2025 m 07 d 01 Vsl Raad
Tekst van het document
Samen met het CDA, OGP Midden-Delfland, VVD en de ChristenUnie dienen we een amendement in om de bezuinigingen op de bibliotheek tegen te houden. Het dictum zou zijn om fiche 50 en 50A uit de bezuinigingslijst te doen laten vervallen. Bibliotheken hebben het de afgelopen jaren al zwaar gehad en vervullen een cruciale rol als ontmoetingsplek en voor laagdrempelige toegang tot kennis en taalontwikkeling. Ik weet niet welk nummer die krijgt, maar ik kom die zo bij u brengen, voorzitter. Dan hebben wij ook – en daar zit misschien wat minder samenhang in want de enige samenhang is dat dat in ieder geval met de partijen D66, OGP Midden-Delfland en CDA is samengesteld – het terugdraaien van kosten voor het CBR, de naturalisatieceremonie à € 250,00 en snippergroen, dat was ook nog een maatregel. We stellen voor om die terug te draaien.
14
Vervolgens hebben wij met Mijn Partij en de ChristenUnie een amendement tegen het schrappen van de subsidie voor jeugdsport. We willen sport voor jongeren betaalbaar houden omdat het bijdraagt aan gezondheid, ontwikkeling en sociale samenhang. Hierop bezuinigingen zou op termijn maatschappelijk en financieel duurder uitpakken. Dus in dit geval gaat het om fiche 42, voorzitter. Dan zit ik even te kijken. We hebben nog een amendement dat gaat over een fiche van € 3.000,00 over jubilea van medewerkers van onze gemeente. Dat is geen wettelijke verplichting, maar wij vinden dat de ambtelijke organisatie van Midden-Delfland aantrekkelijk moet blijven als werkgever. De geraamde besparing op afscheid en jubilea is klein, terwijl jubilea en afscheid juist belangrijk zijn voor een goede werksfeer en binding met de organisatie. Bovendien wegen de kosten, wat ons betreft, niet op tegen het waarderen van medewerkers en draagt het ook bij aan het werven van personeel. Dat gaat om fiche 69 die wat ons betreft uit de bezuinigingen gaat. Die dienen wij mede in met OGP Midden-Delfland op dit moment. De meeste heb ik gehad voorzitter, maar er komen ook nog twee moties. Eén motie gaat over de toeristenbelasting. Ik zou hem bijna laten vallen, maar dan zou ik de heer Roeling tekortdoen, want die had beloofd dat die eraan zat te komen, dus laat ik die maar als eerste doen.
Hierin roepen we op om te onderzoeken of we grotere recreatieve verblijven wat meer kunnen belasten terwijl we campings en bed and breakfasts juist willen ontzien, zowel qua kosten als qua regeldruk. Op die manier zorgen we voor een eerlijke verdeling en stimuleren we kleinschalig toerisme dat goed past in onze gemeente. Tegelijkertijd willen we voorzieningen in het buitengebied niet alleen financieren uit belastinginkomsten ozb van onze inwoners, maar ook deels uit bijdragen van recreatieve verblijven. Ik lees het dictum voor. Alles overwegende, verzoeken wij het college opnieuw naar het model van toeristenbelasting te kijken, daarbij als uitgangspunt te nemen dat het tarief voor toeristenbelasting voor verblijf in hotels meer in lijn mag komen van omliggende gemeenten, dat het tarief voor verblijf in campings en bed and breakfasts laag blijft en de regeldruk daarbij laag is, daarbij ook te kijken naar differentiatie die andere gemeenten doen, zoals bijvoorbeeld Veluwse gemeenten en kustgemeenten en de raad in Q3 van 2025 te informeren over de uitkomsten en een raadsvoorstel te doen waarbij het uitgangspunt is dat Midden-Delfland meer toeristenbelasting genereert en tegelijkertijd een aantrekkelijk gemeente blijft voor gezinnen en kleine ondernemers. Voorzitter, ik zie in mijn linkerhoek iemand zwaaien.
De voorzitter: U bent net uitgepraat en dat is de reden dat ik graag het woord geef aan de heer Gebben van de VVD voor een interruptie. De heer Gebben: Voorzitter, wij gaan serieus naar die motie kijken, maar de heer Vieira heeft onderzoek gedaan naar de splitsing van de tarieven. Hij maakt een onderscheid tussen hotelkamers en bed and breakfasts. Misschien kan hij ons vertellen of dat in andere gemeenten ook zo wordt gedaan en waarom want de prijzen liggen redelijk dicht bij elkaar. Misschien kan hij daar een nadere duiding bij geven. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Ik geef het woord aan de heer Vieira voor een toelichting c.q. duiding van de vraag van de heer Gebben over de toeristenbelasting. De heer Vieira: In onze gemeente hebben wij gekozen voor verblijf in een kampeerverblijf en overige, zogezegd. Je ziet in andere gemeenten dat er andere differentiaties zijn, bijvoorbeeld binnen kernen of in het buitengebied, kust of nabij het bos. Dus er is meer mogelijk dan wat wij doen. Wij zijn blij dat we deze vorm van belasting hebben, zodat we wat voorzieningen in stand kunnen houden om onze gemeente aantrekkelijk te houden. We hebben het expres in een motie gedaan omdat je wat ons betreft wel juridisch moet toetsen of je wel iets presenteert aan de raad straks, dat juridisch houdbaar is.
Ik kan niet zeggen dat wij exact hetzelfde zijn als een gemeente op de Veluwe en dat je daar hetzelfde in kunt doen. Daarom is het verzoek aan het college om dit nader te onderzoeken. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Vieira. De heer Vieira: Voorzitter, na deze interruptie ga ik verder met mijn betoog met de laatste motie die wij willen bespreken. Een van de bezuinigingen ging over het bezuinigen van traineeships. Wij zeggen niet expliciet dat je… Wij roepen er in ieder geval toe op dit in stand te houden en te onderzoeken of samenwerking met andere gemeenten mogelijk is. Zo benutten we talent, trekken 15
we jonge mensen aan die in het publieke terrein werken en houden we de kosten beheersbaar. Samen dienen wij een motie in, die is al ondertekend, ook door de ChristenUnie en Mijn Partij. Dan ga ik naar het dictum. De voorgestelde bezuinigingen op het traineeship niet als zodanig door te voeren, maar het traineeshipprogramma te behouden en te zoeken naar andere financieringsmogelijkheden of samenwerking in het traineeshipprogramma waarbij samenwerking in de regio het uitgangspunt moet zijn, en, als derde, in algemene zin trainingen en opleidingen op maat beschikbaar te houden voor de organisatieontwikkeling en persoonlijke ontwikkeling van onze medewerkers, en gaat over tot de orde van de dag. Dat is de laatste motie die ik zo bij u kom brengen. Dan voorzitter, als u mij toestaat, reageer ik ook vast op een aantal punten die eerdere sprekers hebben aangegeven. Mijn Partij had het over het straatwerk naar voren halen. Zeker op gebied van financiële spreiding zouden we dat misschien kunnen doen want we zien dat hoe dat nu gepresenteerd was, niet gelijkwaardig is. Dus misschien kan het college erop reflecteren hoe het daartegen aankijkt.
Wat betreft de jeugdzorg, waar de VVD aan refereert, zijn we het er natuurlijk mee eens dat als je dat kunt normaliseren en daar de middelen toe hebt… Daar hebben we volgens mij vorige week ook iets over aangenomen in deze raad om in regionaal verband te kijken of je het terug kunt brengen met € 25 miljoen. Als die verdeelsleutel gunstig uitpakt, moeten wij daarop blijven inzetten, dus daar zijn we absoluut voor. Wij zijn trouwens wat betreft wonen blij dat het college geen bezuiniging heeft voorgesteld waardoor iets op woningbouw gekort wordt want dat is inderdaad noodzakelijk. Dan denk ik dat ik de belangrijkste punten even gehad heb. Wat betreft het azc, daar zou de VVD wat mij betreft in de tweede termijn op terug kunnen komen, zegt de VVD 'het heeft ons geld gekost'. Maar als wij puur naar de financiële paragrafen kijken van 'wat heeft het gekost? Wat krijgen we terug? Wat betaalt het COA, wat wordt er gecompenseerd, welke woningen krijgen we?' zou ik heel graag van de VVD een berekening en overzicht willen ontvangen, zodat wij dat kunnen bestuderen,. Maar tot nu toe zien we in alle stukken die wij hebben ontvangen van het college, een plus. Als de uitkomst negatief is, dan zie ik graag de berekeningen van de VVD tegemoet. Dank u voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Vieira.
