CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsvisie Molenlanden 2040 - concept

Raadsvergadering 22 oktober 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6a. Omgevingsvisie 204020.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

17

We vinden het in Molenlanden belangrijk dat iedereen zoveel mogelijk de ruimte krijgt voor initiatieven die bijdragen aan onze ambities en doelen. Daar hoort bij dat belanghebbende partijen al in een vroeg stadium worden betrokken bij het maken van plannen en het beoordelen van initiatieven (participatie). Het is aan de initiatiefnemers om dit op te pakken. We maken ruimte voor initiatieven door een open houding (‘ja, mits-benadering’). We gaan vroegtijdig in gesprek met onze inwoners en ondernemers en denken mee. Figuur; rollen samenleving, gemeentelijke Ook willen we in de toekomst organisatie en bestuur sneller beslissingen nemen, integraal werken en nog transparanter zijn in onze projecten. De gemeente kan bij initiatieven verschillende rollen aannemen (initiërend, regisserend, kaderstellend, faciliterend, verbindend en stimulerend). Dit is afhankelijk van de opgave. De omgevingsvisie biedt kaders in geval het omgevingsplan geen antwoord biedt op de vraag van een initiatief.

middelen beperkt zijn. Voor nu sluiten we aan op bestaande budgetten, maar onze ambities zorgen mogelijk ook voor extra kosten (en baten). De programma’s en projecten die nodig zijn om onze ambities uit de omgevingsvisie te realiseren, nemen we zoveel mogelijk mee in de kadernota en begroting. Indien nodig leggen we afzonderlijke uitvoeringsplannen ter besluitvorming voor. We nodigen ook partners uit om samen onze ambities waar te maken en de maatschappelijke opgaven vorm te geven. Doordat onze samenwerkingspartners, medeoverheden of private partijen ook baat hebben bij deze projecten, zoeken we samen naar financiële ruimte, bijvoorbeeld door samen subsidiemogelijkheden te benutten. We houden de mogelijkheid open om bij particuliere initiatieven, los van de wettelijke kosten hiervoor, een bijdrage te vragen. Om onze doelen en ambities te behalen kunnen we als gemeente verschillende rollen innemen. Van initiatiefnemer of regisseur tot een meer faciliterende rol.

4.4

Veel opgaven waar we in onze gemeente voor staan, kunnen we niet alleen oppakken. We werken samen met andere overheden. Denk aan het Rijk, de provincie Zuid-Holland, buurgemeenten en verschillende ketenpartners. De ketenpartners voor de omgevingsvisie zijn de provincie Zuid-Holland en Veiligheidsregio Zuid-Holland Zuid, Waterschap Rivierenland, de Dienst Gezondheid en Jeugd en de Omgevingsdienst Zuid-Holland Zuid. We opereren steeds meer als één overheid. Steeds meer vraagstukken vragen namelijk om bovenlokale samenwerking. Dat betekent ook dat soms andere overheden of instanties het bevoegd gezag zijn. Bijvoorbeeld het waterschap over peilbeheer en wegen buiten de kernen. Daarin is de gemeente niet besluitvormend, maar we gaan wel het gesprek aan.

De gemeente ziet voor zichzelf in ieder geval een proactieve rol weggelegd als het gaat om de thema’s wonen, werken, duurzaamheid, mobiliteit, agrarische economie en sociaal domein.

4.3

Onze gemeente binnen de regio en provincie

Daarbij wordt de traditionele notie van ‘de regio’ vervangen door een meer flexibele benadering. Als gemeente binden we ons niet aan één specifieke regio, maar werken we samen met meerdere partners in verschillende regio’s, samenwerkingsverbanden en platformen waarin afspraken worden gemaakt die gevolgen kunnen hebben voor ruimtelijke keuzes in onze gemeente. De samenwerking wordt opgezet vanuit thema’s en opgaven. Afhankelijk van de context van de opgaven kiest de gemeente passende samenwerkingsverbanden en samenwerkingspartners. Daarbij merken we op dat de gemeente niet altijd de regierol heeft, maar ook een faciliterende of stimulerende rol kan aannemen.

Financiële uitvoerbaarheid We willen actief aan de slag met de ambities in de omgevingsvisie. Via programma’s, de juridische vertaling in het omgevingsplan, het stimuleren van bewustwording en gedrag (denk aan voorlichting, subsidies en educatie). Of met daadwerkelijke inzet en projecten waarbij de gemeenteraad onder meer via de vaststelling van de begroting haar kaderstellende taak uitvoert. Ook nodigen we organisaties of particuliere initiatiefnemers uit om aan onze ambities mee te werken.

Kosten Bij een faciliterende rol zijn we wettelijk verplicht om kosten die we als gemeente maken te verhalen op de initiatiefnemer. Dit is het geval als er kostenverhaal-plichtige activiteiten zijn. We leggen afspraken hierover vast in een overeenkomst met de initiatiefnemer. Het is in andere gevallen ook mogelijk om dit te regelen via een exploitatiebijdrage in de anterieure overeenkomst, of via de regels van het omgevingsplan (nu nog exploitatieplan).

Investeringen en financiering Voor de ambities en opgaven in deze omgevingsvisie zijn vaak investeringen nodig. Denk bijvoorbeeld aan klimaatadaptatie, energietransitie, onze woningbouwopgave, en het vergroten van onze biodiversiteit. Investeren betekent soms ook keuzes maken omdat de

18

Gebiedsontwikkeling Bij projecten en gebiedsontwikkelingen wordt bekeken hoe wij als gemeente een financiële bijdrage voor onze ruimtelijke ontwikkelingen kunnen vragen van partijen die baat hebben bij de ontwikkeling of voorziening. Het gaat om kosten voor ontwikkelingen of voorzieningen die de leefomgeving verbeteren. Een financiële bijdrage voor dergelijke ruimtelijke ontwikkelingen kan onder de Omgevingswet worden vastgelegd, zowel via een overeenkomst als via regels in het omgevingsplan. Op deze wijze levert de initiatiefnemer bij sommige projecten een bijdrage aan bovenwijkse voorzieningen, bijvoorbeeld voor de aanleg van een rondweg of een park, waar ook het nieuwe project gebruik van maakt. Daarnaast sturen we op voldoende sociale woningbouw bij projectontwikkeling door initiatiefnemers. Als een project niet voorziet in voldoende sociale woningbouw, dan vragen we een bijdrage aan een fonds.

19

Bijlage: Verdieping op thema’s 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7. 8. 9.

Inleiding Aangenaam wonen Ondergrond: water en bodem Landschap, natuur en biodiversiteit Cultuur en erfgoed Bedrijvigheid Energie en warmte Bereikbaarheid Samenleving

21 21 22 25 26 27 30 31 33

20

1.

Inleiding

kleinere huishoudens. We sturen erop dat in 2030 30% van de totale woningvoorraad bestaat uit corporatie/ sociale huurwoningen. We werken samen met woningcorporaties en marktpartijen aan het verkennen van innovatieve oplossingen voor woonvormen. We stimuleren doorstroming door afspraken te maken met corporaties. We faciliteren kleinschalige (tijdelijke) woonvormen die kunnen bijdragen aan de beschikbaarheid en betaalbaarheid van woningen voor specifieke doelgroepen.

In deze omgevingsvisie zijn de leidende ambities voor de toekomst opgenomen. Deze komen uit eerder vastgestelde beleidsdoelen die we per thema beschrijven. In deze bijlage vindt u per thema meer informatie. De thema’s staan niet op zichzelf, maar moeten in samenhang worden gelezen.

2.

Aangenaam wonen De gemeente Molenlanden bestaat uit 20 kernen waarvan 19 dorpen en 1 stad. De kernen hebben allemaal hun eigen identiteit en karakter. Het maakt de gemeente een diverse en unieke gemeente. Dit zien we ook als een kracht. Een prettige woonomgeving heeft te maken met voldoende passende woningen, met toegankelijke voorzieningen die aansluiten bij de behoeften en met een aantrekkelijke leefomgeving.

We streven ernaar dat inwoners langer zelfstandig kunnen blijven wonen, met zorg en welzijn in de eigen woonomgeving. We nemen als gemeente daarbij een informerende en faciliterende rol aan. We stimuleren het levensloopbestendig inrichten van woningen en omarmen initiatieven die hieraan bijdragen. Daarnaast stimuleren we samenwerking tussen verschillende woon- en zorgpartners en moedigen inwoners aan om mee te denken over wonen en zorg.

