CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10057 NvB vooroverlegreacties Omgevingsvisie.docx

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel inzake Omgevingsvisie 1.024.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Registratienummer Onderwerp

: :

2021-10057 / 21Z.001820 Nota van beantwoording vooroverlegreacties ontwerp omgevingsvisie 1.0

Inleiding Wij legden het ontwerp van de Omgevingsvisie 1.0 ter inzage van 12 maart tot 23 april 2021. Wij vroegen de vooroverlegpartners om binnen die termijn een vooroverlegreactie te geven. Wij ontvingen een reactie van de volgende vooroverlegpartners. 1. Omgevingsdienst Haaglanden 2. Stichting Welzijn Midden-Delfland 3. Stichting Dorp, Stad en Land 4. Archeologie Delft 5. Gemeente Pijnacker-Nootdorp 6. Hoogheemraadschap van Delfland 7. Midden-Delfland Vereniging 8. Wonen Midden-Delfland 9. Veiligheidsregio Haaglanden 10. Gemeente Delft 11. Adviesraad Sociaal Domein Midden-Delfland 12. Ondernemersfederatie Midden-Delfland 13. Glastuinbouw Nederland 14. Gemeente Westland 15. Evides Waterbedrijf 16. Provincie Zuid-Holland 17. Tennet 18. GGD Haaglanden Behandeling vooroverlegreacties in relatie tot de opzet van de omgevingsvisie 1.0 Bij het beantwoorden en verwerken van de vooroverlegreacties zijn de volgende twee uitgangspunten over de opzet van de Omgevingsvisie 1.0 leidend: 1.

2.

Het doel van de Omgevingsvisie 1.0. is een strategische visie op hoofdlijnen over de kernkwaliteiten van de fysieke leefomgeving van de gemeente Midden-Delfland op de (middel)lange termijn die voldoet aan de basisuitgangspunten van de Omgevingswet. In de Omgevingsvisie 1.0. is een samenvoeging van bestaand gemeentelijk beleid, aangevuld met recent vastgesteld beleid en ontwikkelingen over klimaatadaptatie en de (regionale) energietransitie.

In het geval dat een vooroverlegpartner vraagt of suggereert om het bestaande beleid te veranderen betrekken wij deze verzoeken en suggesties bij het proces van de voorbereiding op de Omgevingsvisie 2.0. Aanpassing in deze Omgevingsvisie 1.0 vindt plaats als dit aansluit op bovenstaande twee uitgangspunten. Vooroverlegreacties 1. Omgevingsdienst Haaglanden De Omgevingsdienst heeft geen opmerkingen op de Ontwerp Omgevingsvisie 1.0. Antwoord Wij danken de ODH voor hun reactie en nemen deze voor kennisgeving aan. Conclusie Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie.

*2021-10057*

2. Stichting Welzijn Midden-Delfland De Stichting Welzijn Midden-Delfland (SWMD) zet zich in voor de zelfredzaamheid en vitaliteit van de inwoners van Midden-Delfland. SWMD herkent zich in de beschrijving van de kenmerken van de dorpen en het buitengebied van Midden-Delfland. SWMD vindt het heel fijn dat Positieve Gezondheid een plek heeft in de Omgevingsvisie. Daarnaast is het goed te lezen dat er veel aandacht is voor een gezonde leefomgeving met de bijbehorende elementen. Mensen zijn gebaat bij een groene leefomgeving waar ze kunnen bewegen, recreëren, elkaar ontmoeten en zich veilig voelen. Dit bevordert de vitaliteit, mobiliteit en zelfredzaamheid. Daarom juicht de SWMD het ontwikkelen van een goede visie toe. SWMD beveelt aan om de huidige rol van de inwoners en aanwezige verenigingen en organisaties meer aandacht te geven. Als inwoners betrokken zijn bij hun dorp en het buitengebied dan helpt dat dat enorm bij het levendig, vitaal, schoon, leefbaar en veilig houden van alles. Verenigingen en organisaties zijn onmisbaar voor de vitaliteit van de dorpen en het gebied. SWMD vindt het goed om te lezen dat de gemeente nieuwe initiatieven van verenigingen, bewoners en organisaties wil faciliteren. Zo wordt de vindingrijkheid, deskundigheid en creativiteit van bewoners benut. SWMD heeft daar goede ervaringen mee.

SWMD zal de ontwikkelingen rondom de omgevingsvisie met belangstelling volgen. Antwoord Wij onderschrijven de stellingen uit de inspraakreactie van de SWMD. Die reactie bevestigt het belang van een kwalitatief hoogwaardige fysieke leefomgeving die bijdraagt aan een positieve gezondheid. Deze stelling ondersteunt de keuze om aandacht te besteden aan dit onderwerp in de gemeentelijke omgevingsvisie. Het is goed om te horen dat SWMD goede ervaringen heeft met het faciliteren van nieuwe initiatieven van bewoners en organisaties. Het letterlijk en figuurlijk geven van ruimte aan dergelijke initiatieven is een belangrijk onderdeel van de Omgevingswet. Wij zullen in de tekst meer aandacht besteden aan de rol die inwoners, verenigingen en organisaties nu al spelen ten aanzien van initiatieven die bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. Conclusie Deze inspraakreactie leidt tot een aanvulling van de omgevingsvisie ten aanzien van de rol van inwoners, verenigingen en organisaties bij initiatieven die bijdragen aan een gezonde fysieke leefomgeving. 3. Stichting Dorp, Stad en Land Stichting Dorp, Stad en Land (DSL) is de organisatie die zich al decennia lang inzet voor met name de ruimtelijke kwaliteiten van de omgeving. DSL verzorgt sinds 2004 een onafhankelijke advisering over ruimtelijke kwaliteit voor de gemeente Midden-Delfland.

Volgens DSL is de ontwerp omgevingsvisie een goed startpunt, waarmee de grote lijnen voor de toekomst prima worden uitgezet. DSL constateert dat voor de ontwerp omgevingsvisie een insteek is gekozen die vooral is gebaseerd op behoud van de huidige kernkwaliteiten en het open houden van het landschap. Gelet op de bijzondere positie van Midden-Delfland tussen steden als Rotterdam, Delft, Den Haag, Vlaardingen en Maassluis is dat een terechte keuze. Midden-Delfland kiest voor het in stand houden van de melkveehouderij en het aantrekken van jonge boeren. Dit streven zou op gespannen voet kunnen staan met het landelijk beleid om de veestapel terug te dringen. Het verplaatsen van de veehouderij naar de stedelijke randstad zou een bedreiging kunnen vormen voor Midden-Delfland. DSL vindt de expliciete keuze voor de functies melkveehouderij, natuur en recreatie een prima uitgangspunt, mits de schaal van deze functies in de gaten wordt gehouden. Een kleinschalige, duurzame veehouderij geeft de meeste kans voor een gewaardeerd open landschap in de toekomst. DSL kan zich goed vinden in het uitgangspunt om de historische waarden van de dorpen te behouden. Ook kan DSL zich goed vinden in het uitgangspunt om waar mogelijk te verdichten in de dorpen en niet te kiezen voor grootschalige uitbreidingen.

Ook de keuze om geen echt stedelijke ontwikkelingen en grootschalige opwekking van zon- windenergie geen plaats te geven in het landschap van MiddenDelfland vindt DSL een begrijpelijke keuze. 2

DSL wijst erop dat “het behouden en bereiken van een goede omgevingskwaliteit” een eis is van de Omgevingswet. In de ontwerp omgevingsvisie wordt daar op gewezen. DSL adviseert gemeenten om in hun omgevingsvisie duidelijk aan te geven wat zij onder omgevingskwaliteit verstaan en hoe zij dat in de toekomst willen garanderen. DSL reikt in de reactie een tekstvoorstel aan waarmee de gemeente invulling kan geven aan die aanbeveling. Antwoord Wij ondersteunen de reactie van DSL op basis van onze bestuurlijke opdracht vanuit de herindeling 2004 tot het in stand houden, vernieuwen en leefbaar houden van het waardevolle cultuurlandschap van Midden-Delfland. De reactie van DSL bevestigt het belang van het beschermen van het open landschap van Midden-Delfland en de bestaande kernkwaliteiten. DSL heeft de indruk dat wij met het aantrekken van jonge boeren ook nieuwe veehouderijen naar het gebied halen. Dat is een misverstand. Het gaat niet om nieuwe veehouderijen, maar om bedrijfsopvolgers voor de bestaande melkveehouderijen. Die bedrijven zijn al in overwegende mate gericht op een duurzame veehouderij, zoals een biologische bedrijfsvoering of kringlooplandbouw. Daarom verwachten wij juist dat ons beleid ondersteunend is aan Europees en nationaal beleid. In plaats van dat het hiermee op gespannen voet staat. Wij verduidelijken de tekst van de omgevingsvisie op dit punt.

