CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Vsl Raad 2021 m 11 d 09.docx

Gemeenteraad 14 december 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vergadering d.d. 9 november 202128.259 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ook bij dit onderwerp zien we vaak verwijzingen naar andere partijen als Rijkswaterstaat, de gemeente Maassluis en anderen, wat ons betreft kan het college ook zelf actie ondernemen en zich dus minder afhankelijk opstellen. Een eerste stap die we zelf nemen, maakt ook dat anderen in beweging moeten of willen gaan komen. Een goed voorbeeld om ons als gemeente minder afhankelijk op te stellen vinden we de keuze om voorlopig niet mee te werken aan de gezamenlijke woningmarktafspraken in de regio Haaglanden. Het is al aangehaald door collega's die eerder aan het woord waren. Wij onderschrijven de stelling dat het niet realistisch en verantwoord is om de komende jaren alleen nog maar sociale woningen in onze gemeente te bouwen. Onze opgave vraagt gewoon meer dan dat, een vorm waarin starters, doorstromende ouderen en jonge gezinnen de mogelijkheid hebben om in onze gemeente te kunnen blijven wonen. Ons uitgangspunt daarbij blijft dat we willen bouwen in de drie dorpse kernen en niet in ons groene en open gebied. Gelukkig is dat een gedeelde ambitie in een groot deel van deze raad. Bouwen binnen de kernen betekent ook dat er geen gemakkelijke oplossing om te bouwen is. We zijn blij met de ambitie van dit college en de vasthoudendheid die er is om ook op complexere locaties stappen te zetten en daarmee woningen in onze kernen te bouwen.

Dat gaat helaas minder snel dan gehoopt maar het levert ook wat op: woningen dichter bij voorzieningen en een blijvend groen buitengebied. Dat blijvende groene buitengebied is namelijk het bestaansrecht van onze gemeente, beschermen van dit gebied doe je aan de randen. De afgelopen vijftig jaar heeft ons geleerd dat er elke keer een stukje van afsnoepen heeft geleid tot een enorme bouw in de regio tot aan de grenzen van, en soms in, ons gebied. Kijk de kaartjes er maar op na. Initiatieven zoals het bouwen van een villa aan het Doelpad in Maasland kunnen dus ook niet op onze instemming rekenen, We werken nu en ook in de komende jaren graag verder met het college om op een innovatieve manier woningen te bouwen in onze kernen waarbij we alle instrumenten willen inzetten om deze ook voor onze eigen inwoners beschikbaar te stellen. Hierbij dagen we het college uit om onze inwoners nog meer actief te betrekken en te informeren over wat we voor hen kunnen betekenen.

In onze eerste termijn hebben we ook vragen gesteld over de gelden voor het Nationaal Programma Onderwijs, de zogenaamde NPO-gelden. Deze gelden zijn vanuit het rijk aan de gemeenten ter beschikking gesteld en we weten dat de scholen ook zelf geld hebben ontvangen. Nu zijn die NPO gemeentegelden bestemd voor extra ondersteuning van leerlingen bij achterstanden op cognitief en sociaaleconomisch gebied. Dus uiteraard vinden wij, moeten de te overwegen plannen aansluiten bij de interventies die de scholen al uitvoeren. Overleg met deze professionals, zij zien de leerlingen elke dag, is dus dringend gewenst. In antwoord op de vraag van de ChristenUnie begrepen we dat die gesprekken met de scholen er zijn. Het valt ons wel op dat er een halfjaar na de aankondiging van het kabinet nog steeds geen plan ligt en dat vinden wij zonde van de tijd, uit de informatie die wij uit gesprekken met scholen hebben gekregen, blijkt dat er wel degelijk behoorlijk wat suggesties zijn gedaan vanuit de directeuren van die scholen. Een daarvan is extra hulp uit het Maatschappelijk Team. Dat is met nadruk één van die suggesties, er waren er vele. Het is voor OGP Midden-Delfland dan ook volstrekt onduidelijk waarom dat ene onderdeel van het voorlopige plan leidt tot overheveling van € 100.000,00 aan NPO-gelden naar het Maatschappelijk Team. We zouden graag zien dat de wethouder dit toelicht.

Op voorhand vragen we het college om binnen twee maanden en in overleg met diezelfde scholen een definitief plan te formuleren en ook echt aan de slag te gaan. Tot dan wil OGP Midden-Delfland dat de € 100.000,00 die onderdeel is van het totale NPO-plan onderdeel blijft, dus zonder overboeking naar het Maatschappelijk Team. Eerst besluiten over het totale geld en als daarna, als blijkt dat het Maatschappelijk Team een rol heeft volgens de onderwijzers, mogen ze die rol ook pakken. Hiertoe dienen wij met ChristenUnie, D66, PvdA en Mijn Partij! een amendement in, u mag uw stopwatch even stil zetten. Amendement nr. A ingediend door OGP Midden-Delfland, ChristenUnie, D66, PvdA en Mijn Partij! Toelichting: De NPO-gelden zijn vanuit het rijk beschikbaar gesteld om kinderen die achterstanden hebben te ondersteunen. Wij vinden het belangrijk dat de inzet van de gelden zo effectief mogelijk wordt ingezet om kinderen te ondersteunen. De scholen en bijvoorbeeld de kinderopvang in onze gemeente hebben hier het beste zicht op en de gemeente kan dus het beste samen met hen tot een goed plan komen voor een optimale inzet van het gehele bedrag. Amendement "De raad van de gemeente Midden-Delfland in vergadering bijeen op 9 november 2021; ondergetekenden stellen het volgende amendement voor: A.

de nu vanuit de NPO-gelden toebedeelde € 100.000,00 aan het Maatschappelijk Team, zoals opgenomen in de begroting bij punt 7 op blz. 13, voorlopig niet ter beschikking te stellen aan het Maatschappelijk Team; B. het college opdracht te geven om uiterlijk 1 februari 2022 te komen met een voorstel aan de raad tot besteding van de NPO-gelden ad € 350.000,00; C. het voorstel ad B dient tot stand te komen na en in overleg met de schooldirecties en andere direct betrokken instanties, waarbij de gelden zo optimaal mogelijk moeten ingezet voor kinderen die op welke manier dan ook achterstanden hebben opgelopen. De raad dient hierbij volledig en transparant te worden geïnformeerd over de inzet vanuit schooldirecties en andere direct betrokken instanties en zienswijze van het college hierop; D. de tijdelijke dekking uitbreiding van het Maatschappelijk Team vooralsnog te dekken uit het positieve resultaat 2022 dat conform de 1e begrotingswijziging € 596.496 bedraagt." Het amendement is ondertekend. De voorzitter: Dan maakt het ook deel uit van de beraadslaging. Het werd al gesouffleerd, het amendement krijgt de letter A. De heer Knaap: Dan hebben we al een nr. 3 en een A. Nog een minuut tijd, dat gaat lukken.

We zijn erg tevreden met de wijze waarop het college verder heeft vormgegeven aan het groen houden van ons buitengebied en het versterken van de groene kwaliteit daarvan door met boeren, natuurorganisaties en vele andere belanghebbenden samen

stappen te zetten naar een morgen waarin kringlopen worden gesloten, natuur en weidevogels een plek hebben in de dagelijkse bedrijfsvoering van de boeren in ons gebied. Het magazine Duurzaam Boer Blijven in Midden-Delfland staat vol met mooie voorbeelden die ook landelijk op positieve aandacht kunnen rekenen. We vragen het college actief te blijven communiceren over wat er in Midden-Delfland aan mooie dingen worden gedaan en hiermee ook onze bijzondere positie in de regio uit te blijven dragen. Wellicht helpt het om de provincie niet zo streng op ons te laten zijn over die woningen. Ook het blijven investeren in PUUUR gaat ons hierbij helpen. Tot slot. De komende jaren blijft onze gemeente investeren. Deze investeringen zien we terug in ICT, in PUUUR, in het fysiek Bijzonder Provinciaal Landschap met koeien in de wei, in huisvesting voor onze inwoners enzovoorts. De middelen zijn beperkt en toch worden onverminderd goede stappen gezet om Midden-Delfland duurzaam en leefbaar te maken en te houden. Daar zijn we als OGP Midden-Delfland blij mee. Lokaal doen, daar hebben we onze wereldleiders in Glasgow niet helemaal voor nodig. En tot slot, rest de titel van deze begroting. Is het college er inmiddels uit wat het gaat worden? De voorzitter: Dan gaan we snel door naar de volgende spreker, van de ChristenUnie. De heer Ringeling.

