CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2024 m 10 d 22 Vsl Raad

Gemeenteraad 19 november 2024, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Verslag openbare vergadering dd 22-10-202432.470 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

gesprek te gaan over wat ervoor nodig is om op dat soort locaties woningbouw te realiseren. En dan maak ik een klein sprongetje naar een paar maanden later, dat is naar de woonvisie. In de woonvisie hebben we met elkaar geconstateerd dat we het belangrijk vinden om ons gebied open te houden en dat wij als raad ook beseffen dat dat een extra inspanning vraagt als er locaties binnen de dorpskernen vrijkomen waar je mogelijk woningbouw zou kunnen plegen. Wij zien bij dit voorstel van het college dat eigenlijk die stap gewoon volledig is overgeslagen. Dat vinden wij een gemiste kans omdat wij denken dat op zo'n locatie wel degelijk de bouw van woningen mogelijk is. Vandaar dat wij ook een amendement hebben geschreven dat prima onze mening in dit punt vertegenwoordigt. Ik zal het dictum voorlezen. Wij stellen voor het besluit te wijzigen naar: 1. Vooralsnog geen positieve reactie te geven op het verzoek om een omgevingsoverleg om de kantoorfunctie toe te staan in het voormalige gemeentehuis in Maasland.

Het college de opdracht te geven met de huidige eigenaar in gesprek te gaan en conform de uitgangspunten van de woonvisie te onderzoeken onder welke voorwaarden het realiseren van minimaal vier woningen in het voormalig gemeentehuis aan de 's-Herenstraat mogelijk is en de resultaten van dit onderzoek uiterlijk in het eerste kwartaal van 2025 kenbaar te maken aan de gemeenteraad maar dat mag natuurlijk ook een stuk eerder. Dit amendement is in ieder geval door OGP Midden-Delfland ondertekend en dat wil ik ook formeel indienen en uiteraard zijn wij heel nieuwsgierig naar hoe de andere fracties tegen dit amendement aankijken. De voorzitter: Dank u wel. En u dient hierbij dan ook het amendement in, waarna ik vervolgens het woord wil geven aan de heer Roeling. De heer Roeling: Het voormalig gemeentehuis, een mooi, markant gebouw en een historie. En nu ligt de vraag voor: wat gaan we ermee doen? We hebben het natuurlijk een paar jaar geleden als gemeente verkocht en inmiddels is het begin dit jaar weer, althans een deel, doorverkocht. En nu komt het college met het idee of het voornemen 'kantoor lijkt ons wel een geschikte bestemming'. Lang verhaal kort, daar zijn we het wel mee eens, maar we willen het wel even onderbouwen.

Wij hebben ook al een paar jaar geleden ons afgevraagd, toen het voorstel was om het te verkopen, kunnen we daar als gemeente niet iets mee? Want de woningnood of de behoefte aan meer woningen is niet van de laatste dagen. Die was drie jaar geleden natuurlijk ook al nadrukkelijk aanwezig. Dus we hebben er toen ook naar gekeken, is dat te doen? Kort samengevat, voorzitter, alles kan. Je kunt het platgooien, je kunt het van binnen compleet strippen en dan kun je waarschijnlijk daar wel een vorm van woningbouw plegen. Alleen als we nu kijken naar wat de huidige staat van het pand is en wat er voorheen is gebeurd, ligt wat ons betreft woningbouw daar niet voor de hand. Waarom? Omdat je daar vreselijk in moet investeren om daar woningen te maken. Starterswoningen worden sowieso onbetaalbaar. Ga je kijken naar onze vitale ouderen, wat ook een belangrijke doelgroep voor ons is, dan wordt het veel te duur of het wordt... Kortom, dat is niet handig. Vandaar dat we verbaasd zijn dat er nu een amendement ligt waarin alsnog wordt gevraagd 'kijk eens naar wat er aan de woningbouw mogelijk is'. Dat hebben wij twee jaar geleden al gedaan, voorzitter, omdat we toen al zagen 'dat is niet handig op deze locatie'. Wij denken 'focus je op bijvoorbeeld de kavel naast het voormalig gemeentehuis. Daar is ook ruimte. Daar horen we ook niet veel over.

Wat is daar mogelijk?' Onlangs zijn we bijgepraat door de heer en mevrouw Keyzer uit Den Hoorn, die een schitterend plan hebben om zes appartementen voor vitale senioren te realiseren. Pak dat met beide handen aan en ga daarmee aan de slag. Kortom, voorzitter, wij steunen het voorstel. Maar ja, het is geen voorstel. We steunen de suggestie, het voornemen van het college om over te gaan tot kantoorfunctie. Waarom? Parkeren is ook een dingetje met name in de kernen en met deze kantoorfunctie heb je overdags de auto's van het kantoor en mogelijk bezoekers. Die zijn 's avonds weg en 's avonds komen dan de omwonenden thuis. Dus dat is een goede manier om gebruik te maken van de schaarse parkeerplaatsen. En als laatste, als het college besluit om dit te gaan doen met dat kantoor, krijgen we als gemeente ook nog eens een keer € 25.000,00 in het kader van het speculatiebeding. Dat lijkt ons ook wel interessant. Dan ga ik over naar het amendement. Is het een amendement of een motie? De voorzitter: Het is een amendement.

30

De heer Roeling: Amendement. Dat staat weer haaks op dat punt van orde dat ik net maakte. Kijk, wat je feitelijk met een amendement doet, is de wijzigingsbevoegdheid van het college amenderen. Je had een motie kunnen indienen om te zeggen 'we roepen het college op', of 'we verzoeken het college'. Dan kan het college alsnog zeggen 'nou ja, leuk dat jullie een motie hebben ingediend, maar we laten het links liggen, want wij vinden dit toch beter'. Dat lijkt ons staatsrechtelijk beter en we zullen het ook om die reden niet steunen. Het is krom, voorzitter, laat ik het daarop houden. De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling, dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ja, een oud gemeentehuis. Je kunt er helemaal nostalgisch over doen. Je kunt ook denken 'het is gewoon een oud kantoorpand. Het staat leeg en er gebeurt niets mee. Je moet blij zijn dat er iemand wat mee wil doen'. Zo keek de VVD er eigenlijk naar. Twee weken geleden bij de commissievergadering had de heer Knaap van OGP Midden-Delfland het voorstel om de optie van woningbouw ook te onderzoeken. Wij kunnen de heer Knaap daarin wel volgen en wij vinden het ook zeer verstandig dat hij een minimumaantal woningen opneemt in dit onderzoek. Want straks komt eruit 'er kunnen woningen' en er komen twee dikke appartementen voor senioren, van € 900.000,00 per stuk.

Dan zitten we hier bij elkaar en denken we 'was dat dan de bedoeling?' Dus wij denken wel dat door op deze manier het voorstel te wijzigen, het voorstel beter aan zou kunnen sluiten bij de woonvisies en dergelijke die wij hebben in deze gemeente. De heer Roeling had het erover 'wat kunnen wij doen als het college dan anders doet?' Ja, dat is heel simpel. Daar heb ik wel een motie voor liggen. Dat is gewoon een functie elders voor het college of voor de desbetreffende wethouder, mijnheer Roeling. Dat is niet zo heel moeilijk, want het college gewoon uitvoerder van de wensen van de raad en niet andersom. En dan kan het wel de bevoegdheid hebben en stoere praat uitslaan, maar als dit voorstel wordt gewijzigd, dan gaat het college daar maar aan werken, want anders zijn de messen geslepen. De voorzitter: Dank u wel de heer Van der Eijk, dan wil ik het woord graag geven aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Wij kunnen een positieve reactie geven op het verzoek van het college en daarmee dus het amendement niet steunen. De voorzitter: Dank u wel. Dan het woord aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Ik heb een aantal sprekers gehoord, iets over stoere taal en wat minder vleiende praat naar het college en naar een wethouder. Ik vind dat dat niet op zijn plaats is, maar dat is mijn persoonlijke mening. Daar kunnen we over van mening verschillen. Terug naar het onderwerp.

