CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 11 d 08 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Notulen openbare vergadering 8 november 202236.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

In die zin, de geest van de motie wil ik graag omarmen, maar niet toezeggen dat we al beginnen met de nota. Laten we beginnen met dat gesprek over actief grondbeleid.

~ 30 ~

Tot slot dan nog even de boeren, voorzitter, ook nog wel een belangrijk thema. Ja, wij gaan voluit verder met Duurzaam Boer Blijven, met dat hele programma. Dat is acuter en urgenter dan ooit. We zijn bezig, en dat is onze ambitie, om de minister – welke minister dat tegen die tijd dan ook is – in april aanwezig te laten zijn bij de uitreiking van onze certificaten. We zijn bezig met een poldergerichte aanpak. We zijn bezig met het valideren van ons certificaat, omdat ik eigenlijk wil laten zien dat dat een landelijk bruikbaar monitorinstrument is. Wij weten exact welk bedrijf wat uitstoot en hoe zich dat ontwikkeld heeft over de afgelopen tien jaar. Daar lopen we voorop. We zijn bezig met die poldergewijze aanpak om het weidevogelgebied te vergroten. We zijn bezig om de continuïteit van de bedrijfsvoering te verzekeren en jonge boeren de kans te geven. Dus ja, die ambitie is er en die blijft er. Ik denk dat wij daar best nog een tandje bovenop mogen doen om te laten zien dat wij met dit programma in alles wat nu speelt vooroplopen en veel verder zijn dan vergelijkbare regio's in het land. Dat gesprek en die discussie hebben we ook met de provincie. De gedeputeerde was een hele avond aanwezig bij de startavond van Duurzaam Boer Blijven. We gaan een gebiedsgericht programma maken met de provincie.

Ik denk dat wij daarin een voorbeeld kunnen zijn voor andere gebiedsgerichte aanpakken. Ik weet niet of mijn wekker nog loopt, maar volgens mij heb ik al mijn punten geprobeerd te behandelen. De voorzitter: U heeft nog tien seconden over dus dat gaat goed. Ik zie nog een interruptie van de heer Roeling. Dat gaat niet van de tijd af. De heer Roeling: Ik heb nog een vraag gesteld over de PAS-melders, de ganzen en de mestinjectie of uitrijden. Ik weet niet bij wiens portefeuille dat ligt, maar omdat de heer Ten Have over boeren begon… De voorzitter: Ik zie dat wethouder Ten Have zich verantwoordelijk voelt voor deze vraag. Of een deel ervan. Wethouder Ten Have. Wethouder Ten Have: Ik had gehoopt dat de heer Roeling die vraag zou stellen want ik had nog maar tien seconden en nu is het interruptie waarop ik gewoon kan antwoorden. De PAS-melders is bij ons een groot probleem, want wij hebben relatief meer PAS-melders omdat wij wat kleinere bedrijven hebben dan gemiddeld in Nederland. Alleen dat probleem ligt formeel niet op ons bord, maar bij de provincie. Maar we zijn met LTO en met de boeren bezig met een plan bij de provincie om te kijken of we tot stikstofherverdeling kunnen komen, zodanig dat PAS-melders daarmee uit de voeten kunnen.

Alleen zijn wij daar niet formeel de verantwoordelijke partij voor, maar het is een groot probleem en we zijn ermee bezig en we hebben dat gesprek ook met de provincie daarover. Voor wat betreft de ganzen, moet ik u even het antwoord schuldig blijven op wat wij als gemeente daarin kunnen en mogen doen. Behalve schieten en dan pas kijken. Toevallig spreek ik morgen nog iemand die jager blijkt te zijn. Ik zal hem zeker de tip geven dat hij hier aan de gang kan. En het mestoverschot. Dat vind ik ook een gecompliceerde vraag om nu in een paar seconden te beantwoorden omdat dat ook te maken heeft met regelgeving, veranderende regelgeving in de het GOB, het gemeenschappelijk landbouwbeleid. Ik zou willen voorstellen dat we apart een keer terugkomen op alles wat er in het programma Duurzaam Boer Blijven speelt, inclusief deze problematiek van derogatie, mestoverschotten et cetera omdat de problemen daar ook nogal in beweging zijn. Gezien het nieuwe gemeenschappelijk landbouwbeleid hebben we deze week ook een bijeenkomst over gehad met de boeren en daarin gaat best veel veranderen, maar is ook nog veel onduidelijk. Daar speelt dit element ook een rol. Dus ik kan u voor dit moment daar nog niet een goed antwoord op geven, maar ik zou willen voorstellen dat we daar apart wat dieper op ingaan. De voorzitter: Dank u wel. Dan gaan we naar wethouder Renzen. Wethouder Renzen: Dank u wel.

De raad heeft de huidige Woonagenda verlengd tot einde dit jaar. Zoals iedereen weet, staat er op dit moment veel druk op de woningmarkt en er is zowel vanuit de Rijksoverheid als vanuit provincie nieuw beleid in voorbereiding. Als antwoord op de vraag van OGP Midden-Delfland 'wanneer kunnen we die nieuwe Woonagenda verwachten?' kan ik zeggen 'zodra we als college budget hebben en aan de gang mogen met de nieuwe Woonagenda, pakken we dat ~ 31 ~

meteen op'. Ik verwacht dat we daar dan ongeveer wel tot aan de zomer nodig hebben, maar dat is ook een beetje afhankelijk van hoe breed we met elkaar de opmaat naar een nieuwe Woonagenda oppakken. Ik denk dat het ook goed is dat we in de eerstvolgende commissie over wonen het daar als agendapunt uitgebreid bespreken. De voorzitter: De heer Jongsma heeft een interruptie. De heer Jongsma: Een vraag aan de wethouder. De wethouder had het over budget, zodra budget beschikbaar is. Waar moet het budget vandaan komen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Voorzitter, het staat op lijst 2, dus het zit niet in de begroting die nu voorligt, dus vanuit het college nemen we dit mee in de eerste periodieke begrotingswijziging. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Dus als ik het goed begrijp: stel dat we geen budget daarvoor beschikbaar stellen, wat is dan de consequentie? Wethouder Renzen: De consequentie is dan dat er geen nieuwe Woonagenda gemaakt zal worden, dus dan blijven we het doen met de Woonagenda zoals die nu is. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Maar in 2022 zouden we al een nieuwe Woonagenda krijgen. Toen was er wel budget. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: In '22 heeft de raad besloten om hem in ieder geval te actualiseren tot einde 2022. Op dit moment hebben we dus budget nodig om een nieuwe Woonagenda te maken.

Dat budget was er toen ook niet. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Volgens mij was het budget er wel, maar zou het doorgeschoven worden. We hebben het de hele tijd over doorschuifbudgetten. Ik vind het wel een beetje te gek dat er nu eerst nieuw geld voor een Woonagenda moet komen dat er al zou moeten zijn. Dus het is dan mijn vraag, waar is dat geld gebleven? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Dat geld was er voor de periode ook niet. Niet specifiek om een nieuwe Woonagenda te maken. Dat is ook een van de redenen geweest dat we hem hebben geactualiseerd en nog even hebben gehouden. Als de raad toen had besloten 'we willen een nieuwe Woonagenda', op dat moment, dan had er ook op dat moment budget bij gemoeten. Alleen zover is het niet gekomen. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, u ziet water branden, als ik het zo zie. Volgens mij heeft u nog behoefte aan een aanvullende vraag. De heer Jongsma: Ik hoor dit wel met verbazing aan voorzitter, want ik ben in de veronderstelling dat ik een Woonagenda krijg en ik denk niet ik alleen, maar de hele raad. We wachten op de Woonagenda. Er is geen geld dus dan kun je heel lang wachten maar er komt niets.

