2023 m 07 d 04 Vsl raad
Tekst van het document
Dat waren er nog twee. Twee vrij korte vragen. De eerste vraag had te maken met de evaluatie voor Kamers met Aandacht. Daar hebben we vorig jaar uitgebreid bij stilgestaan. Ik zie in de beantwoording dat we de definitieve rapportage en evaluatie nog zullen ontvangen. Dus mijn vraag is: kan de wethouder daar iets over aangeven? En wat ik hierin mis en wat ik wel een meerwaarde zou vinden om mee te nemen in de evaluatie, is hoeveel inwoners uit Midden-Delfland een kamer beschikbaar hebben gesteld voor deze doelgroep? Daar ben ik benieuwd naar. De tweede vraag spreekt voor zich. Daar heeft de wethouder aangegeven dat we waarschijnlijk morgen of overmorgen een tijdsplanning krijgen voor het armoedebeleidsplan. Dank daarvoor. De voorzitter: Ik kijk even naar het college. Wethouder Voskamp. Wethouder Voskamp: Voorzitter, die evaluatie zullen we u doen toekomen. Dat doen we in het derde kwartaal, uit mijn hoofd gezegd. En daar zullen we ook uw verhaal meenemen over de Kamers die in Midden-Delfland beschikbaar zijn gesteld. De voorzitter: Het derde kwartaal is net begonnen constateren we hier aan deze tafel.
Wethouder Voskamp: Einde derde kwartaal of als ik dan misschien begin vierde kwartaal mag zeggen? De voorzitter: In het kader van verwachtingsmanagement. Dank u wel. Voldoende, mevrouw Langeveld? Ja, dan gaan we naar de vierde vraag van de heer Van der Spek van de fractie Mijn Partij over het vrachtwagenparkeerterrein in Schipluiden. De heer Van der Spek: Het ging met name over het jaarverslag van de buurtpreventie waarin zaken worden aangehaald over de toename van de overlast die in eerste instantie bij de vrachtwagenparkeerplaats was aan de Dorppolderweg en nu verplaatst is naar de Tiendweg hierachter op de parkeerplaats van de sportverenigingen. Daar wordt wel een noodklok geluid over de toename van de overlast. Ik wil ook even het college bedanken voor de antwoorden. Alleen ik wil nog een aantal dingen meegeven die bij mij nog vragen opriepen. De communicatie met de sportverenigingen blijft mijns inziens achter, naar ik hoor. Er is ook overleg geweest na de jaarwisseling met diverse partijen waar de verenigingen niet zijn uitgenodigd en juist vanuit het oogpunt waar we allen voor staan, participatie, is het een belangrijk punt om die verenigingen ook mee te nemen. En waarom? Omdat natuurlijk bij de verenigingen de hoofdzaak van de problemen ligt.
De problematiek is ook dat de overlast toch wel van dien aard is dat men zich zorgen maakt, met name straks als het donkerder wordt – we gaan de donkere periode in – over de kinderen die naar voetbal gaan met het oog op wat we op de parkeerplaats hebben gezien bij de vrachtwagenparkeerplaats qua drugsoverlast. Er zijn nu ook al signalen dat er 's avonds auto's worden geconstateerd uit vreemde… Waarin ook handelingen worden gedaan die niet door de beugel kunnen. Ik wil het college oproepen om die aandacht wel aan te scherpen, samen met buurtpreventie om het toezicht te verscherpen. En met name ook de bebossing en de beplanting van de Tiendweg. In de beantwoording wordt aangeven dat onderhoud regulier wordt meegenomen, jaarlijks. Maar ik wil daar ook een punt van maken naar het college om eventjes aandacht te schenken aan die bosschages omdat de overlast door beter zicht ook minder kan worden. En nogmaals de vraag of de sportverenigingen meegenomen kunnen worden in het onderzoek dat nog rest voor het JOP, de jongerenopvangplaats, waarin hun inbreng ook zeker noodzakelijk is, betreft deze zaak. Tot zover. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel. Dit betreft mijn portefeuille, dus ik zal voor de beantwoording zorgen. Als het gaat over de evaluatie van oud en nieuw. Dat wordt gedaan door de samenwerkende partners op het veiligheidsgebied. Daar vindt de evaluatie plaats.
