CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

2021-10057 NvB vooroverlegreacties Omgevingsvisie.docx

Gemeenteraad 26 oktober 2021, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel inzake Omgevingsvisie 1.024.400 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Antwoord Wij erkennen de financiële uitdaging van het verplaatsen van glastuinbedrijven. Vanuit de afspraken IODS is door de provincie Zuid-Holland hier eerder financieel aan bijgedragen. Wij verwachten de GN te kunnen steunen in een gesprek met de provincie Zuid-Holland over een nieuwe financiële regeling voor het saneren van verspreid liggend glas. Een nieuwe regeling biedt ook kansen om op termijn verouderde duurzame glastuinbouwgebieden een nieuwe impuls te geven. De aanpak van verouderde gebieden is op dit moment niet aan de orde. Dit is daarom een onderwerp voor de Omgevingsvisie 2.0. Een bovenplanse verevening biedt in theorie mogelijkheden. Echter het aantal claims op de huidige grondexploitaties is dermate hoog, dat deze in de praktijk niet gerealiseerd wordt. Saneren van niet duurzaam bestemd glas en op termijn de transitie van verouderde gebieden vragen om andere financiële instrumenten. Hiervoor werken wij ook samen binnen de Stichting Greenport West-Holland en de MIRT gebiedsuitwerking Greenport 3.0 in Westland. d. Energietransitie De glastuinbouw loopt voorop in de energietransitie, waarbij een belangrijke rol is weggelegd voor besparing, geothermie en restwarmte. GN is blij dat Midden-Delfland ruimte biedt aan de warmteleiding ‘Leiding door het Midden’.

De GN constateert dat een aantal landelijke ontwikkelingen de verduurzaming van de glastuinbouw in de weg staat. Zoals de Opslag Duurzame Energie en het opslaan van CO2 onder de bodem van de Noordzee in plaats van deze beschikbaar te stellen aan de glastuinbouw. GN gaat ervan uit dat de gemeente Midden-Delfland hen in de toekomst blijft steunen in de lobby om randvoorwaarden te realiseren die nodig zijn voor de verduurzaming van de glastuinbouw. Antwoord Wij zijn ons ervan bewust dat de glastuinbouw een belangrijke partner is bij het behalen van doelen op het gebied van de energietransitie en het daarmee terugdringen van de CO2 uitstoot van bedrijven. Tegelijkertijd is de tuinbouwcluster een grootgebruiker van fossiele brandstoffen en heeft het binnen het Klimaatakkoord ‘eigen’ afspraken met het kabinet gemaakt. Waar mogelijk blijven wij GN steunen in de lobby voor het realiseren van de randvoorwaarden die nodig zijn om de glastuinbouw te verduurzamen. Voorbeelden hiervan zijn het recentelijk verlengen van het Energieakkoord Greenport West-Holland en het Innovatiepact fase 2 van de Greenport West-Holland. Tevens is de bijdrage die vanuit het kassengebied geleverd kan worden onderdeel van de Regionale Energiestrategie. e. Emissieloze kas Op pagina 31 van de omgevingsvisie wordt gesproken over emissieloze tuinbouwclusters en de eis van emissieloze kassen in 2027.

GN verwijst naar het ‘Afsprakenkader waterkwaliteit en glastuinbouw’ waarin gesproken wordt over een ‘(nagenoeg) nul-emissie’ vanuit de glastuinbouw naar het oppervlaktewater en bodem in 2027. GN vraagt om in de tekst het woord nagenoeg toe te voegen. GN geeft aan dat beschikbaarheid van voldoende goed gietwater een essentiële randvoorwaarde is om tot een nagenoeg nul-lozing te komen. Het gebruik van ontzout grondwater (omgekeerde osmose) moet volgens GN mogelijk zijn zolang er geen betere alternatieven beschikbaar zijn. De sector is in gesprek met diverse stakeholders waaronder Midden-Delfland over alternatieven. Antwoord Wij zullen het woord ‘nagenoeg’ (tussen haakjes) toevoegen aan de tekst op pagina 31 over de emissieloze kas. Het terugdringen van de huidige emissies van bestrijdingsmiddelen en meststoffen vanuit de glastuinbouw is tot (nagenoeg) emissieloos is overigens nog een grote opgave, gezien de huidige emissies en waarden in het oppervlaktewater als gevolg van ‘lekkages’. Naar aanleiding van de opmerking voor het gedogen van het lozen van brijn: wij staan open voor mogelijkheden die duurzaam gietwater en een circulaire glastuinbouw bevorderen.

Binnen de Greenport West-Holland wordt onderzoek gedaan naar de waterambitie, die in onze visie betrekking dient te hebben op de kwaliteit van gietwater voor de glastuinbouw en de kwaliteit van het oppervlaktewater voor het landschap (biodiversiteit en beleving).

32

f. Klimaatadaptatie In de omgevingsvisie staat dat de gemeente Midden-Delfland klimaatbestendig moet worden. In de glastuinbouw is in dit kader een aantal innovatieve oplossingen bedacht, zoals ‘Rainlevelr’. Ook voor Midden-Delfland kan dit mogelijkheden bieden. GN gaat hier graag over in overleg met de gemeente en het waterschap om het gebruik van dit soort oplossingen onder glastuinders in Midden-Delfland te bevorderen. Antwoord De gemeente Midden-Delfland heeft in 2020 de strategie Klimaatadaptatie voor ‘dorp, glas en gras’ gemaakt samen met het hoogheemraadschap van Delfland. Hierin staat ook rainlevelrs benoemd, dit is een initiatief van het hoogheemraadschap. g. Opwek zonne-energie Op pagina 30 van de omgevingsvisie geeft de gemeente aan dat er in het landschap van MiddenDelfland geen plaats is voor de grootschalige opwekking van zon- en windenergie. GN kan zich hierin vinden. GN wijst op het prijsopdrijvend effect op de grondprijs als gevolg van het gebruik van landbouwgrond voor het opwekken van zonne-energie. Ook kan GN zich vinden in het standpunt dat windmolens op erven mogelijk moeten zijn, mits die landschappelijk inpasbaar zijn. GN dringt aan op het gebruiken van de zonneladder en daarmee het maximaal gebruik maken van daken voor het opwekken van zonne-energie. GN ziet daarvoor mogelijkheden op de gebouwen van land- en tuinbouwbedrijven.

