CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2022 m 11 d 08 Vsl raad.docx

Gemeenteraad 29 november 2022, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Notulen openbare vergadering 8 november 202236.910 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Immers: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg. Mijnheer Ringeling, u heeft hier toch iets aan poëzie, want dat zouden we als cultuur doen, daar vroeg u vanmiddag naar. De voorzitter: Ik vind het altijd wel leuk als het via de voorzitter gaat, maar deze vind ik dan weer zo sympathiek, dat ik denk 'vooruit'. Maar tot een minimum alstublieft. De heer Ringeling heeft een interruptie. De heer Ringeling: Kunt u het even herhalen want het ging mij iets te snel, eerlijk gezegd. De voorzitter: Dat was een grapje, of was het serieus? U hoorde uw naam in positieve zin en u wilt dat gewoon echt tot u nemen. We kunnen ook zeggen dat het in de notulen staat. Het staat straks ook in de notulen maar dan nu twee keer. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Dank u wel voorzitter, ik moet snel spreken want ik heb maar kort tijd. Maar ik lees het nog een keer voor. U vroeg vanmiddag 'zit er nog cultuur in of iets bijzonders'? Een heel klein stukje dan: als je doet wat je deed, krijg je wat je kreeg.

~ 16 ~

De voorzitter: De heer Ringeling is tevreden, gaat u verder. De heer Jongsma: Mooi. Op een aantal aspecten zien wij een noodzaak om te kiezen voor een andere aanpak de komende jaren. Zo vraagt deze tijd om creatieve oplossingen. Op het gebied van het begeleiden van bouwplannen, de herontwikkeling van De Hoornbloem en het uitzetten van een groot aantal onderhoudswerkzaamheden aan onze wegen geeft het college aan te weinig ambtelijke capaciteit beschikbaar te hebben. In de keuzelijst legt het college voor te gaan inhuren als oplossing. Als de raad daar dus nu niet voor kiest – dat kan, het is de keuzelijst – gebeurt er dus weinig. De vraag die dit wat ons betreft dan ook oproept, is of inhuurkrachten wel beschikbaar en betaalbaar zijn. Wij roepen het college op om creatief te handelen. En voorzitter, voor ik weer een vraag krijg van de heer Gebben, wij hebben daar ook meteen een oplossing voor. Sluit personele samenwerking met buurgemeenten, het waterschap of Rijkswaterstaat. Leen mensen op detacheringsbasis tijdelijk in van collega-overheden. Door de stikstofproblematiek komen vast projecten stil te vallen en dat biedt onze gemeente zeker kansen om onze opgave wel verder te brengen.

Welke concrete resultaten gaat het college in 2023 bereiken? De voorliggende ontwerpbegroting is op vele onderdelen nogal abstract over wat de concrete resultaten zijn die wij als raad het komende jaar kunnen verwachten. En waar en wanneer wij onze controlerende taak goed kunnen invullen, weten we ook niet precies. Daarnaast ontbreekt tot op de dag van vandaag, wat al eerder gememoreerd is, een collegewerkprogramma. Reden voor OGP Midden-Delfland om in onze eerste termijn te vragen naar expliciete resultaten op een aantal – voor ons belangrijke – dossiers. Het door het college gegeven antwoord is helaas vaak nogal abstract/procesmatig van aard. We doen daarom een aantal vragen in de herkansing. En om dat niet van mijn spreektijd af te laten gaan, is mijn voorstel, voorzitter, dat ik die zo dadelijk gewoon aan het college geef en dat ze daar straks een antwoord op dichten. De voorzitter: Ik vind dat persoonlijk wel lastig want dit is een openbare raadsvergadering. Als u vragen op papier aan het college gaat geven en het college gaat antwoord geven, wordt het er niet veel duidelijker op voor mensen die meeluisteren, en u heeft nog vijftien seconden. De heer Jongsma: Dat kan niet. De voorzitter: O, sorry, 25. Maar dat laatste was een grapje, maar u heeft het blijkbaar anders ingecalculeerd. Ik zou u willen vragen om de vragen zo compact mogelijk te houden.

De heer Jongsma: Dat is goed, als ze gewoon in eerste termijn antwoord hadden gegeven dan was ik nu deze tijd niet kwijt geweest. Ik ga ze voorlezen: - Welke ambities uit het coalitieakkoord zijn reeds voor 2023 als concrete activiteiten in de begroting opgenomen en waar vinden we deze? - Welke concrete activiteiten gaat het college doen om de inclusiviteit in brede zin binnen onze gemeente daadwerkelijk een stap verder te helpen? - Welke activiteiten heeft het college voor ogen om jongeren actief te betrekken bij het bestuur van onze gemeente? - Hoe gaat het college stimuleren dat er daadwerkelijk meer initiatieven op duurzaamheid gaan komen vanuit onze inwoners en welke hulp in geld, menskracht of andere middelen gaat het college daarbij leveren? - Wat is het standpunt van het college ten aanzien van de door Rotterdam-The Hague Airport gewenste uitbreiding en het negatieve effect dat deze uitbreiding heeft op ons stiltegebied? Dat alles brengt ons tot slot in het stuk 'wat betekent dit alles voor de nu voorliggende ontwerpbegroting?' Als wij het proces vanaf de wens tot het vooraf stellen van kaders door onze raad, de ontwerpbegroting met vragenrondes en eerste termijn beschouwen, zien we een begroting die wat ons betreft nog geen goed uitgangspunt voor 2023 is. De geldt voor zowel het werk van de ambtelijke organisatie, het college als ook de gemeenteraad.

Vanuit OGP Midden-Delfland zien we graag een complete begroting waar we voor het komende jaar met realistische aannames mee aan het werk gaan en niet vervallen in een soort van mini algemene beschouwingen elke keer wanneer in 2023 een periodieke begrotingswijziging op de

~ 17 ~

agenda staat. De systematiek met een 'kale begroting' en een keuzelijst geeft wat ons betreft voor nu geen voldoende beeld van wat we nu daadwerkelijk in 2023 gaan doen. Ten aanzien van de ontwerpbegroting en de keuzelijst zoals die er nu zijn, is het voor OGP MiddenDelfland essentieel dat hier een aantal zaken beter en meer realistisch in worden opgenomen. Zo is er geen indexatie op onderhoud wegen, sloten enzovoort. En dat is opmerkelijk. Zeker als daarbij in ogenschouw wordt genomen dat de kosten voor de N468 maar liefst 75% zijn gestegen. Nu rekening houden met een indexatie van 10% op het geplande onderhoudswerk van € 6,5 miljoen in 2023 levert al een extra kostenpost op van € 650.000,00. De voorzitter: Mijnheer Jongsma, u loopt nu echt behoorlijk uit de tijd en ik wil u echt vragen om het laatste stuk wat compacter te doen, alstublieft. De heer Jongsma: Dat gaat wel lukken hoor. De voorzitter: Gaat uw gang. De heer Jongsma: Op dat punt willen we toch wel vast een amendement indienen. Dat amendement is bedoeld om het college een keuze te laten maken tussen of het werk te gaan doen binnen die € 6,5 miljoen, dan wel een keuze te maken in wat wel en niet wordt gedaan. Ik zal dat aangeven in dat amendement.

We willen het volgende in dat amendement indienen en of we eraan vasthouden uiteindelijk hangt af van het antwoord van het college: in de begroting van 2023 een bedrag van maximaal € 6.591.180,00 inclusief indexering op te nemen voor investeringen in de infrastructuur. De voorzitter: Ik zie een interruptie van de heer Scholtes. De heer Scholtes: Ja voorzitter, waar komt dat geld vandaan? Gaan we dat gewoon opnemen en toveren we dat uit een hoge hoed of staat daar nog iets tegenover? Want we gaan nu iets opnemen maar ik zie niet waar het vanaf gaat. De voorzitter: De heer Jongsma. De heer Jongsma: Dan wil ik toch via de voorzitter vragen aan mijnheer Scholtes wat hij precies bedoelt want ik snap hem niet helemaal. De voorzitter: Mijnheer Scholtes. De heer Scholtes: U geeft een amendement aan, dus echt een schriftelijke wijziging in de begroting. Ik kan die schriftelijke wijziging niet plaatsen. U zegt 'we gaan een bedrag van € 6 miljoen ergens opnemen', maar…? De voorzitter: De heer Jongsma en dan mevrouw Koppert. De heer Jongsma: Ik ga dit even uitleggen. Dit college geeft aan dat het volgend jaar ongeveer € 6,5 miljoen aan onderhoud gaat uitgeven. Maar dat is niet geïndexeerd,. Op het moment dat je dat wel zou indexeren nu, en ik gaf net het voorbeeld van 75%, maar we gaan van het voorzichtige uit, met 10%, moet er dus € 650.000,00 meer betaald worden volgend jaar.

