Bijlage 2 - Ruimtelijke onderbouwing d.d. 20 september 2023
Tekst van het document
Conclusie In de nieuwe situatie zal het verhard oppervlak toenemen met ca. 460 m². Bij een toename van het verhard oppervlak van meer dan 500 m² wordt de rekenregel door het waterschap toegepast en moeten er compenserende maatregelen worden getroffen. Geconcludeerd kan worden dat er op de planlocatie geen sprake is van een minimale bergingseis en dus niet van een waterbergingsopgave. In de nieuwe situatie wordt aan de noordzijde van de woningen een flauwe, natuurvriendelijke oever van ca. 180 m2 geïntroduceerd. Door het afgraven van de zuidelijke oever van deze A-watergang ontstaat er extra ruimte voor waterberging. De perceeleigenaar draagt de verantwoordelijkheid om overtollig hemelwater te bergen en/of te verwerken op zijn/ haar eigen terrein. Er ligt de kans om binnen het plangebied duurzaam om te gaan met hemelwater. Op een aantal plaatsen binnen het plangebied is infiltratie na grondverbetering mogelijk. 5.3.4 Wegverkeerslawaai & spoorweglawaai Bij het ontwikkelen van een nieuw ruimtelijk plan is het belangrijk rekening te houden met geluidsbronnen en de mogelijke hinder of overlast daarvan voor mensen. De beoordeling van het aspect geluid in ruimtelijke plannen vindt zijn grondslag in de Wet geluidhinder. Daarnaast vindt de beoordeling zijn grondslag in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), op grond van een goed woon- en leefklimaat.
In het kader van de Wet geluidhinder (Wgh) moet voor het oprichten van geluidsgevoelige bestemmingen (woningen, scholen, ziekenhuizen, etc.), die binnen de onderzoekszone van (spoor)wegen liggen, een toets aan de geluidsnormen plaatsvinden. In de Wet Geluidhinder (Wgh) worden eisen gesteld aan de toelaatbare geluidsbelasting op de gevels van nog niet geprojecteerde woningen langs een bestaande weg of spoor in stedelijk en buitenstedelijk gebied. Voor woningen binnen een onderzoekszone is een maximaal toelaatbare geluidsbelasting (Lden) op de gevel ten gevolge van verkeerslawaai vastgesteld op 48 dB (voorkeursgrenswaarde) en een maximaal te verlenen ontheffingswaarde van 63 dB voor het binnenstedelijk gebied. 40
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Binnen de Wet geluidhinder wordt een woning gezien als een geluidgevoelig object. De locatie is gelegen binnen de geluidzone van de gezoneerde weg Hoge Zeedijk. Verwacht wordt dat deze weg akoestisch niet relevant zal zijn. Desalniettemin dient conform de Wet geluidhinder aangetoond te worden wat de geluidgevelbelasting ter plaatse van de woningen bedraagt. Tritium Advies B.V heeft middels een SRM-I berekening de geluidbelasting op de zuidgevel van de woningen ten gevolge van het wegverkeer inzichtelijk gemaakt. De resultaten van dit akoestisch onderzoek zijn vervat in de memo ‘Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai SRM-I Hoge Zeedijk N1292 te Langeweg, Tritium Advies B.V., Documentkenmerk 2306/110/CK-br01, 21 juni 2023’. Conclusie De uitkomsten van het onderzoek zijn als volgt: Wegverkeerslawaai Voor de Langeweg (N285) is een akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai vanwege de ruime afstand van circa 700 meter tot de planlocatie vanuit de Wgh niet noodzakelijk. De locatie ligt aan de Hoe Zeedijk (60 km/uur) dus voor deze weg is akoestisch onderzoek wel noodzakelijk. Vanwege het karakter van de Hoge Zeedijk en het feit dat het een doodlopende weg betreft, wordt verwacht dat deze enkel wordt gebruikt voor bestemmingsverkeer.
Derhalve zijn de verkeersgegevens van de Hoge Zeedijk ingeschat op basis van CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. De gemeente Moerdijk kan daarbij, gezien de omgevingsadressendichtheid, als ‘weinig-stedelijk’ worden beschouwd. Onderhavige locatie is beschouwd als ‘buitengebied’. Dit resulteert in een verkeersgeneratie van 112 bewegingen per etmaal voor de woningen aan de Hoge Zeedijk. Het is een worst-case benadering dat de voertuigen van de aan deze weg gelegen woningen allen het plangebied zullen passeren. Voor de verdeling van lichte, middelzware en zware motorvoertuigen over dag-, avond- en nachtperiode is gebruik gemaakt van het door het ministerie van VROM uitgegeven rapport “bepaling van verkeersgegevens ten behoeve van de Wet geluidhinder”, GF-DR-35-01. De Hoge Zeedijk is hierbij als een streekweg beschouwd. Als maatgevende toetshoogte voor de begane grond en de eerste verdieping is 1,5 en 4,5 meter boven maaiveld aangehouden. De nieuwe woningen zijn gesitueerd op een afstand van respectievelijk 16,8 en 19,0 meter tot de wegas van de Hoge Zeedijk. Voor deze weg is de volledige zichthoek van 127° (conform RMG2012) aangehouden. Voor de Hoge Zeedijk geldt dat de geluidbelasting ten gevolge van het wegverkeer op deze weg de voorkeursgrenswaarde van 48 dB op de zuidgevel van de woningen niet overschrijdt.
