CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl raad 2023 m 10 d 25

Gemeenteraad 12 december 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vergadering 25 oktober 202326.925 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Normaal gesproken tekent het college een principeakkoord en kan de raad het eindresultaat beoordelen, het noodventiel bij een slechte overeenkomst. Mijnheer de voorzitter, de spreidingswet is uitgesteld en zal er waarschijnlijk niet meer komen. Midden-Delfland heeft dan ook geen enkel voordeel. Wij worden niet door het rijk gedwongen om deze aantallen op te nemen en er wordt al helemaal niet over 225 gesproken. Het is voor de VVD duidelijk geworden dat de kleine locaties voor het college al lang een gepasseerd station zijn. Alternatieven doen er vanavond eenvoudigweg niet toe. De keuze is deze 225 op één locatie of niets. Als we nog echt met een raadsbreed gedragen besluit zouden willen komen, moeten we eerst het voorstel van tafel halen. Daarna kunnen we kijken wat er mogelijk is en waar wel voldoende draagvlak voor bestaat en hoe we de aanwezige risico's binnen de perken kunnen houden. De voorzitter: Ik zie dat u een interruptie heeft van mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Hoor ik daarmee de VVD zeggen dat we af willen van deze afspraken en dan maar zien wat voor bevolking of groepen bewoners we dan krijgen? Hoor ik u dat zeggen? Want u zegt 'alles van tafel'. We hebben ook gehoord dat het COA nu gezegd heeft 'er vallen met ons geen afspraken meer te maken over de instroom'.

Dus zegt de VVD hiermee 'dan maakt het ons niet meer uit wat er aan vluchtelingen binnenkomt'? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven, de heer Van der Eijk en dan mag u uw betoog vervolgen. De heer Van der Eijk: Er zijn altijd afspraken te maken met het COA, voorzitter. Wij hebben ook de brief van de staatssecretaris bij de commissievergadering al bijgevoegd dat er in samenspraak met het Rode Kruis ook dingen mogelijk zijn. Dat is allemaal niet onderzocht. Daar kunnen we dan

naar kijken. Waarom zou het COA niet meer bereid zijn, als wij bedenken dat iets anders moet? Ik kwam er toevallig ook net aan toe in mijn betoog, mevrouw Koppert. Dat is totaal niet in hun belang, zeker niet als wij met een raadsbreed gedragen alternatief komen. Daar zullen zij vast en zeker naar luisteren. Het COA geeft zelf ook aan dat die kleine locaties wel degelijk tot de mogelijkheden behoren. En zelfs de burgemeester geeft toe dat 225 asielzoekers een keuze is. Die keuze maakt de VVD niet. Laten wij het dan ook nog even over hebben over het zogenaamde wisselgeld of de bruidsschat, mijnheer de voorzitter. Wat is er nu van overgebleven? Geen AMA's of AMVR's. De voorzitter: Ik zie dat u een interruptie heeft van de heer Vieira van D66. Stelt u uw vraag. De heer Vieira: Ja, ik heb een vraag inderdaad. Ongeveer een jaar geleden zei de VVD 'wij willen helemaal niets laten onderzoeken'. Wanneer is de VVD van standpunt veranderd dat het kleinere locatieonderzoeken wil gaan doen? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Er werd toen alleen maar gesproken over grootschalige opvang en we hebben toen ook wel degelijk aangegeven dat het te groot zou zijn. En dan kunt u daar ook in horen dat wij dan voor kleinere plannen zijn, dat dat onderzocht zou moeten worden.

De voorzitter: Dat leidt tot enige nieuwsgierigheid bij uw collega van het CDA, de heer Zwaard. Die gaat u ook een vraag stellen. De heer Zwaard: Jazeker, dat leidt zeker tot nieuwsgierigheid. Ik heb de VVD bij monde van de fractievoorzitter altijd horen zeggen 'de taakstelling en niets meer'. Ik hoor nu toch dat u duidelijk van standpunt verandert en dat u dus een ander aantal voorstelt. Ik heb er in de commissievergadering ook naar gevraagd, maar dat was wazig en onduidelijk. Ik hoor u nu toch zeggen dat u van die taakstelling af wilt en dat u bereid bent meer mensen op te vangen dan u een jaar geleden van plan was. Klopt dat? De heer Van der Eijk: Ja, voorzitter. De taakstelling. Er is helemaal nergens een duidelijk getal. Er wordt vaak gesproken over de spreidingswet en wat voor getal eruit rolt. Daar rolt iedere keer een ander getal uit. Daar kan ik natuurlijk geen antwoord op geven. De voorzitter: Dat leidt tot een vervolgvraag van de heer Zwaard. Of misschien een herhaling? De heer Zwaard: Ik probeer het nog een keer, dank u wel voorzitter. Ik probeer het nog een keer en dat is de laatste keer. Bent u bereid om van die taakstelling af te stappen? U loopt om die aantallen heen. Bent u bereid om van die taakstelling af te stappen en te zeggen 'we gaan meer doen dan de taakstelling', wat u een jaar geleden te vuur en te zwaard – what's in a name? – verdedigde.

Wilt u daarvan afstappen of zie ik dat verkeerd? De heer Van der Eijk: Als u bereid bent tegen dit plan te stemmen, dan kan ik dat overwegen, voorzitter. De voorzitter: Vervolgt u uw betoog. De heer Van der Eijk: De bruidsschat: geen AMVR's, we krijgen ze toch. Het COA zal alles regelen? Volgens mij staat de gemeente zelf aan de lat. Dertig flexwoningen voor starters? Effectief vijftien, waarschijnlijk slechts zeven. De veiligheid zou gewaarborgd worden. Het veiligheidsplan is nog ver weg. Participatie zou een hoofdrol krijgen. De voorzitter: Ik ga u even onderbreken, want u heeft weer een vraag van mevrouw Koppert van OGP Midden-Delfland. Stelt u uw vraag. Mevrouw Koppert: Kan de VVD aangeven hoe men aan 'dertig, waarschijnlijk vijftien en waarschijnlijk zeven' komt?

De voorzitter: Dat is een concrete vraag, dus die mag u toelichten. De heer Van der Eijk: Dat kunnen wij. Dan zal ik ook gelijk die… Dat hangt bij de voorwaarden die de minister van Volkshuisvesting geeft voor de voor de flexwoningen. Omdat als gemeenten deze woningen krijgen of kopen, wat de constructie daarvan precies is vanuit de minister weet ik niet exact, stelt hij daaraan wel voorwaarden aan de gemeenten om de taakstellingen met betrekking tot de statushouders te realiseren en die moeten dan in die flexwoningen. Daarmee komen wij aan die aantallen. Dat hebben wij volgens mij ook in de commissie toegelicht, voorzitter. De participatie zou een hoofdrol krijgen, maar onze inwoners voelen zich beetgenomen en belazerd. En zo kan ik nog wel even doorgaan, voorzitter. De bruidsschat is een kat in de zak. Midden-Delfland loopt echt niet weg voor haar verantwoordelijkheden. We voldoen ieder jaar aan de taakstelling om statushouders te huisvesten. De VVD is ook niet vergeten dat we eerder extra statushouders hebben opgevangen aan de Sterappel in Den Hoorn. Wij ontwikkelen op het moment versneld de locatie Euterpe. Die vluchtelingen worden daar onderdeel van onze gemeenschap en op die manier dragen wij als gemeente bij aan een oplossing. De voorzitter: Ik ga u onderbreken, mijnheer Van der Eijk, want u heeft een vraag van mevrouw Langeveld van het CDA.

Mevrouw Langeveld, stelt u uw vraag? Mevrouw Langeveld: Ja, ik ben heel erg benieuwd hoe de VVD erbij komt dat er een extra taakstelling is geweest voor de statushouders aan de Sterappel. Is dat niet de gewone taakstelling geweest waar wij woningen voor hebben gerealiseerd? De voorzitter: Daar gaat mijnheer Van der Eijk antwoord op geven en dan mag mijnheer Roeling daar later in zijn eigen termijn nog iets over zeggen. Gaat uw gang mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Er was toen ook een prop in de asielcrisis en toen heeft de gemeente Midden-Delfland de nek uitgestoken om extra woningen te realiseren om die prop op te lossen. Dat is het. Ik was hier bij 'tot slot'. Nu het onderzoek op tafel ligt en wij de reactie van andere partijen horen, begrijpen wij er niets meer van. Partijen die normaal gesproken overal bovenop zitten, participatie een enorm groot goed vinden en overal kritisch op zijn, geen financiële open eindjes accepteren, laten dit zomaar gebeuren en tekenen zonder nadenken een blanco cheque. Hoe principieel is dat? In the end, dus waar het op neerkomt, voorzitter, los van wat de omgeving van ons vindt, los van wat de provincie van ons vindt, neemt u als raadslid de beste beslissing voor Midden-Delfland. Die overweging zal u zelf moeten maken. Tot zover de eerste termijn van de VVD voorzitter.

