CConstaterende datMoerdijk
Koppel je AI →
Document · PDF

Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing d.d. 20 september 2023

Raadsvergadering 16 april 2025, gemeente MoerdijkBij agendapunt: Verzoek afgeven verklaring van geen bedenkingen voor het plan om twee woningen te realiseren aan de Hoge Zeedijk 66 en 68 in Langeweg.24.322 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Hierbij valt ook te denken aan de actualisatie van een bepaalde regeling of een communicatietraject over een bepaald onderwerp richting inwoners. Doelstellingen In de Woonvisie gemeente Moerdijk worden de volgende doelstellingen omschreven: 1. ln de gemeente Moerdijk zijn voldoende woningen om in de kwantitatieve woningbehoefte • ln alle kernen is sprake van een evenwichtige woningvoorraad die aansluit op de demografische ontwikkelingen 2. Het aanbod aan woningen en woonmilieus in de gemeente Moerdijk sluit aan op de kwalitatieve woningbehoefte • Er is sprake van een aantrekkelijke menging van de verschillende groepen woonconsumenten, woningen en woonmilieus in de kernen. • De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn duurzaam en klimaatadaptief • De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn levensloopbestendig • De woningen en woonomgevingen in de gemeente Moerdijk zijn veilig 3. De woningen in de gemeente Moerdijk zijn betaalbaar Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de mogelijkheid om op eigen grond twee vrijstaande woningen te realiseren. Dit sluit aan bij de wens om inwoners zoveel mogelijk de kans te geven om in hun woonbehoefte te voorzien. In dit geval betreft het geen projectmatig bouwen, maar bouwen naar eigen behoefte en in eigen beheer.

De woningen worden duurzaam en klimaatadaptief gerealiseerd. Economisch klimaat In de Paraplunota Economisch Klimaat zijn de ambities voor economie en bedrijvigheid uitgewerkt, met een doorkijk naar 2030. De pijler ‘Economisch Klimaat” richt zich op economieen bedrijvigheid. Economisch Klimaat is het ‘klimaat’ waarbinnen economische ontwikkeling plaatsvindt. Het bedrijfsleven staat aan de lat om economische groei (toegevoegde waarde, werkgelegenheid) te realiseren, de overheid/gemeente creëert hiervoor de randvoorwaarden. Zowel een goed ondernemingsklimaat als een goed woonleefklimaat zijn belangrijk voor een gezond economisch klimaat. Ondernemingsklimaat vanwege de vestigingsmogelijkheden voor een bedrijf, woonleefklimaat, omdat werknemers simpelweg prettig willen wonen, met de daarbij behorende voorzieningen. Deze ruimtelijke onderbouwing voorziet in de mogelijkheid om op eigen grond twee vrijstaande woningen te realiseren. De nieuwe woningen zijn goed ontsloten, ruim van opzet en zijn omringd door het groene landschap. Deze factoren dragen bij aan een prettig woonleefklimaat. Dit past binnen de Paraplunota Economisch klimaat, waarin staat dat een goed woonleefklimaat belangrijk is voor een gezond economisch klimaat.

Leefomgeving De Paraplunota Leefomgeving richt zich op de fysieke leefomgeving en onderscheidt daarin de elementen ondergrond, water, lucht, grondstoffen, natuur en de samenhang daartussen. Verder gaat het in deze nota over de inrichting en het beheer van de openbare ruimte en het effectief ruimtegebruik, waarvoor de basis is gelegd in de Structuurvisie Moerdijk 2030. Met de Paraplunota Leefomgeving, waarin het beleid dat betrekking heeft op de leefomgeving wordt gebundeld, loopt de gemeente vooruit op de invoering van de Omgevingswet. De nota geeft aan dat Moerdijk uitdrukkelijk inzet op een toekomst die in het teken staat van duurzaamheid. Duurzaamheid is

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

23

een nieuwe manier van denken waarbij een balans gezocht wordt tussen de pijlers maatschappij, leefomgeving en economisch klimaat. Er is voor gekozen om al het gemeentelijk beleid tegen het licht te houden en te koppelen aan één van deze pijlers en om dit doel te bereiken zijn de drie paraplunota’s opgesteld. In het kader van de beoogde ontwikkeling van twee vrijstaande woningen is er een reeks milieutechnische onderzoeken uitgevoerd. Deze onderzoeken laten zien dat er geen bezwaren zijn tegen de voorgenomen ontwikkeling vanuit de aspecten ‘flora en fauna, stikstof, water, wegverkeerslawaai, archeologie, bodem, externe veiligheid’. De woningen zullen duurzaam worden uitgevoerd en voldoen aan de laatste bouweisen. Daarmee kan er geconcludeerd worden dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de Paraplunota Leefomgeving. 3.4.5 Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021 Voor het gemeentelijk grondgebied van Moerdijk is in 2021 een nieuw parkeerbeleid opgesteld, dat aansluit bij de ambities en doelstellingen van de strategische visie Moerdijk 2030. Doel van dit beleidsplan is een beleidsplan op hoofdlijnen, inclusief globaal maatregelenpakket en acties voor de komende jaren. Onderdeel van het gemeentelijk parkeerbeleid is de Nota Parkeernomen. Deze is opgesteld als uitwerking van het geactualiseerde parkeerbeleid van de gemeente.

De nota beoogt het vastleggen van de Moerdijkse parkeernormen en het bepalen van een transparant en eenduidig toepassingskader. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Het beleidsuitgangspunt is dat parkeerplaatsen op eigen terrein (binnen de plangrenzen) worden gerealiseerd. Vanwege de ruime omvang van de percelen is er voldoende plaats om voldoende parkeergelegenheid op eigen terrein te situeren. In hoofdstuk 4 van deze ruimtelijke onderbouwing wordt verder ingegaan op het aspect parkeren. 3.4.6 Gemeentelijk landschapskwaliteitsplan In het gemeentelijk landschapskwaliteitsplan van de gemeente Moerdijk zijn ontwerprichtlijnen opgenomen die bij aanvang van ruimtelijke ontwikkelingen kunnen worden meegenomen om op een passende wijze invulling te geven van in het bestemmingsplan of ruimtelijke onderbouwing opgenomen randvoorwaarden ten aanzien van bijvoorbeeld een goede landschappelijke inpassing. Daarnaast is het landschapskwaliteitsplan bedoeld voor iedereen die mede bij wil dragen aan de karakteristieke kwaliteiten van het Moerdijker buitengebied. De gemeente Moerdijk wil met het landschapskwaliteitsplan graag ruimte bieden aan eigen initiatieven. Dat wil zeggen dat de ontwerprichtlijnen zich vooral richten op de landschappelijke kwaliteit en niet zozeer op de gedetailleerde architectonische invulling.

De planlocatie valt binnen het deelgebied ‘Polders oostelijke van Zevenbergen’. Voor dit deelgebied worden richtlijnen gegeven voor het landschap, erf inrichting en oriëntatie en beplanting. Hieronder worden deze richtlijnen thematisch en puntsgewijs benoemd: Richtlijnen landschap: • Behoud van de open polders • Versterking van de kleinschaligheid en de onregelmatige structuren • Behoud van de losse bebouwingslinten (stedenbouwkundige ritme) • Versterking van het onregelmatige patroon van percelen / kavels (smalle lange stroken of blokken) • Behoud van de oude smalle wegen in het gebied (plaatselijk met bijzondere kasseienverharding) • Behoud van de bijzondere laanbeplantingen Richtlijnen kavel/erf - inrichting en oriëntatie: Patroon van de verkaveling • Blok- en strokenverkaveling met afwisselende oriëntatie • Grootschalige functies en kleinschalige structuren • Voornamelijk smalle open polders Ontwikkelingsmogelijkheden • Groeirichting afhankelijk van de locatie • Verhouding (breedte - diepte) van het erf afhankelijk van de bestaande perceelsindeling • Passend in het onregelmatige patroon van percelen / kavels (smalle lange stroken of blokken)

