CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10057 NvB vooroverlegreacties Omgevingsvisie.docx

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel inzake Omgevingsvisie 1.024.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Daarbij leggen wij ook een relatie met de opgaven van circulaire landbouw en het tegengaan van bodemdaling. Als ook andere opgaven die omschreven worden in de visie op het Bijzonder Provinciaal Landschap. Dit zijn (a) Duurzame Landbouw, waaronder kringlooplandbouw, (b) Biodiversiteit in relatie tot o.a. weidevogels en andere flora en fauna en (c) Water en Klimaat, waarbij het gaat om het vasthouden van water in relatie tot het voorkomen van bodemdaling, uitstoot van broeikasgassen, droogte en wateroverlast. r. Ambities Harnaschpolder De MDV stelt dat er in de omgevingsvisie positief gesproken wordt over de ‘hoge kwaliteit’ en ‘duurzaamheid’ van de Harnaschpolder. Volgens de MDV wijkt de Harnaschpolder in de praktijk niet veel af van andere bedrijventerreinen. De MDV constateert dat de gemeente weinig regie voert over het ontwikkelingsproces en vraagt hoe wij de hoge ambities alsnog gaan waarmaken.

16

Antwoord Het regionale bedrijventerrein maakt deel uit van de integrale gebiedsontwikkeling van de Harnaschpolder. Een onderdeel van de samenwerking van de gemeenten Midden-Delfland, Delft, Den Haag en Maassluis is het oprichten en financieren van het Groenfonds Midden-Delfland. Door de ontwikkeling van het bedrijventerrein kwam meer dan 2 miljoen euro beschikbaar voor projecten van het Groenfonds die bijdragen aan het behoud en versterking van het open agrarisch cultuurlandschap van Midden-Delfland en het versterken van de relatie tussen stad en land. Vanaf het begin van de planvorming over de Harnaschpolder was het uitgangspunt dat dit bedrijventerrein een hoge kwaliteit zou krijgen. Voor de ontwikkeling van dit bedrijventerrein is een apart Bedrijvenschap opgericht. Het Bedrijvenschap Harnaschpolder is financieel zwaar geraakt door de economische crisis die begon in 2008. Om die reden was het bedrijvenschap genoodzaakt om een verbreding toe te staan ten aanzien van de bedrijven die zich hier konden vestigen. Ten aanzien van deze bijstelling hebben wij en onze partners continue aandacht voor de mogelijke gevolgen voor de ruimtelijke kwaliteit en de duurzaamheid van het bedrijventerrein behouden. Wij voeren hier regie op binnen de financiële mogelijkheden. Ten aanzien van de duurzaamheid van het bedrijventerrein blijkt dit o.a.

uit onze recente inzet op zonnepanelen op de daken van de bedrijfsgebouwen. Tevens is door een extern bureau recentelijk onderzoek gedaan naar verdere verduurzamingsmogelijkheden. De kwaliteit van de openbare ruimte kan nu nog niet worden gewaardeerd. Die volgt pas nadat 90% van de kavels is uitgegeven. In opdracht van de provincie Zuid-Holland is de vitaliteit van de bedrijventerreinen onderzocht. Uit dit onderzoek blijkt dat het bedrijventerrein Harnaschpolder bovengemiddeld presteert op het gebied van duurzaamheid, met name ten aanzien van het aspect ‘circulaire economie’. Het Bedrijvenschap heeft een impactanalyse gedaan van de ontwikkeling Harnaschpolder. Daar blijkt uit dat de bijdrage aan zonne-energie vanuit de Harnaschpolder al substantieel is en dat er nog potentie is om dit verder uit te breiden. In het uitgiftebeleid wordt hier door het Bedrijvenschap op gestuurd. Daarnaast wijzen wij op het recent ontwikkelde foodpark ’t Harnasch dat volledig gasloos is en de eigen energie opwekt met zonnepanelen. Daarnaast is extra aandacht voor de groene omgeving van de restaurants op dit foodpark. s. Verspreid liggend glas MDV ondersteunt het idee van het saneren van verspreid liggend glas, maar constateert dat in het ontwerp van de omgevingsvisie ontbreekt aan plannen om dit te realiseren.

Antwoord Het is juist dat de omgevingsvisie de ambitie benoemt om verspreid liggend glas te saneren zonder daar concrete plannen aan te verbinden. Hierin volgt de omgevingsvisie het bestaande, ruimtelijke beleid. Wij zullen de toekomst van deze tuinbouwbedrijven wederom betrekken bij het opstellen van de Omgevingsvisie 2.0. t. Emissieloze kas Bij het concept van de ‘emissieloze kas’ gaat het om het voorkomen van de lozing van meststoffen en gewasbeschermingsmiddelen. De MDV juicht het toe als dit in de omgevingsvisie wordt verruimd naar de emissie van CO2 en lichtemissie. Antwoord In de omgevingsvisie zal de beschrijving van het concept van de ‘emissieloze kas’ worden verruimd tot een aanpak van emissies van meststoffen, gewasbeschermingsmiddelen, CO2 en licht. Deze integrale benadering past goed bij de geest van de Omgevingswet. Overigens worden deze aspecten in de praktijk in verschillende gremia geagendeerd. u. Lichthinder De MDV vindt dat de omgevingsvisie ook beperkingen moet opleggen aan het aspect lichthinder. Volgens de MDV betreft het lichtgevende reclame-uitingen in het buitengebied. Antwoord Het opnemen van regels over lichthinder en het uitsluiten van lichtgevende reclame-uitingen in het buitengebied kan alleen via het omgevingsplan. 17

Wel kunnen wij in de tekst van de omgevingsvisie opnemen dat ‘donkerte’ een gewenste kwaliteit is van het open veenweidegebied. Hierbij noemen wij de negatieve gevolgen van lichthinder voor de natuur, de nachtrust en daarmee de gezondheid van mens en dier en het landschap door horizonvervuiling. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van lichthinder. v. Kaartmateriaal De MDV constateert dat de Omgevingsvisie 1.0 rijkelijk is voorzien van beeldmateriaal, maar dat de kaarten fouten bevatten en vragen oproepen. Deze fouten en vragen benoemt de MDV in de bijlage bij de reactie. Antwoord Wij corrigeren de fouten in de kaarten en verduidelijken de legenda en de gebruikte legendaeenheden. Zodoende verbeteren wij de leesbaarheid van de kaarten. En nemen wij onduidelijkheden over de betekenis van de gebruikte legenda-eenheden weg. Conclusie De vooroverlegreactie van de MDV leidt tot meerdere aanpassingen aan de teksten en de kaarten van de omgevingsvisie. Een deel van de onderwerpen die de MDV aandraagt passen niet bij de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 1.0. Deze onderwerpen betrekken wij zo veel mogelijk bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie 2.0. 8.

Wonen Midden-Delfland Woningcorporatie Wonen Midden-Delfland (hierna: WMD) geeft aan dat haar inspraakreactie aansluit op haar reactie op het concept bod op de regionale woningmarktafspraken van de gemeente MiddenDelfland. a. Proces: van woonvisie naar omgevingsvisie WMD vraagt om actueel woonbeleid passend bij de huidige opgave en om de tijdige betrokkenheid van partners in het proces om te komen tot een omgevingsvisie. Ten aanzien van het woonbeleid merkt WMD op dat de gemeente Midden-Delfland heeft besloten om dit beleid de komende periode niet te actualiseren. Het is lang geleden dat de gemeente nieuw woonbeleid heeft ontwikkeld met haar partners. WMD betreurt dit en stelt dat de Woonvisie 2010-2025 en de Woonagenda 2016-2020 een beperkte beleidsbasis bieden vanuit wonen voor de omgevingsvisie. WMD ziet de opgave op de woningmarkt bij uitstek als een regionaal vraagstuk. Daarom hecht WMD er veel waarde aan dat de omgevingsvisie in samenspraak met de regiogemeenten in Haaglanden tot stand komt. Antwoord Bij het realiseren van de lokale woonopgave is WMD een gewaardeerde en belangrijke partner. De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid, inclusief het bestaande woonbeleid. WMD is betrokken bij de ontwikkeling van het bestaande woonbeleid en onderlinge prestatieafspraken.

