CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Omgevingsvisie Molenlanden 2040 - concept

Raadsvergadering 22 oktober 2024, gemeente MolenlandenBij agendapunt: 6a. Omgevingsvisie 204020.223 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

OMGEVINGSVISIE MOLENLANDEN 22 Oktober 2024

We doen het Molenlands, we doen het samen Molenlanden

Inhoudsopgave 1. 1.1 1.2 1.3 1.4

Een omgevingsvisie voor Molenlanden Molenlanden in 2040: we doen het Molenlands, we doen het samen! De omgevingsvisie staat niet op zichzelf Hoe werkt deze omgevingsvisie door? Participatie

3 3 3 3 4

2. 2.1 2.2 2.3 2.4

De unieke kracht van Molenlanden Samenbrengen van kwaliteiten en uitdagingen, als basis voor onze ambities Onze unieke kwaliteiten Onze zorgen voor nu, straks en later Gebieden die we in onze gemeente onderscheiden

5 5 5 6 7

3. 3.1 3.2 3.3 3.4 3.5 3.6 3.7 3.8 3.9

Onze ambities voor de toekomst Ambities voor een leefbare toekomst Ambitie 1 : Levendige kernen met een eigen karakter Ambitie 2 : Een gezonde, inclusieve en samenredzame samenleving Ambitie 3 : Een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied: water en bodem sturend Ambitie 4 : Een optimaal ondernemersklimaat voor passende bedrijvigheid Ambitie 5 : Een klimaatrobuuste, circulaire en energieneutrale gemeente Ambitie 6 : Een veilig en duurzaam bereikbare gemeente De ambities in samenhang met elkaar Hoe nu verder?

9 9 9 9 10 12 13 14 14 16

4 4.1 4.2 4.3 4.4

Werken met de omgevingsvisie Het werken met de Omgevingswet Sturingsfilosofie en samenwerking Onze gemeente binnen de regio en provincie Financiële uitvoerbaarheid

17 17 17 18 18

Bijlage

Verdieping op thema’s

20

HOOFDSTUK 1

Een omgevingsvisie voor Molenlanden 1.1

Molenlanden in 2040: we doen het Molenlands, we doen het samen!

1.2

Voor u ligt de omgevingsvisie voor Molenlanden. In deze omgevingsvisie bepalen we onze koers voor de toekomst van onze gemeente. De omgevingsvisie gaat over de inrichting van onze fysieke leefomgeving. We kijken vooruit, met als stip op de horizon het jaar 2040. We zien de wereld om ons heen snel veranderen. We willen kunnen inspelen op nieuwe ontwikkelingen en kansen, terwijl we ook willen vasthouden aan onze gedeelde waarden. Dus als we vooruitkijken, wat zien we dan op ons afkomen en voor welke opgaven staan we met elkaar? Welke krachten kunnen we inzetten en welke keuzes moeten we nu maken om ervoor te zorgen dat de gemeente ook in 2040 een fijne plek is om te wonen, te werken en te genieten? We doen het in ieder geval op onze Molenlandse manier. In Molenlanden zijn we niet allemaal hetzelfde en iedereen telt mee. Onze kernen hebben ieder een eigen identiteit. Er is sprake van een diversiteit tussen inwoners (achtergrond, geloof, gezondheid, sociaaleconomische positie) en we kennen een gevarieerd aanbod van bedrijven en recreatieve voorzieningen. We delen in Molenlanden dat we betrokken zijn bij elkaar en het gebied om ons heen. De hechte samenleving in de kernen en de actieve deelname aan het lokale verenigingsleven zijn hier goede voorbeelden van. We zetten onze verschillen om in onze kracht. We bouwen op elkaar en helpen de ander als het niet vanzelf gaat.

Samen werken we aan een leefbare gemeente voor onszelf, maar vooral ook voor de generaties na ons. Daarbij hebben we aandacht voor de rust, ruimte en openheid van de polder, de ligging in de Alblasserwaard, het veenweidegebied, de natuur en het water. We stellen hoge ambities op allerlei vlakken: (agrarisch) ondernemerschap, sociale samenhang, duurzaamheid, innovatie en een gezonde en 1.3 prettige leefomgeving. Maar we zijn ervan overtuigd dat we deze ambities waar kunnen maken als we onze krachten bundelen en er samen aan werken. Zo doen we dat in Molenlanden, nu en in de toekomst. Met deze omgevingsvisie willen we alle inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden uitnodigen en inspireren om bij te dragen aan onze ambities voor de toekomst. Deze ambities helpen ons bij het maken van keuzes. Het is de basis voor een samenhangend beleid en maakt het voor iedereen duidelijk waar we naartoe werken. Molenlanden maken we samen en als gemeente zijn we daarbij graag een partner.

3

De omgevingsvisie staat niet op zichzelf De omgevingsvisie schetst een kader voor de toekomst. Het is een integrale langetermijnvisievoor de fysieke leefomgeving. De omgevingsvisie is, onder de Omgevingswet, een verplicht instrument voor het Rijk, provincies en gemeenten. Voordat de omgevingsvisie is opgesteld, is gewerkt aan de Toekomstvisie 2050. De Toekomstvisie is een wenkend perspectief voor de langere termijn: een ideaalbeeld waar wij ons naartoe getrokken voelen. De Toekomstvisie vormt de paraplu boven de omgevingsvisie en de visie sociaal domein. De omgevingsvisie is het belangrijkste strategische beleidsdocument voor de inrichting van de fysieke leefomgeving en past binnen het vergezicht van de Toekomstvisie. De fysieke leefomgeving houdt niet op bij de grens van een (dorps)kern, de gemeente, het waterschap of de provincie. De gemeente Molenlanden is niet de enige partij die nadenkt over de toekomst. Ook op landelijk, provinciaal en regionaal niveau wordt er op diverse terreinen gewerkt aan visies op de toekomst en koersbepalingen voor bepaalde vraagstukken. We sluiten zoveel mogelijk aan op de ambities die worden geschetst, of maken weloverwogen andere keuzes die wellicht beter aansluiten op de Molenlandse situatie. We kiezen ook hier voor een goede samenwerking, afstemming en verbinding met al deze partijen

Hoe werkt deze omgevingsvisie door? Zoals benoemd leggen we in de omgevingsvisie de ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving vast voor de lange termijn Om deze beleidsdoelen na te streven en te realiseren zijn andere instrumenten nodig. Een deel van deze instrumenten valt onder de Omgevingswet. De Omgevingswet kent vier kerninstrumenten waarmee gemeenten kunnen werken: • Omgevingsvisie: het integrale gemeentelijke beleid voor de inrichting van de fysieke leefomgeving; • Omgevingsprogramma: de meer concrete uitwerking van het beleid (per thema of gebied); • Omgevingsplan: de (juridische) regels voor de fysieke leefomgeving; • Omgevingsvergunningen: toestemming voor activiteiten (zoals bouwen).

ruimtelijke ordening, zoals bij de voormalige bestemmingsplannen het geval was. Voor het Omgevingsplan maken we gebruik van vier gebiedstypen, die overeenkomen met de omgevingsvisie, namelijk: vitaal buitengebied, vitale kernen, bedrijventerreinen en Werelderfgoed Kinderdijk.

Onderstaande beleidscyclus biedt een structuur om de instrumenten van de Omgevingswet te ordenen. De omgevingsvisie vormt de start van de beleidsontwikkeling.

1.4

Participatie De omgevingsvisie is tot stand gekomen in dialoog met inwoners, ondernemers en belanghebbenden. We hebben op basis van bestaande visies, beleidsstukken en processen een eerste aanzet tot een omgevingsagenda gemaakt. Deze eerste aanzet is aanleiding geweest om in 2023 in meerdere bijeenkomsten met elkaar in gesprek te gaan. Zes thema’s vormden de leidraad voor deze gesprekken. 1. Meer ruimte voor groen in de straten in relatie tot bestaande parkeerdruk. 2. Het gebruik van de wegen in de linten door auto-, landbouw- en vrachtverkeer in relatie tot een veilige situatie voor (recreatief) fietsverkeer. 3. Welke aanvullende regels (naast rijksregels) zouden we moeten opnemen voor het verduurzamen van nieuwe gebouwen (woningen en bedrijven)? 4. Het plaatselijk verkleinen van de geurcontouren voor een gezonder woon- en leefklimaat, versus voldoende ruimte voor (agrarische) bedrijvigheid. 5. Hoe om te gaan met de kernen waarbinnen geen ruimte meer is voor bebouwing, maar wel behoefte is aan uitbreiding? Wat is onze visie op ontwikkeling binnen bestaande kernen? En aan welke criteria moet een nieuwe locatie buiten bestaande kernen voldoen, bijvoorbeeld op het gebied van bodemdaling, rioleringscapaciteit en verkeerscapaciteit? 6. Bescherming van landschappelijke kwaliteit in het buitengebied in relatie tot ontwikkelingen in de linten.

