2025 m 11 d 11 Vsl Raad
Tekst van het document
Waarom zijn we daar niet als gemeente actief in? Waarom gaan we niet naar de provincie en vragen we niet om ontheffing om dat ganzenbeheer uit te voeren? Wat betekent het terugdraaien van de derogatie, de mest, voor onze kringlooplandbouwbedrijven? Dat is wat ons betreft nog steeds niet inzichtelijk gemaakt. Wij hebben het vorig jaar al gehad over de uitbetaling van het weidevogelbeheer. De boeren 14
moeten nu een jaar wachten op uitbetaling van dat weidevogelbeheer. Kunnen we daar niet iets op verzinnen waarmee we zeggen dat dat geld een zekerheidje is en we dat als gemeente voorschieten, zodat de boeren ook daadwerkelijk boter bij de vis krijgen? PAS-melders hebben we ook nog een aantal in deze gemeente. Wij hebben geen idee wat de gemeente daar zelf mee doet of zou willen doen. Voorzitter, de Willemoordseweg. Afgelopen voorjaar, zomer, hebben wij een presentatie gekregen over de Willemoordseweg. De gemeente wil daar grond aankopen en saneren. Ik zie dat niet in de begroting, dus mijn concrete vraag is of deze aankoop in de begroting staat. We hebben van de eigenaar begrepen dat het een dezer dagen toch naar de raad zal komen. Dan is het ook nog maar even de vraag of dat in de begroting staat of dat dat alvast weer een voorproefje is voor een greep uit het eigen vermogen. Voorzitter, voor ons komt gras voor glas. We hebben natuurlijk de A4 geaccepteerd. Je kon hem niet horen, niet zien en niet ruiken. Nou, dat valt een beetje tegen. Maar dat gras voor glas was natuurlijk vooral bedoeld voor geïsoleerde glastuinbouwbedrijven in de polder, het veenweidegebied, om die daarmee op te kopen. Op nummer één van die lijst stond De Beeldenkas. Die is duidelijk zichtbaar voor iedereen in het gebied.
Die mensen willen ook verder, dus onze concrete vraag is of het college bereid is om met die mensen van De Beeldenkas, op Gaagweg 15, in ieder geval aan tafel te gaan zitten, omdat dat nou juist het bedrijf is waar we het zicht en alles kunnen verbeteren. Dat. Ik heb er nog een paar. De verkeerstechnische kant hebben we ook nog voorbij zien komen vanavond. Het CDA begon over de Hoornseweg en de Hoornsekade. Dat hebben ze waarschijnlijk van ons geleend, want wij hebben die suggestie gedaan, die € 600.000,00 in de begroting. Die hoeft wat ons betreft niet, want dat ging over het omzetten van de Hoornseweg naar een 30kmzone of -weg. Dat moet je niet doen. In die zin: bedankt voor de steun van het CDA. De andere kwestie is de Maassluiseweg. Wat moet je daar nu mee? Maassluis vindt het prima. Ik geloof dat het de heer Ringeling was die dat zei. Maassluis gaat niet bewegen. Ik vind het prima voor haar inwoners. Als we dan bekijken wat we nu direct kunnen doen, dan zouden we zeggen dat we nog eens goed moeten kijken naar de suggestie die gedaan is door het bedrijf Boekestijn. Dan neem je een verkeersbesluit en dan kom je wat minder snel vanuit Maassluis. Dan kunnen we bij Maasland zelf daar gewoon goed gebruik maken van de wegen.
Dus als u vraagt wat we nu moeten doen - want alles wordt maar weer vooruitgeschoven - zeggen wij: kijk nog een keer naar dat kaartje van Boekestijn en ga daar direct mee aan de slag. Dan zal het college zeggen dat de gemeente Maassluis naar de rechter gaat. Laat ze maar lekker naar de rechter gaan, dan zoeken we het daar wel uit, maar er moet nu wat gebeuren en dat ontbreekt al jarenlang. Voorzitter, ik ga niet het azc aantippen, maar wel de flexwoningen die beloofd zijn voor onze inwoners, die daar ook zouden komen. We kregen een brief dat dat niet op het terrein van het azc zelf zou gebeuren. Kort en bondig. Aan het azc wordt nu hard gewerkt, maar aan de flexwoningen voor onze inwoners niet. Hoe staat het daarmee? Voorzitter, wat hebben we nog meer? Dat gaat ook over specifieke projecten zoals de familie Wubben, die al iets van 25 jaar bezig is om tot een oplossing te komen. Dus ik denk, we gaan richting de begroting; ik zal eens vragen aan de familie Wubben hoe het ervoor staat. Ik kreeg een mail doorgestuurd en die is ook gericht aan de heer Voskamp. Die is van 29 augustus dit jaar. En die mail luidt als volgt. "Beste medewerker, we zijn inmiddels ruim vijf maanden verder sinds ons overleg van 20 maart jl. Ondanks de toezeggingen en onze verzoeken is er van gemeentezijde taal noch teken vernomen.
Het goede gevoel dat overbleef na het constructieve overleg is bij ons inmiddels dan ook totaal verdwenen. Wij wensen voor eind september 2025 een inhoudelijke reactie in combinatie met een interne toetsing binnen de gemeentelijke afdelingen die relevant zijn in dezen. Neem ons alsjeblieft serieus." Aangezien wethouder Voskamp in de cc staat, is hij bekend met deze mail. Dus mijn concrete vraag is waarom er nog steeds niets gebeurt met de familie Wubben, die de beste intenties heeft om ook woningen te bouwen voor onze inwoners, maar blijkbaar - de mail zegt het al - geen poot aan de grond krijgt. Waarom is dat? Wat heeft de wethouder vanaf 25 augustus dit jaar gedaan om dit toch vlot te trekken? Dat is niet gebeurd, voorzitter. Wat hebben we nog meer? Ja, woningbouw. Daar willen we ook wel een kanttekening plaatsen over het grote succes van wat er allemaal gebouwd wordt. Wij vinden - volgens mij vindt een groot deel van de raad dat - dat wij als gemeente vooral verantwoordelijk zijn voor sociale huur, middenhuur en de betaalbare koop tot en met, uit mijn hoofd, € 400.000,00. Wat zien we wel verrijzen? Alles boven de € 400.000,00. Dus wat ons betreft mag daar best wel een stapje bijgezet 15
worden. Als je het hebt over het aanwenden van je eigen vermogen, dan zijn we voor deze drie categorieën altijd bereid een stuk eigen vermogen te gebruiken. Dan kun je goed laten zien dat die woningen mede mogelijk zijn gemaakt door de belastingbetaler. Het lijkt ons dat het een zeer redelijk idee is om te zeggen dat we voor die drie categorieën gaan. Mocht het geld kosten, dan zijn we altijd bereid om daar een bijdrage aan te leveren, voorzitter. Ja, over de Mariaschool kunnen we het ook een avondje hebben. De voorzitter: Dat 'avondje' maakt dat ik u wil vragen om binnen een minuut te willen af te ronden. De heer Roeling: Ja, dat wil ik. Nou, dan zijn we er toch uit. Ik heb verder het openluchtmuseum met stilstaand water. Dat lijkt me een goede afsluiting, want wat we zien - dat zal meer mensen opgevallen zijn - is dat we elke maand zo'n agendaatje hebben. Er zijn weinig beleidsdocumenten en weinig bouwprojecten. In juli en augustus hebben we geen vergaderingen gehad, alleen eentje met dat datalek. Maar dan denk je: in september krijgen we een grote agenda. Niets. We staan stil, voorzitter. Dat is een quote van ons: het openluchtmuseum. Een voormalig burgemeester heeft daar iets aan toegevoegd en toen werd het een openluchtmuseum met stilstaand water. Dat zijn we en daar willen we graag verandering in brengen. Dank u wel.
