CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 m 11 d 12 Vsl raad

Gemeenteraad 17 december 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag vergadering 12 november 202433.181 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Goed rentmeesterschap is voor duurzame ontwikkelingen en een verantwoord economisch beleid. Wij noemen dat rentmeesterschap. Bovenstaande kernwaarden vormen voor het CDA de basis van ons beleid waarin zowel individuele vrijheid als gemeenschappelijke verantwoordelijkheid centraal staan. En in deze algemene beschouwingen willen wij u meenemen in een korte terugblik op het afgelopen jaar, onze speerpunten voor het komende jaar en welke uitdagingen wij voor de komende jaren zien. Maar allereerst wil ik een woord van dank en waardering uitspreken aan alle ambtenaren en het college voor de voorliggende sluitende begroting. We realiseren ons dat dit ieder jaar veel van eenieder vraagt en onze complimenten dat het ook dit jaar weer gelukt is. De korte terugblik van het afgelopen jaar en wat er, mede door de inzet van het CDA, bereikt is. In het afgelopen jaar is er overeenstemming over het Centrumplan Den Hoorn bereikt en dit geeft een extra economische impuls aan het centrum van Den Hoorn. Wij zijn trots op onze boeren en op het feit dat Midden-Delfland vooroploopt in het jaarlijks uit te reiken kringloopcertificaat voor duurzaam boeren. Bijna 90% van de melkveebedrijven in Midden-Delfland doet hieraan mee. In de afgelopen twee jaar is er een besluit genomen voor meer dan 150 woningen.

Naast de inzet op het huidige woonprogramma, worden er ook plannen ontwikkeld voor woningbouw na 2026. Het CDA heeft zich ingezet om vast te houden aan een maximale opbrengststijging van de onroerendzaakbelasting van 3% per jaar. De leges, de riool- en afvalstoffenheffing zijn kostendekkend. Voor het CDA geldt dat iedereen in onze gemeente mee kan doen. Voor inwoners met geldzorgen is het niet makkelijk om de juiste regelingen te vinden. Mede door onze inzet wordt er gewerkt aan een Informatiepunt Ontwikkelplein in alle drie de kernen waar inwoners terechtkunnen voor hun vragen en adviezen over uiteenlopende onderwerpen. Het CDA Midden-Delfland heeft voor het azc gestemd. Het CDA beschouwt het als een morele verplichting om vluchtelingen een veilige haven te bieden en is van mening dat het een gezamenlijke verantwoordelijkheid is om deze vluchtelingen te huisvesten. Wat zijn onze speerpunten voor het komende jaar? Het CDA Midden-Delfland staat voor een samenleving waarin iedereen, van jong tot oud, zich veilig, gezien en ondersteund voelt. In het komende jaar gaan wij ons wederom inzetten voor onze ouderen. Het CDA vindt dat ouderen op een veilige en comfortabele manier in hun vertrouwde omgeving moeten kunnen blijven wonen, waarbij sociale verbinding essentieel is.

Bij ontwikkeling van nieuwe huisvesting voor ouderen moet er dan ook nagedacht worden over een gezamenlijke ontmoetingsplek. Veiligheid in en om de woning is belangrijk om zo lang mogelijk deel te nemen aan het leven van alle dag. We zien helaas dat dit voor een deel van onze ouderen wordt bemoeilijkt door steeds meer ongelijke stoeptegels en slecht onderhouden trottoirs in onze kernen. Dit kan een risico vormen voor de veiligheid van ouderen. En wat het CDA betreft, moet dit aangepakt worden. Wij pleiten daarom voor beter onderhoud van trottoirs en onze vraag aan het college is dan ook: deelt het college de mening van het CDA over gevaarlijke situaties die kunnen ontstaan door ongelijke stoeptegels? En is het college bereid om binnen bestaande kaders hieraan aandacht te besteden? Ieder kind, ongeacht fysieke of mentale beperkingen, verdient het om te kunnen spelen met leeftijdsgenootjes. Inclusieve speeltuinen zorgen ervoor dat alle kinderen, met en zonder 14

beperking, samen kunnen spelen en van elkaar kunnen leren. Bepaalde speeltoestellen in onze speeltuinen kunnen te uitdagend zijn of gewoonweg niet toegankelijk voor een kind met een beperking, bijvoorbeeld doordat het kind in een rolstoel zit, of slecht ter been is. Samen spelen bevordert niet alleen de integratie, maar zorgt ook voor wederzijds respect en begrip. Het CDA wil dat inclusiviteit de norm wordt bij de aanleg en renovatie van speelplekken. Wij dienen hiertoe de motie Samen spelen in en ik zal daar het dictum van voorlezen: inclusiviteit tot norm te maken bij de aanleg, renovatie en inrichting van de speeltuinen in onze gemeente door actief te kiezen voor speeltoestellen en voorzieningen die toegankelijk en bruikbaar zijn voor kinderen met en zonder beperking, dit op te nemen in de Actualisatienota Spelen. Bij nieuwe projecten en renovaties voor speeltuinen advies in te winnen van experts en de ervaringsdeskundigen op het gebied van toegankelijkheid en inclusiviteit. Veel inwoners weten nog steeds niet waar ze met hun vragen of zorgen terechtkunnen. Juist die informatie is binnen onze gemeente niet altijd makkelijk toegankelijk. Dit leidt tot frustraties en onnodige barrières. Als CDA zijn we dan ook blij dat dit jaar een start is gemaakt met het realiseren van Ontwikkelpleinen waar inwoners met alle andere vragen terechtkunnen.

En tijdens de presentatie op 23 oktober jl. in de bibliotheek in Den Hoorn hebben wij als raad een bevlogen presentatie gehoord over de doorontwikkeling van de Ontwikkelpleinen. Op 18 november a.s. is de start van het Ontwikkelplein WIJ Den Hoorn. En er is ook een compliment op zijn plaats aan alle professionals die zich daarmee bezighouden. Wij willen dan ook een beroep op het college doen om te zorgen dat in 2025 in alle kernen een Ontwikkelplein gerealiseerd is. Onze vraag aan het college is dan ook: wat is er nodig om de Ontwikkelpleinen in Schipluiden en Maasland in 2025 te realiseren? Het CDA vindt dat wij als gemeente ons sterk moeten maken voor betere dienstverlening, waarbij de inwoner centraal staat. Dit betekent dat we niet langer gericht moeten zijn op wat niet kan, maar juist op wat wel mogelijk is. Een positieve houding en opener communicatie moeten de basis zijn tussen de gemeente, haar inwoners en ondernemers. Door problemen actief op te lossen en te denken in mogelijkheden zorgen we ervoor dat onze inwoners zich gehoord en geholpen voelen. Een dienstverlening die betrouwbaar, toegankelijk en klantgericht is. Het vinden van geschikte woningbouwlocaties binnen de kernen blijft een enorme uitdaging. We willen allemaal dat er voldoende woningen zijn voor met name onze starters en senioren.

Het CDA roept het college op om voortvarend te handelen bij het ontwikkelen van woningbouwlocaties op de korte termijn en voor ontwikkelingen na 2030. De urgentie van de toenemende woningnood dwingt ons tot actie. Laat in de uitvoering van onze toekomstvisie een daadkrachtige aanpak zien die onze inwoners vooruit helpt. De tijd om te handelen is nu. Inzet met betrekking tot actiever grondbeleid kan daarbij mogelijk helpend zijn. Onze vraag aan het college is dan ook: op welke termijn kunnen wij ontwikkelplannen voor woningbouw na 2026 tegemoetzien? Wij maken ons zorgen over de toenemende verpaupering binnen onze kernen, zoals bijvoorbeeld het oude politiebureau in Maasland. Leegstand, achterstallig onderhoud en verwaarlozing ondermijnen de leefbaarheid en aantrekkelijkheid van onze gemeente. Wij roepen het college op om maatregelen te ontwikkelen die gericht zijn op renovatie en herbestemming in onze dorpen. Laten we onze kernen versterken en voorkomen dat de leefbaarheid wordt aangetast. En hiertoe dienen wij een motie in die wij genoemd hebben Stop verpaupering.

