CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2025 m 11 d 11 Vsl Raad

Gemeenteraad 16 december 2025, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Notulen verslag 11 november 202534.585 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Samen met WoonWest zijn we aan het bekijken hoe we dit zo snel mogelijk kunnen doen. We hebben de omwonenden aangegeven dat de vergunning voor het stallen van de units aan de Sterappel eenmalig voor één jaar is verleend. Voor die tijd zijn die units daar weg. Wij komen zo snel mogelijk naar u toe met een verdere uitwerking van hoe en wat. Verder heeft Mijn Partij iets gevraagd over de familie Wubben. Ambtelijk kreeg ik door dat we met twee families Wubben in gesprek zijn. Ik denk dat het gaat om Maasland. Daar is inderdaad een mail over geweest en daar is ook actie op ondernomen. De gesprekken lopen naar mijn beste weten nog steeds vanuit onze organisatie en met de omwonenden. Verder geeft Mijn Partij aan dat we het eigen vermogen mogen aanwenden voor de sociale huur, de middenhuur. U krijgt binnenkort een aantal voorstellen om zowel huisvesting huisartsen goed te keuren, net als extra investeringen, als ook De Kroon waarmee we investeringen gaan doen en de Zuidrand waar we investeringen in gaan doen. Ik hoop dat we dan op uw steun mogen rekenen. Voorzitter, dan kom ik bij de motie die de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland heeft ingediend, over het inzicht en de actie om samen te kunnen bouwen. Volgende maand hebben we 28

inderdaad, zoals beloofd, in de raad de lijst met projecten waarin we met elkaar besluiten gaan nemen over waar we de komende tijd op gaan inzetten. In dat raadsvoorstel, dat 18 november 2025 bij het college ligt zodat het op tijd bij u komt voor de commissiebehandeling, staan een aantal knelpunten benoemd. Volgens mij zijn dat de knelpunten waar u op doelt, maar we kunnen kijken of we met middelen, mensen of misschien anders wel beleid kunnen bekijken of we daar versnelling kunnen realiseren of keuzes kunnen maken. Dus wat mij betreft kunnen we die motie uitvoeren. Ik denk dat u volgende week het een en ander zult herkennen in de knelpunten. Voorzitter, ik zie een interruptie. De voorzitter: Die had u eerder gezien dan ik. Mijnheer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Ja, dank u wel, voorzitter. Kan ik hieruit afleiden dat de wethouder tussen neus en lippen eigenlijk bedoelt dat de motie overbodig is? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Voskamp: Het is de vraag of die overbodig is. Volgens mij benoemt de heer Jongsma uitstekend waar de knelpunten zitten. Dat hebben wij ook in het raadsvoorstel beschreven. We hebben daar in het raadsvoorstel nog geen oplossingen voor genoemd.

Dus als uw motie leest: 'kom met een aantal oplossingen of ga met ons in gesprek over wat er mogelijk is om een aantal van die knelpunten weg te nemen', dan denk ik dat dat zeker een goede oproep is. Die motie zouden we kunnen steunen. Voorzitter, dan kom ik bij de VVD over financiële degelijkheid. Ik heb de vraag aan het college wat er is gebeurd met de fiches opgeschreven. De amendementen die ingediend zijn over die fiches, zijn verwerkt. Dat hebben we gedaan. Volgens mij zei de heer Ringeling dat we over de kadernota en over de begroting in een heel hoog detailniveau hebben gesproken. Dat is, denk ik, ook de reden waarom een aantal fiches niet meer terugkomen in deze begroting. Ik denk namelijk niet dat we het twee jaar geleden over de speeltuinen of de dierenweides gehad hebben bij de behandeling van deze begroting. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Ja, dank u wel, voorzitter. Waar het de VVD om ging, is dat er heel veel commotie is geweest over een aantal bezuinigingen die nogal wat impact hadden. Ik heb ook meerdere partijen hierover gehoord van: joh, koppel dat terug. Vermeld dat gewoon ergens in de begroting. En het hoeft helemaal niet een plus-of-minlijstje te zijn of een groen of rood lijstje, maar vermeld die fiches gewoon in de begroting.

Vermeld gewoon dat ernaar is gekeken en dat de meeste bezuinigingen die heel veel impact hebben niet zijn uitgevoerd. En dat is eigenlijk waarom gevraagd werd, ook door andere partijen, waarom dat niet heeft gekund. Al zet je het maar even in de inleiding van de begroting. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is weer aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Volgens mij was dat de uitkomst van de kadernota. Daar hebben we over gecommuniceerd, ook met de verschillende partijen in een-op-eengesprekken die wij als portefeuillehouders hebben gehad. Volgens mij was heel duidelijk waar die behandeling over gegaan is, namelijk het terugdraaien van een aantal voorgestelde bezuinigingen. Ik heb de inleiding niet uit mijn hoofd zo paraat, maar volgens mij staat daarin gewoon beschreven dat we de kadernota verwerkt hebben en dat de daar gedane voorstellen in de begroting zijn geland. Voorzitter, de heer Gebben geeft aan dat het ravijnjaar is afgewend en dat stevig ingrijpen vanaf 2029 nog steeds nodig is. In het meerjarenperspectief zie ik dat niet naar voren komen. Dat hangt heel erg af van de onzekerheden die we ook op landelijk niveau zullen zien. Om het nogmaals te zeggen, ook in het kader van het azc en de flexwoningen: het beloofde zoet is nog niet gezien. Daar wordt hard aan gewerkt. Daarvoor komen we met voorstellen.

Het COA levert een substantiële bijdrage aan in totaal 45 flexwoningen die wij kunnen gaan inzetten. Daarbij houden we echt de financiële cijfers niet tegen de borst. Die flexwoningen zijn nodig om op korte termijn dingen te kunnen doen, zodat we verder kunnen gaan met de permanente woningbouw. 29

Dan kom ik bij de motie over de bedrijfscontactfunctionaris. De heer Van Rijs gaf het ook al aan; amendement E van de kadernotabehandeling is met 11 stemmen voor en 6 stemmen tegen aangenomen. De bedrijfscontactfunctionaris bestaat dus nog gewoon en tot voor kort hadden we daar een vacature op. Afgelopen maandag zijn onze nieuwe bedrijfscontactfunctionaris en medewerker economisch beleid samen met de burgemeester op pad gegaan om zich voor te stellen aan de ondernemers in Den Hoorn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Even voor de duidelijkheid, raadt u dan die motie af? Wethouder Voskamp: Volgens mij is die in zijn geheel uitgevoerd. De heer Gebben: Dan zal ik de OGP Midden-Delfland meteen uit de droom helpen. Dan trekken wij hem natuurlijk in, want dat heeft geen enkel zin. De voorzitter: Dank u wel, maar dat is ook… Wethouder Voskamp: Dank u wel. De VVD sloot af met: de begroting is sluitend, maar we kunnen niet achteroverleunen en we hebben even lucht gekregen. We staan er financieel goed voor. We hebben een sluitende begroting over vier jaren. Onze reservepositie is op orde. We hebben geïnvesteerd in de zaken waarin we moeten investeren en dat kunnen we nog jaren volhouden. Dus in die zin staan we er goed voor.

Dat betekent niet dat we achteroverleunen, maar het betekent ook niet dat we op dit moment nu met een uitgebreid plan moeten komen om vervelende keuzes en maatregelen in de nabije toekomst te nemen. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Ook dank aan wethouder Voskamp voor de beantwoording van de vragen. Ik heb even meegekeken en volgens mij heeft u ook alle antwoorden gegeven op de vragen die gesteld zijn. Dat betekent dat ik graag naar de andere portefeuillehouder mag gaan. Ik zie de heer Klijmij al opstaan. Dat betekent dat u van mij aan de beurt mag zijn en bij het spreekgestoelte ook de vragen die gesteld zijn mag gaan beantwoorden. U heeft de stemkaart… Aan u het woord. Wethouder Klijmij: Dank u wel, voorzitter. Ik moest hier even het restafval verwijderen. O nee, dat is niet mijn portefeuille. Dank. Mooi om hier bij mijn eerste begrotingsbehandeling te mogen staan, als groentje in het college, met een groene portefeuille. De burgemeester werd al vergeleken met de Messi van het college, dus ik zat wel gelijk te bedenken waar ik mij dan mee moet gaan vergelijken. Nou, laat ik het maar houden bij Maurice Steijn, want die is trainer van een hele mooie club met ook een mooi grasveld. Dus daar hou ik me dan even bij. En het is iemand die continu overpresteert, dus die pak ik ook even mee. Ja, het kan nog wel beter, maar die play-offs, dat komt goed.