Wij hebben in de commissie gezegd dat bewoning voor ons eigenlijk niet echt een optie is. Anderzijds zijn we medeondertekenaar van het addendum en ook wij onderkennen dat de woningnood groot is, dus in de oproep om het alsnog een keer te onderzoeken, kunnen we ons toch wel vinden. Of het helemaal realistisch zal worden, dat weet ik niet. Parkeren zal dan denk ik een uitdaging worden en ook het praktisch uitvoeren van woningbouw in het oude gemeentehuis is best een dingetje maar wat ons betreft wel het onderzoeken waard. Dus in die zin zullen wij het amendement waarvan ik dacht dat het een motie zou zijn, want een motie zou denk ik beter passend zijn, steunen. De voorzitter: Dank u wel. En dan wil ik tot slot het woord geven aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: In de aanleiding hoorden we de wethouder zeggen dat het van 'maatschappelijk' naar 'maatschappelijk/kantoor' gaat, maar volgens mij wordt het gewoon gewijzigd naar 'kantoor' en is daar weinig maatschappelijks aan. Wij hebben ook het amendement van OGP Midden-Delfland voorbij zien komen. Zoals wij het zien, gaan wij dan eigenlijk net iets te ver in ons wettelijk eigendomsrecht. Dat wettelijk eigendomsrecht staat best hoog en op het moment dat wij deze motie zouden steunen, zouden we eigenlijk zeggen 'u heeft een pand gekocht met een bestemming, maar u moet dat ermee gaan doen', terwijl dat

31

niet de voorwaarde was waarop het pand gekocht is. Dus om die reden kunnen wij de motie niet steunen. Of het amendement. Wij kunnen het amendement niet steunen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Ja, ik ben wel even benieuwd wat mijnheer Scholtes hier precies bedoelt, want de eigenaar heeft het gekocht met een bestemming 'maatschappelijk'. Hij wil nu wat anders. Dus wij gaan helemaal niet roeren in eigendom. Als wij niets doen, dan blijft het gewoon de bestemming 'maatschappelijk'. Dus wat bedoelt u precies ermee dat wij hier juridisch iets gaan doen? Wij vragen om een onderzoek om te kijken of er iets anders kan. De voorzitter: Het woord is aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, het wordt al gezegd, als wij hier beslissen dat het maatschappelijk moet blijven en geen kantoor wordt, dan kan het college alsnog beslissen om er kantoor van te maken in plaats van maatschappelijk. Desalniettemin, het pand is gekocht onder bepaalde voorwaarden en wij gaan nu dus andere randvoorwaarden schetsen, andere spelregels maken dan waar het pand eigenlijk onder gekocht is. Dat vinden wij niet correct. Dus om die reden zullen wij het amendement niet steunen. Wij zijn natuurlijk wel voorstander van woningbouw op die locatie en… De voorzitter: Ik zie weer een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Even voor de helderheid.

Ik hoor u dus zeggen, u bent het ook niet eens met het wijzigen naar kantoor. Want u zegt 'ik wil niet iets anders dan de bestemming die het heeft'. Dus wat u zegt, is 'het blijft gewoon horeca'. Is dat juist? De voorzitter: Het woord is aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, dat is dadelijk eigenlijk een beetje de clou van mijn verhaal, die ik eigenlijk helemaal aan het eind wilde brengen. Dat is inderdaad dat wij graag zouden willen dat het gewoon horeca blijft omdat we dan juist denken dat dat toegevoegde waarde biedt voor Midden-Delfland. Dus ik zal een sprong maken nu. Ja, eigenlijk zouden wij horeca namelijk maatschappelijk toegevoegde waarde vinden hebben, wat wij bij kantoor minder hebben. Dus als u dan onze conclusie wilt weten, zouden wij dan inderdaad een positieve reactie geven? Dan is het antwoord 'nee, wij geven geen positieve reactie'. Dat betekent wel dat ik de rest van mijn verhaal enigszins kwijt ben geraakt in de tussentijd, dus ik wil het hierbij laten voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Scholtes. Dat betekent dat wij nu het woord geven aan de wethouder, de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, het pand is een tijdje geleden verkocht op basis van een inschrijving. In die inschrijving zijn plannen gepresenteerd voor wat er met het pand en het aanliggend pand zou moeten gebeuren.

Daar is inderdaad de richting van maatschappelijk, wat het al was, naar gebruiksbestemming horeca gegaan. Het pand is vervolgens verkocht omdat de eigenaar van het pand niet in staat was om daar een horecafunctie te creëren. En vervolgens kwam de nieuwe eigenaar bij ons en zei 'ik heb een bestemming voor het pand, namelijk een kantoorfunctie, of tenminste, een potentiële koper voor het pand en die wil er graag een kantoor in voeren'. Voorzitter, met die vraag is de eigenaar bij ons gekomen. We hebben daarnaar gekeken en als college staan we daar positief tegenover op basis van de argumenten die we hebben aangevoerd, namelijk dat het in het verleden al een kantoorpand is geweest, dat we ook zien dat de inspanningen om er horeca te houden niet resulteren in een pand dat daar ook echt horeca heeft, aangepast en in volle glorie hersteld. En omdat we niet willen dat het nog langer leeg staat, hebben wij gemeend om mee te werken of te willen meewerken aan deze vraag. Dat heb ik, heeft het college met u willen delen, zodat u daar uw reactie op kunt geven.

32

Als raad geeft u via dit raadsvoorstel wel degelijk een richting aan, over hoe u dat ziet. Namelijk of een positief advies, of, zoals het amendement aangeeft, nog geen positief advies, met een opdracht om daar wat mee te doen. Voorzitter, in alle eerlijkheid, op het moment dat het voorstel aangenomen wordt, kunnen we zonder problemen door. Op het moment dat het voorstel niet aangenomen wordt, zullen wij moeten beargumenteren waarom we toch in dit geval een kantoorfunctie als de beste optie zien voor nu. En op het moment dat het amendement wordt aangenomen, is er eigenlijk precies hetzelfde aan de hand. Namelijk, dan zeggen we niet 'nee' tegen de eigenaar van het pand op de vraag 'mag je een kantoorfunctie doen?', dan blijft het inderdaad maatschappelijk. Maar dan hebben we in dit geval ook de opdracht om te kijken wat het voor woningbouw zou kunnen betekenen. Die vraag hebben we neergelegd bij de eigenaar. Die heeft aangegeven daar geen interesse in te hebben. Het amendement vraagt ook onder welke voorwaarden het dan wel zou kunnen. Daarover zouden we nog even in gesprek kunnen gaan met de eigenaar. De heer Knaap gaf zelf ook al aan dat het wat hem betreft niet lang hoeft te duren. Er zal ook geen uitgebreid onderzoek komen. Het gaat ook om wat de initiatiefnemer, of de eigenaar in dit geval, als haalbaar ziet.

Hij heeft ons aangegeven daar geen woningen, maar kantoor te willen. Dat is ook de vraag. Wat ons betreft, geven we daar nog steeds een positief antwoord op, maar het is aan u als raad om ons daarmee te helpen om aan te geven wat u daar zou willen hebben. En dan zullen we dat in ons besluit, als we dat nemen, moeten beargumenteren. Want in dit geval zijn wij zelfstandig bevoegd om daar zelfstandig een besluit over te nemen en dat zullen we dan beargumenteren en dan zullen we u daarvan op de hoogte brengen. De voorzitter: Dat gezegd hebbende, is het zo dat wij daarmee nog een tweede termijn nodig hebben? Dat is dus ja. Dat is duidelijk. Dan wil ik als eerste het woord geven aan de heer Knaap. De heer Knaap: Voorzitter, ik hoor de wethouder wel een beetje zeggen 'het mag wat OGP Midden-Delfland betreft sneller', maar snelheid gaat niet voor zorgvuldigheid. Dus het is ook niet voor niets dat in dit amendement staat dat we uitdrukkelijk een onderzoek willen hebben naar wat wel kan. Dus het antwoord terugkrijgen 'de eigenaar wil dit niet', vinden wij niet voldoende onderbouwing. Wij vragen wel degelijk om een zorgvuldig onderzoek onder welke randvoorwaarden het wel kan. Een antwoord met het woordje 'willen' vinden we daarbij een beetje een raar antwoord. Het woordje 'kunnen' zouden we graag ook in het antwoord terugzien. Dat wil ik de wethouder nog even meegeven.

