CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 1 Jaarstukken 2024

Raadsvergadering 8 juli 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Jaarstukken 202432.248 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Jaarstukken 2024 - pagina 51

Doel is niet gerealiseerd

Status Verantwoording (Wat hebben we ervoor gedaan) Voortzetten en verder uitbouwen van initiërende en leidende rol op belangrijke gemeente overstijgende opgaven, zoals agrarische economie en landschap (A.1) Het voorzetten en verder uitbouwen van onze regionale positie heeft geleid tot nieuwe samenwerkingsverbanden en versterkte samenwerkingsverbanden binnen het bestuurlijk platform Het Groene Hart. De gemeente Molenlanden vertegenwoordigt in dit samenwerkingsverband de gemeenten vallen binnen de regio de Waarden (Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Papendrecht, Sliedrecht en Alblasserdam) Implementeren van uitkomsten uit onderzoek toekomst samenwerking Regio AV (A1 en A2) De GR Regio AV is in 2024 opgeheven. Daarbij is ook besloten om met elkaar te blijven samenwerken in het zogeheten Regioplatform. Regionale afstemming en inzet voor het versterken van onze lobbykracht onder andere ten aanzien van de ruimtelijke puzzel. (A.2) Voor de ruimtelijke puzzel hebben we goede afstemming met de buurgemeenten en sluiten aan bij verschillende tafels waar we het gesprek voeren over ontwikkelingen en uitdagingen. We hebben daarmee een basis gelegd om de komende jaren op door te ontwikkelen en daar waar mogelijk onze lobbykracht te versterken. Uitvoering geven aan acties zoals opgenomen in de in 2021 vastgestelde Nota Verbonden Partijen.

Onder meer het verder ontwikkelen van het werken met de Verbonden Partijen Commissie (zie de Paragraaf Verbonden Partijen). (A.3) We gaven uitvoering aan de acties. Sommige acties zijn afgerond en andere acties hebben gelet op het karakter van de actie, blijvend aandacht nodig. Hierover informeerden we de raad via een raadsinformatiebrief van 9 april 2024. Verder informeerden we de raad over de planning van de evaluatie van de Nota (brief van 1 oktober). Deelnemen in Regio Deal Groene Hart als deze (onder voorbehoud uitkomst verkenning) wordt opgezet. (A.4) Het voorstel Regio Deal De Fundamentele Waarde(n) van het Groene Hart ontving een toekenning vanuit het Rijk van 18 miljoen. In 2025 starten we met het dealmakingsproces om vervolgens te beginnen aan een programma met de looptijd van 5 jaar.

activiteiten, wensen en energie van onze dorpen en stad. (A.5) Vergroten van betrokkenheid bij en draagvlak voor de lokale politiek en politieke processen. (A.6) De inhoud van de bestuurlijke voorstellen is van hoge kwaliteit en rijp voor besluitvorming. (A.7) Een goede verbinding tussen de raad en de gemeenschap. (A.8)

Uitvoering geven aan rol wettelijke vertegenwoordiger inzake deelname aan LEADER Alblasserwaard (Europees subsidieprogramma voor plattelandsontwikkelingen) 2023-2027. (A.4) Leader is een Europees subsidieprogramma waarbij de Lokale Ontwikkelingsstrategie (LOS) centraal staat. De LOS is een plan wat de regio zelf heeft gemaakt. Wij gaven uitvoering aan het penvoerderschap van Leader. Dan doen we ook namens andere gemeenten in de Alblasserwaard. We organiseerden inspiratieavonden om bekendheid te geven aan het programma Leader Alblasserwaard. Inmiddels hebben we de eerste projectaanvragen ontvangen en de lokale actiegroep waar we als gemeente onderdeel van zijn, heeft deze aanvragen beoordeeld. Het Samenlevingsprogramma zal worden doorgezet als instrument. Op deze wijze kunnen we onder de noemer samenlevingsprogramma peilen wat er speelt in de kernen. Hierdoor zijn we in staat de verbinding met inwoners, ondernemers, verenigingen, kerken en andere samenwerkingspartners te versterken (A.5) Dit onderdeel stond nog in de Begroting 2024, maar is in 2023 al volledig afgerond.

Uitvoering geven aan de vijf speerpunten van het vastgestelde raads- en griffieplan 2023-2024: (1) Aansluiting representatieve democratie op de lokale samenleving, (2) Positionering van de raad in de regio en in Verbonden Partijen, (3) Continuering van het collectief leertraject (4) Werken aan een weerbare raad (integriteit, ondermijning, agressie) en (5) Intensivering van raadscommunicatie (A.6) De uitvoering van deze speerpunten is naar tevredenheid van de raad opgepakt en hierover informeerden we de raad via een raadsinformatiebrief van 26 november 2024.

Een krachtige en rolvaste raad met een transparant en democratisch besluitvormingsproces. (A.9)

Beleidsonderwerp

Ambitie (wat wilden we bereiken)

Openbare orde en veiligheid

Een veilige gemeente blijven. En ervoor zorgen dat inwoners dat ook zo ervaren. (B.1)

Jaarstukken 2024 - pagina 52

Status Verantwoording (Wat hebben we ervoor gedaan) Tijdens de thema-avond Veiligheid op 12 december 2024 informeerden we de raad over de onderwerpen binnen Openbare Orde & Veiligheid in een jaaroverzicht. De gemeenteraad ontving het jaaroverzicht ook in een RIB. De regionale gemeentelijke crisisorganisatie verder doorontwikkelen. (B.1) Het doel van de doorontwikkeling is verdere verbetering van de kwaliteit van bevolkingszorg en crisisorganisatie. Dit bereiken we onder andere door de voorbereiding op rampen en crisis als gemeenten en VRZHZ gezamenlijk vorm te geven. Dit is een continue proces. Bevolkingszorg van de VRZHZ heeft in 2024 een jaarplan opgesteld voor het jaar 2025. Hierin staat welke taken bij welke werkgroepen horen.

De beschikbaarheid en betrokkenheid van de crisisfunctionarissen beter borgen. De VRZHZ stelde een notitie op waarin aanbevelingen staan om de bemensing van functies in de crisisorganisatie te verbeteren en te borgen. Wij hebben de intentie om onze crisisorganisatie in 2025 op orde te krijgen. De crisisorganisatie en de reguliere organisatie beter op elkaar aan laten sluiten in het kader van de nafase. Vanuit de VRZHZ was in 2024 de werkgroep (preparatie) Nafase actief. Deze werkgroep is gestart met een implementatieplan. Aan de hand van de landelijke ontwikkelingen en ervaringen/lessen uit eerdere incidenten is de handreiking nafase en plan van aanpak nafase geactualiseerd. Hieraan gekoppeld zijn nieuwe taakkaarten gemaakt en is het opleidingstraject aangepast. Nieuwe benodigde crisisfuncties inventariseren in het kader van de nafase. In 2024 brachten we in kaart welke crisis-functies binnen Molenlanden zijn ingevuld en welke functies nog open staan. Met dit proces gaan we in 2025 verder. Uitvoeren van het door de raad vastgestelde Veiligheidsplan. In 2024 zetten we in op de prioriteiten uit het Veiligheidsplan en op prioriteiten die in het uitvoeringsprogramma zijn benoemd voor dat jaar of doorlopend. Het gaat dan onder andere over: Verdere aanpak van ondermijning met gebruik van interne en externe data.

We combineren interne data die vaak al aanwezig is (zoals BAG, WOZ, BRP) met data van externe bronnen (zoals KvK). Ook zetten we in het informeren van inwoners en bedrijven. Met als doel de preventie en om meldingsbereidheid te verhogen. Meerdere keren in het jaar informeren we eigen medewerkers over het herkennen en melden van signalen. (B.1) In 2024 zijn we een grote campagne gestart om bij inwoners de bewustwording te vergroten en de meldingsbereidheid te verhogen. Na deze campagne ontvingen we verschillende meldingen. Deze meldingen hebben we opgepakt en waar mogelijk op gehandhaafd. Daarnaast hebben we over het melden van signalen op verschillende momenten een pagina in Het Kontakt geplaatst. De medewerkers van de woningcorporaties zijn voorgelicht en we bezochten verschillende agrariërs en ondernemers in de transportsector. Daarnaast informeerden we eigen medewerkers op verschillende manieren en op meerdere momenten (bijvoorbeeld via een ondermijningslunch). We maakten gebruik van interne- en externe data. Een systeem om meer te automatiseren ontwikkelen we nog verder door. Optimaliseren aanpak wet woonoverlast. Bij adressen waar omwonenden grote overlast ervaren gebruiken we indien mogelijk eerder de wettelijke instrumenten zoals een gedragsaanwijzing door burgemeester en laten ook verhuurders hun (wettelijke) rol pakken.

