CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2023 m 07 d 04 Vsl raad

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Vaststellen van de notulen vergadering d.d. 4 juli 202326.360 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

hebben. Want dat geeft toch net een heel ander beeld. En fijn dat we die toelichting hebben gekregen, maar het zou nog mooier zijn als we dus die kadernota gewoon meteen bij de juiste meicirculaire zouden hebben. Dus ik geef het mee. We gaan het er na de zomer in de Auditcommissie ook nog over hebben, maar zoals het nu gaat en de tijd die er nu voor is, bijna een hele avond, lijkt me prima om dat zo te doen. Dat voor wat betreft het proces en de planning. Vervolgens wordt ons gevraagd om kaders en eventuele aanvullende keuzes mee te geven over wat binnen de begroting verder kan worden opgewerkt voor besluitvorming in november. Ik denk dat het misschien handig is om dat gewoon te doen aan de hand van de kaders die het college heeft meegegeven, dus ik loop ze gewoon keurig af per onderdeel. Het eerste is: de begroting 2024 is materieel in evenwicht oftewel reëel sluitend. Structurele lasten worden gedekt door structurele baten. Dat was zo en moet zo blijven. Hoewel wij, als OGP MiddenDelfland altijd streven naar een structurele sluitende meerjarenbegroting ligt de focus van het college vooral op een sluitende begroting 2024. Dit om te voorkomen dat voor de komende jaren en daarna wellicht bezuinigen op bestaande voorzieningen worden doorgevoerd die achteraf niet nodig zouden blijken te zijn als het rijk wel over de brug zou zijn gekomen.

En dat lijkt ons als OGP Midden-Delfland een goed uitgangspunt. Want inderdaad, we hebben al vaker gezien dat je dan al allerlei dingen hebt gedaan, onomkeerbare dingen, die achteraf niet nodig waren. Het valt mij wel op in dezen dat bijvoorbeeld het leerlingenvervoer door een vrij grote groep fors meer gaat het kosten de komende jaren, enerzijds door personeelslasten, anderzijds doordat wij tijdelijk nieuwe taxigebruikers erbij krijgen voor het leerlingenvervoer en dat er dan meteen voor vier jaar € 80.000,00 wordt begroot. Dan is mijn vraag: zou je dat niet eerst voor twee jaar doen en dan weer even verder kijken hoe het gaat? Dat vind ik dan meteen voor vier jaar best ruim als je dit ziet voor twee jaar. Dat voor wat betreft punt a. En vervolgens staat bij punt b. 'Wij zien af van structureel inzetten van reserves voor een sluitende begroting.' Dat is volgens mij en volgens de raad ook onze wens. Dat is ook gewoon conform afspraak en daar kunnen we ons in vinden. Dan komen we bij c. Incidentele lasten kunnen worden gedekt door incidentele baten (veelal door onttrekking aan de algemene reserve).' Daar heeft een aantal van mijn voorgangers, of een aantal van de vorige sprekers, ook over gesproken en ik denk dat dat ook heel slim is om te doen, om te kijken waar je nu kunt investeren in een duurzame investering, waardoor we dan later op termijn minder kosten hebben.

Bijvoorbeeld nu alvast een extra brug te doen, want dat werk wordt dan gedaan. Er komt nog een brug bij en dat is voor de toekomst goedkoper en beter. Dat lijkt me hartstikke goed. Dus c. is ook conform afspraak. Dan bij d. ' Wij baseren ons in de Begroting 2024-2027 op de indices – een heel moeilijk woord, vind ik – uit de meicirculaire. Vooralsnog is dit de meicirculaire 2022.' Inmiddels hebben we 2023 ontvangen en die is toegepast. En ja, dan zie je ook dat in deze meicirculaire die indices een stukje hoger liggen. En dan is dus wel de vraag of wij niet waar nu mee gerekend is nog wat bij moeten stellen. Omdat we de laatste jaren ook al gezien hebben dat we steeds veel te laag uitkomen en dat zie je nu ook weer terug in de periodieke begrotingswijziging. Dan moet er steeds heel veel geld bij en ik denk toch op de een of andere manier 'als je een kader mee wilt geven, oké, ik zie dat staan. Maar plus het toch nog maar een beetje op omdat ik denk dat we anders blijven bijstorten'. Dus mijn voorstel zou dan zijn: doe gewoon één op basis van de meicirculaire en doe dan nog een tweede scenario waarbij je gewoon nog wat opplust om te kijken 'hoe komen we dan uit en wat blijft er dan nog over?' Dan kom ik bij puntje e. De Begroting 2024 bevat geen taakstelling of stelposten.

Daar heb ik gewoon een heel concrete vraag; wat is de reden dat het college hier niet voor heeft gekozen? Bij f 'De Begroting 2024-2027 bevat in beginsel voortzetting van bestaand beleid en projecten en werkzaamheden opgenomen in het collegewerkprogramma.' Het zou een hele flauwe opmerking zijn vanuit de oppositie om te zeggen 'dat zal niet zoveel kosten, want zoveel concrete actie is daar niet.' Maar goed, zo erg is het nou ook weer niet. Dus laat ik zeggen, het klinkt logisch, maar is het realistisch? Nu blijkt dat de VVD ook al aangeeft dat het allemaal een stuk duurder wordt, mede door exogene ontwikkelingen. Dat zijn dus ontwikkelingen waar we helemaal niets aan kunnen doen en we hebben al gezien dat dat enorm veel geld gaat kosten. Is het niet logisch om nog eens kritisch te kijken naar oud en bestaand beleid en dit, waar nodig, te schrappen en te stoppen met uitvoeren van ambities die niet meer actueel zijn? Alleen zo kan denk ik ruimte worden gecreëerd voor nieuwe wensen en ambities. In het zogenaamde oud-voor-nieuwtraject dat dan ingezet wordt, kan het college dan samen met de gemeenteraad kijken 'oké, dit kan er als oud beleid af en dan komt dit ervoor terug'. Dat geeft misschien ook wat financiële ruimte, want ik vraag me anders af

of er überhaupt straks financiële ruimte zal zijn om nieuwe dingen te doen, als je gewoon alleen maar vasthoudt aan het oude beleid. Dat voor wat betreft oud voor nieuw en ik heb dat natuurlijk niet helemaal zelf bedacht. Dus ik heb de gemeente Westland als voorbeeld gebruikt en die heeft daar best heel goede ideeën over. Misschien is het goed om daar eens een keer naar te kijken. Dan kom ik bij 'Voor de ozb handhaven we een structurele opbrengststijging van 3% per jaar.' Dat is ook een kader dat we meegeven, maar is dat het kader dat we ook mee willen geven? Ik hoorde de VVD al zeggen 'wij zijn tegen het verhogen met extra belastingen'. Maar als het straks niet anders kan omdat het rijk gewoon achterblijft en geen geld meegeeft, hebben we niet zo heel veel knoppen waar we aan kunnen draaien. En dan is dus de vraag: moeten we dan toch niet een beetje aan deze knop draaien? En dat zal niet heel fijn zijn, maar ik denk altijd maar 'laat de sterkste schouders… De voorzitter: De heer Scholtes heeft een interruptie. De heer Scholtes: Is OGP Midden-Delfland zich er wel van bewust dat wij als gemeente MiddenDelfland al redelijk hoog staan landelijk gezien als het gaat om het heffen van ozb? De voorzitter: De heer Scholtes. Nee, de heer Jongsma, sorry. De heer Jongsma: Ik ben niet bekend met de laatste indexcijfers, hoe we er nu voor staan.

Wat ik erover wil zeggen is: wij geven kaders mee en ik leg het gewoon in de week. Dan kunnen we het debat een keer erover voeren. Het enige wat ik zeg is dat wanneer we op dit moment de actuele CPI volgen, zouden we 4,2%... De heer Gebben: U had nog een interruptie denk ik, over de ozb. De voorzitter: De heer Gebben, ik had de indruk dat de heer Jongsma nog aan het reageren was op de interruptie van de heer Scholtes en dan wilde ik bij u komen, maar ik check even bij de heer Jongsma of dat nog steeds klopt. De heer Jongsma: Half, want ik had de zin half afgemaakt. De voorzitter: Gaat u door. De heer Jongsma: Ik wilde zeggen: inderdaad,… De heer Gebben: Ik zou wel graag mijn interruptie nog doen over de ozb en u gaat nu verder op een ander onderwerp. De voorzitter: U krijgt uw interruptie, maar de reactie van de heer Jongsma op de heer Scholtes was nog niet afgerond en dan krijgt u daarna uw interruptie. De heer Gebben: Oké, sorry. De voorzitter: Ik ben u niet vergeten. De heer Jongsma, laatste kans. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter. Ja, ik wil toch even nog reageren op de opmerking of wij gemiddeld hoog of laag zitten met die 3% ozb. Het enige wat ik daaraan wil toevoegen, is dat op dit moment de CPI op 4,2% staat. Dat wordt nog steeds gezien als 'wat ook zou kunnen'.