De toegevoegde waarde van deze Omgevingsvisie 1.0 is dat dit beleid op een integrale wijze gebundeld is en waar nodig aangevuld met nieuw vastgestelde beleidsdoelen. Ten aanzien van het wonen leggen wij in de omgevingsvisie een relatie met onder andere de demografische ontwikkeling van de vergrijzing en ontgroening van de dorpen en het doel om de sociale cohesie en de leefbaarheid van de dorpen te behouden. Om die reden benoemen wij in de omgevingsvisie dat wij meer aandacht hebben voor het bouwen voor senioren en lokale starters. Wij onderschrijven dat de woningopgave een regionale opgave is. In de omgevingsvisie komt de positie van Midden-Delfland binnen de regio uitgebreid aan bod. Wij hebben de gemeentebesturen van de regiogemeenten benaderd met het verzoek om een reactie te geven op de ontwerp omgevingsvisie. b. Langetermijnvisie op de gemeente WMD ziet graag een meer inclusieve visie op wonen in de toekomst in de gemeente Midden-Delfland terug in de omgevingsvisie, vanuit de lokale en regionale behoefte geredeneerd. WMD wijst daarbij op de Actieagenda Wonen met als topprioriteit om in tien jaar 1.000.000 woningen te bouwen, waarvan indicatief 25% sociale huur en 10% middeldure huur. 18

WMD begrijpt dat groei met een stevig aandeel sociale huur en (het behoud van) groen in de gemeente Midden-Delfland op gespannen voet staan. Toch denkt WMD graag in kansen. In de omgevingsvisie leest WMD vooral dat de gemeente wil sturen op doorstroming van senioren, ruimte aan gezinnen en middenhuur. Daarbij vraagt WMD zich af of het zoveel mogelijk een gezinsgemeente willen zijn een politieke keuze is. Zo ja, dan vraagt WMD om dit expliciet te maken. WMD wil in de omgevingsvisie meer lezen over hoe de gemeente wil inspelen op de lange termijn m.b.t. bevolkingsontwikkeling van vergrijzing, kleinere huishoudens en de behoefte aan betaalbare huur en koop. Volgens WMD zijn daarvoor meer betaalbare (sociale huur en koop) woningen nodig die aansluiten op de behoefte van starters en senioren. Daarnaast merkt WMD op dat de huidige woningvoorraad in de gemeente Midden-Delfland niet in balans is. Er is een overschot aan relatief dure koop eengezinswoningen en aan sociale huur eengezinswoningen. Het leefbaar en vitaal te houden van de dorpen vraagt om aantrekkelijke woonconcepten voor senioren en starters. Binnenstedelijk verdichten biedt daarvoor de beste kansen, zoals bij het project de Maaslandse Zoom. WMD gelooft dat zij samen met de gemeente en de andere partners deze woonconcepten kan realiseren met respect voor de bestaande dorpse structuren.

Antwoord Ten aanzien van de landelijke opgave om 1.000.000 nieuwe woningen te bouwen merken wij op dat de bijdrage aan de regionale en nationale maatschappelijke doelstellingen van Midden-Delfland niet bestaat uit het bouwen van woningen. Onze bestuurlijke opdracht is gericht op het in stand houden, vernieuwen en leefbaar houden van het waardevolle cultuurlandschap van Midden-Delfland. De aanwijzing van de status van Bijzonder Provinciaal Landschap is hierop gebaseerd. Door de binnenstedelijke verdichting in het omliggend stedelijk gebied, wordt de maatschappelijke functie van het landschap nog belangrijker. Wij waarderen de positieve houding en inzet van WMD ten aanzien van de opgave om binnenstedelijk te verdichten in de dorpen met respect voor de bestaande ruimtelijke kwaliteit en structuur van de dorpen. In de omgevingsvisie worden nieuwe woonconcepten voor starters en senioren niet expliciet genoemd. In de paragrafen 2.2.3. en 3.1.3 geven wij aan dat wij de samenstelling van onze woningvoorraad afstemmen op een goede balans tussen de verschillende woningtypen en dat wij de woonopgave kwalitatief benaderen. Dat wij een gezinsgemeente willen blijven is inderdaad een politieke keuze. Wij benoemen dit duidelijker in de omgevingsvisie. c.

Specifieke opmerkingen over de tekst van de omgevingsvisie Ten aanzien van de forse impact van de vergrijzing op de gemeente wil WMD benadrukken dat anticiperen met woonoplossingen noodzakelijk is om senioren een goede woonplek te blijven bieden. Op pagina 24 wordt ‘veel focus op sociale huur’ genoemd als trend, zonder dat sociale huur verder in de omgevingsvisie wordt genoemd. Ondanks het enorme tekort in de regio. WMD vindt deze formulering ongelukkig. In de omgevingsvisie wordt drie keer genoemd dat de gemeente zich richt op doorstroming van senioren om de bestaan de voorraad beter voor gezinnen te kunnen benutten. Het is niet helder wat de gemeente als woonalternatieven voor de doorstromers voor ogen heeft. WMD vraagt daar aandacht voor. Antwoord Naar aanleiding van de inspraakreactie vullen wij de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van de woonconcepten voor senioren, de woonalternatieven voor doorstromers en de opgave van het tekort aan sociale huurwoningen in de regio. Conclusie Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van de woonopgave naar aanleiding van de vooroverlegreactie van WMD. 19

9. Veiligheidsregio Haaglanden De Veiligheidsregio Haaglanden (hierna: VRH) heeft in 2020 deelgenomen aan meerdere werkateliers van Midden-Delfland ten behoeve van de omgevingsvisie. De VRH constateert dat deze vroege betrokkenheid van de VRH ertoe heeft geleid dat het creëren van een veilige fysieke leefomgeving een plek heeft gekregen in de omgevingsvisie. De VRH blijft in het kader van de fysieke veiligheid graag betrokken bij de nadere invulling en uitwerking van de omgevingsvisie. Zoals bij de Omgevingsvisie 2.0, het omgevingsplan en programma’s. a. Omgevingsvisie 1.0 In het ontwerp van de omgevingsvisie 1.0 is een paragraaf over (fysieke) veiligheid opgenomen, waarin de kernwaarden voor een veilige fysieke leefomgeving staan benoemd. Voor het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke leefomgeving is het van belang dat de gemeente MiddenDelfland de kernwaarden expliciet heeft benoemd en deze nastreeft. In het ontwerp van de omgevingsvisie 1.0 wordt nu geen aandacht besteed aan de veiligheidsrisico’s die in de gemeente Midden-Delfland aanwezig zijn. Door deze risico’s inzichtelijk te maken kan de gemeente beslissingen nemen over de risico’s die zij wil beperken en welke maatregelen daarvoor genomen kunnen worden. De VRH kan de gemeente daarover adviseren.

Een van de risico’s waar de gemeente mee te maken heeft zijn de risico’s die zijn verbonden aan de energietransitie. In de omgevingsvisie staat dat veiligheid een voorwaarde is voor energieopwekking door hernieuwbare warmte en elektriciteit. Door deze risico’s van de energietransitie te benoemen wordt geborgd dat de ruimtelijke inpassing van nieuwe vormen van energiewinning, -opslag en –transport op een verantwoorde wijze gebeurt. Met het oog op het op te stellen omgevingsplan is het van belang dat in de omgevingsvisie aandacht wordt besteed aan de ambities van de gemeente voor de verschillende (deel)gebieden. De VRH beveelt aan om in de omgevingsvisie voor de verschillende deelgebieden ook het ambitieniveau voor veiligheid vast te leggen. De VRH kan meedenken over het vaststellen van deze ambitieniveaus. Antwoord Wij danken de VRH voor hun actieve bijdrage in het voortraject en deze vooroverlegreactie. Het bereiken en in stand houden van een veilige fysieke leefomgeving maakt deel uit van artikel 1.3 Omgevingswet over de maatschappelijke doelen van deze wet. Om die reden heeft de gemeente bijzondere aandacht daarvoor in de omgevingsvisie. Wij vullen in overleg met de VRH de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van de risico’s van de energietransitie. Ook benoemen wij per deelgebied het ambitieniveau voor veiligheid. b.