En dan is het niet gebruikelijk dat je daar sportverenigingen bij betrekt. Als het gaat over de situatie rond de Tiendweg, daar hebben we meen ik afgelopen donderdag een overleg gehad met de ondernemers en de sportverenigingen aldaar over een potentiële plek. Want wij zijn daar als voorgenomen locatie aan het kijken of het JOP daar kan worden geplaatst. Daar heb ik ook een aantal dingen gehoord over de Tiendweg waar de politie een ander beeld bij heeft. Ik heb in ieder geval afgesproken met de politie – daar is een speciale term voor, die ben ik even kwijt – dat als de politie hier in Schipluiden rondrijdt, ze dan altijd even de Tiendweg aandoen om te kijken wat daar plaatsvindt. Dus dat heeft in ieder geval mijn aandacht. En als het gaat over de bosschages, laten we eerst eens even kijken van wat er nu echt klopt van de beleving van mensen, of dat ook feitelijk kan worden bevestigd. Ik wil aannemen dat zij het beeld hebben dat daar een hoop ongerechtigheden plaatsvinden, maar de politie heeft daar natuurlijk nog meer ervaring in. Dan kunnen we kijken wat er verder nog nodig is. Dat heeft ook te maken met de vraag 'hoe kun je daar een succesvol JOP gaan doen?' Want op het moment dat het een aantrekkingskracht heeft van een vorm die we liever niet hebben, moet je je afvragen of je hem daar neer wilt zetten. Dus dat zijn wel dingen die heel dicht bij elkaar te horen.
En zoals ik al zei, we hebben afgelopen week dus een gesprek met de sportverenigingen en ondernemers over het JOP gehad en daar is een aantal aandachtspunten meegegeven, waaronder de veiligheid op Tiendweg zelf. Ik hoop dat dat voldoende beantwoording is wat u betreft. Dank u wel, dan gaan we naar de vijfde vraag. Tot slot. O, ik hoor mevrouw Van 't Westeinde en nu zie ik haar ook.
Mevrouw Van 't Westeinde: Dank u voorzitter. Ik had hier ook vragen over gesteld en die waren hier ook bij betrokken. Ik weet niet of ik dan ook gelegenheid mag hebben om daar nog op te reageren? De voorzitter: Ja, uiteraard, sorry, ik had uw naam er niet bij staan. Mevrouw Van 't Westeinde: Dat klopt. Het was ook bij twee agendapunten, dus ik wist ook niet zo goed wat het beste was, maar ik dacht 'dit is toch al het onderwerp'. Ik wil ook het college bedanken voor de beantwoording. Ik had nog wel de vraag: wanneer kunnen we ongeveer dat JOP verwachten, of het voorstel voor het JOP? En in hoeverre wordt daar al dan niet ook nog nagedacht over bijvoorbeeld met camera's in de gaten houden of het inderdaad onveilig is, want de signalen die de heer Van der Spek kent, zijn bij mij ook bekend. Daarnaast was er een suggestie gedaan of een aanbeveling vanuit de buurtpreventie om te kijken naar hoe je de veiligheidsrisico's bijvoorbeeld in De Schakel mee kunt geven. En ik had zelf de suggestie gedaan, misschien dat een aantal van jullie dat nog kennen, van de politieberichten die voorheen in De Schakel stonden. Dat was altijd mijn favoriete column. Daarin werd beschreven 'in die straat zijn inbraken geweest of zo'. Ik weet niet wat de redenen waren dat het ooit gestopt is, maar daardoor had je als bewoner veel meer inzicht 'hé, momenteel zijn er veel inbraken in huis'.
