2025 m 11 d 11 Vsl Raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 11 november 2025, 19.30 uur. Voorzitter
: mevrouw F.I. Noordermeer-van Slageren (burgemeester)
Griffier
: de heer A. de Vos
Aanwezig : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
:-
Tevens aanwezig: de heer M. Klijmij-van der Laan, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond. Welkom allemaal, in het bijzonder alle raadsleden. We zijn mooi voltallig. Mensen op de tribune, college, bodes en uiteraard ook onze inwoners thuis die met ons meekijken en meeluisteren vanavond. Vanavond hebben we de begrotingsvergadering. Dat is een van de belangrijkste vergaderingen en momenten van het jaar voor de raad, want vanavond stelt de raad, na de bespreking en besluitvorming over de gemeentelijke begroting 2026-2029, de financiële kaders vast waarmee college en ambtenaren volgend jaar aan de slag kunnen. Ik wil iedereen ook bedanken voor de inzet die vooraf hierop is geleverd, van de ambtenaren vanuit de organisatie tot de fracties die stukken hebben voorbereid en bestudeerd en die ook voor vanavond de voorstellen hebben voorbereid. Ik wens de raad en het college dan ook een goede vergadering toe voor vanavond in een open, respectvolle sfeer, waarin ieders uitstekende bijdrage het gezamenlijke doel voor ogen heeft, namelijk een gezonde en leefbare samenleving voor onze inwoners van deze mooie gemeente. Niet alleen voor nu, maar ook voor in de toekomst. Daarmee open ik de vergadering.
2.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Op het spreekrecht voor belangstellenden is geen aanspraak gemaakt, dus daarbij is agendapunt 2 gesloten. We gaan door naar agendapunt 3.
3.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Ik wil u vragen of u kunt instemmen met de agenda zoals deze nu voorligt. Dan stellen we ook deze vast. Ik zie geen opmerkingen, dus dan hebben we hiermee de agenda vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
4.
Bespreking begroting 2026-2029
De voorzitter: Dan gaan we over op het belangrijkste, en ook het enige onderwerp voor vanavond: de bespreking van de begroting 2026-2029. Even een toelichting vooraf. In september heeft de raad de ontwerpbegroting 2026-2029 mogen ontvangen. Deze is opgesteld met inachtneming van de kadernota en de raadsbesluitvorming van begin juli 2025. Nu is het aan de raad om te debatteren en te besluiten, zoals ik al noemde, over de begroting 2026-2029. Het is ook het moment voor het indienen van amendementen en moties. Per fractie, praktisch, is circa vijftien minuten spreektijd beschikbaar. Het voorlezen van de teksten van de amendementen en moties gaat niet ten koste van de spreektijd. Vlak voor de vergadering is zoals goed gebruik boven op mijn kamer de volgorde van de fracties die direct gaan spreken met lootjes getrokken. De volgorde is in ieder geval zo dat ik vanavond als eerste de fractievoorzitter
1
van het CDA, mijnheer Zwaard, uit mag nodigen. Ik wil u verzoeken met uw pasje ook, inderdaad, gebruik te maken van het spreekgestoelte. Dat is ook de bedoeling, dat iedereen vanavond ook bij het spreekgestoelte betoog houdt. Er is maximaal een kwartier spreektijd. Hierbij geef ik van harte het woord aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Ja, voorzitter, dank u wel. Het is heel wat om af te mogen trappen, zeker als je achternaam met 'Zw' begint. Op school was ik altijd de laatste, tenzij er een Zwinkels was, maar daar hebben we hier geen last van. Onze Algemene Beschouwingen. Het CDA kent vier kernwaarden. Het CDA gelooft dat verantwoordelijkheid voor de samenleving breed gedragen moet worden. Iedereen draagt daaraan bij en waar nodig ondersteunt de overheid. Bij het CDA noemen we dat de gespreide verantwoordelijkheid. Wij geloven dat het in onze samenleving draait om rechtvaardigheid en gelijke behandeling: een fatsoenlijke gemeente waar we respectvol met elkaar omgaan. Wij dragen verantwoordelijkheid voor elkaar en vooral voor de meest kwetsbaren. Wij staan voor een samenleving waarin mensen elkaar ondersteunen. Wij noemen dat het solidariteitsbeginsel. Het CDA staat voor zorgvuldig en duurzaam omgaan met de aarde, zodat ook toekomstige generaties van de gezonde leefomgeving kunnen genieten.
Goed rentmeesterschap is voor duurzame ontwikkeling en een verantwoord economisch beleid. Bovenstaande kernwaarden vormen voor het CDA Midden-Delfland de basis van het beleid, waarin zowel individuele vrijheid als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid centraal staan. In deze Algemene Beschouwingen willen wij u meenemen in een korte terugblik van het afgelopen jaar, in onze speerpunten voor het komende jaar en in de uitdagingen die wij voor de komende jaren zien, maar allereerst wil ik een woord van dank en waardering uitspreken aan alle ambtenaren en het college voor de voorliggende sluitende begroting. Wij realiseren ons dat dit ieder jaar veel van eenieder vraagt. Onze complimenten dat het ook dit jaar weer gelukt is. Een korte terugblik op het afgelopen jaar en wat er mede door de inzet van het CDA bereikt is. Voor het CDA geldt dat iedereen in onze gemeente mee kan doen. Voor inwoners met geldzorgen is het niet gemakkelijk om de juiste regelingen hiervoor te vinden. Mede door de inzet van het CDA zijn de informatiepunten, de zogenaamde WIJ-pleinen, in alle drie de kernen gerealiseerd. Onze inwoners kunnen hier terecht voor vragen en adviezen over allerlei onderwerpen. Op initiatief van het CDA is vervoersmiddel De Mus gratis gebleven. Het CDA heeft voor het azc gestemd. Wij beschouwen het als een morele verplichting om mensen een veilige haven te bieden.
Daarom hebben wij ingestemd met het plan om opvang voor vluchtelingen in Midden-Delfland te realiseren, om daarmee de landelijke druk op het huidige opvangsysteem te verlichten. Sport staat bij het CDA hoog in het vaandel. De afgelopen periode zijn subsidies en/of leningen verstrekt aan onder andere de handbalvereniging DIOS voor een nieuwe opblaashal, voetbalvereniging Den Hoorn voor een nieuw veld, handbalvereniging Schipluiden, ook voor een nieuw veld en integratie met de voetbalvereniging en aan tennisvereniging De Commandeur, waar padelbanen aangelegd zijn. Deze periode heeft de raad besluiten genomen voor de nieuwbouw van meer dan 250 woningen, zoals Centrumplan Den Hoorn, de Woudselaan, de Maaslandse Zoom, Keenenburg V en Centrumplan Schipluiden. Inmiddels is project De Houve in Maasland opgeleverd. Het rijk kort alle gemeenten op de rijksbijdrage. Dat heeft ons ertoe gedwongen om bezuinigingen door te voeren. Dankzij intensieve voorbereiding door onze ambtenaren is voor een evenwichtig pakket aan bezuinigingen gekozen. De debatten over de kadernota zijn met name door inspanning van het CDA in een uitstekende harmonie verlopen. Het CDA is gericht op samenwerking. Er staat nu een solide sluitende begroting tot 2029, waarbij investeringen in de gemeenten centraal staan.