De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Roeling. De heer Roeling: Ik verbaas me erover dat OGP Midden-Delfland nu pas wakker wordt. Ik bedoel, die vraag lag natuurlijk ook voor bij de verkoop en later ook met de bestemmingswijziging. Toen heb ik OGP Midden-Delfland ook niet gehoord 'nou ja, laten we nu eerst even onderzoeken of woningbouw mogelijk is'. En nu komt het “opzetten als kakken”. Dat is heel vreemd, voorzitter. Is de heer Knaap het met ons eens dat dit zogenaamde onderzoek naar woningbouw in een veel eerder stadium had moeten plaatsvinden? De voorzitter: Dank u wel. De heer Knaap. De heer Knaap: Daar wil ik wel even antwoord op geven, want de heer Roeling heeft het over drie jaar geleden. Volgens mij hebben we deze discussie over maatschappelijk zeven jaar geleden gevoerd, in 2017, met teksten als 'het kralensnoer in het centrum van Maasland'. Daar hebben we als raad ook best stevige discussies over gevoerd. Maar in die zeven jaar is er wel een heleboel veranderd en als je kijkt hoe de woonvisie zich heeft ontwikkeld, is er ook een heleboel veranderd. Als je kijkt welke afspraken we in de raad hebben gemaakt over hoe wij binnen de dorpskernen met vrijkomende locaties willen omgaan, is er ook heel veel veranderd.

Dus ja, mijnheer Roeling, het is geen twee jaar geleden, het is geen drie jaar geleden, het is zeven jaar geleden dat we dit besluit hebben genomen. En ja, mijnheer Roeling, de tijd is gewoon veranderd. Dus vandaar nu dit voorstel.

33

De voorzitter: Dank u wel de heer Knaap. En dan wil ik nu door naar de reactie van de heer Zwaard. De heer Zwaard: Wethouder, bedankt voor de beantwoording. Ik kan mijnheer Knaap daar wel in volgen, er is het een en ander veranderd. We hebben het in het verleden gehad over de situatie bij Hallensleben waar wij als raad erdoor verrast werden dat daar ineens een aantal blokkendozen verschenen en we op onze achterste benen stonden. Dat hadden woningen kunnen zijn. De toenmalige wethouder van de VVD heeft ons daarin gepasseerd, was onze indruk. We hebben nu de kans om te kijken of woningbouw daar in extremis toch mogelijk is. Dat is een kans die er ligt. In hoeverre dat haalbaar is, zal een onderzoek uitwijzen en dat hoeft wat ons betreft geen heel uitgebreid onderzoek te zijn. Je hebt daar ook de medewerking van de koper voor nodig. Maar het is zeker de moeite waard om dat onderzoek te doen en te kijken of woningbouw daar al dan niet mogelijk is. De voorzitter: Dank u wel, en dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het is zeker de moeite waard om te onderzoeken of er meer mogelijk is in dit pand, behalve dan een kantoor. Horeca blijkt niet haalbaar, dat is helaas. Ja, dat betreur ik ook wel. Maar ja, er moet wel een ondernemer zijn die zijn nek ervoor uitsteekt.

Er is nu een ondernemer die misschien wel kan worden verleid om een mooie bijdrage te leveren, ook aan de woningbouwopgave. Die kans ligt hier ook omdat de gemeente hier natuurlijk wat aan kan doen omdat er actief een bestemmingswijziging nodig is. Bij de hallen van Hallensleben was gewoon een bestemmingsplan. En ja, als een ondernemer daarop inspeelt, dan moet je, dan kan je als gemeente niet heel veel anders meer soms. Want uiteindelijk moet de gemeente dan instemmen met plannen die er zijn binnen een bestemmingsplan. We hebben in het Centrumplan Den Hoorn ook wel eens iemand gehad die daar loodsjes wilde ontwikkelen omdat er een erfdienstbaarheid aanwezig was, omdat een andere wethouder daarvoor een plan had ingediend en die erfdienstbaarheid niet kon, of daar geen actieve herinnering aan had. Dat is helemaal een raar verhaal. Tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. Tot slot de heer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Ja, altijd fijn om hekkensluiter te zijn. Uiteindelijk staat in het voorstel natuurlijk ook, en dat is misschien wel een klein beetje het punt dat wij maken, 'de nieuwe eigenaar heeft veel inzet gepleegd om hier horecagelegenheid te realiseren'. Terwijl volgens mij de nieuwe eigenaar nog niet eens een jaar eigenaar is van deze locatie.

Dus dan is inderdaad de vraag 'hoeveel inzet is er gepleegd om de horecagelegenheid te realiseren?' een legitieme. Dus misschien nog wel een vraag aan het college. Was de eigenaar bij de overdracht van het pand niet bekend met de bestemming van het pand? Tot zover mijn tweede termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, de heer Scholtes en dan kijk ik naar de wethouder voor een reactie in deze tweede termijn. Wethouder Voskamp: Om met het laatste te beginnen, ja, de eigenaar was bekend met deze bestemming en heeft geprobeerd om dat daar te realiseren. Hij heeft daar zijn klantenkring en contacten op aangesproken en is daarmee aan de gang gegaan en daar kwamen uiteindelijk geen kandidaten uit die hier in wilden stappen onder de voorwaarden die er, door allerlei omstandigheden, liggen. Daar ben ik niet bij geweest. Dat is gewoon iets wat de eigenaar heeft gedaan. Die heeft ons verteld dat hij die stappen heeft ondernomen om dat te doen. Dat is er helaas niet van gekomen, want dat was uiteindelijk wel het doel dat u als raad en wij met elkaar hadden beoogd. Voorzitter, ik wil niet in een woordspelletje komen met de heer Knaap. Ik heb aangegeven dat we in gesprek gaan, in gesprek zijn geweest. We hebben het gevraagd en we hebben gezegd dat als het amendement aangenomen wordt, we ook in gesprek gaan om te onderzoeken onder welke voorwaarden we dat kunnen realiseren.

Dus dat gaan we zeker doen. Alleen de vraag is natuurlijk wel: hoever gaan we daarin? Ik wil daar wel een kleine vorm van voorwaarschuwing aan geven. Het pand is in eigendom van een ander. Die heeft ons een vraag gesteld. Daar moeten we antwoord op geven. De vraag is niet 'mag ik daar woningen bouwen?' Nee, de vraag is 'mag ik 34

daar een kantoor vestigen?' Wij zien geen reden om dat te weigeren. Wij denken dat dat goed onderbouwd is en ook met de originele bestemmingen prima daar kan. U vraagt nu 'ga nog een keer in gesprek en kijk onder welke voorwaarden dat wel te realiseren is'. Ik weet niet welke voorwaarden daar uitkomen, maar het eerste antwoord dat de eigenaar gegeven heeft was 'nee, dat wil ik niet, dat kan ik niet. Dat heb ik afgewogen, dat ga ik niet doen'. Dat is een beetje in de basis de strekking van het antwoord. Als het amendement aangenomen wordt, dan gaan we in gesprek over onder welke voorwaarden dat wel kan en wat mij betreft komen we dan heel snel terug over wat dat betekent en… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Misschien toch even een vervolgvraag. Stel dat het amendement zo meteen wordt aangenomen en we hebben het beslispunt veranderd, hebben we dan ook indirect het college een positieve reactie gegeven om er toch een kantoorfunctie van te maken als de eigenaar 'nee' blijft zeggen? De voorzitter: In reactie, de wethouder. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, ik wilde geen woordspelletje met de heer Knaap gaan doen, maar ik kom nu in een woordspelletje met u, mijnheer Scholtes. Er staat 'vooralsnog' geen positieve reactie te geven. Er is geen reactie van de raad nodig voor het college om een besluit te nemen.