De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Jongsma. U mag dus nog even blijven staan. De heer Jongsma: Dat klopt, voorzitter. Ik zou van de heer Roeling dan graag iets willen weten. Hij lijkt nu wel de museumdirecteur van dat museum. Wat gaat hij eraan doen om innovatie binnen dat museum te krijgen? Want voor de rest zie ik Mijn Partij ook niet veel meer doen dan een beetje gewoon het fort bewaken en de oude collectie die er hangt niet opfrissen of zo. Dus mijn vraag aan u is dan de volgende. Ik zie u geen moties inbrengen. U heeft het altijd over het college, van 'joh, doe wat', maar wat mogen we van Mijn Partij verwachten? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Nou, we zijn nu bezig met een verkiezingsprogramma. Dan zal daar ook nadrukkelijk bij stilgestaan worden. Maar het gaat ons erom dat we van degenen die er nu zitten te weinig resultaten zien. Natuurlijk zitten wij vol met ideeën, zoals de fietspaden verbreden in plaats van hele mooie vergezichten schilderen, van 'nee, we moeten breder'. Begin met fietspaden. Begin met overeenkomsten aangaan met boeren om daadwerkelijk het land op te gaan. Zoals je hier dat Voddijkpad hebt. Dat vinden we een uitstekend voorbeeld. Want wat nu mensen mogen, is op het asfalt blijven staan en dan mogen ze kijken. Nou, kijk, een koe. Ga het gebied in.
Wat gaan we doen om dat gebied in te kunnen? Hoe maken we de afspraken met boeren, zodat ze daar ook een voordeel bij hebben? Dat zijn allemaal dingen die wij op dit moment missen. Er ligt een collegewerkprogramma. Er is een coalitieakkoord met een addendum. Prima. En dan staat er: nee, we willen meer. Wat was er? Monisme, dualisme. Weer dualisme. Elke keer zie ik weer de wethouders bij de fracties zitten. Dan denk ik: wat is dat dualisme dan? De voorzitter: Ik zie de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland voor een interruptie. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ik blijf toch vragen waarom Mijn Partij dan wacht tot de eerstvolgende verkiezingen. We zijn dan vier jaar verder en het lijkt me ook heel vervelend naar uw kiezers toe, maar dat terzijde. Maar waarom neemt u in de tussentijd geen initiatieven? Waarom gaat u in de tussentijd niet met initiatiefvoorstellen komen? Ik bedoel, bij een aantal zult u OGP Midden-Delfland gewoon mee hebben, want het klinkt heel fantastisch. Dus dan vind ik dat gewoon zonde van de tijd. Dat is het toch? Dus wat maakt dat er één keer per vier jaar dan ineens een nieuwe eruptie komt met allerlei nieuwe voorstellen en dat u in de andere vier jaar gewoon weer die museumdirecteur bent? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Ik wil de heer Roeling vragen om na deze beantwoording, of nu, ook af te ronden. Dan gaan we door.
16
De heer Roeling: Er zitten schitterende dingen tussen wat wij naar voren brengen. Dat ben ik met de heer Jongsma eens. Dit doen we eigenlijk elk jaar bij de begrotingsbehandeling. De boeren, wat wij daadwerkelijk als gemeente kunnen doen. Ik heb nu De Beeldenkas, waarschijnlijk ook bekend bij de heer Jongsma. Pak dat op. Dat zouden wij doen als wij aan die kant van de tafel zouden zitten. En moties en amendementen doen we niet vanavond, voorzitter. Lees en huiver ons verkiezingsprogramma. De voorzitter: Ik wil u allereerst bedanken voor uw betoog. We hebben iets om over na te denken. Ik wil vervolgens ook meneer Jongsma namens de OGP Midden-Delfland vragen als fractievoorzitter om plaats te nemen achter het spreekgestoelte om uw vijftien minuten goed te kunnen benutten. Mijnheer Jongsma, aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ja, meteen een spoiler alert. In tegenstelling tot Mijn Partij doen wij wel aan moties, dus er komen er vandaag een paar. Laat ik beginnen, voorzitter. Voorzitter, collega's, allereerst onze waardering en complimenten aan het college en de ambtelijke organisatie. Die zitten daar. Midden-Delfland heeft haar zaken op orde. We staan er financieel goed voor. We hebben een sluitende begroting, niet alleen voor 2026, maar ook voor de jaren erna. Dat is in deze tijd allesbehalve vanzelfsprekend.
Begin dit jaar stond 2026 nog bekend als ravijnjaar. De zorgen waren groot, er kwam minder geld van het rijk, er waren stijgende kosten en weinig ruimte om te investeren. Maar met realisme, samenwerking en visie hebben we dat ravijn overbrugd, samen als raad, college en organisatie. We hebben scherpe keuzes gemaakt zonder onze kernwaarden te verkwanselen. Want, voorzitter, je moet er toch niet aan denken dat kinderboerderijen sluiten, de bibliotheek verdwijnt of verenigingen hun deuren moeten sluiten? Dat is niet het Midden-Delfland dat wij willen zijn en dankzij goed beleid is dat ook helemaal niet nodig. Een toekomstgericht perspectief. De septembercirculaire bracht goed nieuws. De vooruitzichten tot 2030 zijn stabiel. Er blijft ruimte om te investeren en tegenvallers op te vangen. Dat geeft vertrouwen. En dat vertrouwen willen wij vertalen naar de toekomst van onze inwoners. Wat wil OGP Midden-Delfland bereiken en hoe past dat binnen de begroting? Wij hebben onze eigen toets gedaan en de conclusie is helder. Onze ambities passen binnen de financiële kaders en versterken zelfs. Betaalbaar bouwen voor jong en oud. Samen bouwen we door. Betaalbaar wonen blijft een van de grootste opgaven van deze gemeente. Starters, jonge gezinnen, senioren: allemaal willen ze in onze dorpen blijven. In de afgelopen jaren zijn er mooie stappen gezet.
Van De Houve tot de Maaslandse Zoom, van de Keenenburgweg en de Kasteellaan tot de Woudselaan en ja, dan straks eindelijk dat Centrumplan Den Hoorn. Dat verdient waardering, maar de opgave blijft groot. OGP Midden-Delfland wil versnellen en leveren. CDA had het nog over zeventig tot negentig huizen. We zijn net iets minder ambitieus. Wij doen vijftig tot zeventig woningen per jaar, verspreid over de dorpen met oog voor kwaliteit, duurzaamheid en dorpskarakter. Begin volgende maand krijgen we een overzicht van potentiële bouwlocaties. Dat is het moment om te zien wat helpt, wat remt en wat nodig is om tempo te maken. Niet nog een onderzoek om het onderzoek, maar inzicht om te kunnen sturen op capaciteit, middelen en prioriteit. We kunnen daarbij leren van anderen. Het rekenkameronderzoek van Nieuwkoop laat zien hoe regie, doorzettingskracht en samenwerking kunnen zorgen voor versnelling. Geen blauwdruk, maar wel inspiratie. OGP Midden-Delfland vraagt daarom inzicht en actie, zodat we samen kunnen bouwen aan betaalbare woningen. Onze motie luidt dan ook: 'Alle hens aan dak'. Dan is het nu de bedoeling dat ik het dictum voorlees.
En het dictum luidt: "draagt het college op begin 2026 een uitwerking te presenteren waarin belemmeringen en kansen voor versnelling van woningbouw inzichtelijk worden gemaakt; daarbij te benoemen welke capaciteit, middelen en keuzes nodig zijn om de bouwopgave te realiseren; relevante voorbeelden en werkende aanpakken uit andere gemeenten hierin mee te nemen en tot slot deze uitwerking voor de kadernota 2027 aan de raad aan te bieden, zodat we het bij de kadernota verder kunnen regelen." Dat is de eerste motie. Dan is het de bedoeling dat ik die overhandig. Deze motie is naast de OGP Midden-Delfland ook ondertekend door de ChristenUnie. Alstublieft. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. Aan u het woord. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Ik ben toch een klein beetje in verwarring, want er wordt nu een motie ingediend met een vraag voor een onderzoek, maar een half minuutje eerder spreekt 17
de OGP Midden-Delfland uit: geen onderzoek om het onderzoek te doen. Toch gaan we weer een onderzoek doen. Wat mis ik hier? Volgens mij is het vragen naar de bekende weg. De voorzitter: Deze vraag is voor de heer Jongsma. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel. Het is zeker niet vragen naar de bekende weg en het is zeker niet bedoeld als onderzoek in de zin van: nou, we gaan maar weer zo'n onderzoekje doen. Nee, het is echt gericht om nu te bekijken, zeker omdat we straks weten waar die woningbouwlocatie is, aan welke andere dingen het misschien ligt. Soms denk je van, nou, het ligt alleen aan capaciteit, we bereiden de ambtelijke organisatie uit en we komen verder. Maar het is vaak ook dat bijvoorbeeld de parkeernorm een ding kan zijn dat ervoor zorgt dat er minder gebouwd kan worden. Het gaat over normen, snelheid en doorlooptijden, ervoor zorgen dat je procedures verkort. Als je de onderzoeken dus leest, zie je dat daar wel in terugkomen. Vandaar dat het ons een goed idee leek om dit onderzoek wel te doen. Niet eerst meteen een heel duur onderzoek door externen. Laten we eerst kijken wat we binnen deze organisatie allemaal al weten. Combineer dat en presenteer dat aan ons. Dan kunnen we zien of we daarmee toch meer meters kunnen maken. Dat is het idee.