Groepsrisico onder de Omgevingswet In de paragraaf over veiligheid licht de gemeente toe hoe zij om wil gaan met het groepsrisico. De gemeente heeft de voorkeur om de oriëntatiewaarde niet te overschrijden. De VRH geeft aan dat deze kwantitatieve benadering van het groepsrisico niet goed aansluit op de gedachte van de Omgevingswet. Onder de Omgevingswet verschuift de focus van het toetsen van ruimtelijke plannen door een groepsrisico naar het vroegtijdig voeren van de discussie over veiligheid en het verbeteren daarvan door bron- en ruimtelijke maatregelen te treffen. Daarom wordt onder de Omgevingswet gewerkt met ‘aandachtsgebieden’ en ‘voorschriftgebieden’. In sommige gevallen is het mogelijk om door middel van een berekening te onderbouwen dat een groepsrisico in zo’n gebied toelaatbaar is. De VRH raadt aan om in de omgevingsvisie te verhelderen of de gemeente bij het maken van afwegingen in ‘aandachtsgebieden’ en ‘voorschriftgebieden’ gebruik wil maken van groepsrisicoberekeningen. Antwoord Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan zodat duidelijk is in welke gevallen de gemeente gebruik wil maken van groepsrisicoberekeningen. c. Omgevingsvisie 2.0 Vanuit de omgevingsvisie 1.0 werkt de gemeente aan een omgevingsvisie 2.0 met een integrale toekomstvisie voor 2040.

Volgens de VRH is de omgevingsvisie 2.0 de aangewezen plaats om een verdiepingsslag te maken ten aanzien van fysieke veiligheid door naast de kernwaarden ook de 20

ontwerpprincipes voor een veilige fysieke leefomgeving op te nemen uit de handreiking ‘Inbreng veiligheidsrisico’s in omgevingsvisies’ van de Brandweer Nederland uit 2018. Daarbij merkt de VRH op dat het van belang is dat er een duidelijk onderscheid wordt gemaakt tussen ontwerpprincipes voor fysieke en sociale veiligheid. De genoemde ontwerpprincipes zijn uitsluitend gericht op fysieke veiligheid. Antwoord Wij betrekken de VRH het opstellen van de omgevingsvisie 2.0. Het gebruik maken van de informatie over de ontwerpprincipes voor fysieke veiligheid is één van de onderwerpen die aan bod komt. 10. Gemeente Delft De gemeente Delft (Delft) geeft een ambtelijke reactie, omdat de omgevingsvisie 1.0 geen nieuw beleid bevat. Delft heeft de omgevingsvisie 1.0 met belangstelling gelezen. Het is een herkenbare eerste visie die aansluit op de Cittaslow filosofie. Een stabiele basis die de komende jaren verder kan worden uitgebouwd. Delft stelt in de reactie een aantal vragen en plaatst enkele opmerkingen. a. Dorpen (Den Hoorn) In de visiekaart op pagina 32 staat dat de uitdaging is om de autoverbinding naar Delft te concentreren aan de zuidelijke rand van het dorp. Delft vraagt hoe dit bereikt gaat worden en hoeveel extra verkeersconcentratie dit op dit traject zal gaan opleveren. Het belang van het behoud van het onderscheidend karakter ten opzichte van Delft wordt benadrukt.

Delft vraagt welke ruimtelijke ingrepen hieraan zijn verbonden om dit te bereiken. Op pagina 35 van de omgevingsvisie staat dat Den Hoorn zich specifiek meer richt op het water en het zelfstandige en lokale ten opzichte van Delft. Delft vraagt wat de gemeente Midden-Delfland hiermee bedoelt. En wat dit betekent in relatie tot het gebruik en delen van (maatschappelijke/sport) voorzieningen. Antwoord Wij danken Delft voor de vooroverlegreactie en daarin gevraagde toelichtingen. De concentratie van de autoverbinding naar Delft aan de zuidelijke rand van het dorp volgt uit de aanleg van de Zuidhoornseweg die aansluit op de Reinier de Graafweg. Deze verbinding is inmiddels opengesteld voor het verkeer. Hiermee is de genoemde uitdaging grotendeels bereikt is. In de nabije toekomst krijgt de historische verbinding naar Delft een andere inrichting, waardoor dit traject niet meer aantrekkelijk is voor doorgaand verkeer. Den Hoorn onderscheidt zich van de aangrenzende buitenwijken van Delft door het feit dat het een dorp is met een eigen historische identiteit, mede gebaseerd op tuinbouw, en het dorpscentrum. Wij benadrukken deze onderscheidende eigen identiteit door het behoud van het bestaande karakter van het dorpscentrum en door bij nieuwe ontwikkelingen de randvoorwaarde te hanteren dat deze ontwikkelingen ruimtelijk passen bij het dorpse karakter van Den Hoorn.

Wij streven ernaar dat het dorp Den Hoorn beschikt over een voorzieningenniveau dat past bij het grootste dorp van onze gemeente. Het doel is dat de inwoners van Den Hoorn beschikken over (maatschappelijke) voorzieningen op loop- en fietsafstand van hun woning. Daarbij houden de inwoners van Den Hoorn en Delft de keuzevrijheid om gebruik te maken van voorzieningen die aan de andere zijde van de gemeentegrens liggen. b. Bedrijventerreinen Het bedrijventerrein Harnaschpolder grenst aan de gemeente Delft. Volgens de omgevingsvisie heeft dit bedrijventerrein een regionale functie. Op pagina 29 staat dat de gemeente Midden-Delfland kansen ziet voor innovatieve kennisinstituten bij de dorpen. Delft vraagt welke instituten worden bedoeld en of de gemeente Midden-Delfland een link ziet met de TU-Delft. Antwoord 21

In algemene zin vinden wij het belangrijk dat overheden, onderwijs en ondernemers samenwerken volgens het ‘triple helix model’ samen de economische en sociale ontwikkeling bevorderen van de metropoolregio. Door de ligging van Midden-Delfland nabij de steden Delft, Den Haag en Rotterdam zijn er economische kansen om samen te werken met de kennisinstituten die in deze steden zijn gevestigd, waaronder de TU-Delft. In het geval van de Harnaschpolder doelen wij specifiek op het Internationale kennis- en innovatiecentrum Equestrum dat ten zuiden van de Harnaschpolder is gevestigd aan de Ommedijk. Daarbij zet Equestrum in op top- en breedtesport en een belangrijke focus op dierenwelzijn en –zorg. Daarnaast richt men zich op economische cross-overs en aanvullend op landschapsontwikkeling en maatschappelijke betrokkenheid. Equestrum maakt deel uit van het campusnetwerk van de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag om het onderlinge leren te versterken. Bedrijven kunnen bij Equestrum terecht met hun ontwikkelings- en innovatievraagstukken, ideeën en of problemen. Wij sluiten niet uit dat onderzoekers en studenten van de TU-Delft in de nabije toekomst een rol kunnen spelen in het genoemde netwerk en bij het oplossen van vraagstukken en het uitwerken van ideeën. c. Buitengebied In de omgevingsvisie is veel aandacht voor het Bijzonder Provinciaal Landschap.

Het is een helder stuk wat betreft het grootste deel van het provinciaal landschap dat in Midden-Delfland ligt. Volgens Delft komt minder duidelijk naar voren wat de relatie is tussen Midden-Delfland en het provinciaal landschap en de betekenis van het geheel. Dat geldt ook voor zaken als bereikbaarheid, bijvoorbeeld de wens voor het verbeteren van de fiets- en ecologische verbinding Rijksweg A13. Antwoord Samen met de andere deelnemers aan de Landschapstafel Hof van Delfland werkten wij aan een visie BPL. Wij zullen de tekst aanvullen ten aanzien van het Landschapspark Zuidvleugel en de Schiezone onder verwijzing naar de thema’s bereikbaarheid, biodiversiteit en beleefbaarheid en de visie op het BPL. 11. Adviesraad Sociaal Domein Midden-Delfland De Adviesraad Sociaal Domein Midden-Delfland (hierna: Adviesraad) heeft er begrip voor dat de tekst van de omgevingsvisie algemeen geformuleerd is. En dat een verdere uitwerking en planvorming nodig is. Wel acht de Adviesraad een nadere concretisering wenselijk met betrekking tot de woningvoorraad. Omdat dit onderwerp urgent is en daarom nu al extra aandacht behoeft. Zowel ouderen als jongeren willen graag in de eigen dorpskern blijven wonen. In het geval van nieuwbouw zal er nog meer aandacht moeten zijn voor ouderen. Zowel voor ‘gewone’ appartementen waar ouderen langer in zullen blijven wonen, als voor zorgwoningen.