(B.1) In samenwerking met de corporaties, sociaal team, boa, OOV maakten we een stappenplan over wie wanneer aan zet is, en wat de stappen dan zijn. In een aantal gevallen van overlast heeft een brede aanpak door meerdere partijen effect gehad en is de overlast afgenomen. Inzet mystery shopping. We zijn in gesprek met diverse horeca gelegenheden, waaronder ook sportverenigingen, over de naleving van de Alcoholwet. Om de naleving van de leeftijdsgrens te bevorderen, vindt mystery shopping plaats. (Samenwerking met programma 3 op het gebied van preventie).

Jaarstukken 2024 - pagina 53

Verschillende controles zijn uitgevoerd en we hebben verschillende gesprekken gevoerd over naleving van de Alcoholwet. Hierbij gaven we tips om dit in de dagelijkse gang van zaken te verwerken. Ook informeerden we ouders van kinderen in groep 8 over alcohol– en drugsgebruik. Uitwerken van het uitgevoerde onderzoek naar mogelijkheden om structurele overlast van jongeren blijvend te verminderen. Dit doen we in samenwerking met onze partners. In 2024 vindt de implementatie plaats. Voor één specifieke locatie heeft een intensieve aanpak plaatsgevonden en hier hebben we fors handhavend opgetreden. De situatie rondom jongerenoverlast fluctueert: periodes van rust worden voor een specifieke locatie afgewisseld met momenten waarop de overlast weer intensiveert. De basis insteek is dat het reguliere jongerenwerk voldoende inzet kan bieden. Tegelijkertijd is duidelijk dat niet alle (hang)groepen door hen zijn te beïnvloeden. Voor dergelijke incidentele situaties onderzoeken we nog verder op welke manier we daar (naast de handhavende instrumenten) wel invloed op kunnen uitoefenen. Daarnaast onderzoeken we mogelijke voorzieningen in GrootAmmers. Het gaat om voorzieningen en faciliteiten die volgens de jongeren ontbreken. Het blijft echter de vraag of extra voorzieningen daadwerkelijk bijdragen aan het verminderen van overlast.

Inzetten op meer toezicht en handhaving door bijzondere opsporingsambtenaren (boa's). Vanwege de motie Hermans is extra geld beschikbaar. Op dit moment huren we boa's in bij gemeente Papendrecht, maar deze overeenkomst loopt af in 2026 en kan niet worden verlengd. We zijn bezig om de boa capaciteit op een andere manier realiseren. Diverse scenario’s worden onderzocht. In 2024 namen we een boa in dienst. Dit zorgt voor korte lijnen, een goede samenwerking en goede zichtbaarheid van de boa in de kernen.

Beleidsonderwerp

Ambitie (wat wilden we bereiken)

Dienstverlening Gemak voor onze inwoners met goede (telefonische) bereikbaarheid, snelle en kwalitatief goede (digitale) dienstverlening. We schrijven zoveel mogelijk in Klare Taal en we geven proactief relevante informatie en duidelijkheid over reactie- en afhandeltermijnen bij

Jaarstukken 2024 - pagina 54

Status Verantwoording (Wat hebben we ervoor gedaan) De visie op dienstverlening actualiseren. (C.1) Met het uitvoeringsprogramma de actualisatie op dienstverlening verwachten we de komende jaren door te ontwikkelen in lijn met de visie op dienstverlening, de visie op ontmoeting genoemd. De actualisatie op dienstverlening is in 2024 vastgesteld. Investeringen in manier van werken en software bij het informatiecentrum (IC). Maar ook de interactie binnen de organisatie; • één zaak is één eigenaar; • klantreis van alle producten en diensten monitoren; • permanent meten van klanttevredenheid; • meer aandacht voor opmerkingen en klachten; • meer samenwerking en integratie tussen kerngericht werken, dienstverlening en participatie.(C3)

onze producten en diensten te beginnen met meldingen openbare ruimte. (C.1) Maatwerk in begeleiding van inwoners voor wie digitale dienstverlening minder toegankelijk is. (C.2) Continue verbetering van de kwaliteit van dienstverlening door te luisteren naar inwoners en andere relevante (interne) partijen. (C.3) Regelmatige ontmoetingen met inwoners. Bijvoorbeeld over initiatieven, sociale en ruimtelijke vraagstukken. De ontmoetingen worden zoveel mogelijk bij de inwoner thuis of bij de inwoner in de buurt/kern georganiseerd. (C.4)

Jaarstukken 2024 - pagina 55

Het investeren in de manier van werken bij het informatiecentrum verloopt naar verwachting. Een mogelijke ontwikkeling van passende software valt samen met de uitkomst van de bezuinigingsopties. Hierdoor hebben we in 2024 niet geïnvesteerd in de ontwikkeling van software voor het informatiecentrum. Monitoren van onze (telefonische) bereikbaarheid. (C.1) We monitoren structureel onze (telefonische) bereikbaarheid en gebruiken de monitoring om onze dienstverlening op dit gebied blijvend te ontwikkelen. Zo zijn we gestart met de ontwikkeling om naast een goede bereikbaarheid ook de telefonische afhandeling spoediger te laten verlopen. Denk hierbij aan het vergroten van de eerste lijn kennis bij het informatiecentrum: inwoners krijgen tijdens het eerste telefoonmoment direct antwoord op hun vraag. Verbeteren van de informatievoorziening in ICT-systemen waarbij we ons richten op kortere reactie- en afhandeltermijnen. (C.1) Op verzoek en indien gewenst hebben we processen aangepast en nieuwe koppelingen tussen systemen gelegd. Voorbeelden hiervan zijn procesverbeteringen in drie nieuwe systemen: LEEF (werkproces omgevingsvergunningen), AFAS (HR) en Unit4 (Financiën). Onderzoeken van de mogelijkheden van doorontwikkeling/verbetering van onze digitale dienstverlening en kijken daarbij ook naar nieuwe wetgeving.

(C.1) In 2024 hebben we gekeken naar twee nieuwe wetten op dit gebied: de Wet modernisering elektronisch berichtenverkeer (Wmebv) en de Single Digital Gateway annex 2. De Wmebv is een jaar uitgesteld en voor de SDG willen we niet zelf het wiel uitvinden, maar zoeken aansluiting bij landelijke ontwikkeling van de softwareleverancier. Zorgen dat onze medewerkers getraind zijn en blijven in het schrijven van brieven, e-mails en andere teksten in Klare Taal. (C.1) In 2024 organiseerden we in totaal drie workshops Klare Taal. Het ging om twee workshops brieven en e-mails schrijven in Klare Taal. Deze workshops zijn voor nieuwe collega’s en collega’s, die eerder nog geen workshop volgden. En we organiseerden één workshop schrijven van raads- en collegevoorstellen in begrijpelijke taal. Toetsen bij inwoners of we voldoende begrijpelijk schrijven. We doen dat in samenwerking met (de taalpunten van) de bibliotheken in onze gemeente. (C.1) We zetten in op direct contact met inwoners voor het toetsen en het actief ophalen van feedback. Daarnaast stimuleren we collega's om gebruik te maken van de experts in huis op het gebied van Klare Taal. Maatwerk leveren voor inwoners die niet fysiek in staat zijn om het servicepunt te bezoeken. (C.1) Inwoners waarvan het reisdocument verloopt en die niet in staat zijn om naar het loket Burgerzaken te komen, bezoeken we aan huis.

We bundelen deze huisbezoeken op één dag in de maand. In 2024 hebben we dit voor ongeveer acht inwoners gedaan. Tweemaal per jaar bezoeken we verzorgingstehuizen. Hiervoor schrijven we de bewoners aan waarvan het reisdocument in het komende half jaar verloopt. Wij informeren hen via een affiche in de centrale hal van het verzorgingshuis. We houden ook rekening met de bewoners die een briefadres in een andere gemeente hebben. Als bij het inplannen van de afspraken op locatie blijkt dat er voldoende tijdstippen beschikbaar blijven, ontvangen ook de ‘oudste’ omwonenden uit dezelfde kern een uitnodigingsbrief.