Woningbouwopgave We willen ook richting de toekomst onze inwoners voorzien van voldoende passende woningen. Er is behoefte aan meer woningen. Door de toename van het aantal inwoners, maar vooral door kleinere huishoudens die bestaan uit één of twee personen. Tot 2030 is er sprake van een woningbouwopgave van rond de 1.460 woningen. Na 2030 zijn nog meer woningen nodig.

Jongeren willen we in het gebied houden door het aangenaam wonen op hun wensen af te stemmen. We maken ook afspraken met woningcorporaties en jeugdhulpaanbieders om betaalbare huurwoningen beschikbaar te stellen aan jongeren die uitstromen uit de jeugdhulp. Denk daarbij aan jongerenappartementen of omklapwoningen om jongeren te helpen bij het vinden van een stabiele en veilige woonplek.

Binnen de gemeente zijn locaties beschikbaar voor de bouw van woningen tot 2030. Traditioneel bouwen is echter niet zonder meer mogelijk in gebieden met sterke bodemdaling. We zorgen voor inbreiding en uitbreiding van onze kernen waar mogelijk en wenselijk. Een zorgvuldige afweging is noodzakelijk van: aantal woningen, inpasbaarheid, woningtypologie, goede ontsluiting en behoud van (landschappelijke) kwaliteiten. We bouwen daar waar geen sprake is van milieubelasting. Een afweging is noodzakelijk op plekken waar dit risico aanwezig is, zoals bij drukke wegen of zware bedrijvigheid.

Daarnaast sluiten we aan bij de specifieke woonbehoefte van bijzondere doelgroepen. We richten de kernen zodanig in dat iedereen er kan (blijven) wonen. We zetten in op het toegankelijk houden van voorzieningen en ontmoetingsplekken. Voor mensen met een beperking of dementie stimuleren we extra maatregelen in onze dorpen en stad op het gebied van veiligheid en comfort. We werken daarbij samen met woon/zorgpartijen. Voor de huisvesting van statushouders bieden we passende woningen, in samenwerking met de woningcorporaties. Ook kiezen we voor degelijke huisvesting voor arbeidsmigranten. Daarin werken we samen met de regio, werkgevers, uitzendbureaus en huisvesters. Ten slotte ligt er de concrete harde opgave om de komende jaren opvanglocaties voor vluchtelingen en asielzoekers te realiseren. Dit doen we kleinschalig zodat dit past bij onze kernen.

De raad heeft besloten om bij nieuwe woonwijken, inbreidingsplannen en particuliere initiatieven waarbij meerdere woningen komen, uitgangspunten te hanteren die bijdragen aan klimaatadaptatie en vergroting van de biodiversiteit. Dit geldt ook voor particuliere initiatieven waarbij meerdere woningen komen (zoals een hofje of herbestemming van een boerderij). Bij deze projecten zorgen we voor een invulling waarmee we waterschade voorkomen en we voorbereid zijn op weerextremen. Bij het bouwen houden we rekening met de bodemgesteldheid en we richten het openbaar gebied klimaatadaptief in. We zetten in op meer groen ter voorkoming van hittestress, het vergroten van de biodiversiteit en ter bevordering van de gezondheid.

Verduurzaming We bouwen en ontwikkelen klimaatadaptief. We houden bijvoorbeeld rekening met waterberging en stimuleren duurzaam (circulair) materiaalgebruik. We zorgen voor meer schaduw en/of meer oppervlakte die geschikt is tegen warmte of juist verkoelend is. Koeling van gebouwen mag niet leiden tot opwarming van de directe omgeving. Bij nieuwbouw en renovatie van scholen en andere publieke gebouwen zorgen we voor een adequate (en CO2-neutrale) koeling.

Passende woningen We signaleren veranderingen in de samenleving die impact hebben op de behoefte en het soort woningen. Er is sprake van een dubbele vergrijzing en behoefte aan woningen voor

21

3. Aangenaam wonen gaat ook gepaard met verduurzaming van bestaand vastgoed. We willen het gebruik van fossiele brandstoffen verminderen. En overgaan van aardgasverwarming naar verwarming met duurzame alternatieven stimuleren. Vanuit de energiebehoeftescan van ons woningbestand dragen we met energiehulp en verduurzamingsmaatregelen bij aan het verduurzamen van woningen. Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Isolatie Programma van het Rijk en bij de Lokale Aanpak Isolatie.

Ondergrond: water en bodem Een natuurlijk water- en bodemsysteem als uitgangspunt De waterrijke en lage ligging van onze gemeente brengt niet alleen prachtige landschappen met zich mee. Er dreigen ook overstromingen door stijgende zeespiegels, vollopende rivieren en toenemende neerslag. De gevolgen van klimaatverandering zijn steeds meer merkbaar. We verwachten dat de gevolgen van klimaatverandering verder toenemen.

Voorzieningen Voldoende toegankelijke voorzieningen en ontmoetingsmogelijkheden spelen een belangrijke rol bij aangenaam wonen en bij het tegengaan van eenzaamheid. We streven tenminste naar behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijk ontwikkeling van nieuwe voorzieningen zolang, conform een van de uitgangspunten in het accomodatiebeleid, daar binnen de kernen draagvlak, draagkracht en eigenaarschap voor is. Zo blijven dorpen leefbaar en voorkomen we extra vervoersbewegingen. Hierbij moedigen wij samenwerking tussen de kernen aan. We hebben aandacht voor de bereikbaarheid van voorzieningen. Vooral in het buitengebied zijn mensen vaak afhankelijk van eigen vervoer. We zoeken naar mogelijkheden om de bereikbaarheid van voorzieningen op peil te houden of te verbeteren.

Het is daarom nodig dat wij ons gaan aanpassen aan de grenzen die het water en de bodem stellen. Niet andersom. En dat we de mogelijkheden van onze natuurlijke systemen optimaal benutten. We moeten de komende jaren ons natuurlijk water- en bodemsysteem als uitgangspunt nemen bij elke keuze en ontwikkeling waar we in onze gemeente voor staan. Maatregelen die hierbij nodig zijn, leggen de komende jaren soms een claim op de ruimte in ons gebied. En hebben impact op het gebruik van de gronden en het karakter van het landschap. We zijn ons ervan bewust dat we ook voor pijnlijke keuzes komen te staan. Dit betekent dat we niet meer overal op de traditionele manier kunnen bouwen. Het is nodig om keuzes te maken. En om klimaatbestendig in te richten, zodat we ook de generaties na ons een leefbare toekomst te bieden hebben. Daarbij hoort ook het opvangen, vasthouden en (vertraagd) afvoeren van regenwater naar watersystemen en aanleg van groen voor schaduwwerking. Hoe eerder we dit uitgangspunt meenemen in onze afwegingen en bijvoorbeeld inzetten op klimaatbestendig bouwen en bij bestaande bouw, hoe minder tijd, energie en geld het ons in de toekomst kost aan schades en andere gevolgen.

We verbeteren de fysieke toegankelijkheid van de buitenruimte en (semi-)openbare gebouwen. We dragen vanuit de Lokale Inclusie Agenda bij aan bewustwording bij ondernemers (inclusief eigenaren van multifunctionele accommodaties, ontmoetingsruimten en sportvoorzieningen) over de mogelijkheden om ervoor te zorgen dat mensen met een beperking volwaardig mee kunnen doen. Die Inclusie Agenda is een verplichting voor de gemeente die voortkomt uit het VN-verdrag handicap. We stimuleren maatregelen om de kernen veiliger te maken, zodat mensen met een beperking of dementie er veilig en comfortabel kunnen wonen. Het onderwijs is (fysiek) toegankelijk voor alle kinderen in onze gemeente.

De ambitie voor de lokale adaptatiestrategie klimaat en bodemdaling luidt dan ook als volgt. Om in 2050 klimaatbestendig te zijn handelt de gemeentelijke organisatie gericht klimaatadaptief vanaf 2024. Ook zijn alle inwoners, ondernemers en organisaties in Molenlanden zich bewust van de risico’s van klimaatverandering op de eigen leefomgeving. Actieve inwoners, ondernemers en organisaties in Molenlanden hebben toegang tot kennis en een financiële bijdrage om klimaatadaptief te kunnen handelen. We streven er daarbij naar om het gebruik en de bescherming van de bodem met elkaar in balans te brengen.

