CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

Programmabegroting 2023 - 2026.pdf

Gemeenteraad 8 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Behandeling begroting 2023-202638.133 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 5

De lokale economie en inwoners profiteren van een regionale economische groei. In het bijzonder geldt dit voor de Greenport. Het

76

verbeteren van de bereikbaarheid is erop gericht dat inwoners beter gebruik kunnen maken van regionale voorzieningen. Extra aandachtspunt is om de financiering van het openbaar vervoer en voor Midden-Delfland beschikbaar blijven van een publieke vervoersvoorziening. Deze voorziening is van direct belang voor inwoners van Midden-Delfland en vice versa kunnen de omliggende stedelingen beter gebruik maken van de recreatieve faciliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland. Eventuele risico’s

Binnen het programma Economisch Vestigingsklimaat zijn geen financiële risico’s bekend. Financiële bijdragen voor fieldlabs, innovatieprogramma’s en campusontwikkeling worden toegekend aan gemeenten op basis van de beschikbare financiële middelen. Gemeenten zijn verantwoordelijk voor de gereed melding en financiële afwikkeling van de subsidies waar zij penvoerder voor zijn. Binnen de programma’s ‘Exploitatie verkeer en openbaar vervoer’ en ‘Infrastructuur en openbaar vervoer’ is het risico dat vanuit het Rijk onvoldoende middelen voor de BDU worden toegekend. Actuele problematiek is de financiering van het ov door een lager gebruik als gevolg van COVID-19. Door een lagere bezetting van het ov zijn er minder inkomsten, waarbij ongeveer voor 90% van de kostendekking aanwezig is. Hierdoor is de regio onvoldoende in staat om te blijven investeren in de kwaliteit en kwantiteit van het openbaar vervoer en infrastructurele maatregelen aan het wegennet. Mobiliteit komt daarmee onder druk te staan en beïnvloedt dit op een negatieve wijze het economisch vestigingsklimaat.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Activiteiten

Veiligheidsregio Haaglanden (VRH) Den Haag Gemeenschappelijke regeling Openbaar Lichaam In de gemeenschappelijke regeling is ten aanzien van de doelstelling het volgende opgenomen: 1. De Veiligheidsregio behartigt de belangen van de gemeenten op het gebied van brandweerzorg, rampenbestrijding en crisisbeheersing, en geneeskundige hulpverlening. 2. Aan het Algemeen Bestuur zijn de taken overgedragen genoemd in artikel 10 van de Wet veiligheidsregio’s. Dit zijn: - het inventariseren van risico’s van branden, rampen en crises; - het adviseren van het bevoegd gezag over risico’s van branden, rampen en crises in de bij of krachtens de wet aangewezen gevallen alsmede in de gevallen die in het beleidsplan zijn bepaald; - het adviseren van het college van burgemeester en wethouders over de taak, bedoeld in artikel 3, eerste lid (brandweerzorg); - het voorbereiden op de bestrijding van branden en het organiseren van de rampenbestrijding en de crisisbeheersing; - het instellen en in stand houden van een brandweer; - het instellen en in stand houden van een GHOR; - het voorzien in de meldkamerfunctie; - het aanschaffen en beheren van gemeenschappelijk materieel; - het inrichten en in stand houden van de informatievoorziening binnen de diensten van de veiligheidsregio en tussen deze diensten en de andere diensten en organisaties die betrokken zijn bij enkele genoemde taken.

De Veiligheidsregio stelt jaarlijks een begroting op die door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Voorafgaand kan de raad haar zienswijze uitbrengen op de ontwerpbegroting. Op basis van de verdeelsleutel en (regionaal) inwonersaantal wordt onze bijdrage in 2023 € 1.192.000. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 4.146.000 € 8.193.000 Vreemd Vermogen € 111.069.000 € 118.671.000 De burgemeester is lid van het Algemeen Bestuur. De burgemeester van Midden-Delfland is door het Algemeen Bestuur benoemd tot lid van het Dagelijks Bestuur.

Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

77

Eventuele risico’s

De ratio van het weerstandsvermogen is voldoende.

Naam

Gemeenschappelijke Gezondheidsdienst Haaglanden (GGD) en Veilig thuis Den Haag De Gemeenschappelijke regeling GGD en VT Haaglanden is sinds 1/1 2018 van kracht. De GGD en VT zijn als organisatie ondergebracht bij de gemeente Den Haag. Het Algemeen Bestuur van de GR GGD en VT Haaglanden stelt voor negen gemeenten in Haaglanden het takenpakket vast. Dit takenpakket bevat zowel wettelijke als regionale taken. De GR GGD en VT Haaglanden stelt jaarlijks een begroting op die door het Algemeen Bestuur wordt vastgesteld. Voorafgaand kan de raad haar zienswijze uitbrengen op de ontwerpbegroting. De gemeenten dragen deels bij op basis van een bedrag per inwoner en deels op basis van historisch gebruik. Sommige specifieke taken, zoals toezicht kinderopvang (tokin), worden op basis van p*q afgerekend. Daarnaast kunnen er lokale taken apart door de gemeente worden ingekocht bij de GGD. De totale bijdrage van de Gemeente Midden-Delfland bedraagt in 2023: € 338.000. Niet van toepassing, het betreft een dienstverleningsmodel. De wethouder Jeugdzorg, WMO en Volksgezondheid is lid van het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur monitort de efficiency en effectieve uitvoering van de taken. Er zijn geen risico’s op de bedrijfsvoering, om dat er sprake is van een dienstverleningsmodel.

De jaarrekening van de gemeenschappelijke regeling is gelijk aan de begroting of reeds ingediende begrotingswijziging. Dit tenzij er acuut sprake is geweest van extra taken (zoals grootschalige vaccinaties ter afwending van een infectieziekte-epidemie) of dat er meer of minder is afgenomen van producten die per prestatie worden afgerekend (zoals bij toezicht kinderopvang of lijkschouwing). Het bestuur van de gemeenschappelijke regeling toetst jaarlijks de geleverde prestaties in relatie tot het afgesproken volume en kwaliteitsniveau. Wat willen we met de deelname aan de GR bereiken? Efficiënter en effectiever regelen van de taken uit de WPG en veiligheid bij huiselijk geweld.

Vestigingsplaats Rechtsvorm

Financieel belang gemeente

Vermogenspositie Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s

Overige informatie

De GGD voert taken uit die vermeld staan in de Wet publieke gezondheid (met uitzondering van jeugdgezondheidszorg zoals bedoeld in artikel 5, tweede lid onder a tot en met d), alsmede de taken die bij of krachtens andere wetten aan de GGD worden opgedragen en overige taken waarvan het algemeen bestuur heeft besloten dat zij tot het takenpakket behoren. De GGD bewaakt, beschermt en bevordert de (publieke) gezondheid van de bevolking. In 2023 zal er daarnaast uitvoering gegeven worden aan de uitvoering van het lokaal preventieakkoord. Veilig Thuis, bij wet het Advies- en Meldpunt Huiselijk Geweld en Kindermishandeling, voert de volgende taken uit: opstellen veiligheidsplan naar aanleiding van meldingen, geven van advies aan burgers en professionals, coördineren van tijdelijk huisverboden, geven van voorlichting aan ketenpartners, uitvoeren radarfunctie en monitoring. Daarnaast zal per 2023 de regionale visie huiselijk geweld 2019-2022 verlengd worden. Hieraan zal ook een uitvoeringsprogramma gekoppeld worden. Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Servicebureau Jeugdhulp Haaglanden Den Haag Gemeenschappelijke regeling in de rechtsvorm van een bedrijfsvoeringorganisatie met één verantwoordelijk bestuur. De gemeente draagt bij in de regionale taken op basis van een bedrag per inwoner. Het belang in de verbonden partij van Midden-Delfland is 1,69%. De gemeentelijke bijdrage in 2023 is € 65.202.