Dat is dus wat ik zeg, je zou best nog iets hoger met je ozb kunnen, zonder dat dat meteen exorbitant veel te hoog is. De voorzitter: Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Als we de ozb gaan verhogen, is dat dan… Mij is niet helemaal duidelijk wanneer mijnheer Jongsma dat dan wil gaan doen, hebben we dan eerst alle mogelijke bezuinigingen bekeken of gaan we meteen aan die knop draaien?

De voorzitter: Mijnheer Jongsma? De heer Jongsma: Het zal duidelijk zijn dat wij in principe ook niet voor lastenverhoging zijn, maar op een gegeven moment komen we er niet onderuit, als we niet ergens anders geld vandaan kunnen toveren, dat we misschien aan deze knop moeten draaien. Dan wil ik gewoon de keuze hebben en dat is ook wat ik mee wil geven aan het college. Dank daarvoor, laat dan vooral zien waar we nog aan kunnen draaien, wat het oplevert – als het weinig oplevert heeft het ook geen zin – zodat we dan ook echt de keuzes kunnen maken. Kiezen we dan voor minder jeugdzorg of kiezen we dan voor een lastenverzwaring bij mensen die het misschien wel goed kunnen dragen? Dat zijn dan de interessante discussies waar je uiteindelijk ook het debat over aangaat bij de begroting. Dat is wat ik gewoon mee wil geven. Bereid ons daarop voor. Laat zien wat dat oplevert. Kijk, als het ook niets oplevert, heeft het geen zin om het te doen. Maar het zijn straks wel de knoppen waar we nog aan kunnen draaien. Wat mijn betoog eigenlijk bij dit punt is: geef ons de knoppen en laat zien wat we er nog mee kunnen, want het meeste wordt gewoon extern door ons betaald en bepaald en daar kunnen we ook niets mee. Dus dat is mijn punt over de ozb. Dan de laatste – het schiet op – voor wat betreft het rijtje.

Dan kom ik op ' Voor de afvalstoffenheffing en rioolheffing stijgen de tarieven niet meer dan voor kostendekkendheid noodzakelijk is.' Dat klinkt natuurlijk uiterst sympathiek. Dat moeten we vooral ook zo doen. Maar waar het OGP Midden-Delfland om gaat, is dat wij naar een systeem toegaan waarbij de vervuiler betaalt en dat is diftar. Dus niet alleen kijken naar de totale kosten, maar ook naar wat we ermee willen bereiken. We willen uiteindelijk minder afval. Daar is ook soms communicatie voor nodig. Dat kun je allemaal meenemen, wat mij betreft, in je afvalstoffenheffing, want uiteindelijk moeten we gewoon naar minder afval. Dat is de boodschap en zolang je het een beetje kostendekkend houdt voor iedereen, is die prikkel onvoldoende daar. Dus dat zou ons kader zijn dat wij graag aan het college mee willen geven. Dan nog een paar losse thema's. We beginnen over veiligheid. Zoals al aangegeven, een tweede boa lijkt ons op zich wenselijk. Het is wel goed om bij de begroting de onderbouwing mee te geven. De voorzitter: De heer Van der Eijk heeft een interruptie. De heer Van der Eijk: Ik hoor ook de heer Jongsma over die tweede boa maar we hebben volgens mij afgelopen jaar voor de begroting van dit jaar al vastgesteld dat er budget is voor 0,5 boa. Dus bent u daarvan op de hoogte, mijnheer Jongsma? De voorzitter: De heer Jongsma.

De heer Jongsma: Ja, ik heb af en toe het idee bij vragen dat men denkt dat ik nergens van op de hoogte ben, maar natuurlijk ben ik daarvan op de hoogte. Wat had u anders verwacht? Het enige wat ik wil zeggen is dat het op zich een goed voorstel is, maar wat andere collega's ook al aangeven, het moet goed onderbouwd worden. Waarom is zo'n tweede boa echt noodzakelijk? Volgens mij komt dat helemaal goed. De voorzitter: De heer Scholtes heeft daar weer een interruptie op. De heer Scholtes: Heeft u ook suggesties, mijnheer Jongsma, waar deze boa het beste op zijn plaats zou zijn, of ziet u mogelijkheden voor een boa om die in te zetten? De heer Jongsma: Zeker, dat is voor mij natuurlijk een schot voor open doel. Laten we beginnen met handhaven op laadkabels over de stoep heen. Uiterst gevaarlijk. Dat is mij een doorn in het oog. Daar mag mij wat mij betreft de boa op ingezet worden. Bijvoorbeeld op overlast veroorzaken door de boten, dat lijkt me een goede en zo kan ik er nog wel een paar noemen. Maar met name handhaven op beleid dat we hier vaststellen in een APV, maar waar we vervolgens niets mee doen. Dus dat lijkt me een heel goede mogelijkheid. De voorzitter: Ik hoor een boa op een jetski aankomen. Gaat u verder, mijnheer Jongsma.

De heer Jongsma: Een van de vorige gesprekken had het ook al even over de… Niet echt over de legeskosten, maar het valt mij op dat de… Deze doen we gewoon als 'geldigheidsduur

documenten'. Zo heb ik hem genoemd. Het valt mij daar op dat we ineens de komende jaren daarop moeten aframen. Dat vind ik typisch. En met als argument 'er worden nu minder documenten afgegeven omdat het van vijf naar tien jaar is gegaan'. Dan denk ik 'dat weet je ook aan de voorkant', dus had je dat aan de voorkant ook beter kunnen regelen. Mijn vraag/verzoek is eigenlijk: kijk er nog eens naar, maak een goede prognose voor de komende vijf jaar, want je kunt dan heel goed bepalen 'dan komt weer die golf, dat wordt weer voor tien jaar afgegeven' en volgens mij kun je daar je begroting daar ook beter in balans mee krijgen. Oké. Dan armoedebeleid. De ChristenUnie zei volgens mij al 'de resultaten van het onderzoek komen in oktober'. En ik wil eigenlijk wel een keertje de discussie aangaan in deze raad over 'welke norm hanteren we en welke norm blijven we hanteren?' Stel dat het allemaal straks heel zwaar wordt in Midden-Delfland en overal moet op bezuinigd worden. Houden we dan vast aan die 120% of gaan we dan naar de 110%, of zeggen we 'nee, het is allemaal zo erg, we gaan naar 130%'? Dat vind ik interessante discussies. Daar wordt nu niks over gezegd, maar ik denk wel dat het heel verstandig is om daar eens een keer een uitspraak over te doen. 'Wat vinden wij het minimum?' De voorzitter: Mevrouw Langeveld heeft een interruptie.

Mevrouw Langeveld: Ik wil aan de heer Jongsma vragen of bij u nog bekend is dat wij tijdens de begrotingsbehandeling het college ook punten hebben meegegeven voor in het armoedebeleidsplan en het punt dat u aankaart is daar zeker één van; welke norm gaan we hanteren? Dus als het goed is, en ik heb begrepen dat die tijdsplanning voor het armoedebeleid zo is dat we dat waarschijnlijk nog deze week zullen ontvangen. Dus ik hoop dan ook dat de uitkomsten daarvan zeker een punt is dat daarin meegenomen wordt. We hadden nog een heel lijstje en ik denk dat die heel erg overeenkomen met uw punten en die van de heer Ringeling. Dank u. De voorzitter: Dat is niet echt een vraag, maar ik denk dat de bedoeling is te vragen 'bent u daar blij mee, mijnheer Jongsma?' O sorry, dat… U had een… De heer Jongsma: Voorzitter. Ik vind het fijn dat mevrouw Langeveld in ieder geval aangeeft dat die discussie er gaat komen, dus dat is gewoon supergoed. Dat is ruim op tijd voor de begroting, dus dan kan het college daarmee aan de slag. Goed. Dan kom ik bij een ander punt en dat ging eigenlijk over de erfpacht. Ik zal niet het hele verhaal meer voorlezen, maar het heeft mij verbaasd dat er in het verleden een CPI-index is afgesproken en die was in 2021 en 2022 14,33%. Maar omdat het college dat toch wel erg fors vond, heeft het daar 6% van gemaakt.