Wij bedanken ook onze collegafracties voor de prettige samenwerking betreffende het opstellen van de kadernota. Wat zijn onze speerpunten voor de komende jaren? Allereerst controle houden op het sluitend blijven van de begroting. De lasten voor inwoners proberen we zoveel mogelijk te beperken. Zo blijft de ozb-verhoging op 3% per jaar en is de riool- en afvalstoffenheffing kostendekkend en dus niet hoger dan nodig. Er staat een positieve begroting van de jaren 2026-2029 met een gezonde reserve om tegenvallers op te vangen. De afgelopen periode heeft de gemeenteraad belangrijke besluiten genomen om de jaarlijks beoogde zeventig tot negentig nieuwe woningen in onze gemeente te realiseren: een belangrijke stap vooruit, want wonen in Midden-Delfland willen we voor iedereen bereikbaar hebben. Het CDA
2
ziet het als kerntaak om ervoor te zorgen dat deze plannen niet alleen op papier blijven staan. Wij zullen de voortgang van de projecten nauwlettend volgen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van Mijn Partij. De heer Roeling, aan u het woord. De heer Roeling: Ja, ik wil een stukje terug in het betoog van de heer Zwaard. Hij had het over een sluitende begroting en dat dat belangrijk is. Dat vinden wij ook, maar ik vraag me wel af wat het CDA dan onder een sluitende begroting verstaat. Dat is het namelijk niet. De voorzitter: Dank u wel. Ik wil de heer Zwaard vragen te vervolgen. De heer Zwaard: De begroting zoals die nu aan u voorligt, beschouwen wij als een sluitende begroting. Ik ga door met het betoog. De voorzitter: Er is een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Ja, dank u wel. Maar wat is dan een sluitende begroting bij het CDA? Is dat dat uitgaven en inkomsten gelijk zijn? Hoe moet ik het zien? U zegt: we hebben hard gewerkt aan de kadernota. Maar wat blijkt nu? Voor 2026 gaat er weer €1,2 miljoen aan eigen vermogen doorheen. Is dat wat het CDA verstaat onder een sluitende begroting? Ik probeer daar een beetje een beeld bij te krijgen, want als het gaat over uitgaven van inkomsten, zijn die absoluut niet gelijk. Dus waar moet ik het zien bij het CDA? De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter.
U heeft mij niet horen zeggen dat we niet uit de algemene reserves kunnen putten. Voor ons is een sluitende begroting dat er een positief resultaat staat of dat we minimaal op nul eindigen. Algemene reserves zijn er om aan te wenden voor investeringen in onze gemeente. Daar is onze algemene reserve voor in onze optiek. Het CDA ziet het als kerntaak om ervoor te zorgen dat deze plannen niet alleen op papier blijven staan. Wij zullen de voortgang van de projecten nauwlettend volgen en aandringen op tempo. Actief grondbeleid, zoals bij de Kasteellaan, is daarbij een welkom instrument. Daarom blijven wij ons inzetten voor kwaliteit, duurzaamheid en een goede mix van woningtypen, zodat MiddenDelfland een plek blijft waar iedereen kan leven. Nu de bouw van het azc bijna is afgerond, moet onze aandacht volledig gaan naar een goede integratie van onze nieuwe inwoners. Het CDA vindt dat dit niet alleen een taak is voor de gemeente; dit is een gezamenlijke verantwoordelijkheid. Binnen onze gemeenschap is een grote groep mensen bereid hierbij te helpen, bijvoorbeeld door het organiseren van activiteiten, door taalondersteuning en door het bieden van een warm welkom. Samen zorgen wij ervoor dat de nieuwe inwoners zich thuis voelen in Midden-Delfland en actief… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de VVD. Aan u het woord, mijnheer Gebben.
De heer Gebben: Ik hoor het CDA zeggen dat zij het zien als taak van de gemeente om de integratie van de nieuwe inwoners van het asielzoekerscentrum te regelen. Ik had altijd begrepen dat het COA dat zou doen. Is het CDA het daarmee eens of komt het ook weer op ons bordje terecht? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Nee, zoals ik net al vertelde, zit daar uiteraard ook een stukje taak voor de overheden in. Dat kan het COA zijn en daar zal ook onze gemeente wellicht iets aan bijdragen, maar daar ligt ook een grote verantwoording bij onze inwoners zelf. Gelukkig kunnen wij constateren dat die bereidheid er zeker bij een aantal mensen is. Zoals ik net al zei, is binnen onze gemeenschap een grote groep mensen bereid hierbij te helpen, bijvoorbeeld door het organiseren van activiteiten, door taalondersteuning en door het bieden van een warm welkom. Samen zorgen we ervoor dat de nieuwe inwoners zich thuis voelen in Midden-Delfland en actief kunnen deelnemen aan het sociale leven. Dit versterkt onze gemeenschap en laat zien waarvoor wij staan: gastvrijheid, betrokkenheid en verbinding. 3
Inwoners hebben aangegeven dat de kwaliteit van het grijs- en groenbeheer in onze gemeente beter moet. Dit heeft niet alleen invloed op de uitstraling van onze kernen, maar ook op het gevoel van leefbaarheid en trots bij onze inwoners. Het CDA vindt dat een verzorgde openbare ruimte essentieel is voor een prettige woonomgeving. Met de nieuwe contracten, die op 1 oktober dit jaar zijn ingegaan, verwachten wij wat dit betreft een duidelijke verbetering. Een belangrijke wijziging is dat er nu per kern één aannemer verantwoordelijk is voor zowel het grijs- als het groenbeheer. Deze aanpak zorgt voor meer overzicht, betere afstemming en een hogere kwaliteit van het werk. Wij zullen toezien op de uitvoering van deze afspraken. Het is onze inzet dat inwoners daadwerkelijk merken dat de openbare ruimte beter wordt onderhouden en dat klachten sneller en adequaat worden opgepakt. Een nette omgeving is niet alleen een visitekaartje voor onze gemeente, maar draagt ook bij aan veiligheid, duurzaamheid en het welzijn van onze inwoners. Inwoners worden geholpen bij het verduurzamen van hun woningen. Deze ondersteuning zetten we in 2026 voort. Midden-Delfland loopt voorop in de duurzame melkveehouderij, met het nieuwe Kringloopcertificaat 2.0 als voorbeeld. Het CDA Midden-Delfland wil dat deze aanpak breder wordt toegepast bij alle veehouderijbedrijven.
Mede hierdoor wordt invulling gegeven aan het Bijzonder Provinciaal Landschap. De komende jaren staan bodem, water en vervoer centraal in onze gemeente. Grote projecten zoals de spoorverdubbeling of extra waterberging brengen uitdagingen met zich mee. Het CDA wil dat deze ontwikkelingen niet alleen gecompenseerd worden, maar ook kansen bieden voor onze veehouderij. Bedrijven mogen niet op slot gaan. Zij moeten juist ontwikkelmogelijkheden krijgen waarbij biodiversiteit en weidevogelbeheer vanzelfsprekende onderdelen van de bedrijfsvoering zijn. Daarom vinden wij het belangrijk dat de gemeente agrarische ondernemers ondersteunt, zodat zij een sterke onderhandelingspositie hebben. Wij zetten in op het versterken van grondgebonden veehouderij, bijvoorbeeld door verkaveling te verbeteren in de nieuwe situatie. In Den Hoorn wordt, als het aan het CDA ligt, de Hoornsekade gereconstrueerd en niet de Hoornseweg. De doorgaande fietsroute komt immers op de Hoornsekade te liggen, zoals de plannen er nu bij liggen. Een goed uitgewerkt plan in samenspraak met omwonenden moet hier de verkeersveiligheid aanzienlijk verbeteren. Het wegdek op de Hoornsekade laat al langer te wensen over en wat het CDA betreft ligt hier de prioriteit. De vraag die wij hierbij hebben aan zowel het college als aan onze collega-fracties is hoe hier door het college en andere fracties naar wordt gekeken.
Het CDA vindt dat wij ons als gemeente sterk moeten maken voor een betere dienstverlening, waarin de inwoner centraal staat. Een positieve houding en open communicatie moeten de basis zijn tussen de gemeente en haar inwoners. De openstelling van de WIJ-locaties in de drie kernen draagt hieraan bij. Door problemen actief op te lossen en door te denken in mogelijkheden zorgen wij ervoor dat onze inwoners zich gehoord en geholpen voelen. Een goede dienstverlening bestaat bij ons uit het betrouwbaar zijn, het toegankelijk zijn en het klantgericht zijn. Wat betreft de glastuinbouw in onze gemeente vragen wij het college te onderzoeken of bij die glastuinbouwgebieden in onze gemeente die nog niet als duurzaam aangemerkt zijn, de bestemming aangepast kan worden. De huidige status in die gebieden zorgt ervoor dat er een rem staat op de investeringen. Er staat een rem op innovaties en het verduurzamen van deze bedrijven. Kredieten worden nu niet verstrekt. Dit zorgt voor een rem op de betreffende bedrijven en zorgt voor grote onzekerheid bij de betreffende ondernemers en hun gezinnen. Verschillende jongeren in Midden-Delfland geven aan dat er weinig plekken zijn waar ze samen kunnen komen en activiteiten kunnen ondernemen.