De maximale geluidsbelasting op de woningen is 42 dB. Bij toepassing van standaard geluidwerende materialen en maatregelen is een acceptabel akoestisch woon- en leefklimaat gewaarborgd. Spoorweglawaai Op circa 500 meter ten noorden van de planlocatie ligt een spoorlijn. Het betreft het spoortraject Dordrecht Roosendaal. Voor spoorwegen die zijn aangegeven op de geluidplafondkaart wordt in art. 1.4a Bgh de omvang van de geluidzone geregeld. De breedte van de geluidzone van het nabij gelegen spoortraject bedraagt 300 meter. De nieuwe geluidsgevoelige bestemmingen komen buiten de geluidzone voor spoorweglawaai van 300 meter te liggen. Een akoestisch onderzoek naar spoorweglawaai is vanwege de ruime afstand tussen de planlocatie en het spoortraject gezien vanuit de Wgh niet noodzakelijk. Uiteraard zullen de nieuwe woningen aan het binnenniveau van 33 dB moeten voldoen, waarmee sprake is van een acceptabel woon- en leefklimaat. 5.3.5
Bedrijven en milieuzonering
Beleid Om te komen tot een ruimtelijk relevante toetsing van bedrijfsvestigingen op milieuhygiënische aspecten wordt het begrip milieuzonering gehanteerd. Onder milieuzonering wordt verstaan een voldoende ruimtelijke scheiding tussen enerzijds milieubelastende bedrijven of inrichtingen en anderzijds milieugevoelige gebieden zoals woonwijken. Om het begrip hanteerbaar te maken is gebruik gemaakt van de publicatie ‘Bedrijven en milieuzonering’ van de VNG. Bedrijven zijn hierin opgenomen in een tabel, die is ingedeeld in milieucategorieën, waarbij per bedrijf is aangegeven wat de afstand tot een rustige woonwijk dient te zijn (de zogenaamde afstandentabel). Deze afstanden kunnen als basis worden gehanteerd, maar zijn indicatief. Er kan (enigszins) van afgeweken worden in situaties waarin geen sprake is van een rustige woonwijk of bij afwijkende bedrijven. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
41
In het algemeen wordt door middel van het aanbrengen van een zonering tussen bedrijvigheid en woonbebouwing de overlast ten gevolge van de bedrijfsactiviteiten zo laag mogelijk gehouden. In de omgeving van de planlocatie zijn planologisch gezien meerdere bedrijven mogelijk. In onderstaande tabel en figuur 5.6 worden de omliggende bedrijven inclusief richtafstanden weergeven. Adres
Type bedrijf
Categorie Richtafstand Feitelijke afstand tot plangebied Hoge Zeedijk 58 Akker- en vollegrondstuinbouw 2 30 m ca. 170 m De Langeweg 13-A Glastuinbouw (sierteelt) 2 30 m ca. 400 m Hoge Zeedijk 15 Akker- en vollegrondstuinbouw 2 30 m ca. 430 m De Langeweg 13-B Glastuinbouw (sierteelt) 2 30 m ca. 520 m Schenkeldijk(ong. 40) Nuts voorziening (elektriciteit) 2 30 m ca. 730 m
Voldoet Ja Ja Ja Ja Ja
Schenkeldijk(ong.40) Hoge Zeedijk 15 Hoge Zeedijk 58
De Langeweg 13-A De Langeweg 13-B Figuur 5.6: Overzicht nabijgelegen bedrijven, planlocatie rood omcirkeld
Conclusie In de omgeving van de planlocatie zijn planologisch gezien meerdere (agrarische) bedrijven mogelijk. Op de percelen aan de Hoge Zeedijk 58, en de Hoge Zeedijk 15 is de functieaanduiding ‘specifieke vorm van agrarischvoormalig agrarisch bedrijf’ opgenomen. Ter plaatse van deze functieaanduiding zijn agrarische bedrijven toegestaan die onder milieucategorie 2 vallen. De richtafstanden voor bedrijven in deze categorie is 30 meter. De feitelijke afstand tussen de planlocatie en het perceel aan de Hoge Zeedijk 58 bedraagt circa 170 meter. De feitelijke afstand tussen de planlocatie en het perceel aan de Hoge Zeedijk 15 bedraagt circa 430 meter. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Ten zuiden van de planlocatie, aan De Langeweg 13-A en 13-B, is de functieaanduiding ‘glastuinbouw’ opgenomen. Ter plaatse van deze functieaanduiding zijn agrarische bedrijven toegestaan die onder milieucategorie 2 vallen. De richtafstanden voor bedrijven in deze categorie is 30 meter. De feitelijke afstand tussen de planlocatie en het perceel aan De Langeweg 13-A bedraagt circa 400 meter. De feitelijke afstand tussen de planlocatie en het perceel aan de De Langeweg 13-B bedraagt circa 520 meter. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Ten oosten van de planlocatie, aan de Schenkeldijk (ong.40) is een bedrijfsbestemming gelegen.
Het betreft een nutsvoorziening behorende tot categorie 2 met een richtafstand van 30 meter. De feitelijke afstand tussen de planlocatie en het perceel aan De Langeweg 13-A bedraagt circa 730 meter. Er wordt ruim voldaan aan de richtafstand. Aan de richtafstand van omliggende bedrijven kan ruimschoots worden voldaan. Aangezien er op een kortere afstand tot de bedrijven reeds bestaande kwetsbare objecten (woningen) zijn gelegen worden de uitbreidingsmogelijkheden van deze bedrijven niet door de beoogde ontwikkeling beperkt. Geconcludeerd wordt dat ten aanzien van het aspect “milieuzonering bedrijven” er geen beperkingen zijn voor de geplande ontwikkeling ter plaatse van de planlocatie.
42
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5.3.6 Wet geurhinder en veehouderij Vanaf 1 januari 2007 vormt de Wet geurhinder en veehouderij (Wgv) het toetsingskader als het gaat om geurhinder afkomstig van dierenverblijven van individuele veehouderijen. De geuremissie is afhankelijk van het aantal en soort dieren dat binnen de inrichting aanwezig is. In de aan de Wgv gekoppelde Regeling geurhinder en veehouderij (Rgv) is per diercategorie een geuremissiefactor vastgesteld, uitgedrukt in Europese odour units per tijdseenheid per dier (ouE/s/dier). De totale geuremissie van een veehouderij is de som van alle geuremissies van de verschillende diercategorieën die binnen de inrichting aanwezig zijn. In artikel 3 van de Wgv zijn de geurnormen (maximale geurbelasting) opgenomen. Voor bedrijven met diercategorieën waarvoor een geuremissie is vastgesteld dient de geurbelasting te worden berekend. Diercategorieën met een geuremissiefactor en diercategorieën zonder een geuremissiefactor worden apart van elkaar beoordeeld. Beide diercategorieën moeten voldoen. Er zijn ook diercategorieën waarvoor geen geuremissiefactor is vastgesteld. Hiervoor gelden minimaal aan te houden afstanden. Deze zijn opgenomen in artikel 4 van de Wgv.