24

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Erfinrichting • Bebouwing is ondergeschikt aan de groene inrichting • Zonder rooilijn • Bedrijfsondersteunende functies / buitenopslag landschappelijk inpassen • Versterken van bestaande groene structuren / laanbeplanting Karakter • Besloten karakter binnen de openheid van de polder Ordening en oriëntatie bebouwing • Georiënteerd op de lage kade / polderweg • Bedrijfsbebouwing op enige afstand van de weg en gesitueerd achter het hoofdgebouw Ontsluiting • Geen eis (een of twee inritten mogelijk) Richtlijnen beplanting en inpassing: Beplanting Erf: • (Formele) voortuin • Landschappelijke inrichting achtererf Elementen landschappelijke inpassing • Kleine bos perceeltjes • Solitaire bomen boomgroepen • Hoogstamfruit • Lanen met en zonder ondergroei • Boomsingels Hoofdsoorten bomen / struiken • Hoofdboom: Es • Iep • Paardenkastanje • Plataan • Wilg Vermijdt streekvreemde beplanting zoals: • Alle soorten coniferen • Laurierkersen • Exotische planten Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Richtlijnen landschap: De voorgenomen ontwikkeling van twee vrijstaande woningen vindt plaats op een omheind grasveld aan de Hoge Zeedijk. Aangezien de planlocatie reeds omgeven is door laanbomen, erfbeplanting, watergangen en een hekwerk is de openheid die het omliggende polderlandschap kenmerkt hier al gedeeltelijk verdwenen.

De Hoge Zeedijk heeft vanwege de dubbele rij laanbeplanting en de naastgelegen erfbebouwing en (opgaande) erfbeplanting een kleinschalig karakter. Door het toevoegen van twee vrijstaande woningen en een variatie aan (opgaande) beplantingsoorten wordt de kleinschaligheid van dit deel van de Hoge Zeedijk versterkt. De omliggende polders worden niet aangetast door de voorgenomen ontwikkeling. De ontwikkeling versterkt en beëindigt de Hoge Zeedijk als bebouwingslint. De voorgevellijnen van de nieuwe woningen verspringen ten opzicht van de naastgelegen woningen. Hierdoor wordt de onregelmatigheid, die vaker voorkomt langs de Hoge Zeedijk, benadrukt. Deze onregelmatigheid wordt verder versterkt door de opzet van de twee nieuwe percelen. De percelen zijn circa 45 meter diep en circa 25 meter breed en wijken qua vorm en oriëntatie af van de naastgelegen kavels. Dit versterkt het onregelmatige patroon van de percelen aan de Hoge Zeedijk. De woningen worden door middel van een gedeelde oprit ontsloten vanaf de Hoge Zeedijk. Om de woningen goed aan te kunnen sluiten op de Hoge Zeedijk dient er een laanboom te worden gerooid. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

25

Er is sprake van relatief dicht op elkaar geplante essen. Het wegvallen van 1 boom hieruit heeft ruimtelijk/ landschappelijk een beperkte impact. Richtlijnen kavel/erf - inrichting en oriëntatie: Voor de percelen geldt dat ze grofweg dezelfde omvang en oriëntatie hebben. Deze oriëntatie en opzet wijkt af van de naastgelegen percelen aan de Hoge Zeedijk. Het plan voegt geen grootschalige functies toe aan de Hoge Zeedijk en is kleinschalig van karakter. Vanwege de beperkte omvang van het plan zijn ook de kavels en nieuwe structuren die worden toegevoegd relatief klein. Voor beide woningen geldt dat er beperkte toekomstige ontwikkelingsmogelijkheden zijn. Er is bijvoorbeeld ruimte voor een eventuele uitbouw. De percelen worden aan de west-, noord- en oostzijde omzoomd door een landschappelijke strook en aan de zuidzijde worden de percelen begrensd door de Hoge Zeedijk. Hierdoor worden toekomstige ontwikkelingen beperkt. De nieuwe percelen worden omzoomd door een landschappelijke zone en kennen een wisselende rooilijn. Er is geen sprake van bedrijfsondersteunende functies. In de huidige situatie bestaat de planlocatie uit grasland en zijn er geen andere groenstructuren aanwezig. Aangezien de Hoge Zeedijk omgeven is door laanbomen, lintbebouwing en erfbeplanting heeft de Hoge Zeedijk een besloten karakter.

Door het toevoegen van twee vrijstaande woningen en een variatie aan (opgaande) beplanting wordt het besloten karakter aan dit deel van de Hoge Zeedijk versterkt. Richtlijnen beplanting en inpassing: Om de nieuwe woningen landschappelijk in te passen is er een beplantingsplan gemaakt. De woningen worden aan de west- en noordzijde omzoomd door een landschappelijke zone die bestaat uit bloemrijk grasland, een natuurvriendelijke oever, enkele solitairen en boomsingels. Daarnaast beschikken beide woningen over een ruime voortuin. Boomsoorten die worden toegepast zijn de Wilg, Veldesdoorn, Berk en Hazelaar. Daarnaast wordt er een variatie aan heesters toegepast waaronder Vlinderstruik, Rode Kornoelje, Liguster, Lijsterbes. Gelet op het bovenstaande kan er geconcludeerd worden dat er wordt voldaan aan de richtlijnen zoals vermeld in landschapskwaliteitsplan van de gemeente Moerdijk. 3.5 Conclusie De beoogde ontwikkeling past binnen de relevante beleidskaders van zowel het Rijk, als de provincie NoordBrabant, Regio West-Brabant en de gemeente Moerdijk.

26

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

4

Het voornemen

De initiatiefnemer is voornemens twee vrijstaande Ruimte-voor-Ruimte woningen te realiseren aan het eind van de Hoge Zeedijk. Met het voornemen zal er afgeweken worden van het vigerende bestemmingsplan en zullen er vergunningsplichtige werkzaamheden uitgevoerd worden. 4.1 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing De locatie is gelegen aan het westelijke eind van de Hoge Zeedijk nabij de kern Langeweg. De bebouwing aan de Hoge Zeedijk bestaat uit vrijstaande woningen en (voormalige) boerderijen. Een toevoeging van twee vrijstaande woningen is hier ruimtelijk goed inpasbaar. De twee vrijstaande woningen worden langs de Hoge Zeedijk gesitueerd. De voorzijde van de woningen zijn gericht op de Hoge Zeedijk. Door het verspringen van de voorgevellijn ontstaat er een speels beeld. Beide woningen worden ontsloten via een gedeelde oprit. Voor het bouwen van de woningen gelden de regels zoals opgenomen in artikel 21 van het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’. De percelen zijn ruim van omvang (ca. 1.080 m2 per perceel) en worden zowel aan de noord-als de westzijde omzoomd door een landschappelijke zone. Deze zone is een extensief onderhouden grasland met gebiedseigen kruiden en bloemen. De noordzijde van deze landschappelijke zone is gelegen aan een watergang en zal worden ingericht als een flauwe, natuurvriendelijke oever.

In deze zone wordt er tevens een nieuwe houtsingel en enkele solitairen aangebracht. Aan de zuidzijde van de planlocatie, aan de Hoge Zeedijk, is een categorie A-watergang gelegen. De nieuwe woningen zullen worden ontsloten door middel van een gezamenlijke oprit die over een deel van de watergang zal worden gerealiseerd. Onder de oprit komt een duiker te liggen. Er zal als gevolg van de oprit een boom aan de Hoge Zeedijk worden gerooid. Er is sprake van relatief dicht op elkaar geplante essen. Het rooien van 1 boom in de dicht beplante rij heeft maar een beperkte landschappelijke impact.