Is dat voldoende antwoord op uw vraag? De voorzitter: Daaropvolgend zie ik een interruptie van de heer Scholtes van D66. Aan u het woord. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter. Ja, even daaropvolgend. Ik hoor namelijk hele casusspecifieke reacties van de OGP Midden-Delfland vandaan komen, terwijl we een onderzoek gaan doen om te bekijken wat we kunnen lenen uit andere gemeenten. Daar gaan we toch, denk ik, aan algemeenheden komen en minder aan die casusspecifieke dingen. Want een parkeernorm is echt locatieafhankelijk. Hoe ziet de OGP Midden-Delfland dat dan? Is het dan niet zonde van de ambtelijke uren om te bekijken hoe andere gemeenten dingen doen, terwijl we casuspecifieke problemen willen oplossen? De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Dank voor de vraag. Ik zie dat toch echt specifiek wat anders. Ik heb daar ook met ambtenaren over gesproken, en met andere organisaties. Ik heb die rapporten erover gelezen. Daar valt echt nog wel meer uit te halen dan de standaarddingen. Ik zou ook willen zeggen: mocht u binnenkort in de gelegenheid zijn, lees dan ook vooral die rapporten als u ze nog niet gelezen heeft. Maar misschien heeft u ze ook wel gelezen. Daar staan echt wel interessante dingen in, waar je ook binnen deze gemeente wat mee kunt. Dan ga ik verder. Groene dorpen in een groene omgeving. Midden-Delfland is een groene oase tussen de steden.
Dit gebied moeten we blijven koesteren en beschermen. Bezuinigingen mogen niet leiden tot een verrommeling of tot achterstallig onderhoud. We willen meer groen in de dorpen, meer bomen en bewoners actief betrekken bij beheer. Ook boeren die natuurbeheer combineren met hun bedrijfsvoering verdienen steun. Landbouw, natuur en recreatie horen bij elkaar. Dat is de kracht van Midden-Delfland. Daarom zijn we blij dat vanaf 2026 alle zes de gemeentelijke overheden binnen Coöperatief Beheer groengebieden Midden-Delfland, het CBG, hun krachten bijdragen. Zo blijft het Bijzonder Provinciaal Landschap financieel gezond en toekomstbestendig. Dank aan iedereen die dit mogelijk maakt. Meer verbinding tussen inwoners en gemeenten. De afstand tussen inwoners en de gemeenten moet kleiner. Mensen willen gehoord worden, niet verrast. Een collega-raadslid wil dat ook niet. We zien gelukkig verbeteringen, zoals bijvoorbeeld de herinrichting van de Maassluiseweg, de bouw van de Mariaschool en een nieuw appartementencomplex in Schipluiden. Dat is hoe participatie hoort te werken. Dat willen we ook bij andere projecten in 2026 zien, sociaal en solidair. Niemand mag buiten de boot vallen. Dat is al eerder vanavond genoemd, onder andere door de ChristenUnie en het CDA. Dat geldt ook voor ons. We steunen de koers van het college om te investeren in preventie, samenwerking en vrijwilligers.
Met duidelijke kaders in de WMO en Jeugd kunnen we niet alleen sparen, maar ook beter helpen. OGP Midden-Delfland blijft staan voor opvang van vluchtelingen en nieuwkomers. Dat is niet alleen een wettelijke plicht, maar ook een menselijke. Een goed georganiseerd azc met begeleiding en draagvlak is voor ons de juiste keuze. Solidariteit is niet iets wat je roept, het is iets wat je doet. 18
Bereikbaarheid en veilig verkeer. Voorzitter, steeds meer inwoners hebben hier last van. Sluipverkeer door Schipluiden en Maasland zet de leefbaarheid onder druk. Daarom dienen wij een motie in: 'Onderzoek effectieve aanpak sluipverkeer Midden-Delfland'. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben, VVD. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. De OGP Midden-Delfland blijft de VVD verbazen, want net wordt er gezegd: geen onderzoek om het onderzoek doen. Nu gaan we weer een onderzoek doen. Hoe zit het in elkaar? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Het klopt dat ik dat inderdaad heb gezegd, maar ik heb ook gezegd dat we niet, zoals vaak gebeurt, maar weer een onderzoekje doen om dingen vooruit te schuiven, wat ik heel vaak bij andere partijen zie. Nee, dit onderzoek moet wel concreet ergens toe leiden. Wij geloven ook echt dat dit weer ergens toe leidt, want wij hebben ook hier weer onderzoek gedaan, zelf, om te bekijken of het ook werkt en of het ergens kan. En wij zien, door dit onderzoek te doen, - ook hier heb ik vooraf inderdaad wat consulten over gepleegd - dus dat dit kan werken en dat er niet meteen op één zaak gefocust wordt, maar dat je wel iets breder kijkt om te bekijken wat nou het beste werkt voor het sluipverkeer in Midden-Delfland. De voorzitter: Daar is een vervolgvraag van de heer Gebben. Aan u het woord.
De heer Gebben: Nee, dank u voorzitter, dat u mijnheer Jongsma maar even laat uitspraken, want anders blijven we heen en weer tikken. Het verbaast mij wel, want volgens mij is naar de verkeerssituatie en over sluipverkeer in deze gemeente al enorm veel onderzoek gedaan. Dus ik zie eigenlijk niet zo heel goed waarom er nou nog weer een onderzoek bovenop moet. Is dat niet gewoon een herhaling van zetten? De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Als dat een herhaling van zetten is, wat ik hoop, dan zijn we vrij snel klaar met een totaalonderzoek. Dan weten we ook waar we ons de komende jaren op kunnen richten om dit sluipverkeer tegen te houden. Vooralsnog is er heel veel onderzoek geweest en heeft het nog niet geleid tot een structurele oplossing. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Voor de laatste keer, een concrete oplossing, dat is denk ik wat we allemaal willen. Is dat wat u ons gaat brengen? Ik geloof er eigenlijk helemaal niks van. De voorzitter: Dat is duidelijk. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik ben niet de messias, dus ik kom niks brengen, maar ik hoop wel met deze motie een meerderheid te krijgen die er uiteindelijk voor gaat zorgen dat er toch uiteindelijk iets structureels wordt gedaan aan het sluipverkeer. Zal ik het dictum oplezen? We weten in ieder geval dat er over heel veel zaken wordt nagedacht.
