Vsl raad 23 m 05 d 17.docx
Tekst van het document
debat, maar ook na afloop. Dat heeft ook te maken met het feit dat we op het Provinciehuis en met de Omgevingsdienst bezig zijn om ervoor te zorgen dat wij samen met de PAS-melders en de interimmers het plan dat wij samen met de boeren hebben opgesteld en waarin wij als gemeente een faciliterende rol hebben en geen sturende, of zelfs geen bevoegdheid, zo te krijgen dat de provincie er straks een stempel op geeft, dat de Omgevingsdienst Haaglanden er straks een goedkeuring aan geeft en dat wij het boeren zodanig regelen dat zij een eerlijke kans krijgen in dit gebied. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Voskamp: Er werd ook gesproken over boeren die meedoen en boeren die niet meedoen. Ook op basis van het kringloopcertificaat kan ik zeggen dat bijna alle boeren daaraan meedoen. Als ze niet kringloop zijn, zijn ze vaak biologisch. En ook de boeren die daar niet aan voldoen, om welke reden dan ook, horen bij ons landschap en verdienen aandacht en hulp. Daar zijn we ook mee bezig. De heer Roeling van Mijn Partij had het over de financiële vertalingen. Daar zit gelijk de crux over waarom op sommige dingen hoog over gekeken wordt naar wat wij gaan doen; omdat het op dit moment gewoon niet duidelijk is wat dat financieel gaat betekenen.
En natuurlijk kunnen we een richting geven en zeggen dat het € 1 miljoen zou kosten of dat het met € 50.000,00 verholpen zou kunnen zijn, maar wanneer het dan veel meer of minder wordt, hebben we andere problemen. Wat wij proberen te doen, juist in die P&C-cyclus, is u in stelling brengen zodat we, wanneer we volgend jaar de begroting gaan doen, kunnen aangeven wat het ongeveer gaat kosten en u kunnen vragen of u bereid bent dat geld daarvoor beschikbaar te stellen. Dan heb ik nog een stuk over de woningbouw. Er was een discussie over de 75 woningen die we per jaar gaan bouwen. Ook daar geven we uitvoering aan het coalitieakkoord en doen we dat volgens de afspraken die we gemaakt hebben op basis van 'sociaal en betaalbaar'. Dat kan natuurlijk alleen - dat verhaal heeft u al vaker gehoord - in de gebieden waar we nieuwe afspraken maken, of na die tijd afspraken hebben gemaakt. Met lopende contracten is dat gewoon veel lastiger om te doen. En inderdaad duurt het wat langer om dingen uit te werken en te bouwen. Dat betekent dat we op dit moment nog dingen realiseren die misschien volgens het oude regime zijn, maar we gaan natuurlijk steeds meer zaken doen, waarbij ook voor één woning een sociaal component gerealiseerd moet worden. Wat betreft de suggestie over woningbouw de Kreekzone, daar heb ik niet alle specifieke informatie over, maar we doen het zoals u beschrijft.
We zijn er nu mee bezig en misschien is het ook wel goed om aan te geven dat we binnenkort over de grondexploitatie spreken met elkaar. Daarin staat ook een uitleg over de diverse exploitaties die we hebben lopen en over hoe de stand van zaken op dit moment is. Het CDA vroeg of duidelijk gemaakt kan worden hoe we de actieve samenwerking met omliggende gemeenten doen. In bijvoorbeeld het Bijzonder Provinciaal Landschap, de Landschapstafel, zitten we met meerdere partijen aan tafel en starten we projecten. Daar trekken we zaken, bijvoorbeeld de melkfabriek waaraan gewerkt wordt door Delflandshof, is daarin genoemd. Maar we hebben ook het Groenfonds waar we zelf met een aantal partijen in zitten en projecten mee starten en financieren. We hebben dus die samenwerking, waardoor het gebied uiteindelijk beter gefinancierd wordt door de omliggende gemeenten. En op het gebied van de financiering van de duurzame boeren zijn we ook weer met die kringloopcertificaten bezig om te bekijken welke partijen we daarbij kunnen laten aansluiten en die mede een premie kunnen geven voor de boeren, omdat ze die certificaten hebben gekregen. Er zijn een aantal partijen die daaraan meedoen en we proberen nu ook de provincie erbij te betrekken. Het hoogheemraadschap doet er al aan mee, net als wij als gemeente.
Dat zijn een aantal partijen en we proberen het steeds verder uit te breiden, zodat het steeds aantrekkelijker wordt voor de boer om in ieder geval te voldoen aan die richtlijnen, die KPI’s, die gesteld zijn, en dat er ook wat tegenover staat zodat er een duurzaam verdienmodel bestaat. Dan heb ik alle vragen beantwoord, maar ik heb het nog niet over de moties gehad. Doen we dat gelijk? De voorzitter: Ik denk dat het handig is als u die gelijk meedoet, gaat uw gang.
Wethouder Voskamp: Dat zal ik doen. Ik heb een kleine algemene inleiding bij de moties. Een aantal moties is ingediend op basis van onderwerpen en teksten uit het coalitieakkoord. In algemene zin kunnen we daar natuurlijk niet tegen zijn. Wel is het zo dat diverse moties vragen zaken naar voren te halen of dat de tekst uiteindelijk een aanscherping of nuance brengt die wel degelijk voor een verandering van toon zorgt. Om die reden zullen we als college een aantal moties ontraden. Motie 1, duurzame glasbestemming. Dat staat in het coalitieakkoord, daar zijn we mee aan de slag. De eerste reactie is dat het misschien wel een spraakverwarring is. Op dit moment is het op zich goed geborgd. Als er een ontwikkeling plaatsvindt, kunnen de kassen er gewoon blijven. Misschien is het wel zo simpel dat we de provincie kunnen vragen om dat gebied anders te arceren en te bestemmen. Alle opdrachten die we hadden in het kader van het opruimen van verspreid glas zijn in de basis allemaal uitgevoerd. Zolang we daar niet actief mee aan de slag gaan, hoeven we op dat gebied dus ook niets te doen. Wat ons betreft is die motie dus overbodig, omdat we het al doen. We zijn ermee bezig en ik hoop dat de toezegging dat we het verder oppakken voor u voldoende is. Dan motie 2, woningen voor eigen inwoners. Het college ontraadt deze motie.
Het is bekend dat het college binnen de grenzen van de wet zoveel mogelijk lokaal maatwerk inzet, om de schaarse woningen beschikbaar te krijgen voor inwoners van onze gemeente. En als de nieuwe Huisvestingswet ruimere kaders biedt, zullen we die ruimte als college ook benutten en u ervan op de hoogte stellen of erin meenemen, om ervoor te zorgen dat we de goede maatregelen nemen. Dan motie 3, meer betaalbare woningen. Ook deze motie ontraadt het college. Om naar een ander woningbouwprogramma te gaan, is een aanpassing van het bestemmingsplan nodig. We ontraden dat, omdat juist dat weer voor vertraging zorgt. Het college zet wel in op andere projecten om meer betaalbare woningen te realiseren, zoals bijvoorbeeld op de Zuidrand. Dan heb ik nog één motie volgens mij, van de OGP. Dat is motie 5, Woonagenda en actief grondbeleid. Ook deze ontraadt het college en wel om de simpele reden dat het aanbieden van een Woonagenda in juni niet meer gaat lukken. Dat is niet te doen. We hebben uitgelegd wat we de komende tijd gaan doen en we verwachten eind Q3 of begin Q4 de Woonagenda aan te bieden. Over het actief grondbeleid zit u over een paar weken in twee sessies als raad bij elkaar en dan hoort u hoe het zit. Overigens stelt de motie dat de eerdere motie een opdracht is om actief grondbeleid te gaan voeren, maar dat is niet zo.