De omgevingsvisie vormt de basis voor de wijze waarop we het bestaande beleid en de lopende trajecten organiseren. Daarbij sluiten we verder aan bij de instrumenten die de Omgevingswet ons biedt. De uitwerking van de ambities en doelen gebeurt in (gebiedsgerichte) programma’s. Het omgevingsplan is de juridische vertaling. De uitwerking van de omgevingsvisie in (gebiedsgerichte) programma’s gebeurt de komende jaren stapsgewijs.

Programma’s

Een nieuw instrument in de Omgevingswet is het programma. Een programma is een verdere uitwerking van de ambities van de omgevingsvisie. Programma’s kunnen thematisch en gebiedsgericht worden opgepakt. Een programma geeft aan wat de keuzes die met de omgevingsvisie zijn gemaakt, concreet betekenen voor een bepaald gebied of kern. Of hoe we concreet willen omgaan met een bepaald thema. Een programma kan vervolgens meerdere projecten of maatregelen bevatten om hier uitvoering aan te geven.

Over de eerste drie thema’s is ook een vragenlijst uitgezet naar de inwoners. Hierop hebben ruim 1.300 inwoners gereageerd. De uitkomsten hiervan hebben we meegenomen in verdere beeldvorming met de raad. Over de andere thema’s hebben we gesprekken gevoerd met inwoners, ondernemers, experts en andere overheden. Ook is aangehaakt op lopende processen en participatietrajecten bij lopende vraagstukken in de gemeente.

Wanneer het programma beleidskeuzes bevat wordt het voorgelegd aan de gemeenteraad. Een programma met (nieuwe of afwijkende) beleidskeuzes kan ook aanleiding zijn om ambities en doelen uit de omgevingsvisie te herijken. Daarmee blijft de omgevingsvisie van Molenlanden een levend document.

Uiteindelijk hebben de gesprekken en participatiebijeenkomsten geleid tot vijf raadsvoorstellen waar de gemeenteraad medio 2023 over heeft besloten. De beleidskaders uit deze raadsbesluiten zijn deel van deze omgevingsvisie, andere delen worden opgenomen in het op te stellen omgevingsplan of andere uitvoeringsdocumenten.

Omgevingsplan

Onder de Omgevingswet heeft elke gemeente één omgevingsplan voor haar grondgebied. Dit is het juridisch bindend plan voor elke inwoner van de gemeente. De gemeente heeft een transitiefase om tot 2032 te komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan. Het omgevingsplan bevat de gemeentelijke regels voor activiteiten die gevolgen kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan gaat over alle onderdelen van de fysieke leefomgeving en is daarmee breder dan alleen regels op het gebied van

Tot slot wordt de omgevingsvisie in 2024 voor een periode van zes weken officieel ter inzage gelegd om de inwoners en ondernemers en alle andere betrokkenen in de gemeente mee te nemen in het verhaal van de omgevingsvisie. Dit gebeurt op formele wijze, met mogelijkheid voor het indienen van zienswijzen.

4

HOOFDSTUK 2

De unieke kracht van Molenlanden 2.1

2.2

Samenbrengen van kwaliteiten en uitdagingen als basis voor onze ambities

ontwikkelingen.

Molenlanden kent veel unieke kwaliteiten. Van het open landelijke karakter tot de bijzondere toeristisch-recreatieve voorzieningen, en van de eigenheid van de diverse kernen tot de bloeiende ondernemerscultuur. Deze kwaliteiten vormen de basis van onze identiteit en vormen het fundament van onze ambities voor nu, straks en later. Waar nodig beschermen en versterken we deze kernkwaliteiten.

Molenlanden bestaat uit verschillende dorpen en een stad. Daar heerst een sterk gemeenschapsgevoel, met ieder een eigen karakter. De grotere dorpen en vestingstad zijn Arkel, Giessenburg, Groot-Ammers, Nieuwpoort/ Langerak en Nieuw-Lekkerland.

Kernen met een eigen karakter en een sterk gemeenschapsgevoel

Daarnaast zien we in onze gemeente meerdere uitdagingen. Voorbeelden zijn de effecten van bodemdaling, de bereikbaarheid van onze kernen en voorzieningen en de veranderende bevolkingssamenstelling. Sommige van deze uitdagingen worden alleen maar groter door de transities waar ook Molenlanden mee te maken heeft. Denk aan de energietransitie, aanpassing aan klimaatverandering, circulaire economie, de transitie van het landelijk gebied, de woningbouwopgave en de opvang van vluchtelingen. Allemaal opgaven waar we samen voor staan.

De kleinere dijk- en lintdorpen zijn Bleskensgraaf, BrandwijkMolenaarsgraaf, Giessen-Oudekerk, Goudriaan, Hoogblokland, Kinderdijk, Noordeloos, Hoornaar, Ottoland, Oud-Alblas, Schelluinen, Streefkerk, Waal en Wijngaarden. De inwoners van Molenlanden staan bekend om hun onderlinge betrokkenheid, saamhorigheid en actieve deelname aan het lokale verenigingsleven. Er is sprake van een betrokken samenleving waar een verscheidenheid aan voorzieningen op het gebied van sport, ontmoeting, cultuur, recreatie en geloof aanwezig is.

In deze omgevingsvisie brengen we die opgaven bij elkaar en formuleren we onze ambities voor de inrichting van de fysieke leefomgeving. We geven hier een duurzame invulling aan door integraal antwoord te geven op de uitdagingen die we nu al hebben of die ons in de (nabije) toekomst te wachten staan. De unieke kwaliteiten van Molenlanden vormen daarbij onze basis.

Een bloeiende ondernemerscultuur

Molenlanden heeft een bloeiende ondernemerscultuur, waarbij lokale bedrijven en ondernemingen niet alleen een belangrijke rol spelen in de economie en werkgelegenheid, maar ook bijdragen aan de sociale samenhang in Molenlanden. Het gebied kent een breed palet aan bedrijvigheid met de agrarische economie, maakindustrie, logistiek, dienstverlening en toerisme. Onze ondernemers zijn ondernemend, innovatief, creatief en betrokken.

Onze unieke kwaliteiten

Open landelijk karakter van hoge kwaliteit

Molenlanden bezit vele kernkwaliteiten, waarvan enkele uniek in de regio en misschien zelfs Nederland zijn. Hier zijn we trots op. Deze kwaliteiten vormen dan ook de basis voor de koers van onze gemeente. Zonder uitputtend te zijn, noemen we hier de belangrijkste. Deze kernkwaliteiten willen we waarborgen: beschermen waar nodig en versterken waar het kan.

Het overgrote deel van de gemeente bestaat uit klei op veen. Kenmerkend voor ons landschap zijn de uitgestrekte weidegebieden met natuur, groen, water, dijkwegen en linten. Een groot deel van het gebied bestaat uit veenbodems, vaak met een kleidek. Het landschap wordt doorsneden met knotwilgenlinten en kent van oudsher eendenkooien, geriefbosjes, grienden en pestbosjes. Het is een bijzonder stuk Groene Hart. Het landschap straalt rust en ruimte uit. Het is voor ons een belangrijke drager voor bestaande en nieuwe ontwikkelingen.

