BE verslag hoorzitting 14 mei 2021.pdf
Tekst van het document
Mag ik de heer Oudshoorn verzoeken zijn camera nog even uit te zetten? U bent straks aan de beurt. Dan is de heer Meurink volledig in beeld. Dank u wel. De heer Meurink, gaat u verder. De heer MEURINK: Dank u wel. Denk aan de WarmtelinQ, de geplande warmteleiding van Rotterdam naar Den Haag. Het is van belang dat jongeren zodra zij wel aan de knoppen komen te zitten waar nodig kunnen bijsturen in de gebruikte warmtebronnen, zodat zij niet geconfronteerd worden met een lock-in, een blijvende koppeling aan een mogelijk ook in de toekomst vervuilende industrie, waarvoor zij niet gekozen hebben. Omdat jongeren bij uitstek worden geraakt door beslissingen omtrent de energietransitie, is het ook van belang dat jongeren evenredig de lusten kunnen plukken van de energietransitie. Waar dit door gebrek aan spaargeld bij jongeren vaak niet kan via traditionele kanalen voor financiële participatie moet dit anders. Over twee jaar moet een aangescherpte RES 2.0 worden gepubliceerd. Met verhoogde klimaatdoelen en een weerbarstige praktijk is forse bijsturing niet ondenkbaar. Laten we richting RES 2.0 jongerenparticipatie echt een plek geven. Hoe doen we dat dan? Ten eerste: bekrachtig de intentie om directe participatie van jongeren gestalte te geven.
Geef jongerenparticipatie bij energieplannen een plek in een vaste participatieparagraaf en dring aan op voldoende middelen voor de uitvoering van deze paragraaf. Ten tweede: denk na over verschillende manieren van betrokkenheid. Zo willen jongvolwassenen vooral betrokken worden via de mail en enquêtes, waar tieners het liefst bij willen dragen via sociale media en via hun school, zo blijkt uit een enquête van de RES-regio. Ten derde: zorg dat jongeren ook de vruchten van de energietransitie kunnen plukken. Ik hintte al naar 11
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
een gebiedsfonds als aanvulling op meer geijkte vormen van financiële participatie, om jongeren en anderen die geen deelneming in hernieuwbare energieprojecten kunnen betalen, evenredig mee te laten meeprofiteren van de transitie door verbeteringen in hun leefomgeving. Ten vierde: geef jongeren een vaste rol in het RES-proces, bijvoorbeeld via een jeugdraad die advies kan geven. Of gebruik een burgerfora voor de energietransitie en loot jongeren hiervoor naar rato in. Met deze verbeteringen weten jongeren waar ze moeten zijn om bij te dragen, kunnen ze aan tafel plaatsnemen en delen ze mee in de positieve kanten van de energietransitie zodat scheve gezichten bij de verdere uitvoering worden voorkomen. Wij denken graag mee over de vormgeving van deze nodige verbeteringen en over de inhoud van de RES. Dank u wel. De VOORZITTER: De heer Meurink, dank u wel voor uw bijdrage. Ik nam net een hap van mijn koekje. Excuus. Aan de Statenleden het woord als zij een vraag hebben. Ik denk dat uw bijdrage helemaal helder was. Dank u wel voor uw bijdrage, de heer Meurink. De heer MEURINK: Dank u wel. De VOORZITTER: Dan gaan we kijken naar mevrouw Gidaly. Is zij aanwezig? Mevrouw GIDALY: Ja, ik ben er. De VOORZITTER: U spreekt op persoonlijke titel. Gaat uw gang. Misschien kunt u uw camera iets anders in beeld brengen. Ik zie alleen uw ogen. Mevrouw GIDALY: Ik heb geen idee.
Ik zie mezelf namelijk niet. Of ik zie mezelf wel. De VOORZITTER: Misschien als u uw laptop of wat u heeft iets naar achteren schuift, dan zien we iets meer. Mevrouw GIDALY: Zo beter? De VOORZITTER: Gaat uw gang. Mevrouw GIDALY: Dank, voorzitter, voor de gelegenheid om te mogen inspreken. Dank ook aan alle Statenleden. Het is een lange zit. Mijn naam is Daniëlla Gidaly. Ik ben onder andere medeoprichter van DuurSaam Benoordenhout.. Ik ben dus een bewoner van Den Haag. Mijn bijdrage richt zich met name op de warmtetransitie en WarmtelinQ. Ik ga ervan uit dat iedereen als doelstelling heeft echte reductie van CO2-emissie zonder perverse prikkels. Ik zal op ieder onderwerp even kort ingaan. Pervers. Die perverse prikkel maakt dat het voor bedrijven in de Rotterdamse haven financieel interessanter is om warmte 30 kilometer verderop aan Haagse huishoudens te leveren dan aan een collega-bedrijf in de straat. Dat is mijn eerste bezwaar. Dan zouden we die hele pijp niet aan hoeven te leggen. En er is heel veel vraag in de haven naar elkaars warmte, maar het is gewoon financieel niet aantrekkelijk. Die leiding is dus eigenlijk overbodig en een verspilling van uw en mijn belastinggeld. Ten
tweede. De burger wordt genegeerd. Ik kan niet beter doen dan me aansluiten bij wat de heer Dekker van Damen Shipyards heeft gezegd. Ik kan het niet helderder formuleren. Ik wil wel zeggen: wij burgers, en ik ben ook energiecoach in mijn wijk, dus ik spreek met heel veel burgers, wij willen graag ons eigen warmtenet ontwikkelen met onze eigen lokale warmte. Dat wordt ons straks onmogelijk gemaakt doordat WarmtelinQ en de daarin vervoerde warmte hevig gesubsidieerd worden. Ten derde. Ik heb zelf mijn hele leven voor grote commerciële bedrijven gewerkt met heel veel plezier. Ik weet dus wat je ze wel en niet moet toevertrouwen. Je moet ze geen nutsfunctie toevertrouwen en zeker niet als ze een monopoliepositie krijgen. Die situatie dreigt in Den Haag. Mitsubishi en Eneco dreigen het monopolie te krijgen over een essentiële nutsfunctie. Wij hebben in Den Haag hele slechte ervaringen met dit bedrijf. Ten vierde. Het grote probleem bij de energietransitie is de piekbelasting. WarmtelinQ gaat daar geen enkele bijdrage aan leveren, aan die uitdaging. Dus laten we in godsnaam dat geld dat we willen uitgeven aan WarmtelinQ bewaren om te zorgen dat we een duurzame piekbelasting krijgen. Ten vijfde. Ik zei al: ik kom uit een commercieel bedrijf. Ik vrees dat er straks te weinig klanten zullen zijn.
Want straks is die WarmtelinQ aangelegd en zijn er te weinig burgers die zich erop willen aansluiten, om dezelfde reden die ik net aangaf, namelijk: je wil niet een nutsfunctie van een monopoliebedrijf aannemen, en dan hebben we dat geld helemaal voor niets uitgegeven. Mijn conclusie is: WarmtelinQ is niet een doelmatige manier om de CO2 te reduceren. Laten we hem niet aanleggen. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage. Prachtig binnen de tijd allemaal. Zijn er vragen vanuit de Staten? Dat is niet het geval. Mevrouw Gidaly, dank, uw verhaal was helder. Dank u wel voor uw bijdrage en ook u uiteraard een goed weekend alvast toegewenst. De heer Schelleman is volgens mij nog niet aanwezig in de vergadering. Dan gaan we naar de heer Oudshoorn. De heer Oudshoorn spreekt in op persoonlijke titel. De heer Oudshoorn, gaat uw gang. De heer OUDSHOORN: Ben ik te zien? Ja? Mooi. De inspraak voor de RES. De gemeente is ook verantwoordelijk voor de inspraak voor deze dingen. Ik heb in totaal 30 seconden bij de gemeenteraad kunnen inspreken over de RES, omdat het ook gecombineerd werd met andere onderwerpen, waardoor er dus van de drie minuten die er überhaupt was geregeld, en verder is er niets aan inspraak gedaan. Dat is echt een heel groot probleem. Want jullie hebben een enorm pak, een boekwerk aan dingen gemaakt, waar ontzettend veel in mist.