Wij zijn het eens met de opmerking van DSL dat een combinatie van duurzame melkveehouderij, natuur en recreatie de juiste functies zijn voor het Midden-Delfland gebied om invulling te geven aan onze bestuurlijke opdracht. Voorwaarde hierbij is dat deze functies een schaal hebben die ruimtelijk en landschappelijk past is bij het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland. Wij benoemen het belang van de juiste schaal van functies in de tekst van de omgevingsvisie. Wij stellen een goede omgevingskwaliteit centraal in ons ruimtelijke beleid. Wij vullen de tekst over dit begrip in de omgevingsvisie aan met behulp van het tekstvoorstel van DSL. Conclusie De inspraakreactie van DSL leidt tot enkele verhelderende aanvullingen van de tekst van de omgevingsvisie met betrekking tot jonge boeren, de schaal van functies in het buitengebied en het begrip omgevingskwaliteit. 4. Archeologie Delft Archeologie Delft (AD) ondersteunt de gemeente Midden-Delfland bij de uitvoering van de wettelijke taken met betrekking tot archeologie. AD geeft de gemeente Midden-Delfland complimenten voor de omgevingsvisie. Het document is goed leesbaar, aantrekkelijk vormgegeven en bevat een helder beeld voor de toekomst van Midden-Delfland. De doelen en uitgangspunten lijken haalbaar en passen bij de gemeente Midden-Delfland.

De Omgevingsvisie 1.0 is concreter dan de omgevingsvisies van andere gemeenten, omdat deze gebaseerd is op het bestaande beleid. De mate van concreetheid is echter niet over de gehele linie gelijk voor alle beleidsvelden. Het belang van het landschap en het cultureel erfgoed komt duidelijk naar voren in de visie. Op pagina 22 staat dat er sprake zal zijn van “bijzondere aandacht voor het herkenbaar en beleefbaar maken van erfgoed en het inzetten van erfgoed als inspiratie bij gebiedsontwikkeling. Volgens AD kan niet worden opgemaakt wat dit verder concreet betekent. Daarnaast komen veel aspecten m.b.t. erfgoed niet aan bod. Dat slechts enkele specifieke punten worden uitgelicht verhoudt zich ongemakkelijk ten opzichte van het beeld van de omgevingswaarde erfgoed als een overkoepelende identiteitsdrager voor Midden-Delfland. AD denkt dat het passend is om in paragraaf 3.3. een paragraaf te wijden aan “erfgoed en cultuurhistorie” en daarin een meer overkoepelende en vooral integrale visie op te nemen die een uitwerking is van de stelling op pagina 22. AD merkt op dat dit geen pleidooi is voor een tekst over de omgang met alle erfgoedaspecten. Verder vraagt AD om bij de uitleg over het begrip erfgoed ook het aspect archeologie te benoemen. Nu worden alleen bovengrondse zaken genoemd, maar Midden-Delfland beschikt ook over een uniek en rijk bodemarchief.

Dit aspect willen wij blijven beschermen. Het is daarom wenselijk dat dit aspect in de Omgevingsvisie 1.0 genoemd wordt. 3

Antwoord Wij danken AD voor de ondersteuning en de positief-kritische aanbevelingen. Die reactie bevestigt dat de Omgevingsvisie 1.0 voldoet aan enkele van de belangrijkste eisen die wij aan dit document stellen, zoals een goed leesbare tekst, een aantrekkelijke vormgeving en een heldere toekomstvisie. Wij zijn het eens met de aanbeveling om de tekst van de Omgevingsvisie aan te vullen ten aanzien van de omgevingswaarde Erfgoed. Wij nemen daarom een alinea op in de Omgevingsvisie ten aanzien van het onderwerp “erfgoed en cultuurhistorie”. Ook vullen wij de uitleg aan over het begrip erfgoed, zodat duidelijk is dat ook de archeologische waarden van het bodemarchief onder dit begrip vallen. Deze aanvulling verwerken wij in de tekst van paragraaf 3.1 van Omgevingsvisie over de ambities voor het gehele gemeentelijke grondgebied. Conclusie Deze inspraakreactie leidt tot een aanpassing van de tekst van de omgevingsvisie. 5. Gemeente Pijnacker-Nootdorp De gemeente Pijnacker-Nootdorp stuurde een (ambtelijke) reactie op de omgevingsvisie. De gemeente heeft veel waardering voor de omgevingsvisie. Het document ziet er herkenbaar en aantrekkelijk uit. Ook is er veel aandacht voor de regio en het Bijzonder provinciaal landschap MiddenDelfland. Antwoord Wij danken de gemeenten Pijnacker-Nootdorp voor hun positieve reactie en nemen deze voor kennisgeving aan.

Conclusie Deze inspraakreactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. 6. Hoogheemraadschap van Delfland Het Hoogheemraadschap van Delfland (hierna: Delfland) geeft aan dat hij beschikt over een watervisie. Dit is een instrument waarmee Delfland het gesprek aangaat met gemeenten over hun omgevingsvisie. Delfland ziet in de omgevingsvisie dat de gemeente Midden-Delfland aandacht heeft voor de onderwerpen uit de watervisie voor het gebied. Delfland ziet in de omgevingsvisie graag een verwijzing naar de watervisie. Verder maakt Delfland de volgende opmerkingen over specifieke onderwerpen met betrekking tot de onderwerpen van de watervisie. a. Handelingsperspectieven In de tekst onder “landgebruik” ontbreekt het ontwikkelen van handelingsperspectieven. Ook mist Delfland specifieke voorstellen over hoe om te gaan met toekomstige ontwikkelingen als klimaatverandering en bodemdaling en de daarmee gepaard gaande broeikasuitstoot. Delfland vraagt om dit aan de omgevingsvisie toe te voegen. Antwoord De constatering van Delfland over nieuwe handelingsperspectieven is correct. Het opnemen hiervan sluit niet volledig aan op de twee uitgangspunten. De Omgevingsvisie 1.0 is alleen aangevuld met nieuw beleid voor urgente ruimtelijke opgaven, zoals klimaatverandering. In de Omgevingsvisie 2.0 komt dit onderwerp nadrukkelijker aan de orde.

Ten aanzien van klimaatverandering zijn recent twee beleidsdocumenten opgeleverd die inzicht geven in de handelingsperspectieven. Deze documenten zijn de Leidraad Bodemdaling en het uitvoeringsplan voor de Visie voor het Bijzonder provinciaal landschap van Midden-Delfland (BPL). De Leidraad Bodemdaling is een gezamenlijk product van het Hoogheemraadschap van Delfland, de provincie Zuid-Holland, LTO Noord Delflands Groen en de gemeente Midden-Delfland. Deze leidraad biedt handelingsperspectieven hoe om te gaan met bodemdaling, rekening houdend met natuur, landschap, cultuurhistorie en zoetwaterbeschikbaarheid.

4

In het uitvoeringsplan voor de visie voor het BPL is het thema Water en Klimaat uitgewerkt. Het doel is om de waterkwaliteit te verbeteren en water vast te houden in het gebied om zo bodemdaling, uitstoot van broeikasgassen, droogte en wateroverlast te voorkomen. Delfland is als deelnemer aan de Landschapstafel als belangrijke partner betrokken bij deze visie en de realisatie daarvan. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van het onderwerp bodemdaling. b. Functie volgt peil In de omgevingsvisie staat dat Midden-Delfland streeft naar het principe “functie volgt peil”. Delfland vraagt om in de omgevingsvisie te benoemen hoe Midden-Delfland dat gaat doen. Antwoord De uitvoering van “functie volgt peil’ is onderdeel van het thema Water en kwaliteit van de visie op het BPL. Dit principe is een benadering die het kabinet voorstaat voor grondwaterpeilen in veengebieden. Dat blijkt uit de aanvullingsbrief over het ontwerp van de Nationale Omgevingsvisie (NOVI). Dit uitgangspunt is als doel vertaald in de visie op het BPL. Daarin is water vasthouden in het gebied, gerelateerd aan bodemdaling, uitstoot van broeikasgassen, droogte en wateroverlast. “Functie volgt peil” is daarbij één van de mogelijkheden.