Er is geen buurthuis of vergelijkbare voorziening, terwijl juist in deze levensfase sociale contacten en gezamenlijke activiteiten belangrijk zijn voor hun ontwikkeling. Het CDA vindt het wenselijk dat het college in gesprek gaat met jongeren van 12 tot 18 jaar, om te horen waar hun behoeften liggen. Samen kunnen we zoeken naar mogelijkheden. Dit is niet alleen goed voor de jongeren zelf, maar versterkt ook de sociale samenhang in onze gemeente, want investeren in jongeren is investeren in de toekomst van Midden-Delfland. Hiertoe heeft het CDA een motie voorbereid. Daarvan lees ik, denk ik, alleen het dictum voor. Het dictum luidt: "verzoekt het college in gesprek te gaan met jongeren van 12 tot 18 jaar, om hun wensen en behoeften in kaart te brengen; te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om hieraan invulling te geven, zowel in de vorm van fysieke ontmoetingsplekken als georganiseerde activiteiten; daarbij een budgetverkenning uit te voeren voor de verschillende opties, inclusief mogelijke samenwerking met verenigingen, onder andere sport en welzijn, en inwonersinitiatieven; en de raad hierover uiterlijk in Q2 van 2026 te informeren." Die motie is tot op heden ondertekend door zowel het CDA, de ChristenUnie als OGP Midden-Delfland. 4
Geweld tegen vrouwen is een ernstig probleem dat ook in onze samenleving de aandacht verdient. Iedereen moet zich veilig kunnen voelen, zowel in de openbare ruimte als achter de eigen voordeur. Helaas zien we dat er nog te vaak sprake is van intimidatie, mishandeling of andere vormen van geweld en dat slachtoffers niet altijd de weg naar hulp weten te vinden. Het CDA Midden-Delfland wil dat het college inzet op preventie, signalering en een goede samenwerking met hulporganisaties. Daarnaast vragen wij om een proactieve bewustwordingscampagne, waarbij duidelijk wordt gemaakt dat dit probleem ook in onze gemeente kan voorkomen. Het is belangrijk dat we niet wegkijken of denken dat het hier niet speelt. Door actief het gesprek aan te gaan en inwoners bewust te maken, kunnen we samen zorgen voor een veilige omgeving. Midden-Delfland moet een gemeente zijn waar respect en veiligheid vooropstaan en waar geweld tegen vrouwen niet wordt genegeerd, maar krachtig wordt aangepakt. De vraag vanuit het CDA aan het college is dan ook hoe het college actief gaat inzetten op een bewustwordingscampagne rondom geweld tegen vrouwen. Dan kom ik bij het laatste stukje van ons betoog. Voor welke uitdagingen staan wij de komende jaren? Voor 2026 staan wij er financieel gezond voor. Dit zorgt voor een goede uitgangspositie voor de toekomst.
Dit is van cruciaal belang, vooral nu we als gemeente steeds meer verantwoordelijkheden van het rijk over moeten nemen, maar wel met een lagere bijdrage vanuit diezelfde rijksoverheid. Om onze goede financiële positie te behouden, moeten we kritisch kijken naar investeringen. Investeren we wel in het juiste? Het is belangrijk dat we scherp blijven op de keuzes die we maken en de impact hiervan op onze langetermijnfinanciën goed in de gaten houden. Iedere uitgave moet bijdragen aan een duurzame en gezonde financiële positie voor onze gemeente. Wij staan voor de opgave om verantwoord om te gaan met de publieke middelen zonder onze inwoners en de kwaliteit van onze diensten tekort te doen. Alleen op die manier kunnen we als gemeente onze taken de komende jaren goed uitvoeren. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira. Ik wil verzoeken aan de heer Zwaard of hij toch nog even bij het spreekgestoelte plaats wil nemen. Hierbij het woord aan de heer Vieira van D66. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Nou ja, interruptie… Het gaat er met name om dat de heer Zwaard op een gegeven moment vroeg om een mening van de raadscollega's en het college over een specifiek punt. Hij zei het kort naar de Hoornsekade, maar het is mij even niet scherp wat u exact wilt weten. Kunt u dat nog even toelichten? De voorzitter: Aan u het woord, mijnheer Zwaard.
De heer Zwaard: Dank u wel, voorzitter. Vanuit het CDA vinden wij dat de reconstructie van de Hoornsekade de hoogste prioriteit verdient. Daar komt een nieuwe doorgaande fietsroute op te liggen. Nu ligt er een voorstel om de Hoornseweg te gaan reconstrueren. Dat is in onze optiek minder noodzakelijk, omdat die fietsroute daar niet overheen komt te lopen. Omdat die fietsroute over de Hoornsekade komt te lopen, denken wij dat het verstandig is om die Hoornsekade te reconstrueren. Op het gebied van fietsveiligheid is het wegdek daar in een niet al te beste staat. Dat willen we doen in samenspraak met omwonenden, zodat we daar netjes participeren. De vraag is aan zowel het college als onze collega-fracties of dat een denkrichting is die jullie kunnen volgen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording, mijnheer Zwaard. Dan zijn wij toe aan het uitnodigen van de tweede fractievoorzitter, de heer Vieira van D66. Ik wil u verzoeken om ook uw betoog te maximeren tot vijftien minuten, exclusief de interrupties. Gaat uw gang. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Een moment, alstublieft. De voorzitter: Dat gaat niet van uw tijd af. De heer Vieira: Nee? Dat maakt niet uit. Ik red het ook binnen veertien minuten, voorzitter, maar goed. Allereerst, voorzitter, wil ik u, collega's, onze inwoners en alle aanwezigen danken voor al het werk dat tot nu toe gedaan is.
In de opsomming is het niet gegaan over alle technische vragen die er
5
geweest zijn, maar ook dat alleen al waren volgens mij wel een paar honderd vragen, dus dank voor die toelichting daar nog op. Dat heeft ook nog geholpen in de voorbereiding. De heer Zwaard heeft al veel genoemd. Ik ga kijken of ik er wat dubbelingen uit kan krijgen, maar ik kan dat niet garanderen. Overigens is het voor mij met de achternaam Vieira ook wennen om relatief aan het begin te zijn. Maar goed, dat terzijde. Los van wat er gedaan is bij het opstellen van de begroting wil ik met name onze collega's hier in de raad hartelijk bedanken. Wat wij zagen bij de kadernota, is eigenlijk wat we hier in de raad feitelijk nog weinig hebben gezien. Of het is niet iets dat we weinig hebben gezien, maar iets wat niet zo intensief heeft plaatsgevonden: de samenwerking op behoorlijk detailniveau. Over meer dan honderd punten beslissen of we dit wel gaan doen of niet gaan doen en welke bezuiniging we doorvoeren. Wat ons betreft is dat ontzettend goed gegaan. De fracties hebben met elkaar in redelijkheid en met oog voor algemeen belang voor een evenwichtig en gedragen begroting gezorgd. Dus een compliment aan u allen hier. Tot slot nog een wens voor de toekomst wat betreft de begroting.
