CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 Water- en rioleringsprogramma 2024-2030 definitief

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 2024-203023.558 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

4.2.3.1 Duurzaamheid Het beheer- en onderhoudsaspect wordt nadrukkelijk vanaf de ontwerpfase betrokken en zal onderdeel uitmaken van de afwegingen die hierin plaatsvinden. Er wordt niet automatisch gekozen voor de goedkoopste oplossing, maar wel voor de beste en meest duurzame over de gehele levenscyclus. Hierbij kan gedacht worden aan: 

Daar waar mogelijk en beschikbaar grondstoffen en materialen gebruiken die circulair zijn of het milieu zo min mogelijk belasten; Bij het uitvoeren en realiseren van werken zal de gemeente inzetten op het zo min mogelijk belasten van het milieu bij het kiezen van materialen, het gebruik van machines en de manier van beheer, onderhoud en vervanging aan het eind van de levensduur; Als energie voor het functioneren van het systeem noodzakelijk is, inzetten op het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen.

4.2.4

Doel ‘Kwaliteit tegen maatschappelijk aanvaardbare kosten’

4.2.4.1 Wettelijke en bovenwettelijke taken De gemeente houdt zich bezig met de wettelijke taken die haar zijn toegedeeld door de wetgever en, waar van toepassing, het bovenwettelijke beleid dat de gemeente heeft vastgesteld. Bovenwettelijke taken, bijvoorbeeld taken die door de wetgever aan andere overheden of aan private partijen toegedeeld zijn, worden in principe niet door de gemeente overgenomen. Dit neemt niet weg dat de gemeente – in het kader van samenwerken aan water – openstaat voor kansrijke ontwikkelingen en voor het leveren van input aan water gerelateerde onderzoeken en/of opgaven: bijvoorbeeld de Watersysteemanalyse of het aanpakken van waterkwaliteitsproblemen. Per situatie zal worden vastgesteld welke invulling van de samenwerking het meest doelmatig is. Verantwoordelijkheden zijn verdeeld, samen komen we verder.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

17

4.2.4.2 Betaalbare waterketen De gemeente blijft werken aan ‘minder meerkosten’ zoals zowel verwoord in het Bestuursakkoord Water (BAW) uit 2018 als in de daarop gebaseerde Bestuurlijke overeenkomst NAD uit 2020. De gemeentelijke watertaken worden efficiënt uitgevoerd met een optimale balans tussen maatschappelijke kosten en acceptabele risico’s. Dat houdt in dat er niet meer gestreefd wordt naar het voorkomen van disfunctioneren, maar naar het binnen de vastgestelde kaders houden van disfunctioneren. Dit houdt ook in dat niet alles langs één meetlat wordt gehouden en anderzijds dat niet van elke situatie maatwerk wordt gemaakt. De kosten van het klimaatbestendig maken (investeringen in aanleg) van wijken, worden gereduceerd door zoveel mogelijk mee te koppelen bij reguliere werkzaamheden. Daarom wordt slim omgegaan met de prioritering van de maatregelen in een wijkgerichte integrale afweging. Wanneer er sprake is van een gedeelde verantwoordelijkheid wordt optimaal gebruik gemaakt van subsidieregelingen of van de mogelijkheden om kosten te delen met stakeholders zoals het Hoogheemraadschap van Delfland, de Provincie Zuid-Holland of het Rijk.

4.2.4.3 Beheer van de waterketen Het beheer van de waterketen is doelmatig om zo optimaal mogelijk én binnen de gemeentelijke invloedssfeer het functioneren van het inzamelsysteem, het transportsysteem en de zuivering te waarborgen. Deze doelmatigheid wordt gerealiseerd binnen de gemeentelijke wettelijke zorgplichttaken en vastgestelde beleidstaken. Het beheerproces wordt verder gemoderniseerd waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de (informatie) technologie geeft. Voor beheerbeslissingen en- acties wordt steeds meer input geleverd op basis van data(analyse), waardoor de beheerspecialisten in hun werkzaamheden ondersteund worden bij de integrale afweging op nut en noodzaak (risico-gestuurd beheer).

4.2.4.4 Actief burgerschap en samenhangend optreden overheid Van de gemeente mag verwacht worden dat zij bij de invulling van haar taken op het gebied van het stedelijk water, handelt vanuit een brede maatschappelijke afweging. Samenwerking tussen verschillende afdelingen binnen de gemeente en met buurgemeenten en het Hoogheemraadschap is hierbij vanzelfsprekend. De gemeente handelt hierbij eenduidig en transparant en is goed toegankelijk voor inwoners en bedrijven. Tegelijkertijd kan een gemeente niet alléén de negatieve gevolgen van klimaatverandering voorkomen. Ook inwoners, woningcorporaties, (agrarische) bedrijven, terreinbeheerders en maatschappelijke organisaties hebben een rol bij het nemen van maatregelen. De gemeente stimuleert om die reden betrokkenheid van inwoners en bedrijven door deelname in gebiedsprocessen en het ondersteunen van initiatieven.

4.2.4.5 Communicatie In een groot deel van de gemeente zijn particulieren en bedrijven eigenaar van de grond. Particulieren hebben een eigen verantwoordelijkheid wanneer het gaat om goed rioolgebruik en klimaatadaptief inrichten. De gemeente gaat, door te informeren, stimuleren, faciliteren en alleen als dat nodig is, ook door verplichten, ervoor zorgen dat men maatregelen op eigen terrein neemt. De gemeente geeft de informatievoorziening en communicatie naar inwoners en bedrijven vorm, om dit verantwoordelijkheidsbesef en -handelen te bevorderen en om intrinsieke maatschappelijke betrokkenheid te creëren. 10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

18

Voorlichting over goed rioolgebruik wordt periodiek gegeven. Aan al bestaande stimuleringsmaatregelen voor vergroening en klimaatmaatregelen wordt periodiek extra aandacht gegeven. Op basis van de voortgang wordt steeds bepaald of meer stimuleringsmaatregelen nodig zijn.

4.2.4.6 Samenwerken in de waterketen De waterketen en het oppervlaktewatersysteem krijgen te maken met grote klimaatopgaven, vervangingsen renovatie investeringen en opgaven voor waterkwaliteit die niemand meer alleen kan oplossen. Wanneer de samenwerking in de keten wordt versterkt, kunnen maatschappelijke gelden zo doelmatig mogelijk worden ingezet, terwijl de kwaliteit gelijk blijft of zelfs beter wordt en ook de kwetsbaarheid in de keten vermindert. In elke regio geven de betrokken partijen zelf vorm aan deze samenwerking in de regionale waterketen en rond het oppervlaktewatersysteem. De waterketen die bestaat uit drinkwaterwinning- en zuivering, drinkwatertransportstelsel, distributienet, riolering, afvalwatertransportstelsel en rioolwaterzuivering, is in de regio Delfland in 2050 circulair. Dit houdt in dat het gezuiverde afvalwater weer geschikt is als grondstof voor andere vormen van watergebruik. De waterketen is daarmee een deelsysteem in de waterkringloop en draag zoveel als dat binnen de gemeentelijke invloedsfeer mogelijk is, bij aan deze ambitie. Samenwerking vindt plaats op verschillende niveaus. Op strategisch niveau vindt dit plaats in het samenwerkingsverband NAD (Netwerk wAterketen Delfland). De gemeente Midden-Delfland volgt deze ontwikkelingen in het samenwerkingsverband, maar speelt hierin geen actieve of kartrekkersrol.