De heer Ringeling: Ik zal proberen weer wat in te lopen voorzitter. Allereerst dank aan het college en de ambtenaren voor de beantwoording van de vragen gesteld in de eerste termijn. Dank ook aan de inspreker of insprekers, want jullie hebben het als collectief van drie gedaan. Ik kom aan het eind van mijn verhaal op het onderwerp terug. Ik beperk me verder in mijn bijdrage tot drie onderwerpen: openbare ruimte, onderwijs en Sociaal Domein. Te beginnen bij het eerste, ook wij zijn blij dat het achterstallig onderhoud van de wegen aangepakt wordt. Dit is niet alleen goed voor de veiligheid maar ook voor de uitstraling. We zijn het eens met de VVD, of we delen tenminste het zorgpunt dat we gezien de capaciteit van het ambtelijk apparaat ook de vraag hebben of het gereserveerde budget ook daadwerkelijk besteed kan worden. Of dat lukt, zal over een jaar blijken als wij, misschien in een andere samenstelling, hier zitten om te kijken of het is gelukt. Naast de wegen willen we aandacht vragen voor de fiets- en wandelpanden. Op de verbetering van fiets- en wandelpaden bent u in antwoord op de vragen van de OGP Midden-Delfland in eerste termijn al ingegaan. Zorgpunt wat de ChristenUnie betreft, blijft de veiligheid op de fiets- en wandelpaden.

Zeker zoals de PvdA in de eerste termijn ook terecht aangaf, waar verschillende verkeersstromen bij elkaar komen en de PvdA noemde dan de fietsers, wandelaars en skaters. We voegen hieraan toe de groep georganiseerde wielrenners. Dan hebben we het niet over groepjes van twee of drie wielrenners, als Rob met zijn vrouw gaat wielrennen, of wethouder Ten Have op zo'n racefiets stapt, maar over grotere groepen wielrenners die toch wel de veiligheid van andere weggebruikers in gevaar brengen. De vraag is: deelt het college die zorg? Een van de plekken waar het met regelmaat misgaat is de Trekkade in Maasland bijvoorbeeld, daar is het vorige week donderdag ook misgegaan, donderdag meen ik, en daar moest de traumaheli in actie komen. Er is een motie ingediend en die hebben we ondersteund en medeondertekend, dus die steunen wij. Mijn tweede punt is onderwijs en over het NPO-budget heeft mijn voorganger al gesproken. Zowel de scholen als de gemeente hebben geld gekregen voor hetzelfde doel, namelijk de achterstanden wegwerken van kinderen die zijn ontstaan ten gevolge van de coronacrisis.

Het lijkt ons logisch dat als je beiden geld hebt voor hetzelfde doel, je met elkaar in overleg gaat over 'hoe gaan we dat geld efficiënt besteden?' Wat er nu is gebeurd, begrijpen we van de scholen, want ook wij hebben met scholen gesproken, is dat er een ambtenaar met de scholen contact op heeft genomen en aan de scholen gevraagd 'wat is je verlanglijstje?' Er werden wat dingen genoemd, maar op de wedervraag van de scholen 'hoeveel budget is er?' kregen ze de reactie 'nee, dat kan niet, dat is geheim'. Of 'dat mag niet gezegd worden'. Op een gegeven moment hoorden de scholen dus op basis van de begroting, of van de raadsleden uit de begroting hoeveel geld er was, en kregen ze ook op dat moment te horen dat er inmiddels, terwijl ze nog in gesprek zijn, een derde deel van het budget van de gemeente was weggesluisd naar het Maatschappelijk Team. Logisch dat de scholen daar niet heel blij mee zijn en wij zijn er op zijn zachtst gezegd ook niet heel blij mee dat er op deze manier wordt omgegaan met schooldirecties. Graag zou ik weten van het college waarom voor deze aanpak gekozen wordt. Waarom niet gewoon open kaart spelen met de scholen over 'wat gaan we met dat budget doen, samen doen?'

Over de huisvesting van scholen in Schipluiden is in eerste termijn in antwoord op onze vragen gezegd 'Reden waarom wij in goed overleg met de betreffende schoolbesturen de mogelijkheden uitwerken om te komen tot toekomstbestendige scholen in dat dorp.' Het woord toekomstbestendige suggereert dat er vanuit de gemeente een visie of een plan is voor hoe we in Schipluiden omgaan met de groep nul tot twaalfjarigen en hoe we dat willen inrichten. Als er een visie is, zouden we die graag ontvangen, of als er een plan is, verzoek ik dat te delen met de raad. Mijn tweede vraag op dit punt is: zou u de raad over de voortgang van het overleg met de schoolbesturen op de hoogte willen houden? Dan kom ik op mijn laatste punt, Sociaal Domein. De vraag van de PvdA-fractie in de eerste ronde over of we het eens zijn dat het werk van de SWMD-preventie is: ja, dat delen wij. De jeugdzorg voorzitter. De jeugdzorg lijkt na een roerige periode nu in een wat rustiger vaarwater terechtgekomen. Positief is dat het rijk meer geld heeft toegezegd. Belangrijk is dat vanuit de gemeente nu meer grip komt op de kosten en de raad de benodigde informatie krijgt om zijn controlerende taak te kunnen uitvoeren. Daarbij is de oproep nog altijd om met een menselijke bril te blijven kijken naar hen die onze hulp nodig hebben.

Evenals de fracties van PvdA en VVD pleiten wij ook voor een debat over wat wel en niet tot de jeugdzorg behoort. Centraal in het debat moet wat ons betreft de vraag staan die de PvdA-fractie in de bijdrage in eerste termijn stelde: waar eindigen de mogelijkheden voor ouders of verzorgers en waar begint de professionele zorg? Zorgen doe je met elkaar en voor elkaar, net als het zorgen voor betaalbare zorg, ook in de toekomst. We gaan graag hierover in gesprek met de andere fracties en het college. En dan nu de huisartsen, zoals al eerder was aangekondigd door collega Roeling. De huisartsenpraktijk in Schipluiden. In de eerste ronde hebben we vragen gesteld over de problematiek. Ik was op zijn zachtst gezegd niet tevreden over de antwoorden. We gaan een stukje overslaan omdat de inspreker ook al de urgentie heeft aangegeven en ook de PvdA volgens mij heeft net wat van die urgentie genoemd. Daar kom ik goed mee weg omdat ik probeerde een bijlage die nogal wat dingen bevatte, even kort hier samen te vatten, maar die sla ik over. Er komt een bijlage bij de motie voor de liefhebbers, als de urgentie nog niet helemaal duidelijk is, zie de bijlage. Maar voorzitter, uit alles wat over de huisartsenpraktijk is gezegd, blijkt meer dan voldoende dat als wij niet op korte termijn actie ondernemen, de goede zorg voor de inwoners van Schipluiden in gevaar dreigt te komen.

