2024 m 10 d 22 Vsl Raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 22 oktober 2024, 19.30 uur. Voorzitter
: F.I. Noordermeer-van Slageren, burgemeester / de heer N.C. Knaap
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : : de heer B.J. Ammerlaan (Mijn Partij), de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP MiddenDelfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA), de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer H. Rodenburg (CDA), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer R.E. Vieira (D66) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij)
Tevens aanwezig: de heer A.F. de Leede, mevrouw M. Oderwald-Ruijsbroek, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Goedenavond en voor een aantal, wederom goedenavond, leden van de raad. Welkom op deze raadsvergadering van 22 oktober 2024. Ook welkom aan de mensen op de tribune, college. Ik hoop op een constructieve vergadering vanavond, waarbij er als eerste bericht van verhindering is van de heer Van der Spek. Deze agenda heeft enkele onderwerpen waar de raad in september niet aan toe is gekomen en enkele punten die door het college voor deze vergadering zijn voorbereid en twee onderwerpen die aan de raad zelf zijn. Dus wat dat betreft hebben we een gemêleerde agenda met een schakering aan onderwerpen. Ik hoop dan ook dat we deze avond met u als raad de agenda in zijn geheel kunnen afwerken. Maar daar zal ik later op de avond, als het nodig is, een voorstel over doen om eventueel ook morgenavond door te gaan. Maar ik zie gezichten, het is eigenlijk geheel aan u. Dus ik open hierbij de vergadering.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: De gemeenteraad behandelt de wijze van behandeling van de ingekomen stukken die in de periode van 17 september van dit jaar tot en met 15 oktober jl. bij de griffie zijn binnengekomen. En allereerst is lijst A aan de orde, de brieven van het college. Lijst B, de brieven van de derden en lijst C, beantwoording van de schriftelijke vragen, RVO artikel 42 en beantwoording vragen lid de heer Roeling van Mijn Partij over de Omgevingswet. Ik wil daarbij weten: wie heeft daar vragen over? De heer Roeling, aan u het woord. De heer Roeling: Dank voor de beantwoording en wij hebben dit opgezet samen met de BBB in het waterschap en in de gemeente Westland om te kijken of daar gezamenlijke knelpunten uit voortkomen. Zodra we dat op een rijtje hebben, hoort u van ons. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Zijn er nog vragen? Geen vragen. Dan ga ik door en daarbij deze... Ja, ik heb lijst A en B in één keer gedaan. Prima, ik had ook de indruk dat jullie allemaal dat tempo… Precies. Wij gaan door naar agendapunt 3. Lijst A, B en C worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Dat is het spreekrecht voor belangstellenden en er zijn geen aanmeldingen geweest. Dus we kunnen over naar agendapunt 4.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: Kunt u instemmen met de agenda zoals deze voorligt? Ik zie de heer Van Lier. 1
De heer Van Lier: Ik wil iets aan de agenda toevoegen. Ik heb een motie vreemd aan de orde van de dag, dus graag ruimte daarvoor. De voorzitter: Dat gaan wij opnemen en ik stel voor dat we dat punt toevoegen aan agendapunt 14 en dat dan punt 14 agendapunt 15 wordt. Hierbij is de agenda voor vanavond vastgesteld. De agenda wordt met toevoeging van een motie vreemd aan de orde van de dag vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5b. 5c. 5d. 5e. 5f.
Vaststellen verslag vergadering d.d. 24 september 2024 Voorstel vaststellen Integraal HuisvestingsPlan Onderwijs Voorstel VVGB Schieweg 192 Schipluiden Voorstel vaststellen Beleidskader Jeugd Voorstel proces 'begeleiding versterking participatieproces' Voorstel Zienswijze 5e wijziging Gemeenschappelijke Regeling Omgevingsdienst Haaglanden Voorstel tot actualisering van de Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
5g.
De voorzitter: Dan gaan we over tot agendapunt 5, de hamerstukken. De behandeling in de commissie veronderstelt dat de gemeenteraad zonder nadere beraadslaging een besluit kan nemen. En ik constateer dat dat het geval is en daarbij de punten 5.a tot en met 5.g aldus besloten. Met de aantekening dat bij agendapunt 5.b de fractie Mijn Partij wordt geacht tegen te hebben gestemd en bij punt 5.e geldt dit voor de fractie van de VVD. Klopt dat? Ik zie een vraag van mijnheer Van Lier, aan u het woord. De heer Van Lier: U zegt 'klopt dat?' Het antwoord is nee. Wij zijn voor het IHP, maar we hebben een kanttekening en daarom hebben we die stemverklaring. De voorzitter: Goed dat u dat toevoegt en dat is uiteraard ook goed. Maar goed dat u het toevoegt. En even dan de check bij de VVD. Dat geldt wel voor de fractie VVD? Dank u wel. Dan zijn hiermee de hamerstukken vastgesteld. Als we in dit tempo doorgaan mensen... Goed, bespreekpunten. De punten 6, 7 en 8 zijn de niet behandelde voorstellen van de raadsvergadering van 24 september jl. Daar gaan we als eerste mee starten. Zonder beraadslaging en zonder hoofdelijke stemming stelt de raad de hamerstukken vast.
6.
Voorstel inzake Toekomstvisie 2050
De voorzitter: Agendapunt 6 Voorstel Toekomstvisie 2050. In de zomer van 2023 is gestart met het proces voor de Toekomstvisie 2050. Inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties hebben een belangrijke bijdrage geleverd over hun wensen en ideeën tijdens bijeenkomsten, gesprekken en enquêtes. Zelfs de swipocratie heeft meegedaan. Dit streefbeeld is uitgewerkt in vijf ambities. De gemeenteraad wordt voorgesteld om te besluiten dat de Toekomstvisie 2050 als product van de gemeenschap, als richtinggevend document dient voor de verdere ontwikkeling van beleid en initiatieven in de gemeente. En hierbij is de eerste termijn geopend. Ik wil als eerste het woord geven aan de heer Ammerlaan. De heer Ammerlaan: Voorzitter, voor ons ligt de Toekomstvisie voor 2050 en dit is een document dat ons gunstig stemt. Het geeft een realistisch beeld van de gewenste toekomst voor vele MiddenDelflanders en wij willen dan ook iedereen bedanken die hieraan heeft meegewerkt en die zijn mening heeft gedeeld om tot een breed gedragen visie te komen. De belangrijkste punten uit deze visie sluiten volgens ons mooi aan bij het beeld dat Mijn Partij heeft voor de toekomst. Houd onze dorpen jong en levendig en doe dit vooral door datgene te bouwen, waarnaar de vraag het hoogst is. Voornamelijk betaalbare appartementen en kleinere nieuwbouwwoningen sluiten naadloos aan bij de ambities van Mijn Partij.
We sluiten ons wel volledig aan bij de visie van D66 en delen de mening dat het zonde is om dit document in een la te laten belanden. De motie die D66 heeft opgesteld om nieuw beleid te laten 2
toetsen aan deze visie, steunen wij dan ook volledig. Laten we er met zijn allen zorg voor dragen dat nieuwe beleidsstukken in lijn met de Toekomstvisie 2050 worden opgesteld en dat het geluid van onze burgers daarmee uitwerking vindt in het beleid. Hiermee kom ik aan het eind van mijn eerste termijn, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ammerlaan, dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Zoals in de commissie al vastgesteld is de toekomstvisie een document dat eigenlijk op zichzelf staat. Het is het eindproduct van het gesprek met de inwoners en de omgeving over welke kant Midden-Delfland zich op zou moeten ontwikkelen. Het is een product dat niet meer voor discussie en aanpassing openstaat. Het is al helemaal af en dat maakt het raadsvoorstel dat nu voorligt voor de VVD wat ingewikkeld. Dit wordt nog versterkt door de positionering die een deel van de partijen in deze raad aan de toekomstvisie wil geven. Meerdere partijen, en volgens mij in het bijzonder D66 – kennelijk komt er een amendement – hebben afgegeven de toekomstvisie te willen gebruiken als kader voor het toekomstig beleid.