De voorzitter: U dacht dat u klaar was, maar mijnheer Scholtes van D66 wil u toch nog een vraag stellen. Mijnheer Scholtes, gaat uw gang. De heer Scholtes: Ik heb eigenlijk een klein beetje tot het einde gewacht, want ik had gehoopt dat de VVD het misschien in het betoog zou meenemen. In het begin is er gezegd dat de 275 bedden, de 225 vluchtelingen die we willen opvangen, te veel is. Ik ken de VVD als een partij die altijd met een alternatief komt of nadenkt, of in ieder geval iets wil voorstellen. Heeft de VVD ook een alternatief? De voorzitter: Dan mag u daar tot slot nog antwoord op geven. De heer Van der Eijk: Het alternatief van de VVD is dit voorstel van tafel en dan samen met de gehele raad, met de nieuwe burgemeester een proces ingaan waar met onze inwoners draagvlak voor is. Dank u wel. De voorzitter: Dat antwoord leidt toch weer tot een vraag en dit keer van de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland. Stelt u uw vraag. De heer Jongsma: We hebben op dit moment een groot probleem met de opvang van vluchtelingen. Als de VVD stelt 'joh, wij gaan opnieuw beginnen', dan zal het denk ik best heel lang

duren voordat we weer met iets komen. Hoe gaat de VVD in de tussentijd om met de nood die er in Nederland is om toch mensen op te vangen? Wat voor alternatief kan de VVD hun bieden? De voorzitter: Daar mag u op ingaan. De heer Van der Eijk: Dit is een landelijk probleem dat wij niet op korte termijn op kunnen lossen. In deze plannen is de verwachting van het college eind volgend jaar het klaar te kunnen hebben en ik denk dat dat erg optimistisch is, voorzitter. Dus die korte termijn, daar kunnen wij niets aan doen, voorzitter. De voorzitter: Dat leidt weer tot twee vragen. Ik ga eerst naar mijnheer Jongsma want die wil volgens mij nog iets aanvullend op uw antwoord vragen en dan ga ik daarna naar de heer Scholtes. De heer Jongsma: De VVD is een landelijke partij, dat klopt toch? Dan heb ik een vraag. Vervolgens vind ik het wel opmerkelijk dat zo'n partij landelijk de problemen niet oplost, maar het wel in Nederland op moet laten lossen en vervolgens dan niets doet en gewoon zegt 'ja, dat moeten we maar eens even bekijken'. Valt dat te rijmen met de lokale VVD-uitgangspunten? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven. De heer Van der Eijk: Ik zit even na te denken over 'wat vraagt mijnheer Jongsma nu?' Het gaat over landelijk en lokaal? Kijk, wij willen best een oplossing leveren die bij de schaal van de gemeente past. De voorzitter: Dat is een kort antwoord op die vraag.

De heer Jongsma komt daar misschien nog een keertje op terug. Dan ga ik tot slot naar de heer Scholtes, fractie D66. Uw laatste vraag. De heer Scholtes: De interruptie van de heer Jongsma heeft mij nog even gelegenheid gegeven om het antwoord even te laten bezinken. Maar even terugkomend op mijn eerdere vraag, want de VVD stelt eigenlijk nu een geheel nieuwe start van het proces voor, heeft de VVD dan een jaar geleden zitten slapen? Of hebben ze toen stampvoetend nee willen zeggen en komen ze daar nu van terug en willen ze het proces eigenlijk opnieuw inrichten? Dus is de VVD niet een jaar te laat, voorzitter? De voorzitter: Aan u de concrete vraag, mijnheer Van der Eijk, is de VVD niet een jaar te laat? De heer Van der Eijk: Wij hebben toen vorig jaar niet voor niets tegen dit onderzoek gestemd, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. U was ook aan het eind van uw betoog eerste termijn, geloof ik? Prima. Dank u wel voor uw bijdrage. Dan ga ik naar de fractie OGP Midden-Delfland, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Allereerst wil ik beginnen met een dankwoord aan alle insprekers. Ze hebben inderdaad ook in het verleden al veel informatie aan ons geleverd, tot vandaag ook weer, dank daarvoor. Dan is dus nu de vraag: hoe kiest OGP Midden-Delfland voor de opvang van vluchtelingen? Laat ik daarover duidelijk zijn: wij kiezen voor eigen regie in hoe wij mensen kunnen helpen.

Vanuit het perspectief van de opvang van vluchtelingen, maar ook wat in deze situatie de beste keuze is voor de gemeente Midden-Delfland en alle inwoners. Want, zoals D66 al aangaf, de vraag is niet of Midden-Delfland vluchtelingen moet opvangen, maar wanneer, in welke mate en met welke afspraak. Deze mensen zijn al in Nederland en we moeten ze helpen. Dat willen we ook. Een nieuw kabinet of de komst van een spreidingswet straks laat deze mensen nu niet verdwijnen. En dat brengt ons weer bij de aanleiding van dit onderzoek. Er is nu helaas nog steeds behoefte aan acute opvang van vluchtelingen, mensen in nood, vluchtend voor hun leven. Het is onze morele plicht om deze mensen op te vangen. Ook in Midden-Delfland. Op een goede manier, in afwachting van hun procedure. Met oog voor waar ze vandaan komen en wat ze hebben meegemaakt. Aan die procedure, die duurt tussen de zes en vijftien maanden, kunnen wij als

gemeente niets doen. Maar wel aan de omstandigheden. Hoe maken wij die wachttijd zo aangenaam mogelijk? Dan zijn er vanuit de OGP Midden-Delfland op dit moment twee keuzes. Opnieuw beginnen, terwijl we nu al weten dat we twee of drie kleine locaties niet goed ondersteund krijgen vanuit het COA en we als gemeente zelf ook niet het geld, de menskracht en de mogelijkheden hebben om dat wel geregeld te krijgen. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, u heeft een interruptie van de heer Roeling. Stelt u uw vraag. De heer Roeling: Ja, eigenlijk hetzelfde als bij D66. Dit zit weer vol met aannames. Ook nu weer een aanname 'ja, als we kleinere locaties nemen, worden we niet geholpen door het COA'. Dat klopt niet. Dat is niet juist. Wij als gemeente hebben nooit gevraagd aan het COA. Maar is OGP Midden-Delfland bereid om daar wel aan mee te werken, dus om te kijken naar de specifieke voorwaarden die nodig zijn voor Midden-Delfland voor de verspreiding van de locaties? De voorzitter: Mijnheer Jongsma, wilt u antwoord geven op de vraag? De heer Jongsma: Dat zijn twee vragen, als ik me niet vergis. De eerste vraag is: het is geen aanname, mijnheer Roeling van Mijn Partij, want we hebben zelf ook overleg gehad met het COA en het COA heeft ons daarin gewoon bevestigd. Dus u kunt stellen dat het om een aanname gaat, maar dat is het dus niet.

En op uw tweede vraag: zijn we nu nog bereid om een nieuw onderzoek te doen naar drie of twee kleine locaties? Dan zeg ik: nee. En waarom niet? Ik zal daar zo in mijn betoog nog even op doorgaan. Omdat wij vinden dat dit al te lang duurt. Nu opnieuw beginnen, met de zaken die ik zo dadelijk nog ga lezen, vind ik niet wijs. Ik zal u aangeven waarom. De voorzitter: U heeft een vervolgvraag van de heer Roeling. Mijnheer Roeling, stelt u uw vraag. De heer Roeling: De heer Jongsma zegt 'het heeft al te lang geduurd'. Maar ik hoop toch dat de heer Jongsma dat het zo lang geduurd heeft niet in de schoenen schuift van Mijn Partij. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, heeft u iets in de schoenen van Mijn Partij geschoven? De heer Jongsma: Absoluut niet, maar dat heeft de heer Roeling mij ook niet horen zeggen. Ik zal Mijn Partij en andere partijen dat ook niet verwijten. Ik bedoel, het heeft allemaal lang geduurd. In onze optiek wat te lang, maar het is zoals het proces is verlopen. Terug naar het keuzemoment. Want dat hebben we. We hebben twee keuzes. Opnieuw beginnen. En dan weten dat twee of drie kleine locaties niet goed ondersteund kunnen worden vanuit het COA en wij zelf ook als gemeente niet het geld, de menskracht en de mogelijkheden hebben om dat wel geregeld te krijgen.

