesloten. Ten behoeve van het defini eve plan is nogmaals gerekend en wel met de meest actuele versie van AERIUS Calculator. Deze berekening is bijgevoegd als bijlage 17. Conclusie: Het aspect natuur staat het bestemmingsplan niet in de weg.

4.10 Bedrijven en milieuhinder Toetsingskader In het kader van een goede ruimtelijke ordening is het van belang dat bij de aanwezigheid van bedrijven in de omgeving van milieugevoelige func es zoals woningen:  ter plaatse van de naastgelegen woningen een goed woon- en leefmilieu kan worden gegarandeerd;  rekening wordt gehouden met de bedrijfsvoering en de milieuruimte van de betreffende bedrijven. Om de belangenafweging tussen bedrijvigheid en nieuwe woningen in voldoende mate mee te nemen, wordt in dit plan gebruikgemaakt van de VNG publica e Bedrijven en milieuzonering (edi e 2009). Onderzoek Ten behoeve van de ontwikkeling is door Antea onderzoek uitgevoerd omtrent bedrijven en milieuzonering (memo akoes sche beschouwing BP Kinderdijk). Dit onderzoek is te vinden in bijlage 6. Het plangebied bevindt zich in het landelijk gebied ten noordoosten van Ridderkerk. Het plangebied is direct gelegen aan waterweg de Lek. In de omgeving van het plangebied bevinden zich bedrijven, water, horeca, groen en natuur. Bedrijvigheid rondom het plangebied Rondom het plangebied bevinden zich verschillende bedrijven. Een overzicht van de relevante nabijgelegen func es is weergegeven in tabel 4.5.1 (met de milieucategorie op basis van de huidige bedrijfsac viteiten) .

85/100

Tabel 4.5.1 Relevante nabijgelegen func es

Uit de VNG-brochure volgt ten aanzien van de omliggende func es een maximale indica eve richtafstand van minimaal 0 tot maximaal 500 meter (op basis van een 'rus ge woonwijk/rus g buitengebied'). Het aspect geluid is bepalend voor de milieuhinder en het plangebied. Het plangebied ligt niet binnen de maximale indica eve richtafstanden van de bedrijven in de omgeving. Nader akoes sch onderzoek is niet nodig. Bedrijvigheid binnen het plangebied In het plangebied is een tweetal gemalen aanwezig welke milieuhinder (geur en geluid) kunnen veroorzaken. Omdat het gaat om een bestaande situa e in de omgeving waarvan geen nieuwe gevoelige func es worden geprojecteerd, staan de gemalen de planontwikkeling niet in de weg. Middelkade Het is desgewenst mogelijk om op het terras van het huidige bezoekerscentrum te gaan benu en als horeca terras. Tevens is het plan een terras aan de westzijde van het Kinderdijk-café te realiseren. Onderstaande a eelding toont het planconcept.

86/100

Figuur 4.10 Ontwerp en ligging horeca terras in deelgebied Middelkade Het dakterras past binnen het vigerende Bestemmingsplan Werelderfgoed Kinderdijk – Elshout (2017). Het gebouw bevindt zich binnen de enkelbestemming 'Gemengd', waarbij ondersteunde horeca uit ten hoogste categorie 1 van de Staat van Horeca-ac viteiten zijn toegestaan. Het terras aan de westkant valt echter buiten deze bestemming en wordt binnen het huidige bestemmingsplan gerealiseerd op gronden bestemd voor 'verkeer'. Het plangebied kan, gezien de func emenging, worden gezien als gemengd gebied. De richtafstanden voor een café/restaurant (met terras) in een gemengd gebied is 0 meter. Er bevinden zich geen geluidgevoelige objecten in de nabije omgeving. Er wordt voldaan aan de richtafstand. Een akoes sch onderzoek in het kader van een goede ruimtelijke ordening is niet noodzakelijk. Voorkamer Binnen het deelgebied de ‘Voorkamer’ wordt de bestaande horecagelegenheid Buena Vista getransformeerd tot een gemengde bestemming met func es ten behoeve van het erfgoed. Er is niet langer sprake van horeca. Het bestaande dijkgebouw Windkracht 4 wordt aangepast. Dit ligt binnen het vigerende Bestemmingsplan Werelderfgoed Kinderdijk – Elshout (2017). Er is geen specifieke omschrijving binnen de VNG-publica e ‘Bedrijven en milieuzonering’ voor een ontvangstgebouw.