Op tactisch niveau vindt samenwerking plaats met direct omliggende gemeenten, maar ook met woningbouwverenigingen e.d.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

19

5

Hoe gaan we er komen (uitwerking strategie)

In de vorige hoofdstukken zijn de huidige en gewenste situatie beschreven en is de afgelopen planperiode geëvalueerd. Daaruit blijkt dat onze gemeente al veel goed doen, maar dat er ook nog wel wat uitdagingen zijn voor de toekomst. Dit hoofdstuk geeft een uitwerking van de strategie waarop de gemeente de uit te voeren activiteiten baseert, die moeten leiden tot het behalen van onze doelstellingen. Het bevat het beleid voor omgaan met afvalwater, hemelwater en grondwater.

5.1

Afvalwater

Volksgezondheid is de belangrijkste reden voor het aanleggen van de riolering. Door het inzamelen en transporteren van (stedelijk) afvalwater, wordt contact met rioolwater zo veel mogelijk voorkomen. Dit draagt in grote mate bij aan een gezonde, veilige en comfortabele leefomgeving. Ook het hoogheemraadschap draagt bij aan deze doelen door het ontvangen, transporteren en zuiveren van het afvalwater. De verantwoordelijkheid voor de zorgplicht voor inzameling van het (stedelijk) afvalwater ligt volledig bij de gemeente. De gemeente heeft een resultaatsverplichting om het geproduceerde afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een overnamepunt (hoofdrioolgemaal). De ontvangst en zuivering van het door de gemeente ingezamelde (stedelijke) afvalwater vanaf het overnamepunt is vervolgens de taak van het Hoogheemraadschap van Delfland.

5.1.1

Wijze van inzameling

Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een voorziening. In het stedelijk gebied zijn panden aangesloten op het vrijvervalstelsel. Bij incidentele nieuwbouw in de bouwde kom, zorgt de gemeente voor een aansluiting tot aan de perceelgrens op het rioleringssysteem als deze nog niet aanwezig is. De kosten hiervan komen voor rekening van de perceeleigenaar. Hiervoor geldt een minimaal vast bedrag. Indien de werkelijke kosten hoger zijn dan dit minimale vaste bedrag, dan worden de werkelijke kosten doorberekend. Bij kleinschalige nieuwbouw in bestaand gebied (inbreiding en transitie) wordt het huishoudelijke en bedrijfsmatige afvalwater zoveel mogelijk afzonderlijk van hemel- en grondwater ingezameld en afgevoerd naar een zuivering. De eigenaar is wel verplicht om gescheiden aan te bieden conform Bouwbesluit. De gemeente streeft er naar schoon hemelwater zoveel mogelijk lokaal vast te houden en terug te brengen in het milieu (zijnde de bodem of het oppervlaktewater). Bij grootschalige nieuwbouw wordt een nieuw vrijverval rioolstelsel aangelegd, die wordt gefinancierd uit de exploitatie van deze nieuwbouwwijk. Hierbij wordt het afvalwater gescheiden afgevoerd van het hemelwater. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater hoofdzakelijk ingezameld met drukriolering.

Waar dit niet mogelijk of niet doelmatig is, dient het huishoudelijk afvalwater te worden verwerkt met een lokaal behandelingssysteem (IBA). Het afvoeren van hemelwater via het drukrioleringssysteem is niet toegestaan. De huidige drukrioleringssystemen zijn ontworpen voor alleen de afvoer van huishoudelijk afvalwater.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

20

Het zuiveringstechnische gedeelte van de IBA wordt beheerd door het Hoogheemraadschap van Delfland. De behuizing (de tanks) wordt beheerd door de gemeente. De lozer op de IBA betaalt, net als de lozers op de riolering, jaarlijks zijn riool- en waterzorgheffing. Bij incidentele nieuwbouw in het buitengebied wordt bepaald of aansluiting op het drukrioleringssysteem mogelijk en doelmatig is. Als aansluiting op het drukrioleringssysteem mogelijk is, draagt de gemeente zorg voor aanleg van drukriool en een pompunit in het openbare gebied. De kosten hiervoor worden in rekening gebracht bij de eigenaar van het perceel. Indien aansluiting op het drukrioleringssysteem niet mogelijk is, dient de eigenaar zelf zorg te dragen voor het plaatsen van een IBA. Het hoogheemraadschap geeft aanwijzingen over welke type IBA minimaal geïnstalleerd dient te worden. Warmte-koude opslag Een nieuwe ontwikkeling is het toepassen van warmte-koude opslag in de bodem voor het verwarmen of koelen van gebouwen. De warmte-koude opslaginstallaties moeten regelmatig gespoeld worden. Dit spoelwater mag niet zonder meer geloosd worden op oppervlaktewater of de riolering (extra belasting en andere samenstelling van het afvalwater). Samen met het hoogheemraadschap zoekt de gemeente naar de beste oplossing voor het lozen van dit water. Dit kan leiden tot eisen die aan een lozing wordt gesteld.

5.1.2

Lozingen vanuit gemeentelijke stelsels

In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd. De gemeente behoudt daarbij wel een eigen verantwoordelijkheid voor het voorkomen van nadelige gevolgen van de lozingen (inspanningsverplichting vanuit de Kaderrichtlijn Water). Een volledig overzicht van de lozingspunten van de gemeentelijke stelsels is opgenomen in bijlage 2.

5.1.3

Beheer, renovatie en vervanging

Risicoafweging bij beheer, renovatie en vervanging Ten behoeve van de instandhouding van de aanwezige rioleringsvoorzieningen maakt de gemeente een afweging tussen beheermaatregelen, renovatie en vervanging. Daarbij weegt de gemeente de risico’s af ten aanzien van de onderstaande niveaus: 

Het object: de technische staat van de rioolbuis;

Het systeem: het hydraulisch functioneren van het rioolsysteem;

De omgeving: de beoogde kwaliteit, de maatschappelijke kosten en baten van de maatregel.

De huidige situatie wordt op de bovenstaande niveaus beoordeeld op kans van falen en de ernst van de gevolgen daarvan. De keuze voor de te treffen maatregel hangt daarbij mede af van de oorzaak voor een eventueel falen (bijv. het gebruik van andere materialen bij aansluitpunten van persleidingen op de vrijvervalriolering). In dit Wrp introduceert de gemeente het toewerken naar een meer risico-gestuurde benadering op basis van de bovengenoemde criteria voor zowel investeringen als beheer. Binnen het NAD is de globale ambitie op het gebied van risicomanagement in de rioleringszorg de afgelopen planperiode uitgewerkt. Per gemeente zal dit nader uitgewerkt worden. Ook zal het NAD het gezamenlijk onderhoud van het transportsysteem en gezamenlijk oppakken van storingen verder onderzoeken. Strategie voor de vrijvevalriolering Rioolvervanging leent zich vooral voor een buurtgerichte aanpak, zodat de investeringskosten per strekkende meter lager zijn door schaalvoordeel. 10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

21

Relinen of vervangen In plaats van het vervangen van een aangetast (betonnen)riool kan in bepaalde situaties een rioolbuis ook worden voorzien van een nieuwe kunststofbekleding aan de binnenzijde van de buis. Deze techniek wordt relinen genoemd. Gezien het potentiële kostenvoordeel van relinen voor de ontwikkeling van de riool- en waterzorgheffing, heeft de gemeente in de afgelopen jaren deze techniek toegepast en daarmee een kostenbesparing gerealiseerd. De gemeente blijft deze techniek inzetten, waar mogelijk.

Relinen wordt vooral ingezet om de risico’s op instorten te verminderen. In het algemeen blijkt uit landelijke onderzoek van Stichting RIONED, dat veel gemeenten 2 instortingen per jaar acceptabel vinden. Ten behoeve van dit onderzoek meldt de gemeente elke instorting aan RIONED via de site. Relinen is meer een oplossing om voor geïsoleerde leidingen met veel schades de levensduur te verlengen. Incidentele schades worden met een deelreparatie verholpen om instortingen voor te zijn. In Midden-Delfland hebben er in de afgelopen 15 jaar geen instortingen plaatsgevonden.