Ik ga proberen om wat punten aan te dragen, maar daarmee heb ik nog niet het gevoel dat er voldoende inspraakmogelijkheden nu bij de provincie zijn. De Kalavasta-review. Ik zou willen dat het formeel onderdeel wordt van de inspraak. Want ook daarin wordt duidelijk dat in het RES-document zelf, dat is het document dat verder gaat en dat iedereen ziet, dat daar feitelijk heel veel dingen niet aangetipt zijn en als ze aangetipt zijn, niet uitgewerkt. Dat ze niet consistent zijn met elkaar en dat het zo niet gaat werken. In deze inspraak concentreer ik me even op het warmtegedeelte. Die warmte is los van de koude, los van de elektriciteitstransitie, van belastingen enzovoort bekeken. Daardoor komt er een heel pervers beeld uit 12
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
dit systeem. Het eerste is: het idee is dat in het eindplaatje de Rotterdamse haven op groene waterstof gaat werken. Maar groene waterstof opwekken kost twee keer zoveel duurzame elektriciteit. Dat betekent dat je dus voor één windmolen aan groene waterstof twee windmolens nodig zou hebben. Lokale bronnen gebruiken juist heel veel lokale warmte en slechts een derde tot een vijfde van de duurzame elektriciteit die daarvoor moet worden aangelegd. Dus je hebt maar een vijfde windmolen nodig als je met lokale bronnen werkt. Het eindplaatje. Tussen groene waterstof in de Rotterdamse haven of lokale warmte is dus een factor zes tot tien meer windmolens en zonnepanelen. Dat lijkt mij niet de bedoeling en dus ook het eindplaatje klopt niet. De gedachte dat er zoveel mogelijk regionaal met warmte gewerkt moet worden, is onjuist. Dat moet juist zoveel mogelijk lokaal. Dat is ook keer op keer afgesproken in Den Haag: voorrang voor lokale bronnen. Wij snappen echt niet hoe het kan dat dat dus niet nu ook weer in de RES opgenomen is. Dus doe dat alsnog. Dan de badkuipgrafiek. Wie heeft er voorrang op het net? Als jij een huis hebt, kan er dan voorrang geleverd worden? De RES gaat ervan uit dat de restwarmte die het hele jaar wordt opgewekt, evenveel is en dat de lokale bronnen dus eigenlijk alleen maar het restantje mogen leveren.
Daarvoor moet ik toch heel even een grafiek in beeld brengen. Dat is deze grafiek. Dit is een grafiek van de hoeveelheid warmte die bij het stadsnet van Den Haag gebruikt wordt op verschillende dagen. Zoals u kunt zien, helemaal onderaan in het blauwe stukje, dat is de warmte die het hele jaar door geleverd wordt. De RES gaat ervan uit en de Gasunie gaat ervan uit enzovoort, dat die regionale warmte dus met voorrang het hele jaar door mag leveren. Dat betekent dat de lokale bronnen helemaal niet een rendabele businesscase kunnen maken voor die pieken. Op basis daarvan ontstaan dan het beeld dat dus de restwarmte van de Rotterdamse haven voor een derde minder van de energie gebruikt wordt en dat met centrale gasketels die andere twee derde per huis geregeld moet worden. Dus als u het heeft over: een stad krijgt 20 procent van de warmte geleverd via een regionaal ding, dan betekent dat dat 60 procent van de huizen daar aangesloten moet worden en dat de andere 40 procent met gasketels wordt opgewekt. Dus die regionale energietransitie zorgt ervoor dat er heel veel meer slechte warmte is. Dat is ook wat Eneco zelf zegt. Die hebben een aanbod gedaan in 2019 aan de gemeente waarbij zij zeggen – De VOORZITTER: De heer Oudshoorn, u heeft nog één minuut. De heer OUDSHOORN: Dank u wel. In het ideale geval gaan wij in 2040 70 procent minder CO2 uitstoten.
Dat is wat een warmtepomp nu ook al gewoon doet, wat lokale bronnen nu ook al gewoon doen. Dat is dus twintig jaar later. Op dat moment wil Eneco dat doen en dat dus alleen nog onder de voorwaarde dat de gemeente altijd Eneco voorrang geeft met die vuile warmte uit Rotterdam. Dan het laatste. Leg die regionale warmteleidingen dus niet aan. Wij vragen u ook in de RES op te nemen dat als je regionale warmte aanlegt, dat die alleen mag leveren op die momenten dat er lokaal onvoldoende bronnen aanwezig zijn. Dus de snelweg is dicht als er lokaal al warmte aanwezig is. Dank u wel.
De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage, de heer Oudshoorn. Vragen vanuit de Staten? De heer Özkaya, gaat uw gang. De heer ÖZKAYA (GroenLinks): Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Oudshoorn. U refereerde ook al naar verschillende beleidsuitgangspunten lokaal. En inderdaad heeft de provincie ook gezegd middels een motie in 2019, dat er voorrang voor duurzame energie op lokaal niveau zou moeten zijn. Dus als ik u goed begrijp, mist u de uitwerking daarvan in de RES en is dat uw zorg en zou u dat eigenlijk het liefst terug willen zien. De VOORZITTER: De heer Oudshoorn, gaat uw gang. De heer OUDSHOORN: Dat uitgangspunt zou ik er graag in terug willen zien. Maar op het moment dat u dat uitgangspunt ook daadwerkelijk handen en voeten geeft en dat gaat worden bewaarheid, dan betekent dat dat de regionale strategie die u heeft, in die badkuip steeds meer naar de piek winter weggeduwd wordt. Dus er is helemaal geen businesscase voor en een regionale strategie en lokale bronnen. Dat kan niet. Want je kunt niet een pijplijn uit Rotterdam naar Den Haag of naar Leiden trekken die drie weken in de winter gebruikt wordt. Wij kunnen lokaal al die andere warmte nu al bewezen maken, tegen veel minder CO2. En dan gaat de CO2-inhoud van elektriciteit ook nog omlaag al heel snel, en veel sneller dan dat die warmte dat doet. Dus u kunt niet ‘en en’ zeggen.
En wij willen lage temperatuur of niet lage temperatuur, lokale bronnen voorrang geven en wij willen een regionaal pijpleidingennetwerk. Want het regionale pijpleidingennetwerk wordt gebaseerd op het idee dat zij voorrang hebben en dus volcontinu altijd hun warmte kunnen leveren. Dus het is het een of het ander. En dat komt ook heel duidelijk in het Kalavasta-rapport uit. Ik kan natuurlijk ook nog een keer uitleggen of als u nog een keer met de Provinciale Staten een werkbespreking wilt organiseren, dan kan ik dat met grafieken enzovoort precies uitleggen, dat dit warmteconcept, waarbij u alleen maar uitgegaan bent van hoeveel Petajoule aan warmte hebben wij, dat dat warmteconcept veel meer in de details moet komen. En dat je dan aan de ene kant deze tegenstelling krijgt. Je kunt niet lokale bronnen hebben en een regionaal warmtenet. Want die voorrangsregel is bepalend voor welke bron er wel of niet kan komen. En op het moment dat je een regionaal warmtenet hebt, dan lever je maar 30 procent van de warmte van een huishouden. Dus die andere 70 procent die op hoge temperatuur moet, want regionaal kun je niet met lage temperaturen werken omdat die afstanden te groot zijn, die moeten dus ook op hoge temperatuur, die kunnen dus ook niet verduurzaamd worden. Dat moeten gasketels zijn of je moet in de stad biomassacentrales gaan organiseren.
Nou, dat lijkt mij ook niet echt een goed verhaal. De VOORZITTER: Dank. Ik kijk even nog naar de heer Özkaya. Die heeft geen aanvullende vraag meer. Nog andere Statenleden die vragen hebben? Dat is niet het geval. Dank u wel voor uw bijdrage. De heer OUDSHOORN: Mag ik nog één opmerking daarbij maken? 13
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
De VOORZITTER: Gaat uw gang. De heer OUDSHOORN: Wat belangrijk is, is dat de RES ook überhaupt niet naar die lokale aspecten gekeken heeft. Dus dit element, omdat die inspraak zo slecht georganiseerd is, is dit hele element gewoon niet in de RES meegekomen. Dat is dus eigenlijk in de voorbereiding verkeerd gegaan. Dat zou dus alsnog onderzocht moeten worden. Op het moment dat je die lokale bronnen meeneemt in je proces, dan is kraakhelder dat dit niet allebei kan. Dank. De VOORZITTER: Dank u wel, de heer Oudshoorn. De heer Oudshoorn, dank u wel voor uw bijdrage. U kunt ons verder weer volgen via de webcast van de provincie. Dat verzoek ik ook aan andere insprekers die inmiddels het woord hebben gevoerd, om via de webcast van de provincie ons verder te volgen. Dank u wel. De heer Schelleman is volgens mij nog niet gesignaleerd. Wel de heer Brandligt, wethouder Delft en voorzitter van de Stuurgroep RES Rotterdam-Den Haag. De heer Brandligt, u heeft het woord. U moet wel even uw microfoon aanzetten, want dan kan ik u ook horen. De heer BRANDLIGT: Dank voor het woord, voorzitter. Leuk u zo op deze manier ook weer tegen te komen. Ik spreek hier even als voorzitter van de RES Rotterdam-Den Haag. We hebben een brief van u ontvangen met veel behartigingswaardige punten daarin.
