Programmabegroting 2023 - 2026.pdf
Tekst van het document
Voor centrum Den Hoorn, De Kreek fase IV en Equestrum worden de woningbouwplannen (verder) voorbereid. In Schipluiden zijn er onder andere plannen voor het toevoegen van woningen in het centrum, Keenenburg V. De planvoorbereiding en formele processen zijn opgestart. In Maasland komen er onder andere woningen bij in het centrum, in de bebouwde kom (Maaslandse Zoom) en op de Maaslandse Dam. Omgevingswet Op 1 januari 2023 treedt de Omgevingswet in werking. Dit is een transformatie die beleidsmatig en procedureel vergelijkbaar is met de transities in het sociaal domein. Deze wet bundelt 26 verschillende wetten in één wet en richt zich op het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De hoofddoelen van deze wet sluiten aan op onze uitgangspunten voor het landschap, dorpen en buurtschappen: 1. Bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit; 2. Doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving voor de vervulling van maatschappelijke behoeften. Op korte termijn is de implementatie gericht op de verplichte en noodzakelijke onderdelen die verbonden zijn aan deze stelselwijziging (de zogenoemde minimale acties van het VNG). Hiertoe is onder andere de Omgevingsvisie 1.0 vastgesteld in 2021, nieuwe software geïmplementeerd en het DSO (Digitaal Stelsel Omgevingswet) ingevoerd.
Per 1 januari 2023 kunnen we digitaal meldingen en vergunningen ontvangen en afhandelen en zijn de werkprocessen aangepast om aan de nieuwe wettelijke procedures te voldoen. In 2023 werken we met nieuwe werkprocessen en software volgens de filosofie van de Omgevingswet.
51
Tevens wordt gewerkt aan de voorbereiding van het Omgevingsplan. Dit plan moet uiterlijk in 2029 vastgesteld worden. In het Omgevingsplan moet alle gemeentelijke regelgeving voor de fysieke leefomgeving worden ingebracht, zoals de bestemmingsplannen en plaatselijke verordeningen. Voor het Omgevingsplan en overige onderdelen van de Omgevingswet richten wij ons op vijf onderscheidende deelgebieden, te weten het Bijzonder Provinciaal Landschap, de glastuinbouwgebieden en de dorpen Den Hoorn, Maasland en Schipluiden.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Cittaslow richt zich op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de (fysieke) leefomgeving. De Omgevingsvisie 1.0 is hierbij een belangrijk instrument. De visies MiddenDelfland®2025 en Behoud door ontwikkeling kennen eveneens een belangrijke ruimtelijke component. Deze bestaat uit bescherming via het bestemmingsplan, herontwikkeling via een grondexploitatie en aanpak van vervallen of leegstaande locaties.
Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken Midden-Delfland werkt vanuit een ruimtelijke en landschappelijke samenhang tussen het Bijzonder Provinciaal Landschap en de daarin gelegen dorpen toe naar een Omgevingsvisie waarin kwaliteit van leven voor inwoners, ondernemers en bezoekers centraal staat vanuit een integrale afweging van de maatschappelijke belangen zoals die worden uitgewerkt in de Nationale Omgevingsvisie en Provinciale Omgevingsvisie. Concrete doelen/acties voor 2023 Voorbereiding invoering Omgevingswet: - Afronden implementatie van de Omgevingswet en voorbereidingen treffen voor de Omgevingsvisie 2.0 en het definitieve Omgevingsplan; - Werken met de nieuwe werkprocessen vanuit de nieuwe wettelijke structuur en filosofie van de Omgevingswet, zoals kortere procedures (soms van 26 naar 8 weken), meer maatwerk en participatie.
- Doorontwikkelen interne werkprocessen binnen het DSO en zorgen voor intern en extern digitaal koppelen aan nationale basisregistraties en gemeentelijke informatiesystemen; - Opstellen en starten plan van aanpak om te komen tot een Omgevingsplan; - Evalueren raadsbesluiten advies met instemming en (verplichte) participatie; - Evalueren nieuwe gemeentelijke adviescommissie omgevingskwaliteit (GAO); - Bepalen veranderopgave na 2023 met onder andere Omgevingsvisie 2.0 en definitief Omgevingsplan; - Op basis van praktijkervaring de structurele uitvoeringskosten vaststellen. Gekoppeld aan de invoering Omgevingswet is de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). De werkprocessen bouw- en woningtoezicht moeten we hiervoor aanpassen. Kern van deze wet is dat de ondernemer of aanvrager een onafhankelijke kwaliteitsborger aanwijst. Deze instelling toetst aan de wettelijke bouwkundige eisen en houdt toezicht op de bouw. De gemeente mag alleen toetsen aan de overige bouwkundige en ruimtelijke thema’s, zoals omgevingsplan, welstand e.d. Tevens beoordeelt de gemeente het borgingsplan en de risicoanalyse. Daarna heeft de gemeente feitelijk alleen nog de rol van handhaver. Verwachting is dat de workload gelijk blijft, maar inhoudelijk meer doorschuift naar de bouwfase en conflictbemiddeling tussen de diverse partijen.
In 2023 geldt dit alleen nog voor gevolgklasse 1, daarna komen ook de overige bouwplannen aan de orde. Gekoppeld aan invoering Omgevingswet voorbereiden op samenvoeging van de geogerelateerde basisregistraties (WOZ, BOR, BGT en BAG) tot een samenhangende objectregistratie op 1 januari 2025. Tevens vervolgen we de processen voor de centrumontwikkelingen in Den Hoorn, Maasland en Schipluiden. De processen zijn gericht op een integrale ontwikkeling van: - woningbouwplannen gericht op diverse doelgroepen (zie ook programma 7, beleidsveld Volkshuisvesting); - faciliteren van nieuwe en bestaande ondernemingen die passen in de dorpscentra en daarmee een bijdrage leveren aan de leefbaarheid en vitaliteit in de dorpen; - aandacht in de planontwikkeling voor een optimale verkeersafwikkeling en daarbij anticiperen op vraagstukken over toekomstige mobiliteit en mogelijke mobiliteitsbehoeften;
52
- verbeteren van de langzaamverkeersverbindingen voor voetgangers en fietsers in de dorpen; - inrichting van woonwijken en dorpscentra met aandacht voor klimaatadaptatie, -mitigatie en energietransitie. Instrumenten - Omgevingsvisie 1.0 - Midden-Delfland®2025 - Landschapsontwikkelingsperspectief - Structuurvisie Midden-Delfland 2025 (5 juli 2011) - Omgevingsbeleidsplan Midden-Delfland (2017) - Bouwverordening Midden-Delfland 2007 - Welstandsnota Midden-Delfland 2018 - Verordening op de commissie Welstand en Erfgoed Midden-Delfland 2011 - Handleiding Beeldkwaliteit Buitengebied 2016/Beeldkwaliteitsplannen - Handboek Erfgoed Midden-Delfland - Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Midden-Delfland - Grondbeleid inclusief grondexploitaties - Aanwijzing Bijzonder Provinciaal Landschap (inclusief visie en uitvoeringsprogramma Gebiedstafel BPL) - Grondinstrument (onderdeel Duurzaam Boer Blijven) - Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) - Stichting Groenfonds Midden-Delfland - Gemeenschappelijke regeling archeologie Midden-Delfland
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Het doel van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) is het uitvoeren van de wettelijke milieutaken. Hierbij wordt voldaan aan landelijke kwaliteitscriteria, wordt gezorgd voor specialismevorming op inhoud en wordt een bijdrage geleverd aan een constante en eenduidige taakuitvoering in de regio. Deelname aan deze gemeenschappelijke regeling is opgelegd vanuit de Wet milieubeheer. Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling archeologie Midden-Delfland wordt beoogd op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke wettelijke verplichtingen op het gebied van archeologisch onderzoek en het scheppen van de mogelijkheid om vondsten uit opgravingen in een eigen depot onder te brengen. Dit is een zogenaamde ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Delft en Midden-Delfland op basis waarvan de stadsarcheoloog Delft tegen vergoeding de wettelijke taken van een archeoloog in Midden-Delfland mag verrichten.