Een innovatieve gemeente

Molenlanden is een innovatieve gemeente in Zuid-Holland met ambitie om als krachtige (samenwerkings-)partner op bovenlokaal niveau te opereren. Molenlanden heeft voldoende adaptief en innovatief vermogen om in te spelen op ontwikkelingen in onze dynamische regio. Er is aandacht voor de balans tussen traditionele waarden, het verleden, lokale betrokkenheid en een open houding tegenover positieve veranderingen en

Water als rode draad door onze geschiedenis en het landschap

Water is overal aanwezig in Molenlanden. Het vormt een rode draad door onze geschiedenis en het landschap. Het zorgt voor ons drinkwater (gewonnen uit grondwater),

5

voor recreatie en geeft ons landschap kleur en vorm. Ook zijn de vele voorzieningen zichtbaar die ons gebied drooghouden. Van de molens die dat eeuwen geleden deden tot de moderne gemalen en pompsystemen. Het water zorgt voor bijzondere natuurgebieden. Drie Natura 2000-gebieden (Boezems Kinderdijk, Donkse Laagten en Lingegebied & DiefdijkZuid) liggen (deels) binnen onze gemeente.

De bodemdalingsproblematiek verschilt per gebied en moet nader worden onderzocht. In bebouwd gebied is bodemdaling vooral het gevolg van zetting door het gewicht van gebouwen en infrastructuur op slappe grond. In landelijk gebied is bodemdaling vooral het gevolg van de drooglegging die nodig is voor de landbouw. Dit leidt tot verschillende maatschappelijke opgaven: In het bebouwd gebied is sprake van verzakkingen van gebouwen en infrastructuur. Daardoor is beheer en onderhoud op slappe grond duurder dan in gebieden met stabielere bodems. Om problemen met verzakken te voorkomen, zijn kosten van nieuwbouw ook vaak hoger dan in gebieden met slappe grond.

Cultuurhistorie, soms van (inter)nationale allure

In Molenlanden zijn nog veel elementen uit het verleden zichtbaar. Zo zijn er meerdere archeologische en cultuurhistorische waarden te vinden. Voorbeelden zijn Werelderfgoed Kinderdijk, de mooie historische kernen en vestingstad Nieuwpoort, de vestingwerken en inundatiegebieden van de Oude Hollandse Waterlinie. Bezoekers van over de hele wereld komen naar Molenlanden om deze plekken te bezoeken.

2.3

Maatregelen om bodemdaling tegen te gaan in het landelijk gebied zijn onderdeel van het Zuid Hollands Programma Landelijk Gebied.

Klimaatverandering en drinkwatervoorziening

De verdergaande klimaatverandering leidt tot maatregelen om de dijken te versterken en ook water beter vast te houden en af te voeren. Ook zal de hevigheid van buien en stormen toenemen en dit zal mogelijk ook in de kernen leiden tot meer wateroverlast. Zeker omdat de maximumcapaciteit van ons rioleringssysteem in de lintbebouwing (bijna) bereikt is. Tegelijkertijd zien we ons geconfronteerd met toenemende droogte. Daarbij neemt de druk op drinkwatervoorzieningen verder toe. Dit betekent ruimtereservering voor grondwaterbeschermingsgebieden en nieuwe locaties voor aanvullende strategische voorraden (ASV’s).

Bijzondere Molenlandse landschappelijke elementen zijn onder andere de donken, het slagenlandschap, kreekruggen en huisterpen, de boezems en wielen, de dijken en boezemkades, de tiendwegen, kaden en hennepakkertjes. In dit landschap staat een verscheidenheid aan waardevolle gebouwen als molens, kerken, oude boerderijen en historische dorpslinten. Ook zijn binnen onze gemeente diverse bijzondere recreatieve voorzieningen te vinden, zoals de Avonturenboerderij Molenwaard, jachthavens, campings. Maar ook de routenetwerken om te wandelen, fietsen en varen.

Onze zorgen voor nu, straks en later

Transitie van de sterke agrarische sector

Molenlanden kent uiteraard ook diverse uitdagingen, aandachtspunten en knelpunten: onze zorgen. Deze zorgen zijn er nu, maar als we hier niet aan werken kunnen deze groter en urgenter worden. Zorgen zijn er in allerlei soorten en maten. Veel zorgen ontstaan doordat opgaven ergens in de ruimte moeten landen en niet alles op dezelfde plek mogelijk is. Er is sprake van een toenemende druk op de ruimte waardoor keuzes moeten worden gemaakt. We noemen hier onze belangrijkste zorgen, passend bij de schaal van onze omgevingsvisie.

Klimaatadaptatie en bodemdaling geven al veel uitdagingen voor de agrarische sector. De problematiek rondom stikstof en biodiversiteit zijn daar de afgelopen jaren bij gekomen. Ook het waarborgen van de kwaliteit van grondwater en oppervlaktewater is een opgave, vastgelegd in de Kaderrichtlijn Water. Dit alles betekent dat ook de agrarische sector in Molenlanden voor een grote transitie staat.

Grote opgaven rondom energie

De energietransitie brengt grote uitdagingen met zich mee op verschillende schaalniveaus. Van het verduurzamen van woningen tot systeemkeuzes op nationaal niveau. Ook de beperkte netcapaciteit is een uitdaging. Dat brengt beperkingen met zich mee, maar soms ook kansen. Bijvoorbeeld voor de uitbreiding en verduurzaming van bedrijventerreinen. Dat geldt ook voor de inpassing van de Regionale Energieopgave (RES) in het landelijk gebied.

Bodemdaling in ons veenweidegebied

In een groot deel van het gebied bestaat de grond uit klei op veen. Al eeuwen kent dit gebied een robuust bodem- en watersysteem, een belangrijke basis voor de ontwikkeling van de agrarische sector. In het gebied komt ook bodemdaling voor. Door klimaatverandering en het nieuwe uitgangspunt ‘water en bodem sturend’ van het Rijk, staat dit aandachtspunt centraal bij veel ontwikkelingen binnen onze gemeente.

6

Bereikbaarheid, verkeersveiligheid, leefbaarheid en aanbod openbaar vervoer

Buiten onze kernen ligt een groot agrarisch gebied. Het landschap van het buitengebied varieert door de ondergrond (veen, rivierklei en zeeklei) en wordt doorsneden door onder meer de Graafstroom en de Giessen. Op de kaart hierna is het netwerk van agrarisch gebied, water, groen en natuur goed te zien. Naast agrarisch gebied hebben we meerdere natuurgebieden en een aantal recreatieve trekpleisters. Werelderfgoed Kinderdijk is op de kaart apart aangegeven.

Op de wegen in onze gemeente en van/naar andere gemeenten is het fors drukker geworden. De toename van het verkeer op lokale, provinciale en rijkswegen zorgt voor meer sluipverkeer, ook in de kernen. Dit heeft gevolgen voor de verkeersveiligheid, met name voor fietsers, en voor de leefbaarheid in de kernen. Openbaar vervoer is een uitdaging in vrijwel elke landelijke gemeente, zo ook voor Molenlanden. Voor een goede bereikbaarheid van de kernen, als alternatief voor de auto, is voldoende aanbod van openbaar vervoer of van andere vormen van betaalbare en duurzame mobiliteit belangrijk.

Veranderende demografische structuur

Ook in Molenlanden neemt de vergrijzing toe. Mensen worden ouder en de groep ouderen groeit. Daarnaast zien inwoners zich in toenemende mate geconfronteerd met afnemende bestaanszekerheid. Daarnaast is de mentale gezondheid (van met name jongeren) een toenemend aandachtspunt. Dit zijn aandachtspunten die niet alleen gelden voor het sociaal domein. De vraag naar passende (zorg)woningen en voorzieningen zijn elementen die ook direct betrekking hebben op de fysieke leefomgeving.

Een belangrijk deel van onze bedrijvigheid is gevestigd op bedrijventerreinen. Deze terreinen liggen tegen een aantal kernen aan. Enkele van deze terreinen zijn toegankelijk via water (watergebonden bedrijventerreinen). Daarnaast kennen we solitaire bedrijvigheid in de kernen en in het buitengebied.

Voldoende en passende woningen voor onze inwoners nu en in de toekomst

Onze gemeente is een fijne plek om te wonen en dat willen we zo houden. We staan voor een aanzienlijke woningbouwopgave, voor zowel het aantal (kwantitatief) als het type woningen (kwalitatief). Onder meer demografische ontwikkelingen veranderen de vraag naar het type woningen. Denk aan de dubbele vergrijzing, meer mantelzorg, kleinere huishoudens en meer diversiteit in de bevolking.