Volgend jaar is ook het duurste jaar, denk ik. Als je dan zegt 'we doen het met € 6,5 miljoen', dan moet je of ergens bezuinigen of we hebben een gat in de begroting. Dus ik hoor graag van het college hoe dat zit en hoe dat opgelost wordt. Dat is wat ik betoog. De voorzitter: Volgens mij heeft u een helder antwoord gegeven. Mevrouw Koppert, wilt u nog? Nee, dan de heer Gebben. De heer Gebben: Ik ga dezelfde vraag stellen als mijn collega de heer Van der Eijk, heeft u dit ook naast de BBV gehouden? De heer Jongsma: Wat zegt u? ~ 18 ~

De voorzitter: De heer Gebben vraagt of u het ook naast de BBV heeft gehouden. Dezelfde vraag als de heer Van der Eijk eerder stelde in dit debat. De heer Jongsma: Dat heb ik niet gedaan. We hebben gewoon gekeken naar wat ons een reële… Het gaat mij meer om het punt, mijnheer de voorzitter, of het nu 10% is of iets meer of minder, het is gewoon een feit dat het onderhoud gewoon niet geïndexeerd is. Alles wordt geïndexeerd. Het is voor ons onbegrijpelijk dat dit niet geïndexeerd wordt. De voorzitter: Volgens mij is het punt helder en de heer Gebben heeft een aanvullende vraag. De heer Gebben: Kleine aanvullende vraag. Het gaat u om het punt, dus u vraagt eigenlijk aan het college andere begrotingsregels te gebruiken dan in de BBV staan. De voorzitter: Dat is geen vraag, mijnheer Gebben. Dat is een constatering. De heer Gebben: Ik vraag of hij vindt dat het college andere regels moet gebruiken dan er in de BBV staan. De voorzitter: Dan heb ik niet goed op zitten letten. De heer Jongsma. De heer Jongsma: Wat ik vind, wat wij vinden als OGP Midden-Delfland, is dat er realistisch begroot moet worden. Wij vinden op dit moment niet dat er realistisch begroot wordt. Ik hoor graag van het college of het dat wel vindt. Niet meer en niet minder. Maar ik dien wel dat amendement in. De voorzitter: Dat is dan amendement B als ik het goed heb, ondertekend door mevrouw Koppert.

Ik zet de klok weer aan, of bent u klaar? De heer Jongsma: Goed, dan de impact van de keuzelijst, ik kom wel bijna tot een afronding. De voorzitter: Ja, nu graag richting een afronding. Dames en heren, het geroezemoes maakt mensen heel slecht te verstaan dus graag de stilte betrachten, dan kunnen we alle aandacht hebben voor de kostbare tijd die de heer Jongsma nog gebruikt. Gaat uw gang. De heer Jongsma: Dan de impact op de keuzelijst. Recent is het college door de provincie er op geattendeerd dat er de komende jaren meer geïnvesteerd moet worden in onze wegen om deze op een aanvaardbaar kwaliteitsniveau te krijgen. Dat betekent dat er jaarlijks € 200.000,00 extra aan budget noodzakelijk is. Daarnaast bevat de keuzelijst onderdelen die wat OGP Midden-Delfland betreft, helemaal geen vrije keuze kunnen zijn. Denk hierbij aan de WMO, de bijstand en het minimabeleid. Dat alles betekent aan extra kosten zoals wij dat nu een beetje berekend hebben, € 750.000,00 en dat is nog exclusief een grotere stijging van de loonkosten. In de begroting, dus zonder de keuzelijst, is een kleine plus van circa € 150.000,00. OGP MiddenDelfland en met ons meerdere fracties, vraagt zich af hoe realistisch dat eigenlijk is. Met de hierboven beschreven, meer realistische aannames is sprake van een flink tekort op de begroting in plaats van een klein overschot.

Dus we denken dat we wat over hebben, maar feitelijk denk ik dat we gewoon groot tekort hebben. En dan hebben we als raad nog geen keuze gemaakt in welke activiteiten we uit de keuzelijst voor 2023 ook zouden willen doen. Hoe gaan we die dan bekostigen? Kortom, het kan en moet wat OGP Midden-Delfland betreft realistischer. Om dat kracht bij te zetten hebben we een motie gemaakt met als titel Wat valt er eigenlijk te kiezen? Ik zal het laatste stukje voorlezen. Wij verzoeken het college al in december 2022 te komen met een voorstel voor structurele invulling van de hierboven genoemde zaken plus voorstellen voor incidentele dotaties uit reserves die met het overschot in 2024 en 2025 weer kunnen worden aangevuld. Daarbij moet ook incidenteel ruimte zijn voor aanvullende wensen uit de raad. Dat is de motie Wat valt er eigenlijk te kiezen?

~ 19 ~

De voorzitter: Dank u wel, dat is motie nr. 6 als ik het goed heb. Die is ondertekend door mevrouw Koppert van de OGP Midden-Delfland. Dank u wel. De heer Jongsma: Ik kom tot een afronding voorzitter. Het beeld dat sterk bij ons blijft hangen, is dat we in deze begrotingscyclus op vele aspecten eigenlijk geen goede informatie hebben gekregen of in de begroting is verwerkt. Geen beschikbaar collegewerkprogramma, geen duidelijk beeld van kostenstijgingen en geen goed beeld van wat nu in 2023 wel kan en niet kan. Daarnaast hebben we dus in december nog een deel te doen als het gaat om de extra keuzes. Dat brengt mij dan ook bij de vraag: komt deze begroting gewoon te vroeg of is het college en zijn werkprogramma te laat? Voor het begrotingsjaar 2024 verwachten wij een veel transparanter proces waarin wij als raad op basis van goede financiële informatie vooraf kaders kunnen stellen. Hiermee kan de raad dan in november in een keer een goed onderbouwde begroting vaststellen. De motie van D66 die straks zal worden ingediend, zullen we dan in basis ook steunen. Het had ook gewoon de oude motie uit 2019 kunnen zijn want die staat er nog steeds maar daar wordt nu niets mee gedaan. Voor nu zijn we vooral benieuwd naar de antwoorden van het college en de reacties van de andere fracties in deze raad. Bedankt. De voorzitter: Dank u wel mijnheer Jongsma.

Dan gaan we naar de heer Ringeling, ChristenUnie. Dit gaat niet allemaal van uw tijd af, u heeft ook gewoon netjes tien minuten maar als u kunt inlopen, dan mag dat natuurlijk altijd. De heer Ringeling: Voorzitter, dank aan het college voor de beantwoording van de vragen gesteld in de eerste termijn. Dank ook aan de inspreker, had ik hier staan, maar die is weer weg. Dus dat is makkelijk. Maar als het niet zo'n serieus punt was van de heer Schrama over De Dorpshoeve, zou je denken 'de OGP Midden-Delfland heeft iemand ingehuurd hier om de motie kracht bij te zetten'. Een motie die wij ook hebben ondersteund, maar waarschijnlijk niet ondertekend. Het is wel een heel serieus punt. Die huishoudens en midden- en kleinbedrijf worden via een rijksregeling gecompenseerd en de verenigingen en stichtingen vallen net tussen de wal het schip. Dus het is een heel serieus punt en mijn enige punt bij de motie, die wij overigens steunen, was: is december niet te vroeg? Het jaar telt nog een week of vijf, is december niet te vroeg om al een reactie van het college te krijgen op die inventarisatie? Maar die vier, vijf weken zijn misschien voor de inventarisatie te vroeg, maar voor De Dorpshoeve is het veel te laat. Ik wil hier in het midden leggen: kunnen we niet een pragmatische oplossing bedenken? Ik snap ook wel dat De Dorpshoeve in december iets moet weten om verder te kunnen gaan.

