Vsl raad 23 m 05 d 17.docx
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 17 mei 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: de heer drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig : mevrouw W. Renzen-van Leeuwen (wethouder), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie) Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, goedenavond. Ook voor de mensen thuis, van harte welkom bij deze extra raadsvergadering van 17 mei 2023. Deze vergadering staat in het teken van maar één inhoudelijk onderwerp en dat is het collegewerkprogramma. Ik heb de afmelding van wethouder Renzen. Zij is om privéredenen verhinderd en wordt vervangen door haar collega’s. De heer Ringeling heeft zich ziekgemeld. Dat betekent dat wij zo goed als compleet zijn, op twee mensen na.
2.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: We komen bij agendapunt 2, spreekrecht voor belangstellenden. Voor het spreekrecht heeft niemand zich gemeld.
3.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Dan komen we bij de agendavaststelling. De agenda bevat slechts één punt, dus ik neem aan dat dit geen inhoudelijke opmerkingen tot gevolg heeft. Niemand wil de agenda wijzigen? Nee, dank u wel. De agenda wordt gewijzigd vastgesteld.
4.
Collegewerkprogramma 2022-2026
De voorzitter: Dan komen we automatisch bij het inhoudelijke punt van deze agenda. Dat is het collegewerkprogramma 2022-2026. Over het collegewerkprogramma bent u per brief van 21 maart 2023 door het college geïnformeerd. De raad kan hierover beraadslagen, doch neemt er geen besluit over. Uiteraard heeft u wel de mogelijkheid om moties in te dienen. Ik wil graag van u weten wie het woord wenst te voeren. Ik zie de heer Roeling, de heer Jongsma, de heer Vieira en de heer Zwaard. Heb ik dan iedereen gehad die het woord wenst te voeren? Ik begin bij de heer Roeling. Gaat uw gang. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Ja, wij hebben het collegewerkprogramma ontvangen en wij hebben het snel doorgenomen. Wij vonden dat dit wel een betere plek verdient dan om 23.00 uur tijdens de raadsvergadering. Vandaar deze bijeenkomst. Dank voor ieders aanwezigheid. Voor ons zijn twee dingen belangrijk. Dat is ten eerste de vraag waar onze inwoners de komende drie jaar concreet op kunnen rekenen. En ten tweede, met name de vraag hoe wij als gemeenteraad kunnen controleren wat er is afgesproken en of dat ook wordt uitgevoerd. Wat ons het eerste opvalt, is dat het wat minder concreet is dan het vorige collegewerkprogramma. Dat was een mooi stuk, uit 2018, waar in totaal 87 concrete punten in staan, die het toenmalige college wenste te bereiken. Er staan veel jaartallen in.
Het verbaast ons dan ook dat zowel VVD als CDA ook in dit college zitten. We hadden eigenlijk verwacht dat het op dezelfde wijze geconcretiseerd zou worden.
De voorzitter: De heer Zwaard heeft een interruptie. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Ik hoor u zeggen dat het u verbaast dat CDA en VVD in deze coalitie zitten. Kunt u dat nader toelichten? De heer Roeling: Nee, het verbaast ons dat nu weer de VVD en het CDA in de coalitie zitten en dat we nu een totaal ander collegewerkprogramma hebben mogen ontvangen. In die zin zei ik: VVD en CDA, dat ik dacht dat er vier, vijf jaar geleden een goed voorbeeld is gegeven van hoe dit ook kan. En dan hebben we het niet eens over de concrete collegewerkprogramma’s van de buren Westland en een kleine gemeente als Heerde. We zijn een beetje aan het grasduinen geweest. Wij dachten: laten we deze avond gebruiken om te kijken of we dit wat concreter en wat scherper kunnen krijgen richting onze inwoners, maar ook richting de gemeenteraad die uiteindelijk het college moet controleren. Voorzitter, ik heb veel uitdraaien gemaakt, misschien omdat ik te lui ben om te schrijven. Maar enkele dingen die wij graag benoemd willen zien. Later zal het vertaald worden in enkele moties, die we vooraf hebben rondgestuurd. Op de eerste plaats: onze boeren. In het collegewerkprogramma wordt geschreven dat we het fijn zouden vinden als er meer kringlooplandbouw kan plaatsvinden, dus dat er meer leden komen.
Wij denken dat we daarmee wel voorbijgaan aan de situatie waarin bijna alle boeren nu verkeren. Dan hebben we het over de derogatie. Ik denk dat het goed is om te weten dat de kringlooplandbouw ook wel degelijk gevolgen zal ervaren van die derogatie. Met andere woorden: nu mogen ze nog de mest uitrijden op het land. De derogatie, wat een heel mooi woord is voor een soort vrijstelling over de hoeveelheid mest die je mag uitrijden op het land, is teruggedraaid door Brussel. Een mogelijk gevolg zou kunnen zijn voor de kringlooplandbouw dat ze minder mest op het land mogen uitrijden, een deel van die mest moeten laten afvoeren tegen kosten en dat laten vervangen door kunstmest. Wat ons betreft kan dat nooit de bedoeling zijn, zeker niet als wij ons inzetten voor de kringlooplandbouw. Verder hebben we nog enige PAS-melders binnen onze gemeente. Die vallen ook nog steeds tussen wal en schip. We hebben al eerder aangegeven dat veel, zo niet alle, boeren overlast ervaren van ganzen. Dat zijn enkele dingen, waarvan wij denken: ga daarmee aan de slag. Doe er wat mee. Ja, je zal misschien naar de provincie moeten, maar laat blijken dat elke boer er één is, los van de kringlooplandbouw. Het zou leuk zijn als ze zouden overstappen naar kringlooplandbouw, maar doen ze dat niet, even goede vrienden. Dan zijn het nog steeds onze boeren.
Wij zouden het op prijs stellen als er vanuit het college aandacht is voor dat soort kwesties, omdat wij denken dat dat bijdraagt aan het doel dat we nastreven, het open gebied. Of er wel of niet een grutto bij komt, is meegenomen, maar in essentie gaat het om boeren, die een belangrijk onderdeel zijn van onze gemeente. Een ander punt is de huisvesting van arbeidsmigranten. Wij denken dat we daar de afgelopen jaren goed mee weg zijn gekomen. Als we kijken naar de discussie in Westland, met name tussen Den Haag en Westland, waarin de een de ander verwijt, is het niet handig dat wij als gemeente ook eens een standpunt erover gaan innemen? We zijn altijd trots dat we tot de top 5-opties behoren van de glastuinbouwgemeenten. Dit zal dus ongetwijfeld effect hebben op onze gemeente. Laten we dat dan ook benoemen. Dat is iets wat ons voorstaat. Het woord 'inclusief' komt ook in het collegewerkprogramma voor. Ik zie gelijk D66 reageren. Ik denk dat daar een verband is. De voorzitter: Ik wilde net zeggen, mijnheer Roeling, dat u een interruptie hebt van de heer Vieira. De heer Vieira: Voorzitter, dank u wel. Ik denk dat ik interrumpeer op een vorig punt. De heer Roeling gaf rondom arbeidsmigranten en huisvesting een bepaald punt aan. Hij zei: laten we dat benoemen.
