2024 m 10 d 22 Vsl Raad
Tekst van het document
besluitvorming betreft het niet indienen van een zienswijze, voor de duidelijkheid. Ik wil u vragen nu uw stem uit te brengen. Dat is unaniem een ja. Dus dat betekent dat er geen zienswijze wordt ingediend en daarmee dat dit voorstel is aangenomen.
10.
Voorstel Afvalbeleid 2030
De voorzitter: Dan gaan we naar agendapunt 10, Voorstel Afvalbeleid 2030. Het rijksdoel is om in 2050 volledig circulair te zijn. En in de komende jaren ligt de focus op het nog beter scheiden van restafval en het verbeteren van de kwaliteit van de gescheiden afvalstromen. Het introduceren van financiële prikkels is de beste maatregel om het scheidingsgedrag bij bewoners te stimuleren. En na het volgen van de inspraakprocedure ligt het voorstel nu ter besluitvorming voor. Daar kan zeker in de eerste termijn van uw kant nog de beraadslaging over plaatsvinden. Als eerste wil ik het woord geven aan de heer Van der Eijk. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: O, dank u wel voorzitter, ik dacht 'de heer Gebben heeft net zes termijnen als eerste het woord gehad, ik kom ermee weg, maar wij zitten recht tegenover elkaar, dat zal er wel mee te maken hebben, voorzitter. Dit afvalbeleid raakt inwoners en het heeft ter inzage gelegen en er waren heel veel reacties van heel veel verschillende aard. In de optiek van de VVD komt dat doordat het voorstel ook niet compleet was. Het college had keuzes gemaakt en die niet onderbouwd, waardoor onze inwoners eigenlijk geen fatsoenlijke reactie konden geven op de onderbouwing van het college waarom het die keuzes gemaakt heeft. Binnenkort gaan we het over participatie hebben.
Als u dit voorstel steunt, richting mijn collega's, houd dan even vast wat u dan vindt over participatie en hoe er dan hier mee wordt omgegaan. Want feitelijk doet het college wat en legt het dan ter inspraak. Maar waarom en waarop gereageerd kan worden, is voor onze inwoners gewoon niet duidelijk. Dat zien wij klip-en-klaar terug aan de zienswijzen. Die zijn heel wijdverspreid over diverse onderwerpen die met afval te maken hebben. Want regelmatig breng je toch wel een zakje weg of je zet een container bij de weg. Het ligt er een beetje aan waar je woont in deze gemeente, in welke vorm je van je afval af komt of van je grondstoffen. Het verzamelen van grondstoffen zou ook een positieve prikkel kunnen zijn voor onze inwoners. Echter, in deze diftarmethodiek komt dat helemaal niet ter sprake. Je hebt een basistarief en dan kun je een aantal keer een container aan de weg zetten of een zak weggooien en als je dan vaker wat weggooit, kost dat meer. Maar of dat dan één bepaald bedrag is, of dat dat per keer gaat? In het beleidsstuk staat het niet klip-en-klaar genoemd, voorzitter. Waarom niet? Was dat te veel moeite? Dat hoort er gewoon in te staan, dan kunnen onze inwoners daar gewoon een zienswijze op geven. Nu heeft het college hier gereageerd op punten uit de raadscommissie met een tabelletje onder punt d.
waarbij over eenpersoons-, tweepersoons- en vierpersoonshuishoudens wordt gesproken. Voorzitter, wij hebben in deze gemeente belastingheffing op een eenpersoonshuishouden en een meerpersoonshuishouden. Er is geen andere smaak. In het voorstel van het beleidsplan staat niet genoemd dat wij die smaken aan gaan passen. Waar slaan deze cijfers dan op, voorzitter? Waarom kan dit niet duidelijker? Ik weet nog steeds niet waar we aan toe zijn, waar ik dan mee in moet stemmen. Dit voorstel kan de raad niet aannemen. We kunnen het wegstemmen of het college neemt het terug om het beter uit te werken. De voorzitter: Dank u wel, de heer Van der Eijk. En dan wil ik de heer Ringeling vervolgens het woord geven. Mijnheer Ringeling, aan u het woord. De heer Ringeling: Voorzitter, tijdens de commissievergadering hebben wij aangegeven dat dit voorstel vol met risico's zit. Er zitten veel risico's bij de invoering van dit systeem. In die zin sluit ik mij aan bij de vorige spreker. Tijdens de commissievergadering hebben wij daarom gevraagd om een gefaseerde invoering, dus eerst een pasjessysteem, zo noem ik het maar even voor het gemak, zonder prijsprikkel en daarmee dan even een soort korte oefenperiode. Tijdens deze proefof oefenperiode kan worden gekeken of de risico's daadwerkelijk optreden en welke eventuele beheersmaatregelen nodig en mogelijk zijn.
Voorzitter, ook denken wij dat bij een gefaseerd… De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert, aan u het woord.
16
Mevrouw Koppert: Ik zou graag van de heer Ringeling willen weten welke risico's hij ziet. De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Risico's zijn in elk geval… De tabel van het college werd daarnet ook al aangehaald. Over die tabel, dit heb ik ook tijdens de commissievergadering aangegeven, mensen worden verschillend aangeslagen. Er zitten voor meerpersoonshuishoudens, met name de grotere gezinnen, weinig prikkels in. Die gaan er nooit op vooruit in het nieuwe systeem. Je kan je best doen zoveel je wilt met het scheiden. Je gaat er nooit op vooruit. Voor een eenpersoonshuishouden zit er ook helemaal geen prikkel in, want die gaan sowieso wel iets minder betalen. Dus het systeem zoals het nu zit in die tabel met één-, twee-, vier- of weet ik veel hoeveel persoonshuishoudens, slaat inderdaad nergens op. De voorzitter: Ik zie wederom een interruptie van mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Ik begrijp de heer Ringeling en volgens mij hoor ik een prijsprikkel, maar ik zoek naar 'wat zijn de risico's?' De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Dat is het eerste, en vervolgens merk je in andere gemeenten… En ik vermoed zomaar dat er iemand in de zaal iets zal zeggen over andere gemeenten waarbij hij gaat vertellen over hoe het is gegaan in Lansingerland en over hoe kort na de invoering zakken zwerfvuil overal in de gemeente lagen.
Wat is de titel van het artikel? Meldingen over werking diftar en zwerfvuil stapelen zich op. Dat is recent in een andere gemeente, maar er zijn meerdere gemeenten. Ik weet ook toevallig van Capelle aan den IJssel, daar woont familie, waar geen prijsprikkel was, maar het vuil zich op een gegeven moment opstapelde rondom de containers. Dat soort risico's moeten we eerst tackelen. Zo kan je nog doorgaan met de risico's. Dus ik hoop dat u met twee voorlopig tevreden bent. Dan ga ik even verder met mijn verhaal. Waar was ik ook weer gebleven? Ja, verder – ook dat werd al door de vorige spreker aangekaart – is er weinig draagvlak, vermoed ik, voor die maatregelen. Daarvan getuigt ook het feit dat er ondanks de gebrekkige communicatie en participatie in dit geval toch wel best veel zienswijzen zijn ingediend. Er is op dit moment onder de inwoners volgens mij weinig draagvlak voor dit verhaal. Daarom pleiten wij dus voor een gefaseerde aanpak. Wij vermoeden dat daardoor het draagvlak iets groter kan zijn. Draagvlak is een van de succesfactoren om dit verhaal erdoor te krijgen. Want als er geen draagvlak is, dan ga je je einddoel, want het gaat ons allemaal om beter scheiden van het afval, niet bereiken. Mensen zullen zich niet laten dwingen door een geringe prijsprikkel.