Wat wij in de begroting zagen dat gaat eigenlijk over de transparantie en over de bezuinigingen - is dat er op een gegeven moment een hele opsomming wordt gegeven van zaken waarop we gaan bezuinigen en waarop we niet gaan bezuinigen. Wij zouden verwachten dat je, wanneer je op heel veel punten als raad hebt gezegd ze terug te gaan draaien, dat op een gegeven moment terug kunt zien, of dat dit in een aparte bijlage is verwerkt. Of dat het staat in een van de hoofdstukken, zo van: 'Deze bezuiniging heeft hier plaatsgevonden.' Nu zien we heel erg hoog over: de bezuinigingen van de fiches zijn verwerkt, punt. En dan zien wij die niet zo goed landen. Dit is met name een oproep naar de toekomst en wij denken dat het expliciet benoemen hiervan een stap is richting meer inzicht en vertrouwen rondom de begroting. Dan ga ik de programma's langs. Een aantal thema's zal ik aanstippen. Ik begin daarbij bij onze dorpen, waarbij ik allereerst wil zeggen over de begroting dat het wat ons betreft niet alleen een boekhoudkundig iets is, maar met name, of eigenlijk vooral, een verhaal over onze inwoners, ondernemers en verenigingen die onze dorpen levendig houden. Zij staan centraal in Den Hoorn, Maasland, Schipluiden en het buitengebied. Zij hebben elk hun energie maar elk dorp deelt ook hetzelfde, namelijk het verlangen om leefbaarheid, verbondenheid en toekomstbestendig te blijven.
De dorpenvisies waarover in de begroting ook gesproken wordt, kunnen daarbij helpen en bepalen hoe wij willen wonen, van jong tot oud, in opleiden, werken en elkaar ontmoeten. Wij kijken dus enorm uit naar het opstellen van deze dorpenvisie, niet over, maar met name ook samen met onze inwoners. Wonen. Wie hier opgroeit, wil hier vaak blijven wonen. Daarom blijft D66 zich inzetten voor het bouwen en ontwikkelen binnen de contouren, zodat Midden-Delfland groen blijft, maar ook leefbaar. Als we even terugblikken, zien we dat in Maasland gevorderd wordt met de Maaslandse Zoom met zo'n honderd woningen. Er zijn volgens mij al wat projecten in Schipluiden genoemd door mijn voorganger, maar we hebben bijvoorbeeld De Kroon, met zo'n 24 tot 28 seniorenappartementen. De ontwikkelingen bij de huisartsen kunnen enorm bijdragen aan de woningbouwopgave waar we mee te maken hebben. Dan kom ik bij landbouw en tuinbouw. Wij blijven en zijn ook trots op ons open landschap, het groen tussen de steden. Met het programma Duurzaam Boer Blijven en de status van het Bijzonder Provinciaal Landschap investeren wij in de toekomst van onze boeren en wat ons betreft ook tuinders. Onze tuinbouwbedrijven zijn namelijk net zo goed dragers van innovatie, circulaire teelt en lokale werkgelegenheid. Boeren en tuinders houden samen dit gebied vitaal.
D66 gelooft niet in tegenstellingen tussen landbouw en natuur, maar in samenwerking, innovatie en waardering voor waarvoor gewerkt wordt binnen onze gemeente. Je hebt dezelfde begroting, dus dan heb je ook dezelfde thema's die je een beetje terug laat komen. We komen bij WIJ Midden-Delfland en de bibliotheken. In Midden-Delfland is er gebouwd en werken wij aan een samenleving waarin iedereen kan meedoen, ook als dat niet vanzelf gaat. Met WIJ Midden-Delfland en de bibliotheek worden taal, digitale vaardigheid, ontmoeting en praktische hulp bij elkaar samengebracht. In Den Hoorn begon het, in Schipluiden groeide het en komende week vieren we de opening van de nieuwe bibliotheekvestiging in Maasland of die hebben we gehad. Het lijkt iets kleins, een plek waar je hulp krijgt met een brief of een app, maar juist daar begint het verschil. Wie leert lezen en schrijven, en digitaal vaardiger wordt, vindt vaak ook de weg naar werk, vrijwilligerswerk en meer zelfvertrouwen. Dat is de koers die wat ons betreft past bij Midden-Delfland en sowieso bij D66. Ruimte voor eigen kracht en steun waar het nodig is. Toch zien wij in de laatste bibliotheek die geopend is dat er boeken zijn voor volwassenen en niet voor kinderen. Daarom hebben wij een vraag aan het college. Kunt u dat toelichten? In de 6
toelichting die in het AD stond, stond er dat kinderen ook naar Maasland kunnen gaan. Maar dan denken wij: ja, maar volwassenen kunnen dat feitelijk ook. Dus graag een toelichting van college op dit punt. Dan gaan we graag naar bereikbaarheid, buitenruimte en leefomgeving. Wij willen een veilige verbinding tussen de dorpen en een buitenruimte waar inwoners trots zijn. Daarom vragen wij het college expliciet - dat is nu een concrete vraag aan het college - hoe het inwoners wil gaan betrekken bij het inrichten en schouwen van de buitenruimte. De beste ideeën komen vaak van mensen die er dagelijks lopen of fietsen. Verder zien wij graag aandacht voor de impact van de langdurige werkzaamheden van de N468 en de Molenweg in Maasland. Dat is natuurlijk al vaker voorbijgekomen, maar nog steeds raakt het niet alleen het verkeer, maar ook het sociale en economische leven. Ondernemers zien klanten wegblijven en speelafspraken en bezoeken gaan niet door. Het wegvallen van de buslijn richting Schipluiden en Den Hoorn heeft groot gevolg voor scholieren en ziekenhuisbezoeken. Onze vraag aan het college is wat op dit moment de status is en waar inwoners op kunnen rekenen wat betreft alternatieven. Welke zijn dat en wanneer kunnen wij die verwachten? Zit ik nog binnen de tijd, voorzitter? Ja? Oké, goed.
Ik heb nog twee punten die ik wil aanstippen, namelijk het bestuur, werkgeverschap en de menselijke maat. Midden-Delfland is een kleine organisatie met grote opgaven. Daarom is het belangrijk dat wij onze medewerkers blijven ondersteunen, blijven opleiden en ruimte blijven geven om met plezier hun werk te doen. We willen een gemeente die niet alleen goed luistert naar inwoners, maar ook goed zorgt voor de eigen mensen die het beleid uitvoeren. D66 wil dat Midden-Delfland een organisatie blijft waar vertrouwen, flexibiliteit en vakmanschap centraal staan. Inwoners merken namelijk het verschil wanneer medewerkers de ruimte krijgen om mee te denken, maatwerk te bieden en uitleg te geven. Een regel, bijvoorbeeld in de pas aangenomen participatieverordening, kan nog zo goed bedoeld zijn, maar als iemand, een inwoners of ondernemer, die als muur ervaart, hebben we toch iets te verbeteren. Onze samenleving verandert. En bij die veranderingen in Midden-Delfland voelen sommigen van onze inwoners onzekerheid of angst. Daar moeten we ruimte voor geven met goede informatie en betrokkenheid vanuit onze gemeente. Want alleen door de openheid ontstaat vertrouwen en daarom blijven we pleiten voor duidelijke openheid en voor de menselijke maat in beleid en uitvoering.
Voorzitter, deze begroting is geen eindpunt wat ons betreft, maar een goede samenwerking bij de kadernota, zoals ik al eerder zei. Dit proces laat zien dat wij als raad, college en organisatie samen koers kunnen houden in financieel spannende tijden. D66 kiest voor die samenwerking boven scherpte, voor het vertrouwen boven wantrouwen en voor het perspectief boven stilstand. We blijven investeren in onze dorpen, in goed onderwijs, in duurzaamheid en in de mensen die Midden-Delfland dragen: van boer tot tuinder, van ondernemer tot vrijwilliger, van leerling tot leraar, van jong tot oud. Zij staan centraal. Voor hen doen we dit werk. Met hen bouwen we verder aan een gemeente die blijft kloppen, groen, betrokken en toekomstgericht. Binnen de tijd. Ik zie een interruptie. O ja, waarschijnlijk over de Hoornseweg. De voorzitter: Dank u wel. Ik geef het woord aan de heer Zwaard. De heer Vieira: Ja, die had ik inderdaad bij blokje 5 over bereikbaarheid kunnen geven. De voorzitter: Eerlijk gezegd weet ik de vraag nog niet, volgens mij, van de heer Zwaard. Het kan zo zijn dat die hierop, maar non-verbaal hebben jullie al gecommuniceerd. Ik wil de heer Zwaard toch even verzoeken om de vraag even te stellen, zodat wij hem met z'n allen begrijpen. Aan u het woord. De heer Zwaard: Ja, dank u wel, voorzitter. Ik wil de vraag nog wel een keer herhalen.