5.1.4

Reiniging & inspectie

Inspectie Ieder jaar bepaald de gemeente welke riolen geïnspecteerd moeten worden en dit wordt vastgelegd in het operationeel programma. Dit wordt bepaald op basis van de leeftijd van de riolering, de resultaten uit de voorgaande inspectierondes, geplande werkzaamheden aan de wegen en vitale punten in het rioolstelsel. Vitale punten in het rioolstelsel betreffen locaties waar het bezwijken en/of falen van de riolering een grote impact heeft op het totale systeem functioneren en/of op de omgeving. Als ingrijpen nog niet noodzakelijk is, wordt de situatie intensiever gemonitord door regelmatiger (jaarlijks) te inspecteren. De inspectieresultaten worden beoordeeld waarbij de tabel met waarschuwings- en ingrijpmaatstaven per toestandsaspect wordt gebruikt, die in bijlage 6 is weergegeven, en de theoretische systematiek KIC-HKF. Op basis van de inspecties uit het verleden is geconstateerd, dat de meest relevante faalmechanismen in de vrijverval riolering biochemische aantasting en zwetende naden zijn. Hieraan zal bij toekomstige inspecties veel aandacht worden besteed. Direct na de uitvoering van rioleringswerkzaamheden wordt een opleveringsinspectie uitgevoerd. Door middel van de opleveringsinspectie wordt de begintoestand van de riolering vastgelegd.

Als uit de opleveringsinspectie blijkt, dat er cruciale gebreken in de riolering aanwezig zijn, die de te verwachten leeftijd van de riolering ernstig kunnen beperken, dan dienen deze gebreken gerepareerd te worden door de aannemer. Bij bestaande riolering of nieuw aangelegde voorzieningen die in beheer worden overgenomen door de gemeente, wordt eerst een opleveringsinspectie uitgevoerd om de toestand van de riolering vast te leggen. Reiniging In de loop van de tijd kan de riolering vervuild raken, doordat vaste stoffen in het rioolwater bezinken. Deze vervuiling kan ervoor zorgen dat afvoercapaciteit van de riolering afneemt en daarmee de kans op (water)overlast toeneemt. Om deze kans op (water)overlast niet te veel te laten toenemen, dient de riolering regelmatig gereinigd te worden. Ieder jaar bepaald de gemeente welke riolen gereinigd moeten worden en dit wordt vastgelegd in het operationele plan. Dit wordt bepaald op basis van ervaringen uit het verleden. Riolen waarvan bekend is dat deze snel vervuilen, worden frequenter gereinigd dan andere riolen. 10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

22

Voorafgaand aan de uitvoering van een inspectie van de riolering wordt de riolering gereinigd. Kolken bevatten een zandvang, die ervoor zorgt dat vuil dat meegevoerd wordt vanaf de straat niet in het riool komt. Om te voorkomen dat de kolk verstopt raakt met het vuil dat wordt afgevangen, dienen de kolken regelmatig leeggezogen te worden. De frequentie waarmee de kolken gereinigd worden, hangt af van de mate van vervuiling. Op basis van praktijkervaring wordt, totdat er een meer risico gestuurde aanpak is ontwikkeld, per gebied de benodigde frequentie bepaald. De gehanteerde reinigingsfrequenties zijn weergegeven in de onderstaande tabel: Tabel 5-1 Reinigingsfrequenties

Activiteit Schoonspuiten gemalen Kolken zuigen Reiniging infiltratieriolen Hogedruk reiniging riolen Dwa Hogedruk reiniging riolen Hwa

Reinigingsfrequentie 3x per jaar 2x per jaar 1x per 10 jaar 1x per 10 jaar 1x per 10 jaar

Om bovenstaande reinigingsfrequenties te handhaven is het belangrijk de straten voldoende te vegen en op het juiste moment bladeren te ruimen. Vuil van de straat komt tenslotte met afstromend regenwater terecht in de kolken en bij een volle zandvang heeft straatvuil de kans om in de rioolbuis te geraken. Bladeren van de bomen vergroten de kans op verstoppingen van kolken en rioolbuizen. Reiniging drukriolering In het buitengebied wordt het afvalwater via kleine persleidingen afgevoerd. Om te voorkomen dat de afvoercapaciteit van deze relatief kleine leidingen afneemt, moet een persleiding periodiek met een foampig ontdaan worden van vuil-aangroei aan de binnenkant van de leidingwand. De foampig is een kunststof prop die door de leiding wordt gestuwd. In deze planperiode wordt hiervoor een onderhoudsstrategie opgesteld. Reiniging drainage Voor een goede werking van nieuw aangelegde drainagebuizen worden deze voor de definitieve oplevering nog een keer doorgespoten zodat de buis goed schoon is. Ook kan zo worden gecontroleerd of de buis goed is aangelegd. In deze planperiode wordt een onderhoudsstrategie opgesteld om ook tijdens het gebruik het functioneren van de drainage te blijven borgen. Rioolgemalen De rioolgemalen zijn een cruciaal onderdeel bij het transport van afvalwater.

Storing aan een gemaal is niet eenvoudig te voorspellen maar kan, door overstortingen van afvalwater, wel grote milieugevolgen hebben voor de omgeving. Het voorkomen van storingen is dus erg belangrijk. Voor alle gemalen zijn daarom onderhoudscontracten afgesloten, zodat jaarlijks inspectie en preventief onderhoud is gewaarborgd. Daarnaast zijn alle gemalen voorzien van een gemaalcomputer en via telemetrie aangesloten op de hoofdpost. Via deze hoofdpost wordt de werking van de gemalen op ieder moment gecontroleerd. Ook een storing (bijvoorbeeld pompuitval) komt via de hoofdpost binnen waarna automatisch de storingsdienst wordt gewaarschuwd. Op deze manier is de bedrijfszekerheid gewaarborgd en worden calamiteiten, zoals lozingsproblemen en overstorten van rioolwater op het oppervlaktewater voorkomen.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

23

Het beheer van de hoofdpost en de dagelijkse controle of de gemalen nog naar behoren functioneren wordt uitbesteed aan een derde partij, omdat binnen de eigen gemeentelijke organisatie hiervoor onvoldoende tijd beschikbaar is. Hierbij behoudt de gemeente wel de mogelijkheid om de hoofdpost te benaderen. Drukriolering Het buitengebied van Midden-Delfland is veelal voorzien van drukriolering. De gemeente beheert 440 pompunits. Jaarlijks worden gemiddeld circa 25 pompen vervangen (levensduur gemiddeld ca. 15 jaar). Gemiddeld 1 keer per 3 jaar krijgt een pompunit groot preventief onderhoud. Klein preventief onderhoud vindt jaarlijks plaats. Het onderhoud (wanneer en wat is vervangen, storingen, etc.) wordt in een digitaal logboeksysteem bijgehouden.

5.1.5

Meten & monitoren

Binnen het project ‘Samen meten en monitoren’ werkt de gemeente in NAD-verband aan een gezamenlijke aanpak voor meten en monitoren. Deze aanpak bestaat op hoofdlijnen uit twee sporen: een technisch spoor en een procesmatig spoor. Technisch spoor De technische monitoring is gericht op de verzameling, verwerking en analyse van systeem gegevens. Dit bestaat o.a. uit: 

Monitoren van de toestand van het systeem;

Monitoren van het functioneren van het rioolsysteem.

Procesmatig spoor Een ander deel van de monitoring richt zich op de voortgang van de gestelde samenwerkingsdoelen voor kwaliteit, kwetsbaarheid en kosten. 