Dus ik lees het maar zo dat, als dit amendement aangenomen wordt, we niet full steam door kunnen gaan en tegen de eigenaar kunnen zeggen 'ja, dat gaan we regelen'. Vooralsnog geen positieve reactie. We gaan terugkoppelen wat er uit die gesprekken komt en dat nemen wij mee in onze uiteindelijke besluitvorming. Daar zullen we u dan van op de hoogte brengen. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Dat betekent dat wij nu aan het einde van deze tweede termijn zijn toegekomen aan het stemmen. Allereerst over het amendement dat is ingediend door OGP Midden-Delfland. Ik wil u uitnodigen om uw stem uit te brengen over het amendement. En ik zie dat dat 10 stemmen voor en 6 stemmen tegen zijn. Daarmee is het amendement aangenomen. Dan het voorstel, zoals het hier voorligt. Het gewijzigd voorstel, inderdaad, uiteraard. En daarbij zien we dat het voorstel met 13 stemmen voor en 3 stemmen tegen een positief besluit heeft. En dat is dus een opdracht aan het college. Dan gaan we naar het volgende agendapunt. Ik moet u zeggen, ik zie dat wij op dit moment net 22.30 uur gepasseerd zijn en dat wij, zoals het er nu naar uitziet, met elkaar op de goede manier door kunnen en jullie morgenavond vrij zijn.

12.

Voorstel rapport “Veilige Vergunningen” Rekenkamer Midden-Delfland

De voorzitter: Maar, dat betekent dat we nu bij agendapunt 12 beland zijn, het Voorstel rapport 'Veilige Vergunningen' Rekenkamer Midden-Delfland. Ik wil graag de aandacht van eenieder hier aanwezig weer en ik snap dat het zo af en toe eventjes…. Maar goed, we gaan door. In de commissievergadering van 26 september jl. is eerst met de Rekenkamer en daarna met de portefeuillehouders van gedachten gewisseld over dit rapport. Het is nu aan de raad om iets te vinden van het rapport en het voorstel spreekt dan ook nu over het instemmen met de bevindingen en de conclusies van de Rekenkamer. Wie uit de raad wil hier het woord nog over voeren? Allereerst wil ik het woord geven aan de heer Van Lier. De heer Van Lier: We zijn blij met dit rapport van de Rekenkamer. We willen de Rekenkamer bedanken voor alle inzet. De Rekenkamer vond het niet positief, ik vind het wel positief dat het college eigenlijk al punten opgepakt heeft. Dus ja, we kunnen er eigenlijk mee instemmen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter, volgens mij bent u ook portefeuillehouder op dit gebied, maar dat gezegd hebbend, wil ik graag de Rekenkamer bedanken voor alle inzet die zij hebben gepleegd.

35

Wat mij uiterst verbaast, is die verwarring over het jaarverslag van de boa. De Rekenkamer zegt 'dat is er', de portefeuillehouder zei in de commissievergadering van niet. Dat is eigenlijk… Dat kan gewoon niet, doe daar wat aan. En het stoort mij ook dat uit het onderzoek bleek dat als je een evenement organiseert en je wilt overal aan voldoen, er toch een konijn uit de hoge hoed komt. Toch was er een hitteprotocol. Toch moesten de ambtenaren weer extra regels opleggen bij een evenement, terwijl deze mensen dat niet vooraf konden vinden, of in een beleidsstuk zien. Het kwam gewoon uit de hoge hoed. Ik hoor dat vaker bij mensen die wat proberen te organiseren in deze gemeente. Dat moet stoppen. Als het niet is vastgelegd, kunnen de ambtenaren geen extra regels opleggen aan evenementen want zij moeten dat gewoon vooraf kunnen vinden. Dat moet duidelijk zijn. De voorzitter: Dank u wel. En dan de heer Vieira. De heer Vieira: Dank voorzitter, maar vooral ook dank aan de Rekenkamer dat zij dit onderzoek hebben gedaan en in kaart gebracht hebben wat zij in kaart hebben gebracht. Daarmee wil ik niemand in spanning laten. Wij stemmen in met het voorstel zoals dat hier voorligt, ze hebben goede aanbevelingen gedaan.

Wat zij trouwens wel – als u er veel meer over wilt weten, kijk vooral de commissievergadering terug, want daar hebben ze uitgebreide toelichting erop gegeven – expliciet benoemd hebben, is dat zij pak 'm beet ergens in februari zo'n beetje het rapport hebben afgerond en er veel dingen positief zijn doorgevoerd. Dat is fijn, maar dat ze het eigenlijk pas in oktober moesten toelichten en dat ze dat heel vervelend vonden. Dus ik hoop dat er bij een volgend onderzoek dat zij doen wat sneller op geanticipeerd wordt. Maar wat dit voorstel betreft, stemmen we in en we zijn het volledig eens met de aanbevelingen die erin staan. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Ja voorzitter, ik voel aankomen dat er geen tweede termijn komt, dus ik dacht 'lekker praktisch, laat ik dan ook meteen in de eerste termijn maar even aangeven dat we kunnen instemmen met de wijze waarop het college – want het gaat niet alleen over de Rekenkamer – de conclusies en aanbevelingen zal overnemen en verwerken in de zienswijze want er is een kleine aanpassing op geweest. Daar kan OGP Midden-Delfland zich ook in vinden en ik denk dat het daarmee tot een goed besluit is gekomen. De voorzitter: Dank u wel. Dat gehoord hebbende, zit ik hier inderdaad ook als portefeuillehouder. De suggesties die nog even meegenomen zijn, nemen we zeer ter harte. Ik stel voor dat wij nu het voorstel in stemming brengen.

Wij gaan even opnieuw stemmen. Dat betekent dat dit met 15 stemmen positief is besloten.

13.

Voorstel tot het benoemen van leden Vertrouwenscommissie

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 13. Voorstel tot het wijzigen van de Verordening Vertrouwenscommissie en het benoemen van leden van de Vertrouwenscommissie. Ik wil hier even duidelijk zeggen, hier is geen sprake van een portefeuillehouder. Vanwege de te voeren jaarlijkse klankbordgesprekken met de burgemeester, te beginnen in 2025 is het noodzakelijk dat de raad uit zijn midden nieuwe leden van de Vertrouwenscommissie benoemt. En de ministeriële handreiking burgemeesters geeft de richting aan het voeren van dergelijke gesprekken, alsmede aan de samenstelling van de Vertrouwenscommissie. In het presidium, het overleg met de fractievoorzitters, heerst het algemene gevoel dat de grootte van de commissie beperkt zou moeten kunnen worden tot twee à drie leden. En dit leidt tot een geringe aanpassing voor artikel 2 van de Verordening Vertrouwenscommissie. U bent zelf eigenaar van dit onderwerp en het voorstel is dan ook voorbereid in het presidium. Er is dus hierbij geen verantwoordelijk portefeuillehouder, nogmaals. Bij dit voorstel horen twee besluiten. De beraadslagingen kunnen over beide gaan, maar besluitvorming doen we wel per punt. Als eerste besluit ligt voor: de wijziging van de verordening. En de stemming staat nu open. Is er behoefte aan een eerste termijn? Aan een termijn? Sorry, is er behoefte aan een termijn? Nee. Dan gaan we nu voor het besluit.

We gaan allereerst nu op dit eerste besluit op de verordening stemmen. En dat besluit is genomen en dat is met algehele stemmen aangenomen.

36

Dan gaan we naar besluit nummer 2. De benoeming van de leden. Ik wil u graag weer even bij de les vragen. Bij de benoeming van de leden is het zo dat dit schriftelijk gaat, tenzij u als raad bij acclamatie wenst te besluiten. Maar er kan ook gekozen worden voor de koninklijke weg, dan gaan we via de briefjes stemmen en ik kijk even rond. Ik zou graag willen dat u de microfoon gebruikt, de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, de heer Scholtes heeft daar eerder een heel groot punt van gemaakt en mijn naam staat er nu op, dus ik zou graag horen wat hij ervan vindt. De voorzitter: Nou, dat gaan we de heer Scholtes vragen. De heer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Dan zou ik met briefjes willen stemmen, voorzitter. De voorzitter: Ik zie de heer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Krijgen we ook nog een eerste termijn hierop of niet? Of is dat niet gebruikelijk? Ja, maar ik wil misschien wel wat zeggen. De voorzitter: U krijgt van mij de eerste termijn. Jazeker en aan u dan ook tevens in de eerste termijn nu het woord. De heer Gebben: Ja, ik wilde er niet zo heel veel over zeggen. Ik wil alleen constateren dat de grootste partij in deze raad weer geen mensen levert voor deze commissie en dat vind ik wel een gemiste kans. De voorzitter: Waarvan akte.