Voorzitter, de begroting die voor ons ligt bekijk ik natuurlijk vooral vanuit mijn portefeuille en daar ben ik in ieder geval trots op de woorden die in de inleiding worden gewijd aan de stevige sociale cohesie die wij willen ondersteunen, de initiatieven die wij faciliteren die de leefbaarheid vergroten en het feit dat we ons blijven inzetten voor behoud en versterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap. Daar staan natuurlijk nog een aantal dingen concreet bij. Voor de toekomst van de landbouw zetten we ons vol energie in; dat is ook een paar keer aangehaald. Daar kom ik zo op terug. We hebben de dorpenvisie waar we mee aan de slag zijn. We hebben de omgevingsvisie, die er volgend jaar moet liggen en waaraan wordt gewerkt. We hebben de centrumplannen, ook een van de zaken waar we hier vorige week nog een goed gesprek over hebben gehad, naast de participatie. Het bijwerken van visies en beheerplannen, met ook meer mogelijkheden voor participatie in het groen, werd ook genoemd, het tegengaan van sluipverkeer, inzet op goed openbaar vervoer. We zijn ook goed bezig - vooral Stichting PUUUR is goed bezig - met de marketing van ons gebied. Daar zit heel veel energie in. Dat zijn allemaal punten die ook door een aantal van uw fracties zijn aangehaald. Ik zal er nu per fractie nog even op terugkomen.

Er is een punt, dat van het CDA, dat door iedereen werd aangehaald omdat iedereen om een reactie werd gevraagd: die Hoornseweg-Hoornsekade. We hebben het over de Metropolitane Fietsroute; dat is het woord dat we tegenwoordig gebruiken in plaats van snelfietsroute en doorfietsroute, omdat dat ooit is bedacht voor de Hoornseweg. Dus die 30

staat daar nog bij. Zoals ook in de begroting staat, staat daar wel 'Metropolitane Fietsroute' achter, dus dat is wel de kern. Er wordt nu inderdaad gekeken naar een tracé over de Hoornsekade, dus dat betekent dat geldt dat als daar een investering moet worden gedaan, dat dat dan voor de Hoornsekade is. De kern daarvan is de Metropolitane Fietsroute. Daar is het budget aan gekoppeld. Ik fiets met enige regelmaat over de Hoornsekade, dus ik herken ook wel dat het wat hobbelig fietsen is daar. Overigens is het stukje van Delft erger, want daar zitten allemaal putjes in. Daar zal ik mijn collega nog een keer op aanspreken. Dat is richting het CDA. D66 noemde al participatie in het groen. Uw raad heeft een raadsinformatiebrief gekregen over het feit dat er hard wordt gewerkt aan een visie op het groenbeheer, maar ook op hoe bewoners zelf kunnen meedoen aan beheer van het groen en daarin kunnen participeren. Dat is daar wel een belangrijk punt, dus dat nemen we daar zeker in mee. D66 had het ook over openbaar vervoer. Dat werd ook door de OGP Midden-Delfland aangehaald. Overmorgen ben ik weer in gesprek met MRDH en EBS over de toekomst van het busvervoer. Het gaat over het vervallen van bus 133 en wat daaraan wordt gedaan, dus dat heeft niet alleen volgend jaar, waar deze begroting over gaat, maar ook dit jaar al de volle aandacht van mij.

Een goed openbaar vervoer is namelijk essentieel. Dan kom ik bij de ChristenUnie. De voetbalvergelijking heb ik al gemaakt. Over de knip tussen Den Hoorn en Delft zijn gesprekken geweest en eigenlijk zegt Delft nee. Dat is ook een antwoord. Dat is dus lastig. Om dan ook gelijk even de link te leggen met de Maassluiseweg die de heer Ringeling aanhaalt: daar is eigenlijk ook wel een oproep vanuit een groot deel van de bevolking: moet daar niet een knip moet komen richting Maassluis? Dus het is natuurlijk ook wel gek als wij naar Delft gaan met de vraag of er wat meer verkeer kan komen en ondertussen zeggen: nou hebben we zelf last van sluipverkeer; kan dat dan daar niet weg? Dat zijn wel even andere schaakwedstrijden op twee borden. Over die Maassluiseweg: u vroeg naar het artikel dat is verschenen. Ja, dat is ons meerdere keren gemaild door de indiener en we hebben het gelezen. Het is denk ik wel goed om ook even daar een knip aan te brengen in de verschillende maatregelen die er zijn. Je hebt de korte termijn en de lange termijn. Het plan om de fietsveiligheid te verbeteren, waarmee wij ook naar buiten zijn gegaan en waar de heer Vis op gereageerd heeft, is voor de korte termijn.

Zijn plan ging over de vraag hoe je nou die hele doorstroming kunt verbeteren met een plan van tientallen miljoenen euro's, waarbij al, geheel vrijblijvend, was ingevuld wat Maassluis en de provincie daarvoor zouden moeten betalen. Zoals u net misschien merkte in mijn inleiding en in mijn opmerking over vergelijkingen, dicht ik mijzelf graag wat macht toe en ben ik niet altijd even bescheiden. Maar in dit geval kan ik toch wel echt zeggen dat ik niet over die begrotingen ga. Daar kunnen we dus ook niet zoveel mee. Wat we ook bij die inloopavond hebben uitgelegd, is dat die plannen voor de lange termijn om veel geld gaan. Daar moet echt nog wel wat voor gebeuren voordat we daarmee verder kunnen gaan. Maar er lopen wel gesprekken met Maassluis, want als het gaat om langetermijnoplossingen die gaan over doorstroming, werkt Maassluis er echt aan mee en dan kunnen ze daar ook aan meebetalen en dat betekent dus ook dat ze erover meepraten. Maar het is nu nog veel te prematuur om daar iets over te kunnen zeggen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Ja. Dank u wel voor het antwoord. Uit uw beantwoording haal ik dat u zegt dat de houding bij Maassluis er één van constructieve aard is. Klopt dat? Wethouder Klijmij: Voorzitter, ja. Wij zijn in gesprek.

Als het gaat om de plannen waar we laatst de inloopavond over hebben gehad in Maasland, geldt dat het vanuit ons echt de fietsveiligheid van het kruispunt is. Als het gaat over de lange termijn, dan zie ik daar wel een constructieve houding. Maar ook daar zegt Maasluis dat de budgetten die voor allerlei plannen die door allerlei mensen worden geopperd, met bypasses en rotondes enzovoort, budgetten zijn die zij niet op de rekening hebben staan, die wij niet op de rekening hebben staan, die Rijkswaterstaat ook maar even wil laten zitten en waarvan de provincie zegt er geen geld voor te hebben. Daar kunnen we dus een goed gesprek over voeren, maar dat is echt voor de lange termijn. Want daar zullen we allemaal ook gewoon het geld voor moeten vinden. Dan zullen we ook moeten bedenken wat we dan precies willen. We hebben die plannen daarvoor nog niet voor uitgetekend liggen. Het enige dat we weten is dat dat dure plannen zijn. Dat is ook ooit met uw raad gedeeld. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. 31

De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Nu we het toch over de Maassluiseweg hebben: in de motie Sluipverkeer van de OGP Midden-Delfland wordt gevraagd naar extra onderzoek naar de Maassluiseweg. Wat denkt de wethouder dat dat nog op zou kunnen leveren? De voorzitter: De wethouder. Wethouder Klijmij: Dank u wel, voorzitter. Ik wilde op die motie gaan reageren bij mijn blokje OGP, maar ik kan er nu ook wel iets over zeggen. We zijn op zich al bezig met sluipverkeer, met name op de Zouteveenseweg, om te kijken wat we daar kunnen doen met het instellen van bestemmingsverkeer om zo sluipverkeer te weren. Een van de lastigste dingen daarin is hoe we dat handhaven. Want als je zegt dat je ergens alleen mag komen als bestemmingsverkeer, moet je zien dat iemand daar ook echt voor een bestemming is of dat die niet stiekem aan de andere kant doorrijdt. Dat vraagt ook wat van de handhaving. In die zin kan het helpen, en dat geldt ook voor het gebied rond Maasland, om te bekijken wat ze nou doen in Vijfheerenlanden, waardoor ze daar tevreden zijn. Ik heb natuurlijk ook even gegoogeld en berichten gezien over dat men er in ieder geval in Vijfheerenlanden zelf positief over is.