Wat mag het kosten? Beschikbare middelen
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten: Ruimtelijke ordening
936.562
2.093.117
1.406.948
1.151.260
1.153.360
1.163.560
Baten: Ruimtelijke ordening
181.726
474.310
543.701
245.114
245.214
251.934
Wijziging budget 2023 ten opzichte van 2022 Lasten Ruimtelijke ordening (€ -686.169) De afname van de lasten op dit taakveld heeft meerdere oorzaken: Ruimtelijke ordening Hoofdzakelijk het gevolg van een verschuiving van werkgeverslasten (€ 44.082).
53
Bouwplannen (niet zijnde grexen) particulier initiatief Betreft een afname en tevens verschuiving van (extern) inhuurbudget naar tijdelijke formatie (€ -123.712). Het restant is het gevolg van een verschuiving van werkgeverslasten (€ 44.334). Bouwplannen (niet grexen) initiatief gemeente Een afname voornamelijk vanwege (naar 2022 doorgeschoven) budgetten als de Hoornbloem (€ 191.700) en voor de Omgevingswet (€ -336.025). Daarnaast een afname als gevolg van een verschuiving van werkgeverslasten (€ -137.262). Baten Ruimtelijke ordening (€ 69.391) Bouwplannen (niet zijnde grexen) particulier initiatief In de begroting gaan wij ervan uit dat wij kosten voor onze inzet op particuliere initiatieven (bouwplannen niet zijnde grexen, particulier initiatief) kostenverhaal toepassen. Wij gaan er in de begroting van uit dat wij 80% van de te maken kosten daadwerkelijk kunnen verhalen.
Beleidsveld volkshuisvesting Beleidsdoel Wij streven naar een evenwichtige woningvoorraad, waarbij het accent per dorp verschilt. Dit beleidsveld heeft een sterke relatie met het sociaal domein (onder andere Wet maatschappelijke ondersteuning, statushouders, voorrangsverklaringen, langer zelfstandig wonen, sociale cohesie en veilige woonomgeving), locatieontwikkeling en ruimtelijke ordening (randvoorwaarden en planning nieuwe woningbouwlocaties).
Wat willen we bereiken? Gewenst maatschappelijk effect Een gedifferentieerde woningvoorraad en drie vitale dorpen, waarmee we een aantrekkelijke gezinsgemeente vormen. Een belangrijk gewenst maatschappelijk effect daarbij is voldoende aanbod van betaalbare woningen in de drie dorpen.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Kwaliteit van leven en wonen liggen in elkaars verlengde. Vanuit Cittaslow gaat het bij dit beleidsveld om een kwalitatieve inrichting van de woon- en leefomgeving. Het lokale beleid is gericht op de persoonlijke omstandigheden van inwoners en verschillende doelgroepen in de gemeente. Bij de planvorming voor woningbouw zijn duurzaamheid, veiligheid en de bijdrage aan de vitaliteit van de dorpen belangrijke beleidsonderdelen.
Wat gaan we daarvoor doen? Met het woonbeleid beogen we het behoud van vitale dorpen door meer diversiteit te brengen in het woningaanbod en doorstroming te bevorderen. Concrete doelen/acties voor 2023 De raad heeft de huidige Woonagenda verlengd tot eind 2022. Momenteel staat er veel druk op de woningmarkt en is er vanuit zowel de Rijksoverheid als de Provinciale overheid nieuw beleid in voorbereiding. Ook binnen onze gemeente is er volop aandacht voor instrumenten om woningbouw voor de juiste doelgroep te realiseren. Wij blijven in 2023 intensief samenwerken met de woningcorporatie Wonen Midden-Delfland. Jaarlijks maken we prestatieafspraken met Wonen Midden-Delfland en de beide huurdersverenigingen. De huidige Huisvestingsverordening vervalt op 1 juli 2023. In 2023 zal daarom een besluit nodig zijn over een eventuele nieuwe verordening. Ook hierover is afstemming noodzakelijk met de provincie en met de andere gemeenten in de regio. In alle drie de dorpen worden woningen aan de voorraad toegevoegd. In Den Hoorn worden onder andere woningen opgeleverd aan de Woudselaan. Voor centrum Den Hoorn, De Kreek fase IV en
54
Equestrum worden de woningbouwplannen (verder) voorbereid. In Schipluiden zijn er onder andere plannen voor het toevoegen van woningen in het centrum, Keenenburg V. De planvoorbereiding en formele processen zijn opgestart. In Maasland komen er onder andere woningen bij in het centrum, in de bebouwde kom (Maaslandse Zoom) en op de Maaslandse Dam. Instrumenten - Te actualiseren Woonagenda 2023-2027 Raadsbesluit van 28 september 2021, betreft het besluit om het bestaande beleid van 30% sociaal nader uit te splitsen in 15% goedkope koop en 15% sociale huur, en minstens 10% van de nieuw toe te voegen woningen in het middeldure segment. -
Resultaten woonwensenonderzoek jongeren Omgevingsvisie 1.0 Visie Behoud door ontwikkeling (Vitale Dorpen 2025) Huisvestingsverordening Midden-Delfland 2019, te actualiseren in 2023 Vergunningen voor wijzigingen in de woonruimtevoorraad (splitsing, onttrekking, samenvoeging, omzetting, verbouwing tot twee of meer woonruimten). Gemeentelijk bod voor regionale nieuwe woningmarktafspraken Prestatieafspraken met Wonen Midden-Delfland Wet maatschappelijke ondersteuning en de voorzieningen die daarop gebaseerd zijn (wonen, zorg en welzijn) Bestuurlijke Tafel Wonen (de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking in de woningmarktregio Haaglanden) Anti-speculatiebeleid 2017 Beleidsnotitie Afkoop Sociale Woningbouw (gekoppeld aan Omgevingsvisie)
Wat mag het kosten? Beschikbare middelen
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten: Bouw- en woningtoezicht
1.065.459
1.244.708
1.408.513
1.244.724
1.082.515
1.087.197
Baten: Bouw- en woningtoezicht
950.740
1.037.748
1.469.586
1.457.962
575.475
159.563
Wijziging budget 2023 ten opzichte van 2022 Lasten Bouw- en woningtoezicht (€ 163.805) De toename is hoofdzakelijk het gevolg van een verschuiving van werkgeverslasten (€ 121.887). Hiernaast worden er hogere incidentele legesinkomsten verwacht, met als gevolg meer kosten voor het toetsen van bouwplannen. (€ 24.992) Het restant zit in de hogere toewijzing van onder andere automatiseringskosten (€ 10.636) en adviezen derden (€ 5.745). Baten Bouw- en woningtoezicht (€ 431.838) De toename op dit taakveld wordt voornamelijk veroorzaakt door een herziene planning met hogere incidentele bouwleges als gevolg (€ 428.379).
55
Beleidsveld grondzaken Beleidsdoel De gemeente wil een regierol vervullen bij ruimtelijke ontwikkelingen. Het grondbeleid is ondersteunend aan de beleidsvelden Midden-Delfland® 2025 en Vitale Dorpen in 2025.
Wat willen we bereiken? Gewenst maatschappelijk effect Het beschikbaar hebben van gronden, tegen (maatschappelijk) acceptabele kosten, voor de doeleinden van andere programma’s.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Het beleidsveld grondzaken heeft een indirecte relatie met Cittaslow. De grondexploitatie is gericht op het realiseren van voorafgaand geformuleerde doelstellingen vanuit andere beleidsvelden. Daarbij zijn de waarden van Cittaslow uitgangspunt, zoals het betrekken van inwoners, een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte, sociale woningbouw en duurzaam bouwen.
Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken Het volgens planning beschikbaar hebben van gronden voor de doeleinden van andere programma’s, zoals onderwijs en welzijn. De planningen zijn onderdeel van de door het college van B&W vastgestelde projectplannen. Concrete doelen/acties voor 2023 Ook is het voornemen om in 2023 de Nota Grondbeleid te actualiseren. Het huidige beleid is uit 2019. Input voor de actualisatie is deels afhankelijk van de actualisatie van de woonagenda. Binnen de looptijd van deze meerjarenbegroting willen wij gemiddeld 75 (tot ongeveer 100) woningen per jaar realiseren. Instrumenten - Nota Grondbeleid en jaarlijkse herziening grondexploitaties. Onder deze laatste vallen ook de bijbehorende risicoanalyse en het meerjarenprogramma grondexploitaties (ontwikkeling reserve grondexploitaties). - Deelname aan de gemeenschappelijke regeling Bedrijvenschap Harnaschpolder.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Met de deelname aan Bedrijvenschap Harnaschpolder wordt onder meer beoogd de werkgelegenheid en de lokale en regionale economie een impuls te geven, een kwalitatieve invulling te geven aan het bedrijventerrein en zorg te dragen voor de beleidsmatige afstemming met de woningbouw in de Harnaschpolder.