Onze grote vraag is en blijft: wat betekent 'richtinggevend' en in hoeverre verschilt dat van 'kaderstellend'? Ons vermoeden is dat het toch een meer kaderstellend document zal worden en ons probleem daarbij is vooral dat er, naast de algemene lijn, waar wij ons overigens best in kunnen vinden, veel concretere voorstellen in staan waar wij ons niet zo prettig bij voelen. Zoals bijvoorbeeld de voorstellen voor bouwen in het groen, de maatregelen om autogebruik te ontmoedigen, de mogelijkheid van akkerbouw in onze gemeente en de wijze waarop gekeken wordt naar het bedrijfsmodel van onze boeren. Wij willen niet, door nu in te stemmen, vastgepind worden op deze voorstellen en zijn daarom, voorzitter, erg terughoudend om in te stemmen met het nu voorliggende raadsvoorstel. De voorzitter: Dank u wel, de heer Gebben. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Voorzitter, we zijn de commissievergadering inderdaad geëindigd met de vraag aan de andere fracties: hoe willen wij omgaan met deze toekomstvisie? Het is inderdaad een product dat wij hebben gekregen van de gemeenschap. Een groot gedeelte van de gemeenschap heeft bijgedragen aan het maken van deze toekomstvisie en ik vind dat we dat niet zomaar onder stoelen of banken kunnen schuiven. We moeten daar echt iets mee als gemeenteraad.
Het leek ons daarom een heel goed idee om te kijken of wij dit echt kunnen laten landen in komende beleidsvoorstellen waarbij het aan het college is om beleidsvoorstellen te verdedigen, ook wat betreft hoe deze aansluiting vinden bij de toekomstvisie. Wij delen niet helemaal de zorgen die de VVD heeft over het bouwen in het groen, want het stond er ook, zoals wij het hebben gelezen, redelijk terughoudend in en er stond niet zomaar lukraak bouwen in het groen. Dus die zorg hebben wij iets minder. En ja, het is een eindproduct inderdaad, dat wij hebben gekregen. Als je het ons vraagt, dan zouden we met zo'n eindproduct iets moeten. En om dat nog iets meer kracht bij te zetten, hebben wij een amendement gemaakt samen met Mijn Partij en de ChristenUnie. En dat zou ik graag willen indienen, voorzitter. Ik zit even te denken. Dat deed ik door het dictum voor te lezen? Dat is: de raad van de gemeente Midden-Delfland in vergadering bijeen, 22 oktober 2024, ondergetekenden stellen voor het volgende amendement voor: een tweede beslispunt toe te voegen aan de raadsoplegger Toekomstvisie 2050. Dat is artikel 26 van het Reglement van Orde aan te vullen met het benoemen hoe het voorstel zich behoudt in relatie tot de Toekomstvisie 2050. De voorzitter: Dank u wel. Het amendement is in ontvangst genomen.
Dat betekent dat ik in de eerste termijn nu graag het woord wil geven aan de heer Jongsma. De heer Jongsma: Voordat ik... Ik had het op een andere manier voorbereid, maar ik hoor ineens wat nieuwe dingen waar ik graag eerst even op in wil gaan. Het eerste is wat vanuit de VVD wordt gesteld, dat de VVD zich wat zorgen maakt over dat het meer kaderstellend wordt dan richtinggevend. Vanuit OGP Midden-Delfland zien we dat niet zo. We zien het nog steeds als richtinggevend. Het is ook iets waar wij de komende jaren aan moeten werken om inderdaad met wat er nu in de toekomstvisie staat, uit te werken, waarbij de zorgpunten die de VVD dan heeft 3
(worden meegenomen) om te kijken in hoeverre die wel of niet binnen de toekomstvisie, maar ook binnen de ontwikkeling van Midden-Delfland 2050 staan. Mijn vraag aan de VVD is dan ook een beetje wat haar conclusie is. Hoe de fractie dat als zodanig beoordeelt. Dat is het ene. Het andere is dat er vanuit D66, ChristenUnie en Mijn Partij een amendement is toegevoegd waarbij ik, sowieso nog wel even over het amendement op zich 'het benoemen van hoe het voorstel zich behoudt in relatie tot de Toekomstvisie 2050', ervan uitga dat het is 'verhoudt in relatie tot de Toekomstvisie 2050'. Maar wat gaan we nu precies bereiken door zo'n toevoeging te doen? In heel veel andere beleidsdocumenten of stukken doen we dat ook niet. Ikzelf, of vanuit OGP Midden-Delfland zien we er veel meer in om dan jaarlijks tijdens de begrotingsbehandeling, in het begrotingsboek daar invulling aan te geven en niet bij elk document. Want ja, er zijn ook heel veel documenten die niet zoveel met toekomstvisie te maken hebben. Dus ik ben erg benieuwd, ook naar het college kijkend, hoe dat ernaar kijkt, met name hoe de wethouder het ziet of dat ook op een andere manier kan worden ingevuld. En ik wacht eerst even de beantwoording van de wethouder af voor wij daar in tweede termijn nog wat over gaan zeggen. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik graag nu het woord geven aan de heer Ringeling.
De heer Ringeling: De fractie van de ChristenUnie kan instemmen met het voorliggende document, de voorliggende toekomstvisie. Wij beschouwen dit document als richtinggevend, als een soort kompas. En ik ben het eens met mijn linkerbuurman, het is ook niet raar als we zeggen 'we moeten ook iets met het document doen'. Vandaar dat wij medeondertekenaars zijn van dit amendement, omdat we willen voorkomen dat het document zomaar in een la verdwijnt en dat was het dan. Vandaar dat wij medeondertekenaars zijn van het amendement. Dat was het voor de eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel. En dan wil ik tot slot in de eerste termijn het woord geven aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Het was 10 september jl. dat we in de commissie over dit onderwerp gesproken hebben. Wij hebben toen al aangegeven dat we het een heel mooie toekomstvisie vinden, waar een aantal heel goede dingen in staat, opgehaald bij een heel brede groep van inwoners en bedrijven in Midden-Delfland. We hebben het toen gehad over bouwen in de hoogte. Wij erkennen dat je de hoogte in moet, maar het moet passend zijn op de plek waar het gepland wordt. Dus dat is wat ons betreft nog wel een bron van zorgen. We erkennen dat we de hoogte in moeten, maar het moet passend zijn. Wij zien deze toekomstvisie ook als richtinggevend.
We hebben toen de vraag gesteld aan het college 'hoe houden we die toekomstvisie levendig, hoe houden we de ambassadeurs op de bok, om zo maar te zeggen?' Dus in die zin ben ik het gedeeltelijk eens met de indieners van het amendement. Het moet een levend document blijven en het moet niet in een la verdwijnen. Of daar een amendement aan te pas moet komen, is nog maar zeer de vraag. Wat dat betreft wachten we even de beantwoording van het college af. De voorzitter: Dank u wel. En dan kijk ik inderdaad naar de wethouder en die krijgt de gelegenheid om de vragen die gesteld zijn te beantwoorden. Een reactie, aan u het woord. Wethouder De Leede: Ik hoor veel bijval, net als in de commissie, voor deze toekomstvisie en de wijze waarop deze tot stand is gekomen. Het gaat natuurlijk inderdaad om de vraag 'wat betekent het vaststellen daarvan voor het vervolg?' Want is het richtinggevend of kaderstellend? We hebben bewust de term 'richtinggevend' benoemd, ook omdat dat een actievere formulering is. Het geeft richting aan het beleid en het is niet een inperking van ongewenst beleid. In die zin is er een bewuste keuze gemaakt om het woord richtinggevend te gebruiken en wij zien het document dus ook als een richting waar je naartoe werkt.
Betekent dat dat elk concreet voorstel hierin automatisch beleid is? Nee, elk concreet voorstel hierin, voor zover het heel concrete voorstellen zijn in die toekomstvisie, zal uitmonden in een beleidsstuk. En dat kan gaan over de toekomst van de landbouw en het kan ook gaan over de toekomst van de mobiliteit en de plaats van de fiets daarin. En dan komt de raad natuurlijk tot afwegingen.
