2023 m 07 d 04 Vsl raad
Tekst van het document
Notulen van het verhandelde in de openbare vergadering van de raad van de gemeente Midden-Delfland, gehouden op dinsdag 4 juli 2023, 19.30 uur. Voorzitter
: drs. A.P.J. van Hemmen, burgemeester
Griffier
: A. de Vos
Aanwezig : de heer J. van der Eijk (VVD), de heer A.J. Gebben (VVD), de heer J.G. Jongsma (OGP Midden-Delfland), de heer N.C. Knaap (OGP Midden-Delfland), mevrouw S.A. Koppert (OGP Midden-Delfland), mevrouw D. Langeveld (CDA) de heer F.J. van Lier (Mijn Partij), de heer J.J.C. Moerman (VVD), de heer P.W. van Rijs (CDA), de heer R.H.P. Ringeling (ChristenUnie), de heer E.N.H. Roeling (Mijn Partij), de heer N.J. Ruiterman (Mijn Partij), de heer P.W. Scholtes (D66), de heer J.P. van der Spek (Mijn Partij), mevrouw V. van 't Westeinde (CDA) en de heer R.H.G. Zwaard (CDA) Afwezig
: de heer R.E. Vieira (D66)
Tevens aanwezig: mw. M. Oderwald-Ruijsbroek, mevrouw W. Renzen-van Leeuwen, de heer F.A. Voskamp, wethouders
1.
Opening van de vergadering
De voorzitter: Dames en heren, ik open de vergadering. We hebben bericht van verhindering van de heer Vieira, van de fractie van D66, die heeft een heuglijk feit in de privésfeer. Vanavond is de laatste vergadering voor de zomervakantie. We hebben 21 inhoudelijke beslispunten op de agenda en diverse vragen bij de rondvraag. Maar ik hoorde iemand eerder zeggen dat het een korte vergadering zou worden. Dus ik ben heel benieuwd of dat ook gaat lukken.
2.
Regeling der werkzaamheden
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 2, de regeling van de werkzaamheden. De gemeenteraad behandelt de ingekomen stukken die in de periode van 17 mei tot en met 28 juni 2023 bij de griffie zijn binnengekomen. Dat gaan we per lijst behandelen. Over lijst A, Brieven van het college. Iemand? Nee. Lijst B. De heer Zwaard. De heer Zwaard: We hadden vragen gesteld omtrent de Veteranenombudsman. De beantwoording die we hebben gekregen volstaat. Er wordt wel bij opgemerkt dat bij de eventuele Dag voor de Veteranen dit onderwerp aan de kaak gesteld wordt en voor het voetlicht gebracht kan worden. Daar hechten wij waarde aan. We zouden het waarderen als dat gebeurt. De voorzitter: Dat komt goed. Ja. Daar ga ik zelf over, dus ik zal daarvoor zorgdragen. Dank u wel. Verder nog iemand over lijst B? Niemand, dan gaan we dat doen zoals we afgesproken hebben. Lijst A en B worden ongewijzigd vastgesteld.
3.
Spreekrecht voor belangstellenden
De voorzitter: Er zijn geen aanmeldingen ontvangen voor het spreekrecht dus kunnen we naar agendapunt 4.
4.
Vaststellen van de agenda
De voorzitter: De agenda is zoals die voorligt het resultaat van de commissiebehandeling en het college heeft u gisteren een dringend verzoek gedaan om punt 8 Aankoop van de gronden bedrijvenschap Harnaschpolder niet vanavond te behandelen. De vraag is: kunt u instemmen met de agenda en het verzoek van het college? Mijnheer Knaap, mijnheer Roeling en dan mijnheer Van der Eijk.
De heer Knaap: Het korte antwoord is nee, wij zouden toch graag het stuk over Bedrijvenschap Harnaschpolder bespreken vanwege twee redenen. Er is denk ik genoeg om even over te praten en met name om het college een richting mee te geven voor wat het voornemens is dan in september. En ten tweede toch ook wel de principiële vraag, dit is al de vierde keer volgens mij dat er ineens iets van de agenda wordt gehaald. Ik denk dat het wel goed is dat we het daar wel even over hebben. De voorzitter: Dan zag ik mijnheer Roeling. De heer Roeling: Wij willen gewoon het college in de gelegenheid stellen om de bij ons levende vragen te beantwoorden, met name na de mail van gisteren. Dus nee, niet van de agenda halen. De voorzitter: Dan de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De VVD is er ook geen voorstander van om het van de agenda te halen en zou het graag bespreken. De voorzitter: Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Wat ons betreft, zou het wel van de agenda mogen, maar ik constateer dat daar geen meerderheid voor is. Dus het zal op de agenda blijven.
Wel het verzoek aan mijn mederaadsleden of het misschien mogelijk is dat we zeggen 'we kijken wat er voor vragen rond dit voorstel leven om dat met elkaar te bespreken, maar het vandaag niet ter stemming te brengen en college alsnog de gelegenheid te geven om te zorgen dat het een beter voldragen plan wordt waar we dan met zijn allen op een later tijdstip en met de juiste plannen voor of tegen kunnen stemmen'. De voorzitter: Ik stel voor dat we dat meenemen als de behandeling van het stuk plaatsvindt. Ik kijk nog even naar D66 en de ChristenUnie of zij ook nog iets willen toevoegen. De heer Ringeling: Volgens mij doen wij er al niet meer toe en is er een meerderheid om het door te laten gaan, dus op zich gaat het dan door. De voorzitter: U doet er nog steeds toe, hoor, mijnheer Ringeling. Ik wil de volgende keer wel bij u beginnen, als dat helpt. Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, daar wil ik mijn betoog ook even mee beginnen. Wij doen er zeker weten toe, mijnheer Ringeling. Laat dat even vooropstaan. Wat ons betreft had het ook gewoon van de agenda gemogen, we hebben veel liever dadelijk in september een compleet stuk met alle informatie om over te beslissen en misschien nog wel dingen die we niet weten. Maar we kunnen ons ook neerleggen bij het feit dat er een meerderheid voor is om het te bespreken voorzitter. De voorzitter: Dank u wel.
Voor de rest gaat u akkoord met de voorliggende agenda? Ja, dan is de agenda bij dezen vastgesteld. De agenda wordt ongewijzigd vastgesteld.
5.
Hamerstukken
5a. 5.a.1 5.a.2. 5.b. 5.c 5.d. 5.e. 5.f. 5.g. 5.h.
Vaststellen van de notulen vorige vergadering Verslag openbare vergadering d.d. 17 mei 2023 Verslag openbare vergadering d.d. 23 mei 2023 Voorstel Aanwijzing WOS als lokale publieke media-instelling Voorstel Eerste wijziging Legesverordening Voorstel ontheffing ingezetenschap wethouder M. Oderwald-Ruijsbroek Aanvraag Vangnet BUIG 2022 Voorstel wijziging GR Serviceburo Jeugdhulp Haaglanden Voorstel financiële stukken Serviceburo Jeugdhulp Haaglanden Voorstel financiële stukken GGD en Veilig Thuis Haaglanden
5.i. 5.j. 5.k. 5.l. 5.m. 5.n. 5.o. 5.p. 5.q. 5.r.
Voorstel financiële stukken Avalex Voorstel financiële stukken ODH Voorstel financiële stukken Veiligheidsregio Haaglanden Voorstel financiële stukken MRDH Voorstel Verlenging bruikleenovereenkomst Tiny Houses Voorstel Huisvestingsverordening Midden-Delfland 2023 Voorstel actualisatie grondexploitaties per 1 januari 2023 Voorstel inzake Jaarrekening 2022 Voorstel 2e periodiek begrotingswijziging 2023 Voorstel inzake financiële stukken Bedrijvenschap Harnaschpolder
De voorzitter: Dan constateer ik dat het helder is welke hamerstukken er zijn. Dat zijn de hamerstukken 5.a. tot en met 5.r., dames en heren. Dat zijn wel erg veel hamerstukken maar dat zorgt wel dat er erg veel agendapunten tegelijkertijd behandeld worden, ik mag aannemen dat die allemaal akkoord zijn? Dan zijn die bij dezen vastgesteld.
6.