Het dictum daarvan luidt: te onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de eigenaren te verplichten tot herstel en bewoonbaar maken van deze panden, de mogelijkheden te onderzoeken om deze panden op korte termijn in samenwerking met de eigenaar bewoonbaar te maken en te onderzoeken hoe dergelijke situaties in de toekomst te voorkomen. Het verbreden van de spoorlijn tussen Delft en Schiedam gaat ten koste van ons groene gebied. En in de begroting lezen wij dat het behoud van het landschap vooropstaat. Dat vinden wij te weinig concreet. Het CDA vindt dat de kruising niet in het landschap van Midden-Delfland kan worden ingepast en daarnaast verwachten wij een financiële compensatie voor de spoorverdubbeling. En hiertoe hebben we onze derde motie en die noemen we Het juiste spoor. En daarvan luidt het dictum: te voorkomen dat een fly-over op het gebied van Midden-Delfland wordt gesitueerd, aangezien er alternatieven zijn, zoals op het traject Schiedam-Rotterdam, en financiële compensatie te bewerkstelligen van 5% van de aanneemsom. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap van OGP Midden-Delfland.

15

De heer Knaap: Ja, ik heb even een vraag over dat laatste zinnetje. Financiële compensatie van 5% van de aanneemsom. Ik ben even benieuwd waar u dat op heeft gebaseerd. Wat zit daar voor bedrag achter? Wat denkt u op te halen? Wat is voor u de aanneemsom? Hij komt zo uit de lucht vallen voor mij. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. De heer Zwaard: Met de aanneemsom ben ik niet bekend, maar 5% van de aanneemsom is een bepaald bedrag en dat lijkt ons een billijke vergoeding voor het groen dat wij inleveren. De voorzitter: Dank u wel en ik zie ook een interruptie van de heer Van der Eijk van de VVD. De heer Van der Eijk: Waarom dan nog geen 10%? Dat is mijn vraag dan voorzitter. Want als 5% uit de lucht komt vallen… Of 15%? Ik heb gehoord dat er ergens een budget voor alles nodig is van € 2 miljard, maar dat zal niet de aanneemsom zijn maar ik vind die 5% nu wel erg uit de mouw geschud worden. Waarom dan geen 10%? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk en het woord is aan mijnheer Zwaard en ik kijk ook even naar de tijd. De heer Zwaard: Als dat uw mening is, had u een motie moeten indienen voor 10%, dan hadden we die wellicht gesteund. Voor welke uitdagingen staan wij de komende jaren? Voor 2025 staan we er financieel gezond voor en dit zorgt voor een goede uitgangspositie voor de toekomst.

Dit is van cruciaal belang, vooral nu we als gemeente steeds meer verantwoordelijkheden van het rijk over moeten nemen, maar met een lagere bijdrage van de rijksoverheid. Om deze goede financiële positie te behouden, moeten we kritisch kijken naar onze investeringen; investeren we wel in het juiste? Het is belangrijk dat we scherp blijven op de keuzes die we maken en de impact hiervan op onze langetermijnfinanciën. Uitgaven moeten verantwoord zijn en bijdragen aan een mooie, veilige gemeente om in te wonen, werken en recreëren. Het financieel beleid en het maken van keuzes wat wel en niet te doen, moet leiden tot een blijvend financieel gezonde gemeente. We staan voor de opgave om verantwoord om te gaan met publieke middelen zonder onze inwoners en de kwaliteit van onze diensten tekort te doen. Alleen op die manier kunnen we als gemeente onze taken goed uitvoeren, ook de komende jaren. En tot slot, voorzitter, Midden-Delfland is nog steeds een mooie gemeente waar het goed toeven is en vandaag – een eerdere spreker heeft dat al gememoreerd – valt in de krant te lezen dat de hoogste kwaliteit van leven in heel Zuid-Holland in onze gemeente te beleven valt. Maar er ligt een uitdaging om te midden van de verstedelijkte omgeving ervoor te zorgen dat onze mooie en groene gemeente behouden blijft.

Als samenleving staan we voor grote uitdagingen waarin verdraagzaamheid en solidariteit onder druk staan. Afgelopen week is in Amsterdam maar weer eens op beschamende wijze duidelijk geworden waartoe we allemaal in staat zijn. Het CDA MiddenDelfland zal zich nu en in de toekomst blijven inzetten voor een positief welzijn van ons allemaal. Het is tijd voor minder ik en meer wij. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Zwaard. Als laatste van de zes met uw betoog, hartelijk dank. En u heeft ook als het goed is, een drietal moties ingediend. Ik lees even voor: motie 9 Samen spelen, motie 10 Stop verpaupering en motie 11 Het juiste spoor. Zijn die compleet? Ja, dank u wel. En uiteraard ook de felicitatie aan u allen met dat mooie nieuws, dat door meerdere hier vanavond is aangekaart, dat we als Midden-Delfland als gemeente in de provincie Zuid-Holland zo mooi in beeld komen. Ik vind het wel belangrijk om te zeggen dat we daar hier allemaal een rol in hebben gespeeld. En met allemaal bedoel ik ook, dan kijk ik echt ook even naar de collega's hier op de tribune, naar de gehele raad en naar ieder van het college, naar ons allemaal, want daar heeft ieder zijn/haar bijdrage aan geleverd. Dank daarvoor. Alle fracties zijn aan de beurt geweest. En nu is het tijd voor de schorsing. En die schorsing zal duren tot 19.15 uur want we zitten goed in de tijd.

We nemen ook echt even de tijd, zowel om even met elkaar een lekkere maaltijd te nuttigen, ik weet niet wat, maar we gaan lekker eten. U bent daartoe uitgenodigd in de kantine. En ondertussen wordt de noeste arbeid hier door onze griffier gedaan. Die zal de moties en amendementen in de juiste volgorde verder administratief 16

verwerken, in iBabs zetten en zorgen dat u allen ook straks een setje moties en amendementen op papier krijgt. Na de schorsing zien we elkaar dus terug. En dan gaan we ook starten met de reactie vanuit de portefeuillehouders. Ik wens u eet smakelijk en tot 19.15 uur. Dank u wel. Schorsing De voorzitter: Goedenavond. Ik hoop dat u allen lekker gegeten heeft en ik heropen hierbij de vergadering. We gaan deze vergadering verder met de beantwoording en de reactie van de collegeleden op hetgeen de fracties voor de schorsing ter tafel hebben gebracht. En allereerst zal ik wethouder Voskamp als portefeuillehouder van Financiën het woord geven en verzoeken daartoe ook inderdaad het spreekgestoelte te gebruiken. Gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Voorzitter, vanavond behandelen we de begroting 2025 en het meerjarenperspectief 2026 tot 2028. Het is ons, na de kadernota gelukt om een sluitende begroting te presenteren. Hoewel het niet eenvoudig was, blijft het vooralsnog mogelijk om onze dienstverlening te continueren en om eerder voorgestelde plannen grotendeels te realiseren. En hoewel diverse maatregelen ook structureel effecten hebben, resteert er nog steeds een forse opgave voor het meerjarenperspectief. Gezien de wijzigingen die we na het vaststellen van de begroting aan zien komen, is de conclusie dat we ook, hoewel we in deze begroting goede stappen hebben gezet, er nog niet zijn.

In lijn met de opgave van de kadernota hebben we op vier maatregelen ingezet, het is vanavond ook al eerder benoemd. De lucht is er verder uitgehaald. Zaken zijn incidenteel gemaakt, we hebben slimme keuzes gemaakt en we hebben afgeraamd op openeinderegelingen. Voorzitter, en hoewel het beeld somber is, als gemeente staan we er goed voor en zijn we in staat om tegenvallers op te vangen. Daar waar we risico's zien, benoemen we ze en nemen waar nodig maatregelen. We hebben een financieel solide buffer, een gezond weerstandsvermogen en een ruime algemene reserve. Daarmee kunnen we blijvend voldoen aan onze wettelijke verplichting en vormgeven aan onze gezamenlijke ambities. Voorzitter, ik zal de fracties langslopen op de inhoudelijke vragen die vanavond zijn gesteld en uiteindelijk zullen ook mijn mede-collegeleden hetzelfde doen. Voorzitter, de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland had het onder andere over ouderenbeleid prioriteit geven, het langer zelfstandig wonen, het nabuurschap, zoals er in Den Hoorn ontwikkelingen zijn, maar ook over aandacht voor de vindbaarheid van alle maatregelen die we hebben.