Deze indeling (kernen, agrarisch gebied, water en groen, verkeersaders en bedrijvigheid) sluit aan bij onze kwaliteiten en bij de opgaven die we hiervoor hebben beschreven. Tegen de achtergrond van ons gebied, de kwaliteiten en de opgaven formuleren we hierna een aantal ambities. Die ambities vormen onze leidende principes en ons kader om antwoord te geven op de opgaven, passend bij wie we zijn als Molenlanden. De gebiedsindeling vormt straks ook de basis voor de gebiedsgerichte uitwerking van onze omgevingsvisie in meer concrete programma’s en uitvoeringsplannen.

Het zoeken naar geschikte locaties voor het bouwen van nieuwe woningen kan soms op gespannen voet komen te staan met de bodemdaling. Het bouwen van woningen legt beslag op ruimte en vraagt keuzes in de inrichting van fysieke leefomgeving. Denk hierbij aan riolering, waterberging en ontsluiting voor verkeer tot aan een aantrekkelijke groene leefomgeving waar onder meer sporten, bewegen en ontmoeten mogelijk is

2.4

Gebieden die we in onze gemeente onderscheiden We hebben als gemeente verschillende hoofdelementen in ons gebied. De kaart hierna laat verschillende elementen van Molenlanden zien. De twintig kernen bevinden zich verspreid over de gemeente van 192 km2. Aansluitend aan de kernen en tussen de kernen liggen dijkwegen en linten. Molenlanden kent twee grote provinciale wegen, de N214 (oost-west) en de N216 (noord-zuid). Wegen buiten de kernen zijn van het waterschap. Belangrijke verkeersaders zijn verder de rijksweg A15, de Betuwespoorlijn, de MerwedeLingelijn met een station in Arkel (zuidrand)en de rijksweg A27 (oostzijde). Aan de noordrand ligt Molenlanden tegen de Lek, met veerdiensten bij Groot-Ammers, Streefkerk en Kinderdijk richting de Krimpenerwaard. Aan de westkant raken we aan het stedelijk gebied van de Drechtsteden met ook aanpalende ontwikkelingen op het gebied van woningbouw, duurzame energieopwekking en opvang van vluchtelingen.

7

Gebiedsindeling

8

HOOFDSTUK 3

Onze ambities voor de toekomst 3.1

Ambities voor een leefbare toekomst

Dit betekent wat voor het woningaanbod, waarbij we streven naar voldoende, betaalbare en (levensloop)geschikte woningen voor verschillende doelgroepen. De bevolkingsontwikkelingen in de gemeente zelf zorgen ervoor dat er de komende jaren behoefte is aan meer woningen met meer diversiteit in het aanbod. Deze woningbehoefte moet een plek krijgen, maar wel passend binnen onze (landschappelijke en natuurlijke) kwaliteiten. En passend binnen het principe ‘water en bodem sturend’.

In dit hoofdstuk beschrijven hoe we de visie concreet willen maken in zes leidende ambities. In de bijlage is een verdere verdieping gegeven van de diverse thema’s die in de ambities tot uitdrukking komen. We zetten hiermee onze koers neer voor de toekomst. Komende jaren staan we voor keuzes; bij het uitwerken van beleid en bij het mogelijk maken van ontwikkelingen en initiatieven. Bij elke keuze willen we optimaal bijdragen aan deze zes ambities. Dat doen we op z’n Molenlands en dus samen met inwoners, ondernemers, andere overheden en belanghebbenden.

Molenlanden beschikt over uitgebreide hoeveelheid aan voorzieningen, waaronder zwembaden en sportvoorzieningen (38 sportaccommodaties). Deze voorzieningen vragen ruimte waar de druk op de ruimte al hoog is. Wel zijn deze van belang voor de leefbaarheid van de kernen, het verenigingsleven en daarmee ook de saamhorigheid in de gemeenschap, en voor gezondheid en bewegen. We streven naar tenminste behoud van de bestaande voorzieningen in de kernen en waar mogelijke ontwikkeling van nieuwe voorzieningen. Daarbij vinden we behoud van de nabijheid van onderwijs een kernbelang. We willen het sociale contact en de sociale samenhang behouden en waar mogelijk bevorderen door het realiseren en behouden van openbare ontmoetingsplekken die toegankelijk zijn voor iedereen. We willen verder zorg dragen voor een prettige, veilige en toegankelijke leefomgeving, met aandacht voor groen, gezondheid, en beweging. We werken aan een openbare ruimte met voorzieningen die toegankelijk zijn en die stimuleren om te gaan bewegen en sporten. We streven naar een toegankelijk sportaanbod voor alle mensen in Molenlanden. We zetten in op vitale sportcomplexen, sporthallen en zwembaden en onderzoeken mogelijkheden om bestaande complexen multifunctioneler te benutten.

De ambities kunnen niet los van elkaar worden gezien. Met elkaar vormen ze een integrale blik op de toekomst. Die integrale afweging leidt soms tot versterking en soms tot noodzakelijke keuzes. Hierna leest u onze ambities voor de toekomst, de kansen die we daarbij zien en de keuzes die soms moeten worden gemaakt.

3.2

Ambitie 1: Levendige kernen met een eigen karakter De twintig kernen van de gemeente hebben ieder een eigen karakter en identiteit. Dat maakt het voor de inwoners prettig om er te wonen en te leven. Er heerst een sterk gemeenschapsgevoel en er is sprake van veel onderlinge betrokkenheid en saamhorigheid. Dit willen we graag in stand houden en samen met de inwoners optimaliseren. De lokale economie, een prettige woonomgeving en een goed voorzieningenniveau zijn, naast de inwoners zelf, de motoren 3.3 achter vitale kernen.

Ambitie 2: Een gezonde, inclusieve en samenredzame samenleving We willen de fysieke en mentale gezondheid bevorderen door de gezondheid van onze inwoners te beschermen tegen bijvoorbeeld geluidsoverlast en hittestress. Met de vergroening (met name bomen) en inrichting van onze leefomgeving faciliteren we een gezonde leefstijl. We hebben de taak om de maatschappelijke opgaven van een gezonde en veilige leefomgeving onderdeel te maken van de fysieke thema’s zoals ruimte, water, milieu, natuur en landschap. In onze gemeente zijn alle inwoners even belangrijk, telt iedereen mee en neemt iedereen naar eigen kunnen deel. We willen dat iedereen, ongeacht achtergrond of beperking, de kans krijgt om volwaardig deel te nemen aan de maatschappij en talenten te benutten.

9

sportverenigingen. We maken ontmoetingsplekken breed toegankelijk en aantrekkelijk voor alle inwoners, om zo de verbinding tussen wonen, zorg en sociale interactie te bevorderen.

We gaan uit van de mogelijkheden, eigen regie en kracht, in plaats van de beperkingen, onmogelijkheden en afhankelijkheid.

In Molenlanden is er sprake van een sterke gemeenschapszin, waarin inwoners en ondernemers naar elkaar omkijken en voor elkaar zorgen. Dit is een waardevolle eigenschap die we blijven koesteren. We zoeken samenwerking op met bedrijven en organisaties.

We erkennen dat wanneer inwoners zich richten op hun veerkracht en op wat hun leven betekenisvol maakt, dit preventief werkt en problemen kan voorkomen. Daar waar inwoners het niet (helemaal) redden is er een vangnet van hulp en ondersteuning.

3.4

Ambitie 3: Een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied: water en bodem sturend

In ons gebied is de omgang met water en de bodem al eeuwenlang het leidende principe. Vanaf de veenontginningen in de Middeleeuwen, de vestingwerken en waterlinie van de Republiek in de zeventiende eeuw, het waterbeheer met toename van het aantal molens en de strijd tegen overstromingen in de periode daarna, laten zien dat deze regio altijd te maken heeft gehad met water- en bodembeheer en dijkversterkingen die nodig blijven.

De trend van toenemende kansenongelijkheid willen we tegengaan door in te zetten op zekerheid van voldoende en voorspelbaar inkomen, de zekerheid van werk en van mee kunnen doen in de samenleving. Maar ook de zekerheid van een dak boven je hoofd in een geschikte en betaalbare woning, in een veilige en prettige omgeving, met snelle en toegankelijke dienstverlening.

Bodem en water bepalen het kenmerkende landschap in onze gemeente. Dit landschap kenmerkt zich door de afwisseling van elementen, zoals uitgestrekte weidegebieden met natuur, groen, water, dijkwegen en linten en polder met daarin onze kernen. Het landschap straalt rust en ruimte uit.