Gezien de func e van het gebouw kan deze worden ingedeeld in de categorie ‘bibliotheken, musea, ateliers e.d.’. Voor deze categorie geldt een richtafstand van 10 meter voor gemengd gebied. De twee woningen Molenstraat 232 en 234 worden gesloopt. Derhalve bevinden zich in de nieuwe situa e geen geluidgevoelige objecten binnen 10 meter van het nieuwe dijkgebouw. Er kan worden aan de richtafstand. Een nader akoes sch onderzoek is niet noodzakelijk.

87/100

Figuur 4.11 Ontwerp en ligging dijkgebouw in deelgebied Voorkamer Rietsnijdereiland Op het ‘Rietsnijderseiland’ kunnen twee nieuwe schuren worden gebouwd, waarvan één werkschuur voor het rietsnijdersbedrijf en één werkschuur die zal dienen als opslagplaats voor de S ch ng Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK). Hier zijn twee vlakken voor opgenomen, waarvan nog niet vast ligt welke schuur in welk vlak zal worden gerealiseerd. Een werkschuur voor het rietsnijdersbedrijf valt in de categorie ‘kurkwaren-, riet- en vlechtwerkfabrieken’ conform de VNG-publica e ‘Bedrijven en milieuzonering’. Voor het milieuaspect geluid geldt een richtafstand van 10 meter. De werkschuur voor de SWEK zal dienen als opslagplaats voor de S ch ng Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK). Voor opslaggebouwen geldt voor geluid een richtafstand van 10 meter. Op het eiland bevindt zich een tweetal woningen. Hoewel nog niet vast staat welke schuur in welk vlak wordt gerealiseerd, bevinden beide vlakken zich op meer dan 10 m afstand van de twee woningen. Aan de richtafstand voor beide func es wordt zodoende voldaan. Een nader akoes sch onderzoek is niet noodzakelijk.

88/100

Figuur 4.12 Ontwerp en ligging Rietsnijderseiland Conclusie Het plangebied ligt niet binnen de maximale indica eve richtafstanden van omliggende bedrijven. Tevens geldt voor de diverse func es binnen het plangebied dat kan worden voldaan aan de richtafstanden. Het aspect bedrijf en milieuzonering vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

4.11 Externe veiligheid Toetsingskader Bij ruimtelijke plannen dient ten aanzien van externe veiligheid naar verschillende aspecten te worden gekeken, namelijk:  bedrijven waar ac viteiten plaatsvinden die gevolgen hebben voor de externe veiligheid;  vervoer van gevaarlijke stoffen over wegen, spoor, water of door buisleidingen. Voor zowel bedrijvigheid als vervoer van gevaarlijke stoffen zijn twee aspecten van belang, te weten het plaatsgebonden risico (PR) en het groepsrisico (GR). Het PR is de kans per jaar dat een persoon dodelijk wordt getroffen door een ongeval, indien hij zich onafgebroken (dat wil zeggen 24 uur per dag gedurende het hele jaar) en onbeschermd op een bepaalde plaats zou bevinden. Het PR wordt weergegeven met risicocontouren rondom een inrich ng dan wel infrastructuur. Het GR drukt de kans per jaar uit dat een groep van minimaal een bepaalde omvang overlijdt als direct gevolg van een ongeval waarbij gevaarlijke stoffen betrokken zijn. De norm voor het GR is een oriënta ewaarde. Het bevoegd gezag hee een verantwoordingsplicht als het GR toeneemt en/of de oriënta ewaarde wordt overschreden.