Kwaliteit woonomgeving We kiezen voor behoud en uitbreiding van groen bij herinrichting en benaderen dit integraal met andere ruimteclaims, bijvoorbeeld door het realiseren van groene of waterpassende parkeermogelijkheden. Bij elke herinrichting spannen we ons in om groen te creëren. Dit wordt gedaan door anders te ontwerpen en waar mogelijk af te wijken van traditionele ontwerpprincipes. We zetten in op groen/blauwe dooradering in wijken door middel van aaneengesloten groenstroken in straten. We streven ernaar dat minimaal 20% van nieuwe openbare ruimte groen is ingericht. Bij inrichting wordt ook rekening gehouden met de biodiversiteit. We zijn zeer terughoudend in het kappen van gemeentelijke bomen. Hiermee vervullen we een voorbeeldfunctie. Het duurzaam in stand houden en waar mogelijk uitbreiden van een vitaal boombestand is een belangrijk uitgangspunt binnen boombeheer. Wanneer het onverhoopt toch noodzakelijk is om bomen te kappen, planten we nieuwe bomen terug. Voor groenelementen als gazons, heestervakken en bosplantsoenen willen we handhaven en waar mogelijk verder groen uitbreiden.

22

Bodem In Molenlanden wordt bodemdaling veroorzaakt door verschillende factoren. Het dalende waterpeil (mede door drinkwaterwinning) leidt tot het droogvallen van het bovenste veenpakket. Ook klimaatverandering, met langere aangesloten perioden van warmte en droogte, zorgt voor verdamping van het grondwater. Het droogvallen van het bovenste veenpakket veroorzaakt oxidatie. Hierdoor daalt de bodem en is er CO2-uitstoot. Deze emissie draagt bij aan het versterken van klimaatverandering. Ook de natuurlijke werking van veen als een spons speelt een rol bij de bodemdaling. De grond zakt in onder het gewicht. Deze zogenaamde zetting is vooral een uitdaging in bebouwde gebieden.

van voldoende water voorzien. Vanuit de boezem stroomt water het landelijk gebied in om de streefpeilen zoveel als mogelijk te garanderen. Dit is lastiger voor de hoger gelegen stedelijke gebieden. Het water kan vanuit het landelijk gebied niet naar deze hoger gelegen peilvakken toestromen. We zetten in op voldoende kwalitatief zoet water en de beschikbaarheid hiervan voor in de toekomst. Hier houden we in de ruimtelijke inrichting rekening mee. Waterveiligheid In onze gemeente is er in andere jaargetijden sprake van risico op overstromingen vanuit de Lek, de Merwede, de Linge of de Noord. De kans hierop is 1:10.000 per jaar. De regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden is bij een dergelijke overstroming een zogenaamde badkuip. Er kan al snel een waterdiepte van circa drie tot vijf meter ontstaan. De rivierdijken moeten voor voldoende bescherming zorgen.

We zetten continu in op het voorkomen van verdere bodemdaling. Sterke bodemdaling kan ervoor zorgen dat we op een aantal plaatsen niet zonder meer traditioneel kunnen bouwen. Per gebied zoeken we naar (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling.

Ook is er risico op een overstroming vanuit het regionale boezemsysteem. Een boezem vangt oppervlaktewater (vaarten, kanalen, meren) op of voert het af. Overtollig water van lagergelegen polders stroomt richting rivieren en zee. Boezemkades voorkomen dat bij hoog water het achtergelegen land overstroomt. De boezemkaden in West-Nederland bestaan vaak uit veenrestanten die zijn achtergebleven als dijk van een ringvaart of van een afvoerkanaal voor de droogmaking. Bij zowel te droog als te nat weer kunnen boezemkades verzwakken. Als er in een korte periode te veel water staat, kunnen de boezemkades bezwijken.

Samen met agrariërs kijken we naar een goede balans tussen functie en waterpeil. Daarbij houden we ons aan de gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap. We blijven ruimte bieden aan passende gebruiksfuncties, zoals innovatie van agrarische activiteiten. Daarbij houden we rekening met de omgeving. Juist bij landbouw geldt dat de ondergrond flink kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. Als landbouw met nieuwe ontwikkelingen goed aansluit bij de aanwezige kwaliteiten van de ondergrond, maken we het ruimtegebruik robuuster en toekomstbestendiger.

Maatregelen in het watersysteem dragen bij aan het voorkomen van overstromingen, waardoor minder (kade)versterkingen nodig zijn. Door de waterpeilen op de boezems beter beheersbaar te houden wordt verzwakking tegengegaan. Verder voert het waterschap tot 2050 het Hoogwaterbeschermingsprogramma uit. Doel van dit programma is om de rivierdijken te versterken op basis van de nieuwste normen. Het waterschap werkt ook aan de versterking van de regionale keringen van het boezemwatersysteem.

Tot slot nemen we bij het ontwerp van nieuwe (gebieds)ontwikkelingen maatregelen mee die schade door bodemdaling tegengaan. Daarbij geldt dat deze kosteneffectief zijn over de levensduur van zestig jaar.

Om bij een eventuele overstroming de wederopbouw te versnellen moeten de essentiële elementen van vitale en kwetsbare infrastructuur droog blijven. Het gaat daarbij om vitale en kwetsbare functies als elektriciteit, telecom (publiek en hulpdiensten), drinkwater, afvalwater, rijkswegen en verzorgingshuizen. Ook de gemalen van het waterschap moeten droog blijven, want die zijn nodig om het water weer weg te pompen. We kunnen deze elementen drooghouden als we ze hoger plaatsen, waterdicht afsluiten, van een aparte ringdijk te voorzien of te verplaatsen naar een gebied dat niet overstroomt.

Voldoende water De regio AlblasserwaardVijfheerenlanden (waar Molenlanden deel vanuit maakt) is omsloten door rivieren. Het overgrote deel van ons gebied ligt onder Normaal Amsterdams Peil (NAP). In een droge zomer wordt in Kinderdijk water ingelaten vanuit de Lek. Daarmee wordt ons gebied

Wateroverlast Extreme regenval zorgt ook voor wateroverlast. Dit risico is groter in de bebouwde gebieden. De Alblasserwaard is aan de zuidkant, bij de noordelijke Drechtsteden en Gorinchem, intensief bebouwd. Hoosbuien kunnen daar leiden tot lokale problemen. De inrichting en de mate van verharding zijn hierin zeer bepalend. We streven er dan ook naar om zoveel mogelijk met zogenaamde open structuren (bijvoorbeeld op parkeerterreinen) te werken. Daarmee voorkomen we wateroverlast.

23

Als we waterberging realiseren, koppelen we dat aan andere opgaven. Dat kan bijvoorbeeld bij de aanleg van natuurvriendelijke oevers. Een mooi voorbeeld is een speelplein dat bij extreme neerslag ook dient als waterberging. Waterkwaliteit Als we het hebben over waterkwaliteit gaat het vooral om de ecologische en chemische waterkwaliteit. Een goede ecologische waterkwaliteit zorgt voor een goede leefomgeving voor planten en dieren. Bij een goede chemische waterkwaliteit bevat het water niet te veel afvalstoffen. De meeste plekken voldoen nu nog niet aan een goede ecologische waterkwaliteit. Ook het waterschap en de aanliggende eigenaren voeren onderhoud uit aan het water. Voor het plegen van goed onderhoud is ruimte nodig, evenals voor (tijdelijke) weiland- of baggerdepots om het (kosten) effectief te doen. De Kaderrichtlijn Water (KRW) is een Europese richtlijn over de kwaliteit van het oppervlaktewater en grondwater. De KRW is ook in de Nederlandse Waterwet opgenomen. De wet bevat normen waaraan we moeten voldoen. Het waterschap is waterkwaliteitsbeheerder in de gemeente Molenlanden. De gemeente draagt bij aan de verbetering van de kwaliteit van water in sloten, singels, vijvers en boezems.

