Begroting 2026
Tekst van het document
regionale partners dat zij de sociale teams als belangrijke partners zien om hun wettelijke taken zo goed mogelijk uit te voeren. Zo zijn we momenteel met de Dienst Gezondheid en Jeugd in gesprek om te kijken of ze vanuit hun wettelijke taken nog meer met de sociale teams kunnen samenwerken. En eerder naar de sociale teams kunnen afschalen. Dit is helemaal in lijn met ons beleid en dus een positieve ontwikkeling. Het heeft alleen ook impact op onze teams. Daarom bouwen we in 2026 zorgvuldig verder aan de sociale structuur. Samen met onze collega's en netwerkpartners die participeren in de sociale teams en de gemeentelijke toegang . Zodat we mee kunnen blijven bewegen met de ontwikkelingen die op ons afkomen. De financiële middelen die hiervoor nodig zijn, zijn opgenomen in de vastgestelde Kadernota en verwerkt in deze Begroting.
Nadere toelichting Onder de vraag ‘Wat willen we bereiken’ staan de opgaven uit de Visie Sociaal Domein en het Uitvoeringsplan Sociaal Domein 2024/2025 . Het uitvoeringsplan actualiseren we eind 2025 – begin 2026 naar Uitvoeringsplan 2026/2027. Onder de vraag ‘Wat gaan we ervoor doen’ staan de inspanningen en belangrijkste speerpunten uit het Uitvoeringsplan Sociaal Domein. Een aantal punten vraagt verdere uitwerking met maatschappelijke partners in concrete acties. Daarnaast pakken we een aantal punten plan- of projectmatig op en verantwoorden we afzonderlijk .
Verminderen kansenongelijkheid Wat willen we bereiken? • Betaalbare en alternatieve woonvormen en huisvesting van kwetsbare doelgroepen. (A.1) • Laagdrempelige en actieve informatie, advisering en begeleiding. (A.2) • Versterken basisvaardigheden (taal, digitaal, rekenen, lezen). (A.3) • Verminderen bestaansonzekerheid, armoede en onveiligheid. (A.4)
Doorontwikkeling gemeentelijke toegang en sociale teams De afgelopen jaren investeerden we in een gemeentelijke toegang en sterke sociale teams voor ondersteuning aan inwoners van 0-100 jaar. Dichtbij en op alle leefgebieden. Om ook in de toekomst kwetsbare inwoners een passend vangnet te kunnen blijven bieden, maakten we de afgelopen jaren binnen het sociaal domein ‘de beweging naar voren’ . Vanuit onze sociale teams zetten we sterk in op vroegsignalering en preventie om zwaardere (en dus duurdere) ondersteuningsvragen in de toekomst te voorkomen. Op landelijk niveau worden de sociale teams als de sleutelrol binnen het sociaal domein gezien om de beweging naar voren te maken. In verschillende landelijke akkoorden zijn de sociale teams dan ook stevig gepositioneerd als belangrijk construct. We zien ook bij onze
Wat gaan we ervoor doen? • We actualiseren in 2025 en 2026, de Woonvisie tot een Volkshuisvestingsprogramma Molenlanden, dat ook het uitvoeringsprogramma van de Woonzorgvisie bevat. (A.1) • Uitvoeren regionaal bod Huisvesting Kwetsbare Groepen: realisatie regionaal aanbod. (A.1) • Transitie Beschermd Wonen en Opvang: door decentraliseren van regionaal naar lokaal van Wmo-voorzieningen Beschermd Wonen en Maatschappelijke Opvang. (A.1) • Meer ondersteunen van vrijwilligersorganisaties: doorontwikkeling vrijwilligersinformatiepunt in combinatie met de dorpsapp Hoplr. (A.2)
1.3 Welzijn, Sociaal en Cultuur
Begroting 2026 - 25
•
•
• • • • • •
• • • •
Diensten en ondersteuning dichtbij inwoners: organiseren aanvullende steunfunctie nabij (waakvlamfunctie) en integrale doorontwikkeling gemeentelijke toegang en sociale teams. (A.2) We onderzoeken samen met de Dienst Gezondheid en Jeugd of het mogelijk is om meer GGZ-expertise aan de sociale teams toe te voegen. Zodat we de preventieve ondersteuning van kwetsbare inwoners kunnen verstevigen. Op deze manier willen we eerder en beter aansluiten bij inwoners die zelf geen ondersteuning of hulp vragen, maar wel overlast veroorzaken of waar mensen zich zorgen om maken. (A.2) Inloopfunctie voor informatie en advies versterken: Pilot Relatieloket. (A.2) Nieuwe wet Bibliotheekstelsel 2026 implementeren (A.2) Uitvoeren pilot Molenlandse Formulierenbrigade (A.2 en A.3) Deelnemen aan landelijke pilot Overheidsbrede loketten (A.2) Regionaal Taalpact en lokaal plan van aanpak basisvaardigheden uitvoeren (A.3) Lokale netwerken en samenwerking versterken voor vroegsignalering en preventie: Organiseren platformbijeenkomsten Sociaal Domein minimaal 2x per jaar en samenwerking met kerken versterken (A.4) Opzetten pilot Hulp bij Thuisadministratie (A.4) Toekomstscenario Jeugd en Gezinsbescherming uitvoeren (A.4) Bevorderen menselijke maat en maatwerk in dienstverlening en ondersteuning (A.4) Opstellen agenda armoedebeleid (A.4)
Veranderende bevolkingssamenstelling Wat willen we bereiken? • Meer samenwerking tussen sociaal en medisch domein. (B.1) • Hulp en ondersteuning meer op maat en nabij. (B.2) • Ondersteunen en ontlasten (jonge) mantelzorgers. (B.3) • Langer en veiliger in de kernen wonen. (B.4) • Versterken netwerken voor hulp en ondersteuning (B.5)
Wat gaan we daarvoor doen? • Uitvoeren Integraal Zorgakkoord en GALA: onder andere verbeteren mantelzorgondersteuning (o.a. Academie voor Zelfzorg), verbeteren samenwerking met huisartsen en nieuwe afspraken Jeugdmodule (POH GGZ jeugd, borging), Mentaal Gezondheidscentrum Mentiek enzovoort. (B.1) • Uitvoeren aanpak kwetsbare ouderen: herstart van de werkgroep Kwetsbare Ouderen met betrokken partners uit zorg en sociaal domein, aandacht voor preventie, eenzaamheid, mantelzorgondersteuning en passende zorg thuis. (B.1) • Verstevigen rol Welzijn op recept in de keten: huisartsen hebben samenwerking met welzijnswerker. (B.1) • Versterken jeugdmodule: nieuwe samenwerkingsafspraken met huisartsen over inzet jeugd POH GGZ. (B.1) • Hervormingsagenda Jeugd: uitvoering geven aan het plan Sterke Gezinnen, Sterke Jeugd 2025-2028. Onder andere met inzet op jeugdhulp naar voren, Kansrijke Start en de pedagogische basis (B.1/ B.2) • Integraal doorontwikkelen gemeentelijke toegang en sociale teams (B.2, zie ook A2) • Meer bekendheid geven aan Onafhankelijke Cliënten Ondersteuning (OCO) en juist gebruik van OCO. (B.2) • Doorontwikkelen mantelzorgondersteuning (bv Steunpunt en Odensehuizen): focus op toenemende druk op mantelzorgers door maatschappelijke ontwikkelingen. (B.3) • Voortzetten Inclusieagenda.
(B.5) Verbeteren fysieke en mentale gezondheid Wat willen we bereiken? • Inzet op voorkomen mentale problemen bij jongeren. (C.1) • Vitaler en gezonder ouder worden. (C.2) • Versterken gezonde leefstijl en gezond gewicht. (C.3) • Bevorderen gezonde leefomgeving. (C.4) Wat gaan we ervoor doen? • IZA ketenaanpak mentale gezondheid: realiseren Mentiek. (C.1, zie ook B.1)
Begroting 2026 - 26
• • •
• • •
• •
Inzetten op netwerkversterking jongeren: continueren jongerenwerk/ buurtsport- en cultuurcoaches/ groepswerk sociaal team. (C.1) Extra inzetten op preventie: versterken project Zeker op de Been (valpreventie). (C.2) Stimuleren gezonde leefstijl onder kinderen: aandacht voor dagelijks bewegen (buurtsportcoaches) via Sportservice ZuidHolland, aandacht middelengebruik (jeugdhulp naar voren), aanpak Kinderen naar gezond gewicht. (C.3) Expertise middelenpreventie toevoegen aan het Sociaal Team Molenlanden door middel van een verbindingsfunctionaris gezondheid en verslaving (C.3) Uitvoeren van Bewust Blijven Bewegen en Sporten: beweegroutes, zwem- en gymonderwijs, Sportakkoord.(C.3) Borgen Gezonde School aanpak: het aantal scholen dat werkt aan een gezonde leefstijl onder leerlingen (met aandacht voor o.a. welbevinden, sport en bewegen en voeding) blijft gelijk aan het voorgaande jaar of wordt vergroot. Ook willen we via de GGD werken aan een nieuwe meerjarige aanpak mentale gezondheid op VO-scholen (C.3) Versterken samenwerking Ruimtelijk en Sociaal domein: inzet Omgevingstafels, project herinrichting Openbare Ruimte. (C.4) Uitvoeren Gezond en Actief Leven Akkoord/Integraal Zorgakkoord. (C.1., C.2, C.3 en C.4; zie ook B.1).