Het NAD monitort de gestelde doelmatigheidswinsten aan de hand van de lokale lasten afgezet tegen de prognose van de riool- en zuiveringsheffing. Hiermee worden de effecten van de samenwerking voor de burger/belastingbetaler direct zichtbaar gemaakt; Daarnaast monitort het NAD de ontwikkeling van de kwetsbaarheid aan de hand van een jaarlijkse vragenlijst over hoe de kwetsbaarheid in de eigen organisatie wordt ervaren.

Hoe wordt te werk gegaan? In het kader van het (gezamenlijk) meten en monitoren wordt eerst het doel van de meting bepaald, de gegevens die nodig zijn, de meetnauwkeurigheden die daarbij horen en de benodigde informatie die uit de metingen kunnen worden gehaald. Aan de hand daarvan wordt een gebied dekkend of locatie specifiek meetplan opgesteld, gerealiseerd en onderhouden. Foutaansluitingen Foutaansluitingen kunnen leiden tot zowel waterkwaliteitsknelpunten in het watersysteem (lozing van vuilwater op hemelwaterriool) als hydraulische knelpunten in de riolering of op de afvalwaterzuivering (lozing van hemelwater op vuilwaterriool). Meetnet riolering De gemeente beschikt al sinds 2015 over een goed functionerend rioleringsmeetnet. De meetdata zijn gebruikt om te toetsen in hoeverre het theoretische rioleringsmodel afwijkt van de praktijk.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

24

Uit deze toetsing kwam naar voren dat het model de waterstanden in de riolering overschat ten opzichte van de praktijk. Verder blijkt uit analyse van de afvoervolumes van de hoofdrioolgemalen dat er sprake is van een significante hoeveelheid rioolvreemd water. Mogelijke bronnen kunnen zijn: 

Instromend oppervlaktewater via overstorten;

Grondwater.

De gemeente gaat in de komende planperiode nader uitzoeken waar dit rioolvreemd water vandaan komt en gaat bepalen wat mogelijke maatregelen zijn om dit rioolvreemd water te verminderen. Vermindering van de hoeveelheid rioolvreemd water voorkomt dat de rioolgemalen meer water moeten verpompen dan nodig is en daarmee kan op energiekosten en onderhoudskosten worden bespaard.

5.1.6

Gegevensbeheer

De gemeente beschikt over een rioolbeheerdatasysteem, waarin de gegevens van alle rioleringsobjecten zijn opgeslagen. Uiterlijk binnen drie maanden nadat de werkzaamheden aan de riolering zijn uitgevoerd, worden de revisies in dit rioolbeheerdatasysteem bijgewerkt. Hiermee voldoet de gemeente aan de wettelijk eisen (WIBON) die hieraan worden gesteld. Maandelijks wordt een update verzonden naar de dienst KLIC (Kabels en Leidingen Informatie Centrum) van het Kadaster. De afgelopen planperiode is tijdens werkzaamheden aan de riolering geconstateerd, dat de data in het rioolbeheerdatasysteem niet volledig of correct is. Daar waar dit geconstateerd is, worden de juiste gegevens verzameld en verwerkt in het systeem. In het kader van gestandaardiseerd gegevensbeheer en uniforme gegevensuitwisseling werkt de gemeente volgens het GWSW (gegevens woordenboek stedelijk water). Binnen het NAD wordt toegewerkt naar een gezamenlijk gegevensbeheer.

5.1.7

Controle & handhaving

Controle en handhaving is tweerichtingsverkeer. Het betekent enerzijds ‘in control’ zijn door tijdig op de hoogte te zijn van nieuwe ontwikkelingen, prognoses daarop af te stemmen en met de systemen tijdig op deze prognoses te kunnen anticiperen. Anderzijds betreft dit zowel het toezien en handhaven op de geplande bouw (zijn de ontwikkelingen volgens de prognoses) als het handhaven op de lozingen gedurende de gebruiksfase. Nieuwe aansluitingen De gemeente beschikt over een aansluitverordening, waarin staat wanneer en hoe een perceel wordt aangesloten op de riolering. De perceeleigenaar is verplicht om het afvalwater, hemelwater en grondwater gescheiden aan te leveren. De gemeente ziet erop toe, dat perceelaansluitingen op de juiste wijze worden aangesloten op de riolering om foutieve aansluitingen te voorkomen. Veel andere gemeenten beschikken ook over een hemelwaterverordening. De gemeente Midden-Delfland beschikt hier niet over. In de planperiode wordt het nut en de noodzaak van een dergelijke hemelwaterverordening onderzocht. Mocht dit nuttig of noodzakelijk zijn, dan zal vervolgens een hemelwaterverordening worden opgesteld. Naleving lozingsvergunningen De afdeling ‘Beheer openbare ruimte’ van de gemeente is bevoegd gezag voor (handhaving op) lozingen op de riolering en op de bodem.

De taken vanuit de Waterwet ten aanzien van het toezicht op de indirecte lozingen zijn in 2013 door gemeente en provincie overgedragen aan de Omgevingsdienst Haaglanden.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

25

Foutieve aansluitingen In het buitengebied is op sommige locaties sprake van foutieve aansluitingen, waarbij overtollig hemelwater wordt afgevoerd via het drukrioleringssysteem. Het drukrioleringssysteem is ontworpen op de afvoer van alleen huishoudelijk afvalwater. Deze foutieve aansluiten kunnen bij hevige neerslag zorgen voor (water)overlast. Daarnaast ontregelen deze foutieve aansluitingen het functioneren van het drukrioleringssysteem. In de afgelopen jaren zijn de grootste knelpunten opgelost. Voor de nog resterende foutieve aansluitingen zal de perceeleigenaar worden gevraagd deze foutieve aansluiting te verwijderen. Als de perceeleigenaar hier geen gehoor aan geeft, zal de gemeente handhavend gaan optreden. Dit is van toepassing voor situaties na 2012 (aanpassing Bouwbesluit). Als de gemeente besluit om een hemelwaterverordening op te stellen, kan het ook gaan gelden voor situaties van vóór 2012, waarbij een overgangssituatie wordt opgenomen.

5.1.8

Meldingen & klachten

Meldingen en klachten zijn de thermometer om te toetsen of het werk goed wordt uitgevoerd. Daarom is het belangrijk dat zorgvuldig en accuraat met klachten en meldingen wordt omgaan. Zeker wanneer die een structureel karakter krijgen. Alle klachten en meldingen van burgers en bedrijven komen binnen bij het Klant Contact Centrum (KCC). Het KCC registreert de klachten en meldingen digitaal in het meldingssysteem en zorgt ervoor dat de klacht of melding bij de juiste afdeling/persoon binnen de gemeente terecht komt voor verdere afhandeling. Het KCC werkt naar tevredenheid van de gemeente. Meldingen van (mini)gemalen worden via de hoofdpost gemalen geregistreerd. Voor de situatie waarin een incident wordt gemeld bij het KCC, beschikt de gemeente over een incidentenplan. Hierin staat beschreven welke procedure gevolgd moet worden om het incident zo snel als mogelijk op te lossen. Regelmatig actualiseert de gemeente dit incidentenplan. De laatste keer is in 2023 geweest. In bijlage 7 is dit incidentenplan toegevoegd. Om te bepalen hoe de burgers de dienstverlening van de gemeente ervaren, wordt door de gemeente regelmatig een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd, wordt een bewonersoverleg georganiseerd, worden de meldingen die binnenkomen via het KCC geanalyseerd en worden bezwaarschriften tegen de riool- en waterzorgheffing geanalyseerd.

De gemeente streeft de komende planperiode naar het opzetten van een systeem voor meldingen dat bijdraagt aan een meer effectgerichte manier van werken. Binnen het NAD zal dit samen met andere deelnemers in gezamenlijkheid worden opgepakt.