Ik heb hem net expliciet uitgelegd aan meneer Vieira, dus ik neem aan dat hij weet wat de vraag is en ik ben inderdaad benieuwd of hij al een antwoord heeft. De heer Vieira: Ja. Ik krijg het woord? De voorzitter: U neemt ons mee. Aan u het woord.
7
De heer Vieira: Ja, zeker. Ik zei al, voorzitter: ik ben gewend om als laatste in de les aan de beurt te komen en dan vergeet je soms dingen. Ja, nu zijn er twee keuzes op dat vlak. Er zijn allerlei bureaus die daar ontwerpen doen en dan voor- en nadelen afzetten tegen elkaar. Wat we bij de Hoornsekade zien, is dat dat ook een hele drukke weg is, waar je normaal gesproken met twee auto's amper langs kan. Als dat een snelfietsroute wordt, is dat een uitdaging. Aan de andere kant heb je weer met die knip te maken. Dus om nu uitgesproken te zeggen dat het of dit of dat moet worden, vinden wij lastig. Wij zien graag eerst de informatie die tot ons komt om daar een goed beeld van te krijgen. De voorzitter: Dank u wel voor de beantwoording. Dat betekent ook dat u aan het einde van uw betoog bent. Ook daarvoor wil ik u bedanken. Dan mag u plaatsnemen. Ik ga de volgende fractievoorzitter, de heer Ringeling, uitnodigen namens de ChristenUnie. Aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, dank. Ik ga niet herhalen dat ik achter in het alfabet zit en zo. De crux is - volgens mij had u dat nog niet door - dat we van achter naar voren zijn gegaan. Dus eerst de Z, de V, de R. Na mij komt waarschijnlijk de andere R. O, u bent het. En dan gaan we naar de J en de E. Dus we zijn achter, bewust achter, van achter naar voren gegaan in het alfabet. Dus niet bij A, maar we beginnen achterin.
Dus dan is dat bij deze opgelost. Voorzitter, dit is de laatste programmabegroting van deze raadsperiode. Het is de laatste van deze raadsperiode, maar de eerste van dit college in deze samenstelling. Ik denk dat deze raadsperiode de geschiedenis ingaat als een op meerdere vlakken unieke periode. Uniek, bijvoorbeeld omdat we bij de jaarlijkse programmabegroting de afgelopen periode elk jaar, elk van de vier jaar, een andere samenstelling in vak K hadden. Dus elke keer had je een andere samenstelling van het college: vier keer in deze afgelopen periode. Dan kun je zeggen dat dat redelijk uniek is. We hebben twee keer van burgemeester gewisseld. We hebben drie keer van wethouder gewisseld. Positief is dat we als raad een zorgvuldig proces hebben gehad om te komen tot een nieuwe burgemeester: een burgemeester waar we trots op mogen zijn, zeg maar de Lionel Messi onder de burgemeesters. Voorzitter, we hebben ook in deze afgelopen periode een vergadering gehad waarin de publieke tribune veel te klein was voor de belangstelling voor de raadsvergadering. Zelfs de kantine was redelijk gevuld tijdens die raadsvergadering. Ik denk dat dat eigenlijk een van de hoogtepunten was voor D66, een partij die bij uitstek participatie hoog in het vaandel heeft. Dus dat daar zoveel mensen op een raadsvergadering afkomen is een hoogtepunt. Een felicitatie trouwens.
En voorzitter, ergens in deze periode… Ja, dat was het eigenlijk wat betreft het terugkijken naar deze periode. Voorzitter, dan kom ik bij de programmabegroting op zich. Voor de ChristenUnie is de programmabegroting - dat zei volgens mij de vorige spreker ook al - niet alleen een financieel document. Het is eigenlijk een soort moreel kompas om te kunnen zien wat de gemeente belangrijk vindt. Dat zie je in zo'n programmabegroting. Daarom zijn wij vooral ook blij met het doorlopen proces van de programmabegroting. Het proces is gestart in juni met de informatieavond en daarna de behandeling van de kadernota en een bijzonder gedetailleerde kadernota, waarvoor nogmaals dank aan het ambtelijk apparaat voor de uitstekende voorbereiding, en ook aan het college. We hebben toen als raad ook dankzij de inzet van de heer Van Rijs een prima gesprek kunnen voeren op basis van de feiten. Iedere fractie of iedere partij kon vanuit haar perspectief of met een andere bril op naar de begroting kijken en daar het goede gesprek over voeren tijdens de commissie- en de raadsvergadering. Daar zijn we blij om. De bril van de ChristenUnie is die van een sociaal-christelijk of christelijk-sociale partij waarbij het belangrijk is dat mensen die hulp nodig hebben die hulp ook krijgen en ondersteund worden.
We hebben daarom tijdens de behandeling van de kadernota voorgestelde bezuinigingen op het gebied van het sociaal domein, het welzijnswerk en het tegengaan van onderwijsachterstanden niet gesteund. Positief vonden wij in die hele discussie dat bijvoorbeeld het amendement dat het college opriep om bezuinigingen op de subsidie, onder andere de subsidie op de Stichting Welzijn Midden-Delfland en kunst en cultuur, door alle fracties werd ingediend en dus raadsbreed werd ondersteund. Bij een ander amendement, over onderwijs, ging het vooral over de bezuinigingen op het lokaal onderwijsbeleid en de bezuinigingen op het onderwijsachterstandenbeleid. Bij het eerste amendement over het Lokaal Onderwijsbeleid hadden wij het voortouw en bij het tweede amendement over het onderwijsachterstandenbeleid had de OGP Midden-Delfland het voortouw. Beide amendementen hebben het gehaald en die hebben we beide ook ondersteund. Het Lokaal 8
Onderwijsbeleid gaat om het ondersteunen van kinderen die tussen wal en schip dreigen te raken. Bij het onderwijsachterstandenbeleid ging het om het regelen van de nodige ondersteuning voor kinderen die voorschoolse opvang nodig hebben. Bij de behandeling - dat sprak mij wel aan, want ik heb even bij de voorbereiding ook teruggekeken naar de behandeling van de kadernota - sprak een zin van de heer Jongsma mij ook aan, over waarom we voor het amendement over het tegengaan van de bezuinigingen op het onderwijsachterstandenbeleid moesten kiezen. Ik ga de heer Jongsma nu even citeren: "Als we nu op het achterstandenbeleid bezuinigen, maken we de problemen niet kleiner, maar juist groter, en schuiven we ze door naar later, tegen hogere maatschappelijke en financiële kosten." Mijnheer Jongsma doelde daarmee dus op het feit dat het nu preventie is en dat je het zo dus gaat doorschuiven naar verder. Nu zijn gelukkig door de meicirculaire de bezuinigingen die we toen in juni voorzagen eigenlijk van de baan, doordat de meicirculaire meeviel. Maar de oproep vanuit de ChristenUnie is om ook in de toekomst kritisch te zijn, te blijven, op bezuinigingen op welzijnswerk, bezuinigingen op het onderwijs en bezuinigingen op het onderwijsachterstandenbeleid. Voorzitter, nu kort nog even op wat inhoudelijke dossiers.
Dan kom ik bij verkeer en dan ga ik gelijk in, voordat ik het vergeet, op de vraag van het CDA. Wij zijn het met het CDA eens dat de Hoornsekade opgepakt moet worden en niet de Hoornseweg. Eens. Voorzitter, vorig jaar tijdens de begrotingsbehandeling hebben wij een motie ingediend, die ook is aangenomen, over de knip bij de Kristalweg, zeg maar bij de grens tussen Den Hoorn en Delft. We hebben een nieuwe wethouder. Volgens mij is hij, de wethouder, nu verantwoordelijk voor verkeer. Dus even een korte toelichting nog. Om van Den Hoorn naar Delft te gaan, moet je door de knip en daar is er maar een beperkt aantal inwoners binnen een bepaald postcodegebied. Er is dus een beperkt postcodegebied dat van die knip gebruik mag maken. Dat betekent dat een grote groep mensen uit Den Hoorn gewoon dwars door de kern heen moet, willen ze richting Delft gaan, en dus om moet rijden. Dus dat is voor zowel de verkeersveiligheid als het milieu geen goede zaak. De vraag was toen, middels de motie, of het gesprek met Delft aangegaan kon worden, om het postcodegebied waar de toestemming voor zou moeten zijn om door die knip te gaan, iets te verruimen, waardoor meer inwoners vanuit Den Hoorn gebruik zouden kunnen maken van die kortere route. Ik denk dat het feit er nog niets is gebeurd ook mede komt doordat we van wethouder hebben gewisseld, maar misschien is er iets gebeurd.