De volgende minimale afstandseisen zijn dan van toepassing: • 100 meter bij ontwikkelingen gelegen binnen de bebouwde kom • 50 meter bij ontwikkelingen gelegen buiten de bebouwde kom Bij het onderscheid binnen de bebouwde kom/buiten de bebouwde kom gaat het om de ligging van het geurgevoelige object. In dit geval is het geurgevoelige object gelegen buiten de bebouwde kom en geldt dus een minimale afstand van 50 meter. In de Wgv is in artikel 6.1 opgenomen dat gemeenten middels een geurverordening binnen bepaalde bandbreedten mogen afwijken van de wettelijke standaardnormen. De gemeente Moerdijk heeft geen geurverordening vastgesteld. In de omgeving van de planlocatie zijn enkele agrarische bedrijven gelegen, zie figuur 5.7. De bedrijven zijn individueel getoetst aan de Wgv. Hoge Zeedijk 48 Rundveehouderij ca. 500 meter
ca. 760 meter
Hamseweg 11 Paarden- en rundveehouderij
ca. 480 meter De Langeweg 15 Manege
Figuur 5.7: Overzicht nabijgelegen agrarische bedrijven, planlocatie rood omcirkeld
Hoge Zeedijk 48 - Rundveehouderij Aan de Hoge Zeedijk 48 worden twee verschillende diercategorieën gehouden. Dit betreffen dieren met een geuremissiefactor (vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden) en dieren zonder geuremissiefactor (zoogkoeien ouder dan 2 jaar). Omdat er voor zoogkoeien ouder dan 2 jaar geen geuremissiefactor is vastgesteld geldt vanuit de Wgv een minimale afstandseis. Deze is 50 meter. De feitelijke afstand van de veehouderij tot de planlocatie bedraagt circa 500 meter en voldoet daarmee aan de minimale afstand van 50 meter. Voor vleesstieren en overig vleesvee van circa 8 tot 24 maanden is wel een geuremissiefactor bekend. Hamseweg 11 - Paarden- en rundveehouderij Aan de Hamseweg 11 worden twee verschillende diercategorieën gehouden. Dit betreffen dieren met een geuremissiefactor (vleeskalveren tot circa 8 maanden) en dieren zonder geuremissiefactor (volwassen paarden). Omdat er voor volwassen paarden geen geuremissiefactor is vastgesteld geldt vanuit de Wgv een minimale afstand van 50 meter. De feitelijke afstand tot de planlocatie is circa 760 meter. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
43
Daarmee wordt ruim voldaan aan de minimale vaste afstand van 50 meter. Voor de vleeskalveren is wel een geuremissiefactor bekend. Langeweg 15 - Manege Aan de Langeweg 15 is een manege gelegen waar volwassen paarden worden gehouden. Voor paarden is geen geuremissiefactor vastgesteld wat betekent dat er rekening moeten worden gehouden met een minimale afstand van 50 meter. De feitelijke afstand tot de planlocatie bedraagt circa 480 meter. Daarmee wordt ruimschoots voldaan aan de minimale afstand van 50 meter. Achtergrondbelasting geur Naast de toetsing aan de Wgv is inzichtelijk gemaakt wat de huidige achtergrondbelasting geur is in de omgeving van de planlocatie. Volgens de kaart ‘Achtergrondbelasting geur maart 2022’ van de provincie Noord-Brabant is er op de planlocatie sprake van een zeer goede luchtkwaliteit als het gaat om achtergrondbelasting van geur, zie figuur 5.8. De kaart laat vooral de berekeningen voor concentratiegebieden zien. Het initiatief is gelegen in een nietconcentratiegebied. De leefkwaliteit zoals aangegeven op de kaart kan dus feitelijk iets minder gunstig zijn.
Figuur 5.8: Uitsnede kaart achtergrondbelasting geur Noord-Brabant, planlocatie zwart omcirkeld
Bedrijfsvoering veehouderijen Tussen de planlocatie en de hierboven beschreven veehouderijen zijn meerdere woningen gesitueerd. Deze woningen zijn bepalend voor de bedrijfsvoering en uitbreidingsmogelijkheden van de veehouderijen. De beoogde ontwikkeling van de twee vrijstaande woningen zal de veehouderijen niet beperken in de bedrijfsvoering. Conclusie Het aspect geur vormt geen belemmering voor de beoogde ontwikkeling. Veehouderijen worden niet in hun belangen geschaad en er is voor de twee nieuwe woningen sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat. 5.3.7
Gezondheid
Spuitzones Een spuitzone is de ruimte rondom een bepaald gebied waar gewassen bespoten worden. Het gaat bij de spuitzones om de afstand tussen gevoelige functies, zoals wonen, waarbij gewasbeschermingsmiddelen worden gebruikt. In de bestaande situatie met de bestemming ‘Tuin’ is al sprake van een gevoelige functie voor Gewasbeschermingsmiddelen. Aan de gevoelige functie zullen twee gevoelige objecten (woningen) worden toegevoegd. In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt hier een nadere afweging gemaakt tussen het gebruik van gewasbeschermingsmiddelen en de volksgezondheid. Er bestaan geen wettelijke bepalingen over de minimaal aan te houden afstanden tussen gronden waarop chemische bestrijdingsmiddelen worden gebruikt bij de teelt van gewassen en nabijgelegen gevoelige bestemmingen. In de praktijk wordt een spuitzone aangehouden van 50 meter, gemeten vanaf de bestemmingsgrens. Een kleinere afstand is mogelijk, als dat goed onderbouwd wordt. Daarnaast kan het zijn dat gepaste maatregelen genomen moeten worden om drift te voorkomen of overdrachtsmaatregelen zoals bijvoorbeeld een dichte haag.
44
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Het plangebied is direct aansluitend aan landbouwgronden gelegen. Er wordt dus niet voldaan aan de richtafstand van 50 meter. Hierbij moet worden opgemerkt dat die richtafstand met name is bedoeld voor gewassen die verticaal bespoten moeten worden, zoals boomgaarden. Grondgewassen worden altijd neerwaarts bespoten, wat de drift aanzienlijk beperkt. In de omgeving van de planlocatie komen geen boomgaarden voor en de aangrenzende agrariërs hebben geen voornemen om grondgewassen om te zetten naar een boomgaard. Daarnaast wordt in Nederland doorgaans gebruik gemaakt van driftarme doppen om mogelijke drift die ontstaat bij de bespuiting tot een minimum te beperken. Deze spuitdoppen worden getest op windsnelheden waaronder geen sprake meer is van een gevaar voor de volksgezondheid. Deze maximale windsnelheid is vastgesteld op 5 m/s. Hiervan uitgaande zal in de beoogde situatie niet gespoten worden bij een windsnelheid van 5 m/s op spuithoogte. Daarbij wordt opgemerkt dat het gebruik bij een hogere windsnelheid ook een negatief effect heeft op de werking van de te gebruiken bestrijdingsmiddelen waardoor ondernemer gebaat is bij gebruik bij een lage windsnelheid. Tussen de nieuwe woningen en de aangrenzende landbouwgronden zijn landschapselementen (hagen en opgaande beplanting) gesitueerd. Hierdoor wordt voorkomen dat eventuele drift tot aan de woningen reikt.