Ook wijst GN op de mogelijkheden van zonnepanelen op waterbassins. Antwoord Wij onderschrijven het toepassen van zonnepanelen op daken van gebouwen van land- en tuinbouwbedrijven en waterbassins. Het toepassen van zonnevelden in het open veenweidegebied staan wij niet toe. Het invoeren van het instrument zonneladder past niet binnen het karakter en de uitgangspunten van de Omgevingsvisie 1.0. Wij betrekken dit wel bij onze beleidsvoorbereiding van de energie- en klimaatplannen. 14. Gemeente Westland De inspraakreactie van de gemeente Westland (WL) betreft een opmerking over een specifieke locatie en meerdere opmerkingen over thematische teksten. a. Glastuinbouw Woudse Polder Wij danken WL voor hun vooroverlegreactie en de concreetheid van hun reactie. WL merkt op dat de locatie Woudse Polder op de kaart ‘kenmerken en kwaliteiten Buitengebied’ is aangemerkt als ‘overige glastuinbouw’ en niet als ‘duurzame glastuinbouw’. WL vraagt om dit aan te passen overeenkomstig de status van dit cluster volgens de inventarisatie van Greenport West-Holland voor de Ruimtelijke Economische Strategie. Antwoord Het glastuinbouwcluster is abusievelijk aangemerkt als ‘overige glastuinbouw’, omdat het ligt binnen het BPL. Deze aanduiding is inderdaad in strijd met het huidige beleid ten aanzien van de duurzame glastuinbouw in onze gemeente. Wij passen dit aan. b.

Positionering Midden-Delfland WL onderschrijft de tekst over de positionering van Midden-Delfland met haar kernkwaliteiten van harte. WL constateert daarbij dat thema’s als onderwijs, sport, cultuurhistorie en archeologie onderbelicht zijn op het gebied van het belang hiervan voor de omliggende gemeenten, de huisvesting van de voorzieningen en ambities voor de toekomst. Passend bij de kernkwaliteiten van MiddenDelfland en aansluitend op de Westlandse ambities ten aanzien van onderwijs en beleving van de leefomgeving had WL graag ook meer aandacht gezien voor het stimuleren dat (jonge) kinderen leren over natuur, milieu en de eigen leefomgeving. De suggestie van WL is om deze tekst aan te vullen. Antwoord Wij vinden dit een goede suggestie die al aansluit op ons huidige beleid en zullen de tekst aanvullen ten aanzien van genoemde zaken. 33

c. Kringlooplandbouw Volgens WL is de zinsnede “waar nodig verweven met natuur” te vrijblijvend om invulling te geven aan de ambitie van kringlooplandbouw. WL vraagt om de aandacht voor de gevolgen voor biodiversiteit in en rond het duurzaam glastuinbouwgebied niet uit het oog te verliezen. Antwoord Wij vinden dit een goede suggestie en zullen de tekst van de omgevingsvisie aanvullen ten aanzien van kringlooplandbouw en de biodiversiteit in en rond de glastuinbouwgebieden. Voor de opgave ten aanzien van de biodiversiteit in en rond de glastuinbouwgebieden is het terugdringen van de emissie van meststoffen en bestrijdingsmiddelen belangrijk. Hiermee wordt de biodiversiteit in poldersloten en o.a. weidevogelfoerageergebied het Kraaiennest vergroot. d. Emissieloze, duurzame tuinbouwclusters Volgens WL verdient de wijze van stimuleren van duurzame tuinbouwclusters (pagina 31) nadere uitwerking. Waar mogelijk wordt dit in samenwerking en in samenhang met WL gedaan. Antwoord De duurzaam bestemde glastuinbouwgebieden in onze gemeente maken deel uit van het tuinbouwgebied Westland. Het verduurzamen van de tuinbouwclusters in het gebied Westland kan alleen vanuit regionale kaders georganiseerd worden. Glastuinbouw is daarom een belangrijke partner en onderdeel van de Regionale Energiestrategie.

Onder projectleiderschap van de provincie ZuidHolland wordt op dit moment een ruimtelijke-economische verkenning uitgevoerd voor het gebied van de Greenport West-Holland. Het doel van die verkenning is het kunnen trekken van conclusies op regionaal niveau en doen van aanbevelingen op basis van die conclusies over hoe de Greenportcluster ruimtelijk ingepast en ondersteund kan worden in de transformatie naar een nieuwe circulair cluster. Daar waar mogelijk en wenselijk sluiten wij graag aam bij het beleid van WL, zodat ondernemers in beide gemeenten met vergelijkbare regelgeving geconfronteerd worden. e. Wederkerigheid stad-land, vergroten toegankelijkheid en balans WL wijst erop dat er ook een keerzijde is aan een betere toegankelijkheid voor (massa)toerisme van stedelingen die niet op de fiets naar de verkooppunten van lokale producten komen (pagina 31). De wijze van het vinden van deze balans en (voorzorg)maatregelen om dit te stimuleren en te bewaken ontbreken. WL doet de suggestie om aansluiting te vinden binnen Nationaal Park Duinen. Antwoord Ons beleid is gericht op fijnschalige extensieve recreatie die vooral gericht is op mensen die MiddenDelfland wandelend, fietsend of varend bezoeken. De vrije tijdseconomie in Midden-Delfland is niet massaal en wordt met uitzondering van enkele georganiseerde evenementen, zoals het varend bloemencorso, ook niet toegestaan.

