CConstaterende datMolenlanden
Koppel je AI →
Document · PDF

250114 Rekenkamer eindrapport duurzaamheid incl bijlagen

Gezamenlijke Commissievergadering 6 februari 2025, gemeente MolenlandenBij agendapunt: Rekenkamerrapport Duurzaamheid Molenlanden24.602 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarom is deze met een donkere tint aangeven. 11 Verkenning collectieve systemen. 12 Uitvoerenplan collectieve systemen & aanpak individuele systemen, (€116.100,- & €86.100,- respectievelijk) 1 2

Thema

Klimaat adaptatie LAS 16

Circulaire economie 19

Veenweide strategie

Doelstelling 2022

H4 (Uitvoeringsplan duurzaamheid en Klimaat 2022-2025)

D1: Essentiële elementen/ infrastructuur blijven droog bij een overstroming vanuit het hoofdwatersysteem. D2: Vitale functies blijven functioneren bij extreem weer D3: 50% schaduw in het plangebied bij hoogste zonnestand D4: 40% oppervlakte wordt verkoelend ingericht D5: Koeling gebouwen leid niet tot verwarmen omgeving D6: 50% neerslag wordt in de kernen vastgehouden. D7: Inwoners en ondernemers zijn bewust in 2024 D8: inwoners en organisaties hebben toegang tot kennis en financiële bijdrage in 2025 D1: Inzetten van afval preventie D2: Invoeren ‘omgekeerd inzamelen’ met als doel om restafval tot 100kg per inwoner per jaar in 2025 D3: stimuleren en faciliteren circulaire initiatieven D1: inzet impulsgelden D2: veenweidestrategie ontwikkelen

Actuele doelstelling

H4 (uitvoeringsplan duurzaamheid en klimaat 2024-2025)

Geen wijzigingen

Strategie

H5 (Uitvoeringsplan duurzaamheid en Klimaat 2022-2025) 13

H6 Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en klimaat. 2023-2026)

S1: Adaptief handelen en reguleren wordt geborgen in beleid

Begrote kosten 2022 14

Begrote kosten 2023 15

Begrote kosten 2024

Realisatie

S1: geen gegevens

S1: geen gegevens

S1: geen gegevens

Geen waarde

(Uitvoeringsprogramm a Duurzaamheid en klimaat. 2022-2025)

S2: Risico dialogen voeren

S2: €10.000,-

S3: mee koppel kansen benutten S4: Kennis en vaardigheden op orde binnen de gemeente S5: inwoners hebben de juiste kennis en vaardigheden S6: Calamiteiten plannen worden vertaald naar maatregelen

(Uitvoeringsprogramm a Duurzaamheid en klimaat. 2023-2026)

(Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en klimaat. 2024-2025)

S2: €2000,-

S3: €250.000,-

S2: geen gegevens S3: €100.000,-

S4: €7.500,-

S4: €7.000,-

S4: €15.000,-

S5: €112.500,- 17

S5: €0,-

S5: €45.000,-

S6: geen gegevens

S6: geen gegevens

S6: €0,-

H7 (Meerdere bronnen van toepassing, zie blokken)

S3: €100.000,-

S7: Monitoren (Uitvoeringsprogramma

D8: Subsidieregeling groene daken. 18

S7: €10.000,-

S7: €10.000,-

S7: €0,-

S1: inzameling verbeteren S2: restafval inzameling reguleren

Invoeren gedifferentieerd tarief (DIFTAR) 20

Werkbudget: €25.000

D1: €25.000,D2: -

D1: €12.500,D2: €5.000,- 23

D3: -

D3: -

D4: -

D4: -

duurzaamheid 2023 22

Impuls regeling: €343.637,- 25

D1: €33.247,- 26

Geen waarde

Klimaat en duurzaamheid. 2024-2025)

D1: Aandacht voor preventie D2: Circulair netwerk

Instrument 2023

D3: Kosten beheersing D4: Goede dienstverlening

S3: Afval scheiden belonen.

Geen wijzigingen

S1: Realiseren van 500ha pomp gestuurde waterinfiltratie. S2: toekomstschets Alblasserwaard

S1: €1500,- per hectare die gerealiseerd wordt.

Geen gegevens

24

D2: 194,2 kg restafval

per inwoner per jaar. 21

Monitoringsrapportage

De strategie zoals beschreven in originele uitvoeringsplan is weergegeven. Als een actie in een actueler uitvoeringsplan is toegevoegd dan staat dit los vermeld. Alle genoemde kosten bestaan uit personele kosten én werkbudget. 15 Er is gekozen om voor de jaren 2022, 2023, en 2024 de verwachte kosten weer te geven. Dit omdat de financiële administratie van de gemeente ontoereikend is gebleken voor een weergave op meer detail. Verder uitleg is gegeven aan het begin van hoofdstuk 5 van het bijbehorende rapport. 16 De strategie omschreven voor het thema ‘klimaatadaptatie LAS’ draagt bij aan de gestelde doelstelling. Deze zijn echter niet één op één vertaald, de verschillende strategieën dragen cumulatief bij aan de doelstellingen. In het uitvoeringsplan zijn de kosten per strategie opgenomen in plaats van de doelstelling. 17 €75.000,- geraamd voor ‘klimaat adaptatie. Hier komt nog €37.500,- bij voor personeel en communicatie bij. 18 De regeling loopt tot en met 31 december 2023 en heeft een subsidieplafond van € 35.000,-. 19 De strategieën genoemd dragen gezamenlijk bij aan de doelstellingen gesteld in het uitvoeringsprogramma 2024-2025. 20 Het invoeren van DIFTAR ligt direct in lijn met D2 (2022) maar draagt ook bij aan de doelstellingen D3 en D4 (2024). Verder is het een uiting van strategieën S2 en S3. 21 scheidingspercentage is 64,1% in 2022. dit was 230kg en 69.8% 13 14

Diftar is dit jaar ingevoerd. De impact daarvan kan dus niet worden meegenomen. Budget is gesteld voor het stimuleren van inwoner initiatieven. 24 De provincie vraagt hier een eigen investering (€500,-/ ha) van de grondbezitter. 25 De impuls regeling valt niet onder het 040 project nummer van duurzaamheid. Daarom komt dit bedrag ook niet terug in het budget- en uitgave overzicht op de volgende pagina. €2.073.541,- + €343.637,- = €2.417.178,22 23

26

Impuls regeling voor periode 2024-2027

Duurzaamheid Molenlanden Rapport

Colofon In opdracht van Rekenkamer Molenlanden

Opgesteld door SME

Thijs van der Meulen en Jurgen Broeders meulen@sme.nl / broeders@sme.nl (030) 635 89 00

Utrecht, Maart 2024 Dit rapport is opgesteld door SME in opdracht van de Rekenkamer Molenlanden.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

2

Inhoud 1.

Leeswijzer

5

2.

Inleiding

6

2.1

Aanleiding

6

2.2

Doelstellingen van het onderzoek

6

2.3

Afbakening

6

2.4

Onderzoeksvragen

7

2.5

Onderzoekmethode

7

3.

Onderzoekscontext: gemeentelijk duurzaamheidsbeleid

8

3.1

Afbakening van het begrip duurzaamheid

8

3.2

Invloed van gemeente op verduurzaming

10

4.

Doelstellingen en ambities voor duurzaamheid in Molenlanden

12

4.1

Doelstellingen duurzaamheid Molenlanden

12

4.2

Relevante beleidsstukken

13

5.

Strategie

15

5.1

Opwek duurzame energie (RES)

15

5.2

Energiebesparing (RES)

16

5.3

Lokale warmtetransitie (Transitievisie Warmte)

17

5.4

Lokale Adaptatie strategie

17

5.5

Circulaire economie

18

5.6

Veenweidestrategie

19

6.

(Financiële) middelen als beleidsinstrument

20

6.1

Energietransitie

20

6.2

Groen en klimaatadaptatie

21

6.3

Circulaire economie

21

6.4

Veenweidestrategie

22

Realisatie

23

7. 7.1

Ontwikkeling CO2-uitstoot

23

7.2

Opwek duurzame energie

23

7.3

Lokale warmtetransitie

25

7.4

Energiebesparing

26

7.5

Circulaire economie

28

7.6

Klimaatadaptatie

29

8. 8.1

Effectiviteit en efficiëntie

33

Inzicht in effectiviteit en efficiëntie

33

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

3

9.

Indicatoren en vergelijking met andere gemeenten

36

9.1

Energietransitie

36

9.2

Klimaatadaptatie

39

9.3

Circulaire economie

40

9.4

Veenweidestrategie

41

9.5

Niet meetbare duurzame ontwikkeling

41

10. 10.1

Samenwerking

42

Samenwerkingsverbanden

42

Bijlage I.