Dan krijgen we een beeld van vluchtelingen die zonder goede begeleiding… De voorzitter: U heeft een vraag aan de heer Van der Eijk, of toch niet? Want u hand ging weer naar beneden? Het is nog steeds zo. U heeft een vraag, stelt u hem maar. De heer Van der Eijk: Ja voorzitter, ik zag u reageren, dus daarom ging mijn hand omlaag. De heer Jongsma stelt namens de OGP Midden-Delfland dat wij geen geld hebben om die kleine locaties te ondersteunen, maar hebben wij dan wel geld om al die open eindjes te financieren, zoals het 30/96e deel van de openbare ruimte waar het college € 100.000,00 voor denkt nodig te hebben? Volgens ons kost dat € 0,5 miljoen. Hebben wij dan wel geld daarvoor voorzitter? Dat is mijn vraag aan de OGP Midden-Delfland. De voorzitter: Wilt u daar antwoord op geven, mijnheer Jongsma. Dan mag u uw betoog vervolgen. De heer Jongsma: Of wij daar geld voor hebben? Zoals wij de stukken hebben gelezen tot dusver is daar uiteindelijk geld voor. Het wordt uiteindelijk gedekt. Het COA gaat het meeste betalen. Dan wel is er uiteindelijk een dekking voor. Dus ja. Ik heb het idee, voorzitter, dat de VVD soms alle

kanten op rekent. Ik hoorde de VVD zonet nog zeggen 'we geven toch geen blanco cheque?', maar ik wil er nog wel even aan herinneren dat nog niet zo lang geleden de VVD een blanco cheque wilde geven voor de aanleg van de N468. Het gaat er nu niet over. Maar als je dan met iets komt, kom dan met iets sterks. Ik wil graag door met het vervolg. Ik had het erover dat wij dan een beeld krijgen van vluchtelingen die zonder goede begeleiding op kleinere locaties in containerwoningen worden geplaatst. Die elke keer na tussen de drie en zes maanden vertrekken. En waarbij wij gewoon niet weten wat de samenstelling van die groep zal zijn die daarna komt. Dat heb ik ook iedereen steeds horen zeggen. Samenstelling van de groep is superbelangrijk. We willen weten wie er in MiddenDelfland komen. Nu ineens lijkt dat niet langer een probleem te zijn. Voor ons was het geen probleem, maar de partijen die best tegen zijn, wijken daar ineens vanaf. Ik vind dat opmerkelijk. Maar goed, we hebben een alternatief. Het tweede alternatief is het huidige voorstel met weliswaar één grote locatie, maar met goede begeleiding, huisartsenzorg op locatie, faciliteiten om mensen aan dagbesteding te helpen. Vluchtelingenwerk is beschikbaar. Er is begeleiding van vrijwilligers door professionals.

Bovendien is dit voorstel met betere huisvesting en goed toezicht en regie op wat we de komende vijf jaar voor samenstelling van de groep mensen kunnen verwachten, met daarnaast ook dertig beschikbare flexwoningen voor eigen inwoners nu, maar ook na die vijf jaar. Ik hoor daar verder niemand of bijna niemand meer over en dat is toch wel een mooi resultaat: ook dertig flexwoningen. Daarom kiezen wij voor het laatste: één locatie met goede voorzieningen. Als de meerderheid van de raad vanavond besluit, komt de realisatie van het azc in de volgende fase. Op drie belangrijke punten willen we het college vragen welke concrete acties het college de komende periode dan gaat nemen. Punt 1. Hoe en met wie wordt het veiligheidsplan opgesteld en uitgewerkt? En heeft het college inmiddels kennisgenomen van het plan dat ik het college heb gegeven van de gemeente Raalte? Punt 2. Om de afspraak over samenstelling van vluchtelingen in de bestuursovereenkomst en werkafspraken gewoon helder te krijgen, het volgende. Het bewonerscollectief had het er ook al over en ik denk dat het goed is om dat hier nogmaals de vragen. In de bestuursovereenkomst is een artikel opgenomen dat tot verwarring leidt. In artikel 3, lid 1 en lid 4, wordt goed uitgelegd welke samenstelling aan mensen zal worden opgenomen. Maar in artikel 3, lid 3 staat dat de instroom bepalend is.

Zowel het college, als ook het COA heeft aangegeven dat de samenstelling bepalend is en dat daar alle afspraken op zijn gebaseerd. Dan is volgens de OGP Midden-Delfland het zinnetje 'de instroom is daarbij bepalend' overbodig. En dat schept verwarring die niet nodig is. We willen het college dan ook vragen om artikel 3, lid 3 uit de overeenkomst te halen, zodat voor iedereen duidelijk is wat de samenstelling van de groep is. Punt 3. Hoe wordt ervoor gezorgd dat het bij het inrichten van de azc-locatie en omgeving de omwonenden worden betrokken? En op welke wijze is er ook oog voor de belangen van de toekomstige bewoners van de dertig flexwoningen voor eigen inwoners. Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Nou, dan heeft u dat vast kunnen doen, maar u heeft ook nog een vraag van de heer Gebben en ik zie in mijn rechterhoek nog een vraag van mijnheer Roeling. Mijnheer Gebben, u mag als eerste uw vraag stellen. De heer Gebben: Ja, u was vlijtig aan het schrijven, dus u zag het even niet en u ging goed door met uw betoog. Ik had een vraag over de over de opmerking over 'de instroom is leidend'. Als het in het bestuursakkoord staat, gaat u dan tegen stemmen? De heer Jongsma: Laat ik eerst eens even de reactie van het college afwachten voor ik een antwoord op die vraag geef. Maar in principe hebben we heldere afspraken, dus dan denk ik 'dan kan dat er net zo goed uit'.

Het leidt op dit moment alleen maar tot verwarring en dat vind ik gewoon vervelend. Er is al teveel verwarring geweest, laten we gewoon proberen de dingen klipen-klaar en duidelijk te hebben. De voorzitter: Dan ga ik even naar de heer Roeling van de fractie Mijn Partij. Die had ook een vraag.

De heer Roeling: Dat was dezelfde vraag voorzitter. Wat gaat OGP Midden-Delfland doen op het moment dat andere partijen zeggen 'dit steunen wij niet'. Daar zijn we ook benieuwd naar. Dus wat zijn de gevolgen? De voorzitter: Dan wordt het eigenlijk dezelfde vraag iets anders geformuleerd, wilt u daar nog een antwoord op geven, mijnheer Jongsma? De heer Jongsma: Volgens mij was mijn antwoord klip-en-klaar, voorzitter. De voorzitter: Dan heeft u ook nog een vraag van de heer Gebben. De heer Gebben: U gaf daarstraks zelf al aan dat de OGP Midden-Delfland een lokale partij is die erg in is voor de eigen inwoners. Er zijn heel veel goede voorstellen bij onze inwoners vandaan gekomen en begrijp ik nu goed dat OGP die gewoon naast zich neerlegt en daar echt totaal geen onderzoek naar wil doen? De voorzitter: Daar mag u even antwoord op geven, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Het korte antwoord is 'nee, dat begrijpt u niet goed'. Het langere antwoord is dat wij zeker ook na vanavond uiteraard in gesprek blijven met de inwoners om te kijken wat we allemaal nog kunnen bereiken voor elkaar. De voorzitter: Dat leidt ook weer tot een vraag van de heer Roeling van Mijn Partij. Stelt u uw vraag. De heer Roeling: Ja, er worden hier opmerkingen gemaakt over het proces dat de schoonheidsprijs niet verdient.