Wij verzoeken het college om een hoog over inventarisatie uit te voeren naar sluipverkeer in Schipluiden en Maasland, waarin wordt vastgesteld waar de belangrijkste probleemlocaties liggen, welke maatregelen denkbaar zijn en hoe die zich verhouden qua kosten, doorlooptijd, uitvoerbaarheid en neveneffecten; in die vergelijking ten minste de volgende scenario’s te betrekken: bewegwijzering of borden met 'alleen bestemmingsverkeer' - dat is al op een plek toegepast, maar misschien kan dat op meer plekken - fysieke afsluitingen of pollers; een alternatieve route of doorsteek en de Vianenmethode. Dat is een tijdgebonden inrijverbod met kentekenherkenning. Dan om de beschikbare verkeersdata en analyses te benutten en te delen met de raad, contact te leggen met de gemeente Vijfheerenlanden om ervaringen en lessons learned op te halen, de raad vóór juni 2026 te informeren over de bevindingen en mogelijke
19
vervolgstappen, en, indien mogelijk, de verantwoordelijke wethouder te laten deelnemen aan het landelijke congres over deze methode in januari 2026. Dan hebben we het over de Vianenmethode. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben. Aan u het woord. De heer Gebben: Ja, dank u wel. Er kijken misschien ook mensen thuis mee. Die weten niet wat de Vianenmethode is. Zou u dat heel kort even kunnen toelichten? De voorzitter: Er zijn er meer, dus dat is inderdaad een goede vraag. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik heb alle raadsleden daar een paar dagen geleden over geïnformeerd via een rapport. Meestal wordt vanuit de hoek van de VVD gevraagd of er ook een rapportje bij zit. Ja, zeker. Dat heb ik inderdaad. Kort gezegd is het een soort kentekenregistratie. Als je te kort door Midden-Delfland rijdt - dat is dan wel vaak gerelateerd aan gewoon sluipverkeer - dan volgt er een boete. De voorzitter: Nou, dat is duidelijk. Dan mag u uw betoog vervolgen. De heer Jongsma: Dank je wel. Gaan we verder. De voorzitter: Ik kijk naar rechts. Ik zie ook de heer Zwaard; die heeft daar toch mogelijk nog een aanvullende vraag op. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik heb een vraag aan meneer Jongsma.
Kunt u aangeven of het in Vijfheerenlanden, waar dat uitgevoerd is, om een provinciale weg of een gemeentelijke weg gaat? Ik neem aan dat u, als u die kentekenregistratie wil doen, de N468 bedoelt. Dat is een provinciale weg, dus in hoeverre zijn we in staat om daar wat uit te voeren als gemeente zijnde? De heer Jongsma: Ik weet dat de N468 een provinciale weg is, dus daar kun je niet zomaar wat maatregelen treffen, maar je kunt dat op andere plekken wellicht wel doen. Ik ben hier niet de verkeersdeskundige, dus ik geef alleen aan dat we last hebben van sluipverkeer. Laten we nou gewoon bekijken wat we bij anderen op kunnen halen om hier toe te passen. Niet meer, niet minder. Oké. Over de N468 gesproken. Zodra die weer open is, willen wij in ieder geval dat buslijn 33 volledig terugkomt. Zonder openbaar vervoer zijn er namelijk geen leefbare dorpen te realiseren. D66 had het hier ook al over. Daar sluiten we dus bij aan. Het CDA vroeg nog of we ons nou moeten focussen op de Hoornsekade of op de Hoornseweg. Daarover zou ik zeggen dat wij als OGP Midden-Delfland geneigd zijn om te focussen op de Hoornsekade, maar D66 heeft al gevraagd om aanvullend onderzoek. Nou ja, we zouden dan eerst graag die informatie willen hebben om daar een definitieve keuze in te maken. Goed. Sterke lokale economie. Een gezonde lokale economie is de motor van onze dorpen.
Wij waarderen de inzet voor Duurzaam Boer Blijven en Stichting PUUUR Midden-Delfland, maar ondernemers verdienen ook een goed contact met de gemeente. Dat vinden wij. Daarom steunen wij in ieder geval een voorstel over het versterken van die verbinding, als dat zou komen, dat lijkt ons een goede zaak. Maar wellicht daar straks meer over. Dan samen duurzame energie opwekken en opslaan. De energietransitie moet lokaal nog meer gaan leven en leveren. OGP Midden-Delfland wil dat inwoners direct profiteren van duurzame energie. Daarom pleiten wij voor samenwerking met JUVA om te starten met buurtbatterijen. Dat hebben we al vaker gezegd, maar dat blijft toch wel een punt. Bij ons is lokale opslag van zonneenergie: kleine stappen, grote impact. Dan onderwijs, sport en cultuur als fundament. Ook de ChristenUnie had het daar eerder vanavond al even over. Een sterke gemeenschap groeit door onderwijs, sport en cultuur. OGP MiddenDelfland is blij dat niet wordt bezuinigd op verenigingen en dat er geïnvesteerd wordt in vrijwilligers. Vrijwilligers houden onze dorpen levend en dat verdient waardering en zekerheid. Dan gezonde financiën. Dat is eerlijk en duurzaam. Wij steunen de financiële koers van het college: maximaal 3% ozb-stijging, een kostendekkende afvalstoffenheffing en volgens het principe 'De vervuiler betaalt'. Dat is niet alleen verstandig, maar ook rechtvaardig.
Dan kom ik bij schone lucht 20
en gezonde leefomgeving. Schone lucht is een basisrecht. Wij steunen de regionale samenwerking aan schonere lucht en stellen aanvullend voor om zeer terughoudend te zijn met vergunningen voor het verbranden van snoeiafvalhout. Gebruik in plaats daarvan de gemeentelijke versnipperaar. Dat scheelt uitstoot en levert herbruikbare houtsnippers op. Onze derde motie luidt dan ook: 'De houtstookvergunning kan de versnipperaar in'. Ik zal het dictum voorlezen: "Draagt het college op het aantal te verlenen ontheffingen voor het verbranden van snoeihout vanaf 2026 sterk terug te brengen; hiervoor samen met de aanvragers te sturen op het inzet van alternatieve verwerking van snoeihout, bijvoorbeeld door het snoeihout te laten versnipperen; na te gaan in hoeverre de gemeente hierin kan faciliteren, bijvoorbeeld door het, eventueel betaald, inzetten van de gemeentelijke houtversnipperaar, en over de resultaten van deze actie volgend jaar om deze tijd terug te rapporteren aan de gemeenteraad. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Ja, dank u wel, voorzitter. Straks wordt ons gevraagd wat wij van deze moties vinden. Dan is het denk ik ook wel even zaak en belangrijk om te weten waar deze motie eigenlijk voor bedoeld is.
Welk probleem gaan we hiermee oplossen? Wil de OGP Midden-Delfland dat het verbranden van hout in het buitengebied stopt? Of wat willen ze eigenlijk? Ik hoor de OGP MiddenDelfland ook net zeggen: 'De vervuiler betaalt'. Als mensen afval hebben en het is groen, dan moeten ze denk ik ook voor hun eigen afval betalen. Dus waarom moet er dan een versnipperaar van de gemeente beschikbaar komen? Dat is niet echt consistent, lijkt mij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel. Leuke vraag. Zie het als mensen op een andere gedachte brengen. Het is nu standaard: 'steek het maar in de fik' terwijl je er ook mooie houtballen van kunt maken waar vogeltjes in kunnen zitten. Daar zijn binnen Midden-Delfland namelijk ook heel veel liefhebbers van. Het is dus een beetje een mindset. Soms kan bijvoorbeeld het gratis of voor weinig gebruiken van zo'n houtversnipperaar, in eerste instantie vanuit de gemeente, mensen ook bewegen om te denken: oh, dat is wel een goed idee; dat gaan we gewoon doen. Dan kun je op termijn wel bekijken of je dat op een andere manier doet, maar het gaat ons erom om enerzijds minder rook in Midden-Delfland te laten ontstaan en anderzijds om mensen ook er ook wat meer bewust van te maken dat je ook op een andere manier met afval om kunt gaan. De voorzitter: De heer Gebben, uw vervolgvraag. De heer Gebben: Dank u wel.
Mijn conclusie is dan dat u eigenlijk wilt dat het verbranden van hout in het buitengebied stopt. En daar wilt u dan bij helpen? De heer Jongsma: Als we dat ermee bereiken, zijn we allemaal blij. Voorzitter, ik kom tot een afronding. De voorzitter: Dat was nou precies mijn opmerking geweest. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Visie, waarden en lef. Voorzitter, begroten is meer dan rekenen. Het is koers houden, keuzes maken en lef tonen. OGP Midden-Delfland kiest niet voor wat het meest oplevert, maar voor wat het meest waard is, voor een gemeente die sociaal is en niemand laat vallen, een landschap dat groen blijft en toekomst heeft en voor dorpen die bruisen van leven, saamhorigheid en initiatief. Samen houden we Midden-Delfland sterk, leefbaar en toekomstgericht. Laten we die koers vasthouden, met elkaar, als raad, college en gemeenschap. Laten we samen bouwen aan een gemeente waar mensen zich thuis voelen, waar het landschap blijft ademen en waar dorpen bruisen van leven en initiatief. Daarmee sluit ik af. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Ik wil benadrukken dat we vanavond een willekeurige volgorde hebben gehad. Ik wil nu het woord geven aan onze fractievoorzitter, de heer Gebben van de VVD. Aan u het woord.