Wat mag het kosten? Beschikbare middelen
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Lasten: Grondexploitatie
4.835.509
3.687.980
1.822.943
2.662.157
1.775.083
1.643.229
Baten: Grondexploitatie
9.530.031
4.807.314
2.991.236
3.845.395
2.739.079
2.575.357
Wijziging budget 2023 ten opzichte van 2022
56
De lasten binnen het taakveld grondexploitaties zijn gebaseerd op de prognose van de werkzaamheden (in-en extern) ten aanzien van de grondexploitaties voor de komende jaren. Deze lasten worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting. Het saldo tussen de lasten en baten (€ 1.168.293) betreft de (netto) opbrengst uit erfpacht. Mutaties reserve Mutaties reserve
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal lasten Totaal baten
2.503.380 1.010.443
7.878 642.225
17.455 0
17.717 0
17.983 0
18.253 0
Wijzigingen reserves 2023 ten opzichte van 2022 Baten € - 642.225 Uit de algemene reserve wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: € 80.100 -Herontwikkeling locatie Hoornbloem € 429.971 -Doorschuifbudget ruimte en omgeving € 94.500 -Herinrichting Centrum Schipluiden uit 4e PBW 2021 € 37.654 -Doorschuifbudget Omgevingswet
57
Overzicht van algemene dekkingsmiddelen Het overzicht algemene dekkingsmiddelen is geen (beleids)programma en heeft daardoor een aparte plaats. De financiële middelen in al hun verschijningsvormen zijn dienstbaar aan het beleid. Tegelijkertijd zijn de financiële middelen de randvoorwaarden voor het te voeren beleid. Daarbij wordt een evenwicht gezocht tussen ambities en mogelijkheden. In algemene termen kan gesteld worden dat het financiële beleid erop gericht is op korte en lange termijn te voorzien in voldoende financiële middelen om mogelijkheden en ambities met elkaar in evenwicht te houden. Omdat de voorgeschreven meerjarencijfers niet verder gaan dan het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren is een financieel perspectief opgesteld voor de langere termijn (zie Financieel meerjarenperspectief). In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen toegelicht. Tabel Algemene dekkingsmiddelen (in €) OZB Algemene uitkering Dividenden Rente uitzettingen > 1 jaar Opbrengsten grondverkopen Vennootschapsbelasting Onvoorzien Overige eigen middelen Subtotaal Saldo financieringsfunctie Totaal algemene dekkingsmiddelen
2023
2022
6.214.366 26.148.345 1.560.500 735.640 15.000 0 6.000 0 34.679.851 -950.985 33.728.866
5.760.800 22.748.518 1.968.500 735.640 15.000 0 6.000 0 31.213.458 -921.759
30.312.699
De gemeentelijke heffingen, ook wel lokale heffingen genoemd, vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffing die bij de algemene dekkingsmiddelen hoort, is de OZB. Daarnaast zijn er nog heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen worden gerekend. Deze zijn opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
Onroerendzaakbelasting Vanaf 2022 stelt de gemeenteraad jaarlijks de tarieven van de OZB vaststelt. Uitgangspunt nu is een verhoging van de OZB-opbrengsten met 3%. Zo ontstaat naast een evenwichtige ontwikkeling van de opbrengst, ook een evenwichtige lokale lastendruk. De WOZ-waarde wordt bepaald aan de hand van gerealiseerde verkoopcijfers. De waardeontwikkeling wordt pas in de loop van een jaar duidelijk. Gebruik van landelijke cijfers is niet gewenst, omdat deze afwijken van de situatie in Midden-Delfland. Voorlopig wordt voor de woningen voor 2023 de verwachte marktontwikkeling van 10% aangehouden. Bij een hogere stijging van de WOZ-waarden zullen de tarieven zodanig verder worden verlaagd dat de meeropbrengst niet meer dan 3% bedraagt. In de volgende tabel staan de OZB-tarieven. OZB – tarieven Tarief eigenaren woningen Tarief eigenaren niet-woningen Tarief gebruikers niet-woningen
2022
2023
2024
2025
2026
0,1171% 0,2335% 0,1676%
0,1183% 0,2405% 0,1726%
0,1219% 0,2477% 0,1778%
0,1256% 0,2552% 0,1831%
0,1293% 0,2628% 0,1886%
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van de onroerende zaken. Gemeenten die binnen de grenzen hooggewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere algemene uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed.
58
Van de waarde van de woningen wordt 80% meegerekend. Van de waarde van niet-woningen 70%. Op de uitkomsten daarvan wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is afgeleid van het landelijke gemiddelde OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt als ‘eigen inkomstenmaatstaf’ afgetrokken van de algemene uitkering van de betreffende gemeente. Een hogere totale WOZ-waarde leidt hiermee dus ook tot een hogere korting op de algemene uitkering. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft overigens geen effect op deze aftrekpost.
Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2022. De berekeningen van de algemene uitkering voor de begroting 2023-2026 zijn met behulp van de meicirculaire 2021 gemaakt. In onderstaande tabel ziet u het verschil met de ramingen zoals gemaakt voor de begroting 2022-2025. Raming algemene uitkering Begroting 2023 – 2026 Begroting 2022 – 2025 Verschil
2023
2024
2025
2026
26.148.345 22.766.338 3.382.007
27.068.158 23.137.601 3.930.557
28.613.710 23.714.866 4.898.844
27.113.979 N.v.t. *
(*) 2026 was nog niet begroot. Daar kan geen verschil voor worden berekend.
Dividenden De gemeente ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit bij de Bank Nederlandse Gemeenten, Waterbedrijf Evides en Westland Infra. Voor het dividend van JUVA wordt uitgegaan van een structureel lagere uitkering, gegeven het meerjarenplan van JUVA, de noodzakelijke investeringen en de ontwikkeling van de solvabiliteit. Gegeven de zeer volatiele situatie op de energiemarkt, de prijsontwikkeling en de lagere omzet is voor 2023 (gegeven de te verwachten resultaten in 2022) een dividenduitkering onzeker.
Bank Nederlandse Gemeenten Juva N.V. Waterbedrijf Evides Totaal
2023
2022
62.500 1.360.000 138.000 1.560.500
1.768.000 138.000
62.500
1.968.500
Rente uitzettingen langer dan 1 jaar Het betreft hier de rente die verkregen wordt van het langdurig uitgezette deel van de Nutsreserve (€ 735.640). Daarnaast wordt rendement gemaakt door de uitgifte van grond in erfpacht, welk (deels) wordt gefinancierd uit eigen overtollige financiële middelen.
Saldo financieringsfunctie De gemeente heeft ter financiering van haar activiteiten in totaal € 73.241.346 aan langlopende geldleningen aangetrokken (saldo 1-1-2023). Het saldo van de totale werkelijk betaalde rentelasten is hoger dan het saldo van de verdeelde rentelasten over de boekwaarde van de investeringen op basis van een rente omslagpercentage van 0%. Dit levert een last van € 904.593 (werkelijke rente) op in de begroting van 2023. Daar komt een toevoeging van rentes aan de reserves bij van € 46.392. Per saldo komt de financieringsfunctie uit op een nadelig resultaat van € 950.985.
Onvoorzien De raming van de post onvoorzien is bedoeld voor de dekking van niet voorzienbare uitgaven. Bij gemeenten die een sluitende begroting hebben, is de post onvoorzien meestal het positieve begrotingssaldo dat door de raad als dekkingsmiddel kan worden ingezet. In Midden-Delfland is dat zoals bekend niet het geval. In onze begroting is een bedrag voor onvoorziene uitgaven opgenomen van € 6.000 voor 2023.