Doe het zelf, doe het samen: andere inwoners, andere overheid Wat willen we bereiken? • Vertrouwen in inwoners en aandacht voor hun situatie. (D.1) • Gemeente werkt meer samen met inwoners. (D.2) • Samenwerking gericht op maatwerk en passende voorziening. (D.3) • Meer normaliseren en hulp bij accepteren. (D.4) Wat gaan we ervoor doen? • Bredere indicatiestelling door professionals meer mogelijk maken: uitvoeren pilot met zorgaanbieders + versterken casemanagersfunctie zorgplan (D.1. en D.3).
•
• • • • • • •
Meer proactief ondersteunen van kwetsbare inwoners en dit laten terugkomen in de subsidieafspraken met Stichting Welzijn Molenlanden; borgen waakvlamcontact voor inwoners in afwachting van hulpverlening door het Sociaal Team. (D.1, zie ook A.2) Benutten netwerken voor signalering en verwijzing: platformbijeenkomsten. (D.2) Versterken inclusiviteit en diversiteit: voortzetten en borging Motie Respect . (D.2) Vrijwilligersbeleid: doorontwikkelen van vrijwilligersinformatiepunt van Stichting Welzijn Molenlanden. (D.2) Vrijwilligersinformatiepunt en kennisbank lokale initiatieven opzetten. (D.2, zie ook A.2) Aanpakken relatieproblematiek: evalueren pilot relatieloket. (D.3, zie A.2) Versterken participatieprojecten: verbreden en versterken aanpak Jij bent in Beeld. (D.3) Bij professionals in het sociaal domein is het belang van normaliseren (niet problematiseren van het gewone leven) een leidend principe om de druk op vraag naar ondersteuning te verminderen. (D.4)
Netwerk Inwoners, vrijwilligersorganisaties, dorpsraden, maatschappelijke organisaties, zorgaanbieders, anti-discriminatievoorziening, muziek en cultuurcentrum MC Forte, kinderopvang, peuterspeelzalen, scholen, kerken, (sport)verenigingen, Sportservice, huisartsen, Dienst Gezondheid & Jeugd, Serviceorganisatie Jeugd ZHZ, Avres, gemeenten regio Zuid-Holland Zuid, aangrenzende gemeenten niet behorend bij ZHZ (bijv. Vijfheerenlanden, Altena, Krimpenerwaard), zorgkantoor, arbeidsmarktregio en centrumgemeente Dordrecht. Stads- en dorpsgericht werken Wat willen we bereiken? • We werken dorps- en stadsgericht waardoor we de betrokkenheid, inzet en autonomie van onze samenleving versterken. (E.1)
Begroting 2026 - 27
• •
Medewerkers kennen de Molenlandse samenleving en zijn betrokken bij ondernemers en inwoners. (E.2) We willen een integrale doorontwikkeling van onze manier van werken waarbij we de nieuwe kaders rond dienstverlening en participatie integreren. (E.3)
• • •
We organiseren tweejaarlijks een culturele bijeenkomst om het netwerk tussen partners te versterken. (F.3) We ontwikkelen een cultuurprijs. (F.4) We geven uitvoering aan het gemeentelijk museumbeleid. (F.5)
Wat gaan we ervoor doen? • We evalueren de Hoplr-buurtapp in kwartaal 3 met de initiatiefnemers en identificeren optimalisatie mogelijkheden. (E.1) • We sluiten aan bij initiatieven en activiteiten in onze dorpen en stad. En stimuleren naar het zoeken van mogelijkheden om vanuit de gemeente te kunnen bijdragen aan initiatieven en activiteiten met positieve (maatschappelijke) impact voor de leefomgeving van inwoners. (E.1) • We stimuleren de nabijheid met de samenleving door aanwezigheid van zowel bestuurders als ambtenaren in onze dorpen en stad. (E.2) • Integraal advies binnen de organisatie over stads- en dorpsgericht werken, participatie en dienstverlening. (E3). • We ontwikkelen de toolkit Participatie verder met praktische handvatten en informatie voor medewerkers over inwoner- en overheidsparticipatie. (E.3) • We werken verder aan de participatieverordening die volgens de wet “Versterking participatie op decentraal niveau” in 2027 vastgesteld moet zijn. (E.3)
Wat gaan we ervoor doen? • We brengen via onderzoek in kaart wat de culturele behoefte is van inwoners en kijken waar aanbod ligt. En wegen af op welke manier we cultuurparticipatie kunnen stimuleren. (F.1) • We realiseren een loketfunctie om inwoners en culturele organisaties te ondersteunen. ( F.2) • We bouwen aan een sterker netwerk en gerichte ondersteuning van de culturele sector. Dit doen we door te onderzoeken hoe kennisdeling een verbinder kan zijn voor de culturele bijeenkomsten (F.3). • We onderzoeken de mogelijkheden van een cultuurprijs om culturele initiatieven te stimuleren. (F.4) • We ondersteunen en faciliteren de musea waar nodig bij de gewenste kwaliteitsimpuls. (F.5)
Netwerk Inwoners, ondernemers, dorpsraden, klankbordgroepen, adviesraden en maatschappelijke samenwerkingspartners.
Actuele kader stellende beleidsnota’s • Visie Sociaal Domein 2024-2027 • Uitvoeringsplan Visie Sociaal Domein 2026-2027 • Beleidsplan Bewust Blijven Bewegen en Sporten 2024-2030 • Plan van aanpak ‘Sterke gezinnen, sterke jeugd’ 2025-2028 • Leidraad Werken aan Veiligheid 2024 • Samen voor gezond GGD • Algemene Subsidieverordening Gemeente Molenlanden 2021 • Nadere beleidsregels subsidieverordening gemeente Molenlanden 2024
Cultuur Wat willen we bereiken? • We stimuleren cultuurparticipatie om inwoners laagdrempelig te kunnen laten deelnemen aan culturele activiteiten. (F.1) • We versterken de relatie en slagkracht in de culturele dienstverlening. (F.2)
Netwerk Provincie, gemeenten, Kunstgebouw, Stichting Forten Nederland, Erfgoedtafel Oude Hollandse Waterlinie, Erfgoedhuis Zuid-Holland, culturele ondernemers en organisaties, MC Forte, S.W.E.K., historische- en amateurkunstverenigingen en musea.
Begroting 2026 - 28
• • • • • • • • • • • •
Verordening bekostiging leerlingenvervoer gemeente Molenlanden 2022 Verordening maatschappelijke ondersteuning 2020 en nadere regels 2025 Verordening voorzieningen huisvesting onderwijs 2019 Verordening op de Wet kinderopvang 2020 Subsidieregeling kindgebonden financiering peuteropvang en voorschoolse educatie gemeente Molenlanden 2025 Verordening, beleids- en nadere regels jeugdhulp Molenlanden 2022 Verordening Adviesrecht Sociaal Domein 2019 Beleidsplan Inburgering 2021 Lokaal actieprogramma aanpak Basisvaardigheden 20242027 Inclusieagenda Molenlanden 2025-2028 Kaderstellend Cultuurbeleid Molenlanden 2023 Uitvoeringsprogramma Cultuur 2024-2027
Effect/resultaatindicatoren Indicator
Realisatie
Aantal inwoners 19+ met gezonde leefstijl neemt toe Aantal mensen met ervaren eenzaamheid
45% (2023)
Aantal jongeren dat jeugdhulpverlening nodig heeft* Instroom jeugdhulp* Kosten jeugdhulp – gecorrigeerd naar huidig prijspeil*
39% (19 jaar en ouder)
Streefwaarde 2026 51% 27%
Bron Gezondheidsmonitor
48% (jongvolwassenen) 901 (2024)
<895 (2026)
Gezondheidsmonitor volwassenen en ouderen 2024 Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024 Dashboard SOJ ZHZ
305 (2024)
<275 (2028)
Dashboard SOJ ZHZ
Nulmeting is 2024 – streefwaarde kan pas bepaald worden o.b.v. prijspeil 2028
Dashboard SOJ ZHZ
Aantal jeugdigen doorverwezen door SJT naar jeugd en opvoedhulp en begeleiding* Aantal jeugdigen doorverwezen door SJT naar SGGZ* Aantal jeugdigen dat naar de regionale zorgmarkt wordt doorverwezen door de huisarts* % van alle mantelzorgers (19 jaar en ouder) dat overbelasting ervaart Aantal gerealiseerde woon-zorg initiatieven Deelnemers participatieprojecten ervaren een vergroting van hun participatiemogelijkheden en basisvaardigheden Aantal deelnemers met uitstroom naar passende plaats
Realisatie en evaluatie pilot Relatieloket Realisatie Mentaal Gezondheidscentrum Mentiek Middelengebruik jongeren
Begroting 2026 - 29
163 (2024)
<139 (2028)
Dashboard SOJ ZHZ
108 (2024)
<98 (2028)
Dashboard SOJ ZHZ
381 (2024)
<362 (2028)
Dashboard SOJ ZHZ
11%
12%
Gezondheidsmonitor 2024
0
1
Intern
respondenten evaluatie training (2024): 57% zeer positief 33% positief tot zeer positief 10% redelijk positief 2021 t/m 2024: 81 deelnemers waarvan 67 met uitstroom naar passende participatie, opleiding of waardevol werk (82%) Aantal bezoekers
?