Dit betreft een beukenhaag (Fagus Sylvatica). Een beukenhaag behoudt het blad gedurende de wintermaanden waardoor de haag het gehele jaar door een afschermende werking heeft. Daarnaast is het zo dat gewassen met name bespoten worden buiten de wintermaanden om, wanneer de haag voller in blad staat. De beukenhaag wordt circa 0,5 meter breed en circa 2 meter hoog. Tussen de landbouwgronden en de percelen van de woningen is tevens een circa 6 meter brede landschappelijke strook opgenomen die zal worden aangeplant met lage beplanting. Zoönosen Een zoönose is een infectieziekte die van dier op mens kan worden overgedragen. Overdracht van zoönosen vindt meestal plaats via voedsel of door contact met dieren of mest. Ziekteverwekkers die zich via de lucht verspreiden zouden voor omwonenden een risico kunnen opleveren, met name tijdens uitbraken omdat er dan grote hoeveelheden micro-organismen op het bedrijf zijn. Bij ontwikkeling of planvorming van veehouderijen is het belangrijk om mogelijke gezondheidseffecten in een risicoinventarisatie en -evaluatie af te wegen, rekening houdend met de lokale omstandigheden. In de directe omgeving van de planlocatie zijn geen veehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde veehouderijen liggen op een afstand van circa 500 meter van de planlocatie.
Vanwege de ruime afstand tot de dichtstbijzijnde veehouderij kan er gesteld worden dat er ter plaatse van de planlocatie geen vergrote kans is op de transmissie van een zoönose. Endotoxines Endotoxine-belasting in veedichte gebieden kan worden toegerekend aan de uitstoot van veehouderijen. Voor endotoxinen is nog geen wettelijke norm vastgesteld. Er is een advieswaarde voor omwonenden door de Gezondheidsraad voorgesteld (30 EU/m3) die door het ondersteuningsteam en de GGD is overgenomen. Afstanden, waarbinnen deze advieswaarde wordt overschreden, zijn te berekenen door middel van het Endotoxinetoetsingskader. Factoren die de grootste mate van invloed hebben op endotoxine-concentraties in de lucht zijn de afstand van een object tot een veehouderij en het aantal dieren. Naast de diersoorten die een hoge stofemissiefactor hebben, dragen diersoorten met een lage stofemissiefactor ook bij aan de opeenstapeling van de endotoxineconcentraties in de lucht. Kortdurende (enkele uren) uitstoot van grote hoeveelheden endotoxinen hebben waarschijnlijk meer effect op de gezondheid van omwonenden dan de jaargemiddelden. In de directe omgeving van de locatie zijn geen intensieve veehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde veehouderij betreft de veehouderij aan de Hoge Zeedijk 48. Deze ligt op een afstand van circa 500 meter. Hier worden in totaal 140 koeien gehouden.
Vanwege het feit dat er maar een beperkt aantal veehouderijen in de omgeving van de planlocatie zijn gesitueerd, en vanwege het ontbreken van intensieve veehouderijen is er geen sprake van een veedicht gebied. Daarnaast is de heersende windrichting (zuidwesten) gunstig in relatie tot de dichtstbijzijnde veehouderij aan de Hoge Zeedijk 48. De veehouderij is gelegen ten noordoosten van de planlocatie. Daarmee kan gesteld worden dat er op de planlocatie geen sprake zal zijn van een hoge endotoxine-belasting. Fijnstof Voor fijnstof zijn er wettelijke grenswaarden opgesteld, maar ook onder de in de wet genoemde grenswaarden kunnen gezondheidseffecten optreden. De normen zijn gebaseerd op de fijnstof afkomstig van verkeer waarvan de samenstelling afwijkend is ten opzichte van het fijnstof afkomstig van veehouderij. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
45
Fijnstofemissies door veehouderijen In de omgeving van de planlocatie zijn geen geitenhouderijen of pluimveehouderijen aanwezig. De dichtstbijzijnde pluimveehouderij betreft de pluimveehouderij aan de Koekoekendijk 10 op circa 3km afstand van de planlocatie. Gesteld kan worden dat er geen sprake is van een vergroot risico op longziekten als gevolg van een hogere fijnstofuitstoot door pluimvee- of geitenhouderijen. Fijnstofemissies door verkeer De Langeweg (Rijksweg N285) ligt op circa 700 meter afstand van de planlocatie en is één van de hoger belaste verkeerswegen in de omgeving. In het kader van een goede ruimtelijke ordening is een indicatie van de luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie gegeven. Dit is gedaan aan de hand van de NSL-monitoringstool die bij het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit hoort. Volgens de gegevens uit de NSL monitoringstool zoals weergegeven in paragraaf 5.3.8 is de luchtkwaliteit ter plaatse van het rekenpunt met identificatienummer 16024628 aanvaardbaar. Aannemelijk is dat de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijnstof, ter plaatse van het rekenpunt, in de nabijheid van de drukke verkeersweg, hoger zijn dan de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van de planlocatie aan de Hoge Zeedijk. Daarmee kan er gesteld worden dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie aanvaardbaar is.
Fijnstofemissies door industrie De planlocatie is op circa 3,4 kilometer afstand gelegen van het industriegebied Moerdijk. Zoals in het bovenstaande wordt gesteld is volgens de gegevens uit de NSL monitoringstool de luchtkwaliteit ter plaatse van het rekenpunt met identificatienummer 16024628 aanvaardbaar. Dit is het dichtstbijzijnde rekenpunt gezien vanaf de planlocatie. Aannemelijk is dat de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen, waaronder fijnstof, ter plaatse van het rekenpunt, in de nabijheid van de drukke verkeersweg, hoger zijn dan de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van de planlocatie aan de Hoge Zeedijk. Daarnaast is de heersende windrichting (zuidwesten) gunstig ten aanzien van de ligging van het industriegebied Moerdijk. Het industriegebied is gelegen ten noordwesten van de planlocatie. Daarmee kan er gesteld worden dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie aanvaardbaar is. Ammoniak Bij het aspect ammoniak en veehouderij in het bestemmingsplan gaat het erom dat aan de ene kant bronnen van ammoniakemissie (veehouderijen) worden toegelaten en aan de andere kant ammoniakgevoelige gebieden aanwezig zijn. Ammoniakgevoelige gebieden zijn gebieden die door Provinciale Staten zijn aangewezen als ‘zeer kwetsbare gebieden’ op grond van de Wet ammoniak en veehouderij.