In de leidraad worden ook andere lokale maatregelen genoemd om bodemdaling tegen te gaan, waaronder waterinfiltratiesystemen en het versterken van bodemleven en bodemvruchtbaarheid. Delfland is als deelnemer aan de Landschapstafel en belangrijke ketenpartner betrokken bij deze visie en de realisatie daarvan. Daarnaast is de constatering dat het peil door Delfland wordt vastgesteld. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van het werken volgens het principe ‘functie volgt peil’. c. Klimaatadaptatie In de omgevingsvisie staat dat klimaatadaptieve oplossingen toegepast worden. Delfland vraagt om deze oplossingen te benoemen en waar deze worden toegepast. Antwoord Het college van burgemeester en wethouders van Midden-Delfland heeft in 2020 de Strategie Klimaatadaptatie voor dorp, glas en gras vastgesteld. Deze is tot stand gekomen in samenwerking met Delfland. Ook bij de vervolgstappen is Delfland nauw betrokken. De doelstellingen en de uitvoering van deze strategie maken deel uit van het door de raad vastgestelde Duurzaamheidsprogramma. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van klimaatadaptieve oplossingen. Daarbij verwijzen wij naar de Strategie Klimaatadaptatie. d.

Glastuinbouw Delfland vraagt om in de omgevingsvisie te vermelden hoe Midden-Delfland omgaat met de verharde tuinbouwgebieden in relatie tot hittestress en de grotere kans op wateroverlast. Antwoord De glastuinbouw is een grote economische factor. Midden-Delfland behoort tot de 10 grootste tuinbouwgemeenten van Nederland. De afgelopen decennia zijn grote stukken niet duurzaam bestemd glas in het BPL gesaneerd. De resterende glastuinbouwgebieden zijn grotendeels duurzaam bestemd voor deze economische sector en zijn onderdeel van het glastuinbouwgebied Westland. Onder regie van de provincie Zuid-Holland wordt binnen de regionale samenwerking in de Greenport West-Holland samengewerkt aan een ruimtelijk-economische verkenning. Klimaatadaptatie in relatie tot wateroverlast is een onderdeel van deze regionale samenwerking. In de Omgevingsvisie 2.0 zal meer aandacht aan hittestress, wateroverlast en waterkwaliteit in relatie tot de tuinbouw besteed worden. De duurzaam bestemde gebieden grenzen in Midden-Delfland aan het grotere open veenweidegebied. Hierdoor is ten opzichte van de andere glastuinbouwgebieden in het Westland relatief gezien een beperkter risico op wateroverlast en hittestress.

Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van de onderwerpen hittestress en wateroverlast in de (duurzaam bestemde) glastuinbouwgebieden. 5

e. Verdichting dorpskernen In de omgevingsvisie staat beschreven dat de dorpskernen verdicht gaan worden. Dit leidt vaak tot wateropgaven en hittestress. Over de wateropgaven merkt Delfland op dat die opgaven niet altijd in het plangebied opgelost kunnen worden. Delfland verzoekt om aan te geven hoe met deze opgaves wordt omgegaan. En vraagt om meer aandacht voor klimaatadaptief bouwen. Antwoord Het verdichten van dorpskernen is noodzakelijk om de vitaliteit van de dorpen te vergroten en te voldoen aan de huisvestingsbehoefte. Verdichting dient in onze visie als kans benut te worden om te komen tot een toekomstgerichte klimaatadaptieve openbare ruimte. Wij verwijzen hiervoor naar de Strategie Klimaatadaptatie voor dorp, glas en gras (2020). Wij zullen de tekst van de omgevingsvisie verduidelijken. f. Jonge boeren In de omgevingsvisie staat dat Midden-Delfland van plan is om jonge boeren aan te trekken. Delfland vraagt om te beschrijven wat het handelingsperspectief is van deze jonge boeren en of dit niet een kans is voor het ander gebruik van het landschap, gelet op de bodemdaling. Antwoord De veehouders zijn de belangrijkste beheerders van het authentieke agrarisch landschap van MiddenDelfland. Gelet op de gemiddelde leeftijd van het boerenbestand is verjonging noodzakelijk om deze functie ook in de toekomst te kunnen blijven vervullen.

Het aantrekken van jonge boeren is daarmee een basisvoorwaarde om ons huidige beleid ten aanzien van agrarisch grondgebruik te continueren. Dit beleid is nader uitgewerkt in de visie op het BPL en richt zich vooral op het kleinschalig gebruik en een verdere verduurzaming van de bedrijfsvoering. Delfland is bij de realisatie hiervan betrokken. Het handelingsperspectief hoe om te gaan met bodemdaling staat in de Leidraad Bodemdaling. Daarnaast loopt het traject Duurzaam Boer Blijven en andere ontwikkelingstrajecten. Dit is ook verwoord in de visie voor BPL. Het Hoogheemraadschap neem actief deel aan de Landschapstafel. In Midden-Delfland is structureel aandacht voor ondersteuning van de biologische en kringlooplandbouw. Vanuit de ervaringen van de afgelopen 12 jaar Kringlooplandbouw is geconstateerd dat dit leidt tot een aanzienlijke vermindering van de CO2 en fosfaatuitstoot. Wij werken nauw samen met individuele melkveehouders en organisaties als LTO Delflands Groen om een duurzame bedrijfsvoering verder te bevorderen. Ook ondersteunen wij agrarische ondernemers door het programma Duurzaam Boer Blijven, het innovatienetwerk Midden IN Delfland (MIND) en faciliteren van het kringloopboeren netwerk.

Het is onze ervaring dat jonge boeren die kiezen voor Midden-Delfland een bedrijfsvoering hanteren met nadrukkelijk aandacht voor duurzaamheid, landschap, natuur, dierenwelzijn en stadland-relaties. Wij zien dan ook een handelingsperspectief voor jonge boeren ontstaan dat bestaat uit een duurzame bedrijfsvoering met nevenactiviteiten op het gebied van groenblauwe diensten en verkoop van streekproducten. g. Waterkwaliteit Bij glastuinbouw wordt genoemd dat wordt ingezet op het voorkomen van emissies. Delfland verzoekt om in de omgevingsvisie ook een koppeling te maken tussen kringloopboeren en waterkwaliteit. Antwoord Beide vormen van agrarisch ondernemen hebben een onderlinge relatie. Het voorkomen van emissies in de glastuinbouw is een belangrijk onderwerp om te voldoen aan de Kaderrichtlijn Water en het toelatingsbeleid van bestrijdingsmiddelen. Er zijn nog steeds te veel lekkages en lozingen vanuit de glastuinbouw op het oppervlaktewater die niet voldoen aan deze wettelijke normering. Dit is schadelijk voor het imago van de glastuinbouw en de onderlinge concurrentiepositie. Daarnaast is het schadelijk voor de biodiversiteit in het BPL en de verdere uitbouw van de principes van de kringlooplandbouw. Er wordt namelijk door de kringloopboeren al jaren met succes gewerkt aan het tegengaan van emissies. 6

Het voorkomen van emissies speelt ook een rol in ons beleid voor de glastuinbouw en de melkveehouderij. Daarbij werken wij nu al samen met Delfland. De tekst van de omgevingsvisie vullen wij aan ten aanzien van de melkveehouderij en waterkwaliteit. h. Waterveiligheid Een groot deel van Midden-Delfland wordt gevormd door het buitengebied waar het beschermingsniveau lager is dan in het stedelijk gebied. Delfland vraagt dit onderwerp te benoemen in de omgevingsvisie. Antwoord Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van het beschermingsniveau van het buitengebied. i. Ketenpartner Delfland vraagt Midden-Delfland om in de omgevingsvisie de ketenpartners expliciet te benoemen en het Hoogheemraadschap hierin op te nemen. Antwoord Delfland is wettelijk een ketenpartner. In de praktijk is sprake van een gewaardeerde vorm van onderlinge samenwerking om invulling te geven aan dit juridische principe, zoals de samenwerking binnen het BPL. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan, zodat duidelijk is dat Delfland een belangrijke ketenpartner is. Conclusie De inrichting, het ruimtegebruik en de ruimtelijke kwaliteit van Midden-Delfland en het landschap zijn onlosmakelijk verbonden met het watersysteem. Dat maakt de waterhuishouding en de aspecten daarvan tot een belangrijk onderwerp in de omgevingsvisie.