Wel constateren wij dat het op piekmomenten erg druk kan zijn op de fietspaden in Midden-Delfland. Deze kwestie komt aan de orde in de Visie op het Bijzonder Provinciaal Landschap bij het onderdeel ‘Bekendheid’. Het spreiden van recreanten in de verdere toekomst nemen wij mee als ruimtelijk vraagstuk bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie 2.0. Zie ook ons antwoord onder 7h. f. Betaalbaar en haalbaar CO2 neutraal Volgens WL vraagt deze ambitie van een CO2-neutraal Midden-Delfland (pagina 35) om een nadere definiëring ten aanzien van de betaalbaarheid, haalbaarheid en tijdspanne. Antwoord Met het begrip betaalbaarheid bedoelen wij dat de kosten van de projecten en maatregelen moeten passen bij de financiële mogelijkheden van inwoners, ondernemers, de gemeente en haar ketenpartners. Ten aanzien van de haalbaarheid gaat het om zowel de technische mogelijkheden als om het maatschappelijke en politieke draagvlak. Daarbij merken wij op dat projecten en maatregelen die gericht zijn op een CO2-neutraal Midden-Delfland niet ten koste mogen gaan van de kernwaarden van Midden-Delfland, waaronder de kwaliteit van het BPL. Wat betreft de tijdspannen is het onze ambitie om in 2050 CO2-neutraal te zijn. Dat staat in ons Duurzaamheidsprogramma. Deze ambitie 34

sluit aan op de doelstellingen van het RES en het nationaal Klimaatakkoord. Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan. Beleidsmatige aanpassingen die voorvloeien uit de Europese Greendeal en aanpassing van het Klimaatakkoord daaraan nemen wij mee in de Omgevingsvisie 2.0. g. Zelfvoorzienende dorpen WL stelt dat de ambitie van zelfvoorzienende dorpen op gespannen voet kan staan met de praktische mogelijkheden en de samenhang met o.a. de Westlandse voorzieningen. Het is niet aannemelijk dat de dorpen in Midden-Delfland nu en in de toekomst kunnen voorzien in alle facetten van zelfvoorziening op het gebied van bijvoorbeeld onderwijs en detailhandel. Juist de synthese met omliggende centra met voorzieningen, zoals hoger onderwijs en winkelcentra, biedt op bovenlokaal kans voor duurzaam behoud en versterking van voorzieningen. De ambitie behoeft daarom nuancering. Antwoord De genoemde ambitie voor de vitaliteit van onze drie dorpen betreft voornamelijk het in standhouden van de basisvoorzieningen in de dorpen, zodat onze inwoners voor hun dagelijkse boodschappen, het basisonderwijs, basiszorg, horeca, sportuitoefening en kerkgang terecht kunnen in hun eigen dorp. Het is evident dat de dorpen niet kunnen voorzien in alle facetten van zelfvoorziening.

Wij onderschrijven dan ook de visie van WL over de synthese van de voorzieningen in de verschillende dorpen en steden binnen de regio. Wij zullen de tekst over deze ambitie aanvullen zodat deze nuance expliciet wordt gemaakt. Conclusie Deze vooroverlegreactie leidt tot een aanvulling van de tekst van de Omgevingsvisie. 15. Evides Waterbedrijf Evides onderschrijft de noodzaak om kansen voor geothermie en aquathermie alleen te benutten voor zover dit op een veilige manier kan. Ten aanzien van dit uitgangspunt van de omgevingsvisie wil Evides een aanvulling over de opwarming van de ondergrond door warmtenetten, ondanks de isolatie. Deze opwarming heeft invloed op de temperatuur van het water in de drinkwaterleidingen. Daarbij merk Evides op dat de klimaatverandering al zorgt voor een warmere bodem. Voor drinkwater geldt een maximumtemperatuur van 25 graden Celcius aan de tap. Een overschrijding van die wettelijke norm kan risico’s voor de volksgezondheid met zich meebrengen. Daarom moet hier rekening mee worden gehouden in de ordening van de ondergrond- en bovengrond. Het is belangrijk om diverse partijen vroegtijdig te betrekken bij nieuwe planvorming om zo de indeling van de onder- en bovengrond goed op elkaar af te stemmen. Antwoord Wij danken Evides voor hun bijdrage en erkennen het belang van een veilige en gezonde drinkwatervoorziening.

Wij zullen de tekst van de omgevingsvisie op dit punt aanvullen. Conclusie Wij vullen de tekst van de omgevingsvisie aan ten aanzien van het belang van een veilige en gezonde drinkwatervoorziening. 16. Provincie Zuid-Holland De provincie Zuid-Holland (PZH) stuurt een reactie op basis van het provinciaal beoordelingskader dat bestaat uit de Omgevingsvisie Zuid-Holland (hierna: de visie), het Programma Ruimte en de Omgevingsverordening Zuid-Holland, met name Afdeling 3.2, artikelen 6.2 en 6.40 (hierna: de verordening). PZH geeft complimenten over de omgevingsvisie en vraagt om de omgevingsvisie ten aanzien van enkele aspecten aan te scherpen. Antwoord algemeen Wij danken PZH voor hun uitgebreide inhoudelijke reactie. Deze is belangrijk voor een goede afstemming met het regionale toetsingskader. Hierna gaan wij per thema inhoudelijk in op de reactie en de aanpassing van de Omgevingsvisie 1.0 hierop. 35