Kwalitatief onderzoek start in 2020
Aantal gebruikers, adviezen en behandelingen 32% ooit alcohol gedronken
ntb
Philadelphia
ntb
MEE/Vivenz+ DMW
ntb
diversen
ntb
Gezondheidsmonitor Jeugd 2023
BBV-indicatoren
59% ouders verbieden alle alcohol <18 jaar 6% wel eens hasj of wiet gebruikt 2% drugs anders dan wiet/hasj gebruikt (13- en 15- jarigen)
Deelname sporten en bewegen door jongeren
% inwoners (19 jaar en ouder) dat voldoet aan de beweegrichtlijn
25% is een zware drinker 9% heeft cannabis gebruikt in laatste 4 weken (16 t/m 25 jaar) 69% sport wekelijks 29% beweegt dagelijks minimaal een half uur
Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024
ntb
Molenlanden
Streefwaarde 2029
47% (2024)
57%
% inwoners dat wekelijks sport
39%
Gezondheidsmonitor jongvolwassenen 2024
51%
Nota Bewust Blijven Bewegen en Sporten Nota Bewust Blijven Bewegen en Sporten
*Betreffen gewijzigde indicatoren o.b.v. plan Sterke Gezinnen, Sterke Jeugd 2025-2028
Indicator Hecht waarde aan cultuuraanbod Tevredenheid over het cultuuraanbod
2024 (gem. rapportcijfer) 6,0
Indicator
Berekend
MLL
NL
Percentage niet sporters
Inw. 18+ - 2024
55,4%
42,5%
Absoluut verzuim
Per 1000 inw. 5-18 jr. 2024
2,2
6,7
Relatief verzuim
Per 1000 inw. 5-18 jr. 2024
9
28
Vroegtijdige schoolverlaters. VO/MBO zonder startkwalificatie
Percentage leerlingen 1223 jr. - 2024
1,6%
2,3%
Achterstand kinderen in uitkeringsgezin
Percentage kinderen 2023
2%
6%
Achterstand Werkloze jongeren
Percentage jongeren 2023
1%
2%
Arbeidsparticipatie
77,6%
73,2%
Personen met een bijstandsuitkering
Percentage werkenden t.o.v. beroepsbevolking 2024 Per 10.000 inwoners 2024
124,3
343,6
Lopende re-integratievoorziening
Per 10.000 inw 15-74 jr 2024
187,8
203,1
Jongeren met jeugdhulp
Percentage alle jongeren tot 18jr - 2024
13%
13,7%
Jongeren met jeugdbescherming
Percentage alle jongeren tot 18jr - 2024
1%
1%
Jongeren met delict voor de rechter
Percentage jongeren 1221 jarigen - 2023
1%
1%
Jongeren met jeugdreclassering
Percentage jongeren 1223 jr. - 2023
0,1%
0,3%
Cliënten met maatwerkarrangement WMO
Per 10.000 inwoners 2024
570
720
Bron: www.waarstaatjegemeente.nl
5,6
Begroting 2026 - 30
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000.000 A. Lasten B. Baten C. Mutaties reserves Totaal Programma 3
2024
2025
2026
2027
2028
2029
58,8 19,5 3,5 35,8
61,8 17,6 4,0 40,2
56,7 12,4 0,4 44,0
55,8 11,4 0,4 44,0
55,4 11,4 0,4 43,6
55,4 11,4 0,4 43,6
Toelichting: In deze tabel zijn naast de bestaande budgetten ook de beleidsintensiveringen/-mutaties opgenomen waarvoor in de kadernota en/of in de begroting extra of minder middelen zijn opgenomen. Het betreft de volgende budgetten: • • • • • •
Versteviging van de Sociale teams (€ 570.000 incidenteel) Dienst Gezondheid en Jeugd (€ 180.000 structureel) Serviceorganisatie Jeugd (€ 2.074.000 structureel voordelig) Avres (€ 150.000 structureel) Indexatie semiprofessionele instellingen (€ 204.000 structureel) Wet Maatschappelijke Ondersteuning (€ 560.000 structureel, waarvan € 385.000 voor huishoudelijke ondersteuning door stijging van het uurtarief naar € 41,44 met ingang van 1 januari 2026)
Beschermd Wonen & Opvang Door het niet volledig inzetten van de rijksmiddelen voor de transitie “van opvang naar wonen”, zijn de afgelopen jaren overschotten van Beschermd Wonen & Opvang vanuit Centrumgemeente Dordrecht aan de deelnemende gemeenten uitgekeerd. De systematiek hierin gaat wijzigen, maar het is nog niet bekend wanneer dit gaat plaatsvinden. Voorzichtigheidshalve zijn er geen inkomsten in de Begroting opgenomen.
Begroting 2026 - 31
1.4 Bestuur, Veiligheid en Dienstverlening
•
Missie We bieden inwoners en bedrijven een veilige omgeving. Het huidige veiligheidsniveau in Molenlanden is hoog. Dit willen wij zo houden, en waar mogelijk verbeteren. Bestuur Wat willen we bereiken? • Een leidende rol innemen bij de opgaven die voor Molenlanden van belang zijn in de regio. (A.1) • Het Molenlandse geluid sterker door laten klinken richting de Provincie, het Waterschap, het Rijk en in Brussel. Daarmee willen we kansen pakken of beperkingen wegnemen. (A.2) • Een sterke rol innemen binnen de gemeenschappelijke regelingen. Ook gericht op het, tot een minimum, beperken van (financiële) risico’s. (A.3) • Kansen benutten op inhoudelijke thema’s door eigen middelen in te zetten als hefboom voor bekostiging. (A.4) • Als raad willen we zichtbaar zijn en in verbinding staan met onze inwoners, bedrijven, en buurgemeenten en werken we aan een krachtige positie in de regio (A.5) Wat gaan we hiervoor doen? • Voortzetten en verder uitbouwen van initiërende en/of leidende rol op belangrijke gemeente overstijgende opgaven, zoals (agrarische) economie, mobiliteit, landschap, energietransitie en water(veiligheid) (A.1) • Invulling geven aan de positionering van onze gemeente en opgavengerichte samenwerkingen binnen de regio Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, provincie Zuid-Holland en landelijk.
(A.1 en A.2) • Regionale afstemming en inzet voor het versterken van onze lobbykracht onder andere over de ruimtelijke puzzel. (A.2) • De in 2025 uitgevoerde evaluatie Nota Verbonden Partijen leidt tot een nieuwe versie van deze nota. We leggen deze in het tweede kwartaal van 2026 ter vaststelling aan de raad voor. (A.3) • Uitvoering geven aan de Regio Deal. (A.4)
Uitvoering geven aan het vastgestelde raads- en griffieplan 2025-2026. Hierbij is in ieder geval aandacht voor de aansluiting van de raad op de lokale samenleving, een doorontwikkeling van de positionering van de raad in de regio en in Verbonden Partijen, de voorbereiding op de gemeenteraadsverkiezingen in 2026 en het inwerken van de nieuwe raad (A.5)
Openbare orde en veiligheid Wat willen we bereiken? • Een veilige gemeente blijven en ervoor zorgen dat inwoners dat ook zo ervaren. (B.1) Wat gaan we hiervoor doen? • Eind 2025 stelt de gemeenteraad het geactualiseerde Veiligheidsplan vast. In 2026 voeren we deze uit. De onderwerpen zijn afhankelijk van wat de gemeenteraad in december 2025 vaststelt. Waarschijnlijk maken de volgende onderwerpen daar deel van uit: ondermijning (voorlichting in- en extern, handhavend optreden, controles e.d.), jeugd- en woonoverlast en weerbaarheid (o.a. voorlichting, noodsteunpunten). (B.1) • Invulling van de uitbreiding van de boa capaciteit, met de daarbij behorende extra taken zoals aanschaf van systemen, inzet en meer handhaving. (B.1) Dienstverlening Missie Een toegankelijke gemeente zijn met een eigentijdse en gebruiksvriendelijke dienstverlening. De inwoner krijgt daarbij persoonlijke aandacht als dat passend is. Gemeente Molenlanden staat voor zichtbare, toegankelijke en benaderbare dienstverlening op de Molenlandse Manier. We zetten ons in voor een persoonlijke benadering, het bieden van gemak en het samen doen voor elke vorm van onze dienstverlening met en voor de samenleving.