Er is een specifiek aspect waar ik even op wil ingaan, omdat daar wat verwarring op ontstaan is en daardoor ook wat teleurstelling ontstaan is bij de gemeente en dat is denk ik niet nodig. In de brief aan ons wordt namelijk gewag gemaakt van een voorbehoud van windlocaties in het Midden-Delfland. Het punt is dat het begrip ‘het Midden-Delfland’ niet iets is wat herkend wordt. Dus we zijn bezig geweest om te proberen te achterhalen bij de provincie wat hier precies bedoeld wordt. Daar zijn we achter gekomen. Het MiddenDelfland slaat op de voormalige Rijksbufferzone Midden-Delfland die in 2011 is opgeheven. Daarentegen maken wij gebruik van het bijzonder provinciaal landschap, wat u ook heeft vastgesteld in 2017. Nu blijkt bij nadere bestudering van de exacte kaarten dat wat vroeger de Rijksbufferzones waren en nu het BPL, op één klein punt een uitzondering had of een afwijking. Dat is precies het punt waar het over gaat. Dat is het Kraaiennest bij De Lier. Dat valt nu nog niet binnen het BPL en viel wel via de oude Rijksbufferzone en ook binnen het beschermingsgebied of de beschermingszone van de provincie. Nu wil het toeval dat wij volgende week met de gemeenten van het BPL bij elkaar zitten in een bestuursvergadering om het verzoek aan u, de provincie, te doen om de grenzen van het BPL op een aantal punten aan te passen.
Een van die punten is precies het Kraaiennest, waarmee dus ook dat stukje binnen het BPL komt te vallen en dus binnen de afspraken zoals we die met onszelf en met de provincie gemaakt hebben. Om dat ook te onderstrepen ben ik voornemens om namens de RES een brief naar u te sturen waarin we ook aankondigen dat dat het geval zal zijn, waarmee deze uitzondering dan niet meer nodig is. Daarmee zouden we dan ook verzoeken om hier niet meer een voorbehoud van te maken nu dit helder is geworden, maar het bij de aandachtspunten te zetten. Er is een ander punt dat we in deze brief ook nog even zullen
aanstippen, wat kennelijk tot verwarring heeft geleid. Er zijn zoeklocaties langs Rijksinfrastructuur gepland, langs de snelwegen. Op het kaartmateriaal is dat als een strookje ingetekend. Nu was bij sommigen de vrees dat die strook ook letterlijk als een plantkaart genomen moet worden, dat het ook zo’n breed gebied is. Dat is natuurlijk niet zo. Als je het op schaal zou intekenen op zo’n kaartje, dan wordt het zoekgebied alleen maar een lijntje. Dus vandaar dat dat als een strook is aangegeven. Maar er is ook al in de RES zelf gezet, maar dat zullen we in de brief nog een keer onderstrepen, dat allerlei uitzonderingen natuurlijk in die strook zitten. Zoals bebouwing waar je natuurlijk niet iets kunt neerzetten en ook waar het bijzonder provinciaal landschap geraakt wordt, is dat ook uitgezonderd. Dus dat was de bedoeling ervan. Dat zullen wij in een brief naar u nog een keer bevestigen. Dan is denk ik daarmee deze verwarring opgehelderd en kan wat ons betreft het voorbehoud komen te vervallen en kan het een aandachtspunt worden. Voorzitter, dank u wel. De VOORZITTER: Inderdaad, leuk dat wij elkaar weer op deze manier treffen. Wij hebben een verleden zoals dat heet, maar een positief verleden. De heer BRANDLIGT: Zo is dat. De VOORZITTER: Wie van de Statenleden heeft een vraag nog aan de wethouder van de gemeente Delft, de heer Brandligt? Dat is niet het geval.
Dus ik denk dat uw verhaal duidelijk was, de heer Brandligt. Graag tot ziens. Nogmaals bedankt voor uw bijdrage en een goed weekend alvast. De heer BRANDLIGT: Graag gedaan. Tot ziens. De VOORZITTER: Dan de heer Schelleman. U bent net ingelogd, maar u bent al gelijk aan de beurt. U spreekt namens Energie Samen Zuid-Holland. De heer Schelleman, u heeft het woord. Gaat uw gang. De heer SCHELLEMAN: Ja. Ik spreek namens Energie Samen Zuid-Holland, maar ook namens de andere RESvertegenwoordigers van de energiecoöperaties in de provincie, dus voor de verschillende RES-regio’s. Zelf ben ik RESvertegenwoordiger in Holland Rijnland en ook lid van Rijnland Energie, de regionale energiecoöperatie. Ik ben blij dat we de gelegenheid hebben om hier in te spreken. Ik hoop dat het in vijf minuten gaat lukken. Wij willen het vooral hebben over communicatie en participatie. Uiteraard ook over duurzame energieopwekking en over de warmtevoorziening die in de provincie Zuid-Holland georganiseerd moet gaan worden. De energiecoöperaties uit Zuid-Holland zijn in alle zeven regio's bij de ontwikkeling van de RES’en betrokken. De opgave, het bestuurlijke proces, de mogelijkheden voor participatie verschilden wel per regio, maar sommige RESvertegenwoordigers zitten in de stuurgroep of in de programmaraad of zijn regelmatig bij de ontwikkeling van de RES betrokken geweest.
Met deze inbreng vandaag willen wij nog een keer de aandacht vragen voor een rechtvaardige en vooral inclusieve energietransitie die het voor iedereen mogelijk maakt 14
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
om te participeren. Door inbreng te leveren in de verdere ontwikkeling van de RES’en. Daar zal nog steeds het nodige aan moeten gebeuren de komende jaren. En uiteraard door de mogelijkheid om financieel deel te nemen aan het project waarmee ook het draagvlak en de betrokkenheid bij duurzame energieprojecten kan worden versterkt. Wij zijn ervan overtuigd dat participatie van en communicatie met inwoners cruciaal is voor een succesvolle energietransitie. Wij staan voor een brede aanpak voor goede betrokkenheid van de omgeving bij hernieuwbare energieprojecten, inclusief wind uiteraard. Daarvoor is het meedenken, meepraten en beslissen over projecten van groot belang om die transitie te laten slagen. In alle regio’s zijn wel activiteiten georganiseerd om bewoners bij de uitwerking van de RES te betrekken. Webinars, enquêtes, publicaties in lokale bladen. Maar ik durf toch te zeggen, wij zijn van mening dat het bereik onder bewoners tot nu toe beperkt is geweest. Ongetwijfeld ten gevolge van corona, waardoor heel veel inspraak online moest plaatsvinden. Maar nu de uitvoering van de RES, en dus ook het realiseren van projecten, met name van grootschalige wind, dichterbij komt wordt de noodzaak om bewoners te informeren en te betrekken steeds groter. Daarbij kunnen en willen energiecoöperaties heel graag helpen.
We willen ervoor zorgen dat er draagvlak, betrokkenheid en participatie, financiële deelname van bewoners ontstaat. We zijn ervan overtuigd dat je alleen op die manier het nodige draagvlak kunt creëren voor nieuwe duurzame, vooral die grootschalige energieprojecten. Gemeenten hebben hierin natuurlijk een cruciale rol. Aan de ene kant vergunningverlening, dus het daadwerkelijk toestaan van realisatie, maar ook een regie creëren van de beleidskaders om die financiële participatie en liefst die 50 procent lokaal eigendom te realiseren. Ik heb gezien dat in de RES 1.0 van regio Holland Rijnland, daar zijn concrete afspraken gemaakt tussen de gemeenten om die 50 procent eigendom in lokaal beleid te integreren. Vervolgens kom je dan natuurlijk aan die duurzame energieopwek zelf. We willen bij de provincie toch wel de noodzaak van een evenwicht tussen zon en wind onder de aandacht brengen. Zon en wind moeten ongeveer in evenwicht ontwikkeld worden, waarbij er ongeveer evenveel zon kilowattuur als windelektriciteit geproduceerd wordt. Daarmee heb je een invoering van duurzame energie in het elektriciteitsnet die toch al lastig zal zijn vanwege het wat willekeurige karakter van beide bronnen. Maar de mogelijkheid om het net in balans te houden is dan toch het beste.