a. Water De aspecten grondwater en afvalwater komen in de omgevingsvisie 1.0 niet aan bod, maar de gemeente heeft daar respectievelijk een rol en een taak in. Water en klimaat worden in één adem genoemd, maar de echte verbinding is nog zwak. In de omgevingsvisie staat de ambitie om over te gaan van ‘peil volgt functie’ naar ‘functie volgt peil’. PZH had verwacht dat deze overgang terug zou komen bij een aantal andere thema’s als ‘onze dorpen’, maar dat is niet zo. Volgens de PZH kan de gemeente veel meerwaarde hebben voor water- en klimaatopgave als wateroverlast, bodemdaling en waterkwaliteit. Juist door deze opgave integraal mee te nemen bij ontwikkelingen in het gebied. Bij de uitwerking in een programma is het van belang om de verbinding tussen de verschillende thema’s en functies goed tot uitdrukking te laten komen. Bij ingrepen in het stedelijk gebied komen water en klimaat direct om te hoek kijken en kan soms met eenvoudige ingrepen veel worden gerealiseerd. Antwoord Wij zullen de tekst van de omgevingsvisie aanvullen ten aanzien van de aspecten grondwater en afvalwater. Ook zullen wij de tekst aanvullen ten aanzien van het principe ‘functie volgt peil’. In de visie voor het Bijzonder Provinciaal Landschap wordt bij het thema Water & Klimaat gesproken over ‘water vasthouden’.

Daarbij merken wij op dat de Omgevingsvisie 1.0 vooral gebaseerd is op ons bestaande beleid en huidige wetgeving. Hoewel wij ervoor kiezen om de onderwerpen klimaatverandering en klimaatadaptatie hier aan toe te voegen, noemen wij in deze omgevingsvisie alleen de bekende ontwikkelingen mee. Wij hebben niet het voornemen om deze omgevingsvisie uit te werken in een programma waarin een relatie wordt gelegd met de water- en klimaatopgave. Dat komt pas aan de orde bij onze omgevingsvisie 2.0, waarbij ook de consequenties van de nieuwe taakverdeling vanuit de Omgevingswet betrokken kan worden. De voor het BPL wordt in regionaal overleg gewerkt aan een uitvoeringsplan, PZH is daarbij betrokken. b. Biodiversiteit PZH constateert dat het onderwerp ‘natuur’ in het visiedeel aan de orde komt in de paragraaf ‘Natuur en milieukwaliteit’, maar dat de tekst zeer algemeen is. In het deel van deze tekst over het buitengebied en het bijzonder provinciaal landschap krijgt biodiversiteit iets meer kleur met het realiseren van een netwerk van ecologische verbindingen. PZH stelt dat dit onderwerp afgezet tegen de genoemde opgave meer ambitie mag uitstralen. Gelet op de jarenlange samenwerking met Vockestaert en natuurmonumenten, natuurinclusieve landbouw en IODS-projecten zijn hiervoor ook aanknopingspunten te vinden.

Antwoord Zeker vanuit de inspanningen ten aanzien van kringlooplandbouw en weidevogelbeheer is in de praktijk sprake van een grote inspanning op en bijdrage aan de biodiversiteit. De hoge ambities die in de praktijk gerealiseerd zijn, zorgen er voor dat in het beleidsdocument geen hoge ambities zijn verwoord. Wij onderkennen dat de algemene tekst van de visie over natuur niet overeenkomt met de praktijk en de opgave ten aanzien van biodiversiteit en onze inspanningen en die van onze partners met betrekking tot natuur en biodiversiteit. Wij zullen de tekst op dit punt aanvullen. Hierbij houden wij ook rekening met de visie op het BPL, waarin dit o.a. verwoord is bij de thema’s Biodiversiteit en Duurzame Landbouw. c. Landbouw PZH constateert dat de visie op grote lijnen het bekende verhaal verteld over landbouw in relatie tot het landschap, de positie van de melkveehouderij, recreatie, natuur en de relatie met de omliggende stad. Hoe dat precies vorm krijgt wordt minder benoemd. Volgens PZH suggereert de tekst dat verbrede vormen van landbouw of zelfs andere vormen van landschapsbeheer niet wenselijk zouden zijn. In de transitie landbouw zijn dit echter belangrijke elementen om mee te nemen voor een rendabele bedrijfsvoering. Voedsel kan een belangrijk thema zijn voor de relatie stad-land.

PZH constateert dat voedsel wel in het analysedeel wordt genoemd, maar niet in het visiedeel. In het analysedeel kan met betrekking tot streekproducten de relatie met landbouw sterker worden gelegd. 36

Antwoord De Omgevingsvisie 1.0 is gebaseerd op het bestaande beleid. Om die reden wijkt het verhaal over de landbouw nauwelijks af van eerdere beleidsdocumenten. Dat betekent niet dat een duurzame agrarische bedrijfsvoering en voedselproductie of verbrede vormen van landbouw niet wenselijk zouden zijn. Dit zijn juist de basisprincipes van ons beleid voor de agrarische sector. De duurzame melkveehouderij is als beheerder de (economische) pijler van het agrarisch cultuurlandschap, rekening houdend met de thema’s Biodiversiteit en Water & Klimaat zoals verwoord in de visie voor het BPL. Ons bestaande beleid staat al expliciet nevenactiviteiten en verbreding toe bij melkveehouderijen op het gebied van de productie en verkoop van streekproducten, recreatie, toerisme en zorg. Mits deze nevenactiviteiten ondersteunend zijn aan de duurzame melkveehouderij en bijdragen aan andere maatschappelijke thema’s. Op die manier biedt ons beleid ruimte voor verbrede vormen van landbouw zoals deze ondersteunend kan zijn aan de kwaliteit van het landschap. Wij zullen de tekst op dit punt verduidelijken. Ten aanzien van landschapsbeheer is ons beleid gebaseerd op het uitgangspunt dat de boeren de hoeder zijn van het landschap. Verder verwijzen wij naar de visie van het BPL, zoals deze door de Landschapstafel is opgesteld. (De gemeente en de provincie zijn deel van de Landschapstafel).