Er moet toch wel eenzelfde incentive bij die mensen zijn, een drive om het te doen en dat bereik je door het draagvlak te vergroten en dat doe je niet door mensen iets door de strot te duwen. Verder, over het geld gesproken. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Voorzitter, mijn vraag aan de heer Ringeling is of hij zijn karretje bij de Albert Heijn supermarkt ook niet terugbrengt omdat hij een prijsprikkel mist. De voorzitter: Dank u wel. De heer Ringeling. De heer Ringeling: U heeft… Dat bedoel ik juist. Ik heb geen prijsprikkel nodig om dat karretje bij de supermarkt terug te brengen. Ik doe het omdat het zo hoort, of tenminste, omdat we het zo hebben afgesproken met elkaar. Dus ook al had de PLUS een prijsprikkel, dan had ik het karretje… Ik heb geen prijsprikkel van de PLUS nodig om het karretje terug te brengen. De voorzitter: De heer Knaap, een interruptie. Aan u het woord. De heer Knaap: En waarom denkt u dan dat zoveel supermarkten nog steeds een euro vragen?
17
De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Blijkbaar zijn er mensen die… Maar dat heeft volgens mij niet met de… Ik weet niet of er meer mensen hun karretje terugbrengen bij € 0,50 of € 1,00. Het zou kunnen, maar ik weet het niet. De voorzitter: De heer Ringeling. Ik wil u verzoeken uw verhaal te vervolgen. De heer Ringeling: Ja, dat doe ik, voorzitter. Dan de kosten. Tijdens de commissievergadering had de wethouder het over enorme kosten als we dat ding gefaseerd zouden invoeren. Maar ik lag die avond in mijn bed en toen dacht ik 'dit is toch onzin?' En daar werd ik in gesterkt door de memo als bijlage bij de stukken, die beantwoording van de vragen die tijdens de commissie aan de orde kwamen. In de tabel onder punt F geeft het college, of de wethouder, dat maakt niet uit, de kosten van invoering aan. Als we naar die tabel kijken, naar de kosten voor 2025, even ervan uitgaande dat we 1 januari 2026 de heffing invoeren, of het pasjessysteem invoeren, met of zonder prijsprikkel, zul je dus in beide gevallen de kosten die er voor 2025 staan, dus de invoeringskosten, moeten dekken. Het enige dat je niet hoeft te dekken bij het alternatief zonder prijsprikkel, zijn de kosten voor de € 60.000,00. Want dan hoef je die dure mijnheer of mevrouw voor de belasting niet in te huren omdat je geen prijsprikkel hebt, dan kun je dat doorschuiven.
Dus de initiële kosten ga je dekken. Daar zit dus het verschil niet in. Die € 60.000,00 ga je toch een jaar later betalen. In het antwoord verderop in die memo staat iets van 'we betalen nu jaarlijks € 460.000,00, ik rond die bedragen wel even af, aan verwerkingskosten. Het invoeren van een prijsprikkel betekent niet dat we helemaal geen verwerkingskosten meer zullen hebben. Dus een groot deel van die € 460.000,00 – en ik ben niet pessimistisch – ga je nog steeds betalen, zeker het eerste jaar. Dus daar zit geen danig kostenverschil in. Dus het invoeren van een gefaseerd systeem kost niet veel meer, of kost nauwelijks iets meer. Je wint erdoor door het draagvlak te vergroten, waardoor je uiteindelijk sneller je doelstelling bereikt, daar ben ik van overtuigd. Voorzitter, daarom, dit gezegd hebbende, willen wij een amendement indienen op het voorstel van het college. En dan wil ik het laatste stuk even voorlezen. Het besluit van het college te wijzigen in: de gemeenteraad besluit om de nota van beantwoording en het afvalstoffenbeleid 2030 vast te stellen. Bij de invoering van het systeem een proefperiode van 12 maanden in te bouwen. Tijdens de proefperiode wordt gewerkt met pasjes om de containers te kunnen openen, maar zonder prijsprikkel. Als daar aanleiding toe is, het voorstel voor definitieve invoering te verrijken met de tijdens de proefperiode opgedane kennis.
De tijdens de proefperiode verzamelde gegevens te beschouwen als nulmeting. En gaat over tot de orde van de dag. De voorzitter: Dank u wel de heer Ringeling. De heer Ringeling: En dan wilt u het natuurlijk hebben. De voorzitter: En u gaat het amendement bij ons indienen. Zeker. Dank u wel. Dan wil ik vervolgens in de eerste termijn graag het woord geven aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Als we het hebben over afvalinzamelbeleid, dan hebben we het over een onderwerp dat alle inwoners van Midden-Delfland betreft en het belang werd dan ook heel duidelijk. Er zijn 38 zienswijzen ingediend. Het onderwerp leeft en het is dan ook belangrijk dat we het er hier over hebben en dat we hier zorgvuldig mee omgaan. Maar we hebben ook een probleem als gemeente want in 2020 mochten we eigenlijk al maximaal 100 kilo restafval per inwoner hebben. Maar we zitten inmiddels in 2024 en we zijn er bij lange na nog niet. Dus wij begrijpen dat er een probleem ligt en dat probleem is: we hebben nog steeds… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Van der Eijk. Aan u het woord. De heer Van der Eijk: Ik hoorde mevrouw Koppert zeggen dat wij natuurlijk de doelen vanaf 2020 niet halen en dat we daarom een probleem hebben. Maar dan wil ik wel weten wat de sanctie daarvoor is.
18
De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: De sanctie is dat we meer geld moeten betalen voor het restafval omdat we gewoon boven onze doelstellingen zitten. Dus het wordt alleen maar duurder. Een verdere sanctie hebben we op dit moment niet. Maar we hebben landelijk gezien een VANG-doelstelling neergezet van afvalstoffen naar grondstoffen van 100 kilo en die zouden we in 2020 behalen en dat lukt niet. En een sanctie, daar weet ik niks van, maar ik weet alleen dat we de doelstelling niet halen en dat we dus meer restafval hebben en dus meer verbranden en dus meer in de lucht stoten. We hebben dus een probleem, want we moeten toch naar die 100 kilo per inwoner. De oplossing is het neerzetten van een prijsprikkel. Een prijsprikkel op restafval. Helaas, en dat vinden we nog steeds jammer, niet op gewicht, maar op het aantal keer dat er afval wordt aangeboden, 30- of 60-literzakken en minicontainers in verschillende groottes. De bedoeling is, en dat hopen we ook echt te bereiken, dat we een verlaging van het restafval krijgen. We zijn dan ook benieuwd of de maatregelen gaan werken. Maar voordat we instemmen met het beleid, hebben we nog een aantal vragen of opmerkingen richting het college. Op 23 april jl.
hebben wij voor de allereerste keer in een raadsvergadering, en een commissievergadering daarvoor, gesproken over dit onderwerp, het afvalinzamelbeleid. We hebben toen gevraagd als OGP Midden-Delfland of er ook contact opgenomen kan worden met belangenorganisaties, vooral voor mensen die van een zekere leeftijd zijn en wat meer moeite hebben. Toen heeft de wethouder toegezegd dat hij dat zou doen. Helaas is dat niet gebeurd. Dat heeft hij ook in zijn beantwoording duidelijk neergezet. Dat vinden we nog steeds jammer. Het is toch altijd makkelijk om even te kijken, 'goh, wat doet het met die belangenverenigingen of hoe denken die daarover?' Dus over participatie gesproken. Verder zijn er op dit moment, zo hebben we kunnen constateren, 75 ondergrondse containers in onze gemeente, waarvan 47 ondergrondse containers staan bij gestapelde bouw. Deze zitten in het voorstel om omgebouwd te worden naar 60- en 30-litermogelijkheden. Dat heeft de wethouder toegezegd. Voor de andere 28 ondergrondse containers moet een bedrag van € 20.000,00 of eigenlijk € 17.500,00 beschikbaar worden gesteld om dat mogelijk te maken. Zo meteen zal ik een amendement indienen waarin onder andere beschreven staat dat wij graag willen dat alle 75 ondergrondse containers voor restafval geschikt worden voor kleine hoeveelheden, dus ook voor de 30-literzakken.