Als je dan goed gaat kijken hoe zon en wind verdeeld moet worden, dan kom je tot de conclusie dat er toch aardig wat windenergie, grotere windturbines gerealiseerd moeten worden. Uiteraard onder de voorwaarden die al eerder door overheden gesteld zijn. Met zo weinig mogelijk hinder voor bewoners. Dat zal in onze provincie – De VOORZITTER: De heer Schelleman, u heeft nog één minuut. De heer SCHELLEMAN: O jee, dat gaat heel hard. Ik ben over de helft. Dat zal ook in het groene Hart moeten, omdat daar natuurlijk die ruimte er is. Dus die ontwikkeling is noodzakelijk. Ook van grote windturbines. Daar willen ook energiecoöperaties bij helpen, inclusief het zodanig ontwikkelen van die projecten dat die zoveel mogelijk in overeenstemming met bewoners plaatsvinden. Dan de warmtevoorziening. WarmtelinQ is een heel belangrijk onderdeel
van die warmtetransitie. Maar we willen er vooral voor zorgen dat die warmte niet ten koste gaat van allerlei duurzame vormen van warmtevoorziening. Kleinschalige warmtevoorziening waarin ook bewoners zelf kunnen participeren. Ook financieel participeren, waardoor ze mede-eigenaar worden en dus veel dichter op die realisatie en het beheer van kleinschalige collectieve duurzame warmtevoorzieningen zitten. Daar komt ook nog bij dat WarmtelinQ toch in ieder geval minder duurzame warmte levert dan een aantal andere bronnen die we in de regio hebben. We hopen dus echt dat duurzame energievoorziening prioriteit krijgt en dat we als samenleving met elkaar tot een aanpak komen die het mogelijk maakt om een maximaal draagvlak te creëren met een minimale CO2-uitstoot. Dat was onze inbreng. Als het goed is, heeft u die ook op papier gekregen. De VOORZITTER: Dat laatste klopt zeker. Dank voor uw bijdrage. Op papier hebben we die inderdaad binnengekregen. Zijn er vragen vanuit de zijde van de Staten? Dank u wel, de heer Schelleman. Er zijn geen vragen verder vanuit de Staten. Dank voor uw bijdrage. Volgens mij is uw bijdrage aangeleverd bij de griffie. Er wordt hier bedenkelijk gekeken. Misschien kunt u het alsnog een keer opsturen, de heer Schelleman. Dan zorgen wij dat het aan de Staten doorgestuurd wordt. Dank u wel. De heer SCHELLEMAN: Graag gedaan. De VOORZITTER: En u kunt uitloggen.
Dan zijn we gelijk die echo kwijt. Dank u wel. Daarmee zijn we aan het einde gekomen van regio Rotterdam-Den Haag. Dan is er nu een lunchpauzeschorsing, zoals dat heet. De eerstvolgende is Midden Holland. Ik schors de vergadering tot 13.10 uur. Eet smakelijk en tot zo dadelijk. [schorsing] De VOORZITTER: Dames en heren, van harte welkom weer bij de inspraakbijeenkomst Regionale Energiestrategieën. Het is 13.10 uur. Ik hoop dat uw lunch geweldig heeft gesmaakt. Aan onze kant is dat zeker gelukt. We gaan verder met de regio Midden Holland. De heer Bouwens spreekt namens de tien energiecoöperaties Midden Holland. De heer Bouwens heeft het woord. Ik zie dat de heer Boeree ook inmiddels in beeld is, maar u kunt uw camera misschien nog even uitzetten. Dan komen we straks bij u. Dan geef ik eerst het woord aan de heer Bouwens. De heer Bouwens, u heeft vijf minuten. Gaat uw gang. De heer BOUWENS: Ben ik zichtbaar en hoorbaar? De VOORZITTER: De heer Bouwens, u bent er. Wij horen u niet, ik zag u wel in beeld. De heer BOUWENS: Ik ben nu wel in beeld hopelijk? De VOORZITTER: Ja, nu wel. Het lag aan mijn kant. Gaat uw gang. De heer BOUWENS: Ik zie u ook niet. Maar als u mij ziet en hoort, dan is het prima. Geachte Statenleden, dames en heren, hartelijk 15
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
dank voor de gelegenheid om hier in te spreken. Ik spreek hier inderdaad in namens de energiecoöperaties in Midden Holland. We hebben ongeveer 900 leden. We zijn actief betrokken geweest bij de totstandkoming van de RES Midden Holland. Daarvoor zijn we de stuurgroep RES Midden Holland erkentelijk. Dat wilde ik hier graag even gezegd hebben. Dan inhoudelijk. Lokaal eigendom bevordert het draagvlak voor de RES. Dat is ook al door anderen gezegd. De provincie heeft daartoe een handreiking Financiële participatie gepubliceerd. Waarvoor dank, dat helpt enorm. Maar in de gemeente in Midden Holland blijft het opstellen van een beleidskader lokaal eigendom nog achter. We zouden het zeer waarderen als u uw politieke lijnen benut om bestuurders te motiveren tot vaststelling van een concreet lokaal beleidskader waarin het streven naar 50 procent lokaal eigendom vastligt. Dat is het eerste punt. Dan het tweede, dat gaat meer inhoudelijk in op de RES 1.0. De RES Midden Holland, net als andere RES’en, leunt zwaar op zon als politiek compromis in plaats van wind. Zou de zon 100 procent effectief benut kunnen worden, dan is dit een prima oplossing. Maar helaas schijnt niet altijd de zon en we ontberen nog grootschalige opslag. Netbeheerder Stedin heeft laten weten dat de nadruk op zon een zware wissel trekt op de betaalbaarheid en op het organisatievermogen van Stedin.
Ik heb dan ook enkele vragen die ik aan u voor wil leggen. Om de klimaatdoelen voor 2030 te halen is systeemefficiency noodzakelijk. Met andere woorden: een efficiënte mix van wind, zon en opslag. Mijn vraag is: gaat Provinciale Staten in de provinciale omgevingsvisie ruimte zoeken voor een goede mix van windenergie en grootschalige zon? Dan over de ruimtelijke impact. De opbrengst per oppervlakte-eenheid met windturbines is vele malen hoger dan met zonnevelden. Een windmolen, een windturbine, heeft ongeveer dezelfde opbrengst als 8 tot 12 ha zonneveld. De impact op het open karakter van het landschap door windenergie is naar onze mening veel beperkter dan met de aanleg van grootschalige zon. Kan dat een argument zijn om het coalitiestandpunt van de Provinciale Staten rond windturbines in het Groene Hart te nuanceren? Dan het laatste punt over dit stukje. Heeft Provinciale Staten de ambitie om voor het gehele Groene Hart één visie op grootschalige energieopwekking te gaan ontwikkelen, zodat plannen over gemeente- en provinciegrenzen heen met elkaar verbonden kunnen worden? Dan tot slot. We hebben kennisgenomen van het standpunt van Gedeputeerde Staten van 20 april over de RES 1.0. We zijn er als energiecoöperaties niet gerust op dat het behalen van de klimaatdoelen met dit standpunt dichterbij komt.
Ook uw college kiest voor een oplossing met zon en schuift wind door naar de RES 2.0 of 3.0. Wij roepen u op de volle verantwoordelijkheid te nemen met betrekking tot de provinciale bijdrage aan de energietransitie en vragen u het coalitiestandpunt over windturbines in het Groene Hart te heroverwegen door wind langs de hoofdinfrastructuur, inclusief de N11, in de RES 1.0 te steunen. Ik dank u hartelijk voor uw aandacht. De VOORZITTER: Dank u wel, de heer Bouwens, voor uw inbreng. Mooi binnen de tijd. Zijn er vragen vanuit de Staten? Mevrouw Hijink, gaat uw gang. Mevrouw HIJINK (PvdA): Dank u wel, voorzitter. Dank u wel, de heer Bouwens, voor uw vragen en inbreng en adviezen. Ik had
nog een verduidelijkingsvraag over uw eerste advies. Wij vinden ook het lokale eigendom, financiële participatie, een heel belangrijk punt. Ik hoor uw zorg ook in uw verhaal. Kunt u iets meer vertellen over wat uw indruk is over hoe ver we daarmee zijn nu in de RES, met het vormgeven van die financiële participatie? En het streven naar 50 procent lokaal eigenaarschap, waarvan wij ook nog wel vaak de opmerking maken: waarom stoppen bij 50? Want dit zou wel de eerste stap moeten zijn, het financieel rondmaken van deze plannen. De heer BOUWENS: Dank u wel. 50 procent is het streven. Het mag vanzelfsprekend meer zijn. De energiecoöperaties die nu hun projecten hebben gerealiseerd, dat is allemaal 100 procent lokaal eigendom. Dus het kan zeker meer zijn. Uw vraag is: wat is de stand van zaken? Geen van de vijf Midden Holland-gemeenten heeft op dit moment een lokaal beleidskader in voorbereiding. Ondanks de handreiking van de provincie, ondanks allerlei stukken en webinars die zijn uitgevoerd. Wij hebben de indruk dat gemeenten dat zien als iets van een realisatiestrategie. Wij zeggen daarentegen: nee, juist voordat je aan de realisatie toekomt, moet je zo’n kader vaststellen, om tijdens de uitvoering van de RES 1.0 en ook straks andere RES’en 2.0 en verder, dat je een duidelijk kader hebt voor initiatiefnemers.