Dus wat doet men dan dat ze dat daar op een goede manier kunnen doen en kunnen handhaven? Dat was in dat krantenartikel nog niet zo duidelijk, dus het lijkt mij prima om daar een onderzoek naar te doen om te bekijken wat wij daarvan kunnen leren. We hoeven niet altijd zelf het wiel uit te vinden als gemeente. Dus als dat ons helpt om sluipverkeer te weren, dan kan dat. Er kan ook uit het onderzoek komen dat het bij ons niet uitvoerbaar is, maar dan hebben we het in ieder geval onderzocht. Dus daar sta ik in beginsel positief tegenover. Als u mij op een uitje naar Vijfheerenlanden wilt sturen om daar een congres bij te wonen, dan ben ik daar prima toe bereid. De voorzitter: Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Wij zijn natuurlijk altijd voor dit punt en ik neem aan dat onze ambtenaren daar ook proactief in staan, maar de motie vraagt natuurlijk om veel meer. Vindt u dat ook zinvol? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Klijmij: Voorzitter, ik hoorde het dictum en volgens mij vraagt dat om een hoog over onderzoek naar wat Vijfheerenlanden doet en impact et cetera. Dat zit volgens mij allemaal op uitvoerbaarheid. Dat zijn allemaal logische zaken die je wilt weten om te weten of het hier toepasbaar is. Dus van wat ik in het dictum zag staan, is het uitvoerbaar en kunnen wij dat volgens mij ook gewoon binnen onze capaciteit doen.

Want eigenlijk bekijken we gewoon wat ze daar goed doen en wat wij ervan kunnen leren. En vooral ook belangrijk: is dat financieel verantwoord? De voorzitter: Mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Ik denk dat de VVD de motie dan toch anders interpreteert, want er wordt een hoog over onderzoek gevraagd naar de knelpunten binnen Midden-Delfland. Ik mag aannemen dat binnen dit gemeentehuis de knelpunten en alles wat daarom speelt, uitgebreid is onderzocht en bekend is. Heb ik daar gelijk in? De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Klijmij: Dank u, voorzitter. Uiteraard hebben we ook een beeld van de knelpunten die er zijn, zeker hoog over. Dat is dus inderdaad vrij makkelijk op te schrijven, maar dat maakt de motie alleen maar makkelijker uitvoerbaar. Er zitten ook een aantal dingen in die wij nog niet zo hebben. Daarvoor is het goed om dat onderzoek te doen, als uw raad dat wil. Goed, even kijken, was ik gebleven. Dan ben ik bij Mijn Partij. Die vraagt wat we eigenlijk doen voor de boeren. Volgens mij doen wij hier ontzettend veel voor de boeren. Ik heb er ook een aantal andere partijen positief over gehoord. Dus wij zijn daar hard voor aan het werk om ervoor te zorgen dat onze boeren hier een duurzame toekomst op kunnen bouwen.

En dat is ook eigenlijk mijn standaardvraag bij ieder gesprek dat ik voer met boeren: hoe zie je de toekomst en wat is daarvoor nodig? Zo kunnen wij bekijken wat voor rol wij er dan als gemeente in kunnen spelen, 32

omdat die boeren inderdaad hier de dragers van dat mooie agrarische landschap zijn. Maar we kunnen niet alles. Dus als het gaat over de derogatie, zijn dat Europese regels die hier nationaal worden verwerkt. Dan is onze invloed van wat we daar als gemeente in kunnen betekenen relatief beperkt. Dat geldt ook voor PAS-melders. Hoe graag wij ook daar zouden willen helpen, dat kan niet altijd, want dat hangt gewoon aan nationale regelgeving en een kabinet dat eindelijk eens die problemen echt gaat oplossen. Wij zijn gewoon heel beperkt in wat wij kunnen doen. Dat is geen onwil; dat is gewoon hoe de scheiding der machten hier zit in het huis van Thorbecke. Dus daarvoor kijken we echt naar de nationale overheid. Als we de gelegenheid hebben om dat aanhangig te maken bij de provincie of elders, dan doen wij dat zeker. De voorzitter: Ik zie de heer Roeling met een interruptie. Aan u het woord. De heer Roeling: Dank u wel. Ik vroeg natuurlijk naar de gevolgen van die mestderogatie voor onze kringlooplandbouw. Met andere woorden: als voor ons inzichtelijk is wat de gevolgen zijn, kunnen we daar als gemeente misschien iets aan doen. We kunnen ons natuurlijk niet verschuilen achter het excuus Brussel en dat wij dus niks kunnen. Nee, daarom specifiek de vraag wat de gevolgen zijn voor die mensen. Het is hetzelfde als met de PAS-melders. Dat even ter verduidelijking.

Ik heb ook nog een vraag over het ganzenbeheer en de uitbetaling van het weidevogelbeheer. Is het college bereid om daar iets daadwerkelijk te ondernemen? Want dat lijkt me iets wat op de weg ligt van de gemeente. De voorzitter: Dank u wel, meneer Roeling. En in vervolg het woord aan de wethouder. Wethouder Klijmij: Ja, dank u wel, voorzitter. In relatie tot de derogatie zijn er ook vooral zorgen over dat er steeds meer hectares nodig zijn, terwijl natuurlijk de hoeveelheid grond niet toeneemt, omdat men eerder bedreigingen ziet in allerlei ontwikkelingen. Dat is een grote zorg. Daar kijken we wel naar wat we kunnen doen, maar de mogelijkheden zijn wel beperkt. Er zijn ook initiatieven uit het veld die wij met interesse volgen. Dat wegen we altijd af: kunnen wij daarin bijspringen? Moet dat? Maar daar zit nu nog niet een groot masterplan in. We hebben het programma vanuit de IODS-gelden genoemd. Die hebben we als college nog een jaar verlengd, omdat het eigenlijk nodig is om daar weer een nieuw meerjarenplan op te zetten. Dat betekent wel dat we daar volgend jaar in ieder geval vanuit het college aan de gang moeten gaan met de vraag hoe we dat meerjarenprogramma rondom die IODS-gelden nou goed gaan vormgeven. Wat mij betreft zou het mooi zijn als we daarin niet alleen maar vijf jaren vooruitkijken, maar ook wat langer vooruitkijken.

Ik denk dat het dan ook wel goed is om dan ook te bekijken, ook al is het een collegebevoegdheid om daarover te besluiten, naar hoe we de raad goed mee kunnen nemen in wat we daarin doen. Dat is iets voor volgend jaar en dat zal dus waarschijnlijk ook bij de nieuwe raad gaan vallen na de verkiezingen. Dat signaal over het weidevogelbeheer wat de heer Roeling noemt, heeft mij nog niet bereikt in de diverse gesprekken die ik heb gevoerd. Als dat een zorg is, dan zullen we kijken wat we daaraan kunnen doen, met dan de kanttekening dat dat weidevogelbeheer loopt via Vockestaert, die de uitbetalingen doet. Dus dat is dan meer iets voor een gesprek dat wij bestuurlijk met Vockestaert gaan doen. Dus bij een eerstvolgende gelegenheid zal ik dat te berde brengen, want het is niet zo dat wij als gemeente dat zelf direct overmaken. Dan heb ik ook De Beeldenkas. Er ligt in ieder geval niks op mijn bureau om daar wat aan te doen. Dat is op zich ook niet afhankelijk van deze begroting. Dus mocht daar wat opkomen, dan beoordelen we dat naar wenselijkheid en mogelijkheid, maar voor deze begroting maakt dat niet zo uit. Tot slot, voorzitter, maakt de heer Roeling nog een opmerking over dualisme. Dat is mij ook een groot goed, net als de rest van het college.