21
De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. 'De laatsten worden de eersten' zeggen ze altijd, dus bij dezen. De VVD staat voor financiële degelijkheid: dat is een van onze ankerpunten. Voor ons is het belangrijk dat het zuurverdiende geld van onze inwoners wordt uitgegeven aan verstandige en nuttige zaken. De gemeente beheert het geld namens ons als samenleving. Van haar mag dan ook verwacht worden dat zij dit zorgvuldig doet. Het is dan ook goed nieuws dat er dankzij een stevige bezuinigingsronde en een hogere uitkering van het Gemeentefonds een sluitende begroting kan worden aangeboden. Daarvoor willen wij richting ambtenaren en college onze dank uitspreken. Er is veel werk in gaan zitten om deze begroting tot stand te brengen. En het is gelukt: de begroting voor 2026 is sluitend. Dat is een knappe prestatie. Echter, een sluitende begroting betekent niet automatisch dat het geld ook goed wordt besteed. Of het geld daadwerkelijk goed besteed is, weten we eigenlijk niet. Het college heeft in deze begroting namelijk nagelaten expliciet duidelijk te maken wat er met de voorgestelde bezuinigingsvisies, de amendementen en de moties uit de kadernota is gebeurd. Deze zijn nu opgegaan in de grote bedragen en daarmee is niet direct zichtbaar wat er met al die voorstellen is gebeurd. Dat is jammer, want juist die bezuinigingen deden voorafgaand aan de kadernota veel stof opwaaien.
Denk daarbij aan de bezuinigingen op de kinderboerderij, de muziekverenigingen, de bibliotheken en SWMD. Kleine bedragen met grote maatschappelijke impact. Deze lijken gelukkig van de baan, maar had dat gewoon even duidelijk opgeschreven. Inwoners willen graag duidelijkheid en het benoemen helpt hierbij. Voor de VVD is het onbegrijpelijk dat het college dit heeft nagelaten. Zelfs bij navraag van onze kant vond het college dit eigenlijk niet nodig en dat is echt jammer. Dit alles draagt niet bij aan de zo broodnodige transparantie en zeker niet aan het vertrouwen in dit bestuur. Ik zou, mevrouw de voorzitter, natuurlijk voor de zoveelste keer kunnen zeggen dat de houding van dit college nogal regentesk is als het gaat om transparantie, maar laat ik dat deze keer maar niet doen, want de geschiedenis leert dat dit toch niet veel uit zal halen. Voorzitter, het lijkt erop dat het zogenaamde ravijnjaar is afgewend, maar schijn bedriegt: het probleem is alleen maar vooruitgeschoven. Na 2029 komt dit probleem waarschijnlijk gewoon weer terug. Stevig ingrijpen lijkt op dat moment dan alsnog onvermijdelijk. Wij staan er dus eigenlijk niet veel beter voor dan twee jaar geleden. Het verschil is alleen dat nu alle lucht en rek door de uitgevoerde bezuinigingsronde wel uit de begroting is verdwenen. Het laaghangende fruit is geplukt en er valt dus weinig meer makkelijk te besparen.
Gelukkig heeft dit college en het volgende nog even de tijd om zich op deze periode voor te bereiden. Hopelijk doen ze dat ook. Graag geven wij daarbij nu alvast wat mee. Volgens de VVD zijn er nog twee grote knoppen waar nog wel aan gedraaid kan worden, te weten: het stoppen met onnodige uitgaven en het afdichten van de spreekwoordelijke financiële lekkages. Laten we met de laatste beginnen, voorzitter. Ik heb even teruggekeken. Dit is mijn achtste begrotingsraad en bij elk van die raden heeft de VVD gepleit voor ingrijpen in het sociaal domein, vooral in de jeugdhulp. Tevergeefs. Het sociaal domein blijft het rupsje-nooit-genoeg van de gemeentelijke begroting. Het vormt inmiddels by far de grootste kostenpost met ieder jaar weer een tekort. De kosten voor Midden-Delfland zijn de afgelopen acht jaar gestegen van € 8,8 miljoen naar € 13,8 miljoen, een stijging van meer dan 50%. Afgelopen jaar kwam daar weer eens € 0,5 miljoen bij. Wij betalen aan jeugdhulp inmiddels meer dan € 10.000,00 per jaar per kind dat jeugdhulp krijgt. Dat is eerlijk gezegd niet meer uit te leggen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira van D66. Aan u het woord. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Ik deel de mening met de VVD dat de kosten in de jeugdzorg oplopen. Ik zie ook dat wij daar beleid op maken dat wij ook door het rijk verplicht zijn om bepaalde zorg te geven.
Wat zou volgens de VVD beleid kunnen zijn waarmee dit ingedamd kan worden? Minder kosten willen we allemaal, maar welk concreet voorstel heeft de VVD hierin? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Voorzitter. Als u mij even de tijd geeft, dan ga ik daaraan toekomen. Maar anders ga ik twee keer hetzelfde vertellen. Dus dat is, denk ik, zonde van uw tijd en mijn tijd. Als u niet tevreden bent, kunt u altijd nog een nieuwe vraag stellen. Even kijken waar ik was gebleven. De VVD vindt daarom dan ook dat de uitgaven in het sociaal domein beteugeld moeten worden en eigenlijk zelfs omlaag moeten. Wij snappen heus wel dat het niet van het ene op het andere moment geregeld kan worden, maar er moet nu eindelijk iets gaan gebeuren. Jarenlang werd door partijen in deze raad gezegd dat iedere kind recht heeft op zorg en 22
werden wij verweten koud en kil te zijn, omdat wij bij die opmerking onze kanttekening zetten. Naar iedere hulpvraag moet goed geluisterd worden; dat vinden wij ook. Maar niet iedere hulpvraag hoeft zonder meer en automatisch te leiden tot hulp. Dat is altijd onze insteek geweest en die is nog steeds zo. Die boodschap begint nu eindelijk wat voeten aan de grond te krijgen. De laatste twee jaar horen wij gelukkig steeds vaker dat de jeugdzorg genormaliseerd moet worden. De linkse houding dat de overheid de oplossing is voor alle problemen gaat er gelukkig langzaam wat vanaf. Het is immers niet normaal dat wij vanwege een openeinderegeling alles maar vergoeden waarom wordt gevraagd. De VVD verwacht dan ook veel van de nieuwe verordening. We hebben als gemeenteraad veel meer invloed dan we soms zelfs denken: laten we deze dan ook gebruiken. Laten we de verordening zo inrichten dat wij alleen die zaken vergoeden waarvan we vinden dat ze echt noodzakelijk en effectief zijn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld, CDA. Aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik kan u heel ver volgen, mijnheer Gebben, maar ik heb toch wel even een vraag aan u. U gaf aan dat wij aan het sociaal domein ongeveer € 10 miljoen uitgeven. Ik hoor u eigenlijk alleen praten over de jeugdhulp. Aan de jeugdhulp geven wij ongeveer € 5 miljoen uit.
Wat verstaat u verder onder het sociaal domein? U heeft het erover dat het een openeinderegeling is, maar niet alles in het sociaal domein is een openeinderegeling. Kunt u nader verklaren wat u daaronder verstaat? Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Daar heeft mevrouw Langeveld op zich helemaal gelijk in. De WMO valt daar natuurlijk ook onder. Het probleem zit hem er alleen in dat in de openeinderegeling gewoon het grote geldverlies zit. Daar gaat mijn betoog over. Wij verliezen heel veel geld aan dat soort openeinderegelingen, terwijl er eigenlijk niks gedaan wordt om dat te stoppen. Dat komt ook, zoals de heer Ringeling van de ChristenUnie al zei, doordat wij het gesprek met elkaar daarover niet willen aangaan, omdat de keuzes die we dan moeten maken gewoon moeilijk zijn. Wat ons betreft zouden we dat gesprek wel moeten aangaan. Wat willen we allemaal wel vergoeden en wat niet? Dat gesprek wordt door deze raad gewoon ontlopen, al jarenlang. Nu komt er een nieuwe verordening. Laten we die gebruiken als startpunt om dat gesprek een keer te openen. Hoever zijn we bereid te gaan en wat vinden wij dat het mag kosten? Dat gesprek uit de weg gaan, vinden wij weglopen van verantwoordelijkheden. De voorzitter: Ik zie een vraag van de heer Scholtes van D66. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter.