De eerdere motie sprak uit om uit te werken hoe we dat eventueel konden gaan doen. Dat doen we nu met deze twee avonden en op basis daarvan zal in het najaar een aangepast grondbeleid komen, waarbij we samen met u zullen besluiten wat actief grondbeleid inhoudt en hoe we er invulling aan geven. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie. De heer Knaap: Dank u wel, voorzitter. Ik heb de volledige beantwoording van de wethouder afgewacht over al die woonthema’s. Wat mij verrast en verbaast, is dat de wethouder zegt niet meer te gaan morrelen aan afspraken die al gemaakt zijn. Dat betekent dus dat alle locaties waar al afspraken gemaakt zijn, niet meer gaan veranderen. Er wordt zelfs geen poging meer gedaan om een meer betaalbare woning te maken. We gaan niet meer in gesprek met een ontwikkelaar om in plaats van drie villa’s van € 1 miljoen een klein appartementencomplex te maken, in hetzelfde bouwvolume maar misschien met iets meer woningen, zodat hij wel gewoon zijn centjes kan verdienen. De poging wordt niet gedaan. Mijn vraag is hoe u dan alsnog die 30% sociale huur en die 30% betaalbaar kunt realiseren als u niet meer gaat morrelen aan oude afspraken? De voorzitter: Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ik weet niet of we daarover in gesprek gaan, maar we kunnen een afspraak die we in het verleden hebben gemaakt niet eenzijdig aanpassen.
We kunnen wel in gesprek gaan, maar dat betekent dat de ontwikkelaar daar iets voor terug zal willen en we daar financieel of op andere wijze een afspraak over moeten maken. De voorzitter: Een nieuwe interruptie. De heer Knaap: U zei het letterlijk wel, "we gaan niet meer in gesprek over bestaande afspraken, wij doen gewoon wat we twintig, twaalf of acht jaar geleden hebben afgesproken". Dat zei u
letterlijk. Maar een ontwikkelaar is ook niet dom. U kunt een ontwikkelaar gewoon een aanbod doen. U kunt in plaats van drie villa’s gewoon negen appartementen bouwen. U mag dat met het bouwvolume doen. Daar zal hij ongetwijfeld oren naar hebben, want dat betekent dat hij ook gewoon zijn centjes kan verdienen. Bent u daartoe bereid? Wethouder Voskamp: Daar zitten we wel aan de kaders van het bestemmingsplan vast, dus niet alles is mogelijk. Het zou betekenen dat we het bestemmingsplan moeten aanpassen. Uw conclusie is dat de ontwikkelaar daarmee ook zijn geld kan verdienen en kan terugverdienen, maar dat is maar de vraag. Ik wil best aangeven dat we in gesprek zijn met ontwikkelaars en het aan wethouder Renzen overlaten om aan te geven op welke wijze we dat doen en wat daar de uitkomsten van zijn. We hebben afspraken met ontwikkelaars, ik heb de termen twintig, twaalf en acht jaar niet in mijn mond gehad, en het is niet mogelijk dat wij die eenzijdig gaan aanpassen, omdat we nu een ander beleid hebben op basis waarvan we wel die 30% sociaal kunnen afdwingen. Dat betekent dat we 1-0 achter staan wanneer we in gesprek gaan. De vraag is maar of we er met een ontwikkelaar uit zouden komen. De voorzitter: Gaat u verder.
Wethouder Voskamp: Ik heb volgens mij alle vragen beantwoord die aan mij gesteld waren, en ik heb alle moties beantwoord die in mijn portefeuille en in de portefeuille die ik heb overgenomen, vallen. De voorzitter: Oké, u werd geïnterrumpeerd dus ik wist niet of u al klaar was. Het woord is aan wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Dank u wel, voorzitter. Dank voor al uw bijdragen. Ik zal als eerste ingaan op een vraag die gesteld is in de portefeuillehouder van wethouder Renzen. Die gaat over de huisvesting van arbeidsmigranten. Dat zit natuurlijk dicht bij mijn eigen portefeuille. Ja, dat speelt in het Westland en in Den Haag; de kranten staan er vol mee. We zijn op zoek naar of dat hier ook speelt. Vooralsnog zijn we uiteraard van mening dat arbeidsmigranten goede huisvesting en arbeidsomstandigheden verdienen, die het liefst niet aan elkaar gekoppeld zijn. Daarom leggen we ons oor goed te luisteren bij tuinders, bij LTO Glaskracht en inwoners. Vooralsnog nemen we deze knelpunten in deze gemeente niet waar. Dat brengt ons vooralsnog tot de veronderstelling dat deze problematiek hier niet speelt. Als andere mensen daar een andere mening over hebben, horen we dat graag. Onze antenne staat aan en we zullen zeker schakelen als dat nodig is. De signalen kunt u zeker doorgeven. Dan reageer ik op de motie over klimaatadaptiviteit en biodiversiteit. Dat klinkt heel sympathiek.
We hebben er gisteren een avondvullend programma over gehad. U heeft deze motie volgens mij in april geschreven, dus voor deze avond. Ik weet niet wat er aan uw inzicht is veranderd, maar naar mijn idee hebben we precies verteld wat het college van plan is te gaan doen om die klimaatstrategieadaptatievisie die we gepresenteerd hebben, die loopt van 2021 tot 2026, te gaan uitvoeren. Gisteravond is uitgebreid aan bod gekomen hoe we dat willen doen, kwetsbaarheden in beeld brengen, risicodialogen, uitvoeringsagenda; weten, willen, werken. Dat waren de kenmerken en er is implementatie nodig om de leidraad adaptatief bouwen echt uitwerking te geven. Maar dat kan pas na die uitvoeringsagenda, waarvan gisteren ook uitvoerig geschetst is hoe we dat aan het doen zijn en dat we aan een maand niet genoeg hebben. Dat hebben we niet zomaar voor elkaar, daar hebben we een jaar of anderhalf jaar voor nodig. We zijn echt nog de eerste stappen aan het zetten. Tot die tijd zijn we als gemeente natuurlijk gewoon heel druk bezig met klimaatadaptatie. Het zit echt wel in ons DNA en onze plannen. Bij al het werk dat we onderhanden nemen, nemen we het zeker mee. Ook daarvan zijn gisteren heel veel voorbeelden gegeven, maar die ga ik nu niet herhalen. In de motie spreekt u ook over waterkwaliteit en biodiversiteit. We zitten in diverse gremia aan tafel, zoals de Bestuurlijke Watertafel.
We hebben het afsprakenkader, emissieloze kas, de Landschapstafel voor het Bijzonder Provinciaal Landschap en het programma Duurzaam Boer Blijven. We zijn er dus heel druk mee bezig. Daar hoort niet zozeer een uitvoeringsprogramma bij waar we tijdlijnen aan kunnen koppelen, omdat we daar gewoon met diverse partijen samenwerken. Ik vind de motie dus een mooie aanmoediging, maar als je het volledig wilt doen, vraagt het om een integrale afweging, want dan komt er ook een groot budgetvraagstuk bij los. Dat lijkt me iets voor de volgende fase. Op dit moment kan ik ook zeggen dat ik het leuk vind,
maar het is niet echt te doen. Volgens mij weet u exact wat we u beloofd hebben en daar hoort deze motie niet echt bij. Dan de resultaten energietransitie tot 2026. U heeft de stukken die wij u met de commissielijst stuurden volgens mij goed gelezen. Er komt een meerjarenprogramma aan, waarin we onze concrete ambities zullen tonen en uitwerken. We zijn intussen anderhalf jaar verder, nadat de Transitievisie Warmte is vastgesteld en we hebben ook al veel initiatieven gehad, want energietransitie is van groot belang. We zien de klimaatverandering en we zijn een milieubewuste gemeente die haar lokale verantwoordelijkheid neemt ook hier iets aan te doen. De hoge energieprijzen hebben er echt aan bijgedragen dat we er hard aan werken. Ook het vernieuwen van de energie zorgt ervoor dat mensen eraan kunnen werken en dat levert soms zelfs nog mooie banen op. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie, wethouder. De heer Knaap. De heer Knaap: Ik hoor de wethouder zeggen: 'er komt wat aan'. Dat zingen ze ook in Zie Ginds Komt De Stoomboot. Ik zou wel graag willen weten wanneer er dan iets aan komt. De voorzitter: Meestal de tweede week van november. Dat is mijn portefeuille. Wethouder Oderwald, gaat uw gang.