Daarvoor houdt de gemeente als eigenaar het water schoon, baggert sloten, verwijdert explosieve kroosgroei, voorkomt blauwalg en botulisme waar dat kan en legt natuurvriendelijke oevers aan. Ook streven we naar verbetering van de waterkwaliteit van de grachten in onze vestingstad Nieuwpoort. Molenlanden kent een aantal grondwaterbeschermingsgebieden. Een grondwater- beschermingsgebied is de zone rondom een waterwingebied. Deze waterwingebieden zijn beschikbaar voor drinkwaterbedrijven. Deze worden gebruikt voor drinkwatervoorziening. Door toestroming van grondwater vanuit de Lek wordt dit grondwater continu aangevuld. Molenlanden heeft twee waterwingebieden: De Put in Nieuw- Lekkerland en De Steeg (oever- en diepe waterwinning) in Langerak. We willen ervoor zorgen dat de grondwaterkwaliteit wordt behouden en beschermd, zodat waterwinning in de waterwingebieden mogelijk blijft.

in op drinkwaterwinning met zo min mogelijk effect op bodemdaling en waterveiligheid. Hiervoor is altijd een zorgvuldige (belangen)afweging noodzakelijk. Hierover stemmen we af met het waterschap en de provincie. Riolering Via onze riolering voeren we afvalwater en neerslag af op een veilige en hygiënische manier. Een aantal rioleringssystemen in de lintbebouwing van onze gemeente heeft de maximumcapaciteit (bijna) bereikt. Onze ruimtelijke ontwikkelingen zijn leidend voor de manier waarop we omgaan met riolering. Ruimtelijke ontwikkelingen blijven dus mogelijk in de lintbebouwingen waar mechanische riolering ligt. Op die plekken vindt herhaaldelijk onderzoek plaats om te beoordelen welke aanpassingen nodig zijn. In de kernen van Schelluinen en Groot-Ammers staat een rioolwaterzuivering, in de toekomst vinden hier mogelijk nog uitbreidingen plaats.

Naast de grondwaterbeschermingsgebieden zijn er in de Omgevingsvisie van de provincie Zuid-Holland ook locaties voor Aanvullende Strategische Voorraden (ASV’s) aangewezen. Dit zijn mogelijke plekken voor een drinkwatervoorziening. Het gaat daarbij om voorraden van grond- en oppervlaktewater die kunnen worden ingezet voor de drinkwaterproductie. In Molenlanden gaat dit om een gebied direct ten zuiden van de Lek tussen Streefkerk en Groot-Ammers, en een gebied oostelijk van Nieuwpoort. Deze gebieden liggen in het veen en zijn gevoelig voor bodemdaling en kunnen waterveiligheid aantasten. Molenlanden zet

24

4.

Landschap, natuur en biodiversiteit De aantrekkelijkheid van onze gemeente wordt mede bepaald door het karakteristieke, open en cultuurhistorische landschap. Na de ontginning van laagveenmoerassen in lange rechte kavels is het zogenaamde slagenlandschap ontstaan. Deze langgerekte percelen grasland, gescheiden door sloten, zijn nog steeds zichtbaar in het landschap van Molenlanden.

Legenda Gemeentegrenzen Natura 2000 gebieden Natuurnetwerk Nederland

Bij keuzes die we maken houden we bewust rekening met de natuur. Negatieve effecten van ontwikkeling op natuur(gebieden) en bestaande ecologische gebieden dienen te worden voorkomen. We zetten ook in op natuurontwikkeling. Het doel is om een groen-blauwe ‘dooradering’ te realiseren. Daardoor ontstaat meer verbinding tussen de verschillende natuurgebieden. We versterken de verbinding tussen kernen en landelijk gebied. Voor het op te stellen Inrichtingsconvenant streven we naar hardere beleidsafspraken over de omvang van de groen-blauwe dooradering in het landelijk gebied. In de kernen zetten we in op het verder vergroenen van de openbare ruimte. Indien aanvullend gronden nodig zijn, zoeken we met agrariërs naar mogelijkheden voor groen-blauwe ontwikkeling op agrarische gronden.

We koesteren het karakteristieke open slagenlandschap en zetten in op het behoud hiervan. Binnen de gemeente liggen verder enkele beschermde natuur-, weidevogel- en stiltegebieden. Er zijn drie Natura 2000-gebieden (deels) binnen de grenzen van de gemeente: Boezems Kinderdijk, Donkse Laagten en Lingegebied & Diefdijk-Zuid. Daarnaast ligt in het buitengebied een aantal grotere natuurgebieden en ecologische verbindingen die deel uitmaken van het Natuurnetwerk Nederland (NNN). Provincie Zuid-Holland is verantwoordelijk voor deze natuurverbindingen en ecologische verbindingen. Daarvan is een aantal in ontwikkeling.

De afname van biodiversiteit speelt een rol bij onze natuurontwikkeling . We zetten in op vergroting van biodiversiteit door bij herinrichting of omvorming van groen met inwoners goed te kijken naar meer variatie in plantsoorten. Samen met Stichting Duurzaam Molenlanden en onze dorpen en stad werken we aan het planten van meer bomen in de gemeente. Initiatieven bij agrarische bedrijven kunnen ook bijdragen aan het vergroten van biodiversiteit. Voor natuurontwikkeling zoeken we ook aansluiting bij andere functies als wandelpaden (‘ommetjes’), spelen en natuureducatie. In het beheer van de groenvoorzieningen zetten we, waar mogelijk, steeds meer in op ecologisch beheer.

25

5.

Cultuur en erfgoed

bezoekersstromen waardoor we ze een hoogwaardigere beleving kunnen aanbieden, waarbij onze normen en waarden worden gerespecteerd. Hiermee kunnen we de basis leggen voor een nóg gastvrijer dagje uit voor kwaliteitstoeristen uit binnen- en buitenland.

Cultuur is wat ons verbindt. Het is van ons samen en het is wat Molenlanders maakt. We koesteren onze cultuur en onze samenleving waarin we elkaar ontmoeten, kennis delen en elkaar inspireren.

Vesting Nieuwpoort De vestingstad Nieuwpoort is één van de kleinste vestingsteden van Nederland. Gelegen aan de rivier de Lek, schuin tegenover de zilverstad Schoonhoven. De cultuurhistorie en het cultureel erfgoed zijn een belangrijk kenmerk van Nieuwpoort. Met onder andere de historische binnenstad met de vestingwallen, de oude kanonnen, een keermuur, het oude Stadshuis, de voormalige stadsherberg, het Arsenaal en verschillende monumenten, is de cultuur duidelijk zichtbaar. De elementen van het verleden van Nieuwpoort als vestingstad in de Oude Hollandse Waterlinie zijn duidelijk terug te zien. De kracht van Nieuwpoort zit in het kleinschalige karakter, de ligging aan de Lek en de relatie met het water. Onze ambitie is om het verhaal van Nieuwpoort nog beter te vertellen en om Nieuwpoort als toeristische en culturele trekpleister op de kaart te zetten. Tegelijkertijd leidt toeristische ontwikkeling mogelijk ook tot toenemende verkeersstromen en parkeerdruk. We streven ernaar dat ontwikkeling en leefbaarheid in kernen in balans blijven.

Erfgoed In Molenlanden zijn nog veel elementen uit het verleden zichtbaar, zowel aardkundig als bouwkundig als op het gebied van water en groen. Bijzondere Molenlandse landschappelijke elementen zijn onder andere: de donken, het slagenlandschap, kreekruggen en huisterpen, de molens, oude boerderijen en historische dorpslinten, de boezems en wielen, de tiendwegen, kaden en hennepakkertjes. Ook zijn er in de gemeente meerdere archeologische en cultuurhistorische waarden te vinden: Werelderfgoed Kinderdijk, de historische kernen en de vestingstad Nieuwpoort, de vestingwerken en inundatiegebieden van de Oude Hollandse Waterlinie. Molenlanden kent drie rijksbeschermde stads- en dorpsgezichten: Noordeloos, Nieuwpoort en KinderdijkElshout. Bezoekers van over de hele wereld komen naar Molenlanden om deze plekken te bezoeken. We beschermen de archeologische en cultuurhistorische waarde en het landschap. Dit doen we door de kwaliteiten (monumenten, beschermde dorpskernen, archeologisch, cultuurhistorisch waardevolle en/of landschappelijke gebieden) te benoemen en vast te leggen. We voorkomen schade door kaders te stellen aan ontwikkelingen en eisen te stellen aan nieuwe ontwikkelingen. Zo houdt men rekening met onze cultuur, ons erfgoed en landschap. En zetten we ons in om naast de bescherming waar mogelijk bij te dragen aan het versterken van onze waardevolle plekken en gebieden.