U komt onze kant op met, als ik goed meegerekend heb, een viertal amendementen en een tweetal moties. Die worden uiteraard ingeschreven en genummerd. Dan gaan wij tot slot in de eerste termijn naar de heer Jongsma van OGP MiddenDelfland. De heer Jongsma: Voorzitter, ik ben verrast want mijn collega Ringeling is ook nog niet aan het woord geweest volgens mij, toch? De voorzitter: Nee, maar die krijgt ook zeker nog het woord. Wat dacht u? Maar uw lampje brandde niet en ik was even aan het kijken of iedereen nog goed bij de les was. De heer Jongsma: Maar goed, het licht is aan in huize Jongsma en bij de OGP Midden-Delfland dus we gaan beginnen. Laat ik beginnen met dank aan de ambtenaren en de collega's, speciaal de heer Van Rijs, uit de raad voor alle werkzaamheden tot dusver waarmee we zijn gekomen tot deze kadernota. Voorzitter, een kadernota vraagt om richting, maar richting bepaal je niet pas als de cijfers op tafel liggen. Die begint bij het stellen van je eigen kompas. Wat willen we beschermen? Waar willen we in investeren? En waar willen we grenzen trekken? Dat is precies wat wij als OGP Midden-Delfland hebben gedaan.
In de commissiebehandeling hebben we onze uitgangspunten gedeeld, maar vandaag in deze eerste termijn willen we ze nog eens helder uiteenzetten want keuzes maken begint niet bij het saldo onderaan de streep, maar bij de koers die je als gemeenschap wilt varen. Dat is voor OGP Midden-Delfland helder: wij staan voor een Midden-Delfland dat toekomstgericht durft te kiezen voor wat echt waardevol is. In financieel moeilijke tijden is het verleidelijk om te grijpen naar makkelijke bezuinigingen. De VVD had het er ook al over, een kaasschaaf over de hele breedte door het schrappen van posten die niet direct opvallen. Maar wat op papier eenvoudig lijkt, kan in de praktijk onherstelbare schade aanrichten aan weefsel van onze gemeenschap, onze dienstverlening en ons landschap. Dat wil OGP Midden-Delfland voorkomen. Onze kernwaarden zijn en blijven daarbij leidend: groen en 16
duurzaam, sociaal en rechtvaardig, democratisch en betrokken, leefbare dorpen en sterke gemeenschappen. Met die bril hebben we de voorstellen in de kadernota gelezen. Er liggen verstandige voorstellen bij. Deze zullen nu, omwille van de spreektijd, niet verder worden benoemd maar er zijn ook voorstellen die we zorgelijk vinden, of zelfs onaanvaardbaar. Daarover gaan we het nu hebben. Vooropgesteld, door de andere fracties worden diverse amendementen en moties ingediend, waarvan OGP Midden-Delfland mede-indiener is. De woordvoering om de desbetreffende bezuiniging niet door te voeren, laten we over aan de fractie die het amendement indient omdat een meerderheid van de raad het inmiddels daarover eens is. Ik begin bij ons eerste punt en dat sluit een beetje aan bij onze eerste inspreker. Het gaat over het IODS-geld dat is bedoeld voor ons landschap, niet als algemene spaarpot. Het voorstel om een extra deel van de salariskosten van ambtenaren en de bijdrage coöperatief beheer groengebieden Midden-Delfland ten laste te brengen van het IODS-budget vinden wij onwenselijk en ondoelmatig. Dat budget is er niet zomaar. De inspreker zei het ook al, het is het resultaat van langjarige samenwerking tussen overheden, natuurorganisaties, boeren en burgers om te investeren in het landschap van Midden-Delfland.
Door hieruit structurele kosten te dekken, tast je het fundament van deze samenwerking aan en doe je afbreuk aan de afspraken die zijn gemaakt – de heer Tetteroo had het er ook al over – de beschikking van de minister. Dit is wat ons betreft interen op de toekomst en het is ook strategisch onverstandig. Als je in dit soort samenwerkingsverbanden je hand overspeelt, beschadig je het vertrouwen. Iets dat moeilijk is te herstellen. Het zal ook een precedentwerking geven. Daarbij is LTO Noord, een van de betrokken partners, niet vooraf geconsulteerd. Dat vinden wij een gemiste kans. We willen het college dan ook vragen erop toe te zien dat LTO een presentatie in het dagelijks bestuur van het CBG geeft om een input voor eventuele bezuinigingen en efficiëntieverbetering daar te presenteren. Daarbij dienen wij de volgende motie in. De motie is: Fiche 5 oneigenlijk gebruik IODS-middelen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van… Een toelichting? Mevrouw Koppert: Wij hebben de taakverdeling zo gedaan. Hij leest voor en ik doe de...
Ondergetekenden roepen het college op, horende bij deze motie, in te gaan op het aanbod van LTO om samen te onderzoeken welke eventuele bezuinigingen en efficiëntieverbeteringen doorgevoerd kunnen worden in het beheer van CBG-gebieden, vooralsnog niet de financiering van CBG ten kostete laten komen van het IODS-budget en de uitkomsten van de evaluatie en het voorgestelde actieplan te verwerken in de begroting 2026-2029. De heer Jongsma: Deze motie dienen we samen met Mijn Partij in. Dan ga ik... Wij dienen straks in één keer de hele set in, is dat akkoord? De voorzitter: U mag ook, net zo goed als de anderen, door met de inbreng. Zeker. Aan u het woord. De heer Jongsma: Wij gaan door met Snijden in sociale raadsliedenwerk is snijden in bestaanszekerheid. Er wordt voorgesteld het budget voor sociaal raadslieden te verlagen omdat het de afgelopen jaren niet volledig is benut. Maar dat is een te simpele redenering. Het feit dat er minder gebruik wordt gemaakt van dit budget, zegt niet dat de behoefte niet bestaat. Het zegt dat we mensen die deze hulp nodig hebben, onvoldoende weten te bereiken. Juist die mensen, ouderen, mensen met lage taalvaardigheid, inwoners die worstelen met ingewikkelde regelingen, schulden of bezwaarprocedures, hebben baat bij laagdrempelige, persoonlijke en deskundige ondersteuning. Het juridisch loket is vaak afstandelijk en ontoegankelijk.
De Stichting Welzijn Midden-Delfland kan niet altijd leveren. Dan is bezuinigen het verkeerde signaal. Daarom dienen wij het volgende amendement in en dat amendement heet Ook de minderbedeelde heeft recht op ondersteuning. Van dat fiche willen we dus ook dat we daar niet op bezuinigen. Dat is het amendement. Dan wil ik overgaan tot het volgende. Niet tornen aan kansengelijkheid via onderwijsachterstandenbeleid. Onderwijs is een van de krachtigste middelen om kansenongelijkheid tegen te gaan, juist op jonge leeftijd. Het onderwijsachterstandenbeleid ondersteunt kinderen die net buiten het bereik van passend onderwijs vallen, of die uit gezinnen komen waar begeleiding niet vanzelfsprekend is. Als we daar nu op bezuinigen, maken we 17
problemen niet kleiner, dan schuiven ze door naar later, tegen hogere, maatschappelijke en financiële kosten. Daarom dienen wij een aanvullend amendement in en dat amendement is Iedereen heeft recht op onderwijs. Ook van dit fiche willen we dat dat niet wordt ingezet. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. De heer Gebben: Voorzitter, ik hoor de OGP Midden-Delfland eigenlijk hetzelfde doen dat heel vaak gedaan wordt; als we gaan bezuinigen, heeft dat consequenties op lange termijn. Dat is op zich een argumentatie, maar kan dat ook onderbouwd worden? Dat zie ik nergens terug. Het simpele aannemen vind ik te weinig. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, de VVD gaat uit van het simpele benoemen en meent dat wij dat zo maar accepteren. Er is wel degelijk veel onderzoek naar gedaan dat het uiteindelijk beter is en dat het uiteindelijk zal leiden tot minder kosten en dat het ook niet leidt tot hogere maatschappelijke en financiële lasten, maar juist tot minder. Dat is ook bij de jeugdzorg zo. Daar hebben we het ook heel vaak over. Preventie is daar toch nog altijd het belangrijkste om te doen. Je kunt maar beter aan de voorkant wat doen want achteraf is het veel duurder om het te repareren. Dat geldt hier ook. De voorzitter: Ik zie wederom een interruptie van de heer Gebben, aan u het woord.