Dan is mijn vraag toch 'met welke reden is dat gedaan?' Het zijn gewoon ondernemers, het is gewoon zakelijk. Om op dit punt al een beetje geld weg te geven, zo vind ik dat klinken, terwijl we het straks misschien hard nodig hebben, daar verwacht ik wel een goede onderbouwing van waarom dat is gedaan. Dan als laatste. Ik kan er nog heel veel over vertellen, maar ik moet ook eens een keer afronden in eerste termijn. Over de investeringskredieten. Goed dat er alleen wordt gekeken naar nieuwe investeringskredieten die echt heel concreet zijn. Maar mijn voorstel zou zijn te komen tot een realistisch meerjareninvesteringsplan. Daar kan ik een heel verhaal over vertellen, dat wil ik ook graag een keertje uitleggen, maar het komt erop neer dat we nu heel kritisch kijken 'wat staat er dan op de planning? Is het realistisch, moet dat er niet af?' Ik heb gezien dat Westland, alweer, in dit geval een heel mooi experiment gedaan heeft met de raad. En die heeft nu alles wel onder controle. Dat voorkomt dat je straks weer heel veel van die doorschuifprojecten hebt met een stapeling op stapeling, waarbij het soms helemaal niet meer realistisch is om het voor dat bedrag maar uit te voeren.

Ik denk er toch echt over om dat als huiswerk aan het college mee te geven, met de vraag of het daartoe bereid is, om er van de zomer eens over na te denken hoe we er nou voor kunnen zorgen dat we met een realistisch meerjareninvesteringsplan komen. Dan wil ik als laatste een stukje Sociaal Domein en de WMO noemen. Twee dingen daarover. Nee, sorry, eerst Sociaal Domein en dan hebben we het over de WMO en met name over de WMO, inkomensafhankelijkheid. Per 2026 gaat die vaste bijdrage per maand ervan af en daar komt iets nieuws voor terug en dat is inkomensafhankelijk. En het is dan interessant dat het college hier vast een voorschot op neemt en € 130.000,00 afraamt. Dan is mijn vraag: hoe komt het college tot een dergelijk bedrag als nog niet bekend is hoe deze inkomensafhankelijke bijdrage eruit komt te zien. En zou het effect ook niet kunnen zijn dat het beroep dat wordt gedaan op de WMO en de kosten

nog verder zullen afvlakken? Dat zou ook de andere kant kunnen zijn. Dus dat het ons juist beter uitkomt. En als laatste, er is al eerder over gesproken, het Integraal Huisvestingsplan. Inderdaad wordt er over gesproken. Er wordt een looptijd aangegeven van zestien jaar. Ik vind dat best lang, zestien jaar. Ik zou veel meer pleiten voor een termijn van tien jaar. Daar zijn de meeste meerjarenonderhoudsprogramma's ook op gebaseerd. En ik hoop dan wel dat we dit jaar in ieder geval met alle scholen eruitkomen wat wel en niet nodig is aan huisvesting, want op sommige scholen loopt het al heel lang met verschillende besturen. En bij weer met een dergelijk plan komen zou het pleidooi zijn om die discussies dit jaar wel af te ronden. Hoe realistisch is het om dat voor elkaar te krijgen? Tot zover mijn eerste termijn. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma, dan gaan we naar de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: We zien vanavond dat het heel mooi is dat die kadernota er in ieder geval is. Dat stuk lezen heeft ons allemaal aangescherpt om daar dan ook gelijk over een aantal belangrijke onderwerpen een reactie op te geven. Heel hartelijk dank aan de wethouder en ook aan alle ambtenaren die eraan mee hebben gewerkt om dit voor elkaar te krijgen.

Als we naar die kaders kijken, dan vindt ook het CDA het aanstellen van de tweede boa – we hebben het er al over gehad – goed en we willen het Maatschappelijk Team voortzetten zoals we dat hebben. Dat zijn allemaal zaken die we dan ook van harte ondersteunen. Onze collegaraadsleden hebben een aantal andere onderwerpen ook genoemd om die mee te geven. Graag wil ik namens het CDA ook nog een ander onderwerp noemen. Dat gaat over het programma 5, het Sociaal Domein en Welzijn. We lezen daar over het GALA, het Gezond en Actief Leven Akkoord. We missen daar alleen een paragraaf over de invulling van het nieuwe Sportakkoord 2 dat landelijk is gelanceerd en dat loopt van 2023 tot 2026. Daarover heeft het CDA schriftelijke technische vragen gesteld en u hebt gedeeltelijk antwoord gegeven op de vragen 2 en 5 en u vermeldt dat op dit moment de vragen niet verder beantwoord kunnen worden, dat geldt de vier andere vragen. Mijn vraag aan het college is: graag hoor ik van de portefeuillehouder wanneer we wel een volledig antwoord tegemoet kunnen zien. En tevens verzoekt het CDA om ook het Sportakkoord 2 in de begroting voor 2024 een plek te geven. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van Rijs, dan gaan we naar mijnheer Roeling. De heer Roeling: Midden-Delfland heeft vaak ook kosten die niet voortkomen uit een wettelijke taak.

Als je kijkt naar het buitengebied, hebben we toch nog een aantal medewerkers die we dan betalen. Dat is een van de dingen waarin wij dan wat ons betreft een uitzondering zijn. Onlangs kregen we te horen dat de verdeling van het Gemeentefonds nogal nadelig is voor de plattelandsgemeenten. Gemakshalve scharen we ons daar ook onder. Met andere woorden, wij hebben de verwachting dat dat ook de komende jaren een positief effect zal hebben richting Midden-Delfland. Kijken we naar wat tot op heden bekend is, dan valt er niet echt feest te vieren. De meicirculaire pakt positief uit. Maar als je dan kijkt over de komende vier jaar, ben je blij dat je op nul uitkomt, wat op zich al een doel is, vindt de provincie. Dus veel ruimte voor nieuw beleid is er wat ons betreft ook niet. Sommige collega's hebben enkele dingen genoemd. De boa. Dat hebben wij ook vernomen. Niet alleen zijn we benieuwd naar wat de nieuwe boa gaat doen, al dan niet in halve vorm, maar we zijn ook wel benieuwd wat de huidige boa uitvoert. Zijn daar concrete afspraken, SMART geformuleerd? Want de beste man is actief op zijn motor maar wat hij nou precies doet, is ons nog niet duidelijk. Dus voordat we overgaan naar een tweede, vinden we dat wel belangrijk. Wat moet hij gaan doen? Die vraag zag ik ook voorbijkomen. In het buitengebied gaat alles perfect. Daar valt niets te handhaven.

Dus als we een nieuwe boa aanstellen, moet hij wegblijven uit het buitengebied. Ik houd daar een klein oogje op, de heer Jongsma ook en die zal het met me eens zijn, daar valt niets te handhaven, dat zijn allemaal keurige mensen. Dus blijf weg uit het buitengebied, zou ik tegen een nieuwe boa willen zeggen. De voorzitter: Ik denk dat hij binnenkort een keer op bezoek komt, mijnheer Roeling, u heeft zo'n aanbeveling gedaan nu. Gaat u verder.