Uitgebreide doelenboom

45

Bijlage II.

Strategie

49

Bijlage III.

Overzicht monitoring rapportages

52

Bijlage IV.

Overzicht samenwerking verbanden per thema

53

Bijlage V.

Verantwoording

55

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

4

1. Leeswijzer

Dit rapport dient ter ondersteuning van het als bijlage bij deze rapportage geleverde factsheet van de doelstellingen en vorderingen rondom het uitvoeringsprogramma duurzaamheid en klimaat van de gemeente Molenlanden.

Leeswijzer factsheet

De factsheet is, net als dit rapport, gebaseerd op het uitvoeringsplan 2022-2025. De meest actuele

wijzingen, welke afkomstig zijn uit het uitvoeringsplan 2024-2025, zijn los aangegeven. Voorafgaand is er een rij ‘algemeen’ toegevoegd. Deze rij omschrijft de overkoepelende doelstellingen en

gerelateerde strategie en begrootte kosten, welke overeenkomt met het laatste hoofdstuk van de uitvoeringsplannen. De thema’s die weergegeven worden zijn daarmee (in lijn met de in de

uitvoeringsplannen gevolgde indeling): Algemeen, Energie transitie RES, Energie transitie TVW, Klimaat

adaptatie LAS, Circulaire economie en Veenweidestrategie.

Per thema leest men van links naar rechts: de vastgestelde doelstellingen, welke strategie hiervoor aangehouden wordt, en het financiële instrument dat de gemeente inzet om haar bewoners te

ondersteunen en te stimuleren tot duurzaam gedrag. Kolommen 6, 7 en 8 duiden de verwachte kosten voor de jaren 22, 23 en 24, opgedaan uit hun meest actuele uitvoeringsplan. Onder aan de factsheet is een losse rij toegevoegd met de totaal begrootte kosten.

De laatste kolom van de factsheet (realisatie) geeft de meest recent bekende cijfers weer. Deze is voorzien van de kleuren van een ‘stoplicht’ om aan te geven of de gezette doelstellingen naar

verwachting behaald zullen worden op basis van de vastgestelde trends. Hoofdstuk 7 geeft een

toelichting op de waarde die in de factsheet vernoemd staat. Enkele velden zijn wit gelaten daar er geen informatie beschikbaar is.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

5

2. Inleiding 2.1 Aanleiding Duurzaamheid staat prominent op de agenda’s van de overheden, van ‘Brussel’ tot en met

Molenlanden. Het is een thema dat ook de komende jaren blijft spelen. In december 2021 heeft de raad van Molenlanden unaniem het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat 2022-2025

vastgesteld. In dit uitvoeringsprogramma is bij elkaar gebracht welke doelstellingen de raad heeft

vastgesteld om als gemeente in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig te zijn

en wat op basis daarvan de komende jaren wordt opgepakt. Aan de raad is toegezegd dit

uitvoeringsprogramma jaarlijks te actualiseren. De eerste actualisatie van het uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat heeft in 2023 plaatsgevonden.

Op aanvraag van de rekenkamer heeft SME een factsheet opgesteld in een poging om de feiten en cijfers voor het thema duurzaamheid in Molenlanden op hoofdlijnen in kaart te brengen.

2.2 Doelstellingen van het onderzoek De rekenkamer wil in dit rapport de feiten en cijfers rond het duurzaamheidsbeleid van gemeente

Molenlanden in beeld brengen: wat is relevant in voor het lokale duurzaamheidsbeleid? De factsheet

vormt de basis voor interviews die de rekenkamer Molenlanden afneemt om vervolgens een oordeel te vellen over de doelmatigheid en doeltreffendheid van het duurzaamheidsbeleid in de gemeente. De feiten en cijfers worden aan de hand van de vastgestelde onderzoeksvragen (zie 2.4) inzichtelijk

gemaakt.

2.3 Afbakening Thematische afbakening

In dit onderzoek richten we ons op de relevante feiten en cijfers voor de transitiethema’s, zoals die in

het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat van de gemeente zijn opgenomen: 1.

De regionale Energie strategie (RES)

3.

(Lokale) klimaat adaptatie en bodemdaling

5.

Veenweide strategie

2.

4.

(Lokale) warmte transitie

Circulaire economie

Het onderzoek richt zich op de duurzaamheidsdoelen die de gemeente zelf heeft vastgesteld voor deze thema’s.

Afbakening in tijd

Het onderzoek heeft zich (hoofdzakelijk) gericht op de beleidsstukken na het verschijnen van het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

6

2.4 Onderzoeksvragen De volgende onderzoeksvragen worden in dit rapport beantwoord:

1. Welke overkoepelende doelstellingen hanteert de gemeente in haar duurzaamheidsbeleid? 2. Welke strategie wordt gehanteerd om de doelstellingen te realiseren? 3. Welke (financiële) middelen worden als beleidsinstrument ingezet voor het duurzaamheidsbeleid?

4. Welk inzicht is er in de realisaties (in de afgelopen jaren) en prognoses (t/m 2050) op elk van deze doelstellingen?

5. Welk inzicht in de effectiviteit en efficiëntie is er voorhanden? 6. Kan er een objectiveerbare en (met andere gemeenten) vergelijkbare indicatie worden

gegeven hoe Molenlanden presteert op duurzaamheidsindicatoren? a. Welke doelen/indicatoren lenen zich hiervoor? b. Welke definitie geldt voor elke van deze doelen/indicatoren? c. Zijn deze doelen/indicatoren terug te vinden in het beleid van de gemeente? En worden ze conform de geldende definitie toegepast? d. Is aan te geven hoe Molenlanden scoort op deze indicatoren?

7. Hoe is de samenwerking met stakeholders vormgegeven

a. Op welke gebieden vindt samenwerking plaats? b. Welke stakeholders (lokale duurzaamheidsinitiatieven, regionale samenwerkingspartners) zijn relevant voor het duurzaamheidsbeleid van gemeente Molenlanden? c. Hoe is deze samenwerking momenteel vormgegeven?

2.5 Onderzoekmethode De bevindingen zijn opgehaald door middel van een bureaustudie. Tijdens deze studie zijn

beleidsdocumenten geanalyseerd en zijn data verzameld uit landelijke en provinciale dashboards, waaronder de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. In bijlage III is een overzicht gegeven van de

documenten die geanalyseerd zijn. Het gaat onder andere om uitvoeringsprogramma’s, sectoraal

beleidsgerichte documenten, akkoorden en begrotingen. Om een vergelijking te maken met

vergelijkbare gemeenten is er gebruik gemaakt van monitoringsinformatie uit de Klimaatmonitor, de klimaateffectenatlas en waarstaatjegemeente.nl van de VNG.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

7

3. Onderzoekscontext: gemeentelijk duurzaamheidsbeleid Dit rapport bevat de resultaten van een bureauonderzoek naar het duurzaamheidsbeleid van

gemeente Molenlanden. Duurzaamheid of duurzame ontwikkeling is echter een breed begrip dat specificering behoeft. In dit hoofdstuk bakenen we het begrip af en gaan we in op de rol van een

gemeente bij duurzame ontwikkeling.

3.1 Afbakening van het begrip duurzaamheid Definitie duurzame ontwikkeling

Duurzame ontwikkeling is een ontwikkeling die voorziet in de behoeften van de huidige generatie, zonder de behoeften van toekomstige generaties (zowel hier als in andere delen van de wereld) in

gevaar te brengen. Die definitie gebruikte de VN-commissie Brundtland in 1987 in het rapport ‘Our

common future’. Daarin legde de toenmalig Noorse premier Gro Harlem Brundtland een verbinding tussen economische groei, milieuvraagstukken en armoede- en ontwikkelingsproblematiek. Sustainable Development Goals (SDG’s)

Het begrip ‘duurzame ontwikkeling’ is in 2015 door de Verenigde Naties vertaald naar zeventien

wereldwijde hoofddoelen, de Sustainable Development Goals (SDG’s) voor 2030. Deze ‘duurzame

ontwikkelingsdoelen’ omvatten de zeventien grote opgaven waar we als wereld voor staan. Ze vormen een internationale leidraad voor duurzame ontwikkeling in de sociale en fysieke aspecten van onze omgeving.

De SDG’s vormen een breed kader om de wereld tot ‘een betere plek te maken in 2030’. De SDG’s

bevatten zowel doelstellingen op economisch, sociaal, als op ecologisch gebied. Ook voor gemeenten ligt er een verantwoordelijkheid om te werken aan het realiseren van deze doelen. Lokale overheden verkeren in de beste positie om de mondiale doelen te koppelen aan wat er lokaal moet gebeuren.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

8

In Nederland heeft de VNG in een handreiking 1 in beeld gebracht hoe de ontwikkelingsdoelen binnen

de Nederlandse context verbonden zijn met de opgaven van gemeenten. Vervolgens zijn de SDG’s ingedeeld naar vier domeinen van het gemeentelijke beleid.