De vraag of andere vormen van landschapsbeheer wenselijk en haalbaar zijn, komt structureel aan de orde bij de voorbereiding van de omgevingsvisie 2.0. Incidenteel ondersteunen wij andere vormen van landschapsbeheer, zeker als dit vorm kan worden gegeven vanuit een combinatie van agrarisch en meer ecologisch beheer en onderhoud. Wij onderschrijven dat duurzaam geproduceerd voedsel in korte ketens belangrijk is voor de relatie stad-land. Belangrijk bij korte ketens is dat de melkveehouder de gelegenheid krijgt om economisch gecompenseerd te worden voor de ‘maatschappelijke plus’ op zijn product en de consument hier aan meebetaald. Korte ketens is dus een middel om de duurzaamheid van de melkveehouderij te bevorderen en de kwaliteit en beleving van het landschap te verbeteren; niet een doel op zich. Daarbij merken wij op dat het promoten van streekproducten een belangrijke rol speelt binnen de filosofie van Cittaslow. Duurzame streekproducten van hoge kwaliteit dragen bij aan de gezondheid en kwaliteit van leven van de inwoners uit het omliggend stedelijk gebeid en onze eigen inwoners. Wij vullen de tekst aan ten aanzien van de rol van voedsel en streekproducten in relatie tot de landbouw en de relatie stad-land. d.

Relatie stad-land PZH benoemt dat er sprake is van een dubbeldoelstelling: enerzijds het versterken van de relatie met de stad met fysieke verbindingen en het vergroten van de bekendheid en anderzijds het bewaren van de rust en stilte om te voorkomen dat het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland aan zijn succes ten onder gaat. Met het toenemend inwoneraantal in de steden is dit een belangrijk onderwerp. PZH constateert dat in de omgevingsvisie de visie op de omgang met deze dubbeldoelstelling beperkt is. PZH vraagt om hier meer woorden aan te wijden. Volgens PZH kan er meer gedaan worden met zonering, het spreiden van (meer) bezoekers in ruimte en tijd, meer en verschillende vormen van recreatie en meer opvang in aantrekkelijke recreatiegebieden rond de stad. Zodoende kan de gemeente in samenwerking met diverse terreinbeheerders en andere gemeenten met een gericht aanbod per doelgroep gewerkt kunnen worden aan het ‘sturen’ van verschillende typen bezoekers. Antwoord Het belang van het landschap voor het omliggende stedelijk gebied en de beperkte ruimte vragen een permanente afweging van belangen en het benutten van kansen om bezoekers en activiteiten te spreiden over het gebied en de dorpen.

Bij deze afweging gaan wij uit van de kernkwaliteiten van het BPL en onze bestuurlijke opdracht tot het in stand houden, vernieuwen en leefbaar houden van het waardevolle cultuurlandschap. Het toekennen van de status van BPL aan het gebied is hierbij van grote meerwaarde. 37

Het gemeentelijk beleid, een groot aantal particuliere initiatieven en de effecten van de huidige coronamaatregelen hebben de aantrekkelijkheid van het gebied en het aantal bezoekers aanzienlijk verhoogd. Dit heeft als keerzijde het risico op een te hoge recreatiedruk. Dit is een nieuwe uitdaging die nog niet is verwerkt in bestaand beleid. Gelet op de uitgangspunten voor de Omgevingsvisie 1.0 komt dit nader aan de orde bij de voorbereiding van de Omgevingsvisie 2.0. Tevens is dit incidenteel onderdeel van bestaand beleid, zoals de versterking van fietsverbindingen, spreiding en situering van activiteiten en de visie op het BPL. Zoals de provincie aangeeft is het voor het in goede banen leiden van een toename van het aantal recreanten noodzakelijk dat wij samenwerken met diverse partijen. De afstemming met deze partijen over de wenselijke en haalbare maatregelen kost tijd. Daarom zien wij dit als onderdeel van de voorbereiding van de omgevingsvisie 2.0 en de uitvoering van de visie voor het Bijzonder Provinciaal Landschap. Ook de Coöperatie Beheer Groengebieden Midden-Delfland speelt hierbij een rol. Bij waterrecreatie spelen ook het hoogheemraadschap en de provincie een rol: de toegenomen drukte op het water leidt tot overlast en schade aan de waternatuur en oevervoorzieningen. e.

Ontwikkelopdracht stedelijke context PZH benadrukt dat de gemeente bij de aanwijzing tot het Bijzonder Provinciaal Landschap in 2017 een ontwikkelopdracht heeft meegekregen over het versterken van de relatie stad-land. PZH vindt dat deze ontwikkelopdracht meer aandacht kan krijgen in het visiedeel. Onder andere door aan te geven wat de gemeente sinds 2017 met deze opdracht heeft gedaan, welke stappen gezet zijn en welke stappen nog te zetten zijn. Antwoord Wij vullen de tekst aanvullen ten aanzien van de ontwikkelopdracht voor het Bijzonder Provinciaal Landschap Midden-Delfland. Hierbij plaatsen wij de kanttekening dat de ontwikkelopdracht geldt voor alle gebiedsgemeenten en dat de realisatie onderdeel is van de visie op het BPL en het uitvoeringsplan dat in gezamenlijkheid gemaakt wordt. f. Landschapspark Zuidvleugel De termen Landschapspark Zuidvleugel en Schiezone worden niet genoemd in de omgevingsvisie. PZH vindt dat onterecht, omdat de groenblauwe- en recreatieve structuren door Midden-Delfland onderdeel zijn van regionale aansluitende groene en stedelijke gebieden met dezelfde thema’s als bij het Landschapspark over bereikbaarheid, biodiversiteit en beleefbaarheid. Deze thema’s worden wel genoemd in de omgevingsvisie, maar nog niet verbonden met het landschapspark. PZH vraagt om in de tekst een koppeling op te nemen met het landschapspark.