Bestaande beplanting

Nieuwe beplanting

Natuurvriendelijke oever Nieuwe bomenrij (wilgen) Nieuwe bomenrij en solitairen

Landschappelijke zone

Nieuwe oprit met duiker

Figuur 4.1: Ruimtelijke opzet Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg, indicatief en schaalloos Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

27

Figuur 4.2: Impressie voorzijde woningen* Figuur 4.3: Impressie achterzijde woningen* * Impressies zijn indicatief en zullen als gevolg van de invloed van kopers nog wijzigen

4.2 Verkeer en parkeren De gemeente Moerdijk heeft in Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021 parkeernormen vastgelegd. Voor een vrijstaande woning, groter dan 90 m2 geldt er een norm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. Dit is inclusief 0,3 parkeerplaats voor bezoekers. De woningen worden direct ontsloten door een gedeelde oprit die aansluit op de Hoge Zeedijk. Vanwege de ruime omvang van de percelen is het mogelijk om per perceel 2 parkeerplaatsen naast elkaar op eigen terrein te realiseren. Daarnaast is er de ruimte om achter deze 2 parkeerplaatsen aanvullend auto’s te parkeren. Daarmee wordt voldaan aan de norm van 2,2 parkeerplaatsen per woning. Er zal dus geen toename plaatsvinden van de parkeerdruk in openbaar gebied. 4.3 Landschappelijke inpassing Er is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. De versterking van de kwaliteit van het landschap vindt plaats op de planlocatie. De nieuwe percelen worden zowel aan de noord-als de westzijde omzoomd door een landschappelijke zone. Deze zone is een extensief onderhouden grasland met gebiedseigen kruiden en bloemen. De noordzijde van deze landschappelijke zone is gelegen aan een watergang en zal worden ingericht als een flauwe, natuurvriendelijke oever.

Deze oever zal worden ingeplant met een variatie aan oeverbeplanting zoals Pijlkruid, Moerasvergeet-mij-nietje, Grote kattenstaart, Knikkend tandzaad, Moerasrolklaver, Valeriaan en Moerasspirea. In deze landschappelijke zone wordt tevens een nieuwe houtsingel en enkele solitairen aangebracht. De houtsingel zal bestaan uit een enkele rij Veldesdoorns met een gemengde haag als onderbeplanting. Deze gemengde haag bestaat uit Lijsterbes, Liguster, Rode kornoelje, Vlinderstruik, Kardinaalsmuts, Meidoorn en Botanische roos. Aan de oostzijde van het plan wordt het perceel begrensd door een watergang. De westelijke oever van deze watergang zal worden aangeplant met een rij knotwilgen. Ten slotte zullen de erfafscheidingen van de percelen bestaan uit beukenhagen om het groene beeld te versterken. In figuur 4.4 wordt een overzicht gegeven van de beplantingssoorten in het plan.

28

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Landschappelijke inpassing Beplantingsplan Hoge zeedijk, Langeweg

Legenda Kruidenrijke faunabeplanting

3x Betula pubescens als groep

Water Oeverbeplanting

Bomen nieuw aan te planten maat 18/20 met kluit

Corylus avellana Knotwilgen aanplanten

Heesters als onderbeplanting

Natuurlijke oever van 3 meter breed Totaal 156m2

B

Haag op de erfgrens

3x Betula pubescens als groep

G D

F B

6 stuks Acer campestre

A

Onderbeplanting: Buddleja davidii Cornus sanguinea Euyonimus euroaeus Crataegus monogyna Ligustrum vulgare Rosa rubiginosa Sorbus aucuparia

E

C

Kruidenrijke faunabeplanting Inheems bloemenmengsel voor zavelgrond 800m2 Hoogstam bomen, bloemrijkgras en oeverbeplanting behouden doorzicht naar het open landschap.

Knotwilgen op 3,5m1 afstand

Datum 6-1-2021 Status: Concept Beplantingsplan

Haag als erfafscheiding 175-180. Fagus sylvatica (Beukenhaag) 36m1

WELMERS BURG stedenbouw I

1 februari 2023

Figuur 4.4: Landschappelijk inpassingsplan met soorten, schaalloos

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

29

415000

Tonnekreek

!

Onderzoek en verantwoording Klundert !

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

Archeologie en Cultuurhistorie

!

!

!

!

!

! !

!

Zwingelspaan

!

!

!

Archeologie

!

5.1.1 !

! !

!

!

414000

!

!

5.1

!

! !

!

5

! !

!

!

!

Landelijk beleid In het landelijk Moerdijk beleid betreffende archeologie is het bewaren van archeologische waarden in situ (in de bodem) het uitgangspunt. Nederland heeft namelijk in 1992 het Verdrag van Valletta/Malta getekend waarin behoud van archeologische waarden in situ voorop staat. Met de Wijzigingswet (Wamz 2007) op o.a. de Monumentenwet 1988 is dit in Nederland van kracht geworden. Dit is niet veranderd met de inwerkingtreding van de Erfgoedwet (1-7-2016). Torenveld Sindsdien is het behoud en beheer van het Nederlandse erfgoed geregeld door één integrale Erfgoedwet. De omgang Pelikaan Krooswijk Hoekske met archeologie in de fysieke leefomgeving zal in de nieuwe Omgevingswet worden geregeld, die naar verwachting Noordhoek in 2021 in werking zal treden. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en Roodevaart regelingen golden, worden gehandhaafd. !

413000

!

!

!

! !

!

412000

! ! ! ! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Lochtenburg

411000

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Bosselaar Beleid gemeente Moerdijk Op gemeentelijk niveau is het beleid vastgelegd in het ‘Uitvoeringskader Erfgoed’. Hierin is onder andere vermeld hoe Strooiendorp en welke archeologische vondsten worden beschermd en hoe er advies wordt ingewonnen. Zevenbergschen Hoek een ‘hoge archeologische verwachting’ Volgens de Archeologische beleidskaart geldt ter plaatse van de planlocatie (archeologisch beleidsgebied 5). Dat wil zeggen dat de kans op het aantreffen van archeologische waarden hoog is. Kreek Bij bouwwerken en/of bodemingrepen die groter zijn dan 100 m2 én dieper reiken dan 50 cm -Mv is daarom archeologisch (voor)onderzoek noodzakelijk. !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

aart

!

410000

!

!

!

!

!

!

409000

!

! ! ! ! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

408000

Archeologisch beleidsgebied 4.

Een a

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Langeweg

407000

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Een a

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Altijd

Archeologisch beleidsgebied 3.

!

!

!

! ! ! !

Archeologisch beleidsgebied 1.+ 2.

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

!

!

!

!

!!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

Arch

!

!

Archeologisch beleidsgebied 5.

Een a

Archeologisch beleidsgebied 6.

Een a

Archeologisch beleidsgebied 7.

Een a

Archeologisch beleidsgebied 8.

Een a

Archeologisch beleidsgebied 9.

Geen

! !

!

!

!

! ! ! ! ! !

!

!

Zevenbergen

!

!

Archeologisch Beleidsgebied

Legenda

!

!

Torenveld

!

!

!

Kaart 6: Concept Archeologiekaart

Drie Hoefijzers

!

Standdaarbuiten

!

Kade

!

!

!

! ! ! ! !

406000

!

Bosselaar

!

Figuur 5.1: Archeologische beleidskaart Moerdijk, middelhoge archeologische verwachtingswaarde, 93000 94000 95000 96000 97000 98000 99000 locatie zwart 100000omcirkeld !

101000

!

!

!

!

!

!

!

Onderzoek Door Transect Advies b.v. is een archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Langeweg, Hoge Zeedwijk (ong.) Gemeente Moerdijk (NB) Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, Transect rapport 3923, Transect Advies B.V., projectcode 21100027, versie 1.1, 20 juni 2022. !

!

!

405000

!

!

! ! ! ! ! !

!

!

!

!

!

!

! !

! !

! ! !

!

!

!

!

!

!

!

!

! !

!

404000

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

!

! ! ! !

!

k

!

!

Op basis van het bureauonderzoek heeft het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van resten uit

! !

cheologiekaart het Laat-Paleolithicum, Mesolithicum en de Nieuwe tijd, waarbij tevens sprake is van een lage verwachting voor

de periode Neolithicum – Late Middeleeuwen. Deze verwachting is gebaseerd op de ligging van het plangebied Archeologisch Beleid in een dekzandlandschap, dat vanaf het Neolithicum overgroeid is met een veenmoeras. Dit veenmoeras is vanaf h beleidsgebied 1.+ 2. een archeologische onderzoeksplicht vanaf een minimum diepte van 30 cm. de Late Altijd Middeleeuwen in toenemende mate onder mariene invloed komen te staan, waardoor een perimarien Een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 50 m en een verstoringsdiepte van 30 cm. h beleidsgebied 3. kwelderlandschap kon ontstaan. In de Vroege Nieuwe tijd is het gebied waar het plangebied ligt ingepolderd, waarna Een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 80 m en een verstoringsdiepte van 30 cm. h beleidsgebied 4. in de directe omgeving enkele erven zijn ingericht. Het plangebied zelf is voor zover af te leiden uit h beleidsgebied 5. Een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 100 m en een verstoringsdiepte van 50 cm. historische kaarten onbebouwd gebleven. h beleidsgebied 6. Een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 250 m en een verstoringsdiepte van 50 cm.