En ik zeg toe dat we daar verder naar zullen kijken, maar we hebben de website, we hebben de Stichting Welzijn MiddenDelfland, sinds kort WIJ Midden-Delfland, het oude Ontwikkelplein, maar ook bijvoorbeeld zaken als de Maand van de Ontmoeting waarin we activiteiten hebben die daarbij zouden kunnen helpen. Ook sprak u over de dementievriendelijke gemeente, dat het geen doel op zich is. U stelde daarbij de vraag wat de gemeente nodig heeft om dat concreet op te kunnen pakken. En ook daar zullen we verder naar kijken, maar ik denk dat het vooral van belang is dat we dat in de gemeente in onze eigen haarvaten hebben en dat we zullen moeten zorgen dat de inwoners weten waar ze terechtkunnen en dat we bij nieuw beleid niet alleen op dementievriendelijk, maar leeftijdsonafhankelijk, zorgen dat we daar de initiatieven juist oppakken en de goede keuzes maken. U noemde zelf al de motie die het CDA heeft over inclusief spelen. Het zou goed zijn als we daar met elkaar continu van bewust zijn. Ik zeg toe dat we daar nog verder naar zullen kijken om daar ook concreet handen en voeten aan te geven. We zijn in gesprek met verschillende vertegenwoordigende bonden, met de vertegenwoordigende organisaties en het is ook goed om ook in die gesprekken met hen te kijken wat er nodig is. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland.

De heer Jongsma: Voorzitter, de vraag is dan: wanneer kunnen we dan concreet weer wat van u daarover horen? Wethouder Voskamp: Voorzitter, dan moeten we even kijken wat daar precies een geschikt moment voor is. Ik weet dat er binnenkort een werkgroep Sociaal Domein is waar we misschien al wat kunnen toelichten. Anders moeten we kijken of we bijvoorbeeld begin volgend jaar een keer een update kunnen doen van een aantal brieven die we hebben en overleggen waar we in zitten om een keertje terugkoppeling te geven van hoe we er voorstaan. 17

De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld, aan u het woord, namens het CDA. Mevrouw Langeveld: Wethouder, ik hoor u aangeven 'we hebben binnenkort een werkgroep Sociaal Domein en we kunnen kijken of we daar misschien een update kunnen geven'. Staat u er ook voor open dat we in ieder geval een deel van die werkgroep Sociaal Domein ook gebruiken om met ons echt het gesprek aan te gaan en om ook ideeën bij ons op te halen, zoals ook OGP Midden-Delfland aangaf, over het ouderenbeleid en wat wij daaronder verstaan en u daarin tips en tops mee te geven? Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik sta altijd open voor een gesprek. Voorzitter, ik sla de motie van OGP Midden-Delfland over woningbouw eventjes over. Ik kan wel zeggen dat wij na het vaststellen van de woonvisie met een woonagenda aan de slag zijn gegaan. Een actieplan, daar hebben we aan gewerkt. Dat is helaas nog niet klaar om met u te delen. Dat verwachten we echt begin 2025 wel te kunnen doen. En in dat actieplan staat een aantal instrumenten dat we hebben bekeken. Dat zeg ik ook meteen maar richting de motie van het CDA over verpaupering. Welke instrumenten hebben we tot onze beschikking om uiteindelijk invulling te kunnen geven aan de woonvisie en de opdracht die we daarin hebben? Maar ook locaties, ook over hoe we die gesprekken kunnen aangaan en zeker ook voor de locaties na 2030.

Even kijken, D66 had opmerkingen over inkomsten en uitgaven, daar kom ik zo nog even verder op terug. Op de motie zal ik straks aan het einde ingaan. De heer Van der Eijk, VVD, u begon met de noodzaak van de bezuinigingen. Die was al langer duidelijk en toch zijn we niet begonnen. U stelde op een gegeven moment zelfs de vraag 'is wat we nu doen wel genoeg?' En om maar klip-en-klaar te zijn: nee, dit is niet genoeg. Dat kunt u zien aan het meerjarenperspectief. Maar we hebben wel al maatregelen genomen die een structureel karakter hebben, waardoor het meerjarenperspectief al verbeterd is. We hebben ook geconstateerd, ook in de kadernota, dat we niet te vroeg wilden bezuinigen om geen dingen kapot te maken, terwijl we nog niet wisten of we daar wel of niet een compensatie van het rijk krijgen. We hebben in de Auditcommissie begin vorig jaar gesproken met elkaar over wat eraan zat te komen. Toen was ook het verhaal 'begin nu niet te vroeg, want er komt misschien straks bij de meicirculaire nog een compensatie', dus het lastige daarvan is altijd dat we pas verderop weer wat duidelijkheid krijgen over waar we nu staan. U heeft in de kadernota een opdracht gegeven om vooral 2025 sluitend te maken. Dat hebben we gedaan. Niet door het getruct sluitend te maken, maar gewoon door een aantal maatregelen te nemen die ook structureel effect hebben.

En ja, we moeten echt nog met elkaar in gesprek over 2026 en verder. Even kijken. Verder had u een voorbeeld over de GR en dat het slechts bij één regeling is toegepast. Dat was toevallig een regeling die op dit moment voorlag om aan te passen, om keuzes te maken. Daar hebben we een relatief eenvoudige keuze kunnen maken door een aantal zaken die we niet wettelijk hoefden te doen, niet meer te doen. We zullen met de andere GR'en ook in gesprek moeten gaan. Recentelijk hebben we als college een brief vastgesteld die namens de wethouders van Financiën van Haaglanden verstuurd zal worden naar alle GR'en. De zogenaamde indexatiebrief. Daar worden alle GR'en opgeroepen om zelfs een percentage te korten op de GR'en omdat wij zelf ook een 'trap op, trap af'-achtige situatie voor ons zien. Dat zal wel een lastig gesprek zijn, want dat is niet overal mogelijk. Maar we willen wel het gesprek aan en we willen ook neerleggen dat als wij iets moeten doen, zo'n GR als verlengd bestuur van ons ook mee moet doen in het rondmaken van de begroting en dat zal uiteindelijk ook politieke keuzes vragen want dat betekent ook dat GR'en bepaalde zaken niet meer kunnen doen. Even kijken hoor voorzitter. Op de motie over de bezuinigingen in de openbaarheid kom ik zo ook nog even terug. Flexwoningen hetzelfde. Op de motie ozb kom ik zo nog terug. Mijn Partij, de heer Roeling.

U had het over de septembercirculaire, onder andere. Voorzitter, het lastige is dat wij de septembercirculaire ongeveer een dag voordat wij de begroting naar u toesturen pas kennen. Toen was de begroting klaar en hadden wij de septembercirculaire binnen. Die was nog niet doorgerekend en we wisten toen nog niet de effecten. We hebben u juist deze begroting op tijd toegestuurd, zodat u in de begrotingsbehandeling, het tot u kunnen nemen van die begroting, het lezen en vragen stellen, ruim de tijd zou hebben om over het grootste gedeelte van de begroting met elkaar te spreken. En we hebben u daarna een nazending toegestuurd over de septembercirculaire. We stellen vanavond de wijzigingen op basis daarvan ook vast en dat is wat ons betreft zo transparant als we kunnen zijn. Als we hadden gewacht totdat we de uitkomst 18

van de septembercirculaire hadden gehad, dan hadden we wel een compleet pakket aan u kunnen leveren, maar wel met de opmerking 'let op, de provincie heeft op 15 november a.s. de begroting nodig, we hebben minder tijd voor het behandelen van de begroting'. Dat leek ons ook niet een goede werkwijze. U had het over de paginagrote advertentie in De Schakel, de begroting in één oogopslag. Als ik er naar kijk, dan kan ik me voorstellen dat dat gelezen wordt als zijnde 'dit is de begroting'. Daar zou je misschien niet met kleine lettertjes, maar met grote kunnen neerzetten dat dat het voorstel is van het college. Maar het zat ook in dezelfde Schakel, het nieuwsblad van Midden-Delfland, waarin uw eerste termijn en algemene beschouwingen stonden waarin ook de raad en college de uitnodiging deden om vanavond deze avond bij te wonen met de opmerking dat we op dit moment over de begroting zouden gaan praten. Dus ik neem het mee en we zullen bij een volgende keer daar ietsje duidelijker in zijn. Woningbouw. U noemde een aantal woningbouwprogramma's of woningbouwontwikkelingen en ik kan me voorstellen dat een aantal zaken wat op de achtergrond zijn voor u. We hebben ook afgesproken intern daar op zeer korte termijn een stand van zaken over uit te doen, een beetje in lijn met de uiteindelijke grondexploitatie die we volgend jaar weer moeten vaststellen. We willen u daar graag in meenemen.