Dus mijn vraag aan het college, maar ook aan andere partijen: hoe gaan we nu met het specifieke geval Dorpshoeve om? Dan terug naar wat ik van plan was te zeggen. Voordat ik inga op de antwoorden, eerst iets over het proces. Voorzitter, de raad heeft bij de begrotingsbehandeling in 2019 een motie aangenomen waarin het college werd opgeroepen om in de vergadercyclus van juni een kaderbrief aan de raad voor te leggen. Dat is twee jaar gebeurd. Dit jaar zijn we er, op voorstel van het college en met instemming van de raad, van afgeweken en hebben we gewerkt met een zogenoemde keuzelijst. Wat ons betreft niet echt een succes. Niet in de laatste plaats omdat die keuzelijst eigenlijk, dat heeft de vorige spreker ook al gezegd, een bonte verzameling was van semi-verplichte items en onderwerpen, omdat het een bestuurlijke afspraak of een wettelijke taak is, en ook wat onderwerpen die inderdaad vrij besteedbaar waren. Maar het waren dus onvergelijkbare zaken die op die lijst voorkwamen waardoor het voor ons moeilijk kiezen was. Wat ons betreft, gaan we terug naar de kaderbrief. Er wordt vandaag nog door een partij, maar ik mag blijkbaar niet zeggen door welke partij, een motie ingediend over de kaderbrief. Maar ik wil de heer Scholtes bedanken voor zijn inspanning om tot die motie te komen, dus u merkt straks wel welke partij dat zal indienen.

De voorzitter: Heel subtiel, mijnheer Ringeling. De heer Ringeling: Dan nu terug naar de reactie van het college op de vragen. Wij zijn over het algemeen heel enthousiast over de beantwoording. Er zijn meerdere antwoorde die mij aanspreken maar een van de antwoorden dat mij opviel was het antwoord op de vraag van de CDA-fractie hoe wij omgaan met de 'bovenstaande doelgroepen', zoals dat stond in de vraagstelling. Met bovenstaande doelgroepen worden hier niet alleen de groep tot 120% van de bijstandsnorm ~ 20 ~

bedoeld, maar ook groep net daarboven, die net buiten die rijksregelingen vallen. Dat was de vraag. Het antwoord van het college 'Wij geven een hoge urgentie aan dit vraagstuk en hebben diverse maatregelen in voorbereiding'. Voorzitter, wij zijn heel blij met dat antwoord en de vraag aan het college is: kunt u een tipje van de sluier oplichten over de maatregelen die in voorbereiding zijn? En doorgaand op die maatregelen, lijkt het lijkt ons logisch en zou ik het college maar ook de raad als advies willen meegeven om bestaande structuren en organisaties die nu al actief zijn te gebruiken. De eerste organisatie die in mij opkomt is de Stichting Welzijn Midden-Delfland, waarmee ik andere niet uitsluit, maar de organisatie die nu hier actief is en een goed netwerk heeft aan vrijwilligers, maar ook een goed netwerk binnen de gemeente en daarbuiten, zou een van de eerste aanspreekpunten moeten zijn. Wij zijn daarom ook mede-indiener van de motie van het CDA om met de SWMD in gesprek te gaan om te kijken wat daar de mogelijkheden zijn en wat zij nu tekortkomt om haar werk te doen. Want ik begrijp dat de SWMD nu best veel op haar bordje krijgt. Er is een toename van statushouders en de verwachting is dat dat alleen nog maar zal toenemen.

Er zijn ook steeds meer mensen – verschillende van de vorige spreikers hebben daar ook al op gehint, het is een moeilijke tijd – die in de problemen komen. Dus wij zijn mede-indiener van de motie. Ook voor wat betreft de jongeren lijkt het me wel prima om daar te kijken. Steeds meer jongeren hebben problemen. Koningin Máxima, al door de eerste spreker genoemd, ziet ook het probleem van de mentale weerbaarheid van jongeren. Dus de motie wordt ook door mij van harte aanbevolen. Als we het hebben over jongeren is het bruggetje naar het onderwijs snel gemaakt. De NPOgelden. Na een valse start vorig jaar, moet ik zeggen dat we met het antwoord van nu heel blij zijn. We zijn vol op stoom, samen met de scholen, gemeente en scholen, om iets te doen en er echt inhoudelijk mee aan de gang te gaan. Mijn vraag hierbij is: de NPO-gelden zijn als ik het mij goed herinner, beschikbaar gesteld voor een periode van drie jaar. Dit betekent dat de NPO-gelden eindigen ergens medio 2024. Maar volgens mij kunnen we met z'n allen constateren dat we medio 2024 nog niet het resultaat hebben dat we willen bereiken.

Tenminste, is dat zo, of ben ik te pessimistisch? En de daaropvolgende vraag is: is er nu al zicht op mogelijk aanvullende middelen vanuit het rijk na deze periode, als we nog niet zo ver zijn met het inlopen van die achterstanden? En als we geen zicht hebben op de middelen van het rijk en er waarschijnlijk ook geen middelen komen, zijn er andere alternatieven om dit voort te zetten? Want de manier waarop we nu aan de gang gaan, lijkt me wel prima. Dan zouden we in 2024 moeten zeggen 'stekker eruit, afgelopen'. Dat zou heel jammer zijn. Voorzitter, dan het onderwerp 'Wonen'. Er is door verschillende sprekers al iets over gezegd. Wooncrisis. Een vraag is of de uitspraak van de RvS vorige week woensdag consequenties heeft voor onze woningbouwopgave en het programma zoals dat nu op stapel ligt of niet. Ook hier binnen de gemeente leeft de woningbouwopgave. Maar liefst twee partijen die in deze raad zijn vertegenwoordigd hebben of recent een avond georganiseerd over wonen of gaan binnenkort een avond organiseren over wonen. Dat betekent dat het onderwerp leeft en je merkt ook dat er belangstelling voor is bij de mensen. Wij zijn ook voorstander van bouwen voor de doelgroepen waar de nood het hoogst is en we steunen daarom ook de motie die is ingediend of die nog wordt ingediend, voor 30% sociale huur. Die motie is al ingediend.

En dan het op een na laatste onderwerp, het punt PUUUR. We hebben vorige week dinsdag hier een schitterende presentatie gekregen. We hebben in de commissie twee weken geleden hier uitgebreid over gesproken en gediscussieerd over hoe verder met PUUUR. De fractie van de ChristenUnie vindt dit een lastige beslissing. Er is aan de ene kant een amendement dat zegt 'breng het bedrag voor 2023 en 2024 terug'. Halveer het bedrag eigenlijk, daar komt het op neer. Vorige week dinsdag toen het werd geopperd door de heer achter mij, ik zat daar ergens, en daar zat het bestuur, zei men 'dan stoppen we, dan trekken we stekker eruit want we kunnen niet met de helft van het bedrag'. Als je het bedrag gaat halveren, en dat snapte ik ook van het bestuur, betekent dat dat de stekker eruit gaat. Dat betekent dat alle investeringen die we tot nog toe hebben gedaan, drie keer € 100.000,00 dus € 300.000,00, weggegooid geld is, net als alle energie die we erin hebben gestopt. Aan de andere kant snap ik ook de onzekerheid en de onduidelijkheid over wat we voor dat geld krijgen en over het rendement. Om daar nog twee jaar mee door te gaan – wat krijgen we ervoor terug? In dat dilemma zitten wij.

Ik wil het volgende in het midden leggen: stel dat we nog een jaar doorgaan met € 100.000,00 en die evaluatie afwachten en op basis van de evaluatie dan nog wat langere tijd doorgaan? Of niet, of stoppen we? Ik snap ook wel ~ 21 ~

dat vanuit PUUUR wordt gezegd 'we willen niet elk jaar om geld komen vragen want zo kunnen we niets opbouwen'. Maar om nu te halveren en de stekker eruit te trekken vind ik zonde van de gedane investering en de energie die erin is gestopt, dus mijn tussenvoorstel zou zijn om nog een jaar door te gaan en op basis van de evaluatie een definitief besluit te nemen over hoe we verder gaan met PUUUR. Dan heb ik nog een laatste punt en dat is ook richting de VVD. De jeugdzorg. Al twee of drie begrotingsbehandelingen is elke keer het punt 'we moeten evalueren voor wie de jeugdzorg is, wie heeft wel recht en wie heeft geen recht erop?' Dat heeft u dit keer ook gezegd, dat u de discussie wilt. En elke keer reageren wij dan 'ja, we zijn daar ook voor'. De PvdA heeft vorig jaar ook gezegd 'wij zijn daarvoor'. Mijn vraag is, aan het college, maar ook aan de VVD, wat hebben we nodig om die discussie te voeren? Wat is er nodig om die discussie te voeren over hoe we onze jeugdzorg willen inrichten? Wie heeft recht op jeugdzorg, wat is de taak of de verantwoordelijkheid van de ouder en waar begint de taak van de gemeente, de verantwoordelijkheid van de gemeente? Die discussie is een goeie discussie. Daar doen we graag aan mee.