Sociaal Domein

Domein duurzame economie, infrastructuur en werkgelegenheid Fysiek domein

Domein veiligheid, goed bestuur en partnerschappen Indeling SDG’s naar de vier VNG-domeinen

Bovenstaand overzicht maakt duidelijk dat duurzame ontwikkeling betrekking heeft op alle domeinen van de gemeente.

Afbakening tot fysieke duurzaamheid

Wanneer we het hebben over gemeentelijk duurzaamheidsbeleid, dan wordt echter meestal gedoeld

op het duurzaamheidsbeleid in het fysieke domein: het beleid voor verduurzaming binnen het fysieke domein en in mindere mate beleid binnen het domein duurzame economie.

Gemeentelijk duurzaamheidsbeleid richt zich meestal op de volgende SDG’s: 6 – schoon water

7 – Betaalbare en duurzame energie

11 – Duurzame steden en gemeenschappen

12 – Verantwoorde consumptie en productie

13 – Klimaatactie (verminderen van klimaatverandering en de nadelige effecten) 14 – Leven in het water

15 – Leven op het land

Deze SDG’s komen terug in de thema’s waaruit veel gemeentelijke duurzaamheidsprogramma’s zijn

opgebouwd: energietransitie, afval en circulaire economie, klimaatadaptatie, groen en biodiversiteit, en duurzame mobiliteit. 1

Zie de brochure De Global Goals in het gemeentelijk beleid. Een handreiking voor Nederlandse gemeenten (2018).

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

9

Ook gemeente Molenlanden hanteert de afbakening van het duurzaamheidsbeleid tot fysieke

duurzaamheid. Het Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid en Klimaat van de gemeente richt zich op

de thema’s energietransitie (Regionale Energiestrategie en lokale warmtetransitie), Klimaatadaptatie en bodemdaling, Circulaire economie, en tenslotte op de Veenweidestrategie. Dat laatste thema is vooral

relevant voor de regio waarin Molenlanden ligt; in veel andere gemeenten is dit geen thema. In dit rapport volgen we de afbakening die de gemeente Molenlanden heeft gemaakt.

3.2 Invloed van gemeente op verduurzaming Duurzame ontwikkeling als gezamenlijke opgave

Duurzame ontwikkeling is een gezamenlijke opgave van (lokale) overheden, organisaties, bedrijven en inwoners. De gemeente heeft daarin een eigen (voorbeeld)rol, maar samenwerking met partners is

nodig om echte duurzame ontwikkeling te bewerkstelligen. Uiteindelijk moeten immers alle inwoners, organisaties en bedrijven aan de slag om hun woningen, panden, tuinen en omgeving te

verduurzamen. Een rekenkameronderzoek naar duurzaamheid moet zich ons inziens dan ook richten op zowel inhoudelijke aspecten (resultaten en prestaties) als op de manier waarop de gemeente acteert (zelf en in samenwerking met andere partijen binnen de gemeente).

De eigen (voorbeeld)rol van de gemeente en de samenwerking met partners komen beide ook terug in het bestuurskundige model van de cirkel van invloed. Die cirkel van invloed biedt een duidelijk

kader om de rollen van de gemeente Molenlanden in de energietransitie te evalueren. Daarbij is er

onderlinge afhankelijkheid van de verschillende cirkels.

Cirkel van controle (zaken die gemeente zelf in de hand heeft) Cirkel van invloed (samen met partners werken aan resultaten) Cirkel van lobby (zekere mate van invloed, maar resultaten vooral afhankelijk van anderen)

Duurzame dingen doen of dingen duurzaam doen?

Binnen de cirkel van controle kijken we hoe duurzaam en CO2-neutraal de gemeente haar taken uitvoert. Is duurzaamheid integraal onderdeel van de bedrijfsvoering? Bijvoorbeeld door

verduurzaming van het gemeentelijk vastgoed, openbare verlichting, en het gemeentelijk wagenpark, etc. Met andere woorden, hoe vult de gemeente de voorbeeldrol in?

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

10

Samenwerking en participatie is noodzaak

Hoewel de gemeente ontwikkelingen binnen de cirkel van controle volledig in eigen hand heeft, is de duurzame impact die gemaakt kan worden binnen de cirkel van invloed vaak groter. Daarvoor is participatie en samenwerking met partners een must. Binnen deze cirkel is de gemeente immers afhankelijk van input van en samenwerking met partners. Daaronder verstaan we organisaties

(verenigingen, scholen, bedrijven, energiecoöperaties, etc) waarmee de gemeente samenwerkt en

invloed op heeft. Om duurzame ontwikkeling binnen de cirkel van invloed op gang te brengen is het juiste klimaat – ofwel een participatiecultuur – onontbeerlijk. In een ontwikkelde participatiecultuur worden partners door de gemeente gefaciliteerd om hún duurzaamheidsambities te realiseren.

In dit rapport gaan we in op de doelstellingen en de strategie voor verduurzaming binnen de

verschillende cirkels. Ook kijken we naar de realisaties en het inzicht in de effectiviteit van het beleid binnen zowel de cirkel van controle en de cirkel van invloed. Vanwege het belang van deze

samenwerking om voortgang te boeken komt in hoofdstuk 9 van dit rapport de samenwerking met

partners in de regio en binnen de gemeente aan bod.

De cirkel van lobby wordt binnen dit onderzoek buitenwegen gelaten. Deze keuze is gemaakt daar dit

een feitelijk onderzoek bedraagt waar het streven is om zo veel mogelijk bij een kwantitatief en feitelijk overzicht te blijven. De activiteiten die binnen de cirkel van lobby plaatsvinden bedragen doorgaans een voorbeeld functie voor de gemeente waardoor derden acties kunnen ondernemen.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

11

4. Doelstellingen en ambities voor duurzaamheid in Molenlanden

Onderzoeksvraag

Welke overkoepelende doelstellingen hanteert de gemeente in haar duurzaamheidsbeleid?

Gemeente Molenlanden wil in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig zijn. Dat is de hoofdambitie. In 2021 zijn door de raad voor verschillende duurzaamheidsthema’s visies en strategieën vastgesteld waarin doelstellingen zijn bepaald.

4.1 Doelstellingen duurzaamheid Molenlanden De ambities en doelstellingen per thema zijn hieronder weergegeven. Een uitgebreidere doelenboom is terug te vinden in bijlage I. Hoofdambitie 2 Opwek duurzame energie (RES) Warmtetransitie (TVW) Energie besparen Lokale adaptatie en bodemdaling

Circulaire economie Veenweide strategie

2

Molenlanden in 2050 (nagenoeg) CO2 neutraal, aardgasvrij en klimaatbestendig In 2050 komt 100% van de energie uit hernieuwbare bronnen In 2030 voor 1.150 TJ aan duurzame elektriciteit uit zonne- of windenergie binnen de regio Alblasserwaard. 2030: 20% van de gebouwde omgeving verduurzaamd (aardgasvrij-ready) / van het aardgas af. De gemeentelijke organisatie in 2030 CO2- en energieneutraal In 2030 wordt 20% minder energie verbruikt t.o.v. 2020. 100% klimaatadaptief in 2050 - De gemeente kan omgaan met overstromingen vanuit de rivieren of het regionale watersysteem. - De gemeente kan omgaan met extreme neerslag - De gemeente kan omgaan met extreme hittegolven - De gemeente is bestand tegen periodes van extreme droogte - Bodemdaling wordt zo veel mogelijk tegengegaan. 2024: De gemeentelijke organisatie handelt klimaatadaptief 100% circulair in 2050 100kg restafval per inwoner in 2025 95% emissiereductie in 2050 30-50% emissie reductie in 2030 2500 ton minder CO2 emissie per jaar door inzet waterinfiltratie Versterken biodiversiteit en vergroten van natuurwaarde

Uitvoeringsplan duurzaamheid en klimaat Molenlanden 2022-2025

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

12

4.2 Relevante beleidsstukken De ambities en doelstellingen zijn vastgelegd in de volgende beleidsstukken: ‘Uitvoeringsplan

duurzaamheid en klimaat Molenlanden 2022-2025’, ‘Uitvoeringsplan duurzaamheid en klimaat

Molenlanden 2023-2026’ en ‘Uitvoeringsplan duurzaamheid en klimaat Molenlanden 2024-2025’. Uitvoeringsprogramma Duurzaamheid – Klimaat 2023-2026

In dit Uitvoeringsprogramma zijn de doelstellingen van gemeente Molenlanden vastgelegd voor vijf transitiethema’s: •

• • • •

Energietransitie: Regionale Energiestrategie (RES);

Energietransitie: (Lokale) Warmtetransitie; Klimaatadaptatie en Bodemdaling;

Circulaire Economie; Veenweidestrategie.