Een voorbeeld hiervan vormen de molenbiotopen. Een molenbiotoop is de omgeving van de molen voor zover die van invloed is op het goed functioneren van de molen als werktuig en als monument. Molengebied Kinderdijk en SIMAV In Kinderdijk komt UNESCO-werelderfgoed samen met watermanagement, bijzondere natuurgebieden en historische kernen. De gemeenten Molenlanden en Alblasserdam, Waterschap Rivierenland, provincie Zuid-Holland, Rijksdienst voor Cultureel Erfgoed (RCE) en Stichting Werelderfgoed Kinderdijk (SWEK) willen ervoor zorgen dat het molengebied bij Kinderdijk hét icoon in de wereld wordt waar toerisme hand in hand gaat met leefbaarheid, authenticiteit en natuur. Daarnaast beheert Molenstichting SIMAV 22 molens (rijksmonumenten) in de gemeente Molenlanden. Met alle betrokkenen zoeken we samen de balans tussen erfgoedbeheer, recreatie en toerisme, en leefbaarheid.

Legenda Gemeentegrenzen

We willen voorkomen dat het toerisme de dorpen Kinderdijk en Nieuw-Lekkerland en ook Alblasserdam overwoekert met verkeer, commercie en plat vermaak. Het uitgangspunt is dat de kernen van en voor de eigen inwoners zijn. We geleiden en reguleren de

Monumentale bebouwing langs historische vaarwegen Windmolens Rijksmonumenten Unesco werelderfgoed

26

Kunst en cultuur Kunst en cultuur draagt bij aan het verbreden en verdiepen van de blik van mensen en vergroot de creativiteit en het innoverend vermogen. Het zorgt ook voor een prettige leefomgeving. Als we naar kunst en cultuur kijken dan is het ook van belang dat culturele voorzieningen voor iedereen toegankelijk en dichtbij zijn. Hierbij hebben we extra aandacht voor jongeren en cultuurparticipatie. We willen dat Molenlanden zowel voor eigen inwoners als voor mensen van buitenaf laagdrempelig en vindbaar is. Op die manier kan iedereen genieten van wat Molenlanden te bieden heeft.

6.

bij agrarische bedrijven in het buitengebied en op bedrijventerreinen. Hier ligt ook een relatie met netcongestie. We hebben een proactieve houding naar initiatieven die bijdragen aan het voorkomen of minimaliseren van netcongestie of juist nieuwe kansen zien en benutten.

Bedrijvigheid

Bedrijventerreinen en solitaire bedrijvigheid De economie van Molenlanden is veelzijdig: van (maritieme) maakindustrie en logistiek tot innovatieve lokale bedrijven en bedrijven in de vrijetijdssector. Daarnaast is er ook een sterke agrarische sector die bepalend is voor het landschap. Bedrijvigheid komt op allerlei plekken voor: bedrijven op bestaande bedrijventerreinen, solitaire bedrijven in het buitengebied, bedrijven (aan huis) in de kernen, bedrijven in de linten en winkelgebieden. Naast diversiteit en de hoge arbeidsparticipatie zijn er ook onderling sterke ketens, vaak lokaal of regionaal georiënteerd. Hier ligt de kracht van de Molenlandse economie.

Verduurzaming en circulaire economie Bedrijven in onze gemeente dragen bij aan werkgelegenheid en aan onze brede welvaart. Tegelijkertijd heeft de bedrijvigheid mede een aandeel in de uitstoot van broeikasgassen en het verbruik van grondstoffen. Als Nederland willen we de economie verduurzamen om klimaatverandering tegen te gaan en de leefomgeving te verbeteren. Oplossingen voor verduurzaming zorgen ervoor dat we onze afhankelijkheid van fossiele energiebronnen afbouwen. Ook versterkt het onze concurrentiepositie. Het helpt daarbij dat er een toenemende vraag is van consumenten naar duurzame producten/diensten of bedrijven die op maatschappelijk verantwoorde wijze werken. Economie en verduurzaming kan dan ook goed samengaan.

De bedrijven en ondernemers in onze gemeente zijn essentieel voor werkgelegenheid en voor de brede welvaart. Onze lokale economie draagt bij aan een fijn woon- en werkklimaat. We hechten waarde aan onze bedrijven en zien graag onze economie blijvend floreren. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties zetten we ons in voor het behouden en versterken van het vestigingsklimaat. Ons doel is dat het aantrekkelijk blijft voor bedrijven om in Molenlanden te blijven en voor nieuwe bedrijven die zich hier willen ontwikkelen.

We zetten in op een circulaire economie met optimale toepassing van hergebruik en recycling. Als gemeente stimuleren we daarom circulair ondernemen en produceren. Daarnaast bevorderen we ook binnen de gemeentelijke organisatie circulair inkopen en aanbesteden bij vastgoed en grond-, weg- en waterbouwprojecten. Korte ketens in de voedselproductie dragen ook bij aan de verduurzaming. Een korte voedselketen is een toeleveringsketen met een beperkt aantal marktdeelnemers. Zij zetten zich in voor samenwerking, lokale economische ontwikkeling en nauwe geografische en sociale betrekkingen tussen voedselproducenten, -verwerkers en consumenten. Zo zijn deze duurzame regionale voedselketens een middel om ecologische, sociale, economische en gezondheidsdoelen te realiseren. Het kan samengaan met het herstellen van de biodiversiteit, het verbinden van de boer met de consument, met gezond en lokaal eten beschikbaar maken voor mensen met een kleine portemonnee en een eerlijk inkomen voor de boer. Daarom ondersteunen we plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw, biologisch ondernemen en korte ketens.

We streven ernaar om passende bedrijvigheid in onze gemeente te behouden en te versterken; passend bij de schaal van Molenlanden, ons landschap, de capaciteit van onze infrastructuur en een goed woon- en leefklimaat. We koesteren onze bestaande ondernemers en zetten in op efficiënt ruimtegebruik op bedrijventerreinen. De gemeente Molenlanden telt 19 bedrijventerreinen met een totaal uitgegeven voorraad van ruim 185 ha. De terreinen liggen verspreid over verschillende kernen. De grootste volumes zijn op de bedrijventerreinen Gelkenes, Kinderdijk, Lekdijk (Nieuw-Lekkerland), Arkel en Schelluinen-West. Daarnaast zijn bedrijven gevestigd op solitaire locaties in linten, kernen en in het buitengebied. Onze bedrijventerreinen huisvesten relatief veel industriële bedrijvigheid, logistiek en groothandel. Een deel van die bedrijvigheid is vaker dan ergens anders watergebonden. Ook is onze bedrijvigheid met personeel, toeleveranciers en afnemers sterk verbonden met de Molenlandse gemeenschap. Ongeveer 36% van de totale gemeentelijke werkgelegenheid bevindt zich op de bedrijventerreinen. Dat is boven het landelijk gemiddelde van 33%.

Op het vlak van energieopwekking bieden we ruimte aan boeren en ondernemers, mits passend in de regels die voor de gehele gemeente gelden. We stimuleren en ondersteunen bewoners en bedrijven bij het besparen van energie, het opwekken van energie en bij de omschakeling van fossiele brandstoffen naar elektriciteit en andere vormen van fossielvrije energie. We onderzoeken de mogelijkheden om te komen tot slimme energienetwerken en energiehubs. En we stimuleren zon op dak en het plaatsen van kleine windturbines

27

De diverse opgaven waar Nederland voor staat zijn bepalend voor de toekomst van de agrarische sector in het algemeen. Opgaven die ook onze boeren raken. Hierbij gaat het om de opgaven op het gebied van klimaatverandering, energietransitie, waterbeheer, biodiversiteit, bodemdaling, stikstofproblematiek, voedselzekerheid en voedselveiligheid. Samen met de boeren werken we aan een toekomstbestendige landbouwsector.