4
We zullen wel in lijn met deze visie kijken welk voorstel we dan aan u voorleggen. Dat betekent dat we inderdaad raadsvoorstellen ook zullen toetsen op 'werkt dit nu in de richting die we willen?' Geldt dat voor elk raadsvoorstel en is dus een toets van elk raadsvoorstel op deze vijf ambities relevant? Wij denken dat dat niet zo is. Er zijn zat raadsvoorstellen die een minder beleidsmatig karakter hebben, waarbij je een toets aan de toekomstvisie achterwege kunt laten. Wij denken dat het belangrijk is om die toekomstvisie te benutten voor een aantal trajecten dat we in gang zetten. Dat hebben we ook geprobeerd te verwoorden aan het slot van… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Voorzitter, hoor ik de wethouder nu zeggen dat hij van plan is om de vijf ambities uit de toekomstvisie te gebruiken voor het voorleggen en verdedigen van raadsvoorstellen? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de wethouder. Wethouder De Leede: Het is natuurlijk de bedoeling dat wij in het opwerken van beleid werken in de richting van de ambities zoals die hier zijn geformuleerd. Ja. De voorzitter: Ik zie opnieuw een interruptie. Wethouder De Leede: Ik geloof dat er nog een aankwam, want ik keek opzij en ik dacht 'er komt er nog een'. De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja. Ik stelde volgens mij een vraag voor een concrete ja of nee.
Hoorde ik dat goed, ja of nee? Maar ik hoor eigenlijk een heel wollig antwoord. Zou het antwoord toch iets scherper mogen? Dat het 'ja, want', of 'nee, want' is? Wethouder De Leede: Ja. Wij beschouwen, zeker als u dit document heeft vastgesteld, de toekomstvisie als een richtinggevend document. Dus het is superrelevant in het formuleren van beleidsvoorstellen naar u toe om die dan te spiegelen aan de ambities zoals die zijn geformuleerd in dit document. Dus ja, het antwoord is ja. Dat betekent iets anders dan dat het, en dat probeerde ik aan te geven, relevant is om voor elk raadsvoorstel een vinkje op te halen door een paragraaf op te nemen. Ik denk dat er een heel aantal beleidsmatige raadsvoorstellen is waarbij het relevant is om te spiegelen aan de ambities van deze toekomstvisie, en dat zullen we ook zeker doen, maar er is ook een heel aantal meer praktische raadsvoorstellen waarbij dat minder relevant is omdat die wat minder ver in de toekomst kijken, waarbij dan het opvoeren van een verplichte paragraaf eigenlijk een soort vinkje halen wordt. Wij denken dat dat geen toegevoegde waarde heeft. We denken wel dat het belangrijk is om bij de grote beleidsdocumenten en dus in de P&C-cyclus gericht aandacht te besteden aan de toekomstvisie.
Dat kunnen we nog niet doen, of dat hebben we nog niet kunnen vertalen in de begroting 2025, zoals die binnenkort bij u ter bespreking ligt. Maar dat gaan we zeker doen in de kadernota volgend jaar en in de begroting 2026. Dan wordt het dus ook een vast onderdeel van de P&C-cyclus. Daarnaast heeft u gezien hoe we het document ook willen benutten als een soort richtinggevend document inderdaad voor de ontwikkeling van bijvoorbeeld dorpsvisies. Zo is er een aantal uitwerkingen die we nu al concreet voor ogen hebben. En wij denken dat het daarmee zeker geen bureauladocument wordt en we gaan er ook echt voor waken dat dat het geval zal zijn. Dat even in antwoord ook op het voorstel van de heer Scholtes in het amendement. Voor het overige heb ik vooral instemmende geluiden gehoord en ben ik ingegaan op het begrip richtinggevend versus kaderstellend. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel wethouder De Leede. Dat betekent dat we vanuit de eerste termijn nu de tweede termijn… Ik wil graag dat u even de microfoon aanzet, als u wilt. Aan u het woord. De heer Scholtes: Sorry voorzitter, even een ordevoorstel. Ik zou graag even misschien vijf minuten schorsen, want als ik mijn amendement met een woord aanpas, van 'voorstel' naar 5
'beleidsvoorstel', denk ik dat het misschien wel breder gedragen wordt en dat het college er meer mee kan. Dus ik wil graag even kijken of mijn medeondertekenaars zich daarin kunnen vinden. De voorzitter: Ik stel voor inderdaad een schorsing in te lassen, maar voordat we schorsen wil ik nog even het woord geven aan de heer Gebben. Aan u het woord. De heer Gebben: Ja, ik liet heel even bezinken wat de wethouder over het amendement zei, maar raadt hij het nu af of raadt hij het aan? Want dat heb ik niet gehoord. De voorzitter: Deze vraag lijkt me relevant voor de schorsing, dus ik geef even het woord aan de wethouder. Wethouder De Leede: Ik heb op een aardige manier geprobeerd te formuleren dat wij de toegevoegde waarde ervan niet direct zien. De voorzitter: Dank u wel, dan schors ik hierbij de vergadering voor vijf minuten. Schorsing De voorzitter: Ik heropen hierbij de vergadering en hij had iets langer nodig, maar dat betekent wel dat we dan nu ook goed door kunnen. Ik wil als eerste het woord geven aan de heer Scholtes en dat is meteen ook de start van de tweede termijn.
De heer Scholtes: In de tweede termijn, om meteen maar even het hete hangijzer uit het vuur te halen, gaan we het amendement aanpassen en de tekst zal worden 'Het benoemen van hoe het beleidsvoorstel zich verhoudt in relatie tot de Toekomstvisie 2050', om dat in ieder geval toe te voegen aan het Regelement van Orde. En dan ga ik, mits wij dat zo meteen gedaan hebben, wel vast starten met mijn tweede termijn. Wij hoorden inderdaad van de OGP Midden-Delfland het voorstel om het bijvoorbeeld jaarlijks terug te laten komen in de begroting. Wij vinden dat echt te summier omdat op het moment dat we een begroting behandelen, het beleid dat in die begroting staat, negen van de tien keer al is vastgesteld. Dus het is meestal een beetje mosterd na de maaltijd om dat te doen. Je wilt juist op het moment dat je beleid vaststelt kunnen kijken hoe het voorstel staat ten opzichte van de toekomstvisie en of daar raakvlakken mee zijn. Wij zien ook wel dat, op het moment dat je de toekomstvisie als richtinggevend document gaat gebruiken, het op een aantal momenten wel eens gaat schuren, dat je wel eens moet kiezen tussen het een of het ander. Maar om dat nu juist goed te verwoorden, maakt het volgens mij alleen maar beter en dan kunnen we een betere discussie voeren als gemeenteraad of als commissie over wat er feitelijk in staat en waar we heen gaan.
Want 2050 is een doel en op het moment dat we er niet actief aan werken, gaan we dat doel nooit halen. Ik zie een interruptie. De voorzitter: De heer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Is D66 het met mij eens dat we nu wel heel hard richting kaderstellend op weg zijn met dit document? De voorzitter: Dank u wel, Ik geef het woord aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Nee, voorzitter, dat ben ik niet met de heer Gebben eens. Wij denken namelijk dat het op het moment dat het kaderstellend zou moeten zijn, er niet zoveel tegenstrijdigheden in zouden staan, of dingetjes die toch met elkaar schuren. Op het moment dat je kaders stelt, stel je gewoon heldere vakken waar iets in moet passen. En je hebt hier toch wel een aantal dingen die met elkaar schuren die erin staan, dus dat kan nooit kaderstellend zijn. Richtinggevend vinden wij, zoals het college ook aangaf, zeer passend. En om mijn tweede termijn af te sluiten. Wij steunen ons amendement maar wij steunen ook het raadsvoorstel.