Ook brengt het Uitvoeringsprogramma de middelen in beeld die nodig zijn om de activiteiten uit te voeren, maar nog niet gedekt zijn vanuit Rijks- of andere budgetten. Elk jaar wordt het

uitvoeringsprogramma geactualiseerd. Voor dit onderzoek is de versie voor 2022 – 2025 gebruikt als

basis. In de factsheet zijn de meest recente actualisaties aangegeven op basis van het uitvoeringsplan

2024-2025.

Regionale Energie Strategie (RES 1.0)

De gemeenten Molenlanden en Gorinchem, provincie Zuid-Holland en het waterschap Rivierenland en vele andere partners vormen samen de RES-regio Alblasserwaard. In de Regionale Energie Strategie 1.0 (RES) zijn de gemaakte keuzes beschreven voor de opwek van duurzame energie in de regio

Alblasserwaard. Daarnaast bevat de RES 1.0, een eerste aanzet tot de Regionale Structuur Warmte met een verdeling van mogelijke warmtebronnen, de mogelijkheden voor energiebesparing en de kansen voor innovatie.

Transitievisie Warmte 1.0

In de Transitievisie Warmte staan de stappen naar een aardgasvrij Molenlanden in 2050. In het stuk

wordt een tijdspad geschetst: een indicatie in welke periode Molenlanden gefaseerd aan de slag gaat met het aardgasvrij maken van de diverse buurten, kernen en bedrijventerreinen.

De Transitievisie Warmte is het begin van een proces om Molenlanden stap voor stap aardgasvrij te

maken. Per gebied of zelfs per huishouden wordt gekeken wat mogelijk is in een wijkuitvoeringsplan (WUP). De uitvoeringsplannen worden door de gemeente samen met bewoners en andere

betrokkenen opgesteld. Hiervoor volgt per gebied een intensief communicatie- en participatietraject. De transitievisie zal ten minste eens in de vijf jaar bijgesteld worden en in de loop van de tijd steeds nauwkeuriger beschrijven welke warmteoplossing het beste past in elke buurt Lokale adaptatie strategie LAS

In 2021 is de Lokale adaptatie strategie klimaat en bodemdaling voor gemeente Molenlanden

vastgesteld, met als titel: Op naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050. In dit document worden

de risico’s, gevolgen en te nemen maatregelen beschreven die nodig zijn om de gemeentelijke ambitie

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

13

‘klimaatbestendig in 2050’ te verwezenlijken. Onder klimaatadaptatie vallen vijf thema’s:

overstromingen, extreme neerslag, hitte, droogte en bodemdaling. Deze thema’s hebben raakvlakken

met de thema’s die bijdragen aan de het voorkomen van klimaatverandering (klimaatmitigatie).

Circulaire economie: Afval en grondstoffenbeleid

Voor het thema circulaire economie richt de gemeente Molenlanden zich vooral op de verwerking van huishoudelijk afval. Op dat vlak werkt Molenlanden samen met de gemeenten Gorinchem,

Hardinxveld-Giessendam en Vijfheerenlanden. Het afvalbeleid voor de vier Waardlandgemeenten is vastgelegd in de Strategienota nieuw Afval- en grondstoffenbeleid – Samen voor een afvalvrije en schone gemeente, waarmee de gemeenteraad van Molenlanden in 2021 heeft ingestemd.

De doelstellingen liggen in lijn met de landelijke doelstelling van 100% circulair in 2050. Het beleid richt zich op twee aandachtspunten: de productie van restafval minimaliseren en de kwaliteit van hergebruik verhogen. 3

Aanvullend op de strategienota is de maatregelencatalogus, opgesteld in 2021. Hierin worden 20

mogelijke maatregelen beschreven en de consequenties voor de vier pijlers van het afvalsysteem, Milieu, service, kosten en draagvlak. 4

Veenweidestrategie: gebiedsplan Alblasserwaard

Het gebiedsplan Alblasserwaard bevat een aanpak om de uitstoot van broeikasgassen uit veenbodems

te remmen. Het gebiedsplan bevat twee sporen die voortkomen uit bijeenkomsten van een regiegroep (ondernemers, grondeigenaren, ketenpartijen, terrein- en natuur beherende organisaties en

overheden) en bijdragen aan CO2-reductie in de Alblasserwaard. Het eerste spoor omschrijft de

concrete maatregelen die in de periode van 2022 tot en met 2025 genomen moeten worden. Het

tweede spoor richt zich op de voorbereiding van maatschappelijke partners en overheden voor het maken van beleidskeuzes voor de periode na 2025. 5

Strategienota 2021-2025 Catalogus: Mogelijke maatregelen nieuw afval- en grondstoffenbeleid waardlanden-gemeenten 5 Veenweidestrategie Alblasserwaard en de inzet van impulsgelden klimaatakkoord 3 4

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

14

5. Strategie Onderzoeksvraag

Welke strategie wordt gehanteerd om de doelstellingen te realiseren?

In dit hoofdstuk wordt per thema beschreven welke strategie de gemeente Molenlanden hanteert bij

het uitvoeren van het duurzaamheidsbeleid. De strategie is hieronder omschreven. Bijlage II bevat een schematische weergave van de strategie en aanpak per thema.

5.1 Opwek duurzame energie (RES) De aanpak voor opwek van duurzame energie wordt gezamenlijk uitgevoerd binnen de RES-regio, in samenwerking met de gemeente Gorinchem. Zon op dak

De RES-regio Alblasserwaard hanteert een strategie voor de realisatie van zonne-energiedoelstellingen die in lijn is met de zonneladder. De prioriteit wordt volgens een logische volgorde gelegd op daken en gevels, bebouwd gebied en landelijk gebied, met aandacht voor koppelkansen waar mogelijk.

In 2022 is er een Plan van Aanpak 'Zon op Dak' ontwikkeld, met specifieke aanpakken voor diverse doelgroepen. Voor bedrijven omvat dit onder andere het opzetten van informatievoorziening,

energieadvies, een aanpak voor verduurzaming van bedrijventerreinen, en het faciliteren van een

werkgroep en innovatietafel voor zon op bedrijfsdaken. Binnen het maatschappelijk vastgoed richt Molenlanden zich op zonnepanelen op gemeentelijk vastgoed en scholen, middels

informatievoorziening en energieadvies. Woningcorporaties zijn betrokken bij het maken en

monitoren van prestatieafspraken, terwijl lokale energiecoöperaties zich bezighouden met het

verbinden van dak eigenaren en het stimuleren van coöperatieve zonnedaken. Voor woningeigenaren wordt informatievoorziening ingericht en zijn er collectieve inkoopacties voor grondgebonden woningen. 6

Zon op veld

Er wordt beperkt ingezet op zon op veld omdat deze opwek alleen op niet-agrarische restgronden en op dorpszonneweiden van zo’n maximaal 2h gerealiseerd mag worden.

In de regio is op dit moment op één locatie zon op veld: bij de waterzuiveringsinstallatie van

Waterschap Rivierenland in Gorinchem-Oost. Daarnaast wordt gekeken naar de mogelijkheden voor

zonnepanelen langs de snelwegen. Dit gebeurt binnen het OER-programma van de rijksoverheid. Een

eerste schatting laat zien dat die voor de A15, A27 en Merwede- en Betuwelijn tussen 17 en 51 TJ kan opleveren.

Windenergie

Voor het behalen van winddoelstellingen in de regio Alblasserwaard is een bouwopgave vastgesteld binnen de Regionale Energiestrategie (RES). Een verkennend onderzoek in de Avelingen-regio is afgerond, gevolgd door verdere studie naar mogelijke windlocaties binnen de RES-regio

Alblasserwaard. Uiterlijk eind 2023 beoordelen RES-partners gezamenlijk potentiële windlocaties. Bij 6

Regionale energie strategie (RES) 1.0

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

15

succes start het proces voor de RES 2.0, inclusief een plan MER volgens de Omgevingswet vanaf

januari 2024. Na goedkeuring in volksvertegenwoordigingen volgt de planologische verankering in de provinciale verordening van Zuid-Holland, waarna initiatiefnemers concrete plannen kunnen ontwikkelen en windparken kunnen realiseren. 7

Eind 2023 heeft de gemeenteraad van Molenlanden het aantal windmolenlocaties beperkt tot zes reële en haalbare locaties. Wel is hier ook de motie aangenomen dat er maximaal 4 turbines per locatie gerealiseerd kunnen worden. Wethouder Jan Locke stelt dat hier ruimte tot afwijking moet zijn. 8

Gemeente Molenlanden hanteert voor kleine windmolens een ruimtelijk kader, waarbij bijvoorbeeld

lintbebouwing nu toegestaan is bij bedrijven met een maximale as-hoogte van 15m, en dorpsmolens onder voorwaarden binnen bestaand stads- en dorpsgebied op locaties met maatschappelijke of sportbestemming.