We willen een stand van zaken van diverse projecten benoemen, dus u kunt daarvoor binnenkort een uitnodiging verwachten om met ons naar alle projecten te kijken en te kijken wat de stand van zaken is. U had het over de huisartsenpost, dat dat nu pas drie jaar later planvorming kent. We verwachten nog in december over te kunnen gaan tot verkoop van de gronden aan de huisartsen en aan Wonen Midden-Delfland. Volgens mij hebben we met drie jaar, hoewel het misschien wat sneller had gekund, of nee, hoewel dat gewenst was, toch een heel mooie snelheid gehaald om dat binnen drie jaar te doen. Dan noemt u verder nog een aantal andere plannen waarvan het heel goed is om nog een keertje te kijken naar wat daar de status van is, maar die zijn in zijn algemeenheid wel een stuk ingewikkelder dan het zich doet voorkomen. De ChristenUnie had het over de transparantie van de omgevingsvergunning. Ik snap wat u zegt. Het is natuurlijk wel lastig om te kijken wat we nu kunnen doen daarin, want sommige zaken worden aangeboden… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling, Mijn Partij. De heer Roeling: Ja, de wethouder gaat over naar de volgende partij, maar er zijn nog even twee dingen blijven liggen. De eerste is de sportverenigingen Schipluiden. Die hebben de toezegging dat volgende maand het voorstel naar de raad komt.

Is dat nog steeds het geval? En twee was het project Wubben, het woningbouwproject. Daar zou ik in de maand oktober een tijdpad van krijgen en dat heb ik nog steeds niet ontvangen. Kan de wethouder daar nog even op ingaan? De voorzitter: Dank u wel, aan de wethouder voor het antwoord. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, in de maandupdate die we als college doen, die wordt volgende week in het college vastgesteld, staat de update van de locatie Wubben. Dat heeft net even iets meer voeten in aarde gehad dan dat we u hadden toegezegd. Dus in die zin excuses daarvoor, maar daar komt een update van inclusief een planning zoals we die voor ogen hebben. Overigens ook nog weer echt een heel globale planning omdat daar heel veel moet gebeuren om tot uiteindelijke ontwikkeling te komen en ook u als raad heeft daar nog een aantal beslissingen in te nemen om dat mogelijk te maken. Voor wat betreft de sportvoorzieningen wil ik u graag verwijzen naar wethouder Oderwald, die daar antwoord op zal geven. Voorzitter, dan richting de heer Ringeling over de transparantie van de omgevingsvergunningen. Het lastig om in te schatten wanneer dingen binnenkomen en volgens mij is er nu een aantal zaken aan de hand. We hebben een achterstand, mede door personeelsgebrek, mede door een wat grotere hoeveelheid aanvragen aan het einde vorig jaar, nog voordat de Omgevingswet in werking trad.

En we hebben een soort leercurve in het kader van de Omgevingswet, waarin we zien hoe we dingen nog moeten ontdekken. Het is goed om daar rekenschap van te geven hoe dat gaat. We hebben ook al een keer een memo met u gedeeld in verband met de antwoorden op de vragen die gesteld zijn. Het is goed om daar nog eens, over een kortere periode, straks op terug te kijken hoe 19

het daar nu is. Het is natuurlijk niet onze bedoeling om bepaalde zaken niet te doen of expres te vertragen. Dus het is nog steeds ons doel om een aanvraag binnen de gestelde termijnen te verlenen en doorgang te laten vinden. Voorzitter, richting de heer Zwaard wil ik aangeven dat we die ontwikkelplannen en ook de motie die daarover gaat, over die woningbouwlocaties, in het actieplan op basis van de woonvisie met u zullen delen begin volgend jaar. Nogmaals, er staat een aantal procesafspraken in. Er staat ook een aantal manieren in van hoe we om willen gaan met die woningbouwlocaties en met het instrumentarium dat we hebben om dingen mogelijk te maken. En dan tenslotte de motie Stop verpaupering, die daar ook wat mij betreft onder valt. Voorzitter, ik ga even proberen om kort in te gaan op de moties en amendementen. De amendementen die ik niet benoem, zullen door mijn collega's worden benoemd. Het amendement Doen wat de raad zegt, over de naamgeving van de bestemmingsreserve. De voorzitter: Wethouder, ik wil u vragen om even ook het nummer erbij te vermelden of de letter, dat is voor de verheldering. Dat zou prettig zijn. Wethouder Voskamp: Voorzitter, het gaat over een amendement B Doen wat de raad zegt, met de oproep om de tekst van de bestemmingsreserve aan te passen.

Ik kan u zeggen dat in het achterliggende systeem de naam al staat als Gebiedsmarketing, recreatie en toerisme MiddenDelfland. Dus daar staat de naam in de basis ook goed. Het is vooral het tonen in de tabel, zoals in de begroting is opgenomen. Dus in die zin zou dat amendement overbodig zijn. Ik zie dat de naamgeving nu wel ietsje anders is. Wat ons betreft, kunt u hem indienen of tenminste laten staan en in stemming brengen. Het is een technische wijziging in het systeem erachter. Even kijken hoor. Dan komen we bij motie 1 van OGP Midden-Delfland. Geef wonen ruimte, ga actief op zoek naar nieuwbouwlocaties. In het Actieplan Wonen komen we hier verder op terug. Dat is wat ons betreft begin 2025, dus dat zou voldoen aan de termijn die u aangeeft in uw motie. Ik wil daar wel bij zeggen dat als we straks met locaties aan de slag gaan, we wel moeten kijken hoe we dat doen in het kader van geheimhouding. Want we gaan natuurlijk gesprekken aan met elkaar over potentiële locaties met eigenaren en we willen natuurlijk niet dat dingen op straat komen te liggen die nog niet op straat horen te liggen. Ik zou in het kader van het advies vanuit het college ook willen aangeven dat twee keer per jaar informeren echt wel veel is als je het hebt over puur en alleen de gesprekken. Dus ik denk dat het goed is om in zijn algemeenheid over dat Actieplan Wonen met elkaar te spreken.

Misschien wel vaker dan een keer, maar ik denk dat u informeren over de voortgang van die gesprekken twee keer per jaar best veel is. Wat ons betreft, motie akkoord. Motie 4, de toeristenbelasting. Wat mij betreft, zouden we deze zoals die hier nu staat, als college willen ontraden. U heeft als raad in de kadernota onder kader J, om precies te zijn, aangegeven wat het tarief zou moeten worden als kader voor de toeristenbelasting. Dat is ook goed richting de ondernemers, dat ze op tijd weten waar ze aan toe zijn. Ik snap wat u hier vraagt en we zouden voor de begroting 2026 eventueel een wat grotere stap kunnen nemen in de toeristenbelasting. Dat is verder aan u. Maar we zouden op dat moment kunnen kiezen om richting die € 3,00 te gaan bijvoorbeeld, of in stapjes op die € 3,00 uit te komen. Dus om volgend jaar al de toeristenbelasting aan te passen, zouden wij ontraden. Als we vanaf de begroting 2026 daar wat stappen in kunnen maken, zou het wat ons betreft akkoord zijn. Voorzitter, de VVD, motie 5 Debat over bezuinigingen hoort in de openbaarheid. Ja, wat daar staat, doen we volgens mij. Besluitvormingscyclus over de bezuinigingen in de openbaarheid in commissie- en raadsvergadering. Daar worden de besluiten genomen en alle keuzes die er zijn worden in deze vergaderingen aan de raad voorgelegd.