Is de vraag van de heer Roeling aan het college om het collegewerkprogramma aan te passen en dit erin op te nemen, of wil hij het op een ander moment agenderen? De heer Roeling: Wat ons betreft kan het beide. We kunnen er een keer als raad over spreken, maar dan is het wel handig als we dat naar aanleiding van een startnotitie doen. Als is het maar één A4'tje: speelt het, in welke mate? Op basis daarvan kunnen we als raad of als commissie een
discussie voeren. Wij hebben ook zo onze oplossingen. Die willen we graag met de anderen delen. Dat is de intentie. De voorzitter: Gaat u verder met diversiteit. De heer Roeling: Financiële vertaling is ook iets waarvan wij denken: geef eens een klein beetje inzicht in wat we willen en hang daar, bij benadering, een prijskaartje aan. Vervolgens kun je de discussie aangaan of we dat moeten doen of dat er bezuinigd moet worden. Als je het hebt over ambities, zal dat ook moeten leiden tot nieuw beleid, of afzwakbeleid, of ergens versterkt beleid. Maar het zal gevolgen hebben voor onze financiële positie. Neem ons daarin mee. Een ander punt. Wij hebben vragen gesteld. Het meest voorkomende antwoord was dat we dit collegewerkprogramma moeten zien als een tussenstuk tussen enerzijds het coalitieakkoord op hoofdlijnen en in de toekomst de verder uitgewerkte beleidsstukken. Dat delen wij niet. Wij denken namelijk dat een coalitieakkoord, dat overigens meer tekst bevat dan het collegewerkprogramma, de richting aangeeft. Vervolgens neemt het college het hoofdlijnenakkoord van de coalitie mee en werkt het verder uit tot een werkprogramma. Door nu met enige regelmaat te zeggen: nee, dat is niet helemaal juist; u moet dit meer zien als een tussendocument, dan denk ik dat we daar maar weinig chocola van kunnen maken.
Als je niet concreet aangeeft welk jaar jij een bepaald doel wilt bereiken, een concreet doel, dan zal de rol van de raad de komende drie jaar zijn om achter het college aan te lopen met de vraag: komt er nog iets? Wij denken niet dat dat de juiste volgorde is. Een werkprogramma bestaat eruit dat concreet wordt aangegeven wanneer je wat wilt bereiken, tegen welke kosten. Daar kunnen wij en onze inwoners dan meer mee. Een ander voor ons belangrijk punt is uiteraard het wonen. Woningbouw, om meer specifiek te zijn. Onze vraag was hoe het college komt aan de 75 woningen per jaar. Het zijn er inmiddels 100 geworden, want we hebben nog maar drie jaar. Er is inmiddels een jaar verstreken. Ook daar ontbreekt in onze beleving een visie. Waar is dat aantal op gebaseerd? Het programma zoals we dat nu kennen, gedeeld door drie of vier; zo komen we op dat aantal. Wat ons beter lijkt, is dat je aangeeft: we hebben een natuurlijke aanwas van zoveel inwoners per jaar. We hebben een opgave voor statushouders. We hebben ook een opgave van Woonnet Haaglanden. We hebben ook via de GGZ nog een kleine opgave. Dan maak je een soort vertaling naar wat de jaarlijkse behoefte is. Dat zet je om in een woningbouwprogramma. Dat lijkt ons beter dan dat je zegt; wij denken dat we zoveel woningen gaan bouwen de komende vier jaar, gedeeld door vier of drie kom je op 75 of 100 uit.
We hebben in het voorjaar een mooi document gekregen. Toevallig kwam het op tafel tijdens de coalitieonderhandelingen. Het is een mooi overzicht, van een jaar geleden inmiddels. Daar staat ook de periode bij: welk bouwproject wanneer gerealiseerd gaat worden. Ik zal ze niet allemaal doorlopen, maar Café Delfland, vijf woningen, zou gerealiseerd worden in 2021-2022. Familie Koop, 2021-2022. We kunnen al heel snel concluderen dat ook al die programma’s niet op schema liggen. Heeft het college een aanpak om toch te zeggen: met deze aanpak denken wij dat die en die projecten alsnog versneld kunnen worden gebouwd. Je gaat uit de tijd lopen, maar dan hebben we in ieder geval een beeld wanneer onze inwoners nieuwe woningen kunnen verwachten. We hebben ook een vraag gesteld over de asielzoekers. Er wordt gesproken over de opvang van statushouders. Het plan zoals we het nu kennen, de 225 opvangplaatsen, zien we niet concreet terug in het collegewerkprogramma. Ik ben ook nog inwoner van Midden-Delfland. Als het college al niet eens weet wat het wil met de opvang van 225 asielzoekers, wie moet het dan wel weten? Je mag er onderling binnen het college misschien een verschillende mening over hebben, maar ik denk dat het wel handig is dat je als college daadwerkelijk met één duidelijke stem spreekt.
Als wij daar een vraag over stellen, eindigt het antwoord met de zin: "Het nu lopende onderzoek leidt vanzelf tot een duidelijk standpunt van de gemeente". Daar kunnen we natuurlijk twee kanten mee op, voorzitter. Het kan een ja of een nee zijn. Wij verwachten van het college dat er toch het initiatief toe heeft genomen, toch wel iets meer. De voorzitter: Ik heb een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ik wil even inhaken op het laatste punt. Ik vind het een beetje flauw wat de heer Roeling doet. Wij hebben volgens mij als raad opdracht gegeven voor een onderzoek. Dat weet hij zelf ook, volgens mij. De uitkomst van dat onderzoek moet nog op tafel komen. Dat is volgens mij medio juni gepland. Bent u het met mij eens dat het handiger is om de uitkomst van dat onderzoek
af te wachten en dan als raad zelf te beslissen of we het wel of niet doen, in plaats van de bal bij het college neer te leggen? Het besluit is er nog helemaal niet. De heer Roeling: Nee, maar maak dan een voorstel van het besluit. Het voorstel moet nog worden ontvangen. Als je als college de intentie hebt om dat daadwerkelijk door te voeren en als je daar actief mee de boer op gaat en elke kern bezoekt, dan denken wij dat je het ook daadwerkelijk wilt. Dat de gemeenteraad er vervolgens een ander standpunt over inneemt, is een heel ander verhaal. Maar we hebben het nu over het collegewerkprogramma en niet over het uiteindelijke raadsbesluit. Voorzitter. Een ander punt van het wonen. Het is slechts een suggestie van onze kant. Het betreft de woningbouw aan de Kreekzone. Volgend jaar verloopt de periode van zeven jaar dat we daar de tijdelijke woningen hebben. Vervolgens worden er een of meerdere appartementencomplexen gerealiseerd op die plek. Het lijkt ons dat je nu alvast nadenkt: oké, volgend jaar komt die locatie vrij. Eén. Die tijdelijke woningen kunnen nog best vijf of tien jaar mee. Laten we daar een nieuwe locatie voor zoeken en laten we nu alvast aangeven aan de aannemer, ontwikkelaar of weet ik wie: dan en dan komt die locatie vrij, de maand erop kun je gaan beginnen.
Dan geef je er blijk van dat je die situatie kent en je gaat daadwerkelijk aan de slag voor onze inwoners. Dat het weer veel te dure woningen worden, sluit ik niet uit, maar je geeft in ieder geval aan dat je ermee bezig bent. Maar goed, ik begrijp dat de wethouder RO vanavond niet aanwezig is. Ik zal haar collega’s het niet te lastig maken. De voorzitter: Het feit dat de portefeuillehouder afwezig is, wil niet zeggen dat zij niet vervangen wordt. Er wordt wel degelijk adequaat antwoord gegeven op de vragen. De heer Roeling: Ja, maar het is niet echt hun portefeuille. Het college spreekt met één mond, ik weet het. Dat klinkt altijd goed. Vanavond ongetwijfeld weer, maar qua kennis en inhoud denk ik niet dat het zal gebeuren dat we vanavond verder doorvragen. Wellicht op een ander moment. Voorzitter. Wij hebben vier moties. De voorzitter: Ik zie dat de heer Jongsma een interruptie heeft. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ik dacht: ik pak het moment nu even om de heer Roeling alsnog te vragen hoe hij denkt over inclusie. Hij heeft het woord genoemd, maar is vervolgens doorgegaan op financiën. Voordat de moties komen, leek het mij handig om dat op die manier nog even bij hem na te vragen. Mag dat, voorzitter? De voorzitter: U mag alle vragen stellen. Het is aan de heer Roeling of hij er alsnog antwoord op wil geven.