Wethouder Oderwald: Deze stoomboot wilde ik niet laten aankomen, want we willen juist naar duurzame energie, dus dat doen we een stuk eerder en we gaan ervoor zorgen dat we dat voor de zomer gedaan hebben. Deze stukken heb ik vandaag juist nog besproken met onze partners in de energiestrategie, de Wonen Midden-Delfland en de Juva. Die zijn er dolenthousiast over. Het komt naar u toe en we bespreken het binnenkort. We zijn natuurlijk ook met de rest bezig en we hebben u volledig geïnformeerd over hoe het daarmee staat. Het is een mooie motie, maar in feite zou je ook kunnen zeggen dat die wat overbodig is, want we doen dit al. Dan uit de portefeuille van wethouder Renzen over het maatschappelijk vastgoed. Deels staat dit al in de planning en deels nog niet. Voor 2023 hebben we het beheersplan op de agenda staan. De verduurzamingsplannen zullen dan ook dit jaar nog gereed zijn. We streven er dan ook naar dit in de begroting mee te nemen. Een visie op vastgoed ontwikkelen is echter iets anders. Dat zit er nog niet in. Het vraagt een forse investering om die planvorming uit te werken en we zouden dan eerst de scope moeten bepalen hoever we daarin willen gaan. Dat moet nog gebeuren. Dus als u deze motie zou aannemen, vergt dat echt heel wat budget dat vrijgemaakt moet worden, terwijl de visie hierop echt nog een complex vraagstuk is, dus nee. Dat waren mijn opmerkingen.
De voorzitter: Dank u wel. Ik zie geen interrupties verder. Ik ga een poging wagen om de portefeuillehouderspet op te zetten. Ik blijf wel even hier zitten, omdat ik de indruk heb dat er weinig debat plaatsvindt. Mocht dat wel het geval zijn, vraag ik de heer Roeling mijn plaats in te nemen om het zuiver te houden. Maar ik denk dat ik het wel tegelijk kan doen. Burgemeester Van Hemmen: Vanuit de fractie van Mijn Partij werd de vraag gesteld waarom het verhaal rondom het vraagstuk omtrent vluchtelingen niet in het collegewerkprogramma staat. Het collegewerkprogramma is van het college. Het college is nu bezig met een opdracht van de raad. Het is wel erg prematuur om daar al iets over op te nemen in je eigen collegewerkprogramma, omdat het uiteindelijk een vraagstuk is waar de raad zelf over gaat. We hebben het erover gehad in het college, maar om die reden hebben we de keuze gemaakt het er niet in te benoemen. Dat roept vervolgens het beeld op, zoals ik bij de OGP proefde, alsof we alleen maar voor de Oekraïners iets zouden doen. Uiteraard hebben wij onze wettelijke verplichtingen. Ik hoor elke keer een trotse wethouder Renzen die zegt dat wij onze doelstellingen bereiken rondom de opgave voor statushouders. Dat is echt niet elke gemeente gegeven. Alles wat nodig is, doen we, en alles wat daarbij komt, zullen we ook doen, maar daar bent u zelf aan zet.
Dan de motie van de OGP over vluchtelingen en maatschappelijke initiatieven. Het gaat een hoop energie kosten om te anticiperen op mogelijke maatschappelijke initiatieven die er gaan komen, wanneer er vluchtelingenopvang zou zijn. Als er maatschappelijke initiatieven zijn, omarmen we die en zullen we die ruim mogelijk maken. Ik zou u willen vragen het onderzoek dat we doen rondom de opvang van de 225 vluchtelingen voor vijf jaar, af te wachten, hoe sympathiek het
college de motie ook vindt. U krijgt daar binnenkort een voortgangsraadsinformatiebrief over. Een kleine prelude daarop: we moeten toch weer wat vertragen. Dat heeft te maken met de complexiteit van deze tijd. Om tot een goed en gedragen plan te komen, moeten we dat over de zomer heen tillen. Dat wordt toegelicht in die raadsinformatiebrief. Ik zou u de motie dus ontraden met de toezegging dat we uiteraard maatschappelijke initiatieven altijd zullen omarmen wanneer deze over dit onderwerp gaan. Dan motie 8 van de OGP rondom de toekomstvisie. Wij liggen op schema en alle teksten die u opgeschreven heeft, zijn teksten waar wij ons in herkennen. De motie zouden wij met een positief advies aan u kunnen voorleggen en aanstaande dinsdag praten we er in het college over. Dan zal er na verloop van tijd iets uw kant op komen. Dan kunt u daar zelf een besluit over nemen. U stelt een aantal kwaliteitseisen waar het college zich in herkent, dus dat is positief voor deze motie. Dat waren de punten die in mijn portefeuille zaten. De voorzitter: Is er behoefte aan een tweede termijn? Een schorsing aangevraagd door de heren Zwaard en Roeling. Hoeveel tijd heeft u nodig? Tien minuten? De vergadering is geschorst voor tien minuten. Schorsing De voorzitter: Dames en heren, ik kijk even naar de raad. Volgens mij kunnen we beginnen.
Mijnheer Jongsma, heeft u nog behoefte aan een verlenging van de schorsing, of bent u er helemaal klaar voor? Volgens mij heeft de heer Roeling het sneller gedaan dan hij had gezegd dus de tien minuten zijn ruim genoeg. Het woord is aan de heer Roeling en dan gaan we daarna verder inventariseren wie er in de tweede termijn iets wil zeggen. Mijnheer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. We hebben goed geluisterd naar de beantwoording van het college. Een van de eerste opmerkingen ging over de agenda. Er ontstond een debat over wanneer wat op de agenda komt. Onze zorg is, al een paar jaar, dat we steevast een zeer kleine agenda hebben. Wij kunnen met pijn en moeite allemaal één agendapunt verdelen en dat is het ongeveer. Als ik terugkijk naar de periode tot 2018: toen hadden we commissieraden en die moesten we gewoon over twee avonden verdelen, zo lang was de agenda. Wat we nu zien, is een deadline, een zienswijze, een verzoek om een besluit, of het nu gaat over een plattelandswoning of een bouwproject, maar er zit heel weinig vanuit het college in. Het zijn heel veel plichtmatige elementen waar we iets van moeten vinden. Natuurlijk hebben we onlangs gesproken over de dienstverleningsvisie, maar dat komt wat ons betreft te weinig voor. Ik ben het dus eens met degenen die het wat concreter willen zien.
Wij vragen niet om een termijnagenda, maar op zijn minst hadden wij verwacht dat met het collegewerkprogramma die kleine agenda een keer zou verdwijnen. Wij zouden geen andere methode weten om tot een betere agenda te komen, anders dan dat we vanavond concrete afspraken maken met het college. Zoals ik het nu bekijk, zal dat niet gaan gebeuren, maar wat nog meer zorgen baart, is dat het college het zelf niet beseft. Het college denkt niet 'hé, dit is wel erg weinig, jongens, moeten we daar niet iets aan gaan doen?'. We hebben er allemaal een mond vol van en we weten het allemaal mooi te vertellen, maar steeds hebben we weer die kleine agenda. Als er collega’s zijn die weten hoe dat beter kan, staan wij open voor suggesties, maar dat is iets waardoor bij ons en waarschijnlijk ook onze inwoners het idee kan ontstaan dat het maar een beetje voortmoddert. Dat is een ongewenste situatie. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Een heel eenvoudige vraag. Denkt u dat meer agendapunten en langere vergaderingen, of twee dagen vergaderen, leidt tot beter bestuur? De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Nou, laten we het over beter bestuur een andere keer hebben. Daar vinden we ook wel wat van. Het gaat nu over hoe wij functioneren als gemeente. Dat is het college, de gemeenteraad en dat zijn onze medewerkers.
Dus ik snap die vraag over goed besturen helemaal niet.