Inwoners, ook tijdens lopende processen en procedures, op de hoogte houden van de voortgang. En actief terugkoppeling geven over afspraken of oplossingen. We beginnen hiermee bij meldingen openbare ruimte. (C.1) We informeren inwoners dat hun melding in behandeling is genomen en wanneer deze afgehandeld is. We streven naar een zo kort mogelijke afhandeltermijn van de meldingen openbare ruimte. We onderzochten welke systemen kunnen bijdragen aan het verbeteren van dit proces en de afhandelingstermijn. Begeleiding bieden aan inwoners die niet overweg kunnen met digitale middelen. We werken hiervoor samenwerken met de Informatiepunten digitale overheid bij de bibliotheken in onze gemeente. (C.2) In onze gemeente voert Bibliotheek AanZet het Informatiepunt Digitale Overheid uit. In de bibliotheken in NieuwLekkerland, Groot-Ammers en Arkel zijn op vaste momenten medewerkers aanwezig om inwoners wegwijs te maken in de wereld van de Digitale Overheid. Ook als inwoners telefonisch contact opnemen en aangeven moeite te hebben met digitale formulieren, helpen de medewerkers van de bibliotheek. Bijvoorbeeld met het invullen van formulieren of zoeken naar andere passende oplossingen.

Effect/resultaatindicatoren Veiligheidsbeleving inwoners (1x per 2 jaar) Indicator

7,9 (2023)

8

Verwijzingen Halt

per 1000 inw 2024

8

9

Winkeldiefstallen

per 1000 inw 2024

0,22

2,17

Geweldsmisdrijven

per 1000 inw 2024

1,7

4,3

Diefstal uit woningen

per 1000 inw 2024

0,99

1,25

Vernieling

per 1000 inw 2024

2,05

4,02

Indicator

Realisatie

Streefwaarde 2026

Bron

Tevredenheid van inwoners over dienstverlening

6,2 (2022)*

Inwoners waarderen onze dienstverlening met gemiddeld een 8

Rekenkamerrapport 2022

Eerste lijns bereikbaarheid van gemeente voor inwoners

9,5 (2024)

Onze bereikbaarheid wordt gescoord met een 8

Eigen monitoring en onderzoek

Afhandeling vergunning aanvragen en initiatieven

72% (2023)*

90% van aanvragen en initiatieven wordt op tijd afgehandeld

Jaarverslag 2023

Berekend

MLL

Veiligheidsmonitor NL

*In 2024 is de actualisatie dienstverlening vastgesteld. In 2025 is gestart met het monitoren van de tevredenheid van inwoners over de dienstverlening en de verdere ontwikkeling van

Jaarstukken 2024 - pagina 56

deze monitoring. *In 2024 is de Omgevingswet ingegaan en heeft er een systeemimplementatie plaatsgevonden ter ondersteuning van de procedures. Daarmee is 2024 een implementatiejaar geweest, waardoor monitoring volgens de oude indicator niet heeft plaatsgevonden.

Wat heeft het gekost Bedragen x € 1.000

Begroting voor wijziging

Begroting na wijziging

Realisatie

A. Lasten

9.786

9.245

9.699

B. Baten

926

1.290

1.516

C. Mutaties reserves

31

25

25

Totaal Programma 4

8.829

7.930

8.158

Analyse op hoofdlijnen tussen begroting 2024 na wijziging en de realisatie Het nadelig saldo op dit programma bedraagt € 228.000. Hieronder lichten we de belangrijkste afwijkingen toe die hebben geleid tot dit saldo. Saldo T01 Bestuur € 433.000 N

T02 Burgerzaken € 178.000 V

Jaarstukken 2024 - pagina 57

Incidenteel of structureel Incidenteel

Toelichting

Incidenteel

Op basis van het actualiseren van de aangegane wachtgeldverplichtingen is € 201k vrijgevallen (V).

Incidenteel

Op salariskosten is een nadeel van € 150k ontstaan. In de uitgebreide toelichting op de salarissen die is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering zijn de afwijkingen op concernniveau te zien die verband houden met alle wijzigingen binnen de salarislasten.

Dotatie Pensioenen wethouders € 473k (N). De bij de Najaarsnota teruggedraaide dotatie van € 366k blijkt op basis van de actuariële berekening per 31-12-2024 toch nodig te zijn. Daarnaast is de waarde voor een pensioengerechtigde weer opgenomen nadat bleek dat betrokkene niet overleden was. Hiervan was door Asr bij eerdere berekeningen 2023 wel van uit gegaan; € 107k.

Incidenteel

Op salariskosten is een voordeel van € 127k ontstaan. In de uitgebreide toelichting op de salarissen die is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering zijn de afwijkingen op concernniveau te zien die verband houden met alle wijzigingen binnen de salarislasten.

Incidenteel

Door de late invulling van de vacature voor functioneel beheer is niet alles wat begroot was gerealiseerd op ICT gebied, dit is een voordeel van € 42k.

T11 Crisisbeheersing en brandweer € 5.000 N T12 Openbare orde en veiligheid € 34.000 V

Jaarstukken 2024 - pagina 58

Incidenteel

Een klein voordeel is er voor de kosten voor de verkiezingen, € 4k.

Incidenteel

Op dit taakveld hebben zich geen grote afwijkingen voorgedaan.

Incidenteel

Op salariskosten is een nadeel van € 37k ontstaan. In de uitgebreide toelichting op de salarissen die is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering zijn de afwijkingen op concernniveau te zien die verband houden met alle wijzigingen binnen de salarislasten.

Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien Algemene dekkingsmiddelen kennen geen vooraf bepaald bestedingsdoel. In tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en de afvalstoffenheffing. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de renteopbrengst, en de onroerende zaakbelastingen.

Toelichting op de financiële realisatie Op de algemene dekkingsmiddelen en onvoorzien is een voordelig resultaat behaald van € 1.779.000. Hieronder lichten we de belangrijkste afwijkingen toe die hebben geleid tot dit saldo. AD Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien Bedragen x € 1.000

T05 Treasury T061 OZB woningen T062 OZB-niet woningen T064 Belastingen Overig T07 Alg uitkering en ov uitkering Gem fonds T08 Overige baten en lasten B. Baten T05 Treasury T061 OZB woningen T062 OZB-niet woningen T064 Belastingen Overig T07 Alg uitkering en ov uitkering Gem fonds T08 Overige baten en lasten A. Lasten Toevoeging aan reserves Onttrekking aan reserves C. Mutaties reserves Algemene Dekkingsmiddelen en onvoorzien

Jaarstukken 2024 - pagina 59

Begroting 2024 voor wijzigingen

Begroting 2024 na wijzigingen

Realisatie 2024

Saldo 2024

-564 -5.824 -3.298 -28 -77.940 0 -87.654 -2.598 338 226 101 8 975 -950 1.055 0 1.055 -87.549

-979 -5.844 -3.250 -531 -77.649 0 -88.253 -1.922 338 233 461 10 167 -713 11.262 -10.207 1.055 -87.911

-1.388 -5.847 -3.246 -567 -78.925 -64 -90.037 -1.920 289 232 506 10 174 -709 11.262 -10.207 1.055 -89.691

409 3 -3 36 1.276 64 1.785 -2 48 1 -46 0 -7 -6 0 0 0 1.779

Saldo

Incidenteel of Structureel Incidenteel

Toelichting

T07 Alg uitkering en ov uitkering Gem fonds € 1.275.000 V

Structureel

De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de septembercirculaire. De werkelijke ontvangsten zijn hoger door enkele maatstaven, specifieke uitkeringen en afrekeningen van vorige jaren die voor ons gunstig uitvallen.

T08 Overige baten en lasten € 57.000 V T061 OZB woningen € 51.000 V

Incidenteel

De kostenpost voor de verzekeringen en de kosten voor schades hebben een voordelig resultaat.

Incidenteel

De uitvoeringskosten voor het opleggen van de OZB woningen zijn ca. € 32k lager (V). Dit komt omdat alle bezwaren via 'no cure no pay' bureaus in 2024 zijn afgewezen door MLN. Daarvan liggen nu 120 stuks bij de rechter. Uitspraken volgen pas in 2025. Eventuele te vergoeden proceskosten vallen daardoor in 2025.