Begroting 2026 - 32
Wat willen we bereiken? • Gemak bieden aan onze inwoners met goede (telefonische) bereikbaarheid, snelle en kwalitatief goede (digitale) dienstverlening. (C.1) • Maatwerk bieden in begeleiding van inwoners voor wie digitale dienstverlening minder toegankelijk is. (C.2) • Continu de kwaliteit van dienstverlening en zichtbaarheid blijven verbeteren door te luisteren naar inwoners en andere relevante (interne) partijen. (C.3) Wat gaan we hiervoor doen? • Het uitbreiden van de eerstelijns telefonische dienstverlening van het informatiecentrum (C.1) • De informatie van en over de producten en diensten van de gemeente is makkelijk (online) vindbaar en benaderbaar voor onze inwoners en ondernemers. En wij bieden hen maatwerk en ondersteuning waar nodig. (C.2) • De dienstverlening verrijken we met de Molenlandse Manier en de ontwikkelingen op participatie. (C.3) • Het aanbod van opleidingen en trainingen voor medewerkers aan laten sluiten op onze visie van dienstverlening. Dit draagt bij aan het borgen en verhogen van onze kwaliteit van dienstverlening. (C.3) • De top 10 klantreizen en klantprocessen zijn inzichtelijk en onze dienstverlening is aangepast, zodat we blijvend aansluiten bij het perspectief van onze inwoners en ondernemers. (C.3) • We monitoren structureel de tevredenheid en beleving van onze dienstverlening.
(C.3) Actuele kaderstellende beleidsnota’s • Raads- en griffieplan 2025-2026 • Nota Verbonden Partijen 2021-2026 • Algemene Plaatselijke Verordening 2019 • Drank & horecaverordening 2020 • Winkeltijdenverordening 2020 • Participatiebeleid 2021 • Actualisatie Dienstverlening 2024
Effect/resultaatindicatoren Veiligheidsbeleving inwoners (1x per 2 jaar)
8 (2023)
8
Veiligheidsmonitor
Indicator
Berekend
MLL
NL
per 1000 inw 2024 per 1000 inw 2024 per 1000 inw 2024 per 1000 inw 2024 per 1000 inw 2024
8
9
0,22
2,17
1,7
4,3
1
1,2
2,05
4,02
Verwijzingen Halt Winkeldiefstallen Geweldsmisdrijven Diefstal uit woningen Vernieling
Indicator
Realisatie
Streefwaarde 2026
Bron
Tevredenheid van inwoners over dienstverlening
6,2 (2022)*
Eigen monitoring en onderzoek
Eerste lijns telefonische bereikbaarheid van gemeente voor inwoners Afhandeling vergunning aanvragen en initiatieven
9,5 (2024)
Inwoners waarderen onze dienstverlening met gemiddeld een 7,5 Onze bereikbaarheid wordt gescoord met een 8
72% (2023)*
Eigen monitoring en onderzoek
90% van aanvragen en Eigen monitoring en initiatieven wordt op onderzoek tijd afgehandeld
*In 2024 is de actualisatie dienstverlening vastgesteld. In 2025 is gestart met het monitoren van de tevredenheid van inwoners over de dienstverlening en de verdere ontwikkeling van deze monitoring. *In 2024 is de Omgevingswet ingegaan en heeft er een systeemimplementatie plaatsgevonden ter ondersteuning van de procedures. Daarmee is 2024 een implementatiejaar geweest, waardoor monitoring volgens de oude indicator niet heeft plaatsgevonden.
Begroting 2026 - 33
Wat mag het kosten? Bedragen x € 1.000.000 A. Lasten B. Baten C. Mutaties reserves Totaal Programma 4
2024
2025
2026
2027
2028
2029
9,7 1,5 0,0 8,2
10,1 1,1 0,0 8,9
10,7 1,3 0,0 9,4
10,5 1,3 0,0 9,2
10,4 1,4 0,0 9,0
10,5 1,4 0,0 9,1
Toelichting: In deze tabel zijn naast de bestaande budgetten ook de beleidsintensiveringen/-mutaties opgenomen waarvoor in de kadernota en/of in de begroting extra of minder middelen zijn opgenomen. Het betreft de volgende budgetten: • • •
Veiligheidsregio ZHZ (€ 115.000 structureel) Uitbreiding BOA-capaciteit (€ 80.000 incidenteel) Ambtelijk coördinator Regionale Samenwerking (€ 114.000 incidenteel).
Begroting 2026 - 34
1.5 Algemene Dekkingsmiddelen en Onvoorzien In onderstaande tabel vindt u het overzicht van de algemene dekkingsmiddelen. Deze inkomsten kennen in tegenstelling tot heffingen als het rioolrecht en de afvalstoffenheffing geen vooraf bepaald bestedingsdoel. De belangrijkste algemene dekkingsmiddelen zijn de algemene uitkering uit het gemeentefonds, de onroerende-zaakbelastingen en de renteopbrengst. Bedragen (X € 1.000)
Treasury OZB woningen OZB-niet woningen Belastingen Overig Alg uitkering Dividendopbrengst Saldo financieringsfunctie Overige baten en lasten Totaal
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2.749 5.557 3.014 61 78.915 559 0
3.452 5.647 3.113 -106 83.010 566 0
3.247 5.794 3.201 -119 86.230 582 471
2.714 5.929 3.223 -119 86.754 582 855
2.875 6.067 3.299 -119 86.821 582 823
3.041 6.208 3.378 -119 89.725 582 792
-109
-145
-145
-2.555
-4.695
-6.714
90.746
95.537
99.261
97.383
95.653
96.893
Algemene uitkering In de begroting 2026 is voor de raming van de algemene uitkering uit het gemeentefonds uitgegaan van de septembercirculaire 2025 van het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Dividend De gemeente ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit in Stedin NV en de NV Bank Nederlandse Gemeenten (BNG). In de begroting 2026 is uitgegaan van een dividendinkomst van Stedin van € 450.000 en van BNG Bank ter hoogte van € 131.667. De aandeelhouders van Oasen hebben in 2005 besloten om geen dividend meer uit te keren maar in plaats daarvan structureel een schenking te doen aan een goed doel. Overige baten en lasten Onder overige baten en lasten is een stelpost opgenomen voor de stijging van de lonen. Hierbij is op basis van de meicirculaire, rekening gehouden met een stijging in 2026 van 4,4%, in 2027 3,8%, in 2028 4,8% en in 2029 4,0%. Onvoorzien Vanaf 2024 wordt er geen bedrag meer opgenomen voor onvoorziene uitgaven.
Lokale heffingen De lokale heffingen stijgen met 2% door prijsstijgingen bij GR Waardlanden, een vast afgesproken verhoging van 3% van de rioolheffing en indexering van de rioolheffing en de OZB. Onroerendezaakbelastingen (OZB) Ten opzichte van het totaal van vorig jaar is de opbrengst geïndexeerd met 2,2% inflatiecorrectie conform de Kadernota. Toeristenbelasting In onze gemeente heffen we toeristenbelasting voor verblijf in de gemeente van personen die niet in de gemeente Molenlanden staan ingeschreven in de basisregistratie personen.
Begroting 2026 - 35
1.6 Overhead
Huisvesting). De BBV schrijft voor om deze kosten te verantwoorden op het taakveld 04 Overhead en worden voor 2026 berekend op ca. € 20.367.000. Dit is circa 15% van totale kosten van de begroting 2024. In de paragraaf bedrijfsvoering is een aantal posten nader toegelicht.
De overhead bestaat uit de personeelskosten en andere kosten welke niet direct aan de taakvelden kunnen worden toegerekend omdat deze feitelijk voor meerdere taakvelden worden gemaakt. Het betreft de zogenaamde PIOFACH kosten (Personeel Informatie Organisatie Financiën Automatisering Communicatie en Bedragen X € 1.000
Rekening 2024
Directe personeelskosten aan overhead Indirecte personeelskosten Huisvestingskosten Facilitaire kosten Automatisering ICT Informatiebeheer Materieel en vervoer Overige kosten bedrijfsvoering Afschrijving en rente Toerekening overhead aan investeringen Bijdragen Subtotaal Bijdragen uit en aan reserves Totaal Overhead
11.779 917 770 296 2.698 152 87 421 990 -452 -389 17.269 -106 17.163
Begroting na wijz. 2025
Begroting 2026
12.891 1.139 611 397 3.589 155 93 1.136 1.447 -850 -173 20.436 -315 20.121
12.824 1.145 577 423 3.822 155 93 1.055 1.331 -882 -167 20.377 -10 20.367
Jaarschijf 2027 12.555 1.110 586 424 3.765 155 93 657 1.234 -882 -185 19.514 -10 19.503
Begroting 2026 - 36
Jaarschijf 2028
Jaarschijf 2029
12.555 1.110 591 388 3.746 155 93 657 1.377 -882 -213 19.577 -10 19.567
12.555 1.110 583 402 3.757 155 93 657 1.457 -882 -187 19.701 -10 19.690
2.