59
Heffing vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is de gemeente vennootschapsplichtig. Dit betekent dat voor elke activiteit van de gemeente beoordeeld wordt of er aan de ondernemingscriteria volgens deze wet wordt voldaan. Als dit het geval is, wordt de gemeente per activiteit door de belastingdienst aangeslagen voor 25% van het saldo batig (uitgaven minus inkomsten). Tot nu toe voldoet de gemeente Midden-Delfland niet aan de ondernemerscriteria voor de Vpbplicht. Er zijn echter nog ontwikkelingen in de regelgeving die een onzekere factor vormen. Mocht de gemeente hierdoor aan de ondernemerscriteria gaan voldoen zal het nadeel gering zijn.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Het dienen van het maatschappelijk belang bindt de bank met de gemeente. Daarom houdt de gemeente een beperkt aantal aandelen in de bank. Met de deelname aan Juva N.V. is een ongestoorde levering van gas en elektriciteit aan burgers en bedrijven binnen de gemeente gegarandeerd. Het doel van Evides is het altijd kunnen leveren van schoon en hoogwaardig drinkwater en het continu beschikbaar hebben van industriewater dat aan strenge normen voldoen. Voor de bovenstaande partijen geldt dat er naast het maatschappelijk belang eveneens sprake is van een financieel belang voor de gemeente. De jaarlijkse winstuitkeringen (dividend) vormt een relevante inkomstenpost.
Wat mag het kosten? Beschikbare middelen Lasten: Treasury Algemene uitkering Algemene baten en lasten OZB-woningen OZB niet woningen Baten: Treasury Algemene uitkering Algemene baten en lasten OZB-woningen OZB niet woningen
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
943.872 0 0
924.152 0 6.000
950.985 0 6.000
946.990 0 6.000
932.627 0 6.000
922.675 0 6.000
453.561 55.909
446.232 0
454.890 0
457.812 0
461.925 0
465.266 0
3.740.035 22.638.149 0
3.633.484 23.747.004 0
3.199.714 26.148.345 0
3.210.032 27.068.158 0
3.246.560 28.613.710 0
3.243.054 27.113.979 0
3.690.427 1.926.059
3.785.961 1.974.839
4.033.346 2.181.020
4.264.545 2.248.833
4.390.682 2.322.174
4.533.007 2.397.908
Wijziging budget 2023 ten opzichte van 2022 Lasten Treasury (€ 26.833) De oorzaak van deze aframing is een stijging van de te betalen rente voor langlopende leningen. Baten Treasury (€ -433.770) De dividenduitkering van JUVA is naar verwachting vanaf 2023 structureel lager (€ -408.000), over een uitkering in het jaar 2023 is vanwege de huidige marktomstandigheden nog onzekerheid. Algemene uitkering (€ 2.401.341) De berekeningen van de algemene uitkering voor de begroting 2023-2026 zijn met behulp van de meicirculaire 2022 gemaakt. Hierin is de herverdeling van het gemeentefonds verwerkt en de extra toegezegde Rijksmiddelen voor diverse onderwerpen. Voor onze gemeente pakt dit fors voordeliger uit. Voor het jaar 2026 echter moet worden uitgegaan van een veel lagere uitkering (ca. € 1,5 mln. minder dan 2025) op basis van het huidige kabinetsbeleid.
60
OZB-woningen (€ 247.385) en OZB niet-woningen (€ 206.181) Uitgangspunt is een verhoging van de OZB-opbrengsten met 3% per jaar voor zowel woningen als niet-woningen, zoals reeds in de Begroting 2021-2024 in de ramingen is opgenomen. Daarnaast wordt de hogere opbrengst veroorzaakt door waardestijging en areaaluitbreiding.
Mutaties reserve Mutaties reserve
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal lasten Totaal baten
2.279.154 854.332
504.750 1.548.893
152 811.257
151 529.900
154 499.009
156 477.624
Wijzigingen reserves 2023 ten opzichte van 2022 Baten € - 504.598 In de algemene reserve wordt in 2022 de volgende incidentele stortingen gedaan: -Septembercirculaire
€
500.207
Lasten € - 737.636 Uit de reserve investeringsprogramma wordt in 2023 de volgende incidentele onttrekking gedaan: -Kwaliteitsimpuls ambtelijke organisatie
€
270.556
Uit de reserve ontwikkeling Harnaschpolder wordt in 2023 de volgende incidentele onttrekking gedaan: -Gemeentelijke bestuurskosten 2023
€
61.473
Het overige verschil wordt verklaard door diverse mutaties onder de € 25.000.
Uit de algemene reserve wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: -Onttrekking AR sluitende begroting 2022 vanuit 2021-2024 € 603.428 -Terugdraai onttrekking begrotingstekort 2022 € -162.511 -Septembercirculaire 2020 € -42.638 -Septembercirculaire 2021 € -398.279 -Doorschuifbudget OZB woningen € 50.000 -Saldo 1e PBGW 2022 € 947.403 Uit de reserve ontwikkeling Harnaschpolder wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekking gedaan: -Gemeentelijke bestuurskosten Het overige verschil wordt verklaard door diverse mutaties onder de € 25.000.
61
€
71.473
Overzicht van de kosten Overhead In het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden baten en lasten van de overhead niet meer onder de afzonderlijke programma’s geregistreerd, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld. Hiermee vervalt de noodzaak van een complexe en veelal ondoorzichtige kostentoerekening aan alle gemeentelijke taken en activiteiten. Hiermee wint de begroting en verantwoording aan transparantie. De gemeenteraad kan beter sturen op de bedrijfsvoering. Bovendien kan door het hanteren van een eenduidige systematiek een betere vergelijking worden gemaakt met andere gemeenten. Om te voorkomen dat er verschillen gaan optreden in de wijze van toerekening van overhead is een algemene definitie van overhead voorgeschreven: Alle bedrijfskosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. Volgens deze nieuwe methodiek wordt in de begroting en verantwoording niet meer gerekend met de integrale kostprijs. In een aantal gevallen speelt het hanteren van een integrale kostprijs nog wel een rol. Dit om te voorkomen dat dit voor deze gevallen leidt tot een tekort in de begroting.
Als voorbeelden kunnen worden genoemd: de grondexploitaties, investering en andere (subsidie)trajecten, die gepaard gaan met activering en afschrijving, waar vaak specifieke dekkingsposten voor bestaan. Voor deze gevallen is het toerekenen van overhead en (eventueel) rente wel toegestaan. Ten aanzien van taken/activiteiten en daarmee samenhangende diensten waarvoor kostendekkende tarieven berekend mogen worden (bijvoorbeeld afval en riolering), geldt dat het niet meenemen van overhead betekent dat voor die producten een positief resultaat kan ontstaan. Dit komt doordat gemeenten overhead wel mogen meenemen in de berekening van de tarieven. Om die reden is in het gewijzigde BBV de verplichting opgenomen om in de paragraaf lokale heffingen toe te lichten hoe de algemene overhead zich verhoudt tot taken/activiteiten/heffingen volgens een nader omschreven systematiek. Hieronder volgt in lijn met het format van onze begroting het overzicht van de overhead:
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen?
Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling archiefbeheer Midden-Delfland wordt beoogd op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke verplichtingen als bedoeld in de Archiefwet 1995.
62
Wat mag het kosten? Beschikbare middelen Lasten: Overhead ambtelijke organisatie Overhead voorlichting en informatievoorziening Overhead buitendienst Overhead bestuursondersteuning Beschikbare middelen Baten: Overhead ambtelijke organisatie Overhead voorlichting en informatievoorziening Overhead buitendienst Overhead bestuursondersteuning
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
5.785.557
5.871.243
6.088.133
5.961.599
5.872.011
5.841.539
2.298.440
2.284.395
2.196.295
2.174.985
2.325.955
2.391.003
253.662
117.765
141.422
159.767
150.021
152.021
685.865
847.233
816.272
817.407
818.707
819.807
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
213.819
140.921
154.619
156.451
158.551
160.051
73.697
0
0
0
0
0
2.014
0
0
0
0
0
266
2.250
2.250
2.250
2.250
2.250
Wijziging budget 2023 ten opzichte van 2022 Lasten Overhead ambtelijke organisatie (€ 216.890) Het verschil op deze post kent meerdere oorzaken. Enerzijds is er een verhoging van de werkgeverslasten. Dit komt door de verwachtte cao-stijging (€ 120.000) en een verschuiving van werkgeverslasten (€ 90.000). Overhead voorlichting en informatievoorziening (€ -88.100) Het verschil op deze post wordt voornamelijk verklaard door de hogere kapitaallasten (€ 130.000) en een verlaging van de werkgeverslasten (€ 225.000) Overhead bestuursondersteuning (€ -30.961) Dit verschil kent meerdere oorzaken. Enerzijds is er sprake van een vermindering van werkgeverslasten (€ - 19.000). Anderzijds zijn er hogere kosten door een kwaliteitstoets (€ 25.000) en het afscheid van de Burgemeester en wethouders (€ 25.000).