De heer Gebben: Mij wordt ook gevraagd om een financiële onderbouwing te geven voor het azc. Dan zou ik nu ook graag van de OGP Midden-Delfland een aantal van die onderzoeken zien want alleen zeggen is ook te weinig. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: Wij zullen de gevraagde onderzoeken naar de VVD sturen, want die zijn gek op onderzoek, dus dat gaan we doen. Dan ga ik door naar het volgende en dat gaat over communicatie en in het bijzonder begrijpelijke communicatie. Als we minder investeren in begrijpelijke taal voor inwoners en voor medewerkers, groeit de werkdruk elders. Dat leidt tot meer vragen, meer fouten en meer frustratie. Daarom hebben we ook een amendement ingediend en dat heet Heldere taal om ook die bezuinigingsmaatregel niet door te voeren. Dan komen we bij personeel en organisatie. Er is al eerder over gesproken vandaag. De heer Roeling gaat daar de komende tijd nog wat nader onderzoek naar doen. Wij vinden minder managers en meer mensen aan de balie een goed streven, maar het moet ook niet een te platte organisatie worden. Dus wij zijn positief over de voorgestelde reductie van het management.
Minder lagen in de organisatie kan bijdragen aan efficiëntie en directe communicatie, maar het schrappen van vacatures voor cruciale functies, zoals beleidsmedewerker landelijk gebied, een bedrijfscontactfunctionaris en medewerker dienstverlening is voor OGP Midden-Delfland onacceptabel. Zeker in een gemeente als de onze, met een buitengebied vol ruimtelijke uitdagingen, agrarische belangen en natuurdoelen, is expertise geen luxe, maar noodzaak. Dit doen we dan samen met de VVD. Onze lokale ondernemers verdienen in deze tijd een vast aanspreekpunt. Die verbinding is essentieel voor vertrouwen, samenwerking en economische veerkracht. En tot slot. Minder mensen aan de balie, betekent langere wachttijden, meer fouten en lagere tevredenheid. Dat is niet de gemeente die wij willen zien. Daarom dienen wij de volgende amendementen in en dat is dan het gezamenlijke amendement met de VVD Behoud van de contactfunctionaris. Dat is fiche 81. Fiche 80 dus, Beleidsmedewerker landelijk gebied behouden en fiche 82 Medewerker dienstverlening behouden. Er is al eerder over gesproken vanavond: investeren in jong talent en taalvaardigheid is investeren in de toekomst en in een toekomstig bestuur. Het schrappen van het traineeshipbudget is op het eerste gezicht een besparing, maar in werkelijkheid is het een gemiste kans. Trainees brengen vernieuwing, energie en betrokkenheid.
Juist in de krappe arbeidsmarkt zijn dat de mensen die je
18
aan je moet binden. OGP Midden-Delfland heeft dan ook op dat thema al een paar amendementen ondertekend, waaronder dat van Jong Midden-Delfland van de VVD. Ook het schrappen van taaltraining van medewerkers is wat ons betreft geen optie. Heldere taal is het fundament van een toegankelijke overheid, zeker in een gemeente waar we juist werken aan begrijpelijke communicatie. Papieren besparing met risico's. Sommige besparingen in de kadernota zijn theoretisch aantrekkelijk, maar praktisch onverstandig. Zoals het verlagen van het mediation budget op veiligheid. Daar is al weinig ruimte en bij de omgevingsplannen is het risico groot dat de rekening alsnog komt. Daarom stellen wij voor om hier niet € 100.000,00 maar € 75.000,00 structureel te schrappen. Dan de verzekeringen. Juist nu blijkt dat de risico's groter zijn dan gedacht, lijkt het onverstandig om hierop te bezuinigen. Daarom dienen wij een motie in, die heet – dat zou toch sommigen heel erg moeten aanspreken – Verzekeringen penny wise, pound foolish. Dan gaat mijn collega het dictum weer voorlezen. De voorzitter: Hierbij geef ik het woord aan mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Mevrouw Koppert: Deze motie dienen wij in namens OGP Midden-Delfland, Mijn Partij en D66.
Ondergetekenden roepen het college op het verzekeringspakket, inclusief alle genoemde verzekeringen nogmaals kritisch tegen het licht te houden en te evalueren of overstappen naar andere maatschappijen mogelijk kostenbesparend kan zijn zonder de essentiële dekking in gevaar te brengen, in het bijzonder de ongevallenverzekering BHV/stagiaires/ambtenaren te behouden met een verhoogd eigen risico, gezien het belang van dekking tegen letselschade en politiek molest. Het derde punt: bij de evaluatie rekening te houden met de langetermijnkosten en risico's, waarbij het principe 'penny wise, pound foolish' wordt vermeden door noodzakelijke verzekeringen te behouden. En het vierde punt: de uitkomsten van de evaluatie en het voorgestelde actieplan te verwerken in de begroting 2026-2029. De heer Jongsma: Informatievoorziening is geen luxe. Zichtbaarheid is belangrijk, de WOS en de digitale informatieborden spelen daarin een rol. De voorgestelde bezuinigingen leveren relatief weinig op – we hebben het over € 500,00 – maar schaden onze communicatie en profilering. Waarom niet kijken of ondernemers of instellingen mee willen doen in de exploitatie van bijvoorbeeld de borden? Daarom hebben wij een amendement ingediend Communicatie doet ertoe!, dus dat stelt voor om de fiches die daar betrekking op hebben, gewoon te schrappen. Dan nog eentje over de Woudseweg 7.
Dat is een juridische verplichting en wat ons betreft geen keuzemogelijkheid. Het voorstel om de huur van Vereniging Saluutbatterij Atkins op te zeggen, lijkt een eenvoudige besparing. Dit is een juridische valkuil. Kanonnen en wapens vallen onder de Wet wapens en munitie. Zolang er geen vergunde alternatieve locatie is, mogen deze objecten helemaal niet verplaatst worden. Een overhaaste huuropzegging kan dus juridische en financiële problemen brengen. Daarom dienen wij, samen met Mijn Partij, het volgende amendement in, amendement fiche 21 - Woudseweg 7. Ik had het eerst 'Duizend bommen en granaten' genoemd, maar ik heb er uiteindelijk maar van gemaakt 'Geen huuropzegging zonder alternatief'. Dan nog even over de toeristenbelasting. Dat willen wij graag met beleid doen. Toerisme draagt bij aan het imago, de economie en de leefbaarheid van Midden-Delfland. OGP Midden-Delfland heeft al eerder gepleit voor een evenwichtige toeristenbelasting van € 2,25 per persoon per nacht. Dat lijkt ons redelijk in vergelijking met andere Cittaslow-gemeenten en biedt rechtvaardiging voor de ondernemers en duidelijke richting voor bezoekers. Maar wellicht zijn er betere of alternatieve opties. Daarom kiest OGP Midden-Delfland ervoor om samen met onder andere D66 te gaan voor de motie Onderzoek betere differentiatie toeristenbelasting voor Midden-Delfland. Tot slot. Niet bezuinigen, maar kiezen.
Voorzitter, bezuinigen is geen doel op zich, het gaat om kiezen. Een keuze maak je niet alleen op financiële gronden, je maakt een keuze op basis van visie, van waarde en van verantwoordelijkheid. Laten we ons landschap niet verarmen, laten we onze gemeenschap niet kwetsbaarder maken, laten we niet besparen op dingen die op termijn onherstelbare schade doen. OGP Midden-Delfland kiest bewust, niet voor wat het meest oplevert, maar wat het meeste bijdraagt aan een sociaal, duurzaam en veerkrachtig Midden-Delfland. Wij horen graag van het college hoe het aankijkt tegen de verschillende amendementen en moties en welke mogelijkheden het ziet.