Paragrafen Geraamde heffingen
2.1 Paragraaf lokale heffingen De lokale heffingen vormen een belangrijk deel van de inkomsten van de gemeente Molenlanden en maken deel uit van het beleid van de gemeente. Het is belangrijk inzicht te hebben in de tarieven en de opbrengsten. De heffingen bepalen de lokale lastendruk en zijn van belang voor afweging tussen beleid en inkomsten. De gemeente Molenlanden kent de volgende heffingen: a. (on-)roerende-zaakbelastingen (OZB/RZB) b. rechten c. rioolheffing d. afvalstoffenheffing e. toeristenbelasting
Geraamde heffingen Afvalstoffenheffing Rioolheffing Begraafrechten Leges algemene dienstverlening Leges Omgevingswet Leges Europese dienstenrichtlijn OZB niet-woning gebruik OZB niet-woning eigenaar OZB woning eigenaar Toeristenbelasting BIZ-heffing
7.800.104 5.096.979 1.397.056 1.356.938 2.473.921 13.418 1.504.636 1.971.020 6.135.550 338.500 13.300
De OZB en toeristenbelasting dienen tot het verkrijgen van algemene dekkingsmiddelen. De rechten, rioolheffing en de afvalstoffenheffing zijn een vergoeding voor de door de gemeente te verstrekken diensten en mogen maximaal kostendekkend zijn.
Onroerendezaakbelastingen De ‘onroerendezaakbelastingen’ worden geheven van de eigenaren en gebruikers van bedrijfspanden, overige gebouwen en nietcultuurgronden. Daarnaast wordt ‘onroerendezaakbelasting’ geheven van eigenaren van woningen. Deze belastingen worden geheven over de waarde van onroerende zaken.
Ontwikkelingen 2026 Conform de uitgangspunten bij de kadernota 2026 is de OZB/RZB voor 2026 niet verhoogd, behoudens inflatiecorrectie van 2,2% en de areaaluitbreiding. De tarieven voor de leges en de begraafrechten zijn opnieuw berekend en aangepast in lijn met de wens om kostendekkende tarieven te realiseren.
De waardering van de onroerende zaken vindt plaats op grond van de Wet waardering onroerende zaken (WOZ). Deze WOZ-waarden worden jaarlijks vastgesteld. In 2026 wordt de waarde gebruikt per waarde peildatum 1-1-2025.
De kosten van afvalinzameling en –verwerking worden voor 100% doorberekend in de afvalstoffenheffing. De rioolheffing is 100% kostendekkend, waarbij de voorziening conform het GRP 2020-2024 geleidelijk wordt afgebouwd en de tarieven structureel 3% per jaar stijgen, naast de inflatiecorrectie.
Zodra de nieuwe waarden bekend zijn worden de tarieven opnieuw berekend. Uitgangspunt voor deze berekening is de gewenste opbrengst. Dit is de belastingopbrengst van het voorgaande jaar, verhoogd met de belasting op (nieuwe) gereed gekomen panden. In de kadernota is aangegeven dat de OZB niet verhoogd zal worden, behoudens de areaaluitbreiding en inflatiecorrectie van 2,2%. Dit uitgangspunt is ook zo verwerkt in de begroting 2026. De verwachting is dat de nieuwe WOZ-waarden ongeveer 8 % zullen stijgen ten opzichte van de oude waarden. De daadwerkelijke WOZ-
Begroting 2026 - 37
waarden op basis waarvan de berekening van de OZB-tarieven 2026 plaatsvindt, zijn vermoedelijk pas in december 2025 bekend. De tarieven voor de onroerendezaakbelastingen zijn afhankelijk van de getaxeerde waarden en worden in december vastgesteld. Rechten - leges Onder leges vallen diverse zaken, zoals paspoorten, rijbewijzen maar ook de omgevingsvergunningen. De nieuwe tarieven zijn conform de uitgangspunten in de kadernota geïndexeerd met 2,2%. Voor diverse producten, zoals reisdocumenten, rijbewijzen en verklaringen omtrent gedrag is rekening gehouden met de door het rijk vastgestelde maximumtarieven. Voor de leges geldt regelgeving dat deze niet meer dan kostendekkend mogen zijn en daarnaast zijn er de wettelijke Leges (Bedragen x € 1)
maximumtarieven bij diverse producten zoals reisdocumenten en rijbewijzen. De kostendekkendheid van de leges op grond van de legesverordening worden in totaal bezien. In totaliteit mag de kostendekkendheid van de legesverordening niet hoger zijn dan 100%. Onderstaand overzicht maakt inzichtelijk dat de geraamde baten in totaliteit de geraamde lasten niet overschrijden. Bij de leges die geheven worden in het kader van de vergunningen die verband houden met de Omgevingswet wordt gestreefd naar het kostendekkingspercentage van 100%. Met de nieuwe wet wordt de voorfase als belangrijk element gezien. Om deze reden wordt de voorfase onder kostendekkend in de tariefstelling opgenomen. Daarnaast wordt de voorfase (gedeeltelijk) in mindering gebracht indien dit uiteindelijk tot een vergunningaanvraag leidt. Het totaal van de leges voor een omgevingsvergunning zijn kostendekkend berekend. Lasten
Baten
Kostendekkendheid
Burgerlijke stand
75.021
52.883
70%
Reisdocumenten
1.219.358
782.413
64%
Rijbewijzen
574.480
328.340
57%
Verstrekkingen uit de basisregistratie personen
53.526
34.064
64%
Overige publiekszaken
16.412
9.356
57%
Gemeentearchief
11.134
12.453
112%
Bijzondere wetten
137.124
137.239
100%
714
190
27%
2.087.813
1.356.938
65%
287.754
134.410
47%
2.204.047
2.361.153
107%
984
920
93%
29.821
32.273
108%
1 Algemene dienstverlening
Algemene plaatselijke verordening Totaal hoofdstuk 1 2 Omgevingswet Voorfase Activiteiten met betrekking tot bouwwerken Activiteiten met betrekking tot cultureel erfgoed en werelderfgoed Milieubelastende activiteiten
Begroting 2026 - 38
Aanlegactiviteiten
25.386
27.009
106%
0 2.547.992
-81.844 2.473.921
97%
2.914
1.154
40%
297
190
64%
Organiseren evenement of markt
6.185
1.522
25%
Standplaatsen
1.606
571
36%
Landelijk Register Kinderopvang
9.981
9.981
100%
20.983
13.418
64%
4.656.794
3.844.27
83%
Vermindering Totaal hoofdstuk 2 3 Europese dienstenrichtlijn Horeca Winkeltijdenwet
Totaal hoofdstuk 3 Totaal
Rechten – begraafrechten De begraafrechten worden geheven voor begrafenissen en het onderhouden van de begraafplaatsen. In het verleden zijn veel rechten voor onbepaalde tijd afgekocht, mede hierdoor zijn de begraafrechten niet kostendekkend. Sinds 2021 wordt gestreefd naar een de kostendekkendheid van de begraafrechten van 80% zonder stijging van de tarieven. Dit percentage wordt nog niet behaald, de oorzaak hiervan ligt in de stijging van de toerekenbare lasten aan het taakveld en het feit dat de werkelijke opbrengst de afgelopen jaren lager was dan de begrootte opbrengst. De kostenstijging op het taakveld worden onder andere veroorzaakt door de inhaalslagen in het ruimen van graven en de uitbreidingen van de begraafplaatsen in Giessenburg en Hoornaar. Daarnaast zorgt het grote aantal begraafplaatsen en graven voor veel kosten in beheer en onderhoud. Om de tarieven geleidelijk te laten stijgen naar een kostendekkendheid van 80% wordt het tarief naast de inflatiecorrectie met 3,0% verhoogd.