Incidenteel

Op salariskosten is een voordeel van € 18k ontstaan. In de uitgebreide toelichting op de salarissen die is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering zijn de afwijkingen op concernniveau te zien die verband houden met alle wijzigingen binnen de salarislasten.

T062 OZB niet-woningen € 3.000 N

Incidenteel

Op dit taakveld hebben zich geen grote afwijkingen voorgedaan.

T064 Belastingen overige € 10.000 N

Incidenteel

Op dit taakveld hebben zich geen grote afwijkingen voorgedaan.

T05 Treasury € 407.000 V

Jaarstukken 2024 - pagina 60

Het voordeel binnen dit taakveld wordt grotendeels veroorzaakt door de ontvangen rente van de bij het Ministerie van Financiën gestalde middelen, de zogenaamde schatkistrekening. Hiermee was geen rekening gehouden in de begroting; € 340k (V). Daarnaast was de rente voor de nieuw afgesloten langlopende lening was € 36k hoger dan begroot (N). De toe te rekenen rente was € 102k hoger dan waar rekening mee was gehouden.

Algemene uitkeringen De verantwoorde algemene uitkering uit het gemeentefonds is gebaseerd op de december circulaire 2024.

Onvoorzien In de begroting 2024 was een bedrag van € 0 voor onvoorziene lasten opgenomen. Deze post is in 2024 niet aangewend.

Belastingen Voor de toelichting op de belastingen verwijzen we u naar de paragraaf lokale heffingen.

Jaarstukken 2024 - pagina 61

Overhead Volgens het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) moeten de uitgaven zoveel mogelijk op de directe taakvelden worden verantwoord. Kosten voor meerdere taakvelden worden verantwoord op taakveld 04 Overhead. Het gaat om de zogenoemde PIOFACH kosten (Personeel Informatie Organisatie Financiën Automatisering Communicatie en Huisvesting). De overhead bestaat uit de personeelskosten en andere kosten die niet direct aan de taakvelden kunnen worden toegerekend, omdat ze feitelijk voor meerdere taakvelden worden gemaakt. Het betreft de zogenaamde PIOFACH kosten (Personeel Informatie Organisatie Financiën Automatisering Communicatie en Huisvesting). Het BBV schrijft voor om deze kosten te verantwoorden op het taakveld 04 Overhead. Rekening 2023

Begroting 2024

Begroting na wijz. 2024

Rekening 2024

Saldo 2024

9.141

10.798

11.323

11.779

-456

N

Indirecte personeelskosten

819

1.022

942

917

25

V

Huisvestingskosten

802

402

706

770

-64

N

Mutaties voorzieningen

331

5

5

-58

63

V

Facilitaire kosten

397

375

386

296

90

V

Automatisering ICT

2.476

3.170

3.123

2.698

425

V

Informatiebeheer

276

155

165

152

13

V

Materieel en vervoer

321

64

80

87

-7

N

Wet Open Overheid

54

154

32

34

-2

N

1.329

507

472

445

27

V

HIOR bijhouding en doorontwikkeling

2

0

0

0

0

BTW advies (en VPB)

2

0

0

0

0

Afschrijving en rente

1.048

1.050

1.004

990

14

V

Toerekening overh. aan investeringen

-489

-657

-657

-452

-205

N

16.509

17.045

17.581

17.658

-77

N

-280

-91

-116

-389

273

V

Totaal (lasten minus baten) Overhead

16.229

16.954

17.465

17.269

196

Overige reservemutaties taakveld overhead

-1.072

-8

-138

-106

-32

Totaal overhead inclusief reservemutaties

15.157

16.946

17.327

17.163

164

Bedragen X € 1.000 Directe personeelskosten aan overhead

Overige kosten bedrijfsvoering

Lasten Bijdragen

Jaarstukken 2024 - pagina 62

N

Toelichting Saldo Personeelskosten € 423.000 N

Incidenteel of structureel Incidenteel

Toelichting In de begroting worden de begrote directe en indirecte personeelskosten (salaris- en inhuurkosten) verdeeld op basis van aannames over de taakvelden. De realisatie blijkt niet altijd overeen te komen met deze aannames waardoor zich afwijkingen voordoen. Dit beeld is zichtbaar over alle taakvelden. Voor het taakveld overhead betekent dit dat er minder op de directe taakvelden verantwoord is dan bij de begroting is aangenomen. Concernbreed is er een onderbesteding op de personeelslasten van € 929k. Dit komt mede door moeizame invulling van vacatures, ook zijn er meer uitkeringen ontvangen dan vooraf gedacht. Voor diverse projecten hebben we uren gefactureerd aan derden en hiermee was geen rekening gehouden in de personeelsbegroting.

Vrijval voorziening € 63.000 V

Incidenteel

Op basis van de berekeningen per einde jaar is er een vrijval in de voorzieningen voor voormalig personeel, Regeling Vervroegd Uittreden en Verlofsparen. Totaal een voordeel van € 63k.

Automatisering ICT € 450.000 V

Incidenteel

Dit is het eerste jaar na nieuwe indeling en budgetverdeling van het I-domein, dit zorgt voor diverse kleinere afwijkingen. De begroting wordt aangescherpt in de komende P&C producten. Een grote afwijking komt door late invulling van vacatures waardoor begroot en gepland werk niet of nog maar deels uitgevoerd konden worden, € 103k voordeel. Een onderbesteding van € 274k komt deels door de vertraging van de aanbesteding Monitoring en Response welke later is gestart door de VNG. Hierdoor zijn er beperkte kosten gekomen ten opzichte van wat was begroot. Daarnaast is er vertraging ontstaan rond het vaststellen van de nieuwe wetgeving zoals de BIO2, wat een afgeleide is van de NIS2. Waardoor uitgaven voor eventuele maatregelen en aanpassingen nog niet gerealiseerd konden worden.

Overige kosten bedrijfsvoering € 74.000 V

Jaarstukken 2024 - pagina 63

Structureel

Een structureel voordeel komt doordat er inkijkkosten voor het voormalig financieel systeem begroot zijn welke niet meer in rekening gebracht worden, dit is € 30k voordelig.

Incidenteel

Er is een voordeel op abonnementen van vakliteratuur en kantoorartikelen, dit komt doordat de jaarnota van 2024 per abuis is geboekt en verantwoord in 2023 vandaar eenmalig een voordeel van € 71k. Voor huisvestingskosten is een nadeel ontstaan van € 64k, dit komt voornamelijk omdat het oude gemeentekantoor langer in gebruik is geweest dan gedacht en het hoger uitvallen van de schoonmaakkosten. Het restant voordeel wordt veroorzaakt door diverse kleinere verschillen.

Overige Een post die niet tot de overhead behoort maar we wel moeten verantwoorden is de Vennootschapsbelasting (VpB) op Taakveld T09. Hierop ontstond incidenteel een verschil ten opzichte van de begroting van € 186k dat verband houdt met de winstnemingen bij de grondexploitaties en enkele afrekeningen van VPB over voorgaande jaren. Over deze winst van de grondexploitaties betalen we vennootschapsbelasting.

Jaarstukken 2024 - pagina 64

Paragrafen Naast de beheerprogramma’s zijn in de jaarstukken acht programma overstijgende paragrafen opgenomen. Deze paragrafen geven een dwarsdoorsnede van een aantal aspecten. U krijgt zo inzicht in de financiële positie van de gemeente, de beheersmatige aspecten en de risico's. De volgende paragrafen zijn in deze jaarstukken opgenomen: A. Lokale heffingen B. Weerstandsvermogen en risicobeheersing C. Onderhoud kapitaalgoederen D. Financiering E. Bedrijfsvoering F. Wet open overheid G. Verbonden partijen H. Grondbeleid

Jaarstukken 2024 - pagina 65

Paragraaf Lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Molenlanden en maken deel uit van het beleid van de gemeente. In deze paragraaf informeren wij u over de uitkomsten en het doel van de verschillende heffingen. De gemeente Molenlanden kent de volgende heffingen: a. (on-)roerende-zaakbelastingen (OZB/RZB) b. rechten c. rioolheffing d. afvalstoffenheffing e. toeristenbelasting De genoemde belastingen onder a en f zijn voor het verkrijgen van algemene dekkingsmiddelen. De rechten, rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn een vergoeding voor de diensten van de gemeente en mogen maximaal kostendekkend zijn. Het beleid gaat uit van kostendekkende tarieven voor de afvalstoffenheffing, rioolheffing en de rechten. Voor de begraafrechten streven we naar een kostendekkingspercentage van 80%.