In deze termijn is er nog meer… En dan pak ik ook meteen de tweede termijn en u bent ook zelf aan zet om daar op te antwoorden, overigens. Dat is niemand, Dus op dit moment worden de briefjes uitgedeeld om het voorstel in stemming te brengen. Geachte raad, het is ook zo dat ik uiteraard leden van de commissie van stemopneming wil vragen om samen met de griffier de stemmen te tellen. Daarbij benoem ik de leden Zwaard, Roeling en Jongsma als commissie van stemopneming. Ik schors de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Dat betekent dat wij meteen verder kunnen, heel mooi. En dat betekent dat ik graag even de voorzitter van de commissie het woord wil geven, mijnheer Roeling. De heer Roeling: Dank u wel. Wij zitten altijd in commissies, voorzitter. Er zijn 16 stemmen uitgebracht, waarvan 15 geldig en 1 ongeldig en alle 15 zijn akkoord met de benoeming van de heer J. van der Eijk, de heer N.C. Knaap en mevrouw D. Langeveld als lid van de Vertrouwenscommissie. De voorzitter: Fantastisch, dank u wel. Dat betekent dat dit ook aldus besloten is en ik uiteraard ook de drie nieuwe leden, zonder de voorletters te noemen, mevrouw Langeveld, de heer Van der Eijk en de heer Knaap wil feliciteren en veel succes wensen. Oei, goed. Het is fijn dat we ook dit weer geregeld hebben, want het is belangrijk dat we ook dit ordentelijk kunnen inzetten. Dank u wel.

14.

Motie vreemd aan de orde van de dag

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 14 motie vreemd aan de orde van de dag. De heer Van Lier heeft aan het begin van de vergadering een motie over een niet op de agenda staand onderwerp aangekondigd en ik wil de heer Van Lier hierbij dan ook graag het woord geven. De heer Van Lier: De raad heeft zonet het Integraal HuisvestingsPlan vastgesteld. Dit gaat alleen over onderwijs. Het Integraal HuisvestingsPlan gaat niet over andere zaken en andere problemen in de gemeente. Zaken uit het IHP zullen verder worden uitgewerkt en als er koppelkansen zijn, moeten wij die beetpakken. De eerste grote stap volgens het IHP is het aanpakken van de locatie Mariaschool, Oranje Nassauplein. Er zijn ook kleinere stappen, zoals het tijdelijk uitbreiden van De 37

Schutse in Maasland. En bij de Mariaschool ziet onder andere Mijn Partij mooie koppelkansen, zoals wij dat noemen. Immers, er moet een gymzaal bijgebouwd worden. Het betreft naar verhouding best een grote locatie en het is momenteel laagbouw. Dus we zien onder andere kansen voor woningbouw, sociale huur, middenhuur en betaalbare koop. Ook zien wij mogelijkheden op dit moment om de school als geheel tijdelijk te verplaatsen, indien van toepassing, om in één keer alles te ontwikkelen. Om deze kans nader te onderzoeken en op tijd te zijn, wil Mijn Partij samen met OGP MiddenDelfland een motie indienen. Ik zal me tot het dictum beperken, zoals de procedure is. Roept het college op, trouwens, de motie heet Ruimte benutten biedt goede kansen. Roept het college op: 1. in de verdere uitwerking van het IHP en de plannen voor de Mariaschool nader onderzoek te doen naar de mogelijkheid om ter plaatse ook woningen te realiseren in de categorie betaalbaar, sociale huur en/of middenhuur. 2. in het onderzoek mee te nemen op welke manier en met welke bouwfasering de combinatie van school, gymzaal en woningen zo goed mogelijk invulling kan worden gegeven. 3. de bevindingen en conclusies van het onderzoek te delen met de raad en wel op een dusdanig moment dat de raad in positie is om invloed te hebben. Was getekend, Mijn Partij en OGP Midden-Delfland. De voorzitter: Dank u wel. Kijk eens aan.

Zijn daar vragen over? De heer Knaap, aan u het woord. De heer Knaap: Ja, we hebben deze motie vreemd aan de orde van de dag mede ingediend en dat is met een reden. De eerste is natuurlijk dat dan mijnheer Roeling in ieder geval niet chagrijnig is dat het nu ineens anders wordt, want we zijn nu op tijd. Daar zal hij ook blij mee zijn, we lopen niet achter de feiten aan. Maar dat is een beetje gekheid. Ik ben ook blij dat we ook raadsbreder zien dat we op tijd kijken naar 'waar kan wat?' Dan is de alertheid, in dit geval van de collega's van Mijn Partij, 'hé, dat is een grote locatie, daar kunnen we wat mee', denk ik bijzonder welkom. Dus ik zou eigenlijk de medefracties willen oproepen om deze motie ruimhartig te steunen want dan zijn we mooi op tijd en kunnen we iets moois doen in Den Hoorn. De voorzitter: Dank u wel. De heer Knaap en dan wil ik graag het woord geven aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik zal eens beginnen met de woorden van mijn collega, de heer Zwaard. Het is een sympathiek voorstel. Wij zullen het zeker ook steunen en ik vind het ook heel erg creatief bedacht van Mijn Partij en van OGP Midden-Delfland om te kijken of er ook woningbouw te realiseren is. Dus dank daarvoor. Ik heb wel even een klein punt als ik naar de punten kijk bij 'overwegende dat'.

Daar staat dat er volgens het IHP als eerste gekeken moet worden naar de huisvesting van de Mariaschool in Den Hoorn. 'Volgens het IHP'. Ik heb eens even gekeken op pagina 38, daar staat dat er in 2025 begonnen moet worden met de tijdelijke uitbreiding voor de openbare basisschool De Schutse en dat in 2027 de vernieuwing van de Mariaschool op de planning staat. Dus het klopt niet helemaal zoals het er staat. En waar ik nog wel een klein beetje een... Ik wil daar geen groot punt van maken, hoor, maar u geeft ook aan bij de toelichting dat de locatie De Hoornbloem mogelijk een rol kan spelen bij de tijdelijke huisvesting van de Mariaschool tijdens de verbouwing. Daar wil ik toch wel een kanttekening bij plaatsen, want ik zou het zo ontzettend jammer vinden dat de herontwikkeling van de locatie van De Hoornbloem hierdoor misschien mogelijk vertraging op zou lopen. Dat is in ieder geval wel de kanttekening die ik erbij wil plaatsen. En misschien kun u bij het 'overwegende dat' nog iets daarin veranderen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Ja dank u wel, voorzitter. In Den Hoorn ligt een heel ingewikkelde knoop. Dat hebben we met zijn allen al eens vastgesteld. Ik denk ook dat het college en onze ambtenaren daar op zich goed zicht op hebben.

Wij vinden deze motie, om het zo maar te zeggen, ook heel sympathiek, maar wij gaan hem niet steunen omdat wij denken dat de knoop alleen maar groter wordt door het op deze manier te doen. Ik ben ook echt enorm verbaasd dat het CDA dit gaat 38

steunen omdat je gewoon de vertraging van De Hoornbloem van veraf aan ziet komen. Dus het verbaast mij echt hogelijk. Het verbaast mij ook dat er nu opeens integraal kan worden gekeken naar woningbouw en alles wat daarmee samenhangt. Als we praten over parkeren op het Julianaplein in het plan van De Hoornbloem, dan kan dat niet. Dat is veel kleiner dan dit. Dus ik ben heel erg verbaasd dat het opeens zo moet en veel ingewikkelder. Dus ik denk dat het alleen maar onnodige vertraging oplevert. Dus wij gaan het niet steunen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb een vraag aan de heer Gebben. Waaruit maakt u in mijn korte betoogje dat ik heb gehouden op dat het CDA voorstander is van vertraging van De Hoornbloem? Want volgens mij heb ik totaal iets anders gezegd. De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Nou, dat heeft u inderdaad niet gezegd, maar ik zeg dat het mij verbaast dat u deze motie steunt omdat die alles in zich heeft om juist de ontwikkeling van De Hoornbloem te vertragen. Als wij daar de Mariaschool neerzetten, kun je niet beginnen aan De Hoornbloem en ik denk dat het dan alleen maar langer gaat duren. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap.