Vandaar dat wij zo benadrukken van: stel zo snel mogelijk een lokaal beleidskader 50 procent vast. Mevrouw HIJINK (PvdA): Dank u wel. Het is helder zo. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Kastelein heeft ook een vraag. Mag ik de heer Atteveld vragen om zijn camera nog even uit te zetten? Dan komt u straks aan de beurt. Dat geeft een wat rustiger beeld. Dank u wel. De heer Kastelein, gaat uw gang met uw vraag. De heer KASTELEIN (CDA): Dank u wel, voorzitter. De heer Bouwens, ik heb de volgende vraag of opmerking. Midden Holland heeft nogal een last van dat het netwerk op dit moment het aanbod al niet aankan. Als je bij Stedin de vraag stelt van: wanneer gaan we het netwerk opplussen? Dan krijg je termijnen van acht tot tien jaar te horen. Merken jullie dat met jullie tien coöperaties ook al? En is dat niet eerder een probleem dat we met elkaar moeten gaan tackelen wil echt die energietransitie van de grond komen? Of is er nog meer wat u bedoelde met te zeggen van: intern is er nog een probleem organisatorisch op te lossen? De VOORZITTER: De heer Bouwens. De heer BOUWENS: Stedin heeft actief bijgedragen in de stuurgroep RES Midden Holland en heeft ook heel goed onderbouwd op welke plekken in het Midden Hollandse er een probleem is met het netwerk en welke gebieden eigenlijk behoorlijke investeringen vragen.
Wat zij wel zeggen, is dat een onevenwichtig bod, dus een onevenwichtige inbreng in wind en zon eigenlijk een veel duurdere aanpassing van de infrastructuur noodzaakt. Dus zij zeggen twee dingen. Enerzijds: maak een verstandige mix. Dan is in feite de investering in de infrastructuur minder hoog. Twee. Geef ons de tijd om in die gebieden waar geen grootschalige infrastructuur aanwezig is, om dat voor te 16
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
bereiden. Daarbij speelt een rol dat in 2025 in feite de vergunningen al verleend zouden moeten worden om de doelen voor 2030 te halen. Dus wij moeten morgen beginnen met duidelijk te maken welke zoekgebieden er concreet zijn, zodat Stedin aan het werk kan om de nodige infrastructuur te gaan aanleggen. De VOORZITTER: Dank u wel, de heer Keizer van het CDA. De heer Van de Breevaart, gaat uw gang. De heer VAN DE BREEVAART (ChristenUnie-SGP): Dank u, voorzitter. U stelde aan ons een vraag als het gaat om de integrale visie voor het Groene Hart: zouden jullie dat willen doen? Dan heb ik eigenlijk een wedervraag. In hoeverre is de regio daar zelf mee bezig geweest het afgelopen jaar? En wat zijn de behaalde resultaten daarin? De VOORZITTER: De heer Bouwens, u heeft zo het woord. Even excuus aan de heer Kastelein, want ik zei de heer Keizer begreep ik net. Dat even voor de notulen. De heer Bouwens, gaat uw gang. De heer BOUWENS: Ja. Er is contact geweest tussen de verschillende programmamanagers. In ons geval, ik woon in Bodegraven-Reeuwijk, is er contact geweest met de regio U16. Maar er is geen beleid wat in feite projecten die de grens overgaan, in ons geval de provinciegrens, om die met elkaar te verbinden. Vandaar mijn vraag aan Provinciale Staten. Het zou denk ik de RES ten goede komen als er een mogelijkheid was om projecten met elkaar te verbinden over grenzen heen.
Ik hoop dat dat een antwoord is. De VOORZITTER: Dank u wel. Er wordt ‘ja’ geknikt, dus ik denk dat het goed gegaan is. De heer BOUWENS: Ik kan het helaas niet zien, want ik heb geen beeld. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage, de heer Bouwens. Dan gaan we door naar Holland Rijnland. De heer Boeree. De heer Boeree, u heeft ook vijf minuten. Gaat uw gang. De heer Boeree, uw microfoon staat nog uit. De heer Bouwens, u kunt misschien ook de chat verlaten of in ieder geval Teams verlaten. De heer Boeree, gaat uw gang. De heer BOEREE: Ja, opnieuw. Dank. Ik ben voorzitter van Rijnland Energie coöperatie. Wij richten ons op het gebied Holland Rijnland om daar op coöperatieve basis grootschalige duurzame opwek te realiseren. Dat doen wij samen met de lokale coöperaties in de regio. Allemaal coöperaties die de urgentie en de doelen van het klimaatakkoord onderschrijven. De RES 1.0 is de eerste stap om dat te realiseren. Alle opties zijn nodig als het om duurzaamheid gaat. Zon op dak, zonneweides en dergelijke. Maar gezien de urgentie van het klimaatprobleem kiezen wij heel nadrukkelijk voor de grootschalige opwek. Dat zijn windturbines en zonnevelden die in ieder geval de mogelijkheid geven om de stappen te zetten die nodig zijn. Maar omdat het grootschalig is, heeft dat dus ook enorme impact op de omgeving en dus op burgers en omwonenden die daar onvermijdelijk mee te maken
krijgen. Dan is transparantie in de besluitvorming, open informatievoorziening van groot belang. Wij kiezen daarom ook heel bewust voor het coöperatieve model, omdat dat de mogelijkheid biedt om daar waar ook de lasten zijn, als je dat zo mag zeggen, ook de lusten in de omgeving te laten landen. Wat ons betreft een noodzakelijke voorwaarde. Niet voldoende om het draagvlak volledig te realiseren, maar het is wel een hele belangrijke stap om te zetten. De opgave is groot. Om in 2030 de doelstellingen duurzame opwek te realiseren, zijn zonneweides nodig. Als je naar de windturbines kijkt, dan zijn dat er misschien wel ruim vijftig van 5 MW. Op dit moment staan er in het hele gebied tien van zo’n beetje 3 MW. Dus er is nogal wat te doen. Dat is heel veel om te doen. Dat moet allemaal in een gebied wat ook nog eens delen van het Groene Hart omvat. Rijnland Energie is zich daar zeer van bewust, realiseert zich als geen ander dat je dat Groene Hart ook moet ontzien. Daarom hebben wij van meet af aan gekozen om de bestaande infrastructuur langs autowegen te kiezen als mogelijke locaties voor windturbines en andere grootschalige opwek. Bij voorkeur in combinatie met zonnevelden met het oog op de netstabiliteit, een opmerking die al door meerderen is gemaakt. Het is een keuze die de RES 1.0 ook maakt, de RES 1.0 Holland Rijnland.
Dat is dus ook een keuze die wij als aanpak van harte ondersteunen, omdat bouwen langs de infrastructuur het open gebied kan openhouden. Maar er is een maar. De RES 1.0 duidt een aantal zoekgebieden aan, maar laat daar wat steken vallen, waardoor de doelstelling zoals die nu wordt benoemd als theoretisch haalbaar, wel erg veel theorie is geworden. Want onder andere het zoekgebied langs de N207 is volledig weggevallen. De initiatiefnemers aldaar zullen daar straks meer over zeggen. Daarnaast duidt de RES 1.0 langs de A4 een drietal zoekgebieden aan die, als je daar heel goed naar kijkt – De VOORZITTER: De heer Boeree, u heeft nog één minuut. De heer BOEREE: Goed zo. Dan wil ik duiden dat daar te beperkte mogelijkheden zijn om iets te doen. De N11 blijft dan over. Wij ondersteunen die keuze voor de N11 van harte. Alleen, dan moet die wel mogelijk gemaakt worden. Wij constateren dat nu met het standpunt van GS van 20 april, die de nieuwe zoeklocaties in het Groene Hart eigenlijk al onder voorbehoud zet en eigenlijk niet mogelijk acht, dat daarmee grootschalige opwek door windturbines onmogelijk is gemaakt en dat door de doelstelling niet wordt gehaald. We beschouwen dat als zeer teleurstellend en ook eigenlijk volstrekt geen recht doend aan alle inspraak en inspanningen die tot nu toe zijn gepleegd.
