Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing d.d. 20 september 2023
Tekst van het document
Gemeente Moerdijk
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg”
20 september 2023
Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl
Inhoud 1
Inleiding 7 1.1 Initiatief 7 1.2 Ligging van de planlocatie 7 1.3 Vigerend bestemmingsplan 8 1.4 Omgevingsvergunning buitenplans afwijken 9 2 Huidige situatie 10 2.1 Historische ontwikkeling 10 2.2 Bestaande situatie 11 3
Beleidsaspecten 12 3.1 Rijksbeleid 12 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte 12 3.1.2 Nationale omgevingsvisie 12 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking 13 3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening 14 3.1.5 Kernwaarden voor een gezonde leefomgeving 14 3.2 Provinciaal beleid 15 3.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant 15 3.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ 16 3.2.3 Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant 16 3.2.4 Ruimte-voor-Ruimte beleid 17 3.3 Regionaal beleid 18 3.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 18 3.4 Gemeentelijk beleid 18 3.4.1 Structuurvisie Moerdijk 2030 18 3.4.2 Visie Buitengebied Gemeente Moerdijk 19 3.4.3 Visie Bebouwingsconcentraties Gemeente Moerdijk 21 3.4.4 Strategische Visie voor Moerdijk 2030 22 3.4.5 Nota Parkeernormen Gemeente Moerdijk 2021 24 3.4.6 Gemeentelijk landschapskwaliteitsplan 24 3.5 Conclusie 26
4
Het Voornemen 27 4.1 Stedenbouwkundige en ruimtelijke inpassing 27 4.2 Verkeer en parkeren 28 4.3 Landschappelijke inpassing 28
5
Onderzoek en verantwoording 5.1 Archeologie en Cultuurhistorie 5.1.1 Archeologie 5.1.2 Cultuurhistorie 5.2 Bodem 5.3 Milieu 5.3.1 Flora en fauna 5.3.2 Stikstofdepositie 5.3.3 Water 5.3.4 Wegverkeerslawaai en Spoorweglawaai 5.3.5 Bedrijven en milieuzonering
30 30 30 31 32 33 33 36 37 40 41
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
3
4
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5.3.6 Wet geurhinder en veehouderij 5.3.7 Gezondheid 5.3.8 Luchtkwaliteit 5.3.9 Externe veiligheid 5.3.10 Kabels en leidingen 5.3.11 Duurzaamheid 5.3.12 Verkeers- en sociale veiligheid 5.4 Vormvrije MER beoordeling 6
42 44 46 49 51 51 51 51
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid 52 6.1 Economische uitvoerbaarheid 52 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 52
Overzicht van bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing: 1. Archeologisch bureauonderzoek en inventariserend veldonderzoek, rapport 3923, Transect Advies B.V., projectcode 21100027, versie 1.1, 20 juni 2022 2. Verkennend bodemonderzoek, Tritium Advies B.V., documentkenmerk: 2110/151/SBU-01, versie 0, 13 januari 2022 3. Ecologische quickscan, Maasarend, Projectnummer: 2021-116, 23 november 2021, datum laatste aanpassing 21 december 2022 4. Berekening stikstofdepositie gebruiks- en aanlegfase, Tritium Advies B.V., projectnummer 2110/079/EH-01, 6 februari 2023 5. Quickscan Externe Veiligheid, Tritium Advies B.V, Documentkenmerk 2110/079/EH-05.A, 11 januari 2023 6. Verslag omgevingsdialoog, Welmers Burg Stedenbouw, 9 juni 2023 7. Landschappelijk inpassingsplan, Jans Bos Tuinontwerp & Welmers Burg Stedenbouw, 1 februari 2023 8. Standaard verantwoording groepsrisico, gemeente Moerdijk, juli 2019 9. Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SRM-I, Tritium Advies B.V., Documentkenmerk 2306/110/CK-br01, 21 juni 2023
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5
Figuur 1.1: Topografische kaart ligging planlocatie, locatie rood omcirkeld
6
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
1
Inleiding
1.1 Initiatief Voor de locatie aan de Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg, kadastraal bekend onder nummer N 1292, geldt het bestemmingsplan ‘Buitengebied Moerdijk’ van de gemeente Moerdijk, vastgesteld op 1 maart 2018. Op de locatie is de bestemming ‘Tuin’ van toepassing. Binnen het nu geldende bestemmingsplan kunnen er geen nieuwe woningen worden toegevoegd. De initiatiefnemer is voornemens twee vrijstaande woningen te realiseren op het onbebouwde perceel. Voor deze ontwikkeling dient via een buitenplanse afwijking te worden afgeweken van het vigerende bestemmingsplan. De afwijkingsprocedure van het bestemmingsplan is juridisch verankerd in artikel 2.12 van de Wabo. Op grond van het bepaalde in dit artikel kan de gemeenteraad ten behoeve van de realisering van een project afwijken van het nu geldende bestemmingsplan, mits dat project is voorzien van een goede ruimtelijke onderbouwing. Dit document voorziet daarin. De woningen worden gerealiseerd volgens het Ruimte-voor-Ruimte principe. Er worden 2 bouwtitels aangekocht bij de ontwikkelmaatschappij. 1.2 Ligging van de planlocatie De planlocatie is gelegen aan het meest westelijke uiteinde van de Hoge Zeedijk nabij het dorp Langeweg. Het gaat om het onbebouwde perceel aan de westzijde van de Hoge Zeedijk 64 te Langeweg, kadastraal bekend onder nummer N 1292. Het perceel heeft een oppervlakte van circa 3.240 m2.
Aan de oostzijde wordt de planlocatie begrensd door kleinschalige lintbebouwing en erfbebouwing. Aan de zuidzijde wordt de planlocatie begrensd door de Hoge Zeedijk. De overige twee zijden van de planlocatie grenzen aan het buitengebied. De Hoge Zeedijk is een historisch dijklint ten noordwesten van de kern Langeweg. Aan de Hoge Zeedijk bevinden zich erven met (voormalige) boerderijen, woningen en schuren. Het bebouwingsbeeld rondom de planlocatie kenmerkt zich voornamelijk door vrijstaande woningen met schuren. Het voornemen is om op de locatie twee vrijstaande woningen te bouwen.
k
dij
ee eZ
g
Ho
Figuur 1.2: Luchtfoto met ligging planlocatie, locatie wit omlijnd
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
7
1.3 Vigerend bestemmingsplan Het vigerend bestemmingsplan voor het plangebied is bestemmingsplan “Buitengebied Moerdijk”. Dit bestemmingsplan is vastgesteld op 1 maart 2018. In het vigerend bestemmingsplan “Buitengebied Moerdijk” heeft de planlocatie de bestemming ‘Tuin’. Bestemming Tuin De op de plankaart voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor: • tuinen behorende bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen; • hobbymatig agrarisch gebruik; Op de locatie is een functie-aanduiding van toepassing: ‘specifieke vorm van tuin - gebouw’. Voor het bouwen van gebouwen gelden de volgende regels: • uitsluitend op de gronden ter plaatse van de aanduiding ‘specifieke vorm van tuin - gebouw’ mag per woning ten hoogste één gebouwtje/schuilhut worden gebouwd, met dien verstande dat: 1. de oppervlakte niet meer mag bedragen dan 12 m², danwel de bestaande oppervlakte indien deze meer bedraagt, mits die op een legale wijze tot stand is gekomen; 2. de afstand tot het hoofdgebouw niet meer mag bedragen dan 30 m; 3. de goot- en bouwhoogte niet meer mogen bedragen dan respectievelijk 2 m en 2,5 m. Dubbelbestemming Waarde - Archeologie 5 De voor ‘Waarde- Archeologie 5’ aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming, mede bestemd voor bescherming en veiligstelling van archeologische (verwachtings)waarden.
Om de twee nieuwe woningen juridisch mogelijk te maken dient er via een buitenplanse afwijkingsprocedure van het vigerende bestemmingsplan te worden afgeweken.