Als we dan verder kijken, dan zien we ook – want ik ben het met de heer Van der Eijk eens, we kregen een prachtige memo met de vraagpunten – dat de tabel D die daarbij zat niet uitblinkt in helderheid. Gewoon opschrijven 'een eenpersoonshuishouden is op dit moment dit kwijt. In de nieuwe situatie zijn dit de vaste kosten, dit de variabele kosten als je tien zakken aanbiedt of als je twintig zakken aanbiedt', was een stuk makkelijker leesbaar geweest. Eenpersoons-, tweepersoons- en vierpersoonshuishoudens maakt het er niet leesbaarder op. We schrokken er ook van dat we in vier jaar tijd 32% prijsverhoging zouden krijgen. Dat klopt ook met wat de heer Voskamp een aantal maanden geleden al had gezegd, het verbranden van afval wordt duurder. Maar het zijn ook behoorlijke prijsstijgingen, zagen we, als we niks zouden doen en het beleid ongewijzigd zouden houden. Dus we zijn wat dat betreft wel blij dat er iets gaat gebeuren. Dan kom ik op de toezegging van de wethouder. De wethouder heeft toegezegd dat zowel 30- als 60-literzakken ingeleverd kunnen worden. Toch willen wij in een amendement veilig stellen dat het inderdaad kan, overal, bij alle 75 ondergrondse containers. Maar ook dat een 30-literzak maximaal de helft van de prijs zal zijn van een 60-literzak.
Het mag niet zo zijn dat je, als je minder goed ter been bent, moet betalen omdat je nu eenmaal vaker of een kleinere zak moet aanleveren. Dus dat is ons eerste amendement. Dat besluit het besluit aan te vullen, het besluit dat gevraagd wordt dus, met 'iedere ondergrondse container voor restafval geschikt te maken voor zowel 30- als 60literzakken, hier eenmalig een bedrag van € 20.000,00 beschikbaar voor te stellen, welke in vijf jaar terugverdiend moet worden via de afvalstoffenheffing en de variabele tariefstelling restafval van een 30-literzak de helft te laten zijn van een 60-literzak'. Dat is ons eerste amendement. Verder lazen we ook dat in een inzamelbeleidsstuk een stukje beschreven staat dat 'als je kind niet zindelijk is, het zelfs bij bedrijf x op zindelijkheidstraining kan'. Dat is wat de OGP Midden-Delfland betreft, echt een stap te ver qua betutteling en wij dienen dan ook een tweede amendement in. Het verzoek van dit amendement is heel simpel de hele zin op bladzijde 14 'Naast wasbare luiers kan ook een zindelijkheidstraining helpen de hoeveelheid luierafval te beperken. Hiervoor zijn
19
inmiddels verschillende aanbieders actief, zoals de Plasklas in Rotterdam', te verwijderen uit het beleidsstuk, dus volledig te verwijderen. Ten slotte vinden we het ook belangrijk dat bewoners kennis kunnen maken – want daarin vinden wij elkaar wel hoor, mijnheer Ringeling – met het nieuwe beleid. Hoe neem je nu bewoners mee in dit nieuwe beleid? Wij willen weten van het college: hoe gaat de communicatie naar inwoners eruitzien? En laat het dan alsjeblieft meer zijn dan het versturen van een onleesbare brief en een artikel in de Midden-Delfland Courant. Dus wij zijn zeer benieuwd naar hoe de wethouder de communicatie en participatie ziet als we straks een nieuw beleid krijgen. Dat is het voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. En dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: In eerste instantie willen wij graag iedereen bedanken die tijd en energie besteed heeft aan het doorlezen van en reflecteren op het nieuwe, beoogde afvalbeleid. Het helpt ons om te lezen hoe onze inwoners denken over de invulling van de prijsprikkel en het reduceren van het restafval. De wijze van beantwoording van de zienswijzen is, voor zover wij kunnen beoordelen, nauwkeurig en compleet uitgevoerd. Enkele zienswijzen hebben daarom ook geleid tot een herziening van enkele punten in het beleid.
Het is moeilijk om in dezen een beleid tot stand te brengen dat iedereen gunstig stemt. De essentie van dit beleidsstuk is namelijk het reduceren van de hoeveelheid restafval om hiermee het afvoeren van restafval niet onnodig duur te laten worden. De prijsprikkel lijkt een noodzakelijke maatregel om de vervuiler zoveel mogelijk voor zijn eigen afval te laten betalen en hiermee indirect dus het goed scheiden van afval te belonen. De directe uitvoering hiervan lijkt echter nog wel wat ambitieus, gezien de vele zienswijzen. En voor nu vind ik het dan ook nog lastig om te bepalen in hoeverre wij dit raadsvoorstel kunnen steunen. Dat is hem voor de eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ammerlaan. En tot slot mijnheer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Het is al eerder aangehaald deze avond, afval leeft, zeker ook onder de inwoners van onze gemeente. Ik wilde dadelijk eigenlijk terugkomen op de ingediende moties of de ingediende amendementen. Het zijn alle amendementen die ik voorbij heb horen komen. Maar wij staan in essentie zeker zeer positief tegenover 'de vervuiler betaalt'. Wij denken dat deze prikkel die wordt gegeven uiteindelijk zal leiden tot inderdaad die reductie van het restafval waar we met zijn allen voor moeten staan en waar we met zijn allen voor staan. Dus dat zullen wij ten zeerste steunen. We zien wel een aantal risico's.
We hebben namelijk nog wat aanvullende vragen gesteld. Ik wil graag het college via deze weg bedanken voor het beantwoorden van die vragen. Wij zien namelijk een aantal risico's op het gebied van het invoeren van. Er wordt nu wel gezegd 'het is op één moment wanneer je met pasjes moet gaan werken'. We hebben de gemeente Lansingerland als voorbeeld genomen waar het op dezelfde manier gegaan is. Bij de gemeente Lansingerland is het niet allemaal in een keer goed gegaan en dat is op zich niet erg. Maar het is wel het idee dat wij daar lessen uit trekken. Wat is er bijvoorbeeld gebeurd bij Lansingerland waardoor het allemaal niet zo goed werkte? Dat was dat de passen niet op orde waren bij de mensen. In dit geval, op het moment dat je het beleid wilt invoeren en je zet van de ene op de andere dag erop in dat je een pas nodig hebt om je container open te maken, is het de bedoeling dat je mensen daar tijdig over informeert. Dat kun je doen met een brief. Dat kun je doen met een Facebookstukje. Dat kun je doen door het te plaatsen op de website van de gemeente. Je kunt het ook plaatsen op de website van Avalex. Dat zijn allemaal heel goede stappen, dat moet zeker gebeuren. Maar het zou bijvoorbeeld ook een idee zijn om het te plaatsen op de afvalcontainer. Want de mensen die afval wegbrengen, komen negen van de tien keer langs bij die afvalcontainer.
Ik denk dat dat een uitermate geschikte plek is om te communiceren met bewoners over het nieuwe afvalbeleid. Dat wil ik graag als tip meegeven aan het college. Verder denk ik dat de communicatie wat dat betreft, zoals de OGP Midden-Delfland ook aangaf, sowieso misschien op een aantal punten wat scherper en wat sterker kan. Wij denken dat het belangrijk is om bewoners goed mee te nemen en om bewoners ook uit te leggen waarom we dit doen. Uiteindelijk denk ik dat we daar nog wel een soort van strategie voor moeten maken, want die is er nog niet. 20
Verder heb ik natuurlijk ook eventjes contact gehad met bekenden in Lansingerland met de vraag 'hoe speelt dat dan nu bij jullie?' Want het afvalbeleid is daar in 2023 ingevoerd, zoals ze dat nu voeren en er was niets dan lof. Hij zei 'wij zijn op dit moment veel bewuster bezig met hoe wij ons afval scheiden', dus uiteindelijk wordt het doel daar gehaald. Dus dat stemde ons ook positief. Vandaar dat we denken dat dit een succes kan en zal gaan worden. Er is nog wel een opmerking die hij meegaf. Ze hebben daar nog echt die minicontainer die ze aan de weg moeten zetten. Je merkt dan omdat je betaalt per geleegde minicontainer, dat die minicontainer vol is en echt heel zwaar. Dus misschien moeten we wel kijken of we daar op een andere manier mee om kunnen gaan of iets mee kunnen doen. Ik zou niet weten wat, maar ik wil het graag meegeven aan het college: kijk daarnaar. Verder hebben we ook nog gekeken in het beleid naar het feit dat er ook mensen zijn binnen onze gemeente die in hun eigen tijd afval prikken en afval ophalen om uiteindelijk onze gemeente schoon te maken. En in het beleid staat heel duidelijk aangegeven dat de gemeente inderdaad in gesprek wil met die mensen om te kijken wat ze daarvoor kunnen doen, of dat ze daarvoor een inzamelpunt gaan maken of dat ze een aantal ledigingen extra kunnen krijgen of iets in die richting.