Hij was een beetje van slag door de interruptie van D66, denk ik. Mijnheer Roeling, gaat uw gang. De heer Roeling: Ja, die vraag over inclusie had ik verwacht van D66. Mijn buurman begon er ook al over; het leeft! Die term kom je in sommige documenten tegen: niemand laten vallen, iedereen mag meedoen. Dat komt bij ons een beetje wrang over, voorzitter. Als je als coalitie en college de grootste kiezersgroep, namelijk degenen die op Mijn Partij hebben gestemd, uitsluit en dat je vooraf afspraken maakt. Als je vervolgens inclusie in je programma opneemt, denk ik: realiseren ze zich wel wat ze opschrijven? Dat je de grootste groep kiezers uitsluit en vervolgens opschrijft dat je niemand laat vallen, dat iedereen meedoet en dat je verschillen moet overbruggen? Dat is wrang. Laat ik het daarop houden, voorzitter. Bedankt, mijnheer Jongsma, dat u het nog even aan de orde stelde. Ik heb het graag met de raad gedeeld. We gaan toch over tot de moties. Ik zal alleen het dictum voorlezen. Is dat een goed idee? De voorzitter: Heel fijn. Ik ben helemaal trots op u. Gaat uw gang. De heer Roeling: De eerste motie gaat over de Molenlaan. Motie 1: het college doet het; duurzaam bestemd glas. Als raad en college zijn we het daarover eens, maar wij denken toch dat het nog wat problemen gaat opleveren richting de provincie.
Als wij gaan werken aan de Omgevingsvisie 2.0 dan is het wat ons betreft als volgt: draagt het college op:
-
in juni 2023 met een actiestappenplan te komen, ook richting provincie, om dit gebied in de Omgevingsvisie 2.0 om te zetten naar duurzaam bestemd glas, zodat de raad de stappen en de planning kan bewaken; en gaat over tot de orde van de dag. Ja, we zijn het eens, maar we verwachten daar nog wat problemen mee, voordat het definitief tot Omgevingsvisie 2.0 is omgezet. Dat is de eerste motie. Motie 2: woningen voor eigen inwoners. draagt het college op: in december 2023 met een voorstel te komen om met lokaalmaatwerkopties, welke het college wil inzetten voor de gemeente Midden-Delfland, tevens het aanleveren van een totaal aan andere mogelijke opties; en gaat over tot de orde van de dag. Motie 3: visie gemeentelijk vastgoed. Er is al vaker over gesproken en vaker iets toegezegd, maar in het collegewerkprogramma komt het onvoldoende tot uitdrukking. draagt het college op: in het derde kwartaal van 2023 de onderhoudsplannen op te stellen, zodat met de begroting 2024 deze kosten goed ingepland kunnen worden; in 2024 een visie op te stellen hoe met het gemeentelijk vastgoed omgegaan dient te worden, waarbij gedacht kan worden aan afstoten, verduurzamen, ander gebruik, aanpassen, geen actie, et cetera; en gaat over tot de orde van de dag.
Motie 4: meer betaalbare woningen draagt het college op: in juli 2023 met een voorstel te komen voor het splitsen van woningen in Keenenburg IV-V of een gelijkwaardige oplossing voor meer en betaalbaarder te realiseren woningen; en gaat over tot de orde van de dag. Ik zie dat ik de laatste motie nog niet ondertekend heb. De voorzitter: Uw eigen handtekening ontbreekt, dat klopt. De heer Roeling: En dan is de motie niet geldig. Waarschijnlijk gaat u nu verder, zodat ik even kan tekenen. De voorzitter: Ik wilde iets vergelijkbaars voorstellen, maar u was zo lang aan het wachten tot u ging schrijven, dat ik dacht dat er nog iets kwam. De heer Roeling: Nee, ze zitten allemaal mee te kijken. Dat voelt niet goed, voorzitter. De voorzitter: Ik ga naar de heer Jongsma voor zijn bijdrage. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Midden-Delfland doet het. Voorzitter. Dertien maanden na de verkiezingen, ruim negen maanden na de presentatie van het coalitieakkoord ontvangen wij als raad het collegewerkprogramma met deze ambitieuze titel. Het is een collegewerkprogramma, waarin het ons als raad, inwoners en ondernemers duidelijk moet worden hoe de gepresenteerde opdrachten uit het coalitieakkoord daadwerkelijk uitgevoerd gaan worden tot maart 2026. In het coalitieakkoord staat een groot aantal doelen en ambities, waar OGP zich in kan vinden.
Het zijn doelen en ambities die belangrijk zijn voor de toekomst van Midden-Delfland en haar inwoners. In juli hebben we als raad het debat hierover gevoerd. Daarbij heeft OGP aangegeven dat het de beschreven ambities over het open en groen blijven van ons buitengebied, het verder helpen van boeren naar een natuurvriendelijke, duurzame en daarmee toekomstbestendige bedrijfsvoering van harte ondersteunen. Verder gaven wij aan dat de meerjarenafspraken voor onze gebiedsmarketing via PUUUR op onze instemming kunnen rekenen en dat wij blij zijn met de betrokkenheid van maatschappelijke organisaties bij het opstellen van het coalitieakkoord. We hebben ons ook uitgesproken over de zorg die we hebben op belangrijke thema’s. Sommige onderwerpen ontbreken of er wordt maar weinig richting gegeven. Denk hierbij aan het sluipverkeer, bereikbaarheid, openbaar vervoer, stiltegebied, de woningbouwopgave waar de heer Roeling het zojuist ook al over had, en de noodzakelijke stappen op het gebied van duurzaamheid en energietransitie. Het coalitieakkoord geeft wat OGP betreft richting aan wat er deze periode
moet gebeuren. Het nu voorliggende collegewerkprogramma zou een nadere invulling moeten geven aan hoe dat vorm krijgt en wanneer wij als raad onze controlerende, kaderstellende en besluitvormende rol goed kunnen invullen. Juist deze uitwerking is wat ons betreft in dit collegewerkprogramma zwaar onder de maat. In het coalitieakkoord staan 51 opdrachten aan het college. Van deze opdrachten zijn er slechts zeven concreet en tijdgebonden uitgewerkt. Voor zeventien opdrachten geldt dat deze niet zijn uitgewerkt en van de overige 27 opdrachten is alleen wat vage tekst opgenomen. Voorzitter, met uw permissie ga ik twee voorbeelden noemen. De eerste is opdracht 1.2: maak inzichtelijk en voer op basis daarvan overleg met Europa, ministeries en provincies, op welke wijze het landschap bijdraagt aan de realisatie van kabinetsplannen. De uitwerking in het collegewerkprogramma is: "We staan voor een goede bestuurlijke vertegenwoordiging in de regio. Dit met als doel om onszelf breder en daarmee nog beter te positioneren. Dit kan betekenen dat we ons ook inzetten voor doelen die primair een regionale insteek hebben, maar waar MiddenDelfland indirect van kan profiteren". Wij vinden dat niet echt op elkaar aansluiten en een beetje vaag.
En dan opdracht 3.2: de gemeenteraad biedt uiterlijk 1 maart 2023 een actualisatie aan van de Woonagenda, met daarin maatregelen en mogelijkheden om de sociale en betaalbare woningen voor de doelgroep bereikbaar te houden. De uitwerking van het collegewerkprogramma is er niet. Er is niets over vermeld. Hiermee is wat ons betreft dan ook geen sprake van een werkprogramma. Veel is niet concreet, veel is niet uitgewerkt, het ontbreekt aan planning, het bevat weinig doelen, het is beleidsarm. En hoe dit college het verder gaat uitvoeren, weten we ook niet. Een werkprogramma is wat ons betreft de basis voor een meerjarige begroting en het stellen van kaders. Vorige week hadden we het er nog over. Het geeft een heldere route weer van wanneer wij als raad kunnen meewerken, bijsturen en controleren. Met dit werkprogramma is niet duidelijk waar we als gemeente in 2026 staan en waar we daarna verder op kunnen werken. Dat is niet goed voor ons als raad maar bovenal geeft het geen duidelijkheid aan onze inwoners en ondernemers. De vraag die we als OGP dan ook aan onze collega’s van het CDA, de VVD en D66 hebben, als coalitiepartners en dus opdrachtgevers van dit werkprogramma, is hoe jullie naar dit werkprogramma kijken.