Zoals ik al eerder heb aangegeven toen ik hier begon, sta ik open voor gesprekken met alle partijen, want ik ben wethouder voor de gehele raad en niet voor één partij of één iemand. Dus ik ga graag dat gesprek aan. Ik kom ook graag een keertje bij de fractie langs; dat aanbod lag er ook. En ik heb natuurlijk ook al eerder direct gezegd, naar aanleiding van het debat over het Centrumplan Schipluiden, dat ik graag een keertje langskom om dingen nader toe te lichten, om wat meer vragen te beantwoorden en u gerust te stellen. Dat is voor mij echt ook partijonafhankelijk. Dus ook in die zin zit het dualisme mij hoog. Dat had ik staan richting Mijn Partij.

33

Dan de OGP Midden-Delfland. Op de motie heb ik al gereageerd. Die zie ik als positief en uitvoerbaar. Participatie is ook genoemd door de OGP Midden-Delfland. Daar hebben we natuurlijk vorige week een mooi debat over gehad in deze commissie. Daar zijn we ook hard mee bezig. Ook de voorbeelden die daar werden genoemd, dat is mooi. Sluipverkeer heb ik dus genoemd. Bus 33 terug? Uiteraard. Ook dat is iets wat natuurlijk is voor als de werkzaamheden af zijn, want dan kan die weer in volle glorie gaan rijden. Ik heb nog niemand horen zeggen dat dat niet zo zou zijn en het lijkt mij ook volkomen onlogisch om zo'n belangrijke buslijn dwars door onze gemeente te laten verdwijnen. Ik zie dat dus niet zo snel gebeuren. Zolang ik daar invloed op heb, zal ik mij daar altijd tegen verzetten, mocht dat ook maar opkomen. Dat is een belangrijke buslijn en daar zet ik mij voor in. Zoals gezegd praat ik 13 november a.s. weer verder over de 133. Tot slot, voorzitter, had ik bij de VVD geen opmerking over mijn portefeuille gehoord. Dus ik ga ervan uit, in lijn met het betoog van de heer Gebben, dat elke cent die wordt uitgegeven binnen mijn portefeuille verstandig wordt uitgegeven. En daar sluit ik mij volledig bij aan. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. Mijnheer Gebben, aan u het woord. Wethouder Klijmij: Oh, hij heeft toch iets gevonden.

De heer Gebben: Ja, heel leuk geprobeerd. Maar als wij een halfuur spreektijd hadden, was u ook aan de beurt gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Klijmij: Ja, voorzitter. Maar als ik dan ook een halfuur spreektijd had gehad, dan was ik er ook fantastisch tegen ingegaan. Maar wel in het kader van… De voorzitter: En dan weer de heer Gebben. De heer Gebben: Ik heb gelukkig nog een tweede termijn, dus ik zou oppassen als ik u was. Wethouder Klijmij: Voorzitter, die heb ik ook, 1-1. Nee, voorzitter, ik wil afsluiten met een quote van Vincent Luyendijk over het verstandig investeren van geld. Het gaat in deze begroting weliswaar om geld, maar niet alleen om geld, maar ook om beleid. En dat is het slot van wat Vincent Luyendijk schreef; veel mensen hebben het gezien: 'De natuur stuurt geen factuur. De natuur levert alsmaar door. Factuurloos, geduldig. Maar vergis je niet, als ze ooit de incasso inschakelt, zijn we de klos.' Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Klijmij. Dat betekent dat ik nu het woord ga geven aan onze derde wethouder, portefeuillehouder, mevrouw Oderwald. Aan u het woord. Wethouder Oderwald: Dank u wel, voorzitter.

Ik ga hier voor het vierde jaar een verhaal houden over de sociale samenhang en de volksgezondheid, duurzaamheid, onderwijs, sportiviteit, culturele activiteiten, dienstverlening en noem maar op, want dat houdt mij dagelijks hier in dit huis actief voor alle inwoners van de gemeente. Dat zei de heer Klijmij al: we zijn hier voor iedereen in de hele raad. Daar zetten we ons voor in, want uiteindelijk moet Midden-Delfland ook een veilige plek zijn. Een fijne plek om te wonen, te werken, te leven en alles te doen. Maar dat gaat dan over de eerste vraag die het CDA gesteld heeft. Iedereen moet zich hier veilig kunnen voelen en thuis kunnen zijn. Daar werken we dan ook hard aan. Dan gaat het over die vraag over femicide en partnergeweld. We moeten die geweldscyclus namelijk echt doorbreken. Intieme terreur kan echt niet en huiselijk geweld verdient een stevige aanpak. En daarvoor krijgt u komende maand in de decembercyclus ook stukken van ons toegestuurd voor de Regiovisie Aanpak huiselijk geweld Haaglanden. Dat is een visie die een aantal jaren looptijd heeft en die stevig inzet op preventie. Maar die betrekt ook allerlei andere partners. Niet alleen bestuurlijk: we proberen er netwerken voor op te bouwen. We werken samen met huisartsen, politie, sociale teams, WMO, GGD, noem het maar op, want het is heel belangrijk om dat met elkaar te doen.

We vragen daar op verschillende manieren aandacht voor. Bijvoorbeeld via Orange the World, wat de komende weken een campagne zal zijn. We werken dit jaar ook samen met sportverenigingen om daar aandacht 34

voor te vragen. Want ja, huiselijk geweld kan soms in kleine dingen gebeuren, maar je moet dat gaan melden en die meldbereidheid moet er gewoon zijn. Daar zijn meldcodes voor, daar werken we aan, maar het moet laagdrempeliger worden om te voorkomen dat het echt volledig uit de hand loopt. Dat kan niemand wensen. Geweld hoort nergens thuis en zeker niet in Midden-Delfland. Dat brengt me dan bij wat lichtere onderwerpen: kinderboeken. Daar stelde D66 een vraag over. Hoe zit het nou met die boeken? Ja, u weet dat we al een aantal jaren lang een mooie bibliotheekvestiging in Den Hoorn hebben. Daar komen alle schoolkinderen boeken lenen. Die hebben geen bibliotheek op school. Sinds de sluiting van de bibliotheken in Schipluiden en Maasland zijn daar juist bibliotheken op de vijf scholen terechtgekomen. Die bibliotheken op scholen zetten we ook voort nu we in de centra, in de Dorpshoeve, een uitleenpunt hebben gekregen en we op 19 november — ik maak even graag reclame — om 14.00 uur aan de Langetaam, de oude locatie van Wonen Midden-Delfland, een nieuwe bibliotheekvestiging gaan openen. Maar de bibliotheek op school, dat is wat blijft. De bibliotheek op school, het is niet helemaal zeker of het precies kan. De scholen gaan er zelf over, maar in de meeste gevallen… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij. De heer Roeling: Dank u wel.

Het staat me bij dat na de verhuizing van WoonWest aangegeven is door de wethouder dat hij zou gaan bekijken wat de mogelijkheden zijn met het pand, of er renovatie kon plaatsvinden of dat nieuwbouw mogelijk was. Nu hoor ik dat de bibliotheek daar een plekje krijgt. Is dat tijdelijk, in afwachting van het rapport? Of hebben wij iets gemist, voorzitter? Wethouder Oderwald: U hoort het al aan het geschud, inderdaad. Dank u wel, voorzitter. Ik vervolg mijn betoog. Dat klopt. We gaan het natuurlijk in de tussentijd niet leeg laten staan. Het was moeilijk zoeken in Maasland om daar een goede locatie te vinden. Dit is voorlopig een hele goede plek. De voorzieningen die er al waren, waren goed genoeg om daar gewoon snel van start te kunnen gaan. Maar terug naar de vraag van D66. Kinderen in de andere dorpen kunnen vooral op school hun boek lenen. Dat willen we in stand houden zo, want we hebben gewoon verplichtingen, steeds meer ook vanuit de wet, zoals een zorgplicht om bibliotheekfuncties te realiseren. Want ja, met lezen word je gezond en actief en dan kan je jezelf lekker ontwikkelen. En dat brengt mij dan bij de vraag over jeugdzorg, want soms gaat het niet zo makkelijk en niet zo goed.