De voorzitter: De heer Gebben is meer dan bereid hem verder toe te lichten. De heer Gebben. De heer Gebben: Niet toe te lichten, ik heb een aanvullende vraag. U noemt een heel rijtje op maar vergeet uw eigen rol als raad. U kunt zelf ook agendapunten aandragen. Er ligt ook een verantwoordelijkheid bij uzelf, bent u dat met me eens? De heer Roeling: Ja, het klinkt een beetje vreemd uit de mond van de heer Gebben, want als er één partij of één persoon is die nooit iets agendeert, is het de heer Gebben. De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik stel voor dat we op de zaak blijven en niet op de man gaan spelen. Deze opmerking vind ik net iets te ver gaan, dus ik zou graag hebben dat u gewoon de vraag beantwoordt. De heer Roeling: De bal wordt hier neergelegd. De voorzitter: Nee, u werd een vraag gesteld en ik wil graag dat u die beantwoordt. De heer Roeling: Laat ik het anders formuleren. Ik vind het heel goed om te zien dat met name de OGP en soms de dames van het CDA en soms wij daadwerkelijk zaken agenderen. Dat mis ik bij de VVD. Mooi omschreven, toch? De voorzitter: Deze formulering vind ik prima. Gaat u verder. De heer Roeling: Er is kort ingegaan op de financiële vertaling, dat dat moeilijk is en er weer aankomt. Dat kan, dat het nu moeilijk in te schatten is wat een eventueel plan zou moeten gaan kosten.
Maar dan zijn we wel zeer nieuwsgierig naar de kadernota en de begroting, waar dan een betere vertaling van komt. Ik zou het op prijs stellen als daar wat meer een meerjarenperspectief in zit en het zich niet beperkt tot 2024-2026. Dat brengt mij bij de opmerking van de heer Knaap. Je belooft veel woningen, we zijn het eens over de categorieën van wat we gaan bouwen. Voor wie we gaan bouwen. Een gemiddeld bouwproject zal zes tot acht jaar doorlopen, dus van idee tot daadwerkelijke uitvoering en oplevering. De heer Knaap heeft dus helemaal gelijk: er moet nu over nagedacht worden, wil je over zes tot acht jaar één woning bouwen. Dus ja, dat had ook hier mogen staan. Dan kunnen we het over locaties hebben en dan is het wat ons betreft minder over je graf regeren, dan is het gewoon uitwerken wat we hier besproken hebben. Dat had dus hier in het collegewerkprogramma mogen staan. Voorzitter, de boeren. Onze boeren. Een prima antwoord; het ging niet in detail op de derogatie, maar de manier waarop de wethouder zei dat het in achterkamertjes gebeurt, snappen we. Althans, het was een vergelijkbare term. Ik heb zelf altijd geleerd 'be good and tell it'. Dus als je daaraan werkt, vertel het dan ook. Deel het met ons en met de boeren. Blijkbaar gebeurt er dus meer achter de schermen dan wij weten. Deel dat met ons, zou ik zeggen. Dan de huisvesting van arbeidsmigranten.
Ik ben niet zo thuis in die wereld. Ik weet wel dat het vooral bij de buren speelt, daar hadden we het in de eerste termijn over. En ik kan me niet aan de indruk onttrekken dat het hier ook speelt. Ik weet van sommigen dat ze woningen huren. Ik weet dat de Harnaskade, toen het nog bestond, grotendeels bewoond werd door Polen. Dat had een soort tijdelijk karakter. Waar die heen gegaan zijn, weet ik ook niet, maar er wonen dus wel degelijk arbeidsmigranten in Midden-Delfland. Volgens het college speelt het amper of is het in ieder geval nog geen probleem. Ik heb er kennis van genomen. De burgemeester zei dat we dat over de asielzoekers niet zo specifiek kunnen opnemen, want dat is des raads. Alles is des raads. Als de gemeenteraad in november zegt die begroting niet goed te keuren, heeft het hele college geen euro meer te spenderen, laat staan dat het zijn collegewerkprogramma kan uitvoeren. Dat is de realiteit. Dus niet alleen over de asielzoekers, het hele collegewerkprogramma is een bepaalde ambitie vanuit het college. In de hoop dat er steeds een meerderheid binnen de raad te vinden is om die plannen ook daadwerkelijk uit te voeren. Dat geldt ook voor de asielzoekers. Ik zou dat onderscheid dus niet maken. Maar voor ik dadelijk daar als voorzitter moet gaan zitten, laat ik het hier maar even bij. Dan de reacties op onze moties. Duurzaam glas.
Wat de heer Voskamp eigenlijk zegt, is dat hij de motie omarmt. Hij vertelt het iets anders, maar zo hebben we het gehoord. Dus in die zin zijn wij
bereid om de motie in te trekken. Ik denk ook dat met name het signaal over de provincie duidelijk is, want ja, we hadden het afgesproken, maar ik weet ook dat het een heel duidelijke toezegging was aan de provincie in het verleden, om goedkeuring te krijgen bij de spreiding van glas om nadrukkelijk de Molenlaan mee te nemen. Maar goed, er wordt aan gewerkt. Woningen voor eigen inwoners. Die motie wordt afgeraden. Wij kijken er anders tegenaan. Meer betaalbare woningen is een vraagteken. En dan hebben we er nog één, over de visie gemeentelijk vastgoed. Wat er gebeurt, is dat er wordt gezegd dat het ene deel al gedaan wordt en het andere deel later nog komt, omdat er geld mee gemoeid is. Maar dat is ook juist onze opzet. We hebben toen van voormalig wethouder Ten Have gehoord dat we dat gaan doen en dat er een notitie gaat komen. Ook daar was geen geld aan gebonden, dus wat we eigenlijk doen is het bestendigen van de toezegging van toenmalig wethouder Ten Have. Wij vragen niet om geld, wij vragen daar eindelijk eens een keertje werk van te maken. Dat is in het kort de strekking van onze motie. Dan ben ik aangekomen bij de OGP-moties. We hebben dadelijk nog een paar vragen aan de OGP over de verschillende moties. De voorzitter: Misschien is het handig als u dat nu gelijk doet, want dan heeft u de tweede termijn gelijk afgerond. De heer Roeling: Dan gaan we interrumperen.
De voorzitter: Dat mag ook. De heer Roeling: Ik zal één vraag nu vast neerleggen bij de gehele raad. Die gaat over de toekomstvisie en de vraag gaat dus ook richting het college, omdat de wethouders er al op gereageerd hebben. Ze hebben gezegd ermee bezig te zijn en de motie dus te omarmen. Het gaat om de visie en we hebben daar de volgende vraag bij. We hebben in het verleden zowel een gebiedsvisie vastgesteld als een paar jaar later de visie Vitale dorpen. Is het in de beleving van de OGP zo dat die twee visies worden samengevoegd tot die toekomstvisie? Dat lijkt ons handig, want dan heb je in één keer onze hele gemeenschap en het buitengebied samen, omdat dat effect heeft op elkaar. Dat is dus de concrete vraag aan de OGP, of we het zo moeten lezen dat hier ook bedoeld wordt dat de visie Vitale dorpen daarmee wordt herzien. De voorzitter: Dank u wel, dat was uw tweede termijn? Oké. Dan wil ik graag even een inventarisatie doen wie verder nog het woord wenst te voeren. Ik zie de heer Jongsma, de heer Zwaard, de heer Van der Eijk en de heer Vieira. Het woord is aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Allereerst wil ik het college bedanken voor het beantwoorden van de vragen en de toelichting op de moties.
Ik hoorde het college wel zeggen dat een aantal dingen een beetje hoog over zijn gedaan omdat het allemaal heel veel tijd kost die het college eigenlijk niet heeft. Dat snap ik: als je een jaar lang wacht met een collegewerkprogramma, kom je een jaar tekort. Ik vind dat dus wel een gemakkelijk excuus. Verder hoor ik het college zeggen dat er al heel veel gebeurt. Ik zie en lees een aantal dingen, dus het is ook wel zo. Er begint wel wat te komen, maar het moment erop begin ik alweer te twijfelen, omdat het allemaal vaag blijft en nog niet concreet is. De heer Roeling had het over een agenda, ook in de gemeenteraad. Wij zijn op zich van mening dat de agenda kort mag zijn. Ik ben het met de VVD eens: het doet er niet toe hoe lang die agenda is, als de dingen die erop staan maar wel gewoon gebeuren. Dat is uiteindelijk alles wat in het collegewerkprogramma staat en concreet is geworden, zodat we daar iets over kunnen zeggen. Het gaat dus niet over hoe groot de agenda is, maar over de kwaliteit. Laten we dat stellen. Daarop voortbordurend zou ik er wel graag bij het college op aandringen om wel met een soort agenda te komen, zodat we de komende periode wel een beetje gaan weten wanneer we wat gaan krijgen. Hier ben ik het wel eens met Mijn Partij, want het is wel heel vaak dit en dan weer dat. Wij worden verrast en dat werkt gewoon niet.