Maar we krijgen ook niet het verzoek 'u wilt toch zo graag een Woonagenda, zou u misschien geld ter beschikking willen stellen want dan kan ik ja of nee zeggen'? Het antwoord is overigens ja want we willen die Woonagenda. Ik snap dit niet zo goed. Dus uw conclusie is juist dat ik water zie branden ~ 32 ~

en ik vind het wel bijzonder, om het zo maar te zeggen. Kort samengevat komt het er dus op neer dat we eerst opnieuw geld beschikbaar moeten stellen voor een nieuwe Woonagenda en dan vind ik het wel opmerkelijk dat het college roept 'we moeten vaart maken, vaart maken, vaart maken met woningbouw', en dan is er geen budget en gebeurt er dus niets. Ik vind dat raar. De voorzitter: Nog een vraag wethouder, waar het geld gebleven is. Wethouder Renzen: Ik heb net al aangegeven, er was geen geld en dat is dus nu niet achtergebleven vanuit de vorige collegeperiode. Overigens wil ik wel even het onderscheid maken tussen het maken van een nieuwe Woonagenda en voortgang in woningbouwprojecten. Die twee dingen zijn met elkaar verbonden, maar het zijn tegelijkertijd wel twee verschillende dingen, het is niet zo dat we omdat we nog geen nieuwe Woonagenda hebben, daarmee lopende woningbouwprojecten vertraging oplopen. Dat is niet zo. Voorzitter, als u het goed vindt, dan ga ik verder. De voorzitter: Ik wil alles goed vinden, maar interrupties gaan altijd voor en dan kijk ik naar mijnheer Zwaard. De heer Zwaard: In mijn en onze beleving hebben we een toezegging gehad dat er een nieuwe Woonagenda zou komen. In ieder geval is de behoefte bij de raad daar zeer groot aan. Ik verwacht dan eigenlijk van de wethouder een wat proactievere houding.

Het is net alsof wij de voorzet moeten geven en wij budget beschikbaar moeten stellen voordat u aan de gang gaat. Terwijl de roep om die nieuwe Woonagenda er wel degelijk is en die noodzaak is er ook. Dus wat dat betreft, had ik gehoopt op een wat proactievere houding. De voorzitter: Heeft u nog een vraag? Dat is meestal de bedoeling van een interruptie. De heer Zwaard: Hoe kijkt de wethouder hiernaar? De voorzitter: Gaat uw gang, wethouder. Wethouder Renzen: Ik hoor eigenlijk wel een kans, als u het me zo op de vrouw af vraagt. U heeft gezien dat het maken van de nieuwe Woonagenda op lijst 2 staat en u had natuurlijk een amendement kunnen indienen bij deze begroting als het zo belangrijk is, dat we gewoon per direct al met die Woonagenda aan de slag gaan. Dus dat is mijn antwoord. De voorzitter: Ik dacht 'hier gaan interrupties op komen', en ik word niet teleurgesteld. De heer Knaap en dan de heer Scholtes. De heer Knaap: Dan ga ik toch eventjes terug naar de begroting en dan ga ik al die 180 pagina's door en dan vraag ik me even serieus af op welke pagina staat dat, hoe kan ik weten dat er geen geld voor is? Dan moet ik dus weten waar wel geld voor is in de begroting, dan ga ik heel hard zoeken, dan staat er in abstractie iets 'we gaan door en we gaan met de Woonagenda aan de slag'.

Waar kan ik uit de begroting opmaken dat er geen geld was voor een Woonagenda? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Als de raad de lijst 2 erbij pakt, dan staan op die lijst 2 verschillende onderdelen genoemd, waaronder een Woonagenda. Ook een programmamanager Wonen, extra geld voor een planeconoom, maar ook geld voor bijvoorbeeld de Omgevingswet. Dat zijn allemaal zaken waarvan het college zegt 'die zijn belangrijk, maar het zat nog niet in de huidige begroting, dus het zit niet structureel in de begroting'. Dat is de reden dat het op lijst 2 is komen te staan en dit alles om aan de raad inzichtelijk te maken wat structureel in onze begroting zit. Maar op lijst 2 zijn zaken gezet waarvan het college zegt 'die moeten eigenlijk ook in de begroting'. Dat is langer beleid. Maar dat willen we wel transparant en open aan de raad voorleggen, zodat de raad daaraan voorafgaand een voorstel dat wij gaan doen toekomen aan de raad over die lijst 2, daar zijn standpunten over kan geven. Dit alles om u niet een dichtgetimmerde begroting voor te leggen.

~ 33 ~

De voorzitter: Ik zie nu ook een interruptie van de heer Gebben maar ik ga eerst naar de heer Scholtes. De heer Scholtes: Misschien dat mijn belevingswereld heel anders is in dit geval, maar ik had hem niet eens in deze begroting verwacht en willen zien omdat we in 2022 de Woonagenda voor een jaar hebben verlengd en uiteindelijk zouden we binnen een jaar een nieuwe Woonagenda krijgen. Als het budget pas in 2023 in de begroting komt dan is het heel kort dag om voor maart of voor april een Woonagenda in elkaar te zetten. Dus is de wethouder het met me eens dat die niet in de begroting voor 2023 had moeten staan maar in de begroting voor 2022, desnoods doorgevoerd met een periodieke begrotingswijziging? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Als ik nu verschillende partijen hier zo op hoor reageren, dan had dat misschien gemoeten maar het zat er niet in 2022. En het budget moet nog vrijgegeven worden door de raad voor de Woonagenda. Dat is ook de reden dat wij pas hierop kunnen inhuren op het moment dat het budget er is. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: We zijn het erover eens dat het budget er nog niet is. Ik zie het amendement wel komen, dus bij dezen de vraag aan de wethouder vooraf: als u vanavond uw budget krijgt, hoeveel sneller hebben we dan een Woonagenda? De voorzitter: Wethouder.

Wethouder Renzen: Dan kan ik er in ieder geval per morgen mee aan de slag, maar dan gaan er natuurlijk ook wel een aantal maanden overheen. Ook wanneer je dit proces goed wilt doen met elkaar. Dus wanneer je ook gewoon onderzoek wilt doen naar de lokale woningmarkt, dan is eind maart 2023 te kort dag. Dus ik verwacht ook dan dat ik zeker tot het voorjaar nodig zal hebben om dit goed te doen, maar dat is wel even afhankelijk van hoe grondig wij onderzoek willen doen naar de lokale woningmarkt. De voorzitter: De heer Roeling. De heer Roeling: De heer Van Lier is razendsnel en hij heeft de 180 pagina's even doorgenomen. Op pagina 54 en 55 staat wel degelijk opgenomen – dat gaat over beleidsveld volkshuisvesting – 'wat gaan we daarvoor doen? Concrete doelen en acties voor 2023'. Daar staat bij instrumenten 'te actualiseren Woonagenda 2023-2027'. Als mijn collega's in de veronderstelling waren dat dit wel degelijk was opgenomen in de begroting en zich vervolgens afvroegen 'waar moeten we vinden dat het niet uitgevoerd wordt?', denken wij dat wel degelijk hier is opgenomen dat de te actualiseren Woonagenda 2023-2027 een actie is, een concreet doel voor 2023. Dus dan is het compleet aan het college hoe het dit vanavond gaat oplossen. Dan neem je de raad een beetje in de maling want iedereen is de veronderstelling dat we die afspraken hadden, dat er geld was.

Dat blijkt ook uit de begroting en vervolgens horen we nu vanavond 'nee, dat doen we bij de eerste begrotingswijziging 2023'. Dat wordt maart. Voordat je een agenda hebt, zit je dan in september, oktober volgend jaar. Dus de concrete vraag is: als we allemaal kijken naar deze begroting, hoe gaat het college dit vanavond oplossen? Hoe gaat het binnen de eigen begroting blijven? Dat is de vraag. Niets raad, hoe gaat het college binnen de eigen begroting die het aan de gemeenteraad heeft voorgelegd blijven? De voorzitter: Mijnheer Roeling, wellicht even ten overvloede maar op het moment dat de begroting bij de raad ligt, dan gaat de raad er zelf over. Maar als u bedoelt te zeggen – want ik probeer even te kijken of ik uw vraag goed begrijp – dat als de raad nu niets doet, het college het gewoon heeft op te lossen, dan snap ik uw vraag wel. Maar anders is het echt aan de raad zelf. Maar ik kijk ook even naar de wethouder, of zij de vraag anders begrepen heeft dan ik. Of beter begrepen heeft dan ik, dat is net wat beter geformuleerd.