Als u dan zegt: 'we gaan het gesprek niet aan', bedoelt u dan met 'we' de ambtenaren en de gemeente die het gesprek aan zouden moeten gaan met de ouders van zorgbehoevende kinderen? Of bedoelt u dan met 'we' de gemeenteraad die zou moeten bekijken wat we niet hoeven te vergoeden aan de openeinderegeling? De heer Gebben: Die vraag is makkelijk. Dat gesprek moeten wij hier in de raad hebben met elkaar. Wat moet volgens ons vergoed worden en wat niet? Wat vinden wij normaliseren? Wat vinden wij kunnen of niet kunnen? Dat gesprek voeren wij nooit. Dus misschien wordt het tijd dat we dat wel eens gaan voeren. De voorzitter: Mevrouw Langeveld, aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Dank u wel, voorzitter. Ik ben het niet helemaal met u eens, mijnheer Gebben, want ik kan me ook heel veel keren herinneren dat ik hier het woord heb gevoerd en dat ik juist wel met elkaar het gesprek aan wilde gaan over wat we met elkaar verstaan onder het normaliseren en juist ook over de punten waar u het over heeft met betrekking tot de openeinderegeling: wat vergoeden we wel en wat vergoeden we niet en hoe ziet onze verordening eruit? En ik hoop dat u zich ook nog mijn betoog met betrekking tot de nieuwe inkoopstrategie kunt herinneren, over de zorgen die wij als CDA daarbij hebben. U geeft aan dat we het daar in de raad niet over hebben gehad, maar dat deel ik niet met u.
Ik deel wel met u het goede gesprek over de aanpassing van de verordening, dat we kortgeleden ook met elkaar hebben gehad. Ik deel 23
ook met u dat daar wel wat van mag worden verwacht, want daarin hebben we met elkaar het goede gesprek gevoerd over wat we wel gaan vergoeden en wat we niet gaan vergoeden. Ik denk dus niet dat ik u helemaal gelijk geef wanneer u zegt dat we nog eens een keer met elkaar dat gesprek aan moeten gaan, want volgens mij hebben we dat gesprek al gehad. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ik zeg niet dat wij er niet over gesproken hebben. Uw bijdragen worden altijd zeer gewaardeerd. We hebben natuurlijk zeker ook over de kosten gesproken, maar waar we wel heel vaak voor weglopen, is de vraag wat het betekent als we bijvoorbeeld bepaalde dingen niet meer zouden vergoeden. Daar hebben we het nooit over gehad. Ik snap dat ook wel; dat gaat reuring geven. Er zijn altijd mensen die dan net buiten de boot vallen en dat moet je dan kunnen uitleggen. Dat zijn dus altijd moeilijke gesprekken. Ik heb het idee dat die best wel eens uit de weg gegaan worden. Dat is eigenlijk wat ik bedoel. Daarom verwacht ik eigenlijk ook veel van die verordening. We moeten gewoon bekijken hoe we dat beter kunnen inrichten zodat het niet een jaarlijks terugkerend tekort is op onze begroting. De voorzitter: Daarop aanvullend is een interruptie van de heer Scholtes, D66. De heer Scholtes: Dank u wel, voorzitter.
Kunt u dan een concreet voorbeeld geven van zorg die wij nu verlenen maar die wij eigenlijk niet zouden moeten verlenen? De heer Gebben: Ja, die zag ik natuurlijk wel komen. Als ik er zo eentje paraat moet hebben, dan zou ik zeggen wat we met dyslexie doen. Daar kun je best nog wel eens wat van vinden, van of we dat allemaal wel of niet moeten vergoeden. Dat is een voorbeeld, maar er zijn er natuurlijk veel meer en dat lijstje moeten we dan eens een keer eerlijk op tafel hebben. Wat vergoeden we allemaal en wat willen we nou precies als raad? De voorzitter: Ik zie ook een interruptie van mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. Mevrouw Koppert: Dank u wel, voorzitter. Ik ga voor een groot deel ook mee met mevrouw Langeveld. U heeft het iedere keer over de jeugdzorg, maar volgens mij hebben we nog een ander rupsje-nooit-genoeg. Die heet WMO. Dat is ook een aardige regeling. Is dan uw voorstel ook om daar iets te doen met betrekking tot het voeren van een open gesprek? De heer Gebben: Ik denk dat het een enorme kostenpost op onze begroting wordt, verreweg de grootste. Ik weet niet hoe u vindt dat dit in de toekomst door moet gaan, maar ergens zullen we ook daar met elkaar moeten normaliseren. Dat ben ik helemaal met u eens en ik had het idee dat u dat bedoelde. Dus dat gesprek moeten we zeker met elkaar aangaan.
Nou, dan wil ik het sociaal domein achter mij laten. Nee, kijk... De voorzitter: Er is een rupsje-nooit-genoeg. De heer Scholtes: Nou, er is hier zeker een rupsje-nooit-genoeg, voorzitter. De voorzitter: Zo is dat. Mijnheer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Dank u wel. Ik ben toch wel benieuwd, want er wordt nu wel stellig gezegd dat we veel te veel geld uitgeven aan dyslexieonderzoek, maar hoe vaak wordt er dan dyslexieonderzoek uitgevoerd en hoe vaak wordt het niet uitgevoerd terwijl het misschien wel noodzakelijk was geweest? Heeft de VVD daar misschien dan ook cijfers over paraat? De heer Gebben: Ik vind het wel een hele vreemde vraag, want u weet ook wel dat ik dat niet paraat heb. Dit is misschien wel de manier om onder dat gesprek uit te komen, mijnheer Scholtes, altijd zo flauw zijn en zeggen: 'ja, geef dan een voorbeeld en zeg dan hoe het wel moet'. Dat gesprek gaan we nooit aan. En dan wilt u mij een soort van vastzetten door te zeggen: 'ja, zie je 24
wel, hij weet het ook niet.' Ik weet het ook niet, omdat we gewoon dat gesprek nooit voeren. Zo eenvoudig is het gewoon. Dank u wel, voorzitter. Dan gaan we verder. Dan gaan we ook nog even terug naar het eerste punt, voorzitter. Verstandig omgaan met publiek geld betekent ook dat je geen geld uitgeeft aan dingen die niet nodig zijn. En eerlijk gezegd, voorzitter, in onnodige uitgaven doen is dit college behoorlijk goed geweest. Er is de afgelopen jaren immers veel geld uitgegeven aan het realiseren van een azc en de daaruit voortvloeiende poging om flexwoningen te bouwen. Dat zijn zaken waar onze inwoners niets aan hebben en ook niet op zitten te wachten. Het was de huidige coalitie die samen met de ChristenUnie de grote voorstanders waren van het azc. Dat moest er wat hen betreft koste wat kost komen. Of zij daarbij echt goed de consequenties hebben doordacht, ook financieel gezien? Wij vragen het ons nog steeds af. Het azc heeft niet alleen veel maatschappelijke onrust veroorzaakt, maar ook veel geld gekost. Midden-Delfland heeft bijvoorbeeld voor € 10 miljoen grond gekocht en daar een lening voor moeten afsluiten.