Antwoord Het Landschapspark Zuidvleugel is het bovenliggend kader, waar het BPL onderdeel van is. Wij vullen de tekst aan ten aanzien van het Landschapspark Zuidvleugel en de Schiezone onder verwijzing naar de thema’s bereikbaarheid, biodiversiteit en beleefbaarheid en de visie op het BPL. g. Economie In de omgevingsvisie staat de ambitie om enkele bedrijventerreinen te transformeren / te revitaliseren. PZH wijst er op dat ook de (mogelijke) compensatievereisten (artikel 6.12) uit de verordening in acht worden genomen. Antwoord Compensatie van werklocaties is onderdeel van de uitwerking van onze woonopgave en economisch beleid. Wij houden er rekening mee dat het in de toekomst nodig kan zijn om enkele bedrijventerreinen te transformeren. Op dit moment hebben wij nog geen concreet zicht op de terreinen die daarvoor in aanmerking komen en de wijze waarop de transformatie invulling krijgt. Om die reden kunnen wij ook niet bepalen in welke mate wij de compensatievereisten van de verordening in acht moeten nemen. Met betrekking tot deze mogelijke ontwikkeling merken wij op dat bij transformatie van een bedrijventerrein werken binnen de kaders van de provinciale regelgeving en het beleid MRDH. 38

h. Energieopgave Midden-Delfland heeft zich gecommitteerd aan de doelstellingen van de Regionale Energiestrategie (RES), waaronder een doelstelling voor grootschalige hernieuwbare opwek in 2030. De uitspraak van gemeente (pagina 30) dat er in het landschap geen plaats is voor grootschalige opwek van zon- en windenergie lijkt volgens PZH te suggereren dat Midden-Delfland geen enkele bijdrage gaat leveren aan de doelstellingen van de RES. Dat kan niet de bedoeling zijn. Ook gezien de doelstelling van Midden-Delfland om energieneutraal te zijn. PZH begrijpt de genoemde uitspraak, die grotendeels conform het provinciale beleid is. PZH wijst op de mogelijkheden langs infrastructuur (A20, A4 ter hoogte van de Harnaschpolder) waar wel enige ruimte is voor een bijdrage aan de energie-ambities van de regio. Dit zijn ook zoekgebieden die in de RES zijn genoemd. PZH vraagt daarom om enige nuance op dit punt in de omgevingsvisie. Antwoord Ons beleid en de uitvoering daarvan zijn gebaseerd op de afspraken die binnen de RES zijn en worden gemaakt. Vanuit onze bestuurlijk opdracht is het wenselijk een duidelijk standpunt te verwoorden over het opwekken van zon- en windenergie in relatie tot het landschap van Midden-Delfland. De reactie van PZH geeft aan dat enige nuancering in de verwoording wenselijk is.

Hoewel wij geen ruimte kunnen bieden aan grootschalige opwek van zon- en windenergie in het open veenweidegebied, zijn er nog voldoende mogelijkheden om op andere wijzen een wezenlijke bijdrage te leveren aan de doelstellingen van het RES. Volgens de systematiek van de zonneladder kijken wij voor de opwek van zonenergie eerst naar het benutten van de daken van (bestaande) gebouwen, met name in de dorpen, het bedrijventerrein Harnaschpolder en de duurzame glastuinbouwgebieden. Ook bieden wij ruimte voor kleinschalige opwek van zon- en windenergie op erven in het open veenweidegebied, mits dit ruimtelijk en landschappelijk past. Het ligt voor hand om ruimte te zoeken voor de opwek van zon- en windenergie langs grootschalige infrastructuur als de A4 en de A20. Het plaatsen van zonnepanelen op daken van bedrijfsgebouwen in de Harnaschpolder, waterbassins in de glastuinbouwgebieden en geluidswerende voorzieningen langs infrastructuur zijn daarbij reële mogelijkheden. Ten aanzien van die zoekgebieden geldt dat dit geen afbreuk mag doen aan de belevingswaarde van het landschap. Ten aanzien van de doelstellingen van de RES merken wij op dat een belangrijk uitgangspunt van deze RES is dat de mogelijkheden voor duurzame opwek van elektriciteit primair zijn gebaseerd op de draagkracht van het landschap en niet op de elektriciteitsvraag.

Dat maakt deel uit van een integrale ruimtelijke afweging en de keuze van de betrokken partijen voor een (maatschappelijk) haalbare aanpak. Wij vullen de tekst over de energietransitie aan ten behoeve van een meer genuanceerd beleidsstandpunt over de mogelijkheden van de opwek van zon- en windenergie in Midden-Delfland. Daarbij zullen wij ook de zoekgebieden van de RES noemen langs de A20 en de A4. i. Bodem PZH constateert dat de aspecten bodem en ondergrond (3D ordening) wel worden benoemd, maar dat de synergie tussen de inrichting van de boven- en ondergronds ruimtegebruik niet inzichtelijk is gemaakt. PZH adviseert om dit alsnog te doen door toe te lichten in hoeverre de kwaliteiten van de bodem en ondergrond kunnen bijdragen aan het realiseren van gemeentelijke opgaven in hoofdstuk 3 van de omgevingsvisie. Antwoord Wij zullen de omgevingsvisie op dit punt aanvullen. j. Duurzaamheid / circulair Het valt PZH op dat in de omgevingsvisie het begrip ‘duurzaamheid’ is opgenomen, maar dat er nog geen duiding aan is gegeven. PZH constateert dat de definitie van circulariteit (pagina 23) niet volledig is. PZH stelt voor om de definitie te gebruiken die de rijksoverheid hanteert. Ook stelt PZH de vraag wat wordt bedoeld met ‘circulair inrichten’. 39