En volgens mij sluit dat niet uit dat we ook een Auditcommissie hebben waarin we met u in gesprek kunnen gaan over de richting die we nemen, over de stappen die we zouden kunnen nemen. Dat zijn niet-besluitvormende vergaderingen, maar wellicht dat we bijvoorbeeld januari/februari, als de volgende Auditcommissie is, met elkaar het gesprek kunnen hebben over 'waar kunnen we wel aan denken? Waar kunnen we niet aan denken?' Voorzitter, motie 6 van de VVD Heroverweging onderzoek flexwoningen, zouden wij ontraden. De flexwoningen hebben wel degelijk nut in onze gemeente. Wij hebben gewoon heel weinig mutaties en met die flexwoningen kunnen we voor een aantal doelgroepen wel degelijk een goede stap zetten. Daarbij komt dat we voor de volgende raadscyclus een besluit zullen voorleggen om op de Zuidhoornseweg ook daadwerkelijk over te gaan tot invulling van de locatie als flexlocatie. 20

Voorzitter, dan de motie van de VVD over de ozb verhogen, motie 7. Het is aan u als raad om kaders te stellen. Dat hebben we ook bij de kadernota gehad. Die discussie over het niet verhogen van de ozb hebben we toen ook gehad. Wij vullen geen gaten met de ozb in onze begroting. We zijn daar echt terughoudend in. Wat ons betreft, zou in een totaalpakket de ozb een bespreekbare optie moeten kunnen zijn. Ik zeg het heel voorzichtig, nogmaals, die kaders zijn echt aan u om mee te geven, maar dat zouden we, wat ons betreft, nu niet doen. Dan zet u uzelf, denk ik, vaster dan u zou willen. Laten we daar gewoon bij de kadernota volgend jaar met elkaar over van gedachten wisselen en dan kunt u dan een besluit nemen. Dus wat ons betreft ontraden we die motie voor nu. Even kijken, dan hebben we motie 8 niet, 9 niet. Stop de verpaupering, motie 10 van het CDA. Zoals ik heb aangegeven zal het actieplan vanuit de woonvisie in ieder geval een overzicht brengen van het instrumentarium dat we zouden kunnen inzetten. Daar zou een leegstandsverordening van toepassing kunnen zijn.

Ik wil u er wel op wijzen dat daar best flinke investeringen voor de gemeente in zitten, in het kader van tijd, in het kader van zorgen dat we alternatieven aanbieden en dat we in gesprek gaan met de woningen, of de locaties, om het zo maar even te zeggen, en dat het in het kader van verwachtingsmanagement wel even goed opletten is dat we dit niet moeten inzetten voor slechts een enkele woning, maar ook dat het qua resultaat van wat we gaan doen niet meteen schokkend veel zal opleveren. Maar we kunnen, wat ons betreft, wel dat onderzoek doen. En als dat in het Actieplan Wonen mag, dan zou dat wat ons betreft prima zijn. Voorzitter, ik zie nog een interruptie. De voorzitter: Sorry, ik keek helemaal naar rechts, maar ik zou graag het woord aan u willen geven. De heer Zwaard: Ik denk dat ik begrijp wat de wethouder bedoelt te zeggen. Onze vraag is om een onderzoek in te stellen. Brengt dat veel ambtelijke inzet en kosten met zich mee? En gaat een leegstandsverordening opstellen met veel kosten en inzet? Als een onderzoek niet al te veel moeite zou kosten, zouden we dat wel graag zien gebeuren. De voorzitter: Ik dank u voor de vraag, mijnheer Zwaard, CDA. Dat was ik even vergeten te zeggen. Mijnheer Voskamp, de wethouder. Wethouder Voskamp: Dank u wel voor de verduidelijkende vraag. Nee, dat onderzoek zal niet veel ambtelijke tijd in beslag nemen.

Natuurlijk wel enige tijd, maar zoals ik al zei, omdat we bezig zijn met het Actieplan Wonen zijn we al aan het kijken naar 'welk instrumentarium is er en welk instrumentarium zouden we in kunnen zetten?' Daar zouden we dat prima aan kunnen toevoegen. Alleen weet ik ook wel uit ervaring dat het inzetten van bijvoorbeeld een leegstandsverordening best zwaar is voor het middel en het uiteindelijke aantal panden dat we daar uiteindelijk beschikbaar mee zouden kunnen krijgen. De vraag is of dat lonend zal zijn, maar dat onderzoek kunnen we zeker doen. Voorzitter, tot slot. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij. Aan u het woord. De heer Roeling: Ja, op dit onderwerp. Motie Stop verpaupering. Kan het college ook een onderzoekje meenemen voor die specifieke locatie om te kijken of daar we daar als gemeente een actiever grondbeleid kunnen toepassen? Want als we kijken naar de locatie van dat specifieke pand en de twee of drie aangrenzende panden, maak je het plangebied dat we nu voor ogen hebben veel groter. Het sluit feitelijk daarop aan. Dat lijkt ons een wat zinvoller onderzoekje dan door het CDA wordt voorgesteld. Wat vindt het college daarvan? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. De heer Voskamp.

Wethouder Voskamp: Voorzitter, met het vaststellen van de grondexploitatie hebben we vorig jaar de grondexploitatie van Centrumplan Maasland gesloten met het idee om daar ook voor een wat groter gebied te beschouwen wat daar mogelijk is. Dat is een ander type onderzoek, wat mij betreft, en dat gaat verder dan het focussen op de verpaupering, maar daarmee kunnen we wel ook op die locatie de verpaupering mogelijk aanpakken. 21

De voorzitter: Ik zie ook nog een interruptie – niet meer? – van de heer Jongsma. Oké, die is ingetrokken. Mijnheer Voskamp, u mag uw betoog vervolgen en volgens mij bent u bijna aan het eind. Wethouder Voskamp: Ik ben aan het afronden. Voorzitter, tot slot. Voor het komende jaar zullen wij samen met u werken aan het realiseren van onze begroting, maar ons ook richten op duurzame oplossingen voor de financiële uitdagingen in de komende jaren. Dat betekent dat we verder maatregelen moeten nemen. De urgentie is duidelijk en op diverse terreinen zijn we dan ook al aan het zoeken naar verdere structurele besparingen. We kunnen u daarin als raad meenemen en gezamenlijk bekijken waar we die ruimte zien of waar we die ruimte kunnen maken. En wat mij betreft, allereerst via de Auditcommissie over het proces en de richting, maar ook via de reguliere P&C-cyclus zoals de kadernota en uiteindelijk de begroting van volgend jaar, met uiteraard de besluitvorming in de raad. Daarnaast zullen we inhoudelijk per portefeuille bij behandeling van de onderliggende stukken beleidskeuzes moeten maken met elkaar en dat zullen we door het hele jaar heen doen. Voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp. Ik zie nog een interruptie van de heer Roeling aan de heer Voskamp. Tot slot. De heer Roeling: Ja, ik dacht 'voordat hij wegloopt'.

Voor het grootschalige azc zijn er geen kosten en baten opgenomen in de begroting waar we het nu over hebben. Is dat omdat het onduidelijk is bij het college of verwacht u geen kosten te maken? Wat is de reden dat die kosten en misschien baten niet op zijn opgenomen in de begroting? De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling, mijnheer Voskamp. Wethouder Voskamp: Op het moment dat wij de begroting maakten, waren die nog niet helemaal duidelijk en klaar. Daar ligt nu een begrotingswijziging voor, volgende week spreekt u daarover als raad en daarmee stelt u begrotingswijziging vast voor 2024. En een begrotingswijziging voor de jaren daarna, dus die zullen aanvullend zijn op de huidige begroting en daarmee dus in de begroting van 2025 terechtkomen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Voskamp, en dan gaan we nu over naar de beantwoording van de vragen aan portefeuillehouder De Leede, aan u het woord. Het is nu 19.45 uur en we hebben tot 20.15 uur dus dat is een mooie verdeelsleutel waar ik jullie de uitdaging voor geef. Wethouder De Leede: Voorzitter, ik wil de vragen van de sprekers in volgorde van opkomst op deze vloer even aflopen. De heer Jongsma begon en hij had het over het programma Duurzaam Boer Blijven. Of in algemene zin, het groen houden van ons gebied en met name het investeren in een duurzame landbouw en wat we daar nog meer aan kunnen doen dan we op dit moment doen.