19
De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma en mevrouw Koppert, die vervolgens ook de amendementen en moties indient. Dank u wel en dan ga ik tot slot naar de heer Ringeling. Last but not least, de heer Ringeling van de ChristenUnie, aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, als je als laatste aan het woord bent, is er in principe al heel veel gezegd. Ik zal proberen zo min mogelijk herhaling te treden, ook omwille van de tijd. Ik begin wel met een herhaling. Dat is dat ik nogmaals mijn dank en waardering wil uitspreken voor het college en het ambtelijke apparaat voor de goede voorbereiding, heel goed werk gedaan. En ook dank aan mijn collega-raadsleden voor de prettige en constructieve samenwerking in aanloop naar deze raadsbehandeling en vooral ook collega Peter van Rijs die ons heeft meegenomen in dit hele proces. Er is een aantal amendementen waar brede steun voor was gezamenlijk opgesteld en door de heer Van Rijs ook op een eerlijke manier verdeeld over de fracties. Wij hebben er twee. Die zal ik straks ook indienen en even kort toelichten en vanuit onszelf hebben we ook één amendement. De vorige spreker had het over het kompas van hoe de fractie van de OGP Midden-Delfland naar het stuk heeft gekeken. Ons kompas als ChristenUnie is 'Iedereen in Midden-Delfland doet mee en telt mee'. Zo hebben wij ernaar gekeken. Dat is ook ons uitgangspunt geweest.
Voorzitter, wij hebben als eerste amendement dat ik wil toelichten het amendement dat gaat over de fiches 30, 37 en 38. Dit amendement zal ik even kort toelichten. Wij zijn heel blij dat dit amendement wordt ingediend. In fiche 30 wordt een voorstel gedaan voor bezuiniging van € 30.000,00 op de WSW, Wet sociale werkgelegenheid. Dan kijk ik even naar rechts, sociale werkvoorziening, ik kan niet zo lang onthouden hè? Het was mij voor de vergadering al gezegd. Voorzitter, deze bezuiniging is strijdig met ons uitgangspunt, iedereen telt mee en iedereen doet mee. De voorgestelde bezuiniging kan ertoe leiden dat mensen buiten de boot vallen. Het is voor iedereen belangrijk dat zij een zinvolle dagbesteding hebben en ook een positieve bijdrage kunnen leveren aan de maatschappij. Met deze bezuiniging lopen we trouwens ook het risico dat we de landelijk opgelegde taakstelling niet kunnen halen. Vandaar dat wij hiertegen zijn. Het tweede fiche van het amendement, nummer 37, heeft betrekking op de voorgestelde bezuiniging op de antidiscriminatievoorziening. Het gaat hier om relatief klein bedrag, maar dat is eigenlijk niet het belangrijkste. Het gaat vooral om het signaal dat je afgeeft. We hebben op dit gebied namelijk als land, maar ook als Midden-Delfland, nog een flinke inhaalslag te maken.
Als ik lees in het fiche onder het kopje 'efficiëntie en effectiviteit', en dan citeer ik uit het fiche, "De voorgestelde maatregelen hebben geen effect op de huidige dienstverlening. Wel hebben we minder ruimte om dienstverlening aan te bieden aan mensen met een beperking of die behoren tot de LHBTIQ-gemeenschap". En in het fiche onder het kopje 'toekomstige impact' staat 'een minder inclusieve samenleving'. Dan denk ik direct: dit moeten we niet willen. Dat moet we dus niet steunen. Het derde fiche binnen dit amendement gaat over het niet meer bekostigen van de Anne Frank Krant waardoor deze mogelijk zou kunnen verdwijnen. Ik denk dat het geen verdere toelichting behoeft waarom wij hiertegen zijn. Voorzitter, het volgende amendement gaat over de bezuinigingen op het armoedebeleid. Het is iets dat we koste wat het kost moeten vermijden. Het kan niet zo zijn dat we minder ondersteuning gaan bieden aan mensen die om wat voor reden dan ook deze hulp hard nodig hebben. Dat kunnen we als beschaafde Midden-Delflandse samenleving niet maken. Daarom zijn wij ook tegen deze bezuiniging. Dat amendement wordt breed gesteund door Mijn Partij, CDA, OGP Midden-Delfland, D66 en wij dus. Voorzitter, het laatste amendement is het amendement waar het gaat om de bezuiniging op de gelden voor lokaal onderwijsbeleid.
We hebben volgens mij twee, drie jaar geleden hier in de raad, met dezelfde raad, gesproken over nut en noodzaak van preventie. Met als risico dat ik zo meteen de heer Gebben bij de knop krijg: we hebben toen in grote meerderheid ervoor gestemd om in te zetten op preventie. Dat was met name in relatie tot de hoge kosten van de jeugdzorg. De overgrote meerderheid van de raad stemde er toen mee in om meer in te zetten op preventie. Als er nu een pakket aan maatregelen is, of een budget dat zich richt op preventie, is dit het wel. De LOB-middelen, zo noem ik ze maar even, worden bijvoorbeeld ingezet voor kinderen die om allerlei uiteenlopende redenen tussen wal en schip dreigen te raken van wie het nodig is om ze te ondersteunen, zodat ze met die extra ondersteuning de eindstreep van hun educatie kunnen halen. Dan had ik een punt, dus… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben van de VVD. 20
De heer Gebben: De ChristenUnie heeft er eigenlijk zelf een beetje om gevraagd. We hebben ingezet op preventie, maar het aantal jeugdhulpbehoevenden is alleen maar toegenomen en de kosten zijn ook dit jaar weer € 500.000,00 boven het budget gekomen. Waar ziet de ChristenUnie het effect van preventie? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Gebben. Het woord is aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Soms zijn er maatregelen die al heel snel effect hebben. Maar soms zijn er maatregelen die wat tijd vergen en een lange aanloop hebben maar zich dan dubbel en dwars terugbetalen. Als je nu inzet op kinderen die nu met school beginnen, dus groepen 1 en 2, voordat ze echt met een achterstand kampen, heeft het effect op langere termijn. Dus dan moet je niet na twee jaar al zeggen 'hé, waar is het effect?' Dat duurt zeker vijf à zes jaar. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Dan is natuurlijk de logische vervolgvraag: we doen dit al zes jaar. Wanneer komt dat effect, denkt de ChristenUnie? De voorzitter: Dank u wel. De heer Ringeling. De heer Ringeling: Weet u wat het is? Ik ga het u zeggen. Als je op een vroeg moment die ondersteuning biedt, kun je later, over een paar jaar, als ze iets ouder zijn, zien dat ze of niet in de jeugdzorg terechtkomen, of in de minder zware categorie. Ik ben niet echt heel deskundig, maar dat maakt niet uit.
Daardoor kun je dus die hulp binnen de gemeente bieden en voorkom je dat ze hulp buiten de gemeente moeten zoeken. Dus je bespaart op andere terreinen. Maar dat is iets dat wel even de tijd moet krijgen. Ja, ik ga verder. Door zo goed mogelijk aanvullende zorg en ondersteuning in de nabije omgeving van het kind te kunnen regelen, kunnen we dus bijvoorbeeld later kostbaar leerlingenvervoer voorkomen. We voorkomen zoveel mogelijk dat hulp en ondersteuning buiten de gemeente gezocht moet worden. Het is eigenlijk, mijnheer Gebben, ook niet echt een bezuiniging, maar het is over een paar jaar een besparing. Het is nu een bezuiniging die over een paar jaar een besparing oplevert. Dus nu noemen we het een bezuiniging, maar het is niet de juiste benaming eigenlijk. Voorzitter, daarom dienen wij een amendement in. Het amendement voor lokaal onderwijsbeleid wordt medeondertekend door D66, OGP Midden-Delfland en Mijn Partij. Daar houd ik het voor dit moment bij. Dan breng ik de drie amendementen naar u toe want ik heb niet zo'n assistent die dat kan doen. De voorzitter: We zien hier weer een mooie coproductie. Dank u wel de heer Ringeling, ook u bedankt voor uw inbreng. Er is in nu vanuit de eerste termijn een vijftal moties ingediend. We zijn in de nummering bijna het hele alfabet door, als ik het zo zie. We zijn bij de U beland, van A tot en met U, als het gaat om de amendementen.