Begraafrechten (Bedragen x € 1)
Lasten taakveld Overhead Totale lasten Rechten Totale baten Kostendekkendheid Resultaat
1.473.066 526.593 1.999.659 1.397.056 1.397.056 70% -/- 602.603
Rioolheffing In het Gemeentelijk RioleringsPlan 2020-2024 is vastgesteld dat de tarieven van de rioolheffing structureel geleidelijk stijgen met 3% (exclusief inflatie) om een verdubbeling van het tarief te voorkomen. Het tekort wordt vervolgens gedekt uit de voorziening riolering. Hoewel er nog geen nieuw Gemeentelijke RioleringsPlan is wordt de tariefstijging op dezelfde wijze voortgezet. De gemeente Molenlanden heft zowel rioolheffing van de eigenaar als van de gebruiker van een op het riool aangesloten onroerende zaak. De gebruikersheffing wordt geheven door middel van een opslag per m³ waterverbruik. Het waterleidingbedrijf Oasen int deze heffing. De gemeente hanteert één heffing voor zowel stedelijk afvalwater als hemel- en grondwater. Er is niet voor gescheiden heffingen gekozen vanwege de hoge uitvoeringskosten en het
Begroting 2026 - 39
toepassen van het solidariteitsprincipe. Objecten die indirect zijn aangesloten op de riolering en uitsluitend hemelwater kunnen afvoeren worden alleen voor de eigenarenheffing aangeslagen. Het tarief hiervan wordt bepaald op 25% van het tarief voor het eigenarendeel. Reden voor een lager tarief is dat deze objecten minder profijt hebben van de gemeentelijke riolering doordat zij uitsluitend hemelwater afvoeren.
ondergrondse voorziening voor de inzameling is door de buurtschappen bekostigd, om deze reden is een verlaagd tarief van toepassing tot 2034.
Op basis van de ramingcijfers is een geactualiseerde berekening van de tarieven gemaakt. Het tarief voor het eigenarendeel rioolheffing wordt € 117,85 per perceel. Het tarief voor de indirect aangesloten objecten welke uitsluitend hemelwater afvoeren bedraagt 25% van het tarief van het eigenarendeel, € 29,46. Het tarief voor het gebruikersdeel wordt € 1,39 per m3.
Het tarief voor éénpersoonshuishoudens stijgt naar € 384,46 en voor meerpersoonshuishoudens naar € 470,08. Deze tarieven waren € 380,87 en € 465,58. Deze tarieven zijn het vastrecht en het gemiddelde verwachtte aantal variabele aanbiedingen. Het inzamelen van het huisvuil wordt verzorgd door reinigingsdienst Waardlanden. Inwoners van Molenlanden kunnen ook hun afval aanbieden bij één de vier afvalbrengstations van Waardlanden.
Na een aantal jaren van forse stijgingen van de kosten van de afvalinzameling en –verwerking zijn deze in 2026 ten opzichte van 2025 gestabiliseerd.
Rioolheffing
(Bedragen x € 1)
Lasten taakveld Overhead BCF BTW Totale lasten Rioolheffing Kostendekkendheid Dekking uit voorziening
Het kostendekkingspercentage is door de medische vrijstelling net geen 100%.
5.123.526 437.254 1.361.312 6.922.092 5.096.979 74 % 1.825.113
Afvalstoffenheffing (Bedragen x € 1)
Afvalstoffenheffing Voor de afvalstoffenheffing geldt conform de kadernota dat de kosten van afvalinzameling en -verwerking voor 100% door de heffing worden gedekt. Iedere zelfstandige wooneenheid binnen de gemeente wordt aangeslagen voor deze belasting. Molenlanden hanteert tarieven voor één- en meerpersoonshuishoudens en een heffing per lediging of storting. Het al of niet gebruikmaken van de gemeentelijke ophaaldienst is voor het vastrecht niet relevant. Door de bestemmingswijziging in 2023 zijn de woningen in de buurtschappen ook afvalstoffenheffingsplichtig geworden. De
Lasten taakveld Overhead BCF BTW Totale lasten Afvalstoffenheffing Kostendekkendheid Resultaat
6.393.461 149.849 1.276.294 7.819.604 7.800.104 99% -/- 19.500
Toeristenbelasting In de kadernota 2025 is een inflatiecorrectie van 2,2 % vastgelegd. Dit zou betekenen dat het tarief dit jaar naar € 2,044 zou stijgen. Dit is echter geen makkelijk tarief om mee te rekenen voor de branche. Om deze reden wordt het tarief in 2026 gelijk gehouden aan 2025. Op het moment dat het tarief met een indexatie in de komende jaren weer op een logisch bedrag uitkomt wordt dan ineens de verhoging doorgevoerd.
Begroting 2026 - 40
De toeristenbelasting wordt geheven voor het verblijf in de gemeente van personen die niet in de gemeente Molenlanden staan ingeschreven in de basisregistratie personen. De toeristenbelasting komt ten goede aan de algemene middelen. De belasting wordt geheven van degene die verblijf biedt. Degene die verblijf biedt mag de belasting doorbereken aan degene die verblijf houdt. Leegstandsheffing De Tweede Kamer heeft in september 2025 een amendement aangenomen op de Fiscale Verzamelwet 2026. In dit amendement is opgenomen dat gemeente de mogelijkheid krijgen tot het invoeren van een leegstandsheffing. De leegstandsheffing is ter bestrijding van de langdurige leegstand van woningen. In afwachting van instemming van de Eerste Kamer zal hier in 2026 nieuw beleid voor worden opgesteld. Belastingcapaciteit De belastingcapaciteit is moeilijk aan te geven. Het Rijksbeleid is erop gericht de lokale lasten trendvolgend met het Bruto Binnenlands Product te laten stijgen. Er blijft echter wel de mogelijkheid om hogere OZB-heffingen toe te passen. De heffingen waar kosten tegenover staan zijn kostendekkend. Ontwikkeling lokale lastendruk Het Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden (Coelo), onderdeel van de Rijksuniversiteit Groningen, onderzoekt jaarlijks de ontwikkeling van de lokale lasten. De uitkomsten worden jaarlijks gepubliceerd in de Coelo-atlas.
De Coelo-Atlas over 2025 is de meest recente versie. Uit deze atlas blijkt dat de gemeente Molenlanden op plaats 265 van de 346 gemeenten staat. Uit de atlas blijkt dat het OZB-tarief van Molenlanden onder het gemiddelde van Nederland valt. De gemiddelde woningwaarde zit net boven het gemiddelde.
Bij de milieuheffingen ligt het tarief van de afvalstoffenheffing fors boven het landelijk gemiddelde (€ 364,- bij een meerpersoonshuishouden). De rioolheffing van Molenlanden ligt in 2025 ook boven het landelijk gemiddelde van € 220,-. De gegevens van het hierna opgenomen overzicht komen uit de Coelo-atlassen van de corresponderende jaren en betreffende woonlasten van een meerpersoonshuishouden. Gemeente (Bedragen x € 1)
Alblasserdam Gorinchem Hardinxveld-Giessendam Krimpenerwaard Molenlanden Papendrecht Sliedrecht Vijfheerenlanden
Woonlasten 2023 2024 1.049 982 995 1.009 943 991 925 995 950 1.078 1.043 1.047 888 947 1.008 1.046
2025 1.072 1.023 1.091 1.013 1.141 1.086 979 1.073
Rangorde 2025 214 163 230 153 265 226 110 217
De lokale lastendruk voor een gemiddeld huishouden zullen in Molenlanden voor een meerpersoonshuishouden zich als volgt ontwikkelen: Woonlasten (Bedragen x € 1)
Afvalstoffenheffing Rioolheffing eigenaar Rioolheffing gebruiker OZB eigenaar Totaal
2025 465 112 156 335 1.068
2026 470 118 164 342 1.094
Kwijtschelding Voor de inwoners van Molenlanden met de laagste inkomens bestaat de mogelijkheid van kwijtschelding van de afvalstoffenheffing en de rioolafvoerheffing. De kosten van bestaan voor de beoordeling of men in aanmerking komt voor kwijtschelding worden gesteld op 100%. Begroting 2026 - 41
2.2 Paragraaf weerstandvermogen en risicobeheersing Algemeen Deze paragraaf gaat in op de volgende vraag: in welke mate is de gemeentelijke financiële positie toereikend om de financiële gevolgen van risico’s op te kunnen vangen? Inzicht in de omvang van de risico’s is een voorwaarde voor een gezonde bedrijfsvoering. Bij de besluitvorming kan hiermee rekening worden gehouden. De financiële inschatting van de risico’s wordt gerelateerd aan de vermogenspositie van de gemeente. Binnen de organisatie is globaal geïnventariseerd welke risico’s er bekend zijn. Op basis van de risico’s is het weerstandsvermogen berekend. Volgens artikel 20 van de Financiële verordening moet de gemeenteraad een nota ‘Weerstandsvermogen & risicobeheersing’ vaststellen. In deze nota zijn de uitgangspunten voor de risicobeheersing en het risicobeheersingsproces vastgelegd. Financiële kengetallen In deze risicoparagraaf zijn aan het eind een aantal financiële kengetallen opgenomen. Deze getallen geven inzicht in de financiële positie van de gemeente.