Maar wat is er voor nodig om die discussie te voeren, om te voorkomen dat we nu niets meer doen en er volgend jaar weer hetzelfde wordt gezegd? Daar blijven we op die manier jaar in jaar uit hetzelfde roepen, maar mijn vraag zou zijn: wat hebben we er concreet voor nodig zodat we die discussie kunnen voeren op korte termijn? Voorzitter, ik ben aardig ingelopen volgens mij, in tijd. De voorzitter: Ik moet u helaas teleurstellen. U zit nog steeds in de top 3. De heer Ringeling: O, dank u wel. De voorzitter: Ik hou het niet zo fanatiek bij. Maar ik wilde u net gaan vragen om af te ronden en dat doet u, dank u wel. Dan gaan wij naar D66. De heer Vieira. De heer Vieira: Dank u, dit is de speech waar volgens mij meerdere sprekers aan gerefereerd hebben dus ik kijk ernaar uit. Ten eerste dank aan alle ambtenaren die werk hebben gestoken in het opstellen en het beantwoorden van de vragen, trouwens goede vragen van mijn mederaadsleden, omdat het wel verhelderend gewerkt heeft om goed scherp te krijgen wat we hier doen, waarvoor we het doen en om inzicht te krijgen in kosten. Dus dank daarvoor. Maar wat is dan die begroting? Eigenlijk zeggen we in de basis als gemeente 'we hebben langetermijndoelen rondom wegen, Sociaal Domein, groen onderhoud en ga maar door en dat kunnen we voor lange termijn vastleggen'. Dat doen wij ook.

Maar we zien dat we vaak, en nu al enkele jaren, geconfronteerd worden met uitzonderlijke situaties. Er is corona geweest, daar is al aan gerefereerd door het CDA, en nu met de inflatie, waar het ook al een paar keer over ging. En dan komt er een moment dat wij als raad willen kunnen aangeven 'hé, maar dit jaar willen wij aan iets anders prioriteit geven'. Wat ons betreft – daar is al aan gerefereerd – zijn we in 2019 met de motie gekomen over kaderstellend debat, maar nu is des te meer nog eens duidelijk geworden dat het kaders stellen belangrijk is. En dat willen wij onderstrepen. Daarom zijn wij ook met een motie op dit vlak gekomen. En ik zal dan tot de overweging komen, voorzitter. Verzoekt het college om de gemeenteraad in het voorjaar op de hoogte te brengen van de prognose over de begroting van het komende jaar, door middel van een kadernota; de gemeenteraad de benodigde informatie te verstrekken waarmee de gemeenteraad een kaderstellend debat kan voeren voor het zomerreces; de gemeenteraad gedurende het zomerreces door middel van een brief, op de hoogte te stellen van de uitkomsten van de meicirculaire en de mogelijke consequenties die gemaakt worden hierdoor. Deze motie is niet alleen door ons ondertekend maar ook door VVD, Mijn Partij, ChristenUnie en OGP Midden-Delfland. De voorzitter: Dat is motie nr.

7 en ik constateer dat die is ondertekend door de heer Scholtes van D66, de heer Gebben van de VVD, de heer Roeling van Mijn Partij, de heer Ringeling van de ChristenUnie en de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland. Gaat u verder. De heer Vieira: Voorzitter, dit jaar hebben we dus met instemming van de raad, daar wil ik wel aan refereren, gekozen om te werken met de keuzelijst, waar ook al eerder aan gerefereerd is. Er staat daar wat ons betreft ook een aantal punten op, waarvan wij van mening zijn dat die er mogelijk in hadden kunnen zitten. Daar kom ik zo even op terug. Wat wij wel graag in de keuzelijst ~ 22 ~

hadden willen zien, maar trouwens ook in de begroting, is, los van een bedrag wat iets kost, ook wat iets oplevert. Soms heb je een IT-pakket en dan denk je 'ja, ik kan het wel investeren, maar hoeveel efficiënter werken we? Hoeveel kosten bespaart dat?' Dus dat dat zou sowieso helpen op het moment dat we een keuzelijst zouden hebben. Maar goed, wat ons betreft, als wij kijken naar waar we in zouden moeten investeren, dan is dat – er is al aan gerefereerd – de energietransitie. Dan refereer ik niet aan de windmolens, maar aan de energie specifiek. Maar de energietransitie betekent ook dat je kosten fors kunt terugbrengen. Er is door Mijn Partij aan gerefereerd, de kosten rijzen de pan uit. Dat is volgens mij juist een argument om te zeggen 'wij gaan fors verduurzamen'. We hebben een informatieavond gehad over hybridewarmtepompen. Daarmee kan je driekwart van je verbruik terugbrengen, je kunt isoleren. Daarmee kun je ook fors terugbrengen en ook dat is onderdeel van de energietransitie, dus wat ons betreft… De voorzitter: Mevrouw Langeveld heeft een interruptie. Mevrouw Langeveld: U heeft het over de hybridewarmtepompen. Dat we daar heel veel mee kunnen verduurzamen. Is u ook bekend dat bij heel veel woningen geen warmtepomp mogelijk is? Bij een standaardeengezinswoning kan er al geen warmtepomp geplaatst worden, als ik de presentatie die hier gegeven is, goed heb gehoord.

De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Het is niet zo dat een oplossing die voorgedragen is voor ieder huis zou kunnen werken en sommige mensen zitten al op andere energiebronnen dan gas. Dus in die zin is dat niet de oplossing voor alles, maar isoleren weer wel. Maar goed, het is wel een voorbeeld dat wel bijdraagt en zou kunnen bijdragen aan minder uitstoot en lagere kosten voor onze inwoners dus wat ons betreft, in die keuzelijst, later in de decemberbespreking laten terugkomen. Wat vinden wij verder belangrijk? Sowieso dat wij betrouwbaar zijn als overheid. Dan denk je 'dat is een open deur natuurlijk', maar dan refereer ik even aan bijvoorbeeld PUUUR. Eigenlijk rekent de organisatie nu op een bepaald bedrag en dan ga ik mee in wat de heer Ringeling zegt, als je zo kort voor het nieuwe jaar zit, zou je eigenlijk moeten zeggen 'wat ons betreft, zou u dan dit bedrag voor het komend jaar moeten krijgen zodat u uw werk kunt voortzetten'. Maar ik vind het wel heel belangrijk en dat is een vraag aan het college, om in ieder geval goede afspraken te maken over wat je dan gaat doen. De voorzitter: Mijnheer Zwaard heeft een interruptie. De heer Zwaard: U heeft waarschijnlijk ook gehoord dat de mensen van PUUUR hebben aangegeven dat ze juist vier jaar vragen om continuïteit in die organisatie te krijgen.

Als we nu zeggen 'we gaan het bedrag halveren of we geven maar voor een jaar', dan heffen we in feite die organisatie op. Denk ik. Bent u dat met mij eens? De voorzitter: De heer Vieira. De heer Vieira: Daarom stellen wij niet voor om nu te gaan korten, maar wij vinden het wel belangrijk op het moment dat je die investeringen voor een lange termijn aangaat, duidelijke afspraken te maken over wat we verwachten van de organisatie, zodat je waarde creëert die wij graag samen willen. Indexatie en reserves, daar is aan gerefereerd. Het is gewoon heel belangrijk dat de reserves op orde zijn en daar zal ik verder geen woorden aan besteden. Aan wonen zal ik wel aandacht besteden. Dat is sowieso een belangrijk item en wij vinden ook dat je de spaarzame kansen die er zijn en die zich voordoen op de markt moet benutten als gemeente, als college. Daarom hebben wij de volgende motie, samen met een aantal andere partijen opgesteld. De motie Wonen vraagt om strategische keuzes. Het verzoek aan het college daarin is om aan te geven wat nodig is om actief grondbeleid te voeren, specifiek voor strategische belangen die ervoor kunnen zorgen dat de woningbouwopgave van de gemeente Midden-Delfland van de grond komt en aan te geven welke middelen de raad beschikbaar moet stellen om dit te kunnen doen en de raad uiterlijk in maart 2023 hierover te informeren. ~ 23 ~