Figuur 1.3: Uitsnede vigerend bestemmingsplan ´Buitengebied Moerdijk´, locatie rood omlijnd
8
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
1.4 Omgevingsvergunning buitenplans afwijken Op grond van art 2.12, lid 1 sub a onder 3 Wabo kan van het vigerend bestemmingsplan worden afgeweken voor onbepaalde tijd. Voor de omgevingsvergunning buitenplans afwijken bestemmingsplan is de uitgebreide procedure van toepassing. Daarbij dient de aanvraag als ontwerp ter inzage gelegd te worden met zienswijzengelegenheid van 6 weken. Daarna wordt de omgevingsvergunning voor buitenplans afwijken vastgesteld en wordt deze 6 weken ter inzage gelegd voor beroep. Bij de aanvraag moet in een ruimtelijke onderbouwing gemotiveerd worden dat het initiatief past binnen de gemeentelijke, provinciale en nationale wet- en regelgeving. Er mogen daarnaast geen belemmeringen zijn vanuit de milieuregelgeving. Op basis van de Awb moet het bevoegd gezag zorgvuldig de belangen afwegen. Afhankelijk van de specifieke situatie kan het daarom nodig zijn om voor bepaalde aspecten een nadere motivering op te nemen, zoals bijvoorbeeld voor bodem, flora en fauna, verkeersaantrekkende werking, stedenbouwkundige inpassing et cetera. Onderhavige ruimtelijke onderbouwing ligt ten grondslag aan de aanvraag voor het afwijken van het bestemmingsplan voor het bouwen van twee vrijstaande woningen aan het dijklint.
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
9
2
Huidige situatie
2.1 Historische ontwikkeling Vanaf 1267 vond in het gebied waarin de planlocatie is gelegen op grote schaal vervening plaats. Er liep een turfvaart naar Zevenbergen, die in 1962 werd gedempt, waarna er de Langeweg (weg) op werd aangelegd. Het dorp Langeweg wordt voor het eerst in 1656 vermeld onder de naam Slijckgadt, later gespeld als Slikgat. In 1910 werd de naam Slikgat vervangen door de naam Langeweg. Het dorp is een dijklintdorp dat zich heeft ontwikkeld langs historische dijken zoals de Zuiddijk en de Slikgatse Dijk. In de tweede helft van de 20e eeuw zijn de linten verder bebouwd en zijn deze linten onderling met elkaar in verbinding gebracht. Van grootschalige dorpsuitbreidingen is geen sprake. De Hoge Zeedijk is op circa 1,15 kilometer ten noorden van het dorp Langeweg gelegen. Tot halverwege de jaren ‘80 was de Hoge Zeedijk een verbinding tussen Langeweg / Zevenbergschen Hoek en Zevenbergen. Tegenwoordig is de Hoge Zeedijk geen doorgaande weg meer en eindigt de weg ter hoogte van de planlocatie. Aan de noordzijde van de Hoge Zeedijk is van oudsher lintbebouwing gelegen. Dit zijn voornamelijk vrijstaande boerderijen en schuren op erven. In de loop van de 20e eeuw is de lintbebouwing op enkele plekken aangevuld.
Figuur 2.1: Historische kaart omstreeks 1900, ligging planlocatie, locatie rood omcirkeld
10
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
2.2 Bestaande situatie Het perceel is gelegen aan het westelijke eind van het bebouwingslint langs de Hoge Zeedijk. Aan de Hoge Zeedijk is een variatie aan lintbebouwing aanwezig. De bebouwing is verspreid over erven die hoofdzakelijk aan de noordzijde van de Hoge Zeedijk liggen. Deze erven zijn in het algemeen bebouwd met woningen, (voormalige) boerderijen en schuren. Ter hoogte van de planlocatie wordt de Hoge Zeedijk aan weerszijden begeleid door laanbeplanting. Mede door deze opgaande groenstructuur onderbreekt de Hoge Zeedijk het weidse, agrarische landschap. Het overig opgaand groen is te vinden op de erven aan de Hoge Zeedijk. Het omliggende agrarische landschap heeft een open karakter en wordt opgedeeld door een stelsel aan watergangen en dijken. Aan de zuidzijde van de planlocatie, is langs de Hoge Zeedijk een categorie A-watergang gelegen. De planlocatie zelf bestaat uit onbebouwd grasland en heeft de bestemming ‘Tuin’.
Figuur 2.2: Watergang aan de westzijde van de planlocatie, kijkrichting noordwaarts
Figuur 2.3: De planlocatie met zicht op woning op naastgelegen perceel , kijkrichting noordoost-waarts
Figuur 2.4: De Hoge zeedijk met aan weerszijden laanbeplanting en de watergang aan de zuidzijde van de planlocatie, kijkrichting noordoost-waarts
Figuur 2.5: Watergang aan de noordzijde van de planlocatie met op de achtergrond aangrenzende bebouwing, kijkrichting noordoost-waarts
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
11
3
Beleidsaspecten
In dit hoofdstuk wordt ingegaan op het ruimtelijk beleid. Het betreft onder andere rijksbeleid, dat dient door te werken in deze ruimtelijke onderbouwing. Achtereenvolgens wordt een beschrijving van de belangrijkste beleidsdocumenten op provinciaal, regionaal en gemeentelijk niveau, voor zover relevant voor de planlocatie, gegeven. Als relevante ruimtelijke bovenlokale plannen moeten worden bezien: • Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (13 maart 2012) • Nationale Omgevingsvisie (11 september 2020) • Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (30 december 2011) • Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (2014) • Omgevingsvisie Noord-Brabant (14 december 2018) • Interim omgevingsverordening Noord-Brabant (geconsolideerde versie 1 oktober 2022) 3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012) Per 1 juli 2008 is de Wet ruimtelijke ordening (Wro) in werking getreden. Een van de centrale uitgangspunten is de scheiding tussen beleid en normstelling. Het beleid wordt in eerste aanzet vormgegeven in een structuurvisie en is juridisch alleen nog bindend voor de rijksoverheid. Naast integraal planologisch beleid, kunnen bij Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent onder andere bestemmingsplannen. De algemene regels bewerkstelligen dat nationale ruimtelijke belangen doorwerken tot op lokaal niveau.
Dit betekent dat respectievelijk provinciale inpassingplannen en gemeentelijke bestemmingsplannen daarop moeten worden afgestemd. De kaders van het nieuwe rijksbeleid zijn opgenomen in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) die op 13 maart 2012 door de Minister van I&M is vastgesteld. In een brief van 9 juli 2012 heeft de minister van Infrastructuur en Milieu bij de Eerste Kamercommissie aangegeven uitvoering aan de SVIR te willen geven. De SVIR vervangt de Nota Ruimte en heeft als streven “Nederland concurrerend, bereikbaar, leefbaar en veilig” te maken. In de SVIR zijn 13 nationale belangen gedefinieerd, waaronder het versterken van de mainportfuncties en het verbeteren van de rijksinfrastructuur, het behoud van erfgoederen van uitzonderlijke universele waarde en ruimte voor een nationaal netwerk van natuur voor het overleven en ontwikkelen van flora en fauna. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Op circa 3,5 kilometer afstand van de planlocatie ligt de zeehaven Moerdijk. Op circa 500 meter afstand ten noorden van de planlocatie ligt een (inter)nationaal hoofdspoorweg. Voor het goederenvervoer over water is de zeehaven van Moerdijk van nationale betekenis.
Dit valt onder het nationaal belang ‘een excellente ruimtelijk-economische structuur van Nederland door een aantrekkelijk vestigingsklimaat in en goede internationale bereikbaarheid van de stedelijke regio’s met een concentratie van topsectoren’. De voorgenomen ontwikkeling vindt plaats in het buitengebied en heeft geen nadelige gevolgen voor de bereikbaarheid en het functioneren van de spoorweg en de Zeehaven van Moerdijk. Daarmee zijn op de planlocatie geen nationale belangen in het geding. 3.1.2 Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) komt voort uit de Omgevingswet, die naar verwachting in 2024 in werking treedt. De NOVI is vastgesteld op 11 september 2020. De Nationale Omgevingsvisie biedt een duurzaam perspectief voor de leefomgeving. Hiermee kan ingespeeld worden op de grote uitdagingen die er zijn. Allerlei trends en ontwikkelingen hebben invloed op onze leefomgeving. Veranderende en groeiende steden, de overgang naar een duurzame en circulaire economie en het aanpassen aan de gevolgen van de klimaatverandering vormen slechts een deel van de opgave. Dit biedt kansen, maar vraagt wel om zorgvuldige keuzes. Want de ruimte, zowel boven-, als ondergronds, is een schaars goed. Het combineren van al die opgaven vraagt een nieuwe manier van werken.