Bij Akkerleven en de Singelhof is nu al een wachtlijst van twee jaar. Dit wordt door de vergrijzing alleen maar langer. Er wordt nu gesproken over een zorgvoorziening in Den Hoorn. Volgens de Adviesraad is dat niet genoeg. Zij stelt dat mensen met een geïndiceerde zorgbehoefte in hun eigen omgeving moeten kunnen blijven wonen. Op deze wijze kan de bestaande sociale cohesie in de kernen worden gecontinueerd en zal de vergrijzing in de kernen verminderen. Antwoord Wij danken de Adviesraad voor hun inhoudelijke bijdrage op het ontwerp van deze ruimtelijke visie. Op lokaal niveau hebben wij onlangs aangekondigd een verkenningsonderzoek uit te voeren naar De Hoornbloem. Huisvesting van senioren is daar een onderdeel van. Ten aanzien van het onderwerp ouderenzorg werken we regionaal nauw samen met ketenpartners, zoals Pieter van Foreest, zorgkantoor DSW en omliggende gemeenten. Onderzoeksbureau IG&H heeft in het najaar van 2020 in samenwerking met VVT-zorgaanbieders, eerstelijnszorg, ziekenhuizen, zorgkantoor DSW en de regiogemeenten de Regiovisie Ouderenzorg ontwikkeld. In de Regiovisie is de gezamenlijke (toekomstige) opgave op het gebied van ouderenzorg en de stijgende zorgvraag in kaart gebracht.

Op basis van de Regiovisie zijn vier themawerkgroepen aan de slag gegaan om te komen tot een werkagenda om de druk op de ouderenzorg te verminderen en tegelijkertijd een goede, betaalbare en 22

kwalitatieve ouderenzorg in de toekomst te kunnen blijven aanbieden. Deze vier themagroepen zijn Intramurale capaciteit, Nieuwe woonoplossingen, Netwerkzorg/preventie en Personeel. In de Regiovisie Ouderenzorg is opgenomen dat per gemeente wordt onderzocht en besproken wat deze visie voor gevolgen heeft voor de lokale ouderenzorg. Wij betrekken de Regiovisie Ouderenzorg en vervolgonderzoek over de vier thema’s bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie 2.0. Conclusie Deze vooroverlegreactie leidt niet tot een aanpassing van de Omgevingsvisie 1.0. 12. Ondernemersfederatie Midden-Delfland De inspraakreactie van de Ondernemersfederatie Midden-Delfland (hierna: OMD) bestaat uit een verzameling van reacties van VNO-NCW West en de leden van de OMD. Dat zijn Vereniging Maaslandse Ondernemers, Ondernemersvereniging Schipluiden en MKB Midden-Delfland. De OMD bekrachtigt de uitspraak van de omgevingsvisie dat er ‘zonder betrokkenheid en sociale cohesie van inwoners en bedrijven geen vitale dorpen zijn. De OMD vindt vitale dorpen met een prettig leefklimaat belangrijk. De inspraakreactie bevat een aantal opmerkingen, kanttekeningen, vragen en kritiek van de genoemde organisaties namens het bedrijfsleven. Antwoord algemeen Wij danken de verschillende ondernemersorganisaties voor het bundelen van hun vooroverlegreacties en de inhoud daarvan.

Een deel van die vooroverlegreacties is vooral gericht op toekomstig beleid, waardoor deze niet passen bij de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 1.0. Deze onderwerpen komen aan de orde bij het proces voor de Omgevingsvisie 2.0. a. Visie op bedrijvigheid De OMD mist een visie op de bedrijvigheid (bedrijven, horeca en retail) binnen de kernen en in het buitengebied. Antwoord De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid en voorziet niet in een actualisatie van het economische beleid. b. Financiële haalbaarheid van de visie De OMD plaatst vraagtekens bij de uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid van de visie. Dit in het licht van de rendementen die in de landbouw en de recreatie behaald kunnen worden en de kosten voor de grote opgaven die in de visie worden genoemd, afgezet tegen de financiële positie van de gemeente Midden-Delfland en de Rijksoverheid. De OMD ziet in de visie graag een financiële paragraaf, waarin op hoofdlijnen inzicht verschaft wordt in de benodigde investeringen en de wijze waarop deze naar verwachting gefinancierd kunnen worden. Antwoord De Omgevingsvisie 1.0. bevat het strategisch beleid van de gemeente en noemt bestaande kwaliteiten en ambities. De uitvoerbaarheid en financiële haalbaarheid wordt opgenomen bij concrete ruimtelijke plannen en projecten.

Het realiseren van de maatschappelijke opgaven vraagt niet alleen financiering vanuit de gemeente, maar ook een bijdrage van andere overheden, ondernemers en inwoners. De financiering van de opgaven in het buitengebied krijgt op diverse manieren aandacht. Daarbij denken wij aan de activiteiten van de Coöperatie Beheer Groengebieden Midden-Delfland (CGB) en het toekomstige uitvoeringsplan van het BPL. Ook binnen de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de Groeiagenda Zuid-Holland is aandacht voor de noodzakelijke regie en financiering op regionaal niveau van de economische transitie en de verschillende opgaven voor het landschap.

23

c. Woningvoorraad Ten aanzien van de tekst over de woningvoorraad vraagt de OMD een beschrijving van het woningbouwprogramma per kern. Daarnaast vraagt de OMD zich af of het bouwen van woningen binnen de bestaande dorpskernen leidt tot het opofferen van de lokale bedrijventerreinen. Dat is voor de OMD onacceptabel. Dit brengt de vitaliteit van de dorpen en de werkgelegenheid in gevaar. De OMD ziet daarom graag dat de rode contouren worden opgerekt. Ook vraagt de OMD hoe de gemeente denkt de realisatie van betaalbare en duurzame woningen voor starters te faciliteren. Tot slot vraagt de OMD hoe de gemeente aankijkt tegen de verduurzaming van gedateerde woningen in samenspraak met de woningstichting om zo een leefbare en aantrekkelijke woonomgeving te realiseren. Antwoord De omgevingsvisie gaat over het strategisch beleid voor de fysieke leefomgeving. Daarom bevat de visie geen concreet uitgewerkt woningbouwprogramma. Vanwege het karakter van de omgevingsvisie als strategisch beleidsdocument voor de langere termijn noemen wij in de tekst alleen de ambitie om verouderde bedrijventerreinen te revitaliseren en verduurzamen of te transformeren naar woningen. Wij kunnen op dit moment deze keuzes nog niet maken en vastleggen in een omgevingsvisie.

Ten aanzien van de wens van de OMD om te bouwen aan de randen van de dorpen merken wij op dat de Omgevingsvisie 1.0 gebaseerd is op het bestaande ruimtelijke beleid. Daarnaast is een van de uitgangspunten van de Omgevingswet is dat de overheid besluiten neemt over ruimtelijke ontwikkelingen op basis van een integrale afweging van maatschappelijke belangen waarbij de omgevingskwaliteit van de fysieke leefomgeving centraal staat. Dat betekent dat een opgave als de woningbouwopgave zeker niet altijd voorrang krijgt boven andere belangen en opgaven. Door ons ondersteunde regionale uitgangspunten zijn dat bouwen in het groene landschap wordt ontraden en dat bij woningbouw op bedrijfsterrein ruimtelijke compensatie moet worden gevonden. Wij staan positief tegenover het verduurzamen van gedateerde woningen. Dat kan een betaalbaar en duurzaam alternatief zijn voor sloop- en nieuwbouw van woningen. Daarnaast dragen renovatieprojecten bij aan de werkgelegenheid. d. Voorzieningenniveau Maasland Volgens de OMD zijn er in Maasland nauwelijks winkels. De OMD vraagt hoe de omgevingsvisie bijdraagt aan het behoud en de uitbreiding van het voorzieningenniveau in Maasland. Ten aanzien van de sportaccommodaties wordt opgemerkt dat deze veelal gedateerd zijn. De OMD vraagt naar de visie op de huidige sportaccommodaties en de financiële middelen voor een upgrade van die voorzieningen.