Molenlanden krijgt meer nieuwkomers in het gebied. We creëren daarvoor kleinschalige opvang die past bij onze kernen. We willen de kracht van de gemeenschapszin benutten om nieuwkomers een veilige en fijne woonplek te bieden.

De wijze waarop Molenlanden is gevormd, werkt door in de manier waarop wij de gronden nu gebruiken. Veel elementen uit het verleden zijn nog steeds zichtbaar, zowel aardkundig als bouwkundig als op het gebied van water en groen. Onze relatie met het landschap werkt door in onze sterke agrarische sector, de bebouwde omgeving met woningen en bedrijven en de recreatief-toeristische trekpleisters.

We willen actief inspelen op behoefte en veranderingen als gevolg van een veranderende bevolkingssamenstelling. In Molenlanden is een dubbele vergrijzing zichtbaar. De groep 65-plussers wordt groter, ouderen worden gemiddeld ouder. We verwachten een toenemende vraag naar ondersteuning op allerlei levensgebieden, gericht om het langer zelfstandig thuis wonen mogelijk te maken. Tegelijkertijd neemt ook de druk op mantelzorgers en de vraag naar informele zorg toe. Dat vertaalt zich in de fysieke leefomgeving in de vraag naar onder meer mantelzorgwoning en -ontmoetingsmogelijkheden.

In Molenlanden is sprake van inklinking van het veen waardoor bodemdaling en CO2uitstoot ontstaat. Klimaatverandering, met langere perioden van warmte en droogte, zorgt voor verdamping van het grondwater en heeft daardoor ook invloed op bodemdaling. Bodemdaling en klimaatverandering zorgen ervoor dat we niet op dezelfde voet verder kunnen. Op diverse manieren wordt al geprobeerd om toekomstige nadelige gevolgen op te vangen. Peilbeheer is hierbij belangrijk.

Ook richten we ons op het tegengaan van eenzaamheid. We willen ervoor zorgen dat iedereen mee kan doen, ook kwetsbare doelgroepen. Het probleem zit hier vaak vooral in het aanbod van toegankelijke voorzieningen en in de bereikbaarheid ervan. In het buitengebied zijn mensen vaak afhankelijk van eigen vervoer. We benutten beschikbare faciliteiten in de kernen optimaal. Door een betere benutting van bestaande locaties zoals dorpshuizen en het betrekken van andere locaties zoals zorginstellingen en

10

De kaart van figuur rechts geeft de dikte van het kleidek op de veengronden aan. Hoe minder klei op veen, hoe gevoeliger de gebieden zijn voor bodemdaling. Deze kaart geeft een beeld van waar de risico’s op bodemdaling het grootst zijn. De werkelijke bodemdaling is mede afhankelijk van genomen maatregelen. We willen een vitaal en toekomstbestendig landelijk gebied en gaan er daarbij vanuit dat water en bodem sturend zijn. We streven dus naar een Klimaatbestendig en waterrobuust Molenlanden. Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer. We zoeken afstemming met het waterschap en agrariërs over waterpeilbeheer. Per gebied gaan we op zoek naar mogelijkheden van (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling. We kiezen ook voor behoud en waar mogelijk versterking van de landschappelijke kwaliteit van het open (slagen)landschap. Ook streven we ernaar om de biodiversiteit te vergroten en een robuuste groen-blauwe dooradering te realiseren, waarbij er sprake is van verbinding tussen buitengebied en kernen.

Legenda Gemeentegrenzen Kleidek op veen

Dikte van kleidek op veen. Bron: Provincie Zuid-Holland.

11

Ondernemers kunnen met lokale samenwerking op het gebied van energieopwekking, gebruik en opslag de gevolgen van netcongestie verminderen. We willen dit graag faciliteren en stimuleren.

We zijn ervan overtuigd dat we de uitdagingen het hoofd kunnen bieden. Zoals we dat in het verleden ook hebben gedaan. Dat vraagt veel van ons aanpassingsvermogen. En we moeten elkaars krachten vinden om dit te realiseren. We focussen ons hierbij niet zozeer op de beperkingen, maar zetten in op waterrobuuste en klimaatbestendige concepten die een nieuwe toekomst bieden voor de bewoners en ondernemers. Als gemeente is het cruciaal om verschillende opgaven te combineren, zodat we de ruimte optimaal benutten en ons landschap klimaatadaptief en waterrobuust inrichten, zonder afbreuk te doen aan het kenmerkende landelijke karakter. Een belangrijke sector in het landelijk gebied is de agrarische sector. De agrarische bedrijvigheid kenmerkt het gebied en draagt het landschap. Deze sector geven we toekomst, juist omdat deze ook kan bijdragen aan de vitaliteit en toekomstbestendigheid van het landelijk gebied. We zien een brede waaier aan mogelijkheden om de agrarische economie te ondersteunen. Gelet op de uitdagingen streven we ernaar dat in 2050 de landbouw duurzaam in balans is met bodem en water. Ook hier komen we soms voor moeilijke keuzes te staan.

3.5

De beschikbaarheid van energie is door netcongestie minder vanzelfsprekend dan dat die tot voor kort was. Dit heeft invloed op het ondernemersklimaat en de mogelijkheden voor bedrijven om uit te breiden, te verduurzamen en te verhuizen.

Ambitie 4: Een optimaal ondernemersklimaat voor passende bedrijvigheid

Ook de agrarische sector vraagt om een helder toekomstperspectief. We zoeken voortdurend naar een duurzame balans tussen bedrijfsvoering en draagkracht van de bodem en het water. Nieuwe passende verdienmodellen worden hiervoor ontwikkeld. We ondersteunen plannen van agrariërs die bijdragen aan kringlooplandbouw met lokale voedselketens, natuurinclusieve landbouw en biologisch ondernemen.

Economische ontwikkeling draagt bij aan brede welvaart in onze gemeente. Banen zorgen voor inkomen, sociale zekerheid en zingeving. Het bedrijfsleven draagt ook bij aan sociale cohesie en heeft zo een grote maatschappelijke functie. Gezonde bedrijvigheid is nodig om onze dorpen en stad vitaal te houden.

We geven ruimte aan innovaties die als haalbaar en effectief worden gezien voor een toekomstbestendig ondernemersklimaat. Daarnaast moeten deze innovaties in balans zijn met natuur, bodem en water. Denk hierbij aan innovaties die bijdragen aan vermindering van bodemdaling en stikstofbelasting. Ook biedt verbreding van activiteiten meer mogelijkheden. Zo kan landbouw worden verbonden aan landschaps- en natuurontwikkeling, waterbeheer en energieopwekking. We bieden als gemeente ruimte voor het verrichten van nevenactiviteiten, onder de voorwaarde dat de hoofdactiviteit niet komt te vervallen. Met het initiatief Agro & Foodcampus zetten we daarbij in op de verbinding tussen het onderwijs en de agrarische sector.

We hebben een bloeiend ondernemersklimaat en willen dit ook zo houden. Daarbij willen we ruimte bieden voor toekomstbestendig, duurzaam, circulair en lokaal ondernemen. Dit betekent dat we voldoende ruimte nodig hebben voor onze eigen behoefte en dat we verduurzaming en circulaire economie stimuleren (denk aan circulair materiaalgebruik, korte ketens in de voedselproductie en voorkomen van afvalproductie). Om voldoende ruimte beschikbaar te hebben voor onze ondernemers, willen we in eerste instantie optimaal gebruikmaken van onze bestaande bedrijventerreinen. Efficiënte (her)inrichting van deze terreinen staat centraal, net als het zorgvuldig afwegen van verzoeken voor bedrijvigheid op solitaire locaties in linten. De ruimte die we hiermee creëren is niet voldoende om het tekort op te vullen. Uitbreiding van bedrijventerreinen zal noodzakelijk zijn. De afweging waar deze uitbreiding mogelijk is, moet zorgvuldig gebeuren met aandacht voor ontsluiting, voorkomen van overlast, veiligheid en landschappelijke inpassing. Ook hier willen we op zoek gaan naar hoe uitbreiding kansen biedt voor ambities op het gebied van bijvoorbeeld energietransitie, klimaatadaptatie, groen-blauwe dooradering, biodiversiteit en circulariteit. Om deze kansen te benutten is samenwerking tussen bedrijven noodzakelijk.