Niet van bovenaf opgelegd, maar in goede samenwerking tussen overheden, bedrijven, kennisinstellingen, maatschappelijke organisaties en burgers. De NOVI biedt een kader, geeft richting en maakt keuzes waar dat kan. Tegelijkertijd is er ruimte voor regionaal maatwerk en gebiedsgerichte uitwerking. Omdat de verantwoordelijkheid voor het omgevingsbeleid voor een groot deel bij provincies, gemeenten en waterschappen ligt, kunnen inhoudelijke keuzes in veel gevallen het beste regionaal worden gemaakt. 12
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Met de NOVI wordt een proces in gang gezet waarmee de keuzes voor de leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden om te bouwen aan een mooier en sterker Nederland. Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Die komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Duurzaam economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonden steden en regio’s 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI zoeken we naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van gebied tot gebied.
Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat onze leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit ten koste gaat van die van toekomstige generaties. Een uitgangspunt uit de NOVI is het bouwen van sterke, aantrekkelijke en gezonde steden en het verder ontwikkelen van het Stedelijk Netwerk Nederland. De grote actuele woningbehoefte vraagt tegelijkertijd om oplossingen op korte termijn. Ontwikkelingen vinden plaats in lijn met de ambities van de integrale verstedelijkingsstrategie, zo veel mogelijk in bestaand stedelijk gebied, klimaatbestendig en natuurinclusief. Grote open ruimten tussen de steden houden hun groene karakter. Het aanbod en de kwaliteit van het groen in de stad worden versterkt en de aansluiting op het groene gebied buiten de stad wordt verbeterd. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Onderhavige ruimtelijke ontwikkeling betreft een kleinschalige woonontwikkeling in landelijk gebied. Het betreft het toevoegen van 2 woningen aan een bestaand dijklint. Naast de ontwikkeling van de twee vrijstaande woningen zullen de woningen zorgvuldig worden ingepast. Daarvoor is een inrichtingsplan opgesteld. Het Rijk streeft naar een toekomstbestendig landelijk gebied.
Door de toevoeging van twee woningen aan het lint, gepaard gaand met een kwaliteitsverbetering van het landschap, draagt de beoogde ontwikkeling bij aan de ontwikkeling van een toekomstbestendig landelijk gebied. De woningen worden gerealiseerd volgens het Ruimte-voor-Ruimte principe. Er worden 2 bouwtitels aangekocht bij de ontwikkelmaatschappij. Dit betekent dat er veestallen elders in Brabant zijn afgebroken en fosfaatrechten ingeleverd. Dit draagt bij aan de kwaliteit van het landelijk gebied. Er kan geconcludeerd worden dat de beoogde ontwikkeling in algemene zin past binnen de kaders van de NOVI. 3.1.3 Ladder voor duurzame verstedelijking In de SVIR is de ‘ladder voor duurzame verstedelijking’ geïntroduceerd. Deze ladder is ingericht voor een zorgvuldige afweging en transparante besluitvorming bij alle ruimtelijke en infrastructurele besluiten, waardoor de ruimte in stedelijke gebieden optimaal benut wordt. De ladder voor duurzame verstedelijking is per 1 oktober 2012 verankerd in artikel 3.1.6 lid 2 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro).
Per 1 juli 2017 is de nieuwe ladder in werking getreden, waar in de tekst van artikel 3.1.6 lid 2 van het Bro wordt terug gebracht naar de essentie: ‘De toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, bevat een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling, en, indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, een motivering waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien.’ De Laddertoets dient te worden uitgevoerd wanneer er sprake is van een nieuwe stedelijke ontwikkeling. Toetsend aan deze ladder dient allereerst te worden bepaald of er sprake is van een ‘stedelijke ontwikkeling’. Ingevolge artikel 1.1.1, eerste lid, aanhef en onder i, wordt in het Bro en de daarop berustende bepalingen onder Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
13
een stedelijke ontwikkeling verstaan: ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. Onder verwijzing naar de uitspraken van de Afdeling Bestuursrechtspraak Raad van State (ABRvS) van 28 juni 2017 de hoofdlijnen van haar jurisprudentie uiteengezet. De Afdeling werkt gestructureerd een aantal thema’s uit en doet dat aan de hand van jurisprudentie. Zo benadrukt de Afdeling dat een voorziene ontwikkeling voldoende substantieel moet zijn om aangemerkt te kunnen worden als een stedelijke ontwikkeling. Als het plan voorziet in niet meer dan 11 woningen die gelet op hun onderlinge afstand als één woningbouwlocatie kunnen worden aangemerkt, is die ontwikkeling in beginsel niet als een stedelijke ontwikkeling aan te merken. De ontwikkeling met twee vrijstaande woningen is, toetsend aan de ladder, dus niet aan te merken als een stedelijke ontwikkeling. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De voorgenomen ontwikkeling betreft de realisatie van 2 vrijstaande woningen aan het dijklint. Er is vanwege de geringe omvang in dit geval geen sprake van een stedelijke ontwikkeling. Omdat het planinitiatief niet als een stedelijke ontwikkeling is aan te merken is toetsing aan de ladder in dit geval niet noodzakelijk.
3.1.4 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) De wetgever heeft in de Wro, ter waarborging van de nationale of provinciale belangen, de besluitmogelijkheden van lagere overheden begrensd. Indien provinciale of nationale belangen dat met het oog op een goede ruimtelijke ordening noodzakelijk maken, kunnen bij of krachtens provinciale verordening respectievelijk bij of krachtens Algemene Maatregel van Bestuur regels worden gesteld omtrent de inhoud van bestemmingsplannen. Inhoudelijk gaat het om nationale belangen die samenhangen met het beschermen van ruimtelijke functies, zoals natuur in het Natuurnetwerk Brabant (NNB, de voormalige Ecologische Hoofdstructuur, EHS), of met het vrijwaren van functies. In het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro), beter bekend als de Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) Ruimte, zijn 13 nationale belangen opgenomen die juridische borging vereisen. Het Barro is op 30 december 2011 deels in werking getreden en met onderdelen aangevuld per 1 oktober 2012. Het besluit is gericht op doorwerking van nationale belangen in gemeentelijke bestemmingsplannen. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Het Barro spreekt zich niet nadrukkelijk uit over de ruimtelijke invulling van de locatie. Op de planlocatie zijn geen nationale belangen in het geding.
3.1.5 Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving De Omgevingswet treedt naar verwachting in 2024 in werking en veel gemeenten en provincies bereiden zich voor op dit nieuwe proces van integrale belangenafweging. Het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit is een van de maatschappelijke doelen van de Omgevingswet. In dit kader heeft de Raad van Directeuren Publieke Gezondheid en de directie van GGD GHOR Nederland het document ‘Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving’ vastgesteld. Naast het kernwaardendocument zijn ook aparte documenten opgesteld (Woonomgeving, Mobiliteit, Gebouwen) met daarin de context en verantwoording, uitwerkingen van principes en maatregelen die bijdragen aan het realiseren van de kernwaarden en dienen als inspiratiebron. Het kernwaardendocument en de bijbehorende uitwerkingen bieden handvatten aan iedereen die betrokken is bij de inrichting van de leefomgeving en publieke gezondheid een warm hart toedraagt. De stukken zijn tevens bruikbaar bij het uitwerken van ander beleid met betrekking tot de leefomgeving en/of gezondheid. Aspecten die in de kernwaarden documenten worden besproken gaan onder ander in op: 1.