Antwoord Het winkelaanbod in Maasland was beperkt. Met de realisatie van Veldesteijn kunnen de inwoners van Maasland voor hun dagelijkse boodschappen terecht bij de supermarkt, de bakker en de drogist. Daarnaast bevinden zich in het historische centrum een groenteboer, een computerwinkel en een fietsenhandel. Met de realisatie van bouwplan ’t Spreeuwenest is een aantal commerciële ruimten toegevoegd aan het centrum van Maasland ten behoeve van winkels en horeca. Door medewerking te verlenen aan de bouwplannen Veldesteijn en ’t Spreeuwenest die voorzien in winkelruimte is een kwaliteitsimpuls gerealiseerd en dragen wij bij aan de instandhouding van het voorzieningenniveau van het dorp Maasland. De realisatie van nieuwe woningen op basis van de Woonvisie, zoals de Maaslandse Zoom, draagt bij aan het versterken van het draagvlak voor economische en maatschappelijke voorzieningen. Wat betreft de kwaliteit van de sportaccommodaties maken wij een onderscheid tussen buitensporten binnensportaccommodaties. De kwaliteit van de buitensportaccommodaties in onze gemeente is van een goed niveau. Voor de gemeentelijke binnensportaccommodaties geldt dat vanwege de leeftijd van deze gebouwen de komende jaren investeringen nodig zijn om te voldoen aan de kwaliteitseisen van deze tijd.

Wij nemen daarover een besluit op basis van een onderzoek naar de mogelijkheden van de afzonderlijke binnensportaccommodaties. Daarbij merken wij op dat een deel van de sportaccommodaties geen gemeentelijk eigendom is. 24

Die verenigingseigenaren kunnen voor het aanpassen en verduurzamen van de sportaccommodaties een beroep doen op een financiële regeling van het rijk. Ook kunnen deze verenigingen een verzoek doen bij de gemeente om een financiële bijdrage. Wij beoordelen van geval tot geval of een financiële bijdrage mogelijk is. e. Woningtoewijzing en sociale cohesie Volgens de OMD worden steeds meer woningen in de sociale huurklasse bewoond door huurders afkomstig van buiten Midden-Delfland. Een deel van deze huurders brengt de problematiek van de grote stad mee en integreert niet of matig. Zij belasten de gemeente en het onderwijs. De OMD maakt zich zorgen over de gevolgen voor de saamhorigheid, de veiligheid, en het gevolg dat de MiddenDelflandse jongeren noodgedwongen een woning buiten de gemeente moet zoeken. OMD vraagt naar de visie van de gemeente op deze samenhangende problematiek. Ook vraagt de OMD of MiddenDelfland een aparte status kan krijgen binnen de regio Haaglanden, zodat de eigen bewoners voorrang krijgen bij het toewijzen van sociale huurwoningen. Antwoord Het toewijzingsbeleid van sociale huurwoningen valt niet onder de Omgevingswet en is gebaseerd op wetgeving voor woonmarktregio’s. Het gedrag van mensen dat niet gerelateerd is aan de fysieke leefomgeving valt buiten de Omgevingswet.

De problematiek die de OMD schetst valt daarmee voor een belangrijk deel buiten de reikwijdte van de omgevingsvisie. Het is niet mogelijk om de gemeente een aparte status te geven met betrekking tot de toewijzing van sociale huurwoningen. Wel maken wij maximaal gebruik van de bevoegdheid om in nauw overleg met de woningcorporatie te bepalen dat een percentage van de vrijkomende huurwoningen wordt toegewezen aan mensen uit de eigen gemeente. f. Maaslandse Poort De OMD merkt ten aanzien van de Maaslandse Poort nog steeds geen sprake is van een concreet plan. De OMD vraagt of hier nog iets van het bedrijventerrein terugkomt of dat er alleen sprake is van recreatie? Ook merkt de OMD op dat ook de verkeersproblematiek op de Oude Veiling betrokken moet worden bij de ontwikkelingsplannen en dat deze problematiek niet kan worden opgelost zonder de samenwerking met de gemeente Maassluis en de provincie Zuid-Holland. De OMD vraagt om dit te benoemen in de Omgevingsvisie. Antwoord De gemeenteraad heeft voor de Maaslandse Poort een ontwikkelkader vastgesteld en het bestemmingsplan “Herontwikkeling voormalige kistenfabriek in Maasland”. Hiermee kan de gemeente initiatieven van ondernemers beoordelen. Het bestemmingsplan ziet op de ontwikkeling van (kleinschalige) toeristisch-recreatieve functies, streekgebonden detailhandel, dienstverlening en horeca.

Wat betreft de verkeersafwikkeling is de gemeente in overleg met de gemeente Maassluis en Rijkswaterstaat over concrete oplossingen om de verkeersproblematiek ter plaatse van de Oude Veiling te lossen. Daarnaast werken beide gemeenten samen aan planvorming voor uitbreiding en verbetering van recreatieve verbindingen (fiets-, wandel en vaarroutes) binnen de scope van de Maaslandse Poort. Dit initiatief sluit aan bij de doelstellingen van ontwikkelkader. Wij nemen een tekst op in de omgevingsvisie over dit probleem en de gemeentelijke inzet om te komen tot een duurzame oplossing. g. Mobiliteit Ten aanzien van de mobiliteit vraagt de OMD aandacht voor de doorstroming en verbinding van de dorpskernen. Specifiek met betrekking tot de ontsluiting van Maasland richting de A20 en herinrichting van de N468. De OMD vraagt of dit in de visie kan worden opgenomen. Antwoord Wij onderkennen dat een goede (auto)bereikbaarheid van de dorpen van belang is voor de inwoners en ondernemers in Midden-Delfland die voor het personen en / of het goederenvervoer afhankelijk zijn van de auto. Daarbij constateren wij dat er een spanningsveld bestaat tussen het verbinden van de dorpen voor dit bestemmingsverkeer en het weren van sluipverkeer. Zie ook ons antwoord op de reactie van de Midden-Delfland Vereniging. Wij vullen de tekst aan ten aanzien van dit spanningsveld. 25

h. Gemeentelijke ambitie duurzaamheid Ten aanzien van paragraaf 3.1.2 van de omgevingsvisie over duurzaamheid klimaat merkt de OMD op dit het voor bedrijven in Midden-Delfland niet wenselijk is dat dit leidt tot grotere restricties dan in andere gemeenten in Zuid-Holland. Een extra stimulans is goed, mits bedrijven de vrijheid hebben om hierin hun eigen keuzes te maken. Ook vraag de OMD wat wordt bedoeld met de zin ”dit landt in ieder deelgebied op een eigen wijze”. Antwoord In de tekst van paragraaf 3.1.2. staat dat wij de doelen over duurzaamheid en klimaat nastreven in samenwerking met inwoners en bedrijven. Betaalbaarheid en haalbaarheid zijn daarbij de vastgestelde kaders. Bedrijven maken zoveel mogelijk hun eigen keuzes in overleg met de gemeente. Daarbij kunnen wij de keuze voor bepaalde maatregelen stimuleren door middel van subsidieregelingen. De financiële mogelijkheden hiertoe zijn op dit moment beperkt. Slechts voor duurzame maatregelen die voortvloeien uit onze bestuurlijke opdracht voor het landschap zijn vanuit het IODS financiële middelen beschikbaar. Zoals de subsidieregeling voor het voorkomen van erfafspoeling bij agrarische bedrijven De duurzaamheidskeuzes moeten wel passen bij de omgeving van de bedrijven. Daarom staat in de tekst nadrukkelijk dat dit in ieder deelgebied op een eigen wijze landt.

Daarbij doelen wij vooral op de verschillen tussen bedrijventerreinen, duurzame glastuinbouwgebieden en (agrarische) bedrijven in het open veenweidegebied. Wij vullen de tekst over de deelgebieden op dit punt aan. i. Duurzaam opwekken energie Ten aanzien van het duurzaam opwekken van energie benoemt de OMD dat het van belang is dat de netwerkcapaciteit op orde is. Ook vindt de OMD dat er regelingen beschikbaar moeten zijn om dit te stimuleren en ondernemers te helpen bij noodzakelijke investeringen. Verder constateert de OMD dat niet alle daken van bedrijfspanden direct geschikt zijn voor de aanleg van zonnepanelen, vanwege de constructie. De OMD vraagt hoe hiermee rekening wordt gehouden. Antwoord Wij zijn ons bewust van de veranderingen die op onze gemeente afkomen het gebied van duurzaamheid, waaronder de energietransitie. Wij pakken onze rol als lokale overheid in de verduurzamingsopgave. Die rol is vooral faciliterend en verbindend. Vanuit die rol zijn wij gestart met de energieverkenning buitengebied. Zo ondersteunen wij vanuit onze bestuurlijke opdracht agrariërs bij vragen over het opwekken van duurzame energie en in het geval van knelpunten die betrekking hebben op de inzet van andere partijen zoals de netbeheerder.