Dit komt al nadrukkelijk aan de orde bij de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 1.0. Bij de uitwerking van de Omgevingsvisie 2.0 krijgen deze aspecten nadrukkelijk nog meer aandacht, mede ook in de vorm van concrete handelingsperspectieven. Gelet op die samenhang vullen wij de tekst van de omgevingsvisie aan over de onderwerpen die Delfland noemt in zijn vooroverlegreactie. Deze aanvulling is binnen de uitgangspunten van de Omgevingsvisie 1.0 in hoofdlijnen gebaseerd op klimaatverandering. Daarnaast benoemen we concreet de relatie met de Watervisie en de constructieve samenwerking met Delfland als ketenpartner. 7. Midden-Delfland Vereniging De Midden-Delfland Vereniging (hierna: MDV) komt op voor het open, groen en recreatief aantrekkelijk houden van het Midden-Delfland gebied voor de inwoners van de metropoolregio Rotterdam-Den Haag. Daarbij hoort het beschermen van het cultuurhistorisch open veenweidegebied met veehouderijen, aantrekkelijke natuur en bescherming van de weidevogelstand. De keuze van de gemeente om tijd te nemen om te komen tot een definitieve omgevingsvisie (2.0) en daarbij meerdere participatiemomenten aankondigt, juicht de MDV toe. De MDV maakt graag van de eerste gelegenheid gebruik om een aantal belangrijke punten onder de aandacht te brengen voor de aanscherping van de omgevingsvisie (1.0).

Daarbij nam de MDV de eigen gebiedsvisie “Beelden van een toekomstig Midden-Delfland” van september 2020 als vertrekpunt. Antwoord algemeen Wij danken MDV voor de inhoudelijk deskundige en uitgebreide vooroverlegreactie. Hieruit blijkt de sterke betrokkenheid bij de toekomst en kwalitatieve ontwikkeling van het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland. Een status die mede tot stand is gekomen door de inzet van MDV. Een mooi bewijs van de positief gewaardeerde samenwerking en betrokkenheid. Die samenwerking stelt ons in staat om invulling te geven aan de bestuurlijke opdracht tot het in stand houden, vernieuwen en leefbaar houden van het cultuurlandschap, mede in het belang van het stedelijk gebied. Niet alle inhoudelijke aspecten van de vooroverlegreactie van MDV passen in de twee uitgangspunten voor deze Omgevingsvisie 1.0. Die onderwerpen betrekken wij in ons huidig beleid en nemen wij mee in het proces voor de Omgevingsvisie 2.0. 7

a. Beschermen en initiëren De omgevingsvisie moet zowel een beschermende als een initiërende en faciliterende werking hebben. Het buitengebied van Midden-Delfland is erg kwetsbaar. De omgevingsvisie moet daarom duidelijk en krachtig genoeg zijn om dit te beschermen. MDV ziet meerdere economische en maatschappelijke en ontwikkelingen die het boerenbedrijf onder druk zetten. Daarnaast zal de bodemdaling het agrarisch gebruik van het landschap moeilijk maken. Hier moeten de gemeente Midden-Delfland en de agrarische ondernemers op inspelen. Antwoord De MDV noemt hier een fundamenteel kenmerk van de ruimtelijke ordening dat gericht is op het steeds opnieuw vinden van de juiste balans tussen het “beschermen” en het “benutten” van de fysieke leefomgeving. Ten aanzien van deze uitdaging volgt Midden-Delfland het credo ‘behoud door duurzame ontwikkeling’. Het is belangrijk voor het behoud en het versterken van het cultuurlandschap en monumenten dat zij een maatschappelijke functie blijven vervullen. Daarvoor is het noodzakelijk om ruimte te blijven bieden aan gecontroleerde ontwikkelingen, vanuit landschappelijke, natuurlijke, cultuurhistorische en monumentale waarden. b. Omgevingsvisie voor het gehele Midden-Delfland gebied De Omgevingswet biedt de mogelijkheid aan gemeenten en provincies om een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie op te stellen.

De MDV dringt er bij de gemeente op aan om met de betreffende gemeenten en de provincie Zuid-Holland te komen tot zo’n gezamenlijke omgevingsvisie. Deze omgevingsvisie kan voortborduren op de recente visie van de landschapstafel op het Bijzonder Provinciaal Landschap. Antwoord Op basis van de Wet natuurbescherming heeft het gebied de status van Bijzonder Provinciaal Landschap ontvangen; deze status wordt in 2022 gecontinueerd op basis van de Omgevingswet. Hiermee is het beschermingsniveau vastgelegd en is door diverse overheidspartijen het maatschappelijk belang van het landschap voor de stedelijke omgeving in visies, beleid e.d. vastgesteld. Een regionale omgevingsvisie heeft daarbij geen meerwaarde meer, zeker vanuit de wettelijke beperking dat een bestuursorgaan maar één omgevingsvisie kan vaststellen. Door de grote regionale verschillen in maatschappelijke belangen en grondgebruik is het niet waarschijnlijk dat het BPL centraal komt te staan. De huidige samenwerking en visie van de landschapstafel met als doel om met betrokken overheden en maatschappelijke organisaties bieden meer mogelijkheden om de ruimtelijke kwaliteiten van het BPL te behouden en te versterken. Wij constateren dat onze buurgemeenten in hun omgevingsvisie aandacht hebben voor het maatschappelijk belang van het BPL en de visie van de landschapstafel gebruiken als bouwsteen. c.

De omgevingsvisie hinkt op twee gedachten Volgens de MDV hinkt de omgevingsvisie 1.0 op twee gedachten: het omarmen van het gedachtengoed van Cittaslow en meegaan in de vaart der volkeren. Dat kan niet allebei. Althans, niet op dezelfde plek. MDV stelt daarom voor om een scherp onderscheid te maken tussen het gebied waar het gedachtengoed van Cittaslow leidend is (buitengebied en dorpskernen) en gebieden als het bedrijventerrein Harnaschpolder en de glastuinbouwgebieden waar andere regels gelden. Voor de MDV zijn snelle verbindingen met de Rotterdamse haven, Schiphol en de rest van de wereld voor het buitengebied en de dorpen ongewenst. Deze verbindingen zouden zich moeten beperken tot de Harnaschpolder en de glastuinbouwgebieden. De snelle verbindingen mogen niet leiden tot meer sluipverkeer door de dorpen en het buitengebied. De MDV maakt ten aanzien van dit gebied een onderscheid tussen toegang en doorgang van gemotoriseerd verkeer. Het eerste is wel gewenst, het tweede niet. Ten aanzien van de andere gebieden dient de omgevingsvisie wel in te zetten op logische, veilige en aangename verbindingen voor langzaam verkeer. Met name in de Harnaschpolder staat dit onder druk.

8

Antwoord De hoge ruimtedruk en diverse maatschappelijke opgaven vragen een permanente afweging van belangen en het maken van keuzes. De filosofie van Cittaslow zorgt voor bewustzijn over de kwaliteiten die al aanwezig zijn en zorgt voor een open oriëntatie op de wisselende maatschappelijke opgaven om de kwaliteit van leven voor inwoners, bezoekers en ondernemers te vergroten. In de omgevingsvisie benoemen wij de kwaliteiten van ons gebied. Daarbij vinden wij het van belang om te benadrukken dat Midden-Delfland zich onderscheidt van andere plattelandsgemeenten door de centrale ligging in de metropoolregio Rotterdam-Den Haag en de kwaliteit van het cultuurhistorisch waardevolle landschap. Die ligging is bij de herindeling bepalend geweest voor onze bestuurlijke opdracht. Die ligging hangt samen met de nabijheid van steden als Delft, Den Haag en Rotterdam en een goede bereikbaarheid via het snelwegennetwerk. Dat is een gegeven met voor- en nadelen. Zo biedt deze ligging kansen voor korte ketens tussen producenten en consumenten van lokale streekproducten. Wij herkennen ook de nadelen die MDV noemt, zoals ‘sluipverkeer” door de dorpen en het landschap. Het beperken van de negatieve gevolgen is niet altijd een vorm van planologie vanuit de omgevingsvisie, maar vraagt een samenhang in verschillende maatregelen.