Of 'hé, momenteel worden er veel fietsen gestolen'. Waardoor je je toch wel weer wat meer bewust werd 'o ja, daar moet ik even op letten'. Dus er wordt wel gekeken en er staat 'we gaan het bespreken', maar ik was ook wel benieuwd of daar nog een terugkoppeling van komt. Portefeuillehouder Van Hemmen: Dank u wel mevrouw Van 't Westeinde. Ik ben blij dat u nog even mondeling toelicht hoe de weerberichten van de politie waren. Ik heb daar nu meer beeld bij. Ik vond het wel een goede suggestie en met die gedachte wil ik hem ook graag meenemen. Wat mij betreft koppelen we dat natuurlijk naar u terug op het moment dat we daar meer van weten. En als het gaat over wanneer het JOP geplaatst zal worden. Ik had al… Hoe heet dat, wanneer we met een voorstel… Ik ben het even kwijt. Wat was uw vraag nu precies? Mevrouw Van 't Westeinde: Ik verwacht eigenlijk dat daar nog een voorstel richting de raad over komt of in ieder geval dat de raad daarover geïnformeerd zal worden, voordat het geplaatst wordt. Dus de vraag is wanneer wij daarover geïnformeerd worden. Portefeuillehouder Van Hemmen: In ieder geval voordat het JOP geplaatst wordt uiteraard. En dit is natuurlijk het makkelijkste antwoord, maar waarschijnlijk is er ook nog budget voor nodig, want er staat niets voor op de begroting. Dus dat zal ook besluitvorming van de raad zelf vragen.
En ik verwacht toch wel dat uiterlijk eind derde kwartaal hier een voorstel komt te liggen. Maar we hebben af en toe wat andere prioriteiten tussendoor. Mijn ambitie was eigenlijk in januari al. Maar dat is helaas niet gelukt, dus ik doe mijn best om het het derde kwartaal nog voor elkaar te krijgen. Mevrouw Van 't Westeinde: En mijn laatste vraag over cameratoezicht, wordt dat meegenomen bij het nadenken over het JOP? Portefeuillehouder Van Hemmen: Cameratoezicht. Daar zit ik eigenlijk heel principieel in. Ik vind dat cameratoezicht een van de instrumenten is waar we altijd het beeld van hebben dat dat heel erg goed gaat helpen, maar de praktijk is dat het veel geld kost en zelden iets oplost. En zelden ook preventief goed werkt. Als het om dit soort jongerenontmoetingsplaatsen gaat, heb ik liever dat er regelmatig contact is met die jongeren om zo het gevoel te hebben dat je de ogen en oren van de verenigingen en ondernemers op dat gebied, meeneemt dan dat je op voorhand camera's neer gaat zetten. Als er echt spannende dingen gebeuren, dan zou ik het kunnen overwegen, maar ik ben er zeer terughoudend in omdat het aan de ene zijde hoge kosten heeft en aan de andere kant de opbrengsten gewoon erg matig zijn. Dat zien we ook in de grote steden. De heer Van der Spek. De heer Van der Spek: Als ik dan nog een suggestie mag doen.
In plaats van camera's kun je ook dummies ophangen op een bepaalde hoogte. Dat scheelt enorm in kosten en het is ook afschrikwekkend bij de jeugd.
Portefeuillehouder Van Hemmen: Dan boffen we waarschijnlijk dat deze vergadering niet op TikTok uitgezonden wordt, dus dan zou dat nog kunnen werken. Dus we zien wel eens dat dat op die manier ingezet wordt, maar met deze vraag kan het al niet meer effectief zijn. Maar het is een goede suggestie, mijnheer Van der Spek. Dank u wel. Is dit voldoende voor u, Mevrouw Van 't Westeinde? Dan gaan wij naar de vijfde vraag die door de heer Van der Eijk, de heer Jongsma en de heer Roeling gesteld is naar aanleiding van de berichten in het AD over het onderzoek naar extreemrechts. Ik begin bij de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter en dank ook voor de antwoorden. Er zit toch wel wat licht tussen de waarheid uit de krant en wat we hier lezen. Dus in ieder geval is het een stuk verduidelijkt. Ik zou wel willen vragen die bevoegdheden wel gepast in te zetten, proportioneel, zodat er geen honderden mensen gevolgd worden, want daar ben ik niet zo'n voorstander van. Er is niemand uit Midden-Delfland gevolgd. Ik hoop dat dat in de toekomst ook niet nodig is. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Jongsma. De heer Jongsma: Bedankt voor het beantwoorden van de vragen. De heer Van der Eijk heeft het nog over personen. In de beantwoording wordt duidelijk over gesproken dat het niet op personen is gericht.