Ü

2

2

2

h beleidsgebied 7.

Een archeologische onderzoeksplicht bij bodemverstoring met een minimum oppervlakte van 250 m2 en een verstoringsdiepte van 200 cm.

h beleidsgebied 8.

Een archeologische onderzoek zal alleen worden vereist in projecten die MER-plichtig zijn.

h beleidsgebied 9.

Geen archeologische onderzoeksplicht.

30

101000

102000

103000

104000

105000

0

106000

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

107000

1000 m

108000

402000

2

403000

ch Beleidsgebied

0

Zevenb

109000

Uit het veldonderzoek is gebleken dat het plangebied ter plaatse van een dekzandvlakte is gelegen. Dit dekzand is aangetroffen vanaf een diepte 230-270 cm -Mv (2,8-3,0 m -NAP) en bevat een oude Ahorizont. Het dekzand is geleidelijke overgroeid met een veenpakket. Het veen is aangetroffen vanaf een diepte van 110-130 cm -Mv (1,5-1,7 m -NAP), de bovenzijde is zeer scherp begrensd. Vanaf de onderzijde van de bouwvoor (35-60 cm -Mv; 0,6-1,0 m -NAP) is sprake van een zeer sterk gelaagd pakket klei, zand en detritus, indicatief voor geen actief afzettingsmilieu. Dit betreffen de kwelderafzettingen. In de bouwvoor en de top van de kwelderafzettingen zijn geen aanwijzingen aangetroffen voor de aanwezigheid van een historische erf. Op basis van het bovenstaande behoud het plangebied een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten uit het Laat- Paleolithicum en Mesolithicum, is de lage verwachting voor het Neolithicum tot en met de Vroege Middeleeuwen als laag te handhaven en is de hoge verwachting voor de Nieuwe tijd naar een lage verwachting bij te stellen. Advies In het plangebied is vastgesteld dat sprake is van een hoge verwachting op de aanwezigheid van archeologische resten vanaf een diepte van 230-270 cm -Mv (2,8-3,0 m -NAP).

Dit niveau zal normaal gezien buiten het bereik van funderingswerkzaamheden liggen, hoewel heipalen kunnen zorgen voor een aantasting van de top van het dekzand. Daarom wordt voorgesteld bij het ontwerp van een eventueel palenplan gebruik te maken van de Handreiking Archeologievriendelijk bouwen van de RCE. Geadviseerd wordt het plangebied voor wat betreft archeologie vrij te geven tot een diepte van 2,0 m -Mv (2,5 m -NAP) en voor het eventueel slaan van heipalen. Op het moment dat onverhoopt toch archeologische zaken worden aangetroffen, geldt een wettelijke meldingsplicht conform de Erfgoedwet 2016, artikel 5.10 deze vondsten te melden bij de gemeente Moerdijk. 5.1.2

Cultuurhistorie

Landelijk beleid Onder de noemer Modernisering Monumentenzorg (MoMo) heeft het Rijk in 2009 een aanzet gegeven voor een goede afweging van het belang van de cultuurhistorie in de ruimtelijke ordening. Gepleit wordt voor een verantwoorde verankering van de integrale cultuurhistorie in structuurvisies, bestemmingsplannen en milieueffectrapportages. Het belang van cultuurhistorie is wettelijk vastgelegd in het Besluit ruimtelijke ordening. Het Besluit geeft aan dat “een beschrijving van de wijze waarop met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden” in het bestemmingsplan opgenomen moet worden. Het voornaamste doel hiervan is om het cultuurhistorische karakter van Nederland op gebiedsniveau te behouden en te versterken en om de aandacht voor cultuurhistorische waarden voortaan in het planproces naar voren te halen. Men is hiermee verplicht om breder te kijken dan alleen naar het facet archeologie. Ook de facetten historische (steden)bouwkunde en historische geografie dienen te worden meegenomen in de belangenafweging. Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. De Erfgoedwet, van kracht sinds 1 juli 2016, bundelt wet- en regelgeving op het gebied van behoud en beheer van het cultureel erfgoed in Nederland in één nieuwe wet.

Een groot deel van de bestaande wet- en regelgeving (Monumentenwet, Wet ruimtelijke ordening) is overgenomen in de Erfgoedwet, bijvoorbeeld de aanwijzing van rijksmonumenten, wie welke verantwoordelijkheden heeft en hoe het toezicht daarop wordt uitgeoefend. Voor het eerst is er nu één integrale wet die betrekking heeft op onze museale objecten, musea, monumenten en archeologie op het land en onder water. Voorheen was het behoud en beheer van ons erfgoed geregeld in zes verschillende wetten met elk hun eigen procedures en beschermingsmaatregelen. Het uitgangspunt is dat de beschermingsniveaus zoals die in de eerdere wetten en regelingen golden, worden gehandhaafd. Daarnaast worden aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. Samen met de Omgevingswet die naar verwachting in 2023 wordt ingevoerd, wordt een integrale bescherming van ons cultureel erfgoed mogelijk. Beleid provincie Noord-Brabant In de provincie Noord-Brabant dienen in het kader van het behoud van waardevolle cultuurhistorische elementen en archeologische vindplaatsen, bestemmingsplannen te worden getoetst aan de provinciale Cultuurhistorische Waardenkaart (CHW). Hierop staan de bepalende cultuurhistorische elementen aangeven. Binnen de CHW is de planlocatie aangewezen als zeekleigebied. Het zeekleigebied maakt deel uit van het ZuidwestNederlandse deltagebied.

De bodem bestaat uit zeeklei, behalve ten oosten van de lijn Moerdijkbruggen-Helkant waar zoetwaterklei ligt.

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

31

Het zeekleigebied wordt doorsneden door Mark, Dintel en Vliet en diverse kreken, met name in de Biesbosch. Buitendijks liggen slikken en gorzen die langs de Schelde schorren heten. Aanvankelijk was heel de regio een veengebied dat in de hoge middeleeuwen en late middeleeuwen in eerste instantie agrarisch ontgonnen werd en waarin men ook aan turfgraverij deed. In samenhang met de vromgin van de Zeeuwse zeearmen en het Hollands Diep overstroomde het gebied steeds verder, beginnen rond 1250 in het westen en culminerend in de St. Elisabethsvloed van 1421 in het oosten met de vorming van de Biesbosch. Dit oprukken van de zee-invloed was mede mogelijk door het turfgraven voor de zoutproductie. Nadat veel cultuurland door overstromingen in de vijftiende eeuw verloren was gegaan is het gebied geleidelijk door de mens op de zee heroverd. Dit is niet alleen te zien aan de rechte wegen en de verkaveling van het landelijk gebied, maar ook in de vorm van de dorpen. De percelering is over het algemeen rationeel met grote blokvormige of strookvormige percelen, veelal tot stand gekomen door planmatige ontginningen. De bebouwing is gesitueerd in (voorstraat)dorpen en in ijle linten langs dijken en polderwegen, of ligt verspreid in de polders, op kreekruggen en hier en daar op huisterpen. Het open polderland, waarin de akkerbouw overheerst.