Dat stemt ons zeer positief, want wij denken dat het heel belangrijk is om juist ook deze initiatieven die mensen zelf nemen, in hun eigen tijd, wel te blijven ondersteunen en ze niet met die prijsprikkel daarvoor te straffen. Dus we vinden het eigenlijk wel heel goed dat dat terugkomt in het beleid. Ja voorzitter, dan kom ik terug op de amendementen die we hebben gehoord. We hebben een amendement gehoord van de ChristenUnie. In essentie zijn wij er natuurlijk niet tegen dat je mensen misschien een bepaalde periode de gelegenheid kan geven om te wennen, maar het zal op enig moment zo zijn dat je een pas moet gebruiken om die container te openen. Ik denk dat daar met name het kritische punt ligt, dus ik denk dat met name die communicatie daarvoor heel belangrijk is. En je kunt je dan wel afvragen 'moet je dan de hele gemeente in een keer doen?' Of ga je het over een bepaalde periode gefaseerd doen, of ga je op het moment dat die containers in gebruik zijn na een maand of na twee maanden zeggen 'dan gaan we nu zorgen dat die passen erop staan', duidelijk gecommuniceerd bijvoorbeeld op die container, om dat op die manier in te voeren. Dus dat je wel kijkt of je mensen op de een of andere manier kunt laten wennen.
En op het moment dat je dat wel gefaseerd doet per gebied kun je misschien ook leren van 'hoe werkt het met die communicatie en kan dat wat scherper?' Kunnen we daarin verbeteren? Ik denk dat dat wel iets kan toevoegen. Je hoeft dan niet per se op 1 januari 2026 met je pas te komen, maar misschien dat het wel een aantal weken daarvoor ook kan, op het moment dat alles geïnstalleerd is, zoals het zou moeten zijn, maar dat kunnen wij niet zeggen. Op het moment dat 1 januari 2026 niet gehaald wordt, geeft dat bij uitstek de mogelijkheid om al in een eerdere periode in 2026 wel die passen te gaan gebruiken en die prijsprikkel pas per 2027 in te voeren. Dat zou misschien nog een optie kunnen zijn op het moment dat de planning niet gehaald wordt. Dus wij zullen niet positief stemmen, in dit geval ook met name vanwege de beantwoording die we hebben gekregen van het college, op dat amendement van de ChristenUnie. Het eerste amendement van de OGP Midden-Delfland. Nu zit ik even heel goed te denken, dat ging over de containers en de 30 kilo, die 30 liter. Dat je de 30-liter- en de 60-litervarianten per container hebt. Wij vinden het een heel goede zet om dat op meerdere plekken te doen. Dat geeft mensen meer de mogelijkheid om afval weg te brengen en ze niet te lang te hoeven laten wachten.
Want het voorstel dat er was 'dan laat je het hangen in je grijze bak', met het risico dat het vanuit die grijze bak misschien toch bij het plastic komt, vinden wij ook wel lastig. Dus wij vinden dat… Wij staan daar positief tegenover. Wij vinden het ook juist goed dat er met het amendement budget beschikbaar wordt gesteld om dat te kunnen doorvoeren want dat is wat we met alleen de toezegging van de wethouder zouden missen. En het tweede amendement van de OGP Midden-Delfland zullen wij ook steunen omdat wij het eigenlijk niet vinden passen binnen het afvalbeleid om dat daar neer te zetten. Het afvalbeleid gaat over het afvalbeleid. Tot zover onze eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel de heer Scholtes voor de tips en suggesties. Dan ga ik nu naar de heer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, dat de vervuiler moet betalen, vinden wij een logische stap, dus de prijsprikkel begrijpen wij. Ook wij hebben informatie ingewonnen in andere gemeenten en daar blijkt, wat de heer Scholtes zegt, dat het in eerste instantie best wat weerstand gaf. Maar toen we 21
begonnen met de containers langs de weg zetten, gaf dat ook veel weerstand, of de nodige weerstand en het is nu gemeengoed geworden. Dus de prijsprikkel vinden wij een logische stap, dat zullen wij steunen. Van een aantal amendementen dat we gehoord hebben, wachten we eerst even de reactie van het college af, waarbij we wel kunnen zeggen dat we het amendement van de OGP Midden-Delfland om al die containers voor 30 en 60 liter geschikt te maken, een heel logisch en goed amendement vinden. De zindelijkheidstraining mag er wat ons betreft ook uit en voor de rest wachten we even de beantwoording van het college af. De voorzitter: Dank u wel de heer Zwaard. Dan kijk ik nu inderdaad naar het college en wil ik graag het woord geven aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Dank aan de raad voor de opmerkingen over het stuk. Als ik zo kijk, zijn er een paar zaken die ik eruit wil lichten. De heer Van der Eijk heb ik al eerder in de commissie aangegeven dat ik niet helemaal kan volgen wat u hier aangeeft, want wij hebben wel degelijk in het afvalinzamelbeleid laten zien waarom we keuzes maken, welke keuzes we maken, wat voor effecten dat heeft. We zijn zelfs zo ver gegaan dat we dat hebben laten zien voor grotere gezinnen omdat een van de conclusies is 'als je een groter gezin hebt, ga je meer betalen'. Daarom hebben we die tabel ook uitgebreid.
Dus ik denk dat we wel degelijk in dit inzamelbeleid onderbouwd hebben waarom we dingen doen. Er zijn onderzoeken geweest. Er zijn andere gemeenten waar dit is ingevoerd waar duidelijk zichtbaar is dat als je die prijsprikkel invoert, je een grote stap zet richting het halen van je VANGdoelstellingen. Ik zou bijna willen zeggen, als je het niet doet, is eigenlijk de conclusie dat je je VANG-doelstellingen niet gaat halen. Dus volgens mij hebben we wel degelijk deze onderbouwing gedaan. Het afvalinzamelbeleid spitst zich met name toe op het invoeren van het restafvaltarief. Dat is eigenlijk het grootste gedeelte in dit verhaal omdat we hier in deze gemeente inderdaad het nieuwe inzamelen al hebben ingevoerd, omdat we al serviceverbetering hebben gedaan op de grondstoffen die we kunnen recyclen en serviceverslechtering, u moet wat verder lopen voor het restafval. Die stappen hebben we allemaal al gezet. Dan is deze stap, het restafvaltarief een heel goede stap die hierna volgt zodat we inderdaad weer een stapje dichterbij komen bij de VANGdoelstelling die we landelijk met elkaar hebben afgesproken. Maar landelijk wordt ook in het kader van de verbrandingsbelasting die geheven wordt, toch steeds vaker gedacht dat daar een grotere heffing plaats zal vinden als je je VANG-doelstelling niet haalt.
Voorzitter, veel mensen hebben het gehad over de gefaseerde invoering en het moeten wennen, zoals het amendement van de ChristenUnie. We maken natuurlijk wel kosten om dingen te doen. Zo zullen we alle afvalcontainers moeten aanpassen. We zullen moeten kijken of de chips in de bakken, voor zover die er al zijn, goed geregistreerd staan op het juiste adres, of er niet meerdere chips zijn of meerdere bakken zijn per adres. Dus we zullen wel degelijk een aantal zaken moeten doen voordat we überhaupt met pasjes kunnen gaan werken, of zoals u aangeeft in uw amendement, kunnen terugkoppelen wat de registratie is op basis van een nulmeting. Dan zullen we ook echt wel moeten zorgen dat het achterliggende administratiedeel op orde is voordat we dat kunnen doen. Ik zie een interruptie voorzitter. De voorzitter: Ik zie inderdaad een interruptie van de heer Ringeling. De heer Ringeling: Maar die kosten, voorzitter via u, moet je in beide gevallen maken. Dus als je direct met de prijsprikkel start moet je die kosten maken. Als je eerst gefaseerd gaat invoeren, moet je die kosten ook maken. Dat zijn dezelfde kosten toch? Of zie ik iets over het hoofd? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is weer aan de wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ja, het zijn wel degelijk de kosten die je ook eerder moet maken. We gaan alleen later pas het revenu daarvan terughalen.