Het heeft de grond bouwrijp moeten maken, het heeft extra grondonderzoek moeten laten doen, extra geld moeten uitgeven voor de bescherming van flora en fauna, om maar niet te spreken over de steeds verder oplopende kosten voor woonverzoeken en de nog steeds lopende juridische procedures. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira van D66. De heer Vieira: Ik had een vraag aan de heer Gebben. Hij spreekt over de kostenkant. Er worden kosten gemaakt, maar er is ook een opbrengstenkant. Ik noem maar wat: als je het zou vertalen naar een hypotheek, betaal je € 1.000,00 hypotheek en dan krijg je vanuit in dit geval het COA € 1.200,00 terug. De kosten worden in onze begroting dus ruimschoots gedekt. Waarom heeft de heer Gebben het altijd over de kostenkant, maar nooit over het feit dat we er misschien per saldo zelfs op vooruit gaan? Kan hij uitleggen waarom hij nooit die opbrengsten benoemt in zijn betoog? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Ik was net toe aan het beloofde zoet, dus ik ga even verder. U voelt mijn betoog kennelijk goed aan, mijnheer Vieira, dus dat is knap. Het beloofde zoet, de zogenaamde bruidsschat, hebben wij tot nu toe nog niet gezien. De grote vraag is dan ook of het zoet überhaupt wel gaat komen.
Het verbaast de VVD dan ook niets dat het college de financiële cijfers over het azc stevig tegen de borst houdt. Hoogstwaarschijnlijk zijn deze cijfers niet zo mooi; anders hadden we ze immers echt wel gekregen. Ook Mijn Partij heeft daar in aanloop naar deze begroting naar gevraagd maar niet echt een antwoord gekregen. Dat de raad dit overzicht niet krijgt, vinden wij eigenlijk wel schokkend. Wat ons betreft stopt het college zo snel mogelijk met deze farce en speelt het open kaart wat betreft de kosten en de opbrengsten. Dan kunnen we ook daar een eerlijk gesprek over voeren. Voorzitter, zoals reeds gezegd zijn er ook nog kosten gemaakt met betrekking tot de flexwoningen. De kosten hiervan lopen alleen maar op en de financiële risico's evenzeer. Het COA schuift als we geluk hebben wat geld, trekt zijn handen ervan af en Midden-Delfland blijft zitten met de rest van de kosten en de risico's. Dit is geen verstandig beleid. De VVD zegt dan ook: stop hiermee voordat we nog meer geld verliezen aan een project dat onze inwoners niets oplevert. De VVD vraagt zich überhaupt steeds vaker af of het college dit plan daadwerkelijk wel van de grond weet te krijgen. Voorzitter, heel wat anders. De VVD vindt dat werken altijd lonend moet zijn.
Daarom zou het verstandig zijn om eens kritisch te kijken naar de lange lijst van subsidieregelingen binnen de sociale zekerheid en hoe die samenhangen met armoedeval. Wat de VVD betreft moet het niet zo zijn dat mensen in een uitkering blijven hangen omdat dit simpelweg meer zekerheid biedt dan werken. De gemeente moet mensen helpen om vooruit te komen, niet om te blijven staan. Bijspringen is prima, maar het moet wel effectief zijn. En nee, dat betekent niet dat alles klakkeloos overboord moet worden gegooid. Maar kritisch bekijken wat wel en wat niet werkt, is geen overbodige luxe. Te vaak horen we dat aanpassingen in de sociale zekerheid op lange termijn tot hogere kosten zullen leiden. Dit is een reflex die we vaak zien maar die nooit onderbouwd wordt met harde getallen en feiten. De VVD vindt het dan ook een te gemakkelijk excuus en wegkijken voor je verantwoordelijkheid. Wij moeten die verantwoordelijkheid nemen, zowel richting de mensen die hulp nodig hebben als richting onze inwoners die het allemaal moeten betalen. Voorzitter, onze ondernemers zijn ontzettend belangrijk. Zij zorgen voor werkgelegenheid, maar ook voor de vitaliteit en leefbaarheid van onze dorpen. 25
De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Dank u wel. Het ging over het vorige kopje van de heer Gebben. Blijft u ervoor om onderzoeken te doen, om dat in beeld te krijgen? De heer Gebben: Als dat helpt wel. Ik heb niet gezegd dat onderzoek doen niet nodig is. Ja, als dat nodig is wel. U pleit ook voor onderzoeken, maar als ze nodig zijn, dan kunt u ons altijd vinden. Bij de ondernemers waren we gebleven, voorzitter. Het college zegt graag dat het ondernemers ondersteunt, maar als deze ondernemers geen koeien melken of grasland beheren, dan vraagt de VVD zich af waar die steun dan uit bestaat. Onze melkveehouders zijn belangrijk; daar bestaat geen enkele twijfel over. Zij houden ons landschap mooi en groen. Het is terecht dat het college trots is op wat daar gebeurt. Wij zijn dat ook. Maar, voorzitter, Midden-Delfland is meer dan alleen een groen openluchtmuseum. We hebben ook drie prachtige dorpen met winkeliers, horeca en meerdere zelfstandigen. Ook deze bedrijven verdienen onze aandacht. Juist voor deze ondernemers doet het college veel minder. Het contrast met de steun die boeren krijgen is soms zeer groot. Daar komt nog iets bij. Het college heeft het aanspreekpunt voor ondernemers, de bedrijfscontactfunctionaris, wegbezuinigd. Voor de VVD is dat onbegrijpelijk.
Wat een slecht signaal geeft het college hiermee af richting onze ondernemers. De VVD wil daarom dat het college alles op alles zet om deze fout te herstellen. Wij hebben hiervoor dan ook een motie geschreven. De motie heet: 'Herstel van aandacht voor ondernemers in Midden-Delfland'. Het dictum luidt: "verzoekt het college met een voorstel te komen hoe het gat wordt opgevuld dat is ontstaan door het wegvallen van de bedrijfscontactfunctionaris en hoe de gemeente structureel aandacht houdt voor de relatie met ondernemers; daarbij ook alternatieve vormen te onderzoeken, zoals samenwerking met buurgemeenten, herverdeling van bestaande taken of inzet van een ondernemerstafel; en uiterlijk in februari 2026 de raad hierover te informeren. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van Rijs van het CDA. De heer Van Rijs: Dank u wel, voorzitter. Mijn vraag aan de heer Gebben is of hij zich nog kan herinneren dat we tijdens de kadernota een amendement hebben aangenomen waarin het schrappen van de bedrijfsfunctionaris is geschrapt. Met andere woorden: we hebben het college opdracht gegeven om dat wel in te vullen. Ik ben benieuwd hoe dat is. Vindt u dan ook niet deze motie overbodig, mijnheer Gebben? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Ik weet niet beter dan dat dat amendement niet doorgegaan is, maar dan zijn we misschien abuis.
De voorzitter: We gaan daar beantwoording op krijgen. De heer Gebben: Ja, dat denk ik ook. Het college zal het wel moeten weten, denk ik. Voorzitter, woningbouw. Ook in deze begroting wordt gesproken over de noodzaak tot versnelling van de woningbouw. De permanente woningbouw, wel te verstaan, dat is natuurlijk een beetje een loze kreet van dit college. De enige substantiële nieuwbouw die op dit moment plaatsvindt in deze gemeente, is de Maaslandse Zoom in Maasland. Laat dat nou net een project zijn dat nog gerealiseerd is door de toenmalige wethouder van de VVD. Sinds ons vertrek uit de coalitie zijn bijna alle andere bouwprojecten in de vertraging gegaan. Het Centrumplan in Hoorn, het Centrumplan Schipluiden, het Centrumplan Maasland, de Zuidrand, Keenenburg V en de Hoornbloem: alles staat op een lager pitje. Dit college heeft zijn prioriteiten duidelijk verlegd. Alle energie is gaan zitten in het azc en de flexwoningen, iets waar onze inwoners niets aan hebben. Wat de VVD betreft moet woningbouw weer gaan over vaste, permanente woningen, over woningen waar onze eigen inwoners blijvend kunnen wonen. Daarom zeggen wij heel duidelijk: stop met de flexwoningen en ga weer bouwen voor onze inwoners en aan de toekomst van onze dorpen. Tot slot, voorzitter. De begroting voor dit jaar is sluitend, maar dat betekent niet dat we achterover kunnen leunen.