6
De voorzitter: Dank u wel de heer Scholtes. Dan wil ik in de tweede termijn graag het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Het verschil tussen richtinggevend en kaderstellend, daar draait het hier eigenlijk om en wat ons betreft blijft dat bijzonder klein. Onze bezorgdheid daarover is ook niet weggenomen. Sterker nog, die is enorm toegenomen, zeker door het amendement dat nu op tafel wordt gelegd. En om meteen richting de OGP Midden-Delfland… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes, aan u het woord. De heer Scholtes: Voorzitter, vindt de VVD dat de bewoners het mis hebben? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. de heer Gebben: In de algemene lijn heb ik al gezegd, vind ik dat niet, maar er staat een aantal richtingen in waar de VVD, en ik denk ook onze kiezers, best wat moeite mee zullen hebben. Dus daar willen wij niet op vastgelegd worden op deze wijze. En om richting de OGP Midden-Delfland even antwoord te geven op hun vraag. Ja, de zwaarte van dit document wordt bepaald door de raad en door het college. De zwaarte van dit document gaat wat ons betreft echt richting kaderstellend. Dus nogmaals, het is goed dat de toekomstvisie er is en hij kan ook zeker ondersteunend werken bij ons op te stellen langetermijnbeleid.
Maar ja, we zullen vanwege de door ons gegeven motivering desondanks niet instemmen met het amendement en ook niet met het raadsvoorstel. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Jongsma. Tweede termijn, sorry. Aan u het woord. De heer Jongsma: Jammer dat VVD nu toch niet wil instemmen met deze toekomstvisie. Ik probeer ze te komende twee minuten nog te overtuigen om dat wel te doen. Omdat wij van mening zijn dat wij net als de VVD vinden dat dit gewoon een richtinggevend document is. Of het amendement nou helemaal richting kaderstellend gaat, dat weet ik niet. Ik weet wel dat wij niet vinden dat we er een soort vinklijstje van moeten maken en het dan klaar is. Het zal er misschien ook toe leiden dat we denken 'o, daar staat een vinkje bij dus daar hoeven we niet meer naar te kijken'. Wij zijn als raad zelf in staat en we zijn het ook aan onszelf verplicht, om alles dat voor komt te liggen aan beleidsdocumenten te toetsen. Ook te toetsen aan de Toekomstvisie 2050. En dat betekent dan ook, zeker ook op het advies van het college, dat wij in ieder geval niet mee zullen stemmen voor het amendement. Dus dat wat voorligt, is wat ons betreft prima. We vinden dan ook dat de Toekomstvisie 2050 een document is dat ons als raad verbindt. OGP Midden-Delfland ziet deze visie als een waardevolle leidraad, richtinggevend voor de toekomst van Midden-Delfland.
Het participatietraject was uitvoerig en goed doordacht en de visie sluit dan ook goed aan bij wat er leeft in onze gemeenschap. Wij zien volop kansen om de visie verder vorm te geven en roepen op om dat de komende jaren gezamenlijk te blijven doen. Het is geen document voor een bureaula, maar een werkdocument dat ons richting moet geven. Participatie is daarbij essentieel. OGP Midden-Delfland pleit voor een brede en inclusieve aanpak met bijzondere aandacht voor de jongeren. Zij hebben de toekomst en moeten vroegtijdig invloed kunnen uitoefenen. Participatie moet bovendien continu zijn, met regelmatige terugkoppeling aan onze inwoners. Laten we deze visie levend houden en samen bouwen aan een sterke en vitale gemeente. De voorzitter: Dank u wel, de heer Jongsma. En dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: We hebben in de eerste termijn al gezegd dat we de toekomstvisie een heel mooi werkstuk vinden. In onze optiek is het richtinggevend en bepaald niet kaderstellend. In die zin is het ook jammer dat de VVD niet mee in kan stemmen. Het geeft de richting van onze gemeente en onze kernen aan richting de toekomst, richting 2050. Wij zijn als raad zelf daarbij betrokken en zelf aan zet om daar mede invulling aan te geven.
7
Op de vraag die ik aan het college gesteld heb om dit werkstuk niet in beton gegoten te laten en er actief mee aan het werk te gaan, vind ik de beantwoording wat aan de magere kant. Dus dat zou ik liever wat steviger zien. Wat doen we met de ambassadeurs die erbij betrokken geweest zijn? Laten we zorgen dat die mensen actief erbij betrokken blijven, dus ik vind de beantwoording wat aan de magere kant. Het amendement van D66 vinden wij overbodig. Daarin volgen we het college. Ik vind de beantwoording die de wethouder gaf op de gestelde vragen uitstekend. Dus het amendement zullen wij niet steunen. Het voorstel steunen we uiteraard wel. De voorzitter: Dank u wel de heer Zwaard en dan nu de heer Ammerlaan. Aan u het woord. De heer Ammerlaan: Mijn Partij sluit zich, zoals aangegeven, aan bij het amendement van D66. Daarnaast steunen we ook dit raadsvoorstel. Onze inwoners zijn uitgebreid gehoord en de input die zij geleverd hebben, is waardevol voor de toekomst van onze gemeente. Het is essentieel om dit mee te nemen bij het opstellen van nieuw beleid. De voorzitter: Dank u wel, de heer Ammerlaan. En dan kijk ik even. Mijnheer De Leede, heeft u nog iets hieraan toe te voegen? Anders gaan we over tot stemming over het amendement dat door D66 is ingediend en dat ook gesteund is door de ChristenUnie, Mijn Partij en OGP Midden-Delfland.
Nee, niet, Mijn Partij en de ChristenUnie en D66. Ik geef het woord nog aan de heer De Leede. Aan u het woord. Wethouder De Leede: Ja voorzitter, niet meer over het amendement, want daar heb ik mijn zegje over gedaan. Maar naar aanleiding van de vraag van de heer Zwaard over dat ik wat dunnetjes was in mijn antwoord over het vervolg op de toekomstvisie. Ik heb geprobeerd vooral de beleidsmatige vertaling daarvan te benadrukken maar het is zeker ook de bedoeling om aan de proceskant, en dus het werken met de ambassadeurs en het werken in de richting van jongere participanten, ook een vervolg te geven. We hebben dat nog niet gedaan. Dat was al in de planning. Maar dat hebben we natuurlijk even uitgesteld omdat de raadsbehandeling van dit stuk was uitgesteld. Maar we gaan dit jaar nog actief verder met de ambassadeurs. De voorzitter: Dank u wel wethouder en daarmee is deze tweede termijn afgesloten en gaan wij over tot de stemming op het amendement Toekomstvisie 2050 blijvend in beeld bij college en raad. Ik wil u verzoeken om uw stem uit te brengen. Ik sluit de stemming en daarmee heeft het amendement het niet gehaald met 10 stemmen tegen en 6 stemmen voor. Dat betekent dat wij overgaan tot stemming over het besluit waarbij ik u wederom wil vragen uw stem te willen uitbrengen. U kunt nu stemmen. De stemmen zijn uitgebracht.
Daarbij zie ik dat dit een positief besluit is, 13 stemmen voor en 3 stemmen tegen en daarmee is dit besluit aangenomen.
7.
Voorstel uitgangspunten financiering welzijnsorganisaties
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 7. Voorstel uitgangspunten financiering welzijnsorganisaties. De gemeente ondersteunt via subsidie, leningverstrekkingen en/of garantstelling stichtingen, verenigingen of andere non-profitorganisaties op het gebied van welzijn bij investeringen in hun accommodaties. De raad heeft een motie aangenomen waarbij het college wordt opgeroepen te komen tot integraal beleid voor financiële ondersteuning bij investeringen in welzijnsaccommodaties. En in dit raadsvoorstel worden de beleidsuitgangspunten voorgelegd, aangevuld met richtlijnen en voorwaarden voor de verduidelijking van de rol van het college en beoordeling van de aanvragen voor leningverstrekking. En hierbij open ik de eerste termijn. En wie wil van deze gelegenheid gebruikmaken? Ik wil als eerste het woord geven aan de heer Gebben. De heer Gebben: Zoals in de commissie al gezegd zijn de uitgangspunten voor financiering van welzijnsorganisaties overzichtelijk en duidelijk opgesteld. Waarvoor onze complimenten. Toch zijn we niet helemaal tevreden. Graag zien wij dat ook kleinere verenigingen op het moment dat andere bronnen niet toereikend zijn, voor een lening in aanmerking kunnen komen. Wij zien dan ook graag dat het minimumbedrag hiervoor van € 50.000,00 hiervoor wordt verlaagd naar € 10.000,00.