5.2 Energiebesparing (RES) Energiebesparing is zowel relevant binnen de RES als voor de warmtetransitie. Er zijn aparte aanpakken voor energiebesparing bij inwoners en bij bedrijven. 910 Energiebesparing Inwoners

De gemeente pakt een stimulerende rol om inwoners aan te zetten tot energiebesparing en het

nemen van energiebesparende maatregelen, zoals isolatie van gebouwen en woningen. De gemeente initieert en stimuleert, terwijl de uitvoering in handen ligt van de inwoners zelf.

Voor het stimuleren van haar inwoners hanteert de gemeente verschillende financieel ondersteunende maatregelen en zorgt de gemeente voor informatievoorziening. Activiteiten omvatten de uitvoering van de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) tot 31 juli 2022, met cadeaubonnen, webinars, warmtescans, en collectieve inkoopacties. Andere initiatieven zijn het verstrekken van

verduurzamingsleningen, subsidies voor groendaken, samenwerking met het Regionaal Energieloket

en Het Nieuwe Wonen, de Duurzaamheidsprijs Molenlanden, en de Week van de Duurzaamheid in mei 2022.

Energiebesparing bedrijven

Voor de het reguleren en stimuleren van de bedrijven en bedrijventerreinen neemt de gemeente vaker een adviserende rol in. Zo worden er met energiepartners gesprekken over het opzetten van

energiehubs gevoerd en voert de Omgevingsdienst Zuid-Holland zuid (OZHZ) een energie-agenda uit. Deze agenda omvat het uitvoeren van controles, koplopergesprekken en energiescans waarna de gemeente een breed aanbod aan energieadviezen uitzet gekoppeld met een adviestraject.

Activiteiten omvatten bedrijfsbezoeken, branche-aanpakken op regionaal en lokaal niveau,

bedrijventerreinenaanpak op lokaal niveau, en de Duurzame Bedrijvenroute in de regio Zuid-Holland Zuid.

Voortgangsrapportage RES Alblasserwaard_2023 Het Kontakt: Meerderheid raad Molenlanden: maximaal 4 windmolens, dan akkoord met zoeken naar locaties 9 Transitievisie warmte (TVW) 1.0 10 Voortgangsrapportage RES Alblasserwaard_2023 7 8

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

16

Voorbeeldrol gemeentelijke organisatie

De gemeente Molenlanden wil zelf het goede voorbeeld geven. Daarvoor moet het vastgoed van de

gemeente in 2030 (nagenoeg) energieneutraal zijn. Dit gebeurt door middel van duurzame opwek en energiebesparing.

5.3 Lokale warmtetransitie (Transitievisie Warmte) De gemeente Molenlanden vervult een regierol in de lokale warmtetransitie, waarbij zij de visie opstelt, partijen verbindt, verkenningen initieert, en de regie voert op gebiedsuitvoeringsplannen. De

gemeente neemt besluiten over deze plannen en heeft een voorbeeld- en aanjagende rol om de warmtetransitie te versnellen. De strategie is gebaseerd op de algemene uitgangspunten:

samenwerking met inwoners en ondernemers, een betaalbare warmtetransitie, energiebesparing, en het benutten van natuurlijke momenten.

In de Transitievisie Warmte richt Molenlanden zich expliciet op het aardgasvrij maken van woningen en andere gebouwen. Het uitfaseren van aardgas in industriële bedrijfsprocessen wordt niet

meegenomen in de Transitievisie Warmte en valt onder verantwoordelijkheid van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK). 11

Het doel van de gemeente is om samen met bewoners een betaalbare, betrouwbare, en duurzame

energievoorziening te realiseren. De transitie wordt gefaseerd uitgevoerd volgens de volgende globale planning: • •

Aanpak startbuurten (2021-2026): Opstellen buurtuitvoeringsplan met inwoners en lokale partijen. Aanpak Nieuwbouwwijken (na 2005) (2021-2026): Gerichte communicatie, inkoopacties, gesprekken met installatiebranche.

•

Aanpak overige buurten (doorlopend): Energiebesparing centraal met gemeente brede

informatiecampagne, regionaal energieloket, RREW-subsidieactiviteiten, ondersteuning

bewonersinitiatieven, pilot stichting boerderij en erf, en gesprekken met de installatiebranche.

•

Aanpak bedrijventerreinen, utiliteit en maatschappelijk vastgoed (2021-2026): Gemeente zet

stappen met betrekking tot eigen vastgoed, verkenning terreinen Arkel, Giessenburg en Bleskensgraaf voor 2030. • •

Communicatie en informatievoorziening (doorlopend): Gerichte informatiecampagnes.

Doorontwikkeling transitievisie warmte (2025-2026): Actualisatie elke 5 jaar.

De planning omvat korte termijn en natuurlijke momenten (2022-2025), middellange termijn (2025-

2040), en lange termijn (2035-2050). Recent gebouwde woningen krijgen speciale aandacht op de

korte termijn, gevolgd door verkenningen en gedetailleerd onderzoek voor de rest van de gemeente op de middellange en lange termijn. Uiterlijk 2050 moeten de laatste buurten aardgasvrij worden.

5.4 Lokale Adaptatie strategie In 2021 heeft de gemeenteraad de Lokale Adaptatie Strategie klimaat en bodemdaling (LAS) ‘Op naar een klimaatbestendig Molenlanden in 2050’ vastgesteld. De LAS vormt het lokale beleid voor

klimaatadaptatie. Een belangrijk punt daarin is het integreren van klimaat adaptief handelen in

gemeentelijke werkprocessen en beleid zodat de gemeente een voorbeeldfunctie kan vervullen. Twee praktische stappen zijn:

11

Transitievisie warmte (TVW) 1.0

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

17

1. 2.

Borging van klimaat adaptief handelen in het gemeentelijk Handboek Duurzaamheid,

groenbeleid, Gemeentelijk rioleringsplan, vastgoedbeleid, HIOR en het Hitteplan.

Integratie van klimaat adaptief handelen in de Omgevingsvisie en omgevingsplannen.

Interne trainingen, kennissessies en inspiratiebijeenkomsten worden georganiseerd om

bewustwording en vaardigheden bij ambtenaren en bestuur te vergroten, mogelijk gecombineerd met de veranderopgave van de Omgevingswet.

Parallel is samen met twee provincies (Utrecht en Zuid-Holland), zeven gemeenten 12 en Waterschap

Rivierenland de ‘Regionale Adaptatie Strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden’(RAS) opgesteld, om ook regionaal effectief te werken aan klimaatadaptatie. 13

5.5 Circulaire economie Het beleid voor circulaire economie richt zich met name op terugdringen van de hoeveelheid

huishoudelijk restafval van inwoners van de gemeente. Om het afvalsysteem in Waardlanden te verduurzamen is het volgende 3 stappenplan opgesteld. -

-

Verbetering grondstoffeninzameling, 2021: harmonisatie van het inzamelsysteem, herinvoering

GFT-inzameling bij hoogbouw, verstrekken van GFT-keukenemmertje, extra grondstofbakken

voor glas, textiel en papier en voorlichting en controle op het juist scheiden van grondstoffen. Restafvalinzameling reguleren, 2021-2022: afsluiting van ondergrondse restafvalcontainers en

voorzien van een pasjessysteem, afvalbrengstations (ABS) alleen nog toegankelijk stellen voor inwoners uit het verzorgingsgebied van Waardlanden en aanpak van het afval naast

verzamelcontainers (bijgeplaatst) in combinatie met intensivering van voorlichting en -

handhaving.

Afvalscheiding belonen, 2023: Invoering van een variabel tarief voor restafval, een tarief voor

het laten ophalen van grof huishoudelijk afval en tarieven op het ABS voor (verbouwings-) restafval en grof tuinafval.