Ons beleid is erop gericht die samenhang regionaal te bevorderen vanuit onze bestuurlijke opdracht. Verder merken wij op dat veel inwoners van de dorpen niet in Midden-Delfland werkzaam zijn, maar in de omliggende steden. Zij hebben belang bij goede verbindingen tussen hun woon- en werkplek. Vooral geldt dit voor de bewoners voor wie het lastig of onmogelijk is om met de fiets of het openbaar vervoer naar hun werk te reizen. Het gaat hierbij om verbindingen met een regionale en landelijke functie, waarbij wij ons vooral richten op een kwalitatief hoogwaardige ruimtelijke inpassing en compensatie voor verbetering van de ruimtelijke kwaliteit van het BPL. Binnen Midden-Delfland onderscheiden wij meerdere gebieden met elk een eigen identiteit en kernkwaliteiten. Het bedrijventerrein Harnaschpolder en de duurzame glastuinbouwgebieden onderscheiden zich inderdaad van de dorpen en het open veenweidelandschap. Dat wil niet zeggen dat het Cittaslow gedachtegoed hier geen betekenis heeft. Ook bedrijven die hier gevestigd zijn kunnen werken volgens de principes van Cittaslow en zich daarmee onderscheiden van hun concurrenten. Ruimtelijk maken deze gebieden deel uit van de gemeente Midden-Delfland. Wij maken daarom ook een nadrukkelijk onderscheid tussen het landschap, de functies van de werklocaties en de dorpen in onze gemeente.

Dat dit onderscheid aanwezig en onvermijdelijk is blijkt ook uit de opmerking van de MDV over de verbindingen voor langzaam verkeer die door deze gebieden lopen. Hier kunnen mensen werken die wonen in de dorpen en het landschap van Midden-Delfland. Vanwege deze ruimtelijke verwevenheid is het niet mogelijk een strikte scheiding aan te brengen ten aanzien van de verkeersafwikkeling. Waar mogelijk nemen wij maatregelen om sluipverkeer door de dorpen en het landschap tegen te gaan. Een belangrijke maatregel is de nieuwe inrichting en verkeerskundige afwaardering van de N468, waardoor de weg minder geschikt wordt voor doorgaand verkeer. d. Bescherming buitengebied niet concreet genoeg In de omgevingsvisie wordt veel aandacht besteed aan de schoonheid, openheid en authenticiteit van het Midden-Delfland gebied. De MDV vindt dat dit te weinig concreet wordt gemaakt en onderbouwt dit met enkele voorbeelden. De omgevingsvisie biedt te weinig kaders om grenzen te stellen aan initiatieven die niet passen binnen deze visie. De MDV twijfelt of die sturing binnen de gemeente Midden-Delfland met deze omgevingsvisie voldoende is gewaarborgd. Antwoord Deze vooroverlegreactie van MDV is correct en naar onze inschatting gebaseerd op onvoldoende bekendheid met de nieuwe Omgevingswet. De omgevingsvisie 1.0 bevat het strategische beleid over de fysieke leefomgeving.

De omgevingsvisie bindt juridisch alleen het bestuursorgaan dat de visie heeft vastgesteld. Daarom bevat de omgevingsvisie geen concrete kaders voor particuliere initiatieven. Het stellen van concrete grenzen aan initiatieven loopt via de regels van het omgevingsplan. Bij het opstellen van het omgevingsplan worden de doelstellingen van de omgevingsvisie vertaald naar regels die bindend zijn voor iedereen. 9

De verwachting is dat wij pas na de vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0 een omgevingsplan maken voor het volledige grondgebied van Midden-Delfland. Tot die tijd vormt het bestemmingsplan Buitengebied Gras het bindend toetsingskader voor het beoordelen van initiatieven in het open veenweidegebied. In dit bestemmingsplan zijn het ruimtelijk beleid van de Gebiedsvisie MiddenDelfland®2025 en het Landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) vertaald naar normatieve regels voor het gebruiken en bebouwen van gronden. Alleen in het geval van initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan wordt ook getoetst aan de uitgangspunten van de omgevingsvisie en de betreffende polderuitwerking van het LOP. Daarnaast toetsen wij initiatieven die afwijken van het bestemmingsplan ook aan de provinciale regels over ruimtelijke kwaliteit. Op die manier is de sturing op de gewenste ruimtelijke kwaliteit van het landschap gewaarborgd. e. Beschermingscategorieën In de omgevingsvisie wordt beschreven welke provinciale beschermingscategorieën in de gemeente gelden. Daarbij wordt niet vermeld wat het doel is van deze categorieën en waartegen zij bescherming bieden. De MDV vraagt om de tekst op dit punt in begrijpelijke taal aan te vullen.

Daarnaast zou het goed zijn om voor de volledigheid ook de provinciale stiltegebieden en de beschermde dorpsgezichten van ’t Woudt en de historische kern Maasland te noemen en op de kaart aan te duiden. In de omgevingsvisie wordt vervolgens geconstateerd dat deze beschermingscategorieën geen bescherming hebben geboden aan grootschalige infrastructurele projecten in het gebied. De MDV onderschrijft dit, maar stelt dat deze beschermingscategorieën ook geen bescherming boden tegen andere ontwikkelingen als woningbouw en stallen. De MDV had verwacht dat deze conclusie zou leiden tot extra beschermende maatregelen in de omgevingsvisie. Die verwachting wordt in het geheel niet waargemaakt. Antwoord De provinciale beschermingsgebieden zijn weergegeven op de kaart met de visie op het buitengebied en de kaart met de kenmerken en kwaliteiten van het buitengebied. Ook worden deze gebieden genoemd op pagina’s 15 en 23. Wij herkennen ons niet in de uitspraak van de MDV over de werking van deze beschermingsgebieden. Het landschap van Midden-Delfland is door de dynamiek van menselijk handelen ontstaan. Zeker gezien de ligging in de sterk verstedelijkte Randstad zal het landschap een dynamische ontwikkeling blijven doormaken.

Het is niet reëel om te verwachten dat de beschermde status van deze gebieden zelf ontwikkelingen uitsluit die maatschappelijk noodzakelijk geacht worden, zoals het doortrekken van de Rijksweg A4. Het maatschappelijk belang, de beschermingscategorie en status van het landschap dragen er wel aan bij dat bij infrastructurele ontwikkelingen zoveel mogelijk worden vermeden en indien deze onvermijdelijk zijn op een zorgvuldige wijze ruimtelijk worden ingepast met compensatie. Zo zijn bij het doortrekken van de Rijksweg A4 inpassing- en compensatiemaatregelen getroffen. Op die manier zijn de beschermingscategorieën van meerwaarde. In het agrarisch kerngebied van Midden-Delfland is geen ruimte voor woningbouw. Wel maakte de raad het mogelijk om nieuwe, hogere stallen te bouwen. Die grotere hoogte biedt voordelen voor het dierenwelzijn en de duurzame bedrijfsvoering ten aanzien van ventilatie (voorkomen hittestress) en daglichttoetreding. Wij zullen de tekst van de omgevingsvisie aanvullen met een uitleg over de werking van de beschermingscategorieën. Ook zullen wij het beschermde dorpsgezicht van ‘t Woudt aanduiden op de kaarten van het buitengebied en noemen in de tekst over het buitengebied. Ten aanzien van het onderwerp beschermende maatregelen verwijzen wij naar ons antwoord onder d.