Door de organisatiegraad op bedrijventerreinen te versterken, ontstaat meer samenwerking en is het beter mogelijk om de bedrijventerreinen van de toekomst te realiseren.

De sector toerisme en recreatie is eveneens van belangrijke economische waarde voor de gemeente. Het huidige toeristisch-recreatieve aanbod in Molenlanden kenmerkt zich door de toeristisch trekpleisters, waaronder Werelderfgoed Kinderdijk. In Kinderdijk komen erfgoed, watermanagement, bijzondere natuurgebieden en historische kernen samen, wat leidt tot een (inter)nationale bezoekersstroom. Naast deze trekpleisters zijn diverse andere ondernemers, organisaties en verenigingen actief op het gebied van recreatie en toerisme. Deze activiteiten zijn vaak kleinschaliger van aard en onder andere te vinden bij de boer. Het weidse landschap, doorspekt met wilgenlinten, grienen en bosjes, trekt recreanten en toeristen.

12

De energietransitie gaat over de overstap van energie uit fossiele brandstoffen naar volledig duurzame energie uit wind, zon en water. We werken aan deze ambitie in verschillende samenwerkingsverbanden waarbij we de ruimteclaims met andere gemeenten aanpakken. Zo zijn in de Regionale Energiestrategie (RES) de gemaakte keuzes beschreven over energiebesparing, opwekken van duurzame energie, warmtetransitie en kansen voor innovatie. We werken vanuit twee sporen aan de energietransitie, deels samen met Gorinchem en deels lokaal voor Molenlanden.

Fietsers en wandelaars kunnen in het gebied goed uit de voeten. Prettige locaties om aan te landen zijn de vestingstad Nieuwpoort en de cultuurhistorische linten. Molenlanden leent zich goed voor waterrecreatie. We willen de kansen van de groeiende sector recreatie en toerisme benutten. Naar de toekomst toe mag het toeristisch, recreatief aanbod zich ontwikkelen tot een aantrekkelijk en samenhangend product. We positioneren Molenlanden de komende jaren als aantrekkelijke bestemming voor een meerdaags verblijf, als onderdeel van het Groene Hart en aan de hand van de eigen verhaallijnen, waarmee we een sterk eigentijds, innovatief en onderscheidend toeristisch profiel realiseren.

3.6

Er is sprake van een groei in het opgesteld vermogen zonne-energie. Wel is het onzeker of hiermee de doelstellingen uit de RES worden behaald. De wijze waarop de doelstellingen op het gebied van windenergie worden behaald, ligt nog niet vast. In de looptijd van deze omgevingsvisie wordt locatie Gorinchem-Noord (deels gelegen op grondgebied van Molenlanden) onderzocht als zoeklocatie voor windenergie. Inpasbaarheid ten opzichte van bijvoorbeeld bestaande bebouwing, landschaps- en natuurwaarden en (wereld)erfgoed vormen in ieder geval een belangrijk afwegingskader. De maatvoering van de windmolens kan worden gezien als een voorwaarde om de ruimtelijke kwaliteit beperkt aan te tasten. We zetten daarom als gemeente in op kleine windturbines. We streven ook naar maximaal lokaal eigendom en naar het lokaal gebruiken van opgewekte energie. Uitgangspunt is ook dat in 2050 alternatieven op het gebied van duurzame energie (anders dan wind) beschikbaar zijn. Denk hierbij aan andere innovatieve energiebronnen, waarbij bijvoorbeeld gebruik wordt gemaakt van waterkracht, bodem, mestvergisting en/of buitenluchtwarmte. De gemeente wil in ieder geval inzetten op het stimuleren en faciliteren van initiatieven binnen bestaande beleidskaders.

Ambitie 5: Een klimaatrobuuste, circulaire en energieneutrale gemeente Onze ambitie is om in 2050 als gemeente (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn. We streven ernaar dat de gevolgen van extreem weer (natter, warmer en droger) in 2050 dusdanig zijn geminimaliseerd dat de maatschappelijke schade en het ongemak acceptabel zijn. We willen daarbij onze vitale en kwetsbare functies, als elektriciteit, telecom, drinkwater, hoofdwegen en verzorgingshuizen beschermen. Bij overstromingen en extreme droogte dient ook de schade aan deze functies en gebouwen minimaal te zijn. De toenemende hitte vormt een risico voor de gezondheid. We willen opwarming van het bebouwd gebied voorkomen. Bijvoorbeeld door koeling van gebouwen, een warmte of verkoelende inrichting van de ruimte en een robuuste groenstructuur die goed tegen droogte kan en neerslag langer kan vasthouden.

Om onze ambities te halen, is ook verdere verduurzaming van het bestaande vastgoed nodig. Daarbij kijken we ook naar verduurzaming en circulaire economie bij eigen gemeentelijk vastgoed en inkoop. Op het gebied van woningbouw faciliteren en stimuleren we woningeigenaren en bedrijven om maatregelen op het gebied van verduurzaming te treffen. Er lopen op dit gebied al vele initiatieven en samenwerkingen zoals met de Energie Coöperatie Molenlanden, Stichting Duurzaam Molenlanden en woningcorporaties die zich actief inzetten voor verduurzaming van vastgoed. Waar het gaat om laadinfrastructuur willen we stimuleren dat er optimaal gebruik kan worden gemaakt van eigen laadfaciliteiten aan huis, zodat eigen zonnepanelen zo effectief mogelijk worden benut.

Ook zorgt het toenemende risico op overstromingen, hitte en droogte voor risico’s voor de landbouw. We streven naar behoud van een gezonde landbouwsector, waarbij samen met agrariërs wordt gekeken naar een goede balans tussen functie en peil. Tussen nu en 2050 willen we het aardgas vervangen door duurzame warmte. Samen met inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we per buurt op zoek naar de beste duurzame warmteoplossingen. We stimuleren onze bedrijven om circulair te ondernemen en te produceren. Daarbij denken we aan gebruik van circulaire en biobased materialen, het voorkomen van afvalproductie tijdens bouw- en sloopfase, energieneutraal of -positief bouwen, maximaliseren van levensduur van gebouwen en het bevorderen van biodiversiteit. Ook korte ketens in de voedselproductie zijn een middel om ecologische, sociale, economische en gezondheidsdoelen te realiseren. Zo zorgen we voor een toekomstbestendige economie en dragen we ook bij aan andere ambities (zoals ecologie, energie, klimaat en gezondheid). Ook binnen onze gemeentelijke organisatie zetten we in op circulariteit bij inkoop en aanbesteding.

13

na volgens het STOMP-principe, met prioriteit voor stappen (lopen) en trappen (fietsen). De gemeente streeft een wegbeeld na dat uitnodigt tot een gewenste rijsnelheid.

Bij bedrijvigheid stimuleren we eigen energieopwekking en -uitwisseling op bedrijventerreinen en de mogelijkheden om de eigen opwek ook binnen het terrein te gebruiken. Ook bieden we hiervoor ruimte aan agrariërs. We zoeken naar de mogelijkheden die passen in de regels die voor de gehele gemeente gelden.

We willen dit bereiken door mobiliteit mede sturend te laten zijn bij ruimtelijke keuzes. Bij de afweging van ruimtelijke ontwikkelingen (locatiekeuze en de ruimtelijke inrichting), onderzoeken we vroegtijdig wat de gevolgen zijn op het gebied van ‘mobiliteit/ bereikbaarheid’. Uitbreidingen voor wonen en werken vinden in eerste instantie plaats op goed bereikbare locaties, die niet ontsloten zijn via (andere) woonkernen. Wanneer onderzoek uitwijst dat de ontwikkeling leidt tot nadelige gevolgen, onderzoeken we eerst welke mogelijkheden er zijn om de ontwikkeling of de locatiekeuze van de ontwikkeling aan te passen aan de wegcapaciteit. Als dit niet mogelijk is, gaan we pas over op de uitbreiding van de capaciteit.

De ontwikkelingen op het gebied van energie hebben gevolgen voor het elektriciteitsnet. Om netcongestie (de druk op het elektriciteitsnet wanneer de vraag groter is dan de transportcapaciteit van het net) te reduceren en voorkomen, willen we het net waar mogelijk ontlasten. We onderzoeken daarom de mogelijkheden om te komen tot slimme energienetwerken (smart energy grid) en energyhubs die het lokaal/regionaal opwekken, opslaan en gebruiken van energie stimuleren en faciliteren en daarmee minder vragen van de netcapaciteit.