78

Vermogenspositie Eigen vermogen Vreemd vermogen Bestuurlijk belang gemeente

Eventuele risico’s

Overige informatie

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s Overige informatie

31-12-2021 € 84.000 € 1.338.000

31-12-2020 € 43.687 € 958.756

In 2015 is de gemeenschappelijke regeling omgezet van een GR openbaar lichaam naar een GR bedrijfsvoering organisatie met een ongeleed bestuur. Het bestuur bestaat uit drie leden. Midden-Delfland, Delft, Rijswijk en Westland zijn vertegenwoordigd met één lid. Besluitvorming vindt plaats met een gewogen stemverhouding, gebaseerd op inwonertal per gemeente. Overige deelnemers zijn Delft, Den Haag, LeidschendamVoorburg, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Voorschoten, wassenaar, Westland en Zoetermeer. Omdat het Servicebureau zelf niet beschikt over een weerstandsvermogen dient rekening gehouden te worden met het gemeentelijk aandeel in de benodigde weerstandscapaciteit. Wat willen we met de deelname aan de GR bereiken? Het Inkoopbureau behartigd de belangen van de gemeenten op het terrein van uitvoering van inkooptaken binnen het Sociaal domein, zoals gezamenlijke inkoop en contractering van de Jeugdzorg. Gemeenschappelijke regeling archiefbeheer Midden-Delfland Delft Gemeenschappelijke regeling Voor het beheer en het beschikbaar stellen van de overgebrachte archieven draagt de gemeente per m1 bij aan de gemeente Delft. De te verwachten kosten voor 2023 bedragen € 34.000. Deze regeling moet in de nabije toekomst worden herzien in verband met de overdracht van digitale archiefbescheiden naar het e-depot. Het is nog onduidelijk wat dit voor de kosten betekent.

De vermogenspositie is in dit geval moeilijk te bepalen. Het zijn werkzaamheden die door gemeente Delft worden uitgevoerd. Er is niet een aparte entiteit voor gecreëerd. Vóór 1 mei van elk jaar informeert het gemeentebestuur van Delft het gemeentebestuur van Midden-Delfland over de uitvoering van de regeling. Op dit moment zijn er geen risico’s bekend. Wat willen we met de deelname bereiken? Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling wordt beoogd op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke verplichtingen als bedoeld in de Archiefwet 1995. Wat zijn de beleidsvoornemens? Door gebruik te maken van de archiefbewaarplaats van de gemeente Delft, wordt voldaan aan de doelstelling van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling. De archivaris van Delft is ook aangewezen als archivaris van de gemeente Midden-Delfland. Er zijn verder geen beleidsvoornemens op dit gebied. De verwachting is dat in de nabije toekomst deze gemeenschappelijke regeling wordt herzien.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Gemeenschappelijke regeling archeologie Midden-Delfland Delft Gemeenschappelijke regeling De gemeente draagt jaarlijks een vast bedrag bij in de kosten van de archeoloog van de gemeente Delft. Dit bedrag wordt jaarlijks proportioneel verhoogd aan de hand van de toepasselijke salarisverhoging voor gemeenteambtenaren. De bijdrage voor 2023 bedraagt ongeveer € 31.950. Daarnaast wordt in voorkomende gevallen bijgedragen in de projectkosten voor opgravingen. De vermogenspositie is in dit geval moeilijk te bepalen. Het zijn werkzaamheden die door gemeente Delft worden uitgevoerd. Er is niet een aparte entiteit voor gecreëerd.

79

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s Overige informatie

Jaarlijks informeert het gemeentebestuur van Delft het gemeentebestuur van Midden-Delfland over de uitvoering van de regeling. Op dit moment zijn er geen risico’s bekend. Wat willen we met de deelname bereiken? Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling wordt beoogd op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke wettelijke verplichtingen op het gebied van archeologisch onderzoek en het scheppen van de mogelijkheid om vondsten uit opgravingen in een eigen depot onder te brengen. Wat zijn de beleidsvoornemens? Door de benoeming van de archeoloog van Delft tot archeoloog van de gemeente Midden-Delfland en het creëren van een depot voor de vondsten uit opgravingen, is invulling gegeven aan de doel-stelling van de deelname aan de gemeenschappelijke regeling met Delft. Op basis van de Wet op de Archeologische Monumentenzorg doet de gemeente een beroep op de capaciteit van de archeologische dienst van Delft voor met name bouwplannen gesitueerd in het buitengebied, waarvoor archeologisch onderzoek nodig is.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s

Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) Den Haag Gemeenschappelijke regeling De ODH voert als omgevingsdienst voor de provincie Zuid-Holland en de gemeenten Delft, Den Haag, Leidschendam-Voorburg, Midden-Delfland, Pijnacker-Nootdorp, Rijswijk, Wassenaar, Westland en Zoetermeer een overeengekomen wettelijk en aanvullend takenpakket uit. Controle van de landelijke regelgeving en lokaal beleid is belegd bij de ODH. De doelstelling van de ODH is om bij de uitvoering van de genoemde taken te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria, te zorgen voor specialismenvorming op inhoud en een bijdrage te leveren aan een constante en eenduidige uitvoering van VTH-taken (vergunningverlening, toezicht en handhaving) in de regio. Raming van de gemeentelijke bijdrage vindt plaats op de verwachte inzet. Afrekening gebeurt op daadwerkelijk gepleegde inzet en gemaakte kosten. De ODH bouwt geen extra reserves op. Jaarlijks vindt met alle deelnemers een afrekening plaats, waardoor de structurele baten en lasten met elkaar in evenwicht zijn. De totale bijdrage van de Gemeente Midden-Delfland bedraagt in 2023: € 592.446. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 1.817.085 € 1.071.385 Vreemd Vermogen € 19.539.936 € 18.667.793 Midden-Delfland levert een lid voor het algemeen bestuur. De ODH streeft ernaar om de impact van risico’s te minimaliseren.

Dit betekent dat een weerstandscapaciteit beoogd wordt die tenminste het predicaat ‘voldoende’ krijgt. Dat komt neer op een gewenst ratio voor de weerstandscapaciteit tussen de 1,0 en 1,4. In de begroting 2021 ODH is het weerstandsvermogen € 1.071.400; ratio is 1,05. Aandachtspunten voor de risicobeheersing zijn een stijging van de personeelskosten als gevolg van krapte op de arbeidsmarkt en de generieke cao-stijging. Daarnaast is de invoering van de Omgevingswet in 2023 een potentieel risico door de overheveling van provinciale taken op het terrein van bodem en invoering van nieuwe gemeentelijke taken (inhoudelijk programma 7). Onbekend is of het Rijk bij deze wetswijziging zorgdraagt voor een budgettair neutrale invoering van de controle- en overige uitvoeringstaken door de ODH.

Overige informatie

Wat willen we met de deelname bereiken?

80

We willen bereiken dat de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) op een efficiënte en kwalitatieve wijze milieutaken uitvoert voor de gemeente Midden-Delfland. De ODH is opgezet als een regionale uitvoeringsdienst voor de uitvoering van de vergunningverlening en handhavingstaken gerelateerd aan diverse milieuwetten, het Omgevingsplan (deels) en de groenblauwe wetgeving. De doelstelling van de ODH is om bij de uitvoering van de genoemde taken te voldoen aan de landelijke kwaliteitscriteria, te zorgen voor specialismenvorming op inhoud en een bijdrage leveren aan een constante en eenduidige taakuitvoering. De laatste jaren worden nieuwe taken vanuit het Rijk toegevoegd aan de basistaken van de ODH. Een voorbeeld daarvan is het toezicht op de Europese Energie Efficiency richtlijn (EED) en de informatieplicht energiebesparing. Niet voor al deze taken kan ruimte gevonden worden binnen de bestaande capaciteit van de ODH. In 2022 zal met de invoering van de Omgevingswet een deel van de provinciale bodemtaken overgaan naar de gemeente. Deze taken zullen deels door de ODH worden uitgevoerd. Door toevoeging van nieuwe en uitbreiding van bestaande wettelijke taken is sprake van een stijging van de gemeentelijke bijdrage.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s

Overige informatie

Regionaal Reinigingsbedrijf Avalex Den Haag Gemeenschappelijke regeling Per aansluiting wordt een bijdrage gerekend voor het geheel van afvalinzameling en –verwerking op basis van een DVO. De totale inzamelingsbijdrage van de Gemeente Midden-Delfland bedraagt in 2023: € 2.143.584. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 4.594.000 € 4.565.000 Vreemd Vermogen € 45.728.000 € 42.391.000 Vanuit het college is Midden-Delfland vertegenwoordigd in het bestuur van Avalex en in het opdrachtgeversoverleg. In de begroting van Avalex zijn de verwerkingskosten van het afval meegenomen. Als de te verwachten hoeveelheden afval (GFT, Restafval en Grofvuil) in de begroting sterk afwijken van de werkelijke hoeveelheden aangeleverd afval dan kan dit een risico meebrengen. Dit geldt voor afwijkingen die hoger zijn dan begroot. Wij willen met de samenwerking een efficiënte en doelmatige invulling geven aan de wettelijke verplichtingen op het gebied van afval- en grondstoffen inzameling. Wij maken met Avalex toetsbare afspraken over de omvang en kwaliteit van te leveren producten en diensten. De afspraken worden vastgelegd in een Dienst Verleningsovereenkomst.