Maatsch./Ec. nut.
Overzicht investeringen begroting 2022-2025 Omschrijving investering:
2023
2024
Vervangen VW Crafte Pick-up V-590DH 2024 Vervanging installaties gemeentehuis 2024 Vervanging installaties gemeentehuis 2023 Schilderwerk gemeentehuis 2025
2025
2026
54.000
E
25.000
E
31.515
E 140.000
63
E
Informatiebeleidsplan Basisregistraties BAG, BGT, WOZ en BRT Oracle migratie 2024 Vervanging hardware MTC's en randapparatuur 2025 Vervanging mobiele telefoons 2025 Upgrade office 365 2025 Vervanging Centric applicaties naar SaaS 2022 Totaal:
25.000
25.000
25.000
E
10.000
10.000
50.000
E
50.000
E 300.000
E
80.000 20.000
E E E
90.000
90.000
90.000
156.515
254.000
705.000
0
Mutaties reserve Mutaties reserve
Rekening 2021
2022
2023
2024
2025
2026
Totaal lasten Totaal baten
689.048 1.357.217
118.889 435.812
0 41.829
0 81.333
0 0
0 0
Wijzigingen reserves 2023 ten opzichte van 2022 Lasten € - 118.889 In de algemene reserve wordt in 2022 de volgende incidentele storting gedaan -Voordeel kapitaallasten vanuit jaarrekening 2021
€
118.889
Baten € - 393.983 Uit de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: -Onderhoudsbudget Huisvesting Schipluiden
€
35.000
Uit de algemene reserve wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: -Frictiekosten OO-traject € -Aanbestedingsvoordeel onderhoud gemeentehuis € -Visie 2040 € -Nieuwe raad 2022 € -Doorschuifbudget Overhead € -Voorgeschoten kosten later verrekening rijk € -Doorschuifbudget inzet Centric €
60.000 -50.000 25.000 25.000 58.000 100.000 25.263
Uit de reserve afwikkeling complexen wordt in 2022 de volgende incidentele onttrekking gedaan: -Aansluiting Boumare op de BG Enzerinksingel € 100.000 Het overige verschil wordt verklaard door diverse mutaties onder de € 25.000.
64
3. Paragrafen
65
3. 1. Lokale heffingen De gemeentelijke belastingen vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. Van deze lokale heffingen horen de onroerendezaakbelastingen (OZB) en de toeristenbelasting bij de algemene dekkingsmiddelen. Daarnaast zijn er heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen behoren. Afvalstoffenheffing en rioolheffing zijn hiervan de voornaamste twee.
Nota lokale heffingen De raad stelde op grond van de ‘Financiële verordening gemeente Midden-Delfland’ op 26 april 2016 de nota Lokale heffingen Midden-Delfland 2016 vast. Deze nota beschrijft de samenstelling van de gemeentelijke belastingen en heffingen. Ook andere zaken die nauw samenhangen met de heffing en inning van deze belastingen en heffingen staan in de nota. In deze paragraaf beschrijven wij de actuele stand van zaken.
Onroerendezaakbelastingen (OZB) De grondslag van de OZB is de waarde van de onroerende zaken in de gemeente. De OZB bestaat uit een eigenarenbelasting voor woningen en niet-woningen en een gebruikersbelasting voor nietwoningen. Voor de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) worden de onroerende zaken jaarlijks getaxeerd. Voor het belastingjaar 2023 geldt de waarde van peildatum 1 januari 2022. De Waarderingskamer controleert en beoordeelt gemeenten op de uitvoering van de Wet WOZ. In 2018 heeft de Waarderingskamer haar algemeen oordeel voor Midden-Delfland gewijzigd in 5 sterren. Gemeenten die meerdere jaren stabiel oordeel ‘goed’ hebben (4 sterren), krijgen een extra ster. In augustus 2022 heeft de Waarderingskamer laten weten het algemeen oordeel blijft staan op 5 sterren. Wederom een fijne waardering voor de inzet, betrokkenheid en enthousiasme van de medewerkers van het team Belastingen. De Waarderingskamer heeft besloten om per 1 januari 2022 alle gemeenten en uitvoeringsorganisaties de woningen verplicht te laten taxeren op basis van de gebruikersoppervlakte in plaats van op inhoud. De belangrijkste reden hiervoor is dat dit beter aansluit bij de markt. In de verkoopadvertenties wordt bijv. melding gemaakt van de gebruiksoppervlakte van woningen. Daarnaast wordt de gebruikersoppervlakte ook gebruikt in de basisregistraties.
Ook Midden-Delfland gaat over van kubieke meters naar vierkante meters in de WOZadministratie. Hierbij wordt uitgegaan van de criteria die de Waarderingskamer hanteert. Een projectgroep is bezig met de werkzaamheden hiervoor. In 2020 is een benchmark woonlasten ingevoerd. Naast de OZB worden hierin ook de riool- en afvalstoffenheffing vergeleken. Door vergelijking van de gemeentelijke woonlasten en de tariefontwikkeling met landelijke en provinciale gemiddelden, moeten de onderlinge verschillen tussen gemeenten inzichtelijker worden. Ook is het de bedoeling dat de benchmark het lokale debat over de keuzes voor ontwikkelingen, zoals de stijging van de lasten, bevordert. Met ingang van begrotingsjaar 2022 stelt de gemeenteraad jaarlijks de tarieven van de OZB vast. Gebaseerd op een verhoging van de OZB-opbrengsten met 3% per jaar, zoals reeds in de Begroting 2021-2024 in de ramingen is opgenomen. Het uitgangspunt is zo weer een evenwichtige ontwikkeling van de totale opbrengst geworden en niet de (nu sterk stijgende) marktontwikkeling van de onroerende zaken die leidt tot een relatief hogere lastendruk voor de belastingbetalers. De WOZ-waarde wordt bepaald aan de hand van gerealiseerde verkoopcijfers. De waardeontwikkeling wordt pas in de loop van een jaar duidelijk. Gebruik van landelijke cijfers is niet gewenst, omdat deze afwijken van de situatie in Midden-Delfland.
Voorlopig wordt voor de woningen voor 2023 de verwachte marktontwikkeling van 10% aangehouden. Alhoewel er nog steeds sprake is van stijgende prijzen op de woningmarkt is onduidelijk hoe en of deze ontwikkeling zich voort zal zetten.
66
In de volgende tabel staan de OZB-tarieven. OZB – tarieven* Tarief eigenaren woningen Tarief eigenaren niet-woningen Tarief gebruikers nietwoningen
2022
2023
2024
2025
2026
0,1171% 0,2335% 0,1676%
0,1183% 0,2405% 0,1726%
0,1219% 0,2477% 0,1778%
0,1256% 0,2552% 0,1831%
0,1293% 0,2628% 0,1886%
* Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de waardeontwikkeling van het vastgoed en uitgaande van een opbrengststijging van 3% per jaar. De tariefstijging in deze tabel is 3% per jaar (bij een fictieve waardeontwikkeling van 0%). Wanneer de waardeontwikkeling > 0% per jaar is, worden de tarieven naar beneden bijgesteld en vice versa.
Hierna wordt de lastendruk weergegeven op basis van het huidige beleid en op basis van onze voorstellen. Lastendruk bij huidig beleid Uitgangspunten: * eigen woning WOZ-waarde € 380.000 (2022), € 418.000 (2023) * meerpersoonshuishouden Belasting Stijging 2022 2023 OZB-eigenaar 3% € 444,00 € 457,32 Afvalstoffenheffing -4% € 358,20 € 344,42 Rioolheffing 0% € 209,40 € 209,40 Totaal € 1.011,60 € 1.011,14 Een huishouden zonder eigen woning betaalt geen OZB-eigenaar, de totale lastendruk voor huurders is dus lager.