Ook hebben wij structureel overleg met de netbeheerder met als doel om te kijken naar hoe wij de verduurzaming in de toekomst samen efficiënt kunnen realiseren. Tevens faciliteren wij de tuinbouwsector bij het realiseren van geothermie en de realisatie van Warmtelinq. Ten aanzien van het duurzaam opwekken van energie staat voorop dat wij geen medewerking verlenen aan grootschalige windmolens of zonnevelden. Wij stimuleren alleen kleinschalige voorzieningen voor eigen gebruik. Zodoende blijven de gevolgen voor de netwerkcapaciteit beperkt. Wat betreft subsidieregelingen verwijzen wij naar de bestaande (fiscale) regelingen van de rijksoverheid voor mkb-ondernemers. Wij vinden het belangrijk dat bij het opwekken van zonneenergie zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van de daken van bestaande gebouwen. Dit kan betekenen dat de (dak)constructie van die gebouwen moet worden versterkt. Technische voorzieningen aan bestaande gebouwen worden onder ‘A bedrijfsgebouwen’ genoemd op de Energielijst. Dat is een overzicht van investeringen in energiebesparende bedrijfsmiddelen en duurzame energie waarvoor een ondernemer gebruik kan maken van de Energie-Investeringsaftrek (EIA). Wij zien op dit moment geen aanleiding voor een eigen gemeentelijke regeling. j.

Melkveehouderij De OMD vraagt in hoeverre met de keuze voor het behoud van de melkveehouderij in Midden-Delfland een rem wordt gezet op belangrijke opgaven als woningbouw en natuurherstel vanwege de stikstofdepositie.

26

Antwoord Het nationale probleem van een aanzienlijke verhoging van de stikstofdepositie als gevolg van de emissie van ammoniak (NH3) door de landbouw doet zich vooral voor in gebieden met veel intensieve veehouderij als de Peel, de Gelderse Vallei en delen van de Achterhoek en Twente. In Midden-Delfland is geen sprake van intensieve landbouw en daardoor ook van een andersoortige problematiek. Die problematiek is relatief beperkt doordat een deel van de melkveehouders voorop loopt als het gaat om kringlooplandbouw. Deze vorm van landbouw heeft als voordeel dat minder stikstof wordt uitgestoten dan bij traditionele landbouw. Daarnaast zien wij nog twee trends in Midden-Delfland. Een verdere extensivering van de melkveehouderij door een afname van het aantal melkveehouders en de bedrijfsopvolging door jonge boeren die kiezen voor een biologische, duurzame en/of natuurvriendelijke bedrijfsvoering. Wij zien dan ook geen reden om te veronderstellen dat de melkveehouderij in Midden-Delfland een noemenswaardige rem zet op de lokale- en regionale natuur- en woningbouwontwikkeling. Zelfs als agrarische gronden vrijkomen door een afname van het aantal en / of de omvang van de melkveehouderijen dan komen deze gronden niet in aanmerking voor woningbouw vanwege het belang van het behoud van het open veenweidelandschap. k.

Bodemdaling De gemeente zet in op minder intensieve veeteelt en kringlooplandbouw om de bodemdaling af te remmen. De OMD vraagt hoe de gemeente dit denkt te bereiken en over welke instrumenten de gemeente beschikt. Antwoord Midden-Delfland is op basis van de regionale afspraken IODS bestuurlijk trekker van het kwaliteitsproject ‘Groen ondernemen, een nieuwe landbouw’. Doel van dit project is de agrarische sector een impuls te geven om haar rol als producent en beheerder van het landschap zeker te stellen. Wij werken hierbij nauw samen met individuele melkveehouders en organisaties als LTO Noord afdeling Delflands Groen om de duurzame melkveehouderij en kringlooplandbouw te bevorderen. Ook andere overheden zijn hierbij betrokken zoals het hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland en het ministerie van LNV. Om de doelstellingen vanuit dit project te realiseren ondersteunen wij agrarische ondernemers door het programma Duurzaam Boer Blijven, het innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND) en faciliteren van het kringloopboeren netwerk. l. RES Rotterdam Den Haag De OMD vraagt in hoeverre de keuzes die worden gemaakt op het gebied van energieopwekking, het behoud van het open landschap en verduurzaming van het glastuinbouwcluster met elkaar verenigbaar zijn.

Antwoord Het realiseren van maatschappelijke opgaven zorgt voor een permanente druk op de beperkte ruimte in onze regio en vraagt daarbij permanent een afweging van de verschillende belangen. Een belangrijk uitgangspunt van de RES is dat de mogelijkheden voor de duurzame opwek van elektriciteit worden gebaseerd op de draagkracht van het BPL wordt in de RES met draagvlak van de hele regio definitief uitgesloten als zoekgebied voor de grootschalige opwek van wind- en zonne-energie. Onze keuze om niet mee te werken aan grootschalige opwek door zon- en wind in het open veenweidegebied past daarom binnen de regionale visie van de RES. Natuurlijk levert Midden-Delfland haar aandeel in de verduurzaming. Op een manier die past bij het waardevolle cultuurhistorische landschap, worden we zelfstandig in onze energievoorziening. Samen met kringloopboeren werken we bijvoorbeeld aan de realisatie van een energieneutraal buitengebied met onder meer kleine windmolens op boerenerven en zonnepanelen op de stallen. We zoeken daarbij (in samenwerking met de netbeheerder) naar innovatieve oplossingen waarbij melkveehouders duurzaam opgewekte energie leveren voor aangrenzende percelen. Deze keuze is ook verenigbaar met de ambitie om de (ruimtelijk duurzaam bestemde) glastuinbouwclusters te verduurzamen.

Wij gaan ervan uit dat binnen deze gebieden voldoende mogelijkheden zijn voor tuinders om als sector invulling te geven aan de afspraken uit het Klimaatakkoord en zelfstandig of collectief duurzame energie op te wekken. 27

Daarbij merken wij op dat het in de tuinbouw vooral gaat om het duurzaam verwarmen van de kassen. Om die reden faciliteren wij ondernemers bij projecten op het gebied van geothermie, de realisatie van drijvende zonnepanelen op waterbassins en de aanleg van warmtenetten. Verder merken wij op dat het verduurzamen van het glastuinbouwcluster niet alleen gaat over energieopwekking, maar ook over het voorkomen van emissies van bestrijdingsmiddelen van meststoffen en bestrijdingsmiddelen in bodem, water en lucht. Belangrijk bij de uitvoering van de lokale plannen zijn de succesvolle energiecoöperatie EnergieC en een klankbordgroep die met inwoners en ondernemers en andere relevante organisaties de warmtetransitie voorbereidt. Eind 2021 is het plan voor de warmtetransitie klaar. Daarin vertellen we hoe we tussen nu en 2050 stap voor stap onze huizen gaan verwarmen zonder gebruik te maken van aardgas. Ook in deze plannen staat het duurzame karakter van ons landschap centraal. m. Duurzame bestemde tuinbouwclusters De OMD vraagt wat in de tekst over duurzame tuinbouw bedoeld wordt met ‘qua locatie, duurzame tuinbouwclusters’. Antwoord Binnen de gemeentegrenzen van Midden-Delfland zijn drie gebieden aangewezen als ‘duurzame glastuinbouw’. Dat zijn de Oude Campspolder, de Woudse Droogmakerij en de Oude Woudseweg.