(Bedragen x € 1)
Algemene reserves (vrij aanwendbaar) Begrotingssaldo/Jaarrekeningresultaat Totale Weerstandscapaciteit
Jaarstukken 2024 25.088.000 8.104.000 33.192.000
2026
UITSTEKEND
5,8
Een ratio van >1,0 is noodzakelijk om alle risico’s te kunnen opvangen. Een ratio onder de 1,0 is onwenselijk. Een ratio van >2,0 of hoger wordt als goed tot uitstekend gekwalificeerd. Een ratio van 5,8 is uitstekend. Beleid met betrekking tot de risico’ Bij elk risico wordt een inschatting gemaakt: wat is de mate van waarschijnlijkheid dat het risico zich voordoet en wat zijn de financiële consequenties hiervan. Dit wordt uitgewerkt in een kansen een gevolgwaarde. Benadering van de risico’s en de vertaling in kans en het effect We kijken eerst naar de totale omvang van het te lopen risico, als deel van het totaalbedrag dat als last is opgenomen in de jaarrekening. Zo duiden we de risico’s in omvang. Vervolgens wordt een inschatting gemaakt van de kans dat het risico zich voordoet. Daarbij wordt de volgende indeling gehanteerd: •
Beleid en beschikbaarheid van de weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit ziet er als volgt uit: Weerstandscapaciteit
Weerstandsvermogen
• Begroting 2026 28.399.679 1.471.005 29.870.684
Weerstandsratio De weerstandsratio is de beschikbare weerstandscapaciteit gedeeld door de benodigde weerstandscapaciteit voor het afdekken van de geïnventariseerde risico’s.
• •
Laag: Het gevolg van het risico wordt voor 25% meegenomen in het risicoprofiel. Gemiddeld: Het gevolg van het risico wordt voor 50% meegenomen in het risicoprofiel. Hoog: Het gevolg van het risico wordt voor 75% meegenomen in het risicoprofiel. Zeer hoog: Het is nagenoeg zeker dat het risico zich voordoet. Voor het gevolg van het risico wordt een voorziening getroffen of dit is financieel verwerkt in de begroting.
Van een risico zijn de geschatte (totale) kosten (kans x effect) gekwantificeerd en opgenomen in de tabel van risico’s.
Begroting 2026 - 42
De financiële risico’s die zich voordoen In de tabel op de volgende pagina treft u de gekwantificeerde risico’s aan. Het totaal aan risico’s bedraagt € 5.146.794 (was € 5.072.278 bij de jaarrekening 2024). De kleine stijging wordt Omschrijving
(Bedragen x €1)
Totale omvang van te lopen risico
veroorzaakt doordat de omvang van sommige onderwerpen iets zijn toegenomen zodat de algehele omvang van het risico ook iets hoger is geworden.
Omvang risicogedeelte
Kans dat risico zich voordoet
Geschat risico (omvang x kans)
Grondexploitaties* Garanties (1% over hoofdsom) Gemeente- en BTW compensatiefonds Dividenden Stedin en BNG Bedrijfsvoering loonkosten en overhead
90.376.000 84.368.000 581.000 40.167.000
90.376 843.680 581.000 4.016.700
25% 50% 75% 25%
1.104.950 22.594 421.840 435.750 1.004.175
Stijging rentelasten Leges onder Omgevingswet Participatie Jeugdzorg WMO Leerlingenvervoer Weerstandsvermogen bij verbonden partijen
7.000.000 2.861.000 2.191.000 10.403.000 7.096.000 1.126.000 116.608
70.000 1.430.500 219.100 1.040.300 709.600 112.600 116.608
25% 50% 50% 75% 75% 50% 25%
17.500 715.250 109.550 693.533 532.200 60.300 29.152
Totaal
5.146.794
*De opbouw van de risico’s rondom dit onderwerp staan beschreven op de volgende pagina.
Begroting 2026 - 43
Toelichting risico’s Grondexploitaties en Vastgoed Projecten Voor de risico’s die zich voordoen binnen de grondexploitaties en vastgoedprojecten is uitgegaan van het risicoprofiel op individueel niveau en de meest recente doorrekening van alle grondexploitaties. Risico’s grondexploitaties: Risico’s overige grondgebonden projecten: Totaal
€ 606.000 € 498.950 € 1.104.950
Garanties en waarborgen De gemeente staat garant voor tal van leningen en deelnemingen. De kans dat zich hierbij risico’s voordoen, is erg klein. Het risico is bepaald op 0,1% van de hoofdsom, de kans daarop als klein, 25%. Gemeentefonds Gemeenten en provincies kunnen vanaf 2016 tot een vastgesteld maximum BTW declareren. Verschillen ten opzichte van het plafond worden aan gemeenten uitgekeerd. Er is in 2024 minder gedeclareerd bij dit fonds. Dit betekent een toevoeging aan het gemeentefonds. Voor 2025 is dit nog niet bekend. We hebben gekozen om dit voordeel structureel in de meerjarenbegroting op te nemen. Dit voordeel is € 840.000. Het risico is dat er meer gedeclareerd wordt waardoor we het ingeboekte voordeel niet behalen. Dit risico schatten we in op 50% evenals een neerwaartse correctie van het Gemeentefonds als geheel. Dividend Stedin en BNG Jaarlijkse schommelingen van dividend kunnen een verschil van de raming betekenen in de begroting. De aandelen van Stedin zijn voor een deel preferente aandelen. We merken wij dit aan als 100% onzekerheid met een kans van 75%.
middel van verzekeringen. Voor deze risico’s hebben wij een inschatting gemaakt van 5% van de totale personeels- en bestuurskosten met een kans van 25%. Stijging rentelasten In de begroting 2026-2029 is rekening gehouden met een rente die vergelijkbaar is met het niveau van 2025 voor de raming van de rentelasten op nieuw aan te trekken leningen. De ontwikkelingen op de kapitaalmarkt laten zien dat mogelijke renteverhogingen niet zeer waarschijnlijk zullen zijn. Het risico zit alleen op nieuw aan te trekken leningen. In 2026 moet er mogelijk nog een langlopende lening aangetrokken worden. We verwachten dat er geen sprake zal zijn van kortlopende financieringen. We schatten de kans van een rentestijging voor 2026 in als laag. Leges Omgevingswet De inkomsten van de leges die we ontvangen in het kader van de Omgevingswet zijn gebaseerd op basis van de ervaringscijfers over 2024 en de eerste helft van 2025. Deze cijfers geven een onjuist beeld omdat er in 2024 veel minder aanvragen zijn binnengekomen dan andere jaren ( op vergelijkbare onderwerpen) en de cijfers uit 2025 niet het beeld van het 4e kwartaal bevat. Het laatste kwartaal van een jaar levert normaliter altijd de meeste aanvragen op. In de begroting van 2026 zijn we uitgegaan van een zo’n realistisch mogelijke raming maar zien ook in dat de er een gemiddelde kans aanwezig kan zijn dat de opbrengsten lager uitpakken.
Het risico van een lagere opbrengst wordt dan ook als gemiddeld ingeschat. Het risicobedrag is bepaald op de halve omvang met een kans van 50% aan lagere opbrengsten.
Participatie De GR Avres voert de Participatiewet, Minimabeleid en de Wet Gemeentelijke Schuldhulpverlening uit voor onze gemeente. Hoewel Bedrijfsvoering loonkosten en overhead het budget bij de uitvoering en het beleid door Avres leidend is, kan Het gaat om risico’s van nog niet voorzienbare kosten in verband toch een tekort ontstaan. Gemeenten en Avres zijn voor de met wachtgeld van politieke ambtsdragers en ontslag van uitvoering van de taken voor het merendeel afhankelijk van personeel. Een beheersmaatregel om dit risico te beperken is door rijksbudgetten. Avres heeft daarbij te maken met toenemende Begroting 2026 - 44
armoede o.a. door de energiecrisis en andere ontwikkelingen die zorgen voor vergroting van de kloof in de samenleving. De uitgaven voor minimavoorzieningen nemen daardoor mogelijk toe. De zittende medewerkers in de sociale werkvoorziening en met beschut werk hebben loon- en baangarantie terwijl de rijksvergoeding hiervoor niet altijd dekkend is. Avres werkt samen met de deelnemende gemeenten zo goed mogelijk om op deze ontwikkelingen in te spelen. Ondanks deze ontwikkelingen en risico’s is Avres er de laatste jaren in geslaagd een overschot in de jaarrekening te realiseren. Het bestuur van Avres heeft op verzoek van de gemeenten bezuinigingen in 2025 en 2026 en verder doorgevoerd die niet direct ten koste gaan van de dienstverlening, begeleiding en ondersteuning van inwoners. Avres werkt in afstemming met de deelnemende gemeenten aan een meerjarig koersdocument.