Toeristenbelasting In december 2021 is de gemeenteraad geïnformeerd over het principebesluit om met ingang van 1 januari 2023 toeristenbelasting te gaan heffen. Door vaststelling van de verordening Toeristenbelasting Midden-Delfland 2023 in de raadsvergadering van 25 oktober 2022 is dit voornemen geformaliseerd. Met het heffen van toeristenbelasting wordt beoogd extra inkomsten te generen waarmee onder meer een bijdrage kan worden geleverd aan ‘Midden-Delfland’. De opbrengsten blijven door toevoeging aan de Bestemmingsreserve Midden-Delfland beschikbaar voor dit doel. De tarieven voor 2023 bedragen € 0,85 voor een overnachting op een camping (in een kampeermiddel) en € 1,25 voor een overnachting in de overige accommodaties. Deze tarieven worden niet jaarlijks, maar om de drie jaar herzien. De verwachte opbrengst in 2023 bedraagt op basis van deze tarieven € 100.000 - € 125.000.
Afvalstoffenheffing Uitgangspunt van de afvalstoffenheffing is de kosten van de afvalinzameling en -verwerking voor 100% te dekken door de opbrengst van de afvalstoffenheffing. Door nieuwe ontwikkelingen (invoering zijbelading, andere wijze ophalen oud papier) was het mogelijk om het tarief voor de afvalstoffenheffing in 2022 te laten dalen met circa 4% ten opzichte van 2021. Op basis van de geactualiseerde kostenraming van Avalex kan de afvalstoffenheffing in 2023 nog eens met 4% verlaagd worden ten opzichte van 2022. Voor de jaren 2024 t/m 2026 wordt op basis van ongewijzigd beleid uitgegaan van gelijkblijvende tarieven. Bij elke nieuwe begroting wordt dit getoetst aan het uitgangspunt van 100% kostendekking. Vanaf 2021 is een uitsplitsing van de inkomsten uit afvalinzameling opgenomen in de ‘Begroting in één oogopslag’. Het gaat hierbij om de inzameling glas, papier/karton en PMD. Het totaaloverzicht van de inkomsten afvalinzameling begroot voor 2023 is als volgt:
67
Uitsplitsing inkomsten uit afvalinzameling
Rekening 2021
Afvalstoffenheffing Afvalinzameling Inzameling glas Inzameling karton Inzameling PMD Inzameling overige
2.753.307
Begroot 2022
Begroot 2023
2.692.000
2.511.795
160.000 20.000 2.000 138.000
228.500 19.000 21.500 188.000
234.000 6.000 90.000 129.000 9.000
In de volgende tabel staan de tarieven voor 2022 tot en met 2026. Afvalstoffenheffing Tarief meerpersoonshuishouden Tarief eenpersoonshuishouden
2022
2023
2024
2025
2026
€ 358,20 € 270,00
€ 343,90 € 259,20
€ 343,90 € 259,20
€ 343,90 € 259,20
€ 343,90 € 259,20
Kostendekking en egalisatievoorziening afvalstoffenheffing Verloop egalisatievoorziening afvalstoffenheffing Stand per 1 januari Onttrekking/storting Stand per 31 december
2023
2024
2025
2026
251.823 -80.394 171.429
171.429 -76.846 94.583
94.583 -49.089 45.494
45.494 -72.869 -27.375*
* Indien het resultaat van de DVO 2022 cijfermatig verwerkt wordt in 2022, ontstaat een positief saldo.
Rioolheffing De opbrengsten van deze heffing dekken de lasten van het rioolstelsel. De kosten van de uitvoering van het gemeentelijke rioleringsplan en het daarmee samenhangende investeringsschema zijn verwerkt in programma 3 Beheer, Verkeer en Milieu. Voor een goede inschatting van de kosten is een kostendekkingsplan (KDP) gemaakt. Dit KDP is vorig jaar geactualiseerd. Het tarief voor de rioolheffing voor 2022 is gedaald met 8% ten opzichte van 2021. Voor 2023 en volgende jaren wordt voorlopig hetzelfde tarief aangehouden. Bij elke nieuwe begroting wordt dit getoetst aan het uitgangspunt van 100% kostendekking. In de volgende tabel staan de tarieven voor 2022 tot en met 2026. Rioolheffing
2022
2023
2024
2025
2026
Tarief
209,40
209,40
209,40
209,40
209,40
Kostendekking en egalisatievoorziening rioolheffing De totale kosten voor riolering, inclusief BTW, worden geraamd op € 1.887.283. De totale opbrengst uit rioolheffing en overige baten riolering bedragen € 1.760.683. Het dekkingspercentage voor de rioolheffing is minder dan 100. Het bedrag onder de 100% onttrekken wij aan de egalisatievoorziening. Deze wordt ook ingezet voor toekomstige investeringen. De volgende tabel verduidelijkt het verloop van de egalisatievoorziening. Verloop egalisatievoorziening rioolheffing Stand per 1 januari Onttrekking/storting Stand per 31 december
2023
2024
2025
2026
7.312.068 -126.600 7.185.468
7.185.468 -181.171 7.004.297
7.005.297 -150.443 6.853.854
6.856.854 -223.898 6.629.956
Kwijtscheldingsbeleid De gemeente voert een actief kwijtscheldingsbeleid. Op het aanslagbiljet staat informatie over de kwijtscheldingsmogelijkheid en de procedure voor het verkrijgen van kwijtschelding. Beoordeling van een verzoek gebeurt op basis van het vermogen en het netto besteedbare inkomen van de volledige huishouding.
68
Bij een eerste verzoek om kwijtschelding worden relevante gegevens automatisch getoetst bij de Belastingdienst, het Uitvoeringsinstituut Werknemers Verzekeringen (UWV) en de Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW). Blijkt uit deze toetsing dat belastingplichtige in aanmerking komt voor kwijtschelding, dan krijgt hij dat meteen. Aanvullende gegevens van de belastingplichtige zijn dan niet nodig. Voor belastingplichtigen die daar toestemming voor geven, worden ook in de komende jaren de relevante gegevens automatisch getoetst. Het invullen van een kwijtscheldingsformulier is dan niet nodig. Kwijtschelding kan tot 100% worden toegekend voor de afvalstoffen- en de rioolheffing. In de begroting 2023-2026 is rekening gehouden met kwijtschelding tot de volgende bedragen. Verloop kwijtscheldingsbeleid Afvalstoffenheffing Rioolheffing Totale kwijtschelding
2023
2024
2025
2026
62.820 41.880 104.700
62.820 41.880 104.700
62.820 41.880 104.700
62.820 41.880 104.700
De meerjarige kosten blijven gelijk vanwege de gelijkblijvende tarieven voor afvalstoffenheffing en rioolheffing. Door de huidige economische omstandigheden is het denkbaar dat de bedragen voor kwijtschelding zullen stijgen. Omdat dit op voorhand moeilijk te ramen is zullen wij dit in de loop van het jaar nauwgezet monitoren en indien nodig tijdens het jaar in de PBW’s opnemen.
Opbrengst leges en belastingen De komende jaren verwachten wij opbrengsten voor leges en belastingen. Deze opbrengsten zijn in de meerjarenbegroting verwerkt. Overzicht geraamde inkomsten
2023
2024
2025
2026
Leges inzake vergunningen/ ontheffingen Burgerlijke stand Rijbewijzen en reisdocumenten Leges gehandicaptenparkeerkaarten BRP Overige leges burgerzaken Bruggelden Bijzondere transporten Verhaal kosten welstandstoezicht Volkshuisvesting Monumenten Afvalstoffenheffing Bouwleges Rioolheffing Algemene plaatselijke verordening OZB Begrafenisrechten Totaal
13.640
13.980
14.303
13.200
59.768 120.354
61.154 293.236
62.587 311.236
63.800 346.236
6.420
6.600
6.800
6.900
4.296 9.292 5.000 2.630 29.641
4.400 9.600 5.000 2.700 27.130
4.500 9.800 5.000 2.800 27.800
4.600 9.900 5.000 2.900 28.400
108 1.357 2.511.795 1.437.016 1.738.439 12.519
110 1.400 2.548.267 1.427.822 1.761.264 12.800
112 1.400 2.584.740 544.563 1.815.813 13.100
114 1.400 2.591.463 127.949 1.793.093 13.400
6.214.366 64.152 12.230.793
6.513.378 65.700 12.754.541
6.712.856 67.300 12.184.710
6.930.915 68.600 12.007.870
Nieuwe begrotingsvoorschriften en kostenonderbouwing heffingen
Met ingang van 1 januari 2017 zijn de begrotingsvoorschriften in het Besluit Begroting en Verantwoording Provincies en Gemeenten (BBV) aangepast. Deze wijziging heeft ook invloed op de berekening van de kostenonderbouwing van gemeentelijke heffingen. Door deze aanpassing is de methode waarmee overhead kan worden toegerekend gewijzigd. Dit zorgt voor hogere toe te rekenen bedragen aan overhead bij de diverse heffingen. De overhead is bepaald als percentage van de toe te rekenen werkgeverslasten op een taakveld. Dit percentage bedraagt 98%. Dit betekent dat wanneer een bedrag aan werkgeverslasten als
69
directe kosten aan de heffing wordt toegerekend, 98% van de werkgeverslasten van dit taakveld als overhead wordt toegerekend. Bij de rioolheffing is op een andere wijze de overhead toegerekend. Hier is de overhead als percentage van alle lasten op alle taakvelden (exclusief overhead) gebruikt. Dit heeft als reden dat de rioolheffing vooral kapitaalintensief is. Bij een toerekening op basis van de werkgeverslasten zou er relatief weinig overhead toegerekend worden.