Dus dat hoor ik dan graag. Voorzitter, een ander punt ten aanzien van de verkeersveiligheid. De situatie op de Maassluiseweg. Dit is nou typisch een voorbeeld dat elke keer om de zoveel tijd terugkomt op de agenda en dan bespreken we het. En dan komt er weer een onderzoek en dan komt er weer een rapport en dan komt er weer een bureau dat dan de resultaten van het vorige onderzoek voor een deel kopieert en de factuur opnieuw stuurt naar de gemeente. Dan is het weer even stil maar er gebeurt buiten niets en dan komt het weer. Het is dus een repeterend verhaal dat we al een hele poos horen. Kortom: er gebeurt buiten heel weinig aan de situatie. Het is een verhaal dat al twintig jaar of vijfentwintig jaar zo voort blijft gaan. We besteden dus geld aan rapporten, aan bureaus, maar buiten gebeurt er concreet niet zo veel. Ik heb in de laatste commissievergadering, toen dit onderwerp ook weer ter sprake kwam, gezegd dat er iets fundamenteels moet gebeuren. Ik heb het idee — dat zei ik ook toen — dat dit voor de gemeente Maassluis prima is. De gemeente Maassluis heeft de lusten, maar niet de lasten. De lasten liggen bij ons, de lusten daar. Wij betalen die onderzoeken en zo. Ik heb het idee dat het fundamentele gesprek met Maassluis over wat we willen, wat we concreet gaan doen en wie wat gaat betalen, uitblijft.
In De Schakel Midden-Delfland van 9 oktober - dat is dus iets meer dan een maand geleden - was er een paginagroot artikel van Hans Vis in de krant. Ik moet zeggen: hij kijkt terug, een stukje historie, een stukje van hoe is het nu, en hij geeft ook een oplossingsrichting aan, maar dat is voor zijn rekening. Met de rode draad van het artikel ben ik het wel eens, moet ik zeggen. Vraag aan het college: kent u dat artikel? En zo ja, als u dat artikel ook gelezen heeft: kunt u zich ongeveer vinden in de inhoud van het artikel, of ziet u dat heel anders? Voorzitter, ook een onderwerp dat met enige regelmaat… De voorzitter: Ik zie een interruptie vanuit de OGP Midden-Delfland van de heer Jongsma. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag de heer Ringeling willen vragen wat volgens hem de rode draad van dat artikel is.
9
De heer Ringeling: Nou, de rode draad — dan vertaal ik hem vrijuit — was ook enigszins, zoals ik zei, dat over de lusten bij Maassluis en de lasten bij ons. Maassluis heeft flinke woningbouw verricht en heeft daar alle revenuen van, maar is niet genegen om te investeren in de infrastructuur die bij zo'n uitbreiding hoort. De voorzitter: Ik zie wederom de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. De tweede vraag is dan wat volgens de ChristenUnie een dan een passende oplossing zou zijn. De heer Ringeling: Nou, wat ook een beetje de rode draad in het artikel is - in het artikel worden ook bedragen genoemd, maar ik hou me even ver, ver van die bedragen - is dat met Maassluis moet worden gekeken naar een fundamentele oplossing, al dan niet met de provincie. De vorige keer in de raadsvergadering, toen het ging over de MRDH-zienswijze, werd door Mijn Partij ook gerefereerd naar dit stukje, zo van: we moeten het bij de MRDH betrekken. Of met de MRDH of met de provincie erbij, samen met Maassluis zitten, om te bekijken hoe we dit fundamenteel kunnen oplossen. Een fietspad aanpassen en zo is leuk en dat helpt een beetje, maar dan heb je het probleem nog niet fundamenteel opgelost. Is dat een antwoord op uw vraag? Ook al bent u het er niet mee eens hoor. De voorzitter: Het woord is aan de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland.
De heer Jongsma: Het antwoord is kort en duidelijk nee en ik zal er in de tweede termijn op terugkomen. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ringeling, u mag vervolgen. De heer Ringeling: Dan zien we daarnaar uit. Ik ben benieuwd. Voorzitter, ook een onderwerp dat met enige regelmaat terugkomt op deze agenda, al jaren, is de jeugdzorg. Voor de ChristenUnie staat als een paal boven water dat er zorg moet zijn voor mensen die dat echt nodig hebben. De cijfers over het gebruik van de jeugdzorg stemmen wel tot nadenken. Is de maatschappij daadwerkelijk zoveel complexer geworden in de afgelopen jaren dat dit een dergelijke stijging van de kosten van jeugdzorg legitimeert? Gaat dit echt over jongeren die absoluut zorg nodig hebben? Of is hier ook sprake van uitdagingen waar ouders primair voor aan de lat staan en waar we nu als maatschappij voor worden aangeslagen? Wat de ChristenUnie betreft moeten we opnieuw vaststellen of alle zorg daadwerkelijk verleend wordt aan mensen die het echt ook nodig hebben. Dit is geen gemakkelijk gesprek en daarom wordt dat waarschijnlijk ook niet echt gevoerd, maar gezien de rekening die we moeten betalen, is dit wel onvermijdelijk. Positief vinden wij het ingezette traject om samen met andere gemeenten te werken aan nieuwe contractvormen.
Of wij hiermee de verwachte besparing van ongeveer een € 500.000,00 per jaar voor onze gemeente gaan halen, is voor de ChristenUnie nog onzeker. Wij waarderen de inzet van de wethouder en kijken vol spanning hiernaar uit. We pleiten daarom om naast dit traject van de nieuwe contractvormen ook het fundamentele gesprek aan te gaan over de instroom. Uiteraard zijn we van harte bereid als ChristenUnie om hier ook een bijdrage aan te leveren. Voorzitter, nu mijn laatste onderwerp: het azc. Dat is geen onbekend onderwerp in dit kader de afgelopen maanden of jaren. Na de zomer, of rond de zomer van 2022, werd in het presidium gesproken, op initiatief van de toenmalige interim-burgemeester, over de mogelijke opvang van een aantal vluchtelingen: mensen die op de vlucht waren en hier in Nederland asiel hadden aangevraagd en van wie de procedure nog liep. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de VVD. Mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Dank u wel, voorzitter. Ik heb niet zo'n zin om oude koeien uit de sloot te halen, maar u bent aanwezig geweest bij die voorgesprekken waar alles al een beetje voorgekookt was voordat het naar de raad ging. Wat is eigenlijk uw mening over dat het op die manier gelopen is? Daar ben ik eigenlijk wel benieuwd naar, nu u er toch zelf over begint. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Ringeling. 10
De heer Ringeling: De gesprekken die gevoerd zijn — ik refereer nu naar het eerste gesprek van rond of na de zomer — waren goed. Volgens mij waren we daar aan tafel met z'n achten: de burgemeester, zes fractievoorzitters en de griffier. Het was een goed gesprek waarin er onder de acht mensen eensgezindheid was. De voorzitter: Mijnheer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Dan ga ik een hele flauwe vraag stellen. Volgens mij bestaat de raad uit zeventien personen. Ik heb ook een keer bij dat gesprek gezeten en ik dacht: hoe kan het dat er van de zeventien raadsleden maar acht aanwezig zijn en de rest er eigenlijk niks van weet? Daarom was ik erg benieuwd naar wat u nou vond van deze gang van zaken. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Ik begon er op deze manier over, omdat je het hele onderwerp, zoals het in de gemeente is gelopen, ook in zijn context moet zien. We waren op dat moment allemaal, iedereen in dit land, geschokt over het feit dat er daar groepen mensen, tientallen mensen op een veld in de open lucht in weer en wind moesten slapen. In een geciviliseerd rijk land als Nederland was er geen onderdak voor tientallen mensen die dat nodig hadden op dat moment. Daar was iedereen terecht zeer ontsteld of verbaasd over, om het maar netjes te zeggen. En daar kwam het initiatief vandaan, denk ik.