Dus wij pleiten ervoor dat de RES 1.0 Holland Rijnland ongewijzigd wordt vastgesteld. Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Bakx van 50PLUS heeft een vraag. Gaat uw gang, de heer Bakx. De heer BAKX (50PLUS): Dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan de heer Boeree. Bedankt voor de inbreng van de heer Boeree. Ik vraag me af hoe hij aankijkt of zijn organisatie tegen de realisatie van kleine windmolens. Het is mij gebleken dat die vergunningsaanvragen voorbijkomen nu. Molens van 10 tot 15 meter. Dat regardeert onder de gemeentes. Dat geeft natuurlijk ook, als we overal zo’n ding gaan neerzetten, vervuiling van de 17
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
omgeving. Hoe kijkt u aan tegen deze stand van zaken en hoe gaat u dat met uw organisatie proberen te beïnvloeden? De VOORZITTER: De heer Boeree, gaat uw gang. De heer BOEREE: Dank u. Wij beschouwen dat niet als grootschalige opwek. Die zullen ook niet de doelstellingen realiseren. Bovendien leidt het tot onrust, verrommeling van de omgeving. Vandaar onze keuze voor grootschalige opwek. Maar dat mogen ook turbines van 3 MW zijn. De VOORZITTER: Dank u wel. De heer Van de Breevaart, ChristenUnie-SGP. De heer VAN DE BREEVAART (ChristenUnie-SGP): Dank, voorzitter. Dank ook voor uw bijdrage. Uw voorganger gaf net iets aan over de integraliteit van het Groene Hart. U pleit specifiek voor een oplossing in dit deel. Hoe kijkt u aan tegen de integraliteit en dus mogelijk ook tegen de mindere belasting van bepaalde gebieden en op andere gebieden misschien wat meer belasting in Zuid-Holland of in het Groene Hart? De VOORZITTER: De heer Boeree. De heer BOEREE: Dank u. Ik denk dat die integraliteit inderdaad aan de orde is. Het zonder meer, bijvoorbeeld als het over de N11 gaat, die volledige infrastructuur te benutten, lijkt ons wat onverstandig. Er moet een behoorlijke visie zijn op wat je daar wil en dat moet je ook met de omwonenden realiseren. En je moet ook openheid creëren over bijvoorbeeld de omvang van de windturbines die je daar zou willen plaatsen.
Niet per se voor het maximum gaan. Wat op dit moment vanwege de SDE-subsidie wel een probleem is. Wil je een windpark rendabel opereren, dan dwingt de SDE tot hele grote windturbines. Het is maar de vraag of je dat zou moeten willen. Daar moet je dan wel een discussie over voeren. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw beantwoording. Andere Statenleden nog vragen? Dat is niet het geval. De heer Boeree, dank voor uw bijdrage. U kunt ons weer verder volgen via de webcast. Ik wens u alvast een heel prettig weekend. Dan gaan we naar de heer Atteveld van N11-initiatief. Gaat uw gang, de heer Atteveld. De heer ATTEVELD: Goedemiddag. Jos Atteveld van Groener Zoeterwoude. Ik spreek hier namens de samenwerkende energiecoöperaties gelegen langs de N11. Dit zijn Energiecoöperatie Energiek Leiden, gebiedscoöperatie Groener Zoeterwoude, Energiecoöperatie Energiek Alphen, Energiecoöperatie Bodegraven-Reeuwijk en de Natuur en Milieu Federatie Zuid-Holland. De Coalitie N11 is gevormd om de potentie van deze infrastructuur voor grootschalige opwek uit te werken. Deze uitwerking hebben wij op 9 april jongstleden met een bijgaande brief aan de stuurgroep en programmaraad RES Holland Rijnland en Midden-Holland openbaar gemaakt. In aanvulling op deze brief zou ik nog de volgende punten willen benadrukken. Het realiseren van grootschalige opwek langs de N11 maakt het mogelijk om ons inziens de natuur- en
landschapswaarden van het Groene Hart te behouden en de potentie van de aanliggende bedrijven te benutten voor balancering van vraag en aanbod en dus een betere benutting van het elektriciteitsnetwerk te bewerkstelligen. Dat betekent dat als je daar gebruik van maakt, de infrastructuur van Liander niet extra belast wordt en dat je eigenlijk heel snel aan de slag zou kunnen; Daarnaast lokaal eigendom te realiseren en daarmee een groter draagvlak voor bewoners en bedrijven in het gebied te krijgen. Speciale aandacht vragen wij voor het bevorderen van lokaal eigendom. De provincie heeft een handreiking Financiële participatie gepubliceerd. Onze complimenten hiervoor. Echter meerdere gemeenten hebben nog geen stappen gezet om deze handreiking om te zetten naar een concreet beleidskader lokaal eigendom. Stimulans vanuit de provincie zou zeer kunnen helpen. Het gaat ons inziens dan om zon-, wind- en warmteprojecten. Wij zien kansen langs de N11 voor grootschalige zon- en windprojecten. De Energieke N11 kan zodoende een grote bijdrage leveren aan het realiseren van de doelstelling 2030. Echter, een kaderstellend programma van eisen per zoekgebied is daarbij ons inziens wel noodzakelijk. Wat windmolens betreft zou het dan moeten gaan om de hoogte, het geluid, de slagschaduw en de afstand tot woningen.
We snappen dat dit consequenties kan hebben voor de financiële haalbaarheid van projecten. Nu lijkt het of de SDE+-subsidie van de overheid bepalend is voor de hoogte van de windmolens. Omdat de businesscase anders niet uit zou komen. We merken dat hoe hoger de windmolens in bebouwd gebied, des te groter de weerstand is. Willen we de bewoners in de zoekgebieden meekrijgen, dan zal aan dit onderdeel heel veel aandacht besteed moeten worden. Maatwerk dus ook voor de subsidies om grootschalige opwek, met name in ons dichtbevolkte gebied, te realiseren. Dat is wat ik u wil vertellen. De VOORZITTER: De heer Atteveld, dank u wel voor uw bijdrage. Er is een vraag van de heer Hijink. Mevrouw Hijink. Gaat uw gang. Mevrouw HIJINK (PvdA): Mevrouw is het inderdaad. Dank u wel, voorzitter. Dank u wel voor uw inbreng, de heer Atteveld. Heel interessant om te horen ook hoe de bedrijven ter plekke rondom de locaties langs de N11 participeren en betrokken zijn, als ik uw verhaal goed begrepen heb, bij het hele proces. Kan ik daaruit opmaken dat er voor deze locatie, voor deze turbines de aanpak voor het draagvlak van de omwonenden – misschien ga ik wat te kort door de bocht, maar zo goed als geregeld is? Dat dat gewoon op orde is? Ik zal hem anders stellen. Is er nog weerstand ook bij omwonenden, zowel bij bedrijven als bij huishoudens? Dan heb ik een beeld bij wat er speelt.