~ 34 ~

Wethouder Renzen: Kijk, ik begrijp de heer Roeling en de andere raadsleden wel. In zoverre dat de begroting zoals die voorligt, maar met die tweede lijst, wel bij elkaar horen, maar dat we nou juist ook vanavond bij u ophalen wat… De voorzitter: Ik heb een interruptie van mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik ben het niet met de wethouder eens. Zij stelt dat die keuzelijst onderdeel is van de begroting. We krijgen de hele avond te horen dat in de begroting alle basisdingen zitten, de dingen die we hadden afgesproken, waaronder het opstellen van een Woonagenda. Die keuzelijst is extra en dat doen we daarnaast, erbij. Dit is basis, dit is onderdeel daarvan. Ik snap überhaupt niet dat dit op een keuzelijst moet, want dit is nota bene het item, het ding van Midden-Delfland. Wonen. Dat moet bij alles bovenaan staan. Dus ik vind het dan heel gek dat het nu ineens in de keuzelijst erbij moet. Dus wethouder, leg nog een keer uit hoe het kan dat wij alsnog extra geld moeten uitgeven voor iets dat in de basisbegroting zou moeten zitten? Of staat zelfs, u geeft dat toe. Het staat in die begroting. Dus ik begrijp dat niet. Legt u dat alstublieft nog een keer uit. De voorzitter: Dat is wel een laatste poging, mijnheer Jongsma want ik heb de indruk dat de wethouder al meerdere pogingen ondernomen heeft om het uit te leggen.

Ik wil de wethouder graag het woord geven, maar dan stel ik wel voor dat dit ook de laatste poging is want na drie keer moet het duidelijk zijn, of het wordt niet duidelijk. Dat is de keuze die dan voorligt. Wethouder gaat uw gang. Wethouder Renzen: Het is spijtig om te horen dat de raad in de veronderstelling is dat veel dingen wel in de begroting zitten die er dus nu nog niet in zitten. Wat op lijst 2 staat, zit dus niet in de begroting en dat is omdat het er niet structureel in zat. Daarom hebben wij dat op lijst 2 gezet om inzichtelijk te maken aan u wat er eventueel bij komt. En wat we altijd al deden. Dat is de reden. Ik kan het dus niet leuker maken. Het zijn wel belangrijke zaken. Een nieuwe Woonagenda is er een voorbeeld van. Er staan natuurlijk meerdere voorbeelden op die lijst, waarvan raadsleden ook zullen zeggen 'maar dat is ook heel belangrijk'. Leuker dan dat kan ik nu eventjes de boodschap niet maken. De voorzitter: Goed, ik stel voor dat we verder gaan met de beantwoording. Wethouder Renzen: Met betrekking tot de motie over de afspraken woningbouw. Het college is het eens met de constatering en de overwegingen die in die motie zijn omgeschreven. Wij denken dat het goed is om voortaan 30% sociale huur en daarbovenop ook nog eens 30% extra betaalbare woningen op te nemen en we omarmen om die reden de motie. Bij elkaar 60% betaalbare woningen. Dat is fijn.

Dat is waar we vooral behoefte aan hebben. Het is belangrijk dat we bouwen voor de vitaliteit van de dorpen. We hebben meer betaalbare woningen nodig. Dus we zijn blij met de motie. Fijn dat de raad meedenkt om er samen met het colleges voor te zorgen dat we woningbouwprojecten vooral vooruit trekken en dat we dus zorgen dat we de juiste woningen voor de juiste doelgroepen bouwen. Goed ook dat er aandacht voor is dat wanneer we sociaal bouwen, we er met elkaar voor zorgen dat die woningen voor de langere termijn sociaal geborgd zijn. Voorzitter, wij doen dit doen dit al door met particulieren af te spreken dat wanneer zij zelf woningen sociaal verhuren, dit minimaal voor een periode van 25 jaar moet zijn. Daarmee sluiten we ook aan bij de afspraken die binnen de woonregio Haaglanden daarover gemaakt zijn, waarin alle gemeenten hetzelfde doen en 25 jaar minimaal hebben afgesproken. Binnenkort zal het college ook een besloten commissie inplannen. Dat was een vraag van het CDA. Daarin zullen we de raad bijpraten over de plannen van het Centrumplan Den Hoorn. En er is inmiddels ook een commissievergadering ingepland om met de raad bijeen te komen en de verschillende woningbouwprojecten en de planning daarvan ook met elkaar te bespreken. Dus dat gaan we doen. De voorzitter: Mijnheer Zwaard, een interruptie.

De heer Zwaard: 'Binnenkort', kunt u wat duidelijker zijn? Kunt u daar een termijn aan hangen?

~ 35 ~

Wethouder Renzen: Daar kan ik gelukkig heel duidelijk over zijn, dat is 6 december a.s. De voorzitter: Concreter kunt u het niet krijgen mijnheer Zwaard. Gaat u verder. Wethouder Renzen: Tot slot. We blijven ook in 2023 intensief samenwerken met onze woningbouwcorporatie Wonen Midden-Delfland. We maken ieder jaar de jaarlijkse prestatieafspraken met hen, maar ook met de huurdersverenigingen. En er zit ook nog een nieuwe huisvestingsverordening aan te komen. Die vervalt op 1 juli 2023 en wij zullen ook met een besluit daarvoor komen. In afstemming met … De voorzitter: Mijnheer Jongsma heeft een interruptie. De heer Jongsma: Ik vroeg me af: is daar ook nog geld mee gemoeid, want dan wil ik het ook graag weten. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ik voelde het al aankomen, voorzitter, maar ik dacht 'ik zeg het toch'. Want ja, dat staat ook op die tweede lijst. Maar we hebben dus wel een nieuwe huisvestingsverordening nodig. In samenwerking met de hele Haagse regio. Dat staat ook op de lijst omdat we dat voorgaande jaren niet hadden. De voorzitter: De heer Scholtes. De heer Scholtes: Ik hoor de wethouder zeggen 'we hebben hem nodig'. De tweede lijst is een keuzelijst. Kan de wethouder dan wel toelichten Waarom die op lijst 2 staat en niet gewoon in de begroting is opgenomen? De voorzitter: Wethouder.

Wethouder Renzen: Dat zeg ik net, omdat het voorgaande jaren er niet in zat, dus het is om aan u inzichtelijk te maken wat er bij komt. De voorzitter: De heer Knaap. De heer Knaap: Ik haak even aan op die lijst met wooninstrumenten die wij ooit hebben gehad, in januari 2022. Daar stond bijvoorbeeld zelfbewoningsplicht en opkoopbescherming in. Is de wethouder bereid om in de huisvestingsverordening ook dat soort stappen meteen op te nemen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Ik denk dat het goed is om dat in die commissie te bespreken en om daar ook het net op te halen over hoe daar raadsbreed over gedacht wordt. Voorzitter, ik ga verder met motie 5 Vangnet voor energiekosten voor verenigingen en stichtingen zonder winstoogmerk. Het college deelt de in deze motie beschreven zorgen over de impact van de stijgende energiekosten voor verenigingen en stichtingen. De gestegen energiekosten raken ons allemaal en dus ook onze verenigingen. Voor de korte termijn geldt dat de Rijksoverheid voor de semicollectieve sector momenteel kijkt wat een passende oplossing kan zijn. Het kabinet heeft aangegeven de Kamer uiterlijk 1 december a.s. daarover te informeren en de gevolgen bij de najaarsnota te verwerken.

Vooruitlopend op de maatregelen van het rijk, eigenlijk een beetje zoals dat bij corona ook werkte, onderhouden wij contacten met onze stichtingen en verenigingen om een beeld te behouden van de situatie in onze gemeente. De sportverenigingen hebben in een recente bijeenkomst aangegeven op dit moment nog uit te komen, maar ze maken zich wel zorgen over de toekomst. Wij houden de landelijke maatregelen goed in de gaten en op het moment dat het rijk met een regeling komt, gaan wij dat natuurlijk meteen ook doorzetten naar onze verenigingen, zoals we dat ook deden bij corona. Er kunnen ook situaties zijn dat de nood hoog is. De heer Schrama heeft vanmiddag ingesproken namens stichting De Dorpshoeve en daar is de nood hoog. Ik vind dat we als college daar ~ 36 ~

maatwerk moeten toepassen. We hebben ook al aangegeven 'we gaan in gesprek met De Dorpshoeve en we moeten gewoon met elkaar kijken wat er nodig is om ervoor te zorgen dat De Dorpshoeve overeind blijft'. Ik wil heel duidelijk benadrukken dat De Dorpshoeve een belangrijke voorziening is in Schipluiden en niet alleen de voorzieningen an sich, maar het brengt ook sociale cohesie en vitaliteit is Schipluiden en dat willen we behouden, met De Dorpshoeve. Dus wij gaan in gesprek. De voorzitter: Mijnheer Zwaard heeft een interruptie. De heer Zwaard: Dank u wel, heel sympathiek van u en ik kan het volgen. Heeft u inzicht of er meerdere stichtingen zijn die binnen korte termijn bij u aankloppen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Voor nu, anders dan dat we ook een sportverenigingen al gesproken hebben, zijn bij ons nog geen berichten gekomen dat andere organisaties vergelijkbaar met De Dorpshoeve zeggen 'wij staan op omvallen'. Dat is eigenlijk wat ze vanavond hebben gezegd. De voorzitter: Mijnheer Jongsma. De heer Jongsma: Ik wil via u aan mijnheer Zwaard vragen of dat niet des te meer een reden is om mijn motie te ondersteunen, want daarin verzoek ik toch echt om in contact te komen met verenigingen en stichtingen. U geeft zelf ook steeds aan 'ik verwacht een actiever college'.