Deze drie gebieden vormen samen het plangebied van het bestemmingsplan ‘glastuinbouwgebieden’. Een belangrijk aspect van ‘duurzame glastuinbouwgebieden’ is dat deze gebieden uitsluitend zijn bedoeld voor de glastuinbouw en dat ander grondgebruik niet is toegestaan. Zo blijven deze gebieden ook voor de toekomst behouden voor de glastuinbouw. Deze gebieden zijn onderdeel van het gebied van de tuinbouwcluster Westland. In tegenstelling tot de verspreid liggende glastuinbouwbedrijven in het open veenweide, waarvoor het beleidsuitgangspunt geldt dat deze bedrijven op termijn worden gesaneerd. Dat maakt dat het begrip ‘duurzaam’ in de zin van ‘onveranderlijk, of te behouden’ als ruimtelijke bestemming is gekoppeld aan de locatie. n. Toekomst saneringslocaties glastuinbouw De OMD vraagt naar de toekomst van de saneringslocaties glastuinbouw. Worden deze behouden voor de bedrijvigheid of voor woningbouw? En wat wordt bedoeld met saneren ten bate van de landschappelijke kwaliteitsverbetering? Antwoord De te saneren glastuinbouwlocaties liggen in het open veenweidegebied van het BPL. Het toekomstige gebruik van deze locaties dient daarom te passen bij de ruimtelijke kwaliteit van het landschap en het open veenweidegebied. Realisatie van ‘zichtlijnen’ is voor deze locaties wenselijk.

Een mogelijke invulling is om het grootste deel van de locaties te gebruiken als weiland ten behoeve van de melkveehouderij. Om de sanering mogelijk te maken kan mogelijk woningbouw als financieel alternatief overwogen worden, mits deze ruimtelijk en landschappelijk kan worden ingepast en gecompenseerd. Deze alternatieve ontwikkeling moet dan minimaal leiden tot een netto kwaliteitswinst voor het landschap. Vanuit ruimtelijke kwaliteit en de huidige maatschappelijke opgaven rondom stikstof, biodiversiteit en leefkwaliteit bieden als alternatief dat een (deel van) de locatie wordt ingericht voor natuur en / of recreatie als de betreffende locatie daarvoor kansen biedt en dit een meerwaarde heeft voor het BPL. Daarbij merken wij op dat wij nevenactiviteiten toestaan bij burgerwoningen als een aan-huis-gebonden-bedrijf of –beroep, of een recreatieve activiteit als een bed&breakfast of kleinschalige horeca. Indien de sanering van een glastuinbouwlocatie aan de orde is, dan zal de raad een besluit nemen over de toekomstige invulling van deze locatie. o. Harnaschpolder In de omgevingsvisie is veel aandacht voor de ontwikkeling van de Harnaschpolder. Volgens de OMD is dit voor lokale MKB’ers een onhaalbare vestigingslocatie. De OMD vraagt of de gemeente zich daarvan bewust is, dit blijkt niet uit de omgevingsvisie. 28

Antwoord Wij zijn ons ervan bewust dat het financieel niet aantrekkelijk kan zijn voor ondernemers met een niet-agrarisch bedrijf in het buitengebied om te bedrijf te verplaatsen naar de Harnaschpolder. Dat maakt de Harnaschpolder echter nog geen onhaalbare vestigingslocatie voor lokale MKB’ers. Op het bedrijventerrein bevinden zich ook bedrijfsverzamelgebouwen waar ondernemers een bedrijfsruimte kunnen kopen of huren. De grondprijzen in de Harnaschpolder zijn gebaseerd op werkelijke kosten. Het bieden van een lagere grondprijs moet dan vanuit de algemene middelen bekostigd worden en kan leiden tot verstoring van de marktwerking en ongeoorloofde staatssteun. p. Bedrijfsverplaatsing naar Maaslandse Poort In de Omgevingsvisie 1.0 wordt alleen aandacht geschonken aan de mogelijkheid van een bedrijfsverplaatsing naar de Harnaschpolder. De OMD informeert naar andere mogelijkheden, zoals verplaatsing naar de Maaslandse Poort. Antwoord Voor niet-agrarische bedrijven in het buitengebied geldt dat zij verplaatst kunnen worden naar bedrijventerreinen binnen de bebouwde kom, mits de milieucategorie van het betreffende bedrijf niet hoger is dan de bedrijfsbestemming van het betreffende bedrijventerrein. Ten aanzien van de Maaslandse Poort en de locatie kistenfabriek geldt dat de grond is bedoeld voor bedrijven op het gebied van recreatie en toerisme. q.

Uitbreidingsmogelijkheden bestaande bedrijven op de huidige locatie Volgens de OMD is het voor het in stand houden van de bedrijvigheid en vitaliteit van Midden-Delfland belangrijk om in bepaalde gevallen ook een kans te geven om uit te breiden op de locatie waar ze zijn gevestigd. Zowel binnen als buiten de dorpskern. Dit perspectief ontbreekt in de omgevingsvisie. De OMD vraagt om in de omgevingsvisie de mogelijkheid op te nemen voor bedrijven in het buitengebied om zich door te ontwikkelen. Ook is het wenselijk dat de omgevingsvisie ingaat op de mogelijkheden van bedrijven binnen de kern om zich (beperkt) uit te breiden. Antwoord Individuele bedrijfsuitbreidingen vragen om maatwerk op basis van het geldend bestemmingsplan. De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid, inclusief de bestaande uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven. De uitbreidingsmogelijkheden voor bedrijven worden bepaald door het bestaande beleid dat juridisch is vertaald in de verbeelding en de regels van de bestemmingsplannen. In het geval van niet-agrarische bedrijven in het buitengebied is die ruimte zeer beperkt. In uitzonderlijke gevallen wijken wij af van dit beleid door middel van lokaal maatwerk, zoals bij het plan Kralingerhoek.

Daarbij merken wij op dat deze ontwikkeling niet alleen voorzag in een nieuwe bedrijfsbestemming aan de Westgaag, maar ook in verbetering van de veiligheid en ruimtelijke kwaliteit van het plangebied en een kwaliteitsverbetering van het BPL door een bedrijfsverplaatsing. De uitbreidingsmogelijkheden van bedrijven binnen de dorpskern verschillen van geval tot geval. Conclusie In de tekst van de omgevingsvisie nemen wij een korte tekst op om het belang toe te lichten van lokaal maatwerk bij verzoeken om uitbreiding van lokale bedrijven op hun bestaande locatie en de voorwaarde dat dit maatwerk leidt tot een aanzienlijke verbetering van de omgevingskwaliteit van de bedrijfslocatie, de omgeving van de bedrijfslocatie en / of een ander gebied in Midden-Delfland, waarbij per saldo sprake is van netto winst voor de ruimtelijke kwaliteit van het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland. r. Betekenis ‘nieuwe’ bedrijvigheid De OMD vraagt naar de betekenis van het begrip ‘nieuwe’ bedrijvigheid in de tekst over de Harnaschpolder. Gaat het hier over nieuwe bedrijven of ook over de uitbreiding van bestaande bedrijven.

29

Antwoord Het gemeentelijk beleid is restrictief als het gaat om niet-agrarische bedrijven in het open veenweidegebied. Het beleid laat deze bedrijven alleen toe op bestaande bedrijfslocaties, waarbij de uitbreidingsmogelijkheden voor deze bedrijven zeer beperkt zijn. Daarnaast beperken de regels van het bestemmingsplan de milieuhinder die deze bedrijven mogen veroorzaken voor hun omgeving. Gelet op dit beleid doelen wij met het begrip nieuwe bedrijvigheid in eerste instantie op nieuwe bedrijven. In tweede instantie kan het begrip ook betrekking hebben op een forse uitbreiding van een bestaand bedrijf als gevolg van schaalvergroting of het toevoegen van nieuwe bedrijfsactiviteiten. Ook het omschakelen van een bedrijf naar andere bedrijfsactiviteiten met een hogere milieucategorie zien wij in deze als ‘nieuwe bedrijvigheid’. s. Transformatie bedrijventerreinen In de omgevingsvisie staat dat ook bedrijventerreinen in Schipluiden en Maasland in aanmerking komen om op termijn te transformeren om voldoende woningen te realiseren. De OMD informeert om welke bedrijventerreinen het gaat. Ook vraagt de OMD of een vervangend bedrijventerrein wordt aangewezen en of een eventueel verlies aan bedrijventerreinen lokaal of regionaal wordt gecompenseerd. Volgens de OMD is het uitplaatsen naar de Harnaschpolder niet haalbaar vanwege de hoge kosten en praktische bezwaren.