De heer Knaap: Volgens mij is het enige waar het woordje 'De Hoornbloem' staat, in de toelichting waar staat dat er bijvoorbeeld gekeken kan worden of daar een mogelijkheid is. Voor de rest geeft het onderzoek alle ruimte om andere opties te bekijken. Dus waar is mijnheer Gebben nu zo bang voor? De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Ja goed, laten we wel wezen. Zoveel opties zijn er niet om te schuiven. Dat is geen hogere wiskunde. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: In deze motie staat ook dat goed gekeken moet worden naar een fasering, dat je half om half bouwt of iets dergelijks. Dus dat biedt gewoon die mogelijkheden. Of ziet u dat heel anders? De voorzitter: De heer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Ja, dat zien wij heel anders. Ik denk dat je dingen in zijn compleetheid moet doen en niet een beetje half-half. De voorzitter: Dan wil ik het woord geven aan mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik had ook nog een interruptie op de heer Gebben. Heeft u mij horen zeggen in mijn allereerste korte betoog dat het CDA het juist als een probleem ziet dat de locatie voor De Hoornbloem gebruikt gaat worden voor tijdelijke huisvesting voor de Mariaschool wanneer dat vertraging oplevert? Heeft u mij dat horen zeggen? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Volgens mij wel.

Dat is ook des te meer reden om niet te begrijpen dat u deze motie steunt. Maar goed, u heeft het kennelijk niet gezegd, maar ik heb dat anders geïnterpreteerd.

39

De voorzitter: Dank u wel, de heer Gebben en dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Vieira. De heer Vieira: Het is natuurlijk hartstikke laat en dan moeten we het niet te lang hebben over waar een motie uiteindelijk om draait. Maar het gaat natuurlijk om het dictum en in het dictum in deze motie wordt gevraagd om, als je bezig bent met een faseringsplan, te kijken op dat grote terrein of je daar woningen kunt ontwikkelen. Wij zijn zelf niet mede-indiener omdat IHP ons inziens een visie is en dat de zaken rondom De Hoornbloem wat ons betreft niet in de toelichting hadden gemoeten. In de motie gaat het er uiteindelijk om dat, als je bezig gaat met fasering, je kunt kijken of er woningen mogelijk zijn. Dat vinden wij goed aan deze motie en daarom gaan wij deze wel steunen. De voorzitter: Dank u wel de heer Vieira en dan kijk ik nu naar de wethouder, mevrouw Oderwald. Wethouder Oderwald: Ruimte benutten biedt goede kansen. Ik ga even een opmaatje maken voordat ik echt reflecteer op deze motie want het is goed om even te beseffen waar we nu staan en waar we naartoe gaan. Want met het raadsbesluit dat u vandaag al heeft genomen over het IHP, heeft u vastgesteld wat het meerjarenprogramma is voor de gemeentelijke opgave op het gebied van onderwijshuisvesting. Daarmee heeft u de volgorde en het tijdpad van het IHP en de kaders meegegeven voor de uitwerking van het programma.

En u heeft besloten dat u per businesscase zult besluiten over de definitieve investeringen per project. En daarvoor gelden de beschikbaar gestelde bedragen voor proces- en projectbegeleiding die zijn geraamd bij deze methode van werken. Dat brengt mij dan op koppelkansen. Ja, ik lees en als college lezen we in deze motie de oproep in verdere uitwerking van de businesscase – ja, van de businesscase – voor de Mariaschool te verkennen wat de mogelijkheden zijn om woningbouw te koppelen aan de ontwikkelingen van de schoollocatie. Het is belangrijk om u ook erin mee te nemen dat eigenlijk het betrekken van woningbouwontwikkelingkoppelkansen echt al aan de basis van het IHP heeft gelegen. De ontwikkeling van de Mariaschool zoals we die beogen aan het Oranje Nassauplein krijgt naast een gymzaal extra onderwijscapaciteit, zodat de gemeentelijke schoolwoningen die we in ons bezit hebben aan de Goudappel in Den Hoorn, kunnen worden afgestoten zodra de nieuwe Mariaschool is voltooid. Woningbouw. Het verkennen van woningbouwkoppelkansen zit ook al in het DNA van het hele IHP, dat zich niet alleen puur focust op onderwijshuisvesting, maar ook zeker in de dorpskern Schipluiden rekening houdt met de ruimtelijke ordening en mogelijkheden voor woningbouw. Het zit erin. Het is expliciet zichtbaar. Daarmee is het al een integrale aanpak.

Maar hoe gaan we nu verder nu dit plan is vastgesteld? Want wat kunt u verwachten van de businesscase? Ja, we gaan nu aan de slag met een projectleider om de verdere uitwerking van de businesscase te gaan doen. En wat zit er dan in zo'n businesscase? Per project gaan we een aantal punten opstellen en daarmee wil ik ook meegeven hoe ik deze motie in onze beleving gelezen dient te worden. We gaan een globaal ruimtelijk programma van eisen opstellen. Het plan bevat de benodigde capaciteit voor onderwijs en eventuele kindfuncties zoals kinderopvang. Het betreft natuurlijk een inpassings- en volumestudie, dus de contouren en de ruimtelijke mogelijkheden. Het betreft een fasering, het tijdpad voor realisatie en transformatie, duurzaamheidsmaatregelen, maar vooral ook, weer, een verdere verkenning van ruimtelijke en functionele koppelkansen. Mogelijk ook woningen, maar de focus is onderwijs en het kind centraal. En wat zal er nog meer in die businesscase staan? Uiteraard de financiële doorrekening, zodat we alle kostenramingen echt verder inzichtelijk maken. Wat ons betreft is dit in feite in lijn met de plannen die we al gaan doen. We nemen koppelkansen mee.

Om te refereren aan een eerder debat dat wij hier vandaag gehad hebben over Maasland, we zullen extra inspanningen plegen om te kijken of het mogelijk is om woningen te ontwikkelen, Maar ik wil u ook aangeven: het gaat in het Integraal HuisvestingsPlan om kindfuncties. Die staan centraal zodat voor de kinderen doorlopende leerlijnen en passend onderwijs zoveel mogelijk in eigen dorpskern gerealiseerd kunnen worden, want wij hebben ook met onze schoolbesturen en met de opvangorganisaties in het OOGO, het op overeenstemming gericht overleg, samen aan dit plan gewerkt en het is een gezamenlijke opgave. Dus ik vat het zo op, wij lezen het als college zo dat we, met de businesscase die we u zullen aanbieden, invulling geven aan wat naar mijn idee de oproep is. Daarmee is in feite de motie overbodig. 40

De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Knaap vanuit de tweede termijn. de heer Knaap: Dat is goed, doen we het vanuit de tweede termijn. Dank u wel voorzitter. Ik hoor de wethouder zeggen 'maakt u zich geen zorgen, het zit erin'. Daar ben ik nog niet helemaal van overtuigd. Omdat wij denken dat we vooral de insteek vanuit de kinderopvang en de kindgerichtheid en de scholen en de uitbreiding van de capaciteit van de scholen horen. Dus ik ben nog niet geheel gerust dat wij dan straks niet een soort van besluit krijgen om in te stemmen met het principe om vooral scholen te bouwen. Casus Maasland. Dus ik heb niet de neiging, of wij vanuit OGP Midden-Delfland hebben niet de neiging om deze motie daarom niet in te dienen. Sterker nog, volgens mij wordt er echt gevraagd om hier veel steviger en veel eerder naar te kijken en daar ook veel eerder met de raad over van gedachten te wisselen, zodat wij ook als raad gewoon ruimschoots input kunnen leveren op wat we op die, toch vrij grote, locatie zouden kunnen doen. Dus ik wil richting de wethouder nogmaals benadrukken: volgens mij krijgt u een cadeautje, dat is namelijk een meedenkende raad en dat zou u toch in alle hectiek in dankbaarheid moeten aanvaarden. De voorzitter: Dank u wel de heer Knaap. Dan wil ik graag het woord geven aan de heer Van Lier.