2A. Besloten vennootschappen Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides (GBE) Rotterdam Besloten vennootschap Evides is een NV die voor 50% eigendom is van PZEM en voor 50% eigendom van B.V. Gemeenschappelijk Bezit Evides (17 gemeenten in Zuid-Holland, waaronder Midden-Delfland). De gemeente Midden-Delfland is in het bezit van 23.980 aandelen (1,3% van het totaal). Jaarlijks ontvangt de gemeente dividend. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 558,2 miljoen € 535,2 miljoen Vreemd Vermogen € 754,5 miljoen € 713,0 miljoen De gemeente wordt in de aandeelhoudersvergaderingen vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Economie en Financiën, Water en Milieu. Er is stemrecht naar rato van het aandelenkapitaal.

81

Eventuele risico’s Overige informatie

De gemeente Midden-Delfland heeft een risicodragend vermogen (aandelenkapitaal) van € 1 miljoen op de balans staan. De Drinkwaterwet versterkt de publieke verankering van drinkwaterbedrijven, stelt eisen aan het opereren van deze bedrijven en voorziet in een vorm van financiële regulering van de drinkwateractiviteiten. Wat willen we met deelname bereiken? Wij verwachten dat er altijd schoon en hoogwaardig drinkwater geleverd wordt en dat er continu industriewater beschikbaar is dat aan strenge normen voldoet. Daarnaast verwachten wij een rendement op onze investering te ontvangen door goede bedrijfsvoering.

2B. Naamloze vennootschappen Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s

Overige informatie

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

Eventuele risico’s Overige informatie

N.V. Bank Nederlandsche Gemeenten (BNG) Den Haag Naamloze vennootschap Eigenaar van de bank zijn gemeenten, Provincies en de Staat. De gemeente Midden-Delfland is in het bezit van 48.594 aandelen (0,087% van het totaal) de nominale waarde bedraagt € 2,50. Jaarlijks ontvangt de gemeente dividend. Dividend in 2021 bedraagt € 2,28 per aandeel (in 2020 € 1,81). 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 5.062 miljoen € 5.097 miljoen Vreemd Vermogen € 143.995 miljoen € 155.262 miljoen Achtergestelde schulden € 36 miljoen € 35 miljoen De gemeente wordt in de aandeelhoudersvergaderingen vertegenwoordigd door de portefeuillehouder Economie en Financiën. De gemeente Midden-Delfland heeft een risicodragend vermogen (aandelenkapitaal) van € 120.674 op de balans staan. De BNG Bank hoort tot de meest kredietwaardige banken ter wereld. Over 2022 realiseerde BNG Bank een nettowinst na belastingen van € 236 miljoen. Wat willen we met deelname bereiken? Deze deelneming is een duurzame belegging. BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. De bank draagt duurzaam bij aan het laag houden van de kosten van maatschappelijke voorzieningen voor de burger.

Juva N.V. Poeldijk Naamloze vennootschap NV Holding Westland Infra (Juva N.V.) is gezamenlijk eigendom van de gemeenten Midden-Delfland en Westland. De gemeente Midden-Delfland is in het bezit van 272 aandelen (13,6% van het totaal). Jaarlijks ontvangt de gemeente dividend. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen vermogen € 134.730.000 € 138.105.000 Vreemd vermogen € 127.645.000 € 124.167.000 Deze vermogensposities zijn op basis van de geconsolideerde balans. De gemeente wordt in de aandeelhoudersvergaderingen vertegenwoordigd door de wethouder M. Oderwald. Er is stemrecht naar rato van het aandelenkapitaal. Wethouder F. ten Have is benoemd als commissaris van de N.V. De commissaris houdt toezicht op de directie en het beleid. De gemeente Midden-Delfland heeft een risicodragend vermogen (aandelenkapitaal) van € 123.760 op de balans staan. Wat willen we met deelname bereiken? Met de deelname in Juva N.V. is een ongestoorde levering van gas en elektriciteit aan burgers en bedrijven binnen de gemeente gegarandeerd.

82

Juva N.V. opereert volgens de vastgestelde Netbeheer+ strategie. Netbeheer+ houdt in dat de kerncompetenties die in de organisatie aanwezig zijn om de wettelijke, gereguleerde taken van de netbeheerder op een goede wijze uit te voeren, ook worden ingezet voor activiteiten in de vrije markt. Dit zijn de zogenoemde ‘nevenactiviteiten’. De nevenactiviteiten zijn een integraal onderdeel van het netwerkbedrijf. De nevenactiviteiten zorgen voor extra inkomsten en ook voor extra dekking van kosten die de netbeheerder voor het uitvoeren van zijn wettelijke taken moet maken. De nevenactiviteiten zorgen voor een klantgerichte- en dynamische omgeving en voor prikkels tot productontwikkeling en innovatie. Dit beleid wordt door de aandeelhouders onderschreven. 2C. Coöperatieve verenigingen Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

Eventuele risico’s

Overige informatie

Coöperatief Beheer groengebieden Midden-Delfland U.A. (CBG) Schipluiden Coöperatieve vereniging U.A. Het exacte financiële belang is niet in deze begroting aan te geven. Afspraak tussen gemeenten en provincie is dat de bijdragen die voor het Recreatieschap Midden-Delfland beschikbaar waren tot 2025 beschikbaar blijven voor de coöperatieve vereniging. Voor de gemeente MiddenDelfland zijn dat de inwonersbijdrage (prijspeil 2017 € 37.732) en de pachtopbrengsten vanuit de overdracht van gronden van het Recreatieschap Midden-Delfland. In het kader van de harmonisatie van bijdragen wordt door de bestuurlijk trekker een voorstel in coöperatieverband uitgewerkt. Naar verwachting is op termijn sprake van een forse stijging van onze bijdrage. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen vermogen € 4.725.569 € 4.647.539 Vreemd vermogen € 4.408.431 € 4.389.937 Primaire doelstelling van deelname aan de coöperatieve vereniging is het creëren van een efficiënte en beleidsarme organisatie voor het beheer van gronden die bij de opheffing van het Recreatieschap Midden-Delfland in beheer of erfpacht aan de deelnemende gemeenten zijn overgedragen. Secundaire doelstelling is te komen tot een meer integraal beheer van alle groene gebieden binnen het gebied Midden-Delfland. Een financieel risico is de mogelijke forse stijging van onze gemeentelijke bijdrage als gevolg van de harmonisatie van de deelnemersbijdragen.