Voorstel Verordening delen van informatie onder geheimhouding MiddenDelfland 2023
De voorzitter: Dan komen we bij de het voorstel Verordening delen van informatie onder geheimhouding. Ik ben de portefeuillehouder, maar ik zou voor willen stellen dat we even kijken of dat een inhoudelijk debat wordt. Zo ja, zal ik de plaatsvervangend voorzitter vragen om mijn plaats in te nemen. In 2022 is de Wet bevorderen integriteit en functioneren decentraal bestuur aangenomen, een deel gaat over onder andere de aanscherping van de integriteitsregeling, stemonthouding, onverenigbare betrekkingen en bekendmaking nevenfuncties, is in werking getreden op 1 januari 2023. De wijzigingen hebben nagenoeg geen materiële consequenties voor onze gemeente. Een tweede deel gaat over het opleggen van geheimhouding en delen van geheime informatie en dat is op 1 april 2023 in werking getreden. Deze wijzigingen maken het noodzakelijk administratieve procedures te herzien en nog bewuster om te gaan met het opleggen van geheimhouding. Het college stelt daarom voor om de verordening Delen van informatie onder geheimhouding Midden-Delfland 2023 vast te stellen en hiermee worden de administratieve procedures juridisch vastgelegd. Aan de verordening is een inhoudelijke toelichting verbonden.
Bij de commissiebehandeling is gebleken dat de fractie van het CDA nog enkele vraagtekens heeft bij dit voorstel en het college heeft in ieder geval inspanningen gepleegd om deze vragen en daarna nog gestelde vragen te voorzien van een reactie. Ik neem aan dat het CDA nog het woord wenst te voeren en ik zou graag willen weten wie er nog meer het woord wensen te voeren. Mevrouw Van 't Westeinde, neem ik aan? Mevrouw Van 't Westeinde: Ik wil het college bedanken voor de beantwoording. Het had even een aantal rondes nodig, maar het is me nu helemaal helder geworden. Er rest toch nog een vraag daarover. Het is namelijk, zo begrijp ik het nu, niet mogelijk om commissieleden dus voor raadsvergaderingen ook de stukken in te laten zien, want met name voor eenmansfracties is dat op het moment dat we het enkel in een raadsvergadering doen, wel een lastige overweging. Dus nog een keer: we zouden niet op een manier er toch voor kunnen zorgen dat de commissieleden dat voor raadsvergaderingen ook zouden mogen inzien? Dat is vanuit de wet niet mogelijk? Dat was mijn laatste vraag. Dank u wel. De voorzitter: Ik kijk even naar de griffier. Nee. Het gaat alleen over de geheime stukken. Ja, helaas moet ik u hierin teleurstellen. Dan wil ik vragen of het voorstel nog in stemming gebracht moet worden of mag ik ervan uitgaan dat het akkoord is? Dan is het bij dezen vastgesteld.
Het voorstel wordt unaniem aangenomen. 7. Voorstel Krediet aanpak opstellen Toekomstvisie 2050 De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 7, ook mijn portefeuille maar ik durf de gok aan dat dat ook geen heel uitgebreid debat gaat worden met de portefeuillehouder. Dat gaat over de Krediet aanpak opstellen Toekomstvisie. U heeft daar het nodige over gezien. Ik ga het even wat
compacter doen. De fractie van het CDA heeft in de commissievergadering aangegeven dat ook bij dit onderwerp van belang is het nogmaals te bespreken vanavond. Hierbij kan ook worden betrokken hetgeen te berde is gebracht bij de presentatie van het plan van aanpak door het uitvoerend bureau. Ik geef dus in ieder geval de fractie van het CDA hier de gelegenheid toe, maar ik kan me voorstellen dat ook anderen daar nog een paar woorden aan toe willen voegen. Ik kijk even rond. Niemand, dan kijk ik naar mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: We hebben als CDA aandachtig geluisterd naar de presentatie van het bureau Futureconsult en we zijn blij dat we dit punt toch nog eventjes bespreken. Er leefden bij ons toch nog een aantal vragen naar aanleiding van de commissievergaderingen. Dat was met name over de rol die de raad gaat vervullen in het hele traject. Tot onze geruststelling kunnen we vaststellen dat de uitleg die Futureconsult daar gegeven heeft die avond goed was, prima. Wij worden daar voldoende in meegenomen, dus dat is prima. We hebben nog wel een vraag erbij. Naast het budget van € 125.000,00 dat vastgesteld is voor dit project zijn er wellicht nog wat extra andere kosten bij het opstellen van deze toekomstvisie en dan bedoel ik niet van het bureau, maar ik denk dat wij als gemeente daar wellicht nog andere kosten voor zullen maken. Meerdere kosten.
Is dat zo? En zo ja, is dat inzichtelijk te maken? Dat hoeft niet à la minute vandaag. Maar zijn er nog meer de kosten te verwachten en zo ja, kunt u vertellen hoeveel dat eventueel behelst? Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik geef mezelf even het woord als voorzitter dan om deze vraag te beantwoorden. Op zichzelf zou het budget dat hier gevraagd is, toereikend moeten zijn voor het hele traject. Dus ik verwacht daar geen extra kosten bij. Mocht het college constateren dat het nodig is, dan kunnen we daar altijd nog voor bij u terugkomen. Maar zoals we het nu opgesteld hebben, is de verwachting dat dat voldoende zal zijn. Dus bij dezen de beantwoording. Verder had niemand daar het woord over te voeren. Dan kan ik mij voorstellen dat dit voorstel nog in stemming gebracht moet worden, of is iedereen akkoord? Daarmee is het vastgesteld. Het voorstel wordt unaniem aangenomen.
8.
Voorstel aankoop gronden Harnaschpolder
De voorzitter: Dan komen we bij agendapunt 8. Voorstel aankoop gronden Harnaschpolder. Bij het vaststellen van de agenda heeft de raad besloten dit punt toch inhoudelijk te behandelen en bij de commissievergadering zijn diverse vragen gesteld die het college van een reactie heeft voorzien. Ik neem nog even mee wat de aandachtspunten waren van de commissie waar nog naar gekeken mag worden. De commissie bespreekt het voorstel en geleidt het door als bespreekpunt naar de raad met onder andere de aandachtspunten: de inzetten en het tijdsverloop voor de acquisitie van de lokale bedrijven, het dragen en doorberekenen van de kosten van de acquisitie, de financiële gevolgen voor de gemeente na de aankoop en de mogelijkheden van tijdelijk ander gebruik bij het uitblijven van belangstelling. U kent het verzoek van het college en daar heeft u een keuze op gemaakt. Dat is uw goed recht. Dat betekent dat u dus niet alle informatie heeft op het moment dat u hier het debat over voert. Daarnaast wil ik u erop wijzen dat we vanavond niet kunnen debatteren over speculaties en daar wil ik ook wel even de aandacht voor vragen. Uiteraard heeft u alle ruimte voor de processen, maar laten we wel oppassen dat we hier wel bij het onderwerp blijven. En dan wil ik graag van u weten wie het woord wenst te voeren. Ik neem aan alle fracties, mijnheer Zwaard.
De heer Zwaard: Ik had bij het vaststellen van de agenda de vraag gesteld of we met elkaar konden kijken of we dit inhoudelijke stukje konden bespreken, zonder het in stemming te brengen. De voorzitter: Ja, mijnheer Zwaard, dat is wat mij betreft nu onderdeel van het debat. Het is niet een voorstel. U doet nu een voorstel en daar mogen de andere fracties op reageren wat mij betreft. Zo heb ik hem bedoeld. De heer Zwaard: Prima, ik geef het even mee.
De voorzitter: Dat is goed dat u dat nog een keer onderstreept. Wie wenst het woord voeren? Ik zie de heer Ruiterman, de heer Zwaard, de heer Knaap, de heer Van der Eijk, en de heer Ringeling. We beginnen bij de heer Ruiterman. Gaat uw gang. De heer Ruiterman: Ik heb een heel concrete vraag. Gisteren is er inderdaad een mail gestuurd van het college waarin wordt gesproken over een link die aanwezig is met het raadsvoorstel dat voorligt. Mijn vraag is: welke link is dat? Wat is de link? Dat was hem. De voorzitter: De heer Zwaard. De heer Zwaard: In de eerste termijn had ik niet zo heel veel te melden, los van het feit dat wij toch graag zien dat we het college de ruimte geven om met een verbeterd voorstel te komen. Die vraag is ook gesteld, dus wat ons betreft zou dat de insteek moeten zijn. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Vooropgesteld, als dit voorstel gewoon was behandeld zoals het is voorgesteld, waren wij als fractie OGP Midden-Delfland niet akkoord gegaan, dus in die zin is het goed dat er een beter voorstel komt. Daar willen we wel wat bij meegeven. Het voorstel dat voorligt, kent nogal een groot financieel risico en dan kijken wij ook eventjes naar de totale reservering waar we al jaren voor sparen voor de hele Harnaschpolder.