In de eerste termijn wil ik nu heel graag het woord geven aan wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, gezien de hoeveelheid moties en amendementen kan ik me voorstellen dat het straks makkelijker is als we dat helemaal op een rijtje hebben en daar dan verder op ingaan. Ik denk dat het goed is dat wij als college in eerste termijn reageren in zijn algemeenheid en op een aantal vragen ingaan die gesteld zijn zodat we later nog terug kunnen komen op specifieke moties en amendementen. Voorzitter, meerdere partijen hebben erover gesproken, in de commissie is het besproken, maar we zijn dit proces om te komen tot deze kadernota begonnen ongeveer een dag na de begrotingsbehandeling van vorig jaar. Toen al was duidelijk dat er in 2026 een flinke uitdaging op ons lag te wachten. Noem het het ravijnjaar, noem het anders, maar we wisten dat we aan de bak moesten. Meerdere partijen hebben er ook aan gerefereerd dat we ongeveer voor € 3 miljoen aan maatregelen zouden moeten ophalen. Daar zijn we in januari mee begonnen. We hebben opgehaald, we hebben gewogen, we hebben verwerkt en toch bleef er een tekort, ondanks deze uitgangspositie. De heer Roeling meldde al dat wij met € 500.000,00 naar de raad zijn gegaan. Niet om te zeggen 'wij weten het niet meer, doet u 21
het maar', maar omdat wij het gevoel hadden dat wij met alle maatregelen die we voorgesteld hebben – en ik hoor ook aan uw amendementen hoeveel pijn sommige kleine maatregelen gedaan hebben, hoeveel pijn keuzes die we gemaakt hebben en voorgesteld hebben, gedaan hebben – hebben gezegd 'wij kunnen op dit moment niet meer dan dit doen en we zullen met u als raad in gesprek moeten om gezamenlijk keuzes te maken om de kaders te vragen bij deze kadernota, zodat we in de zomer met een gerichte opdracht een aantal, misschien nog wel pijnlijker, keuzes zouden kunnen maken'. Dus dat was zeker niet bedoeld om het balletje bij u neer te leggen. Maar na de meicirculaire en met een gunstige ontwikkeling van het dividend van Juva, ziet het plaatje er opeens anders uit. Er blijft, ook dat is al benoemd, per saldo nog steeds een bezuinigingsopgave. De urgentie blijft maar het biedt ruimte voor heroverweging van een aantal keuzes. Ik wil ook de waardering uitspreken aan de raad voor het feit dat u in gezamenlijkheid aangeeft wat voor u belangrijk is. Dat maakt voor ons overzichtelijk wat we bij de opwerking van de begroting te doen hebben. Wel moeten we waken voor terugdraaien van te veel en moeilijke keuzes.
Het is belangrijk om naar de lange termijn te blijven kijken en we zullen ook ruimte nodig hebben voor financiële mutaties die de komende maanden, maar ook de komende jaren nog op ons afkomen. Voorzitter, ik zie een interruptie. De voorzitter: Excuus. De heer Roeling van Mijn Partij, een interruptie. De heer Roeling: Dat 2026 geen ravijnjaar wordt, maar 2028 dat wordt, moesten wij van onze accountant vernemen. Ik zou graag van de wethouder de bevestiging willen dat niet 2026 maar 2028 het ravijnjaar wordt, dus dat we ons daar meer op focussen dan op 2026. Ook nu hoor ik de wethouder niet zeggen 'er komt weliswaar een ravijnjaar aan, maar dat is pas over twee jaar'. Kan de wethouder dat beamen? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is weer aan de heer Voskamp, de wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, zoals ik daarnet aangaf, hebben we bij de begroting het meerjarenperspectief laten zien waar toen al een enorme opgave in zat, zowel in 2026, 2027, 2028 toen 2029 nog niet bekend was.
Wij hebben u, zodra we daar meer informatie over hadden, dat was rond de meicirculaire, maar ook in deze kadernota, al laten zien wat het meerjarenperspectief was en dat er voor alle vier de jaarschijven op dat moment een grote opgave overbleef, tot het moment dat we de meicirculaire hebben verwerkt en u die hebben toegestuurd, waaruit bleek dat we, na de voorjaarsnota, waarin het rijk een aantal dingen heeft gerepareerd, voor 2026 en 2027 een stuk compensatie krijgen en er voor 2028 en 2029 nog steeds een opgave overblijft. Dat is niet meer het ravijnjaar, want we hebben voor alle vier de jaarschijven op dit moment een positief saldo. Maar het is wel de waarschuwing, ook aan u als raad, dat u bij het kiezen voor een aantal maatregelen het meerjarenperspectief in de gaten moet houden omdat we onszelf anders in de toekomst met een groter probleem opzadelen. Dus op dit moment, houden we met de maatregelen die er zijn, zelfs met de gezamenlijke amendementen van de raad, een positief saldo over voor de komende vier jaren. In 2028 en 2029 zit daar, ook vanuit de voorjaarsnota genoemd en in de meicirculaire verwerkt, een enorme opgave op het jeugddomein. Dus dat betekent wel dat als we op dat moment – het rijk heeft daar een aantal bezuinigingen ingeboekt die meegenomen zijn – die bezuinigingen niet halen, onze opgave in 2028 en 2029 nog groter zal worden.
Voorzitter, dan een generieke reactie van het college op de amendementen. Ik doe dat een beetje vanuit het financiële oogpunt, maar u zult begrijpen dat dat in eerste instantie voor ons voor het perspectief geldt. De collega's zullen eventueel op de specifieke moties vooral op de inhoud reageren. Met de lijst met ingediende amendementen waar op basis van de ondersteuners al een meerderheid voor is, kan het college sowieso instemmen. In de lijst van de overige amendementen zitten een paar grote posten die vooral met vacatures te maken hebben. Het gaat hierbij om bovenwettelijke taken en vacatures die al langere tijd niet ingevuld zijn. Daarentegen zien wij als college dat er op andere plekken binnen de organisatie juist behoefte is aan meer capaciteit, maar dat dit, gelet op de financiële opgave, niet voorgesteld is in de kadernota. Daarom willen we als eerste kijken hoe we dit allemaal anders kunnen inrichten. Het college roept op om zeer terughoudend te zijn met deze amendementen. Het alsnog opvoeren van afgeraden fiches adviseren wij niet te doen omdat het effect of ongewenst is of op dit moment niet voldoende bekend is. Afhankelijk van het saldo dat de komende jaren overblijft, zou het kunnen dat we alsnog extra bezuinigingsopgaven hebben. Door een teveel aan 22
aangenomen amendementen wordt de speelruimte om maatregelen op te voeren wel heel beperkt. Immers, als u alle maatregelen via amendementen weg zou stemmen, dan kunnen we die ook niet inzetten om een eventueel tekort richting november weer terug te draaien. Dan de generieke reactie qua moties. De oproep om zaken nader te onderzoeken zullen we oppakken, maar we gaan er daar als college wel van uit dat dat op dit moment zonder financiële consequenties zal zijn. Voorzitter, ik ga de inbreng van de fracties langslopen om te kijken of ik daar nog op specifieke punten kan reageren. Ik heb het bij de heer Roeling gehad over het doorschuiven van de bal in het kader van de extra opgaven die we nog open hadden staan. Verder werd genoemd om het straatwerk naar voren te halen. Ik zie dat vooral als een boekhoudkundige actie, want als we op dat moment moeten gaan activeren, komen de kosten toch weer in de verschillende jaarschijven terug. Ik heb niet het idee dat dat zoveel soelaas gaat bieden in de financiële uitwerking. De toeristenbelasting, daarover verschillen we van mening of in ieder geval is niet helemaal duidelijk wat precies bedoeld wordt. We hebben het over regeldruk. Er wordt opgeroepen om de regeldruk te verlagen. Volgens mij hebben we daar een voorstel voor gedaan waar we samen met de bedrijven uit de toeristenbranche akkoord over hebben.