Verder constateert PZH dat onder duurzaamheid thema’s worden geschaard als energie, klimaat, circulariteit, maar dat deze thema’s niet terugkomen bij andere onderwerpen in de visie als wonen, toerisme/recreatie, detailhandel, voorzieningen). PZH vraagt in hoeverre ‘duurzame doelen’ worden geïntegreerd met andere onderwerpen en / of verplicht. In de tekst onder 3.1.1. wordt gesproken over het realiseren van de ‘mondiale Sustainable Development Goals’. PZH merkt op dat ten aanzien hiervan een nadere duiding, toelichting en doelen ontbreken en vraagt over welke Sustainable Developments Goals het gaat. PZH stelt dat in paragraaf 3.1.2. een paragraaf mist over circulariteit. In die tekst kan worden aangegeven wat wordt verstaan onder ‘Midden-Delfland circulair inrichten’ met betrekking tot de bouw, bedrijventerreinen, maakindustrie etc. Daarbij merkt PZH op dat Midden-Delfland zoals andere overheden het Grondstoffenakkoord heeft ondertekend en dus de doelstelling om volledig circulair te zijn in 2050 en in 2030 50% minder primaire grondstoffen te gebruiken. PZH vraagt om dit te benoemen in de visie. PZH constateert dat circulariteit ontbreekt in paragraaf 3.2.3 over duurzame tuinbouwclusters. PZH constateert dat circulariteit ontbreekt in paragraaf 3.3 over woningbouw.

PZH doet de suggestie om de volgende tekst op te nemen: “We gaan voor een regen- en hittebestendige buitenruimte, volgens circulaire principes”. PZH vraagt om in paragraaf 3.4. een tekst toe te voegen over circulariteit op het bedrijventerrein Harnaschpolder. PZH doet de suggestie om de volgende tekst op te nemen: “We zien mogelijkheden voor circulaire initiatieven, groene daken en gevels, …”. Dit gaat om mogelijkheden voor circulaire bedrijven als zgn. hubs, maar ook in de omgang met afval- en reststromen. Antwoord Duurzaamheid is een breed begrip, dat op verschillende wijze geïnterpreteerd kan worden. Wij onderschrijven de constatering van PZH dat het begrip ‘duurzaamheid’ in de omgevingsvisie nadere duiding behoeft. Wij zullen de teksten van paragrafen 2.3.2 en 3.1.2 aanvullen om dit begrip te verduidelijken conform het Duurzaamheidsprogramma zoals dat door de raad is vastgesteld. Hierbij zijn de waarden van de filosofie van Cittaslow en de Brundtland-definitie leidende principes geweest. De omgevingsvisie is gebaseerd op ons bestaande ruimtelijke beleid. Het thema circulariteit is een relatief nieuw begrip dat daar nog niet in was verankerd. Tegelijkertijd is het principe van circulariteit een belangrijk uitgangspunt binnen de filosofie Cittaslow.

Dit sluit ook aan op de Sustainabele Development Goals van de Verenigde Naties, die voor het lokale niveau vergelijkbaar zijn met de criteria van Cittaslow. Wij vinden de suggestie van PZH om ten aanzien van het thema circulariteit de definitie van de rijksoverheid te hanteren voor ‘een circulaire economie’ daarbij dan ook van meerwaarde. Wij passen de tekst van de visie hierop aan. Met het doel ‘circulair inrichten’ bedoelen wij dat wij bij de inrichting van de openbare ruimte efficiënt gebruik maken van duurzame producten die kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Deze toelichting voegen wij toe aan de tekst van de omgevingsvisie. Wij zullen de teksten in het visiedeel over de functies wonen, recreatie/toerisme, detailhandel, voorzieningen aanvullen ten aanzien van de doelen voor duurzaamheid, waaronder die met betrekking tot energie, klimaat en circulariteit. Wij merken op dat het voor onze gemeente vanzelfsprekend is dat duurzaamheid en de bijbehorende deelonderwerpen worden meegenomen bij elke ontwikkeling in onze gemeente. Daarbij willen wij ondernemers de ruimte geven om hierin keuzes te maken die passen bij hun bedrijf en bedrijfsvoering om daarmee maatschappelijk verantwoord te ondernemen en zich te onderscheiden van ondernemers in dezelfde branche.

De mondiale duurzaamheidsdoelen die wij noemen in paragraaf 3.1.1 zijn de Sustainable Development Goals die de Verenigde Naties in 2015 hebben vastgesteld. 40

Wij vullen de tekst aan zodat duidelijk is over welke mondiale duurzaamheidsdoelen het gaat en hoe wij in Midden-Delfland verwachten lokaal invulling te kunnen geven aan deze mondiale doelen. Wij erkennen vanuit Cittaslow deze doelen als beleidsmatig uitgangspunt op lokaal niveau. Bewust is er voor gekozen niet formeel als gemeente aan te sluiten bij de Global Goals, maar de realisatie en verantwoording van die doelen te realiseren vanuit het lidmaatschap van Cittaslow. Wij waarderen de suggesties van PZH om meerdere paragrafen aan te vullen ten aanzien van de doelstellingen op het gebied van circulariteit. Daarmee wordt de omgevingsvisie vollediger en duidelijker. Wij vullen de teksten van deze paragrafen aan overeenkomstig de suggesties van PZH. Conclusie Naar aanleiding van de aanbevelingen in de vooroverlegreactie van de provincie vullen wij de tekst van de omgevingsvisie aan, met name ten aanzien van duurzaamheid en circulariteit conform Cittaslow en de Sustainable Development Goals. 17. Tennet Binnen de gemeente bevinden zich diverse hoogspanningsverbindingen die deel uitmaken van het landelijk hoogspanningsnet. Tennet is de wettelijk aangewezen beheerder van het landelijk hoogspanningswet. Zij is daarmee verantwoordelijk voor een ongestoorde werking van dit net en daarmee de levering van elektriciteit.