De heer ATTEVELD: Nou, de weerstand is enorm aan het toenemen. Is zich ook aan het concentreren rond groepen die op alle mogelijke manieren nu ook gemeenteraden beïnvloeden. Omdat denk ik ook de grootte van de molens het grote schrikbeeld is. Dus vandaar dat wij ook een enorm beroep doen op: pas voor de omgeving eventueel de hoogte aan. Alleen, dan moet je ook wat doen aan de businesscase. Want zoals de businesscase nu is, met de SRE-subsidie, gaan we er nooit uitkomen en wordt dat een enorme strijd. Het jammere is dat het alleen maar gaat over molens en zonneparken waar ook de nodige weerstand van is. Als 18
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
je naar agrarisch gebied kijkt dan is er minder weerstand tegen molens en een heel grote weerstand tegen zonneparken. Kom je in een bewoond gebied, dan is het net andersom. En ergens zullen we die middenweg met elkaar moeten zien te vinden. Wat mij in de discussie opvalt, is dat het alleen maar gaat over hoe het er uit gaat zien met windmolens en zonneparken en dat we de reden waarom we eigenlijk aan de slag zijn met die windmolens en de zonneparken, uit het oog raken. Met name het gebied waar wij wonen, en laten we heel eerlijk zijn: volgens mij wonen we in een badkuip. Het gevolg van de klimaatopwarming juist voor onze omgeving kan een enorm schrikbeeld voor mensen geven. Dus oog hebben voor alles wat er gebeurt en kijken of je samen tot compromissen kunt komen. Maar de overheidssubsidie maakt nu en dat zie je in het hele land, dat er een geweldige weerstand komt tegen die enorm grote molens, terwijl we in ons gebied een aantal molens hebben staan die mensen hebben geaccepteerd. De laatste molens die geplaatst zijn, geven ook bij de bevolking heel weinig problemen. Want er is gewerkt aan geluidsoverlast. Er is aan slagschaduw gewerkt. Wat de windmolens betreft, is het tegenwoordig ook mogelijk om ze stil te zetten als er grote vogels komen. Dus de techniek is in staat om een heleboel dingen te regelen, waardoor het min of meer acceptabel wordt.
Ik ga er persoonlijk vanuit dat die windmolens één levensfase meemaken, 20, 25, 30 jaar, en dan is dat in ons gebied volstrekt onvoldoende om voldoende stroom op te wekken. Dus we moeten een bepaalde periode overbruggen, de komende zeg dertig jaar, en dan zijn er andere mogelijkheden. Dan gaan diezelfde molens weer weg. Net als dat vroeger ook met de kleine windmolens het geval was.
Want waar loopt het dan spaak voor uw gevoel? Want u bent echt een van de partijen die daar ook in de praktijk dingen van ondervindt. En het tweede is die hoogte en de SDE-subsidies. De hoogte van de windmolens. Dat is meer een pleidooi richting het Rijk natuurlijk. De provincie schetst niet de kaders voor de SDEsubsidies of de criteria daarvoor. Wat verwacht u dan precies binnen deze RES nu van de Provinciale Staten in de besluitvorming om daar een andere keuze in te maken? Wat is daar uw specifieke wens voor?
De VOORZITTER: Dank u wel.
De VOORZITTER: Dank u wel voor uw antwoord. Ik zie de heer Özkaya knikken, dus hij is ook tevreden denk ik met uw antwoord. Dank ook voor uw bijdrage. U kunt ons blijven volgen via de webcast. Ik wens u alvast een prettig weekend. Dan gaan we door naar de volgende inspreker. Dat is de heer De Graaf, Initiatief Windpark N207. De heer De Graaf, u heeft het woord.
Mevrouw HIJINK (PvdA): Dank u voor uw uitleg. De heer ATTEVELD: Misschien nog één ding, over de aansluiting van het bedrijfsleven. Ik heb in jullie rapportage gelezen dat er ook gezocht wordt naar aansluiting met industriegebieden. Dat biedt met name in Zoeterwoude ook heel veel mogelijkheden met Heineken en wat het Transferium betreft met de accu’s die daar geladen moeten worden voor het transport van schepen naar Rotterdam toe. De VOORZITTER: De heer Özkaya, gaat uw gang, GroenLinks. De heer ÖZKAYA (GroenLinks): Dank, voorzitter. Ook dank aan Jos Atteveld. Ik had eigenlijk heel andere vragen, maar naarmate het zo vorderde in uw betoog dacht ik: ik ga het toch even over een andere boeg gooien. Want u had het over de stimulans. Ik heb twee korte vragen. Daar houd ik het bij. Een stimulans vanuit de provincie voor het lokale eigenaarschap en dat het daar eigenlijk een beetje is blijven hangen. Zo begreep ik eigenlijk uw oproep om daar nog iets verder mee te doen, dat de gemeenten daar nog geen uitwerking aan hebben gegeven. Wij vinden dat ook een heel belangrijk punt. Ik zeg ook weleens: zon en wind is van iedereen. Dus dan moeten ook de windmolens en de zonneparken van iedereen komen te worden. Maar de vraag is wel: wat denkt u dat de provincie daar nog in zou kunnen betekenen? Behalve die handreiking. Dat is één concrete vraag.
De VOORZITTER: De heer Atteveld, mag ik u verzoeken een korte reactie te geven? De heer ATTEVELD: Ja. We staan natuurlijk voor een enorme opgave in Nederland om te voldoen aan de klimaatdoelstelling. Je ziet overal in het land dat er een geweldig protest komt tegen de enorm hoge windmolens. Dus als ook de provincie zijn doelstelling niet kan realiseren, dan zou dat kunnen komen doordat de SDEsubsidie verkeerd uitpakt om medewerking van inwoners te krijgen dit te realiseren. Wat het tweede punt betreft, wij hebben het voordeel dat we allemaal aangesloten zijn bij Energie Samen. Energie Samen heeft op landelijk niveau met een aantal grote ontwikkelaars afspraken gemaakt over die 50 procent-regeling. Maar het mooie zou zijn dat de gemeenten dat ook oppakken. Want zijn er ontwikkelaars die dat niet onderschreven hebben, dan wordt het weer een strijd om het geld. Terwijl als je de inwoners erbij betrekt, de kans dat je er samen uitkomt, groter is om onze klimaatdoelstellingen te realiseren dan dat we tegenover elkaar staan.
De heer DE GRAAF: Dank u wel, voorzitter. Geachte Provinciale Statenleden, ik spreek namens de gezamenlijke initiatiefnemers van het windpark N207 in de gemeente Kaag en Braassem. Ik ben Piet de Graaf en als lid van de coöperatieve vereniging Windpark N207 vertegenwoordig ik ons samenwerkingsverband in dezen. U staat voor een moeilijke keuze. U wilt als provincie het open karakter van het Groene Hart behouden en u wilt uw bijdrage leveren aan het oplossen van het klimaatprobleem. Als nazaat van een familie die al eeuwen in de droogmakerijen van het Groene Hart woont en als grootvader van kinderen die ook nog in de toekomst van het Groene Hart willen genieten, heb ik voor diezelfde keuze gestaan. Maar eigenlijk is die keuze niet zo ingewikkeld. Windmolens veranderen het landschap slechts tijdelijk, zeg maar bijvoorbeeld 25 jaar. Klimaatverandering zal nog generaties lang in negatieve zin doorwerken. En als we niet oppassen, staan de droogmakerijen over een eeuw weer onder water. Dan weet ik wel waar mijn voorouders voor gekozen hadden en ik weet al helemaal waar mijn kleinkinderen voor kiezen. Vanuit de RES-regio Holland Rijnland is ook duidelijk gezegd: zonder windenergie in het Groene Hart kunnen de 19
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
beoogde doelstellingen niet worden gehaald. Binnen het Groene Hart, of liever gezegd aan de rand van het Groene Hart, is de locatie langs de N207 een van de meest geschikte gebieden voor windturbines. Met een windpark van bijvoorbeeld zes turbines kan er nog een afstand worden gehouden van zo’n 1.000 meter, dat is 1 kilometer, tot de omliggende bebouwing. En een dergelijke clustering levert in één keer een vermogen van 30 MW op. Voldoende voor een jaarlijkse opwek van 120 miljoen KWh. Wij waren daarom ook blij dat enkele jaren geleden het toenmalige college van B&W van de gemeente Kaag en Braassem als eerste van de RES-regio Holland Rijnland positief heeft gereageerd op de opgave van het klimaatakkoord van Parijs. In de hoogste versnelling werk maken van de energietransitie en dus ook ruimte maken voor grootschalige opwek van duurzame energie. Dit signaal hebben wij als agrariërs langs de N207 opgepakt en we hebben ons initiatief direct verbreed. We nodigen alle agrariërs van heel Kaag en Braassem uit om mee te investeren en we hebben de regionale burger-energiecoöperatie Rijnland Energie uitgenodigd om zich bij ons aan te sluiten. Met recht een lokaal initiatief van boeren en burgers gezamenlijk. Beide aandeelhouder voor 45 procent. Coöperatie Windunie is erbij betrokken als kennispartij met een klein minderheidsaandeel van 10 procent.