Het verbaast mij wel enigszins omdat ik in andere berichtgeving uit andere gemeenten er wel expliciet over hoor spreken dat er ook naar personen is gekeken. Dan denk ik 'hebben we hetzelfde onderzoek of was dit gewoon een lightvariant en is hier alleen een desktop gedaan?' Ik moet het concreet houden, want ik mag er geen betoog van maken, dus dat is dan wel echt de vraag: hebben we het hier over een ander onderzoek? Dat is mijn eerste vraag. En mijn tweede vraag is eigenlijk: klopt het dat ook het college dus dit rapport niet heeft ontvangen? We hadden inderdaad gevraagd om dit rapport. Ik snap dat we dan alleen het deel van Midden-Delfland krijgen. Dat zouden we graag willen ontvangen. Ik zie ook wel dat er staat dat dat onder geheimhouding is. Dat snap ik, maar wie bepaalt de geheimhouding? Dat vind ik wel een interessante vraag. En als laatste vraag ik me af of eigenlijk vraag ik dat toch gewoon aan u als portefeuillehouder: de Autoriteit Persoonsgegevens vraagt naar dit onderzoek. Als het niet om personen gaat, waarom zou die dan naar dit onderzoek vragen? De voorzitter: Ik ben even de vragen aan het opschrijven, anders ga ik ze niet onthouden. Dan gaan we tot slot naar de heer Roeling. De heer Roeling: De vraag was van 'heeft u onderzoek gedaan naar de inwoners'. Maar dat is niet gebeurd, dat klopt. Mensen zijn geobserveerd, mensen zijn in de gaten gehouden, digitaal.
Dat is natuurlijk het probleem. Zojuist kreeg ik – ik had de vragen en antwoorden even doorgestuurd – als reactie van iemand die er diep in zit, en ik citeer 'de beantwoording valt nauwelijks serieus te nemen. Het werk van Marja, zo te zien'. En met Marja wordt mevrouw Van Bijsterveldt bedoeld. Kortom, voorzitter, wij gaan hier nog wat dieper op in. Ik denk ook dat het vragenuurtje zich niet leent voor dit soort onderwerpen. En daarnaast, en dat sluit een beetje aan bij de heer Jongsma, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens dit in onderzoek. We moeten ons wel realiseren dat als die Autoriteit een boete uitdeelt, dat fors zal zijn. Dan hebben we het niet over enkele duizenden euro's, maar over tientallen tot € 100.000,00. Dus ook daar zijn we benieuwd naar. Maar vooralsnog zeggen wij 'we hebben nu de beantwoording gekregen. Dank daarvoor'. Ook bedankt Marja, ik weet niet wie ik moet bedanken. Maar dat vraagt wel om nadere vragen. Dus dat zullen we doen voorzitter, dank u wel. De voorzitter: Mevrouw Langeveld? Ja, uiteraard. U doet een interruptie op de vragensteller, gaat uw gang. Mevrouw Langeveld: Nee ik wil ook graag nog een vraag stellen over dit onderwerp. Meestal wordt er ook nog de gelegenheid geboden aan overige raadsleden om nog een vraag te stellen.
De voorzitter: Wat mij betreft is dat prima. Ik zat nog even na te denken over de beantwoording, dus vandaar dat ik… Mevrouw Langeveld: Dan mag u nog even langer nadenken. De voorzitter: Ja, dat helpt mij. Dank u wel. Mevrouw Langeveld: Ik heb nog even een aanvullende vraag, vooral ook bij wat de heer Jongsma aangaf. Ik heb ook de beantwoording van u gelezen waarin heel duidelijk naar voren komt dat het niet over personen gaat. De heer Jongsma geeft aan dat hij ook wel het idee heeft, of dat hij in ieder geval heeft begrepen dat het in sommige gevallen wel om een persoon is gegaan, vanwege de AVG. Ik ben heel erg benieuwd. De gemeente Westland heeft ook vragen gesteld over dit onderwerp. Heeft u de beantwoording van de vragen die wij hebben gekregen ook afgestemd met de gemeente Westland, dat wij daar straks niet in de media een ander soort antwoord op ontvangen dan wat wij van u hebben gekregen? Dus daar ben ik even benieuwd naar. Portefeuillehouder Van Hemmen: Anderen nog? Nee. Ik vind het altijd wat ingewikkeld op het moment dat er zaken in de pers komen waar geheimhouding op ligt, dan denk ik altijd bij mezelf 'ik zie veel gespeculeer - daar is het woord weer – in de pers en dat is het goed recht van de pers'. Zeker als ik zie wat er in Zoetermeer gebeurd is, dat een gemeente excuses moest aanbieden, kan ik me heel goed voorstellen dat dit verder uitgelopen wordt.