Hebben jullie dit ook geconstateerd en wat vinden jullie daarvan? In hoeverre zijn jullie wel betrokken geweest bij de totstandkoming van dit werkprogramma? Het college roept wel steeds om samenwerking – dat horen we overal: verbinding, samenwerking – maar in de praktijk merken wij als OGP daar nog niet zo heel veel van. Dat lijkt ons een gemiste kans. Wij willen als OGP onze verantwoordelijkheid daarin nemen en het college helpen bij het formuleren van het hoe. Om het college op weg te helpen, hebben we al een aantal technische vragen gesteld. Uiteraard dank voor de antwoorden. Ik constateer echter dat er echt wel werk is gemaakt van de beantwoording, maar het wordt weer pijnlijk duidelijk dat het nog steeds niet gaat om het hoe. Dat blijft een vraag. Het collegewerkprogramma biedt niet de helderheid over wanneer en wat. Het geeft de inwoners niet het inzicht in wat ze in de komende drie jaren concreet mogen verwachten. Daarnaast geeft het geen duidelijke richting aan de ambtelijke ambitie. Wanneer gaan we waaraan werken en met wie? Het lijkt me voor een ambtelijke organisatie best lastig te werken met zo’n collegewerkprogramma. Voor ons als raad blijft het dan steeds maar weer afwachten wat er elke maand op het menu komt te staan. En om nog maar eens met de woorden van de burgemeester te spreken: de raad zit liever aan tafel dan dat hij op het menu staat.
Om het college aan te sporen tot een echt werkprogramma te komen, heeft OGP een vijftal moties opgesteld. Het zijn moties die verband houden met vijf thema’s die de fractie van OGP momenteel het belangrijkst vindt om speciaal te benoemen. Voorzitter, mijn voorstel is na een korte onderbouwing mijn beide fractiegenoten het dictum te laten voorlezen. Dat geeft mij even pauze en het is misschien voor de luisteraar ook leuk, wat meer variatie. Ik begin met motie 1. Dat is de Woonagenda en actief grondbeleid. De opdracht uit het collegeakkoord was om uiterlijk in maart 2023 een vernieuwde Woonagenda aan de raad aan te bieden voor besluitvorming. Zoals bekend is dat niet gebeurd. Met een motie in november 2022 heeft het college de opdracht gekregen een actief grondbeleid uit te gaan voeren, maar hierover is geen informatie in het werkprogramma opgenomen. Beide onderwerpen zijn voor inwoners van groot belang om zo meer woningen beschikbaar te krijgen voor onze eigen inwoners tot 2026, maar zeker ook daarna. De voorzitter: Er is mij een vraag gesteld als voorzitter en ik wil daar ruimhartig op ingaan. Ik wil graag de heer Knaap het woord geven.
De heer Knaap: Dank u wel. De opdracht bij deze motie, is als volgt: draagt het college op: in juni alsnog de vernieuwde Woonagenda ter besluitvorming aan de raad aan te bieden en daarin de meest recente ontwikkelingen en instrumenten op te nemen om woningen beschikbaar te krijgen voor eigen inwoners; om uiterlijk in september 2023 een plan van aanpak of programma aan de raad ter besluitvorming aan te bieden, hoe te komen tot een actief grondbeleid en welke mogelijkheden er in Midden-Delfland beschikbaar zijn om te komen tot meer locaties voor woningbouw in onze dorpskernen; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. We gaan waarschijnlijk weer door naar de heer Jongsma. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Motie 2, resultaten energietransitie 2026. Het collegewerkprogramma bevat ook een groot aantal aspecten van algemene, en dus weinig concrete, ambities, maar geeft geen inzicht in daadwerkelijke resultaten en producten met een daaraan gekoppeld tijdpad. Gezien het belang voor onze inwoners en ondernemers is het onderwerp energietransitie wel van groot belang. De voorzitter: De heer Knaap.
De heer Knaap: Daarom dragen wij het college op: aan te geven welke concrete resultaten het eind 2025 wil hebben bereikt in de energietransitie en hoe deze onze inwoners en ondernemers gaan helpen in het doorleven van deze energietransitie; daarbij aan te geven hoe de daarbij beschikbare instrumenten, waaronder de RES 2.0, de warmtevisie en het energieloket, gaan helpen en wanneer de raad wordt meegenomen in besluitvorming over vervolgstappen; de raad hierover uiterlijk in 2023 duidelijkheid te verschaffen; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, de heer Knaap. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Motie 3, Zijn alleen Oekraïense vluchtelingen welkom? De opdracht uit het coalitieakkoord is om maatschappelijke initiatieven te ondersteunen en te zorgen voor realisatie van taakstellingen voor de opvang van vluchtelingen en statushouders. Het collegewerkprogramma beschrijft dat wij als gemeente Midden-Delfland onderdak bieden aan Oekraïense vluchtelingen. Wij realiseren hiervoor verplaatsbare woningen bij Euterpe in samenwerking met Wonen Midden-Delfland. Deze woningen bouwen we ook voor onze andere woningzoekenden, waaronder starters.
Het college geeft op deze manier geen invulling aan de opdracht zoals deze is verwoord in het coalitieakkoord, waardoor een opvang voor andere vluchtelingen en statushouders, die niet uit Oekraïne komen, niet mogelijk is. De voorzitter: Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Daarom draagt de motie het college op: uiterlijk in september 2023 met een plan van aanpak of programma te komen, waarin de doelstellingen beschreven staan hoe wij als gemeente Midden-Delfland invulling gaan geven aan de ondersteuning van maatschappelijke initiatieven, om ervoor te zorgen dat de realisatie van taakstelling voor de opvang van vluchtelingen en statushouders mogelijk wordt. In dit plan van aanpak kan het huidige lopende onderzoek meegenomen worden; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel. De heer Jongsma.
De heer Jongsma: Dank u wel. Toekomstvisie. Het collegewerkprogramma geeft weinig inzicht in daadwerkelijk verwachte resultaten met een daaraan gekoppeld tijdpad, waarin deze visie, eventueel in conceptvorm, aan de raad kan worden gepresenteerd. Een duidelijke toekomstvisie is van groot belang voor de inwoners en ondernemers van Midden-Delfland, gezien alle uitdagingen op het gebied van milieu, klimaat, energie en migratie. De voorzitter: Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Daarom: draagt het college op: een inspirerende, ambitieuze visie te ontwikkelen, waarin het bestaansrecht van de gemeente Midden-Delfland niet anders dan als vanzelfsprekend kan worden aangenomen; rekening te houden met de doelstellingen van rijksoverheid en/of provincies; de visie dusdanig op te stellen dat deze begrijpelijk en leesbaar is voor iedere inwoner, duidelijk aan te geven welke resultaten wij als gemeente eind 2050 willen hebben bereikt ten opzichte van de huidige situatie, een nulmeting; periodiek maar minimaal één keer per jaar het huidige beleid en de voortgang te toetsen aan de visie; en de raad uiterlijk in augustus 2023 duidelijkheid te verschaffen over hoe deze punten in het ontwikkelproces worden geborgd, welke stakeholders hierbij betrokken worden en wanneer de conceptvisie gepresenteerd wordt aan de raad; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel.
Mijnheer Jongsma, u heeft er nog één als het goed is. De heer Jongsma: Dat is correct, voorzitter. De laatste motie is motie 5, klimaatadaptatie, biodiversiteit, het verbeteren van de kwaliteit van het oppervlaktewater. De opdracht uit het coalitieakkoord was om bij alle werkzaamheden in de openbare ruimte aanpassingen aan klimaatwijziging en het vergroten van de biodiversiteit als uitgangspunt te nemen. Het collegewerkprogramma geeft alleen aan zoveel mogelijk klimaatadaptatief te zijn, maar geeft niet aan hoe. De opdracht uit het coalitieakkoord was om actief samen te werken met het waterschap ten aanzien van klimaatmaatregelen, biodiversiteit en het verbeteren van de oppervlaktewaterkwaliteit. Het collegewerkprogramma geeft aan samen met het waterschap en anderen zich hiervoor in te zetten. Niet duidelijk is welke doelstellingen worden behaald, en hoe, wanneer en met wie. Klimaatadaptatie, biodiversiteit en waterkwaliteit is voor onze inwoners van groot belang, nu en in de toekomst. De strategie Klimaatadaptatie Midden-Delfland 2021-2026, die we hier gisteren hebben besproken, is in december 2020 door de raad vastgesteld, maar is nog niet in uitvoering. De voorzitter: De heer Knaap.