Woonomgeving: • Kinderen groeien op in een rookvrije omgeving; • Voor iedereen zijn er- dichtbij en toegankelijk - aantrekkelijke plekken; • De leefomgeving draagt bij aan een gezond gewicht; • Wonen en druk verkeer zijn gescheiden; • Functies (wonen, werken, voorzieningen) zijn goed gemengd, overlast gevende bedrijven staan op afstand. 2. Mobiliteit • Actief vervoer (lopen en fietsen is in beleid, ontwerp en gebruik de standaard); • Tussen kernen zijn goed (e-)fiets- en OV-verbindingen. 14
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
3. Gebouwen • Het binnenklimaat is prettig en gezond; • Minimaal één zijde (gevel) van een woning is aangenaam; • Er zijn voldoende betaalbare levensloopgeschikte woningen. De Kernwaarden voor een Gezonde Leefomgeving zijn niet compleet, allesomvattend of vaststaand, en zijn zo ook niet bedoeld. De meest effectieve advisering wordt namelijk behaald door mee te denken, samen te werken met andere disciplines en organisaties en bovenal maatwerk te leveren. Dit kan ook betekenen dat de kernwaarden worden aangepast in een specifieke situatie, bijvoorbeeld in landelijk of stedelijk gebied. De verschillende kernwaarden hebben daarnaast onderlinge verwantschap, het wordt aangeraden deze verwantschap ook bij de uitwerking in concrete maatregelen te onderkennen. Verder kunnen maatregelen in de fysieke ruimte en meer sociale initiatieven (organisatie van activiteiten, educatie, etc.) elkaar vaak versterken.
, NL.IMRO.9930.sv2010ph2014-va01
herziening 2014, NL.IMRO.9930.sv2010ph2014-va Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De planlocatie kent een groen, rustig en landelijk karakter en is door de ligging aan een doodlopende weg gescheiden van druk verkeer. De woningen zullen wat betreft klimaat en duurzaamheid aansluiten op de meest recente eisen. Daarmee kan geconcludeerd worden dat in algemene zin wordt voldaan aan de gestelde kernwaarden. 3.2
Provinciaal beleid
3.2.1 Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant De Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant (SVRO), waarin het beleid van de Interimstructuurvisie is doorvertaald, is vastgesteld op 1 oktober 2010 en op 1 januari 2011 in werking getreden. In 2014 is de Structuurvisie ruimtelijke ordening Noord-Brabant herzien en vervolgens in maart 2014 vastgesteld. De SVRO bevat de hoofdlijnen van het provinciaal ruimtelijk beleid tot 2025 (met een doorkijk naar 2040). De visie is bindend voor het ruimtelijk handelen van de provincie Noord-Brabant en vormt de basis voor de wijze waarop de provincie de instrumenten inzet die de Wet ruimtelijke ordening biedt. Één van deze instrumenten is de Provinciale verordening. In de Omgevingsverordening zijn de kader stellende elementen uit de SVRO vertaald in concrete regels die van toepassing zijn op (gemeentelijke) bestemmingsplannen. De SVRO gaat in op de ruimtelijke kwaliteiten van de provincie Noord-Brabant. Mens, markt en milieu zijn binnen de provincie in evenwicht. Daarom kiest de provincie in haar ruimtelijke beleid tot 2025 voor de verdere ontwikkeling van gevarieerde en aantrekkelijke woon-, werk- en leefmilieus en voor een kennis innovatieve economie met als basis een klimaatbestendig en duurzaam Brabant.
Het principe van behoud en ontwikkeling van het landschap is in de Structuurvisie de ‘rode’ draad die de ruimtelijke ontwikkelingen stuurt. De provincie wil het contrastrijke Brabantse landschap herkenbaar houden en verder versterken. Daarom wordt ingezet op de ontwikkeling van robuuste landschappen, een beleefbaar landschap vanaf het hoofdwegennet en behoud en versterking van aanwezige landschapskwaliteiten.
Gemengd landelijk gebied Figuur 3.1: Uitsnede structuurvisie provincie Noord-Brabant, locatie rood omcirkeld
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
15
Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De locatie is gelegen aan de Hoge Zeedijk nabij de kern Langeweg en is volgens de Structuurvisie Ruimtelijke Ordening en de Omgevingsverordening van de provincie Noord-Brabant gelegen in het gemengd landelijk gebied. Op de planlocatie vindt een kleinschalige woonontwikkeling plaats met twee woningen die gepaard gaat met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Dit past binnen het beleid van de Provincie Noord-Brabant, waarbij wordt ingezet op het versterken van het buitengebied en het ontwikkelen van het landschap. 3.2.2 Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant, Visie op de leefomgeving’ De Omgevingswet bundelt de regels voor de fysieke leefomgeving. Vooruitlopend hierop heeft de provincie Noord-Brabant alvast een provinciale Omgevingsvisie opgesteld. De Omgevingsvisie ‘De kwaliteit van Brabant’ is vastgesteld op 14 december 2018. De visie spreekt over een ‘diepe’ manier van kijken, een ‘ronde’ manier van kijken en een ‘brede’ manier van kijken, om zodoende aan de voorkant alle belangen te betrekken om uiteindelijk meer snelheid en kwaliteit te leveren. Dit houdt in dat men kijkt naar wat het initiatief voor ‘people’ in de gemeenschap betekent, wat het voor de ‘planet’ ofwel leefomgeving betekent en wat het oplevert in economisch opzicht of wel ‘profit’.
Bij afwegingen die moeten worden gemaakt over het behoud van levenskwaliteit in het hier en nu, in sociaal, economisch en ecologisch opzicht, moet rekening worden gehouden dat dit niet ten koste mag gaan van de levenskwaliteit elders en later. De visie geeft ook expliciet aan dat de verantwoordelijkheid voor het fysieke domein veel meer verschuift naar de gemeenten. De provincie stuurt alleen nog op hoofdlijnen, stimuleert beweging en maakt (wenselijke) ontwikkelingen mogelijk. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De Omgevingsvisie spreekt zich niet specifiek uit over de locatie. De locatie is gelegen in het landelijk gebied nabij de kern Langeweg en voorziet met de ontwikkeling in algemene zin in zorgvuldig ruimtegebruik door de voor ‘Tuin’ bestemde gronden te bebouwen en te voorzien van een kwaliteitsverbetering van het landschap. 3.2.3 Interim omgevingsverordening Noord-Brabant De provincie Noord-Brabant heeft een Interim omgevingsverordening opgesteld waarin de bestaande regels zijn samengevoegd. De omgevingsverordening is beleidsneutraal van karakter. Dat betekent dat er geen nieuwe beleidswijzigingen zijn doorgevoerd, behalve als deze voortvloeien uit vastgesteld beleid, zoals de omgevingsvisie. In beginsel zijn de huidige regels met het huidige beschermingsniveau gehandhaafd.
Voordat de Omgevingswet in werking treedt, wordt de definitieve omgevingsverordening vastgesteld. Deze definitieve verordening wordt tegelijk met de Omgevingswet van kracht. In de definitieve verordening worden, in tegenstelling tot de Interim verordening, ook beleidswijzigingen verwerkt. Noord-Brabant heeft de ambitie tot de top van Europese kennis- en innovatie regio’s te blijven behoren. Een aantrekkelijk leef-, woon- en vestigingsklimaat is hiervoor een essentiële voorwaarde. Dit zorgt ervoor dat bedrijven de weg naar Brabant weten te vinden, werknemers hier prettig wonen en innovaties sneller plaatsvinden. Daarom wordt gestreefd naar duurzame verstedelijking. Gebaseerd op de Brabantse omgevingsvisie wordt aandacht gevraagd voor de opgaven vanuit een veilige, gezonde leefomgeving, energietransitie, klimaatadaptatie en een concurrerende, duurzame economie.