De heer Van Lier: Bedankt, ik zal de woorden van de heer Knaap niet herhalen, want eigenlijk had ik hetzelfde eerste stukje. En dan nog als aanvulling, want de wethouder had het ook over de andere locatie, de schoolwoningen, dat de motie puur gaat over deze locatie en wat daar de opties zijn. Aan de ene kant roepen we 'één laag', maar we kunnen daar veel meer, dus ik zal niet de woorden van de heer Knaap herhalen. Er kwam net nog een opmerking uit de eerste termijn van mijn collega van het CDA dat het niet het eerste verhaal is. We volgen keurig de stappen van het IHP en eerst hebben we dan natuurlijk nog De Schutse. In de motie staat erbij dat er als eerste naar gekeken wordt. Het is een beetje een puntkommaatje. Je zou kunnen zeggen 'als eerste grote project', maar om het daarvoor aan te passen... Ik heb er geen moeite mee, maar we weten allemaal wat we bedoelen. Dit is het eerste project waar we koppelkansen zien, dat permanent is. Ik zie bij De Schutse geen mogelijkheid om daar nu tijdelijke woningen bij te bouwen of iets anders. Dat is een reactie op het CDA. De motie blijft gewoon in stand. Ik word alleen maar gesterkt door de reactie van de wethouder, dus tot zover. De voorzitter: Dank u wel de heer Van Lier. Ik kijk even, vanuit de tweede termijn verder niemand? Ook geen aanvulling van de wethouder? Ik kijk even naar de wethouder. Nee.

Dat betekent dat wij nu dan de motie in stemming gaan brengen. Ik wil u vragen dat dan ook nu te doen. En zo niet... Ik zie het resultaat waarbij de motie met 13 stemmen voor en 3 stemmen tegen is aangenomen.

15.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 15. En de mogelijkheid tot het stellen van vragen betekent ook echt aanvullende vragen en geen interrupties. Dat is wat ik als spelregel nog eventjes scherp wil toevoegen. Als eerste de heer Knaap met vragen over de voortgang Centrumplan Den Hoorn. Mijnheer Van der Knaap, bent u tevreden met de beantwoording? De heer Knaap: Nou, niet helemaal omdat deze vragen zes weken geleden gesteld zijn en de vorige keer niet aan de orde zijn geweest en nu in deze raad zitten, heb ik via de griffie verzocht om een actualisatie op een aantal van die antwoorden. Die heb ik niet mogen ontvangen, dus die actualisatie ga ik natuurlijk nu vragen. Ik constateer vooral dat het een zware bevalling is, want dit traject is nu al meer dan negen maanden aan de gang. De concrete vragen. Er wordt van gesproken dat de vergunning van de PLUS zes weken geleden binnen twee weken waarschijnlijk zou worden verleend. Hoe staat het daarmee? De andere vraag is: er wordt in het antwoord en de brief die het college heeft geschreven wat gezegd over wat er met die 28 appartementen aan de hand is en wat daar gaat gebeuren. Prima. Er wordt met geen woord gesproken over de zes studio's, dus speelt daar zo'n zelfde soort discussie of is het daar allemaal wel in orde? 41

Ik ben tot slot ook heel benieuwd hoe het nu staat met die studio's en het overbrengen daarvan naar de Stichting Wonen Midden-Delfland omdat wij toch een soort van wens c.q. opdracht hadden om daar sociale huurwoningen van te maken. Die drie dingen zou ik graag even willen vernemen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik het woord geven aan wethouder Voskamp ter beantwoording. Wethouder Voskamp: Excuses. Ik kan niet anders zeggen. U schetst zelf al dat de vragen eerder gesteld zijn en dat er een update is gekomen, of een verzoek om een update, laat ik het zo zeggen. Die is tussen wal en schip geraakt. Dat heeft met een heleboel zaken te maken. Met de bijzondere gang van zaken rond het doorschuiven van dit onderwerp en het niet scherp zijn op het checken of de beantwoording... Ik zeg u graag toe dat wij die als nazending zo snel mogelijk gaan sturen. Op dit moment is de stand van zaken zoals u die heeft op basis van de vergunning zoals die voor de 28 appartementen is verleend en voor de rest wil ik voor de details even kijken wat we in de beantwoording mee kunnen geven. De voorzitter: De heer Van der Knaap, ik zie u knikken. De heer Knaap: Een kleine opmerking voor de voorzitter, dat 'Van der' mag er af. Dat is echt niet nodig. Het is een gewoonte hier in de regio, maar ik ben het al heel lang kwijt, sinds mijn geboorte ongeveer. De voorzitter: U heeft helemaal gelijk, excuus.

Even kijken, dan is de volgende de heer Van Lier met vragen over vacatures gemeente Midden-Delfland. Zijn er nog nadere vragen over de beantwoording van het college? De heer Van Lier: Nee, de vragen zijn netjes beantwoord, dus geen opmerkingen. De voorzitter: En dan heeft u ook, mijnheer Van Lier, als het goed is, vragen gesteld over het planningsproces vergunning azc. De reactie van het college heeft u tot uw beschikking. Zijn ook daar nog andere vragen over? De heer Van Lier: Op die reactie heb ik weer wedervragen, want ik heb vragen gesteld en twee zijn niet echt bevredigend beantwoord. De middelste was 'als we uitlopen, wat zijn dan de consequenties?' Het antwoord was 'we lopen niet uit'. Misschien moeten we de vraag anders stellen. Als we uitlopen, wat zijn dan de consequenties? Misschien moet ik die vraag even anders stellen en misschien dat het antwoord vandaag komt of misschien in de komende week. En die vraag over de aanbesteding was ook meer zo bedoeld… We hebben het protocol. Ik las in het antwoord dat het via het COA gegaan is, maar er is ook natuurlijk liefst dat het werk door plaatselijke aannemers wordt gedaan, dat is ook beloofd door de vorige burgemeester. En ik begreep van wat plaatselijke aannemers die ook civiele werken doen dat niets gevraagd is of dat ze niets weten en niets gezien hebben.

Dus de vraag is even of ik misschien een antwoord kan krijgen op de vraag wat voor aanbesteding er is geweest. Want ook als ik kijk bij TenderNed vandaag, kan ik niets vinden. Dus hoe is het aanbesteding gelopen? Dat waren de aanvullende vragen, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Lier en ik kijk even naar wethouder Voskamp. Aan u het woord. Wethouder Voskamp: Voorzitter, er zijn geen aanbestedingen geweest die wij hebben moeten doen, dus vandaar dat u op basis van de gemeente niets terug heeft kunnen vinden. Het COA heeft de behuizing of de huisvesting aanbesteed. Dat is al gelopen. Die uitkomst hebben ze gebruikt in het kader van het opzetten van de verdere vergunningsaanvraag. Die komt eraan en dat betekent dat op dat moment zij de vergunningaanvraag indienen. Op het moment dat die goedgekeurd wordt en ze besluiten om te gaan bouwen, kunnen zij hun aanbestede units afroepen om ze te gaan bouwen. En het grondwerk dat daar op dit moment gedaan wordt, wordt door het Bedrijvenschap uitgevoerd en dat gaat ook buiten de gemeente om. 42

We kunnen een heleboel dingen doen met 'als, als', in het kader van de planning. U geeft aan dat het nu totaal onrealistisch is. Vooralsnog wordt uitgegaan van een planning van 1 juli a.s. door het COA, dus daar houden wij ons ook aan en op dat moment zijn er geen gevolgen voor MiddenDelfland. Op het moment dat het later zou worden, dan zou het kunnen betekenen dat we bepaalde inkomsten die we krijgen bij het in gebruik nemen van het azc pas later komen. Als college hebben we inmiddels de begrotingswijziging vastgesteld en die komt in de volgende raadsperiode naar u toe. Daar zullen alle financiële consequenties en uitgaven in benoemd worden en ook van risico's voorzien. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Van Lier en die geeft daarbij een positieve terugkoppeling. Dan gaan we naar de vierde vraag en die is van de heer Roeling. Over de... O, sorry, van de heer Ammerlaan. Over de ontsluitingsweg van Lely aan de Zuidbuurt te Maassluis. Aan u het woord. De heer Ammerlaan: Ik heb een aantal aanvullende vragen.