In deze motie wordt het college dan gemotiveerd en geactiveerd om vooral ook zelfstandig even op zoek te gaan in plaats van andersom. Het is heel vaak zo dat verenigingen het heel lang een beetje proberen en misschien dan net de laat zijn, dus ik zie het liever andersom en vraag mijn collegaraadsleden dan ook deze motie toch te ondersteunen, want dan wordt het wat actiever, dan wordt het concreet. Ik wil vragen of mijnheer Zwaard dat met mij eens is en dat wil ondersteunen. De voorzitter: Gezien het onderwerp, ben ik wat ruimhartig, maar het is wel een novum, voor mij dan, om een interruptie op een interruptie te doen waar de wethouder vervolgens niets mee kan. Dat is eigenlijk een beetje tweedetermijnwerk, maar ik gun het u van harte. Maar wees daar terughoudend in alstublieft. Wethouder, gaat u verder met uw beantwoording. Wethouder Renzen: Daarnaast is het ook belangrijk dat we kijken naar de wat langere termijn en dan zou het natuurlijk mooi zijn als we kunnen kijken of wij kunnen faciliteren dat verenigingen en stichtingen ook verder verduurzamen om naar de toekomst toe gewoon zuiniger met energie om te gaan. We willen daarin faciliteren. We denken mee met stichtingen en verenigingen over de mogelijkheden die marktpartijen bieden om samen met hen tot structurele verduurzaming en daarmee een kostenverlaging te komen en ook vanuit de regio zijn hier wellicht mogelijkheden.

Zo is een van de speerpunten binnen de RES-regio om middels de versnellingsaanpak zonne-energie op parkeerplaatsen de komende jaren de opwek uit zonne-energie regionaal te laten groeien. Dus mijn collega-wethouder Oderwald is daar druk mee. De voorzitter: Mijnheer Knaap heeft een interruptie. De heer Knaap: Toch even de checkvraag: staan deze ambities op lijst 2 of zitten ze in de basis begroting? Want u wilt iets, maar kunt u ook iets? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: Helaas heb ik daar dan ook een negatieve boodschap. Het staat op lijst 2. Het betekent dat we met die budgetten verder willen gaan en nogmaals, niet voor alle budgetten, maar wel bepaalde budgetten voor de hele energiestrategie. Het zat niet structureel in de begroting, we maken het nu inzichtelijk op lijst 2 en het zit dus niet al in de begroting die u vaststelt vanavond. Ik ga verder met het amendement van PUUUR. Het behouden en versterken van ons Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland met daarin haar historische dorpskernen is een belangrijke taak van deze gemeente. Het is ook belangrijk dat wij daar bekendheid aan geven in de regio en ~ 37 ~

daarbuiten. En dat doen we met gebiedsmarketing. PUUUR voert die gebiedsmarketing voor ons uit. Er staat inmiddels een sterk merk, PUUUR, maar het is wel belangrijk dat de komende jaren dit nog verder wordt versterkt en verder uitgewerkt. Maar ook dat PUUUR gaat laten zien dat PUUUR continuïteit heeft. Het is belangrijk dat voor de komende jaren structureel geld in de begroting zit, zodat PUUUR niet alleen maar binnen de jaargrenzen wat projecten kan doen, maar ook door jaargrenzen heen kan laten zien dat er continuïteit is en daarmee meer mogelijkheden krijgt, ook regionaal, ook met andere gemeenten, om samen te werken en het merk PUUUR nog verder te versterken. Dus ik raad het amendement ingediend door Mijn Partij dan ook ten zeerste af. Het zou zonde zijn om nu te stoppen met de gebiedsmarketing van PUUUR. Zij voeren de gebiedsmarketing goed uit. Ze gooien dat geld niet over de balk. De voorzitter: De heer Roeling heeft een interruptie. De heer Roeling: Als ik de wethouder hoor, dan is die evaluatie is al geweest, want ze kijkt al jaren verder. 'We moeten dit, moeten verder en we moeten beter'. Volgens mij zouden we eerst evalueren voordat we überhaupt naar de toekomst kijken. Als ik zo de wethouder hoor, dan heeft ze die evaluatie persoonlijk zelf op een namiddag gedaan en is ze tot de conclusie gekomen dat we al sowieso verdergaan.

Dus concrete vraag: wanneer vindt dan die evaluatie plaats voordat we wat toekomstperspectief kunnen bieden aan PUUUR, dat overigens samen met LTO is opgericht, maar LTO heeft inmiddels de handen eraf gehaald. Maar dat terzijde. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: In de commissie is heel duidelijk in het voorstel aangegeven dat het belangrijk is dat PUUUR de komende twee jaar sowieso lucht krijgt, zodat ze ook kunnen waarmaken dat ze continuïteit kunnen bieden, maar dat we die twee jaar ook gebruiken om te evalueren. Dus in 2023-2024 maken we nog een vijfjaarstermijn van PUUUR af. Binnen die termijn evalueren we ook en we komen tijdig voor de jaren daarna als college met een voorstel en dan kunt u zich daar als raad over buigen, op tijd. De voorzitter: Gaat u verder. O, mijnheer Scholtes heeft nog een interruptie. De heer Scholtes: Misschien dat de wethouder 'tijdig' iets beter kan definiëren in 'voor het einde van 2023', of 'halverwege 2023' of 'Q1 2023', iets van die strekking? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Renzen: In ieder geval voor 2025 want anders zou het plotseling stoppen of doorgaan. Dus we zullen de jaren 2023 en 2024 nodig hebben om met PUUUR te evalueren en binnen die termijn ook met een vervolgvoorstel te komen. Dat betekent dat je daar binnen nu en een halfjaar wel mee moet starten want anders ben je niet op tijd.

Tot zover, voorzitter en ik ben ook aan het eind van mijn beantwoording. De voorzitter: Dank u wel. Verder geen interrupties meer, dan gaan we naar wethouder Oderwald. Gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Dank aan deze raad voor alle mooie reflecties die er gegeven zijn. Ik wil beginnen met mijn beantwoording bij de vraag die het CDA heeft gesteld over armoede. Er komt een nieuw geactualiseerd armoedeplan, dat komt nog eind van dit jaar bij u aan. Dat is geactualiseerd en gaat ook in op schulden en daar zullen we de punten die u genoemd heeft, de collectieveverzekeringsgrens verruimen, vereenvoudiging van de toegang, hulp door een loket, compensatieregeling chronische zieken, vroegsignalering, hulpverlening en jongeren en schulden en alle punten, ook over verslaving, in meenemen. Ook het punt dat de VVD noemde op het gebied van armoede om de armoedeval op een goede manier te borgen. Dus dat komt naar u toe. Ik heb een vraag gekregen over de fietsveiligheid bij scholen. We gaan ermee van start door een eerste gesprek te voeren met het ROVZH, het Regionaal Ondersteuningsbureau Verkeersveiligheid dat een heel actieplan heeft gemaakt, Maak een punt van nul. Zij hebben daar voor scholen

~ 38 ~

specifieke programma's voor en wij gaan kijken wat zij daarvoor kunnen bieden. Dan zullen we via de commissielijst naar u terug laten komen hoe we daar verder mee denken te gaan. Dan heb ik ook een vraag van het CDA gekregen over dienstverlening. Dat is een herhaling van de vraag die we ook in de eerste termijn in de schriftelijke ronde gekregen hebben. Dus ik ga het antwoord niet echt herhalen. Maar 'het voorstel voor de gemeentelijke dienstverlening'? 'De gemeentelijke dienstverlening' is nogal een breed begrip, dus ik denk dat we gewoon netjes in stukjes moeten blijven knippen wat we daar dan onder verstaan. Heel veel zaken pakken we op. Daar rapporteren we ook over en ik denk dat het goed is om dat in het oog te houden om dat ook daadwerkelijk goed te doen; welk element van welke dienstverlening loopt nou goed en waar niet? En ik vond het ook prettig dat de heer Van der Eijk refereerde aan de MijnGemeente app om zaken beter te melden, zodat we ook dingen goed op het vizier kunnen hebben. Maar het antwoord blijft staan. We gaan alvast starten met een projectleider die concreet met het eerste onderwerp van start gaat om de telefonische bereikbaarheid te verbeteren. En daarna gaan we zeker ook gewoon goed kijken hoe we de termijnen beter kunnen bewaken op allerlei dossiers, vooral doorlooptijden van… De voorzitter: Mevrouw Koppert heeft een interruptie.