Beheersmatig risico is de versnippering van eigendom en onderhoud van gronden bij de diverse partijen en overheden. Deze versnippering staat een doelmatig en efficiënt beheer in de weg. Binnen de CBG wordt gewerkt aan een systeem waarbij gronden op een gelijke manier worden onderhouden en het herverdelen van eigendommen, waardoor gronden meer aaneengesloten per eigenaar onderhouden worden. Wat willen we met deelname bereiken? Deelname aan de coöperatieve vereniging heeft als doel om in samenwerking met andere overheden en gebiedsorganisaties te zorgen voor een doelmatige en rechtmatige uitvoering van beheer- en onderhoudstaken van de groengebieden in het landschap van MiddenDelfland. De samenwerking in de coöperatieve vereniging richt zich hierbij op de volgende gemeentelijke kernpunten: Integrale samenwerking op het gebied van beheer en onderhoud van het landschap van Midden-Delfland, waaronder vallen de recreatieve-, agrarische - en natuurgebieden; Bijdragen aan het behouden en versterken van de landschappelijke kwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap MiddenDelfland; Een beleidsarme beheersorganisatie voor het gebied dat in eigendom is van overheden met korte bestuurlijke en ambtelijke lijnen; Een efficiënte en rechtmatige besteding van publieke middelen;

83

-

Inschakelen van lokale partijen bij beheer en onderhoud, waarbij de deelnemers aan de coöperatieve vereniging binnen de regelgeving voor aanbesteding keuzevrijheid hebben.

3A. Stichtingen Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente Eventuele risico’s Overige informatie

Stichting Groenfonds Midden-Delfland Midden-Delfland Stichting Bij de oprichting heeft de gemeente een startbedrag aan de stichting beschikbaar gesteld. Daarnaast heeft de gemeente voor elke opgeleverde nieuwe woning in Look-West en Look-West Noord € 1.361 bijgedragen aan het vermogen van de stichting. Voor de uitvoering heeft de stichting een contractrelatie voor periodes van 6 jaar met de Agrarische Natuurvereniging Vockestaert. De huidige periode loopt van 2018-2023. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen vermogen € 13.029.179 € 12.824.494 Vreemd vermogen € 18.200 € 10.745 De gemeente Midden-Delfland levert de voorzitter van het bestuur van de stichting. Huidige voorzitter is de portefeuillehouder Midden-Delfland en groen. Er is op dit moment geen risico bekend. Wat willen we met de deelname bereiken? De doelstellingen van de Stichting Groenfonds Midden-Delfland sluiten aan op de gemeentelijke missie, zoals ook vastgelegd in MiddenDelfland®2025. De melkveehouderij als belangrijke pijler van het open groene agrarische cultuurlandschap staat onder druk. Door ondersteuning van deze sector wordt gewerkt aan de doelen van de stichting en gemeente, te weten: − instandhouding van het open agrarisch cultuurlandschap − verbetering van de relatie stad en platteland. Wat zijn de beleidsvoornemens? Zorgen voor continuering van de activiteiten zoals de stichting deze ontwikkelt.

Dit houdt in: beloning van groene diensten op het gebied van natuur en landschap (doelstelling 1) en educatie en recreatie (doelstelling 2). Samen met de stichting wordt gewerkt aan de concretisering van de doelstellingen waarbij ook gewerkt wordt aan de verwaarding van de producten van het agrarisch cultuurlandschap: hoe kan de meerwaarde van deze producten op het gebied van natuur en landschap in de stad vermarkt worden en daarmee de stad-land relatie verstevigen. De aandachtspunten uit de evaluatie worden meegenomen in de begroting 2023 en volgende. Deze vindt gedurende de contractperiode van zes jaar eenmalig plaats.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

Stichting Businesspark Haaglanden Den Haag Stichting De jaarlijkse gemeentelijke bijdrage kan oplopen tot € 10.000. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen Vermogen € 71.499 € 31.705 Vreemd Vermogen € 3.726 € 24.880 De stichting betreft regionale samenwerking tussen de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp en Midden-Delfland op het gebied van bedrijventerreinen. Regionale samenwerking en afstemming vergroten de slagkracht bij de ontwikkeling van bedrijventerreinen en gaat onderlinge regionale concurrentie tegen.

84

Eventuele risico’s Overige informatie

Vanuit Midden-Delfland zijn wij zeer geïnteresseerd in het faciliteren van arbeidsintensieve bedrijven en duurzaamheid. Het businesspark probeert vanuit de gebundelde kracht en omvang van de deelnemende gemeenten meer te kunnen bereiken op deze thema’s. Zo kijkt het businesspark momenteel naar de mogelijke toepassing van circulaire economie. Er zijn op dit moment geen risico’s bekend. Wat zijn de beleidsvoornemens? Het businesspark Haaglanden is een samenwerkingsverband op het gebied van de ontwikkeling en uitgifte van nieuwe bedrijfsterreinen. De huidige deelnemers zijn de gemeenten Den Haag, Rijswijk, Pijnacker-Nootdorp, Midden-Delfland Delft, Zoetermeer en Leidschendam-Voorburg. De laatste drie genoemde gemeenten zijn in 2021 toegetreden tot de Stichting. De gemeenten en bedrijvenschappen zijn en blijven ieder individueel beleidsmatig, financieel en juridisch verantwoordelijk voor de bedrijventerreinen die onder de vlag van het Businesspark Haaglanden worden uitgegeven en ontwikkeld. Wat willen we met deelname bereiken? Het creëren en behouden van werkgelegenheid en het bieden van aantrekkelijke vestigingslocaties en de optimale benutting van de huidige beschikbare bedrijfsterreinen in de regio staan centraal. Dit komt ten gunste van alle deelnemende gemeenten. Doel van de samenwerking is de gronduitgifte voor de klant zo soepel mogelijk te laten verlopen.

De samenwerking tussen de ambtelijke accountmanagers en beleidsmedewerkers van gemeenten en bedrijvenschappen is binnen het businesspark georganiseerd. Samen hebben zij meer kennis, meer mogelijkheden en een groter netwerk.

Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente

Vermogenspositie

Bestuurlijk belang gemeente

Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland Midden-Delfland Stichting Aan deelname is geen gemeentelijk bijdrage gekoppeld. De stichting heeft geen winstoogmerk. De bestuurders ontvangen geen financiële vergoeding voor hun werkzaamheden. De gemeente Midden-Delfland vervult de ambtelijke en financiële ondersteuning van de Stichting. De burgemeester van Delft is voorzitter van de Stichting Landschapstafel Hof van Delfland De Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland is eind 2017 opgericht. De jaren 2018 en 2019 zijn bedoeld om de ANBI-status van de stichting te realiseren. Medio 2019 is deze status definitief verkregen. De stichting is opgericht door de gemeenten Maassluis, Midden-Delfland en Pijnacker-Nootdorp en was gelieerd aan de opgeheven Landschapstafel Hof van Delfland. Besluitvorming van het bestuur is gekoppeld aan een instemmend advies, zoals bij het toekennen van subsidie aan projecten. Primaire doelstelling van deelname aan de stichting is het creëren van een efficiënte organisatie voor de financiële ondersteuning van de doelstelling behoud en versterken van het groenblauwe regionale landschap. Secundaire doelstelling op termijn is het vergroten van de kansen op externe fondsen of andere externe financiële middelen voor ontwikkeling en beheer van groene landschappen. Het gaat hierbij om bijdragen van particuliere organisaties en bedrijven.

Tevens kunnen financiële middelen voor landschappen vanuit overheidsprojecten tijdelijk geoormerkt gereserveerd worden bij de Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland. Daarbij gaat het onder meer om compensatie van ruimtelijke-economische projecten. De Stichting voert een reactief beleid. Dit houdt in dat vanuit de Landschapstafel Hof van Delfland, de Gebiedstafels, samenwerkende en individuele gemeenten, organisaties en bedrijven projecten geïnitieerd

85

Eventuele risico’s

Overige informatie

dienen te worden. De Stichting kan dan vanuit haar doelstelling en binnen de statuten ingezet worden als ondersteuning bij de financiering. De stichting heeft geen eigen financiële middelen. Dit heeft als consequentie dat de initiërende partij zorg dient te dragen voor financiële middelen die vanuit de Stichting via doorsluizen beschikbaar kunnen worden gesteld of dat vanuit andere partijen generieke subsidies of bijdragen voor de groene landschappen beschikbaar komen, zoals groensubsidies of compenserende middelen bij ruimtelijke projecten. Er zijn op dit moment geen risico’s bekend. Het bestuur van de Stichting kan slechts middelen aan projecten toekennen, voor zover de Stichting daar ook daadwerkelijk de beschikking over heeft. Wat willen we met de deelname bereiken? Deelname aan de stichting heeft als doel om in samenwerking met andere overheden en gebiedsorganisaties de financiële ondersteuning van het beleid tot behoud, versterking en verdere ontwikkeling van de groene landschappen efficiënt te reguleren. Wat zijn de beleidsvoornemens? De rechtsvorm van de stichting wordt hierbij gebruikt om middelen te werven en ondersteuning te bieden aan projecten die: a. De kwaliteiten van de open groene landschappen behouden en versterken; b.