Daarnaast pakt de gemeente een stimulerende en aanjagende rol door het opzetten van een circulair netwerk bestaande uit partners en stakeholders te ondersteunen. Dit netwerk moet essentiële

bouwstenen samenbrengen voor het primaire afvalverwerkingssysteem. Deze bouwstenen omvatten brengfaciliteiten, sorteer- en demontagecentra, reparatiewerkplaatsen en kringloopwinkels. Deze

aanpak moet ook nieuwe mogelijkheden voor lokale economieën aanjagen en een circulaire levensstijl bevorderen. 14

Naast de transitie in afvalinzameling zet de gemeente sterk in gedragsverandering van inwoners door middel van milieueducatie. Sinds 2015 zijn scholen al bezig met het concept van 'Afvalvrije Scholen', waarbij duurzaamheid een integraal onderdeel is. Speciale aandacht gaat uit naar jonge ouders,

waarbij de focus ligt op het creëren van bewustzijn rond duurzame leefgewoonten. De haalbaarheid van een bezoekerscentrum wordt onderzocht, met als doel een plek te creëren waar educatie en Alblasserdam, Gorinchem, Hardinxveld-Giessendam, Molenlanden, Papendrecht, Sliedrecht, Vijfheerenlanden 13 Regonale adaptatie strategie Alblasserwaard-Vijfheerenlanden, 2021 14 Strategienota 2021-2025: Samen voor een afvalvrije en schone gemeente, 2021 12

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

18

bewustwording samenkomen. Om inwoners praktisch te betrekken bij duurzaamheid, worden excursies naar Waardlanden georganiseerd. 15

Uit de bureaustudie is niet gebleken of en hoe de gemeente de eigen voorbeeldrol invult, bijvoorbeeld door circulair inkopen en circulair beheer van de openbare ruimte.

5.6 Veenweidestrategie Het gebiedsplan voor de Alblasserwaard heeft verschillende doelstellingen en draagt op meerdere manieren bij aan duurzaamheid en toekomstperspectief. Eén van de belangrijke aspecten is de

bijdrage aan CO2-reductie. Met de realisatie van 500 hectare pomp gestuurde waterinfiltratie wordt beoogd de CO2-uitstoot met 2500 ton te verminderen, wat ongeveer 3% van de provinciale

doelstelling voor CO2-reductie vertegenwoordigt. Bovendien omvat het plan monitoring van

resultaten en het opzetten van een praktijknetwerk waarbij diverse belanghebbenden gegevens verzamelen om de effecten op waterbeheer en natuur te evalueren.

Daarnaast is het gebiedsplan gericht op het toekomstperspectief van de Alblasserwaard, met de

ontwikkeling van duurzaam landgebruik en toekomstbestendige landbouw na 2025, en met een

vooruitblik naar 2050. Spoor 2 van het plan richt zich op verdere maatregelen voor CO2-reductie,

uitbreiding van agrarisch natuurbeheer en een gebiedsproces voor de verdere ontwikkeling van het gebied.

Het gebiedsplan wordt breed gedragen, getuige de instelling van een regiegroep bestaande uit

vertegenwoordigers van diverse instanties en organisaties. Deze regiegroep, onder leiding van de

gemeente Molenlanden, zorgt voor een brede betrokkenheid en samenwerking bij de uitvoering van

het plan. Daarnaast worden de kosten van het gebiedsplan gesubsidieerd door de overheid, met een eigen bijdrage van boeren die wordt verdubbeld en in een gebiedsfonds wordt gestort, waarmee

plannen die bijdragen aan klimaatadaptatie, klimaatmitigatie, waterkwaliteit en biodiversiteit worden

gestimuleerd. Tot slot past het gebiedsplan in een groter geheel, waarbij de focus ligt op het streven

naar vitale veenweiden met een toekomstbestendige landbouw, in lijn met het Nationaal Programma Landelijk Gebied. 16

15 16

Strategienota 2021-2025 Definitief raadsvoorstel gebiedsplan Veenweideaanpak (VWS), 2022

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

19

6. (Financiële) middelen als beleidsinstrument Onderzoeksvraag: Welke (financiële) middelen worden als beleidsinstrument ingezet voor het duurzaamheidsbeleid? Gemeente Molenlanden hanteert verschillende financiële beleidsinstrumenten in de vorm van

subsidies en leningen. De meeste daarvan richten zich op de energietransitie. 17 In de factsheet zijn de begrotingen van het uitvoeringsprogramma toegevoegd voor de jaren 2022, 2023 en 2024. Deze worden hier niet toegelicht daar het losse bedragen gekoppeld aan doelstellingen betreft.

Verder kan er geen gehoor gegeven worden aan de vraag om een uitgave overzicht per activiteit te

genereren. Er is een andere systematiek en indeling van financiën toegepast die niet overeenkomt met de uitvraag van het onderzoek. Daarom kan het gewenste detail niveau niet verzorgd worden. Wel is

er een koppeling gemaakt tussen de kostenpost en het thema, waar mogelijk. Hiervoor is een aparte

tabel toegevoegd aan de factsheet waarin er overzicht wordt gegeven van de beschikbare gelden 18 in

2023 en de totale uitgaven en inkomsten voor het jaar 2022. 19

Tot slot, verschillende activiteiten haken in op elkaar en genereren daarom ook overlap in de gelden.

Om een volledig overzicht te maken zou men alle facturaties van 2022 moeten bestuderen. Dit is een stap die dit onderzoek te buiten gaat.

6.1 Energietransitie Voor woningbezitters zijn er verschillende financieringsopties die landelijk worden aangeboden voor verduurzaming van de woning. Voorbeelden zijn de Investeringssubsidie duurzame energie en

energiebesparing (ISDE) en de mogelijkheid voor een lening via het landelijke Warmtefonds, waarmee eigenaar-bewoners energiebesparende investeringen voor hun eigen woning kunnen financieren.

Voor de inwoners van Molenlanden zijn er daarnaast verschillende financiële instrumenten beschikbaar die lokaal door de gemeente worden aangeboden om inwoners te stimuleren tot energiebesparing en het nemen van energiebesparende maatregelen. Regeling Reductie Energieverbruik (Woningen)

In de afgelopen jaren heeft gemeente Molenlanden uitvoering gegeven aan de landelijke RRE- en

RREW-regelingen. Door de Rijksoverheid is hiervoor budget beschikbaar gesteld aan gemeenten om inwoners te helpen bij energiebesparing door kleine maatregelen en door duurzamer gedrag. Via de ‘Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW)’ heeft Molenlanden 1.859

woningeigenaren bereikt, waarvan 1.289 eigenaren met een cadeaubon van € 45 voor

energiebesparende producten. Bij huurwoningen hebben 1.250 huurders gebruik gemaakt van de

regeling. Voornamelijk door het afnemen van een bon van € 45 en advisering door energiecoaches.

Uitvoeringsplan duurzaamheid en klimaat 2024-2025 Deze gelden zijn opgemaakt uit het uitvoeringsprogramma 2022-2025 19 De koppeling tussen kostenpost en thema is gemaakt aan de hand van de beschrijving van de kostenpost zoals vermeld in het financiële overzicht dat gedeeld is. Hier is dus een aanname van de onderzoeker aan te pas gekomen. 17 18

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

20

Regeling energiearmoede

Dit betreft gelden vanuit het Rijk voor structurele ondersteuning aan huishoudens tot 120% van sociaal minimum om energie te besparen en daarmee de lasten te verminderen. In 2022 heeft

Molenlanden gekozen voor een aanpak bestaande uit 3 onderdelen: het bezoeken van inwoners voor

energiebesparingsadvies op maat, een budget van € 450 voor energiebesparende maatregelen en

voor korting op aanschaf van duurzaam witgoed (quick wins) en, zo nodig, het inschakelen van een

klussendienst om de maatregelen te realiseren. Deze vorm van ondersteuning is eind 2022 gestart en

loopt door tot en met 2024.

Aanvullend heeft Molenlanden in 2022 voor de huishoudens tussen 120 en 150% van het sociaal

minimum ook een dergelijke regeling opgezet om te voorkomen dat deze groep tussen wal en schip

valt.

Verduurzamingsabonnementen

Ook worden 'verduurzamingsabonnementen' ingezet ter stimulering van individuele maatregelen.

Met dit abonnement stimuleert de gemeente het nemen van grotere energiebesparende maatregelen (zoals isolatie) aan het huis vanaf minimaal € 5000,- door een aantrekkelijke lening aan te bieden. Vanaf 2023: Nationaal Isolatieprogramma

Vanaf 2023 ontvangt gemeente Molenlanden budget vanuit de Rijksoverheid uit het Nationaal

Isolatieprogramma. Hiermee kunnen woningeigenaren met een slechtgeïsoleerde woning financieel en procesmatig ondersteund worden om hun huis te isoleren en zo energie te besparen. Afgeschaft: verduurzamingslening

Gemeente Molenlanden heeft de Verduurzamingslening Particulieren, inclusief de Verzilverlening en

Verduurzamingslening Zakelijk vanaf 23 mei 2023 afgeschaft. Reden van het besluit is het bestaan van op landelijk niveau aangeboden alternatieven voor de Verduurzamingslening. In 2022 werden nog 33 leningen verstrekt via de verduurzamingslening.