Mevrouw Koppert: Meteen de vraag: na wat we net allemaal bediscussieerd hebben, staat deze projectleider op lijst 2 of is er al budget voor? Wethouder Oderwald: Die is gewoon in het programma opgenomen. De voorzitter: Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Kunt u aangeven wanneer dit gaat starten? De projectleider? Wethouder Oderwald: 2 december. Ja. De voorzitter: Mevrouw Van 't Westeinde. We zijn er nog niet, wethouder Oderwald. Mevrouw Van 't Westeinde: Nog een vraag, want wat houdt die projectleider in? Die gaat in de gaten houden of de telefoontjes beantwoord worden? Help me heel even daar wat beeld bij krijgen. Wethouder Oderwald: We gaan een verbetertraject starten om de telefonische bereikbaarheid te verbeteren en dus eigenlijk gewoon een implementatieplan uitwerken of uitvoeren dat er al lang ligt om de telefooncentrale beter in te regelen. Dat gaat zorgen voor betere bereikbaarheid van de diverse vakafdelingen. Er zijn veel meer punten die deze projectleider gaat doen hoor, maar dat is een voorbeeld dat ik er nu de uithaal om het wat concreter voor u te maken. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Oderwald: Even kijken, dan ga ik door naar de motie die ingediend is over Stichting Welzijn Midden-Delfland. Een heel belangrijke organisatie voor onze gemeente, voor het welzijnswerk. En we zien ook inderdaad dat sinds de bezuinigingen toch de wereld beetje veranderd is.

We kennen de Oekraïnecrisis en alles wat die met energievraagstukken teweegbrengt. Dat is een rode lijn door deze avond ongeveer. En ik ben zeer erkentelijk voor hoe Stichting Welzijn Midden-Delfland functioneert in deze gemeente en welk werk zij verzetten met een grote hoeveelheid vrijwilligers. Ze voeren dus vele welzijnstaken uit op het gebied van ontmoeting, advisering en ondersteuning van kwetsbare inwoners. En even kijken, ik ga nu even zorgen dat ik de juiste elementen niet ga herhalen die ik uit mijn hoofd heb gedaan en die hier op papier staan. Ja, jongerenwerk wordt in uw motie genoemd. Dat vind ik zelf niet automatisch een kerntaak die bij de SWMD hoort. De voorzitter: Een interruptie van mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Waar leest u in de motie dat Het gaat over jongerenwerk? ~ 39 ~

De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Ik moet u zeggen dat ik misschien reageer op een voorlaatste versie van de motie, dus dat zou best kunnen. Mevrouw Langeveld: Nee hoor, er staat geen jongerenwerk in. Er staat in 'een verkennend gesprek met Stichting Welzijn Midden-Delfland aan te gaan om de mogelijkheden te onderzoeken of activiteiten uitgebreid kunnen worden naar jongeren'. Dus een verkennend gesprek staat erin en er staat geen jongerenwerk in. Bent u dat met mij eens, dat jongerenwerk iets anders is dan hier staat? Wethouder Oderwald: Ja, zeker, maar ik denk dat we… De voorzitter: Dames en heren, wel even alstublieft een spreker per keer. Ik weet niet wie er nu allemaal aan het woord zijn, dat kan ik dan even niet volgen, maar de wethouder heeft nu het woord. Wethouder Oderwald: Ik denk dat we elkaar goed begrijpen, mevrouw Langeveld. Dus voorzitter, ik ga even verder. Ik denk dat het heel goed is om het gesprek met de SWMD aan te gaan over wat nu precies in concreetheid de taken zijn die ze op dit moment hebben en wat de kerntaken zijn die ze hebben en wat de veranderingen in de wereld teweeg hebben gebracht op hun taakgebied. Ik zwem nog steeds door mijn tekst en ik wil niet in herhaling vallen, dus ik neem een seconde tijd om te kijken waar ik ben. We gaan structureel het gesprek aan. De voorzitter: Mevrouw Koppert heeft een interruptie.

Mevrouw Koppert: U zegt 'het gesprek aangaan met de Stichting Welzijn Midden-Delfland', maar er zijn meer organisaties die zich bezighouden met de problematiek, zoals beschreven in de motie. Gaat u dan met al deze partijen een gesprek aan? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: We gaan in eerste instantie vooral het gesprek aan met SWMD, omdat dat de organisatie is waar we op dit moment de meeste taken bij belegd hebben. Maar uiteraard kunnen we ook bekijken welke vragen er nog meer leven, welke organisaties daarbij van toepassing zijn en zodoende kunnen we dat verder gaan doen. De voorzitter: Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik ben even benieuwd. U geeft aan dat u het gesprek aangaat met Stichting Welzijn Midden-Delfland. Dat is natuurlijk hartstikke goed, daar ben ik ook heel erg blij mee. U geeft ook aan dat u daar de situatie op dit moment, waar toch wel een heel groot deel van Nederland tegen aanloopt, wilt bespreken. Die punten staan ook al in de in de motie. De vraag die dat bij mij oproept, is de volgende. De situatie is al een tijd schrijnend onder inwoners. Bent u al eerder een gesprek met Stichting Welzijn Midden-Delfland aangegaan en heeft u al eerder signalen gehoord over waar zij op dit moment tegen aanlopen? Want ik heb van de week toch wel ernstige signalen van hen gehoord waar ze tegen aanlopen, dus ik ben benieuwd of die ook bij u bekend zijn.

De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Ik heb al diverse gesprekken met ze gevoerd, net als die ambtelijk hebben plaatsgevonden met deze organisatie. Vandaar dat we ook gewoon al concrete afspraken hebben staan om dit te op te pakken. Dit is niet iets wat ik nu aan het vertellen ben omdat deze motie hier voorligt, maar dit is gewoon al lopende praktijk. Dat gaan we al in gang zetten om dat onder de loep te nemen en te kijken wat er nodig is en wat er speelt en hoe we dat kunnen gaan doen en welke vraagstukken ze nu uitvoeren en welke ze moeten laten liggen vanwege beperkingen in ~ 40 ~

middelen. Dus we gaan dit gewoon oppakken, uitvoeren en kijken op welke manier we het eventueel nog vanwege financiële aanpassingen mee terug zouden moeten nemen om u daarbij te betrekken. De voorzitter: Dan heb ik een interruptie van mijnheer Gebben. De heer Gebben: Fijn om te horen dat u structureel met de Stichting Welzijn Midden-Delfland in gesprek bent. Wat boven de markt blijft hangen nu, is waar we hiervoor zitten. Is er gesproken over wat voor budget zij nodig denken te hebben voor alle dingen waar ze nu tegenaan lopen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Nee, dat is er zeker niet en daarom zou ik ook eigenlijk nog willen afwachten wat daadwerkelijk nodig is. Daar hebben we het gesprek nog onvoldoende over gevoerd en daarom vind ik het ook heel moeilijk om nu te zeggen 'er is meer geld nodig'. Ik denk dat dat mogelijk later wel het geval is, maar ik denk dat het goed is dat we gewoon met elkaar tot een goed afsprakenpakket komen wat er dan precies extra nodig is, of dat ook daadwerkelijk nodig is en daarover zou ik u dan ook het liefst gewoon willen informeren. Want het is ook een bepaalde weging; kunnen ze sommige taken misschien op een effectievere manier uitvoeren of liggen die eigenlijk daar toch niet al te goed? Dat wil ik als een geheel bekijken. De voorzitter: Dan weer twee interrupties. De heer Zwaard was net iets eerder.