Ook zien wij graag dat de raad meer naar voren wordt geschoven in het besluitvormingsproces. We hebben hier te maken met maatschappelijk gevoelige beslissingen en 8
dat vraagt ons om een goede afweging door de raad zelf. Nu mag het college tot € 500.000,00 zelf beslissen hoe het aanvragen afhandelt. Dat lijkt ons gezien de aard van deze aanvragen, geen verstandig idee. Daarom hebben wij een amendement geschreven en dat zal ik nu voorlezen: ondergetekende stelt het volgende amendement voor ten aanzien van bijlage 2 bij het voorstel: randnummer 6 van bijlage 2 van het voorstel wordt vervangen door 'de omvang van de investering, de draagkracht van de verenigingen en de meerwaarde van de betreffende investering voor de bewoners van de gemeente Midden-Delfland zal door het college worden beoordeeld aan de hand van de betrokkenheidsladder zoals opgenomen in bijlage 3 bij het voorstel. Het college zal een voorstel aan de raad voorleggen waarin is opgenomen of er sprake is van subsidieverlening, een geldleningverstrekking of beide. De raad beslist op het voorstel'. Het tweede onderdeel dat we graag willen wijzigen, is: ondergetekende stelt het volgende amendement voor ten aanzien van bijlage 3 bij het voorstel 'De zin onder het kopje ondergrens wordt vervangen door 'het minimumbedrag om een aanvraag in te kunnen dienen is € 10.000,00.' De voorzitter: Dank u wel, de heer Gebben. Daarmee wordt het amendement ingediend. Dank u wel. En dan wil ik tevens het woord geven in de eerste termijn aan de heer Van Lier.
De heer Van Lier: Wij hebben al in de commissie aangegeven dat we het eigenlijk een goed verhaal vinden. Alleen dat we ook een opmerking hadden over het te lenen of te subsidiëren bedrag, dat lager mocht. Dank u wel, we hebben ook keurig het amendement van de VVD afgewacht. Dat is er. Wij kunnen in ieder geval het amendement steunen, daar zat ook een minimumbedrag bij van € 10.000,00, eigenlijk wat wij ook hadden genoemd in de commissie trouwens. Meer woorden kan ik er niet aan vuilmaken, want met deze correctie zijn we het er helemaal mee eens. De voorzitter: Dank u wel de heer Van Lier. En dan wil ik in eerste termijn nu graag het woord geven aan de wethouder, mevrouw Oderwald. Aan u het woord. Wethouder Oderwald: Dank u wel voorzitter, we hebben de kaders gesteld naar aanleiding van de motie van enkele jaren, denk ik inmiddels, geleden. En daarmee geven we richting aan de mogelijkheden voor financiering. Dat is ook al in de introductie goed uitgelegd. We hebben daarbij ook uitgebreid in bijlage 4 uitgelegd onder welke wettelijke beperkingen we dat doen. Daar hebben we u uitgelegd dat we ons ook aan de regels te houden hebben. Dat heb ik niet alleen als wethouder te doen en als college te doen, maar ook u als raad. Vooral als het gaat om die € 50.000,00 verlagen naar € 10.000,00 hebben we heel vaak tegen u herhaald: wij willen niet als bank fungeren.
Dat geldt eigenlijk ook omdat we leningen alleen verstrekken als er een publieke taak te behartigen is en het is moeilijker die publieke taak te verantwoorden bij een kleiner bedrag. U had het daarbij eerder ook al over raamovereenkomsten. Als we aan de raamovereenkomsten toekomen, dan is het duidelijk dat we aan het afdrijven zijn van die publieke taak. Dan is het een eenvoudig object. Wij zien echt moeilijkheden om dit voor de kleinere bedragen te gaan doen omdat het schuurt met de met de Wet fido, de wet die ontstaan is nadat de IJslandbank is omgevallen, maar ook met de Wet markt en overheid en er zitten nog wel meer elementen in de toelichting waarom die grens van € 50.000,00 niet alleen uit praktische overwegingen naar voren is gekomen, maar gewoon ook uit wettelijke afbakening. En dan het andere punt van het amendement, om de raad te laten beslissen op het voorstel. Alle voorstellen voor een subsidie komen altijd al langs de raad omdat wij geen budgetpot hebben hiervoor, dus daar moeten we sowieso voor naar de raad. Het aantal leningen dat we de afgelopen jaren verstrekt hebben dat niet langs de raad is gegaan, heb ik niet zo scherp op het netvlies, maar die zijn altijd bij u langsgekomen. Dus dit amendement ontraad ik eigenlijk. De voorzitter: Dank u wel wethouder. En dan wil ik gelegenheid geven voor de tweede termijn. Als eerste het woord aan mevrouw Koppert.
Mevrouw Koppert: Ruim twee jaar geleden, want u had gelijk, speelde het een en ander met betrekking tot een lening aan SV Den Hoorn. Het bleek toen dat onduidelijk was over en dat er geen eenduidigheid was in het verkrijgen of het geven van leningen aan maatschappelijke dan wel welzijnsorganisaties. Toen hebben we samen als CDA en de OGP Midden-Delfland een motie 9
voorgesteld en die wordt nu daadwerkelijk afgetikt, dus daar zijn we heel blij mee. Er is ook daadwerkelijk een nieuw beleidskader. We willen de ambtenaren, het college en iedereen die betrokken geweest is bij de beleidsuitgangspunten dan ook bedanken voor hun inzet. Want twee jaar doorlooptijd betekent dat er toch echt een goed en zorgvuldig stuk ligt. Als fractie wensen we het college succes bij het verwerken van de uitgangspunten in de beleidsregel bij de Financiële Verordening. Wij zijn het eens met de wethouder. Het is helder dat de gemeente geen bank is en wij willen juist dat willekeur voorkomen kan worden. Wij zien ook dat de Wet fido vraagt om een iets hoger bedrag dan de € 10.000,00. We zullen dan ook het amendement van de VVD niet steunen. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Het amendement van de VVD roept natuurlijk toch wel op om de tweede termijn te gebruiken om te reageren. Uiteindelijk is in eerste instantie de vraag die ik aan de VVD wilde stellen 'welk probleem gaan we oplossen?' Als het gaat om een lening, zou ik bijna zeggen 'ja, wij zijn inderdaad geen bank, we hebben subsidiemogelijkheden'.
Er worden, bij uitzondering, zou ik bijna willen zeggen, ook leningen verstrekt, maar dat moet echt een maatschappelijk doel dienen en wij denken dat het verlagen van het bedrag in zekere zin niet een maatschappelijk doel dient. Ik heb de indruk… De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. Aan u het woord. De heer Gebben: Hoe komt… Wat heeft de hoogte van het bedrag te maken met het maatschappelijke nut? Dat dat zie ik echt niet. Misschien kan D66 dat toelichten? De voorzitter: Dank u wel. De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, dat is een heel goede vraag voorzitter. Dus dank u wel, mijnheer Gebben. Ja, uiteindelijk heb je natuurlijk een vereniging die activiteiten wil ontplooien en bij uitzondering zullen zij aankloppen bij de gemeente voor subsidie of, op het moment dat ze het zelfs met de subsidie niet kunnen rondkrijgen en ze hebben op meerdere plekken al geshopt, om bij de gemeente misschien te vragen om een lening. Ik denk niet dat de gemeente de eerste plek moet zijn om voor een lening naartoe te komen. Op het moment dat het bedrag onder die € 50.000,00 zit, denk ik dat je prima de markt op kan om dat te verantwoorden. Dus dat je in zekere zin daar zo dan als gemeente een andere taak aan het vervullen bent dan de taak die je zou moeten vervullen. De voorzitter: Een interruptie van de heer Gebben.