Zij zien dat als iets dat een goed werkbare situatie is. Ik hoor weer dat er over regeldruk gesproken wordt. Ik ben toch wel heel benieuwd welke regeldruk er dan ervaren wordt. Als ik dan kijk naar de motie die daarvoor wordt aangedragen, lijkt het alsof we de bal wel heel erg bij één bedrijf aan het leggen zijn. Mogelijk dat we met differentiatie van de tarieven juist extra regeldruk aan het toevoegen zijn. Even kijken, voorzitter. In generieke zin heb ik aangegeven dat de oproep van de VVD om de ondernemers en het aanspreekpunt van de ondernemers vast te houden, wat ons betreft, niet zou moeten gebeuren omdat we juist met deze drie vacatures die genoemd worden, willen kijken of dat op een juiste manier ingezet kan worden voor andere posten waar de inwoners en de bedrijven ook uiteindelijk profijt van zullen hebben. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland, aan u het woord. De heer Jongsma: Voorzitter, ik wil de wethouder wat vragen. Hij had het zonet over bovenwettelijke taken of taken die niet primair voor de gemeente zijn. Zijn dit dan die bovenwettelijke taken of hoe duidt u deze drie vacatures of functies? De voorzitter: Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja, deze vacatures zijn inderdaad bovenwettelijke taken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben, VVD, aan u het woord.
De heer Gebben: Voorzitter, graag wat duidelijkheid over wat er precies bedoeld wordt met 'we schrappen 3 fte bovenwettelijke taken, daar gaan we in de organisatie iets anders mee doen'. Wat betekent dat effectief voor de ondernemers? Ik heb het idee dat dat niet heel concreet gemaakt is, dus als dat toegelicht kan worden, hoor ik het graag. De voorzitter: Dank u wel, het woord is vervolgens aan de wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, wat dat effectief voor de ondernemers zou betekenen, moeten we nog verder onderzoeken. Er is een aantal taken waar op dit moment door de organisatie wel van aangegeven is dat het knelt, maar waarop nog geen voorstellen zijn gedaan, juist vanwege het financieel perspectief dat er op dit moment is. Als we op dit moment die vacatures weer terugdraaien, schrappen we wel heel veel speelruimte richting de begroting van 2028. We hebben aangegeven dat daar het laagste saldo zit. Dat ontneemt ons de mogelijkheid om, samen met u, maar op voorstel van het college, verder te kijken welke mogelijkheden er zijn om de dienstverlening op wettelijke taken op een juiste manier uit te kunnen blijven voeren. Voorzitter, dan de motie over de elektrische vuilniswagens. Ik snap de oproep. Ik zal ook zeker mijn best doen om daaraan gehoor te geven. Ik wil daaruit twee dingen opnemen. U heeft een bedrag van € 52.000,00 genoemd.
Volgens mij zijn dat de kosten waarvan Avalex heeft aangegeven dat dat de meerprijs is van een elektrische vrachtwagen. Ik heb inmiddels begrepen 23
dat die kosten ietsje lager zijn, dus de besparing is waarschijnlijk niet die € 52.000,00. Op dit moment rijden er bij ons elektrische vrachtwagens, maar hoeven we daar niet voor te betalen. Dus op dit moment zou dit betekenen dat wij daar geen besparing op gaan halen, maar misschien wel andere auto's rijden. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk, VVD. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. Kan de wethouder dan aangeven of er wel een prijsdifferentiatie is in de producten- en dienstencatalogus? Bij mijn weten is er gewoon geen keuze. Er zijn gewoon ritprijzen en dat is het. Dus hebben we die keuze in de producten- en dienstencatalogus? Dat is de concrete vraag. De voorzitter: Dank u wel, wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik dacht dat ik probeerde duidelijk te maken dat we die keuze dus niet hebben. Er is geen differentiatie, dus op dit moment betalen we per ritprijs en krijgen we of een elektrische of een dieselwagen, die overigens ook zeer aan de schone kant zijn. Dus we zullen dit moeten bespreken met Avalex en kijken wat daar voor mogelijkheden zijn. Mogelijk dat we gezamenlijk, met alle gemeenten binnen Avalex, een keuze kunnen maken in het kader van het temporiseren van de investeringen op het gebied van de elektrificatie. Voorzitter, ik zie een interruptie.
De voorzitter: Mevrouw Koppert, OGP Midden-Delfland, aan u het woord. Mevrouw Koppert: De heer Voskamp, de wethouder, gaf net al aan 'de besparing is waarschijnlijk minder dan € 52.000,00 en het wordt nu al niet in rekening gebracht'. Als ik kijk naar de stukken van Avalex, is onze grootste kostenbesparing € 360.000,00 per jaar als we de restafvalstroom weten te verminderen. Dus is de wethouder het met mij eens dat het beter is om te besparen op restafval dan op elektrificatie van auto's? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, bij besparingen kan je denken in en/en of of/of. Ja, ik ben het met u eens dat besparen op het restafval en een groter effect zal hebben, maar dat neemt niet weg dat er ook mogelijk nog een besparing te realiseren is op het temporiseren van deze elektrificatie. Voorzitter, een korte reactie op de VVD over de kerstboom. Ik denk dat sommige initiatieven waar we keuzes hebben gemaakt, juist nu de mogelijkheid geven aan andere mensen om het initiatief op te pakken en zelf iets te gaan doen. Dat gebeurt in verschillende kernen op verschillende wijzen ook. De ene kern pakt iets zelf op, de andere kern komt bij de gemeente aankloppen voor een bijdrage. Door juist dit soort zaken misschien niet te doen, of voor te stellen om het niet te doen, wil niet zeggen dat de kerstboom er niet komt.
Maar het wil wel zeggen dat wij als gemeente niet per se en direct aan de lat staan om dat te financieren. Mogelijk dat er heel mooie initiatieven komen, vanuit ondernemers bijvoorbeeld, die zeggen 'hé, hier ga ik voor. Hier ga ik me hard voor maken.' Voorzitter, dan verder nog de vergelijking met het azc. Volgens mij was het de heer Vieira die al vanuit D66 reageerde daarop. Wij hebben op dit moment een positief saldo op onze begroting vanwege de komst van het azc. Ik zou in ieder geval willen voorkomen dat het beeld ontstaat dat we daar geld aan verliezen. Bij D66 hebben we het over de motie toeristenbelasting al gehad. De bezuiniging op het traineeship. Ik snap de vraag. Wij stellen voor om op het traineeschip structureel te bezuinigen, maar dat eventueel incidenteel toch nog op te voeren. Dat kan. Die mogelijkheid hebben we ook. Dat helpt ons uiteindelijk in ons saldo in de begroting. In uw motie roept u volgens mij op om de bezuiniging niet te doen en daarna doet u een aantal oproepen om te zoeken naar een regionale samenwerking. Dat hebben we al eens een keer gedaan. Dat lijkt niet echt kansrijk, maar het voorstel om creatief te kijken naar een invulling en dat we belang hechten aan het besluit, daar kunnen we als college mee instemmen.
Dus wat ons betreft zou het schrappen van de eerste bullet een eerste stap zijn, met een kleine winstwaarschuwing dat de tweede bullet met regionale samenwerking al een uitdaging zal zijn omdat we daar al eens naar gekeken hebben. 24
Even kijken hoor. Ja voorzitter, we hebben meerdere voorstellen gedaan waarin we zo goed als mogelijk vooraf hebben gekeken en besproken met partijen dat er voorstellen aan zaten te komen, maar niet concreet ingevuld. We hebben altijd gezegd 'wij werken iets op. We leggen dat aan u voor' en daar zit spanning op. Dat betekent dat sommige zaken eerder bij u waren dan uiteindelijk bij de partijen waar het over ging. In die zin kijk ik even naar OGP Midden-Delfland, concreet in verband met de samenwerking met LTO en de inzet van IODS-gelden. Dat is op die manier niet vooraf opgepakt. Dat we daar nog een gesprek moeten hebben over hoe we dat verder gaan invullen en of dat wel op deze manier exact kan, is zeker het geval. Voor wat betreft het salaris van de medewerkers zijn dat medewerkers die ook echt aan Duurzaam Boer Blijven werken. Dus dat is ook iets dat we al jaren op die manier doen, met goedkeuring van LTO. Voor wat betreft de inzet op de CBG-gelden, daar moeten we verder kijken wat er kan. Wij denken dat we het kunnen uitleggen dat dit voor het landschap uiteindelijk een plus zou kunnen betekenen. Ik wil daar een heel klein beetje aan toevoegen. Er werd op enig moment gezegd dat het geen spaarpot is, maar dat is het dus ook niet. We moeten ook wel met elkaar dingen doen die juist goed zijn voor het landschap. Even kijken of ik nog vergeten ben.