De voorzitter gaat erover, mijnheer Zwaard, maar ik vind wel dat u een punt heeft, dus mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: Ik heb nog een heel kleine vraag aan de wethouder, kunt u aangeven op welke termijn u ons op de hoogte gaat houden van de bevindingen en de uitkomsten van het gesprek dat u hebt gehad met Stichting Welzijn Midden-Delfland ? En bent u ook bereid om de punten die hier in de motie staan, mee te nemen en daar ook concreet een antwoord op te geven naar ons als raad? Wethouder Oderwald: Ja zeker, voorzitter, als ik aan het woord mag. De voorzitter: Gaat uw gang. Wethouder Oderwald: Het is de bedoeling, het gesprek staat volgens mij deze maand nog gepland. Ik denk dat we dan in ieder geval via de commissielijst, maar waarschijnlijk ook via een raadsinformatiebrief bij u terugkomen op wat we als benodigdheden zien om dat welzijnswerk goed in stand te houden en te kijken hoe we daar een gehele integrale afweging in kunnen maken met elkaar. De voorzitter: Dan nu wel naar de heer Zwaard. Het hoeft niet meer? Zo. Fractiediscipline waarschijnlijk. Dan zie ik de heer Ringeling.

De heer Ringeling: Trek ik een goede conclusie als ik concludeer dat u over beide punten met de SWMD gaat praten? Dus zowel over wat er nu plaatsvindt en waar er eventueel tekort aan middelen zijn, als ook over het jongerenwerk? Betrekt u beide punten in het gesprek of heb ik het niet goed begrepen? Sorry, over de uitbreiding van, over het verkennend gesprek over de eventuele uitbreiding naar jongeren. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Ik constateer dat de heer Ringeling dezelfde verwarring en woordkeuzestruikelingen maakt als ik. Maar jazeker gaan we dat onderwerp voor de jeugd daar ook in meenemen en is het de bedoeling het gewoon in gang te gaan zetten. De voorzitter: Bent u erdoorheen? Wethouder Oderwald: Nee, ik ben er zeker nog niet doorheen. ~ 41 ~

De voorzitter: Wel door de tijd. U heeft veel interrupties gehad en ik ben hem vergeten uit te zetten dus ik ben eigenlijk kwijt hoe lang u al aan het woord bent. Wethouder Oderwald: Dan naar de motie van de VVD over de evaluatie plan van aanpak kostenbeheersing jeugdhulp 2019. Ik wil er een paar kleine nuanceringen bij maken. Het plan van aanpak Kostenbeheersing 2019, dat toegekend is door de raad, is incidenteel geld geweest en de middelen eindigen daarvoor niet in 2023, maar die zijn reeds lang beëindigd. Over de voortgang en de resultaten van het plan van aanpak is in de raad destijds meermalen een informatiesessie geweest, zoals via de presentatie van de raadswerkgroep op 27 juni 2019, de raadsbrief voortgang plan van aanpak, dat was ook al veel eerder, en een presentatie in de werkgroep op 28 november 2019. Dus daar bent u over geïnformeerd. Het is daarom ook voor ons als college niet zinvol om drie jaar na dato dat plan van aanpak specifiek te gaan evalueren. Maar ik denk dat ik wel begrijp waar u heen wilt met deze motie. Dus ik denk dat ik op zich aan het concept voor u tegemoet kan komen omdat we gewoon goed moeten kijken wat we nodig hebben. Dat is ook de vraag die de heer Ringeling stelde, wat hebben we nodig om met elkaar de discussie te gaan voeren? Ik denk dat we daar gewoon goede stappen gaan maken met de raadswerkgroep die we op 17 november a.s. hebben.

Waar we u dan zullen informeren over de voortgang van de ontwikkelingen van het Maatschappelijk Team en allerlei cijfers van het gebruik en de kosten en de jeugdzorg. In feite alle punten die u hier aan kadert en dat is ruimschoots voor de zomer. We zullen dat in het vroege voorjaar gaan doen zodat we daadwerkelijk ook kunnen rapporteren over de verdere resultaten en de benodigde vervolgstappen. Dus ja, ik kan deze motie niet omarmen zoals het er letterlijk staat, maar ik zeg u toe dat ik u op alle manieren ga voorzien van de informatie om te onderzoeken wat het effect is op het Maatschappelijk Team en dergelijke. De voorzitter: Mevrouw Langeveld. Mevrouw Langeveld: U geeft inderdaad de raadswerkgroepen die zijn geweest en de wijze waarop wij geïnformeerd zijn door het college aan. In de motie staat heel duidelijk 'een evaluatie van de eerdere beheersmaatregelen die genomen zijn'. Er is geïnvesteerd, een aantal jaren geleden, omdat er een drastisch tekort was. Daar hebben we extra financiële middelen voor ingezet. Daar is een mooi plan van aanpak uit ontstaan. Mogelijk zien we nu wel de resultaten omdat er minder kinderen in de jeugdhulp zitten, maar de kosten stijgen wel enorm.

Een feit is, de afgelopen jaren, en dan vergelijk ik dat met omringende gemeentes, dat wij geen sturingsinformatie hebben waar wij op kunnen sturen zoals 'wat gaat er hier goed in Midden-Delfland, wat gaat er minder goed? Waar moet aan gewerkt worden? Hoe kunnen we de grip krijgen op de kosten?' Et cetera, zo kunnen we een heel lange lijst aanhalen. De VVD heeft het ook benoemd in haar betoog. Het staat nu in een motie, dus u geeft aan 'u gaat ons informatie geven'. Ja, we hebben een raadswerkgroep volgende week en daarin zullen we zeker wat cijfers krijgen, maar ik denk juist dat de bedoeling van deze motie is dat dat dieper gaat, dat we echt willen weten 'wat is er goed gegaan, wat is er minder goed gegaan en wat hebben we nodig om te kunnen sturen op de kosten?' Want die rijzen de pan uit en ik wil niet zeggen dat dat eraan ligt dat er niet goed gewerkt wordt, zeker niet, want ik denk dat er echt mensen in het Maatschappelijk Team hun uiterste best doen. Het is een gegeven, een landelijk gegeven, dat de tarieven binnen de jeugdhulp de pan uit rijzen en wij willen als raad kunnen sturen op die kosten. En hoe we dat moeten gaan doen? Ik heb geen flauw idee hoe ik dat hier als raadslid moet doen omdat ik merk dat de informatie mij ontbreekt.

De voorzitter: Mevrouw Langeveld? Mevrouw Langeveld: Bent u dat met mij eens? Dat een evaluatie daarin wel zinvol kan zijn? Ik zag het in mijn linkerhoek. Ik dacht 'ik zal hem gauw voor zijn'. De voorzitter: U hoorde me niet eens? Mevrouw Langeveld: Dank u wel. Het is even een betoog geworden, maar ik vond het wel even belangrijk om dat te doen.

~ 42 ~

De voorzitter: Ik heb u ook niet voor niets de ruimte gegeven, maar ik had idee dat u iets breder ging, maar u had uzelf nog volledig in de hand. Ik heb u onderschat, dank u wel. We gaan naar de wethouder. Wethouder Oderwald: Ik ben het ermee eens, volledig mee eens is misschien wat overdreven, maar we hebben u ook geïnformeerd dat het op een aantal onderwerpen over met name het dashboard inderdaad wat is blijven liggen om u goed te informeren. Dat kunnen we nu juist wel gaan doen. We zullen u dan ook na deze raadsinformatiesessie komende week, dacht ik uit mijn hoofd, ook echt schriftelijk gaan rapporteren over de verdere resultaten die behaald zijn om dat inzicht waar u naar vraagt ook daadwerkelijk te geven. Maar een evaluatie van het plan van 2019, dat lijkt me niet zo zinvol. Ik denk dat het meer een evaluatie is van de staande praktijk. Wat we nu doen, wat we de actuele jaren gedaan hebben, want 2019 is al wat langer geleden. Dat plan was al afgelopen. Die middelen zijn al voorbij. Dus ik denk dat ik volledig tegemoetkom aan uw informatiebehoefte en… De voorzitter: Ik wil even voorkomen dat we nu gaan herhalen, want ik heb het idee dat u allebei hetzelfde wilt, maar dat kan aan mij liggen. Mevrouw Langeveld, geeft u dan nog even het accent van wat u dan nog mist. Mevrouw Langeveld: U geeft aan, wethouder, dat het plan van aanpak evalueren van 2019 geen zin heeft.