5.1.9

Communicatie en participatie

Project gerelateerde communicatie Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. Als onderdeel van de voorbereiding van projecten vindt afstemming met andere overheidsdiensten (binnen en buiten de gemeente) plaats. Daarnaast wordt voorafgaand aan de uitvoering van projecten bepaald in welke mate en op welke wijze de burger wordt geïnformeerd en waar relevant de burger nader wordt betrokken. Voorlichting goed gebruik van de riolering De gemeente sluit aan bij landelijke voorlichtingscampagnes gericht op een juist gebruik van de riolering. Daarnaast plaatst de gemeente geregeld artikelen in het regionale weekblad over rioleringszaken. Ook verstrekt de gemeente algemene- en projectgebonden informatie over de riolering en het oppervlaktewater via de gemeentelijke website.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

26

Voornoemde wordt uitgewerkt in een communicatie- en participatieplan.

5.2

Hemelwater

De gemeente draagt als eigenaar en beheerder van het rioleringssysteem zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in het openbare gebied. Op particulier terrein is primair de eigenaar verantwoordelijk voor de afvoer van hemelwater naar het oppervlaktewater of de bodem. Wanneer dit redelijkerwijs van de eigenaar niet kan worden verwacht heeft de gemeente een inspanningsverplichting. Het is aan de gemeente om te bepalen hoe het ingezamelde hemelwater wordt verwerkt.

5.2.1

Duurzame omgang met hemelwater

In navolging op het landelijke beleid vastgesteld in de Wet Milieubeheer (art.10. 29a), het Nationaal Bestuursakkoord Water en Waterbeheer 21e eeuw hanteren gemeenten en waterschap de volgende tritsen voor de omgang met hemelwater: Waterkwantiteit • Hergebruiken

Waterkwaliteit

•

Vasthouden

•

Schoonhouden

• •

Bergen Afvoeren

• •

Scheiden Schoonmaken

Hemelwaterverordening De gemeente beschikt niet over een hemelwaterverordening. In de planperiode wordt onderzocht wat het nut en/of de noodzaak is van het beschikken over een hemelwaterverordening voor de gemeente. Als blijkt dat een hemelwaterverordening nuttig of noodzakelijk is, zal de gemeente in de planperiode een hemelwaterverordening opstellen. Verantwoordelijkheden particulier  

Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein; Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking; In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden; In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken.

Nieuwbouw Onder nieuwbouw worden zowel uitbreidingen verstaan alsook inbreidingslocaties en renovatie-en/of herinrichting van bestaande bouw. Alle situaties zijn volgens de wet- en regelgeving omgevingsvergunning plichtig. Hierbij hanteren gemeente en Hoogheemraadschap het uitgangspunt dat zij nieuwbouw situaties onderling afstemmen volgens de systematiek van de watertoets. Dit betreft onder andere de vloerpeilen afstemmen op de hoogte van grondwaterstanden, de waterberging afstemmen op de hoeveelheid te realiseren verharding, de wijze waarop het gebied wordt gerioleerd, waterveiligheid, en drinkwaterbesparing.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

27

In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1 Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein (hergebruiken en vasthouden); 2 Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater (afkoppelen); 3 Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem óf in de riolering. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt evenals voor nieuwbouwlocaties de eis tot het realiseren van een volledig gescheiden stelsel. Hiervan wordt alleen afgeweken wanneer een gescheiden stelsel gecombineerd met het type inbreiding of bedrijf of het type transport over het terrein een risico vormt voor het oppervlaktewater of het grondwater. Het hemelwaterbeleid van Delfland gaat uit van het stand-still beginsel voor ruimtelijke ontwikkelingen. Dit betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem. Ontwikkelingen waarbij het verhard oppervlak toeneemt, zoals nieuwbouw, zorgen voor een snellere afstroming van hemelwater naar het oppervlaktewater. Dit kan leiden tot wateroverlast en moet worden gecompenseerd door extra waterberging aan te leggen.

Daarnaast vindt Delfland het belangrijk dat bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening wordt gehouden met hevigere neerslag door klimaatverandering. Om te berekenen hoeveel waterberging moet worden gerealiseerd om de effecten van nieuwbouw te compenseren kan gebruik worden gemaakt van de watersleutel. Deze rekentool houdt eveneens rekening met hevigere neerslag in de toekomst. Zie voor meer informatie Watersleutel (www.hhdelfland.nl). Bestaande openbare ruimte In bestaande situaties zal steeds een afweging gemaakt worden of het actief scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. In beginsel geldt dat de openbare ruimte en de voorzijde van daken worden afgekoppeld. Met name investeringsmomenten zoals vervangings- en renovatiewerkzaamheden zijn een logisch moment om de riolering duurzamer in te richten. Afkoppelen is voor de gemeente geen doel op zich, maar een resultaat van weloverwogen keuzes. Hierbij wordt gestreefd naar het planmatig en doelgericht afkoppelen van verharde oppervlakken, waarbij zoveel mogelijk meerwaarde wordt gecreëerd voor de omgeving (openbare ruimte, oppervlaktewater en grondwater).

In de planperiode bouwt de gemeente actief aan het verkrijgen van meer inzicht, aan het opstellen van plannen op tactisch en strategisch niveau en aan beleid om doelmatig afkoppelen (in bestaand gebied) mogelijk te maken en in te bedden in de gemeentelijke organisatie. Rust, realisme, transparant handelen, eenduidigheid en zo mogelijk uniformiteit zijn daarbij belangrijke begrippen. Voor het maken van een goede afweging kan de gemeente gebruikmaken van het “afwegingskader voor hemelwater” van de gemeente Westland en het hoogheemraadschap van Delfland, zoals opgenomen in het Convenant Klimaatadaptief bouwen in Zuid-Holland 5. In gebieden waar de voorkant van woningen wordt afgekoppeld, voert na toestemming van de eigenaar de gemeente dit uit en betaalt de kosten. De gemeente wordt hierbij niet de beheerder van deze aansluitleidingen op het perceel van de eigenaar zelf. De uitvoering vindt plaats in overleg. De risico’s worden verdeeld over gemeente en eigenaar.

5

https://www.zuid-holland.nl/publish/pages/21795/convenantklimaatadaptiefbouwen.pdf

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

28

Tegelijkertijd vindt een gebiedsaanwijzing plaats waarin de plicht tot afkoppelen geregeld is. Deze werkwijze is erop gericht de maatschappelijke investeringskosten, administratieve en handhavingskosten zo beperkt mogelijk te houden. In geval van het afkoppelen van het hemelwater ontvangen de particulieren in deze gebieden actief voorlichting over de mogelijkheden en de werking van systemen voor afkoppelen. Daarbij wordt gekeken of afkoppelen gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.

5.2.2

Hemelwateroverlast

Voorkomen wateroverlast De riolering kan veel water verwerken, water-op-straat treedt in beperkte mate op en overlast vindt incidenteel plaats en is van korte duur. Toch worden de grenzen van de capaciteit van rioolstelsels een keer bereikt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. Bij zware regenbuien kan dit leiden tot wateroverlast en vuilemissie via gemengde riooloverstorten. Het is de verwachting dat dergelijke zware buien in de toekomst vaker zullen voorkomen. Vaker zal water-opstraat komen te staan en hinder veroorzaken. Bewoners accepteren een incidenteel wateroverlast op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden. De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast als: 

Vuilwater wat op straat komt te staan of vanuit de openbare ruimte gebouwen instroomt (gezondheidsrisico); Er als gevolg van water vanuit het rioolsysteem materiële schade aan gebouwen of objecten in de openbare ruimte optreedt; Water-op-straat het verkeer op belangrijke wegen langdurig belemmert.