De regio bestaat uit een rijk geschakeerd open polderlandschap waarin de omgang met het water en de strijd met de zee nog duidelijk af te lezen zijn. Dit komt tot uiting in het patroon van de dijken, de (voormalige) kreken en de verschillen tussen de polders en de onbedijkte gorzen. Het landschap is in hoge mate bepaald, ingericht en vormgegeven door de mens. Legenda

Figuur 5.2: Uitsnede CHW provincie Noord-Brabant, locatie zwart omcirkeld

Conclusie Op de CHW kaart van de provincie Noord-Brabant staat de Hoge Zeedijk aangegeven als een ‘lijn van hoge waarde’. De Hoge Zeedijk is een historisch dijklint met daaraan extensieve lintbebouwing. Het toevoegen van twee vrijstaande woningen aan dit lint is ruimtelijk goed voorstelbaar en zorgt voor een logische afronding van het lint aan de westzijde van de Hoge Zeedijk. Een uitgangspunt hierbij is dat de woningen qua opzet en uitstraling aansluiting zoeken bij de omgeving. Aan de oostzijde van de planlocatie, aan de Hoge Zeedijk, is een historische boerderij gelegen die volgens de Cultuurhistorische waardenkaart een monumentale status heeft. Aangezien de voorgenomen ontwikkeling plaatsvindt op het perceel gelegen aan de Hoge Zeedijk, op afstand van de dijk, maakt deze ruimtelijke onderbouwing daarmee geen ontwikkelingen mogelijk die de cultuurhistorische waarden van de Hoge Zeedijk kunnen aantasten. Hiermee vormt het planvoornemen geen belemmering voor het behoud van dit cultuurhistorisch waardevolle element. 5.2 Bodem Sinds 2008 is het Besluit bodemkwaliteit (Bbk) in werking getreden. Het doel van het Bbk is duurzaam bodembeheer. Dat wil zeggen: een balans tussen bescherming van de bodemkwaliteit voor mens en milieu, én gebruik van de bodem voor maatschappelijke ontwikkelingen zoals woningbouw of aanleg van wegen.

Tritium Advies heeft een verkennend bodemonderzoek en verkennend asbestonderzoek uitgevoerd.

32

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Doel van het onderzoek is het vaststellen van de milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater) om te bepalen of er op de locatie sprake is van bodemverontreiniging die een belemmering kan vormen voor de bestemmingswijziging. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ´Verkennend bodemonderzoek Hoge Zeedijk ong. te Langeweg, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2110/151/SBU-01, versie 0, 12 januari 2022’. Dit rapport is als bijlage opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Op basis van het vooronderzoek is de onderzoekslocatie als “onverdacht” beschouwd. Er zijn geen aanwijzingen dat op de onderzoekslocatie en in de directe omgeving activiteiten hebben plaatsgevonden waardoor de bodem verontreinigd kan zijn geraakt. Zintuiglijk zijn tijdens de uitvoering van de boorwerkzaamheden geen bodemvreemde bijmengingen in de grond waargenomen die duiden op een mogelijke bodemverontreiniging. Conclusie Uit de analyseresultaten blijkt dat in de grond en het grondwater geen verontreinigingen zijn aangetoond. De analyseresultaten zijn in overeenstemming met de hypothese dat de onderzoekslocatie niet verdacht is. De onderzoeksresultaten leveren geen beperkingen op ten aanzien van het voorgenomen gebruik van de locatie en vormen geen belemmering voor de voorgenomen ontwikkeling en de aanvraag van een omgevingsvergunning voor bouwen.

Zorgplicht Indien grond wordt afgegraven (bijvoorbeeld bij het bouwrijp maken en/of bouwwerkzaamheden) en van de locatie wordt afgevoerd, dient er rekening mee te worden gehouden dat deze grond elders niet zonder meer toepasbaar is. Met betrekking tot het elders hergebruiken van grond zijn de regels van het Besluit bodemkwaliteit van toepassing, die doorgaans een grotere onderzoeksinspanning vereisen. 5.3

Milieu

5.3.1 Flora en fauna In het kader van de natuurwetgeving dient, voordat ergens ruimtelijke ingrepen plaatsvinden, te worden onderzocht of er belangrijke natuurwaarden voorkomen op een te bebouwen locatie. De planlocatie ligt buiten de invloedsfeer van beschermde (natuur)gebieden zoals het NNB (NatuurNetwerk Noord-Brabant, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur) of een Natura 2000 gebied. Maasarend heeft voor de planlocatie een ecologische quickscan uitgevoerd. De resultaten zijn vervat in het rapport ‘Ecologische quickscan Hoge Zeedijk te Langeweg, Maasarend, Projectnummer: 2021-116, 21 december 2022. Het doel van een ecologische quickscan is om inzicht te krijgen in de aanwezigheid van beschermde gebieden, beschermde soorten flora en fauna en beschermde houtopstanden. Tevens dient dit onderzoek om te toetsen of er bij een ruimtelijke ontwikkeling kans is op overtreding van de Wet natuurbescherming (Rijksoverheid, 2017). Gebiedsbescherming De planlocatie ligt niet binnen de begrenzing van het Natuurnetwerk Brabant (NNB) of een Natura 2000 gebied. De dichtstbijzijnde Natura 2000 gebieden betreffen het gebied Biesbosch op ca. 6,3 kilometer afstand en het gebied Hollands Diep op ca. 6,7 kilometer afstand. Binnen het gebied Hollands Diep komen geen stikstofgevoelige habitattypen voor (Dienst Landelijk Gebied, 2013).

Binnen het gebied Biesbosch komen de volgende stikstofgevoelige habitattypen voor (Provincie Noord-Brabant, 2017): • H6120 Stroomdalgraslanden; • H6510A Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (glanshaver); • H6510B Glanshaver- en vossenstaarthooilanden (vossenstaart); • H91E0B Vochtige alluviale bossen (essen-iepenbossen). De dichtstbijzijnde gronden die tot het NNB behoren bevinden zich op ruim 1300 meter afstand. Dit betreft een strook met natuurbeheertype N16.04 Vochtig bos met productie. Met de rekentool van Aerius is te berekenen of een project zorgt voor stikstofdepositie (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu, 2019). Indien de depositie van stikstof op een stikstofgevoelig habitattype binnen een nabijgelegen natuurgebied boven 0,00 mol/ha/jaar is dan is het project vergunningsplichtig. In het kader van de voorgenomen ontwikkeling is een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. Deze berekening wordt nader toegelicht in paragraag 5.3.2 van deze ruimtelijke onderbouwing. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

33

Door de afstand van het projectgebied ten opzichte van beschermde natuurgebieden en de beperkte omvang van de voorgenomen ontwikkeling zijn geen negatieve effecten te verwachten op stikstofgevoelige habitattypen. Het is niet nodig nader onderzoek uit te voeren naar de effecten op beschermde natuurgebieden.

Legenda Vochtig bos met productie Kruiden en faunarijk grasland Beek en bron Zoete plas Figuur 5.4: NatuurNetwerk Brabant (NNB), locatie zwart omcirkeld

Legenda Natura 2000 gebied Figuur 5.5: Locatie zwart omcirkeld. Natura 2000 gebieden, Op circa 6,7 km ligt het Hollands Diep. Op ruim 6,3 km ligt het Natura 2000 gebied Biesbosch.

Vaatplanten Er is geen geschikt habitat voor beschermde vaatplanten aangetroffen tijdens het veldbezoek. Negatieve effecten van de voorgenomen ontwikkeling op beschermde vaatplanten kunnen hiermee worden uitgesloten. Vleermuizen Vanuit de bureaustudie is het aannemelijk dat de volgende soorten gebruik maken van het projectgebied of de directe omgeving: • Gewone dwergvleermuis; • Meervleermuis; • Rosse vleermuis; • Ruige dwergvleermuis; • Watervleermuis. In de afgelopen 10 jaar zijn deze soorten vastgesteld binnen het projectgebied of de directe omgeving. De meest waarnemingen betreft gewone dwergvleermuis in de stedelijke omgeving van Zevenbergen en langs de Roode Vaart. Er is een eenmalige waarneming van meervleermuis uit 2015 langs de rivier de Mark. Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat er geen opgaande elementen binnen het projectgebied aanwezig zijn die een functie kunnen vervullen voor vleermuizen. Negatieve effecten op verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn op voorhand uit te sluiten. 34

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Overige zoogdieren Op basis van de bureaustudie is de aanwezigheid van enkele vrijgestelde soorten te verwachten binnen het plangebied, die de afgelopen 10 jaar binnen 1,5 kilometer van het projectgebied zijn vastgesteld: Bosmuis, Egel, Haas, Ree, Rosse woelmuis, Veldmuis, Vos en Woelrat. In het veld is voor de vastgestelde, niet vrijgestelde soorten, het ecologisch belang van het projectgebied verder bepaald. Dit betreft de soorten Bever, Bunzing, Hermelijn, Steenmarter en Wezel. Er is binnen het projectgebied geen geschikt habitat aanwezig voor deze beschermde soorten door het ontbreken van opgaande vegetatie of andere elementen die voor dekking- en foerageermogelijkheden kunnen zorgen. Negatieve effecten op beschermde overige zoogdieren kunnen op voorhand worden uitgesloten. Vogels Tijdens het veldbezoek zijn de volgende soorten waargenomen binnen het projectgebied en de directe omgeving: Aalscholver, Buizerd, Ekster, Graspieper, Grote bonte specht, Grote zilverreiger, Houtduif, Huismus, Kauw, Koolmees, Kramsvogel, Roodborst, Vink en Zwarte kraai. Binnen het projectgebied zijn geen vogelwaarnemingen geweest. Het graslandperceel biedt geen mogelijkheden voor beschermde soorten of jaarrond beschermde nesten, door het ontbreken van opgaande elementen. Negatieve effecten op beschermde vogels of jaarrond beschermde nesten kunnen hiermee worden uitgesloten.