De gebruiks- en belevingswaarden van natuur, recreatie, (cultuur)historie en agrarisch cultuurgebruik of een combinatie van deze gebruiksbestemmingen behouden en versterken; De gebruiks- en belevingswaarden voor de inwoners van het omliggend stedelijk gebied vergroten door meer inhoud te geven aan de relatie stad en land.

86

3. 3. Grondbeleid De paragraaf grondbeleid is een vast onderdeel van de begroting en de jaarrekening. In deze paragraaf geven wij u informatie over: • • • • •

De visie op het grondbeleid in relatie tot de realisatie van de doelstellingen in de begroting; Relevante ontwikkelingen en kaders waarbinnen wij ons grondbeleid uitvoeren; Onze projecten en activiteiten, met inzicht in de financiële resultaten; Het risicoprofiel behorend bij de gemeentelijke grondexploitaties; De financiële gevolgen van de gemeentelijke projecten voor de begroting (de reserve Grondexploitatie).

Met onderstaande informatie voldoen wij aan de eisen die artikel 16 van het BBV stelt aan deze paragraaf. Inleiding grondbeleid Visie op het grondbeleid in relatie tot de doelstellingen in de begroting Het grondbeleid is geen doel op zich, maar draagt bij aan het realiseren van de doelstellingen binnen onze begroting die het ruimtelijke beleid bepalen. Het gaat hierbij om wonen, economische ontwikkeling, openbare ruimte/ infrastructuur, recreatie en natuur. Meer specifiek gaat het om het realiseren van woningbouw, werklocaties (bedrijven-detailhandel-kantoren), versterking van de glastuinbouw, horeca en sociale voorzieningen gerelateerd aan onderwijs, zorg, sport en cultuur. Wijze waarop wij grondbeleid uitvoeren Als gemeente kunnen wij bij het uitvoeren van grondbeleid verschillende rollen kiezen. Er zijn grofweg drie keuzes als het gaat om het realiseren van gewenste bestemmingen: actief, facilitair of publiek-private samenwerking. Bij actief grondbeleid kiezen wij als gemeente voor een ondernemende, risicodragende rol bij gebiedsontwikkeling. Bij faciliterend grondbeleid kiezen wij voor een faciliterende rol. Wij stellen randvoorwaarden op, zodat initiatiefnemers op eigen grond een ontwikkeling kunnen realiseren. Onze rol is hierbij beperkt tot het faciliteren van bestemmingsplanprocedures en aanleg/afname van voorzieningen van openbaar nut.

De risico’s zijn voor de initiatiefnemer en de inspannings- en investeringskosten verhalen wij via een anterieure overeenkomst op de initiatiefnemer. Aanvullend op actief en facilitair grondbeleid zijn er ook tussenvormen mogelijk waarbij deze rollen verstrengeld zijn. In onze nota grondbeleid (2019) staan de voor- en nadelen van de verschillende rollen beschreven en beschrijven we dat facilitair grondbeleid ons primaire uitgangspunt is. Bij facilitair grondbeleid gaan we ervan uit dat de doelstellingen helder beschreven zijn en initiatiefnemers in veel gevallen zelf in staat zijn om de gewenste ontwikkeling ter hand te nemen. In de gevallen waarbij ontwikkelingen niet spontaan tot stand komen is er in de nota beschreven dat er een mogelijkheid is om over te gaan op actief grondbeleid. De vraag of de ontwikkeling belangrijk genoeg is om als gemeente de risico’s te dragen staat hierbij centraal. Resultaten grondexploitatie De projectenportefeuille Actief grondbeleid Ieder jaar worden de lopende grondexploitatieberekeningen en projecten in voorbereiding geactualiseerd en ter vaststelling aangeboden aan de raad. Dit gebeurt voor de vaststelling van de jaarrekening. De raad wordt dan expliciet om besluitvorming gevraagd. Voor de actualisatie van de berekeningen is gebruik gemaakt van de volgende parameters: -

Kostenstijging civiel (incl. sloop en sanering): 2,5% (2024 e.v. 2%) Kostenstijging voorbereiding en toezicht (plankosten): 2,2% (2024 e.v. 2%) Opbrengstenstijging woningbouw: 2,8% (2024 e.v. 1,8%)

87

-

Rekenrente: 0%

De gehanteerde parameters zijn gebaseerd op de Notitie parameters 2021, opgesteld door een deskundig bureau. Op dit moment is er geen aanleiding deze parameters bij te stellen. Per 1 januari 2023 zijn er acht lopende grondexploitaties: Centrum den Hoorn, Centrum Maasland, Bedrijventerreintjes Hooipolder, Keenenburg V, Kreekzone, Maaslandse Dam, Vastgoedzone en Woudselaan. Tabel: mutaties eindwaarde saldi Bouwgronden in exploitatie

prognose eindresultaat jaarrekening 2021 begroting 2022 mutatie eindwaarde einde eindwaarde* einde looptijd looptijd

Actieve grondexploitaties Kreekzone € 868.168 2026 € 534.000 Keenenburg V € -646.731 2025 Ruimte voor Ruimte € -619.985 2025 Centrum Den Hoorn € -1.174.180 2025 Vastgoedzone € 3.566.153 2023 € 2.982.500 Bedrijventerreintjes Hooipolder € 884.648 2024 Centrum Maasland € -392.066 2023 Woudselaan € 56.027 2026 * eindwaarde saldo is inclusief tussentijdse winstnemingen

€ 334.168 € -646.731 € -619.985 € -1.174.180 € 583.653 € 884.648 € -392.066 € 56.027

2026 2025 2025 2025 2023 2024 2023 2026

De mutaties in de geprognosticeerde eindresultaten van de actieve grondexploitaties hebben betrekking op de tussentijdse winstneming over 2021. Faciliterend grondbeleid Wij verhalen kosten in beginsel op de initiatiefnemers. Deze gemeentelijke kosten worden op de balans als vordering geboekt. Het uitgangspunt voor 2023 is dat we 80% van de kosten die we maken terugverdienen middels het kostenverhaal dat geregeld is via een anterieure overeenkomst (of exploitatieplan). Samenwerkingsverbanden De financiële gevolgen van de deelname Harnaschpolder worden nader toegelicht in de paragraaf ‘verbonden partijen’. Ontwikkellocaties Als gemeente bezitten wij strategische gronden die in de toekomst mogelijk in ontwikkeling kunnen worden genomen. Deze eigendommen staan op de balans als materiële vaste activa met als uitgangspunt de boekwaarde of lagere marktwaarde. Op dit moment betreft dit de volgende locaties: -

Doelpad 5 (voormalige Euterpe); Maaslandse Poort (voormalige Kistenfabriek); Prinses Beatrixstraat 1 Den Hoorn.

De potentie van bovenstaande locaties onderzoeken we nader in 2023. Uitgangspunt voor deze locaties is verkoop aan derden en daarmee faciliterend grondbeleid. Wanneer wij er uiteindelijk toch voor kiezen om deze gronden als gemeente actief te ontwikkelen dan zal dit leiden tot het openen en vaststellen van een grondexploitatie. Risicoprofiel Vanwege het risicodragende karakter en de grote omvang van de grondexploitaties vormt een risicoanalyse een wezenlijk onderdeel bij de beoordeling van de projecten en de informatievoorziening naar de raad. Een overzicht met een beschrijving van de algemene risico’s van de projecten - en voor enkele projecten ook nog een aantal project specifieke risico’s - is schriftelijk onder geheimhouding bij de actualisatie van de grondexploitaties aan de raad voorgelegd.