Daarom dienen we een motie in en bij die motie komt dus een bijlage waarin de urgentie nog iets uitgebreider beschreven staat. De motie is mede ondertekend door de fracties van het CDA, D66, Mijn Partij!, OGP Midden-Delfland en PvdA. En dan stopt mijn tijd en heb ik een minuut ingelopen. De voorzitter: Ja, de tijd stopt, maar die klok kan ik niet stilzetten. De heer Ringeling: Ik lees de motie voor. Motie nr. 4 ingediend door ChristenUnie, CDA, D66, Mijn Partij!, OGP Midden-Delfland en PvdA Huisvesting huisartsen Schipluiden "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 9 november 2021; gehoord de beraadslaging; overwegende dat: • de gemeente (mede) verantwoordelijk is voor het creëren van de randvoorwaarden waaronder goede zorg aan onze inwoners kan worden geleverd; • de eerstelijnszorg een primaire levensbehoefte is voor de inwoners van een dorp of stad; • uit informatie van de huisartsenpraktijk uit Schipluiden (zie bijlage) blijkt dat de huidige huisvesting niet meer toereikend is, waardoor de gewenste kwaliteit van de zorgverlening in gevaar dreigt te komen; • de huidige huisvesting niet meer toereikend is, vanwege de toegenomen vraag naar eerstelijnszorg; • ook de inwoners van Schipluiden recht hebben op goede eerstelijnszorg dichtbij huis;

• •

hoewel het beroep van huisarts een 'vrij beroep' is, dit van een andere orde is dan andere 'vrije beroepen' en daarom ook een andere benadering vraagt; vooral in Schipluiden de beschikbare (woon-, werk-) ruimte schaars is, waardoor bepaalde cruciale doelgroepen (zoals huisartsen) extra ondersteuning nodig hebben bij hun zoektocht naar passende huisvesting;

dringt er bij het college op aan zo spoedig mogelijk samen met de huisartsen te zoeken naar een alternatief voor de huidige huisvesting en de raad in de vergadering van januari 2022 te informeren over de stand van zaken; en gaat over tot de orde van de dag." De motie is zes maal ondertekend. De voorzitter: Dat geeft al een voorspelling over de uitslag. De motie heeft een nummer gekregen, dat is nr. 4. De heer Ringeling: Daarmee ben ik aan het eind van mijn verhaal, dus heb ik ingelopen. De voorzitter: Dan hebben we nog een spreker tegoed, het CDA. De fractievoorzitter, mijnheer Zwaard. Gaat u het redden tot 17.30 uur? U heeft ook gewoon tien minuten, gaat uw gang. De heer Zwaard: Tot 17.30 uur houd ik zeker vol, voorzitter, maar ik denk dat het iets later wordt. Natuurlijk begint het CDA de tweede termijn met een dankwoord aan het college, onze ambtenaren en onze griffier voor de beantwoording van onze vragen gesteld in de eerste termijn. Die dank gaat overigens ook uit naar de gepleegde inzet in het afgelopen moeilijke jaar. Het CDA bedankt de insprekers en heet iedereen welkom, ook hen die meekijken via de livestream.

We kijken terug op het achterliggende jaar dat in het teken stond van corona met de gedachte dat corona langzamerhand achter ons kwam te liggen, maar de realiteit gebiedt ons te zeggen dat de afgelopen dinsdag verscherpte maatregelen aantonen dat we nog niet van corona af zijn. Een aantal onderwerpen brachten we onder uw aandacht en bij een aantal onderwerpen stellen wij vragen. We behandelen er enkele van. Wonen. Betreffende wonen is het CDA blij dat op voorspraak van datzelfde CDA in de Werkgroep Wonen de mogelijkheden verkend worden om die instrumenten die andere gemeenten inzetten om eigen inwoners met enige voorrang van een woning te voorzien, ook voor onze gemeente in te zetten. Bij de beantwoording van de door het CDA gestelde vragen inzake grondbeleid, zegt het college toe de nota Grondbeleid het komende jaar te actualiseren en dat een minimummarge nodig is om de kosten voor de gemeente te kunnen dekken. Dit besluit is voorbehouden aan de raad. De huidige 3% stamt uit de tijd dat de gemeente zelf ongeveer 2% rente moest betalen. De marge bedroeg toen 1% en in de huidige situatie zou dat 1,5% zijn. Deze marge lijkt ons alleszins redelijk. Het lijkt het CDA een kleine moeite om vooruitlopend op de toegezegde actualisering, deze kleine aanpassing op korte termijn door te voeren, zodat betaalbare woningen beter bereikbaar worden voor de wat lagere inkomens.

En wij willen hiertoe dan ook een motie indienen, samen met de ChristenUnie en de PvdA. Motie nr. 5 ingediend door CDA, ChristenUnie, PvdA Canonrente voor erfpacht aanpassen "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 9 november 2021; gehoord de beraadslaging; overwegende dat: • de druk op de woningmarkt in Midden-Delfland onverminderd groot blijft; • het door de steeds stijgende huizenprijzen, met name voor starters, steeds moeilijker wordt om de financiering voor een woning rond te krijgen; • de door de gemeente gehanteerde canonrente op uit te geven erfpachtgronden 3% bedraagt; • de 10-jaars hypotheekrente bij commerciële banken op dit moment onder de 1,5% bedraagt;

•

de gemeente bij de Bank Nederlandse Gemeenten langlopende leningen af kan sluiten tegen 0% rente;

constaterende dat: • met de door de gemeente gehanteerde canonrente van 3% het erfpachtinstrument zijn doel voorbijschiet; • als de gemeente in navolging van commerciële banken 1,5% rente als canonrente zou hanteren, dit bij een grondprijs van € 90.000,00 aan marge € 1.350,00 zou opleveren waarvan ruimschoots de administratieve kosten betaald kunnen worden; • dit voor de koper van een huis betekent dat bij een grondprijs van € 90.000,00 er geen verplichting bestaat om dit bedrag in 30 jaar af te lossen en dit, nog exclusief belastingvoordeel, € 3.000,00 per jaar (€ 250,00 per maand) lagere woonlasten betekent; • het hierdoor vooral voor lagere inkomens eerder mogelijk wordt om de financiering voor een huis rond te krijgen; verzoekt het college: • om in onze gemeentelijke verordening de canonrente erfpacht voor particuliere woningen te baseren op de 10-jaars hypotheekrente zoals die geldt bij commerciële banken en bij rente wijzigingen die mee te laten bewegen; • de realisatie te doen plaatsvinden voor 30 maart 2021; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: De motie is ondertekend. Dank u wel, dan maakt de motie onderdeel uit van de beraadslaging. Het gaat over de canonrente. De heer Zwaard: Omgeving in het buitengebied. Het CDA heeft haar eigen inbreng geleverd over hoe wij de toekomst van onze boeren in ons buitengebied zien.

Opmerkingen worden meegenomen in de Omgevingsvisie 2.0. In de beantwoording van het college blijkt dat er reeds mogelijkheden zijn om een tweede woning op het erf bij bedrijfsvoering mogelijk te maken. Het CDA denkt dat voor de continuïteit van deze bedrijven dit van groot belang kan zijn. Wij verzoeken het college om die adviezen beter onder de aandacht te brengen. Het CDA is ervan overtuigd dat groen mede het bestaansrecht van onze gemeente waarborgt. Het is dan ook van groot belang dat wij goed met ons buitengebied omgaan en ervoor zorgen dat dit gebied groen blijft. Bouwen in ons groene buitengebied vinden wij dus geen goed plan. Dit is dan ook de reden dat wij onlangs aangegeven hebben geen voorstander te zijn van de beoogde nieuwbouw aan het Doelpad in Maasland. Jeugdhulp, onderwijs en welzijn. Ondanks dat we de nodige verbeteringen zien bij de jeugdhulp, heeft het CDA nog wel de nodige zorgen over diezelfde jeugdhulp. Een van de zorgen die wij hebben beschreven in onze eerste termijn is de minimale informatievoorziening over de jeugdhulp, waardoor de controlerende en sturende taak van de raad moeilijk uitvoerbaar is.