Het is van belang dat deze vitale infrastructuur een gepaste bescherming krijgt en houdt in ruimtelijke plannen. Daarom vraagt Tennet de gemeente om rekening te blijven houden met de aanwezigheid van deze bestaande vitale infrastructuur en eventuele doorwerkingen naar een omgevingsplan. Tennet vraagt aandacht voor enkele ontwikkelingen ter plaatse of in de nabijheid van bestaande verbindingen en hoogspanningsstations. a. Wind- en zonne-energie Op pagina 37 van de visie wordt gesproken over de Harnaschpolder en de mogelijke ontwikkeling van zonneparken of windenergie in het gebied. Deze ontwikkelingen kunnen van invloed zijn op de hoogspanningsverbindingen en/of hoogspanningsstations. Tennet vraagt de gemeente om haar vroegtijdig om advies te vragen in het geval van dergelijke ontwikkelingen. Antwoord Wij danken Tennet dat zij vanuit hun deskundigheid en belangen reageren op de Omgevingsvisie 1.0. De Harnaschpolder is een regionaal bedrijventerrein waar vooral kansen liggen om zonnepanelen te plaatsen op de bestaande en nieuwe bedrijfsgebouwen. De ontwikkeling van een zonnepark ligt hier niet voor de hand. Voor het plaatsen van windturbines langs de Rijksweg A4 ter hoogte van de Harnaschpolder is geen ruimte, omdat de 380 KV hoogspanningsverbinding hier bovengronds is aangelegd.

Wij zijn ons ervan bewust dat een toename van het opwekken van zon- en windenergie in ons gebied gevolgen heeft voor het elektriciteitsnet en dat vroegtijdig overleg en afstemming met Tennet nodig is. Dit geldt in bredere zin voor het opwekken van duurzame energie in relatie tot de beschikbare netcapaciteit. b. Uitbreiding Rijksweg A4 De mogelijke uitbreiding van de Rijksweg A4 wordt meerdere malen in de visie genoemd. Deze ontwikkeling kan van invloed zijn op de hoogspanningsverbindingen die direct aan deze rijksweg grenzen. Tennet verwijst naar een bijlage bij de inspraakreactie. Antwoord Het plan van Rijkswaterstaat zoals dat bij ons bekend is gaat voor het deel dat door Midden-Delfland loopt uit van het toevoegen van extra rijbanen binnen het bestaande profiel van de weg. Daarom verwachten wij niet dat deze verandering van de weg gevolgen heeft voor de aangrenzende hoogspanningsverbindingen in onze gemeente. c. Omgevingsplan / toekomstige ontwikkelingen Tennet vraagt samen op te trekken bij toekomstige trajecten waarbij de hoogspanningsverbindingen en / of de hoogspanningsstations een rol gaan spelen. Ook wil Tennet de gemeente graag ondersteunen bij een verdere uitwerking van het gemeentelijke Omgevingsplan met het oog op de juiste borging van de ‘assets’ van Tennet. 41

Antwoord Wij danken Tennet voor hun aanbod en blijven hen betrekken bij het vooroverleg over plannen en projecten. Op dit moment hebben wij nog geen concrete plannen voor een Omgevingsplan voor de gehele gemeente of voor een omgevingsplan voor een specifieke ontwikkeling in de nabijheid van ‘assets’ van Tennet. Als wij een Omgevingsplan opstellen, dan betrekken wij Tennet daarbij. Conclusie Deze vooroverlegreactie leidt niet tot een aanpassing van de omgevingsvisie. Wel zullen wij Tennet blijven betrekken bij ruimtelijke plannen als de Omgevingsvisie 2.0 en het Omgevingsplan. 18. GGD Haaglanden GGD Haaglanden (GGD) is verheugd over de ruime aandacht voor gezondheid en de bijdrage van de omgeving daaraan in het ontwerp van de omgevingsvisie. Het belang van een gezonde fysieke leefomgeving is expliciet opgenomen op basis van de verkenning die regionaal is uitgevoerd. Tegelijkertijd constateert de GGD dat er nog mogelijkheden zijn voor een verdere verdieping van het thema gezondheid. Dit kan vorm krijgen in de ontwikkeling van de Omgevingsvisie 2.0. De GGD wil daar graag aan bijdragen. De GGD kan deze inbreng het beste leveren als zij direct vanaf het begin bij dit proces betrokken is. Dat geldt ook voor de verdere uitwerking van de omgevingsvisie in het omgevingsplan en eventuele omgevingsprogramma’s.

In dat kader noemt de GGD meerdere aandachtspunten vanuit gezondheidsperspectief. Antwoord Wij danken de GGD voor hun positieve reactie, die mede door de goede regionale samenwerking tot stand is gekomen. Een gezonde fysieke leefomgeving is van belang voor de leefkwaliteit van inwoners en daarom voor ons een belangrijk thema. Het maakt deel uit van de maatschappelijke doelen van artikel 1.3 Omgevingswet. Daarnaast dragen wij met het beschermen en in stand houden van het agrarisch landschap van Midden-Delfland niet alleen bij aan een gezonde fysieke leefomgeving van onze eigen inwoners, maar ook van de inwoners van het aan dit landschap grenzende stedelijke gebied. De regionale verkenning is daarmee een belangrijke bouwsteen voor onze omgevingsvisie geweest. Wij zien de positieve reactie van de GGD als bevestiging dat wij in onze omgevingsvisie op dit moment voldoende aandacht hebben voor dit belangrijke thema. Wij onderschrijven het advies van de GGD dat een verdere verdieping van dit thema in de omgevingsvisie 2.0 mogelijk is. Uiteraard betrekken wij de GGD vroegtijdig bij de voorbereiding van de omgevingsvisie 2.0 en de vertaling daarvan in het omgevingsplan voor ons gehele grondgebied en eventuele omgevingsprogramma’s.

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=66deec19-4a6e-451c-9328-df9ca6ce7f9a