Reptielen en amfibieën Uit de bureaustudie komen geen beschermde soorten reptielen en amfibieën naar voren in de afgelopen 10 jaar binnen het projectgebied of de directe omgeving. Wel komen de volgende algemene soorten voor, waarvoor een vrijstelling ten aanzien van verboden handelingen kan worden verkregen: Bruine kikker, Gewone pad en Kleine watersalamander. Er is binnen het projectgebied geen geschikt habitat aangetroffen voor beschermde amfibieën. Er zijn geen voortplantingswateren of geschikt landhabitat aanwezig. Negatieve effecten op beschermde soorten reptielen en amfibieën kunnen hiermee worden uitgesloten. Insecten De afgelopen 10 jaar is de beschermde dagvlinder Grote weerschijnvlinder vastgesteld binnen 1,5 kilometer van het projectgebied. Dit betreft een recente waarneming van 17 juli 2021 (den Boer, 2021). Grote weerschijnvlinder is een soort van vochtige loofbossen, met als voornaamste waardplanten Boswilg en Grauwe wilg. Rond 2000 waren er nog maar tien populaties over in Nederland, maar sindsdien is de soort zich vanuit het oosten langzaam aan het uitbreiden. (De Vlinderstichting, z.d.) Tijdens het veldbezoek is vastgesteld dat er geen geschikt habitat voor deze soort aanwezig is. De waardplanten ontbreken binnen het projectgebied of de directe omgeving. Negatieve effecten op beschermde soorten insecten kunnen hiermee worden uitgesloten.

Vissen In de afgelopen 10 jaar is de beschermde Grote modderkruiper binnen het projectgebied of de directe omgeving vastgesteld. De dichtstbijzijnde waarneming betreft een waarneming met behulp van eDNA onderzoek uit 2013, op circa 1300 meter ten noorden van het projectgebied. Grote modderkruiper komt met name voor in ondiepe, verlandende wateren of doodlopende delen van sloten met veel waterplanten en een dikke sliblaag (RAVON, z.d.). Er is geen geschikt habitat aanwezig in het projectgebied of de directe omgeving. De aanwezige sloten hebben als primaire functie om water vanuit het omliggende agrarisch gebied af te voeren. De sloten worden regelmatig opgeschoond, waardoor er niet de benodigde watervegetatie aanwezig is. Negatieve effecten op beschermde soorten vissen kunnen worden uitgesloten. Houtopstanden Er is sprake van een meldingsplicht ten aanzien van beschermde houtopstanden. De ten behoeve van de aanleg van de oprit te kappen Es is onderdeel van van een bomenrij met meer dan 20 bomen, buiten de bebouwde kom. Deze bomenlaan valt hiermee binnen de criteria van beschermde houtopstanden. Geheel of gedeeltelijk vellen van een beschermde houtopstand is niet toegestaan volgens artikel 4.2, eerste lid, van de Wet natuurbescherming zonder melding voorafgaand aan de velling bij Gedeputeerde Staten (Rijksoverheid, 2017).

Er kan door Gedeputeerde Staten een herplantplicht worden opgelegd. In het inrichtingsplan zijn meerdere nieuwe bomen opgenomen waardoor er altijd aan de herplantplicht kan worden voldaan. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

35

Conclusie en advies Vanuit de ecologische quickscan komt naar voren dat er geen aanvullend onderzoek naar beschermde flora en fauna, natuurgebieden of houtopstanden noodzakelijk is. Het is niet nodig om compenserende en/of mitigerende maatregelen te treffen of een ontheffing op de Wet natuurbescherming aan te vragen. Het is wel noodzakelijk een Aeriusberekening uit te voeren naar eventuele stikstofdepositie op beschermde natuurgebieden en minimaal 4 weken voorafgaand aan de kap een kapmelding bij Gedeputeerde Staten te doen. De berekening stikstofdepositie wordt in de volgende paragraaf nader toegelicht. Onderstaande maatregelen tijdens de werkzaamheden zijn altijd geldend: • Voor algemeen voorkomende broedvogels (waarvan het nest gedurende broedperiode beschermd is) dienen mitigerende maatregelen getroffen te worden: 1. Voer de snoeiwerkzaamheden buiten het broedseizoen uit. Het broedseizoen loopt ongeveer van 15 maart tot 15 juli, maar kan afhankelijk van het weer en andere factoren verschuiven. 2. Indien het niet mogelijk is om buiten het broedseizoen te werken, dienen geschikte broedlocaties voorafgaand aan het broedseizoen ongeschikt te worden gemaakt en gehouden te worden totdat de werkzaamheden zijn afgerond. 3. Indien werkzaamheden starten binnen het broedseizoen, dient door een deskundig ecoloog onderzocht te worden of broedende vogels ter plaatse aanwezig zijn. •

Door de voorgenomen werkzaamheden bestaat de kans dat holen van algemene soorten als konijn, egel en diverse muizensoorten worden vergraven. De volgende maatregelen zijn nodig om rekening te houden met deze soorten: 1. Indien er verstoring plaatsvindt, dient er een passende vluchtroute beschikbaar te zijn. Dit geldt in het bijzonder voor grondgebonden zoogdieren (zoals muizen en egels), maar ook voor vogels, om verkeersslachtoffers te voorkomen. Werk vanaf één zijde en bij voorkeur van een drukke naar een rustige locatie toe, zoals een open veld of ruigte. Werk ook op een aangepast tempo, zodat dieren kunnen vluchten. 2. Kunstmatige verlichting werkt verstorend op zoogdieren en andere fauna. Werk daarom niet tussen zonsondergang en zonsopkomst. 3. Voorkom of beperk daarnaast de toepassing van kunstlicht en de verstrooiing van licht buiten de projectlocatie. Voorkom ook het direct schijnen op wateroppervlakken of groenelementen, zoals bosschages en ruigtes (met name voor vleermuizen).

•

Gelet op de algemene zorgplicht dienen voorafgaand aan de werkzaamheden alle maatregelen te worden getroffen om nadelige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk te voorkomen, beperken of ongedaan te maken. Dit geldt altijd en voor alle planten- en diersoorten. 1. Ook voor mogelijke aanwezigheid van egel en vestiging van de rugstreeppad dient de zorgplicht in acht te worden genomen. Voorkom opslag van materialen waaronder dieren kunnen gaan verblijven. Het ontstaan van poeltjes en plassen op het terrein dient gedurende het zomerhalfjaar (vanaf april) te worden voorkomen. Als deze soorten worden waargenomen, dienen zij zichzelf in veiligheid te kunnen brengen.

•

Indien een soort die niet in de quickscan wordt genoemd in het terrein wordt geconstateerd bij aanvang van de werkzaamheden, dient hier passend op te worden gereageerd. Het is hierbij nodig om contact op te nemen met een ter zake kundige en een maatregel toe te passen, zodat de wet niet wordt overtreden.