Ik heb naar aanleiding van het eerste krantenartikel het document opgevraagd, want ik kende het niet omdat het al een aantal jaar geleden is uiteraard. Ik heb kennisgenomen van de inhoud en mijn conclusie was dat het in ieder geval voor wat betreft Midden-Delfland een storm in een glas water is. En met 'voor wat betreft Midden-Delfland' bedoel ik nadrukkelijk dat ik niet gekeken heb naar de rest, omdat dat voor mij niet belangrijk is. Het gaat mij om wat voor de gemeente Midden-Delfland belangrijk is. Het gaat dus over hetzelfde onderzoek, mijnheer Jongsma, het onderzoek waarover geschreven wordt en het onderzoek dat ik nu heb en ken, is volgens mij hetzelfde onderzoek als waar deze vragen over gesteld zijn. Het klopt dat het college het ook niet had. Dat is een keuze en dat heeft mijn voorganger gedaan. Ik ben zijn opvolger en ik sta ervoor dat die keuze gemaakt is, maar op basis van de huidige vragen vind ik het geen enkel probleem om de informatie, voor zover het Midden-Delfland betreft, met u te delen. Dat is meer vanuit het respect dat ik heb naar mijn collega's omdat daar in het verleden de afspraak is geweest daar geheimhouding op te leggen. Dat betekent wel dat hier eerst geheimhouding opgelegd moet worden en over geheimhouding heeft u eerder vandaag een besluit genomen. En volgens die regels zal het gebeuren.
Dus het gaat eerst naar het college en dan naar u en daarna zal ik het met u delen als het gaat om de inhoud, Waarom de Autoriteit Persoonsgegevens dit opgevraagd heeft, weet ik niet. Het is een autonome en onafhankelijke organisatie. Als zij daar aanleiding toe zien, nemen ze dat op en zij zullen dat toetsen. Ik maak me geen zorgen over de situatie in Midden-Delfland. Want er zijn geen individuen gevolgd. Het enige wat gebeurd is, zoals ik al eerder aangaf, deskresearch. Er is gekeken naar uitingen die voorbijkomen en er is met professionals gesproken, dus er is niet gekeken naar specifieke personen. Even kijken dan. De vraag van mevrouw Langeveld over of de beantwoording is afgestemd met de gemeente Westland. Ik ga als burgemeester - dat is tegelijkertijd ook een reactie op de heer Roeling, omdat hij een aantal keer de voornaam van mijn collega uit Delft noemt en ik neem aan dat hij haar bedoelt – over mijn eigen beantwoording als burgemeester. Ik heb deze beantwoording niet afgestemd, anders dan dat ik even gevraagd heb 'hoe zijn jullie daar in jullie raad mee omgegaan?' En ik constateer, dat is met name in Delft, ik heb de collega van Westland niet meer aan de lijn gehad vandaag, dat in Delft het stuk ook onder geheimhouding gedeeld is met de toenmalige raad in die tijd en daar heeft de burgemeester die keuze gemaakt.