Een aantal suggesties van wat we doen en waar we verder in kunnen doorontwikkelen vindt u overigens in dat magazine dat ik aan het begin van de avond heb uitgereikt. Maar er zijn ook wel een paar specifieke punten te noemen. Het programma Duurzaam Boer Blijven richt zich in het komende jaar echt op het valideren van de resultaten die tot nu toe bereikt zijn. Daar hebben we ook een externe toets voor nodig, waardoor de resultaten die bereikt worden door de kringloopboeren ook gevalideerd worden en dus op waarde worden geschat. Dat geeft een kans om dat verder te vermarkten. Verder is de inzet op de korte ketens een belangrijk onderwerp om te kijken of de productie meer vermarkt kan worden in het eigen gebied. En ook de inzet van het grondinstrument wordt geëvalueerd, want het vijfjarenprogramma loopt dit jaar af en begin volgend jaar zullen wij met een nieuw meerjarenplan op dat gebied komen. We proberen dus ook echt in te zetten op het betrekken van andere partners bij het programma. Het tweede punt van de heer Jongsma was het thema mobiliteit. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma van OGP Midden-Delfland.

22

De heer Jongsma: Dank u wel wethouder voor het beantwoorden van de vraag. Ik dacht 'ik wacht even tot u klaar bent met dit themaatje. Ik heb één vraag erover en die gaat over 'de certificatie van de kringloopboeren biedt kansen voor de verdere vermarkting'. Wat moet ik me daar concreet bij voorstellen? De voorzitter: Dank u wel, het woord is aan mijnheer De Leede. Wethouder De Leede: De bedoeling is als volgt. Als je bijvoorbeeld een biologisch product maakt, kun je daar een bepaald stempeltje opzetten. Op dit moment kun je het stempeltje 'kringloop' ergens opzetten, maar dan is niet duidelijk welke garanties daarachter zitten. En in die zin bedoel ik het valideren van die kringlooplandbouwresultaten in een soort van certificaat. Dat is op dit moment een actiepunt in het programma. En dat zou betekenen dat je inderdaad een stempeltje op een bepaald product kunt zetten. En dat is van belang, zo heb ik begrepen, voor de vermarkting van de streekproducten. Het is makkelijker om ze dan aan de man te brengen, ook in de concurrentie met bijvoorbeeld biologische producten. De voorzitter: En daarbij zie ik nog een interruptie van de heer Jongsma.

De heer Jongsma: Biedt dat de kringloopboeren ook extra mogelijkheden in de bedrijfsvoering met betrekking tot beleid, zoals dat nu in Nederland gevoerd wordt? Hebben ze dan straks meer plusjes of zo? Wethouder De Leede: Ja, op het thema streekproducten wel, voorzitter. De heer Jongsma: Jawel, maar dan hebben we het over centjes, maar hebben we het ook over bedrijfsvoering, zodat ze dan net even iets meer mogen dan boeren die geen kringloopboeren zijn? Dat bedoel ik meer. De voorzitter: Mijnheer De Leede. Wethouder De Leede: Ook dat, ja voorzitter. Ook dat is onderdeel van die van die validatie. Maar dat vraagt dus inderdaad actie van de provincie en van ons richting het rijk, richting het ministerie. Die actie zetten we in gang onder meer door de landbouwminister actief te betrekken bij de uitreiking van de certificaten volgend jaar aan de kringloopboeren. Ik kwam inmiddels op het tweede thema van de heer Jongsma, mobiliteit. Ook anderen hebben daar veel over gezegd. Mijnheer Jongsma had het in iets algemenere zin over zijn zorg over de dreigende korting. We hebben inmiddels toch echt wel goede hoop dat de 10% korting op die brede doeluitkering als risico kan worden afgewend. Daar zetten we vol op in vanuit de MRDH. Dat betekent natuurlijk niet dat alle zorgen zijn verdwenen, maar dat betekent wel dat er een acute zorg van tafel is.

Uw pleidooi om te kijken naar andere vormen van mobiliteit zoals u noemde in uw betoog, past volgens mij heel goed in het onderzoek of de opstelling van de mobiliteitsvisie, zoals die op dit moment loopt. Ik zou uw suggesties daarin graag meenemen. Uw vijfde thema, want ik sla er een paar over, ze zitten niet allemaal in mijn portefeuille natuurlijk, was schone lucht. In dat kader zal collega Oderwald ook het nodige zeggen, maar de motie over de kabelgoten zit in mijn portefeuille. Met die motie is het thema niet voor het eerst in beeld gekomen. In onze gemeente is het op dit moment niet mogelijk om zelf inderdaad met een kabeltje op te laden voor de deur. Er zijn ook argumenten waarom we dat niet mogelijk maken. Een belangrijk nadeel is dat er indirecte claim wordt gelegd op parkeerplaatsen, een claim op de openbare parkeerplaatsen en dat dat natuurlijk wel tot de nodige discussie kan leiden. Het is ook de vraag wat precies het effect is op het netwerk van de openbare laadpalen. Op dit moment is het dus niet mogelijk en niet toegestaan ook, in het kader van de APV. Maar goed, als u… Ik laat het natuurlijk verder aan de raad om wel of niet tot een dergelijk onderzoek te komen. Wij denken dat er meer nadelen dan voordelen aan zitten. Ik kom dan bij de heer Vieira. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes, D66, aan u het woord.

23

De heer Scholtes: Voorzitter. Ik hoor heel vaak wethouders hier aangeven dat zij een motie ontraden of niet. Ik kreeg toch wel heel sterk de indruk dat deze wethouder deze motie ontraadt. Zou de wethouder iets meer stelling kunnen nemen, voorzitter? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes en het woord is aan de heer De Leede. Wethouder De Leede: In de motie wordt een oproep gedaan tot een onderzoek voor een dergelijk initiatief. Het college zit niet te wachten op dat onderzoek. Dus ja, in die zin ontraad ik de motie. Ik dacht dat dat ook duidelijk was, omdat ik dus de nadelen groter vind dan de voordelen, of we dat als college vinden. Ik kom bij de heer Vieira. De voorzitter: Ik wil daar ook nog even de gelegenheid geven aan de heer Jongsma. Ik zie daar een interruptie. Het antwoord is ondertussen duidelijk, maar mijnheer Jongsma, aan u het woord. De heer Jongsma: De wethouder heeft het over een claim op parkeerplaatsen. Maar op het moment dat iemand nu een aanvraag doet voor een openbare laadpaal, wordt er ook een claim op een parkeerplaats gedaan. Dus kunt u wat nader duiden hoe dat dan zit? Beide gevallen kost het een parkeerplaats. Waarbij ik wil aanmerken dat als we de dorpen een beetje kennen, iedereen in het dorp ongeveer een eigen parkeerplaats heeft. Dat hebben we in het verleden zo'n beetje met zijn allen afgesproken en dat is ook zo.

Dus uw argument dat het een claim legt op parkeerplaatsen deel ik in ieder geval niet. Maar goed, terug naar de vraag: wat bedoelt u met een claim op parkeerplaatsen? De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma. Kunt u heel kort daarop antwoorden? Dan zie ik ook nog een interruptie, maar nu niet meer? De vraag is zojuist ook gesteld. Collega, daarvoor dank en het woord is aan de heer De Leede. Wethouder De Leede: Natuurlijk is er een claim op laadpaalparkeerplaatsen, maar die zijn voor meerdere mensen bedoeld en op het moment dat er bij iemand voor de deur een kabelgoot wordt aangelegd, dan verwacht die persoon ook omdat hij daarin geïnvesteerd heeft, dat hij daar zijn of haar auto kan neerzetten. Dat is een openbare parkeerplaats. Dat betekent dus dat de buurman daar die auto niet neer kan zetten, ook als er verder in de straat geen enkele andere plek is. Dat type is toch echt iets anders dan het bezetten van een parkeerplaats die specifiek bedoeld is voor elektrische auto's. Dat is in ieder geval de afweging die wij tot nu toe gemaakt hebben en op het moment dat de raad vindt dat we een andere afweging moeten maken, dan horen we dat graag. Ik kijk nu toch eerst even die kant op en anders ga ik naar de heer Vieira. Collega Voskamp is al ingegaan op het thema van de toeristenbelasting.