Beleidsuitgangspunten Gemeentelijke heffingen De gemeentelijke heffingen die Midden-Delfland kent zijn onroerendezaakbelasting (OZB), afvalstoffenheffing, rioolheffing, toeristenbelasting, begrafenisrechten en leges. Bij deze heffingen, behalve de OZB en toeristenbelasting, mogen de geraamde opbrengsten de geraamde lasten niet overstijgen. In deze aanvulling vindt u de kostendekkendheidspercentages van de verschillende heffingen.
Kostendekkendheid afvalstoffenheffing Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. Heffingen
€ €
2.174.557 -40.000
Netto kosten taakveld
€
2.134.557
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
53.345 439.642
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
2.627.545 2.511.795
Dekkingspercentage
95,59%
Bij de kosten voor dit taakveld zijn de kosten (gedeeltelijk) meegenomen van: - Straatvegen, dit houdt de openbare ruimte vrij van veeg- en zwerfafval. - Kwijtschelding van de afvalstoffenheffing. - Kosten van toezicht en handhaving van de aanbiedingsregels. - Kosten van het taakveld afval.
Kostendekkendheid rioolheffing Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
1.474.806 -22.244
Netto kosten taakveld
€
1.452.562
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
328.345 191.020
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
1.971.928 1.738.439
Dekkingspercentage
88,16%
Bij de kosten voor dit taakveld zijn de kosten (gedeeltelijk) meegenomen van:
70
- Aanleg en onderhoud van openbaar water, vijvers en kleine watergangen. - De kosten van het schoonhouden en onderhouden van taluds. Een deel van deze kosten is toe te rekenen aan de gemeentelijke watertaken. - Straatvegen, het bladafval zorgt voor verstoppingen van kolken. Straatvegen voorkomt dit. - Kwijtschelding van de rioolheffing. - Kosten van het taakveld riolering.
Kostendekkendheid legesverordening De tarieventabel bij de legesverordening bestaat uit drie titels. De eerste titel bevat de algemene dienstverlening, zoals bijvoorbeeld het verstrekken van een paspoort. De tweede titel bevat de dienstverlening die samenhangt met de omgevingsvergunning en de derde titel de dienstverlening die valt onder de Europese dienstenrichtlijn. Hieronder vindt u eerst de kostendekking van de gehele legesverordening. Daarna volgt een overzicht per titel. Totaal: Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
1.241.172 -7.982
Netto kosten taakveld
€
1.233.190
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
626.061 110.649
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
1.969.900 1.697.433
Dekkingspercentage
86,17%
Titel 1 Algemene dienstverlening Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
148.114 -1.617
Netto kosten taakveld
€
146.497
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
49.408 18.167
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
214.071 212.137
Dekkingspercentage
99,1%
Titel 2 Dienstverlening omgevingsvergunning Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
994.979 -
Netto kosten taakveld
€
994.979
Toe te rekenen kosten:
71
Overhead BTW
€ €
489.602 90.485
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
1.575.066 1.469.853
Dekkingspercentage
93,32%
Titel 3 Dienstverlening Europese dienstenrichtlijn Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
98.079 -6.365
Netto kosten taakveld
€
91.714
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
87.051 1.997
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
180.763 15.443
Dekkingspercentage
8,54%
Er is sprake van kruissubsidiëring tussen de verschillende titels doordat er sprake is van verschillende dekkingspercentages. Dit is echter geen bewuste beleidskeuze. Het uitgangspunt is een titel maximaal 100% kostendekkend te maken. Er is dus geen sprake van bewust meer dan 100% opbrengst op een titel genereren om met deze opbrengst de lasten op een andere titel te dekken. Bij de leges omgevingsvergunning (titel 2) is er wel sprake van kruissubsidiëring tussen de onderdelen. Door de manier waarop de tarieven zijn opgebouwd kost een bouwvergunning voor bijvoorbeeld een dakkapel meer dan deze aan leges opbrengt. Bij grotere bouwprojecten is dit andersom. Dit is een bewuste keuze. Hierdoor blijven vergunningen voor kleine verbouwingen van de burger betaalbaar. Bij het bepalen van de toe te rekenen kosten en overhead is gebruik gemaakt van de handreiking van de VNG. Omdat dit om nieuwe regelgeving gaat en er nog ontwikkelingen zijn in de uitleg hiervan kunnen er de komende tijd nog wijzigingen optreden. Het kan daarom voorkomen dat de toe te rekenen overhead dit jaar afwijkt van de in komende jaren toe te rekenen overhead.
Kostendekkendheid begrafenisrechten Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
210.129 -
Netto kosten taakveld
€
210.129
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
115.369 -
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
325.498 144.304
Dekkingspercentage
44,33%
72
Bij deze heffing zijn alleen de kosten van het taakveld lijkbezorging toegerekend. De compensabele btw is bij deze heffing al verwerkt in de lasten van het taakveld. Dit heeft als oorzaak dat niet alle btw van deze post compensabel is.
Kostendekkendheid bruggelden Omschrijving
2023
Kosten taakveld Inkomsten taakveld excl. heffingen
€ €
27.349 -
Netto kosten taakveld
€
27.349
Toe te rekenen kosten: Overhead BTW
€ €
5.743
Totale kosten Opbrengst heffingen
€ €
33.092 5.000
Dekkingspercentage
15,11%
73
3. 2. Verbonden partijen Deze paragraaf geeft een overzicht van derde rechtspersonen waarmee de gemeente bestuurlijke en/of financiële banden heeft. Deze rechtspersonen worden de verbonden partijen genoemd. Onder bestuurlijk belang wordt verstaan: een zetel in het bestuur of het hebben van stemrecht. Financieel belang wil zeggen dat de gemeentemiddelen ter beschikking heeft gesteld. De gemeente kan deze middelen kwijtraken als de verbonden partij failliet gaat of als financiële problemen van de verbonden partij op de gemeente worden verhaald. Deze paragraaf is om de volgende twee redenen van belang voor de raad: - De verbonden partijen voeren vaak beleid uit dat de gemeente in beginsel zelf kan doen. De gemeente blijft verantwoordelijk voor het realiseren van de beoogde doelstellingen van de programma’s. De raad heeft een kaderstellende en controlerende taak over die programma’s. - Het budgettaire beslag en de financiële risico’s die de gemeente met de verbonden partijen kan lopen, en de daaruit volgende budgettaire gevolgen.