We weten liever gewoon wanneer we wat te horen krijgen. Een voorbeeld: gisteravond bij de informatieavond. Ik heb daarna het stuk inderdaad nog aangepast, omdat ik niet wist dat we dat op de agenda hadden. Anders had ik dat hele stuk of die hele motie misschien wel niet gemaakt. Dat is de reden waarom wij een aantal moties hebben gemaakt op het laatste moment. Als het concreter is en wij weten wat er komt, hoef ik niet met al
die moties te komen. We zitten daar niet op te wachten, want het is heel veel werk en wij zien liever al vooraf wanneer iets aan de orde komt. Dat maakt het leven van deze raad een stuk makkelijker. Dan kunnen we makkelijker toetsen en kunnen we gemakkelijker aangeven waar er nog iets bij moet. Als het college dan zegt geld nodig te hebben, horen we het wel. Ik heb nu heel vaak het idee dat de afweging bij het college al is gemaakt, maar leg de beslissing gewoon terug. Dan kunnen wij het voorstel gewoon beoordelen en toetsen. Dan kom je samen verder. Soms heb je dat ook met informatie. Ik vind het antwoord van wethouder Voskamp hartstikke mooi, dat er ook heel veel achter de schermen gebeurt. Dat licht hij toe en dan klinkt het heel logisch. Maar ik zie graag dat we daar iets vaker over geïnformeerd worden. Dat hoeft allemaal niet met heel ingewikkelde stukken, maar wanneer je geïnformeerd bent, werkt het allemaal een stuk beter. De oproep aan het college is dus om toch vooral met een agenda te komen voor de komende drie jaar. Het hoeft niet allemaal ingevuld te zijn, maar geef wel globaal een beetje aan wanneer wat komt. Dat maakt ook dat wij bij een aantal van die moties heel scherpe datums hebben genoemd, in september dit en in oktober dat. Dat is meer om een beetje te prikkelen en te pushen.
Ik hoop en verwacht nog steeds dat het college zegt dat september 2023 niet realistisch is, maar februari 2024 bijvoorbeeld wel. Dan vul je die agenda en dat lijkt ons een veel betere aanpak. Tot zover de algemene zaken. Dan wil ik komen bij de moties. Ik begin gewoon bij 1. Zoals Mijn Partij al heeft aangegeven, komt motie 1 te vervallen en dat snap ik. Daar hoeven we dus verder ook niet op in te gaan. Motie 2 over woningen voor eigen inwoners. Wij gaan deze motie steunen, omdat het een soort middel is om ergens te komen. Ik hoor te vaak: 'we weten het nog niet' en 'we gaan het zien'. Ik wil het wat concreter hebben en daarom steunen wij motie 2. De voorzitter: Een interruptie van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. Ik heb toch wel een concrete vraag aan de heer Jongsma. Hij is voornemens deze motie te steunen en er wordt gevraagd om het aanleveren van het totale aantal mogelijke opties. Wanneer is het aantal mogelijke opties totaal? De voorzitter: De heer Jongsma, uw interpretatie van deze motie. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Volgens mij heeft de heer Roeling van Mijn Partij net een heel mooi overzicht gegeven van wat het totaal aan mogelijkheden zou zijn. Laten we dat nu eens gebruiken als basis. Ik snap wel dat het altijd uitputtender kan. Daar hebben we het al eerder over gehad.
Het lijkt me echter een prima basis om dat als handvat te nemen. Dat is concreter dan alleen 'totaal', want dat kan van alles zijn. Dat is mijn antwoord op uw vraag. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Jongsma: Dan komen we bij motie 3, visie gemeentelijk vastgoed. Ook die motie willen we graag steunen. Ik hoor dat het veel geld kost, maar geen beleid hebben en geen inzicht hebben in wat we hebben aan vastgoed en wat we ermee doen, kost ook heel veel geld. Het is dus denk ik wel heel goed om er op die manier naar te kijken en te bekijken wat we ermee doen. Wat ons betreft komt er een plan, waarin staat wat het kost. Dan kunnen we er altijd nog iets van vinden. Van motie 4 zou ik bijna willen zeggen: wie is daar tegen? Meer betaalbare woningen, we hebben het met zijn allen geroepen tijdens de verkiezingen. Ook wij zijn voor meer betaalbare woningen dus ook die motie willen we steunen. Een voorzitter: Een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter. Ik vraag me dan toch af of OGP het ermee eens is dat zij daar bij het beleid van de afgelopen zes tot acht jaar, dat leidt tot de woningen die nu gebouwd worden, te weinig aandacht voor hebben gehad. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik vind het fijn dat D66 mij elke keer weer het podium geeft om te vertellen dat je ook van inzicht kunt veranderen en met de tijd meegaat.
Acht jaar geleden was de markt
heel anders. De wereld zag er heel anders uit. Wij blijven meebewegen en blijven niet hangen. Een Woonagenda moet je niet voor tien jaar afspreken, die moet je voor maximaal vier jaar afspreken. De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Dan ga ik mijn vraag toch wat concreter stellen. De plannen die wij nu maken, worden binnen zes tot acht jaar gerealiseerd. Dus wanneer er zes tot acht jaar geleden plannen zijn gemaakt en vastgesteld, komen die nu tot uitvoering. Wil de OGP al die plannen nu openbreken en daar vervolgens weer zes tot acht jaar bij gaan stilstaan om te kijken wat er dan kan gebeuren in een markt, waarvan wij niet weten hoe die er over zes tot acht jaar uitziet? Of zegt de OGP dat we nu doorgang moeten geven aan de plannen die we hebben en ons bij nieuw te realiseren woningen gaan houden aan de nieuwe Woonagenda en de nieuwe afspraken die we als raad hebben gemaakt? De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ik denk dat D66 het veel groter en ingewikkelder maakt dan het is. Wanneer dit college actief met ontwikkelaars aan de slag gaat en vraagt wat nodig is, hebben we al diverse keren gezien dat er plannen worden gemaakt die vrij snel weer aangepast worden. Daar kan het dus ook en dat duurt echt geen jaren. En inderdaad, als dat geld kost, moeten we het erover hebben.
Aan de andere kant zie je ook voorbeelden, zoals Heenweg. Er wordt ineens een plan best wel snel veranderd naar meer woningen, wat past bij de huidige markt. De boodschap is denk ik dat we flexibel moeten bouwen. Daar hebben we vroeger ook veel meer naar gekeken, maar tegenwoordig wordt er veel meer op geanticipeerd. Bouw naar de toekomst, bouw modulair. Er zijn dus toch heel veel mogelijkheden om kritisch te kijken naar wat er nu ligt. De voorzitter: De heer Scholtes, u heeft een interruptie, gaat uw gang. De heer Scholtes: Zegt de heer Jongsma dat wij de bestaande woningbouwplannen moeten gaan aanpassen om het ineens modulair en flexibel te maken in plaats van de plannen, die we nu hebben staan? De heer Jongsma: Nee, dat zegt de heer Jongsma niet. Dat is misschien wat D66 wil horen. Wat mij opvalt, is dat er wederom heel erg op de heer Jongsma wordt gespeeld. Ik denk dat het veel slimmer is om te luisteren naar wat de heer Jongsma zegt en waar we als gemeenteraad naartoe willen. We willen naar flexibele woningen, passend bij nu. We willen dat er veel woningen worden gebouwd. Daar waar dat kan, doen we dat. Daar waar het niet kan, moet je eerlijk zijn en concluderen dat het of te kostbaar is of dat we het gewoon niet moeten doen. Maar er moet in ieder geval een poging zijn.