89/100

Risicovolle inrich ngen Het Besluit externe veiligheid inrich ngen (hierna: Bevi) gee een we elijke grondslag aan het externe veiligheidsbeleid rondom risicovolle inrich ngen. Op basis van het Bevi geldt voor het PR een grenswaarde voor kwetsbare objecten en een richtwaarde voor beperkt kwetsbare objecten. Beide liggen op een niveau van 10-6 per jaar. Bij de vaststelling van een bestemmingsplan moet aan deze normen worden voldaan, ongeacht of het een bestaande of nieuwe situa e betre . Het Bevi bevat geen norm voor het GR; wel geldt op basis van het Bevi een verantwoordingsplicht ten aanzien van het GR in het invloedsgebied van de inrich ng. De in het externe veiligheidsbeleid gehanteerde norm voor het GR geldt daarbij als oriënta ewaarde. Vervoer van gevaarlijke stoffen Per 1 april 2015 is het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en de regeling Basisnet in werking getreden. Het Bevt vormt de wet- en regelgeving, de concrete uitwerking volgt in het Basisnet. Het Basisnet beoogt voor de lange termijn (2020, met uitloop naar 2040) duidelijkheid te bieden over het maximale aantal transporten van, en de bijbehorende risico's die het transport van gevaarlijke stoffen mag veroorzaken. Het Basisnet is onderverdeeld in drie onderdelen: Basisnet Spoor, Basisnet Weg en Basisnet Water.

Het Bevt en het bijbehorende Basisnet maakt bij het PR onderscheid in bestaande en nieuwe situa es. Voor bestaande situa es geldt een grenswaarde voor het PR van 10-6 per jaar. Voor nieuwe situa es geldt de 10-6 waarde als grenswaarde voor kwetsbare objecten en als richtwaarde bij beperkt kwetsbare objecten. In het Basisnet Weg en het Basisnet Water zijn veiligheidsafstanden (PR 10-6 contour) opgenomen vanaf het midden van de transportroute. Tevens worden in het Basisnet de plasbrandaandachtsgebieden benoemd voor transportroutes waarbinnen beperkingen voor nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen gelden. Het Basisnet vermeldt dat op een afstand van 200 meter vanaf de rand van het tracé in principe geen beperkingen hoeven te worden gesteld aan het ruimtegebruik. Voor het groepsrisico geldt op grond van het Bevt slechts een oriënterende waarde en alleen in bepaalde gevallen is het doen van een verantwoording van een toename van het GR verplicht. Onderzoek Er worden geen risicobronnen toegevoegd met de beoogde ontwikkeling(en). Er worden een aantal beperkt kwetsbare objecten mogelijk gemaakt; horeca en restaurants. Ten behoeve van de ontwikkeling is er door Anteagroup een onderzoek naar de externe veiligheid uitgevoerd (externe veiligheid en bedrijven en milieuzonering 0479411.100, 18 augustus 2022/20 oktober 2022). Dit onderzoek is te vinden in bijlage 11.

Op grond van de professionele risicokaart, waarin relevante risicobronnen getoond worden, blijkt in de nabije omgeving van het plangebied één risicovolle bron is gelegen. Daarnaast vindt binnen en nabij het plangebied vervoer van gevaarlijke stoffen plaats over het water. Er worden geen gevaarlijke stoffen vervoerd over de weg, het spoor of door buisleidingen.

90/100

Risicovolle inrich ng: Biokaas Kinderdijk Ten zuiden van het plangebied ligt op circa 1.000 meter de risicovolle inrich ng 'Biokaas Kinderdijk'. Op dit perceel is een bovengrondse propaantank geves gd met een inhoud van 7,2 m3m³. Opgenomen conform Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) is een invloedsgebied aanwezen van 160 meter. Het invloedsgebied van de risicobron valt hiermee niet over het plangebied en vormt geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling. Vervoer van gevaarlijke stoffen over water: Corridor Amsterdam-Rijn Direct grenzend aan het plangebied ligt de vaarweg Corridor Amsterdam-Rijn. Over deze vaarweg vindt het transport van gevaarlijke stoffen plaats. De vaarweg maakt onderdeel uit van het Basisnet (corridor Amsterdam- Rijn). De ligging van de vaarweg ten opzichten van het plangebied is weergegeven in Figuur 4.13.