3.7

We streven naar een veilige en duurzame verplaatsing van inwoners naar activiteiten, werk en school. Vooral op de smalle lintwegen door de kernen is met de toenemende verkeersstromen verbetering noodzakelijk van de leefbaarheid en verkeersveiligheid.

Ambitie 6: Een veilig en duurzaam bereikbare gemeente De ambitie op het gebied van een verkeersveilige en duurzaam bereikbare gemeente hangt samen met de Mobiliteitsvisie die parallel aan de omgevingsvisie is opgesteld.

Ontlasting van het verkeersnet is mogelijk door meer gebruik te maken van het openbaar vervoer en andere vormen van vervoer. Openbaar vervoer is een uitdaging in een landelijke gemeente. Het landelijk gebied is vaak minder goed ontsloten met het openbaar vervoer dan grote steden. We willen voldoende en aantrekkelijk openbaar vervoer borgen en ook inwoners meer verleiden tot deelmobiliteit. Dat doen we door meer vormen van openbaar vervoer ‘op maat’ te faciliteren. Door de kernen goed te verbinden met de OV-assen en knopen. Hiervoor zetten we in op deelmobiliteit, fietsvoorzieningen en kleinschalige OVinitiatieven. Daarbij kijken we ook naar de betaalbaarheid van vervoer, wat zeker in een uitgestrekte gemeente als Molenlanden een aandachtspunt is. Nog een trend op het gebied van mobiliteit is de verduurzaming van mobiliteit met meer elektrisch vervoer. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van openbare ruimte. Denk hierbij aan oplaadpunten, ruimte voor deelmobiliteit en een andere inrichting van fietspaden.

We willen Molenlanden goed bereikbaar houden voor onze inwoners, ondernemers en toeristen. In het zuiden van de gemeente Molenlanden ligt de rijksweg A15 en langs de oostrand ligt de rijksweg A27. De MerwedeLingelijn die aan de zuidrand langs en deels door Molenlanden loopt, vormt een ov-verbinding via het spoor. De provinciale wegen die de gemeente doorkruisen en aangesloten zijn op de rijkswegen, met name N214 en N216, bepalen de bereikbaarheid binnen Molenlanden. De kernen zijn onderling verbonden via lokale wegen die in beheer zijn van het waterschap. Het verkeer wordt geleid via wegen die hiervoor geschikt zijn. De functie van de weg volgt hierbij op de beschikbare ruimte, de mate van medegebruik door langzaam verkeer en aanliggende bestemmingen. Het fijnmazige netwerk van wegen en linten wordt door diverse doelgroepen gebruikt (vrachtverkeer, agrarisch verkeer, autoverkeer en recreatief verkeer, schoolgaande en recreatieve fietsers, wandelaars). Een zichtbare trend de afgelopen jaren is het groeiende verkeersaanbod, mede door de aantrekkende economie. Deze trend zorgt voor meer druk op de verkeerscapaciteit van de wegen, op verkeersveiligheid en op de leefbaarheid van de verschillende kernen. We willen veiligheid en leefbaarheid in onze kernen en op de wegen. De kwaliteit van de leefomgeving wordt mede bepaald door (fysieke) veiligheid.

Bij de inrichting van de ruimte is rekening te houden met bescherming van inwoners door ongevallen of incidenten van niet-menselijke oorsprong (zoals brand en overstroming). Dit is mogelijk door risico’s in beeld te hebben en deze waar mogelijk te voorkomen of te beperken. Bijvoorbeeld door afstanden aan te houden, te zorgen voor een goede ontsluiting en/of door een goede bereikbaarheid van hulpdiensten mogelijk te maken.

Bereikbaarheid over het water voor veerpont en beroepsvaart willen we behouden. We willen verder het vervoer via het water vaker inzetten om de bereikbaarheid van locaties in onze gemeente waar mogelijk te verbeteren, zoals het meer via water toegankelijk maken van Kinderdijk.

3.8

De ambities in samenhang met elkaar De zes ambities zijn op meerdere vlakken onderling met elkaar verbonden. Afhankelijk van hoe invulling wordt gegeven aan de uitwerking van de ambities kunnen ze elkaar versterken, maar staan ze soms ook op gespannen voet met elkaar. Hieronder is beschreven waar we tussen de verschillende ambities de grootste kansen zien. Daarbij merken we op dat er ook nu al ontwikkelingen zijn die ervoor zorgen dat we deze kansen aangrijpen. Ook geven we aan waar het samengaan van ambities consequenties heeft waardoor keuzes moeten worden gemaakt.

De kernen zijn een verblijfsgebied waar het prettig wonen is. De auto is te gast in deze leefomgeving. Veilig kunnen lopen en fietsen is een voorwaarde. We streven een inrichting

14

3.8.1 Kansen

de keuze te staan: waar nog wel traditioneel bouwen, waar op een andere wijze en op welke specifieke plekken, in het uiterste geval, niet meer. Hierbij sluiten we op voorhand geen complete gebieden uit van woningbouw. Daarbij zullen we tot overeenstemming moeten komen met andere overheden die op het thema bodem en watersturend bevoegd gezag zijn. Het grondwaterpeil is relevant voor de mate van bodemdaling. Het waterschap is het bevoegd gezag over het peilbeheer en stuurt hierop. We zoeken afstemming met waterschap en agrariërs over waterpeilbeheer. Per gebied gaan we vervolgens op zoek naar mogelijkheden van (nieuwe) vormen van bouwen in combinatie met bodemdaling.

1. Transitie landelijk gebied biedt kansen om de agrarische economie te combineren met verduurzaming en klimaatadaptatie De agrarische economie is aan verandering onderhevig. Deze verandering biedt kansen voor opgaven in landelijk gebied als het gaat om verduurzaming en klimaat. We denken hierbij aan bijdragen aan groen-blauwe dooradering, biodiversiteit, landschap, opwekking duurzame energie en warmtetransitie. Deze kans zijn we al aan het benutten, waarbij we samen optrekken met onze boeren. Daarbij kijken we ook samen naar de mogelijke inzet en herbestemming van vrijkomend agrarische bebouwing.

2. Opwek van duurzame energie in vorm van wind en zon kan op gespannen voet staan met het landschappelijk karakter Om de ambities te halen op het gebied van energietransitie is meer opwek van duurzame energie nodig. We realiseren dit conform de regionale afspraken voor de helft met zon op dak. Voor de andere helft moet dit met wind gebeuren. De realisatie van windturbines kan op gespannen voet staan met het open landschappelijke karakter dat Molenlanden kenmerkt.

2. Samenwerking tussen ondernemers kan bijdragen aan aanpak opgaven energietransitie, circulariteit en klimaatadaptatie en mobiliteit Er zijn diverse grotere opgaven waar we in Molenlanden voor staan. De bedrijven op onze bedrijventerreinen kunnen bijdragen aan de aanpak hiervan. Oplossingen liggen vaak op gebiedsniveau in plaats van op het niveau van een individueel bedrijf. Denk aan energie- en warmtetransitie, dosering van agrarisch verkeer op de wegen, het stimuleren van elektrisch vervoer, inzetten op circulair ondernemen en inpassing/ aansluiting bij ons landschappelijk karakter. Samenwerking met en tussen ondernemers is dan ook noodzakelijk om de kansen te verzilveren. Als gemeente stappen we hier naar voren om ontwikkelingen en samenwerking te stimuleren.

Dat vraagt om een zorgvuldige locatieafweging.  Daarbij hanteren we als uitgangspunt dat in 2050 voldoende alternatieven op het gebied van duurzame energie (anders dan wind) beschikbaar zijn.

3. Onze groene landelijke omgeving draagt bij aan fysieke en mentale gezondheid van inwoners We zijn een groene landelijke gemeente. Deze kracht draagt bij aan bevordering van de fysieke en mentale gezondheid door de kansen die hier liggen voor ontspanning, beweging, natuurontwikkeling en groen-blauwe dooradering.