Maar de OGP Midden-Delfland is dus bereid na het besluit in overleg te gaan met de omwonenden. Had je dat niet beter dan de voorkant kunnen doen, vraag ik via de voorzitter. De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven, mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Wij hebben heel veel met inwoners gesproken en dat dat proces door iedereen anders beleefd wordt, dat is zo. Ik vind ook wel dat op een aantal punten het proces gewoon veel beter had gekund. Maar of dat uiteindelijk nu zou leiden tot een andere keuze, dat vind ik niet. We hebben er heel veel van geleerd en laten we vooral die wijze lessen meenemen naar het vervolg. De eerste handreiking kregen we al van het bewonerscollectief. Dat waarderen wij en we hopen dat we dat ook samen straks weer verder kunnen brengen. De voorzitter: Dank u wel, ik zie geen vragen meer aan de fractie OGP Midden-Delfland. De heer Roeling is lekker op stoom en die mag zijn eerste termijn nu beginnen. Aan u het woord, mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ook wij willen alle insprekers bedanken. Waar zijn we geëindigd twee weken geleden? Wij hebben twee weken geleden een duidelijke handreiking gedaan naar andere politieke partijen. 'Joh, denk nou eens goed na. Is dit nou de ideale manier? Is het niet beter om even pas op de plaats maken en dan met nieuwe burgemeester dat nieuwe proces in te gaan?' Als ik zo eens luister, dan duikt D66 al.

Die zegt al 'ja, hadden we die vraag maar eerder gehad'. Wij hebben natuurlijk concreet het voorstel gedaan twee weken geleden en al weken daarvoor hebben we ook via de media duidelijk kenbaar gemaakt hoe wij in de wedstrijd zitten. Dus dat kan geen verrassing zijn. Ik denk eerder dat D66 zoiets heeft van 'nu even niet'. Dat mag, maar het was toch een oprechte vraag van onze kant. Voorzitter, voor de handreiking hebben wij er eigenlijk niet veel aan toe te voegen. We hebben wel gezien… Dat is dan het document dat we nog wel even willen benoemen, de brief van de Adviesraad Sociaal Domein. Dit soort organisaties communiceren met het college. En op het moment dat zo'n organisatie, in dit geval de adviesraad, dit zo openlijk zowel naar het college als ook naar de raadsleden stuurt, dan weet je dat er niet gecommuniceerd is voor die tijd. En dat ze dan maar netjes vragen 'we hopen met u in gesprek te gaan'. Ook dat tekent wel weer het proces

dat wij doormaken. Dat is ook de belangrijkste reden voor het hele proces dat wij hier samen met de VVD de motie van treurnis indienen. Voorzitter, de reacties als 'ja, maar daar hebben we nu geen tijd meer voor'. Twee weken geleden hebben wij ook al gezegd dat die anderhalf jaar wat ons betreft opvallend lang is. Het zal nodig zijn. Maar wat ons betreft, kun je makkelijk op dat moment parallel dit kleinere onderzoek naar de verspreiding over de kernen insteken. Ik heb nog even gekeken naar het contract met COA, maar daar staat geen einddatum in voor wanneer dat contract getekend moet worden. Dus daar is ook nog ruimte. Maar goed voorzitter, we hebben nu verschillende partijen gehoord en wij hebben niet de indruk dat er serieus is nagedacht over een variant voor het verspreiden. Dat was ook niet echt te verwachten na twee weken geleden. Voorzitter, we zullen nog andere partijen vragen of ze nagedacht hebben over onze handreiking en wat daaruit is voortgekomen, als ze dat gedaan hebben. Verder zal ik nog wel even ingaan op de vraag van mevrouw Langeveld. De voorzitter: Mijnheer Roeling, u heeft een interruptie van de heer Scholtes van D66. Stelt u uw vraag. De heer Scholtes: Even voor mijn beeld, de handreiking was toch het verdelen van de bewoners, de asielzoekers over drie kernen? De heer Roeling: Of daarover nagedacht zou willen worden.

Dus dat daar gezamenlijk over nagedacht zou worden. De uitkomst qua kosten en aantallen hebben wij bewust buiten beeld gelaten. Maar de vraag dat in ieder geval of er de bereidheid was om daar in raadsverband over te spreken. De voorzitter: U heeft een bevestigend antwoord gekregen en u heeft nu een vervolgvraag, begrijp ik? De heer Scholtes: Dan komt nu de vervolgvraag, heeft de heer Roeling geluisterd naar de betogen van D66 en de OGP Midden-Delfland? De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven, mijnheer Roeling, en dan mag u uw betoog vervolgen. De heer Roeling: En u denkt nu dat ik nee ga zeggen, maar ik heb toch geluisterd. Ja, we hebben geluisterd. Alleen waren wij al twee weken geleden een stuk verder. Dus vandaar dat wij iets sneller konden schakelen. Dat hebben we gedaan. D66 nog niet. Voorzitter, ik ga verder met de extra opvang van statushouders want dat hebben we wel degelijk gedaan. De heer Van der Eijk zei het al, daar waren plotseling veel statushouders die huisvesting nodig hadden en daarom hebben wij dat extra gedaan. Een groot succes kunnen we het niet noemen, want na een jaar, anderhalf jaar, woonden er ook studenten en mensen via het Haaglandensysteem in die woningen. Dus niet alleen statushouders. Het was een project van, op dat moment, de CDA-wethouder. Ik weet niet of daar een verband is. Maar we hebben wel degelijk extra inzet gedaan.

Maar het project an sich kunnen we wel als mislukt beschouwen. Voorzitter, wij zullen straks bij de stemming om een hoofdelijke stemming vragen. De voorzitter: U heeft op de valreep nog een interruptie, mijnheer Jongsma OGP Midden-Delfland, stelt u uw vraag. De heer Jongsma: Ja, ik dacht 'ik luister eerst eens even het hele verhaal van Mijn Partij af', maar ik mis daarin iets over de flexwoningen. Mijn Partij heeft zich wel met name geroerd als dé partij voor woningen voor starters. En ik vroeg me af: hoe passen in alle andere plannen die Mijn Partij nu voor ogen heeft die dertig flexwoningen? De voorzitter: Mijnheer Roeling, daar mag u antwoord op geven. De heer Roeling: Die vraag hebben wij twee weken geleden al beantwoord. Wij vinden dat een surrogaat. Wij vinden het een zwaktebod dat we als gemeente met zoveel ruimte en zoveel jeugd,

niet eens in staat zijn om daar definitieve woningbouw voor te plegen en we die dan afschepen met zo'n surrogaatoplossing. Dus eigenlijk een herhaling van twee weken geleden, voorzitter. De voorzitter: Ja, ik zie dat mijnheer Jongsma nog wat nieuwsgierig is, dus die stelt nog een vraag, denk ik. De heer Jongsma: Ja zeker. Ik vroeg me af of Mijn Partij dit toch niet als een extra plus zou kunnen zien. Ik bedoel, het is extra voor vijf jaar. Dan kunnen voor vijf jaar toch een aantal inwoners uit Midden-Delfland daar wonen? Dat is toch een hartstikke mooie plus erbij. De voorzitter: Of u het als plus kunt zien, mijnheer Roeling, daar mag u nog even antwoord op geven en volgens mij mag u dan een punt zetten. De heer Roeling: Ja. Nee, dat zien wij niet als een plus. Nogmaals wij... De flexwoningen zijn de bekende Hugo de Jong-flexwoningen hebben wij begrepen. Die wil niemand omdat ze zo lelijk zijn. Nee, dit is voor ons geen goed alternatief voor de starters en de spoedzoekers, et cetera. Die willen wij gewoon een serieuze woning aan kunnen bieden. En die tijd hebben we meer dan genoeg gehad, maar er gebeurt niets en dat verwijt ik niet de OGP Midden-Delfland. De voorzitter: Toch nog een interruptie van de heer Vieira, D66. Stelt u uw vraag. De heer Vieira: Dat gaat over de woningen, niet zozeer over die flexwoningen, maar de heer Roeling geeft aan 'er gebeurt niets'.

Van de laatste 146 woningen waar deze collegeperiode voor gestemd is, heeft Mijn Partij maar met zestien ingestemd. Kan Mijn Partij toelichten waarom niet ingestemd werd met de bouwplannen die voorgelegen hebben de afgelopen maanden? De voorzitter: U mag een stukje terug in de tijd, mijnheer Roeling, maar ik raad u aan om het eventjes kort te houden. De heer Roeling: Ja, ik wilde net zeggen, pak je brood maar. Wij hebben altijd serieus gekeken naar bouwplannen. Het laatste plan, Maaslandse Zoom was weer een typisch voorbeeld van deze coalitie en dit college. Veel te ruim opgezet. Het is allemaal je van het. De beeldkwaliteit is super. Daarvan hebben wij al gezegd 'wij willen een woonwijk, geen villawijk'. Nou, zo kunnen we alle plannen die ooit hier op tafel hebben gelegen, doorlopen. Waar het steeds aan schort, is dat er… Ook Woudselaan, villawijk. Noem ze allemaal maar op. Wij bouwen weinig, tot niet voor onze doelgroepen en dat is de sociale huur. Dat is de middenhuur en dat zijn betaalbare woningen. Daar doen we weinig tot niets voor. En zolang dat niet verandert, kunnen we wel villa's bouwen tot we een ons wegen, maar dan zijn we de jeugd kwijt. Ik vond het wel een mooi antwoord. De voorzitter: Dat is aan elke luisteraar voor zich, neem ik aan. Daarmee bent u aan het eind van uw betoog, neem ik aan want u zou de punt zetten. Ik zie geen verdere vragen meer.