Dan wil ik nogmaals even onderstrepen, mijnheer Roeling, u geeft aan dat er personen in de gaten gehouden zijn. Naar wat ik gelezen heb, is daar geen sprake van. Ik wil dat echt even onderstrepen, want anders gaat hier een beeld ontstaan dat wij hier onze inwoners in de gaten houden. En dan sta ik echt zeer nadrukkelijk achter de oproep dat wij als burgemeesters onze bevoegdheden proportioneel moeten inzetten - ik parafraseer even de heer Jongsma - ik vind niet dat je zomaar met een soort van sleepnet over onze inwoners kan gaan en dat zal ik ook als burgemeester zeker niet doen. Tenzij er aanleiding is dat ik denk 'dit is relevant om iets mee te
doen'. Maar dat zal ik zeker proportioneel doen. Maakt u zich geen zorgen. Het beeld dat nu in de krant staat, is niet zoals ik als burgemeester in de wedstrijd zit. En ik hoop dat dat voor alle burgemeesters in Nederland geldt. Tot zover. Geeft dit nog aanleiding tot aanvullende vragen? Mijnheer Jongsma en dan de heer Roeling. De heer Jongsma: Voorzitter, bedankt voor de beantwoording. Een vraag: zou u met de kennis van nu de volgende keer de raad ook weer niet informeren vooraf, of zou u dat wel doen? Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik kan mij niet verplaatsen in de situatie van 2019. Ik ben wel van de school dat ik graag transparant ben over zaken die er zijn, dus op het moment dat ik in de situatie kom dat wij een onderzoek met elkaar doen in het district en met elkaar afspreken dat het geheim is, zou ik wel afspraken maken over hoe ik op zijn minst het college en daar waar mogelijk ook de raad zou informeren. Dus ik zou daar gewoon vooraf afspraken over gemaakt hebben om daarmee om te gaan. Maar goed, dat zegt ook iets over wat mijn paradigma is van hoe ik als burgemeester in de wedstrijd zit. Maar het kan heel goed zijn dat mijn voorganger er heel goede argumenten voor gehad heeft, dus ik wens daar ook geen enkel oordeel over uit te spreken. De heer Roeling. De heer Roeling: Over de geheimhouding.
Volgens mij werkt het zo dat het college geheimhouding oplegt, dat doorgeleidt naar de raad en dan moet de raad in zijn eerste raadsvergadering die geheimhouding bekrachtigen, of niet? Wat er afgesproken is in buurgemeente Delft, daar kunnen wij niet zoveel mee. Dus dat lijkt mij wel de juiste volgorde. Verder wordt er gezegd 'de professionals – dan hebben we het over jongerenwerker, straatcoaches – is gewoon gevraagd 'zien jullie signalen?' Dat is wel degelijk vragen naar 'is er wat?' Het vissen naar iets dat er niet is, zoals in de krant stond. Dus wij zijn nog steeds niet tevreden met de beantwoording. Maar dat heb ik in eerste termijn al aangegeven, dat zal een vervolg krijgen. En verder is de vraag: hoe gaan we dit een volgende keer voorkomen? Dat is natuurlijk verdomd lastig. Dit is ook maar zomaar ontstaan. En 'het stelt allemaal niks voor', dat delen wij niet. Dus ik zou zeggen: college, de vraag ligt dan bij u, hoe gaan we dit een volgende keer voorkomen? Wij kunnen daar als raad... Wij zijn afhankelijk van de informatie die we ontvangen van het college. Vooraf, tijdens, achteraf. Bedenk een modus. Maar voor ons is zo dat we na enkele jaren horen dat er iets gebeurd blijkt te zijn waar wij part noch deel aan hadden en ook niet van op de hoogte waren gehouden.
Hoe denkt het college dit soort situaties in de toekomst te voorkomen? U doet daar zo luchtig over 'ach, het stelt allemaal niet zoveel voor'. Dan ligt het gevaar op de loer dat zoiets vrij snel nog een keer kan gebeuren en dat willen we nou juist niet. De voorzitter: Ik zie de heer Gebben met een interruptie. De heer Gebben: Het is ook geen interruptie want ik wilde ook nog een vraag stellen en ik laat het even zo een beetje bezinken. Maar er wordt onderzoek gedaan naar het hele onderzoek. Is het echt zo dat het onderzoek in de verschillende gemeenten gesplitst kan worden en dat we niet later alsnog, omdat het één geheel onderzoek betreft, alsnog een boete krijgen van de Autoriteit Persoonsgegevens? De voorzitter: Ik ga straks eerst even de heer Roeling beantwoorden. Maar eerst mevrouw Langeveld nog. Mevrouw Langeveld: Ik heb daar ook nog een aanvullende vraag op. Zou het ook kunnen zijn in het onderzoek dat er in de ene gemeente, bijvoorbeeld in Delft, een veel grotere gemeente dan Midden-Delfland, wel onderzoek is gedaan naar personen en bij ons in de gemeente niet en dat daar ook willekeur in is geweest? Daar ben ik benieuwd naar. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik begin even bij de heer Roeling. Ik maak toch wel ernstig bezwaar tegen het woord 'luchtig'.