Tijdens of na perioden van verhoogde ammoniakconcentraties neemt de longfunctie bij mensen af. De omzetting naar secundair fijnstof, dat gevormd wordt uit ammoniak, speelt hierin een rol. Deze omzetting gebeurt in de hogere luchtlagen van de atmosfeer. Het effectgebied van secundair fijnstof ligt daardoor ver buiten de leefomgeving van omwonenden en heeft effect op de volksgezondheid. Voorliggend plan betreft de ontwikkeling van twee vrijstaande woningen in het buitengebied. Er worden geen nieuwe functies toegevoegd die een veehouderij of een uitbreiding van een bestaande veehouderij hier mogelijk maken. Daarmee is er geen sprake van een toename in de ammoniakemissie als gevolg van de beoogde ontwikkeling. Er is op de planlocatie geen sprake van een ammoniakgevoelig gebied zoals een Ecologische HoofdStructuur (EHS). Conclusie Gelet op het bovenstaande kan worden geconcludeerd dat er wordt voldaan aan de minimaal aan te houden afstanden tussen de agrarische bedrijven en de Ruimte-voor-Ruimte woningen. De agrarische bedrijven worden niet beperkt in hun bedrijfsvoeringals gevolg van de beoogde ontwikkeling. Er is op de locatie geen negatief effect te verwachten als gevolg van spuitzones, zoönosen, endotoxines, fijnstof en ammoniak. Er kan worden geconcludeerd dat er sprake is van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ter plaatse van de nieuwe woningen.
46
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5.3.8 Luchtkwaliteit Sinds 2007 is de nieuwe Wet luchtkwaliteit in werking getreden. In deze wet zijn grenswaarden opgenomen die bindend zijn voor de overheid. In de wet wordt aangegeven dat bij uitoefening van bestuurlijke bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit ten aanzien van een bepaalde luchtverontreinigende stof de betreffende grenswaarden in acht moeten worden genomen. Omdat grenswaarden bindend zijn, stellen ze beperkingen aan activiteiten waardoor overschrijding van de grenswaarden voor de buitenluchtkwaliteit geldt. De geringe omvang van het plan impliceert dat ‘in niet betekenende mate wordt bijgedragen’ aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De monitoring van het NSL (Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit) is als verplichting opgenomen in artikel 5.14 van de Wet Milieubeheer (Wm). Het verplicht betrokken bestuursorganen om jaarlijks aan de minister van Infrastructuur en Milieu te rapporteren over de voortgang en uitvoering van de maatregelen en projecten die in het NSL zijn opgenomen en over de effecten daarvan op de luchtkwaliteit. Voor het berekenen van de effecten op de luchtkwaliteit is de Monitoringstool ontwikkeld. Dit is een website waar de invoergegevens voor de berekeningen zijn verzameld. De kaart van de Monitoringstool toont de informatie van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL).
In het kader van de Monitoringstool zijn rekenpunten gedefinieerd langs wegen. Zo ook langs wegen binnen de gemeente Moerdijk. Het rekenpunt dat het meest nabij het plangebied is gelegen, betreft rekenpunt met identificatienummer 16024628. Dit rekenpunt is rood omcirkeld weergegeven in figuur 5.9. Uit de kaart van de Monitoringstool volgt per rekenpunt de te verwachten luchtkwaliteit, rekening houden met onder andere achtergrondconcentraties en bijdragen van omliggende bronnen zoals wegverkeer. In figuur 5.10 is de luchtkwaliteit gepresenteerd voor het rekenpunt met identificatienummer 16024628 voor de jaren 2021 en 2030.
Figuur 5.9: NSL kaart, planlocatie zwart omcirkeld, rekenpunt rood omcirkeld
Figuur 5.10: NSL monitoring gegevens voor rekenpunt met identificatienummer 16024628, 2020 (boven) en 2030 (onder) Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
47
Het rekenpunt is gelegen ten zuiden van de planlocatie aan De Langeweg (Rijksweg N285). De Rijksweg is een van de hoger belaste verkeerswegen in de omgeving. Aannemelijk is dat de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van het rekenpunt, in de nabijheid van de drukke verkeersweg, hoger zijn dan de concentraties aan luchtverontreinigende stoffen ter plaatse van de planlocatie aan de Hoge Zeedijk. Volgens de gegevens uit de NSL monitoringstool is de luchtkwaliteit ter plaatse van het rekenpunt met identificatienummer 16024628 aanvaardbaar. Daarmee kan er vanuit worden gegaan dat de luchtkwaliteit ter plaatse van de planlocatie ook aanvaardbaar is. Niet in betekenende mate bijdragen In de Algemene Maatregel van Bestuur ‘Niet in betekenende mate bijdragen’ (Besluit NIBM) en de ministeriële regeling NIBM (Regeling NIBM) zijn de uitvoeringsregels vastgelegd die betrekking hebben op het begrip NIBM. Per 1 augustus 2009 geldt als NIBM 3% van de grenswaarde. In de Regeling NIBM is een lijst met categorieën van gevallen opgenomen die Niet in Betekenende Mate bijdragen aan de luchtverontreiniging (specifiek gekwantificeerde bedrijfsactiviteiten of het realiseren van kantoor- en woningbouwlocaties in een maximale omvang). Deze gevallen kunnen zonder toetsing aan de grenswaarden voor het aspect luchtkwaliteit uitgevoerd worden.