De heer Knaap: Daarom dragen wij het college op: dat uiterlijk in november 2023 fase 1, ‘weten, willen en werken’, is afgerond en een uitvoeringsprogramma is opgesteld, waarin de doelstellingen van het klimaat, de biodiversiteit en het water zijn vastgelegd in een uitvoeringsagenda. Hiermee kan de raad de voortgang volgen en bewaken; concreet, naast andere zaken, de volgende zaken in het beleid op te nemen of te continueren: het vergroenen van tuinen, acties tegen steen, tegelwippen, waarbij stenen in de tuin worden vervangen door gras en borders, bij nieuwbouw slechts vijftig te betegelen dan wel te verstenen, het vervangen van dichte tegels op parkeerplaatsen door open tegels, en dat regenwater verplicht wordt opgevangen en gebruikt wordt in droge tijden en niet meer via het riool wordt afgevoerd; en gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. De heer Jongsma, wat afrondende woorden, zo schat ik in. De heer Jongsma: Voorzitter, ik kom tot een afronding. Haast is geboden, maar feitelijk hebben we nog maar twee jaar en zeven of acht maanden om zaken voor elkaar te krijgen en voortgang te
boeken. Van OGP bent u gewend een constructieve bijdrage te krijgen. Ook nu weer. Niet voor niets is ons motto "anders denken, samen doen". Deze fractie wil graag samenwerken zodat we in 2026 als gemeenteraad kunnen zeggen: "De raad van dit mooie Midden-Delfland did it". De voorzitter: Dank u wel, de heer Jongsma. We gaan naar de heer Vieira. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Het collegewerkprogramma. Laat ik beginnen bij de vraag die de heer Jongsma stelt. Als raadslid zit ik er tussenin. Ik ben onderdeel van de hele raad en heb ook meegeschreven aan het coalitieakkoord. De vraag is wat ik vind van wat er voorligt. Laat ik beginnen met de tijdspanne. Toen wij het coalitieakkoord schreven, had ik niet de verwachting dat wij het pas in maart zouden ontvangen. Ik ben daar open en eerlijk in: daar had ik andere verwachtingen bij. Ik kan me niet heugen dat ik bij de presentatie van het coalitieakkoord heb aangegeven dat we op een bepaald moment het collegewerkprogramma verwachten, wat er specifiek in staat en aan welke eisen het moet voldoen. Dat neem ik mezelf wel kwalijk als raadslid, dat ik misschien scherper had moeten zijn op wat we ervan verwachten. Ik denk wij allen, omdat we dan weten dat als we dit verwachten met zijn allen, we ook verwachten dat het college met iets komt dat meer voldoet aan de verwachting van meerderen van ons.
Dat wat betreft het collegewerkprogramma. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter, ik heb nog een aanvullende vraag. Ik snap dat u dat misschien niet helemaal scherp had en er lag gewoon een collegewerkprogramma daarvoor. Daar is ook nog naar gekeken. Heeft dat u niet op de een of andere manier kunnen inspireren om te denken dat het wat concreter zou kunnen? Ik ben nieuwsgierig hoe dat zit. Dat is verder niet in de coalitie besproken? De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Ik ken het programma, ik zal er zo inhoudelijk op terugkomen, ook op het voorprogramma, als u zich afvraagt wat erin stond en hoe we dat hebben vergeleken. Ik kan zeggen wat ik ervan vond, maar ik denk dat wij allemaal als raad in september of oktober aan de bel hadden kunnen trekken en zeggen dat het te lang duurde. Maar goed, ik ben er ook onderdeel van, dus ik vind ook dat ik daar scherper op had kunnen zijn. Dan kan ik gelijk inhaken op dat punt, want de heer Roeling refereerde al aan het feit dat er 87 punten in het coalitieakkoord stonden, en dat het er in het collegewerkprogramma minder zijn. Als je puur kijkt naar de inhoud, kun je het in een paar categorieën indelen. Ten eerste waren ze genummerd, nu niet. Er stond in "wij zetten de leerplichtambtenaar in", "we onderhouden monumenten", of "we zorgen dat we bereikbaar zijn".
Dat zijn punten die niet opgenomen zijn in het collegewerkprogramma, maar die wel gedaan worden. Dus als je wegstreept wat er al gedaan wordt, zie je dat het op een ander abstractieniveau geschreven is. De voorzitter: De heer Knaap, een interruptie. De heer Knaap: Dank u wel. Mijnheer Vieira, een van de speerpunten van D66 is actie 2.1. "Besteed bij alle vormen van uitvoering en beleid aandacht aan inclusie en zorg ervoor dat inclusie er integraal bij betrokken is". Dat is de opdracht die u het college heeft gegeven. Wat had u daar willen zien staan? De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Even los van deze vraag, die ik zeker ga beantwoorden, is de vraag op welk abstractieniveau je kijkt naar een collegewerkprogramma. Als je inwoners vraagt 'wat vind je belangrijk?', zit dat hem als eerste in het niveau van uitvoering. Wanneer je gaten in de weg ziet of dat je afval niet wordt opgehaald, is dat op uitvoeringsniveau. Dan heb je het beleidsniveau, daar hebben inwoners ook een mening over. Dan gaat het over of je ergens wel of niet mag parkeren. En dan heb je het collegewerkprogramma en of iets daar wel of niet in staat. Een graadmeter hoe het met je samenleving gaat, toets je bij je inwoners. Dus ik als raadslid kijk met name naar wat
er daadwerkelijk gebeurt in de uitvoering en welk beleid er wordt uitgedraaid. De vraag is dus of ik vind dat het copy-paste moet zijn van het coalitieakkoord in het collegewerkprogramma. Ik denk dat dat wat mij betreft heel makkelijk zou zijn, want dat is iets dat we wensen en te koppelen is aan tijd dus dat zou beter zijn. Maar wij hebben nu resterende tijd. Ik heb als raadslid instrumenten om het college te bevragen, te kijken naar beleidstukken en te kijken of het erin staat zoals ik wil, en als ik of wij in meerderheid vinden dat iets beter moet, dan zijn wij als raad het beslissende orgaan en kunnen wij een motie of amendement of beleidsstuk daarop schrijven en kijken of we gehoor krijgen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Knaap, gaat uw gang. De heer Knaap: Het is wel grappig want de heer Vieira gaat dus nu zelf de komende jaren heel hard werken om dingen hier op de agenda te krijgen, terwijl hij een opdracht heeft gegeven aan het college. Mijn vraag is dus heel concreet, weer op die inclusie, wanneer u wat voor soort stuk hier in de raad op de agenda had verwacht. Wat wilt u op de agenda hebben, en wanneer? De heer Vieira: De vraag rondom inclusie is of ik een concreet stuk wil of gewoon een manier hoe je als overheidsorgaan met elkaar omgaat. Maar over de vraag wat er wanneer precies in staat, kunnen we het hebben.