Om goede besluiten te nemen is het noodzakelijk om informatie te hebben over bijvoorbeeld de wachtlijsten binnen de jeugdhulp; hoeveel kinderen worden op jaarbasis door het Maatschappelijk Team geholpen en wat is de meest voorkomende problematiek in onze gemeente? In de commissievergadering van oktober 2021 heeft het college al een toezegging gedaan. Dat is dan ook de reden dat wij samen met OGP Midden-Delfland en de ChristenUnie de al eerder ingediende motie zullen steunen. Statushouders. De komende jaren zal de gemeente te maken krijgen met een toenemend aantal statushouders die moeten inburgeren in de breedste zin van het woord. Daarbij hebben sommigen langdurig hulp nodig, die niet na een paar jaar zal ophouden. Goede begeleiding helpt in de latere jaren grotere problemen te voorkomen. In de beantwoording van de schriftelijke vragen die door het CDA zijn gesteld, komt naar voren dat in die periode 2016 tot 2020 75 volwassen statushouders inburgeringsplichtig waren. Op 30 september 2021 zijn er nog 37 personen die een uitkering ontvangen in het kader van de Participatiewet. Het CDA maakt zich zorgen om dit hoge aantal en wil dan ook dat er vanuit het college een inspanningsplicht komt om meer statushouders naar werk te begeleiden. En hiervoor willen wij een motie indienen. Motie 6. Ingediend door CDA, ChristenUnie

Statushouders "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 9 november 2021; gehoord de beraadslaging; overwegende dat: • het van belang is dat statushouders zo goed en snel mogelijk geïntegreerd zijn in onze gemeente, maatwerk ontvangen voor wat betreft begeleiding, huisvesting en taalonderwijs en zo snel als mogelijk betaald- en/of vrijwilligerswerk doen in onze gemeenschap; constaterende dat: • er de afgelopen vijf jaar (tot eind 2020) 75 volwassen statushouders zijn ingestroomd; • daarvan eind 2020 nog 37 personen in een uitkering zitten ten opzichte van in totaal 138 huishoudens die eind 2020 een uitkering ontvingen; • er nog 26 huishoudens van statushouders begeleid worden door SWMD; • er komende jaren extra instroom te verwachten is; verzoekt het college: • de raad aan te geven of en hoe extra inspanningen kunnen worden gedaan om begeleiding, integratie en uitstroom naar (betaald of onbetaald) werk van statushouders te bevorderen; • daarbij aan te geven of en welke extra ambtelijke capaciteit en inzet daarvoor nodig of gewenst is; • en daarbij aan te geven of een incidenteel budget voor maatwerk (bijvoorbeeld voor extra inrichtingskosten en/of bijzondere ziektekosten) gewenst is; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Deze motie is dan nr. 6. De heer Zwaard: Onderwijs.

Het CDA heeft het college gevraagd om voor eind 2021 de raad te informeren over de inzet van de gemeentelijke NPO-gelden en wat er wordt gedaan om de vraag op jeugdhulp vanuit het onderwijs te beperken. Als antwoord heeft het college de toezegging gedaan dat de raad voor 2022 op de hoogte wordt gesteld over de inzet van deze middelen. Als CDA zijn we natuurlijk blij met deze toezegging, maar willen nogmaals het college onder de aandacht brengen dat er steeds meer kinderen vanuit het onderwijs worden doorverwezen naar de jeugdhulp, terwijl de problematiek veelal onderwijsgerelateerd is. Als aanvulling op de eerdere toezegging richting de raad stelt het CDA het op prijs wanneer het college kritisch bekijkt wat de mogelijkheden zijn om op de vraag naar jeugdhulp vanuit het onderwijs te beperken en de raad hiervan op de hoogte te stellen voor 1 januari 2022. Financiën. Het CDA is verheugd dat bij deze sluitende begroting door het college extra ruimte gevonden is om extra te investeren in de openbare ruimte en zodoende aan de ontstane achterstand gewerkt kan worden. Verder valt op dat de ozb- berekening aangepast is, zodat ozb beter aansluit bij de jaarlijkse inflatie, en de zijbelading met afvalverwerking zorgt voor een besparing die ervoor zorgt dat de afvalstoffenheffing komend jaar goedkoper uitvalt voor onze inwoners.

De oplopende reserves hier zorgen waarschijnlijk ook de komende jaren voor verdere lastenverlichting. Een belangrijk gedeelte van onze communicatie en nieuwsverspreiding naar onze inwoners verloopt via De Schakel. In de uitgave van 21 oktober jl. zagen we nuttige informatie van onze collegeleden. Het CDA stelt voor om voorafgaand aan de gemeenteraadsverkiezingen een verkiezingskrant uit te geven waarin inwoners opgeroepen worden om werk te maken van hun stemrecht en, waarin elke partij die deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen in MiddenDelfland de gelegenheid krijgt haar boodschap te plaatsen. Om dit mogelijk te maken dient het CDA nog een motie in, de motie Verkiezingskrant. Ik lees hem voor. Motie nr. 7 ingediend door CDA en PvdA Verkiezingskrant "De raad van de gemeente Midden-Delfland, in vergadering bijeen op 9 november 2021;

gehoord de beraadslaging; overwegende dat: • betrokkenheid van onze inwoners bij de plaatselijke politiek van groot belang is; • daar vanuit de politieke partijen goede communicatie en voorlichting bij hoort; • het voor de democratische besluitvorming en het benodigde draagvlak van belang is dat zoveel mogelijk stemgerechtigden gebruikmaken van hun stemrecht; verzoekt het college: • het mogelijk te maken om een Verkiezingskrant op te stellen en uit te geven; • deze huis aan huis te verspreiden via bijvoorbeeld De Schakel; • hierin elke partij die deelneemt aan de gemeenteraadsverkiezingen 2022 in Midden-Delfland een gelijke ruimte geeft waar zij haar boodschap kan delen; • hier budget voor beschikbaar te stellen; en gaat over tot de orde van de dag." De voorzitter: Dat is een motie die ondertekend is en die nr. 7 wordt. De heer Zwaard: Dan komen we aan het laatste stukje, de MRDH willen we ook nog even noemen. Naast het feit dat het zeker voor onze gemeente van belang is dat de blauw-groene poot ingericht en geactiveerd wordt, valt te melden dat morgen op 10 november a.s. voorafgaand aan de vergadering van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit de Hans Horlingszaal officieel in gebruik genomen wordt. Een initiatief vanuit de MRDH waarmee de waardering voor Hans Horlings uitgesproken en vormgegeven wordt.

Voorzitter, dit zijn de laatste woorden in beschouwingen in deze collegeperiode. Volgend jaar treedt de nieuwe raad en het nieuwe college aan. Onderwerpen zoals wonen, duurzaamheid en zorg komen tijdens de komende maanden ongetwijfeld uitgebreid aan bod. Over wonen hebben wij al eerder het een en ander gezegd. Als we kijken naar duurzaamheid, is dat vrij vertaald voor het CDA rentmeesterschap. Een echt typisch CDA-onderwerp en dat betekent niets meer of minder dan onze aarde op een verantwoorde manier doorgeven aan de generatie na ons. De zorg is ook een echt CDA-item. Samen, met elkaar ervoor zorgen dat eenieder die zorg krijgt, waar hij op dat moment behoefte aan heeft. Voorzitter. Midden-Delfland is die gemeente waar het goed wonen, werken en recreëren is. Daar willen wij als CDA ons met hart en ziel voor blijven inzetten. Het is aan ons, inwoners, bedrijfsleven, verenigingsleven en bestuur van Midden-Delfland om ervoor te zorgen dat MiddenDelfland die gemeente is en blijft waar men niet omheen kan. Een samenleving waar het goed toeven is en waar we normen en waarden bewaken en beschermen. De voorzitter: Dank u allen voor de inbreng in eerste termijn. Ik heb zeven moties genoteerd en een amendement en ik kijk even naar de klok.

We gaan schorsen tot…? De griffier geeft aan dat we iets meer ruimte kunnen benutten, dan komen we om 19.30 uur weer in deze zaal terug en is de vergadering tot 19.30 uur geschorst. De heer J.G. Cornelissen (CDA) verlaat de vergadering. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering en het woord is aan het college voor een reactie op de tweede termijn van de gemeenteraad. Het college heeft dat voorbereid en de taken verdeeld, ik begreep dat wethouder Ten Have als wethouder Financiën de aftrap doet. Wethouder Ten Have: Ik zal in ieder geval even op de moties ingaan, op een aantal moties op een aantal punten, maar ik constateer met genoegen dat er over die € 49,8 miljoen in de begroting voor 2022 eigenlijk verder weinig discussie is. Ook al heeft die begroting dan geen titel. Maar goed, wij vinden het ook niet nodig om die begroting een titel te geven en als het al moet, dan kunnen we misschien nog even teruggrijpen op de inbreng van mevrouw Snethlage. Ik noem dat een lange aanloop en een kort sprongetje want zij eindigt na een kritische start, bijna murmelend, met de

constatering 'kortom, een goede begroting'. Als dat de constatering is vanuit de oppositie, dan zou ik zeggen 'goede wijn behoeft geen krans'. Dan is die titel voor ons ook niet meer nodig. Ik loop even een aantal moties af uit mijn portefeuille. De fietsveiligheid. De insteek is logisch: pak knelpunten aan. En dan de motie spreekt ervan dat er knelpunten zijn. Als de motie zo bedoeld is dat wij alles moeten gaan inventariseren en in beeld moeten gaan brengen welke informatieborden, verkeersstromen, onoverzichtelijkheid, omliggend groen, et cetera daar allemaal bij horen, denk ik 'dat vind ik wel erg omvangrijk en ook een beetje lastig met onze capaciteit'. Dat wij moeten kijken naar knelpunten, ja natuurlijk. Ik heb ook inmiddels al de afspraak gemaakt om bijvoorbeeld eens met de Fietsersbond aan tafel te gaan om met hen te kijken welke knelpunten zij zien en te kijken wat we daarmee moeten doen. Maar ik vind de motie nogal open en verreikend; knelpunten en breng dan alles in beeld met een plan van aanpak en tijdpad. Ik vind dat erg breed en daar waar ons specifieke knelpunten bekend zijn, ja, maar om bijna de hele gemeente te gaan inventariseren of er knelpunten zijn en welke dat zijn en wat er dan speelt, gaat me wat ver. Wellicht dat de motie daar wat specifieker op kan worden.