Het is deels de beperkte prijsprikkel die de mensen gaan betalen, maar het is deels ook vooral de verandering van gedrag waar deze prijsprikkel toe moet leiden. Die komt pas later. Dus het effect zal zijn dat we een jaar later, of zoveel later als dat we het invoeren, de profijten daarvan gaan halen. Plus het feit dat het maar de 22
vraag is of, als jij je pasje kan gebruiken om een container te openen waar geen prikkel tegenover staat, je weinig in de weg staat om op hetzelfde moment vier keer die container te openen. Dus welke informatie heb je dan? Daar zit echt wel het verhaal in dat dat gefaseerd invoeren niet per definitie leidt tot een verbeterde manier van invoeren, laat ik het voorzichtig zeggen. De prijsprikkel is er niet, we moeten kosten maken. Achteraf terug moeten, zou heel vervelend zijn. Dat zou ook kosten veroorzaken die we dan later dus niet meer kunnen verantwoorden. Dus wat ons betreft, is het niet nodig om het gefaseerd in te voeren. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat wij nu al helemaal vastleggen dat we het op 1 januari coûte que coûte zullen invoeren. Dat hebben we ook aangegeven. Wij streven ernaar om dat te doen. Met Avalex zijn we in gesprek. We moeten best nog een aantal stappen doen. Op de vragen van D66 hebben we aangegeven dat daar een aantal fysieke aanpassingen bij zitten, maar ook, zoals meerdere mensen vanavond hebben aangegeven, moeten we de communicatie verzorgen, zodat we de mensen meenemen in wat we gaan doen. We moeten nog een aantal afspraken met maken met Avalex omdat wij in het Avalexgebied de eerste zijn. Andere partijen hebben ook al aangegeven, landelijk zijn we echt niet de eerste.
Dus we gaan gebruik maken van de informatie die er her en der is, waaronder bijvoorbeeld in Lansingerland, waar ik ook een tijdje geleden op bezoek ben geweest om daar met de wethouder te praten om te kijken hoe dit het beste werkt. Zij zijn zeer tevreden over de invoering daarvan. Even kijken hoor. Voorzitter, als ik kijk naar de zienswijzen die ingediend zijn en de opmerkingen die daarover geplaatst zijn, zie ik ook in de zienswijzen heel veel mensen die er een opmerking over maken dat ze het 'de vervuiler betaalt'-principe prima vinden en liever vandaag nog dan morgen, want deze inwoner doet het al goed. Eigenlijk is het later invoeren een vorm van straffen van deze mensen die zienswijzen hebben ingediend en het juist al heel goed doen. Dus dat willen we ook voorkomen. Voorzitter, het amendement van de OGP Midden-Delfland over de 30/60-literzakken heb ik toegezegd in de commissie. Dat hebben we eerder al gedaan. Dat breid ik graag uit, zeker ook gezien de wens die u heeft aangegeven, naar alle ondergrondse containers. Er was in de commissie nog heel even een beetje onduidelijk 'is het de gestapelde bouw of ook de laagbouw?', maar met dit bedrag zijn alle containers gedaan omdat we voor die gestapelde bouw al een voorziening hadden getroffen. De prijs die we hanteren voor alle vormen van volumes was al netjes, hoe moet ik dat zeggen, een factor van een bepaald volume.
Dus als we 60 liter hebben, dan zal de prijs ongeveer de helft zijn van wat we daarvoor afgesproken hebben, zoals een grote bak ook ongeveer in dezelfde verhouding duurder zal zijn dan een kleinere bak. Dat waren we al van plan. Dus wat mij betreft een volledige toezegging om dat te doen, om dat verder mee te nemen in de uitvoering van het beleid zoals we dat voor de komende tijd voor ogen hebben. En uw tweede amendement, over de zindelijkheidstraining, daar hebben we het in april inderdaad ook al eerder over gehad. Ik snap wat u zegt. Ik heb volgens mij toen gezegd dat ik snap dat het – wat zei ik toen? Ik heb het nog opgeschreven hier – een aversie tegen de tekst oproept. Aan de andere kant merken we ook dat voor allerlei voorstellen die we doen en voor allerlei voorstellen die het restafvaltarief met zich meebrengt, er drempels opgeworpen worden, zaken opgeworpen worden die de inwoner lastig vindt of moeilijk vindt. 'En heeft u wel gedacht aan?' Bijvoorbeeld het volume van de inwerpopening. Zo hebben we ook gedacht over deze zindelijkheidstraining iets te moeten zeggen, omdat we voor incontinentiemateriaal, maar in dit geval voornamelijk gericht op gezinnen, wel degelijk snappen dat dat voor wat grotere gezinnen een periode van extra luiers met zich mee kan brengen. En in die zin kijken we gewoon naar de mogelijkheden.
Zoals we ook kijken naar mogelijkheden om de luiers op een andere manier in te zamelen. Even kijken hoor. Voorzitter, bij D66 had ik een bepaald aantal momenten dat ik dacht 'welke kant gaan we op?' Maar ik ben blij dat we, in het kader van de voorbeelden als Lansingerland, kunnen zeggen 'ja, er zijn momenten geweest dat het eventjes wat moeilijker ging'. Er zijn ook voorbeelden dat het nu al ook bij ons in de gemeente af en toe tot zwerfafval leidt. Die link is er in het begin, maar wordt daarna redelijk snel weer rechtgetrokken. Het zou kunnen zijn dat pasjes in het begin niet werken. Dan kan het zijn dat we de container voorlopig open moeten zetten. Dat zijn allemaal zaken die natuurlijk in het begin plaatsvinden, maar die gaan sowieso, in mijn ogen, plaatsvinden, of we nu met een gefaseerd verhaal werken of niet. We gaan natuurlijk ons best doen om dat zo goed als mogelijk te introduceren. Dus wat mij betreft, geen geforceerde invoering op 1 januari 2026, maar goed kijken of we er klaar voor zijn en als we dat zijn, gaan we het netjes doen. 23
Even kijken hoor. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Ringeling. Aan u het woord. De heer Ringeling: Ik verstond u niet zo goed, zei u 'wat u betreft geen geforceerde invoering per 1 januari'? Of 'gefaseerde', Want anders zijn we het met elkaar eens, als u zei 'geen geforceerde invoering'. De voorzitter: Dank u wel en het woord is aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, het streven is om dit op 1 januari 2026 in te voeren. Daar zijn we met Avalex mee bezig, maar daarvoor moet nog wel wat gebeuren. Niet in de laatste plaats dat u aan het einde van dat jaar 2025 de verordeningen vast moet stellen die het mogelijk maken om deze prijsprikkel in te voeren. Die stappen moeten we nog nemen. Als blijkt dat we er later in 2025 nog niet klaar voor zijn, gaan we natuurlijk niet op 1 januari 2026 blind die invoering in. Dus we gaan er hard aan werken om dat te doen. We denken ook dat het kan. Het voortraject is in ieder geval al grotendeels afgerond. We zien een aantal zaken waar we nog aan moeten werken en daar gaan we de komende tijd hard aan werken samen met Avalex om de fysieke aanpassingen te doen, maar ook om de achterkant van de administratie zodanig goed te regelen dat we dat netjes, met zo weinig mogelijk problemen, kunnen invoeren. Voorzitter, over de communicatie. Dank in ieder geval voor de tip over het communiceren op de afvalbakken.