Daar moeten we een meerderheid voor vormen en misschien komen we dan ook bij u uit. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ik stel hem nog één keer. Wat denkt u dat u de komende twee jaar en acht maanden, op basis van deze opdracht in dit coalitieakkoord ziet op de agenda. Wat gaat u zien, concreet? Waar gaat u als raadslid op sturen, besluiten en controleren? Over inclusie. De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: In deze periode, maar ook in de vorige is de vraag of we voor elke raadsvergadering sturen op basis van het collegewerkprogramma of op basis van beleidsstukken, beleid dat we maken, dingen die op de agenda staan en dingen die in het coalitieakkoord staan. Bij mij persoonlijk ligt die prioriteit bij beleidsstukken en soms mist er misschien iets in het collegeprogramma en dan moet ik misschien harder werken om iets voor elkaar te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Knaap, ik denk dat u het hiermee moet doen. De heer Knaap: Ja. De voorzitter: Gaat u verder, de heer Vieira. De heer Vieira: Ja, dan zijn er nog een paar aspecten die ik nog wil uitlichten. Er werd gesuggereerd dat we nu nog maar twee jaar en een aantal maanden hebben om bepaalde zaken te realiseren.
Ik vind wel dat je objectief moet kijken naar wat er gebeurd is en waar je in mijn optiek niet aan voorbij moet gaan, is dat er ook gewoon dingen in het coalitieakkoord zijn die al gerealiseerd zijn zonder dat er maar één letter in het collegewerkprogramma stond. Zo stond er iets over toeristenbelasting, nou, dat is gerealiseerd. We zouden het hebben over dienstverlening, dat is gebeurd. We zouden het hebben over verduurzamen en met bepaalde acties komen. Zo zijn er tal van zaken die… De voorzitter: De heer Jongsma heeft een interruptie. De heer Jongsma: Voorzitter, het doet me denken aan een radioprogramma, waarin iemand voorspelde wat er gisteren gebeurd is. Dat is wat u ook doet. U stelt dat een aantal dingen gebeurd is en dat die nu in het collegewerkprogramma staan. Ik kan heel veel dingen opschrijven die al gebeurd zijn in het collegewerkprogramma, dat een jaar later komt. Wat was er eerder, de kip of het ei? Wat was er eerder, het toeristenbelastingakkoord of het collegewerkprogramma? Mijn vraag
is dus of de dingen die u nu suggereert, die er al waren, er ook waren geweest als ze niet in het collegewerkprogramma hadden gestaan. De heer Vieira: Ik probeer te destilleren wat voor vraag er gesteld wordt. Sowieso is 85% of 90% van de taken van de gemeente wettelijke taken die je sowieso al uitvoert, dus je kunt je afvragen of het college pas aan de slag gaat als er een collegewerkprogramma is of eerder. Volgens mij is het college gewoon vanaf dag één met de wettelijke taak en met zaken die in het coalitieakkoord stonden aan de slag gegaan. Daar komt nu een collegewerkprogramma bij. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Vieira: Zeker. Rondom de punten die wel of niet gerealiseerd zijn. Ik heb een paar voorbeelden genoemd. Overigens is het heetste hangijzer volgens mij de woningmarkt. Er is gezegd dat we nu misschien meer moeten gaan realiseren, omdat er nog niets gedaan is. Als wij de raadsstukken van de afgelopen maanden doornemen – en dan neem ik niet heel flauw Euterpe erbij met dertig woningen voor Oekraïne, maar andere beleidsdocumenten – hebben wij gewoon akkoord gegeven op 68 woningen. Je kunt je afvragen of dat realisatie is of niet, maar het begint met een akkoord geven in de raad en dan later vindt de uitvoering plaats. Dus kijk de raadsstukken na.
Als er staat 75 per jaar en wij hebben 68 woningen… De voorzitter: De heer Roeling wil hier graag een interruptie geven. De heer Roeling: Het klopt wat de heer Vieira zegt, maar dat zijn allemaal particuliere initiatieven. Het zijn geen uitwerkingen van plannen in het collegewerkprogramma. Mijn Partij is blij met die particuliere initiatieven, maar je kunt daar weinig of geen sturing aan geven als het gaat om betaalbaar en sociaal. Dat zit er gewoon niet in, dat is moeilijk te realiseren. Daarom hameren wij erop dat we als gemeente veel meer zelf moeten realiseren, want dan hebben we die verhouding die we zo graag willen en die hebben we inmiddels ook afgesproken. Die kun je dan realiseren. Is de heer Vieira dat met me eens? De voorzitter: Het begon bijna op een betoog te lijken, dus ik ben blij dat u nog een vraag stelt. De heer Vieira. De heer Vieira: Waar het om gaat, is dat er woningen gerealiseerd worden. Dat kan op meerdere manieren. Wij hebben beleid op basis waarvan wij toetsen. In de vorige periode hebben wij gezegd dat 30% sociaal moet zijn. Daar zijn we naartoe gegaan. Daarbij hebben we in deze collegeperiode aangegeven dat er 30% betaalbaar bij moet. Elk plan dat hier passeert, wordt daar dus aan getoetst, welk type initiatief dat ook is. De voorzitter: De heer Roeling, gaat uw gang met uw interruptie.
De heer Roeling: Hoeveel van die 68 woningen zijn er te koop onder de € 400.000,00? De voorzitter: Mijnheer Vieira, heeft u dat paraat? De heer Vieira: Die technische vraag had ik graag vooraf gewild, voorzitter. De voorzitter: De heer Roeling weet het waarschijnlijk zelf wel. De heer Roeling: Ja, 68. Nee, geintje. Van die 68, hoeveel sociale en betaalbare zitten erbij? De voorzitter: De heer Roeling, de heer Vieira geeft aan dat hij die gegevens niet paraat heeft en u stelt nu een andere vraag die op hetzelfde neerkomt. Ik denk dat de heer Vieira hetzelfde gaat zeggen. De heer Roeling: Dan moet je je huiswerk doen, voor je met dat soort getallen komt.
De voorzitter: Mijnheer Roeling, ik constateer dat de heer Vieira een aantal feiten noemt en die paraat heeft. Dat mag. U stelt een vraag om nog gedetailleerder te zijn en het antwoord heeft hij op dit moment niet. Het staat de heer Vieira natuurlijk vrij om elk feit te benoemen dat hij paraat heeft, net zo goed als u dat ook mag. Maar, mijnheer Vieira, gaat u verder met uw betoog. De heer Vieira: Het gaat over de vraag wat je van het collegewerkprogramma mag verwachten. Dan kom ik weer bij het begin terecht. Ik denk dat je de volgende keer, wat je ook doet in de gemeenteraad, afspraken maakt over wat we van elkaar verwachten. Dat vind ik ook en ik denk dat we mogelijk wat concreter hadden kunnen zijn, maar ik denk dat hetgeen ik net deed, bepaalde zaken in een ander perspectief zetten, gewoon kan. Maar goed, er wordt vanavond niet om een besluit gevraagd, dus ik wil het hierbij laten, voorzitter. De voorzitter: Dat mag, maar u heeft nog wel een interruptie van mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ik wil de heer Vieira bedanken voor zijn betoog, maar ik heb één vraag. Kan de heer Vieira mij uitleggen wat hij ziet als het verschil tussen een coalitieakkoord en een collegewerkprogramma? De voorzitter: De heer Vieira. Het is een technische vraag, maar deze kunt u wel beantwoorden, denk ik. De heer Vieira: Zeker.
Het één is van de raadsleden en het ander is het werkprogramma van het college. De voorzitter: Mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ja. Dank u wel, voorzitter. Als ik aan het woord collegewerkprogramma denk, denk ik bij het woord 'werk' aan het aangeven hoe je iets gaat doen; dat zijn activiteiten die je gaat doen, met een wanneer. Kunt u mij helpen met wat de activiteiten zijn, die wat u betreft in het collegewerkprogramma staan? Er staan heel weinig activiteiten in en heel veel uitspraken als: 'we hebben een idee dat we die kant op gaan'. De voorzitter: De heer Vieira. Een korte samenvatting van uw eerdere betoog. De heer Vieira: Zoals ik zei. Dit is het programma van het college dus volgens mij hoort die vraag bij het college thuis. De vraag is hoe het college dingen gaat doen. Ik werk niet voor het college, ik werk als raadslid. Of werk, in mijn vrije avonden ben ik hier aanwezig als raadslid. De voorzitter: Dit is werk hoor, mijnheer Vieira, absoluut. Dank u wel. Dan gaan we tot slot naar de heer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Het collegewerkprogramma. Het is een document waar we lang naar uitgekeken hebben en het ligt nu voor ons. Het CDA is blij met het document nu het uiteindelijk toch tot stand gekomen is.