Wij geven als raad aan, in ieder geval in deze motie, dat we graag het plan van aanpak van 2019 geëvalueerd willen hebben, want daar zijn wel degelijk beheersmaatregelen op genomen waarvan wij ook het resultaat willen zien; heeft het effect gehad wat we hebben ingezet? En dat heeft niet alleen maar met cijfers te maken, maar dat is wel breder dan een dashboard, wat u aangeeft. De voorzitter: Een laatste poging, wethouder. Wethouder Oderwald: Ik omarm gewoon de bedoeling die u aangeeft. Alleen zijn er na 2019 nog meerdere plannen geweest, dus ik wil graag het geheel aan u presenteren van alle maatregelen en dan niet alleen van het plan in 2019. De voorzitter: De heer Gebben. De heer Gebben: Ik ga even mevrouw Langeveld denk ik een beetje helpen. Wij zijn in 2019 begonnen en hebben vooral ingezet op preventie. Kunt u dat dan ook heel duidelijk meenemen, want we willen heel graag weten wat het effect daarvan is geweest. Zijn we op de goede weg of hebben we een verkeerde route genomen? Dat is wat onder andere ook het CDA heel graag wil, denk ik. De voorzitter: Maar nu ga ik even ingrijpen, want u maakt het nog helderder, mijnheer Gebben, maar het is wel een herhaling van wat er steeds gezegd is en volgens mij hebben we een motie waarop het college aangeeft wat het advies op de motie is. Letterlijk zegt het college 'dat kunnen we niet omarmen'.

Maar de geest en de bedoeling ervan wel. U wilt weten hoe de staande praktijk is, hoe dat werkt en hoe het beter kan. Dat is wat de wethouder nu een aantal keer gezegd heeft. En u mag altijd nog stemmen over de motie en als die het haalt zal het college zich daartoe moeten verhouden. Dat ook omwille van de tijd, want uiteindelijk moeten we voorkomen dat we in rondjes draaien. Wethouder, wilt u proberen richting afronding te gaan? Wethouder Oderwald: Jazeker, ik heb nog een laatste vraag, een laatste aandachtspunt voor deze termijn. De NPO-gelden waar de heer Ringeling het over had en de vraag of we dat niet kunnen verlengen. Ja, het is natuurlijk heel mooi eenmalig geld dat vanuit het ministerie van Onderwijs ook daadwerkelijk een langere termijn ter besteding heeft gekregen. Dat is met twee schooljaren verlengd, zodat het ook in de schooljaren 2024 en 2025 nog ter besteding kan worden gebruikt. Maar helaas, het is op zich eenmalig geld. Het is verlengd met twee schooljaren, maar dat betekent niet dat het structureel geld is geworden en we zullen dan ook met het lokale overleg met de onderwijsinstellingen gaan kijken wat dat betekent. Op zich stopt het dus en het is tijdelijk geld,

~ 43 ~

maar de bedoeling was heel mooi en we gaan kijken wat we in stand kunnen houden en willen houden en vooral ook wat nodig is. Daarover zal ik u blijven informeren. De voorzitter: Ik zie de heer Ringeling. De heer Ringeling: Is hetzelfde budget gespreid over meerdere jaren of is er extra budget bij gekomen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Oderwald: Een heel terechte vraag voorzitter, want op zich zijn alle gelden al besteed. Je mag er alleen langer over doen. Tenminste, hier lokaal hebben we al besteed, belegd en uitgegeven of een plan gemaakt waar we het aan uitgeven. Maar je mag er wel langer over doen. De voorzitter: Dank u wel. O, mijnheer Knaap. De heer Knaap: Ik ga ervan uit dat mevrouw Oderwald klaar was met haar betoog en antwoorden? Ik heb vanuit OGP Midden-Delfland nog even een vraag aan het college, want we hebben natuurlijk geduldig afgewacht of wij antwoord zouden krijgen op de vragen… De voorzitter: Mijnheer Knaap, we zijn er nog niet helemaal want er is nog een portefeuillehouder die niet aan het woord is geweest. Dat ben ik. De heer Knaap: Dan geef ik u nog even de ruimte. Portefeuillehouder Van Hemmen: Ik heb een vraag en een motie. Het is enigszins compact.

Normaal gesproken zou ik even kunnen schorsen en een plaatsvervangend voorzitter vragen, maar ik denk dat gezien de hoeveelheid, dat ook zonder kan en mocht het te gek worden, dan probeer ik mijzelf in de hand te houden en schors ik alsnog. Dus mocht het een debat worden, om het zo maar te zeggen. Ik heb een vraag van OGP Midden-Delfland of er in het kader van personele samenwerking een mogelijkheid zou zijn om met de regio aan de slag te gaan omdat daar de constatering onder ligt dat er door stikstof veel stilvalt en dat betekent dus dat er waarschijnlijk capaciteit beschikbaar zou zijn. Ik weet dat er op dit moment een samenwerking is in de regio, die bestaat al enige jaren, van 24 gemeenten en dat heet de RegioIngenieurs of het Ingenieursbureau Regio, de exacte naam moet u me even vergeven. Dat blijkt niet echt een succes te zijn. Daarin vindt natuurlijk ook kennisdeling plaats maar we zien dat, omdat er een landelijke tekort is, elke gemeente dezelfde behoefte heeft aan personeel. We zien dan als er een landelijk tekort aan is, de regio ook zuinig is op zijn eigen personeel en dat eventueel op andere onderwerpen inzet. Dus wellicht zouden er minder projecten zijn maar is er nog steeds een tekort aan mensen. Daarnaast is er nog niet al te lang geleden bij de MRDH een verkeerskundigenbureau opgestart, maar dat zijn ze aan het starten en daar werkt het vergelijkbaar.

Daar proberen we kennis te delen, maar ook personeel te delen en elkaars vacatures een beetje te vergelijken. Als iemand bijvoorbeeld in een re-integratie, of in een soort van doorontwikkeling zit, of er zijn jonge talenten, dan kun je daarmee samenwerken, dus in principe bestaat het al. En dan de motie van fractie Mijn Partij over De Schakel. Ik snap de vraag. Alleen is het wel een taak van – 'het journaille' vind ik dan weer zo negatief klinken – de krant zelf. Ik kan me voorstellen dat als de krant zegt 'wij doen een wekelijkse column Raadspraat', ik geef maar een voorbeeld, 'en daar worden elke keer raadsleden gevraagd om daar aan mee te doen' is dat natuurlijk prima. Op het moment dat je dat zelf gaat doen, zijn er wel een paar dilemma's die ik zie. De eerste is de keuzevrijheid die elke fractie heeft; op het moment dat een fractie het doet, ben je eigenlijk impliciet verplicht als fracties om allemaal mee te doen, want die ruimte is er en dan moet je dat. Sommige fracties stellen andere prioriteiten en daar mogen ze hun eigen keuzes in maken. U heeft al een fractiebudget, daar kunt u dit soort dingen uit financieren en mocht dat nou tekortschieten, dan staat het u natuurlijk vrij om een amendement in te dienen om het fractiebudget te verhogen om dit soort dingen te doen, waarbij andere fracties andere keuzes kunnen maken, met datzelfde geld.

Maar het is echt helemaal aan uzelf.

~ 44 ~

En een ander dilemma, dat vind ik persoonlijk iets kleiner, maar wel relevant, is op het moment dat de gemeente ruimte in een krant ter beschikking stelt, je dus ook aansprakelijk gesteld kunt worden. Aansprakelijk klinkt wat zwaar, maar je kunt wel aangesproken worden op wat de vrije meningsuiting van de politieke partij is. En dat kan bijvoorbeeld heel ingewikkeld worden op het moment dat het in de buurt komt van wat we wel vaker in de media naar buiten zien worden gebracht door niet nader te noemen partijen. Maar op het moment dat mijnheer Roeling bijvoorbeeld iets gaat vertellen over dat de burgemeester een reptiel in mensenhuid is, bijvoorbeeld, of dat ik lid van het WEF ben of iets dergelijks, kan dat dus wel betekenen dat de gemeente daarop aangekeken wordt. En dat gaat echt iets doen met u als raad. De enige situatie waarbij het wel logisch is, en die is al ook genoemd, ik weet niet precies wie dat zei, is bij de verkiezingen. Dan zorg je voor de herkenbaarheid en de onderlinge vergelijkbaarheid doordat je de communicatie een beetje uniform doet en kenbaar maakt waar je voor staat en wat je belangrijk vindt. Dat soort vragen kun je dan heel eenduidig naar buiten brengen, ten behoeve van de onderlinge vergelijkbaarheid en dus de keuzemogelijkheid voor het electoraat, voor de inwoners van Midden-Delfland. Eigenlijk is het korte antwoord: dit moet je echt niet willen.