We verwachten dat de gemeente tot 2040 te maken heeft met een uitbreidingsvraag van 18 tot 30 hectare bedrijventerreinen. Terwijl er nog nauwelijks uitgeefbaar terrein beschikbaar is. Als gemeente zetten we daarom in op het optimaliseren van ruimtegebruik op bestaande terreinen. De ruimte die vrijkomt door het optimaliseren van bestaande terreinen zal niet voldoende zijn voor de vraag vanuit de ondernemers. Uitbreiding van onze bedrijventerreinen blijft noodzakelijk. Dit moet passend zijn bij het economisch en ruimtelijk karakter van Molenlanden en de gevarieerde bedrijvigheid in onze gemeente. We streven naar bedrijventerreinen die bijdragen aan vitale kernen. Om bereikbaarheid van bedrijvigheid in de toekomst te kunnen blijven garanderen, kiest de gemeente ervoor om nieuwe bedrijvigheid zoveel mogelijk te laten ontsluiten via de hoofdwegenstructuur.

Boeren hebben een duidelijk toekomstperspectief nodig om hun koers te bepalen. Wij vinden het belangrijk om hier een faciliterende rol in te nemen. Want de agrarische sector vormt een belangrijk onderdeel van ons karakter en onze identiteit. We blijven een proactieve rol pakken bij de ontwikkelingen in het landelijk gebied. We overleggen regelmatig met de provincie over de aanpak van de opgaven (zoals afgelopen periode is gedaan in het kader van het Zuid-Hollands Programma Landelijk Gebied (ZH-PLG)). Daarbij is de insteek om zoveel mogelijk de agrarische sector te behouden en te ondersteunen in Molenlanden. We zetten in op een gevarieerd buitengebied met de nodige landschaps- en natuurwaarden. Agrariërs vervullen een belangrijke rol als beheerders van het landschap, bijvoorbeeld door inzet van agrarisch natuurbeheer. We zien dat de landbouw voortdurend zoekt naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en water. Daar horen ook passende verdienmodellen bij, en daarbij hoort soms een verbreding van activiteiten. Zo is landbouw verbonden aan landschaps- en natuurontwikkeling, waterbeheer en energieopwekking.

We werken ook aan verdere kwaliteitsverbetering op de terreinen, zodat de terreinen aantrekkelijker en meer toekomstbestendig (waaronder duurzaam) zijn ingericht. Dit vraagt om een nauwe samenwerking met en tussen ondernemers op de terreinen. Samen met bedrijven gaan we voor innovatie, modernisering en verduurzaming. We zetten dan ook in op versterking van de samenwerking en de organisatiegraad om toekomstbestendige bedrijventerreinen te realiseren. Groei en verduurzaming van onze economie zorgt voor een groeiende vraag naar elektriciteit. Om aan deze vraag te kunnen voldoen, is uitbreiding van het elektriciteitsnet noodzakelijk. We moeten op zoek naar mogelijkheden om de bestaande netcapaciteit beter te benutten. Initiatieven die hieraan bijdragen willen we stimuleren en faciliteren.

We ondersteunen plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen. En innovatieve initiatieven die bijdragen aan een duurzame en toekomstbestendige agrarische sector. Ook stimuleren we innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor de vermindering van bodemdaling. En we moedigen de toepassing aan van beschikbare technieken en innovaties om de stikstofbelasting vanuit agrarische bedrijven te minimaliseren.

We kennen een aantal bedrijven dat al decennialang solitair gevestigd is buiten de kernen en bedrijventerreinen. Veel van deze bedrijven zijn geïntegreerd én geaccepteerd in de omgeving. Bedrijven ondersteunen vaak lokale verenigingen en activiteiten. En deze bedrijven zijn van belang voor diversiteit en werkgelegenheid nabij. We willen om deze reden dan ook initiatieven van solitaire bedrijven en locaties zorgvuldig afwegen en inpassen in de omgeving. Soms kan verplaatsing nieuwe kansen bieden voor zowel het bedrijf als de plek. Daarbij zal aandacht moeten zijn voor (het ontbreken van) riolering en afvalwater en bereikbaarheid en verkeersveiligheid.

We vinden een goede omgevingskwaliteit die bijdraagt aan een vitaal buitengebied belangrijk. We stimuleren goed aanwenden of doelgericht slopen van overtollige gebouwen, sanering van asbestdaken en een goede landschappelijke inpassing in het agrarische buitengebied.

Agrarische economie We zijn trots op het agrarische karakter van Molenlanden. De agrifoodsector is een beeldbepalende sector in de gemeente. Deze sector zorgt voor werkgelegenheid, verdienvermogen, voedselvoorziening, beheert landschap en natuur en draagt zo bij aan de leefbaarheid van het platteland. Het is bijzonder dat agrarische bedrijven in Molenlanden een relatief hoog opvolgingspercentage kennen van 44% (2020).

Het aspect geur is belangrijk voor een goede omgevingskwaliteit. Dit uitgangspunt raakt de agrarische economie. De raad heeft besloten welke lokale regels gelden, binnen de landelijk geldende regels. Daarbij is voldoende afstand ten opzichte van geurgevoelige objecten (waaronder buitenschoolse opvang, kantoren en werkruimtes) belangrijk. Voormalige bedrijfswoningen kunnen meer geurhinder ervaren dan een gewone woning. Molenlanden hanteert minimale afstanden, op grond van de Geurverordening

28

bebouwd gebied wordt de vraag naar zwemwater en andere vormen van waterrecreatie steeds groter. Door het vele water in onze gemeente zijn er veel mogelijkheden voor het verder ontwikkelen van waterrecreatie.

Molenlanden, tussen een vergunningsplichtige veehouderij met landbouwhuisdieren zonder geuremissiefactoren (waaronder maneges) een geurgevoelig object. In ons gebied komen enkele intensieve veehouderijen voor. We willen aanpassingen aan de bestaande inrichtingen en gebouwen mogelijk maken. Nieuwvestiging van intensieve veehouderijen is niet mogelijk. Aanpassingen aan bestaande intensieve veehouderijen is in het kader van verduurzaming en het dierenwelzijn wel mogelijk. Agrarische ondernemers willen we verder ondersteunen door ruimte te bieden aan nevenactiviteiten op het bedrijf.

We willen de kansen van de groeiende sector recreatie en toerisme benutten en inzetten op het versterken van de vrijetijdseconomie. Molenlanden positioneert zich de komende jaren als aantrekkelijke bestemming voor een meerdaags verblijf, als onderdeel van het Groene Hart en aan de hand van de eigen verhaallijnen: Molens & Water, Agro & Food, Nieuwpoort & de Oude Hollandse Waterlinie. Als gemeentelijke organisatie werken we daarbij nauw samen met de diverse ondernemers en organisaties in het werkveld. Belangrijk uitgangspunt hierbij is: het toerisme is in balans en draagt bij aan het voorzieningenniveau en daarmee de leefbaarheid van onze gemeente.

We verwachten ook dat er ondernemers zijn die stoppen. We nemen als gemeente een ondersteunende rol aan bij het begeleiden van initiatieven rondom vrijkomende agrarische bedrijfslocaties (VAB). We staan daarbij open voor vernieuwende ideeën die bijdragen aan verschillende opgaven die vragen om een veranderende inzet van het buitengebied. Het versnellen van gewenste ontwikkelingen op dergelijke locaties willen we ondersteunen.

Dagrecreatie We stimuleren en ondersteunen initiatieven die bijdragen aan een meer compleet aanbod van dagrecreatie. Het aanbod van (kleinschalige) horeca, waterrecreatie en cultuurtoerisme krijgen hierbij extra aandacht. We werken samen met de eigenaren en/of exploitanten van de Molenlandse recreatiegebieden zoals bijvoorbeeld de Slingelandse Plassen, het Kraaienbos en het Alblasserbos. Zo zorgen we voor toegankelijke en veilige plekken voor recreatie die aansluiten op het recreatief routenetwerk (fietsen, wandelen, varen).