De heer Roeling: Een beetje mijn voortuin omspitten, dat is… Vitale dorpen ging ook nog rond. Als de heer Scholtes het goed gelezen heeft over de vitale dorpen, dan staat erin dat wij besloten hebben tot een jaarlijkse evaluatie. Om te beginnen is dat nooit gelukt, laat ik het daarop houden. Maar ik vind het wel goed om die dingen integraal te bekijken. Dat is ook de reden dat wij ernaar gevraagd hebben dat als we met een toekomstvisie aan de slag gaan, het één integraal geheel wordt van wat nu twee zijn; Gebiedsvisie en Vitale Dorpen. Wat ook geld gaat kosten, dus ook daar hebben we… Nou ja, de uitvoering zal ook geld kosten dus ook daar zijn we het wel mee eens, maar dat geeft ook weer aan dat we wat minder te spenderen hebben. Toevallig zat ik onlangs het coalitieakkoord te lezen. Ja, 'wat moet jij daar nou mee', zou u misschien zeggen. Het was voor het eerst, dus dat was wel leuk. En toen sloeg de schrik ons een beetje om het hart want daar stond in 'voor de kadernota gaan we een aparte avond zitten'. Dus wij waren helemaal voorbereid 'daar komt een avond'. Maar laat ik zeggen dat wij het op deze manier, hoe het nu gaat, ook wel goed vinden gaan. Nog afgezien van het advies van de Rekenkamer die ook eerder spreekt over een kaderbrief dan over een kadernota. En daar kunnen we ook iets van vinden.

Iets anders, het laatste punt eigenlijk, is dat wij natuurlijk de grote doorschuivers van de regio zijn. ik kan me zo voorstellen dat de heer Voskamp toen hij hier aan de slag ging dacht 'nou, er wordt wat doorgeschoven hier'. Investeringen, soms terecht, soms minder terecht. Wij zouden wel de suggestie aan de hand willen doen om die kosten wanneer we ze doorschuiven wel te indexeren. Er zijn verschillende voorbeelden bekend van investeringen waarover we het besluit vijf, zes jaar geleden genomen hebben, die nog steeds worden opgeschoven. Om teleurstelling te voorkomen, een investering van zes jaar geleden voor € 600.000,00, daarmee ga je het natuurlijk nu nooit meer redden. Dus de vraag is concreet: hoe denkt het college daarmee om te gaan? Gaan we dan voortaan zeggen 'de investering was enkele jaar geleden van A-kwaliteit, maar daar kunnen we het niet meer voor doen, dus we kiezen nu voor B- of C-kwaliteit'? Gaan we het indexeren zodat we een wat ons betreft meer realistisch beeld komt over de investeringen die nog op stapel staan? En ja, soms zal de investering in twee jaren vallen, maar daar gaat het niet over. Het gaat daadwerkelijk over investeringen die vanaf twee, drie jaar oud zijn. Neem dat mee.

Daar kun je ook weer een politieke discussie over beginnen 'blijkbaar was die investering niet nodig op die termijn', maar laten we beginnen met het indexeren van dat soort investeringen. De voorzitter: Mijnheer Jongsma heeft een interruptie. De heer Jongsma: Via u, voorzitter, aan de heer Roeling. Pleit u dan ook voor een realistisch meerjareninvesteringsplan? Wat ik zojuist al aan het college heb gevraagd. We moeten inderdaad kijken 'wat hebben we allemaal liggen? Wat moet er nog echt gebeuren? Wat kan er echt af? Indexeer het en neem het jaarlijks gewoon mee', zodat we op dat moment actueel steeds een realistisch beeld hebben van het investeringsplan over de investeringen die gepland zijn. De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: Ja, nou, de heer Jongsma gebruikt een woord waar wij groot voorstander van zijn: realistisch. Dat kunt u wat ons betreft door de hele begroting laten landen. Dus ja. Dat is toch een duidelijk antwoord, voorzitter. Actief grondbeleid zag ik ook nog voorbij komen. Wij bedoelen met actief grondbeleid niet het agendapunt 8 van eerder deze avond. Ik zal er verder niet over speculeren. Maar wat je daar natuurlijk ziet, is dat je… Actief grondbeleid is 'hoe houd je de regie?' En in dat voorstel bij agendapunt 8 ontbreekt natuurlijk de regie van 'wanneer gaan we het verkopen?' Dat is een onzekerheid.

Dus wat ons betreft past dat niet zozeer in het in het actieve grondbeleid. Wij denken dan eerder aan volkshuisvesting, waar verder niets over is opgenomen in de kadernota. Dank u wel. De voorzitter: Dank u wel, dan kijk ik even naar het college. Ik denk dat verstandig is dat de portefeuillehouder van Financiën begint en dat dan inhoudelijke vragen die nog resteren door de portefeuillehouders meegenomen worden. Een punt, als het gaat over hoe de kadernota behandeld wordt volgend jaar, ook daarvoor geldt dat u daar natuurlijk zelf over gaat, maar misschien is het goed om eerst eens het hele proces met elkaar te evalueren en dan vervolgens richting het

jaarprogramma voor volgend jaar daar met elkaar afspraken over te maken als raad. Maar goed, dan heb ik dat punt in ieder geval even als voorzitter gedaan. Wethouder Voskamp, gaat uw gang. Wethouder Voskamp: Ja, voorzitter, dank u wel, als u mij toestaat om door mijn aantekeningen te scrollen, terwijl ik antwoorden aan het zoeken ben, dan kunnen we dat op die manier doen. In zijn algemeenheid hoor ik veel opmerkingen, sowieso complimenten over de kadernota. We zien dat we dit maximaal op deze manier kunnen doen. We nemen een foto van de situatie. We delen die foto met u. Daar komt nog een nieuwe foto bovenop, namelijk de meicirculaire en daarmee proberen we zo goed als mogelijk voor de vakantie u al aan te geven 'hier staan we, daar lopen we tegenaan en hier zien wij voor ons de komende maanden het werk liggen om te zorgen dat we een goede begroting neerleggen'. En ik ben ook dankbaar voor uw kaders die u daarbij aangeeft en meegeeft omdat dat ons helpt om beslissingen te nemen gedurende het zomerreces, zodat we een zo goed mogelijke begroting aan u kunnen doen toekomen. Dat dat een uitdaging is, laat zowel de oorspronkelijke kadernota zien, als uiteindelijk ook wel de meicirculaire die daarop komt. Dan zien we wijzigingen die het positievere beeld van 2024 en 2025 laten zien, maar nog steeds een structurele uitdaging voor 2026 en 2027.

En dat zullen we met elkaar moeten oplossen, maar het lijkt erop dat we daar wel wat meer tijd voor hebben omdat we de lopende zaken de komende jaren kunnen aanpakken. Maar we zullen inderdaad met elkaar de gesprekken ook moeten aangaan of er nog structurele ruimte te vinden is. Door oud-voor-nieuw, door met elkaar te kijken of het wel allemaal nodig is wat we doen, door te kijken of we investeringen wel of niet moeten doen. Dus al die zaken die u daarover meegeeft, zullen we daarin ook meenemen. En dan proberen we zo realistisch mogelijk te begroten. Maar dat maakt het natuurlijk wel lastig met alle omgevingsinformatie die er is. Indexen werden genoemd. We moeten een keuze maken welke we gebruiken. We doen dat met de meicirculaire als kader omdat we voor de rest ook niet zouden weten wat we dan anders zouden moeten doen. Dus daar gaan we op die manier mee om. Verder stelt de provincie natuurlijk ook eisen aan hoe we dingen doen. Het gebruik van stelposten is iets waar de provincie niet dol op is en waar wij zelf ook van vinden dat we ons daarmee misschien wel rijk rekenen, als we een stelpost opnemen dat het Gemeentefonds wel weer bijtrekt, of een stelpost opnemen dat de kosten lager zullen zijn. Een taakstelling zou je misschien op die manier kunnen noemen. Dan zijn we ook dingen aan het schrappen of mogelijk aan het schrappen die later een probleem zouden kunnen oplossen.

Dus wij proberen zo realistisch mogelijk te begroten. Voor 2024 moeten we dat sluitend krijgen en dat proberen we zoveel als mogelijk natuurlijk ook verder te trekken, zodat we ook juist voor die moeilijke jaren in 2026 en 2027 met elkaar al vast aan het kijken zijn 'welke plannen zijn er daar en welke plannen kunnen we daar ook op langere termijn blijven doen?' Voorzitter, ik ga proberen te kijken of er in de aantekeningen dingen zijn die ik zo kan beantwoorden. Er zijn veel inhoudelijke vragen gesteld. Die worden straks als college door de portefeuillehouders benoemd. Het structureel dekken van, of laat ik het zo zeggen, het gat opvangen met reserves, is natuurlijk wel een probleem. Maar we zien ook wel dat her en der ook in ons omringende gemeenten gekeken wordt naar de vraag 'hoe kunnen we nu een overschot van vorig jaar zodanig inzetten dat het geaccepteerd wordt dat we dat meenemen in een soort egalisatiereserve op het gebied van begrotingen?' Daarmee zouden we iets kunnen doen. Alleen moeten we dan nog steeds structureel zorgen dat we het weer rechtbreien. Dus ook dat is echt wel een vorm van een gat vullen dat we misschien niet structureel vast kunnen houden. Dus we zullen moeten kijken hoe we dat kunnen doen. We zijn er wel naar aan het kijken.