Dan ga ik door naar de eerste termijn van het CDA. De heer Zwaard. De heer Zwaard: Allereerst een woord van dank aan alle insprekers deze avond. Voorzitter, na een uitgebreid proces zijn we vanavond op 25 oktober 2023 aangekomen, het punt dat er al dan niet ingestemd wordt met het voorliggende voorstel. Een proces dat ruim een jaar geleden opgestart is en dat na een door het college uitgevoerd onderzoek heeft geleid tot het thans voorliggende voorstel. Tijdens de commissievergadering van afgelopen woensdag 11 oktober zijn er zowel door de raadsfracties, als door inwoners nadere vragen gesteld. Deze vragen richten zich met name op het inrichten van de opvang op één plaats of het inrichten van drie locaties in alle drie de kernen één. Voor ons geeft het beantwoording van het college daarin voldoende duiding. Het inrichten van de locatie met 225 personen zorgt voor een betere voorziening en dienstverleningsniveau door het COA. Het is niet zo dat er na de beantwoording van het college geen thema's meer zijn die nog niet ingevuld zijn. Dat was ook niet onze verwachting. Kijken we bijvoorbeeld naar het veiligheidsplan, dan is daar het plan van Rijswijk als voorbeeld bijgevoegd. Als dit voorstel voldoende steun krijgt, pas dan wordt er een op maat gesneden veiligheidsplan uitgewerkt.

Wij willen het college dan ook wel vragen en ook meegeven om in ieder geval, in geval van het veiligheidsplan, inwoners en buurtpreventie hierbij te betrekken. Zo zijn er nog een aantal

items die een nadere op maat gesneden uitwerking vragen. Daar zijn de voor ons liggende anderhalf jaar een periode voor die daar voldoende ruimte en tijd voor geven. Zoals wij in de commissievergadering van 11 oktober jl. al aangegeven hebben, snappen wij dat er zorgen zijn onder onze inwoners. We hebben daar begrip voor. Dat geldt nog steeds. Dat is grotendeels ook te begrijpen. Dit is namelijk een onderwerp waarbij de beeldvorming veel invloed heeft. Daarover hebben wij de afgelopen maanden meerdere malen met onder andere het bewonerscollectief in wisselende samenstelling gesproken. Hier heeft het CDA aangegeven dat wij veel e-mails ontvangen hebben. En die hebben wij lange tijd netjes beantwoord. We moeten helaas ook constateren dat de inhoud van deze berichtgeving aan ons in een aantal gevallen als intimiderend ervaren is. Als CDA vinden wij het een zorgelijke ontwikkeling dat door intimidatie gepoogd wordt onze besluitvorming te beïnvloeden. Hiermee worden grenzen overschreden. Hiermee zijn grenzen overschreden. Toch hopen wij dat, ongeacht de uitkomst van deze avond, we op een waardige en respectvolle manier met elkaar om kunnen blijven gaan. En als CDA bedoelen we dat op alle fronten, zowel met onze inwoners als in de politieke arena. We nemen immers een democratisch besluit, gebaseerd op een meerderheid van stemmen.

Er zit aan dit onderwerp, de opvang van vluchtelingen die verdreven zijn van huis en haard, voor ons een menselijke en humane kant. Het CDA vindt dat we deze mensen niet in de kou kunnen laten staan. In het voorliggende voorstel staat beschreven dat in Midden-Delfland vluchtelingen zullen komen die minimaal zes maanden in de procedure zitten en hierdoor een grotere kans hebben op het verkrijgen van een status. Los van het feit dat er aan onze grenzen kritisch gekeken moet worden naar de toelating. Dat is een opgave voor de Haagse politiek. Daar hebben wij geen of weinig invloed op. Wij kunnen deze mensen eenvoudigweg niet op straat, niet in de kou laten staan. Voorzitter, ik kom tot het slot en ik wil nog iets kwijt over communicatie. Als CDA spreken wij ons hier vaak over uit, communicatie. Het communicatieplan dat voorlag bij dit onderwerp was erop gericht helder en transparant te zijn naar een ieder. En in een commissievergadering van 11 oktober jl. hebben wij ook al aangegeven dat de communicatieboodschap lang niet altijd goed aangekomen en ontvangen is. Dat draai je niet meer terug. Dat is nu eenmaal een feit.

Het CDA vindt het wel van zeer groot belang dat als er een meerderheid voor dit plan is, zo veel mogelijk betrokkenen meegenomen worden in dit communicatietraject dat volgt, zodat we de teleurstellingen die er geweest zijn in de voor ons liggende periode kunnen voorkomen. Voorzitter, tot slot. Van ons wordt vannacht – ik hoop het niet, het is 21.30 uur – vanavond verwacht om voor of tegen het voorliggende voorstel te stemmen. Voor het CDA is de inhoud van het voorliggende voorstel leidend geweest. Als we het geheel afwegen, zijn wij van mening dat onze gemeente, hoe dan ook, opgaven gaat krijgen. Het voorstel dat nu voorligt, voldoet wat ons betreft. Daarnaast is onze inschatting dat ook de kans op een beter voorstel als het gaat om een andere uitvoerbaarheid en doelgroepen zeer klein is. Zoals u uit de toon van het betoog kunt opmaken, zal het CDA vanavond instemmen met het voorliggende voorstel. Ik wil eindigen met de woorden die een 83-jarige inwoner van ons mooie Midden-Delfland mij enige maanden geleden voorhield toen dit onderwerp ter sprake kwam. Hij zei 'jongeman, realiseer je dat de aarde van en voor ons allemaal is'. Dank u wel. De voorzitter: Dan ga ik tot slot naar de heer Ringeling namens de ChristenUnie voor zijn eerste termijn. De heer Ringeling: Als laatste is in principe bijna alles al gezegd. Maar ik zal nog kijken wat er nog gezegd kan worden.

Vanavond moeten we een beslissing nemen. Dat is duidelijk. De raad zal vanavond moeten besluiten of we de eerste stap zetten in het proces om te komen tot de opvang van vluchtelingen, met alle mitsen en maren die er bij dit voorstel zijn, of toch teruggaan naar de tekentafel om eerst alle mitsen en maren op te lossen en daarna pas een besluit te nemen. Want één ding is mij duidelijk geworden de afgelopen tijd. Er zijn volgens mij niet veel mensen die vinden dat we helemaal geen mensen moeten opvangen. Daar ben ik blij om en daar mogen we als Den Hoorn en als gemeente Midden-Delfland trots op zijn. Waar ik niet trots op ben of waar ik minder trots op ben, is hoe het proces verlopen is. De communicatie, daar is al veel over gezegd, is… Ik heb een ander woord hier staan, maar ik zal het woord niet gebruiken. En de communicatie naar en bij het betrekken van onze inwoners is om het netjes te zeggen niet goed gegaan. Toen wij als raad in november vorig jaar randvoorwaarden mochten meegeven voor het onderzoek, was een van de randvoorwaarden van de ChristenUnie 'ga

en blijf in gesprek met onze inwoners. Goede communicatie is heel belangrijk. Maar neem ook hun zorgen serieus. Als er een opvangcentrum komt, moet het iets zijn van ons allemaal'. Terugkijkend moet ik helaas constateren dat aan deze randvoorwaarden geen of onvoldoende invulling is gegeven. Het niet goed verlopen proces mag het college zich aantrekken, maar ook wij als raad mogen best in de spiegel kijken. Als we besluiten terug te gaan naar de tekentafel, dan moet het echt anders. Als we vanavond besluiten een stap te zetten voorwaarts in het proces om kwetsbare mensen te helpen, dan hebben we een enorme inhaalslag te maken. En ondanks het niet goed verlopen proces was er wel grote betrokkenheid van onze inwoners. Ik wil iedereen bedanken die de afgelopen maanden een constructieve bijdrage heeft geleverd. Dank aan de mensen van het bewonerscollectief, Raymond, Bianca, Sten en alle anderen. Dank ook aan de vele mensen die hebben gemaild, geappt of gebeld. Ik kreeg bijna dagelijks krantenberichten van Hans. Hans, dank. Eén appje wil ik er wel uithalen. Ik noem alleen de voornaam van de persoon uit privacy overweging, maar ik ben bang dat het bijna iedereen de persoon kent, maar goed. Dat is van Yvonne. Yvonne en ik kennen elkaar al heel lang. Yvonne is een van de meest en misschien wel de meest actieve vrijwilliger in Den Hoorn.