En dan was de vraag of we nou de juiste zorg bieden voor de mensen die het echt nodig hebben en of de maatschappij nou echt zoveel complexer is geworden dat zoveel ouders voor hun kinderen om jeugdzorg komen vragen. Dat brengt mij ook al vast even vooruit op de vraag die de VVD stelt, want we hebben daar een aantal keren echt het goede gesprek over gehad. Raadswerkgroepen hebben we belegd, daar kunt u al uw vragen kwijt. Daar kunt u als raad al uw vragen die u wilt stellen kwijt, want dat is de bedoeling. We hebben een conceptverordening die we de komende maand naar u toe zullen sturen, zodat we die ook gaan behandelen. Want het is een openeinderegeling, maar we hebben daar zeker lokale sturing in zitten. En dat zal ook gaan betekenen - dat zal ook in de kanttekeningen te vinden zijn - dat er sommige punten zijn die een beetje pijn gaan doen bij sommige ouders, want niet alles gaat meer vanzelf. Je mag niet elke vraag maar weer bij ons neerleggen. Ouders krijgen steeds meer het normale opvoeden toch zelf weer teruggelegd. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld, CDA. Mevrouw Langeveld: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb daar toch even een vraag over aan de wethouder. U geeft aan dat wij al onze vragen kwijt kunnen bij de raadswerkgroepen sociaal domein.

Nou, dat is natuurlijk heel erg mooi en dat gebeurt in een aantal gevallen ook zeer zeker Maar dan wil ik toch wel eventjes terugkomen op een raadswerkgroep sociaal domein. Niet op de laatste - dat was overigens een hele goede, waarin we het hebben gehad over de verordening maar over een raadswerkgroep eerder, waarin we het hadden over de nieuwe inkoopstrategie. Daar hebben wij vragen gesteld en daar hebben we onze zorgen neergelegd, maar hoe ziet u het dan dat wij als raad ook met u het goede gesprek kunnen voeren, terwijl uiteindelijk het resultaat is dat we eigenlijk alleen maar kunnen tekenen bij het kruisje en eigenlijk alleen maar akkoord kunnen gaan? Zijn er misschien ook mogelijkheden om ons dan ook eerder mee te nemen, zodat we niet alleen maar hoeven te tekenen bij het kruisje?

35

De voorzitter: Dank u wel mevrouw Langeveld. Wethouder Oderwald: Voorzitter, dank u wel. We hebben in regionaal verband ook een aantal sessies georganiseerd en gefaciliteerd om met elkaar dat gesprek aan te gaan, want het is namelijk ook een regionale inkoopstrategie. We moeten dat gesprek dus op verschillende tafels voeren. Naar mijn idee bent u daar veel al te vinden, helaas niet elke keer. Het is gewoon moeilijk om dat gesprek met elkaar te voeren, maar regionale samenwerking is nodig. In Midden-Delfland zullen wij nooit de inkoop zelf kunnen doen. Dat past niet bij onze schaal. Als wij in de regio inkopen, voeren we ook regionaal het gesprek. Dat brengt mij terug bij de vraag van de ChristenUnie over jeugdzorg. Die verordening ligt dus komende maand bij u voor. Dat is heel goed, want ook vanuit het rijk zijn we volop aan het werk om die hervormingsagenda vorm te geven voor de jeugd, om die uitvoering te geven. Daar kan het rijk ook best wel een stapje harder lopen, want daar zien we ook dat we voor twee jaar wel weer wat extra middelen gekregen hebben, maar dat die niet structureel zijn, terwijl de openeinderegeling wel verder blijft lopen. Ik zie dat mijn collega-wethouder al antwoord heeft gegeven over de bewoners van het azc. Wat ik daar nog aan toe wil voegen, om die welkom te heten voor snelle inburgering, is dat in ieder geval de Taalklas van start kan.

Dat is zeker voor kinderen een belangrijke start om hier mee te kunnen gaan doen. Ook voor de net wat oudere kinderen in de middelbare schoolleeftijd, zijn alle activiteiten in gang gezet om die ook naar een schoolplek toe te kunnen gaan geleiden. Dat is in ieder geval voor de jeugd heel erg belangrijk. Dan heb ik nog een aantal moties, maar die zal ik apart behandelen. Onder andere die over snoeihout. Nogmaals, de verordening jeugd komt naar u toe. Dat zei ik al. Mijn verwachting is ook echt dat dat gaat helpen. We zien in de regiogemeenten, onder andere in het Westland, dat dat soms ook een flinke poortwachtersfunctie oplevert, zeker voor dyslexie zit dat ook al in onze verordening, dat we daar wat scherper kunnen gaan sturen en dat dat echt helpt. Dan was er een vraag vanuit de VVD over dat we kritischer moeten gaan kijken naar de armoedeval en misschien wel het aantal subsidieregelingen moeten beperken, maar dan wil ik u toch even terugverwijzen naar een onderzoek. We hebben het hier in deze raad een aantal keer gehad over onderzoeken die moesten gebeuren, maar dit onderzoek heeft gewoon plaatsgevonden. Daar staat gewoon heel helder in dat er geen inkomenseffecten zijn die zodanig zijn dat onze regelingen ervoor zorgen dat het loont om thuis te zitten. Dus zoek het rapport van KWIZ gewoon nog eens een keertje op. Daar staat het allemaal in.

Wij hebben daar heel veel aandacht voor, want we willen graag dat iedereen meedoet en dat we gestimuleerd worden om het liefst te werken en anders vrijwilligerswerk te doen of op een andere manier betrokken te zijn. Dat zorgt er namelijk gewoon voor dat mensen zich veel gelukkiger voelen in hun leven. Dat brengt me dan toch nog bij de twee moties die ik heb. De titel staat er nu even niet op. Hij was zo mooi, maar hij is bij mijn print eraf gevallen. Allereerst die van de OGP over het snoeihout. Daar hebben we in mei ook al een gesprek met elkaar over gehad, naar aanleiding van artikel 42vragen. Het is inderdaad de bedoeling dat we het aantal ontheffingen voor snoeihoutverbrandingen terug gaan schroeven. Maar er is niet voor niets ooit een keuze gemaakt dat we in sommige gevallen toch echt een ontheffing verlenen. Ik kan u ook al voorspellen dat we nooit alles zullen gaan stoppen, want dat is echt te impactvol voor het landschap, zeker gezien het soms zelfs niet eens op de weg aangesloten zit, zoals in de Vlietlanden waar Natuurmonumenten aan de gang is. Wat we daarbij niet moeten vergeten, is dat we graag ook verantwoordelijkheden houden zoals die is. Degene die het snoeihout heeft, is verantwoordelijk voor het afvoeren van het snoeiafval.

Daar willen we wel graag bij meedenken en de prikkels inbouwen om de ontheffing niet te makkelijk te geven of om alternatieven te suggereren. Dan klinkt het heel aantrekkelijk om ook onze versnipperaar in te zetten. Die hebben we natuurlijk niet voor niets. Die hebben we al voor onze eigen zaak en het is bovendien een vrij gevaarlijk instrument. Daar kunnen we niet zomaar mee rond gaan lopen rijden. Dus ik denk dat we daar wel over na kunnen denken. Maar ik wil toch wel een winstwaarschuwing geven dat dat niet per se de oplossing is waar we naar zoeken. We laten de verantwoordelijkheid graag bij degenen die er verantwoordelijk voor zijn. We kunnen niet zomaar iemand zijn snoeiafval gaan ophalen. Maar het is wel een goed idee om daar goed over na te denken en om het te gaan terugdringen. Dus het rapporteren over hoever we het terug kunnen brengen, lijkt me een heel goed idee. Het concept steunen we dus en daar zijn we al mee aan de slag, met wat kanttekeningen. Dan kom ik bij jongeren en ontmoetingsmogelijkheden. 36

De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Zwaard, CDA. De heer Zwaard: Ja, dank u wel, voorzitter. Een heel betoog over snoeihout, maar de motie? Ontraadt u die nu of omarmt u die? Daar doet u geen uitspraak over. Wethouder Oderwald: Voor mij is het belangrijkste wat nieuw is, daarover rapporteren. De rest hadden we al in gang gezet en echt expliciet. 'Versnipperaars', maar dat staat er volgens mij, als ik het even lees, 'eventueel betaald, na te gaan in hoeverre'. Ja, ik kan best nagaan in hoeverre wij onze versnipperaar beschikbaar stellen. Dat kan, alleen ik kan nu alvast wel een beetje de conclusie delen. Maar ik denk dat we deze motie kunnen omarmen. Dan kom ik bij jongeren en ontmoetingsmogelijkheden. Daar zijn we al uitgebreid mee aan de slag geweest in onze voorbereiding op de Toekomstvisie Midden-Delfland 2050. Daarbij hebben we gepoogd jongeren zoveel mogelijk te betrekken, zeker als het over de toekomst gaat en over de vragen wat jongeren dan willen en wat nodig is om in Midden-Delfland een prettig klimaat te hebben om in op te groeien. Het is zeker ook belangrijk dat we jongeren daarbij betrekken. Dat willen we ook gewoon blijven doen. En dat is ook heel belangrijk, want jongeren moeten mee blijven doen. Die zijn onze toekomst en voor hen hebben we ook al verschillende vormen van voorzieningen.