Anders zou ik zeggen, laat ons dan gewoon de bekende knelpunten aanpakken, het overleg voeren met de Fietsersbond om te kijken wat zij aandragen, maar niet op voorhand ons vastleggen op een hele inventarisatie en een plan van aanpak. Kortom, ik hoor daar graag nog even op terug. De motie over deelmobiliteit, motie 2 van D66. We hebben denk ik volgens mij in onze nota parkeren al staan dat wij deelmobiliteit willen bevorderen en het gegeven is natuurlijk bekend. De gemiddelde gebruikstijd van een auto in Nederland is een uur. Dus dat is toch een beetje jammer. Tegelijkertijd weten we ook, dat weet de heer Vieira ook, dat laatst uit een onderzoek naar deelauto's ook bekend werd dat wel een miljoen mensen zich had ingeschreven, maar uiteindelijk maar 20% feitelijk gebruikmaakt van een deelauto. Dus dat het gebruik toch wel tegenvalt. Alleen denk ik dat het ook vooral gaat om het 'breng in kaart daar waar eventueel deelaanbieders iets kunnen doen om mogelijke overlast te voorkomen'. We willen niet overal in de gemeente straks stepjes en scooters en fietsen hebben rondslingeren. Dat begrijp ik en ik denk dat dat ook belangrijk is, dus wat dat betreft willen wij graag met een advies komen. Zo noem ik het dan maar even, om het een nota te noemen klinkt wat zwaarwichtig.

Dus ik vroeg aan de heer Vieira 'mag het ook een adviesje zijn?' Maar dat wij op het thema in moeten gaan en ook kijken hoe wij daar de APV voor kunnen gebruiken om te voorkomen dat er straks overlastsituaties zouden ontstaan, wil ik graag toezeggen. En dat we willen kijken waar we deelmobiliteit kunnen bevorderen is, denk ik ook in kernen in het landelijk gebied, die natuurlijk veel minder OV-toegankelijkheid hebben, best lastig. Tegelijkertijd zijn er ook alweer goede voorbeelden. We weten dat in Zeeland ook in landelijk gebied best veel aan car-sharing wordt gedaan. Dus we willen graag nog wel een keer op terugkomen op het onderwerp en ook op het onderwerp 'hoe ga je om met aanbieders, wellicht in de toekomst?' Dat zullen we ook wellicht wel regionaal moeten doen, omdat we ook niet allerlei verschillende aanbieders in onze gemeente zullen en willen krijgen. Mensen zullen vanuit Delft of vanuit omliggende gemeenten hiernaartoe komen en dan misschien weer willen wisselen van mobiliteitsaanbod. Dus dat moet dan wel dezelfde aanbieder zijn. Kortom, op zich een thema waar we wel wat mee moeten dus wat mij betreft komen we op die motie terug. Motie 3. Er werd al bij gezegd 'dat is een steun in de rug'. We hebben het natuurlijk gehad over de sturingsinformatie in de zorg met de Rekenkamer.

En ja, we hebben zelf ook wel aangegeven dat we ons realiseren dat we concretere informatie ook periodiek willen geven over ontwikkelingen in het Sociaal Domein in de vorm van het dashboard of wat dan ook. We hebben ook al, volgens mij, een afspraak met de raadswerkgroep in januari geprikt waar we een voorlopige opzet van een dashboard willen presenteren aan u om te kijken 'geeft dat de beoogde informatie?' Dat zal wellicht nog niet gelijk alles bevatten, maar dat kunnen we dan langzaam opbouwen. Twee kanttekeningen daarbij: de wachtlijsten worden regionaal geïnventariseerd, dus dan zijn we afhankelijk van wat we aangeleverd krijgen en voor de kostenprognoses voor de jeugdhulp geldt ook hetzelfde, daarvoor zijn we afhankelijk van wat we aangeleverd krijgen vanuit de H10. Die kostenprognoses bouwen natuurlijk in de loop van het jaar op basis van declaraties steeds harder op. Dus de kostenprognose in maart zegt nog niet heel veel over de verwachte uitgaven van het jaar, maar dat kunnen we allemaal met u in de raadswerkgroep bespreken. Het is duidelijk dat die behoefte er is, die is er ook bij ons. En dat we daarmee bezig zijn, is ook de afspraak en dat gebeurt ook. Er wordt gekeken welke informatie we hebben. Dat wordt al geïnventariseerd. We zijn aan het kijken naar andere gemeenten en wat die doen en hoe we een dashboard vorm kunnen geven.

Dus die motie nemen we wat mij betreft, van harte over.

De motie nummer 5, erfpachtcanon. Ik constateer dat uw raad al in 2013 heeft besloten om erfpacht in te voeren als uitgiftebevorderend instrument, ook om starters te helpen. Dus dat is een instrument waartoe u ooit al besloten heeft. Alleen in die tijd is daar toen een minimumrentepercentage aangehangen, wat toen reëel leek, als bodem. Maar je ziet hoe snel dat toch verandert want dat is toch maar acht jaar geleden en toen vonden we het ondenkbaar dat de rente onder de 3% zou komen. Op het moment dat we dat percentage niet veranderen, dat ben ik eens, is het instrument eigenlijk ook overbodig of niet nuttig. Dan verliest het zijn doel, dus willen we dat instrument ook kunnen gebruiken, dan zullen we dat percentage moeten aanpassen. Ik wil me nog even niet vastleggen op een percentage, maar wil u graag toezeggen dat we binnenkort en dan hoeven we niet te wachten tot een eventuele wijziging van de nota Grondbeleid - met een voorstel komen over welk percentage dat dan in de erfpachtregeling moet zijn. Rekening houdend met een redelijke marge, met staatssteun en met de geldende markthypotheekrentes. Dus wat dat betreft kunnen we met die motie uit het voeten en zullen we ook met een voorstel komen. De andere moties en amendementen laat ik even aan mijn collegae. Er waren nog een paar concrete vragen.

De voorzitter: Voordat u naar die vragen gaat, is er nog een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Ja, over motie 5. Als het college dan toch met een reactie komt, kan het college dan ook een standpunt innemen over het punt dat we al eerder hebben gemaakt, namelijk dat een marktpartij rente betaalt plus een risico-opslag. Die risico-opslag betaalt de gemeente niet, dus daardoor ontstaat daar een scheve situatie. En het klopt dat de gemeente tegen 0% kan lenen. Maar een commerciële marktpartij die hetzelfde wil zou willen doen, betaalt rente plus een risicoopslag. Daardoor komen wij natuurlijk als gemeente in een hele voordelige positie terwijl dat eigenlijk wat ons betreft, scheef is. Kan het college dan ook met een standpunt daarover komen? Wethouder Ten Have: Als je als gemeente – en die discussie heeft u met elkaar gevoerd en daar heeft u een besluit over genomen – erfpacht in wilt zetten als instrument op de woningmarkt om starters te helpen die instap te maken, dan heeft dat alleen zin als de erfpachtcanon niet boven de geldende hypotheekrente zit, want anders heeft het instrument geen nut. Dat zal de heer Roeling toch met mij eens zijn? Dus dat betekent dat op dit moment het instrument zinloos is met de huidige rente van 3% en dat we die rente moeten afstemmen op de geldende marktrente.