Geraamde en gerealiseerde heffingen Gerealiseerde heffingen

Geraamd

Gerealiseerd

Afvalstoffenheffing

6.889.206

6.938.767

Rioolheffing

4.506.628

4.504.031

Begraafrechten

1.222.315

1.208.105

Leges omgevingsvergunningen

809.821

738.345

Secretarieleges

855.688

891.395

OZB niet-woning gebruik

1.394.767

1.392.457

OZB niet-woning eigenaar

1.854.800

1.853.810

OZB woning eigenaar

5.844.397

5.846.948

Toeristenbelasting

280.000

231.734

BIZ-heffing

13.300

13.100

Bedragen x €

Jaarstukken 2024 - pagina 66

Onroerende zaakbelastingen De ‘onroerende zaakbelastingen’ heffen we van de eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden, overige gebouwen en niet-cultuurgronden. Daarnaast heffen we ‘onroerende zaakbelasting’ van eigenaren van woningen. Deze belastingen heffen we over de waarde van onroerende zaken. De tarieven voor de onroerende zaakbelastingen (OZB) zijn toegepast op de getaxeerde waarden. De herwaardering vindt jaarlijks plaats. De gehanteerde waarden voor 2024 (waardepeildatum 1-1-2023) waren ten opzichte van 2023 (waardepeildatum 1-1-2022) voor de woningen met 6,5 % gestegen. De waarden van niet-woningen zijn in deze periode met 2,3 % gestegen. De tarieven zijn uitsluitend aangepast met de inflatiecorrectie van 3,9 %. De totale opbrengst uit de onroerende zaakbelastingen bedroeg in 2024 € 9.093.215.

Rechten - leges Hieronder vallen onder meer de leges voor een paspoort of een omgevingsvergunning en de begraafrechten. Uitgangspunt in Molenlanden is dat de rechten kostendekkend zijn. Dit geldt niet voor evenementenvergunningen (Titel 3 van de Legesverordening). We besloten om deze tarieven niet kostendekkend te laten zijn. De reden van dit besluit is de positieve invloed die evenementen hebben op de leefbaarheid van de gemeente. De opbrengst van de secretarieleges zijn in 2024 hoger dan de verwachting bij de Najaarsnota. De opbrengsten uit de bouwleges zijn in 2024 fors lager dan begroot. De oorzaak van de lage bouwleges ligt in het feit dat er aanzienlijk minder bouwaanvragen zijn ingediend dan verwacht. Dit komt onder andere doordat er nog vlak voordat de Omgevingswet is ingegaan veel vergunningaanvragen zijn ingediend in 2023. Het totaaloverzicht van de leges in 2024 is als volgt: Leges

Totale lasten

Totale baten

Kostendekkendheid

Resultaat

1.1 Burgerlijke stand

56.128

48.148

85%

-7.980

1.2 Reisdocumenten

1.028.641

583.822

56%

-444.819

1.3 Rijbewijzen

337.194

181.633

53%

-155.561

1.4 Verstrekkingen uit de brp

83.622

25.941

31%

-57.681

1.7 Overige publiekszaken

23.276

8.881

38%

-14.395

1.8 Gemeentearchief

7.747

7.942

102%

195

1.9 Bijzondere wetten

71.291

84.945

119%

13.654

Bedragen x €

2 Omgevingswet

Jaarstukken 2024 - pagina 67

2 Omgevingswet 2.2 Voorfase

53.057

21.600

40%

-31.457

2.3 Activiteiten bouwwerken

529.754

626.530

118%

96.776

2.4 Activiteiten erfgoed

15.834

15.750

99%

-84

2.5 Activiteiten milieu

3.693

922

25%

-2.771

2.6 Activiteiten aanleg

562

410

73%

-152

2.8 Overige activiteiten

1.500

2.100

140%

600

2.9 Maatwerkvoorschriften Europese dienstenrichtlijn

2.499

625

25%

-1.874

3.1 Horeca

4.999

1.865

37%

-3.134

3.4 Evenementen

3.170

754

23%

-2.416

3.5 Standplaatsen

3.414

879

25%

-2.535

2.230.579

1.634.235

73%

-596.344

3 Europese dienstenrichtlijn

Totaal

Rechten – begraafrechten De begraafrechten heffen we voor begrafenissen en het onderhouden van de begraafplaatsen. Het aantal begrafenissen was in 2024 rond het gemiddelde van de afgelopen jaren. Het aantal nieuwe graven en het aantal verlengingen waren lager dan voorgaande jaren. Hierdoor is een lagere opbrengst gerealiseerd dan begroot.

Afvalstoffenheffing en rioolheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt dat de baten niet hoger mogen zijn dan de lasten. Het kostendekkingspercentage voor de afvalstoffenheffing was in 2024 107%. Het hoge kostendekkingspercentage is het gevolg van een positieve bijstelling van de bijdrage aan Reinigingsdienst Waardlanden over de vorige jaren. Daarnaast was het aantal aanbiedingen van restafval hoger dan vooraf verwacht. Iedere zelfstandige wooneenheid binnen de gemeente ontvangt een aanslag voor deze belasting. Molenlanden hanteert vastrecht tarieven voor één- en meerpersoonshuishoudens en sinds 2024 een afrekening per aanbieding van restafval.

Jaarstukken 2024 - pagina 68

Afvalstoffenheffing Bedragen x €

Lasten taakveld

5.313.825

Overhead

104.302

BCF BTW

1.060.320

Totale lasten

6.478.447

Afvalstoffenheffing

6.938.767

Overige inkomsten

-

Totale baten Kostendekkendheid Resultaat

6.938.767 107 % 460.321

De gemeente heft zowel rioolheffing van de eigenaar als van de gebruiker van een op het riool aangesloten onroerende zaak. De gebruikersheffing wordt geheven door een opslag per m³ waterverbruik. Het waterleidingbedrijf Oasen int deze heffing. Het kostendekkingspercentage voor de rioolheffing was in 2024 88%. Rioolheffing Bedragen x €

Lasten taakveld

4.079.147

Overhead

487.794

BCF BTW

575.337

Totale lasten

5.142.279

Rioolheffing

4.504.031

Overige inkomsten Totale baten Kostendekkendheid Resultaat

Jaarstukken 2024 - pagina 69

4.504.031 88% -/- 638.248

Toeristenbelasting De toeristenbelasting wordt geheven per persoon per nacht. De opbrengst van de toeristenbelasting is in 2024 lager dan de opbrengst in 2023. De reden hiervan was het lagere aantal belastbare overnachtingen in 2024.

Ontwikkeling lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten. De uitkomsten publiceren zij jaarlijks in de Coelo-atlas. De Coelo-Atlas over 2025 geeft aan dat de gemeente Molenlanden op plaats 265 staat van 346 gemeenten. Nummer 346 is daarbij de duurste gemeente. Uit de atlas blijkt dat het OZB-tarief van Molenlanden onder het gemiddelde van Nederland zit. De gemiddelde woningwaarde is net boven het gemiddelde van Nederland. Bij de milieuheffingen scoren de tarieven van de afvalstoffenheffing en de rioolheffing van Molenlanden boven het landelijk gemiddelde.

Kwijtschelding Inwoners van Molenlanden met de laagste inkomens kunnen kwijtschelding krijgen van de afvalstoffenheffing en de rioolafvoerheffing. Voor deze kwijtschelding moeten inwoners voldoen aan de eisen van de ministeriële regeling. In 2024 kwamen 269 huishoudens in aanmerking voor automatische kwijtschelding. Daarnaast zijn 245 verzoeken binnengekomen. Van deze 245 verzoeken hebben we er 133 geheel of gedeeltelijk toegewezen, 110 afgewezen of ingetrokken en 4 aanvragen zijn nog in behandeling. Het totaalbedrag aan kwijtschelding bedroeg € 168.540.