Buurthuizen hebben we misschien niet met dat label, maar we hebben wel heel veel sportvoorzieningen. In scholen kan je activiteiten doen. En ja, ik zou bijna willen zeggen, nogmaals de bibliotheek. We hebben binnenkort weer een extra bibliotheekpunt waar activiteiten georganiseerd kunnen worden, ook voor jongeren. Dat is heel belangrijk. We hebben een participatiebeleid. De voorzitter: Het woord is aan de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Bij de motie sprak het CDA erover dat er onder jongeren heel veel behoefte is aan buurthuizen. Is dat een mening die u deelt, of heeft u dat signaal ook opgevangen? Wethouder Oderwald: Ik hoor het wel regelmatig, maar ik hoor wel meer dingen regelmatig. Dat wil nog niet zeggen dat dat daadwerkelijk ook een vertaling moet hebben in een buurthuis, want ik denk dat we ook gewoon ietsje breder moeten gaan bekijken hoe we dat precies zien. Want natuurlijk hebben we functies nodig in onze dorpen. Daarvoor zijn we naar aanleiding van die Toekomstvisie Midden-Delfland 2050 ook aan de slag om dorpenvisies te gaan vertalen, om te bekijken wat we precies in welk dorp nodig hebben en om de mensen te voorzien van de mogelijkheden die er zijn. De voorzitter: Heeft u daar een vervolgvraag op? Mijnheer Gebben, aan u het woord. Daarna krijgt mevrouw Langeveld het woord. De heer Gebben: Ja, dank u wel, voorzitter.

Dus als ik het goed begrijp, wordt in onze dorpenvisies ook al een mening gevraagd aan onze jongeren? Dan is dit eigenlijk een herhaling van zetten. De voorzitter: Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Een herhaling van zetten zou ik het niet willen noemen. We nemen dit gewoon mee. Dit is gewoon altijd onze insteek geweest bij de dorpenvisies, om dat zo te doen. Maar zo specifiek als het hier staat, is het wel een aanvulling. Ik denk ook dat het beter is om te zeggen dat we met de uitkomsten van de dorpenvisies in de hand gaan bekijken of we nog expliciet iets extra's voor jongeren moeten doen. Maar jongeren zijn gewoon heel belangrijk, ook om die mee te nemen en om die te betrekken. Ik denk ook dat het heel belangrijk is om in die dorpenvisies … De voorzitter: Ik wil eigenlijk allereerst ook even mevrouw Langeveld het woord geven. Die heeft een interruptie. Aan u het woord.

37

Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik ben toch wel een klein beetje verbaasd over de beantwoording van de wethouder over deze motie. Het is natuurlijk hartstikke goed dat die dorpenvisie er komt. Daarbij hebben wij als CDA in de bijeenkomsten aangegeven dat wij daarin de wens hebben dat u de stem van de jongeren laat horen. Dat hebben we u nadrukkelijk meegegeven. Deze motie gaat over het feit dat er, zoals een aantal jongeren ook aangeven, weinig mogelijkheden zijn voor hen om samen te komen in Midden-Delfland, dat er weinig locaties voor hen zijn. Natuurlijk zijn er sportverenigingen en in de motie staat dat ook allemaal, maar wij verzoeken daarin het college ook om in gesprek te gaan met jongeren van een bepaalde leeftijd om hun wensen en behoeften ook in kaart te brengen: zo van: klopt dat ook daadwerkelijk? Wij hebben ook contact met Stichting Welzijn Midden-Delfland gehad. Wij vroegen of ze dit herkenden en of ze deze signalen binnenkrijgen. Daarin wordt duidelijk aangegeven dat ze dit herkennen en dat dit zeker iets is dat zij van jongeren horen. Wij geven dus niet aan dat we buurthuizen willen hebben. Dat staat er ook niet, mijnheer Gebben. Er staat in dat wij in Midden-Delfland geen buurthuis hebben. We roepen niet het college op dat er een buurthuis moet komen. Dan roep ik u ook op om de motie nog eens goed te lezen. Ik zal een concrete vraag stellen.

Kunt u mij concreet aangeven of u deze motie omarmt, ja of nee. Dank u wel. De voorzitter: Het woord is aan de wethouder. Wethouder Oderwald: Ik kom aan bij deze motie. Ik geef hem wel in de toelichting wat invulling over hoe we dat dan precies uitvoering zullen geven. Het hangt toch zeker wel om die dorpenvisie waarin we gewoon de functionaliteiten in onze gemeente gaan verkennen, want dat verlangt u altijd van ons, dat we dingen integraal presenteren. Op die manier gaan we dat ook brengen. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Ja, de laatste keer wat mij betreft op dit onderwerp, maar ik wil het echt graag even duidelijk hebben. U gaat eerst de dorpenvisie doen en daar extraheert u uit wat u het CDA gaat antwoorden op haar motie. Of heb ik dat echt verkeerd begrepen? De voorzitter: Wethouder, aan u het woord. Wethouder Oderwald: Afhankelijk van de uitkomst moeten we bekijken of er nog iets separaat nodig is. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van mevrouw Langeveld, CDA. Mevrouw Langeveld: Dan begrijp ik hem niet helemaal. Misschien nog even concreter. In de motie staat: "de raad hierover uiterlijk in Q2 2026 te informeren." Kan ik daar dan van uitgaan? Ik neem aan dat de dorpenvisie dan nog niet gereed is. Wethouder Oderwald: Dan is de dorpenvisie al gereed. De voorzitter: Dat is een kort en helder antwoord.

Mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Volgens mij was ik bijna aan het einde van mijn pleidooi. Ik denk dat we het gewoon heel goed in samenhang moeten bezien voor jongeren, ouderen en alle inwoners daartussen. Voor iedereen, daar gaat het om. Ik denk dat ik daar ook mijn betoog mee begon. We kijken uit naar hoe we dat in de dorpenvisie en daarna eventueel, als dat nog nodig is, vorm kunnen geven. Dank u wel. Ik denk dat ik dan alle vragen en antwoorden heb gehad. Ik ben blij dat we dit hier weer gedaan hebben. Alle antwoorden zijn geweest. Volgens mij heb ik alle amendementen en moties beantwoord en heeft u uw gereedschapskist weer zoveel mogelijk kunnen gebruiken. Dank u wel, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel ook, wethouder Oderwald, voor de beantwoording van de vragen aan de raad. Het wordt al een beetje onrustig. Dames en heren, nog even aandacht graag. Het is zo dat wij nu inderdaad de schorsing ingaan en die wil ik tot 23.00 uur qua tijd laten lopen, tenzij u

38

langer tijd nodig heeft. Ik zeg 23.00 uur en 23.00 uur gaan we dan ook echt starten. En als u dan weer goed fris bent, dan gaan we er met tempo verder tegenaan. Tot straks. Schorsing De voorzitter: Beste mensen, na een kleine versnapering en een sanitaire stop zijn we er weer om de vergadering te vervolgen. Ik heropen hierbij de vergadering. Ik neem aan dat in de tweede termijn alle fracties de behoefte hebben om het woord te voeren. Daarom begin ik deze keer met de kleinste fractie. Ik zie dat de lampjes nog niet branden, maar die worden vast heel gauw aangezet. Ik wil beginnen met het woord geven aan de heer Ringeling van de ChristenUnie. Aan u het woord. De heer Ringeling: Dank u wel, voorzitter. Dank aan het college voor de uitgebreide beantwoording van alle vragen die gesteld zijn. Kort, maar volledig. Ik heb ten aanzien van de vragen die ik heb gesteld nog één aanvullende vraag. Die gaat over de knip bij de Kristalweg. De wethouder zei kort, en in dit geval krachtig: Delft zei nee. Maar ik ga ervan uit dat Delft ook daarin heeft gezegd waarom ze nee zeggen. Ze hebben niet alleen nee gezegd. Zou u daar nog iets over kunnen zeggen zo meteen? Over waarom ze precies nee hebben gezegd? En dan had ik verder op de beantwoording geen aanvullende vragen, ook gezien de tijd. Dat brengt mij nog op de moties die er nog voorliggen.