Recreatie en toerisme Werelderfgoed Kinderdijk, de Avonturenboerderij en Familie Resort Molenwaard trekken veel toeristische bezoekers naar onze gemeente. Naast deze grote trekpleisters zijn diverse andere ondernemers, organisaties en verenigingen actief op het gebied van recreatie en toerisme. Deze activiteiten zijn vaak kleinschaliger van aard. Toeristen en recreanten waarderen het weidse en open landschap en ontdekken het gebied al fietsend, wandelend of varend. Vestingstad Nieuwpoort als onderdeel van de Oude Hollandse Waterlinie en de cultuurhistorische linten zijn prettige locaties om aan te landen. Ook recreatiegebieden als de Slingelandse Plassen dragen bij aan het toeristisch, recreatief aanbod. Daarnaast vinden er op verschillende schaal evenementen plaats, zoals de Fokveedag.

Verblijfsrecreatie Om de toeristische overnachtingsmogelijkheden in Molenlanden mee te laten groeien met de vraag naar verblijfsrecreatie ondersteunen en faciliteren wij nieuwe en uitbreidingsinitiatieven. We willen ruimte bieden aan met name lokale initiatieven met een creatief en uniek concept. We zien mogelijkheden om cultureel erfgoed en vrijkomende agrarische bebouwing nieuw leven in te blazen met een verblijfsrecreatieve functie. Het doel is een veelzijdig en kwalitatief hoogwaardig aanbod van verblijfsrecreatie in Molenlanden zodat gasten de kernkwaliteiten en het DNA van Molenlanden optimaal beleven. Aandachtspunt hierbij is dat permante bewoning van recreatieve accommodaties niet is toegestaan.

De sector recreatie en toerisme groeit wereldwijd, landelijk en ook in onze gemeente. Steeds meer bezoekers uit binnen- en buitenland zijn op zoek naar nieuwe plekken om te ontdekken en ondernemers en organisaties spelen hierop in. Belangrijke ontwikkelingen hierbij zijn verduurzaming en het onderscheidend vermogen van een bedrijf. Ondernemers zijn steeds vaker op zoek naar bijzondere concepten en vernieuwende ideeën om zich te onderscheiden van hun concurrenten. Een duidelijke trend is bijvoorbeeld de ontwikkeling van unieke verblijfsaccommodaties in combinatie met lokale activiteiten. De groeiende vraag en de uitdagingen in andere sectoren zorgen ervoor dat recreatie en toerisme steeds vaker als nevenactiviteit wordt ingezet. In Molenlanden zien we bijvoorbeeld dat agrariërs vormen van agrotoerisme ontwikkelen zoals theetuinen, rustpunten, boerderijverkoop, B&B en campererven. Door de warmer wordende zomers en ligging bij

Routenetwerk We zetten in op uitbreiding van het routenetwerk voor fietsers en wandelaars, waarbij we aansluiten op het regionale netwerk. Daarbij bewaken we de leefbaarheid, de natuurwaarden en de waterkwaliteit. We investeren in de aantrekkelijkheid, de capaciteit en het comfort van recreatieve wandel- en fietsroutes en de groene verbindingen tussen buurten en kernen en koppelen deze aan onze robuuste groen-blauwe dooradering. Nieuwpoort en Kinderdijk We streven naar het behoud van het karakter van de kernen van Nieuwpoort en Kinderdijk waarbij de leefbaarheid van de kern voorop staat. Aandachtspunten hierbij zijn de toenemende verkeersstromen en de druk op de parkeercapaciteit. We stimuleren toeristisch verblijf bij de inwoner en verbeteren van de belevingswaarde zodat een samengesteld aanbod wordt gerealiseerd.

29

In balans met leefomgeving De toenemende intensiteit van recreatieve en toeristische activiteiten kan leiden tot een groter aantal bezoekers, met als gevolg meer verkeer en meer druk op de parkeerruimte. Dit kan een gevoel geven van minder leefbaarheid in de kernen of de natuurlijke omgeving. Bij nieuwe initiatieven maken we daarom de afweging of de aard en schaal passend is op de betreffende locatie. Daarbij zoeken we naar kansen waarop recreatie en toerisme samen kunnen gaan met bijvoorbeeld landschapsversterking, natuurontwikkeling, biodiversiteit en duurzaamheid. Initiatieven mogen geen afbreuk doen aan het landschappelijk open karakter van onze gemeente en de algehele leefbaarheid voor onze inwoners mag door toeristische ontwikkelingen niet achteruitgaan. Toerisme en recreatie is dus in balans met de leefomgeving en draagt juist bij aan het voorzieningenniveau in onze gemeente.

7.

zorgen we voor ondersteuning aan huishoudens die te maken hebben met energiearmoede. Voor bedrijven gelden diverse wettelijke besparingsnormen. Deze normen worden de komende jaren aangescherpt. Extra aandacht is nodig voor de stimulering van het midden- en kleinbedrijf dat niet onder het activiteitenbesluit valt. Tot nu toe ligt de focus hierbij vooral op voorlichting. Duurzame energieopwekking Voor de opwekking van duurzame elektriciteit is in het kader van de Regionale Energiestrategie voor de periode tot 2030 afgesproken dat windenergie (grote windturbines) voor 49% bijdraagt aan het totale bod voor opwekking van duurzame energie en 51% door grootschalig zonop-dak. Belangrijk uitgangspunt is dat zorgvuldig wordt omgegaan met de waarden en het landschappelijke karakter van de Alblasserwaard, zoals de natuur en cultuurhistorie. Bovendien willen we dat onze inwoners kunnen profiteren van de opbrengsten van de duurzame energieopwekking.

Energie en warmte Onze ambitie is om in 2050 als gemeente (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn.

Voor zonne-energie ligt de prioriteit bij het opwekken van zonne-energie op daken in onze gemeente. Daarbij sluiten we aan bij ons reeds vastgestelde beleid voor zonnepanelen op monumenten en in de beschermde stads- en dorpsgezichten Nieuwpoort, Noordeloos en Kinderdijk. Voor het realiseren van andere zonne- energieopwekking richten we ons op slimme functiecombinaties in het landelijk gebied. Pas als daarna nog ruimte noodzakelijk is, verkennen we mogelijkheden voor zonnepanelen langs infrastructuur en in restruimten, op gronden zonder landbouw- of natuurfunctie. We maken ruim baan voor innovaties, ook omdat lokale ondernemers daar een belangrijke rol in kunnen spelen. Als gemeente willen we wel de doelstelling halen die tot 2030 is afgesproken in de regio. In de looptijd van deze omgevingsvisie wordt locatie Gorinchem-Noord (deels gelegen op grondgebied van Molenlanden) onderzocht als zoeklocatie voor windenergie. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheden om met kleinschalige windturbines in het buitengebied en op de bedrijventerreinen een substantieel aandeel te leveren in de Molenlandse bijdrage van windenergie in onze regio. Inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld)erfgoed vormen in ieder geval een belangrijk afwegingskader.

De maatvoering van de windmolens kan gezien worden als een voorwaarde om de ruimtelijke kwaliteit beperkt aan te tasten. In lijn met het Klimaatakkoord streven wij naar 50% lokaal eigendom van energieprojecten. De energieopgave wordt zoveel mogelijk eerlijk verdeeld tussen kernen en het buitengebied. Daarbij streven we naar een balans tussen vraag en aanbod. We geven iedereen zo veel mogelijk kans om mee te doen met de energietransitie, zowel de mensen die het zelf kunnen betalen als de mensen die het minder breed hebben. We benutten zo veel mogelijk eigen bronnen en lokale initiatieven.

Regionale Energiestrategie (RES) De gemeente Molenlanden vormt samen met de gemeente Gorinchem één van de kleinere RES-regio’s van Nederland , de RES-regio Alblasserwaard. De Regionale Energiestrategie (RES) is een uitgebreid plan om de energie in onze regio te verduurzamen. Dit gaat over energiebesparing, zonne- en windenergie, de warmtevoorziening en over innovatieve technieken. Om de energietransitie in de regio Alblasserwaard succesvol uit te voeren willen we met verstand verduurzamen. Energiebesparing Energiebesparing is een belangrijke pijler voor het realiseren van de RES-doelstellingen. Als regio hebben we als doel 20% energie te besparen in 2030 en om energieneutraal te zijn in 2050 ligt er ook een opgave voor de jaren na 2030. Wettelijke regelingen voor energiebesparing bestaan nu alleen voor nieuwbouw en voor grondige renovatie. Aanvullende wetgeving is nodig voor bijvoorbeeld eisen aan verbouwingen, eisen over energie-efficiency bij verkoop en bijvoorbeeld aanscherping van het Bouwbesluit naar ENG (energieneutraal gebouw of zelfs NOM (nul op de meter). Vanuit de energiebehoeftescan van ons woningbestand en met ons aanbod van een Energiebesparingsabonnement voor verduurzaming van particuliere woningen, dragen we bij aan het verder verduurzamen van woningen. We stimuleren daarbij dat er natuurinclusief wordt gebouwd.