We hebben aangegeven in de beantwoording dat we zeker ook gaan werken met een communicatieplan waarin we kijken wat er allemaal mogelijk is. Richting mevrouw Koppert zeg ik: ja, daar zit toch wel weer een brief bij, daar zit toch ook wel weer een gemeentepagina in de Midden-Delfland courant, dus die zitten er ook bij. Maar we zullen ook kijken wat er nodig is. We hebben ook afvalcoaches die we nog in kunnen zetten om mee aan de communicatie te werken. Dus ook daarin zullen we de komende tijd benutten om een goed plan op te stellen en dat in uitvoering te brengen. De heer Scholtes gaf aan dat de minicontainer aan de weg zetten, zwaar is als die vol is. Volgens mij is dat voor een heleboel mensen nu al het geval omdat ze niet goed genoeg scheiden. Op het moment dat we straks goed gaan scheiden, zal het voor een heleboel mensen een stuk lichter worden. Dus ik denk dat daar ook wel een prikkel in zit om dat goed te doen. En verder nog het afvalprikken en het ophalen. U was blij met de opmerkingen die we hadden over het kijken of en op welke wijze we dat kunnen ondersteunen. Dat gaan we ook zeker doen. Voorzitter, tot zover. De voorzitter: Dank u wel wethouder Voskamp. Dat betekent dat u na deze beantwoording gelegenheid heeft voor het stellen van vragen in de tweede termijn. Ik wil graag als eerste het woord geven aan de heer Rodenburg.
De heer Rodenburg: Wij zijn blij met de beantwoording van de wethouder op de gestelde vragen. Ik denk ook dat het invoeren per 1 januari niet met stoom en kokend water moet gebeuren, maar wel zo snel mogelijk. Maar ik denk ook dat een oefentijd geen realistisch beeld oplevert, want als je onbeperkt kunt brengen met een pasje, weet je nog niet wat er gebeurt. Wij zullen dus het amendement van de ChristenUnie niet steunen. De overige twee amendementen van OGP Midden-Delfland, heeft u al toegezegd, maar ik denk dat als ze ingediend worden, wij ze gewoon steunen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Dank aan de wethouder voor de antwoorden. Ik ben het op een of meerdere punten niet met hem eens. Maar over het punt van draagvlak. Als je nu uit een soort minienquête, dat waren die zienswijzen, de stemming hoort onder de bevolking, hoe zij er tegenaan kijken, was dat niet positief op basis van de resultaten van de zienswijzen. Als we dan toch doorgaan op deze manier, werk je niet aan het vergroten van het draagvlak. Dus ik denk dat we er niet goed aan doen om dan toch nog op die weg door te gaan. Het is ons allemaal erom te doen om uiteindelijk wel een beter scheidingsresultaat te krijgen, maar mensen zullen het zo
24
beschouwen dat we niet naar hen luisteren, als je dat toch op deze manier doorzet, dan gaan we het resultaat niet bereiken. En een tweede punt, dat is mijn laatste punt. Als uit de eerste maanden van het definitief invoeren, dus met prijsprikkel, blijkt dat er zich toch een paar onoverkomelijke problemen voordoen, kun je eigenlijk bijna niet terug, want dan ga je een grotere chaos creëren. Dan is het draagvlak dat ook al niet zo groot was, helemaal weg. Dus dat zie ik ook nog als een… Maar ik heb een interruptie. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Knaap. De heer Knaap: Ik hoor de heer Ringeling een paar keer zeggen 'draagvlak, draagvlak'. Wat mij puzzelt is dat als we dit niet doen, het draagvlak bij de mensen die ineens voor iedereen meer moeten betalen, ook al brengen ze zelf heel weinig weg, juist volledig gaat missen. Dus hoe kijkt u aan tegen de mensen die het goed willen doen maar omdat wij maar uitstellen en uitstellen daar niet het revenu van krijgen? Iedereen betaalt dan voor een hogere restafvalstroom. Hoe legt u dat aan die mensen uit, qua draagvlak? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik denk dat iedereen wel degelijk het afval goed wil scheiden, maar ze hebben serieuze knelpunten aangekaart en daar moet serieus op worden ingegaan, maar de beantwoording van de zienswijzen was ook niet super.
Dus het begint bij de mensen serieus nemen en op een goede manier antwoord geven op hun zienswijzen. De voorzitter: Ik zie ook nog een interruptie van de heer Zwaard. De heer Zwaard. De heer Zwaard: Ik hoor de heer Ringeling zeggen dat er met de zienswijzen niet serieus omgesprongen is. Dat triggert mij dan, want er is natuurlijk een aantal aanpassingen op het beleid gekomen, mede door die zienswijzen. Dus er is wel degelijk serieus naar die zienswijzen gekeken. Daar zijn wat wijzigingen doorgevoerd. U heeft het telkenmale over 'geen draagvlak'. U kunt het getal 38 noemen, maar als je dat terug vertaalt naar het percentage, valt het wel mee met de mensen die, in uw optiek, tegen zijn. Van die 38 is er ook een aantal dat een positief geluid heeft laten horen. Dus ik vraag mij af hoe u dit ziet. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Zwaard. Mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Ik zei elke keer ook 'ik denk, ik denk'. Ik zei ook net 'als we dus die zienswijzen als graadmeter nemen', want het is voor een zienswijze best een groot aantal mensen dat heeft gereageerd. En gegeven de gebrekkige communicatie die er was en al helemaal geen participatie, waren er toch best een paar mensen die hebben gereageerd. De zienswijzen logen er niet om. Tenminste, die mensen hebben gewoon ook gezegd wat ze ervan vinden, vaak ook heel goed beargumenteerd.
Er waren een aantal zienswijzen waarvan we als gemeente wel tevreden mogen zijn, met hoe mensen de tijd hebben genomen om echt gedocumenteerd een reactie te geven en daar is niet altijd even zorgvuldig of op een bepaalde manier mee omgegaan. Volgens mij was ik aan het eind van mijn tweede termijn en ik zie niemand meer in interruptie, dus dan laat ik het hierbij. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling, dan wil ik nu het woord geven aan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Het verbaast mij dat de heer Ringeling juist een interruptie kreeg over die zienswijzen. Ik heb dat in de commissievergadering ook aangegeven, dat er deels gewoon niet beantwoord is. Er is zelfs iemand die heeft gesuggereerd om maar geen restafval meer op te halen, omdat dat dan leidt tot geen restafval want dat was zijn conclusie uit het beleid. En daar heeft het college niet op gereageerd. Daar ben ik het helemaal met de heer Ringeling eens. Dus ja, ik verbaas me dat de heer Zwaard daar nu een interruptie op pleegt maar dat is dan mijn verbazing en dat kan natuurlijk, voorzitter.
25
Wat die participatie betreft en als we dit uit gaan rollen, weten we natuurlijk hoe dat gaat hier, voorzitter. We hebben dat meermalen gezien. Altijd is de raad teleurgesteld over wat er dan uiteindelijk gebeurt. We hebben voorstellen gehad waar Frithjof de Haan desnoods kwam vertellen hoe het allemaal moest. Niemand wilde die man meer zien en toch kwam die terug en iedereen tekende bij het kruisje. De VVD dan niet, maar de voorstanders tekenden bij het kruisje. Wij hebben in maart aangegeven 'jongens, dit afvalbeleid is onvoldoende onderbouwd. Dat kan nog niet ter zienswijze voorgelegd'. Wat gebeurt er? De meerderheid stemt in. Dus dat is wat we straks krijgen qua communicatie vanuit het college als dit wordt uitgerold. Wees dan niet teleurgesteld, collega's. Ja, wat hebben we aan landelijk beleid? Dat is toegespitst op minder kilo's. Wat gaan wij doen? Minder frequentie. Wat je krijgt, is dat je je best doet, je goed je afval scheidt en uiteindelijk minder service krijgt om het zelf te blijven betalen. Wij vinden echter... Wij konden echt OGP Midden-Delfland een beetje lastig volgen, want ze hadden eigenlijk een mooi pleidooi voor minder kilo's, maar komen toch met een amendement over minder zakken. En de heer Scholtes had ook zoiets, die zei 'die bakken met restafval worden best zwaar'. Ja, dat komt door dit beleid. Je mag een volume aanbieden en kilo's worden niet gewogen.