De voorzitter: Motie nr. 8 is ondertekend door de heer Scholtes van D66, de heer Jongsma van de OGP Midden-Delfland en de heer Ringeling van ChristenUnie. Gaat u verder. De heer Vieira: Goed. Dan zijn er nog een paar losse aspecten die ik wil aankaarten. Een kaderstellend debat helpt om een aantal zaken beter te kunnen plannen, maar sommige zaken zijn onvoorzien, zoals de inspreker zojuist bijvoorbeeld inbracht. De vraag die wij aan het college hebben op het vlak is: stel dat wij die investering of die garantstelling niet geven waarom gevraagd wordt, wat betekent dat dan uiteindelijk? Financieel? Maatschappelijk kunnen we het ons wel indenken. Maar de vraag is duidelijk, lijkt mij. Tot slot heb ik weinig toe te voegen, want heel veel is door ons al gezegd in eerste termijn, dus ik wens eenieder een goede voortzetting van deze avond. De voorzitter: Dank u wel, u had nog tijd over. Complimenten. Dan gaan we het laatste woord aan de VVD geven. De heer Van der Eijk: Dank u wel voorzitter. Ik wil vooraf vast aangeven dat ik de spreektijd die ik overhoud, zal doneren aan de fractie die na mij aan het woord is. De financiële positie. Wij lezen dat veel partijen, net als de VVD, zorgen hebben over de financiële haalbaarheid van deze begroting.

Is er wel voldoende rekening gehouden met de huidige en te verwachten inflatie, de energieprijzen en ontwikkeling van de loonkosten? Wij vinden de oproep tot enige terughoudendheid bij het begroten dan ook terecht. Laten we met z'n allen oppassen met hoeveel we uitgeven. Vanuit verschillende partijen is aangegeven dat zij ontevreden zijn over de dienstverlening van de gemeente. Ook wij als VVD ontvangen wel eens signalen van inwoners die vinden dat zij niet tijdig geholpen worden. Deze signalen gaan vaak over onderhoud van de buitenruimte. Dit kan misschien wel eens wat beter. Wij begrijpen ook niet waar het soms misgaat, maar we weten wel dat onze medewerkers ook een flinke uitdaging hebben door de krappe bezetting. Bij dezen willen wij ook onze waardering uitspreken voor alle ambtenaren die in deze uitdagende tijden hard hun best doen voor onze inwoners. Laten wij als raadsleden onze inwoners ook blijven wijzen op de MijnGemeente app. Zonder signalen en informatie vanuit bewoners weten onze ambtenaren ook niet precies wat er allemaal speelt. De MijnGemeente app is hier een uitstekend instrument voor. Dat het college gaat beginnen met zijn spreekuren juichen wij natuurlijk toe. Als VVD delen wij de mening van OGP Midden-Delfland dat veel opties in de keuzelijst geen incidentele, maar juist structurele uitgaven zijn.

Immers, wij moeten gewoon aan de slag met de Omgevingswet, de energietransitie en de woningbouw. Al deze zaken vragen geld en personeel. Ze nu laten liggen, leidt hoogstwaarschijnlijk tot hogere kosten verderop in het proces. Het probleem is dat er weinig te kiezen valt en daarnaast weinig te zeggen valt over waar op bespaard kan worden als we eventueel toch meer van de lijst zouden willen doen. Dit punt werd ook terecht door Mijn Partij gemaakt in de eerste termijn. Deze constatering is nu net voor de VVD-fractie de reden om te pleiten voor een discussie voorafgaande aan de begroting. Een kadernota en -debat zouden hierbij behulpzaam zijn. In een dergelijk debat kunnen naast de ons nu geboden opties ook de mogelijke bezuinigingsopties worden besproken. Armoedebeleid. Veel partijen vragen aandacht voor de armoedebestrijding. En terecht. Daar waar wij als gemeente kunnen, moeten wij mensen proberen te helpen. Inwoners hebben basiszekerheid nodig. De vraag is: hoe uitgebreid moet deze zijn? Als deze zekerheid te beperkt is, kunnen we geen maatschappelijke bijdrage meer verwachten. Als je alleen aan het overleven bent, kun je niet meer participeren. Helaas is ook ons budget beperkt. Wij zullen als raad dus goed moeten blijven afwegen: wat doen we wel en wat niet? Simpelweg roepen 'iedereen moet geholpen worden' vinden wij wat makkelijk en onverantwoord.

Het blijft altijd een afweging wie we gaan helpen en met hoeveel. Elke grens die je trekt, leidt automatisch tot grensgevallen en die maken het lastig. De rol van de overheid moet wat ons betreft die van een trampoline zijn; mensen opvangen als het nodig is, hun val breken, en daarna weer laten terugveren de samenleving in. Onze zorg spitst zich met name toe op de armoedeval. Werken moet wat de VVD betreft altijd lonend blijven. Het moet interessant blijven deel te nemen aan het arbeidsproces en op die manier je steentje bij te dragen aan de samenleving. Onze oproep is dan ook om deze armoedeval vooral niet te groot te laten worden. 120% die we nu kennen, is wat ons betreft een goede grens. ~ 24 ~

Het mag ook niet over het hoofd gezien worden dat er ook veel bedrijven en ondernemers te maken hebben met een exploderende energierekening. Deze ondernemers zorgen voor banen in onze gemeente. Het zou erg jammer zijn als er mensen op straat komen staan omdat er bedrijven omvallen. Laten we ook als raad kijken waar wij kunnen bijspringen als dat nodig is. De VVD constateert dat veel partijen net als wij bouwen in het groen niet zien zitten. Dit betekent automatisch dat nieuwe ontwikkelingen binnen de bestaande dorpsgrenzen zullen moeten plaatsvinden. Dit is wel erg kostbaar. Goedkope koop is moeilijk te realiseren. Er werd in de eerste termijn door enkele partijen gesteld dat dit een bonus geven aan de eerste bewoners betekent. In hoeverre dit verschilt van het duur opkopen van grondlocaties en deze met negatieve grondexploitatie ontwikkelen, is voor ons niet helemaal duidelijk. De VVD is een partij die graag meedenkt in oplossingen. Wij zien ook dat het door de ontwikkeling in de bouwprijzen en de vraag vanuit de nationale overheid wenselijk zou te kijken naar de eisen die wij als gemeente hebben gesteld aan de samenstelling van de nieuwe bouwontwikkelingen. Zeker nu de sociale huur voor 50% aan eigen inwoners kan worden toebedeeld, lijkt het ons verstandig de eis van 15% sociale koop te laten vervallen.

Het is onze wens te komen tot een samenstelling van 30% sociale huur, die onderdeel uit maakt van de 60% betaalbare woningen. Daarom hebben we ook hard meegewerkt aan de motie die OGP Midden-Delfland heeft ingediend. De VVD constateert daarnaast dat een aantal partijen alweer een stap verder is met hun gedachten met betrekking tot woningbouw. Zij doen een oproep aan het college te komen tot een meer actief grondbeleid. Dit heeft wat ons betreft niet meteen prioriteit. De instrumenten om bij goede kansen voorrang te krijgen op de grondverkoop zijn er al. De VVD vindt het nu vooral belangrijk om eerst ons geld en mensuren te steken in het zo snel mogelijk tot uitvoer brengen van de bestaande plannen die we al kennen, te weten Keenenburg V, de Zuidrand in Schipluiden, de Maaslandse Zoom, het Centrumplan Den Hoorn, de herontwikkeling van De Hoornbloem. Het Sociaal Domein. Terecht stipt het CDA de problematiek van de tariefstijgingen aan. Een stijging van 47% is op zijn zachtst gezegd opvallend. Waar gaat dit stoppen? Sluit de H10 goede contracten af of zitten we aan de bovenkant van de markt? De VVD-fractie is het niet direct eens met de constatering dat we resultaat zien van de ingezette preventie. Doen we het juiste en behalen we de resultaten die we vooraf verwachtten? Om hier meer inzicht in te krijgen, zouden we het in 2019 ingezette verbeterspoor moeten evalueren.