Waarom is de ontsluitingsweg aangelegd conform het Maassluise bestemmingsplan richting grondgebied van Midden-Delfland, zonder dat het vooraf is besproken of goedgekeurd? Hoe gaat men handhaven op de beperking van de transporten via deze ontsluitingsweg? En moet de wegenbouwkundige inrichting op het grondgebied van de gemeente worden aangepast ten behoeve van deze ontsluiting? De voorzitter: Dank u wel de heer Ammerlaan. Ik kijk naar wethouder De Leede. Wethouder De Leede: Ik heb zo snel niet kunnen meeschrijven met uw vragen en ik denk dat het ook voor een deel een technisch karakter heeft, met name de derde vraag, dus dat het goed is als we daar schriftelijk op reageren. En dan hoop ik dat er ergens een bandje heeft meegelopen, zodat we de vragen goed scherp hebben. Anders trekken we die nog even bij u na. De voorzitter: Dank u wel. En de volgende vragen zijn ook van u en daarbij ook de vraag of u daar nog aanvullende vragen op heeft. Dat betekent allereerst de vijfde vraag, betrekking hebbend op de grondtransporten. De heer Ammerlaan: Op dit punt ga ik iets kritischer zijn en iets langdradig. Het gevolgde proces omtrent deze ophogingswerkzaamheden roept nogal wat vragen op.

Allereerst vraag ik mij af hoe het kan dat er door de uitvoerder van deze werkzaamheden een toepassingsmelding is gedaan in DSO en deze is goedgekeurd zonder dat duidelijk is geworden dat hiervoor een omgevingsvergunning noodzakelijk is. Theoretisch moet dit in het nieuwe stelsel onder de Omgevingswet niet meer mogelijk zijn. Daarnaast ben ik benieuwd hoe het kan dat een gewichtsontheffing voor transporten is verleend zonder dat bekend was voor welke werkzaamheden deze ontheffing was en wat de intensiteit van deze transporten zou zijn. Tevens ben ik benieuwd hoe omgegaan wordt met de aangebrachte ophoging. Ik neem aan dat het niet wenselijk is om opnieuw de Kwakelweg te belasten bij het verwijderen van deze grond. Er ligt immers 14.000 kuub grond die niet vergund is. En als laatste vraag: hoe gaat de gemeente in de toekomst zorgdragen voor de duidelijke regelgeving voor landeigenaren en ondernemers? En hierbij wil ik het voor nu graag laten en dan wacht ik op de beantwoording van de portefeuillehouder. De voorzitter: Dank u wel de heer Ammerlaan. En ik kijk even naar wethouder De Leede, aan u het woord. Wethouder De Leede: Ja, voorzitter. Ik kan uw kritische vragen in deze kwestie en uw kritische houding heel goed begrijpen, want dat voelde al bij de eerste beantwoording zo. Niet dat u kritisch was, maar dat we dat zelf ook zouden moeten zijn of moeten zijn geweest in dezen.

Voor ons is ook duidelijk geworden dat hier leerpunten aan moeten worden verbonden. Op het moment dat er ontheffing wordt verleend voor een zwaar transport, moet er op zijn minst ergens een belletje afgaan waar dat zwaar transport heen gaat, zeker als het over de Kwakelweg is, waar je toch met zwaar transport maar één kant op kan. Dus uw kritische vragen vind ik heel legitiem. Ik wil daar

43

ook graag wat uitvoeriger op ingaan, schriftelijk. Maar er zijn voor ons in ieder geval leerpunten die een vergelijkbare situatie in de toekomst onmogelijk moeten maken. Dat is één. En twee, het vraagstuk van welke vervolgactie er is qua handhaving nu op het stilleggen van de werkzaamheden zoals die werden uitgevoerd. Dat zullen we ook nagaan en daar kan ik op dit moment in ieder geval nog niet direct een antwoord op geven. Er is in ieder geval op dit moment ook geen sprake van een vergunning van opnieuw aanbrengen van grond. De voorzitter: Ik kijk even naar de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Ik zit me even hardop af te vragen hoe we hier nou het handigst mee om kunnen gaan. Ik denk dat het wijs is om deze vragen schriftelijk in te dienen en te vragen om een reactie. De voorzitter: Zoals ik het net ook begrepen heb, is het sowieso zo dat er na de korte beantwoording van de heer De Leede daar ook nog… Ik geef het woord even aan de heer De Leede. Wethouder De Leede: Ja, het is zeker de bedoeling om schriftelijk op deze vragen verder in te gaan en ze niet af te doen met deze opmerking om 23.20 uur want daarvoor is de zaak serieus genoeg. Dus wij gaan graag schriftelijk in op de vragen. Dat vraagt geen artikel 42-procedure. Wij gaan gewoon in op de vragen zo en zodra we het antwoord compleet hebben, krijgt u dat toegestuurd.

De voorzitter: Dan is daarmee ook deze vraag voor dit moment afgerond, maar daar wordt dus op teruggekomen, schriftelijk en zeer serieus. Even kijken, dan hebben we de zesde vraag. Dat zijn de nieuwe vragen, want we hebben eigenlijk nu de vragen afgehandeld van de vorige raadsvergadering. Deze vraag kwam van, nu kijk ik even naar mijnheer Ammerlaan en naar mijnheer Roeling, maar deze is wel echt van mijnheer Roeling. Die heeft betrekking op de impact van de septembercirculaire 2024. Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Ja, we waren bezig met de begroting. En ik miste eigenlijk de septembercirculaire omdat dat wel een wezenlijk onderdeel is daarvan want we zijn weliswaar met de begroting bezig, maar wat levert de septembercirculaire op? Dat kan een min zijn, dat kan een plus zijn. Dus ik heb daarom gevraagd en de uitkomst – hoe de vragen zijn beantwoord, daar zit het hem niet in – is dat we bijna € 1 miljoen, het is ruim € 0,95 miljoen, minder uitgekeerd krijgen dit jaar en de komende vier jaar. Dat is niet best, voorzitter. Op de eerste plaats vind ik… Ik heb gisterochtend de vraag keurig ingediend en ik kreeg dezelfde dag antwoord, inclusief memo's en begrotingswijzigingen en de mededeling 'ja, nee, het college heeft daar al eerder over besloten'.

Wij vinden het kwalijk dat dus vorige week, terwijl wij bezig waren met het opstellen van onze algemene beschouwing, die we ingediend hebben, en met de publieksversie voor De Schakel, die informatie al bekend was, maar niet gedeeld is met de raad. Dit is een wezenlijk onderdeel van die begroting en we zien nu hoe negatief dat kan uitpakken. En voorzitter, er wordt nu aangegeven 'nou ja, we komen tijdens de begrotingsbehandeling ook met een begrotingswijziging'. Laat ik het kort houden. Twee vragen. Wat gaat er naar de provincie? De begroting zal sowieso naar de provincie moeten, maar is dat inclusief die begrotingswijziging, zodat ook de provincie een duidelijk beeld heeft van een financiële situatie en niet afgaat op de begroting? Want je krijgt bijna een soort van twee parallelle financiële werkelijkheden. Dat kan niet de bedoeling zijn. En de tweede vraag is: hoe gaat het college dit oplossen? Onzes inziens kan dat twee dingen betekenen: of weer een greep uit ons eigen vermogen of bezuinigingen. En omdat over twee weken het voorstel bij de raad moet liggen, zal het bij het college inmiddels wel duidelijk zijn welke kant het opgaat. Dan hoef ik niet te weten welke specifieke bezuinigingen, maar wordt het bezuinigingen of wordt het een greep uit ons eigen vermogen? De voorzitter: Dank u wel de heer Roeling. Dan kijk ik even naar mijnheer Voskamp. Aan u het woord.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=210d55fd-7fea-461a-8d8e-1c124ec8c35a