5.3.2 Stikstofdepositie De diversiteit van de natuur gaat in Europa al lange tijd achteruit. Duurzame bescherming van flora en fauna wordt daarom op Europees niveau als noodzakelijk gezien en heeft vorm gekregen in Natura 2000. Dit is een netwerk van waardevolle natuurgebieden in de Europese Unie. Nederland heeft ruim 160 Natura 2000-gebieden. In Nederland is het Programma Aanpak Stikstof opgezet om de doelen van Natura 2000 te realiseren en ook tegelijkertijd ruimte voor economische ontwikkeling toe te staan. Er zijn ruim 160 gebieden aangemeld als Natura 2000-gebied met een gezamenlijk oppervlak van ruim 1,1 miljoen hectare. Hiervan is 69% water; de rest is land. 133 gebieden kennen een te hoge stikstofdepositie. De stikstofdepositie mag er de draagkracht van de natuur niet te boven gaan. Voordat er woningen worden gebouwd dan wel wegen worden aangelegd of verbreed, wordt de te verwachten stikstofdepositie uitgerekend en getoetst of de depositie toeneemt. 36

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Natura 2000 richt zich op het behoud en de ontwikkeling van natuurgebieden. Natura 2000-gebieden worden beschermd door de Natuurbeschermingswet 1998. Welke gebieden onder Natura 2000 vallen, staat in de Vogelrichtlijn en Habitatrichtlijn. Voor ammoniak zijn emissiedoelstellingen geformuleerd in het kader van de Europese (NEC national emission ceiling)-richtlijn en in het Gotenborg protocol onder de Verenigde Naties -conventie over grensoverschrijdende luchtverontreiniging. Nederland heeft zich hierbij verplicht om in 2020 niet meer dan 123 kiloton ammoniak per jaar uit te stoten. In 2010 bedroeg dit plafond nog 128 kiloton ammoniak. Naar aanleiding van de uitspraak van de Raad van State op 29 mei 2019 is de basis voor het verlenen van vergunningen onder het PAS komen te vervallen. Derhalve moet worden gesteld dat vergunningen nog slechts kunnen worden verleend indien is aangetoond dat er géén sprake is van (een toename van) stikstofdepositie op een Natura 2000-gebied. In dat geval is er in ieder geval geen sprake van significant negatieve effecten ten aanzien van stikstof en is een vergunning in het kader van de Wet natuurbescherming (Wnb) niet aan de orde.

Hoewel plannen niet vergunningsplichtig zijn onder de Wnb (het opstellen van plannen is niet aan te merken als stikstof producerende activiteit) is het wel mogelijk het rekeninstrument AERIUS te gebruiken om het (bestemmings)plan op haalbaarheid te toetsen. Uit het rekeninstrument AERIUS blijkt of er sprake is van stikstofdepositie ten gevolge van het plan. Dit geeft een beeld over de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan voor wat betreft de Wnb. Tritium Advies heeft een berekening stikstofdepositie uitgevoerd. De resultaten van dit onderzoek zijn vervat in het rapport ‘Berekening stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase Hoge Zeedijk te Langeweg, Tritium Advies B.V., projectnummer 2110/079/EH-01, 6 februari 2023’. Voor het berekenen van de stikstofdepositie op de relevante Natura 2000-gebieden in de omgeving van het plangebied is gebruik gemaakt van AERIUS Calculator 2022. Uit de rekenresultaten blijkt dat er geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de aanleg- en gebruiksfase van onderhavige planvoornemen. Conclusie Uit de rekenresultaten van AERIUS Calculator 2022 blijkt dat er ten gevolge van het planvoornemen geen sprake is van stikstofdepositie waarbij significant negatieve effecten in Natura 2000-gebieden kunnen plaatsvinden ten gevolge van de gebruiksfase of aanlegfase.

Een vergunning in het kader van de Wnb ten aanzien van het aspect stikstofdepositie is derhalve niet aan de orde. Bovendien moet worden opgemerkt dat er géén rekening is gehouden met interne saldering. De berekening toont aan dat het aspect stikstofdepositie geen beperkingen oplevert ten aanzien van het beoogde planvoornemen. 5.3.3

Water

Nationaal waterbeleid In de afgelopen decennia heeft Nederland meerdere keren te kampen gehad met wateroverlast. Dit heeft geresulteerd in een omslag in het waterbeleid en het denken over water. Het kabinet heeft in december 2000 voor het Waterbeleid 21e eeuw drie uitgangspunten opgesteld, te weten anticiperen in plaats van reageren, niet afwentelen van waterproblemen op het volgende stroomgebied, maar handelen volgens de drietrapsstrategie van vasthouden-bergen-afvoeren en meer ruimtelijke maatregelen naast technische ingrepen. Belangrijk onderdeel in het waterbeleid is de watertoets. Nieuwe plannen en projecten moeten worden getoetst aan de effecten op veiligheid, wateroverlast en verdroging. Ruimte die nu beschikbaar is voor de bescherming tegen overstromingen en wateroverlast mag niet sluipenderwijs verloren gaan bij de uitvoering van nieuwe projecten voor infrastructuur, woningbouw, landbouw of bedrijventerreinen. Het Waterbeleid 21e eeuw richt zich primair op het voorkomen van wateroverlast door overstroming vanwege veel neerslag in een korte tijd. Hieruit volgen richtlijnen voor de ruimtelijke inrichting van het gebied om wateroverlast tegen te gaan en de mogelijke technische maatregelen die kunnen worden ingezet. De maatregelen kunnen worden ingedeeld in de voorkeursvolgorde van vasthouden, bergen en afvoeren.

De doelstelling van deze maatregelen is een afvoer te realiseren die niet groter is dan de landbouwkundige afvoer. Op 22 december 2009 is de Waterwet in werking getreden. De Waterwet regelt het beheer van oppervlaktewater en grondwater, en verbetert ook de samenhang tussen waterbeleid en ruimtelijke ordening.

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

37

Beleid Waterschap Brabantse Delta Het beleid van het Waterschap Brabantse Delta is voor de komende jaren vastgelegd in het Waterbeheerprogramma 2022 – 2027 ‘Klimaatbestendig en veerkrachtig waterlandschap’. In het Waterbeheerprogramma staat hoe het waterschap haar taken in die periode uitvoert. Het waterschap bepaalt hiermee de koers voor de komende zes jaar. In het Waterbeheerprogramma neemt het waterschap de kerntaken als uitgangspunt. Die taken zijn: bescherming tegen overstromingen en zorgen voor schoon en gezond water dat voldoende voorhanden is. Het waterschap kijkt bij het plannen en uitvoeren van die kerntaken zo integraal mogelijk naar alle wateropgaven. In het Waterbeheeprogramma worden de volgende doelstellingen gehanteerd: 1. Klimaatadaptatie Het beperken van en het aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. Het waterschap werkt samen met alle partners aan een andere inrichting van de openbare ruimte om hier invulling aan te geven. Hierbij komen alle kerntaken samen. Ook stimuleren we burgers en bedrijven om maatregelen te nemen. 2. Waterveiligheid Het waterschap werkt aan dijkonderhoud, en -versterking. Maar ook de ruimtelijke inrichting en crisisbeheersing zijn belangrijk voor het beperken van overstromingsrisico’s. 3. Gezond water Samen met partners werken aan het verbeteren van de waterkwaliteit.

Gezond water met veel natuur in en om het water en aantrekkelijk voor iedereen. 4. Voldoende water Het tegengaan van verdroging en het vergroten van de beschikbaarheid van grond- en oppervlaktewater vraagt om maatwerk. Vasthouden en infiltreren van water staat bovenaan. 5. Vaarwegen We zijn verantwoordelijk voor het onderhoud van vaarwegen voor vlot en betrouwbaar scheepvaartverkeer en kijken naar het recreatieve belang van vaarwegen. 6. Waterketen Alle zuiveringen, rioolgemalen, afvalwatertransportleidingen en persstations die van belang zijn om afvalwater schoon te maken, onderhouden en vernieuwen we duurzaam en efficiënt. Er is aandacht voor innovaties, verminderen van het gebruik van grondstoffen en het opvoeren van het produceren van grondstoffen uit afvalwater. De drie Brabantse waterschappen (Aa en Maas, De Dommel en Brabantse Delta) hanteren sinds 1 maart 2015 dezelfde (beleids)uitgangspunten voor het beoordelen van plannen waarbij het verhard oppervlak toeneemt. Deze (beleids)uitgangspunten zijn geformuleerd in de ‘Beleidsregel Hydrologische uitgangspunten bij de Keurregels voor afvoeren van hemelwater, Brabantse waterschappen’. Bij een toename en afkoppeling van het verhard oppervlak geldt het uitgangspunt dat plannen zoveel mogelijk hydrologisch neutraal worden uitgevoerd.