Gemengd landelijk gebied Figuur 3.2: Uitsnede Interim omgevingsverordening provincie Noord-Brabant, basiskaart landelijk gebied, locatie rood omlijnd
16
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
In de Interim omgevingsverordening zijn binnen het thema ‘Vitaal platteland’ de ontwikkelingsmogelijkheden opgenomen voor het landelijk gebied. In het landelijk gebied biedt de provincie mogelijkheden aan de gemeente voor het stimuleren van het mengen van functies voor een sterke plattelandseconomie. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, landschap, recreatie en wonen. Het landelijk gebied omvat een onderverdeling in ‘Gemengd landelijk gebied’ en ‘Groenblauwe mantel’. De planlocatie is gelegen in ‘Gemengd landelijk gebied’. Een bestemmingsplan gelegen in gemengd landelijk gebied onderscheidt ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening gebieden waar een gemengde plattelandseconomie en/of een in hoofdzaak agrarische economie wordt nagestreefd met daarbij passende bestemmingen. Hierbij is vooral de ontwikkeling van landbouw van belang, naast andere vormen van bedrijvigheid, natuur, recreatie en wonen. Bij het aanwijzen van de bestemmingen dient de bestemming een uitwerking te zijn van de voorgenomen ontwikkeling en het te voeren ruimtelijk beleid voor dat gebied en dient tevens bij te dragen aan de ruimtelijke kwaliteit als bedoeld paragraaf 3.1.2 van de Interim omgevingsverordening.
Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De planlocatie bevindt zich in het landelijk gebied aan de noordzijde van de kern Langeweg, en is in de Interim omgevingsverordening aangemerkt als ‘Gemengd landelijk gebied’. In de omgeving van de planlocatie, aan de Hoge Zeedijk, komen onder andere de bestemmingen ‘Wonen’, ‘Tuin’ en ‘Agrarisch’ voor. Vanwege het gemengd voorkomen van deze functies is de toevoeging van twee vrijstaande woningen op deze plek een logische ruimtelijke beëindiging van het dijklint. De beoogde ontwikkeling past binnen het beleid uit de Interim omgevingsverordening Noord-Brabant, waarin de planlocatie wordt aangemerkt als ‘Gemengd landelijk gebied’. 3.2.4 Ruimte voor Ruimte beleid De beoogde ruimtelijke ontwikkeling op de planlocatie omvat het oprichten van twee ruimte-voor-ruimte woningen. De ontwikkeling van ruimte-voor-ruimte kavels door de Ontwikkelingsmaatschappij Ruimte-voor-Ruimte (ORR) is gebaseerd op in het verleden behaalde aanzienlijke omgevingskwaliteitswinst in het landelijk gebied. Deze gerealiseerde kwaliteitswinst is in het verleden gefinancierd door de provincie. In eerste instantie kwam de behaalde omgevingskwaliteitswinst voort uit de toepassing van de Regeling beëindiging veehouderij (Rbv).
Later is dit uitgebreid en is er door de provincie ingezet op het realiseren van omgevingskwaliteitswinst door een verbrede toepassing van het principe van ruimte-voor-ruimte met de regeling Ruimte-voor-ruimte verbreed (GS 2006). De ORR ontwikkelt niet in alle gevallen zelf de ruimte-voor-ruimtekavels. Het is ook mogelijk om een titel voor een ruimte-voor-ruimtekavel bij de ORR te kopen. De ORR geeft daarvoor certificaten uit. In zo’n geval is er sprake van een ruimte-voor-ruimte kavel die ‘vanwege de ORR’ wordt ontwikkeld. De voorwaarden voor de ontwikkeling van een individuele ruimte-voor-ruimtekavel of enkele kavels zijn vergelijkbaar met de voorwaarden die voor de ontwikkeling van een woning die in Artikel 3.78 zijn opgenomen van de Interim Omgevingsverordening Noord-Brabant. Verschil is wel dat de fysieke tegenprestatie in het geval van een ruimte-voor-ruimtekavel een gegeven is omdat die al in het verleden heeft plaatsgevonden, zoals hierboven toegelicht. Daarom is in de regeling geen directe koppeling gelegd dat de fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit in het bestemmingsplan moet zijn geborgd. In de Interim omgevingsverordening artikel 3.79 zijn specifieke regels opgenomen voor ruimte-voor-ruimte woningen. Vastgelegd is dat ruimte-voor-ruimte kavels zowel in stedelijk als landelijk gebied op een aanvaardbare locatie kunnen worden ontwikkeld.
De ontwikkeling moet passen binnen de ontwikkelingsrichting van het gebied. Toetsing Het voornemen is om twee-ruimte-voor ruimte woningen op te richten. Het gaat om een ontwikkeling aan een bestaand dijklint en het betreft dus geen aanzet tot stedelijke ontwikkeling. Voorwaarde voor het toevoegen van ruimte-voor-ruimte woningen is dat de kavels op een planologisch aanvaardbare locatie in een bebouwingsconcentratie moeten zijn gelegen en de ontwikkeling past binnen de ontwikkelingsrichting van dit gebied. Volgens de Visie Bebouwingsconcentraties van gemeente Moerdijk (zie ook paragraaf 3.4.3) is de planlocatie gelegen binnen de bebouwingsconcentratie ‘Schenkeldijk’, bestaande uit de dijk met de daaraan gelegen lintbebouwing. In de Visie Bebouwingsconcentraties van gemeente Moerdijk is een beeld geschetst van de huidige structuur van de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk en van de aanwezige kwaliteiten en aandachtspunten. Voor de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk worden mogelijkheden voor ontwikkeling benoemd met een verdichting van de bebouwingsconcentratie waarbij open verspringingen in het voor- en achtererf behouden dienen te blijven. Hier speelt het plan op in. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
17
Geconcludeerd kan worden dat de ontwikkeling past binnen de richtlijnen voor ontwikkelingen in de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk en dat het om een ruimtelijk aanvaaardbare locatie gaat. Aanzienlijke winst van omgevingskwaliteit Er dient sprake te zijn van een aanzienlijke winst van de omgevingskwaliteit. Door de aankoop van een ruimte voor ruimte titel is er sprake van een milieu- en ruimtelijke kwaliteitswinst. Voor de realisatie van de woningen worden twee ruimte voor ruimte titels bij de Ontwikkelmaatschappij aangekocht. Daarvoor zijn eerder stallen gesloopt en fosfaatrechten opgekocht. Goede landschappelijke inpassing Volgens artikel 3.79 in de Interim omgevingsverordening dienen de woningen verzekerd te zijn van een goede landschappelijk inpassing. Een bestemmingsplan dat een ruimtelijke ontwikkeling in het landelijk gebied mogelijk maakt, bepaalt dat die ruimtelijke ontwikkeling gepaard gaat met een fysieke verbetering van de landschappelijke kwaliteit van het gebied of de omgeving. De woningen worden voorzien van een goede landschappelijke inpassing, daartoe is een inrichtingsplan opgesteld dat als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing is gevoegd. 3.3 Regionaal beleid 3.3.1 Ruimtelijke visie West Brabant 2030 (2011) De Ruimtelijke Visie West-Brabant 2030 beschrijft – met een doorkijk naar 2040 - de koers van de regio in een ruimtelijk casco.
Uitgangspunt van het gemeenschappelijk optrekken binnen deze koers is, dat autonomie van de deelnemende samenwerkingspartners gerespecteerd wordt. Alleen als opgaven daarom vragen, wordt al dan niet in wisselende allianties samengewerkt om de gestelde doelen te bereiken. De volgende doelen zijn daarbij van belang: • Centraal wat moet, decentraal wat kan. • West-Brabant als zelfbewuste regio in een veranderend krachtenveld. • Versterken van de regionale identiteit met gebiedsgerichte ontwikkelingsstrategieën. • Ruimtelijke ontwikkeling volgt vanuit een visie op duurzaamheid. • Water, natuur en landschapsambities zijn de basis voor een goed gefundeerde toekomst. • Nieuwe verbindingen en het oplossen van knelpunten voor personen- en goederenvervoer. • De economische structuur van West-Brabant wordt versterkt door regionale specialisaties. • Een aantrekkelijke woonregio door het profiel als tuin van de delta. • Spreiding van voorzieningen, betere bereikbaarheid en de leefbaarheid op peil. • Toeristisch recreatieve identiteit en meerwaarde van routes en nieuwe ontwikkelingen. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing De doelen uit de ruimtelijke visie West-Brabant zijn globaal van karakter. De beoogde ontwikkeling vindt plaats aan het lint nabij de kern Langeweg. Aan dit lint komen in de huidige situatie meerdere woningen voor.