Jaarstukken 2024 - pagina 70

Paragraaf Weerstandvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf gaat in op de volgende vraag: in welke mate is de gemeentelijke financiële positie toereikend om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen? Inzicht in de omvang van de risico’s is een voorwaarde voor een gezonde bedrijfsvoering. Bij de besluitvorming kan hiermee rekening worden gehouden. De financiële inschatting van de risico’s wordt gerelateerd aan de vermogenspositie van de gemeente. Binnen de organisatie is globaal geïnventariseerd welke risico’s er bekend zijn. Op basis van de risico’s is het weerstandsvermogen berekend. Volgens artikel 20 van de Financiële verordening moet de gemeenteraad een nota ‘Weerstandsvermogen & risicobeheersing’ vaststellen. In deze nota zijn de uitgangspunten voor de risicobeheersing en het risicobeheersingsproces vastgelegd.

Financiële kengetallen In deze risicoparagraaf zijn aan het eind een aantal financiële kengetallen opgenomen. Deze getallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.

Beleid en beschikbaarheid van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: Weerstandscapaciteit Algemene reserves ( vrij aanwendbaar) Begrotingssaldo / Jaarrekeningresultaat Totale Weerstandscapaciteit

Jaarstukken 2024

Begroting 2025

25.087.512 8.103.879 33.191.391

23.765.014 0 23.765.014

Voor de hoogte van de algemene reserve is uitgegaan van het saldo van de algemene reserve op de balansdatum inclusief de geplande onttrekkingen/toevoegingen.

Jaarstukken 2024 - pagina 71

Weerstandsratio De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s. Weerstandsvermogen

2025

UITSTEKEND

6,5

Een ratio van >1,0 is noodzakelijk om alle risico’s te kunnen opvangen. Een ratio onder de 1,0 is onwenselijk. Een ratio van >2,0 of hoger is uitstekend. Een ratio van 6,5 is uitzonderlijk goed.

Beleid met betrekking tot de risico’s Bij elk risico wordt een inschatting gemaakt: wat is de mate van waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet en wat zijn de financiële consequenties hiervan. Dit wordt uitgewerkt in een kans- en een gevolgwaarde.

Benadering van de risico’s en de vertaling in kans en het effect We kijken eerst naar de totale omvang van het te lopen risico, als deel van het totaalbedrag dat als last is opgenomen in de jaarrekening. Zo duiden we de risico’s in omvang. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarbij wordt de volgende indeling gehanteerd: • • • •

Laag: Het gevolg van het risico wordt voor 25% meegenomen in het risicoprofiel. Gemiddeld: Het gevolg van het risico wordt voor 50% meegenomen in het risicoprofiel. Hoog: Het gevolg van het risico wordt voor 75% meegenomen in het risicoprofiel. Zeer hoog: Het is nagenoeg zeker dat het risico zich voordoet. Voor het gevolg van het risico wordt een voorziening getroffen of dit is financieel verwerkt in de begroting.

Van een risico zijn de geschatte (totale) kosten (kans x effect) gekwantificeerd en opgenomen in de tabel van risico’s.

Jaarstukken 2024 - pagina 72

De financiële risico’s die zich voordoen In de tabel op de volgende pagina treft u de gekwantificeerde risico’s aan. Het totaal aan risico’s bedraagt € 5.072.278 (was € 5.391.667 bij de begroting 2025). De kleine daling wordt veroorzaakt doordat de omvang van sommige onderwerpen iets zijn afgenomen zodat de algehele omvang van het risico ook iets lager is geworden. Omschrijving Bedragen x €

Grondexploitaties* Garanties (1% over hoofdsom) Gemeente- en BTW compensatiefonds Dividenden Stedin en BNG Bedrijfsvoering loonkosten en overhead Stijging rentelasten Leges omgevingsvergunningen Participatie Jeugdzorg WMO Leerlingenvervoer Weerstandsvermogen bij verbonden partijen

Totale omvang van te lopen risico

Omvang risicogedeelte

Geschat risico (omvang x kans)

98.802.000 80.473.000 566.000 38.069.000

98.802 804.730 566.000 3.806.900

25% 50% 75% 25%

987.750 24.700 402.365 424.500 951.725

7.000.000 3.200.000 1.945.000 10.600.000 6.400.000 935.000 85.452

70.000 1.600.000 194.500 1.060.000 640.000 93.500 85.452

25% 50% 50% 75% 75% 75% 25%

17.500 800.000 97.250 795.000 480.000 70.125 21.363

Totaal *De opbouw van de risico’s rondom dit onderwerp staan beschreven op de volgende pagina.

Jaarstukken 2024 - pagina 73

Kans dat risico zich voordoet

5.072.278

Toelichting risico’s Grondexploitaties en Vastgoed Projecten Voor de risico’s die zich voordoen binnen de grondexploitaties en vastgoedprojecten is uitgegaan van het risicoprofiel op individueel niveau en de meest recente doorrekening van alle grondexploitaties. De risico’s op grondexploitaties bedragen: € 349.300 De risico’s op de overige grondgebonden projecten bedragen: € 498.950 Totaal € 848.250 Garanties en waarborgen De gemeente staat garant voor tal van leningen en deelnemingen. De kans dat zich hierbij risico’s voordoen, is erg klein. Het risico is bepaald op 0,1% van de hoofdsom, de kans daarop als klein, 25%. Gemeentefonds en BTW-compensatiefonds Gemeenten en provincies kunnen vanaf 2016 tot een vastgesteld maximum BTW declareren. Verschillen ten opzichte van het plafond worden aan gemeenten uitgekeerd. Er is in 2023 minder gedeclareerd bij dit fonds. Dit betekent een toevoeging aan het gemeentefonds. Voor 2024 is dit nog niet bekend. We hebben gekozen om dit voordeel structureel in de meerjarenbegroting op te nemen. Dit voordeel is € 740.000. Het risico is dat er meer gedeclareerd wordt waardoor we het ingeboekte voordeel niet behalen. Dit risico schatten we in op 50% evenals een neerwaartse correctie van het Gemeentefonds als geheel.

Dividend Stedin en BNG Jaarlijkse schommelingen van het dividend op gewone aandelen Stedin kunnen leiden tot een verschil ten opzichte van de begroting. Meerjarig wordt dit dividend begroot op € 450.000. Ieder jaar wordt dit bedrag opnieuw bekeken en zo nodig bijgesteld. Het te ontvangen dividend op de door Molenlanden gehouden preferente aandelen in Stedin is tot 2027, namelijk voor de duur dat het dividendpercentage vaststaat, constant. Stedin participeert via haar dochter NetVerder in toekomstige warmtebedrijven (vooruitlopend op de komende Wet Collectieve Warmte). Daartoe is het Meerjarig Strategisch Plan (MSP) 2023-2027 geactualiseerd op basis van een door de aandeelhouders goedgekeurde Warmtestrategie. Onderdeel van deze strategie zijn onder meer maatregelen in het kader van risicomanagement, waarmee mogelijke risico’s verbonden aan warmteprojecten worden beheerst. We merken het volledige dividendbedrag dat we ramen aan als onzekerheid met een kans van 75%. Bedrijfsvoering loonkosten en overhead Het gaat om risico’s van nog niet voorzienbare kosten in verband met wachtgeld van politieke ambtsdragers en ontslag van personeel. Een beheersmaatregel om dit risico te beperken is door middel van verzekeringen. Voor deze risico’s hebben wij een inschatting gemaakt van 5% van de totale personeels- en bestuurskosten met een kans van 25%.

Jaarstukken 2024 - pagina 74

Stijging rentelasten In de begroting 2025-2028 is rekening gehouden met een rente die vergelijkbaar is met het niveau van eind 2024 voor de raming van de rentelasten op nieuw aan te trekken leningen. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt laten zien dat mogelijke renteverhogingen niet waarschijnlijk zullen zijn. Gezien de herfinanciering op oude leningen voor een langere periode is gedekt lopen we geen risico. Het gaat alleen om nieuw aan te trekken leningen. In 2025 moet er mogelijk nog een langlopende lening aangetrokken worden. We verwachten dat er geen sprake zal zijn van kortlopende financieringen. We schatten de kans van een rentestijging voor 2025 in als laag. Leges omgevingsvergunningen De raming van de omgevingsvergunningen met de komst van de Omgevingswet vormt een risico. Met de komst van de Omgevingswet in 2024 is er een analyse gemaakt welke vergunningen er vallen onder de vergunningplicht, welke werkzaamheden hier op van toepassing zijn en hoeveel aanvragen we ongeveer konden verwachten. Gebleken is dat de aantallen zijn teruggelopen en daarmee ook de legesinkomsten. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid ook voor 2025 gelden. Het risico van een lagere opbrengst wordt dan ook hoog ingeschat. Het risicobedrag is bepaald op de halve omvang met een kans van 50% aan lagere opbrengsten.