Daarmee is het voor 90 procent een lokaal initiatief en zullen dus de inkomsten ook voor 90 procent lokaal landen in de vorm van rendementen, een gebiedsfonds en dorpsfondsen. En als buren willen wij een intensief gesprek aangaan met omwonenden om gezamenlijk het best passende windpark te ontwerpen. En ja, het landschap gaat veranderen. Daar zullen we in heel Nederland aan moeten wennen. Maar intussen is iedereen doordrongen van het feit dat voor het welzijn van de toekomstige generaties klimaatverandering een halt toegeroepen moet worden. Kernenergie is een wellicht een optie, maar niet vóór 2030. Wind op zee is een optie en gebeurt ook, maar onvoldoende om doelen van het klimaatakkoord te realiseren. Wij zijn dan ook zeer teleurgesteld dat het college van B&W van Kaag en Braassem mee is gegaan in het negatieve sentiment over windenergie, terwijl dat gevoed wordt door een beperkte groep tegenstanders.
de direct omwonenden te organiseren. Dat kan alleen met steun in de rug van de gemeenteraad en daarom vragen wij u het gebied rond de N207 op te nemen als zoekgebied, desnoods als reservezoekgebied, in het RES-bod 1.0. Dank u wel voor uw aandacht. De VOORZITTER: Dank u wel voor uw bijdrage, de heer De Graaf. Ik kijk even naar de Statenleden of zij een aanvullende vraag voor u hebben. De heer Özkaya, gaat uw gang. De heer ÖZKAYA (GROENLINKS): Ja, ik ben toch wel even benieuwd. Dank ook aan de heer De Graaf voor zijn bijdrage. Ik ben benieuwd of de heer De Graaf inzicht heeft in de besluitvorming waarom uiteindelijk het initiatief dan niet als zoekgebied is opgenomen in de RES. Heeft u daar een beeld bij? Was daar binnen de RES geen voldoende draagvlak voor? Heeft u daar enig idee over en kunt u dat proces misschien iets meer toelichten en uw betrokkenheid daarbij? De VOORZITTER: De heer De Graaf, gaat uw gang. De heer DE GRAAF: Dank u wel. In de eerste plaats was het natuurlijk al lastig in het coronatijdperk om goede contacten te hebben. Je ziet dan dat toch vooral ook de tegenstanders, dat het moeilijk is om daar echt goed mee in gesprek te gaan. En als je geen zoekgebied hebt, dan heeft het ook geen zin om met elkaar in gesprek te gaan. Wij wilden juist zoveel mogelijk proberen om met de omgeving en ik gaf het u al aan, 90 procent lokaal, 90 procent binnen de gemeente zelf.
Nou, dan moet je daar met elkaar over spreken van: hoe ga je dat dan doen en hoe ga je het vormgeven? Waar plaats je die windmolens precies? En hoe ga je met de revenuen om? En hoe ga je met de investeringen om? Als dat dan ontbreekt, en wat bij de hand afgebroken wordt en laten we zeggen: de discussie wordt eigenlijk een beetje gekaapt door de tegenstanders, dan wordt het best lastig. Ik ben bang dat het college zich daar een beetje door heeft laten beïnvloeden. De VOORZITTER: De heer Van de Breevaart, ChristenUnie-SGP.
De VOORZITTER: De heer De Graaf, u heeft nog één minuut. De heer DE GRAAF: De zwijgende meerderheid die er veel genuanceerder over denkt, wordt daarmee aan de kant geschoven. En het welzijn van de toekomstige generaties genegeerd. Wij zijn zeer verbaasd dat met het RES-bod 1.0 de schijn is gewekt dat er andere en betere zoeklocaties langs de A4 zouden zijn. De kaartjes die wij u hebben toegestuurd, spreken voor zich. Zo nodig willen wij die ook toelichten, maar daar ontbreekt nu de tijd voor. Wij kunnen geen andere conclusie trekken dan dat de gemeente Kaag en Braassem accepteert dat zij geen bijdrage levert aan de grootschalige opwek van duurzame elektriciteit. Dat staat in schril contrast met de eerder genoemde bestuurlijke ambitie, die door de gemeenteraad wordt gedragen. Het initiatief Windpark N207 wil een bijdrage leveren aan uw ambitie voor duurzame energie met een 100 procent lokaal geïnitieerd project. Wij willen samen met omwonenden komen tot het best passende windpark. Daarbij zal de geluidshinder en hinder van slagschaduw minimaal zijn. Wij roepen u als Provinciale Staten op om ons de kans te geven dat gesprek met
De heer VAN DE BREEVAART (ChristenUnie-SGP): Dank u. Ik had even een vraag met betrekking tot het lokaal eigenaarschap en de direct betrokkenen. Ik hoorde u zeggen: de omwonenden, daar moeten we nog mee in overleg. Terwijl dat lokaal eigenaarschap is voor 90 tot 100 procent ongeveer gedekt. In hoeverre is lokaal eigenaarschap representatief vindt u als ook de omwonenden daar nog niet in betrokken zijn of zelfs misschien eigenaar in zijn? De VOORZITTER: De heer De Graaf. De heer DE GRAAF: Wij hebben inmiddels een kleine groep van de omwonenden en van burgermensen die daar wel graag over spreken. Die hebben we inmiddels al bij elkaar. Twintig mensen ongeveer. Dat proberen we in samenwerking met Energie Samen, de coöperatie die al eerder genoemd is, om dat verder op te krikken en daar verder mee in gesprek te gaan. Maar dan moet je het wel ergens over hebben. Dan wil je ook graag rugdekking hebben van je gemeenteraad, van je overheid. Want als die 20
Notulen provincie Zuid-Holland
Inspraakbijeenkomst van 14 mei 2021
Inspraakbijeenkomst RES
zeggen: hoor eens, wij willen het niet eens. Dan ontbreekt ook de energie en het idee om daarin te gaan investeren. Want je maakt kosten van tevoren en je steekt er energie van. Dat is dan het dilemma dat je voorziet. De VOORZITTER: Dank u wel. Mevrouw Nelisse, VVD. Mevrouw NELISSE (VVD): Dank u wel, voorzitter. U had het over de doelstellingen en het niet halen daarvan. Ik vroeg mij af of u het had over de landelijke doelstellingen van 35 TWh of zelf door de regio opgelegde doelstellingen. De VOORZITTER: De heer De Graaf. De heer DE GRAAF: Ja. Dan gaat het om de doelstellingen zoals in RES-gebied, het RES-gebied Rijnland. Daar hebben we dat windpark langs de N207 gewoon hard voor nodig om die doelstellingen te kunnen realiseren. De alternatieven die nu aangedragen worden door B&W langs de A4 zijn volstrekt onvoldoende om die doelstellingen te halen. Mevrouw NELISSE (VVD): Maar het gaat dus over de zelf opgelegde en niet landelijke doelstelling uit het klimaatakkoord? De heer DE GRAAF: Ja. Mevrouw NELISSE (VVD): Dank u wel. De VOORZITTER: Dank u wel. Ook voor uw vraag. De heer De Graaf, ook dank voor uw inbreng en antwoorden aan de Staten. We gaan door naar de volgende inspreker. U kunt ons blijven volgen de hele dag tot 16.00 uur. Het is een dagvullend programma. Dank u wel. Mevrouw Mook. Mevrouw Mook spreekt namens de Coöperatie Energiek Leiden.
Mevrouw Mook, u heeft het woord. Mevrouw MOOK: U kunt mij zien en horen? Dank u wel, voorzitter. Goedemiddag Statenleden en collega-insprekers. Mijn naam is Tineke Mook. Ik ben zoals aangekondigd bestuurslid van Coöperatie Energiek Leiden. Dat is een nieuwe coöperatie met al heel wat ervaren leden, bestuursleden sowieso. Wij zetten ons in voor de energietransitie in de stad. Over wind is al het een en ander gesproken net. Wij doen mee met de Watergeuzen, de twee windturbines, samen met een aantal andere coöperaties in de regio onder Rijnland Energie. Wij willen het nu graag hebben over onze grote zorgen rond de aanleg van WarmtelinQ en wijkdistributienetten. Want WarmtelinQ, dan heet het WarmtelinQ plus, komt ook misschien – hopelijk niet – onze kant op. Er liggen vergevorderde plannen voor een regionale warmtetransportleiding tussen Vlaardingen en Den Haag allereerst, en dan verder naar Leiden en de regio. Bewoners in Holland Rijnland en met name in de Leidse regio, krijgen met die nieuwe warmte te maken. Wij maken ons daar zorgen over, omdat we zien dat de belangen van bewoners niet genoeg worden meegenomen in de besluitvorming. We hebben voor vanmiddag een drietal punten op een rij gezet die volgens ons vooral de aandacht vragen. Daarna hebben we ook wat aanbevelingen. Ten eerste. De besluitvorming is niet onafhankelijk. De aanleg van