Ik heb hier volgens mij richting de heer Jongsma heel duidelijk aangegeven hoe ik in de wedstrijd zit als het gaat om burgerrechten. En wat mij betreft, als u dat luchtig vindt, dan weet ik niet hoe ik u duidelijk moet maken dat voor mij burgerrechten heel erg
belangrijk zijn. Ik heb zelfs gezegd dat ik hoop dat dat voor elke burgemeester in Nederland geldt, dus ik weet niet waar u behoefte aan heeft. Daarnaast hoor ik u een aantal aannames doen. Die baseert u ergens op. Ik vind dat op zich prima. U heeft recht op uw eigen aannames, maar dat is wat anders dan dat dat gelijk de waarheid is. Ik zou u willen vragen om te wachten tot u het stuk gelezen heeft. En dan vervolgens uw aannames te toetsen en van daaruit ook met mij gewoon het debat aan te gaan. Als dat nodig is, sta ik daar zeer wel voor open om het debat aan te gaan, maar laten we uitkijken dat we nu niet op een of andere… Met alle respect, het risico van speculatie ligt hier echt op de loer. Dus laten we uitkijken dat we dus niet met elkaar een beeld gaan scheppen dat de gemeente Midden-Delfland op heksenjacht is naar mensen die tegen een azc zijn. Ik heb daar echt heel veel moeite mee als dat het beeld zou zijn. Want zo gaan wij als overheid dat niet doen en als het wel gebeurt, hebben we gelukkig checks and balances die daar hard op in zullen grijpen. Ik kan niet garanderen dat er geen fouten gemaakt zijn, maar voor zover ik kan overzien, is dit gewoon een heel normaal onderzoek geweest. Dat is even hoe het staat. Dan de vraag van mevrouw Langeveld. De heer Roeling? De heer Roeling: Nu begint u er weer over dat er aannames zijn.
U heeft geïnformeerd en wat u opschrijft, is ook een aanname. Kunnen u en ik dan niet afspreken dat we de Autoriteit Persoonsgegevens afwachten, waar die mee komt, en dat we dat als waarheid aannemen en dat we niet gaan jij-bakken 'ja, maar dat is een aanname'. Vervolgens zeg ik 'maar wat u als antwoord geeft, is ook een aanname'. Ik bedoel, kunnen we afspreken dat we wachten tot de Autoriteit Persoonsgegevens met een uitkomst komt, of met een rapportage, ik weet niet waar ze mee komen, en dat we dat voor waar aannemen en in de tussentijd niet gaan jij-bakken? Bent u daartoe bereid? Portefeuillehouder Van Hemmen: Mijnheer Roeling, ik vind het heel vervelend dat u het gevoel heeft dat ik aan het jij-bakken ben, want zo heb ik dat niet bedoeld. Maar ik hoorde u een stelling innemen terwijl u het stuk niet kent, terwijl ik het stuk wel ken. Daarom is dat wat ik zeg geen aanname. Dat is gewoon wat ik uit het stuk gehaald heb, hoe ik gezien heb dat het onderzoek gedaan is en wat er in dat stuk staat. Ik heb dit niet bedoeld als jij-bakken. Ik heb dit vooral als pleidooi gedaan 'laten we zorgen dat we hier niet het beeld laten ontstaan dat wij als burgemeesters of als burgemeester in deze gemeente een heksenjacht houden naar mensen die een onwelgevallige mening hebben in de ogen van sommige mensen'. Want dat is ook waar sprake van is. 2019 was een iets andere tijd dan nu.