Het risico dat op deze aankoop rust, is ongeveer even groot als het risico op de hele Harnaschpolder waar we al een reservering voor hebben en dat vinden wij gewoon heel veel. Dat is ook de reden dat wij het college, als we dit in stemming zouden brengen, eigenlijk met een amendement zouden willen vragen om dat anders te krijgen. Dat gaan we nu niet doen, maar ik wil wel het college een paar vragen stellen of het ergens toe bereid is. Die lees ik gewoon even netjes op: is het college bereid om inzichtelijk te maken welke scenario's/mogelijkheden er naast het huidige scenario zijn, waarbij de kavels gewoon alleen door Midden-Delfland worden aangekocht en ook wat hier de financiële consequenties van zullen zijn? En is het college ook bereid om daar in ieder geval een al dan niet afgeslankt bedrijvenschap of een andersoortige constructie in mee te nemen waarin bijvoorbeeld samen met Den Haag de risico's voor die aan- en verkoop van die laatste kavels worden gedeeld? Is het college ook bereid om zo snel mogelijk inzicht te geven aan de raad, al dan niet vertrouwelijk, met welke bedrijven in Midden-Delfland gesprekken gaande zijn die mogelijk voor deze kavels in aanmerking zouden kunnen komen en de termijn waarop deze waarschijnlijk zouden kunnen worden overgedragen? En is het college bereid om ook inzicht te geven in de mogelijkheden voor tussentijdse exploitatie en de effecten
daarvan op de begroting van MiddenDelfland? Onze laatste vraag was om dat zo snel mogelijk te doen, maar volgens mij is het college voornemens om in september met een nieuw voorstel te komen. Dus ik ben vooral benieuwd naar deze vier vragen. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: De VVD gaat er altijd van uit dat als er een voorstel naar de commissie komt, dat af is en dat daar alles in zit om het goed te kunnen beoordelen. Dat lag er tot gisterochtend blijkbaar. Dus dan vinden we dit wel een vreemde gang van zaken. Kijk, er zijn wel vaker dingen aan de orde en die zijn dan in commissieverband maar die worden dan ook niet vlak voor de raadsvergadering van de agenda gehaald. Nu wil het college met een beter voorstel komen. Wij hebben al eerder aangegeven bij andere dingen, dit lijkt gewoon op een vorm van actief grondbeleid. We hebben vorige week als gemeenteraad een soort masterclass gehad, voorzitter en actief grondbeleid houdt in dat rentelasten op de exploitatie komen. Die rente kunnen wij niet uitgeven aan jeugdzorg, armoedebestrijding, SWMD, openbare ruimte. Dus wat dat voorstel ook zal zijn, als er rentelasten op de exploitatie komen, dan is het zeer onwaarschijnlijk dat de VVD een dergelijk voorstel zal steunen.
Dat we gisteren ad hoc een brief kregen van de gemeentesecretaris en niet van de voorzitter van de raad, dat maakt mij toch wel aan het twijfelen over hoe hier de algemene coördinatie van bestuur is. De voorzitter: Mijnheer Scholtes.
De heer Scholtes: Wij blijven bij het punt: als gemeente en als gemeenteraad hebben wij de taak om gemeenschapsgeld goed te besteden, om daar de juiste dingen mee te doen en inderdaad te kijken 'wat kunnen we voor elkaar krijgen?' Uiteindelijk is het doel dat hier staat in dit voorstel het kunnen verplaatsen van bedrijven om vervolgens ruimte te maken voor woningbouw. Dat is volgens mij een doel dat we met zijn allen nastreven, dus in dat opzicht zouden wij natuurlijk volmondig ja moeten zeggen met zijn allen. Ook kunnen we ons inleven in de verwoording van de VVD dat het wel een grote impact heeft op onze komende begrotingen. Het is natuurlijk wel gewoon ruim € 300.000,00 die je ieder jaar gewoon moet afschrijven, die je inderdaad niet kunt uitgeven aan andere maatschappelijke doelen die we ook met zijn allen willen behalen. Dus vanuit dat oogpunt kan ik ook wel volgen dat we zeggen 'we moeten hier wel iets mee'. Wij vinden als fractie - we hebben natuurlijk wel ooit in 2019 een motie aangenomen om die gronden te reserveren – dat wij als gemeente Midden-Delfland wel een bepaalde verantwoordelijkheid hebben over deze gronden. Uiteindelijk zijn we wel heel erg benieuwd naar een mogelijk verbeterd voorstel of een iets ander initiatief zodat wij deze verantwoordelijkheid als gemeente wel kunnen nemen, die we ooit zijn aangegaan met het bedrijvenschap.
Dus dat is uiteindelijk een beetje hoe wij er in die zin in staan. De VVD refereerde er al aan, we hebben natuurlijk wel een masterclass actief grondbeleid en hoe daarmee om te gaan gehad. Uiteindelijk is daar ook naar voren gekomen dat er in de nieuwe wet wonen ook nog een aantal andere instrumenten komen. We willen dan het college misschien wel vragen om gebruik te maken van de instrumenten – en het is misschien oude wijn in nieuwe zakken – om misschien toch hiermee iets voor elkaar te kunnen krijgen, om onze maatschappelijke doelen te behalen. Tot zover mijn eerste termijn, voorzitter. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Scholtes. Mijnheer Ringeling tot slot. De heer Ringeling: Ik sluit in die zin aan bij de VVD, ik vraag mij af wat er afgelopen weekend of vorige week is gebeurd, waarom er plotseling iets is gebeurd – ik wil niet zeggen dat het college het licht heeft gezien, maar misschien was het iets anders – dat maakte dat het college zei 'we halen het voorstel van de agenda want het is niet meer goed'. Wat is er plotseling gebeurd om dat besluit te nemen of om met dat voorstel te komen? Dat vraag ik mij eigenlijk af. En in het verlengde daarvan: op welke punten gaat het voorstel verbeterd worden? Dat is mij ook nog niet helemaal duidelijk, eerlijk gezegd. En inhoudelijk is er al heel veel besproken. De risico's zijn groot. Die mening delen wij ook.
Dus wij zouden dit voorstel in deze vorm ook niet steunen. Daar wil ik het voor nu even bij laten. De voorzitter: Voor ik het woord aan het college geef, is het misschien ook goed als ik nog even een korte toelichting geef op het proces dat we afgelopen maandagochtend met elkaar gelopen hebben. Ik heb vanuit mijn verantwoordelijkheid als burgemeester ook een taak om de integraliteit van het beleid te bewaken. Om die reden heb ik afgelopen maandag het college bij elkaar geroepen en op basis daarvan hebben wij als college het besluit genomen om u dat dringende voorstel te doen om het voorstel van de agenda te af te halen omdat u een aantal informatiepunten nu niet heeft. Ik heb daar ook bij aangegeven, dus daar heeft het college ook bij aangegeven, dat we daar nu niet op in kunnen gaan, maar dat zal na de zomer zeker plaatsvinden. Maar concreter dan dat zullen wij vandaag niet worden. En voor het verdere wil ik graag de wethouder het woord geven om de beantwoording te doen. Wethouder Voskamp: Voorzitter, volgens mij heeft u daarmee ook antwoord gegeven op de link die de heer Ruiterman zoekt. Dus ga ik meteen door naar de OGP Midden-Delfland, de heer Knaap. U vraagt eigenlijk aan het college of het bereid is om een aantal zaken mee te nemen.