Het heeft geen zin om een heel grote algemene reserve te hebben, uiteindelijk moeten we dat geld ook weer uitgeven, maar ook aan het uitgeven van die reserves, stelt de provincie eisen. En investeringen die we doen om duurzaamheid bijvoorbeeld te vergroten, zijn vaak dingen die we langjarig met ons mee moeten nemen in het kader van afschrijvingen. Dus ook daar zitten haken en ogen aan, maar we zullen dat meenemen, want we zien natuurlijk ook wel dat ieder jaar maar de algemene reserve opplussen en vervolgens constateren dat we te weinig geld hebben om dingen te doen, ook niet de manier van werken is. Even kijken. Wat was er nog meer? Programma's… Over het negatieve beeld heb ik het gehad. Er blijven tekorten staan, dus daar zullen we zeker ook voorzichtigheid in moeten betrachten zoals ook de VVD aangaf.

Even kijken. De heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland gaf natuurlijk heel erg concreet aan 'neem die punten uit de kaders die we zelf hebben opgesteld mee'. Die zullen we inderdaad meenemen bij het opstellen van de begroting. Een specifieke vraag was 'waarom geen taakstelling over stelposten?' Dat heb ik aangegeven, omdat we natuurlijk ook uiteindelijk proberen nu zo goed mogelijk te begroten zonder daar of een taakstelling of een stelpost voor op te nemen. Inhoudelijk nog over de afvalstoffenheffing. Ik hoorde 'niet meer dan nodig voor de dekking stijgen'. De vervuiler betaalt. Uiteindelijk moeten we natuurlijk met elkaar wat vervuild is en waar we kosten voor hebben, kostendekkend neerleggen. En hoe we die verdeling doen, hebben we inderdaad mogelijkheden om daar een verschil in te maken met bijvoorbeeld een tariefsprikkel. We hebben al eerder aangegeven dat we daarvoor werken aan een voorstel dat waarschijnlijk nog niet voor 2024 in kan gaan, maar waar wel gekeken wordt naar en waar we u meenemen in 'hoe kunnen we daar naartoe werken?' We zullen daar ook andere maatregelen op nemen, zodat we en communicatie en andere manieren om de hoeveelheid restafval te verminderen, hoe we dat kunnen verbeteren. U vroeg ook nog specifiek over de erfpacht. We hebben het niet naar 6% gedaan, maar we hebben 6% mindering gedaan op die 14% en wij vonden dat dat terecht was.

We hebben een aantal verschillende contracten afgesloten en bij de een stijgt het helemaal niet, bij de ander stijgt het met een vast percentage en bij weer een ander stijgt het met de CPI-index. En voor ons stijgen de kosten niet zo hard mee. Wij hebben een financiering afgesloten en wij hebben daar dekking voor, dus wij vonden het terecht dat daar ook een demping in plaatsvond. U heeft helemaal gelijk dat dat natuurlijk uiteindelijk ook ten koste gaat van, maar wij hebben wel gemeend dit te moeten doen, ook juist om de bedrijven in onze regio daarbij te helpen omdat die zich ook voor andere kosten gesteld zien staan. Dus wij hebben die afweging gemaakt om niet die extreme verhoging te doen, maar nog steeds een flinke verhoging ten opzichte van bijvoorbeeld andere contracten die we hebben afgesloten. Even kijken. Verder is er een aantal opmerkingen gemaakt over de behandeling van de kadernota. Ik denk dat het goed is wat de voorzitter aangeeft, om te kijken hoe deze behandeling ervaren wordt. Daar kunnen we lering uit trekken. Dit is ongeveer wat wij als organisatie kunnen opleveren en het is goed om het op deze manier met elkaar daarover te hebben en ook na afloop te evalueren hoe dat bevallen is en hoe dat gaat. Voorzitter, volgens mij heb ik de financiële vragen behandeld. Ik heb nog een vraag over de WMO en die kan ik zelf zo een-twee-drie niet plaatsen.

U heeft het over een afwaardering van € 130.000,00 en of daar al een link is met de nieuwe methodiek voor wat betreft de tarieven. Dat kan ik zo niet beantwoorden. Daar wil ik dan op terugkomen. Als dat mag, dan kan ik dat bij de begroting uitleggen. De voorzitter: Als u het nu niet kunt uitleggen, dan moet de heer Jongsma het ermee doen. Zo reëel is de heer Jongsma vast ook wel. Ik ga naar wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Dank u wel voorzitter. Ik heb op een aantal onderwerpen in het Sociaal Domein vragen gehoord. Een aantal is ook al de revue gepasseerd in de raadswerkgroep Sociaal Domein die wij vorige week georganiseerd hebben. Daar hebben we een aantal onderwerpen integraal aan elkaar verbonden, dus ik probeer hier compact te houden wat we daar besproken hebben. Er is gewoon een aantal trajecten dat in gang gezet is vanuit het rijk, waar wij ook specifieke middelen voor krijgen en waar we specifieke plannen voor moeten voorleggen om die middelen daadwerkelijk los te krijgen. En daarbij is het woord integraliteit in veel gevallen de sleutel om gezond en leven en integrale zorg voor alle inwoners in onze gemeente, vaak in regionale samenwerking, voor elkaar te krijgen. Dat is ook waarom hier een concreet antwoord geven soms wat moeilijk is, maar een van de dingen die we hierin inderdaad concreet aan het doen zijn, is uitvoering geven aan armoedebeleid.

Daarvoor vindt u morgen of een van de komende dagen precies de invulling van ons en de tijdslijn die we daarvoor in gedachten hebben. Daar zit een aantal onderwerpen in die wij zullen uitwerken. Sommige kunnen we direct uitwerken en sommige vragen nadere uitwerking omdat ze soms ook gewoon die inkomensonafhankelijkheid hebben en inkomenseffecten hebben. Dat willen we goed in kaart brengen om dat ook in een goed vat te gieten, waar dat geldt voor bijvoorbeeld de collectieve-verzekeringsgrens, maar ook andere dingen zoals het loket, dat kan vanzelf, de chronisch-ziekenregeling, die moeten we juist weer goed in kaart brengen, schuldhulpverlening voor jongeren, dat vraagt meer en ook

schuldhulpverlening en dat vroegsignaleren. Dat hoort allemaal daarbij. Dat zijn we in uitvoering aan het brengen. Dus het exacte antwoord krijgt u via de raadsbrief. Dan het andere punt dat ik gehoord heb. Dat gaat over onderwijshuisvesting en bij een aantal partijen is de revue gepasseerd dat er wel wat over opgenomen staat in de kadernota, maar dat dat nog niet een financiële vertaling heeft gekregen. Ik heb mijn collega naast mij ook al een aantal keer al zeggen 'stelposten doen we in principe niet', en we hebben echt een onderbouwing nodig van wat we dan precies gaan doen. Er liggen concrete vraagstukken voor in de diverse dorpen. We bouwen aan vitale dorpen, daar hebben we goede onderwijshuisvesting voor nodig, die duurzaam is. Duurzaam in energie- en klimaatoplossingen, maar vooral ook gewoon duurzaam passend bij ons inwoneraantal en daar zijn we met een organisatie uitvoerig op aan het studeren, samen met onze onderwijsinstellingen PO en VO. Daarvoor hebben we ook kort na het reces met elkaar een bijeenkomst zodat u volledig geïnformeerd wordt over hoe dat precies werkt. Daar wordt ook veel meer uitleg gegeven over waarom we nu kiezen voor zestien jaar als vooruitzicht. Het is niet de bedoeling dat ik over mijn graf heen ga regeren.