Het college vond weeginstallaties technisch te moeilijk, of men wilde het niet of allebei. Technisch kan het gewoon en dan hangen er ook kostenplaatjes aan. Maak dat dan gewoon inzichtelijk. Het gebruik in de app moet nader worden uitgewerkt. Er zijn al verschillende gemeenten in Nederland die het al doen. Die hebben toch ook een app? Dat staat er ook niet in. Als je zegt 'je mag zo vaak wat wegbrengen, dat gaat dit kosten', maak dat gewoon real time inzichtelijk. Je hebt zo'n Avalex-pas, koppel het aan elkaar. Echt jongens, het is de 21e eeuw, het kan gewoon. We kunnen desnoods een karretje op Mars laten rijden, om even een zijstraat te noemen. Restafval zou niet stinken, volgens het antwoord van de wethouder. Nou prima, dus die luiers kunnen prima een maandje bij de wethouder achter zijn bureau liggen. Een wethouder die het liefste bij de mensen thuis komt zeggen wat voor luiers hij komt gebruiken. Nou, dat gaat ons echt een brug te ver, die vergaande overheidsbemoeienis achter de voordeur van deze wethouder. Ik steun het amendement van OGP Midden-Delfland daarom ruimhartig, voorzitter. Het droogzwemmen om te oefenen met dit beleid. Ik hoorde zojuist de heer Ringeling. Ik denk dat hij tegenstemt.
Dus om te komen met een amendement met droogzwemmen en of er dan uiteindelijk wel of niet een prijsprikkel komt met oefenen met een pasjessysteem, sorry, daar zien wij niet zoveel meerwaarde in. Nou ja, volgens mij is het iedereen wel duidelijk. Wij steunen dit beleid niet, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. En inderdaad, dat lijkt duidelijk. Ik wil vervolgens het woord graag geven aan de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Ik was nog even aan het beraden, voorzitter, maar dank u wel. Met de beantwoording van de wethouder wordt het beeld iets duidelijker. Voornamelijk het niet geforceerd invoeren kan op onze steun rekenen. De drie ingediende amendementen van OGP Midden-Delfland en de ChristenUnie zijn desalniettemin een goede verbetering voor dit voorstel, voornamelijk de proefperiode van twaalf maanden zal een goede, noodzakelijk test zijn voor het voorgestelde beleid. We moeten, onzes inziens, die periode dan ook gebruiken om het beleid te evalueren en aan te passen waar nodig. Ook de dubbele mogelijkheden voor het weggooien van restafval zullen voor mensen met een kleiner huishouden een prettige toevoeging zijn. Om die redenen zullen we alle ingediende amendementen dan ook steunen, mits natuurlijk de kosten voor het aanpassen van de restafvalcontainers niet het door de wethouder aangegeven bedrag van € 20.000,00 overschrijden.
Alleen werd er net nog even in mijn oor gefluisterd dat het misschien slim is om nog een keer te schorsen om te kijken of we het ChristenUnie-amendement iets kunnen aanpassen en dan te kijken hoe we daarover zullen stemmen. Maar dat was mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel de heer Ammerlaan. Voordat we overgaan tot een korte schorsing, die ik toesta, wil ik allereerst nog het woord geven aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: We zijn blij met de toezeggingen van het college en tegelijkertijd blijven toch de amendementen staan.
26
Allereerst de zindelijkheidstraining. Onzes inziens hoort dat zeker niet in het beleidsstuk van de gemeente thuis. Volgens mij is het consultatiebureau de plek waar mensen geattendeerd worden op waar je zindelijkheidstraining kunt volgen en zeker niet een afvalbeleidsstuk van de gemeente. En de andere met betrekking tot de 30 en 60 liter. Volgens mij waren we daar vrij helder in. Iedereen moet overal zijn afval kunnen brengen en we moeten ook zorgen dat er budget voor is, dus dat amendement blijft ook staan. Dan hebben we nog wat aanvullingen en vragen aan de wethouder, of in ieder geval opmerkingen. Als we kijken naar andere gemeenten, niet zijnde Avalex-gemeenten, dan is daar deze vorm van afvalinzameling al. Ik weet dat er gemeenten zijn die dat al tientallen jaren of meer doen. Onze vraag is ook: kijk naar andere gemeenten qua implementatieplan en communicatie. Wat kunnen wij daarvan leren en meenemen? U heeft het vaak over Lansingerland, maar volgens mij zijn er meer gemeenten die dit beleid al hebben. En verder met betrekking tot de draagvlakdiscussie. Iedereen wil bij voorbaat niet veranderen. We willen wel veranderen, maar niet veranderd worden dus ik snap dat het draagvlak in eerste instantie niet groot zal zijn omdat het toch altijd spannend is en je weet niet wat je krijgt en je weet nu wel wat je hebt.
Maar we hebben als uitgangspunt 'de vervuiler moet betalen' en ik ben het eens met meerdere partijen hier. Dat betekent dus ook dat je mensen die het goede willen doen, moet belonen. Dat is nu het idee achter deze prijsprikkel. En met betrekking tot de 38 zienswijzen die we hebben kunnen zien, vinden wij als fractie dat ze keurig en ruim beantwoord zijn. Een zienswijze betekent niet 'o, dan gaan we het beleid aanpassen'. Dat betekent dat erover nagedacht is en er een onderbouwing bij ligt waarom je wel of niet iets met deze zienswijze gaat doen. En verder met betrekking tot de prijsprikkel en waarom dat wel of niet werkt. Ik kan van heel dichtbij melden dat er een winkel geweest is die heeft geprobeerd de winkelwagentjes zonder munten te laten gebruiken. Dat resulteerde erin dat er van de 250 winkelwagentjes die ze hadden, er nog 25 over waren. Dus ze hebben toch maar weer de winkelwagenmuntjes erin gedaan, dus die prikkel is er wel degelijk. Dat is wat ons betreft de tweede termijn. O ja, ik zou nog even iets zeggen over het amendement van de heer Ringeling. Dat zullen wij als fractie niet steunen. Wij geloven niet in een gefaseerde invoer. Wel geloven we erin dat het voor mensen zeker wennen is om met een pasje te werken, maar een gefaseerde invoer met eerst het een en dan het ander, daar geloven we niet in. De voorzitter: Dank u wel mevrouw Koppert.
Dat betekent dat ik dan nu de vergadering schors en over tien minuten... Vijf minuten? Ik even rond. Over vijf minuten wil ik de vergadering weer vervolgen. Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering. Allereerst even de vraag, heeft deze schorsing opgeleverd dat er nog iemand het woord wil voeren voordat ik voor de tweede termijn het woord geef aan de wethouder? Ik zag de heer Ammerlaan, u krijgt van mij het woord. De heer Ammerlaan: Ik zou alleen graag dadelijk nog een stemverklaring willen geven. De voorzitter: Dank u wel. Dan betekent dat dat ik nu graag het woord wil geven aan de wethouder voor de vragen die in de tweede termijn nog boven water zijn gekomen. De heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, ik heb niet heel veel vragen meer genoteerd. Ik wil nog wel meegeven dat er werd gesproken over draagvlak. Ik denk dat we het in eerdere termijnen gehad hebben over droogzwemmen. Misschien is het ook wel toepasselijk om aan te geven dat er misschien wat koudwatervrees is om het in te voeren. Ik ben heel benieuwd. Want in mijn ogen, of in onze ogen als college, verandert het gefaseerd invoeren niets aan het uiteindelijke doel dat we gaan doen en daarmee is het ook de vraag of dat uiteindelijk voldoende draagvlak zal creëren om iedereen 100% volmondig 'ja' te laten zeggen. Zoals mevrouw Koppert ook aangaf, verandering roept altijd ook wel tegenstand op.