Nu bespeur ik vaak dat we denken dat we er niks meer mee kunnen, omdat we die plannen nu eenmaal zo hebben gemaakt. Ik weet echter dat, als je met een goed voorstel komt, er altijd twee partijen zijn die met elkaar in gesprek willen. Volgens mij moeten we daaraan werken, en nee, we gaan niet alles opnieuw overdoen want we hebben niet de tijd om weer acht jaar te wachten. Het duurt overigens niet altijd acht jaar, dat is vanaf de start van de woning. Maar bij bestaande plannen gaat het echt niet meer acht jaar duren. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, volgens mij bent u hartstikke duidelijk in uw antwoord, dus gaat u verder met de moties. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Motie 4 en 5 hebben we dus gehad. Motie 6, resultaten energietransitie tot 2026. Volgens mij heeft de wethouder aangegeven dat er op korte termijn al het een en ander aan komt, dus we hebben besloten dat af te wachten en de motie in te trekken. Motie 6 trekken we in. Dan kom ik bij motie 7, zijn alleen Oekraïense vluchtelingen welkom? Ook daar hebben we het college gehoord, de burgemeester in dit geval. Vooralsnog gaan we ook die motie intrekken. Het lijkt ons goed eerst het onderzoek af te wachten. Dan komen we bij de toekomstvisie. Mijn Partij stelde iets voor.
Kunnen we van deze toekomstvisie niet één visie maken, die zowel de oude visie Vitale dorpen en het buitengebied combineert? Ik vind het een prachtig voorstel om daar één nieuwe visie van te maken. Dat past ook heel erg in het gedachtegoed van de Omgevingswet: een totale integrale inpak. Wat ons betreft moet die dus zo
gelezen worden dat de visie niet alleen over het buitengebied gaat, ook niet alleen over Vitale dorpen, maar over Midden-Delfland als geheel. Ik weet niet of ik daar specifiek iets voor moet aanpassen in deze motie, dus dat hoor ik graag. Verder waren er nog wat zorgen over de periodiciteit. 'Minimaal eenmaal per jaar het huidige beleid en de voortgang toetsen aan de visie'. Het is wel wenselijk om iets erin op te nemen, waardoor we regelmatig scherp blijven en kunnen bekijken of we op de goede weg zijn. Wat ons betreft hoeft dat niet zo expliciet dat het ertoe zal leiden dat sommige partijen deze motie niet willen steunen, maar ik wil wel aan het college vragen hoe we steeds de voortgang kunnen toetsen. De voorzitter: De heer Zwaard heeft een interruptie. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Krijgen we dan een aangepaste motie? We gaan stemmen over een motie dus wij willen wel graag weten hoe die daadwerkelijk in elkaar zit. De heer Jongsma: Als het college daar zo dadelijk op kan reageren en iets wil zeggen over de manier waarop het periodiek getoetst kan worden, zijn wij best bereid om de periodiciteit van eenmaal per jaar het huidige beleid toetsen aan de visie, eruit te halen. Als we daarmee een meerderheid voor de motie kunnen krijgen, vinden wij dat geen onoverkomelijk probleem. De voorzitter: Dank u wel. We zullen het college er straks over horen.
Als het goed is, heeft u nog twee moties. De heer Jongsma: Eén nog bij mij. De voorzitter: Heb ik motie 5 gemist dan? De heer Jongsma: Heb ik 5 niet genoemd? Oh, oh, oh. De voorzitter: Het kan ook zijn dat ik niet op zat te letten. De heer Jongsma: Motie 5, Woonagenda en grondbeleid. Die motie handhaven wij, gelet op de beantwoording. Die willen we gewoon in stemming brengen. Dan kom ik bij motie 9, de laatste, over klimaatadaptatie, biodiversiteit en verbeteren kwaliteit van het oppervlaktewater. Wij hebben gisteren inderdaad een mooie presentatie gehad. Ik snap dat november 2023 eigenlijk te ambitieus is. Ik hoor graag van de wethouder welke datum ik daar mag invullen. Ik dacht zelf wel aan april 2024 en niet aan eind 2024, want dan houden we niet veel tijd over, tenzij de wethouder mij ervan kan overtuigen dat we dan nog genoeg tijd hebben om het werkprogramma te realiseren. We hebben maar tot 2026. Verder zou ik de motie iets willen aanpassen, want bij aandachtspunt 2 hebben we een aantal concrete zaken genoemd. Dat zou ik willen veranderen. Ik kan het er ook uit halen. De voorzitter: Mag ik u een voorstel doen? U heeft ook een vraag aan het college gesteld en wilt sowieso iets veranderen. Ik stel voor dat we in het kader van ook een aantal andere veranderingen een korte schorsing houden, zodat u dit zorgvuldig kunt doen.
De heer Jongsma: Ja, maar ik wil wel even toelichten wat mijn idee erbij zou zijn. De voorzitter: Dat mag uiteraard ook. De heer Jongsma: Mijn voorstel is om het tweede aandachtspuntje te verwijderen, maar dit wel ter inspiratie mee te geven aan het college, zodat het wel meegenomen wordt. De voorzitter: Dank u wel, dan ga ik naar de heer Vieira in de tweede termijn. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Dank aan het college voor de reacties op het programma. Wat ik er vooral uit gehaald heb, is dat het coalitieakkoord omarmd wordt, dus dat iets dat er niet in staat niet direct van tafel geveegd wordt. Dat geeft ons als raadsleden moed. Dan kom ik bij de moties. Motie 1 is ingetrokken en motie 2 is ontraden. Er zijn wettelijke regelingen om dat te doen,
dus daar stemmen wij niet mee in. Motie 3, visie op gemeentelijk vastgoed. We vinden het belangrijk dat daar wel een visie op komt. De motie wordt door het college ontraden, omdat er een bepaald budget aan hangt. Of we dit nu politiek moeten oplossen met een motie vraag ik me af. Mijn politieke voorstel zou zijn om te vragen wat het kost om een visie te maken en dat wij het er dan over gaan hebben. Of daarvoor een aangepaste motie nodig is, waarin we dat vragen of dat we de motie laten vervallen, weet ik niet. In deze vorm zullen we de motie niet steunen, maar het is wel iets waar wij in een later stadium op terug willen komen. In motie 4 gaat het om afspraken waar wij ons gewoon aan moeten houden. We zijn een betrouwbare overheid, maar ik ben het wel met het college eens: als je in gesprek bent met ontwikkelaars, kun je wel kijken naar bepaalde mogelijkheden. Ik geloof dat we allemaal die lijn wel willen houden. Maar om dat hard af te dwingen terwijl je al afspraken hebt? Dat doet iets met de betrouwbaarheid dus we steunen dit niet. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie. Ik wil de heer Jongsma vragen of hij zijn microfoon uitzet, dank u wel. De heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel, voorzitter. Even checken.
Ik hoor de heer Vieira zeggen dat hij het omarmt als er toch met ontwikkelaars wordt gesproken en er een poging wordt gedaan om meer betaalbare woningen in bestaande afspraken te krijgen, klopt dat? De heer Vieira: De motie roept op het met dit specifieke project te splitsen, maar wij willen dat er in zijn algemeenheid met ontwikkelaars, met wie je toch al om de tafel zit omdat je ontwikkelt, het gesprek aan te gaan over dat de markt nu iets anders vraagt, wat door uw collega betoogd wordt. Dat vinden we geen kwalijke ontwikkeling, maar we vinden niet dat je dat moet afdwingen, dat wij ons nu gaan terugtrekken, terwijl zij al een handtekening hebben gezet. Mogelijk denken we hetzelfde daarin. We steunen deze motie niet maar onze visie is duidelijk. Dan motie 5, over de Woonagenda. We hebben in het coalitieakkoord afspraken gemaakt over de betaalbaarheid en sociale woningen. Deze motie wordt ontraden dus we stemmen er niet mee in. Motie 6 is ingetrokken, omdat er een toezegging is gedaan, klopt dat? De voorzitter: Ja, de moties 6 en 7 zijn ingetrokken. De heer Vieira: Ja, motie 7 ook. Het college zegt met motie 8 uit de voeten te kunnen. Wij vinden het echter lastig dat er, als je een visie maakt, een moment moet komen waarop je input geeft over wat je maakt en wat je meegeeft. Dat vinden we belangrijk en dat zit volgens mij ook gewoon in de toetsing van een toekomstvisie.