De heer Gebben: Ik ben heel benieuwd of wij hetzelfde stuk gelezen hebben, want volgens mij staan er in de regeling heel veel regels waaraan voldaan moet worden voordat je überhaupt in aanmerking kan komen voor een lening. Is D66 met mij oneens dat dat voldoende zou zijn? Dus vindt u dat onvoldoende geborgd is in de regeling zoals die er nu ligt, dat je niet zomaar tot een leningaanvraag kunt komen? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, dat is een heel subjectieve en suggestieve vraag. Ik denk dat wij hetzelfde stuk gelezen hebben. We hebben hetzelfde stuk van de griffier gekregen, dus misschien dat we het met andere ogen gelezen hebben. Dat zou kunnen. Maar nee, wij denken dat je gewoon met de grens van die € 50.000,00 ook wel borgt dat je het niet voor kleine hand- en spandiensten aan het doen bent. Als het goed is, moet een vereniging ook een gezonde begroting hebben. Ik vind dit daar wel onderdeel van uitmaken. Dus wij zien dat, denk ik, niet zoals de VVD dat ziet. Maar volgens mij heeft de VVD nog een tweede termijn, dus misschien dat ze daar wel in kunnen toelichten hoe zij het wel zien.
10
Uiteindelijk kunnen wij verder, zoals eerder gezegd, instemmen met het voorstel en kunnen we voor het overgrote deel ook aansluiten bij de OGP Midden-Delfland en hoe zij dat hebben verwoord in hun tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Zoals OGP Midden-Delfland had aangegeven, is dit stuk het resultaat, de invulling van de motie die het CDA en de OGP Midden-Delfland hebben ingediend. Het voorliggende stuk geeft nu in één document met bijlage een overzicht van de mogelijkheden voor ondersteuning door middel van subsidies, of leningen, of een garantstelling. En de drempel van € 50.000,00 bij leningen vinden we een heel logische in verband met de door de gemeente te verrichten inspanningen en te maken kosten. En er staat in het voorstel dat de gemeente wel een waarborg kan afgeven indien de geldverstrekker dat wenst, ook bij bedragen onder de € 50.000,00. Dat geeft, wat ons betreft, voldoende ondersteuning. Overigens praten we hier dus over leningen. Bij subsidies geldt die drempel van € 50.000,00 helemaal niet. Het CDA vindt dit een duidelijk, helder, goed en bondig uitgewerkt document. We stemmen daarom in met het voorstel en we ondersteunen het amendement niet. De voorzitter: Dank u wel en dan wil ik tot slot de heer Gebben het woord geven.
De heer Gebben: Het argument dat de gemeente geen bank is, daar zijn wij het natuurlijk helemaal mee eens. Echter, wat ons betreft zijn in de regelingen voldoende voorwaarden opgenomen om te voorkomen dat verenigingen zonder enige inspanning beroep kunnen doen op een lening. Ik vind het een beetje jammer dat een aantal fracties hier schuilen achter wettelijke regelgeving. Ik denk dat we best mans genoeg zijn om onze eigen regelingen op te stellen. Wij zien nu gewoon dat alleen grote verenigingen in aanmerking komen wat deze leningaanvragen betreft en dat vinden wij ontzettend jammer. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. En dan wil ik even kijken naar de wethouder en die nog gelegenheid geven. Die heeft geen aanvullende vragen. Dat betekent dat we dan nu overgaan tot het stemmen over het amendement van de VVD en Mijn Partij. En u kunt nu uw stem uitbrengen. En het zijn 6 stemmen voor en 10 stemmen tegen, dus daarmee is het amendement verworpen. Dan gaan we nu over tot stemming over het voorstel zoals het nu voorligt. Ik sluit de stemming en hierbij is de uitslag 13 stemmen voor en 3 stemmen tegen. Daarmee is het voorstel aangenomen.
8.
Voorstel beleidskader re-integratie en participatie
De voorzitter: Dan gaan we over naar agendapunt 8. Het voorstel beleidskader re-integratie en participatie. Het voorstel betreft een beleidskader om de personen die nu nog in een uitkering zitten te helpen om aan betaald werk te komen. Vooralsnog wordt de nieuwe werkwijze voor de duur van twee jaar, 2025 en 2026, ingezet. En daarna volgt een evaluatie van de ingezette werkwijze. Ik wil hierbij in de eerste termijn gelegenheid geven. Ik zie de heer Gebben, aan u het woord. De heer Gebben: Ja, ik heb een druk avondje, voorzitter. Dat merkt u al. Om te beginnen willen wij het college danken voor de nadere duiding die het heeft gegeven in de raadsoplegger. Dit heeft voor ons een aantal zaken zeker verhelderd. Midden-Delfland is al jaren zeer goed in het begeleiden van mensen uit de werkloosheid naar een nieuwe baan. Dat is beleid waar we best trots op mogen zijn. Dit maakt niet dat we op onze lauweren kunnen rusten, maar dat we kritisch moeten blijven kijken of het beter kan. De VVD zal altijd voorstander zijn van een aanpak die daadwerkelijk leidt tot meer uitstroom van mensen uit de bijstand. Hier is in dit voorstel echter geen sprake van. De mensen met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt stromen met de huidige arbeidsmarktomstandigheden vrij snel uit en dat is natuurlijk erg fijn.
Dat het aantal bijstandsgerechtigden in onze gemeente desondanks toeneemt, komt door de toename van het aantal moeilijk te bemiddelen statushouders en de mensen met een uitkering die vanuit de regio hiernaartoe verhuizen. Daarnaast is er de groep die al jaren vastzit in de bijstand. Deze groep wordt door het college bestempeld als het 'granieten bestand'. 11
De voorzitter: Ik zie een interruptie van mevrouw Koppert. Aan u het woord. Mevrouw Koppert: Ja. De heer Gebben heeft het er net over dat een toename van het aantal bijstandsuitkeringen komt door mensen die uit andere gemeenten komen en door de statushouders. Heeft hij daar feitelijk bewijs voor? De voorzitter: Dank u wel. Het woord is aan de heer Gebben. De heer Gebben: Nou, dat staat in die stukken, dus ik neem aan dat wat in de stukken staat op waarheid berust. Even kijken. We hebben het over het granieten bestand en zoals aangegeven wordt, wordt deze groep veelal gekenmerkt door multiproblematiek. Als wij het beleidskader lezen, heeft dat vooral betrekking op deze laatste groep. De VVD vraagt zich af of intensiever contact met een klantmanager bij deze groep gaat helpen. Als de klantmanager al meerdere jaren met deze mensen aan de slag is geweest, wat zal intensiever contact dan opeens bijdragen zodat deze mensen wel een blijvende baan vinden? Wij vragen ons af wat een omgekeerde toets zal toevoegen. Wij mogen toch aannemen dat na meerdere jaren begeleiding de klantmanager en ons Maatschappelijk Team bekend zullen zijn met waar deze mensen staan en waar ze wel of niet behoefte aan hebben. Zeker omdat het hier om multiproblematiek gaat. Ook vraagt de VVD zich af, mede gezien de multiproblematiek weer, of een meedoen-coach gaat helpen.