Er is sprake van overlast vanuit het oppervlaktewater wanneer water vanuit (binnenstedelijke) grachten of waterlopen de verkeersafwikkeling in de openbare ruimte ontwricht of gebouwen instroomt. Toetsingsnorm voor wateroverlast Veel rioolstelsels binnen de gemeente zijn ooit ontworpen op basis van een theoretische neerslag belasting. Dit betreft van oudsher een inloop van 20 mm/uur of 30 mm/uur en na 1994 een neerslag van Bui 07 of Bui 08 vanuit de Kennisbank Stedelijk Water. De hierbij gehanteerde uitgangspunten kunnen in de loopt der jaren echter zijn gewijzigd, bijvoorbeeld ten gevolge van bodemdaling of de toename van verharding, ook op particulier terrein. Ook de introductie van nieuwe berekeningsbuien waarin het huidige en het verwachte klimaat in 2050 zijn verwerkt zorgen voor een aanleiding om uitgevoerde toetsen periodiek te herhalen. Periodiek brengt de gemeente het hydraulische en milieutechnische functioneren van de stelsels in beeld. Gecombineerd met praktijkervaringen, uitkomsten uit stresstesten en risicodialogen, en een actueel inzicht in meldingen en klachten geeft dit inzicht in de aanwezige knelpuntlocaties binnen de gemeente. Daarbij bepaalt de gemeente welke risico’s zij nog acceptabel vindt en wanneer maatregelen gewenst zijn.

Op basis van de verkregen resultaten maakt de gemeente een afweging waar welke maatregelen gewenst en doelmatig zijn (in de riolering, openbare ruimte, watersysteem). De gemeente hanteert verschillende toetsingsnormen voor verschillende situaties, te weten: 

Maatgevende afvoersituatie. Voor deze situatie wordt een model doorgerekend met een toetsbui en heeft als doel om na te gaan of het ondergrondse stelsel “groot genoeg” is.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

29

Het stelsel moet de vooraf vastgestelde bui met een bekende theoretische herhalingstijd 6 kunnen verwerken, zonder dat (langdurig) water-op-straat situaties ontstaan; 

Situatie bij overbelasting. Als tweede vindt een toetsing plaats met een bui die een grotere intensiteit heeft dan de toetsbui voor de maatgevende afvoersituatie. Deze toetsing heeft als doel om te bepalen hoe het systeem functioneert bij overbelasting. De overbelasting zal veelal leiden tot water-op-straat. Met een 2D rekenmodel (officieel: een modelconcept rioleringsmodel met stroming over maaiveld of maaiveldmodel met een rioleringsmodel) kan worden bepaald hoe bij water-op-straat afstroming over het maaiveld plaatsvindt en of er risico bestaat op overlast. Dit risico kan worden verkleind door maatregelen aan het rioolstelsel te nemen, maar vooral ook door bovengrondse maatregelen; Stresstest voor extreme situaties. Door klimaatverandering neemt de kans op wateroverlast, hitte, droogte en overstromingen toe. Stortbuien en langdurige neerslag kunnen wateroverlast veroorzaken. Dat levert risico’s op voor onze economie, gezondheid en veiligheid. Om lokale en regionale kwetsbaarheden voor klimaatveranderingen in beeld te brengen worden klimaatstresstesten uitgevoerd. Daarbij wordt een systeem belast met één of meer van de zeven door STOWA en RIONED speciaal gestandaardiseerde stresstestbuien of een werkelijk gevallen bui.

Klimaat Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Het doel van het Deltaprogramma is dat Nederland in 2050 klimaatbestendig en waterrobuust moet zijn. Uitgangspunten voor gemeenten en waterschap is om te anticiperen in werkzaamheden op de verwachte klimaatverandering en risicolocaties voor wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk te voorkomen. Het klimaatbestendig handelen dient in 2020 te zijn verankerd in gemeentelijk beleid zodat steden in 2050 daadwerkelijk zoveel mogelijk klimaatbestendig kunnen zijn. Omdat water slechts één van de thema’s binnen de klimaatbestendige stad vormt zal er een integrale visie binnen de gemeente nodig zijn om echt invulling te geven aan de Deltabeslissing. Daarnaast zijn oplossingsrichtingen in de openbare ruimte onderling sterk met elkaar verweven waardoor een breed gedragen visie voor ontwerp, uitvoering en financiering van maatregelen vereist is.

Toetsingsnorm voor nieuwe stelsels Het ontwerp van nieuwe stelsels in nieuwe gebieden moet hydraulisch voldoen aan een belasting met composietbui T=2 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering zonder dat er water-op-straat situaties ontstaan (maatgevende afvoersituatie). Hierbij dient er een minimale waking van 20 cm aanwezig te zijn. Daarnaast vindt een toetsing op overbelasting plaats aan de hand van de zwaardere controlebuien composietbui T=5 scenario 2050 laag en T=10 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering. Bij een belasting met voornoemde composietbuien T=10 mag er geen water in panden worden berekend. Bij aanleg dient de ontwikkelaar te anticiperen op eventuele effecten van bodemdaling zodat het systeem ook op lange termijn in overeenstemming met de gestelde eisen blijft functioneren.

6

Kanttekening is dat deze herhalingstijd als gevolg van klimaatverandering niet exact overeenkomt met de herhalingstijd die volgt uit de STOWA regenduurlijnen.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

30

Toetsingsnorm voor bestaande stelsels Voor bestaande stelsels geldt als vertrekpunt, dat voor de maatgevende situatie getoetst wordt op Bui 08 uit de Kennisbank Stedelijk Water, waarbij water tussen de trottoirbanden mag staan. Voor toetsing op overbelasting worden Bui 09 en 10 als vertrekpunt gehanteerd, vooral om te kunnen vergelijken met eerder uitgevoerde hydraulische berekeningen van de rioolstelsels. Daarnaast kan aanvullend getoetst worden met de composietbuien T=2 scenario 2050 laag en T=5 scenario 2050 laag. Voor bestaande stelsels die tijdens de planperiode van dit Wrp zijn ontworpen, wordt getoetst op de ontwerpbuien, zoals die voor deze nieuwe stelsels zijn vastgesteld. Voor kwetsbare gebieden waarvoor het lastig is om te voldoen aan de toetsbuien (de kosten van maatregelen zijn onevenredig hoog) zal met maatwerk oplossingen de hemelwateroverlast tot een acceptabel niveau tegen acceptabele kosten worden gebracht. Toetsingsnorm voor transitiesituatie Met een transitiesituatie wordt bedoeld, dat binnen een bestaande situatie nieuwbouw plaatsvindt. De omvang van deze transitiesituatie kan klein of groot zijn. De gemeente zal per situatie vaststellen of hiervoor de toetsingnormen voor nieuwe of bestaande situatie gehanteerd moeten worden (maatwerk). Samenvatting toetsingsnormen nieuwe en bestaande stelsels Tabel 5-2: Toetsingsnormen hemelwateroverlast

Toetsingsnorm

Nieuwe stelsels

Bestaande stelsels

Maatgevende afvoer

Composietbui T=2 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering. 37,9 mm in 10 uur. Piek 6,4 mm in 5 min. Geen water op straat. Waking minimaal 20 cm.

Vertrekpunt: Bui 08 Kennisbank Stedelijk Water. Water mag tussen de trottoirbanden staan. Maatwerk voor kwetsbare gebieden

Toetsing overbelasting

Rioleringsmodel met stroming over maaiveld. Composietbui T=5 en T=10 scenario 2050 laag vanuit de Kennisbank Riolering. Geen schade of water in panden.

Rioleringsmodel met stroming over maaiveld Bui 09 en bui 10 Kennisbank riolering. Composietbui Geen schade of water in panden

Stresstest

70 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=100 voor klimaatscenario 2050). 90 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=250 voor klimaatscenario 2050). 160 mm in 2 uur blok-bui (herhalingstijd T=1000 voor klimaatscenario 2050). Uitkomsten bespreken in risicodialoog.