Voorzitter, volgens mij doen wij hiermee de goede zaken. De goede dingen, die onderzocht zijn, waarvan landelijk genoeg voorbeelden zijn. Daar zullen we ook naar blijven kijken om daar de komende maanden goede stappen in te zetten. En wat mij betreft 27
ook nog wel dank voor de ondersteuning over hoe de zienswijzen zijn beantwoord, want ik denk dat we daar juist een heel erg zorgvuldig proces hebben doorlopen. We hebben uitgebreid stilgestaan bij de samengevatte zienswijzen en u als raad ook alle zienswijzen toegestuurd, zodat u daar kennis van kon nemen. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Nee, sorry, ik had helemaal geen interruptie. De voorzitter: Dan mag de wethouder zijn verhaal vervolgen. Wethouder Voskamp: Voorzitter, ik stel voor dat dit als één keer klepperen telt. Voorzitter, ik was volgens mij bij het einde van mijn beantwoording. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel. Dat betekent dat wij nu de amendementen in stemming gaan brengen. Die hebben wij gerubriceerd, waarbij eerst het amendement van de ChristenUnie in stemming zal worden gebracht en vervolgens de twee amendementen van OGP Midden-Delfland. En ik begin bij… En er is een, ja, de stemverklaring is bij het voorstel. Precies, zo had ik hem ook geduid, klopt. Dan gaan we allereerst nu het amendement van de ChristenUnie in stemming brengen. Ik wil u vragen om uw stem uit te brengen. Sterker nog, u heeft uw stem uitgebracht. 4 stemmen voor en 12 tegen. Daarmee is het amendement afgewezen. Dan gaan we naar het tweede amendement van OGP Midden-Delfland. En u ziet het hier verschijnen? Nog niet.
Onder de titel Ook het kleine kun je overal kwijt, de 30 kilo. Liter, sorry. Jullie letten nog goed op. Dat amendement is met algemene stemmen aangenomen. Dan gaan we naar het tweede amendement van OGP Midden-Delfland. Dat gaat niet over de liters, maar dat gaat over de betutteling. En ook hier is een volledig ja, dus positief besluit om dit amendement aan te nemen. Dan gaan we over naar de stemming over het voorstel. Met een stemverklaring van Mijn Partij, de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Aangezien het amendement van de ChristenUnie het niet gehaald heeft en dit oproept tot herziening van het beleid na een invoeringsperiode van een jaar, hebben wij besloten het voorstel niet te steunen. De voorzitter: Dank u wel, de heer Ammerlaan. Dat betekent dat we ondertussen… De heer Ringeling, aan u het woord. De heer Ringeling: Ik had dezelfde stemverklaring, voorzitter. Dus ik hoef het niet te herhalen, maar dat geldt ook voor mij. De voorzitter: Dank u wel en genoteerd. Vervolgens zien wij dat met 9 stemmen voor en 7 stemmen tegen het voorstel is aangenomen.
11.
Voorstel geven van positieve reactie op verzoek bestemming pand 'sHerenstraat 16, Maasland te wijzigen in "Kantoor"
De voorzitter: Dan gaan wij naar agendapunt 11. Het Voorstel geven van positieve reactie op verzoek bestemming pand 's-Herenstraat 16, Maasland te wijzigen in "Kantoor". De nieuwe eigenaar van het voormalig gemeentehuis Maasland heeft veel inzet gepleegd om een horecagelegenheid te realiseren. Helaas is dit niet gelukt. Hij heeft het verzoek gedaan aan het college om de bestemming van de bestemming 'maatschappelijk' om te zetten naar 'kantoor'. En de raad wordt gevraagd een positieve reactie aan het college te geven. Fractie OGP MiddenDelfland heeft aangegeven dit voorstel te willen bespreken en krijgt als eerste van mij het woord. Maar zijn er nog andere sprekers? En ik zie... Een punt van orde, de heer Roeling. Aan u het woord. De heer Roeling: Ja, voorzitter. Wij hebben begrepen dat dit een collegebevoegdheid is en nu lees ik in het raadsbesluit dat de gemeenteraad besluit. Er kan er natuurlijk maar één besluiten dus bij
28
wie ligt nu de bevoegdheid? Is dat bij het college of bij de gemeenteraad? Want zoals ik het nu lees, besluit de raad, terwijl ik in de veronderstelling was dat het een collegebevoegdheid is. De voorzitter: Dat is een goed punt. De vraagverheldering maakt dat ik hierop even de wethouder het woord wil geven. Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, ik had het nog niet voor staan op mijn iPad, dus ik kijk eventjes bij mijn collega. De gemeenteraad neemt een besluit, namelijk om een positieve reactie te geven op het verzoek om een omgevingsoverleg, om een kantoorfunctie toe te staan in het voormalig gemeentehuis in Maasland, dus om een positieve reactie te geven op het verzoek dat het college heeft voorgelegd, hier bij u. Dus wij willen u vragen of u een positief advies daarover wilt geven. De voorzitter: Ik denk dat de heer Roeling ook bedoelt 'stel dat dat geen positief besluit is, is het dan het college dat vervolgens daarop zelfstandig kan besluiten?' Is dat wat u bedoelt, de heer Roeling? De heer Roeling: Uiteindelijk wel, maar dan kan je ook aan de raad vragen 'je mag er iets van vinden, maar je besluit niets, want dat doen wij als college'. Dat komt ongeveer op hetzelfde neer. Dus wie besluit er uiteindelijk dan in dit geval? De voorzitter: De wethouder graag.
Wethouder Voskamp: Ja voorzitter, het college is in dezen bevoegd om daarover te besluiten en consulteert u over of u er akkoord mee bent dat wij deze richting kiezen, zoals u dat ook zojuist gedaan heeft bij het punt over de grondtransactie. De voorzitter: Goed. De heer Roeling, is dit voor u voldoende beantwoord nu? En u krijgt van mij ook meteen de eerste termijn. O, de heer Gebben, een interruptie. De heer Gebben: Ja, ik ben heel... Ik vind het een goed punt van de heer Roeling. Dus eigenlijk gaan we hier een debat voeren over niets, want als we iets anders besluiten en het college vindt dat geen goed idee, kan het alsnog denken 'we doen het niet'. Waar hebben we het dan over? Ik vind dat je dan geen voorstel hebt. Dan wordt er gewoon om onze mening gevraagd en ik denk dat de raadsvergadering daar niet voor bedoeld is. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. Ik geef even het woord aan de heer Voskamp. Wethouder Voskamp: Nou voorzitter, volgens mij is de raad het bevoegd orgaan om een besluit te nemen en wij vragen aan de raad 'wij zijn voornemens om dit te gaan doen en wij willen uw reactie hierop hebben, een zienswijze, positief, een advies'. Op die manier hebben we dat ingestoken. Wij zijn bevoegd, in dit geval, om het gebruik te veranderen van 'maatschappelijk/horeca' naar 'maatschappelijk/kantoor' en dat betekent dat wij daar zelf op kunnen reageren.
Maar gezien het feit dat hier een historie aan voorafgegaan is, dat heb ik ook in de commissie aangegeven, hadden wij gedacht als college dat het goed zou zijn om u als raad hierin mee te nemen. Op het moment dat we dat via een raadsinformatiebrief doen, krijgen we een andere terugkoppeling. Dat hebben we nu via een voorstel gedaan. We vragen u om een positief advies af te geven. Als u dat niet doet, dan mogen wij daar inderdaad als college van afwijken maar dan zullen we dat moeten beargumenteren. De voorzitter: Dan gaan we door met de eerste termijn, de heer Knaap. De heer Knaap: Ja, wij hebben inderdaad dit punt geagendeerd en dat punt gaat inderdaad over een positieve reactie geven op het verzoek om een kantoorfunctie toe te staan. Laten we het maar gewoon simpel houden. We hebben een tijdje geleden een coalitieakkoord gesloten en een addendum daarop gemaakt en daar staat gewoon klip-en-klaar in wat wij belangrijk vinden. Er staat namelijk in dat wij het college vragen om ook voor de komende jaren oog te hebben voor potentiële woningbouwlocaties. We hebben ook het college gevraagd om actief met de eigenaren in 29