Ik snap dat het in het verleden is gebeurd, maar ik zou dit echt nadrukkelijk willen afraden. Doe het als u dit wilt, uit het fractiebudget en als dat tekortschiet, dan moeten we elkaar daar ook gewoon bij helpen als raad. Dank u wel, dat waren volgens mij mijn twee punten. Ik weet niet of er nog interrupties op waren want dat mag dan ook hè? De voorzitter interrumperen. Nee, oké, dank u wel, dan constateer ik dat alle vragen beantwoord zijn en dan gaan we naar de heer Knaap want die heeft nog steeds een vraag gemist. De heer Knaap: Dat klopt, dank u wel. Wij hebben in de tweede termijn als OGP Midden-Delfland een aantal vragen in de herhaling gesteld die we in de eerste termijn niet beantwoord hebben gekregen. En eigenlijk vinden we dat best vervelend, want wij hebben echt vragen gesteld 'welke, wat, hoe?' en we krijgen daar een procesmatig antwoord op. Er is niet op ingegaan, überhaupt niet. In de eerste termijn had het college de tijd om erop in te gaan, maar dat is niet gebeurd. En dan vragen wij ons wel af: hoe moeilijk is het om bijvoorbeeld op een vraag 'wat is het standpunt van het college ten aanzien van de door Rotterdam The Hague Airport gewenste uitbreiding? En hoe kijkt het college daar tegenaan?' te beantwoorden? Dat is een heel simpele vraag, dat vinden ze prima, of dat vinden ze niet prima. Toch wordt dat soort vragen niet beantwoord.

Dus ik vraag me af, wat is het antwoord op zo'n vraag? Maar ik vraag me ook af in algemene zin: waarom lukt het het college niet om op een echt goede vraag, een gerichte vraag waar je een concreet antwoord op kunt geven, antwoord te geven? Waarom lukt dat in de eerste termijn niet? Waarom lukt het in de tweede termijn niet? Want dan kom ik gewoon op een informatieachterstand. Ik vind dat vervelend. De voorzitter: Ik hoor wat u zegt, mijnheer Knaap. Maar op het moment dat er in de eerste termijn – en dat is allemaal schriftelijk – vragen gesteld worden, gaat het college natuurlijk over de eigen beantwoording. Ik neem aan dat het college dan het beeld heeft dat de vragen voldoende beantwoord zijn en dat er op dit moment geen aanvullende beantwoording mogelijk zou zijn. Ik kijk even naar het college of er nog behoefte is vanuit een van de wethouders om er inhoudelijk nog op te reageren. Wethouder Oderwald. Wethouder Oderwald: Ik wil wel reageren op de vraag over Rotterdam The Hague Airport en ook hier geldt, zoals mijn collega zojuist ook al zei, fijn dat u de vraag nog stelt, want nu zit hij in een andere tijdmeter. Voor Rotterdam The Hague Airport is het participatietraject bijna afgerond.

Daar komt een rapport naar buiten en als dat komt, willen wij u daar over informeren, over hoe we daar op zullen gaan reageren, of we erop gaan reageren en daarover ook met u het gesprek aangaan. Want het is natuurlijk een gesprek dat we kunnen gaan voeren. Ik zie u al knikken van 'dat is nog steeds geen echt antwoord', maar ik denk ook dat we het antwoord met elkaar zullen moeten gaan formuleren. Want om eerlijk te zijn, vind ik het best moeilijk om te zeggen wat de raad hiervan vindt en wat ik daar voor positie op in moet nemen, dus daarvoor zijn we met elkaar aan zet. De voorzitter: Nog een van de andere wethouders op de vragen die open zijn? Wethouder Renzen.

~ 45 ~

Wethouder Renzen: Voorzitter, dan zou ik toch wel iets willen vertellen over de inclusiviteit, op het gevaar af dat ik dan misschien ook een beetje voor mijn beurt praat, namens het college. Zoals u weet, hebben we nog geen collegewerkprogramma waarin we dit soort dingen natuurlijk ook met elkaar van te voren even doorspreken. Daar vindt u wat van, maar het is wat het is. Dat collegewerkprogramma ligt er nog niet. Maar het idee dat ik bij inclusiviteit heb, is dat wij vooral zelf uitdragen dat we inclusief zijn en dat we dat ook laten zien naar buiten toe. En mijn idee daarbij is dat we gewoon ook met elkaar in de verschillende portefeuilles die we onder ons hebben, die inclusiviteit onder de aandacht blijven brengen en ervoor zorgen dat iedereen zich daar ook wat meer bewust van wordt. Niet met een enorm beleidsprogramma of iets dergelijks, maar gewoon met een simpele actieagenda. Als ik het even op mijn eigen portefeuilles betrek, zie ik voor me dat ik sportverenigingen langs ga en daar gewoon kort, eigenlijk zoals een Michael van Praag dat ook doet bij grote voetbalclubs, de aandacht vraag voor het onderwerp. Zorgen dat je met korte momenten mensen ervan bewust maakt. Inclusief zijn, zijn wie je bent binnen deze gemeente blijft belangrijk om steeds te benadrukken en daar oog voor te hebben. Dat is eventjes kort wat ik wat ik er nu over kan zeggen.

Dus het is niet een volledig uitgedacht antwoord, maar het is wel het antwoord dat ik op dit moment kan geven. De voorzitter: Ik kijk even verder. Dan is dat voorlopig even waar u het mee mag doen, mijnheer Knaap. Dan ga ik naar de heer Jongsma. De heer Jongsma: Dan probeer ik het nog een keer. Mijn vraag is: wanneer is het collegewerkprogramma er? De voorzitter: Ik zit nu even voor als portefeuillehouder, als voorzitter van het college, dus even niet als uw voorzitter. Het collegewerkprogramma is in de maak. Het ligt natuurlijk volstrekt voor de hand dat dat later is dan normaal omdat deze gemeente heel laat klaar was met coalitievorming. Het is een proces en ik verwacht dat het binnenkort wat meer gaat materialiseren. Een exacte datum kan ik u helaas niet geven. Het proces loopt, dus u zult even geduldig moeten zijn. En daar zullen ook alle ambities van het college vertaald vanuit het coalitieakkoord gaan landen. Nog steeds een procesantwoord. Mooier kan ik het niet maken mijnheer Jongsma. Ik neem nu weer de pet van voorzitter van de raad als u het niet erg vindt. Verder nog iemand? Ik heb nog acht minuten hoor. Nee, ik had de tijd niet aangezet. Nu weet ik dat het voor u gebruikelijk is om een schorsing te hebben om u nog even te beraden over de reactie van het college en de mogelijke gevolgen voor moties of amendementen.

Ik kan me ook voorstellen dat er al fracties zijn die er nu al wat over willen zeggen. Indicatief staat er een half uur schorsing voor. Dat lijkt nu ietwat aan de lange kant, maar dat is mijn gevoel. Ik weet niet hoe u er zelf in zit. Is er behoefte aan een schorsing en zo ja, is een kwartier voldoende? Ja. Dan ga ik de vergadering schorsen. De heer Ringeling? Een half uur? De heer Ringeling: Nee, een kwartier schorsing is prima. Maar ik had een andere vraag. Door het college is gereageerd op de verschillende moties en amendementen. Zijn er nu al moties die nu al van de lijst kunnen? Dat is mijn vraag eigenlijk, dan kunnen we dat nu aangeven en dan hoeven we daar niet meer over te praten. De voorzitter: U zegt eigenlijk dat als u met uw fractie gaat overleggen, het wel heel fijn is om alvast te weten welke u kunt schrappen. De heer Ringeling: Precies! Ik heb een kamer met een spiegel. De voorzitter: Ja, vanuit uw fractie kan ik me dat heel goed voorstellen. Is er iemand van de fracties die wil aangeven dat hij al een motie gaat intrekken? De heer Jongsma. De heer Jongsma: Niet intrekken, maar ik heb hier ook nog een motie Inwoners niet in de kou liggen van Mijn Partij. Die is nu niet aan de orde geweest, dus die is ook niet ingediend dus die kan ik gewoon als….

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=30415c92-b856-443e-8270-6d066d5f2f07