Figuur 4.13 Risicobron waterweg Amsterdam- Rijn in rela e tot het plangebied (bron: signaleringskaart) Deze vaarweg hee geen risico contour binnen het plangebied. Daarmee wordt voldaan aan de norm- en richtwaarden ten aanzien van het plaatsgebonden risico uit het Bevt. Het plangebied ligt binnen de 200 meter-zone van de vaarweg, daarom moet het groepsrisico inzichtelijk worden gemaakt. De vaarweg maakt onderdeel uit van het Basisnet. Er is gebruik gemaakt van de transportaantallen in de Regeling basisnet. De vaarweg kent ter hoogte van het plangebied bevaarbaarheidsklasse 6, langs een dergelijke vaarweg wordt de oriënta ewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Wel is een beperkte verantwoording van het groepsrisico (beschouwen zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid) conform het Bevt verplicht. De beperkte verantwoording van het groepsrisico is vinden in het onderzoek externe veiligheid & bedrijven en milieuzonering (bijlage 11) Hoofdstuk 5 Verantwoording van het groepsrisico. Conclusie Het plangebied ligt binnen het invloedsgebied van de vaarweg Corridor Amsterdam-Rijn. Hierbij wordt de oriënta ewaarde van het groepsrisico niet overschreden. Uit de beknopte verantwoording groepsrisico blijkt dat de zelfredzaamheid, bestrijdbaarheid en bereikbaarheid van het plangebied voldoende is. Het aspect externe veiligheid vormt zodoende geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling.

91/100

4.12 Kabels en leidingen Toetsingskader Planologisch relevante leidingen en hoogspanningsverbindingen dienen te worden gewaarborgd. Tevens dient rond dergelijke leidingen rekening te worden gehouden met zones waarbinnen mogelijke beperkingen gelden. Onderzoek en conclusie Binnen het plangebied ligt één planologisch relevante leiding, te weten een rioolleiding. Deze leiding is in het bestemmingsplan bestemd en zodoende is de ongestoorde ligging verzekerd.

4.13 Oplegno

e onderzoeken

Naar aanleiding van de ingediende zienswijzen door onder andere omwonenden en S ch ng Wereld Erfgoed Kinderdijk (SWEK) zijn er tussen ontwerp en vaststelling van het bestemmingsplan verschillende wijzigingen aangebracht. Deze wijzigingen hebben vooral betrekking op de zogenaamde Voorkamer, het deelgebied waar het entreegebouw en de horecagelegenheid Buena Vista aanwezig zijn. Zo is er sprake van een aangepast dijk-/entreegebouw in plaats van de sloop van Windkracht 4 en blijven de bebouwing en terreininrich ng (zoals de parkeerplaatsen) bij Buena Vista zo goed als ongewijzigd ten opzichte van de bestaande situa e. De func e ter plaatse van Buena Vista wijzigt wel ten opzichte van de huidige situa e en ook ten opzichte van de situa e zoals voorzien in het ontwerpbestemmingsplan. Ter plaatse wordt nu een gemengde func e toegestaan met func es ten behoeve van het erfgoed, van (uitbreiding van) horeca is niet langer sprake. Tot slot komen er op het Educa e-eiland twee uitbreidingen van bestaande gebouwen. Deze wijzigingen leiden niet tot het opnieuw uitvoeren van de onderliggende onderzoeken. Door middel van een oplegno e zijn de wijzigingen getoetst en is aangetoond dat de wijzigingen tussen het ontwerp en het vast te stellen bestemmingsplan geen effect hebben op de eerdere onderzoeksconclusies. De no e vormt een aanvulling op de bestaande onderzoeken en is opgenomen in bijlage 16.

92/100

Hoofdstuk 5

5.1

Juridische plantoelich ng

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt de juridische regeling van het bestemmingsplan toegelicht. Eerst wordt de opzet van het plan en de planvorm besproken en onderbouwd (paragraaf 5.2). In paragraaf 5.3 volgt een ar kelsgewijze toelich ng op de regels uit de planregeling. Hierbij wordt per onderwerp aangegeven hoe in de planregeling met de randvoorwaarden uit de stedenbouwkundige visie, het beleidskader en de sectorale wet- en regelgeving rekening is gehouden.