Ik heb ze meegeschreven, ik heb ze niet letterlijk allemaal hier staan, maar ja, wij zijn daartoe bereid en wij zullen u daar inzicht in geven, zoals u dat vraagt. Volgens mij zit daar ook de grootste tegemoetkoming die we zoeken naar de raad toe om te onderbouwen welke risico's er zijn. Dat hebben we gedaan. Dat werd door u toch op een andere manier gewaardeerd dan dat wij gedacht hadden. Wij zien de risico's echt kleiner dan u hier ervaart, laat ik het zo maar even zeggen. We zijn zeker bereid om inzichtelijker te maken welke scenario's er zijn, wat het zou kunnen betekenen, wat voor alternatieven er voor
een bedrijvenschap zouden kunnen zijn, inzicht te geven in welke gesprekken er gaande zijn, een tussentijdse exploitatie, en zo snel mogelijk. Volgens mij waren dat de punten die u noemde en ik wil zeker aangeven dat we daartoe bereid zijn. Ik wil u eigenlijk meteen al danken voor de ruimte die u ons geeft om dat te doen. Richting de VVD. Zo lang we de grond in bezit hebben, zijn die rentelasten er. Maar we hebben ook aangegeven dat wij mogelijkheden zien om de grond daarna of te gaan exploiteren en daar inkomsten uit te krijgen en daar een verschil in te maken, zodat we daar per saldo op vooruitgaan. De voorzitter: De heer Van der Eijk, een interruptie. De heer Van der Eijk: Voorzitter, u had gevraagd niet te speculeren toen wij hiermee begonnen en ik vind dit ook speculaties, want deze dingen zijn niet onderbouwd in het voorstel. Dus ik wil de wethouder vragen, via u, niet te willen speculeren. De voorzitter: Ik geloof niet dat ik het helemaal begrijp met betrekking tot het speculeren hierin, maar misschien dat de wethouder iets andere woorden kiezen daarin. Volgens mij… Ik snap u geloof ik niet helemaal. Ik kijk toch even naar de naar de wethouder of hij… Wethouder Voskamp: Ik ga andere woorden kiezen. Ik hoop dat ik daarmee voldoe aan het antispeculatiebeding. Voorzitter, wij zijn niet voornemens om de gronden leeg te laten liggen.
Op het moment dat wij daar rentelasten voor hebben in het kader van het bezit van de gronden zullen wij zo snel mogelijk zoeken naar inkomsten die dat dekken, al dan niet tijdelijk of volledig door verkoop. D66 heeft het over goed besteden van het gemeenschapsgeld om doelen te realiseren die u kunt ondersteunen. Dat is inderdaad waarom wij denken dat we dit voorstel zo zouden moeten doen. Nogmaals, dat heb ik al eerder aangegeven, daar zitten risico's aan verbonden, maar wij achten die risico's kleiner en goed voor de gemeente, zodat we daarmee maatschappelijke doelen kunnen realiseren. En richting de ChristenUnie. U bent als laatste, maar volgens mij heeft u daarmee ook wel het antwoord gehoord in de beantwoording waarom het van de agenda gehaald is en op welke punten we het zullen verbeteren na de zomer. Tot zover. De voorzitter: Dank u wel en dan kijk ik naar de raad wie er behoefte heeft aan een tweede termijn. De heer Knaap. Mijnheer Roeling. Even kijken, de heer Van der Eijk, mijnheer Scholtes en de heer Zwaard. Dan gaan we naar de heer Roeling. De heer Roeling: We hebben al aangegeven bij het vaststellen van de agenda dat we het college in de gelegenheid wilden stellen om de vragen die er leven te beantwoorden of in ieder geval te kunnen reageren. De voorzitter begint al met 'ja maar speculaties mogen niet'. Dat is... Laat ik het anders formuleren.
Als je nu op een goede manier wilt dat speculaties in de lucht blijven hangen, moet je het op deze manier doen. Ik zal het toelichten. Wij hebben tijdens de commissiebehandeling de expliciete vraag gesteld: sluit u uit dat er een link is, in dit geval het COA, met een ander dossier? Nee. Vervolgens kregen wij gisteren de mail waarin duidelijk werd aangegeven 'ja, er is wel een link, alleen we gaan niet vertellen wat'. Dan zou het wat ons betreft van tweeën één zijn: of we gaan hier gewoon in de openbaarheid praten over die link die plotseling opkomt bij het college. Of we behandelen het zoals ooit afgesproken is, via de raadsbehandeling. Dat roept bij ons nog meer vragen op. Want de speculatie wordt alleen maar sterker door nu te zeggen 'ja we kunnen het overal over hebben, maar alles waar jullie over beginnen, dat is speculatief'. Ik vond het ook wel sterk dat de heer Van der Eijk zei 'maar nu doet het college het zelf, dat speculeren'. Dus dit gaat ons niet helpen. Kortom, wij zullen genoegen moeten nemen met dit antwoord. Zo democratisch zijn we dan ook wel weer. Maar als u niet wilt dat er speculaties komen de zomer lang, dan heeft u dat al voor elkaar en dat… De voorzitter: Een interruptie, mijnheer Scholtes.
De heer Scholtes: Even een vraag voor de duidelijkheid, voorzitter. Hoor ik de heer Roeling nu zeggen dat hij liever na het reces een besluit neemt met de volledige informatie of hoor ik hem dat niet zeggen? De voorzitter: Mijnheer Roeling. De heer Roeling: Nou, dat ligt met name aan informatie. Volgens mij hebben wij ook niet de motie gesteund om die lokale bedrijven naar de Harnaschpolder te halen simpel omdat… Het amendement waarmee ook een duidelijke opsomming komt – het bestaat officieel niet voorzitter, maar ik zag het voorbijkomen zondag – van bedrijven die de komende jaren sowieso niet gaan, zouden wij dan ook wel steunen. De informatie? Ja, dat zal compleet afhangen van de informatie, van de link die er waarschijnlijk wel is volgens het college maar twee weken geleden nog niet. Dat is op zich wel een vreemd... Het college had twee weken geleden ook kunnen zeggen 'ja, er is een link, maar daar zeggen we niets over'. Nu kwam het plotseling. Dus voorzitter, aan de heer Scholtes: ons besluit zal afhangen van die nieuwe informatie. Ik denk dat het college speculaties op deze manier alleen maar in de lucht houdt en dat had ik al verteld. Tot zover, dank u wel. De voorzitter: Dank u wel. Mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: Ik ben toch wel blij om te horen dat een aantal mensen het college die ruimte wil geven die het vraagt en ook nodig heeft.
En waar dat toe leidt? Ja, dat gaan we in september meemaken met zijn allen. Maar ons standpunt is nog steeds dat we zeggen: geef het college die ruimte. Geef het college een boodschap mee, ik ben het volledig eens met mijnheer Knaap, welke richting en welke kant we op denken zodat daar wat meegenomen kan worden in het verbeterde en opgewerkte voorstel. En als we dat als conclusie vanavond mogen vaststellen, dan denk ik dat we dat met zijn allen goed doen. De voorzitter: Mijnheer Knaap. De heer Knaap: Allereerst ben ik blij met de toezeggingen van de wethouder dat hij onze vragen meeneemt. Ik heb ze hier op papier in amendementvorm, dus die zal ik u straks even geven, want u heeft vast niet zo snel geschreven. Daarnaast nog twee opmerkingen. In de brief van het college van maandag wordt erover gesproken dat we dit alleen in de raad behandelen op 26 september a.s. Nu wil ik het college graag behoeden voor zo'n zelfde soort discussie met lastminute-informatie. Ik zou graag zien dat het en in de commissie en in de raad wordt behandeld, zodat we ook op een goede manier zowel de inhoud als later ook de besluitvorming met elkaar vorm kunnen geven. Dus de vraag is: bent u daar ook daadwerkelijk toe bereid? De tweede vraag. Daar zit toch ook de zorg en ik hoop dat daar rekening mee wordt gehouden bij wat u de komende maanden gaat doen.
Die motie is inderdaad, zoals de heer Scholtes ook al zei, uit 2019. Het is nu 2023. Dus ik hoop dat ook echt concreet helder wordt hoe kansrijk het is dat bedrijven uit Midden-Delfland op deze kavels een plekje gaan vinden. Afgelopen vier jaar is dat nog niet gelukt. Daardoor zitten we nu in deze situatie. Dus toch echt wel de uitdrukkelijke vraag om daar heel goed en gedegen een onderbouwing van te geven. De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Die motie uit 2019 was toen bedacht om bedrijven te verplaatsen voor woningbouw. Als ik nu kijk naar de vierkante meters die er ongeveer gereserveerd zijn, dus 17.000 m², dan zijn er vier, vijf bedrijven in Midden-Delfland die zoveel grond nodig hebben. Daar zijn verschillende gesprekken mee geweest. Die zijn soms overgenomen of die hebben toevallig een heel dak volgelegd met zonnepanelen. Dus wat ons betreft hebben die bedrijven tijd genoeg gehad om te verplaatsen. Er zijn natuurlijk wel een aantal kleinere bedrijven, maar die hebben echt niet zoveel… De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie.