Maar als de visie er eenmaal ligt, ga je beleid maken. Als je een nieuw beleid maakt, ga je kijken wat er eigenlijk in de visie staat. Om die visie jaarlijks te toetsen, en wat je dan toetst, vind ik lastig. Wat ons betreft kan die motie dus wel, mits die aangepast wordt. Volgens mij is er net ook gezegd dat die mogelijk na de schorsing anders terugkomt. Dan motie 9 over klimaatadaptatie. De OGP heeft daarover nog een vraag gesteld aan het college, dus ik ben benieuwd hoe die beantwoord wordt. Daar komen we na de schorsing op terug. De voorzitter: Dank u wel. Dan kijk ik even naar de heer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel. Allereerst dank aan het college voor de beantwoording. Ik heb toch een speciaal woordje voor wethouder Voskamp, niet omdat het een CDA-wethouder is maar, omdat ik het knap vind dat hij zich in zo’n korte tijd inleeft in de materie en dat de beantwoording ook heel duidelijk en helder is. Dat verdient wat ons betreft een compliment. Wat ons betreft spreekt het collegewerkprogramma voldoende visie en ambitie uit. Wat de agenda betreft kunnen we het best met de OGP eens zijn, dat dat wat scherper mag. Bij ons gaat kwaliteit overigens wel boven kwantiteit. In dat kader hadden we iemand in het college die sprak van 'underpromise and overdeliver'. Dat spreekt ons wel aan en het collegewerkprogramma geeft daarin wat ons betreft voldoende ruimte.
De voorzitter: U spreekt een aardig woordje Frans, constateer ik.
De heer Zwaard: Je parle français, un petit peu, maar dat is wat anders. Motie 1 is ingetrokken. Motie 2, woningen voor eigen inwoners. Het college geeft aan zoveel mogelijk binnen de kaders te blijven die nu gelden. Worden de kaders verruimd, dan wordt dat gevolgd. Wij zullen de motie dus niet steunen. Hetzelfde geldt voor motie 3. Die wordt ontraden door het college en zullen wij dus niet steunen. Motie 4, meer betaalbare woningen, steunen wij ook niet. De voorzitter: Een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Zit er nog een motivatie bij waarom u het niet steunt? Nu zegt u het niet te steunen, omdat het college het niet steunt. En bij de volgende motie zegt u alleen dat u hem niet steunt. Kunt u uw eigen motivatie als CDA geven? Is dat mogelijk? De heer Zwaard: Ja, dat zou best kunnen. Er wordt al aangegeven dat met de visie veel financiën en veel ambtelijke inzet gemoeid gaan. Of dat het allemaal waard is? In onze optiek niet. En de motie over meer betaalbare woningen gaat voor een behoorlijke vertraging zorgen en daar zitten we ook niet op te wachten. Dat is voor ons reden om die motie niet te steunen. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie. De heer Knaap: Ik ben benieuwd. De heer Zwaard roept dat het voor heel veel vertraging gaat zorgen.
Er is een voorbeeld in Heenweg Westland waar binnen een halfjaar gewoon een bestaand plan met een bestaande bestemming is omgeschakeld naar meer betaalbare woningen. Dus waar baseert u op dat het meer geld en meer tijd gaat kosten? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Als je goed hebt geluisterd naar het college, gebeurt dat daar waar mogelijk, daar waar bestaande projecten de ruimte bieden om iets anders in te passen. De Zuidrand is daar een mooi voorbeeld van. Daar staan een aantal kapitale woningen gepland en die worden nu omgezet naar appartementen. Zelfs aan de grootte van de appartementen wordt iets gedaan, dus het wordt al gedaan. Daar waar die ruimte er is, doet het college het. Daar sporen wij het college toe aan. Daar waar die ruimte er niet is, gaat dat extra vertraging opleveren en dat is de reden waarom we de motie niet steunen. De voorzitter: De heer Knaap heeft toch nog een aanvullende interruptie, gaat uw gang. De heer Knaap: Ik hoor de heer Zwaard wel praten over andere locaties, maar ik ben benieuwd waar hij op baseert dat, als er in het Westland een bestaand bestemmingsplan wel in een halfjaar kan worden aangepast naar betaalbaar, dat in Keenenburg V niet kan. De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dat heeft u mij niet horen zeggen. Ik heb gezegd dat het college die gesprekken voert daar waar die ruimte er is.
Dat zou Keenenburg V kunnen zijn, dat weet ik niet. De voorzitter: Mijnheer Roeling, graag via de interruptie als u iets wilt zeggen. De heer Zwaard: We gaan door naar motie 5, over de Woonagenda en actief grondbeleid. Ook daarover geeft het college aan dat we er op korte termijn over worden geïnformeerd en dat we over het grondbeleid de komende tijd gaan praten. Die motie is dus wat ons betreft overbodig en steunen we niet. Moties 6 en 7 zijn ingetrokken. Motie 8 zou wat ons betreft kunnen als die aangepast wordt. Dan gaat het ons met name om het zinnetje "Periodiek maar minimaal eenmaal per jaar het huidige beleid en voortgang toetsen aan de visie". Daar heeft de heer Jongsma al iets over gezegd. Dat laten we dus even open en op basis van de eventuele aanpassing stemmen we daar wel of niet mee in. Voor motie 9 geldt hetzelfde. Zoals die nu voorligt, zullen we deze niet steunen. Om mensen te verplichten om duinen te vergroenen en mensen te verplichten regenwater op te vangen, gaat ons veel te ver. Als die motie aangepast wordt, zullen we hem wellicht steunen.
De voorzitter: Dank u wel, dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter. OGP heeft ons een aantal vragen gesteld. Of de VVD betrokken is geweest bij de totstandkoming van het collegewerkprogramma. Dat zijn wij niet, als fractie in ieder geval niet. En hoe wij kijken naar dit werkprogramma. Wij zien dit als een abstract document met als basis het coalitieakkoord. Wij zijn blij met dit abstractieniveau. Zo benaderen wij ook vaak de raadsvergaderingen en daarom agenderen wij geen brieven vanuit de uitvoering. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie. De heer Knaap. De heer Knaap: Ik haak aan op het woordje 'abstractieniveau' en kijk naar opdracht 3.11. Dat is toch bij uitstek een VVD-opdracht. "Faciliteer met maatwerk het economisch vestigingsklimaat in Midden-Delfland". Het collegewerkprogramma is zo abstract dat er helemaal niets over in staat. Wat had u daar willen zien staan? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het college gebruikt het coalitieakkoord als basis voor wat het uitvoert, dus ik vind het prima als u niets terug kunt vinden. Het college weet wat de opdracht is die het heeft meegekregen. Je kunt er wel een detailtje over opschrijven, maar dan komt er een andere ondernemer waar dat detail net niet voor werkt. Dan moet je iets anders verzinnen en dat is wat ons betreft een te gedetailleerd niveau.
De voorzitter: De heer Roeling heeft een interruptie. Daarna de heer Knaap. De heer Roeling: Dan is mijn vraag de volgende. Alles wat er niet in staat, wordt uitgevoerd, en alles dat er in staat, wordt niet uitgevoerd. Begrijp ik de VVD dan goed? De voorzitter: Dat is een hele snelle conclusie. De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Wij kijken er anders tegenaan. Dat heb ik zojuist uitgelegd. De voorzitter: Dank. De heer Knaap. De heer Knaap: Ik hoor de heer Van der Eijk eigenlijk zeggen dat ze geen collegewerkprogramma hadden hoeven schrijven, want het coalitieakkoord is genoeg. Dat hoor ik de VVD zeggen en dat is wel interessant. We kijken naar opdracht 3.13, waarin staat "benadrukken economisch belang glastuinbouw van Midden-Delfland in samenwerking met omliggende gemeenten en Greenport West-Holland, hierbij ondersteunende duurzaamheid van tuinbouw als sector, ondersteuning koplopers en aanpak van overtreders". Aanpak van overtreders, bij uitstek een VVD-punt. Er staat niets over in het collegewerkprogramma. De voorzitter: Mijnheer Knaap, dit wordt een betoog. Zou u een vraag willen stellen? De heer Knaap: Ja. Hoe gaat het college hier volgens de heer Van der Eijk mee aan de slag? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Volgens mij heeft de heer Voskamp een voorbeeld genoemd, zoals hij dat doet, over het programma Duurzaam Boer Blijven.