Soms zeggen mensen 'als Yvonne er niet zou zijn, zou die voetbalclub niet bestaan, of niet meer bestaan'. Ik deel die mening misschien ook wel. En Yvonne is een mens met het hart op de juiste plek. Als je van zo iemand zo'n hartenkreet krijgt, zoals ik gisteren kreeg, zet het je wel aan het denken en dan lig je er even wakker van. Maar voorzitter, terug naar het voorstel. We staan voor de keuze een stap te zetten in het proces om kwetsbare mensen, medemensen te helpen, of terug te gaan naar de tekentafel. Een lastige keuze. Ik denk dat dit de lastigste beslissing is die ik tot nog toe als raadslid heb moeten maken. En als christen richt ik mij bij normale besluiten, maar zeker ook in dit soort besluiten, altijd tot God. De God door wie ik ben, wie ik ben en van wie ik altijd alles heb ontvangen wat ik nodig heb. Tot die God heb ik mij in dit geval ook gericht. En dan wordt het een kwestie van vertrouwen. Vertrouwen op God de Schepper die met elk mens het beste voor heeft. Of terug naar de tekentafel? In beide gevallen heb je mensen nodig. Ook al gaan we verder in het proces, als we verdergaan in dit proces, hebben wij ook iedereen nodig. Bewoners. Ik ben heel blij met de eerste inspreker, Raymond, die een soort handreiking deed, ondanks zijn teleurstelling of hun teleurstelling. Hij deed ook nog wel de handreiking.

Als ik het college een advies mag geven, een dringend advies, zou ik die handreiking met beide handen pakken. Want wij hebben veel goed te maken naar die bewoners toe. En ondanks dat, doen ze een handreiking en dat vind ik heel, heel knap en het echt lovenswaardig. En ik zou die handreiking met beide handen aanpakken. Voorzitter, ik vertrouw op God, mezelf en de bewoners van Den Hoorn. We kunnen er samen voor zorgen dat de vluchtelingen op een menswaardige manier ontvangen en behandeld zullen worden, precies zoals je zelf behandeld zou willen worden. Wij zullen, ondanks alle mitsen en maren, voor dit voorstel stemmen in de verwachting en de hoop dat dit tot een goed eind gebracht zal worden door ons allemaal. Dank. De voorzitter: Op de valreep een interruptie van de heer Gebben van de VVD, stelt u uw vraag. De heer Gebben: Ik meen mij te herinneren dat in de commissievergadering de ChristenUnie heeft gevraagd of het college toch nog iets wilde onderzoeken over de spreiding over drie locaties. Ik was benieuwd wat eruit gekomen is, want ik heb het niet voorbij zien komen. De heer Ringeling: Ja, wij hebben gevraagd 'met de kennis en de gegevens die er nu zijn, kan het college op een rij zetten wat de plussen en de minnen zijn van de drie scenario's? Een scenario is de drie locaties, een is de huidige en een is een kleinere opvang'.

Uit de plussen en de minnen die gezet zijn in het document of in de memo was voor ons duidelijk dat de drie spreiden niet echt soelaas zou bieden. De enige andere optie die eventueel soelaas zou bieden, was een kleiner aantal mensen. Maar dan zou je terug naar de tekentafel moeten inderdaad. Dan is de afweging 'ga je terug naar de tekentafel met alle vertraging van dien? Of ga je door en probeer je er gaande het proces het beste van te maken?' De voorzitter: Geen andere vragen meer. Dan sluiten we de eerste termijn van de fracties en is het de beurt aan het college bij monde van de portefeuillehouder, de heer Van Hemmen. Voor de toehoorders, ook hier geldt dat de heer Van Hemmen antwoord zal geven op de vragen die gesteld zijn. Er is behoefte aan een schorsing?

Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik zou sowieso een kwartiertje schorsing willen vragen want er zitten een of twee vragen bij waarbij ik even iets meer onderbouwing van de ambtelijke organisatie wil hebben. De voorzitter: Dan schors ik de vergadering tot 21.45 uur en verzoek ik iedereen hier dan weer aanwezig te zijn. Schorsing De voorzitter: Volgens mij heeft iedereen zijn plekje weer ingenomen. We waren gebleven bij de afronding van de eerste termijn, waarin vragen onderling zijn gesteld en vragen aan het college zijn gesteld. Het woord is nu aan de portefeuillehouder vanuit het college. Dat is burgemeester Van Hemmen. Die zal antwoord geven op de vragen, dus het woord is aan de heer Van Hemmen. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik begin even met de opmerking die het college wilde delen vooraf en dat is tegelijkertijd een beantwoording van de vraag van OGP Midden-Delfland. Dat gaat over de formulering in het bestuursakkoord waar het gaat over dat de instroom leidend is. Het college heeft gemerkt dat dat veel onrust geeft en onduidelijkheid. Met name die onduidelijkheid was aanleiding om nogmaals met het COA in gesprek te gaan om te zorgen dat die zinsneden veranderd zijn. Daar hebben we de afgelopen dagen de afspraak gemaakt met het COA dat de zinsnede overbodig is want het bestuursakkoord is leidend; 225 vluchtelingen met 275 bedden. Dat zal niet boven de 225 komen.

Dat is leidend. En wat de instroom doet, doet daar dan voor de rest niet zoveel mee. En op het moment dat het COA ervan afwijkt, dat heb ik vanmiddag ook… Ik heb vanmiddag nog een gesprek gehad met de DG die over migratie gaat. De staatssecretaris ligt helaas met voedselvergiftiging op bed. Daarin heb ik ook aangegeven dat op het moment dat afgeweken wordt van de maatregelen, dat voor ons reden kan zijn om de opvang te beëindigen. En ik hechtte daaraan, zeker omdat er zoveel onduidelijkheid was bij u allen als raad, maar ik merkte het ook in de samenleving. Daarom heb ik dat toch nog een keer nadrukkelijk doorgegeven. Dat zal ik natuurlijk ook aan mijn opvolger duidelijk maken, zodat ze dat instrument daarmee stevig in handen heeft. De voorzitter: Een vraag van de heer Gebben van de VVD. Mijnheer Gebben, stelt u uw vraag. De heer Gebben: Ja, dat is op zich een duidelijk verhaal. Daar staat de brandbrief van het COA tegenover, waarin staat dat zij de mogelijkheid willen krijgen om afspraken te kunnen schenden. Dus in wat voor licht moet ik dat dan zien? De voorzitter: Dan mag u daarop ingaan, mijnheer Van Hemmen. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik heb het bericht ook gezien. Ik heb daarop het COA gesproken en het ministerie of de DG.

De oproep van het COA gaat over het feit dat er op dit moment 2300 mensen zitten in Ter Apel, terwijl er maar maximaal 2000 mogen zitten en dat er risico's zijn dat er weer mensen buiten moeten slapen. Dat zegt iets over de druk op het systeem. Daarmee heeft het COA aangegeven dat zij met een aantal gemeenten afspraken gemaakt hebben dat ze niet tegen de wil van gemeenten, die bijvoorbeeld een hotel hebben en waarmee afgesproken is dat die hotels daar niet voor gebruikt worden, in zouden gaan. Over die afspraken heeft het COA het. Even voor het proces, het COA heeft niet de bevoegdheid om van dat soort afspraken af te wijken. Daar gaat de minister over en de minister moet zich dan verantwoorden aan de Kamer. Dus dat gaat ten principale niet over de afspraken die we hier hebben. En nogmaals, mocht dat wel gebeuren, dan is er een noodknop en dan kan de opvang beëindigd worden. De DG heeft ook aangegeven dat ze dit nadrukkelijk zal laten opnemen in het dossier zoals dat over Midden-Delfland bestaat op het moment dat hier een akkoord op komt, voorzitter. Dan ga ik even naar de vragen. De voorzitter: U heeft een vraag van de heer Zwaard, CDA.