De heer Knaap: Ja, ik ben wel benieuwd, want de heer Van der Eijk gaat ervan uit dat er alleen grote bedrijven op deze locatie komen. Maar bent u zich ervan bewust dat het ook heel goed mogelijk is dat meerdere kleine bedrijven uit de dorpskernen ook op die kavels gewoon een plekje kunnen vinden? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, de heer Knaap is me net voor, want daar wilde ik aan beginnen. Er zijn natuurlijk ook wat kleinere bedrijven, maar ik denk niet dat die allemaal bij elkaar opgeteld zoveel vierkante meters nodig hebben. En dan komt het college ook nog met 'we kunnen het misschien tijdelijk invullen', maar die tijdelijkheid geeft juist dat we juist een lijk in de kast stoppen, want dan heb je nu misschien voor vijf jaar een huurder, maar daarna heb je gewoon € 300.000,00 per jaar dus € 25.000,00 per maand rentelasten. De voorzitter: Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Ja, de tijdelijkheid van vijf jaar vind ik ook wel heel kort. Dertig jaar kan ook tijdelijk zijn. Vindt de VVD dertig jaar ook tijdelijk? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Ons verblijf hier op aarde is tijdelijk voorzitter en dat zullen wij eens inruilen voor een eeuwige. Ik denk dat de heer Scholtes hier wel genoeg duiding mee heeft. De voorzitter: Ik had bijna een interruptie van de heer Ringeling verwacht, maar dat bleek niet nodig te zijn.
Goed bezig, mijnheer Van der Eijk gaat u verder? De heer Van der Eijk: € 25.000,00 in de maand rentelasten in de begroting. Voor de VVD gaat het om keuzes te maken. Dat is wat de gemeenteraad doet. En wat wil je met gemeenschapsgeld doen? Wil je daar rente van betalen of wil je dat investeren in de jeugdzorg, SWMD, openbare werken, iets doen aan ondermijning? Die keuze maken wij hier aan tafel. Die dingen die ik zojuist opnoemde gaan wat de VVD betreft voor op het betalen van rente, voorzitter. Het lijkt ons het allerbeste plan om gewoon morgen het bedrijvenschap opdracht te geven de grond te verkopen. Dan zijn de risico's het kleinst en dan worden de bedrijven die hard op zoek zijn naar ruimte ook geholpen, want er is in deze regio een grote vraag naar bedrijfsruimte. Grond om iets te doen, ondernemers staan erom te springen. Daar moeten we niet aan voorbijgaan en daar moeten we ook geen tijdelijke invullingen nu zoeken. Het beste is het gewoon het bedrijvenschap te verkopen en het liefst vanavond nog. Maar dat is misschien wat kort, maar we kunnen gewoon die opdracht ook vanavond geven. De voorzitter: De heer Scholtes tot slot. De heer Scholtes: Er is al heel veel gezegd. Wij kunnen ons heel goed vinden in ieder geval in de lijn die de OGP Midden-Delfland heeft uitgezet.
Uiteindelijk gaat het toch om die maatschappelijke doelen die je met zijn allen wilt behalen, maar wij kunnen ons ook heel goed vinden in de redenering die de VVD weer neerlegt, over die rentelasten. Wij hopen eigenlijk dat het college in een vernieuwd voorstel heel goed daarmee omgaat; welke grond hebben we nu feitelijk echt nodig om onze maatschappelijke doelen te kunnen realiseren en wat zouden we inderdaad wel van de hand kunnen doen om uiteindelijk die kosten in onze begroting zo laag mogelijk te kunnen houden? Daar wilde ik het eigenlijk maar bij laten voor de tweede termijn voorzitter. De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Voorzitter, in de eerste termijn vroeg ik mij af wanneer, op welk moment het college het licht heeft gezien en in de tweede termijn vraag ik mij af welk moment de heer Van der
Eijk het licht heeft gezien. Ik ben wel verheugd dat hij het tijdelijke met het eeuwige ooit eens eeuwig gaat verwisselen, maar daar had ik mijn vinger niet voor opgestoken. Ik wilde zeggen wat de heer Roeling eigenlijk in uitgebreidere vorm heeft aangeven, de speculatie die gaat ontstaan. En ik maak mij er zorgen over, daar hoeft u niet op in te gaan, dat de geloofwaardigheid van de gemeente op een gegeven moment op het spel komt te staan zo meteen als blijkt dat die speculaties wel kloppen. Daar wil ik het bij laten. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Ringeling. Even kijken. De vraag van de heer Knaap over wanneer het geagendeerd wordt, daar gaat u als raad zelf over. Dus als u het in de commissie behandeld wilt hebben, dan wordt het in de commissie behandeld. Dat is niet aan het college. Gelukkig, zou ik zeggen. En als het over speculatie gaat, zou ik er ook op willen wijzen dat u daar zelf ook een rol in speelt. Over de meeste onderwerpen maken wij prima afspraken over welke processen en procedures daarin lopen en welke wensen u daar als raad in heeft en we zorgen dat het college zich daaraan houdt. In dit specifieke geval hebben we geconstateerd dat er twee onderwerpen zijn, of sterker nog, meerdere onderwerpen zijn die met elkaar correleren.
Waardoor u op dit moment een keuze zou maken die op onvoldoende informatie gebaseerd zou blijken te zijn en dat kunnen wij op een later moment uitleggen. En als u daar zelf niet over speculeert, denk ik dat de speculatie ook reuze mee zal vallen. Ik denk dat dat voldoende is om erover te zeggen. De heer Roeling. De heer Roeling: Ik vind het een beetje bijzondere constructie, dus ik vraag via de raad aan de voorzitter. De voorzitter: U mag het nog steeds aan de voorzitter vragen, gaat uw gang. De heer Roeling: Hoe weet u wat de raad zou besluiten? De voorzitter: Mijnheer Roeling, er is geen enkele mogelijkheid om te bepalen wat de raad nu gaat besluiten, anders dan het nu in besluitvorming te brengen. De enige constatering is dat als wij iets aan u voorleggen als dagelijks bestuur van het algemeen bestuur en wij constateren dat u een besluit neemt en u komt er later achter dat u een stuk informatie nog niet had, wij ons werk niet goed hebben gedaan. Dat is waar de burgemeester verantwoordelijk voor is. En dat is het onderwerp dat we aan de orde hebben gesteld in het college gisteren. En om die reden bent u geïnformeerd met het dringend advies waar nog een voorstel van de heer Zwaard waar ik straks nog even op terugkom, bij ligt.
En voor het overige is dat een onderwerp dat we op een later moment verder gaan bespreken en dat zal in de commissievergadering van september zijn, schat ik dan zo in. De heer Knaap. De heer Knaap: Misschien even kort, want u zei 'u gaat zelf over uw agenda'. Ik kijk even om me heen. Volgens mij hadden we een redelijk raadsmeerderheid om het daadwerkelijk in de commissie te behandelen. Dus als jullie allemaal even knikken, dan hebben we dat vast vastgelegd. Want we gaan met reces, dus dan weet de rest vast waar ze aan moeten werken en dat lijkt me eventjes handig. De voorzitter: Mijnheer Knaap, ik kan merken dat u voorzitter van de commissie bent, want u weet wanneer het het snelst geregeld is. Bij dezen. Dus dat daar wordt aantekening van gemaakt door de griffier. Dat komt in orde. Dus dat is waar ik het in ieder geval even bij wil laten als het gaat om het stuk dat u gisteren heeft ontvangen. De heer Roeling? De heer Roeling: Even terug naar mijn eerste vraag.