In de inleiding van dit collegewerkprogramma kunnen we lezen dat de in het coalitieakkoord genoemde onderwerpen terugkomen in gangbare werkprocessen tussen college en raad zoals de planning-en-controlcyclus. Hierdoor wordt de terugkoppeling een onderdeel van de reguliere verantwoordingsdocumenten. Dit CWP, collegewerkprogramma, is dan ook een uitwerking van het eerder gesloten coalitieakkoord op hoofdlijnen. Dit collegewerkprogramma gaat dan ook op een aantal dingen concreet in en andere onderwerpen worden op hoofdlijnen benoemd. Het CDA kan zich hierin vinden. Natuurlijk kun je jezelf de vraag stellen of het concreet genoeg is. In onze ogen wel. De voorzitter: Er is een interruptie voor u van de heer Knaap. De heer Knaap: Dank u wel, voorzitter. Ik hoor de heer Zwaard heel trots zeggen dat er veel is uitgewerkt. Ik ga even naar opdracht 4.7. organiseer betrokkenheid van inwoners, ondernemers en organisatie vanuit het principe 'zeg wat je doet en doe wat je zegt'. Op welk aspect in het
collegewerkprogramma bent u trots als het gaat om 'zeggen wat je doet'? Want daar begint het wat de opdracht betreft. De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel. Zoals ik al zei, gaat het collegewerkprogramma op een aantal dingen concreet in en op een aantal dingen minder concreet. Hoe we dat precies moeten zien, is een vraag voor het college en niet aan mij. Daar wil ik dus gewoon aan voorbij gaan. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ik ga de heer Zwaard even helpen. U geeft het college een opdracht, waarin staat: 'organiseer betrokkenheid van inwoners en zeg wat je doet'. Dan krijgt u een collegewerkprogramma. Daar staat als het goed is in wat het college gaat doen, dus ik herhaal mijn vraag. Met welke aspecten bent u blij? Waar staat echt wat er gedaan gaat worden? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: U krijgt hetzelfde antwoord. Ik verwijs u door naar het college en dat zal die beantwoording geven, want het is een collegewerkprogramma. De voorzitter: De heer Knaap, laatste poging. De heer Knaap: Ja, de laatste poging, maar ik ga het toch nog eens proberen. U bent opdrachtgever dus u geeft een opdracht. U geeft de aannemer de opdracht om een huis te bouwen. U krijgt een schuurtje. Dan zegt u: 'ik weet niet of ik blij ben met dat schuurtje, maar u moet bij de aannemer zijn'.
Ik wil gewoon van u weten waar u blij mee bent, concreet, in dit collegewerkprogramma. De voorzitter: De heer Zwaard, de laatste poging. De heer Zwaard: Dank u wel. Ik hoor u zeggen dat we een schuurtje krijgen, dat is dan uw conclusie. Ik denk dat wij gewoon een compleet huis krijgen en daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Gaat u verder met uw betoog. De heer Zwaard: Wat wij veel belangrijker vinden, is de uitwerking van dit collegewerkprogramma en daar hebben we als CDA alle vertrouwen in. Er is echter een tweetal punten dat wij willen aanstippen en die zouden wat het CDA betreft wat specifieker benoemd mogen worden in het collegewerkprogramma. Het gaat om het zoeken naar actieve samenwerking met omliggende gemeenten voor het behoud en de financiering van het landschap en de zorg voor een beter beloningssysteem voor boeren, die zorgdragen voor de biodiversiteit in ons gebied. Dit zijn wat het CDA betreft twee aandachtspunten die beter belicht mogen worden. We zijn dan ook benieuwd hoe het college daarnaar kijkt. Verder zijn er een aantal moties ingediend en het CDA wacht de reactie van het college af alvorens zich daarover uit te laten. Wij vinden het wel jammer dat een aantal van deze moties pas in de loop van deze ochtend kenbaar gemaakt zijn, terwijl we al ruim een maand weten dat deze raadsvergadering met dit onderwerp eraan komt.
De CDA-fractie heeft zich dan ook niet kunnen beraden over deze moties. Dat vinden we een gemiste kans, want in onze ogen zou elke goede motie die bijdraagt aan een beter Midden-Delfland op onze steun kunnen rekenen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Zwaard. Ik zie de heer Roeling. Mijnheer Roeling, ik beschouw het als een interruptie. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Het gaat over woningbouw en het aantal woningen. Dat kwam niet voorbij, dus ik wilde even wachten tot de heer Zwaard klaar was. Het CDA heeft in aanloop naar de verkiezingen iedereen verteld tussen 2018 en 2028 1000 woningen te willen bouwen. Na de verkiezingen - dat was denk ik bij de behandeling van het coalitieakkoord - heb ik
aan de heer Zwaard gevraagd hoe het CDA denkt die 1000 woningen te gaan realiseren. Toen kreeg ik het antwoord dat het college daarover gaat, een beetje in het verlengde van de heer Knaap. Nu hebben we het collegewerkprogramma ontvangen, maar we zien geen schijntje van die 1000 woningen van het CDA. Dus nogmaals de vraag aan de heer Zwaard waar uw 1000 woningen zijn gebleven. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, een heldere vraag, denk ik. De heer Zwaard: Voor die 1000 woningen die de heer Roeling noemt, hebben we tot 2030. We beperken ons nu tot 300 woningen in de huidige coalitieperiode en daarna zijn er nog best wel wat mogelijkheden om verder te bouwen. Maar dat is voor een periode na deze coalitieperiode. De heer Roeling: Het ging over de periode 2018-2028; niet 2030. Ik snap dat de heer Zwaard snel een halve collegeperiode erbij probeert te smokkelen, maar zo zijn we niet getrouwd. Het gaat over de periode 2018-2028. Hoe ziet het CDA, mede op basis van het collegewerkprogramma, die 1000 woningen gerealiseerd in die periode? Want dan moeten er natuurlijk wel pak 'm beet 800 gerealiseerd worden in dit collegewerkprogramma. Daar zie ik niets van. De voorzitter: Helder. We gaan naar de heer Zwaard. De heer Roeling: Dat lijkt me een goed idee, maar ik vrees voor hetzelfde antwoord. De voorzitter: Dat is aan de heer Zwaard, gaat uw gang.
De heer Zwaard: Misschien wordt die vrees ook wel waarheid. Ik denk dat we het hebben over deze coalitieperiode en over 300 woningen. Daar wil ik het voor nu bij laten. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. De heer Roeling, laatste poging. De heer Roeling: Maar wat heeft u dan aan onze kiezers verteld? U heeft toch niet aan onze kiezers verteld 'we zeggen nu wel 1000 woningen, maar dat gaan we helemaal niet doen, en als de vraag komt waarom ze niet worden gerealiseerd, beginnen we over dat het om deze coalitieperiode gaat'. Dat kun je toch niet verkopen, dan moet je je gewoon beperken tot de periode 2022-2026 en niet allerlei mooie beelden schetsen over de periode erna. Dat is over je graf regeren, is de heer Zwaard dat met me eens? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Nee. De heer Knaap: Ik hoor van het CDA de vlucht naar voren: 'In de periode hierna komen er ook nog projecten waar we woningen realiseren'. Ik ben benieuwd waar in het collegewerkprogramma ook maar één regel staat, die leidt tot initiatieven na deze periode. De voorzitter: Mijnheer Knaap, ik wil u er wel op wijzen dat het collegewerkprogramma dat nu op agenda staat een bepaalde periode heeft. Het is heel lastig om daar voorbij te kijken. Ik wil me niet met de inhoud bemoeien, maar het gaat natuurlijk wel om deze periode. Misschien kunt u de vraag iets scherper maken.