Het college zal dit ook zo doen met de thema’s die hier worden aangesneden. En daar heb ik ook alle vertrouwen in. Er is een aantal moties ingediend. Er is er één ingetrokken, die over glastuinbouw aan de Molenlaan. Het college gaat waarschijnlijk aan het werk met de omgevingsvisie 2.0. Die toezegging ligt er. Als zij aan het werk gaan, hebben zij de opdracht glastuinbouw aan de Molenlaan met duurzaam glas wordt. Dat voert het college uit. Want anders komt het college naar de raad met een voorstel waar geen meerderheid voor is.
Motie 2, woningen voor eigen inwoners, wordt ontraden door het college. Dat steunen wij. Het totaal aan andere opties roept het gevoel op van rupsje-nooit-genoeg: wanneer is het totaal? Lokaal maatwerk wordt al maximaal ingezet. De voorzitter: Mijnheer Knaap voor een interruptie. De heer Knaap: Is de heer Van der Eijk zich ervan bewust dat het hele instrumentarium dat we zouden kunnen gebruiken, al in januari 2021 door de VVD-wethouder aan ons kenbaar gemaakt is en dat er sindsdien niets mee is gedaan? Wat zou u ermee willen doen? De heer Van der Eijk: Dat zijn uitvoeringszaken die ik prima aan het college zou kunnen overlaten. De voorzitter: Mijnheer Van der Eijk, even de motie graag. Ik probeer mee te schrijven. Motie 2, bent u daar nu voor of tegen? De heer Van der Eijk: Die kan ik dus niet steunen. Ik had gezegd dat ik de lijn van het college volgde, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. De heer Van der Eijk: De visie op het … De voorzitter: Mijnheer Van der Eijk, nu onderbreek ik u weer, maar ik heb een interruptie voor u van de heer Roeling. De heer Roeling: Dank u wel. In aanloop naar de laatste verkiezingen was het mevrouw Renzen – ik denk als persoon, maar ook als wethouder – die de barricades opging: we gaan meer woningen bouwen voor onze eigen inwoners! Dat werd door enkele andere VVD-leden ook herhaald.
Hoe heeft dat uitgepakt volgens de VVD? Want we horen net dat er al een paar uitspraken van de wethouder liggen waar geen vervolg aan is gegeven. Vervolgens is er een hoop bombarie in aanloop naar de verkiezingen. En nu komt er een motie. Daar mag u uw inbreng op hebben, door te zeggen dat u het wilt beperken tot een x-aantal punten of juist niet. Waar staat de VVD die zo graag voor eigen inwoners wil bouwen? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voor eigen inwoners is altijd lastig, want wij proberen te bouwen waar vraag naar is. Die vraag was acht jaar geleden anders dan nu. Het is altijd een beetje bewegend gebeuren. Als je wat grotere woningen bouwt, zorg je ook voor doorstroming. Daardoor komen er goedkopere woningen vrij voor starters of voor mensen die hun woning willen verlaten omdat die niet meer past bij hun gezinssituatie. Je zit in een regionale woningmarkt. Je probeert zoveel mogelijk voor je eigen inwoners te doen, maar die regio speelt wel mee. Het is een utopie om te denken dat de buurgemeenten, hun inwoners hier niet kunnen gaan wonen. Er staat geen groot hek om deze gemeente heen. De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Dus wat de wethouder in aanloop naar de verkiezingen vertelde, was eigenlijk een utopie? Begrijp ik dat goed van de VVD? De voorzitter: De heer Van der Eijk.
De heer Van der Eijk: Dat ben ik niet met de heer Roeling eens, voorzitter. Wij zetten ons maximaal in, maar wij hebben ook te maken met invloeden van buitenaf. Zo realistisch zijn wij ook wel. De voorzitter: Mijnheer Roeling, uw laatste poging.
De heer Roeling: En die invloeden van buitenaf waren nog niet bekend in aanloop naar de verkiezingen? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Die situatie is niet veranderd, voorzitter. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Van der Eijk: De visie op het gemeentelijk vastgoed vraagt voor de uitvoering een behoorlijk budget, zoals wij van het college horen. Er is ook geen duiding gegeven aan waar dat budget vandaan moet komen. Moties zonder dekking kunnen wij niet steunen, voorzitter. Motie 4.4, meer betaalbare woningen. Als je constant je bouwprogramma aanpast aan de huidige vraag, bouw je uiteindelijk helemaal geen woningen. Dat lijkt ons niet verstandig, voorzitter. Daarom steunen wij deze motie niet. 4.5. Er staan in iBabs al twee avonden genoemd waarop wij uitgebreid worden voorgelicht over de voor- en nadelen van actief en passief grondbeleid, wat dat doet en wat dat gaat kosten. Althans, ik verwacht dat de bijeenkomsten op die manier worden ingevuld. Daarom zien wij deze motie als overbodig. Ga ik door naar motie 8, de toekomstvisie. De VVD volgt de lijn van D66. Het college zegt het wel toe, maar over het periodiek toetsen vinden wij: als je een visie hebt, maak je nieuw beleid op basis van die visie. Dan weet je automatisch dat het beleid dat je al hebt, mogelijk niet helemaal in lijn is met die visie.
Maar als die visie is vastgesteld, kunnen we natuurlijk niet in drie maanden al het huidige beleid direct daarop baseren. Dat komt in de cyclus mee. Wij zien het dus liever andersom: je maakt eerst een visie en als je het beleid actualiseert of je komt met nieuw beleid, dan toets je dat aan de visie. Over motie 9, biodiversiteit wateroppervlakte. Ik hoorde het college toch duidelijk zeggen dat het afhankelijk is van derde partijen, waar het niet altijd heel veel invloed op heeft. Daardoor is het onmogelijk om deze motie uit te voeren. Daarom kunnen wij deze niet steunen, voorzitter. Tot zover mijn betoog. De voorzitter: Dank u wel. Volgens mij is iedereen aan het woord geweest. Ik heb een tweetal vragen aan het college, volgens mij. Ik kijk even naar wethouder Oderwald, want ik dacht dat er aan haar een vraag was gesteld. Het kan ook wethouder Voskamp geweest zijn. Wethouder Oderwald, gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Ja voorzitter, ik heb een vraag ontvangen over de klimaatadaptatie en wat wel een realistische termijn is. Die hebben we gisteren genoemd: één tot anderhalf jaar. Als u het jaartal in de motie verandert in 2024, dan wil ik u best helpen om het zo snel mogelijk in 2024 te doen, maar ik wil me niet laten vastpinnen op een termijn. Daarvoor zijn we gewoon nog te vroeg in het proces. De voorzitter: Dank u wel. Verder nog? Dat was het? De heer Voskamp.
Wethouder Voskamp: Voorzitter, misschien als reactie op het voorstel om een iets minder lange termijnagenda te hebben. Ik denk dat ik wel wat voorbeelden heb die ik zou kunnen gebruiken om samen met de griffier eens te kijken of we de agenda zodanig kunnen invullen, dat u op de hoogte bent. Een van de zaken die u noemde, informeren, staat stiekem al wel in de stand van zaken van het vaste-onderwerpenlijstje. Misschien wel gezien, maar niet helemaal meegekregen. Misschien kunnen we samen met de griffier kijken naar die langere termijn. U zei drie jaar. Ik kan me voorstellen dat je het gewoon per jaar doet, zodat je duidelijk kunt zien wat er de komende tijd is. Hoe dichterbij het is, hoe concreter de agenda zal zijn. De voorzitter: Dank u wel. Als portefeuillehouder wil ik even iets over de toekomstvisie zeggen. Misschien is het handig om even iets over het proces te vertellen. Er komt een voorstel naar de raad. Aan het voorstel worden kwaliteitseisen meegegeven door u: hoe u wilt dat het zal zijn. De motie neem ik als portefeuillehouder graag mee om het raadsvoorstel te vullen. Daarin had ik