10

f. Infrastructuur In het concept van de omgevingsvisie zegt de gemeente ruimte te bieden aan de verbreding van de rijksweg A4 en de verdubbeling van de spoorlijn Den Haag – Rotterdam. Voor de MDV is dit een onverwacht en onverteerbare stellingname. De stellingname is in tegenspraak met de ‘bouwsteen ruimtelijke kwaliteit’. Ondanks de voorwaarde van landschappelijke inpassing en compensatie. MDV dringt erop aan om ‘ruimte bieden aan verbetering van enkele belangrijke infrastructurele verbindingen te schrappen’ uit de omgevingsvisie. De gemeente Midden-Delfland heeft zich eerder uitgesproken tegen de verbreding van de rijksweg A4. Het feit dat de gemeente de verbreding niet kan tegenhouden, betekent niet dat de gemeente zich voor de verbreding moet uitspreken. Ten aanzien van de spoorwegverdubbeling merkt de MDV op dat dit project in breder perspectief gezien een goede ontwikkeling is. Wel vindt de MDV dat in de omgevingsvisie expliciet moet worden geformuleerd waar die ontwikkeling aan moet voldoen, namelijk verbetering van de ontsluiting per trein van het Midden-Delfland gebied en een substantiële vermindering van de barrièrewerking van de spoorlijn voor langzaam verkeer en fauna, bij voorkeur door het ondergronds maken van het spoor. De MDV vindt het enthousiasme over het project WarmtelinQ voorbarig.

Vooralsnog is de aansluiting van de gemeente Midden-Delfland niet zeker en het ziet er niet naar uit dat voor een voor MiddenDelfland minst schadelijk tracé wordt gekozen. De MDV vindt dat de gemeente deze ontwikkeling pas kan omarmen als deze zaken gegarandeerd zijn. Antwoord Onze gemeente hanteert als basis uitgangspunt geen aantasting van het groene landschap. De Nationale Omgevingsvisie benoemt diverse maatschappelijke belangen, die in combinatie met het landschap van Midden-Delfland conflicterend kunnen zijn. Het landschap vervult diverse stedelijke functies zoals groene longen, klimaatmitigatie en –adaptatie, gezondheid en ontspanning, natuur- en voedselproductie. Indien alleen sprake is van een economisch-financiële afweging prevaleert het belang van het landschap. Vervolgens is het uitgangspunt dat bij aantasting minimaal compensatie plaatsvinden die bij voorkeur ook kan leiden tot een verbetering. Hoe ingrijpender de aantasting, des te steviger de inzet op compenserende maatregelen. Hierbij sluiten wij aan bij de provinciale visie Rijke groenblauwe leefomgeving en de visie op het BPL.

Compenserende maatregelen kunnen zijn: Versterken van ruimtelijke kwaliteiten, zoals herstel of realisatie van zichtlijnen, verwijderen van vervuilende bedrijven (niet duurzame glastuinbouw, autosloperij, niet agrarische aannemers); Versterken van recreatieve waarden, zoals nieuwe of verbindende routestructuren; Realiseren van nieuwe of versterkende natuurwaarden en biodiversiteit; Financiële bijdragen om projecten die ondersteunend aan de visie op het BPL te realiseren of bedragen die structureel bijdragen aan een hoger niveau van beheer en onderhoud.

Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan met de mogelijke negatieve gevolgen voor het landschap en het woon- en leegklimaat van onze inwoners. Voor zover mogelijk zullen wij de voorwaarden benoemen waar deze projecten volgens de gemeente Midden-Delfland aan moeten voldoen. Daarbij noemen wij als gemeentelijk uitgangspunt dat wij niet meewerken aan grootschalige infrastructuurprojecten, tenzij de kwaliteit van ons landschap er kwantitatief en kwalitatief op vooruit gaat. Voor het project verbreding A4 is ons uitgangspunt dat dit, mede als gevolg van de verkeerskundige beperkingen bij de Ketheltunnel, geen oplossing is voor de verbetering van de regionale en nationale verkeersproblematiek. Dit standpunt is door meerdere regionale overheden ingenomen. Vooralsnog is op nationaal niveau het uitgangspunt de verbreding wel te realiseren. In dit scenario proberen wij aantasting van het landschap te voorkomen en tegelijkertijd met onze inbreng in het overleg met het ministerie compenserende maatregelen aan het project toe te voegen. 11

Wij ondersteunen het project Warmtelinq, omdat dit een positieve bijdrage kan leveren aan de maatschappelijke opgave voor het verduurzamen van het warmtegebruik in onze regio. Omdat de leiding ook gebruikt kan worden voor het transport van warmte die is opgewerkt door geothermie, zien wij dit project ook als een kans om geothermie in onze regio te stimuleren. Wel dient bij de keuze van het tracé en de aanleg van de leiding nadrukkelijk rekening te houden met de kwaliteit van het landschap. Onze gemeente was betrokken bij het proces om te komen tot het leidingtracé. Er zijn door diverse partijen vooroverlegreacties ingediend op het gekozen tracé. Op basis hiervan zal de gemeente haar definitieve standpunt bepalen ten aanzien van het tracé en de aanleg van de leiding. g. Veeteelt en natuur Het valt de MDV op dat er wel een aparte paragraaf in de omgevingsvisie is opgenomen over de glastuinbouw, maar niet over veeteelt of natuur. Deze onderwerpen zijn verstopt in de paragraaf ‘grondgebruik’. De tekst over duurzame melkveehouderij die waar nodig verweven is met natuur roept bij de MDV veel vragen op. Deze vragen raken aan de ambitie die de MDV van een landbouwgemeente verwacht. De tekst van de omgevingsvisie maakt die verwachting niet waar.

Ook mist de MDV een tekst over de gebieden waar natuur niet verweven is met de landbouw, maar samenhangt met recreatie of een zelfstandige functie heeft. De MDV vraagt de gemeente om in de toekomstgerichte deel van de visie aan te geven wat zij doet om meer biodiversiteit te bereiken in deze gebieden. Antwoord Het grootste deel van ons grondgebied bestaat uit het open veenweidegebied met als pijler de melkveehouderij. Als het gaat om het onderwerp ‘grondgebruik’ is de melkveehouderij de meest in het oog springende functie. Er zijn ook andere functies zoals natuur en recreatie. Los van de inhoudsopgave van de omgevingsvisie kan niet worden gesteld dat dit onderwerp verstopt is in de omgevingsvisie. Het agrarisch kerngebied is een ‘rode draad’ bij de beschrijving van de kernkwaliteiten van ons landschap. Het beschermen van het landschap is een bestuurlijke opdracht aan onze gemeente Ons economisch profiel wordt gevormd door de glastuinbouw, het MKB en de Harnaschpolder. Deze werklocaties zijn ook onderdeel van ons grondgebied. Vanuit het economisch profiel vinden wij het nodig om een aparte paragraaf te wijden aan de glastuinbouw. Gelezen de discussie die voortvloeit uit de vooroverlegreactie lijkt het ons beter om ook een aparte paragraaf te wijden aan de toekomst van de duurzame melkveehouderij en de natuur.

Daarbij merken wij op dat het begrip “duurzame melkveehouderij” beter past bij ons ruimtelijk beleid dan het begrip veeteelt. In de teksten van die paragrafen kunnen wij ook meer duidelijkheid geven over de verwevenheid van deze functies, zowel onderling als met de recreatiefunctie. h. Recreatie De tekst van de omgevingsvisie over recreatie is weinig concreet. De recreatiedruk in het buitengebied neemt toe. Dat leidt op hoogtijdagen soms al tot ergernis en overlast. De MDV stelt voor om dit tegen te gaan door voorzieningen en recreatiemogelijkheden te ontvlechten die niet goed samengaan. Het realiseren van ‘poorten’ waar recreanten gestimuleerd worden om over te stappen van de auto op de fiets zijn ook een deel van de oplossing. Dergelijke keuzes worden in de omgevingsvisie niet gemaakt. Daarnaast vraagt de MDV om in de omgevingsvisie ook aandacht te besteden aan de stadsrandbossen. Hoewel deze bossen met uitzondering van het Maaslandse Bos gelegen zijn op het grondgebied van andere gemeenten, is de functie van deze bossen nauw verweven met de recreatie in Midden-Delfland. Voor een meer divers aanbod en spreiding van recreatievoorzieningen is een andere inrichting van deze bossen nodig. Daarbij kan ook worden ingezet op meer biodiversiteit. Tot slot juicht de MDV het toe als in de omgevingsvisie ook aandacht wordt besteed aan mindervalide bewoners en bezoekers van de gemeente.