Verder merkt de OMD op dat het opofferen van bedrijventerreinen ten koste gaat van de werkgelegenheid en de sponsoring van het verenigingsleven en daarmee de vitaliteit van de dorpen. Antwoord Woningbouw dient op basis van de provinciale regels gerealiseerd te worden binnen de bestaande grenzen van de dorpskernen. Tegelijkertijd zijn in de loop van de jaren binnen deze grenzen bedrijfsmatige activiteiten ontstaan en soms ook uitgebreid. Hierdoor is sprake van conflicterende ruimtelijke belangen. Wij zijn ons ervan bewust dat een bedrijfsverplaatsing niet eenvoudig is en dat een deel van de bedrijven in onze gemeente een sterke binding heeft met het dorp waar zij zijn gevestigd. Evenwel denken wij dat de lokale bedrijventerreinen op termijn een rol kunnen spelen in het toevoegen van extra woningen binnen de bestaande dorpskernen om op die manier de leefbaarheid en het voorzieningenniveau in stand te houden. Vanwege het karakter van de omgevingsvisie als strategisch beleidsdocument voor de langere termijn noemen wij in de tekst alleen de ambitie om verouderde bedrijventerreinen te revitaliseren en verduurzamen of te transformeren naar woningen. Op dit moment kunnen wij geen concrete uitspraken doen per bedrijventerrein over een eventuele revitalisering dan wel transformatie.

Bij eventuele toekomstige uitplaatsing van bedrijven werken wij binnen de regels van het beleid van werklocaties van de MRDH en de provincie Zuid-Holland. Verwachting is dat medio 2022 geactualiseerde beleidsregels in werking treden. 13. Glastuinbouw Nederland Glastuinbouw Nederland (GN) is blij om in de omgevingsvisie te lezen dat het belang van de glastuinbouw wordt erkend en dat tuinbouw als een van de hoofdfuncties wordt gezien binnen de gemeente Midden-Delfland en als een van de economische pijlers van de metropoolregio. a. Typering duurzame glastuinbouw GN gaat in de inspraakreactie specifiek in op de uitspraak op pagina 31 in de omgevingsvisie over het saneren van niet duurzame tuinbouw ten bate van landschappelijke kwaliteitsverbetering. Volgens GN gaat het concreet om een aantal tuinbouwbedrijven aan de Oostgaag en de Westgaag en een cluster glastuinbouwbedrijven aan de Molenlaan. GN is in het algemeen voorstander van het concentreren van glastuinbouwbedrijven en het verplaatsen van verspreid liggend glas naar duurzaam ingerichte clusters. Dat stimuleert de realisatie van collectieve voorzieningen, bijvoorbeeld op het gebied van energie, water en de huisvesting van medewerkers. Het is voor GN de vraag of de bedrijven aan de Westgaag niet tot het cluster en de Greenport moeten worden gerekend.

Volgens GN kunnen deze bedrijven niet zonder meer als niet-duurzaam worden getypeerd, omdat zij buiten de aangewezen vestigingsgebieden liggen. Duurzaamheid wordt door meer factoren bepaald, waardoor ook bij geïsoleerde bedrijven sprake kan zijn van duurzaam bedrijf met toekomstperspectief. Daarbij is het van belang dat tuinbouwbedrijven die niet kunnen of willen verplaatsen in staat worden gesteld om een goede en ongestoorde bedrijfsvoering te realiseren. 30

Antwoord Wij danken GN voor hun vooroverlegreactie vanuit hun vertegenwoordigende rol voor de glastuinbouw. Voor Midden-Delfland is de tuinbouw een grote economische drager. Tegelijkertijd hebben wij een bestuurlijke opdracht om het waardevolle cultuurlandschap in stand te houden, te vernieuwen en leefbaar te houden. In de omgevingsvisie gaan wij daarom uit van een duidelijke gebiedsindeling van de gemeente waarbij elk gebied een eigen identiteit heeft die bepalend is voor de invulling van het maatschappelijke doel van de Omgevingswet over het bereiken en in stand houden van “een veilige, gezonde fysieke leefomgeving met omgevingskwaliteit” en de belangenafweging tussen de belangen van de verschillende functies in het gebied . Hieruit volgt dat de ligging van de genoemde bedrijven buiten het deelgebied ‘duurzame glastuinbouwgebieden’ bepalend blijft voor de regels die wij hanteren in het bestemmingsplan en het toekomstige omgevingsplan. Daarbij speelt het beschermen van de omgevingskwaliteit van het open veenweidelandschap en het cultuurhistorisch waardevolle bebouwingslint Westgaag – Oostgaag een grote rol. De term duurzaam met deze invulling hebben wij als ruimtelijke duiding overgenomen van de provincie Zuid-Holland.

Daarnaast spelen inderdaad ook andere duurzaamheidsaspecten een rol, zoals de emissie van licht en CO2 als ook meststoffen en bestrijdingsmiddelen (Emissieloze Kas 2027). Dit geldt ook als een bedrijf op basis van de criteria van GN kan worden aangemerkt als een duurzaam glastuinbouwbedrijf. Overigens zullen wij bij het stellen van regels aan glastuinbouwbedrijven buiten de duurzame glastuinbouwclusters rekening houden met het belang van de betrokken ondernemers, voor zover dit geen afbreuk doet aan het landschap en het bereiken van de doelstellingen met betrekking tot het BPL. b. Glastuinbouwcluster Molenlaan De omgevingsvisie 1.0 is tot stand gekomen zonder echter betrokkenheid van onder andere ondernemers en maatschappelijke organisaties. Volgens GN kan Midden-Delfland niet stellen dat het tuinbouwcluster aan de Molenlaan niet duurzaam is. GN stelt voor om ten behoeve van de omgevingsvisie 2.0 een nieuwe toekomstvisie te bepalen op basis van relevante aspecten als financiële haalbaarheid van bedrijfsverplaatsingen, toekomstplannen van ondernemers en dergelijke. GN heeft de indruk dat de gemeente Midden-Delfland momenteel niet over de financiële middelen beschikt om sanering en verplaatsing mogelijk te maken.

Omdat een concrete exit-strategie ontbreekt stelt GN voor om het gebied vooralsnog te beschouwen als duurzaam glastuinbouwcluster en in gezamenlijkheid te komen tot een realistische en gedragen visie op het cluster Molenlaan. Antwoord De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid, waardoor het vanuit het opwekken van onterechte verwachtingen niet wenselijks om onder andere partijen als ondernemers en maatschappelijke organisaties vooraf uitgebreid te betrekken. Het is juist dat er op dit moment geen concrete plannen zijn voor het saneren en verplaatsen van de tuinbouwbedrijven aan de Molenlaan. Binnen onze landschappelijke en economische kaders betrekken wij de toekomst van dit cluster van tuinbouwbedrijven bij het opstellen van de Omgevingsvisie 2.0. Vanwege de ligging van dit cluster in het open veenweidegebied van het BPL maken wij een andere belangenafweging als het gaat om het stellen van regels aan deze bedrijven en het toelaten van nieuwe ontwikkelingen in vergelijking tot de duurzame glastuinbouwgebieden. c. Instrumenten voor verplaatsing GN benadrukt dat het ver- of uitplaatsen van glastuinbouwbedrijven financieel zeer uitdagend is. Zeker als de bestemming wordt omgezet naar landbouw of natuur met een lagere grondwaarde dan glastuinbouw. In elk geval zullen tuinbouwbedrijven grote externe financiële steun nodig hebben om te verplaatsen.

GN verwijst naar regelingen in de provincies Noord-Holland en Gelderland die hebben geleid tot succesvolle verplaatsingen en winst in ruimtelijke kwaliteit. GN denkt dat zo’n regeling ook in Zuid-Holland dergelijke kansen biedt en gaat daarover in gesprek met de provincie en zullen daarbij de steun van gemeenten vragen. Omdat het saneren van verspreid liggend glas ook een maatschappelijk en algemeen doel dient kan de gemeente een bovenwijkse bijdrage vragen bij gemeentelijke en particuliere initiatieven. Dit kan worden verankerd in een Programma Perspectief Ruimtelijke Opgaven. 31

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=66deec19-4a6e-451c-9328-df9ca6ce7f9a