70 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=100 voor klimaatscenario 2050). 90 mm in 1 uur blok-bui (herhalingstijd T=250 voor klimaatscenario 2050). 160 mm in 2 uur blok-bui (herhalingstijd T=1000 voor klimaatscenario 2050). Uitkomsten bespreken in risicodialoog

5.2.3

Anticiperen op klimaatverandering

In de planperiode moet er weer een tweede ronde van de klimaatstresstest worden uitgevoerd. De eerste ronde moest uiterlijk 2019 zijn uitgevoerd. Doel hiervan is om te monitoren wat de voortgang is van de gemeente bij het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte voor 2050. Hiervoor zal gebruik worden gemaakt van de landelijke maatlat ‘Groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving’, die in maart 2023 is gelanceerd. Deze houdt in dat hevige neerslag niet leidt tot waterschade aan gebouwen, bovenen ondergrondse infrastructuur en voorzieningen. Kwetsbare en vitale functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Dit is vertaald in een landelijke norm, een decentrale norm, een richtlijn en een voorkeursvolgorde.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

31

Landelijke norm Geen waterschade tot en met een bui die eenmaal per 100 jaar voorkomt, vitale en kwetsbare functies en voorzieningen blijven beschikbaar. Decentrale norm 

Neerslag op privaat terrein verwerken op privaat terrein of daarvoor bestemde extra voorzieningen in het plangebied of binnen de watersysteemgrenzen; Ontwikkeling voorkomt afwenteling.

Richtlijn Naast de bovenstaande normen geldt als richtlijn, dat in het gebied zoveel mogelijk natuurlijke en bovengrondse afwatering is. Voorkeursvolgorde De voorkeursvolgorde voor de omgang van het overtollige hemelwater is: 1 Benutten en besparen; 2 Vasthouden en infiltreren; 3 Bergen; 4 Afvoeren. In de planperiode van dit Wrp zal de gemeente deze landelijke norm verder concretiseren naar eigen beleid. Hoe dit beleid eruit gaat zien is vooralsnog moeilijk te duiden, maar het is aannemelijk dat water in toenemende mate een ‘mede-ordenende functie’ zal krijgen in de planvorming rond de (her)inrichting van de openbare ruimte. Voor kwetsbare gebieden zal maatwerk nodig zijn. Vooruitlopend op het op te stellen beleid heeft de gemeente nu al kansen gepakt om de gemeente klimaatadaptief te maken. In dat kader zijn diverse straten voorzien van waterpasserende bestrating, groen parkeren, verlaagde bloembakken e.d. Voorbeelden hiervan zijn de Lijsterbesstraat, Anna Cabeljauwlaan en de Plantage. Ook is er een nieuwe woonwijk in Den Hoorn klimaatadaptief ingericht en zijn er volop planvoorbereidingen met nieuwe projecten. Daarnaast is de gemeente zich ervan bewust dat water als onderdeel van deze planvoorbereidingen kan worden ingezet als bron voor biodiversiteit, groen, verkoeling, plezier, ontspanning en gezondheid.

De gemeente ziet dus voldoende aanknopingspunten om samen met onder andere het Hoogheemraadschap, mee te bouwen aan een klimaatadaptieve omgeving. Communicatie over klimaatadaptatie De gemeente zet in de komende planperiode verder in op meer bewustzijn creëren over ‘water en riolering‘ onder de burgers en over de eigen verantwoordelijkheid, door middel van doelgerichte communicatie. De wijze van communiceren wordt bepaald in overleg met de afdeling communicatie van de gemeente.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

32

5.3

Grondwater

Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor het in de openbare ruimte van bebouwd gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het hoogheemraadschap behoort. Grondwaterstanden in waterkeringen behoren dus tot de verantwoordelijkheid van het hoogheemraadschap. De grondwaterstand is de resultante van een natuurlijk neerslag-afvoerproces en is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente aanspreekbaar is voor grondwaterproblemen, streeft naar maatwerk gebaseerd op specifieke kenmerken, maar niet dat zij ook aansprakelijk is. De gemeente kan conform de zorgplicht op drie manieren iets betekenen voor bewoners met grondwateroverlast: 

Door op te treden als aanspreekpunt en adviseur;

Door overtollig grondwater van bewoners in ontvangst nemen op het gemeentelijk stelsel;

Door de grondwaterstand op openbaar terrein beter te gaan beheersen. Verantwoordelijkheden grondwater Een visie op de verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar: 

Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen; De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn;

Ook het Hoogheemraadschap en de Provincie spelen (indirect) een rol op het gebied van het stedelijk grondwater; 

Het Hoogheemraadschap van Delfland verleent vergunningen voor grondwateronttrekkingen; Het Hoogheemraadschap beheert daarnaast het peil van het oppervlaktewater. Dit kan lokaal de grondwaterstanden beïnvloeden.

5.3.1

Ontwateringsdiepte bij nieuwbouw

De gemeente streeft bij nieuwbouwplannen naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel. Vanzelfsprekend is het beter om grondwaterproblemen te voorkómen dan om de ontstane overlast of onderlast te moeten beperken.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

33

Tabel 5-3 Ontwateringseisen nieuwbouw

Bestemming Woningen met kruipruimte Woningen zonder kruipruimte of met vochtdichte vloer Groenvoorzieningen Secundaire wegen en woonstraten Primaire wegen Bedrijventerreinen

Streefwaarde ontwateringsdiepte* Minimaal 0,70 m Minimaal 0,50 m Minimaal 0,50 m Minimaal 0,70 m Minimaal 0,70 m Minimaal 0,70 m

* Ontwateringsdiepte = maaiveldhoogte – gemiddeld hoogste

Voornoemde streefwaarden mogen niet structureel overschreden worden. Een ontwateringsdiepte (gemeten in het meetnet) wordt als structureel te klein gedefinieerd als deze, ten minste voor drie opeenvolgde jaren, langer dan vier opeenvolgende weken per jaar kleiner is dan de streefwaarde. Onder de voorwaarde dat het oppervlaktewater naar behoren functioneert en er meldingen zijn van grondwateroverlast. In overleg met de gemeente en het hoogheemraadschap zal aanvullend op de bovenstaande eisen getoetst worden in hoeverre voor individuele nieuwbouwlocaties geanticipeerd moet worden op: 

Effecten van eventuele bodemdaling over 20 – 50 jaar;

Effecten van klimaatverandering op grondwaterstanden.

Ten behoeve van een goede beoordeling van de lokale grondwaterhuishouding, dient de initiatiefnemer van de ontwikkeling voorafgaand aan de ontwikkeling in overleg met de gemeente, de benodigde bodemen grondwatermetingen aan te leveren. De initiatiefnemer kan zich hierbij baseren op het gemeentelijke grondwatermeetnet, maar vaak zijn ontwikkelgebied specifieke aanvullende metingen onmisbaar. Deze metingen beslaan ten minste één volledig hydrologisch jaar. Bij aanleg van ondergrondse objecten dient de initiatiefnemer de effecten op de omgeving te onderzoeken, in beeld te brengen en aan te tonen. Om te voldoen aan de ontwateringseisen zijn verschillende oplossingen denkbaar. Niet alle oplossingen zijn echter even gewenst. De initiatiefnemer dient bij het ontwerp en uitvoering de onderstaande voorkeursvolgorde aan te houden: 1 Aanleg van (extra) open water, waarbij een voorkeur geldt voor diepe greppels, omdat een goede waterkwaliteit in smalle ondiepe sloten niet haalbaar is; 2 Integraal ophogen van het gebied, binnen de grenzen van de draagkracht van de ondergrond, inclusief een risicobeoordeling op de omliggende omgeving; 3 Grondverbetering; 4 Aanpassing bouwwijze of gebruik; 5 Het toepassen van robuuste ontwateringsmiddelen (zowel particulier als openbaar), zoals drainage, en het uitvoeren van een risicobeoordeling op de omliggende bestaande bebouwing.