En als we daar ook een opslag op leggen, komen we in dezelfde situatie, namelijk dat het dan voor een koper interessanter is om gewoon een hypotheek te nemen tegen een lagere rente dan een erfpachtcanon tegen een hogere rente. Dus nogmaals, wij komen met een voorstel en dan kunnen we de discussie voeren, maar ik redeneer wel vanuit de situatie dat u heeft besloten met elkaar om dat instrument te gaan hanteren. Dus daar gaat wat mij betreft de discussie niet over. Die gaat alleen over de vraag 'wat is dan een redelijk rentepercentage dat het instrument ook doet werken?' Rekening houdend met het feit dat de gemeente daar een stukje marge aan over moet houden, maar dat het voor de starter en de koper interessant moet kunnen zijn en niet nadelig moet afwijken van de marktrente. Die discussie wordt ongetwijfeld met u vervolgd. Maar het college komt niet met een fundamentele herziening van de vraag 'moeten we erfpacht inzetten wel of niet?' Want dat ligt er. De opmerkingen die ik verder nog wilde maken. Voorzitter, er was een vraag gesteld over 'is er een evaluatie gedaan met de Stichting Welzijn Midden-Delfland over de bezuinigingen?' Die evaluatie is niet als zodanig gedaan. Ik heb intensief overleg, mag ik wel zeggen, met de Stichting Welzijn. De bezuiniging is vormgegeven conform uw opdracht. Die hebben we uitgevoerd.

Tegelijkertijd hebben we er wel voor gezorgd dat we op onderdelen - en dan noem ik een sportakkoord en wat was het ook weer, eenzaamheid? Ik ben het even kwijt, maar er was er nog een - daar waar specifieke budgetten van het rijk beschikbaar komen om bepaalde doelstellingen te realiseren, hebben gezegd 'laten we daar nou niet weer externen voor inhuren of een bureautje van buiten, want die specifieke lokale deskundigheid hebben we al bij Stichting Welzijn MiddenDelfland'. Dus we hebben er ook voor gezorgd dat, ongeacht de bezuiniging, er wel aanvullende taken met budgetten voor de Stichting Welzijn beschikbaar zijn gekomen. We hebben nauw overleg dus we weten hoe het loopt. Het gaat op dit moment goed met Stichting Welzijn en ze kunnen uit de voeten met het huidige budget. Er is ook geïndexeerd in deze begroting op hun subsidie, dus dat is wat ons betreft voldoende. We hebben geen evaluatie gedaan en dat is volgens mij ook nooit eerder aan de orde geweest of gevraagd.

Er was ook een vraag over de toeslagenaffaire, de kinderopvangtoeslagaffaire. We hebben u daar inderdaad een maand geleden in het overzicht van lopende werkzaamheden geïnformeerd. Dat is natuurlijk doorgegaan. We hebben de 28 personen die ons bekend zijn geworden via de Belastingdienst allemaal twee keer gebeld. Er zijn acht mensen die hebben aangegeven dat ze geen hulp willen. Er zijn er vier die al hulp kregen vanuit een ander loket bij de gemeente. We hebben voor zeven gedupeerden schuld kwijtgescholden, voor een overigens relatief beperkt bedrag en een aantal is nog steeds niet bereikbaar ondanks herhaalde pogingen. Dat is de laatste stand en ik denk dat het daarmee al wel in ieder geval duidelijk is dat we, daar waar knelpunten lagen, met name bij de zeven personen voor wie we die bestaande schulden bij de gemeente hebben kunnen kwijtschelden, ook daadwerkelijk iets hebben kunnen doen. Dus dat is de laatste stand op dit moment. Dan ga ik even naar de Financiën. Ik dacht dat mevrouw Snethlage daar nog iets over zei. Die maakte zich wat zorgen over ons algemene reserve. En hoe doen we dat als IODS op is? Volgens mij is al een aantal keer gezegd dat we in dit tempo nog 35 jaar bezig zijn met IODS voordat het op is, ervan uitgaande dat de rente 35 jaar 0% blijft, want op het moment dat die weer positief wordt, neemt het weer toe.

En onze algemene reservepositie laten we u elke keer bij de periodieke begrotingswijzigingen ook zien, het verloop van die algemene reserve. En je zult zien dat die reserve ook dit jaar verder gestegen is en dat we ook wel relatief een stuk hoger liggen dan in de algemene reserve van 2018. Dus uw conclusie dat we interen kan ik niet delen. Tot slot dan toch even wat opmerkingen over het Maatschappelijk Team. En dan ga ik met name even in op de wat provocerende stellingen van de heer Van der Eijk. Ik zie hem er al helemaal klaar voor gaan zitten. Die roept dat er blijkbaar actief gezocht wordt naar cliënten en dat wij als een kip zonder kop met geld smijten, heb ik genoteerd. Nou, als dat al zo is, bent u de kip, want u heeft dat allemaal... Ik bedoel, wij doen niets zonder uw goedkeuring, dus dan mag u zich dat verwijt zelf aantrekken. Maar ik vind dat toch ook wel een beetje te makkelijk. Het is ongetwijfeld niet zo mijnheer Van der Eijk, dat u rechtstreeks werd aangeschreven door het Maatschappelijk Team 'mijnheer Van der Eijk, zullen wij u even helpen met het opvoeden van uw kinderen?' Wij hebben een generiek aanbod om ouders te helpen in opvoedondersteuning en dat past eigenlijk helemaal in de benadering die u zelf ook aangaf, de primaire verantwoordelijkheid in jeugdhulp ligt bij de opvoeders zelf.

Maar dat we die daarbij kunnen helpen, staat ook buiten kijf en dat veel mensen daar hulp bij willen en nodig hebben, staat ook buiten kijf. En dat wij dat aanbod dan ook bekend willen maken voor diegenen die dat willen, lijkt mij evident. Het aanbod 'hoe maak ik mijn kind weerbaar?' bijvoorbeeld wordt overigens gedaan vanuit de JGZ. Dat is dus niet het Maatschappelijk Team. En voor zo'n avond 'hoe maak ik mijn kind weerbaar?' hebben zich in totaal 91 ouders opgegeven die daar wel behoefte aan hadden. Een avond over peuterontwikkeling, over positief opvoeden, vijfenveertig ouders, zes gezinnen die daarnaartoe zijn gegaan. En wij weten ook in samenwerking met het Kenniscentrum Kind en Scheiding, dat in het geval van een vechtscheiding de helft van de kinderen terechtkomt in de jeugdhulp. En dat het dus ook voor ons belangrijk is, maar ook voor die kinderen, om ouders te helpen en te zorgen dat ze niet in zo'n situatie komen, of althans, on speaking terms met elkaar blijven. En ik vind dat een heel andere benadering dan het kwalificeren als 'actief zoeken naar aanbod' of 'geldsmijterij'. Ik vind dat onvoldoende recht doen aan het Maatschappelijk Team. Ik vind het onvoldoende recht doen aan onze verantwoordelijkheid als gemeente met jeugdzorg. En ja, ik ben het onmiddellijk met u eens dat we kritisch moeten blijven op de uitgaven.