De waterschappen maken bij het beoordelen van plannen met een toegenomen verhard oppervlak onderscheid tussen grote en kleine plannen. Hoewel er relatief veel kleine plannen zijn, veroorzaken deze op deelstroomgebiedsniveau nauwelijks een toename van de maatgevende afvoer. In de keur is opgenomen dat het in beginsel verboden is om zonder vergunning neerslag door toename van verhard oppervlak of door afkoppelen van bestaand oppervlak, tot afvoer naar een oppervlaktewaterlichaam te laten komen. Dit verbod is van toepassing tenzij: • het afkoppelen van verhard oppervlak maximaal 10.000 m² is, of; • de toename van verhard oppervlak maximaal 500 m² is, of; • de toename van verhard oppervlak bestaat uit een groen dak; • de toename van verhard oppervlak tussen 500 m² en 10.000 m² is en compenserende maatregelen zijn getroffen om versnelde afvoer van hemelwater tegen te gaan, in de vorm van een voorziening met een minimale retentiecapaciteit conform de rekenregel.

38

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

Daarbij dient de voorziening te voldoen aan de volgende voorschriften: • de bodem van de voorziening dient boven de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) te liggen; • de afvoer uit de voorziening via een functionele bodempassage naar het grondwater en/of via een functionele afvoerconstructie naar het oppervlaktewater plaatsvindt. Indien een afvoerconstructie wordt toegepast, dient deze een diameter van 4 cm te hebben; • daarnaast moet er altijd een overloopconstructie zijn, om uitspoeling naar de sloot te voorkomen. Klimaatstrategie Moerdijk Het klimaat verandert, ook in Moerdijk. Het wordt warmer, droger, natter en de zeespiegel stijgt. En het gaat sneller dan we denken. De droge zomers van 2018 en 2019 drukken ons met de neus op de feiten. De uitdaging, de komende decennia, is om klimaatproof te worden en te zorgen dat de maatschappelijke effecten van klimaatverandering ten minste op een acceptabel niveau beheersbaar zijn. In de klimaatstrategie wordt ingegaan op wat nu en de komende jaren de invloed van klimaatverandering op de gemeente is. Hoe gaat de gemeente Moerdijk daarmee om en wat kunnen we doen om te zorgen dat de risico’s op korte en langere termijn beheersbaar zijn? En wat kunnen de partners doen en de inwoners van de gemeente Moerdijk? De Klimaatstrategie geeft op hoofdlijnen een uitwerking aan de hoofdopgave ‘Moerdijk klimaatproof’.

De uitwerking van de visie in een uitvoeringsplan volgt drie strategische lijnen van de Moerdijkse Klimaatdialoog die 30 juni 2020 digitaal werd gevoerd: • Gezond leef-, werk- en leerklimaat: Bescherming tegen de negatieven effecten van klimaatverandering en doorontwikkeling naar een gezond leef-, werk- en leerklimaat. • Klimaat en het productielandschap 2.0: Promotie van een transitie naar een nieuwe toekomstgerichte en klimaatbestendig manier van produceren zonder negatieve invloed op de omgeving. • Samen met de natuur: Het evenwicht herstellen met de natuurwaarden en ruimte creëren voor natuur en biodiversiteit op elke schaal. Conclusie De percelen worden zowel aan de noord- als de westzijde omzoomd door een landschappelijke zone die nieuwe natuurwaarden toevoegt aan de locatie en de biodiversiteit bevorderd. Deze zone is een extensief onderhouden grasland met gebiedseigen kruiden en bloemen. De noordzijde van deze landschappelijke zone is gelegen aan een watergang en zal worden ingericht als een flauwe, natuurvriendelijke oever. Hierdoor vindt er alsnog compensatie plaats voor de toename aan verhard oppervlak. In deze zone worden er tevens nieuwe houtsingels en solitairen aangebracht. De gevolgen van de klimaatverandering worden met deze maatregelen zoveel mogelijk beperkt.

Daarnaast worden de woningen gasloos gebouwd en zullen de woningen voldoen aan de meest recente energie-eisen. vGRP Moerdijk 2021-2024 Het verbreed gemeentelijk rioleringsplan (vGRP) is het beleidsplan dat op hoofdlijnen de invulling van de gemeentelijke watertaken weergeeft. In dit plan is vastgelegd wat de gemeente Moerdijk wil bereiken en wat de rol van inwoners en bedrijven is ten aanzien van de zorgplichten voor afval-, hemel-, en grondwater. Met het vGRP Moerdijk 2021-2024 wordt er ook invulling aan de opgave op het gebied van klimaatadaptatie, zoals omschreven in ‘Programma 1 Samen aan de slag voor het klimaat in Moerdijk’. In dit plan is een koers uitgezet om dit daadwerkelijk te realiseren. Het beschrijft de uitdagingen die voor ons liggen, wat er op korte en lange termijn gerealiseerd zal gaan worden en hoe dit zo duurzaam mogelijk gefinancierd kan worden vanuit de rioolheffing. Huidige situatie Met onderhavige ontwikkelingen wijzigen de bouw-en gebruiksmogelijkheden. In de huidige situatie mag, planologisch gezien, niet worden gebouwd. In de feitelijke situatie bestaat de locatie uit onbebouwd grasland en is er geen verharding aanwezig. Ten noorden, westen en zuiden van de planlocatie liggen A-watergangen met een beschermingszone van 5,0 meter aan weerszijden en een totale (cumulatieve) lengte van ca. 180 meter.

De functieaanduiding ‘specifieke vorm van verkeer- dijk’ is opgenomen over de Hoge Zeedijk. De gronden waarop deze functieaanduiding is opgenomen zijn bestemd voor het behoud, bescherming en beheer van landschapselementen in de vorm van dijken.

Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023

39

Toekomstige situatie Met de beoogde ontwikkeling wordt bebouwing en verharding toegevoegd. Voor het bouwen van de woningen gelden de regels zoals opgenomen onder Artikel 21 ‘Wonen’ in het vigerende bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’. Voor het berekenen van het aandeel verhard oppervlak in de nieuwe situatie zijn de volgende oppervlakten aangehouden:

Hoofdgebouw Bijgebouwen Overige verharding Totaal per woning

oppervlak in m2 (circa) 80 m2 50 m2 100 m2 230 m2

De oppervlakten aan bebouwing zijn gebaseerd op het voorlopig bouwplan. Er is een aanname gedaan van ca. 100 m2 aan overige verharding (terras, oprit etc.) Per woning wordt er ongeveer 230 m2 aan bebouwing/verharding toegevoegd. In de nieuwe situatie zal het aandeel verharding dus toenemen met 2x230=460 m2. Bij een toename van verhard oppervlak vanaf 500 m2 tot en met 10.000 m2 wordt voornoemde rekenregel door het waterschap toegepast en moeten er compenserende maatregelen worden getroffen. Door de geringe toename aan bebouwd en verhard oppervlak is compensatie nu niet nodig. Een beperkt deel van de sloot langs de Hoge Zeedijk zal worden vervangen door een duiker ter hoogte van de gezamenlijke oprit van de woningen. Hierover is eerder per mail contact opgenomen met het Waterschap. Daarbij is aangegeven dat 1 dam met duiker voor de ontsluiting mogelijk is. Door het vergraven van de sloot en het realiseren van een natuurvriendelijke oever ontstaat er meer ruimte voor waterberging. Afvoer hemelwater Uit bovenstaande paragraaf blijkt dat voor onderhavig plangebied, conform de aannames omtrent nieuwbouw, geen sprake is van een minimale bergingseis. Echter draagt de perceeleigenaar verantwoordelijkheid om overtollig water te bergen en/of te verwerken op zijn/haar eigen terrein. Er liggen een aantal kansen binnen het plangebied om duurzaam om te gaan met hemelwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=Moerdijk&id=4ee70ad2-2337-4cc7-ad83-bee8ec1f3da7