Hiervoor willen wij dan ook een motie indienen. De voorzitter heeft ons verzocht alleen het verzoek aan het college voor te lezen, dus bij dezen. De voorzitter: Of de opdracht natuurlijk, het kan ook een opdracht aan het college zijn, dat hangt maar net van de motie af. De heer Van der Eijk: Dan geef ik het college ook een opdracht: te evalueren of de beoogde effecten uit het raadsvoorstel zijn behaald. En dan heb ik teruggezocht, dat is de analyse van kostenbeheersing, versterken van het MT, Kantelen naar preventie en de Extra inzet op controle en kwaliteit. En we verzoeken het college dekking voor de evaluatie te zoeken binnen taakveld Jeugd en we verzoeken het college ook de raad voor het zomerreces te informeren over de resultaten. Zodat dit kan worden meegenomen in de kaderstelling van de raad met betrekking tot de begroting van 2024. De voorzitter: Dank u wel. Dat is motie nr. 9 en die is ondertekend door de heer Van der Eijk van de VVD, mevrouw Langeveld van het CDA en de heer Ringeling van de ChristenUnie. Gaat u verder. De heer Van der Eijk: De ChristenUnie vroeg de VVD 'wat is er nodig om een goede discussie te hebben?' Dit lijkt ons een onderdeel daarvan. De ChristenUnie is ook mede-indiener net als het CDA, dank u wel. Ook op het dashboard wachten we al een tijdje. Dat zou ook goed helpen, verwachten wij, bij een discussie over hoe we keuzes kunnen maken.

Ik hoop dat ik hiermee de vraag van de ChristenUnie beantwoord heb. Er is ook een regiovisie met betrekking tot de jeugdzorg waaruit wordt gehandeld, maar er zijn wel grote verschillen binnen de regio Haaglanden. Het gaat erom dat deze visie passend voor MiddenDelfland wordt uitgewerkt. Misschien kunnen we de uitwerking van Westland en Pijnacker-Nootdorp eens naast elkaar leggen en kijken wat voor ons zou passen. Een enorme kerstboom optuigen ~ 25 ~

hiervoor lijkt de VVD wat over de top, hier hoeven we wat ons betreft geen tienduizenden euro's voor uit te geven. Openbare ruimte. De afgelopen jaren heeft de VVD Midden-Delfland meerdere malen aangekaart dat het onderhoud van onze openbare ruimte niet voldoet aan de eisen en juist is verslechterd. Inmiddels is de slechte staat van dit onderhoud ook bij de provincie onder de aandacht gekomen. Nogmaals zal ik dan ook benadrukken dat de budgetten die er zijn, er zijn om te investeren in onze gemeente. Niet om eindeloos vooruit te schuiven. Onderhoud te lang uitstellen – en hierbij ook nog een stukje poëzie – is penny wise, pound foolish! PUUUR. De vorige week gehouden informatieavond met en over PUUUR was voor de VVD erg verhelderend. Goed inzichtelijk werd wat PUUUR de afgelopen jaren met het geïnvesteerde geld heeft gedaan. De VVD-fractie is er meer van overtuigd geraakt dat de marketing van MiddenDelfland bij PUUUR in goede handen is. Het lijkt ons goed op regelmatige basis het contact tussen PUUUR en de raad in stand te houden. Als raad moeten we de stichting PUUUR zo snel mogelijk duidelijkheid geven over het budget en daarmee de voortgang van haar activiteiten. Tot slot, wederom staan we voor een jaar met grote uitdagingen. Net als ieder jaar. Passend binnen de schaal van Midden-Delfland kunnen we ze aan. Dank u wel.

De voorzitter: Dank u wel mijnheer Van der Eijk, ook u bent netjes binnen de tijd gebleven. O, er was nog een interruptie, maar die telt niet mee voor de tijd. Mijnheer Roeling, excuus, ik had u niet gezien, gaat uw gang. De heer Roeling: De VVD sprak over het benutten van kansen en inbreiding van de kernen. Nu heeft de wethouder, uw wethouder, onlangs aangegeven dat er geen ontwikkeling zal plaatsvinden op de locatie van Halbersleben. Dat is in onze beleving een zeer gemiste kans, hoe ziet de VVD dat? De VVD zou dan toch zo'n locatie met beide handen moeten aangrijpen omdat die voldoet aan uw beleidsuitgangspunten? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Bij de casus die u aanhaalt, is natuurlijk vrij kort door de bocht te stellen dat daar overal direct woningen neergezet zouden kunnen worden. Er zijn daar andere bestemmingsplanen omheen en we zouden de huidige plannen wel kunnen wijzigen als raad ,maar dat neemt niet weg dat er bedrijfslocaties naast zitten waar je dan ook rekening mee hebt te houden wat dan zeer negatieve effecten zou hebben op een grondexploitatie,.

En daarom ook, zoals ik ook eerder zei, zouden we een soort kopersbonus als gemeente geven aan de mensen die daar dan gaan wonen en we denken dat daar ook een goede afweging moet worden gemaakt en dat de bedrijven en personen die daar nu gehuisvest zijn ook hun activiteiten moeten kunnen blijven ontplooien. Of we zouden dan al die bedrijven moeten onteigenen. Als liberale partij vinden we onteigening wel een erg vergaand instrument om toe te passen. Ik hoop dat de vraag daarmee voldoende beantwoord is. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie maar ik kijk eerst of de heer Roeling het antwoord voldoende vindt. De heer Roeling: We zijn natuurlijk een aantal jaren geleden in vertrouwen bijgepraat door uw wethouder en daar was deze locatie er een van. Dat was een potentiële locatie en dat moest onderzocht worden en daar gingen we mee verder. Toen heb ik die argumenten die u nu vertelt niet gehoord. Dus wat is er in de tussentijd gebeurd, voorzitter? De voorzitter: De heer Van der Eijk. De heer Van der Eijk: Voortschrijdend inzicht. En daarbij, het is een beetje… Nu moet ik wat zeggen over de persoon die dat gekocht heeft en die daar ook nog een activiteit doet en dat heeft daar invloed op waardoor het dus minder haalbaar is. De voorzitter: Dan gaan we naar de heer Knaap.

~ 26 ~

De heer Knaap: Ik hoor de heer Van der Eijk een paar dingen zeggen en ik begrijp dat als hij monopolie speelt, hij de Kalverstraat niet koopt omdat hij niet weet of hij de Leidsestraat ook kan krijgen. Volgens mij hebben we hier in Midden-Delfland een bestuur nodig dat zegt 'ik koop deze locatie vast en die hindermachten daarna, die komen daarna wel. Wij investeren voor want dan hebben we een basis om daarna ook andere dingen te doen'. Bent u daar dan wel toe bereid? De voorzitter: Hoe speelt u monopolie, mijnheer Van der Eijk? De heer Van der Eijk: Iedereen weet dat je bij monopolie op Utrecht het meeste geld verdient. De voorzitter: Volgens mij moet u maar gewoon naar de beantwoording van de vraag. Sorry, mijnheer Knaap. De heer Van der Eijk: Er moet wel uitzicht zijn op ontwikkeling en het uitzicht op ontwikkeling op die locatie is te ver weg en de stip op de horizon is te klein, zodat die eigenlijk voor de VVD niet zichtbaar is. De voorzitter: Dan constateer ik dat u klaar bent en dan constateer ik ook dat we aan het einde van de tweede termijn zijn gekomen. Want alle fracties zijn aan de beurt geweest. We hebben een schorsing officieel tot 19.15 uur. Dat vind ik wat aan de krappe kant gezien het werk dat de voorzitter en het college nog moeten doen, naast een hapje eten. En er is nog een motie in de maak dus daar zult u ook tijd voor nodig hebben.

Dus ik zou voor willen stellen te mikken op 19.30 uur, maar ik ben ook wel zo ruimhartig te zeggen, als u dat te krap vindt, om uiterlijk 19.45 uur te doen, anders wordt het wel erg laat. Is 19.30 uur goed? ik zie dat er veel geknikt wordt, dan gaan we voor 19.30 uur. Er is altijd nog ruimte om nog een nadere schorsing te doen. Dan gaan we voor 19.30 uur. Ik schors de vergadering en ik wens u eet smakelijk, ook voor de mensen thuis. Tot straks. Schorsing De voorzitter: Ik heropen de vergadering. Ik vraag u even uw aandacht op de voorzitter te richten. Dat hoeft maar heel kort. We gaan deze vergadering verder met de reactie en beantwoording van de collegeleden op wat de fracties voor de schorsing ter tafel hebben gebracht. Ik geef als eerste het woord aan de wethouder van Financiën, de heer Ten Have. De collegeleden hebben vijftien minuten en daar zijn ze zich zeer van bewust. Het is maar dat u het weet. Wethouder Ten Have: Dan zal ik maar snel beginnen. Ik heb een paar onderdelen waar ik even bij stil wil staan. Het eerste is het proces van de begroting. Ik hoorde er wat chagrijn over.