Maar het moest mij toch even van het hart dat ik mij daar niet in kon vinden. Maar goed, ik ben ook niet van de VVD. Dat waren mijn opmerkingen. De voorzitter: Dan ga ik naar de volgende spreker namens het college. Mevrouw Smit. Wethouder Smit: In mijn portefeuille slechts drie dingen dit keer. Mijn Partij! heeft mij gevraagd of we wat informatie kunnen verschaffen over de mitsen en maren, de voor- en nadelen rond mestinjectie en de gevolgen daarvan op biodiversiteit en dat zal ik doen. Dus daar kom ik een andere keer op terug. Er is gesproken over de energietransitie door verschillende fracties. Er zijn ook wat vragen over gesteld en daarover kan ik aangeven dat in december, dus dat is echt al heel snel, over twee weken, de Transitievisie Warmte ter vaststelling aan de gemeenteraad wordt aangeboden. Daar zijn we natuurlijk als gemeente al veel langer mee aan de slag en daar bent u ook bij betrokken geweest. Daarin zal duidelijk worden dat uit alle data-analyses die de afgelopen periode zijn gedaan en de gesprekken die zijn gevoerd, de nieuwe warmtebron voor Midden-Delfland binnen nu

en een jaar nog niet bekend zal zijn. Dus het is niet zo dat wij nu kunnen zeggen 'volgend jaar gaat Den Hoorn over op een warmtenet'. Dat kunnen wij niet zeggen. Daarnaast is het nog steeds zo dat wij als gemeente geen instrumenten hebben om mensen te dwingen hun woning van het gas af te halen. Ik verwacht ook niet dat het op korte termijn geregeld zal worden. Dus dat zijn eigenlijk de kaders en de randvoorwaarden waar wij rekening mee moeten houden. Desondanks zit er in die Transitievisie Warmte wel een doelstelling voor reductie van gasverbruik. Dat zult u dan ook zien. En hoe gaan we dat dan doen? Dat was een vraag van D66. Wij gaan werken aan het maximaal faciliteren en activeren van onze inwoners, dus woningeigenaren, als het gaat om isoleren en besparen, want dat is voor ieder warmtealternatief een goede en noodzakelijke eerste stap. Dat zal dus moeten gebeuren en daar gaan we op inzetten. Wij hebben daar ook geld voor gereserveerd in de begroting en voor het energieloket. Zo heet dat dan. Dat gaan we inzetten om mensen te adviseren, om voorlichting te verzorgen om mensen aan elkaar te koppelen, om deskundigheid te ontsluiten, eigenlijk precies waar u om vraagt. Daar gaan we de komende jaren op inzetten, met uw goedvinden, want u moet dat nog wel vaststellen in december. Dus dat komt aan de orde. Dan hebben we de motie van het CDA over de verkiezingskrant.

Wij willen vooropstellen dat wij het met alle overwegingen van het CDA eens zijn. Het is belangrijk dat onze inwoners betrokken zijn bij de plaatselijke politiek, dat mensen weten waar ze kunnen stemmen, hoe ze kunnen stemmen en wat ze kunnen kiezen. Dus daar zijn we het mee eens. Dan het verzoek. Daar hebben we even naar gekeken en daarvan zeggen we 'in deze vorm zouden we dat ontraden'. We zouden u ontraden om een aparte verkiezingskrant te maken en die apart huis-aan-huis te verspreiden. Dat hoeft denken wij ook helemaal niet. Als een meerderheid van de raad daarvoor zou kiezen, zou je op een veel makkelijkere en snellere manier hetzelfde doel kunnen bereiken. Je kunt namelijk als gemeente gewoon een aantal pagina's reserveren in De Schakel die al bestaat en zeggen 'we zouden dan wat meer nadruk in De Schakel willen voor de verkiezingen de komende keer'. Dat kan en dat kost dan € 800,00 per pagina dus dan moet u even bedenken hoeveel pagina's u dan zou willen en dan zou u kunnen zeggen 'voor de coördinatie voor het vullen van die pagina's door de verschillende partijen trekken we ook nog een beetje geld uit'. Dan zou u onderaan de streep niet op een bedrag van € 15.000,00 tot € 20.000,00 komen, want dat zou een nieuwe krant ongeveer kosten, maar op een lager bedrag. Daar zou dan onze voorkeur naar uitgaan.

Ik moet er wel bij zeggen dat het natuurlijk sowieso al zo is dat wij in De Schakel voorafgaand aan de verkiezingen onze eigen gemeentelijke pagina's al inzetten om te communiceren over dat er verkiezingen zijn, waar er gestemd kan worden, welke partijen er meedoen. Dus het is echt een beetje aan u, aan de raad wat de raad daar dan mee wil. Maar in deze vorm zouden wij hem niet aanraden. Wij zouden voor een andere vorm kiezen. Dat was het, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, dan ga ik door naar de laatste spreker, mevrouw Renzen. Wethouder Renzen: Allereerst dank aan de raad voor de positieve bijdrage, ook aan deze voorliggende begroting en aan alle woorden die zijn uitgesproken. De motie huisvesting huisartsen. Het is al door u ook genoemd en vanavond werd ingesproken door de huisartsen uit Schipluiden. Vanuit het college wil ik ook nogmaals benadrukken dat wij het heel belangrijk vinden dat onze dorpskernen vitaal blijven. Daarom vinden we het ook zo belangrijk dat we aan iedere dorpskern ook voldoende woningen toevoegen, juist om ze vitaal en sterk te houden. En goede huisvesting voor huisartsen, maar ook voor andere maatschappelijke voorzieningen, hoort daar wat ons betreft net zo goed bij. Dus huisvesting van huisartsen in Schipluiden ook naar de toekomst toe is wat ons betreft belangrijk en wij willen de motie dan ook omarmen op dat punt.

De invulling daarvan, moet ik ook gewoon eerlijk erkennen, zal natuurlijk wel een uitdaging zijn. Dus ja, we vinden het belangrijk, net als we woningbouw ook belangrijk vinden. Ik wil ook zeker op pad met de motie en kijken in overleg met de huisartsen naar de stedenbouwkundige verkenning waar we al mee bezig zijn, die we al uitvoeren voor woningbouw, om die ook iets breder te trekken. Wat we al overigens al doen voor benodigde maatschappelijke voorzieningen. Maar goed, zoals u ook weet, die uitdaging is er ook behoorlijk voor woningbouw en die zal hier ook een uitdaging zijn. Desalniettemin vind ik het heel belangrijk dat we binnenstedelijk echt nog een slag slaan binnen Schipluiden en gaan we zeker als college ons best doen om in die verkenning te kijken of we daar ook ruimte kunnen vinden voor de huisartsen. Om die verkenning verder goed uit te voeren, heb ik nog wel wat meer tijd nodig. Dus ik zou eigenlijk de raad willen vragen om de motie daarop iets aan te passen en het college tot aan het zomerreces

van 2022 de tijd daarvoor te geven, zodat wij in ieder geval voor het reces met een goede terugkoppeling kunnen komen. De voorzitter: Is dat een verzoek om interruptie, de heer Ringeling? De heer Ringeling: Een vraagje aan de wethouder, u zegt nu voor de zomer, maar wat is erop tegen om in januari al vast aan te geven wat u tot dat moment heeft gedaan? Van de huisartsen begrepen wij nu, vanavond, en daarvoor dat er best wat haast achter zit. We leven nu in november, begin of bijna midden november. Volgens mij is de raadsvergadering op 22 januari of zoiets. Dat is twee maanden verder. Wat is het probleem ermee om eind januari terug te melden wat de stand van zaken is? Wethouder Renzen: Ja, als ik in januari al met een terugkoppeling moet komen, ben ik bang dat ik die heel onbevredigend zal zijn. Ik verwacht dat ik dan teksten zal moeten zeggen als 'we zijn ermee bezig, we hebben hier gekeken en we hebben daar gekeken'. Ik zou nou juist graag iets verder willen zijn. Wij zijn bezig binnenstedelijk te kijken of we slimmer met ruimte kunnen omgaan op bepaalde plekken, bijvoorbeeld ook bij de schoolgebouwen. Overigens moet u dat niet opvatten als dat wij als college ervoor zijn om maar met één school verder te gaan. Dat zeker niet. Alleen zijn we wel aan het kijken hoe we daar slimmer met één ruimte om kunnen gaan. En in die verkenning zou ik dit graag mee willen nemen.

De voorzitter: De heer Zwaard heeft een interruptie. De heer Zwaard: Ik hoor u zeggen 'schoolgebouwen eventueel bekijken', over wat voor termijn denkt u dan? Is dat binnen een jaar of over vijf jaar, dat is wel belangrijk om te weten voor de huisartsen. Wethouder Renzen: De eerste verkennende gesprekken worden gevoerd en afhankelijk daarvan moeten we natuurlijk een inschatting gaan maken van hoe haalbaar dat is en op welke termijn. Als ik daar in januari al op moet reflecteren, komt dat te snel. Gaan we iets meer richting de zomer dan denk ik dat ik daar meer over kan zeggen. De voorzitter: De heer Zwaard nog een vraag? De heer Zwaard: U zegt 'als ik in januari moet reflecteren', maar dat hoeft niet in januari, dat mag ook best nu. Ik neem aan dat u nu best kunt zeggen over die scholen waar u dan naar kijkt, of dat op de termijn van een jaar in te vullen is of dat dat vier, vijf jaar duurt. Wethouder Renzen: We zijn aan het kijken hoe we slimmer met de huidige locatie en huisvesting om kunnen gaan. Dat hoeft dan niet een termijn van vijf jaar te hebben. Het zal ook niet binnen een schooljaar gerealiseerd kunnen worden.