Dus zowel wanneer de raad niet had ingestemd met dit voorstel als wanneer de raad er wel mee had ingestemd, dan zou dat beide – voor zover het college erover denkt – op onjuiste informatie zijn geweest? Begrijp ik dat goed of zegt u 'alleen op het moment dat de raad ermee ingestemd zou hebben, zou dat op basis van onvoldoende informatie zijn geweest'? Of zegt u 'nee, ook als de raad er niet mee had ingestemd, dan zou het op basis zijn van onvoldoende informatie'?
De voorzitter: Mijnheer Roeling, u mag deze vraag stellen, maar het antwoord hierop zou alleen maar voeding geven aan speculatie. U moet het doen met het antwoord dat ik gegeven heb en met het bericht dat u gisteren gehad heeft, want daar antwoord op geven voegt op dit moment echt niets toe. Dus dat ga ik u ook niet geven. Ik snap dat het niet het gewenste antwoord is, maar dit is wel het antwoord waar u het mee mag doen. Verder nog iemand? Sorry, ik ga naar de wethouder kijken, want als het goed is, had de heer Knaap nog een vraag aan de wethouder gesteld. Wethouder Voskamp: Ja, ik zat net te bedenken 'hoeveel vragen zijn er nou nog echt gesteld?' Maar volgens mij heb ik gehoord wat de raad gezegd heeft, onder andere ook wat de heer Knaap heeft aangegeven over een goede onderbouwing. Daar gaan we aan werken van de zomer en daar krijgt u de stukken voor die u na de zomer kunt meenemen in de besluitvorming. De voorzitter: Ja, dan heb ik eigenlijk alleen nog het voorstel van de heer Zwaard om het stuk niet in stemming te brengen. Ik heb daar niemand op in horen gaan. Maar een aantal raadsleden hintte daar wel op. Wat wordt er van het voorstel gevonden? Is dat iets wat u allemaal onderschrijft of moet het voorstel wel in stemming gebracht worden? De heer Roeling.
De heer Roeling: Mag een stemverklaring wel? De voorzitter: Een stemverklaring kan alleen als er gestemd wordt, mijnheer Roeling. De heer Roeling: Vandaar mijn vraag. De voorzitter: Een stemverklaring over het voorstel van de heer Zwaard? Dat is niet zozeer een raadsbesluit, dat is… Nou ja, kijk... Ik maak het lastig. Ogenblikje, ik ga eens even vragen aan de griffier waar ik het nu lastig maak. (De voorzitter overlegt met de griffier.) Er ligt een voorstel voor van de heer Zwaard en daar kan over gestemd worden, constateer ik dan even, gewoon om even te toetsen hoe u erin zit en als u, mijnheer Roeling, daar een stemverklaring over wilt geven, dan wil ik die ruimhartig toekennen. Dus wat mij betreft is dat prima. Ik kijk even naar de OGP Midden-Delfland. Wat vindt u van het voorstel? Ik neem aan dat u het daarmee eens bent? De heer Knaap: Het lijkt ons prima om het niet in stemming te brengen, want op wat er staat kunnen we niet eens een mening vormen, dus we hoeven het niet te stemming te brengen. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voorzitter, over wat er in het stuk staat hebben we volgens mij wel een mening gevormd. Ik heb niemand gehoord die eigenlijk voor dit plan was. Dus volgens mij kunnen we het prima met zijn allen wegstemmen. De voorzitter: De heer Scholtes.
De heer Scholtes: Wij willen het liever laten liggen tot na het reces omdat wij van mening zijn met wat we vandaag gehoord hebben dat wij niet alle informatie hebben, voorzitter. De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Wij wachten ook op een beter voorstel en zijn er voorstander van om er in september weer over te praten. De voorzitter: Dank u wel, dan kijk even naar de heer Roeling voor wat hij ervan vindt en zijn stemverklaring. De heer Roeling: In feite liggen er nu twee voorstellen, een van de heer Zwaard en een van de heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk zegt 'laten we het maar in stemming brengen, dan stemmen we het weg'.
De voorzitter: Ik vind het bijzonder semantisch, mijnheer Roeling, maar we hebben het nu over het voorstel van de heer Zwaard. De heer Roeling: Nee, wij hebben dit geagendeerd, puur en alleen om het college de gelegenheid te geven vragen te beantwoorden en niet zozeer vanwege besluitvorming. Want dat is inmiddels toch een potje. Wij hebben wel moeite met de manier, het proces zoals dat tot nu toe gevoerd is, eerst is er geen link, dan is er wel een link. Daar hebben wij veel moeite mee en ik wil nog een keer benadrukken, ook weer bij uw laatste antwoord, dat u de speculaties in de lucht houdt en ze verergert. Dat is geen goede zaak voor de gemeente en dat ben ik helemaal eens met de heer Ringeling. De voorzitter: Dank u wel, mijnheer Roeling. Daar nemen we kennis van. Dan constateer ik dat er een meerderheid is om het voorstel niet in stemming te brengen. Is dat correct? Ja, dan dank ik u hartelijk en dan gaan wij naar agendapunt 9.
9.
Voorstel vaststellen Kadernota 2024 – 2027
De voorzitter: Ter bespreking ligt nu de kadernota die richting geeft bij het verder opwerken van de begroting van 2024 en verder. In de commissievergadering is dit onderwerp op hoofdlijnen besproken. Dus ik kijk uiteraard naar een inhoudelijke raadsdiscussie en ik wil graag weten wie ik mag noteren als sprekers. Ik begin nu eens aan de andere kant, de ChristenUnie, D66, de VVD. De heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland, CDA, de heer Van Rijs en de heer Roeling tot slot. Ik begin met de ChristenUnie. De heer Ringeling: Voorzitter, nogmaals complimenten voor het stuk, voor de kadernota. Ik heb een paar opmerkingen en vragen. Allereerst steunen wij uiteraard de suggestie om nog een boa in de gemeente te hebben. Ik denk dat dat wel hard nodig is. Eén boa voor zo'n groot grondgebied is wel kwetsbaar. Uiteraard ondersteunen wij ook het continueren van de huidige capaciteit voor het Maatschappelijk Team. Deze continuering is noodzakelijk om de ingezette lijn van daling van kosten van de geïndiceerde zorg voort te zetten. Wij juichen het toe dat het Integraal Huisvestingsplan voor het onderwijs wordt opgesteld. Het nieuwe plan zou daar volgens planning eerste kwartaal 2024 worden opgeleverd. Wij dringen erop aan om de scholen hier ook wel heel erg intensief bij te betrekken. Er loopt ook een onderzoek binnen de gemeente naar armoede in Midden-Delfland.
Als het goed is, als ik het mij nog goed herinner, komen de resultaten van dat onderzoek ergens in oktober nog net voor de raad of net na de raad. Ik heb daar een vraag over. Ik neem aan dat we iets gaan doen met de resultaten van het onderzoek, want anders hoeven we dat niet te doen en een van de mogelijkheden is dat we dus budget moeten reserveren om voor die groep die onder de armoedegrens valt – ik weet niet of ik het goed zeg hoor – iets te doen. Zal het college vooruitlopend op de resultaten in de conceptbegroting al een budget, wat het dan ook mag zijn, reserveren hiervoor? Het is altijd makkelijker om iets te hebben en dan daarvan af te doen… De voorzitter: De heer Ringeling, ik heb een interruptie van de heer Jongsma. De heer Jongsma: Ik was eigenlijk benieuwd wat de ChristenUnie onder de armoedegrens verstaat of welke norm u stelt. Wanneer is de armoedegrens bereikt volgens u? De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: Ik kan mijn mening geven, maar ik dacht dat dat ook uit het onderzoek zou komen, maar volgens mij wordt nu 120% van het minimumloon gehanteerd, toch? Er zijn sommige gemeenten die naar 130% gaan, maar zoiets, 120% of 130%. Maar dat komt ook vast uit het onderzoek. Dan heb ik nog een laatste punt. Dat heeft betrekking op een alinea op pagina 13 van de kadernota die gaat over personeel.