De beoogde ontwikkeling gaat gepaard met een kwaliteitsverbetering van het landschap. Hiermee past de beoogde ontwikkeling in algemene zin binnen de koers uit de Ruimtelijke Visie West Brabant 2030 waarin wordt aangegeven dat water, natuur en landschapsambities de basis zijn voor een goed gefundeerde toekomst. 3.4
Gemeentelijk beleid
3.4.1 Structuurvisie Moerdijk 2030 In de Structuurvisie ‘Moerdijk 2030’ zijn voor de komende 20 jaar de hoofdlijnen voor de inrichting van het hele grondgebied van de gemeente beschreven. De Structuurvisie “Moerdijk 2030” is op 9 juni 2011 vastgesteld door de gemeenteraad van Moerdijk. De structuurvisie “Moerdijk 2030” is een integrale visie die inspeelt op de ontwikkeling van de beide werelden van Moerdijk: het grootschalige (inter-)nationale Moerdijk enerzijds en het ruime, rustige, agrarische Moerdijk met een veel kleinschaliger karakter anderzijds. De visie beoogt ook deze twee werelden samen te brengen zodat ze elkaar kunnen aanvullen en versterken. Eén van de opgaven voor Moerdijk is de realisatie van extra woningen. Er wordt gebouwd voor de ‘eigen bevolking’ op het moment dat daar behoefte aan is, waarbij uitgegaan wordt van een migratiesaldo van nul. Ook op grond van provinciaal beleid (provinciale structuurvisie) is in beginsel in alle kernen ruimte voor de bouw van extra woningen om de eigen bevolking te huisvesten.
18
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
AA
R
R
A
LEGENDA LEGENDA
BESTAAND: BESTAAND: Gemeentegrens Gemeentegrens Dorpen steden Dorpen en en steden Buurtschappen Buurtschappen
LEGENDA
Bedrijventerrein Bedrijventerrein Stedelijk groen/sport Stedelijk groen/sport Landschappelijk groen Landschappelijk groen Baggerdepot Baggerdepot Dijken Dijken BESTAAND: Hollandsch Diep Hollandsch Diep Gemeentegrens
Baggerdepot Dijken Hollandsch Diep
Secundaire wegen Windmolenconcentratie
LANDSCHAP: LANDSCHAP:
VERSTEDELIJKING: VERSTEDELIJKING:
VOORZIENINGEN: VOORZIENINGEN
Behouden en versterken Behouden versterkenagrarisch agrarischgebied gebied Zoeklocatie extensieve Zoeklocatie extensieverecreatie recreatie Zoeklocatie intensieve Zoeklocatie intensieve recreatie recreatie Versterking ecologie/natte Versterking ecologie/nattenatuur natuur
Uitbreiding wonen, Uitbreiding stap 1 (tot wonen, 2020) stap 1 (tot 2020) Zoekrichting uitbreiding Zoekrichting wonen, uitbreiding stapstap 2 2 wonen, Uitbreiden bovenlokaal Uitbreiden bedrijventerrein bovenlokaal bedrijventerrein R zoekrichting nader zoekrichting af te nader af wegen: uitbreiding te wegen: wonen uitbreiding (stap(stap wonen 2) 2) en/of uitbreiding en/of bovenlokaal uitbreiding bovenlokaal bedrijventerrein bedrijventerrein R Natte reservering Natte reservering Doorgroeimogelijkheden Doorgroeimogelijkheden glastuinbouw glastuinbouw Logistiek Logistiek Park Moerdijk Park Moerdijk en en bedrijvigheid bedrijvigheid Zevenbergschen Zevenbergschen HoekHoek INFRASTRUCTUUR: Revitalisering Revitalisering en en transformatie transformatie
Hoofdkern Hoofdkern Subkern Subkern
Doortrekken Rode Doortrekken Rode Vaart Vaart Versterken krekenstructuur Versterken krekenstructuur Groenblauwe afronding/inbedding Groenblauwe afronding/inbedding Uitbouwen recreatieve Uitbouwen recreatieve waarde waardeforten forten
Windmolenconcentratie Windmolenconcentratie
VERSTEDELIJKING:
LANDSCHAP: Snelweg
Dorpen en steden Spoor Kreken, Mark Rode Vaart Kreken, Mark enen Rode Vaart Buurtschappen Station Bedrijventerrein Hoofdwegen Vesting Vesting Stedelijk groen/sport Landschappelijk groen
Snelweg Snelweg Spoor Spoor Station Station Hoofdwegen Hoofdwegen Secundairewegen wegen Secundaire
VOORZIENINGEN:
Zoeklocatie Uitbreiding wonen, stap Zoeklocatie onderscheidend Hoofdkern 1 (tot 2020) onderscheidend wonen/landgoederen wonen/landgoederen
Behouden en versterken agrarisch gebied Zoeklocatie extensieve recreatie Zoeklocatie intensieve recreatie Versterking ecologie/natte natuur
Zoekrichting uitbreiding wonen, stap 2 Uitbreiden bovenlokaal bedrijventerrein zoekrichting nader af te wegen: uitbreiding wonen (stap 2) en/of uitbreiding bovenlokaal bedrijventerrein Natte reservering
Doortrekken Rode Vaart Versterken krekenstructuur Groenblauwe afronding/inbedding Uitbouwen recreatieve waarde forten
Subkern R
R
Vesting
Zoeklocatie onderscheidend wonen/landgoederen
A
Doortrekken A4
Uitbouwen waterrecreatie buitenwater Uitbouwen waterrecreatie binnenwater
Agro Food Cluster
Zoekgebied windenergie
Ontwikkeling waterfront/havenfront
Zoekgebied windenergie - buurgemeente
Lokale voorzieningen Lokale voorziening
voorzieningen, Lokale RLokale voorziening in
Minimaal Minimaal basisvoorzien basisvoo
Uitbouwen Uitbouwen waterrecreat waterre Uitbouwen Uitbouwen waterrecreat waterre
Zoekgebied Zoekgebied windenergi winde
Agro Agro Food Food Cluster Cluster Onderzoek spoorlijn ROBEL Zoektracé nieuwe hoofdontsluiting
Ontwikkeling Ontwikkeling waterfront/havenfront waterfront/havenfront Zoektracé nieuwe hoofdontsluiting - buurgemeente
Doorgroeimogelijkheden glastuinbouw Logistiek Park Moerdijk en bedrijvigheid Zevenbergschen Hoek Revitalisering en transformatie
Figuur 3.4: Uitsnede Structuurvisie Moerdijk 2030, locatie rood omcirkeld Kreken, Mark en Rode Vaart
A A
Subkern, inspelend op recreatie Lokale voorzieningen Lokale voorzieningen, inspelend op recreatie Minimaal basisvoorzieningen
RSubkern, inspelend Subkern, op r inspelen
Zoekgebied Zoekgebied windenergi winde
Zoekgebied Zoekgebied overige overig duu
Zoekgebied overige duurzame energie Kaartdatum: Peildatum:
9 juni 2011 2011
252.100.01
Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Deze ruimtelijke onderbouwing faciliteert de wens van initiatiefnemers binnen de gemeente Moerdijk om twee vrijstaande woningen te realiseren. Daarmee wordt voorzien in de woningbehoefte voor ‘eigen bevolking’. De conclusie is dat de ontwikkeling in algemene zin aansluit bij de uitgangspunten van de gemeentelijke structuurvisie. 3.4.2 Visie Buitengebied Gemeente Moerdijk Op 14 juli 2016 heeft de gemeente Moerdijk, tegelijkertijd met het Landschapskwaliteitsplan en de Visie Bebouwingsconcentraties, de Visie Buitengebied gemeente Moerdijk vastgesteld. De visie biedt de basis voor het bestemmingsplan voor het buitengebied en dient als afwegingskader bij nieuwe ruimtelijke initiatieven. In de visie wordt uitgegaan van het zogenaamde “ja, mits” principe. De kwaliteit van het buitengebied staat centraal en niet het type ontwikkeling. Ontwikkelingen worden hierbij niet op voorhand uitgesloten, maar mogen niet ten koste gaan van de kwaliteit van het buitengebied. De visie bevat voor ontwikkelingen een dynamisch afwegingskader. Nieuwe ontwikkelingen worden aan dit dynamisch afwegingskader getoetst. Het afwegingskader bestaat uit vijf afwegingsprincipes, zijnde: 1. Zonering prioritaire functies In de Visie buitengebied is een zonering opgenomen ten aanzien van vormen van gebruik die prioritair zijn in de aangewezen gebieden.