De initiatiefnemer onderbouwt als de voorkeursmethode niet mogelijk geacht wordt.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

34

5.3.2

Omgaan met grondwateroverlast en grondwateronderlast

De gemeente voorziet in een loketfunctie voor vragen, meldingen en/of klachten over grondwater en adviseert over waar de verantwoordelijkheid ligt (gebruiker, eigenaar, gemeente, hoogheemraadschap, derden). Vervolgens handelt de gemeente, in het geval de gemeente daar zelf een verantwoordelijkheid in heeft, de melding of klacht zorgvuldig af volgens de onderstaande stappen. 1 Beoordelen en uniform registreren van melding of klacht; 2 Beoordelen of er sprake is van structurele grondwateroverlast; 3 Indien, ja: 4 Nader (laten) onderzoeken van de situatie; 5 Doelmatigheidsafweging maken (mate van overlast, hoeveel bewoners ervaren overlast, wat zijn de mogelijkheden om overlast te verminderen); 6 Gebiedsgerichte aanpak voor het treffen van eventuele (maatwerk) maatregelen. Belangrijk is dat de gemeente een zorgvuldige afhandeling regisseert, maar daarmee niet verantwoordelijk is voor het oplossen van alle meldingen. Ook zal de particulier zijn eigen verantwoordelijkheid behouden in het onderzoeken van de situatie (bijvoorbeeld het inventariseren van overlast bij de buren). Als beheerder van de openbare ruimte streeft de gemeente naar voldoende ontwateringsdieptes die niet structureel tot overlast leiden. Gezien de historische groei van veel situaties zal dit per locatie verschillen wat als een voldoende ontwateringsdiepte wordt gezien.

Om te bepalen of grondwateroverlast structureel is, zal de gemeente de grondwaterstanden gedurende langere tijd monitoren. Zoals eerder aangegeven wordt een ontwateringsdiepte (gemeten in het meetnet) als structureel te klein gedefinieerd als deze, ten minste voor drie opeenvolgde jaren, langer dan vier opeenvolgende weken per jaar tot klachten van grondwateroverlast leidt. Onder de voorwaarde dat het oppervlaktewater naar behoren functioneert en er meldingen zijn van grondwateroverlast.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

35

Bodemdaling In de regio Delfland is bodemdaling (a.g.v. zetting, oxidatie van veen, tektoniek) op lange termijn van belang. Lokaal kan dit leiden tot maatregelen zoals bemaalde drainage, echter de verschillen tussen de NADgemeenten zijn groot.

In grote delen van Nederland daalt de bodem: De verwachte daling en stijging van het oppervlak van Nederland voor het jaar 2050 ten opzichte van de huidige situatie (bron: Rijkswaterstaat, NAM)

Bodemdaling 2016 – 2050 (bron: Bodemdalingskaart.nl)

Bodemdaling is een brede maatschappelijke uitdaging, die op regionaal niveau moet worden opgepakt. De oplossingen voor bodemdaling moeten breed worden gezocht in allerlei domeinen, waarvan water en riolering slechts een onderdeel zijn. Ook zal bodemdaling meegenomen moeten worden in de gemeentelijke strategie ten aanzien van ruimtelijke adaptatie.

Figuur 5-1: Verwachte bodemdaling 2016 – 2050 (bron: iReport Klimaatadaptatiestrategie)

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

36

Maatregelen bij structurele grondwateroverlast Zoals hiervoor beschreven beoordeelt de gemeente eerst of er sprake is van structurele overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied. Voor een zorgvuldige afhandeling zal de gemeente (mede) onderzoeken waar oplossingen voor de problemen kunnen liggen. Daarbij neemt de gemeente de volgende aspecten mee: 

of er geen andere partij (particulier, hoogheemraadschap, provincie) verantwoordelijk is voor het probleem; of de mogelijke maatregel doelmatig is en niet leidt tot nieuwe knelpunten.

Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige (maatwerk) oplossing. Inzicht in grondwatersituatie De gemeente beschikt sinds 2009 over een uitgebreid grondwatermeetnet van 27 peilbuizen waarmee de gemeente de grondwaterhuishouding monitort. Deze metingen worden gebruikt voor analyse en beoordeling van klachten. De grondwaterstanden zijn in te zien via H2gO.

5.3.3

Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging

Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen en kelders (voorlichting). De gemeente zorgt bij voorkeur voor compensatie hiervan, zodat de gewenste ontwateringsdieptes worden bereikt, maar is hiertoe niet verplicht. Voor perceelontwatering geldt dat dit niet is toegestaan in zettingsgevoelig gebied, tenzij er geen andere oplossingen zijn om structurele grondwateroverlast op te lossen.

5.3.4

Grondwateronttrekkingen

Een aandachtspunt binnen de regio Delfland vormt het afbouwen van de grondwaterwinning van 1.200 m3/uur op het terrein van DSM. Het water werd gebruikt voor de industrie. Na 2009 was dat niet meer nodig. Sinds 2016 is de gemeente Delft verantwoordelijk voor het oppompen van het grondwater. Uit een onderzoek van Deltares blijkt dat het stoppen/te snel afbouwen van de winning mogelijk grote gevolgen voor de regio kan hebben, met stijgende grondwaterstanden en schade aan woningen tot gevolg. Het oppompen van het water verstoort de natuurlijke stand van het grondwater in de omgeving. Ook daalt de bodem en kost het oppompen elk jaar veel geld. Daarom wordt ernaar gestreefd het oppompen van het grondwater te verminderen. En in de toekomst helemaal te stoppen. Als het oppompen plotseling stopt, kan het grondwater in de omgeving snel stijgen. En kan de ondergrond onregelmatig zwellen.

10 augustus 2023

WRP 2024 - 2030

BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002

37

Hierdoor kan schade ontstaan. Om de schade te voorkomen is het onttrekken van grondwater langzaam en zorgvuldig afgebouwd: 

2017: van 1.200 naar 1.080 m³ per uur;

2018: van 1.080 naar 960 m³ per uur;

2019: van 960 naar 840 m³ per uur;

2020: van 840 naar 720 m3 per uur;

2021: tussenjaar;

2022: van 720 naar 600 m3 per uur;

2023: van 600 naar 480 m3 per uur (gepland).

Hierbij zijn tot op heden geen problemen ontstaan. De gemeente Midden-Delfland ondersteunt het afbouwen van de onttrekking met een jaarlijkse financiële bijdrage. Dit is nodig voor monitoring en gebeurt met honderden peilbuizen en satellietbeelden. De gemeente Delft kan zo op tijd zien of er problemen ontstaan en bepalen of een volgende afbouwstap verantwoord is. Een afbouwstap wordt uitsluitend na instemming van de provincie Zuid-Holland uitgevoerd. Komende planperiode blijft de gemeente bijdragen aan het monitoren van de grondwaterstand en worden de mogelijke gevolgen van droogvallende fundering en de effecten daarvan onderzocht. Bronneringswater Het hoogheemraadschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het hoogheemraadschap rekening met alle belangen in de omgeving die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand, zoals bebouwing, wegen en de groenvoorziening. Ook wordt nagegaan of bodemverontreinigingen niet verplaatsen. Lozing van bronneringswater vindt bij voorkeur, in overleg met het hoogheemraadschap, plaats op het oppervlaktewater. In geval van verontreinigd grondwater kan lozing op de afvalwaterriolering acceptabel zijn (ODH vergunt dit). Voor lozing op de afvalwater- of hemelwaterriolering is ook toestemming nodig van de gemeente.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=514d7b46-428f-4644-b883-780eded1bb71