Het initiatief kwam niet alleen hier; op meerdere plekken in het land zag je initiatieven ontstaan om hier iets aan te doen. Zeer terecht, hè? Zo is het initiatief ook de eerste keer na de zomer ontstaan — ik denk dat we eind augustus bij elkaar zijn gekomen, of begin september; hou me de precieze datum ten goede — en volgens mij werd de verwondering van wat er daar in Ter Apel gebeurde breed gedeeld. Maar ik merk dat ik nog een interruptie heb, voorzitter. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Ja, dank u wel, voorzitter. Ja, ik was ook bij dat gesprek, voorzitter, en ik heb daar toch wel een andere indruk van. De fractievoorzitters daar werden overrompeld door een stelling van een burgemeester. Dan wil ik vragen waarom de heer Ringeling niet refereert aan de geheimhouding die hij oplegde. Want de heer Van Hemmen vroeg ons wel terdege niet buiten de kamer over dit plan te spreken met de personen die er waren, om geen onrust te veroorzaken of iets dergelijks. Maar wij werden monddood gemaakt. Herkent u dat ook, mijnheer Ringeling? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Ik herken niet dat er een strikte geheimhouding is opgelegd daarvoor. Dat kan ik mij niet herinneren.
Wel is gezegd: 'We moeten nog verder uitwerken, we staan aan het begin van een proces, dus het is niet de bedoeling dat we allemaal met een eigen verhaal naar buiten gaan.' Maar een strikte geheimhouding heb ik daar niet van overgehouden. Laten we het even zo zeggen. Er waren meer mensen; ik zie de heer Zwaard ook nee schudden. Dus ik heb daar geen strikte geheimhouding van overgehouden. Die actieve herinnering heb ik daar niet aan. De voorzitter: Mijnheer Ringeling, ik wil u verzoeken om uw betoog met twee minuten af te ronden. De heer Ringeling: Oh, oké. Dan gaan we snel door het azc-verhaal, want dat was mijn laatste punt. Maar dan ga ik even grote stappen snel thuis doen. Even een paar stukken overslaan. Een meerderheid van de raad heeft hier eind oktober, 25 oktober, gekozen voor het azc. Ik heb ook op die raadsvergadering gezegd dat ik liever een spreiding van de mensen over de drie kernen had gezien. Daar was geen meerderheid voor. Prima. Maar wat ik ook nog wil zeggen, is dat ik vond dat het proces ook niet heel soepel verliep, met ook een heel ongelukkige informatiebijeenkomst in De Hoornbloem. Dat verdiende allemaal niet de schoonheidsprijs. Wij hebben wel voorgestemd, puur uit humaniteit, zoals ook de heer Zwaard aan het begin zei. Wij zijn solidair met hen die hulp nodig hebben. Dus daar was ook onze eerste prioriteit. Daarom hebben wij ook voorgestemd bij dit 11
verhaal. Nu de komst van de nieuwe bewoners dichtbij is, wil ik wel een paar dingen zeggen. Ik ga nu heel snel door mijn tekst heen. Ik sla dus stukken over. Ik merk hier dat er in de vorige raadsvergadering werd gezien dat er, als we de uitgaven en de inkomsten van elkaar aftrekken, onderaan de streep toch een negatief saldo uitkomt. We hebben hier in de raad besloten — dat moet mij wel van het hart — om mensen te helpen. Als ik iemand ga helpen, hoef ik er zelf niet beter van te worden, want anders ga ik niet iemand helpen, maar ga ik mijn eigen portemonnee helpen. Dus we gaan iemand helpen, maar onderaan de streep is nul het maximale wat je dan kunt vragen. Ook als het negatief zou zijn, is het ook nog steeds prima. Maar de winst die je eruit haalt, is dat je een groep mensen of iemand hebt geholpen. Dat brengt mij op het tweede punt, mijn laatste punt over het azc. Nu de bewoners aanstaande zijn, zal mijn oproep aan het college zijn om tijd noch moeite, of geld noch moeite te besparen om een snelle integratie of een snelle inburgering van de mensen te bevorderen. Een snelle inburgering van onze nieuwe mede-inwoners is goed voor de gemeente en voor de nieuwe inwoners, maar ook voor de bestaande inwoners.
Alle risico's die er genoemd zijn en sommige van de reacties van mensen die je per mail of persoonlijk spreekt, de mensen die er dicht tegenaan wonen, zijn heel terecht en heel begrijpelijk. En die kan je alleen maar wegnemen door een snelle inburgering te bevorderen. Dus mijn oproep zou zijn om geld noch moeite te besparen om tot een snelle, duurzame inburgering van de nieuwe inwoners te komen. Voorzitter, ik sluit met uw goedkeuring. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Nog een vraag aan de ChristenUnie. Wanneer is volgens de ChristenUnie die snelle inburgering geslaagd? Waar moet die aan voldoen? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Als de nieuwe bewoners snel bijvoorbeeld een dagactiviteit hebben. Als jongeren dus werk, school of wat dan ook hebben, zodat ze niet uit verveling gaan rondzwerven. Want veel van de dingen komen ook uit verveling. We laten mensen aan hun lot over en van het een komt het ander. Dat zouden wij ook hebben, hè, als we in een ander land zouden zitten. Dus dat. Voorzitter, ik sluit af met een Bijbeltekst uit het Bijbelboek Jeremia. Die luidt als volgt: "Zet je in voor de bloei van de stad waarin je woont. De bloei van de stad is ook jullie bloei." Dat zijn de woorden van de profeet Jeremia.
En dan nog helemaal als allerlaatste, als het nog even mag. Nog één ding. Ik begon mijn verhaal met 'de eerste, de laatste', met daarbij de mededeling dat dit mijn laatste programmabegroting is. Ik ga mij dus na deze periode niet op een verkiesbare plaats verkiesbaar stellen. Voorzitter, tot zover mijn bijdrage. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Ringeling. En die laatste zin maakt wel dat ik echt op een bijzondere manier naar u kijk, nu u terug naar uw stoel gaat. Ja. Dank u wel voor uw betoog. Dat betekent dat ik nu de vierde fractievoorzitter naar voren wil vragen. Dat is de heer Roeling van Mijn Partij, die ook de vijftien minuten spreektijd krijgt. Mijnheer Roeling, aan u het woord. De heer Roeling: Dank u wel, voorzitter. Ik moest ook nog even over de opmerking van de heer Ringeling, dat hij even zegt: 'joh, dit was de laatste keer.' Laten we die laatste paar maanden dan nog goed gebruiken, mijnheer Ringeling. Voorzitter, de begroting. U gaf zelf ook al aan dat het belangrijk is, maar wij zijn ons door de jaren heen wel af gaan vragen hoe belangrijk de rest van het college deze begroting vindt. Dat is toch wel voor ons een punt dat we vanavond hierbij willen aankaarten.