88

Een (negatief) risico is dat we niet altijd voldoende (ingehuurd) personeel hebben op de betrokken disciplines om ervoor te zorgen dat we de planning van de grondexploitaties halen. Het gevolg hiervan is vertraging voor wat betreft het realiseren van woningen. Uit de risicoanalyse blijkt dat de geraamde exploitatiesaldi en de geschatte risico’s op langere termijn binnen de reserve Grondexploitatie opgevangen kunnen worden en dat er dus geen aanvullende middelen uit de algemene reserve nodig zijn. Om het optreden van risico’s zo veel als mogelijk te voorkomen en te sturen op aanwezige optimalisaties (positieve risico’s), worden binnen de projecten passende beheermaatregelen gekozen en toegepast. Periodiek wordt de risicoanalyse op grond van nieuwe inzichten geactualiseerd. Dat kan resulteren in bijstelling van de benodigde risicodekking. Het actualiseren van de risico’s en een mogelijke bijstelling van de benodigde risicodekking vindt plaats bij het actualiseren van de grondexploitaties. De reserve Grondexploitatie Zie in onderstaande tabel de prognose van de reserve grondexploitatie op basis van de actualisaties van de grondexploitaties bij de jaarrekening 2021. Bij de jaarrekening 2021 hebben we € 1 miljoen van de Reserve Grondexploitatie naar de algemene middelen teruggestort waardoor de Reserve Grondexploitatie begin 2022 afgerond € 2,5 miljoen bedraagt.

De reserve Grondexploitatie komt eind 2022 naar verwachting op € 3,1 miljoen. Eind 2026 is de verwachting dat de reserve Grondexploitatie op € 4,4 miljoen uitkomt. Wanneer de Reserve zich ontwikkelt conform de bij de herziening opgenomen prognoses ontstaat er naar verwachting financiële ruimte om het nog resterende beslag op de algemene middelen (€ 3,4 miljoen) terug te storten. Het (op termijn) terugvloeien van het resterende positieve saldo van de grondexploitaties hebben we niet in de begroting opgenomen. Hierdoor lopen we geen risico als de prognoses tegenvallen en het positieve saldo van de grondexploitaties uiteindelijk lager uitvalt. Prognose verloop reserve Grondexploitatie Stand reserve per 1 januari 2022* Begrote onttrekkingen (2022) Begrote toevoegingen (2022) Prognose stand per 31 december 2022

€ 2.516.500 € € 584.000 € 3.100.500

Prognose stand op basis van einde looptijd grexen** Minimaal weerstandscapaciteit op basis van bekende risico's***

€ 4.375.343 € -2.426.000

* winstnemingen op basis van actualisaties per 1-1-2022 ** prognose stand per 31 december 2023 plus begroting positieve grondexploitaties *** weerstand op basis van einde looptijd grexen (2026)

89

3. 4. Onderhoud kapitaalgoederen In deze paragraaf gaan wij in op het onderhoud van de kapitaalgoederen en de daaruit voortvloeiende financiële consequenties. De kwaliteit van de openbare ruimte is belangrijk voor het woongenot van inwoners. De kapitaalgoederen dragen bij aan dit woongenot. Het gaat hierbij om wegen, riolering, water, groen, speelplaatsen, openbare verlichting, civiele kunstwerken, begraafplaatsen en gebouwen.

Beleids- en beheerplannen Beleids-/ beheerplannen

Beheerplan wegen Gemeentelijk rioleringsplan Groenbeleidsplan Nota spelen Keuzenotitie openbare verlichting Beheerplan bruggen MJOP’s gebouwen Beheerplan gebouwen Beheerplan beschoeiingen, damwanden en kades Beheerplan stuwen Beheerplan wegmeubilair, markering en bebording Baggerplan Beheerplan begraafplaatsen

Jaar van vaststelling

Einde looptijd beleids-/ beheerplan

Gepland jaar van actualisatie/ops tellen

Financiële vertaling in begroting

2022 2016

2027 2024

2027 2023

Ja Ja

2007 2016 2015

2022 2024 2024

2022-2023 2023 2023

Ja Ja Ja

2015 verschillend

2024 driejaarlijks

Ja Ja

nieuw nieuw

nieuw nieuw

2023 Jaarlijks een kern 2023 2022-2023

nieuw nieuw

nieuw nieuw

2024 2022

nieuw nieuw

nieuw nieuw

2022-2023 2023-2024

In ieder beleids-/beheerplan werken wij met één of meerdere vastgestelde kwaliteitsniveaus. De ramingen voor het onderhoud zijn opgesteld op basis van deze niveaus. In verband met bezuinigingen en omdat de lopende beheerplannen voldoende ‘doorkijk’ geven om tot 2024 verantwoord onderhoud uit te voeren is er eerder voor gekozen om de herziening van vier plannen uit te stellen tot 2024. De herziening van deze plannen is nu naar voren gehaald. Daarbij worden ook beheerplannen opgesteld voor de vakgebieden waar nu nog geen beheerplannen voor zijn. De beheerplannen worden vertaald in de begroting. In bovenstaande tabel is de planning voor het actualiseren en opstellen van de plannen aangegeven. Met de actualisatie van de beheerplannen is het de bedoeling om voor een aantal taakvelden een onderhoudsvoorziening in te stellen voor het groot onderhoud. In hoofdlijnen worden het beheer en onderhoud gesplitst in: nieuwe investeringen (activering, dekking kapitaallasten via exploitatie) groot onderhoud (dekking via exploitatie en voor enkele taakvelden straks via de voorziening) klein (regulier) onderhoud (dekking via exploitatie). Het groot onderhoud en de investeringen worden zoveel mogelijk integraal en in afstemming en samenwerking met andere overheden en netbeheerders uitgevoerd.

Financieel

Voor de wijze van activering van de kapitaalgoederen wordt verwezen naar de financiële verordening 2017 van de gemeente Midden-Delfland. In de verordening is onderscheid gemaakt tussen activa met maatschappelijk nut, zoals wegen, en activa met economisch nut, zoals

90

gebouwen en riolering. In de notitie is beschreven hoe met de activa wordt omgegaan. Ook de zogenaamde rehabilitatiekosten van wegen en grotere vervangingsinvesteringen worden geactiveerd. Als groot onderhoud plaatsvindt, komt dit ten laste van de exploitatie. Voor enkele taakvelden komt er een voorziening voor het groot onderhoud. Nieuwe en vervangingsinvesteringen in de periode 2023 t/m 2026: Programma Taakveld

2023

2024

2025

2026

3

Wegen

4.707.880

612.500

0

0

3

Riolering

529.000

729.000

581.000

582.600

3

Groen

50.000

50.000

50.000

50.000

3

Speelplaatsen

110.000

110.000

130.000

100.000

3

Openbare verlichting

178.500

182.000

185.500

185.500

3

Bruggen

1.354.800

2.451.200

437.988

0

3

Beschoeiingen

350.000

510.000

350.000

350.000

3

Verkeer

0

0

0

0

Totalen

7.280.180

4.644.700

1.734.488

1.268.100

Exploitatiekosten voor groot en regulier onderhoud van de kapitaalgoederen (inclusief kapitaallasten en manuren) in de periode 2023 t/m 2026: Programma 3 3 3 3 3 3 3

Taakveld Wegen Riolering Binnenhavens & waterwegen Groen Speelplaatsen Openbare verlichting Bruggen Totalen