Antwoord Wij herkennen het beeld van de MDV dat er op hoogtijdagen veel recreanten gelijktijdig het MiddenDelfland gebied bezoeken en het druk kan zijn op de fietspaden en bij sommige voorzieningen. Dit geldt ook voor de recreatiedruk op het water. 12

Samen met de Metropoolregio Rotterdam-Den Haag (MRDH), Coöperatief Beheer Groengebieden (CBG) en PUUUR Midden-Delfland werken wij aan data-analyse van bezoekers aan het MiddenDelfland gebied, zodat wij o.a. kunnen inzetten op bewuste bezoekersspreiding. Ook delen wij de verwachting dat het aantal mensen dat Midden-Delfland gelijktijdig zal bezoeken de komende jaren verder toeneemt. Leidraad voor het toekomstig beleid is onderdeel van de visie op het BPL. Wij nemen in het kader van het proces voor de Omgevingsvisie 1.0 vooralsnog kennis van de oplossingen die de MDV aandraagt om de ergernis en overlast als gevolg van deze drukte te voorkomen dan wel te verminderen. Deze oplossingen vragen om een zorgvuldig participatietraject en overleg met buurgemeenten en andere organisaties. Daarbij denken wij aan terreinbeherende organisaties als de Coöperatief Beheer Groengebieden Midden-Delfland (CBG), Staatsbosbeheer (SBB) en Natuurmonumenten. Omdat de omgevingsvisie 1.0 gebaseerd is op het bestaande ruimtelijke beleid noemen wij deze oplossingen met uitzondering van de ‘poorten’(paragraaf 3.2.4) niet over. De stadsrandbossen staan aangeduid op de kaarten van het buitengebied als ‘recreatieve randen verweven met de stad’.

Wij zullen de andere oplossingen van het ontvlechten en het anders inrichten van de stadsrandbossen betrekken in ons overleg met de andere gebiedsoverheden in de Landschapstafel BPL en voor zover mogelijk bij de voorbereiding en het participatietraject van de omgevingsvisie 2.0. In de visie van het BPL is ‘Bekendheid’ één van de thema’s, waarbij ook duidelijk een samenhang is met andere thema’s zoals biodiversiteit. i. Bodemdaling Bodemdaling is op de lange termijn één van de grootste uitdagingen voor de gemeente MiddenDelfland. Samen met andere instanties zal de gemeente hiervoor oplossingen moeten verzinnen. Bodemdaling wordt in de omgevingsvisie wel genoemd als ‘trend / ontwikkeling’, maar de tekst wekt niet de indruk dat de gemeente hier fors mee aan de slag gaat. MDV weet dat de gemeente bodemdaling wel degelijk zeer serieus neemt, maar dat komt niet tot uitdrukking in de tekst van de omgevingsvisie. De MDV doet enkele suggesties om de tekst aan te vullen met concrete acties door de gemeente. Ook wijst MDV op het spanningsveld tussen het principe ‘functie volgt peil’ en het uitgangspunt van de ‘bouwsteen landbouw’. De MDV verwacht niet dat de omgevingsvisie daar een oplossing voor biedt, maar vraagt wel om de discrepantie te benoemen met de aankondiging dat de gemeente een regierol heeft bij het zoeken naar de oplossingen hier naar.

Antwoord Wij onderschrijven dat bodemdaling een uitdaging vormt voor de gemeente Midden-Delfland en haar samenwerkingspartners. Daarom hebben wij beleidsmatig de nodige aandacht voor dit onderwerp. In samenwerking met LTO Noord, de provincie Zuid-Holland en het Hoogheemraadschap van Delfland is de 'Leidraad Bodemdaling Midden-Delfland' vastgesteld. De leidraad is gericht op ondersteuning bij het nemen van maatregelen door boeren en andere grondeigenaren op de korte termijn. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie op dit punt aan, zodat beter tot uitdrukking komt dat dit onderwerp planologische consequenties voor het ruimtegebruik kan hebben. Daarbij merken wij op dat wij de gevolgen van bodemdaling voor het grondgebruik van Midden-Delfland en de mogelijke oplossingsrichtingen zien als een onderwerp voor de voorbereiding en het participatietraject van de omgevingsvisie 2.0. Ook krijgt dit thema aandacht in de Landschapstafel BPL Midden-Delfland. Dit is onderdeel van het thema Water & Kwaliteit in de visie en het uitvoeringsplan. Hierin wordt “water vasthouden” genoemd als doelstelling in relatie tot onder andere bodemdaling, maar ook uitstoot broeikasgassen, droogte en wateroverlast. Ook ligt er een relatie met andere thema’s uit de visie zoals Biodiversiteit (weidevogels) en Duurzame Landbouw. j.

Energietransitie In de omgevingsvisie staat bij het opwekken van duurzame energie voorop dat dit past bij de ruimtelijke kwaliteit van de dorpen en het landschap. Binnen die randvoorwaarde ziet de gemeente ruimte voor ‘individuele kleinschalige windmolens op erven’. Voor de MDV is een belangrijk aspect van het criterium ‘passen bij de ruimtelijke kwaliteit’ dat installaties niet opvallend zichtbaar zijn. De MDV vindt het niet waarschijnlijk dat windmolens hieraan kunnen voldoen, omdat deze ongehinderd wind moeten vangen. De MDV vraagt om dit scherper te formuleren. Ook op en rond de beeldbepalende erven van Midden-Delfland. 13

Antwoord Het is correct dat het ruimtelijk en landschappelijk inpassen van kleinschalige windmolens op gespannen voet staat met een ongehinderde windvang. Het zal daarom bij vergunningstrajecten in een deel van de gevallen niet mogelijk zijn om die twee zaken te combineren. In die gevallen kan het plaatsen van een windmolen geen doorgang vinden en verlenen wij geen toestemming daarvoor. Wij onderschrijven het criterium van de MDV dat een kleine windmolen alleen past in het open veenweidegebied als de installatie niet opvallend zichtbaar is. Met dien verstande dat het gaat om de zichtbaarheid vanaf de openbare weg en vanuit voorzieningen die publiek toegankelijk zijn. Ook hebben wij aandacht voor de gevolgen voor weidevogels en beeldbepalende erven, waaronder erven met monumentale gebouwen. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie op dit punt aan. k. Ervenvisie Het valt de MDV op dat er weinig aandacht uitgaat naar de (ruimtelijke kwaliteit van) boerenerven, terwijl de gemeente daar de afgelopen jaren toch flink op heeft ingezet ten aanzien van een goede inpassing van nieuwe ontwikkelingen op de erven. Daarbij speelt ook de beplanting een belangrijke rol. De MDV ziet de omgevingsvisie als een uitgelezen kans om de basis te leggen voor een ‘ervenvisie’. De gemeente kan die visie concretiseren door het blijven aanbieden van kennis en zo nodig een financiële tegemoetkoming.

Deze tegemoetkoming kan (een agrarisch ondernemer) helpen om keuzes te maken die veel beter uitpakken voor het landschap, maar bedrijfsorganisatorisch minder voor de hand liggen. Antwoord Wij zullen de tekst van de omgevingsvisie aanvullen met een alinea over het belang van de ruimtelijke kwaliteit van erven en de bij het erf behorende elementen, waaronder de beplantingselementen. Vanwege het karakter van de omgevingsvisie beperken wij ons tot een algemene tekst. Een ervenvisie met financiële compensatie past niet bij de gekozen uitgangspunten. Het ambitieniveau ten aanzien van de ruimtelijke kwaliteit van erven bij agrarische bedrijven en een eventuele financiële tegemoetkoming zien wij als een onderwerp dat betrokken kan worden bij de voorbereiding en het participatietraject van de Omgevingsvisie 2.0. Overigens is een financiële vergoeding op dit moment al mogelijk voor het onderhoud van groen op boerenerven vanuit de stichting Groenfonds MiddenDelfland. l. Kleinschaligheid In het ontwerp van de omgevingsvisie wordt het begrip kleinschaligheid alleen gebruikt in relatie tot de dorpen, de recreatie en de energieopwekking. De MDV ziet het streven naar het behoud van kleinschaligheid ook graag verbonden aan het buitengebied en de landbouw. Antwoord De landbouw in Midden-Delfland is relatief kleinschalig ten opzichte van landbouw in andere delen van Nederland.