Ook als het bevoegd gezag op een andere wijze, bijvoorbeeld door berekeningen, aannemelijk kan maken dat het geplande project NIBM bijdraagt, kan toetsing aan de grenswaarden voor luchtkwaliteit achterwege blijven. Om versnippering van in betekenende mate (IBM) projecten in meerdere NIBM-projecten te voorkomen is in het Besluit NIBM een anti-cumulatieartikel opgenomen. In de Handreiking NIBM is de toepassing van het Besluit NIBM en de Regeling NIBM toegelicht en uitgewerkt. De bijdrage van NIBM-projecten aan de luchtverontreiniging wordt binnen het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL) gecompenseerd met algemene maatregelen. NIBM-tool Voor kleinere ruimtelijke plannen verkeersplannen die effect kunnen hebben op de luchtkwaliteit heeft het ministerie van Infrastructuur en Milieu in samenwerking met Kenniscentrum InfoMil een specifieke rekentool ontwikkeld. Daarmee kan op een eenvoudige en snelle manier worden bepaald of een plan niet in betekende mate bijdraagt (NIBM) aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. Het doel van deze tool is: • Eenvoudig en snel bepalen of een plan in betekende mate bijdraagt aan de concentratie van een stof in de buitenlucht. • Het beperken van de onderzoekslast bij kleinere projecten.
• Het vaststellen van grenzen voor het aantal extra voertuigbewegingen, dat niet zal leiden tot een concentratietoename die groter is dan de grens voor niet in betekende mate. Een inschatting van het aantal verkeersbewegingen op basis van de door CROW voor verkeersgeneratie gepubliceerde kencijfers leidt voor onderhavige initiatief tot een gemiddelde van ca. 8,2 voertuigbewegingen per etmaal per woning. Geconcludeerd kan worden dat met ca. 16,4 extra voertuigbewegingen die van en naar de locatie plaats zullen vinden, de bijdrage van het extra verkeer niet in betekende mate bijdraagt aan een verslechtering van de luchtkwaliteit. Zie Worst-case berekening voor de bijdrage van het extra verkeer als ook onderstaande afbeelding. gevolg van een plan op de luchtkwaliteit, GCN2022 Jaar van planrealisatie
2023
Extra verkeer als gevolg van het plan Extra voertuigbewegingen (weekdaggemiddelde)
16,4
Aandeel vrachtverkeer
10,0%
NO2 in μg/m3
0,03
PM10 in μg/m3
0,00
Maximale bijdrage extra verkeer Grens voor "Niet In Betekenende Mate" in μg/m3 Conclusie
1,2
De bijdrage van het extra verkeer is niet-in-betekenende-mate; geen nader onderzoek nodig
Figuur 5.11: Rekenresultaten NIBM-tool
Conclusie De huidige luchtkwaliteit vormt geen belemmering voor de realisatie van het plan. Het plan is dermate beperkt van aard dat het niet in betekenende mate bijdraagt aan verslechtering van de luchtkwaliteit. Grenswaarden worden niet overschreden als gevolg van deze ontwikkeling. Het aspect luchtkwaliteit vormt derhalve geen belemmering voor het voorgenomen initiatief.
48
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5.3.9 Externe veiligheid Het externe veiligheidsbeleid is gericht op de beperking en/of beheersing van de risico’s voor de omgeving vanwege gevaarlijke stoffen binnen inrichtingen en het vervoer van gevaarlijke stoffen. Het uitgangspunt van het beleid is dat burgers voor de veiligheid van hun omgeving mogen rekenen op een minimumbeschermingsniveau (plaatsgebonden risico). Daarnaast moet in relevante situaties de kans op een groot ongeluk met meerdere slachtoffers (het groepsrisico) worden afgewogen en verantwoord binnen het invloedsgebied. Voor (de omgeving van) de meest risicovolle bedrijven is het “Besluit externe veiligheid inrichtingen” (Bevi) van belang. Aanvullend zijn in het Vuurwerkbesluit en Activiteitenbesluit (Besluit algemene regels inrichtingen milieubeheer) veiligheidsafstanden genoemd die rond minder risicovolle inrichtingen moeten worden aangehouden. Daarnaast is het toetsingskader voor de omgeving van transportassen en buisleidingen voor het vervoer van gevaarlijke stoffen vastgelegd in het “Besluit externe veiligheid transportroutes” en het “Besluit externe veiligheid buisleidingen”(Bevb). Plaatsgebonden risico Het plaatsgebonden risico is de kans per jaar dat een onbeschermd individu overlijdt als gevolg van een ongeval met gevaarlijke stoffen.
Dit plaatsgebonden risico wordt vertaald naar een risicocontour rondom een risicobron (bijvoorbeeld een inrichting of een weg). De maatgevende grens is de 10-6 contour, dit is de kans van 1 op 1 miljoen dat een onbeschermd persoon omkomt per jaar. Groepsrisico Het groepsrisico is de kans dat een groep van 10 of meer personen gelijktijdig overlijdt door een ongeval met gevaarlijke stoffen. Het groepsrisico is bedoeld om een inschatting te maken ten aanzien van de maatschappelijke ontwrichting in het geval van een calamiteit. Voor het groepsrisico geldt een oriëntatiewaarde in de verantwoording (dit betekent dat er gemotiveerd van mag worden afgeweken). Elke verandering van het groepsrisico in het invloedsgebied van een risicobron moet verantwoord worden. Hierbij moet ingegaan worden op de wijze waarop deze verandering in het groepsrisico is betrokken bij de besluitvorming. Tevens moeten kwalitatieve aspecten beoordeeld worden, zoals zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid. In het kader van de verantwoording van het groepsrisico moet advies gevraagd worden aan de regionale brandweer. In het kader van deze ruimtelijke onderbouwing heeft Tritium Advies B.V. een quickscan externe veiligheid uitgevoerd.
De resultaten van deze quickscan zijn vervat in het rapport ‘Quickscan Externe Veiligheid Hoge Zeedijk (ong.) te Langeweg, Tritium Advies B.V, Documentkenmerk 2110/079/EH-05.A, 11 januari 2023’.