Participatie De GR Avres voert de Participatiewet, Minimabeleid en de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening uit voor onze gemeente. Hoewel het budget bij de uitvoering en het beleid door Avres leidend is, kan toch een tekort ontstaan. Avres heeft te maken toenemende armoede onder andere door de energiecrisis en de leefgeldverstrekking aan opgevangen Oekraïners. De uitgaven voor minimavoorzieningen nemen daardoor toe. De zittende medewerkers in de sociale werkvoorziening en met beschut werk hebben loon- en baangarantie terwijl de rijksvergoeding niet altijd dekkend is. Avres werkt samen met de deelnemende gemeenten zo goed mogelijk op deze ontwikkelingen in te spelen. Ondanks deze ontwikkelingen en de risico’s is er de laatste jaren sprake geweest van een overschot in de jaarrekening van Avres. Het bestuur van Avres heeft op verzoek van de gemeenten bezuinigingen in 2025 en 2026 en verder doorgevoerd die niet direct ten koste gaan van de dienstverlening, begeleiding en ondersteuning van inwoners. Jeugdzorg (Dienst gezondheid en jeugd) Jeugdzorg wordt door de serviceorganisatie jeugd (SOJ) ingekocht. Een nadelig exploitatieresultaat zal SOJ direct bij de deelnemende gemeenten op basis van een verdeelsleutel in rekening brengen. SOJ beschikt niet over reserves. Anderzijds wordt een voordelig verschil uitgekeerd.

Qua sturing is het voortdurend zoeken naar een balans tussen zorgvraag en beschikbaar budget. Bij de beleidsplanning en het contracteren van zorgaanbieders is het beschikbare budget uitgangspunt. Risico’s zitten met name bij inflatie, JeugdzorgPlus en het risico op gezinnen met een

Jaarstukken 2024 - pagina 75

dure inzet. Op basis van de beschikbare sturingsinformatie wordt ingeschat dat de geschetste effecten een risico vormen voor de Gemeente Molenlanden. Als uitgangspunt nemen we 10% van de totale kosten op als risicogedeelte, waarbij we uitgaan van een hoge kans. Wmo Aan de hand van ervaringscijfers wordt zo realistisch mogelijk geraamd. Dat neemt niet weg dat er risico’s bestaan, zoals de toename van het aantal cliënten met een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning en andere maatwerkvoorzieningen. Dit is het gevolg van de dubbele vergrijzing, langer thuis wonen en het vaste abonnementstarief. Voor individuele begeleiding en dagbesteding zijn de kosten gestegen door hogere marktconforme tarieven als gevolg van de aanbesteding. Per 1 juli 2025 gaat de CAO VVT (Verpleeg-, Verzorgingstehuizen, Thuiszorg en Jeugdgezondheidszorg) wijzigen. Dit betekent dat de medewerkers van de aanbieders huishoudelijke ondersteuning meer gaan verdienen. Het is nog niet bekend wat hiervan de financiële gevolgen zijn. Eind 2025 loopt de eerste contractperiode van de contracten van de aanbieders huishoudelijke ondersteuning af. Voor verlenging van het contract moet een nieuwe kostprijsberekening van het tarief worden gedaan.

Op basis van gegevens vanuit andere gemeenten die ook een nieuwe kostprijsberekening of een nieuwe aanbesteding hebben gedaan, kan wel de conclusie worden getrokken dat het uurtarief naar verwachting met 10% zal gaan stijgen. Het Wmo-vervoer wordt momenteel opnieuw ingekocht. De (beoogde) startdatum van het nieuwe contract is 1 augustus 2025. De vervoerstarieven zullen dan naar verwachting aanmerkelijk hoger (mogelijk 30%) liggen dan de huidige tarieven. Voor de Wmo-hulpmiddelen is opnieuw aanbesteed en het nieuwe contract is 1 februari 2025 ingegaan. De verwachting is dat kosten hiervan ook zullen toenemen mogelijk ook als gevolg van een toenemende vraag voor hulpmiddelen. Voor zowel het Wmo-vervoer als de Wmo-hulpmiddelen kan een stijging worden geduid als een correctie vanuit de markt, aangezien het oudere contracten waren waardoor de marktconformiteit onder de druk is komen te staan. Op basis van het wetsvoorstel wordt voor de Wmo de vaste lage eigen bijdrage op zijn vroegst per 1 januari 2027 gewijzigd in een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage. De CRvB heeft recentelijk ook bepaald dat gemeenten op geen enkele wijze een inkomenstoets mogen toepassen. Er wordt ingeschat dat er een hoge kans is op een afwijking naar boven van 10% met een risico van 75%. Leerlingenvervoer Leerlingenvervoer is een open-eind regeling.

Het benodigde budget is vooral afhankelijk van de ontwikkeling van het aantal aanvragen (en de herkomsten, bestemmingen en combinatiemogelijkheden van de ritten). Vanaf 1 augustus 2025 hebben we als gevolg van een nieuwe aanbesteding te maken met een indicatieve tariefstijging van 32% - 35%. De kans is bepaald op hoog. Weerstandsvermogen bij verbonden partijen Gemeente Molenlanden neemt deel in meerdere gemeenschappelijke regelingen. Voor de gemeenschappelijke regelingen met een sturingsprofiel ‘hoog’ en ‘gemiddeld’, zoals vermeld in de paragraaf Verbonden Partijen, is het benodigde en beschikbare weerstandsvermogen opgenomen in onderstaande tabel. Niet alle gemeenschappelijke regelingen beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Indien het benodigde weerstandsvermogen groter is dan het beschikbare weerstandsvermogen, moeten de deelnemende gemeenten dit resterende risico gezamenlijk dragen.

Jaarstukken 2024 - pagina 76

Daarom nemen we de volgende bedragen op: GR

Bedragen x €

DG&J VR-ZHZ Avres Waardlanden Omgevingsdienst Totaal

Benodigd weerstandsvermogen 1.950.000 906.500 3.519.000 1.750.000 1.033.000

Beschikbaar weerstandsvermogen 1.460.000 510.000 6.137.000 2.782.500 939.000

Belang

Opnemen

7,70% 10,40% 16,80% 20,30% 6,90%

37.730 41.236 0 0 6.486 85.452

Aanvulling bij de tabel: De reserves van DG&J (€ 2,86 miljoen) bestaan voor € 1,4 miljoen uit de bestemmingsreserve voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als we € 1,4 miljoen in mindering brengen op de beschikbare € 2,86 miljoen blijft een vrij aanwendbaar weerstandsvermogen over van € 1,46 miljoen. Dit betekent dat de risico’s niet volledig door het weerstandsvermogen worden afgedekt. Ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen laat zich nog niet financieel vertalen. Deze worden eventueel op een later tijdstip aan de gemeenteraad aangeboden. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van nog uit te voeren onderzoeken. Als voorbeelden noemen we: •

Informatiebeveiliging: Met de komst van de Cybersecuritywet op basis van de NIS2-richtlijn zijn er risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacy, financiële en juridische aansprakelijkheid. Er zijn- en worden diverse verplichte beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken.

•

Kinderdijk: eventuele investeringen in het gebied.

•

Nadere invulling van het accommodatiebeleid, zoals het investeringsprogramma van circa € 10 mln.