In het gemeentelijk beleid gaat het niet zozeer om het streven naar kleinschalige landbouw, maar om een duurzame landbouw op een schaal en met een intensiteit die passend is bij het landschap van Midden-Delfland. Voor het begrip duurzaamheid in algemene zin hanteren wij de definitie van de VN-commissie Brundtland. Voor duurzame landbouw gaan wij uit van de definitie van kringlooplandbouw van het rapport ‘Kringlooplandbouw in de praktijk – analyse en aanbevelingen voor beleid’ van Erisman en Verhoeven (Louis Bolk Instituut 2019): “Kring-looplandbouw is het optimaliseren van het bedrijfsrendement in de brede zin (economisch en sociaal-maatschappelijk) door zo veel mogelijk gebruik van eigen resources in evenwicht en met respect voor de omgeving (bodem-, lucht-, wateren natuurkwaliteit, landschappelijke waarde, klimaat en dierenwelzijn).” Verder is van belang dat de bedrijfsgebouwen, de verharding en de beplantingselementen die horen bij een agrarisch bedrijf een omvang en een uitstraling hebben die past bij de kenmerken en oorsprong van het open veenweidelandschap van Midden-Delfland. 14

m. Bomen in het open landschap De MDV wijst op de schijnbare tegenstelling tussen de waarde van de openheid van het veenweidelandschap en de waarde van bomenrijen, bomengroepen en solitaire bomen voor de biodiversiteit en beleving van dit landschap. Veel bomen hebben ook een cultuurhistorische waarde. Volgens de MDV kan een strikte interpretatie van het Landschapsontwikkelingsperspectief (LOP) leiden tot ongewenste bomenkap en wijst daarbij op de discussie rond de provinciale weg N223. De MDV vraagt nadrukkelijk om het LOP te herzien. Antwoord Wij onderschrijven de door de MDV genoemde waarde van bomen voor het BPL. Daarom heeft de gemeenteraad een bomenlijst vastgesteld die is gebaseerd op de bomeninventarisatie die de MDV samen met andere lokale organisaties heeft uitgevoerd. Het is verboden om deze bomen te kappen zonder omgevingsvergunning. Bij het nemen van een besluit over een aanvraag om een omgevingsvergunning voor het kappen van een of meer bomen maken wij elke keer opnieuw een belangenafweging. Bij deze afweging houden wij ook rekening met het belang van de openheid van het veenweidelandschap. Daarbij merken wij op dat een open landschap minder aantrekkelijk is voor predatoren die een gevaar vormen voor de weidevogels. Wij begrijpen de zorg van de MDV dat een strikte en eenzijdige interpretatie van het LOP leidt tot ongewenste bomenkap.

Wij zijn echter niet voornemens om het LOP te herzien. Wel vullen wij de tekst van de Omgevingsvisie 1.0 aan ten aanzien van de genoemde belangenafweging. Deze tekst vormt dan samen met het LOP het beleidskader voor de aanvragen om omgevingsvergunningen voor het kappen van bomen in het buitengebied. n. Sluipverkeer De MDV zou graag zien dat in de omgevingsvisie een aanzet wordt gegeven tot oplossingen voor het sluipverkeer over de polderwegen in het buitengebied. De MDV noemt daarbij de Zouteveenseweg, de Rotterdamseweg, de Schieweg, de Gaagweg / Oostgaag en de Woudseweg. Antwoord De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid en het nieuwe beleid over klimaatadaptatie en de energietransitie. De enige maatregel tegen sluipverkeer dat deel uitmaakt van het bestaande ruimtelijke beleid is het anders inrichten van de provinciale weg N468. De gemeente Midden-Delfland wordt de wegbeheerder van deze weg. Omdat vaststaat dat deze weg voor de overdracht door de provincie een nieuwe inrichting krijgt, kan deze maatregel in de omgevingsvisie worden genoemd. In de diverse regionale overleggen is onze inbreng er altijd op gericht om bij infrastructurele maatregelen te wijzen op de noodzaak dat geen ongewenste verkeerskundige effecten optreden.

Beleidsmatig dringen wij aan op maatregelen die er zoveel mogelijk toe leiden dat doorgaand verkeer gebruik maakt van het doorgaande wegennet. Op dit moment zijn er geen concrete andere oplossingen en maatregelen die onderdeel kunnen zijn van de Omgevingsvisie 1.0. Omdat het weren van sluipverkeer een lastig probleem is en de wegen in Midden-Delfland onlosmakelijk verbonden zijn met het regionale en landelijke wegennet vragen nieuwe maatregelen om een goede afstemming met de regiogemeenten, de MRDH, de provincie en Rijkwaterstaat. Daarnaast houden wij bij het treffen van maatregelen rekening met de gevolgen van deze maatregelen voor de bereikbaarheid van onze ondernemers, waarvan een deel ook sterk afhankelijk is van het goederentransport over de lokale autowegen. o. Verweving dorpen met het landschap De MDV stelt dat ten onrechte in het ontwerp van de omgevingsvisie wordt geschreven over de verbindingen van de dorpen naar het landschap. Volgens de MDV staan de nieuwbouwwijken aan de buitenkant van de dorpen met hun rug naar het landschap. Het landschap ervaar je volgens de MDV alleen vanuit de tuinen van de buitenste bebouwingsrij. MDV vraagt de gemeente om dorpen en landschap meer met elkaar te verweven, waarbij het landschap vanuit veel meer huizen in de dorpen ervaren kan worden.

15

Antwoord De tekst over de verbindingen gaat vooral over de verbinding door middel van aantrekkelijke wandelen fietspaden. Die toelichting is niet gericht op de zichtrelatie tussen de woningen in het dorp en het omringende landschap. De recreatieve paden maken het eenvoudig voor dorpsbewoners om een ommetje te maken, waarbij men goed gebruik kan maken van de folder van de MDV uit 2016 met 40 ommetjes. Zoals de MDV zelf constateert zijn de dorpen de afgelopen decennia zo gegroeid dat veel woningen die zichtrelatie niet (meer) hebben. Wij gebruiken de mogelijkheden om bij woningbouwprojecten meer aandacht te geven aan het verweven van dorp en landschap. Bijvoorbeeld bij het project van de ‘Maaslandse Zoom’. Daarbij gaat het om het behoud van de zichtlijn vanaf de Hofsingel op het landschap en het uitbreiden van het wandelpadennetwerk dat de dorpskern verbindt met de dorpsrand en het buitengebied. Ook zijn 2 appartementencomplexen zodanig gepositioneerd dat deze uitzicht hebben over het landschap. Overigens gaat het bij verbindingen niet alleen om zichtlijnen en wandelroutes, maar ook om biodiversiteit en klimaatadaptatie. Zo draagt meer groen met een grotere diversiteit in de tuinen bij woningen in het dorp ook bij aan de thema’s biodiversiteit en klimaatadaptatie. Deze ‘groene vingers’ moeten het groen in de dorpen ecologisch verbinden met het groen in het landschap. p.

Maaslandse Poort De MDV stelt dat over de Maaslandse Poort wordt geschreven alsof deze al af is. De MDV stelt dat het aanbod van voorzieningen nog niet optimaal is en dat ook de samenhang van de voorzieningen en de herkenbaarheid van de poort beter zou kunnen. De MDV juicht het toe als in de omgevingsvisie meer van dit soort poorten worden aangekondigd. Antwoord Terecht constateert MDV dat de Maaslandse Poort nog niet volledig is gerealiseerd. De omgevingsvisie voorziet in een wenselijk toekomstbeeld. Ten aanzien van de Maaslandse Poort verduidelijken wij de tekst zodat blijkt dat de poort nog niet af is. Hoewel het idee van ‘poorten’ in de gebiedsvisie wordt genoemd en mogelijke locaties worden aangeduid, is er onvoldoende zicht op nieuwe poorten om deze op te nemen in de omgevingsvisie 1.0. Daarbij merken wij op dat een deel van de poorten ook gerealiseerd zouden kunnen worden in delen van het Midden-Delfland gebied die liggen op het grondgebied van andere gemeenten. q. Telen van mais MDV constateert dat in toenemende mate percelen land in Midden-Delfland worden gebruikt voor het telen van mais. Dit gewas groeit tot een hoogte die de openheid van het landschap aantast. MDV sluit niet uit dat dit bijdraagt aan korte ketens, maar denkt dat het mogelijk is om een beter optimum te vinden. Antwoord Wij nemen dit vraagstuk mee bij de voorbereiding van de omgevingsvisie 2.0.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=66deec19-4a6e-451c-9328-df9ca6ce7f9a