Maar ik wil toch even in herinnering roepen, en u heeft dat zelf ook wel aangegeven, dat we in april '22 vanuit het college de brief hebben gestuurd over de jaarplanning/-cyclus – waarbij ik ook moet aantekenen dat op dat moment het college demissionair was – waarin we dit proces hebben geschetst. Er werd al gezegd 'met de instelling van de raad'. Ik was dan ook verheugd te lezen dat Mijn Partij in de schriftelijke inbreng dit proces nog verfrissend vond en gezien de situatie ook zeer gepast, maar ik merk dat het voortschrijdend inzicht bij Mijn Partij niet meer bij te houden is, want inmiddels heb ik nu mijnheer Roeling horen zeggen dat het toch echt anders moet. We zijn bezig met een aangepaste planning-en-controlcyclus voor 2023. Die komt ook naar u als raad en daarin zullen we ook inbouwen dat er gelegenheid is om voor de zomer richtinggevende uitspraken te doen in de kaderbrief. Hoe we dat precies met de meicirculaire moeten doen, dat zien we wel. U kent de eerdere discussie daarover in het proces en de procedures, maar wij gaan wij gaan daar op inzetten. Ten overvloede wellicht, dat stond natuurlijk ook al in het coalitieakkoord dus daarmee is wat mij betreft ook de motie nummer 7 in die zin overbodig omdat die toezegging al was gedaan en we voor dit jaar een afwijkingsprocedure hebben gekozen. Maar we hebben gezegd 'we gaan dat volgend jaar anders doen'.

Dus dat wat betreft het proces. Wat betreft de inhoud. Hoe nu verder, want we stellen een begroting vast die nog redelijk kaal is, maar we hebben hier ook wel toegezegd dat we in december – en dat is dus best kort dag – met een voorstel zullen komen waarin we de keuzes aan u zullen voorleggen. Ook op basis van voortschrijdend inzicht, want dat is helemaal het toverwoord vanavond. Er is natuurlijk ook een ~ 27 ~

aantal dingen waarover sinds die tijd meer bekend is geworden. Neem de cao-lonen. Neem een bedrag voor de energietransitie dat beschikbaar is gekomen. De indexatie inschatting was in de zomer, toen we de begroting maakten, ook nog wel wat anders dan wat we nu weten. Op ICT zijn er een aantal ontwikkelingen. Dus naast de keuzelijst zijn er inmiddels ook nog een paar andere dingen. We zullen in een pakket, in een voorstel in december aan u voorleggen hoe wij voor de komende vier jaar de beschikbare ruimte gaan benutten met onderscheid tussen structureel en incidenteel. Daarbij is wel belangrijk, maar dat zult u ook in het decembervoorstel lezen, dat we het uitgangspunt hebben dat we een structureel sluitende begroting indienen. Dus niet onder provinciaal toezicht komen, daar is ook geen enkele noodzaak toe, maar dat betekent dat we of de eerste Begroting 2023 structureel sluitend moeten maken – de heer Jongsma heeft al gezegd 'dat is een heel beperkt saldo, dus daar komen we er waarschijnlijk niet mee' – en/of het laatste begrotingsjaar sluitend maken. Dat betekent 2026. In 2026 hebben we ongeveer € 600.000,00 aan structurele ruimte. In de tussentijd, in de jaren daartussen, hebben we best ook nog veel incidentele ruimte, want het is een beetje een heuveltje. We hebben in '23 maar weinig ruimte, in '24 en '25 opeens best veel geld en in '26 weer beschikbare ruimte.

En daarna wacht het ravijn van Kaag, zoals dat heet. Maar dat moeten we dan nog zien. We gaan dus mikken op een structureel sluitende begroting in '26, dat wil zeggen dat we met een pakket komen voor structurele maatregelen van € 600.000,00 met ingang van '23 of opbouwend in '23. Dat betekent dat we in '23 een tekort zullen hebben ten laste van de algemene reserve en vervolgens incidentele ruimte om in de komende vier jaar andere dingen te doen op basis van een apart voorstel met het aantonen van nut en noodzaak. Overschotten kunnen terug de algemene reserve in en in '26 mikken we dan op een structureel sluitende begroting. Daarmee is wat mij betreft motie nummer 6 in die zin ook overbodig omdat die toezegging dat we dat gaan doen er al lag. Ook op die manier. En omdat we ook druk bezig zijn met dat voorstel, dus ook gewoon gaan zorgen dat dat in december aan u wordt voorgelegd. Wat betreft de indexatie. Ik kan me voorstellen dat daar zorgen over zijn. Toch zien wij op onze investeringen nog niet dat we uit de bocht vliegen. Zoals bijvoorbeeld bij de N468 aan de orde is. Dat zit bij de N468 vooral bij de materiaalkosten. Met name in de staalprijzen voor die damwanden. Als u kijkt naar onze investeringslijst op pagina 26 van de begroting, staat daar die € 6,5 miljoen die OGP Midden-Delfland ook genoemd heeft.

Dan zijn dat toch andere categorieën werkzaamheden, wegenonderhoud en groenonderhoud die vooral loongevoelig zijn en niet zoveel prijsgevoelig. En daarbij geldt al dat we die € 6,5 miljoen als u de begroting vaststelt, gewoon als krediet beschikbaar hebben en mochten we daar niet mee uitkomen, dan komen we naar u terug bij de raad om aanvullend krediet te vragen, dan wel kijken we zelf of we binnen die € 6,5 miljoen per onderdeel kunnen blijven. Dus daarmee is dat amendement volgens mij niet nodig, want die € 6,5 miljoen staat al in de begroting zonder indexatie en dat is ons uitgangspunt. Als we het daar niet mee kunnen doen, dan komen we of naar u terug, of dan moeten we gaan herprioriteren. Dus dat gebeurt in die zin vanzelf, maar we hebben afgelopen jaar nog eens nagekeken 'zijn we nu op investeringskredieten tegen budgettaire problemen aangelopen?' Dan is er eigenlijk maar op een of twee projecten daadwerkelijk sprake van overschrijding. Dat hebben we ook aan u voorgelegd, maar daar waren ook specifieke redenen voor. Dus ik ben daar nog niet zo heel somber over. Mocht het nodig zijn om die investeringskredieten te verhogen, nogmaals, dan leggen we dat aan u voor. Dan is het effect daarvan dat we hogere kapitaallasten hebben, structureel, maar dat is dan ook maar een beperkt stukje, want dat zijn alleen rentekapitaallasten.

Als we dan gaan naar de begroting en hoe we omgaan met leningen, subsidies en dat soort zaken, dan kom ik bij motie nummer 2. Die motie vraagt motie eigenlijk om een specifieke verordening voor financiële bijdragen. Ik denk dat de geest van de motie vooral gaat over, zo interpreteer ik het dan maar even, 'college, denk na over hoe je om wilt gaan met aanvragen van organisaties voor leningen of subsidies, welk afwegingskader heb je daar nou bij?' Dat is op zichzelf natuurlijk een heel terechte vraag en we zien ook wel en we verwachten ook wel dat die vragen vanuit het verenigingsleven zich vaker zullen gaan voordoen en we daar dus wat beter op moeten gaan formuleren; wat wel en wat niet? En hoe kijken we daar nou naar? Wat ons betreft, doen we dat in het kader van de financiële verordening waar die mogelijkheid opgenomen staat, dat 'hoe gaan wij om met aanvragen tot leningen?' Daar gaat het wat mij betreft vooral over aanvragen voor leningen, voor investeringen, die instellingen/organisaties doen die ze zelf niet kunnen doen en waarvoor ze onze hulp nodig hebben. Als het gaat om subsidies, hebben we daar een kader voor. Dat is de algemene subsidieregeling. En daar zijn ook subsidiebudgetten voor. Dus ik snap de ~ 28 ~

geest van de motie, maar zoals het er nu staat om een aparte verordening te maken voor financiële bijdragen welzijnsorganisaties, gaat wat ons betreft wat te ver. Ik wil dan nog even, als het gaat over de inhoud van de begroting, stilstaan bij een zorg die ook breed door u is geuit in het kader van… De voorzitter: Sorry, ik zat even niet op te letten. Mevrouw Van 't Westeinde. Mevrouw Van 't Westeinde: Ja voorzitter, dat is begrijpelijk. Ik moest er zelf ook nog even over nadenken. In zoverre was in ieder geval dan bij mij niet bekend dat er een aparte subsidieverordening was waar ook nieuwe accommodaties of nieuwe ontwikkelingen, grote ontwikkelingen onder vallen. Misschien kan het dan inderdaad zo geïnterpreteerd worden dat dan de vraag is: wanneer hebben we wat? Dus wanneer val je dan onder die subsidieverordening en wanneer onder de nieuwe regeling die komt? Is dat een interpretatie die de wethouder mee kan nemen? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Ten Have: Ja voorzitter, dat kan. Wij zullen hierop terugkomen om te kijken of en wat en hoe we de financiële verordening zouden moeten aanpassen. En daarin kunnen we deze vraag meenemen. De voorzitter: Gaat uw gang. Mevrouw Van 't Westeinde: Voorzitter, dan nog een aanvulling. De geest van de motie was goed geduid.