We hebben het al vaker deze avond gehad over de tijdelijkheid van ons bestaan, dat ga ik niet doen, maar we kijken wel ver vooruit als we kijken naar 'hoeveel inwoners hebben we en hoeveel kinderen hebben we dus?' En hoe graag willen we die een mooie plek op school geven? Dus daarom kijken we wel ver vooruit en zitten daar verschillende horizonnen in. Maar de stip op de horizon zetten we wel ver weg, zodat we ook goed onze investeringsplannen daarop kunnen gaan bouwen. Dat was eigenlijk mijn inbreng. De voorzitter: Dank u wel wethouder Oderwald. Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Ja, dank u wel voorzitter. Het lukte helaas niet om nog voor vanavond alle vragen te beantwoorden rondom het Sportakkoord die zijn gesteld. Ik hoop dat ik de heer Van Rijs gerust kan stellen door te zeggen dat er absoluut een vervolg is op het Sportakkoord 1. Er is ook al gewerkt met de werkgroep die hiervoor bijeenkomt. In die werkgroep zitten partijen vanuit het onderwijs, vanuit de sport, vanuit kinderopvang ook vanuit de Stichting Welzijn Midden-Delfland onder andere. Die werken gezamenlijk aan een Sportakkoord 2. Daar zijn rijksgelden mee gemoeid. Die zijn ook al aangevraagd. Daar wachten we nog even op. Daar hebben we nog geen terugkoppeling op, maar dat verwacht ik wel binnenkort. Er was ook een vraag wanneer ik antwoord kan geven op de nog openstaande vragen.

Daar zou ik dan ook gelijk wel gebruik van willen maken, dat ik als ik daar schriftelijk op antwoord, dan ook even de laatste stand van zaken daarin meeneem, als zich de komende periode nog nieuwe feiten voordoen. Ik schat zo in dat het na de zomer wel gereed moet zijn. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel. Dan tot slot even met de portefeuillehouder van Veiligheid-pet op over de boa en de inzet daarvan. Ik kan mij voorstellen dat er gemeenten zijn, zeker als ze meerdere boa's hebben, die een jaarprogramma voor boa's hebben. Ik zou voor willen stellen dat we dat als overweging meenemen en dat we daar later op terugkomen om te kijken of dat een goed alternatief is, of dat omdat we slechts twee boa's hebben, er een andere manier is om daar handen en voeten aan te geven. De suggestie van de heer Scholtes neem ik graag mee, waarbij ik er wel op wil wijzen dat voor het verkeerstoezicht sec boa's niet bevoegd zijn van rijkswege. Dat blijft echt van de politie. Maar als het gaat over foutparkeren en andere dingen, zouden ze misschien wel een rol kunnen spelen. Maar goed, dat is een suggestie die ik graag mee neem. Mijnheer Scholtes, gaat uw gang. De heer Scholtes: Ja voorzitter, dan wil ik daar even vragend op terugkomen. Op het moment dat er dan gele blokken op de stoep staan, is dat iets wat de boa wel of niet kan meenemen? De voorzitter: Dat gaat… Dat is verkeerd parkeren.

Ik durf dat zo even niet uit het blote hoofd te zeggen. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Voorzitter, mag ik dan even - volgens mij is dit gewoon een suggestie. We weten niet hoe sterk deze boa is om zo'n heel blok mee te nemen, dus daar kunnen we geen antwoord op geven.

De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Jongsma, dit helpt enorm. Ik zal dit meenemen. Goed, dank u wel. Volgens mij zijn hiermee alle vragen beantwoord voor de eerste termijn. Als reactie op die eerste termijn kan ik mij voorstellen dat er voor de tweede termijn nog wel behoefte is om nog even het woord te voeren, of eventueel een standpuntbepaling te geven. Ik kijk even rond. De heer Ringeling wil nog een tweede ronde, de heer Scholtes, de VVD, de heer Jongsma, het CDA en de heer Roeling. Dan gaan we weer beginnen bij de heer Ringeling, u telt mee. De heer Ringeling: Dank voor de gegeven antwoorden. Ik had nog een vraagje waar niet op is ingegaan, dat ging over het ambtelijk apparaat. Hoe gaan we de kwaliteit die we beogen in stand houden en eventueel verhogen? En wat hebben we daarvoor over? Die vraag had ik nog openstaan. Dus als daar straks nog op kan worden ingegaan? Voor de rest heb ik geen andere vragen meer. De voorzitter: Dank u wel. De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik wilde zeggen dat ik ook nog wel wat vragen had gesteld die nog openstaan, maar ik neem aan dat ze gewoon meegaan als suggestie bij het maken van de begroting. En dan zien we wel of ze geland zijn of niet. Dus daar heb ik vrede mee. Maar één vind ik wel heel belangrijk. De heer Roeling heeft er in principe in zijn betoog ook naar gerefereerd, het programma Vitale Dorpen.

Het beleidsdoel dat er staat is 'versterken en behouden van het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland'. Dat is eigenlijk het hele stuk dat staat als beleidsdoel bij Vitale Dorpen in Midden-Delfland. Ik zou nog echt wel van het college de toezegging willen dat het gaat kijken of het meer cohesie tussen de beleidsvelden daarin kan verwerken waardoor er ook echt iets komt te staan over Vitale Dorpen. Dat vond ik een heel belangrijke opmerking om eventjes te benoemen en daar verwacht ik eigenlijk wel of een toezegging, of een afzegging van het college. Verder is er gesproken inderdaad over de begroting en over indexeren en uiteindelijk ook over een stukje financiën. Ik vind dat wel lastig om daar nu wat van te zeggen met indexeren. Want we zien jaar op jaar dat we nog steeds een begrotingsoverschot hebben.

Als we dan nu gaan indexeren, hoe komt dat dan uit? Wordt ons begrotingsoverschot dan groter of niet? Ik zie er wel wat in om, zoals in principe OGP Midden-Delfland heeft aangedragen, eens te kijken 'hoe zouden we nou eens kunnen kijken naar het totaal aan investeringen dat we hebben lopen? Wat is er noodzakelijk, hoe staat het er nu voor en is het budget dat daarvoor staat toereikend of is dat te veel of te weinig?' Want indexeren kan inderdaad betekenen dat dat gebeurt met kosten die omhooggaan doordat grondstoffenprijzen stijgen, maar het kan ook zo zijn dat op het moment dat je twee jaar langer wacht, je een innovatieve techniek hebt waardoor je uiteindelijk de kosten voor hetzelfde doel weer omlaag kunt krijgen. Ik denk dat we het voorstel dat OGP Midden-Delfland daarover had, in die zin ook ondersteunen om eens te kijken 'wat hebben we nu op de rol staan? En wat komt daar dan al dan niet bij of gaat eraf?' Al met al mag ik misschien wel samenvatten – ik ben redelijk vroeg met mijn betoog in tweede termijn – ik vind het een leuke avond zo en ik ben blij met de avond en de instelling en de insteek die we hebben met zijn allen. Dus ik wil iedereen alvast hartelijk danken voor de inbreng die ze gedaan hebben in deze kadernotabehandeling. Dus tot zover voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes. Mijnheer Gebben.

De heer Gebben: Nou, daar kan ik me wel bij aansluiten. Ik vind het een interessant debat. Er zijn interessante dingen op tafel gekomen, denk ik. Er springen er een paar uit. De diftar. Ik denk dat we al hadden afgesproken dat we die discussie bij de DVO-bepaling van Avalex zouden voeren, ook met de onderbouwende getallen, dus daar kijk ik zeer naar uit en daar hebben wij ook wel een mening over. Het debat over de armoedegrens, ik zal de woorden van mevrouw Langeveld niet herhalen, dat komt ook nog terug. Waar wij natuurlijk heel blij van worden, is het realistisch meerjarig investeringsplan, dat had u vast al begrepen. Daar zijn we al jaren op aan het hameren. Dus het is ook fijn dat het bij u geland is, mijnheer Jongsma. Dat is heel fijn.