Voorzitter, volgens mij ben ik op deze manier alle partijen afgegaan waar echt specifiek iets lag en mij bekend was wat er gevraagd werd. Daar heb ik geprobeerd te reageren. Het zou kunnen zijn dat als we straks een overzicht hebben, we nog even terug moeten komen om op details van andere amendementen of moties in te gaan. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Vieira, D66. De heer Vieira: Voorzitter, ik heb een vraag en ik weet niet of de wethouder dit weet. OGP Midden-Delfland gaf aan dat, naar ik meen bij Woudseweg nummer 7, uit mijn hoofd, een opslag was van gevaarlijke explosieven en dat het daardoor niet opgezegd kon worden. Dat verandert natuurlijk het perspectief, dat is wat anders dan wanneer je zegt 'twee sportverenigingen gaan in één gebouw'. Wat kan het college hierover zeggen? De voorzitter: Dank u wel. Wethouder Voskamp.
Wethouder Voskamp: Voorzitter, toen ik vanmiddag bezig was met voorbereiden van deze raadsvergadering, had ik bedacht dat ik een stukje tekst aan het einde zou kunnen delen met u, waarin wij aangeven dat er voor ons als college, zelfs met alle besluitvorming en de zorgvuldigheid waarmee hier nu vandaag en voorafgaand aan deze vergadering een en ander is opgewerkt, er nog steeds zaken overblijven die we moeten uitzoeken en waar we misschien nog wat verder moeten kijken omdat de maatregel an sich bijvoorbeeld sympathiek is of kansrijk lijkt te zijn, maar de uitvoering van die maatregel misschien nog wat haken en ogen kent en verder uitgewerkt moet worden. Ik denk dat dat een deel van het antwoord is dat ik hierop kan geven. Richting de begroting zullen we met de kaders die u straks stelt, met de maatregelen wel en niet, aan de slag gaan. Dat betekent dat we voor sommige maatregelen nog verder uitzoekwerk te doen hebben voordat we dat ook daadwerkelijk kunnen invoeren. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp en ik zie een interruptie van de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland. Aan u het woord. De heer Jongsma: In reactie op de beantwoording van de wethouder. Wat is dan nu concreet het advies van deze wethouder op dit punt? Is het dan op dit moment 'voorlopig dat fiche maar even niet inzetten?' Dus wij zeggen, met zijn allen, 'doe het niet'.
En u de ruimte geven? Of moet ik met een motie komen? Wat is handig in dezen? De voorzitter: Dank u wel. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, over welk fiche hebben we het dan specifiek op dit moment? De heer Jongsma: We hebben het over duizend bommen en granaten. Wethouder Voskamp: Ja. Woudseweg 7. Maar ik zoek eigenlijk eventjes naar een nummer. Dat is misschien wel een detail… 21? 25
De voorzitter: Fiche 21. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, ik moet het hier nu opzoeken. Nogmaals, ik snap uw overweging. Ik heb aan het begin geprobeerd aan te geven dat ik de keuzes die de raad heeft gemaakt en raadsbreed voorstelt om in ieder geval niet te doen, kan ondersteunen, maar dat we verder terughoudend staan ten opzichte van nog verder schrappen van fiches. Misschien denk ik dat het goed is dat wij uiteindelijk pleiten voor wat vrijheid richting het opwerken van de begroting om de zaken waar u specifiek vanavond aandacht voor heeft gevraagd nog eens even goed te bekijken of dat op die manier kan. Als het ons niet lukt om een huur op te zeggen voor een partij die geen plek heeft om heen te gaan, omdat er met wapens en vuurwerkzaken gewerkt wordt, kunnen we dat dus niet zomaar doen en dan moeten we daarnaar kijken. Dat zou kunnen betekenen dat sommige maatregelen niet uitgevoerd kunnen worden, niet volgend jaar uitgevoerd kunnen worden of niet uitgevoerd kunnen worden zonder dat we daar bijvoorbeeld wat frictiekosten voor maken. Dat is, in zijn algemeenheid, mijn reactie op de heer Jongsma. De voorzitter: Dank u wel de heer Voskamp en ik kijk naar collega-wethouder Oderwald om te zien in hoeverre die ook nog een toelichting wil geven op vragen die gesteld zijn.
Wethouder Oderwald: Voorzitter, ik zal me beperken tot vragen die gesteld zijn op de portefeuilles die ik op dit moment in bezit heb en een paar kanttekeningen plaatsen voor enige nuancering die soms nodig is, in aanvulling op wat al door mijn collega Voskamp is gedaan. Allereerst straatwerk naar voren halen. Daar heeft de heer Voskamp ook al aan gerefereerd. Dat zal niet zo eenvoudig zijn. We zullen wel zien, dat zullen inwoners ook zien, dat we de aanpak van het onkruid dat op dit moment op de wegen groeit, de komende periode na de aanbesteding weer goed zullen vervullen. Dat in antwoord op de vraag die de heer Roeling stelde, die naar ik zie, niet aanwezig is op dit moment. Dan is er nog een aantal punten benoemd. Ik zoek ze even op tussen al mijn aantekeningen. Ik heb de VVD horen zeggen 'werken moet altijd lonen'. Daar ben ik het helemaal mee eens en dat hebben wij ook bekrachtigd in ons beleid dat we zo onlangs met de raad hebben vastgesteld, het plan voor geldzorgen, armoede en schulden. Het integratie- en participatiebeleid heeft u vorig jaar vastgesteld.
In een van die trajecten kwam ook het onderzoeksrapport van KWIZ naar voren, waarin ook duidelijk aangegeven staat dat de beleidsregels en de acties en de uitvoeringsagenda die Midden-Delfland heeft, de pakketten die we hebben om mensen in een mindere positie te ondersteunen, ervoor zorgen dat geen armoedeval aangemoedigd wordt. Dus die kanttekening wil ik daarbij plaatsen. Dan zijn er amendementen op onderwijsachterstandenbeleid en bijvoorbeeld op beschut werk, om die bezuinigingen terug te draaien. Ik snap dat. Dat is kwetsbaar. Wat we daar vooral doen, is strakker begroten. Dus het zou dan betekenen dat we eerder bij u terugkomen in de raad, maar we gaan in de uitwerking richting de begroting erop terugkomen hoe we dat precies doen. We hebben u gehoord dat u dat liever niet wilt, maar wat ons betreft, was het ook niet onmogelijk om te doen. Dus die kanttekening wil ik daarbij plaatsen. Dan is er ook een amendement geweest op het gebied van dienstverlening. Daarbij is het absoluut niet de bedoeling om baliecapaciteit te verminderen. Dat is juist niet wat er in het fiche stond. Het gaat er juist om hoe we projectmatig de verbetertrajecten in de organisatie beleggen en hoe we die vacatureruimte invullen en hoe we daarmee omgaan. Daar sluit ik me aan bij wat de heer Voskamp al zei over vacatureruimte, we willen gewoon kritisch blijven kijken naar wat we doen.