Een meedoen-coach lijkt natuurlijk een zeer sympathiek, maar is het niet gewoon een uitbreiding van het Maatschappelijk Team? Het Maatschappelijk Team zal toch ook wel op de hoogte zijn van de positie die veel van deze inwoners innemen op de participatieladder? De VVD vraagt zich dan ook af of het hier gevraagde budget wel goed besteed geld is en niet gewoon eigenlijk een dubbeltelling. Gezien de financiële positie van onze gemeente vinden wij dit soort dubbeltellingen eigenlijk niet wenselijk en daarom ook een extra pilot niet wenselijk. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben. En ik kijk even rond voor de eerste termijn. Of er meer zijn die daar gelegenheid van willen maken. Zo niet, dan ga ik naar de wethouder. Mevrouw Oderwald, aan u het woord. Wethouder Oderwald: Ik hoor een aantal vragen die we in de commissie ook al aan bod hebben laten komen, dus ik focus even op een aantal punten dat nog niet benoemd is. Er is een duidelijke berekening gemaakt wanneer we uitkomen, hoeveel mensen er uit de uitkering moeten komen, wanneer deze pilot, deze twee jaar waar we extra op inzetten, wat oplevert. Dat levert gewoon al heel snel wat op, dus er hoeft maar een beperkt aantal mensen uit de uitkering te komen om iets op te leveren. Dus daarmee is het altijd goed werk. Want het gaat niet alleen over mensen die uit de uitkering komen.
Het gaat ook over mensen die meer mee gaan doen in onze samenleving, die misschien nog steeds niet naar werk komen, maar wel meer onder de mensen komen en zich daardoor beter zullen gaan voelen, actiever zullen gaan meedoen en daarmee hopelijk ook neveneffecten ervaren. Want het gaat dan eigenlijk meer om een preventieve werking; meedoen in de samenleving levert meer kwaliteit van leven op en dat betekent vaak ook het een en ander voor je gezondheid. Dus rekenkundig komt het al uit als we een beperkt aantal mensen laten uitstromen, maar op de lange termijn komt het zeker uit. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Oderwald. Ik kijk even rond of iemand gebruik wenst te maken van de tweede termijn. Zo niet… Ja, wel. Drie mensen, van wie ik allereerst het woord wil geven aan mevrouw Langeveld. Aan u het woord. Mevrouw Langeveld: In de commissievergadering hebben we al aangegeven dat wij positief zijn over dit voorstel dat voor ons ligt. Wij zijn er voorstander van dat er meer aandacht komt voor de mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. En die omgekeerde toets, daar zijn we eveneens heel erg blij mee. Want bij iets waar we de afgelopen jaren tegen aan zijn gelopen, kan de omgekeerde toets helpen met het leveren van maatwerk aan mensen met multiproblematiek. Dat is essentieel om te kijken of er een grotere uitstroom mogelijk is. Dat de regiefunctie meer gaat naar de klantmanagers…
12
De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Gebben. De heer Gebben: Ja, ik heb een vraag aan het CDA. De regiefunctie, u ging daar net over beginnen, maar die ligt volgens ons toch bij het Maatschappelijk Team. Dus ik mag toch niet aannemen dat u met deze opmerking bedoelt dat u vindt dat zij hun werk onvoldoende goed doen? Want ik heb het Maatschappelijk Team heel erg hoog zitten. We gaan nu gewoon iets extra's doen, waarvan de taak al bij het Maatschappelijk Team ligt in verband met de multiproblematiek. De voorzitter: Dank u wel de heer Gebben en mevrouw Langeveld, aan u weer het woord. Mevrouw Langeveld: Ik heb het stuk goed gelezen en ik hoop de heer Gebben ook. Voorheen werd wat nu de nieuwe regiefunctie wordt van de klantmanagers uitbesteed. En dat deden wij niet zelf binnen deze muren. Dat is de verandering die we nu gaan doen en dat staat los van het Maatschappelijk Team. Dat was tevens het einde van mijn tweede termijn. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Vieira. Aan u het woord. De heer Vieira: Voorzitter, wij hadden in de commissie al aangegeven dat we blij zijn met het voorstel dat hier ligt. Er is wel één punt dat ik eruit wil lichten aan de hand van de eerste termijn, namelijk het granieten bestand waar het zojuist over ging. Dat zijn inwoners die jaar in, jaar uit moeilijk aan een baan komen.
En hoeveel ga je je daar dan als gemeente nog mee bemoeien? Wat ons betreft behouden we wel het contact. Er is net gerefereerd aan een meedoen-coach. Wij zijn van mening dat op het moment dat je dat niet doet en geen zicht meer hebt, je helemaal geen blik meer hebt op wat er gebeurt. Dus sowieso vinden we het qua rekenvoorbeeld fijn als mensen mee gaan doen, ook goed voor de financiën, maar wij vinden dat het wel goed is en een goede taak van de gemeente om in ieder geval zicht te blijven houden op haar inwoners en zeker die afhankelijk zijn in uitkeringssituaties. Daarom stemmen wij in met dit voorstel. De voorzitter: Dank u wel, en dan wil ik het woord graag geven aan mevrouw Koppert. Mevrouw Koppert: Net zoals ook D66 en CDA aangaven, heeft ook de OGP Midden-Delfland aangegeven in de commissievergadering voorstander te zijn van het beleid dat hier ligt, het beleidskader participatie en re-integratie. Nogmaals dank aan de Adviesgroep Sociaal Domein die ons op het een en ander van advies heeft voorzien. Als fractie zijn we geschrokken van het, zoals het net betiteld werd, 'granieten bestand', want 63 van de 166 huishoudens zitten al vier jaar of langer in de bijstand. En ik denk dat we dan zeker kunnen spreken van multiproblematiek en niet van alleen maar 'het vinden van een baan'. Dan zijn er andere aspecten aan de hand.
Goed om de klantmanagers een ruimere rol te geven en hun extra trainingen te geven op onder andere het gebied van zelfredzaamheid. Ook zijn we als fractie OGP Midden-Delfland verheugd dat er zo concreet mogelijke doelstellingen gedefinieerd zijn, waarbij geldt dat de positie van de uitkeringsgerechtigden niet ondergeschikt is aan de te behalen doelen van de BUIG, de gebundelde uitkeringen. Wij zullen als fractie dan ook voorstemmen voor het raadsvoorstel dat er ligt. We zijn daarom dubbelblij dat het niet alleen financieel gedreven is, maar ook dat enige vorm van opgang op de participatieladder, het meedoen in de maatschappij, uitgangspunt geweest is. En wij zullen dus ook instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Koppert. En dat betekent het einde van deze tweede termijn. Dat betekent dat wij nu overgaan tot de stemming. Ik wil u uitnodigen om uw stem uit te brengen. Dat betekent dat dit voorstel is aangenomen met 13 stemmen voor en 3 stemmen tegen.
9.
Mogelijkheid tot indienen zienswijze tegen voorgenomen grondtransacties agrarisch kerngebied nabij Zouteveenseweg te Schipluiden
13
De voorzitter: Dan gaan we door naar agendapunt 9. Mogelijkheid tot indienen zienswijze tegen voorgenomen grondtransacties agrarisch kerngebied nabij Zouteveenseweg te Schipluiden. In het agrarisch kerngebied aan de Zouteveenseweg bestaat het realistische risico dat een bedrijf de exploitatie moet stopzetten. De gemeente als grondeigenaar wil de helpende hand bieden. Vanwege de hoogte van het bedrag wordt het aan de raad voorgelegd voor het afgeven van een zienswijze. En in de besloten vergadering heeft de raad kunnen spreken over de geheime bijlagen. Wie mag ik hierover nu het woord geven? De heer Gebben, aan u als eerste het woord. De heer Gebben: Alweer. Voorzitter, tijdens het besloten deel voorafgaande aan deze vergadering hebben we vragen gesteld en die zijn beantwoord door het college, waarvoor nogmaals dank. Die hebben bij ons het een en ander duidelijk gemaakt en ons ook enigszins gerustgesteld. Wij begrijpen de onderliggende redenen van het college om aan deze regeling te willen meewerken. Er zitten wel wat financiële risico's aan voor onze gemeente en maar die lijken gering, dus wij zijn ook blij dat we op deze manier twee ondernemers uit de brand kunnen helpen en dat er wordt bijgedragen aan de instandhouding van ons open groene landschap. Dus zullen wij, een trendbreuk voor vanavond, instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel.