•

Het IHP (Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs Molenlanden 2021-2032) Is door de gemeenteraad vastgesteld maar daarbij is besloten om separate besluiten te nemen over de exacte invulling en de financiële effecten van de projecten. Dit is nog niet verwerkt in de meerjarenraming, maar worden na concretisering van de plannen opgenomen. Het plan is verdeeld in 3 blokken van elk 4 jaar waarin de prioritering is aangegeven. Het kan gaan om nieuwbouw, renovatie en/of aanpassingen op het terrein van duurzaamheid. In overleg met de

Jaarstukken 2024 - pagina 77

scholen/schoolbesturen worden de plannen uitgewerkt waarbij cofinanciering onderwerp van gesprek is. Elk afzonderlijk plan met een investeringsvraagstuk zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd. •

De Hervormingsagenda Jeugd is definitief vastgesteld, ondertekend en aangeboden aan de Tweede Kamer en Eerste Kamer. Met het afsluiten van de Hervormingsagenda zijn de aanvullende middelen voor de jaren 2024 en 2025 toegevoegd aan het gemeentefonds. Gemeenten moeten bijbehorende baten en lasten op realistische wijze in een structureel sluitende begroting verwerken. Voor 2026 en verder heeft het Rijk een deel van de compensatie nog op de aanvullende post in de rijksbegroting staan. De toevoeging aan het gemeentefonds van de aanvullende middelen voor jeugdzorg voor 2026 en verder vindt plaats na het advies van de Deskundigencommissie en de besluitvorming daarover. In januari 2025 heeft de Deskundigencommissie haar eerste advies gegeven. Voor de jaren 2023 en 2024 concludeert de commissie dat het rijk en gemeenten gezamenlijk verantwoordelijk zijn voor de tekorten van € 628 en € 828 miljoen en doet zij de aanbeveling dat partijen deze tekorten 50/50 verdelen. Het geldende Meerjarig financieel kader 2025 t/m 2027 (uit 2023) moet worden bijgesteld. Ingeboekte besparingen zijn niet realistisch gebleken en de kosten zijn gestegen, zonder dat gemeenten daarop afdoende kunnen sturen. De uitgaven over 2024 vormen de basis voor de vergoeding voor 2025 en volgende jaren. Vanaf 2025 worden deze geïndexeerd voor zowel prijs als volumeontwikkelingen.

Wel loopt de (50%) korting over 2024 door, waardoor gemeenten feitelijk een taakstelling hebben van € 414 miljoen. Voor de volumestijging is uitgegaan van 4,7%. Voor de prijsstijging is aan te sluiten bij OVA/PPC. Daarnaast dienen de eerder voor 2026 e.v. ingeboekte besparingen te vervallen totdat deze op een realistische wijze kunnen worden vastgesteld en ook de haalbaarheid daarvan is gewogen. De verantwoordelijkheid voor de financiële consequenties die voortvloeien uit dit onderdeel van het advies betreffen in de optiek van de commissie met zoveel woorden een verantwoordelijkheid van het gehele kabinet. Een en ander zou verwerkt moeten worden bij de meicirculaire 2025.

•

Molenlanden is samen met de gemeenten Dordrecht, Papendrecht en Sliedrecht in september 2023 door de rechter deels in het gelijk gesteld in een civiele rechtszaak waarbij zij Vorderen, dat Chemours c.s. alle geleden en te lijden schade als gevolg van verontreiniging door PFOA en GenX van gemeentegronden vergoeden. Naar aanleiding van deze uitspraak is op initiatief van Chemours een gesprek met de gemeenten gestart dat zich richt op: (1) het herstellen van verontreinigde moestuinen in de genoemde gemeenten, het weer ‘zwembaar’ maken van de plas de Merwelanden in Dordrecht en (3) het oprichten van een fonds, dat ziet op het vergoeden van door de gemeenten geleden en te leiden schade. Voor het herstel van de moestuinen zijn pilots gestart. Het zwemwater van De Merwelanden wordt onderzocht op te nemen maatregelen. Tevens zijn onderhandelingen gestart over het instellen van een fonds. Het verzoek van de gemeenten om een (eind-)vonnis in de aangespannen rechtszaak is om die reden opgeschort.

•

De gemeente Molenlanden erkent de toenemende impact van klimaatverandering op haar activiteiten en financiële gezondheid. De frequentie en intensiteit van extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen, hittegolven en stormen, vormen een groeiend risico voor onze infrastructuur, openbare voorzieningen en de algehele veerkracht van onze gemeenschap. We blijven proactief werken aan het

Jaarstukken 2024 - pagina 78

identificeren, beoordelen en beheren van deze risico's, terwijl we tegelijkertijd streven naar duurzame oplossingen en investeringen die de veerkracht van onze gemeente op lange termijn bevorderen. De gemeente Molenlanden werkt in 2025 aan een aanpak die meer inzicht geeft in de risico’s die we als gemeente lopen, zodat politiek ook de juiste afwegingen gemaakt kunnen worden tussen (pro)actief investeren in het voorkomen van schade of het (re)actief acteren op ontstane schade. Financiële kengetallen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. In het onderstaand overzicht de uitkomsten: Kengetallen: A. Netto Schuldquote B. Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen C. Solvabiliteitsratio D. Structurele exploitatieruimte E. Grondexploitatie F. Belastingcapaciteit

Jaarrekening 2023 10,7% 5,8%

Begroting 2024 23,7% 26,4%

Jaarrekening 2024 15,1% 10,2%

61,2% 1,6% 2,3% 99,2%

46,7% 1,5% 3,2% 102,3%

59,9% 3,8% 1,4% 106,2%

Netto schuldquote De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de eigen middelen. De netto schuldquote geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een netto schuldquote tot 100% wordt algemeen beschouwd als goed. Dit kengetal wordt voor de gemeente Molenlanden daarom als redelijk beoordeeld. Er is een correctie op dit getal als we de verstrekte leningen hieruit filteren. Ten opzichte van de begroting is het kengetal fors lager omdat door achtergebleven investeringen minder geldleningen zijn aangetrokken dan waar bij de begroting vanuit gegaan was. Solvabiliteitsratio De solvabiliteitsratio geeft inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan zijn financiële verplichtingen te voldoen. Onder de solvabiliteitsratio verstaan we het eigen vermogen als percentage van het totale balanstotaal. De ratio is hoog doordat er sprake is van een groot eigen vermogen. Een gezond percentage ligt in ieder geval boven de 20%. De gemeente Molenlanden komt ruimschoots uit boven deze ondergrens.

Jaarstukken 2024 - pagina 79

Structurele exploitatieruimte Dit kengetal is van belang om te kunnen beoordelen welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen. Of welke structurele stijging van de baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. Dit kengetal laat zien dat er sprake is van een kleine ruimte in de structurele exploitatie van 2024. Grondexploitatie Dit kengetal geeft weer hoe de waarde van de grond zich verhoudt tot de totale (geraamde) baten. Het betreft hier de niet in exploitatie genomen gronden en de bouwgrond in exploitatie. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit geeft inzicht hoe de belastingdruk in de gemeente zich verhoudt ten opzichte van het landelijke gemiddelde. De definitie van belastingcapaciteit is hier: woonlasten van een meerpersoonshuishouden, opgebouwd uit OZB, afvalstoffen- en rioolheffing. Algemeen wordt een belastingcapaciteit tot 100% als goed beoordeeld. De gemeente Molenlanden scoort iets hoger. Beoordeling onderlinge verhouding tussen kengetallen De gemeente Molenlanden heeft een stevige financiële reservepositie en een materieel sluitende meerjarenbegroting. De solvabiliteitsratio is hoog. Tegenvallers kunnen opgevangen worden door aanwending van de reserves, wat ook blijkt uit de hoge weerstandsratio.

Het beleid is erop gericht om structurele uitgaven te dekken door structurele inkomsten.

Jaarstukken 2024 - pagina 80

Paragraaf Onderhoud kapitaalgoederen Algemeen De gemeente is verantwoordelijk voor het beheer van de openbare ruimte en gemeentelijke gebouwen, de zogenoemde kapitaalgoederen. Dit zijn wegen, verkeersvoorzieningen en overig straatmeubilair, civieltechnische kunstwerken, openbare verlichting, spelen, groen, begraafplaatsen, riolering, water, sportaccommodaties en gebouwen. Kapitaalgoederen hebben onderhoud nodig, zodat wij een veilig gebruik kunnen waarborgen. Zowel meerjarig groot onderhoud als dagelijks, klein onderhoud. De kosten daarvan en de planning zijn vastgelegd in beheerplannen. In deze paragraaf gaan we in op wat we in 2024 hebben bereikt bij het beheer en onderhoud van de kapitaalgoederen van de gemeente. We doen dit op basis van het geldende beleid en de beschikbaar gestelde financiële middelen. Integraal Beheerplan Buitenruimte Het Integraal Beheerplan Buitenruimte Molenlanden 2022-2026 is gebaseerd op een lange termijnplanning voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte. De beleidsuitgangspunten, kaders en kosten zijn hierin vastgelegd. Dit plan geeft inzicht in de huidige en gewenste (beeld)kwaliteit van het beheer en onderhoud van de openbare ruimte, inclusief het benodigde budget (met een doorkijk tot en met 2031).

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=74540b86-6311-4a9f-8e69-ef73d364a7c6