Maar als die verkenning met elkaar, ook met de schoolbesturen – dat is wel belangrijk en daar zitten natuurlijk ook ouderraden en dergelijke achter die daar wel in mee moeten willen gaan en daar positief tegenover staan – positief verloopt en we kunnen met elkaar constateren dat er meer ruimte op die twee locaties is en we daar meer ruimte kunnen uithalen dan we nu gebruiken, verwacht ik dat we tussen nu en misschien twee jaar echt wel flinke stappen daarin kunnen zetten. De voorzitter: Ik zag twee handen omhooggaan, mevrouw Snethlage en de heer Roeling. De heer Roeling: Het viel ons op dat wethouder Renzen eigenlijk meteen al om uitstel vroeg, tot het zomerreces, terwijl ik niet goed heb gehoord wat nu de exacte redenen zijn. Dus is het een idee dat het college of de wethouder volgende week of de week daarop met een duidelijke brief komt waarom zij denken dat we altijd maar automatisch om uitstel moeten vragen want die mensen hebben al contact gehad met de burgemeester en ze zijn rondgeleid door de burgemeester. Dus het is niet nieuw. Misschien is dat een tussenoplossing dat we over twee weken een brief ontvangen waarin de wethouder of het college dan duidelijk uiteenzet waarom, want nu wordt het weer gefocust op scholen en ik denk 'er zijn nog zat mogelijkheden zijn, anders dan de scholen'. Misschien is dat een suggestie?

De voorzitter: Als mevrouw Snethlage daar ook haar vraag aan toe kan voegen, gaan we daarna naar de wethouder. Mevrouw Snethlage: Ik wil ook de wethouder graag vragen waarom ze niet voor de verkiezingen, in februari dan uiterlijk in ieder geval een stand van zaken of update kan geven. Wethouder Renzen: Dat is natuurlijk op het gevaar af als je ambtelijk ook aan het verkennen bent 'waar is er nog ruimte, voor woningbouw, voor uitbreiding van voorzieningen?' en als je daar dan open over bent. Ik ben open naar u dat we ook kijken en een verkenning uitvoeren in samenspraak met de schoolbesturen hoe we slimmer met bepaalde ruimte kunnen omgaan. Zo kijken we ook naar andere gebouwen en zo kijken we ook naar ons eigen gemeentehuis en naar alle locaties waar u denk ik ook naar kijkt. Zo kijken we ook naar locaties waarover u meerdere keren bent bijgepraat in de besloten commissies. U weet precies naar welke locaties we kijken. En met betrekking tot de behoefte aan uitbreiding van maatschappelijke voorzieningen kijken we naar diezelfde locaties en in die verkenning probeer ik gewoon ruimte te vinden, in dit geval ook voor huisartsen.

Ik kan best een brief sturen in januari,, maar zoals ik net al zei, dat zal dan een beetje de stand van zaken zijn zoals die nu is, terwijl ik juist in de verkenning die we doen verwacht dat we iets verder in de tijd meer richting de zomer… De voorzitter: Mevrouw Snethlage, gaat uw gang. Mevrouw Snethlage: Wil de wethouder zeggen dat ze in twee maanden niets aan de verkenning kan doen? Wethouder Renzen: We zijn bezig met die verkenning. Ik ben nog niet tot een afgerond geheel gekomen en het lijkt mij verstandig wanneer we echt ergens ruimte hebben gevonden, dat we daar even een goed stuk voor schrijven en dat we ook de haalbaarheid daarvan toetsen en kijken of het een gangbare weg is en dat ik dan met een voorstel kom. Ik denk dat het niet verstandig is als we hier met elkaar het werk van onze ambtelijke capaciteit, ons ambtelijk apparaat, met elkaar gaan zitten doen. Maar ik ben best bereid om in januari een brief te sturen met hoe het ervoor staat maar nogmaals, ik denk dat het dan onbevredigend is. Ik denk dat het bevredigender is wanneer u mij vraagt om dan in ieder geval voor de zomer met meer te komen dan er nu ligt. De voorzitter: Gaat u verder met uw beantwoording op andere punten alstublieft. Wethouder Renzen: Een motie over statushouders van het CDA. Als college onderschrijven we zeker het belang van de spoedig en duurzame integratie van statushouders.

We doen daar heel veel voor als gemeente en dat willen we ook zeker blijven doen. Het is ongelooflijk belangrijk dat mensen zo snel mogelijk goed worden begeleid naar werk, want werk draagt bij aan welzijn van mensen. Het is ook goed in combinatie met taallessen wanneer mensen werken, dan versterkt dat elkaar. In de motie kent u als vertrekpunt dat van de 75 statushouders die de afgelopen jaren zijn ingestroomd, nog 37 personen een uitkeringen hebben. Het is goed u daarbij te realiseren dat 17 van deze personen, dus ongeveer de helft, pas vanaf 2020 begonnen is met inburgering. Een duurzame participatie vraagt dat er in de inburgering ook voldoende ruimte is om de taal te leren. Het is een beetje kip-eiverhaal, maar juist aan het begin ook extra investeren in die taal zorgt ervoor dat men daarna dan ook makkelijker aan het werk komt en ook makkelijker aan werk dat dan ook passend is, zodat mensen ook hun baan kunnen behouden. Volledige uitstroom uit de uitkering is hierdoor vaak in die eerste periode nog niet heel realistisch. Wel doen we er alles aan om deze personen zo snel mogelijk de taal te laten leren door ze naast de verschillende taallessen, ook op verschillende manieren te laten participeren, wat ook weer bijdraagt aan de taalontwikkeling.

Zoals u weet, laten benchmarkgegevens zien dat Midden-Delfland het relatief goed doet bij de uitstroom naar werk, maar ik denk dat u het met me eens bent dat dat ook verwacht mag worden van een gemeente zoals de onze. Dat gezegd hebbende, erkent het college dat er een grote uitdaging ligt op het gebied van inburgering van statushouders. Naar aanleiding van de vragen wil ik dan even als volgt reageren. Uw verzoek. U vraagt de raad om aan te geven of en hoe extra inspanningen kunnen worden gedaan om begeleiding, integratie en uitstroom naar betaald of onbetaald werk van statushouders

te bevorderen. Zoals u weet, zijn wij op dit moment hard bezig met de invoering van de nieuwe wet. In deze wet krijgt de gemeente een heel veel belangrijkere rol in de inburgering dan voorheen. En dat is fijn, want dat betekent dat wij ook meer grip krijgen op die inburgering en dat we het ook daardoor zelf integraler kunnen oppakken. Het implementatieplan inburgering zullen wij binnenkort ook aan uw raad voorleggen. Kort gezegd betekent het dat de gemeente verantwoordelijk wordt voor zowel het aanbod van taalonderwijs, de financiële redzaamheid, het ontzorgen in de eerste periode, participatie en het voorbereiden op werk. Dus het hele pakket. Voor de invoering van de nieuwe wettelijke taken ontvangt de gemeente middelen van het rijk. Deze worden jaarlijks afgestemd op het aantal in te burgeren statushouders die wij krijgen. Wat wij doen voor de statushouders, is dat wij ons niet alleen richten op de begeleiding van nieuwe statushouders, maar ook inzetten op de zogenaamde tussengroep. De mensen die hier al zijn, maar die we juist in het licht van de nieuwe wet ook graag dat extraatje zouden willen bieden. Dus met die integraliteit. Het is gewoon bekend dat het belangrijk is dat alles op het gebied van taal, participatie en die inburgering en het begeleiden naar werk, zoveel mogelijk in ieder geval, onder regie is van een hand, in dit geval de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=da7687ff-b1ff-4153-9fb6-9c4b74ab72d8