Een deel van de geest van de motie zit ook in het duidelijkheid kunnen geven aan de organisaties waar het over gaat. En dan denk ik wel dat het voor hen ook wel goed is om te weten 'er zijn twee kaders die mogelijk van toepassing kunnen zijn'. Dus dat nog even als uitleg waarom het wel goed is dat deze twee hier beide blijven staan. De voorzitter: Wethouder. Wethouder Ten Have: Even kijken of ik u goed begrijp, want wat betekent het dan wat u zegt? Mevrouw Van 't Westeinde: In de uitwerking zal uiteindelijk een stuk communicatie richting de desbetreffende organisaties relevant zijn. En dan gaat het over zowel de subsidies als over de leningen. Wethouder Ten Have: Natuurlijk, op het moment dat we bij u terugkomen over 'moeten wij iets aanpassen en welke criteria hanteren wij daar waar dan?', dan is dat in debat met u en zullen we daar ook gewoon iets over communiceren. Maar dat gebeurt in mijn optiek dan vanzelf. De voorzitter: Gaat u verder. Wethouder Ten Have: Een zorg die ook breed is geuit betreft de toenemende financiële problemen van onze inwoners. Daar zal mijn collega zo meteen nog wel iets over zeggen in het kader van armoedebeleid. Ik wil vanuit mijn portefeuille nog wel even zeggen dat we ook kijken naar de mogelijkheid van kwijtschelding van gemeentelijke heffingen en belastingen. Daarin volgen we landelijke regelgeving.

Daar is recent een verruimingsmogelijkheid gekomen en we zijn bezig met een voorstel aan de raad om te kijken hoe we die verruimingsmogelijkheid ook hier kunnen toepassen, zodat die zo snel mogelijk gaat gelden voor de belastingen en leges van 2023. Dus daar komen we met een concreet voorstel. Daarmee heb ik nog een punt als het gaat over begroting en wil ik daarna nog naar twee andere onderwerpen. Een zorg die breed wordt geuit en die ik op zichzelf ook wel heb, is dat wij met de begroting altijd problemen hebben om de boel sluitend te krijgen en als we vervolgens kijken naar de jaarrekeningen en de periodieke begrotingsoverzichten, zien we onderuitputting. Het lijkt vaak bij die onderuitputting dat dat gebeurt omdat we dingen laten liggen of er nog niet aan toe komen. Bij de derde periode begrotingswijziging zullen we vanuit het college ook wat beter duiden dat er meerdere oorzaken zijn waardoor de onderuitputting optreedt of projecten doorschuiven. Dat kan ~ 29 ~

zijn, bijvoorbeeld omdat er beoordeeld is dat een investering gepland staat vanuit een investeringsprogramma. Bijvoorbeeld bruggen, ik noem maar wat, waar dan staat dat we die een keer in de tien jaar vervangen. Dan komt iets automatisch in 2026 op de lijst, of in 2023. Vervolgens gaan we kijken hoe het eigenlijk staat met die brug; moet hij echt vervangen worden? Dan kan de conclusie zijn dat die best vier of vijf jaar mee kan en dan is er een doorschuifbudget, want dan schuif je die investering door, maar dat is denk ik alleen maar vanuit zorgvuldig beheer. Het kan ook zijn dat we gestart zijn met een aanbesteding, maar dat dat net even over de jaargrens loopt. Het kan zijn dat we afhankelijk zijn van derden, van werken van het hoogheemraadschap of van Rijkswaterstaat. Het kan ook zijn dat we projecten afsluiten en dat er nog een restantkredietje is dat we misschien nog nodig hebben voor afrondende werkzaamheden die misschien nog komen, waarvan we het nog niet zeker weten. Dus wat ik maar wil zeggen: er zijn meerdere factoren die tot die doorschuifbudgetten leiden en ik zeg hier ook toe dat we daar beter inzicht in zullen proberen te geven omdat ik ook wel een beetje de perceptie weg wil halen dat er elk jaar maar niets gebeurt op het gemeentehuis en daardoor dingen doorschuiven. De voorzitter: De heer Knaap heeft een interruptie.

De heer Knaap: Ik snap heel goed wat de wethouder zegt over die doorschuifbudgetten. Ik verwacht dan ook van de wethouder, en hopelijk gaat hij daarin mee, dat hij in december dan ook duidelijk aangeeft hoeveel van die enorme lijst die volgend jaar leidt tot € 6,5 miljoen uitgaven in het in beheer en onderhoudsdomein, ook daadwerkelijk realistisch is. Alles wat nu nog niet is gestart of bijna is gestart, is al kansloos voor volgend jaar. Dus ik verwacht wel van het wethouder dat hij in december ook echt even kenbaar maakt hoe realistisch die lijst is. Bent u daartoe bereid? De voorzitter: Wethouder. Wethouder Ten Have: Ja. Alleen of dat in december lukt, weet ik niet. Ze zijn nu druk bezig met het voorstel voor de structurele begrotingsinvulling. Ik moet even kijken of dat in die tijd lukt. Maar u gaat ook al een paar jaar mee en u heeft hopelijk kunnen constateren dat we eerder zicht hebben op wat we doorschuiven en dat dat niet meer pas op het laatste moment in de jaarrekening zichtbaar wordt maar dat we dat nu al wel in een eerdere periodieke begrotingswijziging opnemen. We gaan zeker kritisch kijken naar die hele lijst voor 2023. Dat hebben we ook al wel eerder gedaan maar dat gaan we opnieuw doen. Ik weet alleen niet of dat in december wordt. De voorzitter: Voldoende, mijnheer Knaap? De heer Knaap: Enigszins onbevredigend maar voldoende.

De voorzitter: Dat was precies mijn vraag. U heeft nog drie minuten wethouder. Wethouder Ten Have: Er kan niet alles tegelijk. Mijn tijd loopt, ik heb nog twee onderwerpen, voorzitter. Voor grondbeleid ligt een motie voor waarin eigenlijk wordt gevraagd te kijken naar actiever grondbeleid. In onze huidige nota Grondbeleid is dat actief grondbeleid al mogelijk maar ik denk dat het goed is om met u of met een commissie van de raad, bijvoorbeeld de Auditcommissie, het gesprek eens te gaan voeren, wat willen we nu met dat actief grondbeleid, wat is daarvoor nodig en wat verwachten we daarvan? Ik ben daar op zich wel voorstander van, ook ben ik voorstander van actief grondbeleid, maar het is geen panacee om sneller te kunnen bouwen, meer te kunnen bouwen of goedkoper te kunnen bouwen. We moeten gronden marktconform verwerken. We moeten gronden marktconform uitgeven. Ik zou in die zin met de motie mee willen gaan dat we zeggen 'laten we, voordat we nu een hele nota gaan schrijven, dat gesprek met een deskundige over actief grondbeleid eens voeren over hoe u als raad daarin staat en wat u daarmee wilt, welke instrumenten daarvoor zijn en welke kaders daarvoor gelden et cetera'. Dan kunnen we eventueel altijd nog een nota schrijven. Ik ga eerst liever dat gesprek met u aan dan een nota bij u op de mat gooien en vervolgens daar met elkaar weer een hele discussie over te hebben.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=30415c92-b856-443e-8270-6d066d5f2f07