Al met al een goede avond, denk ik, en we zijn benieuwd hoe dat allemaal vertaald zal worden naar de begroting en hoe dat allemaal gaat landen. Ik denk wel dat dit ook voor herhaling vatbaar is. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik begin even met de opmerking van mijnheer Gebben, net of ik helemaal niet realistisch ben. Maar goed, dan ben ik bij dezen heel erg realistisch en samen met mij OGP MiddenDelfland, zoals we altijd al zijn. Dat vooraf. Uiteraard dank voor alle antwoorden. Veel is inderdaad benoemd. Het idee van vanavond is natuurlijk ook gewoon om een kader mee te geven. Vragen die niet helemaal beantwoord zijn, komen vanzelf nog terug en dat is ook prima voor nu, want het gaat nu met name erom het college het kader en suggesties mee te geven waarmee het verder kan. Fijn, en dat is dan met name voor de planning, om daar goed op te letten dat op tijd de juiste discussies worden gevoerd in deze raad. We hebben het al even gehad over de diftar, armoedebeleidsplan, probeer al die zaken zo snel mogelijk dus in september/oktober te doen, zodat dan een goed kader kan worden meegegeven 'hoe zit deze raad erin en hoe wil de raad dat zien?' Dat maakt dat we in oktober met een begroting komen waarmee je echt keuzes kunt maken. En met name die keuzes, de knoppen waar wij nog aan kunnen draaien, die zijn voor ons heel belangrijk.

Er komt een aantal dingen op ons af, daar kunnen we niets aan doen, maar op een aantal dingen kunnen we misschien nog wel draaien en dan is het interessant aan welke knop de ene partij de ene kant op wil draaien en de andere partij de andere kant op. Dat maakt het ook interessant. En dan weten we ook waar ieder staat en waar we uiteindelijk naartoe gaan. Al met al een heel goede en waardevolle avond. We gaan dit zeker weer doen. Maar het ligt nu denk ik gewoon bij het college om de komende maanden hier druk mee aan de slag te gaan. Mochten er nog vragen zijn of zaken waarop u toelichting wil, wij zijn de hele zomer gewoon open. En dan kijk ik erg uit naar de conceptbegroting zoals die dan komt. Tot zover mijn tweede termijn. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Van Rijs. De heer Van Rijs: Ik sluit me helemaal aan bij de vorige sprekers dat we dit zien als een zeer waardevolle avond, dat we de tijd nemen om dit te doen. En dat kan alleen dankzij het feit dat die kadernota er nu ligt, samen met een meicirculaire. Daarom kunnen we dit gesprek hebben en dat is ook heel erg mooi. De wethouder wil ik graag bedanken voor haar antwoord met betrekking tot sport. Het is ook goed om te horen dat er al een claim is gelegd op de beschikbare rijksmiddelen met betrekking tot het Sportakkoord 2. Goed om te horen en we zien graag de stand van zaken in september ook tegemoet.

De voorzitter: Dan gaan we tot slot naar de heer Roeling. De heer Roeling: Voorzitter, nog één puntje. Ik hoorde het college zeggen 'stelposten, daar werken we niet mee'. Geldt dat ook voor de stelpost onderuitputting? Die hadden we al een tijd. Is die daarmee ook komen te vervallen? Dat houdt in dat je een begroting hebt en zodra je minder uitgeeft dan begroot, valt dat in het potje onderbenutting. Daar ben ik nieuwsgierig naar, want die bestond altijd en ik vraag me af of het nog steeds zo is. De voorzitter: Dank u wel. De vraag over personeel is voor mij, maar ik ga eerst even naar de portefeuillehouder van Financiën voor de beantwoording van de enkele vragen die nog gesteld zijn. Wethouder Voskamp: Dank u wel voorzitter en ik zit gelijk na te denken over die beantwoording. Over de investeringsplannen en het realistisch begroten, ga ik graag met u in gesprek omdat het niet nieuw is wat ik zie in het kader van doorschuiven. Er is een aantal heel goede redenen voor. Er zijn ook echt wel redenen voor te bedenken waarom we nu stappen zetten om te zorgen dat we dat minder gaan doen, maar dat het ook even de tijd nodig heeft om werkelijkheid te worden. En misschien is 2024 daar nog te vroeg voor. Maar we maken stappen en we proberen steeds realistischer te begroten zodat we ook lopende het jaar daar geen grote verschuivingen meer hebben. Dus dat gesprek ga ik graag met u aan.

Ik moet even kijken wat er nog meer staat. De heer Scholtes had het nog over indexeren en of een begrotingsoverschot daarmee groter wordt of niet en wat voor effecten dat allemaal heeft. Het hangt er natuurlijk vanaf welke kant het op gaat en dat maakt het natuurlijk wel lastiger, want als we gaan indexeren en we geven het niet uit, zal het begrotingsoverschot groter worden. Op het moment dat we indexeren omdat we weten dat we het gaan uitgeven, is het natuurlijk realistischer begroten. Dus we moeten echt kijken daar, en dat is misschien per post of per programma, hoe we daarmee omgaan. We proberen de zaken die we met die meicirculaire van het rijk meekrijgen, indexeringen op loon bijvoorbeeld, op te nemen waardoor we als het goed is realistischer begroten. Als we zeggen 'we gaan standaard indexeren op uitgaven die we gaan doen omdat we denken dat we daar langer over gaan doen voordat we het uitgeven', dan zou mijn advies zijn: laten we proberen om het zo snel mogelijk uit te geven, zodat een indexering en verhogen van dat bedrag niet nodig is. Als je een meerjarenonderhoudsplan maakt, zal je er weer wel rekening mee moeten houden hoe dat in de loop der tijd… Dat je over een tijdje met hetzelfde geld minder kunt doen. Dus daar zullen we met elkaar naar moeten kijken.

Ik denk dat daar geen eenduidig antwoord op is, maar we zullen daarnaar moeten kijken en dat geeft eventueel mogelijkheid om in het meerjarenperspectief structureel wat ruimte te vinden. Maar ik wil er ook wel voor waken dat we nu heel voorzichtig gaan begroten, waardoor we uiteindelijk inderdaad aan het einde van het jaar een overschot hebben, dat in de algemene reserve stoppen en er dan vervolgens achter komen dat we dat heel slecht er weer uit krijgen, terwijl dat gewoon geld is dat we voor maatschappelijke doelen in kunnen zetten. Dat gezegd hebbende. Over die stelpost onderuitputting. Ik ken hem niet zo, maar zoals ik hem ken, houden we bij realistisch begroten ook wel rekening met het feit dat we soms wat ambitieus zijn en dat sommige dingen niet uitgegeven kunnen worden, of dat sommige dingen in tijd lastig uit te geven zijn, of dat we op sommige zaken afhankelijk zijn van derden om dingen uit te geven. Als je daarnaar kijkt, dan heb je wel een krediet nodig voor het volle bedrag, maar is het ervaringscijfer dat we over een jaar niet alles zullen uitgeven. Daar houden we rekening mee. Dat is niet per definitie een stelpost, als wel dat we daar zo realistisch mogelijk begroten.

Dus die onderuitputting zit op een manier wel in dit investeringsbedrag omdat we weten dat bepaalde zaken door derden, door andere redenen uitgesteld worden, of over een jaargrens heen gaan, waardoor we het mee moeten nemen naar het volgende jaar. Maar we moeten op het moment dat we de werkzaamheden aanvangen wel zorgen dat we onze investeringskredieten beschikbaar hebben, want anders kunnen we het werk niet eens gunnen of aanvangen. Dus dat op uw opmerking over de onderuitputting. Voorzitter, tot zover. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel, ik kijk even naar de andere twee wethouders. Er waren geen vragen voor u toch? Nee. Dan de vraag van de heer Ringeling van de ChristenUnie. Wij hebben een aantal instrumenten dat we gebruiken om in onze organisatie zoveel mogelijk mensen aan ons te binden. U kunt dan bijvoorbeeld denken aan talentontwikkeling. Daar hebben we voldoende instrumenten voor in huis, waarbij we ook doen aan interne doorstroom en interne persoonlijke ontwikkeling, zodat je mensen langer aan je weet te binden. Want we zijn ook in een bepaald opzicht best een startersgemeente, als het gaat om hoe het gaat. Daarnaast hebben we natuurlijk een opleidingsbudget en ik sluit niet uit dat ik mogelijk daar nog met een extra claim zou kunnen komen.