Dan citeer ik even 'Niet alleen de maatschappelijke opgaven, maar ook de krapte op de arbeidsmarkt vraagt om actief te investeren in de eigen organisatie. Wij geven prioriteit aan uitvoeringscapaciteit en de kwaliteit van onze organisatie.' Een vraag van
technische aard, dus daarom hoeven we geen antwoord nu meteen, maar het zou wel fijn zijn in de aanloop naar de begroting om te weten: wat doen we er eigenlijk aan en is hebben wij als gemeente daar ook budget voor over om goede mensen binnen te halen en ook vast te blijven houden voor langere tijd. Tot zover mijn eerste termijn voorzitter. De voorzitter: Mijnheer Jongsma heeft nog een interruptie op u mijnheer Ringeling. De heer Jongsma: Sorry voorzitter dat ik misschien een beetje veel vragen stel vanavond, maar het is een belangrijk onderwerp. Bij dezen zou ik de vraag ook graag aan de ChristenUnie zelf willen stellen: hoe zit de ChristenUnie er zelf in? Want we hebben het over een kadernota en dan is het misschien ook wel fijn dat het college gewoon kaders mee krijgt. Dus hoe zit de ChristenUnie zelf hierin? De voorzitter: De heer Ringeling. De heer Ringeling: We kunnen plannen maken zoveel als we willen in deze raadzaal en zo, maar na vandaag gaan we naar huis en dan komen we over twee maanden of zo terug. De mensen die het moeten doen, die vormen ons ambtenarenapparaat. En als je geen goed volwaardig ambtenarenapparaat hebt, dan kunnen we heel veel plannen maken, maar dan worden die niet uitgevoerd. Dan zijn we even ver van huis. Ik hecht eraan dat we dus goede mensen aannemen. Dat gebeurt nu ook waarschijnlijk wel, maar ze ook vasthouden.
En ik denk dat we daar wel wat voor over moeten hebben. Dat is mijn mening. De voorzitter: Dank u wel. De heer Vieira. Of sorry. Mijnheer Scholtes, mijn excuus. De heer Scholtes: Dank u wel voorzitter, in afwezigheid van de heer Vieira voer ik het woord maar vanavond. De voorzitter: Dat doet u goed, gaat uw gang. De heer Scholtes: Het valt nog te bezien of ik het goed ga doen, dus daar gaan we zo meteen achter komen. De voorzitter: Ik zal als voorzitter mij tot het technische deel beperken, mijnheer Scholtes. Gaat uw gang. De heer Scholtes: Ja, ik ben wel van de kaart. Voorzitter, allereerst wil ik inderdaad het college maar zeker ook het ambtenarenapparaat bedanken voor de kadernota die voorligt, zeker met de redelijk duidelijke brief die erbij gekomen is vanuit de meicirculaire waarin we toch zien dat er volgens die meicirculaire ergens in de komende jaren een gat gaat vallen. Uiteindelijk wordt misschien mijn eerste concrete vraag daarmee aan het college: kunnen wij dat gat misschien opvangen door onze algemene reserves? Ik vind dit eigenlijk een perfecte gelegenheid om het onderwerp te pakken want we hebben natuurlijk net de jaarrekening gehad en in de jaarrekening zien we, en dat zien we een aantal jaren achter elkaar, dat de staat van onze algemene reserve omhooggaat.
Onze algemene reserve groeit eigenlijk de laatste jaartjes redelijk groot, tot een omvang van € 10 miljoen. Als het aan D66 ligt, willen we vragen aan het college om te kijken of er mogelijkheden zijn om die algemene reserve ook te gebruiken voor investeringen, eenmalig, die misschien wel de lasten die we hebben over een lange periode, dus de uitvoeringskosten, omlaag kunnen krijgen. We denken er dan bijvoorbeeld aan waar het gaat om een Integraal Huisvestingsplan waarover wordt gesproken, waarin we kijken naar alle gemeentelijke gebouwen en al het gemeentelijk vastgoed, te kijken of we daar misschien de energielabels naar boven kunnen brengen, dus richting een A, waardoor we eigenlijk gewoon minder gaan besteden aan energie/gas/elektriciteit. Dat zou wat ons betreft een perfect idee zijn, dus we willen eigenlijk het college vragen om dat mee te nemen. Verder zouden wij het dan ook fijn vinden om wanneer we dadelijk aan een Integraal Huisvestingsplan voor onze scholen gaan werken, toch ook te kijken of we vast een klein beetje budget mee kunnen nemen in de begroting om daar ook die uitvoering aan te zetten. We weten
nog niet wat het gaat behelzen en we weten nog niet exact wat de kosten zullen zijn. Maar iets ontnemen betekent altijd een kleinere tegenvaller dan wanneer je niets opneemt. Ook wij hebben gezien dat er wordt gevraagd of dat nu wordt voorgesteld om een extra boa in te zetten. Als D66 kunnen wij dat voor de omvang van onze gemeente heel goed begrijpen. Daar zouden wij ook heel graag mee in willen stemmen. Het is dan alleen wel belangrijk voor ons waar die boa uiteindelijk op ingezet wordt. Wat ons betreft kan er best wat aandacht richting verkeersveiligheid rondom scholen en rondom BSO's of kinderdagverblijven. Wij zien dat daar redelijk vaak fout wordt geparkeerd, hard wordt gereden… De voorzitter: De heer Van der Eijk heeft een interruptie. De heer Van der Eijk: Ik hoor D66 over die tweede boa en ik hoor ook wel een goed voorstel, maar zou het college dan niet met een soort beleidsnota moeten komen voor wat die boa gaat doen? Is dat misschien een idee als er dan het budget is, dat we daar net als bij het Actieplan Veiligheid waar we altijd een paar speerpunten hebben, die voor de boa ook vaststellen? Is dat misschien een beetje waar D66 naar op zoek is? De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Wij zouden dat een heel goed plan vinden om uiteindelijk op het moment dat we die boa hebben inderdaad die speerpunten neer te zetten.
En dan geef ik bij dezen vast de inkopper, wat ons betreft verkeersveiligheid rondom scholen. Daar zou echt wel een goede impuls voor moeten komen om dat te verbeteren. Dus als dat op die manier kan, voorzitter, zoals de VVD dat voorstelt, dan heeft u ons mee. Uiteindelijk hebben we het in een van onze hamerstukken vanavond gehad over de leges en de aanpassing van de leges en een van de punten die daar naar voren kwam was uiteindelijk die gehandicaptenparkeerkaart, waarover in de commissiebehandeling ook door een aantal partijen vragen zijn gesteld. Onze vraag zou zijn om bijvoorbeeld in het minimabeleid ook die gehandicaptenparkeerkaart mee te nemen om die volledig te kunnen vergoeden. Uiteindelijk willen wij vragen aan het college of daar ook ruimte voor is om dat mee te nemen in de begroting. Wij hebben eerlijk gezegd geen idee van de omvang van de kosten daarvan, dus dat… De voorzitter: Mijnheer Jongsma met een interruptie, gaat uw gang. De heer Jongsma: Mijn vraag aan D66 is dan, en die had ik toen ook al: wat is de motivatie om daar geen leges voor te heffen? Want dat betreft niet alleen mensen met een beperking die dan ook allemaal meteen geen inkomen hebben of zo. Het gaat natuurlijk over een heel brede groep.
Dus mijn vraag is wel een beetje 'hoe ziet u dit? Is het dan voor een bepaalde groep of is het voor iedereen?' Hoe moet ik dat duiden? De heer Scholtes: Voorzitter,… De voorzitter: Gaat uw gang, mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: Dank u wel, ik had het woord eigenlijk al een beetje genomen. Ik zal misschien mijn antwoord verduidelijken. Ik had volgens mij gezegd inderdaad dat we het willen meenemen in het minimabeleid, dus dat er in het minimabeleid ruimte voor komt. Dan denk ik dat daarmee gelijk de vraag van de OGP Midden-Delfland beantwoord is. Op het moment dat het in het minimabeleid zit, dan zit je al met mensen die tot 120% van die NHG-grens zitten, volgens mij, op dit moment. Dan zit je al met de mensen die het niet heel breed hebben. En ik wil die mensen er juist in tegemoet komen, dus ik hoop dat dat voldoende is. De voorzitter: Dank u wel, bent u klaar met uw eerste termijn? De heer Scholtes: Nee, voorzitter. Ik ben zo blij met die meicirculaire. Ik wil eigenlijk gewoon uitgebreid het woord. Ik had 10 pagina's uitgeprint, maar ik denk dat ik het misschien toch wat korter moet houden. Maar ik vind het echt wel een goed moment om toch eens eventjes te kijken naar de kaders die we kunnen meegeven.