6.2 Groen en klimaatadaptatie Subsidie Groene Daken

Gemeente Molenlanden stimuleert de aanleg van groene daken. De gemeente kan via de

Subsidieregeling Groene Daken aan de aanleg van een groen dak bijdragen. De regeling loopt tot en met 31 december 2023 en heeft een subsidieplafond van € 35.000,-. In het jaar 2022 zijn in totaal 38 aanvragen voor subsidie ingediend, waarvan er 25 zijn verstrekt.

6.3 Circulaire economie Invoering gedifferentieerd tarief voor afvalinzameling

In 2024 wordt een gedifferentieerd tarief (DIFTAR) ingevoerd voor de inzameling van huishoudelijk afval. Dat betekent dat inwoners gaan betalen per hoeveelheid ingeleverd restafval. Dit financiële instrument moet gaan bijdragen aan betere scheiding van huishoudelijk afval.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

21

6.4 Veenweidestrategie Bijdrage vanuit provincie voor waterinfiltratiesysteem

Binnen de veenweidestrategie levert de provincie een financiële bijdrage aan waterinfiltratiesystemen. Kosten voor het waterinfiltratiesysteem in combinatie met een peilopzet tot 40 centimeter

drooglegging vraagt een investering van €4000-€6500 per hectare. Hierbij vraagt de provincie €500

eigen inleg per hectare van de boer waarna de provincie dit driemaal verhoogt met €500 per hectare over een tijdsbestek van 3 jaar.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

22

7. Realisatie Onderzoeksvraag

Welk inzicht is er in de realisaties (in de afgelopen jaren) en prognoses (t/m 2050) op de doelstellingen?

Verschillende monitoringsinstrumenten die gemeente Molenlanden hanteert, geven de volgende

inzichten en prognoses in de realisaties van de eigen duurzaamheidsambities. Dit hoofdstuk is onder

andere opgebouwd met informatie uit de monitoringsrapportage van CE delft, de

voortgangsrapportage van de RES en tools zoals de klimaatmonitor en waarstaatjegemeente.nl.

7.1 Ontwikkeling CO2-uitstoot Doel: De hoofdambitie van gemeente Molenlanden is om in 2050 (nagenoeg) CO2-neutraal te zijn. Voor 2030 wordt gestreefd naar 49% CO2-reductie in 2030 ten opzichte van 1990. In 2022 heeft CE Delft het uitvoeringsprogramma duurzaamheid doorgerekend en het effect bepaald

op de uitstoot van broeikasgassen in de gemeente. De doorrekeningen zijn in 2023 geactualiseerd met

de nieuwste emissiecijfers en recente ontwikkelingen in landelijk en gemeentelijk beleid. Uit de

doorrekeningen van CE Delft blijkt dat met de huidige activiteiten uit het uitvoeringsprogramma de CO2-doelstellingen niet worden gehaald. In onderstaande figuur wordt de ontwikkeling van CO2-

uitstoot, de prognose, en de doelstelling weergegeven.

Bron: CO2-rappport CE Delft.

7.2 Opwek duurzame energie Voor de opwek van duurzame energie zijn de volgende doelstellingen en realisaties relevant:

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

23

Doel: In de Regionale Energiestrategie (RES) is de ambitie bepaald dat in 2050 de energie voor 100% uit hernieuwbare bronnen moet komen. Binnen de regio Alblasserwaard moet in 2030 1.150 TJ (0,32 TWh) aan duurzame elektriciteit worden opgewekt, met een verdeelsleutel van 51% zon (588TJ) en 49% (562TJ) wind. De voortgangsrapportage van de RES-regio Alblasserwaard uit juli 2023 geeft het volgende beeld van de opwek van duurzame elektriciteit in de regio.

Bron: voortgangsrapportage RES Alblasserwaard 2023. Volgens de rapportage is 64% van de doelstelling nog niet gerealiseerd of nog niet concreet gepland: “Per ijkmoment 31 december 2022 is 257TJ (22%) van ons totale RES-bod gerealiseerd. Met RES-bod

wordt het vastgestelde doel bedoelt, in dit geval is dat 1.150 TJ. Er zit voor 160 TJ (14%) van het totale

RES-bod ‘in de pijplijn’. Dat wil zeggen dat zicht is op concrete uitvoering, door verleende vergunningen en/of SDE++-subsidie. Voor 733 TJ (64%) van het RES-bod zijn de plannen nog niet zo concreet of bestaan nog geen plannen. Deze voorraad noemen we ‘resterende ambitie’.” 20

Doel: Gemeente Molenlanden heeft in de uitvoeringsprogramma opgenomen dat in 2030 35% van de elektriciteit duurzaam opgewekt is. Deze doelstelling wordt gemonitord via de Monitoringsrapportage Duurzaamheid uit augustus 2023

die de Omgevingsdienst voor gemeente Molenlanden heeft opgesteld. Daaruit blijkt dat in 2022 22,6% van de in Molenlanden verbruikte elektriciteit lokaal wordt opgewekt. Ten opzicht van 2021 betekende dat een toename van 2 procentpunt. De Omgevingsdienst concludeert: ‘Als het aandeel hernieuwbare elektriciteit jaarlijks met minimaal 2% blijft stijgen, is de gezette doelstelling in 2028 behaald.’ 21

De gewenste verdeelsleutel is niet bekend. Als men de doelstellingen van 588 TJ zon en 562 TJ wind in 2030 als uitgangspunt neemt dan levert 50/50 op. Of 1,046 TJ zon per 1 TJ wind om precies te zijn. De stand van zaken in Augustus 2023 beschrijft echter een verdeling van 1,5 TJ zon per 1 TJ wind. Daarbij loopt de realisatie van wind energie in de RES regio Alblasserwaard stroever dan de realisatie van zon

energie.

De RES-rapportage gaat in op het nieuwe beleid voor kleine windmolens in gemeente Molenlanden: “In een motie van de gemeenteraad van Molenlanden (d.d. 13 april 2021) is het college opgeroepen

om een ruimtelijk kader voor kleine windmolens op te stellen. Het college van Molenlanden heeft uitvoering gegeven aan deze motie. Onderzocht is hoe, aanvullend op het huidige kader van het

20 21

Voortgangsrapportage RES Alblasserwaard 2023. p3 Monitoringsrapportage Duurzaamheid OZHZ 2023. p4

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

24

bestemmingsplan, in het buitengebied een breder ruimtelijk kader kan worden ontwikkeld, waarmee

een bredere groep bedrijven en (groepen) inwoners ruimtelijk de mogelijkheid geboden kan worden om kleine windmolens te plaatsen.” Het beleid voor plaatsing van kleine windmolens is in 2023

vastgesteld. “Op dit moment zijn er nog geen heldere verwachtingen over het aantal kleine

windturbines dat tot aan 2030 in Molenlanden gerealiseerd zal worden en van welke aard die zullen zijn.” 22

7.3 Lokale warmtetransitie Onder de ambitie van de gemeente om in 2050 aardgasvrij te zijn hangen twee doelstellingen. Doel: in 2030 is 20% van de gebouwde omgeving verduurzaamd aardgasvrij-ready) / van het aardgas af. In 2021 is het percentage aardgasvrije woningen in de gemeente Molenlanden met 0,9% gestegen ten opzichte van 2020. De Monitoringsrapportage concludeert dat: ‘om in 2030 één vijfde van de

woningen volledig aardgasvrij de krijgen moet het percentage aardgasvrije woningen vanaf 2020 per jaar met minimaal 2% toenemen.’

Percentage aardgasvrije woningen in Molenlanden. Bron: Monitoringsrapportage duurzaamheid 2023 Doel: In de gebouwde omgeving besparen we tot 2030 30% aardgas ten opzichte van 2020

Aardgasverbruik binnen de gebouwde omgeving. Bron: Monitoringsrapportage duurzaamheid OZHZ 2023.

22

Voortgangsrapportage RES Alblasserwaard 2023, p18

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

25

De Monitoringsrapportage duurzaamheid 2023 concludeert dat het aardgasverbruik in de gebouwde omgeving in Molenlanden in 2021 lichtelijk is gestegen ten opzichte van 2020. ‘Als deze trend zich voortzet wordt de doelstelling in 2030 niet behaald.’ 23

7.4 Energiebesparing Doel: In de gebouwde omgeving besparen we vanaf 2020 2% energie per jaar tot 2030. Om de doelstelling te halen moet het energieverbruik in de gebouwde omgeving in 2030 gedaald zijn naar 1019 TJ. In 2021, is het energieverbruik in de gebouwde omgeving met 2,65% gestegen ten opzichte van 2020.