Figuur 5.12: Uitsnede risicokaart, planlocatie rood omcirkeld
Uit de uitgevoerde inventarisatie is gebleken dat er een aantal risicobronnen in de omgeving van het plangebied zijn gesitueerd, namelijk de A16/A59, de spoorlijnen Lage Zwaluwe – Zevenbergen en Lage Zwaluwe – Prinsenbeek, een PRB-leiding, een inrichting aan de Molenweg 17 te Langeweg, Afvalstoffen Terminal Moerdijk en Shell Moerdijk. Het plangebied is niet gelegen binnen de veiligheidsafstand van de inrichting aan de Molenweg 17 te Langeweg. Het plangebied is niet gelegen binnen de 1% letaliteitszone van de buisleiding. Het plangebied is tevens niet gelegen binnen 200 meter van een transportroute. In dat kader hoeft het groepsrisico niet te worden berekend. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
49
Het plangebied is wel gelegen binnen het invloedsgebied van de A16/A59 vanwege het vervoer van de stofcategorie GT4 (toxisch gas) en binnen het invloedsgebied van de spoorlijn Lage Zwaluwe – Zevenbergen vanwege het vervoer van de stofcategorieën B2 (toxisch gas), B3 (zeer toxisch gas) en D4 (zeer toxische vloeistof). Conform artikel 7 van de Bevt dient de verantwoordingsplicht voor het groepsrisico beperkt te worden verantwoord (aangaande de aspecten zelfredzaamheid en bestrijdbaarheid). Voor beide risicobronnen geldt enkel het toxisch scenario. Het plangebied is tevens gelegen binnen het invloedsgebied van de BRZO-inrichtingen Afvalstoffen Terminal Moerdijk en Shell Moerdijk vanwege het toxische scenario. Op basis het gemeenlijk beleid voor externe veiligheid zijn de beleidslijnen van toepassing voor zone III; het plangebied is gelegen binnen het invloedsgebied van transportroutes en risicovolle inrichtingen. In geval van een toxisch scenario geldt voor een transportroute een invloedsgebied van maximaal 1500 meter. Het plangebied is op een afstand van 2450 meter vanaf de A16/A59 gelegen, het groepsrisico hoeft voor de stofcategorie GT4 (toxisch gas) dus niet te worden verantwoord.
Het plangebied ligt op een afstand van 500 meter vanaf de spoorlijn Lage Zwaluwe – Zevenbergen en valt daarmee binnen het invloedsgebied van toxische stoffen waarvoor verantwoording van het groepsrisico geldt. Voor zone III geldt een groepsrisicoverantwoording op hoofdlijnen, welke hierna is opgenomen. Tevens kan voor de aspecten bestrijdbaarheid en zelfredzaamheid worden aangesloten bij de standaard verantwoording en het standaard advies van de gemeente Moerdijk. Verantwoording groepsrisico op hoofdlijnen Bij inrichtingen en op het spoor kan een ongeval plaatsvinden waarbij toxische stoffen een toxische wolk kunnen veroorzaken. De omvang van de giftige wolk is afhankelijk van de inrichting van de omgeving en de weersomstandigheden. Bij ongelukken met toxische vloeistoffen is het maatgevende scenario een plas waar toxische dampen vrijkomen. Deze plas ontstaat doordat de toxische vloeistof uit een lekkende tankauto loopt waarna de vloeistofplas uitdampt. Bronbestrijding is bij een toxische vloeistof mogelijk door het lek te dichten en de vloeistof af te dekken. Hierdoor wordt de verdamping verminderd. Voor toxische gassen kan alleen aan bronbestrijding worden gedaan indien het om een lekkage gaat. De brandweer kan dan proberen om het gat te dichten. Effectbestrijding is tevens mogelijk door de concentratie te verdunnen, bijvoorbeeld met behulp van een waterscherm.
Dit is alleen mogelijk als de brandweer tijdig aanwezig is. Bij het ineens vrijkomen van de gehele inhoud van een tank, zal deze effectbestrijding lastig te realiseren zijn. De mogelijkheden voor slachtofferreductie worden bepaald op basis van de mogelijkheden om de vergiftiging te behandelen. Slachtofferreductie is ook mogelijk door snelle ontruiming/evacuatie. Het niet of korter blootstellen aan een toxische stof zal het aantal slachtoffers verminderen. De standaard verantwoording groepsrisico van de gemeente Moerdijk is als bijlage opgenomen bij deze ruimtelijke onderbouwing. Bereikbaarheid Het is van belang dat de hulpdiensten tijdens een ramp of ongeval voldoende snel kunnen optreden. Een goede bereikbaarheid is hierbij van essentieel belang. De woningen zijn goed bereikbaar via de Hoge Zeedijk. De dichtstbijzijnde brandweerkazerne betreft de kazerne aan de Kristallaan 2 te Zevenbergen. De opkomsttijd bedraagt circa 9 minuten. Zelfredzaamheid Uitgangspunt is dat de aanwezige personen zelfredzaam zijn. Het plan beoogt niet specifiek een functie voor verminderd zelfredzame personen te realiseren. De aanwezige personen kunnen worden gealarmeerd door het landelijk waarschuwingsstelsel (WAS) en NL-alert en hierop zelfstandig reageren. Ten aanzien van het toxisch scenario is schuilen de beste vorm van zelfredzaamheid. Aanwezige personen kunnen in de woningen schuilen.
Bescherming tegen de effecten van een dergelijk ongeluk kan het beste door deuren en ramen te sluiten en de ventilatie van de woning met buitenlucht te staken. Belangrijke maatregelen hierbij zijn goede alarmering (d.m.v. het landelijk waarschuwingsstelsel (WAS) en NL-alert), goed afsluitbare ramen en deuren én het kunnen uitschakelen van de mechanische ventilatie. Conclusie Het bovenstaande in acht nemende vormt het aspect externe veiligheid geen belemmering voor het planvoornemen.
50
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
5.3.10 Kabels en leidingen Op de planlocatie zijn geen kabels of leidingen die vanuit planologisch opzicht van invloed kunnen zijn op de ontwikkeling. 5.3.11 Duurzaamheid Het is de ambitie om de woning duurzaam te ontwikkelen. De woningen worden gebouwd zonder gasaansluiting. Door het energieverbruik zoveel mogelijk te reduceren wordt een hoge energievraag voorkomen. 5.3.12 Verkeers- en sociale veiligheid Met het voornemen van de te bouwen woning zullen er meer verkeersbewegingen komen. Voor het bepalen van de toekomstige verkeersgeneratie van de nieuwe woning is gebruik gemaakt van de CROW publicatie 381 ‘Toekomstbestendig parkeren; van parkeerkencijfers naar parkeernormen’. Voor het bepalen van het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van het maximale aantal verkeersbewegingen. Als verdere uitgangspunten zijn genomen de stedelijkheidsgraad ‘weinig stedelijk’ en gebiedstype ‘rest bebouwde kom’. Het maximale aantal verkeersbewegingen per etmaal voor een vrijstaande koopwoning is 8,6. Als gevolg van de ontwikkeling van twee woningen zal het aantal verkeersbewegingen met circa 17 per dag toenemen. Deze toename is uiterst gering, en zal geen nadelige gevolgen hebben voor het bestaande wegennet. Er zal geen onevenredige aantasting plaatsvinden van de verkeers- en sociale veiligheid.