De voorzitter: U bent blij met de kadernota constateer ik, de meicirculaire, dat… De heer Scholtes: Ik ben heel blij met de kadernota. Ik was ook blij met de meicirculaire voorzitter. De voorzitter: Ja, dat kan ik me ook voorstellen. Gaat u verder. De heer Scholtes: Dus vandaar. Ik had niets gezegd over de kwaliteit van mijn betoog, voorzitter. De voorzitter: Pagina 4, gaat u verder? De heer Scholtes: Misschien nog wel twee belangrijke onderwerpen. Ik zal het dan misschien wel een klein beetje afronden. Wij zien uiteindelijk op het moment dat het gaat om woningbouw, waar natuurlijk ook gewoon een programma voor staat, dat – en dat is ook geconstateerd in de commissie en de raad, ook door meerdere partijen – er best wel wat woningbouwplannen zijn. Maar dat die een keertje eindig zijn en dat er weinig nieuws in de pijpleiding zit. Wat ons betreft kunnen we ook best investeren, en dat zou ook van tijdelijke aard kunnen zijn, om te kijken of wij ook naar onze woningbouwplannen of ons woningbouwprogramma voor over de komende tien jaar, dus voor over zes tot twaalf jaar, om het maar even zo te zeggen, vast kunnen kijken om te zien welke mogelijkheden we hebben, want zoveel is het niet. Dan komen we misschien toch uit op een stukje actief grondbeleid waar we het later nog een keertje over moeten hebben, waar we dan de beleidsdoelen voor moeten stellen.
Maar ik denk wel dat het verstandig is om daar nu alvast actief naar te kijken vanuit de vraag 'wat gaan we doen als hetgeen dat nu op de rol staat allemaal gerealiseerd is?' Want als we daarmee wachten totdat dat allemaal gerealiseerd is, zijn we rijkelijk laat met zijn allen. Als allerlaatste. We hebben een aantal programma's, waaronder programma 1. En programma 1 gaat over vitale dorpen. Op het moment dat ik kijk naar het beleidsdoel van vitale dorpen gaat het uiteindelijk met name in op het buitengebied. Uiteindelijk zouden we graag willen zien dat in de begroting bij beleidsdoel 1 een integrale aanpak komt om vitale dorpen te behouden. Dus niet alleen het buitengebied te pakken, maar misschien juist ook wel een stukje integrale aanpak met 'hoe zitten we met het woningbouwprogramma? Hoe zitten we met de algemene voorzieningen?' Met al die punten die daar uiteindelijk bij horen als een soort samenvatting 'hoe zit het met de vitaliteit van onze dorpen?' Voorzitter, tot zover mijn eerste termijn. Dus een hoop wensen en ik ben benieuwd te horen van het college wat er allemaal wel en niet zou kunnen passen. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Gebben. De heer Gebben: Ik dacht al dat u het rijtje af zou gaan, voorzitter. Allereerst dank aan het college en aan onze ambtenaren voor deze kadernota.
Na een aantal eerdere pogingen in de vorm van een kaderbrief en een prognosebrief, hebben we nu een echte kadernota waarvoor dank. Nu over de inhoud. Mijnheer de voorzitter, in de voorliggende kadernota wordt een behoorlijk negatief beeld geschetst van de financiële positie van Midden-Delfland. Het is dan ook terecht dat het college stelt dat we terugvallen in het sombere scenario 2. We stevenen af op een fors structureel tekort, waarbij aanvullende bezuinigingen noodzakelijk zijn. Na doorrekening van de meicirculaire lijkt dat beeld gelukkig enigszins mee te vallen. Ik denk dat daarom ook de heer Scholtes daar zo blij van wordt. De jaren 2024 en 2025 eindigen zoals het er nu naar uitziet met een positief resultaat, wat natuurlijk op zich prettig is. Maar zoals altijd zit ook hier het venijn weer in de staart. In 2026 en 2027 blijft er een stevige negatieve prognose bestaan. Natuurlijk wordt het deels veroorzaakt door veranderingen in de financieringsstrategie van de rijksoverheid. Maar dat mag wat de VVD betreft geen reden zijn hier de komende jaren niet alvast rekening mee te houden. Op de hoop dat het rijk het gat wel zal vullen, kunnen we natuurlijk geen beleid voeren. Ondanks de positieve resultaten in 2024 en 2025 is er wat ons betreft dan ook voorzichtigheid geboden.
Goed blijven kijken naar de structurele uitgaven en het toepassen van incidentele uitgaven, waar de heer Scholtes het ook over had. Of we dat uit de algemene reserve moeten halen, daar moeten we misschien nog maar een keer over discussiëren, maar om incidentele uitgaven te doen waar structurele voordelen uit komen, lijkt ons echt een juiste route.
Eerste prioriteit is natuurlijk het sluitend maken van de begroting 2024. Het is terecht dat het college hier in eerste instantie de focus op heeft gelegd en het sluiten van de begroting lijkt vooralsnog ook gelukkig geen probleem, dus dat is mooi. Zoals reeds gezegd, is de VVD ondanks de wat positieve uitkomst van de meicirculaire het ermee eens dat we nog steeds wel met scenario 2 rekening moeten houden. Bezuinigingen lijken daarom ook haast onvermijdelijk. Door de jaren 2024 en 2025 goed te gebruiken, kunnen we proberen eventuele schadelijke effecten van mogelijke bezuinigingen te beperken. Verhoging van de belastingdruk zien wij niet als optie om de financiële positie van onze gemeente te… De voorzitter: De heer Scholtes heeft een interruptie. De heer Scholtes: Ja, dank u wel voorzitter. Het gaat best veel over het financiële perspectief, maar dan heb ik een concrete vraag aan de VVD: hoe hoog zouden zij onze algemene reserve het liefst willen zien? De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Dat is een goede vraag. In principe ben ik het met u eens dat het misschien wel wat minder kan, maar daar moeten we toch kijken naar het weerstandsvermogen. En dat is bij ons wel leidend. De voorzitter: De heer Scholtes.
De heer Scholtes: Is de VVD zich ervan bewust dat wij een aparte reservepost hebben voor het weerstandsvermogen en dat die buiten de algemene reserve valt? De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Daar ben ik me van bewust. De voorzitter: Gaat u verder. De heer Gebben: Ja, even kijken waar ik gebleven was. Omdat we waarschijnlijk toch met bezuinigingen te maken krijgen, is ons advies om bij op stapel staande plannen bijvoorbeeld de grootschalige opvang voor vluchtelingen ook met name te kijken 'wat gaat het de gemeente Midden-Delfland kosten?' Van belang is de vraag: wat betekent dit voor onze financiële positie? En eventueel: wat zijn de consequenties voor de door te voeren bezuinigingen? Ook moeten we proberen de geplande werkzaamheden waar reeds budget voor opzij is gezet, zo snel mogelijk tot uitvoer te brengen. We zien gewoon dat hoe langer we wachten, hoe duurder alles wordt. Dat is echt zondegeld, denken wij. Kortom, voor de komende twee jaar lijkt alles vrij gunstig, maar schijn bedriegt, mijnheer de voorzitter. De VVD roept de raad en het college dan ook op de komende twee jaar goed te gebruiken en aan de slag te gaan om zo ongewenste bezuinigingen zoveel mogelijk te kunnen voorkomen. Dank u wel. De voorzitter: Dan gaan we naar mijnheer Jongsma De heer Jongsma: Allereerst ook de complimenten aan het college en de ambtelijke organisatie voor wat nu voorligt.
Fijn dat het er nu is, fijn dat we het er vanavond ook ruimschoots over kunnen hebben. Die tijd zal ik dan ook echt nemen. Ik wil beginnen met de planning. Het is een belangrijk onderdeel van de begroting en de agenda van onze gemeente voor de komende jaren. Vandaar dat het ook belangrijk is dat we er vanavond voldoende aandacht aan besteden. Inmiddels is de meicirculaire er wel en die geeft dus een ander beeld op de kadernota. Wellicht is het dus in het kader van de planning en het proces een slim idee om volgend jaar hetzelfde te doen als we nu doen, dus laten we het dan niet al voor de commissie agenderen, maar zoals nu, zoals vanavond doen, zodat de ambtelijke organisatie en uw college ook net even wat meer tijd krijgt om het voor te bereiden en dan misschien net wel die meicirculaire te