Dat realiseer ik me ook, maar ik zou het heel jammer vinden als we met dat gevoel weggaan. Als u dan zegt 'zullen we wachten tot de Autoriteit Persoonsgegevens klaar is?' Ik gun u de inhoud van het stuk op het moment dat ik dat met u kan delen, dus dan delen we dat met u en ik vind het prima om, als de Autoriteit Persoonsgegevens hier een oordeel over gevestigd heeft, dat zal een openbaar oordeel zijn, dan met u het debat aan te gaan. En op het moment dat dan blijkt dat de burgemeester, en dan ben ik het ambt burgemeester, dus dat mijn ambt gefaald heeft, zullen er ook excuses van mijn kant komen. Maar ik kan me niet voorstellen dat dat het oordeel zal zijn. Ze zullen vast verbetervoorstellen hebben, maar dat is ook de kwaliteit van de Autoriteit Persoonsgegevens. Dat ligt niet specifiek aan dit stuk. Dan had ik mevrouw Langeveld nu al antwoord gegeven, of niet? Ik ben even kwijt… Ik heb het woord willekeur opgeschreven, maar ik ben de vraag even kwijt, excuus. Mevrouw Langeveld: Ik kan het nog wel even kort herhalen. Kan het zo zijn in het onderzoek – want het onderzoek heeft in meerdere gemeenten plaatsgevonden – dat er in de ene gemeente wel onderzoek is gedaan naar eventuele personen en in onze gemeente niet? Kan dat? Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik kan het niet uitsluiten omdat ik geen kennis genomen heb van andere delen van het onderzoek.
Ik heb me alleen geconcentreerd op het deel dat over Midden-Delfland ging, dus ik kan het niet uitsluiten. Is dit voldoende zo? Mijnheer Gebben. De heer Gebben: Ik had u een vraag gesteld over het feit dat de Autoriteiten Persoonsgegevens onderzoek doet naar het gehele onderzoek. En u stelt heel stellig dat verschillende gemeenten een
apart onderdeel hebben, maar het was wel een en hetzelfde onderzoek. Dus ik vroeg me af, kan het zijn dat wij straks toch beboet worden terwijl we misschien geen personen hebben gevolgd? Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik heb daar onvoldoende verstand van. Ik kan het niet uitsluiten. Nee. Het enige dat ik weet is dat de burgemeesters van vier gemeenten met elkaar opdracht gegeven hebben tot een onderzoek, dat de gemeente Delft de budgethouder was. En dat is de reden dat de rol van de collega uit Delft, mevrouw Van Bijsterveldt daar wat prominenter in lijkt, maar dat was vooral een soort van penvoerderrol, en dat de collega-burgemeesters met elkaar besloten hebben dat het stuk geheim zou moeten zijn. En het is niet iets – dat was overigens ook nog een opmerking van de heer Roeling waar ik nog op wilde reageren – dat wij ons moeten verhouden tot wat de gemeenteraad van Delft doet, integendeel. Dit is iets wat mijn voorganger afgesproken heeft en dus 'de burgemeester' afgesproken heeft met zijn collegaburgemeesters. En daar sta ik dus ook achter want dat is op zich helemaal niet vreemd om te doen. Is dat voldoende, mijnheer Gebben? De voorzitter: Dan was dat de mogelijkheid tot het stellen van vragen.
9.
Sluiting
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 11. Dat is de sluiting van de vergadering. De agenda bevat geen onderwerpen meer en daarmee is de laatste vergadering voor de zomer ten einde. Het is goed dat we allemaal even afstand nemen van de dagelijkse beslommeringen en de accu weer opladen voor de tweede helft van het vergaderjaar. Ik wil u daarom een zeer goed reces toewensen. En geniet van alle mooie dingen die in deze gemeente georganiseerd worden, want dat wist ik vorig jaar nog niet, maar het is echt heel tof. Ik hoop dat u daarvan mee gaat genieten. Ik probeer daar ook een gezicht te laten zien en wij zien elkaar of zo meteen in de foyer of aanstaande vrijdag bij de afsluitende barbecue. Dank u wel en wel thuis.
Aldus vastgesteld in de vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland op 26 september 2023.
de griffier, A. de Vos
de voorzitter, drs A.P.J. van Hemmen