5.4 Vormvrije MER beoordeling Op 21 februari 2011 heeft de wetgever het Besluit milieueffectrapportage en het Besluit omgevingsrecht gewijzigd en op 7 juli 2017 is de herziene m.e.r.-richtlijn in werking getreden. De belangrijkste wijziging is onder andere: het meer in overeenstemming brengen van het Besluit m.e.r. met de Europese richtlijn m.e.r. Hierbij hebben onder andere de zogenaamde drempelwaarde voor activiteiten een indicatief karakter gekregen. Met deze wijziging is bepaald dat voor activiteiten die op de bij het besluit m.e.r. behorende C- en D lijst zijn opgenomen, áltijd aandacht aan m.e.r. geschonken dient te worden. Hierbij dient te worden bepaald of een m.e.r.-beoordeling noodzakelijk is. In algemene zin komt het erop neer dat voor activiteiten die behoren tot de C-lijst een m.e.r.-plicht volgt en voor activiteiten op die op de D-lijst zijn vermeld volgt óf een m.e.r.-beoordelingsplicht óf een motivering dat een m.e.r.(beoordeling) niet noodzakelijk is. Hierbij is de bij de activiteit behorende drempelwaarde onder andere van belang. Om te bepalen of een activiteit m.e.r.-plichtig of m.e.r.-beoordelingsplichtig is, conform het aangepaste Besluit m.e.r., is het type plan en het soort ontwikkeling van het plan van belang, zoals opgenomen in de Structuurvisie Ruimte (SVIR). Onderhavig ruimtelijke onderbouwing betreft een ontwikkelingsplan.
De activiteiten die door deze ruimtelijke onderbouwing mogelijk worden gemaakt behoren niet tot de C-en D-lijst, waardoor er geen directe m.e.r.-plicht is. In onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r. is de activiteit ‘de aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbegrip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen’ (D 11.2) opgenomen. Uit vaste rechtspraak volgt dat het begrip ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ ruimte voor interpretatie laat. Of sprake is van een ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ wordt bepaald door de concrete omstandigheden van het geval. Daarbij spelen de aard en omvang van de voorziene aanleg, wijziging of uitbreiding van de stedelijke ontwikkeling een rol. In het kader van de voorliggende ruimtelijke onderbouwing is relevant dat uit rechtspraak inmiddels volgt dat projecten met min of meer gelijke omstandigheden van het geval niet classificeren als ‘stedelijk ontwikkelingsproject’. Doorslaggevend voor dit oordeel is de geringe omvang en het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing. Het voorliggende plan maakt slechts een activiteit van geringe omvang (maximaal 2 vrijstaande woningen) en met een klein ruimtebeslag voor bebouwing mogelijk.
Nu het plan niet voorziet in een activiteit als genoemd in onderdeel D van de bijlage bij het Besluit m.e.r., behoeft geen reguliere of vormvrije m.e.r.-beoordeling te worden uitgevoerd. Conclusie Gelet op de geringe omvang van het project, het beperkte ruimtebeslag van de voorziene bebouwing, de in het kader van deze ruimtelijke onderbouwing uitgevoerde analyses en onderzoeken (zie voorgaande paragrafen) én het verschil tussen de daadwerkelijke activiteit in relatie tot de drempelwaarden waaruit een m.e.r.-beoordelingsplicht voortvloeit (vanaf 75 ha.), kan geconcludeerd worden dat bij de vaststelling van deze ruimtelijke onderbouwing geen onevenredige nadelige milieueffecten voortkomen die het uitvoeren van een (vormvrije) m.e.r.-beoordeling dan wel het doorlopen van de m.e.r.-procedure noodzakelijk maken. Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
51
6
Economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid
6.1 Economische uitvoerbaarheid Naast de planologische haalbaarheid van het project zoals getoetst in voorgaande paragrafen, zal ook inzicht moeten worden gegeven in de financiële uitvoerbaarheid van het project (artikel 3.1.6. van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro)). Onderdeel van de Wet ruimtelijke ordening vormt de mogelijkheid om bij de ontwikkeling van bouwlocaties een eerlijke verdeling van kosten en opbrengsten voor publieke voorzieningen af te dwingen. Dit vindt plaats door een exploitatieplan,waarin deze verdeelsleutel vastligt. In het Bro (artikel 6.2.1) is voorgeschreven voor welk type bouwplannen een exploitatieplan moet worden opgesteld, indien het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd. Het gaat om onder andere nieuwbouwplannen, zoals thans aan de orde. Uiteraard moet sprake zijn van kosten, die verhaalbaar zijn. Welke kosten verhaalbaar zijn (kostensoortenlijst) is ook in het Bro geregeld (artikel 6.2.3 t/m 6.2.5). Van een exploitatieplan kan worden afgezien indien het verhaal van kosten op een andere wijze verzekerd is en/of het instellen van inrichtingseisen via een exploitatieplan niet nodig is. In het voorliggende geval zijn de gronden niet in eigendom van de gemeente. De gemeente zal, om haar kosten te dekken, een anterieure overeenkomst afsluiten met de initiatiefnemer. De verplichting tot het opstellen van een exploitatieplan vervalt hierdoor.
6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het opstellen van ruimtelijke besluiten dient zorgvuldig te gebeuren. In dat kader blijft het van belang dat diverse instanties, burgers en maatschappelijke organisaties bij de voorbereiding van dergelijke besluiten worden betrokken zodat in een vroeg stadium knelpunten, belangen en verbeterpunten kunnen worden gesignaleerd. De verplichting hiertoe vloeit voort uit de artikelen 3.1.1 en 3.1.6 sub e. van het Bro in samenhang met het in artikel 3:2 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gecodificeerde zorgvuldigheidsbeginsel. Omgevingsdialoog In het kader van de voorgenomen ontwikkeling heeft in september 2022 en in mei 2023 een omgevingsdialoog plaatsgevonden met omwonenden en grondeigenaren. Een verslag van deze omgevingsdialoog is als bijlage bij deze ruimtelijke onderbouwing gevoegd.
52
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
Ruimtelijke onderbouwing “Hoge Zeedijk 1292 te Langeweg” - 20 september 2023
53
Spijksedijk 8 4207 GN Gorinchem t 0183 - 821 497 w welmersburgstedenbouw.nl e info@welmersburg.nl