De heer Knaap: Ter toelichting. Als de heer Zwaard, de fractie van het CDA na deze periode nog andere woningen wil gaan bouwen, zullen ze in deze periode iets moeten gaan doen. Dan zullen ze actief in gesprek moeten gaan met locaties waar dat mogelijk kan. Ik ben dus benieuwd waar de heer Zwaard dit heeft gevonden in dit collegewerkprogramma. De voorzitter: Helder mijnheer Knaap. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ook die laat ik aan het college, want het is het collegewerkprogramma, dus we wachten die beantwoording rustig af.
De voorzitter: Dank u wel. Geen verdere interrupties? Dan was dit de eerste termijn. De heer Jongsma: Mag ik toch ook de VVD vragen om een reactie? Ik heb een vraag gesteld in de eerste ronde. De voorzitter: Het woord is aan de VVD. De heer Van der Eijk: Ik kan dat prima in de tweede termijn beantwoorden, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan is dat ook helder. Dan ga ik eerst even de lijst met moties aflopen qua nummering. Ik denk dat dat helder is voor de administratie. Motie 1 van Mijn Partij, Duurzaam bestemd glas. Motie 2 van Mijn Partij, Woningen voor eigen inwoners. Motie 3 van Mijn Partij, Visie gemeentelijk vastgoed. Motie 4 van Mijn Partij, Meer betaalbare woningen. Motie 5 van OGP, Woonagenda en actief grondbeleid. Motie 6 van OGP, Resultaten energietransitie tot 2026. Motie 7 van OGP, Zijn alleen Oekraïense vluchtelingen welkom? Motie 8 van OGP, Toekomstvisie. Motie 9 van OGP, Klimaatadaptatie, biodiversiteit en verbeteren kwaliteit van het oppervlaktewater. Ze staan als het goed is ook in iBabs in die volgorde. Ik kijk even naar het college. Ik kan me voorstellen dat er behoefte aan een schorsing is. Wethouder Voskamp: Mede omdat ook andere portefeuillehouders een antwoord mogen geven, heb ik graag een korte schorsing. De voorzitter: Hoe lang is een korte schorsing in uw ogen? Wethouder Voskamp: Een kwartiertje.
De voorzitter: Prima, dan schors ik de vergadering voor vijftien minuten. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik kijk naar het college en denk dat de heer Voskamp als eerste het woord heeft. Wethouder Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Dank u wel, voorzitter. Om maar met de deur in huis te vallen: voor het college is het coalitieakkoord leidend. We geven uitvoering aan het coalitieakkoord en u mag, als raad, ons daaraan houden. Als college hebben we geprobeerd met het collegewerkprogramma een richting te geven aan hoe we de uitvoering van dat coalitieakkoord voor ons zien. Het collegewerkprogramma is geen uitputtend document. Het is niet van een zodanig detailniveau dat alles benoemd kan worden en het is ook niet de bedoeling om hiermee vooruitlopend op de resterende twee jaar en acht maanden alles dicht te regelen. Uitwerken op zo’n niveau kost te veel tijd en vraagt te veel onderzoek op voorhand. Dat is tijd die we niet kunnen besteden aan het oppakken van het uitwerken en uitvoeren. Daarnaast verandert alles om ons heen en zullen we daar ook op moeten inspelen. Het document geeft aan wat we als college naast de reguliere werkzaamheden en de lopende zaken aanvullend zullen oppakken.
Mogelijk concreet gemaakt in tijd, terwijl bij andere onderwerpen meer beschouwend en hoog over een richting is gegeven waar we op een later moment in deze periode mee aan de slag zullen gaan. Het niet benoemen van een onderwerp wil niet zeggen dat wij het niet belangrijk vinden en er niets mee doen. Andersom wil iets wel benoemen ook niet gelijk zeggen dat we daaraan de hoogste prioriteit geven en andere zaken zullen laten liggen. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie.
De heer Knaap: Dank u wel. Ik hoor een heel mooi verhaal van de wethouder. Heel veel dingen gaan door en gaan gewoon goed. Mijn concrete vraag is hoe u de agenda’s van de raad de komende tijd gaat vullen. Tot op heden is het steeds een verrassing wat erop staat. Dat is voor mij ook een belangrijke randvoorwaarde van het collegewerkprogramma; de voorspelbaarheid van het handelen wanneer ik iets moet gaan doen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. Wethouder Voskamp, gaat u verder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik was op het punt gekomen om te zeggen dat wij aangegeven hebben dat wij de P&C-cyclus zullen gebruiken om bijvoorbeeld in de kadernota of prognosebrief afspraken te maken over wat we het komende jaar gaan oppakken. In de begroting hoe we dat gaan financieren. In de jaarrekening wat we het afgelopen jaar hebben gedaan en gerealiseerd. Dat zijn wat ons betreft de momenten waarop u als raad uw kaderstellende en controlerende taak, en uw budgetrecht kunt uitoefenen. De voorzitter: De heer Knaap heeft een aanvullende interruptie. De heer Knaap: Een korte aanvullende vraag. Begrijp ik het goed dat wij, als we de kadernota en de begroting krijgen voor 2024, ook weten wat er in 2024 wanneer op ons af komt? Qua agenda van de raad? Wethouder Voskamp: Daar staan wel de dingen in die op de planning staan, en waarvoor we financiën hebben geregeld.
We hopen zo vroeg mogelijk bij u te komen, ook in het licht van het Rekenkameronderzoek van twee weken geleden, om aan te geven wat er speelt, welke kaders u mee kunt geven en wat u van ons kunt verwachten. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Voskamp: Volgens mij laat dit ook wel zien dat er een verwachtingsverschil is over wat het collegewerkprogramma zou inhouden. Juist op basis van de vorige periode, de eerste periode, hebben wij als college een andere afweging gemaakt voor ons collegewerkprogramma. Juist bijvoorbeeld omdat in ons vorige collegewerkprogramma ook dingen stonden die uiteindelijk niet meer gemonitord zijn en niet meer de aandacht kregen die ze wel verdienden. Wat ons betreft is de reguliere P&C-cyclus een betere methode om u als raad in positie te brengen. Als u ons op voorhand als raad meer richting wilt geven, zoals u vanavond doet, staan wij daarvoor open, en kunnen we dat meenemen in onze afwegingen. De uitgestoken hand om mee te denken en richting te geven aan de uitvoering van het coalitieakkoord, nemen wij aan en zullen wij zeker gebruiken. Dat als algemene inleiding. Ik ga proberen de vragen te beantwoorden die over mijn portefeuille gesteld zijn, en die uit de portefeuille van mevrouw Renzen, waarvan we hebben afgesproken dat ik die zou beantwoorden. Meerdere partijen spraken over het belang van de boeren, de kringloopboeren, om specifiek te zijn.
En over de aandacht die zij verdienen voor het gebied open te houden, beheren, en het bewaken van de uitstraling van Midden-Delfland als provinciaal landschap. Dat zijn we met u eens en daar zijn echt een aantal acties op, die we achter de schermen op verschillende tafels doen, maar soms ook in de openbaarheid. Zo hebben we kringloopcertificaten uitgereikt, waarbij de minister aanwezig was, die we echt met een boodschap op pad hebben gestuurd: 'wat we hier doen in Midden-Delfland is de goede richting, en we hebben uw hulp nodig om te zorgen dat dat erkend wordt en dat die boeren een plek krijgen. Dat een kringloopcertificaat een waarde krijgt waardoor zij financiën kunnen regelen, hun bedrijf kunnen voortzetten en kunnen laten zien hoe goed ze bezig zijn'. De voorzitter: De heer Jongsma heeft een interruptie. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Wethouder Voskamp had het over een aantal dingen achter de schermen. Wat maakt dat dingen achter de schermen plaatsvinden? Wethouder Voskamp: Dat heeft te maken met het feit dat ik vorige week op het Provinciehuis bij de gedeputeerde was, en met het feit dat ik op zo’n avond de minister spreek, zowel in het plenair