Vooralsnog ziet het daar niet naar uit, maar we zien wel dat, omdat de doorstroom relatief hoog is, we bepaalde investeringen zoals 'hoe communiceren wij met onze inwoners?' en schrijfstijlen en dat soort zaken regelmatig moeten herhalen om dat op het niveau te houden als organisatie als geheel. Het derde punt. Ik had even wat aantekeningen, want dan heb ik ze namelijk allemaal compleet. Het laatste is dat wij bij vacatures in het verleden erg terughoudend waren met de inzet van inhuur. En u zult begrijpen, dat is een discussie die hier in de gemeente vast vaker plaatsgevonden heeft, dat gebeurt namelijk in heel veel gemeenten, dat inhuur altijd als problematisch is gezien. Maar we constateren dat als we terughoudend zijn op inhuur, we een relatief zware belasting op de nog zittende mensen leggen. En dat is voor een relatief kleine organisatie lastig, waardoor we dus ook weer verloop bevorderen omdat mensen de belasting gewoon te veel vinden. Dus daar worden we iets minder terughoudend op. Dat is een beetje de strategie voor hoe wij om willen gaan met het behoud van personeel. We verwachten ook wel dat dat de komende jaren nog wel aan zal houden als het gaat om de krapte op de arbeidsmarkt, zoals dat voor zo'n beetje elke branche geldt, en dus ook zeker voor ons. Ik hoop dat dat voldoende beantwoording is.

Dan was dat het beantwoording van de tweede termijn. De heer Scholtes, is dat een interruptie op mij als portefeuillehouder? De heer Scholtes: Dat hoop ik wel, want ik had nog een heel concrete vraag gesteld om een toezegging of een afwijzing voor programma 1, om daar een aanvulling op te geven. En ik weet niet exact wie de portefeuillehouder is, maar ik vind het beleidsdoel bij programma 1 ontoereikend. Dus ik wil graag weten of we dat beleidsdoel kunnen vergroten. Of willen weten waarom we dat beleidsdoel niet kunnen vergroten. De voorzitter: Dan kijk ik even naar wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Omdat het misschien inderdaad een beetje onduidelijk is wie hier wat over zou kunnen zeggen, wil ik wel als verantwoordelijk wethouder voor de begroting toezeggen dat we daar in de tekst aandacht aan zullen geven in de uiteindelijke begroting. De voorzitter: Ja, voldoende zo? Goed. Als ik het een beetje door mijn oogharen heen bekijk, heb ik de indruk dat u het voorstel in stemming kunt nemen en ik heb de indruk dat dat redelijk unaniem kan zijn. Dus daarom mijn vraag: wie is voor het voorliggende voorstel? Dat is dus, zoals ik al verwachtte, unaniem. Gefeliciteerd met uw allereerste kadernota. En fijn dat die goed bevallen is. Ik denk dat ik namens het college spreek als ik zeg dat het ook voor ons goed bevallen is.

Ik zou graag even een korte schorsing willen doen omdat ik in de tussentijd toch iets meer glazen vloeistof naar binnen gewerkt heb dan mijn blaas aankan. Ik zou even een korte schorsing van pak 'm beet vijf minuten willen doen. Schorsing

10.

Mogelijkheid tot het stellen van vragen

De voorzitter: Dames en heren, ik heropen de vergadering en wij zijn bij agendapunt 10 aangeland en dat is de mogelijkheid tot het stellen van vragen. Er zijn over vijf onderwerpen vragen ingediend en ik stel voor deze puntsgewijs te behandelen. Allereerst de heer Knaap van OGP Midden-Delfland met vragen over het fietspad aan de Harnaskade. De heer Knaap: Dank aan het college voor het beantwoorden van onze vragen. Die waren ook naar aanleiding van de eerdere vragen. Toch twee vervolgvragen. Wij constateren dat het fietspad dus niet dit jaar wordt aangelegd. Nou ja, het fietspad misschien wel, maar niet de brug naar de Woudselaan en dat het college zich dus afhankelijk maakt van weer een nieuwe ontwikkeling. Een vraag die daarbij hoort: de brug waar het college het over heeft, bestaat nog niet in het bestemmingsplan, want daar was nog sprake van een fietsbrug en hij bestaat ook niet in de ruimtelijke structuur van de Woudselaan, want desbetreffende percelen worden daar op een heel andere manier ontsloten. Dus ik ben toch even benieuwd wat er nu anders is geworden. En de tweede vraag is: het college maakt zich nota bene op Onafhankelijkheidsdag afhankelijk van een initiatief van een derde. Wat gaat u doen als dat initiatief in 2025 nog steeds niet van de grond is gekomen? De voorzitter: De Amerikaanse Onafhankelijkheidsdag bedoelt u. Ja, ik schrok al.

Anders hadden we wat te vieren vandaag. Ik kijk even naar het college. Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Ik vind het wel lastig om die vragen weer te beantwoorden. Het eind van het liedje is dat die dan dus weer meegaan naar een volgende beantwoording, dus ik zit even te zoeken hoe we dit nu kunnen doen. De uiteindelijke ontwikkeling van een derde waar u het over heeft, waar wij als gemeente ook bij betrokken zijn, zal ervoor zorgen dat daar het laatste stukje van de verbinding komt, zodat we weer aansluiten en dat fietspad doorgaand kunnen gebruiken. Daar zit inderdaad de vertraging. En ik zeg u toch toe om dat mee te nemen en daarop terug te komen. Ik kan daar niet heel veel meer inhoudelijk over zeggen omdat ik wel de situatie ken, maar dat ook niet alle antwoorden daar nu paraat op heb. De voorzitter: Dank u wel wethouder. Mijnheer Knaap, daar moet u het mee doen.

De heer Knaap: Omdat ik het dan niet meer hoef te onthouden, wil ik graag van de wethouder weten wanneer hij dat dan gaat doen, want dan hoef ik het niet elke keer mijn agenda te schrijven. De voorzitter: De wethouder. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij hebben we de komende tijd even ietsje meer ruimte om het een en ander voor te bereiden, dus ik ga zorgen dat u daar zo snel mogelijk na het zomerreces een antwoord op heeft. De voorzitter: Dank u wel, dan gaan we naar mevrouw Langeveld over het speelterrein aan de Dotterbloem. Mevrouw Langeveld: Allereerst uiteraard ook weer bedankt aan het college voor de beantwoording van de vragen. Ik ben tot deze vragen gekomen doordat ik van meerdere inwoners van de Dotterbloem hier een reactie op heb gekregen. Ik heb nog een aanvullende vraag op de beantwoording die ik heb gekregen. En voordat ik die aanvullende vraag stel, ben ik toch wel uiterst verbaasd dat een leverancier en een ontwerper zo'n mooi rupsenhinkelpad geschikt hebben bevonden voor kinderen van een tot zes jaar. Ik vind hem heel bijzonder. Ik heb daar nog geen kinderen zien spelen in die leeftijdscategorie, dus ik ben dan ook heel erg benieuwd in hoeverre gemonitord gaat worden of dit speeltuintje, wat een heel leuk speeltuintje was voor peuters, ook daadwerkelijk gebruikt wordt door de bestemde doelgroep. Kunt u daar iets over zeggen? Ik zie u al lachen.

De voorzitter: Wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Ja voorzitter, ik kan daar echt helemaal niets over zeggen. Het is niet zo dat wij een bepaald monitoringssysteem hebben voor speeltuintjes. Zelf vind ik het een leuk speelitem en ik wil mevrouw Langeveld geloven wanneer zij hoort vanuit de buurt dat er blijkbaar nog helemaal geen kinderen spelen. Ik ben zelf geen expert. Ik ben alleen ervaringsdeskundige. Ik denk dat mijn eigen kinderen destijds echt wel op die bultjes zouden gaan staan en vrolijk de stappen zouden volgen en ook een beetje geprobeerd zouden hebben om te hinkelen, in die leeftijdscategorie. Maar goed. Het is ook jammer, want we hebben het gepubliceerd. Het heeft ter inzage gelegen. Dus jammer dat er aan de voorkant niet ook meer meegegeven is vanuit de directe omgeving, vanuit de buurt, als zij daar andere ideeën bij hebben. Voor nu voorzitter, denk ik dat we dan toch maar eventjes moeten volgen hoe dit gaat. Ik zou ook de raadsleden willen oproepen: benader mij, geef het aan me door en stuur inwoners ook naar mij toe. Want uiteindelijk willen we natuurlijk dat de mensen blij zijn met de speelplaatsjes die wij aanleggen. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel, mevrouw Langeveld, voldoende? Dan komen we bij de derde vraag, dat is ook mevrouw Langeveld met twee vragen over het Sociaal Domein. Mevrouw Langeveld: Dank u wel voorzitter. Dat klopt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5adddf36-b928-4912-8744-7674d4318790