In algemene zin wil ik wel iets zeggen over dat wij natuurlijk bezoekers ook op andere manieren willen laten bijdragen aan ons mooie, groene gebied. Dat doen we onder andere door intergemeentelijke samenwerking in het kader van de Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland waar dus ook via de gemeenten, inwoners van omliggende gemeenten bijdragen aan dat BPL. Dat is even de bijdrage van de heer Vieira, voor wat betreft mijn portefeuille. De heer Van der Eijk heeft geen vragen gesteld in mijn portefeuille, voor zover ik kan zien. De heer Roeling wel, op het thema verkeer, de Hoornseweg. Ja, nu die doorfietsroute aan de Hoornseweg niet doorgaat, kunnen we die € 600.000,00 wel laten vervallen, is de suggestie in amendement C. Wij denken dat dat geen goed idee is. Ook de heer Ringeling kwam overigens met die suggestie. Wij denken dat het belangrijk is om wel geld beschikbaar te houden voor die doorfietsroute als we die aan de andere kant van het water, namelijk aan de Hoornsekade gaan realiseren. Dat is één. En twee, op het moment dat wij ook nog maatregelen moeten nemen in het kader van de verkeersveiligheid aan de Hoornseweg, los van een doorfietsroute en los van een knip, want die knip is definitief van de baan aan de Hoornseweg, moeten we wel middelen hebben om iets aan de verkeersveiligheid te doen.

We willen primair die middelen, die € 600.000,00 dus reserveren voor onze bijdrage aan de doorfietsroute aan de noordzijde, aan de Hoornsekade. Dat is geen uitgekristalliseerde route die al helemaal is uitgebalanceerd, maar het is wel een serieuze suggestie die ook van groot belang is – dat zeg ik dan ook in de in de richting van de heer Ringeling – voor de bestaande fietsers. Op dit moment worden er al 1700 fietsers geteld over de Hoornsekade. Dat is echt eigenlijk al een doorfietsroute, die niet aan de kwaliteitseisen van zo'n doorfietsroute 24

voldoet. Dus wij denken dat we daar een grote slag kunnen maken door het verkeersveiliger te maken en door met een eigen bijdrage, maar vooral dus met een heel serieuze bijdrage van de MRDH een slag te maken. We gaan daarover in gesprek met bewoners, over wat hun ideeën daarover zijn en wat hun mogelijke gedachten daarover zijn qua bezwaren. Maar we willen in ieder geval het gesprek openen over die doorfietsroute, dat gaan we gezamenlijk met Delft doen, maar wel in de vorm van een bewonersavond in Den Hoorn. Dat is in ieder geval de planning voor dit moment. De doorfietsroute is inderdaad voor woon-werkverkeer bedoeld en niet primair voor recreatieve doeleinden. Dus grote groepen wielrenners willen we niet verleiden, die willen we zeker niet oproepen om van die doorfietsroute gebruik te maken. Daar is die niet primair op gericht. De voorzitter: Ik wil graag de heer Knaap gelegenheid geven voor een interruptie. De heer Knaap: Voorzitter, een korte vraag en volgens mij zei u het daarna ook al wel. U had het over het betrekken van de inwoners, betrek graag het dorp, omdat het dorp Den Hoorn gebruikmaakt van die route naar Delft. Dus niet alleen de omwonenden. Kan de wethouder bevestigen dat het ook echt mogelijk zal zijn voor alle inwoners om daar hun mening over te geven? De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Knaap. De heer De Leede.

Wethouder De Leede: Het is zeker de bedoeling om daar een brede participatie mogelijk te maken en dat dan niet in het stadium dat er een plan ligt waar mensen ja of nee op kunnen zeggen, maar in het stadium dat we een aantal ideeën kunnen presenteren en daar de reactie op kunnen vragen, Dat is in ieder geval de planning zoals we die nu voor ogen hebben. Dan kom ik bij de heer Roeling. Naar aanleiding van zijn… De voorzitter: En ik kom bij de heer Zwaard, want die heeft een interruptie. Mijnheer Zwaard, aan u het woord. De heer Zwaard: Voorzitter, nog even bij het vorige onderwerp aanhakend. Ik dacht dat de heer Ringeling het aankaartte, maar we hebben het nu over de Hoornsekade, maar wordt er ook nog verder gekeken naar het stukje voor Dalsem want dat is denk ik qua verkeersveiligheid nog veel lastiger. Wordt dat meteen in het plan meegenomen of is dat in een later stadium? De voorzitter: Dank u wel de heer Zwaard. Mijnheer De Leede. Wethouder De Leede: Als we het hebben over de doorfietsroute, hebben we het in principe over het hele traject. Dus moet je ook kijken naar het vervolg. En dat betekent dat het knelpunt dat iets meer westelijk ligt, ook in beeld moet komen. Ik was bij de heer Roeling naar aanleiding van zijn amendement over PUUUR. Of over gebiedsmarketing.

Het amendement pleit ervoor het budget voor het komend jaar te verlagen naar € 75.000,00 en het budget voor de jaren 2026, 2027 en 2028 te laten vervallen. Ik wil dat amendement namens het college ontraden. We vinden het belangrijk om een betrouwbare overheid te zijn en wij denken dat voor het komend jaar de bijdrage vanuit de gemeente van € 100.000,00 te rechtvaardigen is en dat het ook belangrijk is om die vervolgstap te zetten, mede met het oog op het feit dat we de stichting hebben uitgedaagd om met een meerjarenplan te komen. Daar komen ze ook mee eind van dit jaar. Dat gaan we eerst in het college en daarna met u bespreken in het eerste kwartaal van volgend jaar. En dan bepalen we de koers voor 2026 en verder. Het lijkt mij belangrijk dat we middelen beschikbaar hebben en houden, ook in 2026 en verder, voor gebiedsmarketing want dat is zeker belangrijk. Denk ook aan het verhaal rond de streekproducten en hoe we daarmee verder willen. Het is ook van belang voor onze recreatieondernemers. Dus we willen sowieso vasthouden aan een budget voor gebiedsmarketing. Dat betekent dat we het amendement dus ontraden. Dat betekent niet dat wij op dit moment voorstellen om voor die jaren 2026 en verder nu al een keuze te maken voor het blijvend subsidiëren van de stichting PUUUR. Dat staat er helemaal los van.

Wel willen we… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij, aan u het woord. 25

De heer Roeling: Nog even over het amendement PUUUR. Ik bedoel maar, het is niet voor het eerst dat we hierover spreken. We schuiven het steeds maar weer een poosje voor ons uit. Wij hebben dit amendement met name ingediend om te zeggen 'we verlagen het voor volgend jaar en dan is het vervolgens aan PUUUR om te laten zien of ze met concrete doelen kunnen komen. En dan gaan we nog een keertje heroverwegen.' Dus het is meer een stok achter de deur om PUUUR dit te laten doen. Een belangrijke opmerking van de wethouder is 'we moeten wel een betrouwbare overheid zijn'. Ja, maar aan welke kant? Ik bedoel, ben je een betrouwbare partner voor PUUUR, of ben je het voor onze inwoners die belastinggeld op zien gaan in… Waarin? Dus het valt op twee manieren uit te leggen. Snapt de wethouder een beetje wat wij bedoelen, voorzitter? De voorzitter: Dank u wel, de heer Roeling en het woord is aan de heer De Leede. Wethouder De Leede: Voorzitter, u heeft zowel schriftelijk, als mondeling informatie gehad van de Stichting PUUUR. U heeft de jaarverslagen gehad over de afgelopen jaren. U heeft tijdens een informatieavond ook een presentatie gekregen van wat er tot nog toe bereikt is door de Stichting PUUUR. Dus het is niet zo dat dat volkomen onduidelijk is wat er bereikt is. U kunt natuurlijk zeggen 'goh, nou, dat vind ik een beetje tegenvallen', maar dat is echt weer wat anders.