Ik begrijp wat u bedoelt, dienstverlening is hartstikke belangrijk voor onze inwoners en wachtrijen zijn niet nodig. Maar dat is ook niet het effect van het fiche dat hier voor ons lag. Tot slot bij de WSW. Mensen stromen niet meer in in de WSW. Dan gaat het om beschut werk. Dat is een ander wettelijk kader. We zien dat niet gebeuren en ook daar geldt eigenlijk dat strakker begroten. Maar ik heb vooral van u gehoord dat diverse fracties aandacht hebben gevraagd voor de jeugdzorg. Dat is een onderwerp dat heel belangrijk is. Niet alleen in Midden-Delfland, maar in alle gemeenten is dat een grote kostenpost die steeds maar toeneemt. Wij hebben daar al langer een lokaal actieprogramma op staan. We gaan ermee aan de slag. We gaan met u in dit najaar over verordeningen praten om de reikwijdte, waar we lokaal in de positie zijn om dat aan te pakken, aan te pakken. U kent – dat hebben we vorige week besproken – de regionale aanpak. Maar ook landelijk loopt er nog altijd een lobby vanuit de VNG om kosten gecompenseerd te krijgen en daar 26
niet alleen voor te staan want die decentralisatie heeft nog niet echt zijn uitwerking gehad zoals iedereen dat gehoopt had. Maar het belangrijkste dat ik u daarbij aan wil geven is dat de samenleving ook niet maakbaar is. Het zijn openeinderegelingen en we doen heel hard ons best. In de kadernota zit echt een pakket maatregelen, onder andere om ook met huisartsen aan de slag te gaan, waar zelfs kanttekeningen bij worden geplaatst. We zijn er volop mee aan de bak, maar de samenleving is niet maakbaar. Kinderen die zorg nodig hebben, zullen we altijd zorg blijven bieden en het is belangrijk om die kanttekening daar nog bij te maken. Dat was, wat mij betreft, mijn inbreng vandaag, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel wethouder Oderwald en ik zie een interruptie van de heer Van Rijs. Aan u het woord. De heer Van Rijs: Dank u wel wethouder voor de toelichting. Ik liet u even uitspreken, maar toch nog een vraag over de formatie adviseur dienstverlening waar u over sprak. Als wij die fiche lezen, staat er 'het volledig opvangen binnen de organisatie is niet haalbaar'. Dus dan gaan we ons als CDA toch zorgen maken. Kunt u uitleggen hoe dat precies zit? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Rijs. Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Dan gaat het er vaak om hoe je precies taken en functies belegt. Sommige mensen hebben gewoon meerdere rollen en functies en taken.
Dat schuiven we dan in elkaar, maar dat gaat niet om baliemedewerkers waar het dan om draait. Het gaat echt meer om projectmedewerkers. We zijn goed aan het kijken hoe we dat zorgvuldig doen en we willen ook in de uitwerking richting de begroting, zoals de heer Voskamp dat ook al uitlegde, kritisch kijken naar wat de beste route is. We hebben dat nu zodanig geformuleerd dat erop te besparen valt en dat zijn flinke bedragen om te doen. Ik denk niet dat de agenda die we hebben voor het verbetertraject voor dienstverlening door deze besparing teniet wordt gedaan. De voorzitter: Dank u wel wethouder Oderwald. Ik zie een interruptie van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik zit er zo een beetje over na te denken. Ik voel en bespeur nu een beetje dat we binnen de organisatie gaan kijken waar het nodig is, waar mensen ingezet kunnen worden. Dat lijkt me logisch op zich, maar ik hoorde eerder ook wethouder Voskamp al roepen dat het meer moet naar wat we wettelijk moeten doen. Alles dat dan een beetje boventallig of bovenformatief is, dan misschien maar niet. Wat maakt dat ons dan als gemeente, als we alleen onze wettelijke taakjes doen en voor de rest niets? Bijvoorbeeld zo'n beleidsmedewerker landelijk gebied lijkt mij heel essentieel in deze gemeente waar je Bijzonder Provinciaal Landschap hebt.
Dus wat gaat het college en deze organisatie dan doen om op een andere manier invulling te geven aan sommige vacatures? De voorzitter: Dank u wel de heer Jongsma, ik zie wethouder Voskamp. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: We hebben het hier specifiek over drie vacatures die op dit moment anders ingevuld worden, waarmee we nog steeds voldoen aan onze opdracht en onze taakstelling. Het zijn wel degelijk zaken die bovenwettelijk zijn. Maar we hebben bijvoorbeeld nog steeds twee beleidsmedewerkers landelijk gebied. Dus het is niet alsof we daar dan niets meer op doen. Op dit moment wordt dat overgenomen door andere medewerkers. Dat betekent dus dat wij die vacatures hebben en dat die voorlopig blijven bestaan omdat we daar ten eerste geen invulling aan kunnen geven, maar anderzijds ook de werkzaamheden binnen de organisatie wel opgelost krijgen. Dat geeft nog steeds een uitdaging en dat zal ook kunnen betekenen dat we niet alles op die manier kunnen blijven doen. Vandaar ook mijn opmerking dat we zullen blijven zoeken naar wat er dan eventueel buiten de boot zou kunnen vallen en hoe we dat dan opvullen.
Maar wij denken dat wij met deze drie specifieke vacatures invulling kunnen geven aan, ten eerste, een opdracht om toch ook daadwerkelijk te schrappen op vacatures en daarmee een besparing te realiseren, omdat de werkzaamheden op dit moment ook gedaan worden en we dan liever kijken naar 'op welke wijze kunnen we dan op andere plekken misschien wat verlichting brengen?', dan dat we deze vacatures in stand houden en als extra opdracht geven.
27
De voorzitter: Dank u wel de heer Voskamp. Mijnheer Gebben, VVD. De heer Gebben: Graag nog enige duidelijkheid over die laatste opmerking, want er wordt nu drie fte weggestreept uit de ambtelijke organisatie. Maar ik hoorde de wethouder zeggen 'we gaan kijken hoe we anderen gebieden daarmee kunnen ontlasten', Betekent dat dan automatisch dat die drie fte ergens anders terugkomen, of dat een deel van die fte's terugkomen op andere afdelingen, of niet? Dan is het eigenlijk geen bezuiniging in de zin van drie fte en dan moet je dat ook eerlijk zeggen als het maar anderhalf fte is. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Gebben. Het woord is aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, om de spraakverwarring misschien nog wat duidelijker te maken. Het gaat hier niet om drie fte, maar het gaat hier om drie vacatures. Dus dat zijn sowieso al minder dan drie fte's. Het is niet de bedoeling om hier nu, ter plekke, een uitruil te doen en te zeggen 'deze vacature schrappen we en we voeren bij de begroting vervolgens een vergelijkbaar aantal fte op'. Dat zijn we nadrukkelijk niet van plan. In wat we wel van plan zijn, willen we heel realistisch zijn. We hebben de afgelopen tijd een aantal zaken opgevangen ondanks het feit dat deze vacatures bestaan. Dat heeft op verschillende plekken binnen de organisaties tot wat extra druk geleid.
Wij denken dat we met het schrappen van deze vacatures in ieder geval nog steeds kunnen voldoen aan de opgave die we hebben, ook op het landelijk gebied, ook richting bedrijvencontacten, maar het zou kunnen zijn dat we richting de begroting of op een ander geschikt moment naar u toe komen met een voorstel om op een bepaalde plek een uitbreiding te voorzien. Dat zal, wat ons betreft, niet in dezelfde mate zijn als we nu aan vacatureruimte schrappen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Voskamp. Dat maakt dat ik denk dat wij toe zijn aan een schorsing. Die schorsing houdt tevens in dat het pakket van A tot en met U aan amendementen en vijf moties ondertussen verwerkt zal worden en aan u zal worden uitgereikt, zodat daar de onderlinge afstemming en beraadslaging op kan plaatsvinden. Mijn voorstel zou zijn, het is nu 21.37 uur, dat we om stipt 22.30 hier weer zitten, tenzij u langer tijd nodig acht. Dan schors ik hierbij de vergadering. Schorsing De voorzitter: Geachte raad, met excuses voor de ietwat uitloop. Dat betekent wel dat juist die tijd, als het goed is, straks weer gewonnen wordt, want ik wil als eerste in de eerste termijn nog het woord geven aan wethouder Voskamp om bij de moties en amendementen nog even een korte toelichting te geven. De heer Voskamp, aan u het woord. Wethouder Voskamp: Dank voor het overzicht.