5.2

Toelich ng en opzet bestemmingsplan

Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) Dit bestemmingsplan is opgezet conform de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. SVBP2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen conform de nieuwe Wro en Bro moeten worden gemaakt. Hiervoor bevat de SVBP standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, zowel digitaal als analoog. Bestemmingsplannen zijn hierdoor op vergelijkbare wijze opgebouwd en op eenzelfde manier verbeeld. Vanwege de status als werelderfgoed en de daaraan gewenste borging van de ruimtelijke kwaliteit, is er sprake van een gedetailleerd bestemmingsplan, waarbij de gebruiks- en bouwmogelijkheden gedetailleerd zijn bepaald. Toch is er op onderdelen sprake van enige flexibiliteit om de uiteindelijke inrich ng van het gebied goed vorm te kunnen geven. Dit betre de inrich ng van de openbare ruimte, maar bijvoorbeeld ook de bouwmogelijkheden in de Voorkamer, die in een interac ef proces met de omgeving nader vorm gegeven wordt. Op de verbeelding en de planregels zijn echter duidelijke randvoorwaarden ten aanzien van onder andere hoogte en begrenzing van bouwvlakken opgenomen.

5.3

Bestemmingsregeling: ar kelsgewijze toelich ng

Hoofdstuk 1 Inleidende regels Ar kel 1 Begrippen De begripsbepalingen uit ar kel 1 zijn hoofdzakelijk overgenomen uit de SVBP2012. Alleen daar waar specifieke of andere begrippen worden gebruikt in dit bestemmingsplan, zijn die in dit ar kel opgenomen en worden ze hierna kort toegelicht. Ar kel 2 Wijze van meten De wijze van meten uit ar kel 2 is hoofdzakelijk overgenomen uit de SVBP2012.

93/100

Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Ar kel 3 Agrarisch Het meest zuidelijk deel van het Rietsnijderseiland hee , evenals in het voorgaande bestemmingsplan, de bestemming Agrarisch gekregen. Hier zijn in beginsel alleen bouwwerken, geen gebouwen toegestaan. Daarnaast zijn twee vlakken aangeduid voor de bouw van twee nieuwe werkschuren. Daarvan kan er één benut worden voor een werkschuur voor de SWEK en de andere voor het naastgelegen rietsnijdersbedrijf. Welke schuur in welk vlak wordt gerealiseerd is qua func e uitwisselbaar. Wel zijn er in de regels bepalingen vastgelegd over de maximum oppervlakte per schuur en de toegestane hoogte. Ar kel 4 Bedrijf De aanwezige bedrijven in het gebied zijn specifiek aangeduid. Dit wil zeggen dat uitsluitend de aangeduide bedrijfsvorm is toegestaan. Het betre onder andere een gemaal, een rietsnijdersbedrijf en een werkschuur op het Po errein. De bouwmogelijkheden zijn middels bouwvlakken en hoogtebepalen op verbeelding en in de regels begrensd. Ar kel 5 Gemengd Deze bestemming is toegekend aan toeris sche, culturele en educa eve func es in het gebied. Het betre hier onder andere het ontvangstgebouw (Windkracht 4), het horecagebouw en de gebouwen op het Educa e-Eiland. In deze gebouwen is ook aan de genoemde func es ondergeschikte detailhandel toegestaan, zoals een souvenirshop.