2023

2024

2025

2026

1.635.008 1.467.010 393.553

1.809.548 1.436.267 420.373

1.911.508 1.510.371 453.654

1.944.178 1.586.998 396.010

1.162.279 227.460 378.043 547.454 5.812.830

1.165.182 221.693 401.019 565.790 6.021.896

1.178.423 226.705 384.759 604.940 6.272.385

1.177.708 116.264 387.885 503.512 6.114.581

Wegen Het reguliere preventieve onderhoud aan asfalt- en elementverhardingen wordt uitgevoerd conform het onderhoudsplan. Dit onderhoudsplan wordt gemaakt op basis van de resultaten van de jaarlijkse weginspecties. Het onderhoud vindt zoveel mogelijk plaats volgens de methode van wegvakonderdeel gericht onderhoud[1]. Ondanks deze gerichte aanpak is door het doorvoeren van structurele bezuinigingen op het wegenonderhoud de kwaliteit aanzienlijk achteruitgegaan. Een inhaalslag in de investeringen en het nieuwe wegenbeheerplan met een juiste financiële vertaling in de begroting moeten het percentage wegen dat onvoldoende kwaliteit heeft weer op een aanvaardbaar niveau brengen. In de exploitatiekosten voor wegen is ook budget voor onkruidbestrijding op verharding en voor het onderhoud van wegmeubilair opgenomen. Financiering De budgetten voor beheer en onderhoud van de wegen zijn ontoereikend voor het uitvoeren van het wegenbeheerplan. Met de vaststelling van het nieuwe wegenbeheerplan (2023-2027) worden ook de benodigde budgetten aangevraagd. Voor het groot onderhoud van de wegen is het de bedoeling om een voorziening in te stellen. Met dit onderhoud is in 2023 een bedrag gemoeid van € 1.742.485, inclusief vaste lasten zoals kapitaallasten, verzekering, manuren, tractie. De direct inzetbare middelen voor het

91

dagelijks beheer en onderhoud aan wegen bedragen in 2023 circa € 1.341.481. Dit is exclusief investeringen.

Riolering

Jaarlijks wordt het verbreed Gemeentelijk RioleringsPlan (vGRP) uitgewerkt in een operationeel jaarprogramma. Hierin worden de concrete plannen voor aanleg, onderzoek, maatregelen, reparaties, vervanging en verbetering voor het betreffende jaar opgenomen. In het Operationele Programma (OP) wordt ook aangegeven of alle in vooraf­gaande OP’s beschreven taken zijn uitgevoerd (een evaluatie). Achtereenvolgende OP’s geven dus een volledig beeld van alle activiteiten die in de planperiode van het vGRP zijn uitgevoerd. De belangrijkste onderhoudsmaatregelen betreffen: -vervanging en reling vrijvervalriolering; -vervanging versleten pompen van de drukriolering; -onderzoeken functioneren riolering (onder andere meten aan overstorten); -onderhoud aan gemalen en pompen drukriolering en vrijvervalriolering (niet vooraf in te plannen reparaties). Financiering Om de uitvoer van de klimaatadaptatiestrategie te borgen, is binnen de rioleringsbudgetten voor de periode 2023-2030 een bedrag van € 60.000 per jaar vrijgemaakt. Dit wordt gebruikt voor aanvullende onderzoeken, ondersteuning van initiatieven, opstellen van richtlijnen en ondersteuning in de uitvoer van de klimaatadaptatiestrategie. In 2023 is het bedrag hoger vanwege het doorschuiven van € 72.700 vanuit 2022. Het reguliere preventieve onderhoud aan rioleringen gebeurt op basis van het operationeel plan.

Met dit onderhoud is in 2023 een bedrag gemoeid van € 1.467.010 (inclusief kapitaallasten, manuren en tractie). De geplande investering in 2023 zijn: voor vrijvervalriolering € 230.000 voor rioolgemalen € 90.000 en voor de drukriolering € 149.000.

Water

Het Hoogheemraadschap van Delfland is, binnen haar beheergebied, verantwoordelijk voor de waterkwantiteit en -kwaliteit. Daarom eist het hoogheemraadschap met de regelgeving in de zogenaamde ‘keur’ dat alle watergangen voldoen aan de normen die zij daaraan stelt. Deze normen bepalen onder meer de diepte van de watergang en de hoeveelheid plantengroei die is toegestaan. Afhankelijk van het type watergang en de daarvoor geldende normen moet het onderhoud minder of meer frequent uitgevoerd worden. De eigenaren en/of aangelanden van de watergangen zijn voor deze uitvoering verantwoordelijk. De gemeente is eigenaar en aangelande van een groot aantal watergangen of delen daarvan. Voor de gemeente betekent dit dat zij hieraan jaarlijks onderhoud moet uitvoeren. De belangrijkste onderhoudsmaatregelen betreffen: -uitmaaien van de watergangen; -bagger-werkzaamheden; -maaien van de slootkanten; -verwijderen van drijfvuil en overhangende takken. Financiering Het reguliere preventieve onderhoud aan water (maaien van waterplanten en baggeren) gebeurt op basis van het onderhoudsplan. Met dit onderhoud is in 2023 een bedrag gemoeid van circa € 205.115.

Groen De gemeenteraad heeft het ‘Groenbeleidsplan Midden-Delfland 2007-2022’, zoals uit de titel blijkt, vastgesteld voor de periode 2007-2022. Bij de vaststelling is bewust gekozen voor een lange looptijd van het plan. De reden daarvan is dat ontwikkelingen in het openbaar groen vaak langjarig zijn. Bestendigheid in beleid is belangrijk om het groenbeheer goed uit te kunnen voeren. De groenvoorzieningen in Midden-Delfland worden door de eigen dienst en door aannemers onder-houden. Het overgrote deel van het onderhoud is uitbesteed aan aannemers. De afspraken met de aannemers over planmatige uitvoering van het onderhoud zijn vastgelegd in meerjarige onderhoudscontracten (groenbestekken).

92

Financiering Met het groenonderhoud is een bedrag gemoeid van € 1.209.459 in 2023, inclusief vaste lasten zoals kapitaallasten, manuren en tractie. De direct inzetbare middelen voor het dagelijks beheer en onderhoud van het openbaar groen bedragen in 2023 € 1.114.343. Dit is exclusief investeringen.

Speelplaatsen Het beleidsplan (Nota spelen) is gericht op een ontwikkeling van het aanbod van speelvoorzieningen. Het areaal speelplekken verandert geleidelijk. Aanpassingen leiden tot een betere spreiding van het aanbod. Speeltoestellen verouderen en zijn in principe na 10 tot 15 jaar afgeschreven, afhankelijk van het materiaal. Door het opstellen en bijhouden van een beheer-, vervangings- en onderhoudsprogramma kunnen de speelterreinen kwalitatief in goede conditie worden gehouden en voldoen deze aan de veiligheidseisen. In het beleidsplan is op basis van wetgeving en de kwaliteit van de speelplaatsen een vervangingsoverzicht opgesteld. Het reguliere preventieve onderhoud aan speelvoorzieningen gebeurt op basis van het beleidsplan. De gemeente voert het onderhoud aan speelterreinen zelf uit. Maandelijks controleren wij de toestellen en terreinen. Ook voeren wij jaarlijks een algemene veiligheidsinspectie uit. Bij gebreken en/of schade nemen wij direct maatregelen. De controles en verrichte reparaties tekenen wij op in een logboek. Financiering Met dit onderhoud is een bedrag gemoeid van € 45.638 in 2023. In 2023 is voor het uitvoeren van reconstructies aan speelvoorzieningen een investeringskrediet geraamd van € 110.000.

Openbare verlichting Het verbeteren en het energiezuiniger maken van de openbare verlichting vindt plaats aan de hand van het actuele beheerplan (Keuzenotitie openbare verlichting). Het reguliere preventieve onderhoud aan openbare verlichting vindt plaats op basis van het onderhouds-plan. Afgeschreven verlichting vervangen wij voor zuinige, slimme en innovatieve verlichting. In het (landelijke) energieakkoord voor duurzaam energiebeleid zijn doelstellingen op het gebied van energiebezuiniging beschreven. Aan de hand van het beheerplan willen we bereiken dat de openbare verlichting: -conform de ROVL-2011 richtlijnen in goede staat van onderhoud blijft; -wanneer mogelijk wordt verbeterd; -conform de doelstelling energiezuiniger en slimmer wordt. Financiering Met het onderhoud is in 2023 een bedrag gemoeid van € 378.043, inclusief vaste lasten. De direct inzetbare financiële middelen voor het laten branden van en het dagelijks beheer en onderhoud aan de openbare verlichting bedragen in 2023 circa € 236.507. Dit is exclusief investeringen.