3. Klimaatmaatregelen als (grond) waterpeilbeheer en CO2-uitstoot hebben consequenties voor het agrarisch grondgebruik Klimaatmaatregelen als het beperken van veenoxidatie en vermindering van de uitstoot van CO2 kunnen op gespannen voet staan met agrarisch grondgebruik. Het waterschap is beheerder van het oppervlaktewaterpeil. Bij het opstellen van de peilbesluiten wordt gebruik gemaakt van de GGOR-methode (Gewenste Grond- en Oppervlaktewater Regime). In de GGORmethodiek wordt primair gekeken naar

4. Onze kernkwaliteiten bieden mogelijkheden voor versterking van onze toeristische aantrekkingskracht en daarmee voor onze economie De bijzondere cultuurhistorische en landschappelijke kwaliteiten in onze gemeente vormen een aantrekkingskracht. De doorontwikkeling van ons toeristisch en recreatief aanbod versterkt onze lokale economie en biedt kansen voor de agrarische economie.

3.8.2 Consequenties en noodzakelijke keuzes Het bij elkaar brengen van onze ambities leidt ook tot afwegingen, consequenties en noodzakelijke keuzes. De belangrijkste keuzes maken we hieronder inzichtelijk. Hoe we afwegingen maken, lichten we toe in hoofdstuk 4. 1. We kunnen niet zonder meer traditioneel bouwen wanneer er sprake is van sterke bodemdaling Water en bodem sturend: dat houdt in dat het systeem van water en bodem(daling) leidend is voor ontwikkelingen. Sterke bodemdaling kan ervoor zorgen dat we op een aantal plaatsen niet zonder meer traditioneel kunnen bouwen. Daarmee komen we voor

15

3.9 de gewenste ontwatering en/of het gewenste grondwaterregime, in plaats van naar de gewenste drooglegging. Met de agrariërs kijken we naar een goede balans tussen functie en waterpeil. De gestelde peilen uit het peilbesluit van het waterschap nemen we daarbij in acht. Juist ook voor de landbouw geldt dat de ondergrond, als dit goed is afgestemd en tijdig ingebracht, substantieel kan bijdragen aan het oplossen van de huidige problematiek en uitdagingen zoals bodemgebruik, bodemvruchtbaarheid, bodembelasting en waterberging. We zoeken ook hier continu naar afstemming met het waterschap en agrarische ondernemers. Daarbij kan een rendabele agrarische bedrijfsvoering in aangepaste vorm aan de orde zijn en kan ook worden gezocht naar nieuwe verdienmodellen. We ondersteunen de agrarische sector bij het verder beperken van de uitstoot van CO2, door bijvoorbeeld mestvergisting en de aanleg van waterinfiltratiesystemen te stimuleren in samenwerking met provincie en waterschap. 4. Groei economie, woningbouw en toerisme zorgt voor meer druk op bereikbaarheid en leefbaarheid in onze gemeente We zien de behoefte aan meer ruimte voor bedrijvigheid en woningbouw groeien. Ook zien we ontwikkelingen in de sector toerisme en recreatie waardoor het aantal bezoekers in onze gemeente toeneemt.

Deze ontwikkelingen vragen ruimte en een goed bereikbare gemeente, en leggen daar door toenemende verkeersbewegingen ook meer druk op. Inwoners krijgen mogelijk te maken met meer druk op het wegennet en de parkeercapaciteit. En er is een groter risico op milieuhinder (geluid, trillingen). Hierom betrekken we mobiliteit vroegtijdig bij ruimtelijke keuzes. De ruimteclaim van deze ontwikkelingen kan op gespannen voet staan met een groene leefomgeving. Daarom is er extra aandacht nodig voor de leefbaarheid in de kernen. Dit leidt mogelijk tot een beperking van vracht- en agrarisch verkeer in de kernen. Ook moeten we een zorgvuldige afweging maken ten aanzien van de benodigde parkeercapaciteit. En we zetten in op andere vormen van vervoer. Op diverse wegen in het buitengebied is het 15-tons beleid van kracht om de verkeersveiligheid te vergroten.

16

Hoe nu verder? Deze omgevingsvisie biedt het kader voor de inrichting van de fysieke leefomgeving in Molenlanden. We hebben aangegeven welke ambities we nastreven en welke afwegingen tussen ambities daarbij aan de orde zijn. Na vaststelling van deze omgevingsvisie wordt dit verder uitgewerkt in meer concrete (gebiedsgerichte) programma’s en in het omgevingsplan van de gemeente Molenlanden. In het hoofdstuk hierna geven we aan hoe we gaan werken met de omgevingsvisie. In de bijlage geven we een verdieping per thema.

HOOFDSTUK 4

Werken met de omgevingsvisie 4.1

Het werken met de Omgevingswet

Onderstaande figuur geeft weer hoe de huidige situatie zich verhoudt tot de instrumenten uit de Omgevingswet.

We willen bereiken dat ons beleid, in de geest van de Omgevingswet, meer in samenhang komt. We werken meer samen vanuit meerdere vakgebieden. Met de vaststelling van de omgevingsvisie maken we hiermee een start. Tegelijkertijd constateren we dat er een continue stroom van beleidsontwikkeling is op allerlei beleidsvelden. Dat verandert met de Omgevingswet niet. Vandaar dat het gehele stelsel van de Omgevingswet is gebaseerd op de zogenaamde beleidscyclus. Daarin wordt beleid vertaald naar uitvoering, waarna de uitvoering wordt geëvalueerd. We leren van de uitvoering en indien nodig wordt beleid vervolgens weer aangepast. De omgevingsvisie is de start van deze integrale beleidscyclus. De strategische ambities voor de fysieke leefomgeving zijn hierin in samenhang bepaald. Er is al bestaand beleid van kracht. Dat is soms niet in onderlinge samenhang ontwikkeld en kent vaak een beleids- en uitvoeringscomponent. Daardoor kan het niet altijd 1-op-1 worden opgenomen in de omgevingsvisie. In de aanloop naar deze omgevingsvisie hebben we ons bestaande beleid bekeken en vastgesteld waar dat harmonisatie nodig had. Dat is medio 2023 besluitvormend aan de raad voorgelegd en in deze omgevingsvisie verwerkt, of meegenomen naar het verder uit te werken omgevingsplan. De gemeente heeft een transitiefase om tot 2032 te komen tot één gebiedsdekkend Omgevingsplan.

De omgevingsvisie (en de verdere uitwerking hiervan) bieden haakjes om het Omgevingsplan op te stellen. Het simpelweg intrekken van het bestaande beleid voor de fysieke leefomgeving zou betekenen dat er hiaten en leemtes ontstaan. Dat willen we voorkomen door het bestaande beleid zorgvuldig in te passen in de instrumenten van de Omgevingswet. Dat gebeurt de komende periode. De instrumenten omgevingsvisie, (gebiedsgerichte) programma’s (en uitwerkingen) en omgevingsplan vervangen uiteindelijk de (losse) beleidskaders. Daarnaast is altijd nieuw beleid in ontwikkeling. In veel gevallen gaat het om strategische keuzes. Voorbeelden hiervan zijn mobiliteit, woningbouw, transitie landelijk gebied en energietransitie. In principe zorgen we ervoor dat deze beleidsontwikkeling in lijn is met de omgevingsvisie. Soms betekent dit een verrijking op de omgevingsvisie, maar het kan ook leiden tot aanpassing van de omgevingsvisie.

De gemeente gaat aan de slag gaat met (gebiedsgerichte) programma’s. Hierin vertalen we de visie naar de specifieke gebieden. We denken daarbij aan het landelijk gebied, de kernen, bedrijventerreinen en Kinderdijk. Waar nodig/mogelijk stelt de gemeente thematische programma’s op. Hierbij denken we aan thema’s als mobiliteit, circulariteit, warmte en versnelling woningbouw.

Sturingsfilosofie en samenwerking

4.2

In deze omgevingsvisie zijn verschillende ambities benoemd en is ingegaan op waar de ambities elkaar raken. De opgaven waar we voor staan, zorgen ervoor dat we keuzes moeten maken en soms prioriteiten moeten stellen. Elke keuze vraagt daarbij een eigen zorgvuldige afweging. Daarbij zullen we in elk geval voorkomen dat ontwikkelingen onomkeerbare gevolgen hebben voor het natuurlijk systeem van bodem en water en onze landschappelijke, natuurlijke en cultuurhistorische kwaliteiten. Ook staat daarbij de leefbaarheid van onze inwoners centraal en streven we ernaar dat nieuwe ontwikkelingen hier zo optimaal mogelijk aan bijdragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=876a2940-7a8d-435b-896b-956cd12778ad