Dat betekent niet dat andere functies daar taboe zijn, maar wel dat zij de prioritaire functies niet mogen belemmeren. Zorgfuncties of recreatie mogen best in het Grondgebonden agrarisch gebied, maar mogen de primaire functie, de grondgebonden landbouw, niet bedreigen. Landbouw of bijvoorbeeld wonen in of aangrenzend aan de groenblauwe zone kan, maar mag een goede ontwikkeling en instandhouding van de kwaliteiten op het gebied van water en natuur niet bedreigen. De planlocatie is volgens de kaart prioritaire functies gelegen in grondgebonden agrarisch gebied. Zie figuur 3.5. Het grondgebonden agrarisch gebied betreft het primaire agrarische productielandschap. In dit gebied is de verdere ontwikkeling van de grondgebonden landbouw prioritair. De akkerbouw-, fruitteelt- en (vollegronds) tuinbouwbedrijven krijgen hier de ruimte om zich te ontwikkelen, rekening houdend met de openheid en de infrastructurele mogelijkheden. Niet-agrarische ontwikkelingen zijn onder voorwaarden mogelijk in de vorm van een functieverandering bij een stoppend agrarisch bedrijf en nieuwe bebouwing in de bebouwingsconcentraties. Belangrijke randvoorwaarden zijn als eerste dat de ontwikkeling van de grondgebonden landbouw hiermee niet in het gedrang mag komen. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
19
Andere afwegingspunten zijn de versterking van het landschap, de gevolgen voor de omgeving, de aanwezige infrastructuur en de ligging ten opzichte van risicocontouren.
Figuur 3.5: Uitsnede kaart Prioritaire functies gemeente Moerdijk, locatie rood omcirkeld
De voorgenomen ontwikkeling van twee woningen in het buitengebied is dusdanig beperkt dat het de prioritaire functie van het gebied, namelijk de ontwikkeling van grondgebonden landbouw, niet in het gedrang brengt. Naast de ontwikkeling van 2 woningen vindt er ook versterking van het landschap plaats. Zonering dynamiek - luwte - rust Een belangrijk afwegingspunt is het onderscheid tussen dynamiek, luwte en rust. Hierbij is sprake van een hoge dynamiek in en aan de randen van de meer stedelijke kernen, luwte in het open landelijk gebied en rust in de natuurgebieden. Hierbij is een graadmeter de aard en intensiteit van het gebruik en de daarmee samenhangende aantrekkende werking op personen en verkeer. De locatie is gelegen aan de rand van een bebouwingsconcentratie in het open landelijk gebied, waarbij luwte het uitgangspunt is. Bij de voorgenomen ontwikkeling zal met de bouw van 2 woningen geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking. Daarnaast is de locatie gelegen in een open gebied met slechts weinig andere functies in de nabije omgeving. Hiermee zal geen sprake zijn van gecumuleerde verkeersbewegingen in de omgeving en zal de luwte niet onevenredig worden aangetast. Hiermee kan worden gesteld dat de voorgenomen ontwikkeling past binnen de afwegingskaders voor de zonering dynamiek-luwte-rust.
Behoud van de balans De visie biedt ruimte om op innovatieve wijze ook de traditioneel meer ‘stedelijke’ functies als wonen, werken, zorgvoorzieningen bij te laten dragen aan de kwaliteit en leefbaarheid van het buitengebied. Van belang hierbij is dat nieuwe functies in het buitengebied niet concurreren met voorzieningen in de kernen. Ruimtelijke ontwikkelingen worden alleen toegestaan als deze een bijdrage leveren aan de kwaliteit en sociaaleconomische ontwikkeling van het buitengebied of gebruik maken van de kwaliteiten van het buitengebied. Met de voorgenomen ontwikkeling worden er twee woningen aan de Hoge Zeedijk toegevoegd. De toevoeging van twee woningen aan het lint sluit aan op de omgeving. Daarnaast wordt er door middel van een landschappelijke inpassing een bijdrage geleverd aan de kwaliteitsverbetering van het landschap. De ontwikkeling draagt daarmee bij aan het buitengebied in zowel de sociaaleconomische zin als in de landschappelijke zin. Bijdragen aan de ruimtelijke kwaliteit Uitgangspunt van deze strategie is dat ontwikkelingen bijdragen aan de versterking van de ruimtelijke kwaliteit in het landelijk gebied. Waar het landschap op zich geen vormen van gebruik uitsluit, geldt dit wel voor de wijze waarop het gebruik zich ruimtelijk manifesteert. Anders gezegd: het landschap stelt eisen aan de vormgeving van de gewenste functie.
Dat geldt enerzijds voor de bebouwing en anderzijds voor de wijze waarop deze landschappelijk wordt ingepast, dan wel een bijdrage levert aan de kwaliteit en de beleving van het landschap in bredere zin. De geformuleerde kernkwaliteiten per landschappelijk deelgebied in het landschapskwaliteitsplan geven daarvoor de ontwerprichtlijnen aan. De versterking van de kwaliteit van het landschap vindt daarbij voor het grootste deel plaats op de locatie zelf, bijvoorbeeld in de vorm van de sloop van voormalige bedrijfsgebouwen, de aanleg en aanplant van erfbeplanting, aanleg natuur, het herstellen en opwaarderen van cultuurhistorisch waardevolle bebouwing en/of structuren of de aanleg van recreatieve paden.
20
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Er is een landschappelijk inpassingsplan gemaakt. De versterking van de kwaliteit van het landschap vindt plaats binnen de grenzen van de planlocatie. De nieuwe percelen worden zowel aan de noord-als de westzijde omzoomd door een landschappelijke zone. Deze zone is extensief onderhouden grasland met gebiedseigen kruiden en bloemen. De noordzijde van de landschappelijke zone is gelegen aan een watergang en zal worden ingericht als een flauwe, natuurvriendelijke oever. In deze zone worden er tevens nieuwe houtsingels en solitairen geplant. Invloed op de kwaliteit van de leefomgeving Per initiatief moet nader onderzocht worden welke gevolgen de ontwikkeling heeft op de leefomgeving in brede zin. Hiermee wordt bedoeld dat onderzoek moet plaatsvinden op milieuaspecten zoals externe veiligheid, geluid, bodemkwaliteit, ecologie en archeologie, waterkwaliteit en –kwantiteit en de waterveiligheid. Bij intensieve veehouderij vormt ook het aspect gezondheid voor omwonenden een belangrijk afwegingsaspect. Het parkeren dient altijd op eigen erf te worden opgelost. Maar er wordt ook mee bedoeld onderzoek naar de wijze waarop de ontwikkeling bij de buren wordt ervaren. Er moet verslag gedaan worden van de wijze waarop de dialoog met de omgeving heeft plaatsgevonden en op welke wijze de inbreng van de omgeving is betrokken bij de uitwerking van de plannen.
Ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling is onderzoek verricht naar diverse ruimtelijke- en milieu-aspecten. De onderzoeken zijn verwoord in een aantal deelrapporten die als losse bijlagen bij deze ruimtelijke onderbouwing zijn gevoegd. Uit de onderzoeksresultaten is gebleken dat er geen beperkingen zijn ten aanzien van de ruimtelijke en milieutechnische aspecten voor het beoogde plan. Daarnaast is er een omgevingsdialoog gehouden met omwonenden. Omwonenden zijn in september 2022 en mei 2023 benaderd door de initiatiefnemer en geïnformeerd over het plan. Van het omgevingsdialoog is een beknopt verslag gemaakt dat als bijlage is opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Gezien het voorgaande kan worden gesteld dat de ontwikkeling past binnen de uitgangspunten uit de Visie Buitengebied gemeente Moerdijk van de gemeente Moerdijk. 3.4.3 Visie Bebouwingsconcentraties Gemeente Moerdijk Op 14 juli 2016 heeft de gemeente Moerdijk, tegelijkertijd met het Landschapskwaliteitsplan en de Visie Buitengebied, de Visie Bebouwingsconcentraties gemeente Moerdijk vastgesteld. In de visie wordt beschreven welke gebieden als bebouwingsconcentratie kunnen worden aangewezen en waar de gemeente ontwikkelingen acceptabel vindt in dergelijke bebouwingsconcentraties.
De aanwijzing van de bebouwingsconcentraties vindt plaats op basis van een ruimtelijke analyse. Daarbij is enerzijds gekeken naar de historische ontwikkeling van de bebouwingsstructuren in het buitengebied van Moerdijk.
Figuur 3.5: Overzicht bebouwingsconcentratie Schenkeldijk, gemeente Moerdijk, locatie rood omcirkeld
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
21
De Hoge Zeedijk (inclusief de planlocatie) wordt op de overzichtskaart bebouwingsconcentraties aangewezen als de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk. Voor de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk worden de volgende mogelijkheden voor ontwikkeling benoemd: • Beperkte ontwikkelingen in de openheid aan de zuidzijde (met uitzondering van de omgeving van het kruispunt) • Geen ontwikkelingen binnen de open wiggen • Mogelijkheden tot verdichting met behoud van open verspringingen in voor- en achtererf • Ontwikkelingen voornamelijk gewenst bij aandachtsgebieden Doorwerking in deze ruimtelijke onderbouwing Met de voorgenomen ontwikkeling worden er twee woningen aan de Hoge Zeedijk toegevoegd. De locatie maakt onderdeel uit van de bebouwingsconcentratie Schenkeldijk. Het verdichten met behoud van de open verspringingen wordt in de Visie Bebouwingsconcentraties mogelijk geacht. De toevoeging van twee vrijstaande woningen aan het eind van de Hoge Zeedijk zorgt, samen met de landschappelijke inpassing, voor een afronding van het bestaande bebouwingslint en sluit aan op de uitgangspunten uit de visie bebouwingsconcentraties.
3.4.4 Strategische Visie voor Moerdijk 2030 De gemeente Moerdijk wordt met een aantal ingrijpende ontwikkelingen geconfronteerd, zoals vergrijzing, ontgroening, de globalisering van de toeristisch-recreatieve en agrarische sector, schaalvergroting in de omgeving waarin de gemeente opereert en niet in de laatste plaats de voortgaande decentralisatie van rijksoverheidstaken. Deze en andere ontwikkelingen stellen de gemeente op korte en (middel)lange termijn voor grote opgaven. De uitvoering van de visie en het beleid rondom die opgaven wordt voor de periode van 2009-2030 op robuuste wijze ingezet. Dit doet de gemeente door in een visie op de (middel) lange termijn - op strategisch niveau- richting te geven aan de ontwikkelingen in de samenleving en aan de eigen positie in de regio. Deze strategische visie bevat een aantal fundamentele keuzes voor de gewenste toekomstrichting van de gemeente Moerdijk. Daarnaast bevat het een aantal nieuwe randvoorwaarden op hoofdlijnen en voor de langere termijn. De strategische visie bevat de missie van de gemeente Moerdijk op weg naar 2030 en een strategie om deze te bereiken. Het is de rode draad voor het totale beleid van de gemeente Moerdijk. Vanuit deze gedachte is het gemeentelijke beleid gebundeld en zijn er drie paraplunota’s opgesteld. Dit zijn de paraplunota Maatschappij, Economisch klimaat en Leefomgeving.
Maatschappij In de Paraplunota Maatschappij 2014-2030 zijn de ambities uitgewerkt om te bouwen aan een duurzame samenleving. Deze paraplunota kent vijf thema’s, te weten wonen, gezondheid, woonomgeving, sociale structuur en ondersteuning. Elke thema heeft een eigen ambitie, die is uitgewerkt in doelen en een uitvoeringsstrategie. Het streven van de gemeente ten aanzien van wonen is: iedere woning levensloopbestendig, duurzaam en veilig. Door vergrijzing neemt het aantal ouderen toe en door veranderingen in de zorg zullen mensen langer thuis blijven wonen. Het is van belang om de bestaande woningvoorraad hierop aan te passen. De belangrijkste speerpunten van dit beleid zijn: • Inwoners nemen de verantwoordelijkheid voor de eigen woonsituatie: mensen vragen zich op tijd af wat er voor nodig is om in de eigen woning te kunnen blijven wonen, ook als men straks ouder is. Ze letten op welke manier bespaard kan worden op de energiekosten en/of aanpassingen nodig zijn om bijvoorbeeld inbraken te voorkomen. • Zorgen voor keuzevrijheid of zo mogelijk maatwerk: inwoners krijgen zoveel mogelijk de kans om in hun woonbehoefte te voorzien. Niet alleen door het projectmatig bouwen, ook maatwerk is nodig. Zo hebben mensen iets te kiezen en zo kan de gemeente voorzien in de woonwensen die passen bij verschillende levensfasen. Betaalbaarheid van woningen is hierbij belangrijk.
• Passende huisvesting voor inwoners die aangewezen zijn op sociale huurwoningen. Met daarbij ook aandacht voor mensen die niet meer terecht kunnen in een sociale huurwoning maar ook niet in staat zijn een woning te kopen. Daarnaast is het van belang voldoende woonruimte beschikbaar te maken voor starters, senioren, mensen met een beperking en arbeidsmigranten. • Kwaliteit van de bestaande woningvoorraad: bestaande woningen zo kunnen verbouwen dat mensen in hun huis kunnen blijven wonen. Dit ondanks veranderende levensomstandigheden door bijvoorbeeld ouderdom, ziekte, handicap of bij vermindering van het inkomen. Ook moet er aandacht zijn voor duurzaamheid van de bestaande woningen, voor een schoon milieu, besparing op energiekosten en verbetering van het wooncomfort. Via terugdringing van woninginbraken wordt gewerkt aan verbetering van de veiligheid van woningen.
22
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Het Woonbeleid van de gemeente Moerdijk bestaat uit een Woonvisie, Woonprogramma en Woonplan. De Woonvisie, die op 16 december 2021 is vastgesteld, geeft voor de lange termijn op gemeenteniveau op hoofdlijnen de ambitie en doelstellingen op het gebied van wonen aan. De Woonvisie is grotendeels een bestendiging van de lijn die eerder is ingezet met onder andere de Strategische Visie Moerdijk 2030, de Structuurvisie Moerdijk 2030 en de Paraplunota Maatschappij 2O20-2030. Wel zijn er wat accentverschuivingen en is een paar nieuwe onderwerpen toegevoegd. ln het Woonprogramma wordt op basis van de provinciale bevolkings- en woningbehoefteprognose, het woningbehoefteonderzoek en ontwikkelingen op de woningmarkt weergegeven wat op de middellange termijn nodig is om op kernniveau invulling te geven aan de ambities en doelstellingen uit de Woonvisie. Zo bedraagt de prognose dat er in de periode 2020-2030 ruim 1.365 woningen moeten worden gebouwd. Daar bovenop ligt er een extra woninbouwopgave in het kader van Logistiek Park Moerdijk van 900-1.170 woningen. Met het Woonplan stelt het college jaarlijks vast met welke projecten in dat jaar uitvoering gegeven wordt aan het woonprogramma. Het hoeft daarbij niet per definitie om woningbouwprojecten te gaan.