WMO De kosten voor de huishoudelijke ondersteuning stijgen in 2026 door met name een fors hoger uurtarief. Dit is bij het opstellen van de begroting voor 2026 aan de hand van ervaringscijfers zo realistisch mogelijk geraamd. Dat neemt niet weg dat er risico’s bestaan, zoals de toename van het aantal cliënten met een indicatie voor huishoudelijke ondersteuning. Ook de personeelskrapte bij de zorgaanbieders blijft een onzekere factor. Die onzekerheid is er ook m.b.t. de overige maatwerkvoorzieningen zoals individuele begeleiding en dagbesteding. Dit is het gevolg van de dubbele vergrijzing, langer thuis wonen en de vaste lage eigen bijdrage (het zogenaamde abonnementstarief). Het Wmo-vervoer (de MolenHopper) is opnieuw aanbesteed in 2025. De nieuwe tarieven zijn zo realistisch mogelijk in de begroting verwerkt, maar ook hiervoor geldt er een onzekerheid over de toename van het aantal cliënten en het gebruik van de MolenHopper. Het nieuwe contract voor Wmo-hulpmiddelen is 1 februari 2025 ingegaan. De kosten voor hulpmiddelen kunnen toenemen mogelijk als gevolg van een toenemende vraag. Door de val van het Kabinet zal het wetsvoorstel voor een inkomens- en vermogensafhankelijke bijdrage ter vervanging van het abonnementstarief op zijn vroegst per 1 januari 2027 worden gewijzigd.
De CRvB heeft recentelijk ook bepaald dat gemeenten op geen enkele wijze een inkomenstoets mogen toepassen. Er wordt ingeschat dat er een kans is op een afwijking naar boven van 10% met een risico van 75%.
Jeugdzorg (Dienst gezondheid en jeugd) Jeugdzorg wordt door de serviceorganisatie jeugd (SOJ) ingekocht. Een nadelig exploitatieresultaat zal SOJ direct bij de deelnemende gemeenten op basis van een verdeelsleutel in rekening brengen. SOJ beschikt niet over reserves. Anderzijds wordt een voordelig verschil uitgekeerd. Qua sturing is het voortdurend zoeken naar een balans tussen zorgvraag en beschikbaar budget. Bij de beleidsplanning en het contracteren van zorgaanbieders is het beschikbare budget uitgangspunt. De kosten voor Jeugdzorg zijn gebaseerd op de begroting van Service Organisatie Jeugd (SOJ). Op basis van de forecastprognose van juni 2025 lijkt de begroting van Service Leerlingenvervoer Organisatie Jeugd (SOJ) naar boven bijgesteld moeten worden met Leerlingenvervoer is een open-eind regeling. Vanaf 1augustus 2025 circa € 200.000. De afgelopen jaren is echter gebleken dat er grote hebben we als gevolg van een nieuwe aanbesteding te maken met schommelingen in de kosten zijn en dat uiteindelijk de kosten lager een tariefstijging van circa 32%. Deze tariefstijging is verwerkt in de waren. We houden ons dan ook aan de begroting van Service begroting. Het benodigde budget is voornamelijk afhankelijk van de Organisatie Jeugd (SOJ).
Risico’s zitten met name bij inflatie, afbouw ontwikkeling van het aantal aanvragen (en de herkomst, gesloten jeugdhulp en het risico op gezinnen met een kostbare bestemmingen en combinatiemogelijkheden van de ritten). Er blijft inzet. Op basis van de beschikbare sturingsinformatie wordt dus een risico dat het geraamde budget niet voldoende zal zijn. De ingeschat dat de geschetste effecten een risico vormen voor de kans is bepaald op gemiddeld. Gemeente Molenlanden. Als uitgangspunt nemen we 10% van de totale kosten op als risicogedeelte, waarbij we uitgaan van een hoge kans. Begroting 2026 - 45
Weerstandsvermogen bij verbonden partijen Gemeente Molenlanden neemt deel in meerdere gemeenschappelijke regelingen. Voor de gemeenschappelijke regelingen met een sturingsprofiel ‘hoog’ en ‘gemiddeld’, zoals vermeld in de paragraaf Verbonden Partijen, is het benodigde en beschikbare weerstandsvermogen opgenomen in onderstaande tabel. Niet alle gemeenschappelijke regelingen beschikken over voldoende weerstandsvermogen. Indien het benodigde weerstandsvermogen groter is dan het beschikbare weerstandsvermogen, moeten de deelnemende gemeenten dit resterende risico gezamenlijk dragen. Daarom nemen we de volgende bedragen op: Naam GR
Benodigd
Beschikbaar
Belang
Opnemen
DG&J VRZHZ Avres Waardlanden Omgevingsdienst Totaal
2.100.000 906.500 3.519.000 2.403.000 1.033.000
2.100.000 510.000 6.137.000 2.064.000 938.000
7,70% 10,40% 16,80% 20,30% 6,90%
0 41.236 0 68.817 6.555 116.608
(Bedragen x € 1)
Aanvulling bij de tabel: De reserves van DG&J (€ 2,1 miljoen) bestaan voor € 1,4 miljoen uit de bestemmingsreserve voor het opvangen van de frictiekosten als gevolg van de uittreding Leerdam/Zederik. Als we € 1,4 miljoen in mindering brengen op de beschikbare € 2,1 miljoen blijft een vrij aanwendbaar weerstandsvermogen over van € 0,7 miljoen. Dit betekent dat de risico’s niet volledig door het weerstandsvermogen worden afgedekt. Ontwikkelingen Een aantal ontwikkelingen laat zich nog niet financieel vertalen. Deze worden eventueel op een later tijdstip aan de gemeenteraad aangeboden. Dit is bijvoorbeeld afhankelijk van nog uit te voeren onderzoeken of te nemen besluiten. Als voorbeelden noemen we:
•
• •
•
Informatiebeveiliging: Met de komst van de Nederlandse Cyberbeveiligingswet (Cbw) op basis van de Europese NIS2richtlijn zijn er risico’s op het gebied van informatiebeveiliging, privacy, financiële en juridische aansprakelijkheid. Er zijn- en worden diverse verplichte beheersmaatregelen getroffen om deze risico’s zoveel mogelijk te beperken. Kinderdijk: eventuele investeringen in het gebied waartoe de gemeenteraad nog niet heeft besloten. Het IHP (Integraal Huisvestingsplan primair onderwijs Molenlanden 2021-2032) Is door de gemeenteraad vastgesteld en daarbij is besloten om separate besluiten te nemen over de exacte invulling en de financiële effecten van de projecten. Vanaf 2029 is een structurele stelpost opgenomen voor de realisatie van het IHP, deze wordt jaarlijks geactualiseerd. Het plan is verdeeld in 3 blokken van elk 4 jaar waarin de prioritering is aangegeven. Het kan gaan om nieuwbouw, renovatie en/of aanpassingen op het terrein van duurzaamheid. In overleg met de scholen/schoolbesturen worden de plannen uitgewerkt waarbij cofinanciering onderwerp van gesprek is. Elk afzonderlijk plan met een investeringsvraagstuk zal aan de gemeenteraad worden voorgelegd.
Naar aanleiding van het tussenvonnis dat de rechtbank Rotterdam in september 2023 heeft uitgesproken in de zaak, die Molenlanden samen met Dordrecht, Sliedrecht en Papendrecht had aangespannen tegen Chemours c.s. zijn partijen in gesprek gegaan. Dat gesprek richt zich op: (1) het herstellen van verontreinigde moestuinen in de genoemde gemeenten, het weer ‘zwem veilig’ maken van de plas de Merwelanden in Dordrecht en (3) het oprichten van een fonds, dat ziet op het vergoeden van door de gemeenten geleden en te leiden schade. Voor het herstel van de moestuinen zijn drie pilots gestart, waarvan er inmiddels twee zijn afgerond. De derde pilot vindt plaats in Wijngaarden. Het zwemwater van De Merwelanden is inmiddels veilig om te zwemmen; er vindt nader onderzoek
Begroting 2026 - 46
•
plaats naar de bron (locatie) van de verontreiniging. Tevens lopen er onderhandelingen over een fonds. De gemeente Molenlanden erkent de toenemende impact van klimaatverandering op haar activiteiten en financiële gezondheid. De frequentie en intensiteit van extreme weersomstandigheden, zoals overstromingen, hittegolven en stormen, vormen een groeiend risico voor onze infrastructuur, openbare voorzieningen en de algehele veerkracht van onze gemeenschap. We blijven proactief werken aan het identificeren, beoordelen en beheren van deze risico's, terwijl we tegelijkertijd streven naar duurzame oplossingen en investeringen die de veerkracht van onze gemeente op lange termijn bevorderen. De gemeente Molenlanden werkt aan een aanpak die meer inzicht geeft in de risico’s die we als gemeente lopen, zodat politiek ook de juiste afwegingen gemaakt kunnen worden tussen (pro)actief investeren in het voorkomen van schade of het (re)actief acteren op ontstane schade.
Financiële kengetallen Op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) is een aantal financiële kengetallen opgenomen die inzicht geven in de financiële positie van de gemeente. In het onderstaande overzicht de uitkomsten. Ratio's