De motie over jongeren hebben wij ook medeondertekend en daar staan we nog steeds achter. Die lijkt mij nog steeds relevant, ook na de goede beantwoording van de wethouder, dus die steunen we sowieso. We staan ook nog steeds achter de motie 'Alle hens aan dak', die wij ook mede hebben ondertekend. Dan kom ik bij de motie 'Stop sluipverkeer door onze gemeente'. Uit mijn verhaal blijkt dat wij daar natuurlijk voor zijn, dus die motie ondersteunen wij ook. Die hebben wij niet medeondertekend, maar die steunen wij sowieso. Dan kom ik bij de motie 'Snoeien in ontheffingen'. Ja, die motie kan geen kwaad, die kunnen wij ook ondersteunen. Die motie over de ondernemers is ingetrokken, dus daar hoeven wij niets van te vinden. Voorzitter, tot zover mijn termijn nu. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter, en uiteraard ook dank aan het college voor de beantwoording. Ik wil even reflecteren op een aantal antwoorden. We hebben natuurlijk als raad ontzettend hard gewerkt aan de fiches; er werd al eerder aan gerefereerd. Ik gaf het in mijn eerste termijn aan. De VVD is er ook nadrukkelijk op teruggekomen en misschien geldt dat voor meer van onze collega's. Dus waar zien we dat terug in de begroting? Het is verwerkt, of zo wordt dat ook door het college aangegeven.

Wat ons betreft had dat echt wel concreter gekund. Nu vragen wij ons af of we, als we dit de volgende keer hebben, 115 technische vragen moeten stellen, zo van: waar landt deze fiche en waar landt die fiche? Als je zo'n exercitie doet, waar iedereen heel hard aan gewerkt heeft en wat enorm leeft, zouden wij verwachten dat dat wat concreter terug te vinden zou zijn. Dat wat de begroting betreft. We hebben ook een reactie gehad over de bibliotheek. De wethouder gaf aan dat boeken voor kinderen op de basisscholen zijn. Daarom zijn er in de collectie in de bibliotheek, die echt als bibliotheek, en dus niet als schoolbibliotheek, fungeert, geen kinderboeken. Wij constateren dat dan voorbij wordt gegaan aan kinderen die in het speciaal onderwijs zitten en die vaak niet naar school gaan in Maasland, maar vaak daarbuiten. Die hebben dan geen toegang tot boeken. Wat wij daarmee gaan doen, weet ik niet. Het is ook veel te laat om daar nu bij stil te staan, maar dat is wel iets wat wij op dit moment constateren. Verder zijn wij blij met de toezegging van het college, met name die over de participatieverordening, dat het niet alleen om de verordening gaat, maar dat er ook nadrukkelijk gekeken wordt naar hoe dat beter terug kan komen, niet alleen in letter, maar ook in daad vanuit de medewerkers die hier voor de gemeente werken. Dan kom ik bij de moties, vier stuks.

Uit de motie rondom de jongeren maken wij op dat het primair als eerst opgepakt wordt vanuit de dorpenvisie, dat de mening van jongeren daarin verankerd moet zijn. Wij kijken enorm uit naar wat daar komt. Mocht daaruit blijken dat dat niet toereikend is of plek voor jongeren er niet voldoende terugkomt, zijn wij in de toekomst mogelijk bereid om na te denken over een nieuwe motie of nieuwe voorstellen, maar deze steunen we op dit moment niet. We hebben ook de toezegging van de wethouder gekregen dat dat van die woningen 39

in kaart gebracht wordt en dat we daar informatie over krijgen. In die zin beschouwen wij die motie dan op dit moment als overbodig, dus die steunen wij ook niet. Dan hebben we een motie rondom sluipverkeer. Wat ons betreft is er een onderscheid tussen twee dingen. Je hebt een onderzoek, en dan zit je met een bureau dat uitgebreid onderzoeken gaat doen, maar je hebt ook gewoon 'in kaart brengen'. Wat ons betreft is het gewoon een kwestie van met onze inwoners delen van waar die knelpunten zitten, waar het sluipverkeer zit, hoe groot dat is, hoe laat dat is, welke maatregelen waartegen kunnen helpen en of eventueel vervolgonderzoek nodig is. Wij weten niet exact waar de problemen zitten en welke oplossingen helpen. In die zin staan wij achter de motie om dat rondom sluipverkeer in kaart te brengen. Dan kom ik bij snoeihout. Wij hebben ons hardgemaakt voor schone luchtkwaliteit. De bedoeling van deze motie, hoe wij hem interpreteren, is dat rook teruggebracht wordt. Je zou partijen die te maken hebben met veel snoeiafval, mogelijk een menukaart of een kaart kunnen geven van hoe je daarmee kunt omgaan in deze gemeente. Zo interpreteren wij die motie. Wij staan er wel achter dat er bekendheid gegeven wordt aan hoe je daarmee om zou kunnen gaan. In ieder geval is het doel schone lucht, dus wat dat betreft steunen wij deze motie ook. Tot zover, voorzitter.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira van D66. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Gebben van de VVD. Aan u het woord. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Dank aan het college voor de toelichting en de beantwoording van de vragen. Wij zijn natuurlijk allereerst blij dat er weer een bedrijfscontactfunctionaris is. Dat is goed nieuws en dat is goed voor onze ondernemers. Dat betekent dat zij weer de aandacht krijgen die ze verdienen. Wat betreft het sociaal domein zijn we benieuwd naar wat een nieuwe verordening gaat brengen. Daar hebben wij, zoals al gezegd, goede verwachtingen van en we wachten het debat daarover af. Wel hopen we dat we vooraf goed inzichtelijk krijgen wat we nu precies doen, wat daarvan verplicht is en wat wij daar extra bovenop doen. Wij zijn heel blij met de steun van D66 in de vorm van de vraag hoe wij afspraken uit de kadernota ook in de begroting verwerken, zodat dat ook voor inwoners echt duidelijk is. De begroting is ten slotte uiteindelijk ook voor onze inwoners. Dan gaan we even langs de moties. Ik begin bij de motie van het CDA over het onderzoek onder de jeugd. Op zich snappen wij de motie en vinden we die heel sympathiek, maar we zouden u toch willen vragen om hem in te trekken en eerst de dorpenvisie af te wachten, om te bekijken wat daar uitkomt en om, als het nodig is, een nieuwe motie in te dienen.

Dan denk ik dat wij elkaar wel kunnen vinden. We vinden het nu een beetje prematuur. Waar wij zelf ook wel een beetje bang voor zijn, is de vraag of je, als je dit soort onderzoeken doet, wel ook kunt leveren op de uitkomsten. Want als er iets uitkomt en we kunnen daar vervolgens niet op acteren, leidt dat weer tot teleurstellingen. Dat is, denk ik, niet wat je voor ogen moet hebben. Wij zullen de motie nu niet steunen. Dan de motie over de woningbouw van de OGP Midden-Delfland. Ook deze is heel sympathiek, dat moeten we zeggen. Woningbouw versnellen willen we natuurlijk allemaal. De VVD denkt echt dat het onderzoek hiernaar niet heel veel verandering gaat brengen. Wij hadden gehoopt dat u de motie in plaats van - even kijken, hoe noemde ik hem? - 'Alle hens aan dak' gewoon 'Schoenmaker, hou u bij uw leest' had genoemd. Wat ons betreft is een hele simpele oplossing om gewoon de tijd en capaciteit permanent in woningbouw te steken. Dan is het probleem grotendeels opgelost. Wij gaan deze motie dus niet steunen. Dan kom ik bij de motie over het sluipverkeer. Wij wilden de motie eerst niet steunen. Het probleem vonden wij eigenlijk dat de motie nogal breed was. Nu heeft de wethouder aangegeven dat die brede scope over de knelpunten vrij makkelijk op te lossen is, want die zijn hier intern al bekend. Dan valt het een beetje onder het in kaart brengen dat D66 benoemt.