Hiermee sluiten we aan bij het Nationaal Isolatie Programma van het Rijk en bij de Lokale Aanpak Isolatie. Met de Regeling Energiearmoede

30

Warmtetransitie Kenmerkend voor Molenlanden is het landelijke karakter met kernen en linten. Daardoor is er sprake is van een verspreide warmtevraag. Dit is bepalend voor de mogelijke toekomstige duurzame warmtebronnen die dienen als vervanging van aardgas. Er is een aantal potentiële warmtebronnen aanwezig in het gebied, maar niet elke locatie leent zich voor alle typen warmtevoorziening. Een goed voorbeeld is Bleskensgraaf, waar het dorpsinitiatief voornemens is om warmtepompen in (oudere) woningen te gaan combineren met groen gas uit mestvergisting. We streven naar aardgasvrij wonen in 2050 voor alle gebouweigenaren. We doen dit samen met grote gebouweigenaren, zoals woningbouwcorporaties. We faciliteren en ondersteunen initiatieven in de samenleving en werken samen aan een gedragen warmtetransitie. We stimuleren woningeigenaren en bedrijven om aardgas te besparen door bijvoorbeeld het warmteverlies te beperken, door elektrisch te verwarmen en te produceren of door restwarmte beschikbaar te stellen voor het verwarmen van naastgelegen bedrijven. Warmtenetten worden aangelegd ,wanneer mogelijk, met voldoende afstand van (drink)waterleidingen of aantoonbaar is dat de opwarming van de ondergrond beperkt blijft.

In de Wet gemeentelijke instrumenten warmtetransitie (Wgiw) die naar verwachting 1 juli 2025 wordt aangenomen is opgenomen dat gemeenten worden verplicht om een warmteprogramma onder de Omgevingswet op te stellen, en deze elke vijf jaar te herzien.

mening dat een eventueel tracé inpasbaar moet zijn in Molenlanden. Waterstof Ideeën over het vervoer van waterstof zijn nog in opkomst. Steeds meer activiteiten waarvoor fossiele brandstoffen werden gebruikt, kunnen door een nieuw waterstofnetwerk worden aangedreven door waterstof. Hynetwork Services (100% dochteronderneming van Gasunie) is op dit moment bezig met de aanleg van een landelijk netwerk voor het transport van waterstof. Het huidige landelijke gasleidingnet is al voor een behoorlijk deel geschikt voor het transport van waterstof en kan dus ook worden gebruikt als waterstofnetwerk. Het netwerk verbindt de grote industriële regio’s in Nederland met elkaar. Dit werkt een relatief snelle opslag en transportatie van waterstof in de hand.

Energienetwerken en netcapaciteit De energietransitie leidt tot een hogere belasting van het elektriciteitsnet. Sinds oktober 2023 is in het oostelijke deel van de gemeente sprake van netcongestie voor de afname van elektriciteit voor grootverbruikers. Dit heeft effect op de verduurzamings-en groeiplannen van bedrijven en instellingen in dit deel van de gemeente. Om de netcongestie op te lossen worden de elektriciteitsnetten verzwaard. De landelijke en regionale netbeheerders verwachten tot 2032 nodig te hebben om alle knelpunten op te lossen. Dit gebeurt door de nieuwbouw van de transformatorstations van TenneT en Stedin nabij Arkel en Nieuwpoort, de uitbreiding en aanleg van nieuwe ondergrondse elektriciteitsverbindingen tussen onder andere Arkel en Dordrecht en Arkel en Nieuwpoort, en door het plaatsen van ruim tweehonderd transformatorhuisjes in woonwijken, op bedrijventerreinen en 8. in het buitengebied.

Het meet- en regelstation dat in onze gemeente is gelegen bij Wijngaarden is een cruciale factor in het netwerk. Door het ‘hergebruik’ van het huidige gasnetwerk kan dit Meet- en Regelstation haar belangrijke functie als landelijke energiehub behouden. In het kader van het omgevingsplan moet de juridische inpassing van het waterstofnetwerk zorgvuldig gebeuren. Om het netwerk zo veilig en verantwoord mogelijk in te passen.

Bereikbaarheid Om zich te verplaatsen zijn velen in Molenlanden aangewezen op de auto. De fiets is ook een belangrijk vervoersmiddel binnen de gemeente. In het zuiden van de gemeente Molenlanden ligt de rijksweg A15, langs de oostrand ligt de rijksweg A27. De bereikbaarheid binnen Molenlanden wordt bepaald door verschillende provinciale wegen die de gemeente doorkruisen, met name de N214 en N216, die aansluiting vinden op de rijkswegen. De kernen zijn onderling verbonden via lokale wegen. Buiten de kernen zijn dit wegen van het waterschap, binnen de kernen zijn dit wegen van de gemeente.

Het is van belang om op lokaal niveau een zo optimaal mogelijke balans te zoeken tussen opwek, opslag, gebruik en eventuele innovatieve energietoepassingen. Zodat er zo min mogelijk nieuwe infrastructuur nodig is. We stimuleren initiatieven van ondernemers die bijdragen aan minder belasting van het elektriciteitsnet, bijvoorbeeld in vorm van slimme energienetwerken (smart energy grid) en energyhubs. We onderzoeken ook samen met de netbeheerder waar de beste locaties voor energieopwekking liggen en waar het elektriciteitsnetwerk als eerste moet worden uitgebreid. Als gemeente werken we samen met de netbeheerders bij de uitbreiding van de energie-infrastructuur om de gevolgen van netcongestie zoveel mogelijk te beperken en de energietransitie mogelijk te maken. Op dit moment is TenneT bezig met onderzoek naar een nieuw 380kV hoogspanningstracé tussen Geertruidenberg - Krimpen aan den IJssel of Crayestein. Er zijn tien mogelijke routes in onderzoek op haalbaarheid, wat in 2025 moet leiden tot een voorkeurstracé. Als gemeente begrijpen we het nationaal belang van deze uitbreiding, maar we zijn ook van

De gemeente is verantwoordelijk voor het op orde houden van het lokale gemeentelijke wegennet, de verkeersveiligheid en de toegankelijkheid van de kernen. Het groeiende verkeersaanbod is de afgelopen jaren een zichtbare trend door de aantrekkende economie. De druk op rijks-, provinciale- en lokale wegen neemt toe. Door werkzaamheden aan omliggende infrastructuur, bijvoorbeeld snelwegen, zoeken weggebruikers naar alternatieven. Dat merken we op wegen in Molenlanden.

31

Mobiliteit is mede sturend bij ruimtelijke keuzes Bij de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties is het maken van keuzes nodig. Bereikbaarheid is een belangrijke factor. Uitbreidingen van wonen en werken vinden allereerst plaats op goed bereikbare locaties. Om deze reden maakt de gemeente nadrukkelijker de keuze het aspect mobiliteit vroegtijdig in de planvorming mee te nemen. Specifiek betekent dit dat bij het kiezen van nieuwe ontwikkellocaties wordt onderzocht welke locaties al goed ontsloten zijn op het wegen- en openbaar vervoernetwerk en waar voldoende capaciteit is. Daarvoor hebben we een gedegen studie nodig naar de capaciteit van onze (lint)wegen. Wanneer gekozen wordt voor een locatie die minder goed scoort op deze twee aspecten, dienen de meerkosten voor de aanleg van de benodigde infrastructuur meegenomen te worden in de budgettering, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Op deze manier voorkomen we dat de ontwikkeling van nieuwe woon- en werklocaties leidt tot nieuwe problemen op het gebied van leefbaarheid en verkeersveiligheid. Daarnaast hebben we de ambitie om de verkeersdruk in de kernen te verlagen, veilige verbindingen te hebben tussen kernen, aantrekkelijk openbaar vervoer te hebben en de mobiliteit in de gemeente te verduurzamen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=876a2940-7a8d-435b-896b-956cd12778ad