De heer Zwaard: Een korte vraag, kunt u verduidelijken waarom er 275 bedden zijn, terwijl er 225 vluchtelingen komen? Portefeuillehouder Van Hemmen: Ja voorzitter, dat is eigenlijk heel simpel. Op het moment dat je een gezin met twee kinderen hebt en je hebt een gezin met drie kinderen, dan heb je soms een bed over in een woning. Of als er een alleenstaande is en je hebt een woning waar standaard twee bedden staan, houd je dus een bed over. Dat is eigenlijk – dat klinkt heel onsympathiek en ik heb hier ook een aantal insprekers over gehoord en ik moet zeggen dat dat ons als college ook raakt, want het gaat wel over mensen – als technische term die we daarvoor hanteren, snijverlies. Als je exact 225 bedden zou hebben, dan kom je dus op het punt dat je het nooit passend krijgt. Dus daar is altijd een stukje overcapaciteit voor nodig om te zorgen dat je mensen ook voldoende privacy kunt geven en dat je niet bijvoorbeeld te veel individuen die niets met elkaar te maken hebben bij elkaar hoeft te stoppen. Dat is de reden waarom er een snijverlies van 25 bij zit. Ik hecht het ook nog even aan om het punt over de dertig woningen te maken, die minister De Jonge aan ons cadeau doet via het COA, want dat is in feite waar het over gaat. Het is inderdaad zo dat het ministerie daar eisen op gesteld heeft.

Maar het is ook zo dat wij daar harde afspraken over gemaakt hebben dat deze woningen niet ingevuld hoeven te worden met statushouders, mits wij onze taakstelling blijven vervullen met andere woningen. Dat doen wij al meer dan een decennium. Dat doen wij zorgvuldig en daar bent u ook trots op als raad. Dus dat betekent dat er netto dertig woningen zijn en zullen blijven. Dan was er een vraag van OGP Midden-Delfland over welke concrete actie er is voor de komende periode. Op het moment dat u hier akkoord mee gaat, zullen wij een aanpak gaan schrijven, een projectplan waarin vanuit de verschillende domeinen – dat gaat over ondernemen, dat gaat over buitenruimte, over verkeer, over veiligheid vanuit sociaal oogpunt – die verdeeld worden onder de portefeuillehouders, wordt gekeken. Die zullen daar elk op hun eigen manier, met de eigen doelgroepen en met de eigen spelers die daar relevant in zijn – de ene keer zullen dat bewoners zijn, de andere keer ondernemers, soms een combinatie hiervan – hun eigen participatietraject opleveren. Het college is ook van mening dat er inderdaad op participatie echt nog een wereld te winnen is. Daar moeten we een inhaalslag op maken en die boodschap hebben wij ook goed gehoord. Dan werd er nog specifiek gevraagd 'hoe gaat het met het veiligheidsplan?' Dat is door het CDA overigens ook gevraagd.

Als het om veiligheid gaat, hebben wij op het hoogste niveau, met het OM en de politie afspraken gemaakt dat wij, wat we willen gaan doen – en daar is Rijswijk een voorbeeld van – op maat willen snijden voor onze voor eigen gemeente, met onze eigen inwoners, zodat we heel specifiek dingen kunnen doen. Dat zal niet precies hetzelfde zijn als bij Rijswijk. Het zal ook niet hetzelfde zijn als Raalte, maar ik kom straks nog even op dat plan terug. De essentie is dat het op maat gesneden wordt en uiteraard zullen we daar, ik heb vorige week samen met de ambtelijke vertegenwoordiging een gesprek gehad met het bestuur van Buurtpreventie, ook samenwerken met Buurtpreventie als een van de spelers daarin. Buurtpreventie heeft ook een handreiking gedaan. Ze zijn weliswaar niet enthousiast over het feit dat het er komt. Maar als het er komt, willen zij nadrukkelijk onderdeel zijn van een route om het zo veilig mogelijk te maken. Dat gaat over de veiligheid voor de inwoners van Den Hoorn. Het gaat om de veiligheid van de bewoners van het azc als het er komt, en dat gaat over de veiligheid van buurttoezicht. We hebben met hen afgesproken dat alle punten die zij aangedragen hebben, een deel van de agenda zullen vormen – de agenda zal nog groter zijn – waar wij zeer serieus mee om zullen gaan. Ik zie daar op zich op voorhand niet veel showstoppers in om dat waar te maken.

Maar ik vind dat je dat inhoudelijk met elkaar moet bespreken. Dus daar komen we op een later moment op terug. Dan het plan van Raalte. Als ik het goed begrijp is het toch Raalte, of heb ik nu even de gemeentenaam verkeerd? Ja, Raalte. Naar ik heb begrepen – ik heb het plan zelf niet heel uitgebreid gelezen, maar ambtelijk is dat nadrukkelijk wel gedaan – komt het eigenlijk neer op wat wij voor ogen hebben. Het gaat namelijk verder dan alleen veiligheid. Het gaat over het hele plan van 'hoe ga je het laten functioneren?' Wat ons betreft, zien wij dat als een nadrukkelijk goed voorbeeld van hoe het kan. Daar zullen we ook zeker uit putten bij hoe we dat kunnen gebruiken, waarbij het natuurlijk wel het geval moet zijn dat wij een op maat gesneden plan maken dat voor onze inwoners goed is, dat voor onze veiligheid goed is en voor onze specifieke situatie. Want inderdaad, het zit op een bedrijventerrein. En ja, er is een drukke weg. Daar moet je wel keuzes in maken over hoe je dat gaat doen. Net als die combinatie van wonen met mensen die dus uit Midden-Delfland komen en daartussen of naast gaan wonen. Dat vraagt allemaal extra accenten en

dat moet gewoon goed uitgewerkt worden. En wat ons betreft, is dat een uitstekend startpunt, maar wat ons betreft, is er straks een gemeente die het voorbeeld Midden-Delfland zal hanteren. Over dat de instroom leidend is, heb ik het gehad. Over de omwonendenbetrokkenheid heb ik eigenlijk al antwoord gegeven als het gaat om de vraag hoe het proces verder gaat lopen. Ja, en dan de communicatie. Ik denk dat we ons allemaal realiseren dat het proces rond een opvang altijd spanning geeft. Spanning omdat het onbekend is. Spanning omdat er mensen zijn die oprechte angsten hebben voor wat er gebeurt. Er zijn ook mensen die gewoon andere argumenten hebben, maar er zijn ook mensen die voor zijn. Dat is altijd een kwetsbaar proces en daarin moet communicatie zorgvuldig zijn. Ik heb nog steeds de overtuiging dat het proces zoals we het gelopen hebben, een zorgvuldig opgezet proces is, dat consequent gevolgd is, maar niet het gewenste resultaat heeft gehad. Daar kunnen we als college en u als raad misschien met het college ook echt wat van leren. En wat ons betreft wordt communicatie en burgerparticipatie de komende tijd echt een belangrijk speerpunt van het college om dit tot een succes te maken. Ik vind het ook heel fijn dat het bewonerscomité in gesprek gaat. Het zijn geen makkelijke gesprekken die we met elkaar hebben. Het zijn wel goede gesprekken, het zijn opbouwende gesprekken.

Maar ik ben wel heel blij met het feit dat zij met de achterban die zij vertegenwoordigen, een handreiking doen. Die zal het college ook met beide handen aannemen. Want ik denk dat als u voorstemt, ook de omwonenden van Den Hoorn er belang bij hebben dat deze opvang een succes wordt. En voorzitter, ik heb het idee dat ik alle vragen beantwoord heb voor zover ze er waren. De voorzitter: Dat denk ik ook, maar toch heeft u nog een vraag van de heer Gebben van de VVD. Stelt u uw vraag. De heer Gebben: Ja, ik heb er zelfs twee. Ik zal met de eerste beginnen. U heeft het helemaal niet meer over het locatieonderzoek. U heeft ons vorig weekend een vrij imponerende brief gestuurd over dat daar niets over gezegd mocht worden, zelfs vanavond niet. En dan komt er wat druk vanuit de media en dan kan opeens de geheimhouding er wel vanaf. Zou u kunnen toelichten waarom dat dan opeens wel kan en in een eerder stadium niet? Portefeuillehouder Van Hemmen: Voorzitter, ik heb als burgemeester… Ik heb een mail gestuurd die inderdaad streng was. Dat klopt. Imponerend, daar herken ik me niet in, maar ik kan me voorstellen dat mensen het gevoel hebben dat die imponeert.