Civiele kunstwerken

Onder de civiele kunstwerken verstaan wij bruggen, brugduikers, kades, damwanden, stuwen en beschoeiingen. De bruggen en brugduikers worden driejaarlijks geïnspecteerd. De laatste inspectie was in 2020. Het onderhoud wordt uitgevoerd conform de inspectieresultaten. Voor de kades, damwanden, stuwen en beschoeiingen wordt nog een beheerplan opgesteld. Financieel Met het preventieve en correctieve onderhoud is in 2023 een bedrag gemoeid van € 470.220, inclusief vaste lasten zoals kapitaallasten, manuren en tractie. De direct inzetbare middelen voor het dagelijks beheer en onderhoud van de civiele kunstwerken bedragen in 2023 € 365.724. -

Gebouwen

De huidige vastgoedportefeuille is grotendeels historisch gegroeid en niet ontstaan vanuit een overkoepelende visie op het gemeentelijke vastgoed. Een aantal gebouwen hebben niet tot nauwelijks een maatschappelijke of commerciële functie, zoals de kerktoren in Maasland. Losse grond, de openbare ruimte en (school)gebouwen waarop de gemeente nog een economisch claimrecht heeft, vallen buiten de scope van de gemeentelijke gebouwen. In 2021 is een eerste aanzet voor een strategische vastgoedvisie gemaakt. Deze is in 2022 verder uitgewerkt. In deze visie is aangegeven hoe we omgaan met de gemeentelijke gebouwen, in hoeverre het noodzakelijk is om de gebouwen in eigendom te houden. In vervolg op dit onderzoek

93

wordt de kostendekkendheid van de gemeentelijke gebouwen tegen het licht gehouden. Ook wordt met de uitgangspunten van deze visie een beheerplan voor de gemeentelijke gebouwen opgesteld. Dit beheerplan dient vervolgens als basis voor de MJOP’s (meerjaren onderhoudsplannen) Deze plannen geven per gebouw inzicht in het onderhoud, aanwezige installaties en kosten van onderhoud of vervanging op korte en lange termijn. Een dergelijk plan wordt iedere 3 jaar per gebouw en dorpskern bijgewerkt. In de MJOP’s wordt ook verduurzaming van de gemeentelijke gebouwen meegenomen. De gemeente werkt met taakstellende budgetten voor het onderhoud van haar vastgoed. Omdat deze budgetten tot op heden ontoereikend bleken te zijn om al het onderhoud uit te voeren, zijn keuzes gemaakt welke werkzaamheden wel en niet worden uitgevoerd. Deze werkwijze heeft geleid tot een lagere NEN 2767 score. De onderhoudsstaat van de gebouwen is gemeten aan de hand van conditiescore 3 (redelijk) volgens NEN 2767. Bij de toelichting op deze score komen verbeterpunten direct in beeld. Maatregelen die worden uitgevoerd kunnen worden ingedeeld in de volgende categorieën: Preventief onderhoud (onderhoudscontracten) Correctief en dagelijks onderhoud (klachtenonderhoud) Planmatig & vervangend onderhoud (incl. kwaliteitsimpuls onderhoud gebouwen) Investeringen

-

[1]

Bij profiel breed onderhoud worden naast elkaar gelegen wegvakonderdelen in een werk hersteld (een goed of matig onderdeel wordt ook meegenomen). Bij wegvakonderdeel gericht onderhoud wordt alleen het onvoldoende scorende wegvakonderdeel hersteld.

94

3. 5. Bedrijfsvoering Organisatie en personeel Er is een zeer krappe arbeidsmarkt. Dit is nu landelijk en ook in onze gemeente een van de grootste uitdagingen en lijkt een structureler probleem te worden. De coronacrisis heeft op de gemeentelijke arbeidsmarkt en gemeenten een flinke impact gehad en de opvang van vluchtelingen komt daar nu bij. Daarnaast is onze samenleving volop in transitie(s); klimaat, energie en wonen. Dit heeft ook zijn weerslag op onze ambtelijke organisatie. Het Cittaslow denken en Thuis! In Midden-Delfland vormen de basis voor de manier waarop we (samen)werken en hoe wij omgaan met de uitdagingen die er zijn. Dit betekent dat we werken met aandacht voor elkaar; dat we handelen vanuit gastvrijheid en vakmanschap en werken vanuit de bedoeling van wetten en regels. Zo ontwikkelen we een organisatie waar de focus ligt op medewerkers die bijdragen aan de ontwikkeling van Midden-Delfland, geïnspireerd zijn en plezier in hun werk hebben. En zo bieden wij goede dienstverlening naar onze inwoners en ondernemers. Voor de komende jaren betekent dit dat we ons inzetten voor: - Talentmanagement. Het is nodig dat de juiste medewerkers op de juiste plek zitten en dat zij efficiënt en met plezier hun werk kunnen doen. Wij stimuleren en motiveren medewerkers om hun talenten te ontplooien en ontwikkelen. Employer branding.

Bij werving en selectie van nieuwe medewerkers én voor de 'zittende’ medewerkers zetten we stevig in op dat wat ons onderscheidt als gemeente en als werkgever (ons sterke merk). Het gras is groener bij Midden-Delfland. Verankeren kwaliteit. Bij wisseling van medewerkers zorgen wij voor een zorgvuldige overdracht. We vinden het belangrijk dat naast vakkennis en proceskennis ook kennis van onze gemeente, onze organisatie, onze kwaliteiten, ons merk en onze visie verankerd blijft. Bij een hoge uitstroom vraagt dit extra aandacht. Digitalisering. We gaan verder met digitaliseren met als doel dat medewerkers kunnen doen waar zij goed in zijn en wat nodig hebben om goede dienstverlening te kunnen bieden. En dat systemen en computers kunnen doen waar die goed in zijn. Aandacht voor impact van veranderingen. We realiseren ons dat de ontwikkelingen snel gaan en dat betekent dat we zorgvuldig aandacht besteden aan de adoptie van grote ontwikkelingen door de organisatie. Dit betekent ook keuzes maken in wat wel en wat niet doen en een duidelijke prioritering. Eenmalige inzet, langdurig effect. We kijken waar we incidenteel extra inzet kunnen doen als dat langdurig leidt tot slimmer of makkelijker werken en daarmee betere dienstverlening. Uitgangspunt daarbij is dat eenmalige kosten moeten leiden tot ontwikkeling of verbetering van de organisatie. Zorg voor welzijn medewerkers.

De arbeidsmarkt is krap en is er daardoor ook een hoger verloop. Dit betekent dat het werk door minder medewerkers gedaan kan worden. Belangrijk aandachtspunt voor 2023 is daarom de werkdruk in onze organisatie. Ontwikkeling personele en organisatiekosten We houden voor de komende jaren rekening met meer vacatures die langere tijd open staan, hogere kosten voor werving en selectie en eveneens voor opleiding en ontwikkeling. We verwachten dat we vaker beroep doen op inhuur ter overbrugging om de basisbezetting op orde te houden. Daarnaast stijgen de kosten omdat we ons functiehuis actualiseren en verwachten we extra CAO kosten. Ook de formatie is toegenomen. In vergelijking tot voorgaande jaren is deze stijging met name in het sociaal domein. De personele bezetting is daar – veelal tijdelijk en met externe dekking - toegenomen. Voor het overige blijft de personele formatie stabiel. De dekking van deze personeelskosten zit in de salarisbegroting. Voor een aantal (tijdelijke) functies is externe dekking, dat wil zeggen dekking uit andere middelen. Gevolgen coalitieakkoord Het coalitieakkoord is in juli besproken in de raad. Eventuele personele gevolgen die voortvloeien uit de doelen en ambities uit het coalitieakkoord zijn nog niet opgenomen in deze begroting. De gevolgen van het coalitieakkoord zijn verwerkt in het collegewerkprogramma.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=415f9ce6-991a-4c0c-868a-b80b507df37a