In de monitoringsrapportage wordt de volgende conclusie getrokken: ‘als deze trend de komende jaren zo doorzet wordt de doelstelling in 2030 niet behaald. In dit geval zal de doelstelling een negatief resultaat hebben.’ 24

Energieverbruik in de Gebouwde Omgeving in Molenlanden. Bron: monitoringsrapportage duurzaamheid OZHZ 2023.

Ook het totale energieverbruik in de gemeente Molenlanden is in 2021 licht gestegen ten opzichte van 2020. Het verbruik kwam in 2021 uit op 3591 TJ.

Eenzelfde conclusie wordt getrokken in het voortgangsrapport RES Alblasserwaard. Tot en met het vertrekpunt van de RES heeft de RES-regio Alblasserwaard een gestage afname van het

energieverbruik gekend in de gebouwde omgeving. De dalende trend laat een afname van 1 a 2% per

jaar zien. Echter is er vanaf het referentiejaar 2019 een lichte stijging te zien. Dit is tegendraads de gestelde doeltrend.

23 24

Monitoringsrapportage duurzaamheid OZHZ 2023, p6 Monitoringsrapportage duurzaamheid OZHZ 2023, p5

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

26

Energieverbruik in de gebouwde omgeving van RES regio Alblasserwaard. Bron: Voortgangsrapportage RES Alblasserwaard, 2023

Doel: Het gemeentelijk vastgoed is energieneutraal in 2030 De gemeente heeft deelgenomen aan het Ontzorgingsprogramma van de Provincie Zuid-Holland. In dit programma zijn 20 kleine panden onderzocht en voorzien van voorgestelde

verduurzamingsmaatregelen. De gemeente geeft aan dat er zeer binnenkort een definitieve

rapportage van het programma. Wel kan er inzicht gegeven worden in de prognose voor de

geformuleerde doelstelling: ‘Het gemeentelijke vastgoed is energie neutraal in 2030’. De CO2-reductie tool geeft een overzicht van het energie verbruik en opwek van het gemeentelijk vastgoed. 25 Uit de

De CO2-reductie tool Molenlanden V2.0 is opgebouwd door Stimular, de werkplaats voor duurzaam ondernemen

25

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

27

monitoringstool wordt geconcludeerd dat, naar prognose, het gemeentelijk vastgoed een energie verbruik van 615.968 kWh en 30.820 m3 aardgas per jaar zal hebben.

800.000

Elektriciteitsverbruik (kWh) Aardgasverbruik (m3)

700.000 600.000 500.000 400.000 300.000 200.000 100.000 0

2022

2026

2030

2034

2038

2042

2046

2050

(Prognose) Energieverbruik gemeentelijk vastgoed – CO2 reductietool De monitoringstool geeft ook een prognose voor de hoeveelheid opgewekte energie. De gemeente verwacht 443.772 kWh aan zonenergie en 244.162 aan warmte energie op te wekken in 2030. Dit maakt 687.934 kWh aan opgewekte energie per jaar.

(Prognose) Opwek duurzame energie gemeentelijk vastgoed – CO2 reductietool Op basis van deze gegevens blijkt dat de gemeente goed op weg betreft de doelstelling van energieneutraliteit van het gemeentelijk vastgoed.

7.5 Circulaire economie Doel: maximaal 100kg restafval per inwoner per jaar in 2025 In 2018 had de gemeente Molenlanden een gemiddelde restafvalproductie van 230kg per inwoner per

jaar. Dit getal kwam voort uit een totale afvalproductie van 596 kg per inwoner per jaar met een scheidingspercentage van 69,8%. Dit is terug te zien in onderstaand figuur.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

28

Verwachte trendlijn in 2018 hoeveelheid restafval in kg/inw per jaar. Bron: strategienota 2021 - 2025 De gewenste daling van de hoeveelheid restafval per inwoner uit deze grafiek uit 2018 is tot nu toe niet gerealiseerd. In 2021 bedroeg de hoeveelheid restafval per inwoner 207,2 kg. In de

Monitoringsrapportage duurzaamheid 2023 staat: ‘In zowel 2020 als 2021, was de hoeveelheid

huishoudelijk restafval per inwoner per jaar boven de 200 kg. Als deze trend aanhoud wordt de doelstelling om in 2025 te dalen naar 100 kg huishoudelijk restafval per inwoner per jaar niet gehaald.’ 26

Werpen we een blik op de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek, dan zien we dat de

gemeente Molenlanden in 2022 gemiddeld 194,2 kg restafval per inwoner per jaar produceerde met een scheidspercentage van 64,1%. Dit betekent dat er minder restafval is geproduceerd maar wel minder gescheiden ten opzichte van 2018.

7.6 Klimaatadaptatie Molenlanden wil in 2050 klimaatbestendig zijn. Voor klimaatadaptatie zijn doelen vastgesteld voor vijf thema’s. Deze thema’s zijn hittestress, extreme droogte, extreme regenval, overstromingsgevaar en bodemdaling. Hittestress Doel: Gemeente Molenlanden wil de afstand tot verkoelende plekken verkleinen. Dit uit zich in indicatoren zoals het oppervlakte percentage groen en oppervlakte percentage verharding. De gemeente heeft hiervoor <20% en >70% respectievelijk opgesteld. Ook wordt hier de afstand tot koele plek meegenomen waarbij wordt gesteld dat: iedere woning behoort een koele plek binnen 300 meter te hebben.

In 2020 waren er vier buurten binnen de gemeente die minder dan 20% groen hadden. 27 Dit zijn

Nieuw-Lekkerland Noord, IHC-Kinderdijk, Industriegebied Dorp en het Arkel industriegebied Zuid1. Nieuw-Lekkerland Noord bevatte het minste groen met 5,74% groenbedekking. Verder telde

26 27

Strategienota 2021-2025: Samen voor een afvalvrije en schone gemeente, 2021 p13 Monitoringsrapportage Duurzaamheid OZHZ, 2023 p14

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

29

gemeente Molenlanden ook 16 buurten die voor meer dan 70% verhard waren. Van de 16 buurten is Arkel-industriegebied-Zuid2 met 91,44% het meest verhard.

In gemeente Molenlanden was 32% van de panden gesitueerd op meer dan 300 meter afstand van een verkoelende plek. Hieronder volgt de verdeling zoals deze in 2021 was.

Verdeling panden naar afstand tot verkoelende plek. Bron: monitoringsrapportage OZHZ. 2023 Extreme droogte Doel: De gemeente Molenlanden wil rond de kernen minimaal 50% water vasthouden voor gebruik in droge perioden.

De gemeente kent maar enkele gebieden die risico lopen tijdens perioden van extreme droogte. Met behulp van de klimaateffectenatlas zijn deze gebieden weergegeven in de figuur hieronder.

Risicogebieden ten tijde van extreme droogte. KWR & PWE, 2021. Klimaateffectenatlas Tijdens dit onderzoek is er geen documentatie gevonden die inzicht verstrekt in het percentage water dat rondom de kernen vastgehouden kan worden.

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

30

Wateroverlast Doel: Extreme neerslag van 90mm in één uur. Voor een korte periode komen één of meerdere kernen onderwater (ongeveer 20cm). De gemeente wil hierbij de mogelijke schade beperken en een eventuele wederopbouw efficiënt laten verlopen.

In 2020 is 25% van de panden in Molenlanden als kwetsbaar bestempeld. De figuur hieronder geeft de verdeling weer. Tijdens dit onderzoek is er geen verdere data gevonden die inzicht in de ontwikkelingen rondom het verbeteren van de kwetsbare panden.

Kwetsbaarheid panden bij extreme neerslag, Monitoringsrapportage OZHZ 2023 Overstromingsgevaar Doel: De gemeente houdt rekening met de gevaren van overstromingen vanuit de Lek, Merwede of de Noord en vanuit het regionale watersysteem. Hierbij gelden de zelfde wensen voor kwetsbare panden als tijdens een extreme regenbui.

De Klimaataeffectatlas bevat een kaart van het “Plaatsgebonden overstromingsgevaar > 0 centimeter volgens de norm voor 2050”. Dit betreft de meest actuele bekende data van het LIWO, 2022. Uit de

kaart blijkt dat de kans op overstroming in het grootste deel van de gemeente zeer klein tot klein is. Alleen in gebieden direct aan de Lek is de overstromingskans groot. 28

Klimaateffecten atlas: Plaatsgebonden overstromingsgevaar > 0 centimeter volgens de norm in 2050, LIWO 2022. 28

| Rapport Duurzaamheid Molenlanden

31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Molenlanden&id=e57bbdc2-4985-4e20-8eec-af23c2b3c0dc