Ik heb een strenge brief gestuurd omdat ik als burgemeester de verantwoordelijkheid heb om u bij het proces van beleidsvorming en keuzes maken, de spelregels die we met elkaar hebben en de Gemeentewet die u dat ook oplegt, bij de les te houden. Ik kon mij voorstellen dat omdat er gelekt is, een aantal van u de vrijheid zou kunnen nemen omdat ze dachten dat het heel logisch was omdat het nu toch op tafel lag, zodat daar ongewild een overtreding zou plaatsvinden. Dat is waar ik u voor wilde behoeden. Maar op het moment dat we dus de geheimhouding eraf zouden willen hebben, kan dat pas op het eerste het beste moment door degene die daartoe bevoegd is. Er zijn twee entiteiten volgens de Gemeentewet die de geheimhouding mogen opheffen, dat is degene die hem oplegt of de gemeenteraad. En wat ons betreft, als college, was de eerste keer dat wij bij elkaar kwamen afgelopen dinsdag. Wij hebben het op dinsdag hierover gehad en wij waren het er unaniem over eens dat het vanzelfsprekend was, met de kennis van nu, dat de reden voor geheimhouding dermate klein was geworden dat wij het vanzelfsprekend vonden om het dan openbaar te maken. Dat is dus logisch. Dat is niet dat er dus geheimhouding is, maar op het moment dat ik de brief stuurde, wist ik natuurlijk niet zeker of dat in het college plaats zou vinden.

Dan had u als gemeenteraad ook nog de mogelijkheid gehad om de geheimhouding eraf te halen. Dit zijn allemaal processen, dat zijn de spelregels waar niet alleen het college zich aan moet houden, maar waar ook de gemeenteraad zich aan moet houden. En ik snap dat dat in de beeldvorming het idee geeft 'de burgemeester snoert de mond', maar de burgemeester wijst u op de spelregels zoals onze democratie georganiseerd is. Ik vind het heel vervelend dat dat dan een bepaalde duiding krijgt, maar de essentie is dat we de spelregels wel zorgvuldig moeten volgen en dat hebben we bij dezen gedaan, voorzitter. De voorzitter: En volgens mij had de heer Gebben nog een tweede vraag/interruptie, dus die mag u ook nog even stellen.

De heer Gebben: Ik heb nog een tweede vraag aan de burgemeester. Hij geeft aan dat de communicatie verbeterd zal worden. Laten we daar dan vanavond mee beginnen. Mijn vraag is: wat is zijn boodschap aan de mensen die zich vanavond teleurgesteld voelen over de uitkomst? Portefeuillehouder Van Hemmen: Voorzitter, er wordt mij nu een vraag gesteld of ik een boodschap wil geven aan mensen die teleurgesteld zijn. Zorgvuldige communicatie zou het uitgangspunt moeten zijn. Dan zou ik dus nu uit de losse pols iets moeten zeggen waarmee ik inga op de teleurstelling van mensen die misschien nog niet helemaal geland is, want de keuze is nog niet gemaakt door u. Ik vind dat ingewikkeld, voorzitter. Het enige dat ik wel weet, is dat het merendeel van de opvang in Nederland een succes is. En dat komt doordat dat samen met inwoners gebeurt, doordat dat samen met alle partners gebeurt. Ik heb de overtuiging - dat is het gevoel dat veel mensen vast nog niet zullen hebben – dat Den Hoorn dit kan en dat Den Hoorn hier een succes van gaat maken. Ik zal dat inderdaad van afstand zien, maar ik geloof dat u over een paar jaar heel trots op uzelf zult zijn. Dat is het enige dat ik nu kwijt kan. De voorzitter: Dat was volgens mij het eind van de beantwoording vanuit het college.

Dan hebben wij een tweede termijn te gaan dus ik inventariseer ook eventjes wie behoefte heeft aan woordvoering in de tweede termijn. Allemaal? Dat maakt het makkelijk. Dezelfde woordvoerders. Dan geef ik in dit geval als eerste het woord aan de heer Zwaard van het CDA. U schrikt wakker, maar volgens mij was u ook nog helemaal niet in slaap gevallen. Gaat uw gang. De heer Zwaard: Wakker, dat is veel gezegd, want dat is helemaal geen probleem. College bedankt voor de beantwoording. Participatie neemt u ter harte. Veiligheid hebben we zelf aangekaart, dat is voor ons nog een item dat nog besproken moet worden. Het is in onze optiek ook logisch dat dat pas besproken wordt als het plan doorgaat. Dus dank daarvoor. Ook goed dat u de buurtpreventie daarin noemt en meeneemt. Communicatie, wij kunnen het niet vaak genoeg zeggen. We blijven het doen. Ik vind het goed dat u herkent dat het een kwetsbaar proces is. Ik ben het met u eens dat de aanzet daartoe goed was. Dat de boodschap niet altijd even goed is overgekomen, is een ander verhaal. Of dat u precies te verwijten is? Ik denk het niet. De handreiking die u doet om de verbeterde communicatie op te pakken met zowel het college als de raad, daar gaan wij graag in mee. Tot zover onze tweede termijn. Wij hebben in eerste termijn al aangegeven dat we het voorstel zullen ondersteunen.

De voorzitter: Dan ga ik over naar de fractie ChristenUnie, de heer Ringeling. De heer Ringeling: Nog even op het punt van communicatie en participatie. Ik had toch wel iets meer zelfreflectie verwacht op dit punt van de burgemeester. Misschien waren de intenties goed, maar de uitvoering was niet goed. Laten we het even zo zeggen. Ik denk dat het echt heel anders moet de komende tijd, want wij hebben een inhaalslag te maken. In het kader daarvan heb ik nog wel een vraagje. Er is afgelopen jaar, dit jaar, € 40.000,00 uitgegeven aan communicatie/participatie. En er staat voor volgend jaar € 25.000,00. Ik denk dat die verhouding niet klopt als je ziet wat er met die € 40.000,00 is gebeurd, namelijk niet zo veel, en als je dan volgend jaar een inhaalslag wilt maken. Dan lijkt mij dat je niet minder geld moet hebben ervoor maar juist veel meer geld ervoor moet hebben, anders geven we nu toe dat we ten onrechte geld over de balk hebben gesmeten. De voorzitter: Ik geef nu even ruimte aan de heer Van der Eijk van de VVD die u een vraag wil stellen, mijnheer Ringeling. De heer Van der Eijk: Ik ben blij dat de heer Ringeling ook de slechte financiële onderbouwing hiermee aankaart. En bent u het met mij eens dat het een stuk eigenlijk daarom nog veel slechter wordt? Want ja, de burgemeester is natuurlijk verantwoordelijk voor de participatie. De uitvoering was niet naar wens.

Hij is wel politiek verantwoordelijk hiervoor, nu op dit moment en dat is hij altijd geweest tijdens dit dossier. U zegt 'er is € 40.000,00 aan uitgegeven en het college begroot nu voor de rest van het plan € 25.000,00' en u ziet nu al dat het te weinig is. Bent u dat met mij eens?

De voorzitter: Daar mag u antwoord op geven, mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Ja, want dat zei ik net ook, die verhouding klopt niet. We hebben een minimale of uiterst slechte participatie en communicatie gehad voor € 40.000,00. En voor komend jaar willen we een inhaalslag maken en dan gaan we € 25.000,00 begroten. Dat is niet best, inderdaad. De voorzitter: Dit leidt ook tot een vraag bij de fractie OGP Midden-Delfland. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Mag ik een ordevoorstel doen? Het lijkt een soort begrotingsvraagstukje te worden. Ik denk dat het goed is om daar tijdens de begroting dan ook gewoon aandacht voor te hebben. Zeker moet er aandacht zijn voor participatie en communicatie, maar ik denk dat de raad het met ons eens is dat het ook helpt om daar eerst een evaluatie van te doen; wat willen we dan met participatie en communicatie en wat mag het ons dan kosten? Pas dan kun je tot een goed voorstel komen. Om nu even wat te roepen over € 25.000,00 en € 40.000,00 vind ik ook niet… De voorzitter: Wat is uw vraag aan mijnheer Ringeling? Want u begon met een interruptie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=677a7169-65d3-47e0-8c69-673c50365207