Als het onder die voorwaarden gaat, dan vinden wij dat prima. Uitzoeken hoe het met de Vianenmethode zit spreekt ons wel aan in de motie. Als het dus onder die voorwaarde is - ik vermoed dat dat zo is, ook door de toezegging van de wethouder - gaan wij die motie steunen. Dan kom ik bij de laatste motie, de motie over het snoeiafval. Wat wij begrijpen, is dat OGP Midden-Delfland graag wil dat het niet meer verbrand wordt. Dat kan je vinden. Wij vinden alleen niet dat als je dat verbod gaat instellen, degenen die geen snoeiafval hebben daarvoor moeten betalen. Wij vragen ons ook erg af wat de CO2-winst is in dit verhaal. Die versnipperaar moet toch worden opgehaald en weggebracht? Die moet ook aanstaan en verbrandt diesel in plaats van groen afval. Dat lijkt mij CO2-technisch niet helemaal lekker voor de footprint. Die gaan we dus niet steunen. Dank u wel, voorzitter.

40

De voorzitter: Ook u dank u wel voor de beantwoording en de inzichten op uw standpunten. Dan wil ik graag door naar de fractievoorzitter van OGP Midden-Delfland, de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Wij willen het college bedanken voor de beantwoording. Fijn dat nogmaals wordt bevestigd dat de begroting in balans is. Dat vind ik toch wel goed om te benoemen, omdat niet iedereen dat vindt. Wel blijven we het jammer vinden dat Mijn Partij niet zelf met moties en amendementen komt. Dat hoeft niet nu bij de begroting, maar in het algemeen komen ze daar eigenlijk niet mee, terwijl ze vaak hele goede ideeën hebben. Als die goede ideeën er zijn, dan steunen wij dat ook. Ik wil het maar weer als handreiking aangeven. Als er goede ideeën zijn en moties, kom er dan gewoon mee, want daar komen we als gemeente mee verder. Dan hebben wij een vraag over dat lijstje in de begroting. Mijn concrete vraag aan de wethouder zit hem dan in deze. Zou er bij de volgende begroting wel gewoon zo'n lijstje opgenomen kunnen worden, of iets waarbij je kunt zien waar welke fiche terecht is gekomen? Dat weten we nu, nu vooraf. Daar hebben we dan van geleerd. Misschien is dat, als je er nu alvast mee aan de slag gaat, beter te implementeren. We zijn het eens met het CDA over het actief grondbeleid. Je ziet welke mooie kansen dat oplevert.

Wij zijn het met de VVD eens dat je proactief moet zijn bij de structurele uitgaven. Daar moeten we echt aandacht voor hebben. Dat gesprek moeten we inderdaad voeren over de financiën in het sociaal domein. Ik ben het eens met de VVD dat we dat wel vooraf inzichtelijk moeten hebben, dan weten we ook waar we het over hebben. Gelukkig is ook een vrij grote partij hier in Midden-Delfland, Mijn Partij, het eens met dat er meer betaalbare woningen moeten komen. Ze hebben dat toegezegd, dat er meer betaald wordt. Tot dusver hebben we daar nog niet zo heel veel van gemerkt - er is met name gekozen voor miljonairswoningen maar met Mijn Partij erbij denk ik dat bijna de hele raad nu gaat voor meer betaalbare woningen. Dus dat is goed om te weten. D66 had het nog even over blijven investeren in het ambtelijk apparaat, met vertrouwen als baas. Dat vonden wij een mooi iets. Daar sluiten we ons van harte bij aan. Dat is een beetje wat wij hebben gehoord in de verschillende partijen. Dan kom ik bij de moties. We hebben ze in ieder geval of ondertekend of zelf ingediend. Dan kun je zeggen dat die blijven staan. De invulling die D66 en de VVD eraan gaven, met betrekking tot — ik moet even goed kijken — het sluipverkeer, zijn beide zaken die ook al door de wethouders zijn benoemd. Zo zien we dat ook. Het is ook niet zo dat we alles opnieuw moeten doen.

Het gaat ons meer om de vraag hoe we ervoor kunnen zorgen dat we er toch weer een stapje extra in kunnen zetten. Het snoeien in ontheffingen houtverbranding. Ik hoor allemaal technische bezwaren. Dan wordt er weer diesel verstookt. Het idee erachter is misschien nog wat meer om mensen bewust te maken van hoe ze met het stoken van snoeihout omgaan. Dat kun je op een andere manier doen. Het was maar een idee om dat met een houtversnipperaar te doen. Er zijn misschien wel andere ideeën over dat dat op een andere manier verwerkt wordt. Het gaat meer om de bewustwording. Dat is eigenlijk wat ik wil zeggen over de moties. Die zullen natuurlijk alle vier door de OGP Midden-Delfland worden ondersteund. De voorzitter: Ook u bedankt, mijnheer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. Dan wil ik nu door naar de heer Zwaard van het CDA. Aan u het woord. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Allereerst bedankt voor de beantwoording van de gestelde vragen en de reacties op de moties. Wat het CDA betreft zou de samenwerking zoals we die met z'n allen getoond hebben in de voorbereiding voor de kadernota maatgevend moeten zijn voor deze raad. Dat was het moment waarop we hebben laten zien dat we met elkaar tot goede dingen in staat zijn. Dat zou eigenlijk de teneur moeten zijn voor alle raadsvergaderingen en alle commissievergaderingen.

Inhoudelijk mag je met elkaar van gedachten verschillen, maar daar moet het bij blijven. Er moeten inhoudelijke debatten zijn. Dat hebben we bij die kadernota uitvoerig gedaan. Dat is ons in ieder geval heel goed bevallen. Nogmaals, wij danken daar ook onze collega's voor. We hebben een paar aandachtspunten. De Maassluiseweg is al een aantal keer genoemd. Er staat ook een artikel in De Schakel waar we het over hebben gehad. Daar staan weliswaar ook nog wat onwaarheden in. 'Wat dan?' wordt er gevraagd. Lees het zelf na en dan komt u daar tot de conclusie. Wat ik wel belangrijk vind bij die Maassluiseweg, is om een realistisch plaatje van de aanpassing van de Maassluiseweg - en dan bedoel ik niet het fietspad - aan te geven. Die vraag hebben we al meerdere keren gesteld en er is ook al eens min of meer een antwoord op gegeven. Wij wekken hier nu de verwachting alsof we daar op korte termijn wat aan 41

zouden kunnen doen. Dat is niet zo. College, geef een realistisch tijdsbeeld. Geef gewoon duiding aan de inwoners, zo van: 'dat gaat nog een x-aantal jaren duren.' Dat maakt voor die mensen, denk ik, een heleboel duidelijk. Wat de technische vragen betreft, zijn we ook nog blij met de vraag over de was-wordtlijst. Collega Van Rijs heeft daarom gevraagd en wij zijn blij met die toevoeging. Dat was weer een stukje verduidelijking. Financieel staat onze gemeente er gelukkig goed voor. We zijn ook blij met de beantwoording van onze wethouder, die hierover duidelijkheid van zaken geeft. Vragen over dat er maar met geld wordt gesmeten en dat er maar wordt gedaan worden ontkracht en ontworteld en er wordt aangegeven dat we gewoon een financieel gezonde gemeente zijn, waarin we weliswaar niet achterover kunnen leunen - we moeten bij de les blijven - maar voorlopig zijn we nog een hele gezonde gemeente met goede reserves. We kunnen wel een stootje hebben wat dat betreft. In een andere opmerking die gemaakt is over de duiding van de fiches kunnen wij ons ook wel vinden. Een volgende keer zou het inderdaad helpen als er een toevoeging zou zijn, zodat je niet hoeft te gaan zoeken waar die fiches zitten, ervan uitgaande dat ze nu allemaal verwerkt zijn. Dan komen we bij de moties. De motie ingediend door het CDA gaan we uiteraard steunen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=c900cace-b015-4d2f-9e93-714e80681055