Het is wel zo dat er echt informatie is verstrekt. Voor het komend jaar vinden wij het belangrijk dat de werkzaamheden van PUUUR worden doorgezet en dat we in het eerste kwartaal van volgend jaar het perspectief schetsen van hoe we verder willen met gebiedsmarketing in Midden-Delfland. En volgens mij is dan de juiste volgorde om in Q1 van volgend jaar, dat is dus ruim voor de kadernota, beslissingen te nemen voor 2026 en verder en dat lijkt me uiteindelijk het meest relevant. De voorzitter: Ik zie nog een interruptie van de heer Roeling van Mijn Partij, aan u het woord. De heer Roeling: Wij baseren onze informatie met name op het rapport dat is geschreven als een soort evaluatie en daarin werd klip-en-klaar duidelijk dat als je natuurlijk aan de voorkant geen duidelijke, concrete doelen formuleert, je natuurlijk wel oeverloos door kunt gaan, met PUUUR in dit geval, maar dat je dan niets bereikt. Dus als de wethouder zegt 'ja, ze hebben laten zien wat ze hebben bereikt', is dat juist het probleem. Het is onvoldoende concreet om te kunnen zeggen 'hier gaan we mee verder'. Het is nu aan PUUUR om te zorgen dat ze met daadwerkelijk concrete doelen komen waarmee wij als raad daar overzicht van hebben en er vervolgens op kunnen afrekenen. Is dat niet een beter voorstel? Vraag ik via de voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling. De heer De Leede.

Wethouder De Leede: Voorzitter, volgens mij zitten er twee kanten aan. De gemeente moet formuleren wat de gemeente vraagt. De uitvraag van de gemeente moet helder zijn; wat verwachten wij van een organisatie die voor ons de gebiedsmarketing doet? Dus dat is één: je opdrachtverstrekking moet helder zijn. En vervolgens moet helder zijn hoe het resultaat van dat werk gemeten wordt. Dat daarin zaken verbeterd moeten worden, is helder geworden uit de evaluatie. Dat pakket was te laat klaar om voor 2025 al definitieve beslissingen te nemen. Daarom is ervoor gekozen om in 2025 dan de bestaande subsidierelatie voort te zetten en Stichting PUUUR komt met een voorstel dat we u in het eerste kwartaal volgend jaar kunnen voorleggen. Dus daar hoeven we ze niet toe te prikkelen. Nee, daar komen ze mee. Die afspraak is gemaakt, dus dan komen we er opnieuw over te spreken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes, D66, aan u het woord. De heer Scholtes: Wij zijn echt al heel blij met de toezegging dat we Q1 2025 PUUUR gaan bespreken in de raad en dat we er breed over kunnen praten. Kan het evaluatierapport dat eerder is opgesteld, dat we hebben willen agenderen voor de commissievergadering die eraf is gehaald, ook onderdeel uitmaken van de discussie? Dus kan dat worden toegevoegd aan de evaluatie van PUUUR?

26

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Scholtes. Tevens is er een interruptie van de heer Ringeling, aan u het woord. De heer Ringeling: Ja. In antwoord op de heer Roeling, en ik heb eigenlijk een beetje dezelfde vraag als de heer Scholtes, zegt u 'nou, dan moet PUUUR met een voorstel komen van wat zij gaan doen'. Maar als gemeente hebben wij toch ook wat wij willen, wat wij vragen? Wij kunnen toch zelf ook doelstellingen aangeven en zeggen 'op grond hiervan gaan wij de afweging maken of wij doorgaan'? Wat willen wij voor de € 100.000,00 die wij geven aan PUUUR? Wat willen we zelf daarmee bereiken en hoe meten we dat? De voorzitter: Dank u wel, beiden, en we gaan naar de heer De Leede. Wethouder De Leede: Ja, voorzitter, dat gaf ik al aan. Wij moeten onze uitvraag goed formuleren, dus dat is ook een verantwoordelijkheid voor ons als opdrachtgever. Dat is onderdeel van het proces en de evaluatie zoals die is uitgevoerd, is natuurlijk onderdeel van de beraadslagingen. Die evaluatie heeft u al ontvangen en die kunt u natuurlijk uitdrukkelijk betrekken bij uw beoordeling van de voorstellen zoals die volgend jaar in het eerste kwartaal naar u toe komen want die zullen voor een deel ook antwoord moeten geven op de vragen die uit die evaluatie naar voren kwamen. Dat waren de vragen over PUUUR. Ik kom dan bij de heer Ringeling.

De vragen van de heer Ringeling over de Hoornseweg heb ik volgens mij besproken, omdat die gelijkluidend waren aan de vragen van de heer Roeling. Hij had een specifieke vraag over de drukte in Den Hoorn en of daar nou niet iets aan te doen is door een wat ruimer postcodegebied, oftewel iets meer mensen die toestemming krijgen om van de knip gebruik te maken, of die knip in Delft te negeren. Natuurlijk wil ik dat gesprek met de gemeente Delft aangaan. Ik zie het belang voor de inwoners van Den Hoorn. Maar ja, een gesprek aangaan, betekent nog niet een resultaatverplichting op me nemen, want dat vind ik echt wat anders. Maar dat gesprek willen we natuurlijk absoluut aangaan. Ik kom dan bij de heer Zwaard ten slotte. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ringeling van de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter, ik ben blij met uw antwoord, maar even voor de duidelijkheid, voor het verslag. Ik heb niet gezegd in mijn tekst of in de motie 'de knip negeren', want anders krijgen we allemaal een boete. Dus daar heb ik niet toe opgeroepen. Wethouder De Leede: Nee, het zou me van uw fractie ook bijzonder verbazen als u tot burgerlijke ongehoorzaamheid oproept. De voorzitter: Waarvan akte. De heer De Leede, ik… Wethouder De Leede: Ik heb mijn woorden minder handig gekozen. Ik kom bij de heer Zwaard. Dat is de laatste in mijn rijtje. De voorzitter: Ja, oké.

Wethouder De Leede: Want die was ook als laatste aan het woord. Hij vraagt… De voorzitter: Ik zie toch nog een interruptie, van de heer Jongsma, OGP Midden-Delfland. De heer Jongsma: Voor wat betreft die motie De deur van Midden-Delfland iets ruimer open. Wat is nu concreet het advies van het college bij deze? Dat heb ik niet goed gehoord. De voorzitter: De heer Jongsma, dank u wel en wethouder De Leede. Wethouder De Leede: Voorzitter, ik heb aangegeven dat ik tot het gesprek bereid ben als dat... Ja goed, dat betekent dat de motie in feite overbodig is. Maar goed, als die wordt aangenomen, dan ga ik dat gesprek aan. Maar ik ga het gesprek sowieso aan omdat de raad dat wenst. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ringeling. Aan u het woord. 27

De heer Ringeling: U kunt de motie ook als een duw in de rug richting Delft gebruiken. Dat u zegt 'luister hier, ze hebben mij op pad gestuurd. Ik moet met u komen praten'. De voorzitter: Die vraag is helder en de heer De Leede, aan u het woord. Wethouder De Leede: Ja, dan beschouw ik dat maar als een steun in de rug. Ik kom bij de heer Zwaard, die vroeg om meer prioriteit voor het onderhoud van de stoepen in het kader van de valpreventie. Het is zeker zo dat er afgelopen periode geïnvesteerd is, zo heb ik begrepen, in beter onderhoud van de stoepen en dat daarbij ook afstemming wordt gezocht met ouderenorganisaties. Het was even de vraag of dat overleg nog recentelijk heeft plaatsgevonden. Anders gaan we het in ieder geval opnieuw oppakken, want het is belangrijk dat wij de stoepen goed toegankelijk houden ook voor mensen die minder goed ter been zijn. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld, CDA. Aan u het woord. Mevrouw Langeveld: Ik hoor u zeggen, wethouder, dat er al onderhoud plaatsvindt op het moment aan de stoepen, aan de scheve tegels et cetera. Kunt u ook aangeven waar? Want ik heb namelijk nog niet gezien, in ieder geval niet in de kern van Den Hoorn, dat daar onderhoud is gepleegd aan de stoepen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5f94c793-71a5-4d18-ac39-c1151a64d8cf