Ook horeca is toegestaan uit ten hoogste categorie 2 (tot maximaal 23.00 uur), zoals een restaurant. Dit laatste (horeca) is niet toegestaan ter plaatse van het voormalige Buena Vista). De bouwmogelijkheden zijn middels bouwvlakken en hoogtebepalen op verbeelding en in de regels begrensd. Ar kel 6 Groen Deze bestemming is toegekend aan de gebieden binnen het entreegebied die hoofdzakelijk, ten behoeve van de ruimtelijke kwaliteit, groen moeten blijven. Wandel- en fietspaden zijn wel toegestaan, maar wegen niet. Ter plaatse van de aanduiding 'ontslui ng' is wel een ontslui ng toegestaan voor de bereikbaarheid van onder andere de woning op het werkeiland Overwaard. Op het Po errein is voorts een aanduiding voor een parkeerterrein opgenomen. Hier wordt een parkeervoorziening met een groene uitstraling gerealiseerd. Tot slot is de huidige opstapplaats voor boten aan de Middelkade specifiek aangeduid. Ar kel 7 Natuur De groene randen van het gebied die grenzen aan Natura 2000 gebied zijn bestemd voor Natuur. Hier zijn niet alleen bouwwerken, maar ook bepaalde werken en werkzaamheden aan een vergunningplicht en randvoorwaarden verbonden. In deze randen bevinden zich een aantal bestaande, recrea eve voorzieningen zoals (vis)s jgers en aanlegplaatsen. Deze zijn via een algemene bepaling toegestaan, en dus niet specifiek aangeduid.

Ar kel 8 Tuin Deze bestemming is toegekend aan de tuinen bij de woningen in het gebied. Uitsluitend beperkte bouwwerken, geen gebouwen zijn de zijn toegestaan.

94/100

Ar kel 9 Verkeer De Lekdijk, maar ook de entreezone en de doorgaande structuren in het plangebied hebben de bestemming Verkeer. Voor een goede uitwerking is hier flexibiliteit nodig. Binnen de bestemming zijn uitsluitend bouwwerken, geen gebouwen zijnde en nutsvoorzieningen toegestaan, Ar kel 10 Water Binnen deze bestemming, welke is toegekend aan het gedeelte van de Lek dat binnen het plangebied valt, is een specifieke aanduiding opgenomen voor het gebied waarbinnen (de nieuwe) steigers zijn toegestaan. Ar kel 11 Wonen De woningen in het gebied hebben de bestemming Wonen gekregen. De woningen op het werkeiland Overwaard zijn tevens aangeduid voor 'kantoren' welke naast de woonfunc e ter plaatse zijn toegestaan. Aangeduid is op de verbeelding hoeveel woningen zijn toegestaan. Gebouwen zijn uitsluitend toegestaan binnen het bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouw' is uitsluitend een bijgebouw toegestaan. Ar kel 12 Leiding-Riool (dubbelbestemming) Door het plangebied loopt een drukriolering van het waterschap, deze is op de verbeelding opgenomen door middel van de dubbelbestemming ‘Leiding – Riool’ met een beschermingszone aan weerzijden. In deze beschermingszone gelden beperkingen voor het bouwen van bouwwerken en het uitvoeren van bepaalde werken en werkzaamheden.

Ar kel 13, 14 en 15 Waarde - Archeologie – 2, -4, en -8 (dubbelbestemmingen) Deze dubbelbestemmingen beschermen de archeologische verwach ngswaarden op de gronden in het plangebied. Archeologisch onderzoek is nodig voordat werkzaamheden worden uitgevoerd, a ankelijk van de omvang en diepte en a ankelijk van de verwach ngswaarden van de verschillende gronden. Ar kel 16 Waarde-Cultuurhistorie (dubbelbestemming) De dubbelbestemming “Waarde – Cultuurhistorie” is opgenomen voor het UNESCO werelderfgoed ‘De molens van Kinderdijk – Elshout’. Ter plaatse van deze dubbelbestemming zijn de gronden primair bestemd voor het behoud en herstel van cultuurhistorische waarden, alsmede het benu en van poten ële cultuurhistorische waarden. Op basis van deze dubbelbestemming gelden voor het bouwen, slopen en het uitvoeren van (een aantal) werken en werkzaamheden aanvullende regels met het oog op de cultuurhistorische waarde. Bij de beoordeling of deze handelingen toegestaan kunnen worden, is een rela e gelegd met het Kwaliteitskader en dient er advies ingewonnen te worden van het aangewezen Kwaliteitsteam. Ar kel 17 Waterstaat- Stroomvoerend rivierbed (dubbelbestemming) Voor het stroomvoerend rivierbed van de Lek is een dubbelbestemming opgenomen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=053358b6-8961-4ecd-82de-154f91221cab