We zijn er dit jaar dankzij hulp van het rijk goed van afgekomen, maar dat zal niet 26
zo blijven. Dat weten we nu al. We hebben even lucht gekregen, maar het volgende tekort dient zich alweer aan, daar moeten we eerlijk over zijn. Het is dus belangrijk dat het college de komende tijd verstandig gebruikt. Maak een plan, bereid je goed voor en zorg dat we opnieuw niet in de problemen komen. Dan wil ik nog even op het voorstel van het CDA terugkomen over de Hoornsekade of de Hoornseweg. Ik zou graag wel eerst van het college horen hoe het ertegen aankijkt en of het ook risico's ziet als we dat budget gaan verleggen. Dus ik kom er graag in mijn tweede termijn even op terug. Dan wil ik het hierbij laten, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel ook, mijnheer Gebben, voor uw betoog. Daarmee zijn nu alle zes fracties in volle glorie aan de orde gekomen en hebben zij hun betoog gehouden. Het is op dit moment 21.45 uur. In principe kan ik me eerlijk gezegd ook wel voorstellen dat u, ook gezien de moties die zijn ingediend, onderling mogelijk even een stukje wilt overleggen en u wilt beraden. Aan de andere kant wil ik vanuit die eerste termijn uiteraard straks het college de gelegenheid geven. Ik zie de heer Van der Eijk, aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank u wel, voorzitter.
In de agenda staat een schorsing na de collegereactie, dus dan kunnen we toch eerst even de collegereactie afwachten en ons daarna over de moties beraden? Dan hebben we gelijk de reactie van het college erbij. Dus ik stel voor dat we dat gewoon aanhouden. Dank u wel. De voorzitter: Dat is ook mogelijk inderdaad. Het is ook een voorstel dat ik even gedaan heb richting de raad en het is aan u. Dus ik kijk ook even rond of niemand even een korte pauze nodig heeft. We zijn ruim twee uur onderweg, dus het was even op basis daarvan dat ik dit voorstel deed, maar zo niet, dan gaan we nu naar het college toe. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Als we toch een schorsing willen gebruiken, kan het college zich ook voorbereiden op de beantwoording van de gestelde vragen. Wij kunnen ons dan als raad verdiepen in de moties. Dus dan zou ik zeggen: hou dan nu een pauze, dan kunnen we daarna verder. De voorzitter: Dank u wel. Ik hoor hier wat verschillende beelden. Ik wil even het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: De VVD wil graag eerst de reactie van het college wel hebben. Dan is het wel wat makkelijker praten over de moties, want er moeten ook nog wel een paar antwoorden gegeven worden. Anders gaan we twee keer schorsen, want daar zou het dan op neerkomen. Als we één schorsing doen, dan liever na de reactie van het college.
De voorzitter: Ik zou graag even de handen willen zien van wie graag doorgaat, nu, zonder schorsing, en dan een schorsing daarna. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, dank u wel. Ik denk niet dat we het zo moeten doen. Ik denk dat we wat mijnheer Gebben voorstelt moeten doen. Er staat nu een schorsing ingepland. De voorzitter: Er staat geen schorsing gepland. Daarom bracht ik hem even in, maar het is aan u. Ik hoor verschillende geluiden, maar de meerderheid van stemmen gaat, zoals ik nu geïnventariseerd heb, naar het niet schorsen op dit moment. We plannen eerst de beantwoording van de vragen door het college in en daarna de schorsing waarin u, vanuit de beantwoording van de vragen en de ingediende moties, met elkaar in de beraadslaging en afstemming kunt. Dat betekent dat ik deze vergadering nu verder voortzet en de collegeleden de gelegenheid geef om de vragen te beantwoorden. Uiteraard zal allereerst wethouder Voskamp als portefeuillehouder van Financiën het woord voeren en daarna de wethouders Oderwald en Klijmij. Ik wil de heer Voskamp graag hierbij het woord geven. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: Voorzitter, dank u wel. Na de begrotingsbehandeling van vorig jaar zijn we bij wijze van spreken de dag erna meteen begonnen met het aanpakken van de knelpunten die we aan zagen komen voor deze begroting.
De begroting van 2025 sloot immers nog positief af, maar voor 2026 en verder doemde net als bij vele andere gemeenten het zogenaamde ravijnjaar op. 27
Samen met u hebben we in het afgelopen jaar een uniek proces doorlopen. Het is een proces dat veel van ons allemaal heeft gevraagd, maar ook heeft laten zien waartoe we met elkaar in staat zijn. Vanaf januari zijn de afdelingen concreet aan de slag gegaan met de zogenaamde fiches om te komen tot forse besparingen of extra opbrengsten. Er zijn plannen uitgewerkt en voorstellen gedaan. Die zijn vaak pijnlijk maar ook noodzakelijk. Als college hebben we uiteindelijk een reeks van bezuinigingsvoorstellen aan u voorgelegd, maar ondanks een pakket van ruim €2,5 miljoen aan maatregelen waren we er met de toenmalige vooruitzichten nog niet. De voorjaarsnota en daarna de meicirculaire boden gelukkig enige financiële ruimte. U als raad heeft toen scherpe keuzes gemaakt en richting gegeven aan de verdere uitwerking. Voorzitter, in de opwerking van deze begroting zijn alle besluiten verwerkt, samen met de nieuwe ontwikkelingen die deze zomer op ons afkwamen. Het resultaat is een sluitende begroting met een klein positief saldo in 2026 en een wat ruimere plus in de jaren daarna. De septembercirculaire en de eerste begrotingswijzigingen hebben die ruimte zelfs nog verder vergroot. Met elkaar hebben we een intensief proces doorlopen, juist doordat de financiële vooruitzichten gedurende het jaar steeds wijzigden.
Daardoor moesten we telkens opnieuw onze berekeningen herzien, keuzes heroverwegen en bijstellen. Het is en blijft onzeker, niet in de laatste plaats door met name de blijvende onzekerheden vanuit het rijk. Met dit positieve resultaat, ook voor de jaren na 2026, staat hier een trotse en dankbare wethouder. Ik ben dankbaar voor het vele werk dat door onze medewerkers is verzet, voor de collegialiteit binnen het college en niet in de laatste plaats voor de constructieve bijdrage van u als raad aan dit proces. Bedankt hiervoor. Voorzitter, ik zal nu de verschillende fracties langslopen en een reactie geven op de gestelde vragen. Het CDA vroeg om te onderzoeken hoe glastuinbouw duurzaam te kunnen bestemmen. En onder het kopje economische zaken staat: 'Wat gaan we doen voor glastuinbouw? Verkennen toekomstvastheid en opstellen ontwikkelperspectief voor de glastuinbouw.' Dus dat gaan we aanpakken. Verder waren er opmerkingen van de verschillende partijen. De heer Ringeling had het over het azc, dat het wat hem betreft niet een kwestie van uitgaven en inkomsten van elkaar aftrekken is. We doen er iets voor en het is belangrijk dat we dat doen. Ik wil nogmaals benadrukken dat we de financiële cijfers die we hebben over het azc niet tegen de borst houden maar dat u daar zelf over heeft besloten en dat op dit moment die financiële cijfers nog steeds positief zijn.
U roept verder op om tijd, geld noch moeite te besparen om een snelle en duurzame inburgering te bewerkstelligen. Wat betreft de opvang zal het COA dat doen. Wat betreft de statushouders hebben wij een taak en zullen wij die ook blijven uitvoeren. Dat zijn wel twee gescheiden zaken. Mijn Partij had het over het eigen vermogen. Daar gaat het volgens mij niet helemaal juist. U heeft het over 'meer uitgaven dan inkomsten', maar structureel is onze begroting sluitend. Dat betekent dat onze inkomsten en uitgaven structureel in evenwicht zijn. Dat neemt niet weg dat wij diverse bestemmingsreserves hebben die we inzetten voor de dingen waar u als raad toe heeft besloten. Een van de voorbeelden is dat we het bij deze commissievergadering over het centrumplan in Schipluiden hebben gehad. Daar heeft u als raad over gezegd dat u er € 1,2 miljoen in wilt investeren. Dat is voor € 816.000,00 gedekt uit de bestemmingsreserve die daar al voor staat. Daar is het geld dat wij, met uw goedkeuring, uitgeven gebleven. U vraagt of de aankoop van de Willemoordseweg in de begroting staat. Nee, die staat niet in de begroting. Daar krijgt u volgende maand een voorstel voor. Verder vraagt Mijn Partij hoe het staat met de flexwoningen. We hebben sinds kort goedkeuring van de provincie om deze flexwoningen op de Zuidhoornseweg neer te zetten.