Wat zien we? Kijkende naar de kadernota - daar is eerder een opmerking over gemaakt - hebben wij dat een hele plezierige samenwerking gevonden, met ook een avondje met toelichting vanuit onze medewerkers. Uiteindelijk bleek het ravijnjaar 2026 minder een ravijn te zijn, want we kregen meer geld van de rijksoverheid. Daarom hoefden we minder te bezuinigen dan waar we vooraf rekening mee hadden gehouden. Wat schetste onze verbazing, voorzitter? Dat wij over 2026, het ravijnjaar, niet alleen hebben bezuinigd, maar dat we er ook op pagina 186 van de begroting ook € 1,2 miljoen eigen vermogen doorheen jassen. Dan is toch de vraag waar die bezuinigingen dan voor waren bedoeld. 12
Wat was het oorspronkelijke doel van het aan de slag gaan met die bezuinigingen? Wanneer je komt met € 1,2 miljoen eigen vermogen, vraag ik me toch af wat dan een sluitende begroting is. Dat vroeg ik ook aan het CDA. Bij ons is dat gewoon dat de inkomsten en uitgaven overeenkomen en niet dat je elk jaar maar weer eigen vermogen uit de kas haalt. De voorzitter: Ik zie achter de koffieschenkerij een interruptie van de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Jongsma: Dank u wel, voorzitter. Ik zou graag van de heer Roeling willen weten wat hij nou precies bedoelt met '€ 1,2 miljoen erdoorheen jassen'. Dat klinkt wel echt alsof we gewoon naar een avondje casino gaan en het geld erdoorheen brassen, maar ik kan me niet voorstellen dat hij dat ermee bedoelt. Ik zou graag wel wat meer duiding willen over wat hij nou precies bedoelt met '€1,2 miljoen erdoorheen jassen'. Volgens mij worden er hele goede dingen van gedaan voor deze gemeente en dat is wat anders dan iets erdoorheen jassen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Maar wat die goede dingen dan zijn, kunnen we niet opmaken uit die € 1,2 miljoen. Het gaat erom dat wij het standpunt hebben dat inkomsten en uitgaven gelijk moeten zijn.
Als de raad het heel belangrijk vindt dat we het aan een specifiek doel gaan besteden en dat je daar dan het eigen vermogen voor aanwendt, is dat prima, maar dit verdwijnt nu via de exploitatie gewoon geruisloos. Dus als u zegt dat we er goede dingen voor hebben gedaan, dan zou ik niet weten wat. Dat valt niet af te leiden uit die € 1,2 miljoen, maar we zijn het wel kwijt. Dat is een beetje het probleem dat wij hebben: dat we een hele exercitie hebben gedaan om tot een kadernota te komen en we vervolgens in de begroting lezen dat er € 1,2 miljoen eigen vermogen verdwijnt. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira van D66. De heer Vieira: Dank u wel, voorzitter. Begrijp ik van de heer Roeling dat hij met een amendement komt om die € 1,2 miljoen terug te draaien? Zo ja, op welke gebieden? De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Nee, nee. Nee, daar is zo weinig steun voor. Dat hebben we al zo vaak geprobeerd. Wij houden er hier meer een politiek betoog over. Voor de moties en amendementen passen wij, want D66 zal het niet steunen. Nog één keer. De voorzitter: Mijnheer Vieira. De heer Vieira: Er wordt gezegd dat er een amendement is dat niet gesteund wordt, en dat het dus niet wordt ingediend. Welk amendement is dat? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Vieira. De heer Roeling: Nee, dit jaar doen wij niet aan moties en amendementen.
Duidelijker kan ik het niet maken. Dit jaar doen we niet aan amendementen en moties. De voorzitter: Dat is duidelijk. U mag uw betoog vervolgen. De heer Roeling: Ja, de begroting. We hebben het de laatste maanden ook al vaker aangekaart: vorig jaar hebben we bijvoorbeeld besloten tot een nieuwe wijze van omgaan met het restafval. De diftar. Daar hebben we geld voor vrijgemaakt. Vorige maand zei de wethouder: 'het is allemaal duurder geworden, het is een jaar verzet en we hebben zo'n financiële tegenslag'. Het gaat dan uit mijn hoofd gezegd over € 180.000,00 wat het duurder zou zijn. Dan verwachten wij wel een beetje discipline, dat de wethouder dan in ieder geval bekijkt waar hij dat binnen zijn eigen begroting, of binnen de gemeentelijke begroting, kan vinden, om die financiële tegenslagen weg te nemen. Het is wat ons betreft te makkelijk om naar de raad te gaan en te zeggen: 'Het is allemaal wat duurder 13
geworden. Gemeenteraad, betaal even.' Dat zijn wel twee voorbeelden waarvan wij zeggen dat wij het, en dat zijn wij eens met de voorzitter, een belangrijk document vinden, maar dat ons eraan houden nog niet altijd meevalt. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap van de OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Knaap: Dank u wel, voorzitter. Ik ken het verhaal van de heer Roeling de afgelopen jaren steeds. Die groef van de sluitende begroting is vanuit de mening van de heer Roeling inmiddels ook dieper dan de Grand Canyon, zou ik bijna willen zeggen. Maar ik ben wel nieuwsgierig. Elke keer is het mijn beeld dat de heer Roeling het heeft over dat inkomsten en uitgaven gelijk moeten blijven en dat je niks uit je spaarpot mag gebruiken. Dus mijn vraag aan de heer Roeling: als morgen uw auto kapotgaat en u heeft niet genoeg salaris, vindt u het dan niet goed dat u het uit uw spaarpot haalt? Want dat is wat er gewoon gebeurt. Een eenmalige tegenvaller kan gewoon uit je spaarpot en daar spaart de gemeente ook voor. Dus als morgen uw auto kapotgaat, mijnheer Roeling, laat u hem dan staan of haalt u het van uw spaargeld af? De voorzitter: Dank u wel, de heer Knaap. Het woord is aan de heer Roeling. De heer Roeling: Nee, dat heb ik niet gezegd.
Ik heb gezegd dat wij, als je het er als raad over eens bent dat je een grote investering doet - dan kunnen we het hebben over wat dat dan zal zijn; er zal ook politiek verschil zijn - altijd bereid zijn om daar een stuk eigen vermogen in te steken. Dat heb ik gezegd. Ik heb niet gezegd dat het nooit mag. Ik heb alleen gezegd dat het nu wegsluist zonder dat wij een goed beeld hebben van wat we allemaal voor nuttige dingen gaan doen. Dat heb ik gezegd. Daar blijf ik bij. Voorzitter, onze boeren, belangrijk. Maar als we kijken naar wat er nou daadwerkelijk voor gebeurt… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Ja, dank u wel. Ik denk dat de hele raad even op zoek is naar wat u nou exact bedoelt. Ik kan mij niet aan de indruk onttrekken dat wij als raad hier de besluiten nemen. Dus ik weet niet helemaal wat u bedoelt met 'er wordt niets besloten en weggesluisd.' Kunt u dat toelichten? Want ik snap het gewoon even echt niet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Het is heel simpel. Wanneer je gewoon een sluitende begroting hebt, dus waarin de inkomsten en uitgaven overeenkomen… We willen hier wat doen in het centrum van Schipluiden. Dat kost fors.
Als je daarvan zegt dat je dat als raad belangrijk vindt, kun je zeggen dat je bereid bent om dat geld - dan heb je het ook over meer dan € 1 miljoen - vanuit ons eigen vermogen te financieren. Wat er nu gebeurt, is dat er een programmabegroting wordt gepresenteerd. Nou, voorop loopt de wethouder in de media van: hé, dat ziet er allemaal gezond en prima uit. Maar als je dan kijkt naar het verloop van het eigen vermogen, is het een heel ander verhaal. En dan kunnen wij niet gewoon oké zeggen. Onder de verantwoordelijkheid van deze wethouder heb je het voor 2023, vorig jaar, dit jaar en de komende vier jaar toch over € 13 miljoen. Nou, dat kunnen wij niet rijmen met een goed financieel beheer van de belastingcenten. Dus het gaat er echt om dat je inzichtelijk maakt dat we iets heel belangrijk vinden en er geld voor willen uittrekken. Dan zijn we bereid om dat via het eigen vermogen te doen. Voor de rest is het gewoon zo dat de inkomsten en uitgaven gelijk moeten zijn. Zo benaderen wij dat. Dan kunnen we dat ook uitleggen aan onze inwoners. Nu is het toch elk jaar weer dat eigen vermogen verminderen. Dat vinden wij niet goed. Ik was over de boeren begonnen, voorzitter. Er zijn natuurlijk dingen die wij als gemeente zelf ook wel kunnen. Neem ganzenbeheer. Dat is toch een wens van vele boeren.