Als tweede wil ik graag het woord geven aan de heer Zwaard. De heer Zwaard: Voorzitter, ik zie in ieder geval de bode zitten, maar die is goed bezig. Zouteveenseweg, in de commissie hebben we daar ook al een en ander over gezegd. We vinden het eigenlijk best een lastig onderwerp, waar houdt ondernemerschap op en waar gaan we daar als gemeente een rol in vervullen? We zien de noodzaak er wel van in. Het financiële risico is zeer beperkt voor de gemeente. En in de beantwoording in het besloten gedeelte hebben wij daar wat meer zicht op gekregen. Iets dat wij wel in de commissie al hebben aangekaart, wat ons nog steeds toch wel bezighoudt, is het extensiveren. We gaan nu van 230 naar 210 koeien, ik noem maar wat. Dat mag je extensiveren noemen. In onze beleving zou het helpen als ze toch serieus zouden extensiveren, dat betekent minder mest afvoeren en ook minder voer voor de koeien naar het bedrijf toe. Dus het aantal verkeersbewegingen op de Zouteveenseweg speelt daarbij een rol, maar ook het financiële plaatje. Dat zou denk ik best een ander licht op de zaak kunnen werpen. Wat ons betreft hadden we graag gezien dat het college daar toch wat meer het voortouw in had genomen om te kijken of dat extensiveren wat meer voor het voetlicht had kunnen komen. Duurzaam boer zijn, daar zijn we allemaal toch wel voorstander van. Het staat ook in onze verkiezingsprogramma's.
Dus wat dat betreft zouden we graag wat extra inspanning zien om te kijken of dat bedrijf op die manier de toekomst in zou kunnen gaan. Dat is het enige kritische nootje dat wij erbij hebben. Voor de rest zullen wij instemmen met het voorstel. De voorzitter: Dank u wel de heer Zwaard. Dan wil ik nu graag het woord geven aan de heer Roeling. De heer Roeling: Het college – dat is ook bevoegd – komt met een constructie die wij nog niet eerder gezien hebben. We kennen allemaal de Gras voor Glas-regeling en dit is eigenlijk een nieuwe waarin het voorstel is om een vorm van financiering te realiseren middels de pacht. Wij hebben in het vertrouwelijke deel onze duidelijke zienswijze gedeeld met het college. Ja, wij zien risico's. De kern van dit construct is het behoud van de agrarische waarde, oftewel dat het land dat nu in pacht komt ook voor de veehouderij bedoeld blijft. Daar verschillen wij over van mening. Het college denkt op deze wijze het behoud van deze functie te borgen. Wij denken dat er ook andere manieren zijn om dat te borgen. Verder denken wij dat een precedentwerking zeker niet is uitgesloten. Maar ja, het is en blijft een bevoegdheid van het college en dus ook het risico van het college. Ik denk dat het college ons gehoord heeft in het vertrouwelijke deel. Dus wij wensen het college succes met deze grondtransactie. De voorzitter: Dank u wel, de heer Roeling.
Dan wil ik tot slot het woord geven aan de heer Knaap. Aan u het woord.
14
De heer Knaap: Als je alle fracties de afgelopen jaren hoorde in begrotingsbehandelingen en in verkiezingsprogramma's, stond altijd één ding heel erg hoog in de lijstjes of in de teksten. Dat is ervoor zorgen dat de agrariërs in Midden-Delfland hun werk kunnen doen als beheerder van het landschap. En ja, ik hoorde de heer Zwaard van het CDA, het liefst zo extensief mogelijk. Maar vanuit die gedachte zien wij als OGP Midden-Delfland wel dat hier een goede inspanning wordt geleverd door het college om een bedrijf in de lucht te houden. En dat gaat ook wat verder dan dat mensen een goede boterham moeten kunnen verdienen. Dit gaat ook over een situatie waarin een agrarisch bedrijf überhaupt een boterham kan verdienen. Dat vinden wij ook wel een groot goed. Een paar weken geleden had de Midden-Delfland Vereniging een uitermate interessante thema avond. Dat ging ook over grond en de rol van de gemeente daarin richting de agrarische ondernemers. Dat ging ook over 'hoe doe je dat dan? En welke instrumenten kun je dan inzetten?' Als wij dit voorstel van het college dan zien, wordt er eigenlijk op een heel goede manier gekeken naar 'wat kunnen wij betekenen voor een ondernemer en wel op een zodanige wijze dat we in gelijke gevallen ook gelijk handelen?' Een andere fractie, Mijn Partij, zegt 'ja, wij zien een precedent'.
Wat ons betreft, heeft de wethouder uitermate goed uitgelegd waarom dit kan en waarom in een gelijksoortige situatie ook op dezelfde manier kan worden gehandeld. Daarmee schept het wat ons betreft ook duidelijk geen precedent. Dat gezegd hebbende, zullen wij ook gewoon… Nou ja, instemmen met het voorstel doen we niet. Wij besluiten om geen zienswijze in te dienen op deze grondtransactie. Wij waarderen het college om de goede manier waarop het gekeken heeft hoe het een ondernemer kan helpen en wij zullen daarom niet instemmen met het voorstel, nee, wij gaan gewoon geen zienswijze indienen. De voorzitter: Dank u wel. En dat betekent dat ik in de eerste termijn even kijk naar wethouder De Leede, of die nog iets zou willen toevoegen of teruggeven, aan u het woord. Wethouder De Leede: In de inbreng van de raad zijn eigenlijk twee punten waar ik even op wil reageren. Het thema van de extensivering, dat de heer Zwaard aankaart. Natuurlijk, dat begrijpt u ook uit de stukken, is er gesproken over een extensiveringsstap. Alleen is in de situatie van dit bedrijf dit op dit moment het maximaal haalbare. Betekent dat dat dit de meest duurzame vorm van bedrijfsvoering is? Nee, ik denk het niet. Ik denk dat binnen dit bedrijf absoluut nog mogelijkheden zijn om het verdienmodel aan te passen aan de gedachte van de kringloopboeren.
We hebben dus ook de hoop en de verwachting dat daarin in de komende jaren binnen dit bedrijven ook stappen in die richting kunnen worden gezet maar dan is het wel noodzaak dat het überhaupt overeind blijft en dat is de stap die we nu zetten. Dat even naar aanleiding van de inbreng van de heer Zwaard. Wat betreft de heer Roeling. In mijn ogen of in de ogen van het college maakt de grondeigendomssituatie op deze percelen, de situatie en deze zaak echt uniek en geeft die ook de gemeente een andere verantwoordelijkheid dan in situaties waarin we uitsluitend een bestuursrechtelijke verantwoordelijkheid hebben, op handhaving, bestemmingsplannen en dergelijke. Natuurlijk is dat ook een relevant instrumentarium, maar in deze situatie hebben wij grond in bezit en daardoor ook een andere verantwoordelijkheid. In ieder geval vinden we dat we die in deze situatie kunnen nemen. Dat is de reden waarom wij deze grondtransactie aan u voorleggen, of althans dat we aan u voorleggen om daar geen zienswijze op in te dienen, zodat wij deze transacties verder kunnen afwikkelen. De voorzitter: Dank u wel wethouder De Leede voor de toelichting op de opmerkingen en ik kijk even rond of men nog gelegenheid wil hebben voor de tweede termijn. Ik zie hier de heer Zwaard. Aan u het woord.
De heer Zwaard: Ja, laten we hopen dat bedrijven in de benen blijven en dat dit een eerste richtinggevende avond is richting verduurzamen. Als dadelijk een en ander wegvalt, zou het bedrijf op deze manier best eens in de problemen kunnen komen. Dus laten we hopen dat ze zelf die stappen zetten. De vingerwijzing van mijnheer Knaap, snap ik ook. In eerste termijn heb ik gezegd dat we het voorstel zullen steunen, maar dat is niet aan de orde. Ook wij zullen geen zienswijze indienen. De voorzitter: Dank u wel de heer Zwaard. Ik kijk verder even rond. Geen verdere vragen. Dan sluit ik in de tweede termijn de beraadslagingen en gaan we over tot besluitvorming. De 15