Overzicht verbonden partijen 1. Gemeenschappelijke regelingen - Bedrijvenschap Harnaschpolder - Metropoolregio Rotterdam – Den Haag - Veiligheidsregio Haaglanden - GGD en VT Haaglanden - Servicebureau jeugdhulp haaglanden - Gemeenschappelijke regeling Archiefbeheer Midden-Delfland - Gemeenschappelijke regeling Archeologie Midden-Delfland - Omgevingsdienst Haaglanden - Regionaal reinigingsbedrijf Avalex 2. Vennootschappen en coöperaties A. Besloten vennootschappen - B.V. Evides B. Naamloze vennootschappen - NV Bank Nederlandse Gemeenten - NV Juva C. Coöperatieve vereniging -Coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland U.A. 3. Stichtingen en verenigingen A. Stichtingen - Stichting Groenfonds - Stichting Businesspark Haaglanden - Stichting Landschapsfonds Hof van Delfland 1. Gemeenschappelijke regelingen Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Financieel belang gemeente
Vermogenspositie
Bedrijvenschap Harnaschpolder Schipluiden Gemeenschappelijke regeling (GR) De gemeenten Midden-Delfland en Den Haag participeren beiden risicodragend. Een tekort wordt verdeeld in de verhouding 15% (MiddenDelfland) en 85% (Den Haag). De laatst vastgestelde grondexploitatieberekening is van prijspeil 01-07-2021. Het tekort wordt door het Bedrijvenschap op prijspeildatum 1-1-2022 geschat op € 7,42 miljoen. Het aandeel voor gemeente Midden-Delfland bedraagt daarbij € 1,11 miljoen. Dit tekort hebben wij afgedekt in de ‘Voorziening bijdrage te kort Bedrijvenschap’. Daarnaast draagt de gemeente zorg voor het afdekken van haar aandeel van 15% van de risico’s en kansen. 31-12-2021 31-12-2020 Eigen vermogen € - 7.490.000 € - 8.770.000
74
Bestuurlijk belang gemeente
Eventuele risico’s
Overige informatie
Vreemd vermogen € 47.917.000 € 55.527.000 Lid van het Algemeen Bestuur zijn de portefeuillehouders: F.J.M. ten Have en W. Renzen; De heer ten Have is ook lid van het Dagelijks bestuur. Het voorzitterschap rouleert jaarlijks tussen beide gemeenten. De portefeuillehouder van de gemeente Midden-Delfland is in 2023 weer voorzitter van het DB en AB. In de grondexploitatieberekening van het Bedrijvenschap zijn de positieve en negatieve risico’s beschreven. De positieve risico’s hebben een netto omvang van € 0,68 miljoen en de negatieve risico’s bedragen netto € 5,10 miljoen. Wat willen we met de deelname bereiken? Met de deelname wordt onder meer beoogd de werkgelegenheid en de lokale en regionale economie een impuls te geven, een kwalitatieve invulling te geven aan het bedrijventerrein en zorg te dragen voor de beleidsmatige afstemming met de woningbouw in de Harnaschpolder. Verder is de gemeente Midden-Delfland een volwaardig partner bij de ontwikkeling, waarmee een sterke externe oriëntatie vanuit de gemeente Midden-Delfland is gewaarborgd. Wat zijn de beleidsvoornemens? Via de deelname aan het Algemeen Bestuur en Dagelijks Bestuur geven wij invulling aan de bovengenoemde uitgangspunten. Daarnaast stelt de gemeentelijke organisatie capaciteit beschikbaar om de genoemde doelstellingen te bereiken (via detachering).
Wij gaan ervan uit dat er in 2023 voor de uitgifte van de resterende kavels overeenkomsten gesloten zijn. Hierdoor is het gerechtvaardigd om te onderzoeken hoe wij de huidige Gemeenschappelijke Regeling kunnen beëindigen.
Naam Vestigingsplaats Rechtsvorm Activiteiten
Financieel belang gemeente
Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) Rotterdam Gemeenschappelijke regeling (GR) Deelnemende gemeenten bij de MRDH zijn: Albrandswaard, Barendrecht, Brielle, Capelle aan den IJssel, Delft, Den Haag, Hellevoetsluis, Krimpen aan den IJssel, Lansingerland, LeidschendamVoorburg, Maassluis, Midden-Delfland, Nissewaard, PijnackerNootdorp, Ridderkerk, Rijswijk, Rotterdam, Schiedam, Vlaardingen, Wassenaar, Westland, Westvoorne en Zoetermeer. De provincie ZuidHolland heeft in de regeling de positie van agenda lid. Per 1 januari 2023 vormen Brielle, Hellevoetsluis en Westvoorne de nieuwe gemeente Voorne aan Zee. Centrale doelstelling van de MRDH is het versterken van de regionale economie en het economisch vestigingsklimaat. De MRDH werkt met de 21 gemeenten, de provincie Zuid-Holland, samenwerkingsverbanden, kennisinstellingen en bedrijfsleven aan het versterken van het economisch vestigingsklimaat. Tweede belangrijke opdracht voor de MRDH zijn de taken op het terrein van mobiliteit (verkeer en vervoer), benoemd als Vervoersautoriteit (VA). Centrale doelstelling van de VA is het verbeteren van de bereikbaarheid. Om dit te bereiken verricht de VA taken op het terrein van het openbaar vervoer en verbetering van interne en externe verkeerskundige verbindingen gericht op het versterken van de agglomeratiekracht.
Totale omvang begroting De totale omvang van de begroting in 2023 is € 576.278.974 miljoen. De omvang van het programma exploitatie verkeer en openbaar vervoer is € 421.738.887 miljoen en het programma infrastructuur verkeer en openbaar vervoer is € 141.739.109 miljoen. Het programma economisch vestigingsklimaat is begroot op € 5.892.010 miljoen.
75
Inkomsten MRDH De MRDH heeft twee permanente inkomstenbronnen. Voor de taken Economisch vestigingsklimaat is dat de inwonersbijdrage. Voor de taken op het terrein van verkeer en openbaar vervoer ontvangt het rechtstreeks vanuit het Rijk budget, genaamd BDU (brede doeluitkering) verkeer en vervoer. Aanvullend ontvangt de MRDH inkomsten van andere overheden en een opbrengst financiering ovbedrijven (marktconformiteitsopslag).
Vermogenspositie
Bestuurlijk belang gemeente
Versterken economisch vestigingsklimaat Dit programma wordt volledig gefinancierd vanuit de gemeentelijke bijdragen. Het aandeel van Midden-Delfland is ongeveer 1%. De inwonersbijdrage 2023 is € 2,82. Deze bijdrage is bestemd voor de gezamenlijke activiteiten gericht op het versterken van het regionaal economisch vestigingsklimaat. Van de inwonersbijdrage is maximaal € 1,15 bestemd voor de apparaatslasten. Het restant van deze bijdrage is bestemd voor concrete maatregelen en subsidies die bijdragen aan het versterken van de regionale economische ontwikkeling en innovatie. De totale bijdrage van de Gemeente Midden-Delfland bedraagt in 2023: € 54.934 31-12-2021 31-12-2020 Eigen vermogen € 32.507.907 € 30.206.327 Vreemd vermogen € 1.435.141.064 € 1.472.506.678 Gemeentelijke vertegenwoordiging De burgemeester is lid van het Algemeen Bestuur. Wethouder Ten Have is lid van de Bestuurscommissie Economisch Vestigingsklimaat. Wethouder Oderwald-Ruijsbroek is lid van de Bestuurscommissie Vervoersautoriteit. De raadsleden mevrouw D. Langeveld en de heer R.E. Vieira zijn benoemd in de Adviescommissie Vervoersautoriteit. Mevrouw S.A. Koppert en de heer J.J.C. Moerman zijn benoemd in de adviescommissie economisch vestigingsklimaat. Afspraak is dat zij elkaar onderling kunnen vervangen, waardoor bij iedere adviescommissie minimaal één lid uit Midden-Delfland is vertegenwoordigd.
Het raadslid de heer R.H.P. Ringeling is benoemd in de Rekeningencommissie. In Midden-Delfland is de Bestuurlijke Regiegroep MRDH ingesteld. Dit is een inhoudelijk afstemmingsoverleg tussen de raadsleden uit de adviescommissies, de collegeleden en ambtelijk adviseurs. Deze regiegroep vergadert één week voorafgaand aan de vergaderingen van de adviescommissies. Inhoudelijk belang De formele taken van de gemeenschappelijke regeling MRDH zijn verlengd lokaal bestuur. Uit diverse onderzoeken blijkt dat de economische potentie binnen de regio groter is dan de feitelijke situatie. Doelstelling van de huidige samenwerking is om vanuit het faciliteren van de versterking van het economische vestigingsklimaat, met ondersteuning van een verbeterde bereikbaarheid, de regionale economie hoger dan het nationale gemiddelde te laten groeien. Dit moet een duurzame en innovatieve ontwikkeling zijn gericht op het versnellen van een digitale en circulaire economie. Hierbij is ook directe aandacht voor de sociale component, door onder andere aan te sluiten op de Human Capital Agenda en een regionale business driven campusontwikkeling voor MBO en HBO. In 2023 wordt een nieuwe strategische agenda voor besluitvorming aan de gemeenteraden voorgelegd. Hierin wordt een focus aangebracht in regionale economische thema’s en de versterking van de mobiliteit.