08 Water- en rioleringsprogramma 2024-2030 definitief
Tekst van het document
Warmte- en koudeopslag (WKO) Het grondwater dat vrijkomt bij de ontwikkeling van de WKO-bronnen dient bij voorkeur te worden geloosd op oppervlaktewater. Dit dient altijd te worden gedaan in overleg met het hoogheemraadschap van Delfland. Indien lozing op oppervlaktewater niet mag dan kan in overleg met de gemeente op de riolering geloosd worden. Het grondwater dat vrijkomt bij het tweejaarlijks onderhoud dient geretourneerd te worden in de bodem. Binnen het NAD wordt er een projectgroep opgezet om gezamenlijk te kijken hoe om te gaan met indirecte lozingen waaronder de WKO- lozingen. In de “Nota bevordering doelmatige werking zuiveringtechnische werken 2016” staat ook beschreven hoe met WKO-lozingen omgegaan dient te worden.
5.4
Oppervlaktewater
5.4.1
Samenwerking
Het hoogheemraadschap en de gemeente hebben ieder een duidelijke eigen verantwoordelijkheid in het waterbeheer. In de dagelijkse praktijk is het hoogheemraadschap verantwoordelijk voor het peilbeheer (het afvoeren van water en het op niveau houden van het waterpeil in de sloten) en voor beheer en onderhoud van waterkeringen en sloten. Daarbij bewaakt het hoogheemraadschap ook de (zwem)waterkwaliteit en verzorgt voor de hele regio de zuivering van het afvalwater.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
38
De gemeente draagt zorg voor de riolering, het inzamelen en afvoeren van hemelwater en verricht onderhoud aan de walkanten en oevers voor de bij haar in beheer zijnde watergangen. Voor dit Water- en rioleringsprogramma is alleen het raakvlak van riolering met oppervlaktewater van belang. Dit gaat dan om de overstorten en uitlaten van de riolering op het oppervlaktewater. De riolering mag zowel kwantitatief als kwalitatief geen negatieve impact hebben op het oppervlaktewatersysteem en moet bijdragen aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Andersom mag het oppervlaktewatersysteem de afvoer van het rioleringssysteem niet belemmeren onder de meest voorkomende neerslagsituaties.
5.4.2
Oppervlaktewater kwantiteit
De afvoercapaciteit van het oppervlaktewater en van de riolering beïnvloeden elkaar. Daarom is het noodzakelijk om ook in gezamenlijkheid naar waterkwantiteit te kijken. Waterveiligheid Veilig en beheerst water gaat ook om veilige kades in de stad. Waterkeringen horen aan bepaalde normen te voldoen, die door het Hoogheemraadschap periodiek worden getoetst. Keringen die niet voldoen worden opgehoogd of versterkt om de situatie te verbeteren, bij voorkeur in combinatie met onderhoud aan de openbare ruimte. Een voorbeeld hiervan zijn waterkeringen waarop een weg is gelegen. Maatschappelijk is het wenselijk dat het ophogen van de waterkering gelijktijdig met het onderhoud en/of de herprofilering van de weg plaatsvindt. Zo worden kosten bespaard en wordt onnodige hinder voor bewoners en bedrijven voorkomen. Voorbeelden van projecten waarin waterveiligheid een belangrijke rol speelt zijn:
De Kerkweg in Maasland (uitgevoerd in 2020);
De Kwakelweg in Maasland (gaat binnenkort in uitvoering);
De Hoornsekade in Den Hoorn (is in mei 2023 in voorbereiding).
Wateroverlast door neerslag Bij wateroverlast door neerslag is sprake van twee situaties: het gaat hierbij om overstromingen vanuit het oppervlaktewater en overlast vanuit het riool en/of afstromend regenwater. De gemeente heeft voor wateroverlast in de bebouwde omgeving een zogeheten “stresstest” uitgevoerd. Op basis van die modelberekeningen voor het huidige en toekomstig klimaat (2050) is een klimaatadaptatiestrategie opgesteld, waarbij ook droogte en hitte zijn meegenomen. De risico’s voor wateroverlast vanuit het riool en/of door afstromend regenwater zijn goed in beeld. In de komende planperiode gaat de gemeente de klimaatadaptatiestrategie verder uitwerken. Een gesloten afvalwaterketen Bij werken aan het riool of bij aanpassingen in de openbare ruimte bekijkt de gemeente of het mogelijk is de situatie verder te verbeteren. Dit zijn onder andere maatregelen zoals afkoppelen, aanleg van grotere duikers, verminderen van het aantal duikers/ruimte voor water en het realiseren van doorspoelvoorzieningen om de kwaliteit van het watersysteem duurzaam te verbeteren. Er wordt voor de gehele gemeente gestreefd naar nog doelmatiger samenwerken bij onderhoud en beheer van het water. Het NAD heeft als ambitie om een gesloten watersysteem te creëren. Het afvalwater wordt zodanig gezuiverd dat het effluent op het oppervlaktewater kan worden geloosd (Zoetwaterfabriek).
Ook is er de wens om op een duurzame manier om te gaan met hemel- en grijswater door het een dubbele functie mee te geven.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
39
Uit de integrale modelstudie van de OAS Harnaschpolder komt naar voren dat bij extreme neerslagsituaties er bij verschillende overstorten het waterpeil boven het niveau van de overstortdrempel stijgt. Dit zorgt voor terugstuwing het rioleringssysteem in en daarmee neemt de afvoercapaciteit van het rioleringssysteem af met meer kans op wateroverlast. Onderzocht dient te worden in hoeverre het model overeenkomt met het praktijk functioneren, alvorens maatregelen te gaan treffen.
5.4.3
Oppervlaktewater kwaliteit en belevingswaarde
De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder de afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater. De gemeente en het hoogheemraadschap zetten zich in voor duurzaam schoon en gezond water door het oppervlakte- en grondwater schoon te maken en te houden en een deel van de watergangen en oevers ecologisch in te richten. De gemeente heeft alleen de taak om de vuilemissie vanuit gemengde rioleringssystemen niet te laten toenemen (stand-still principe). In het afgelopen decennium heeft de gemeente al maatregelen getroffen om de vuilemissie te reduceren door aanleg van randvoorzieningen en het afkoppelen van verhard oppervlak. Het verder afkoppelen van verhard oppervlak kan de kwaliteit verder verbeteren, maar zal alleen plaatsvinden als dit doelmatig is of bijdraagt aan de doelen van de Kaderrichtlijn Water. Bij de aanleg van een gescheiden rioolstelsel wordt erop toegezien dat er geen foutieve aansluiten worden gemaakt. Voor bestaande gescheiden hemelwaterstelsels monitort de gemeente of er foutieve aansluitingen zijn (deze kunnen in de tijd ontstaan, doordat burgers in of bij de woningen een lozingstoestel op het verkeerde riool aansluiten) en treedt dan handhavend op. Schoon en gezond water In de Europese Kaderrichtlijn Water (KRW) staat dat alle lidstaten moeten voldoen aan de doelen voor chemische en ecologische waterkwaliteit.
Voor de aangewezen KRW-waterlichamen geldt een resultaatverplichting, voor de overige wateren een inspanningsverplichting. Alle overheden (Rijk, provincies, gemeenten en waterschappen) staan samen aan de lat voor het behalen van de doelstellingen uit de KRW. Ieder neemt maatregelen binnen de eigen verantwoordelijkheden en bevoegdheden. Voor alle wateren geldt: dat minimaal geen achteruitgang van de waterkwaliteit mag plaatsvinden. De komende planperiode worden de doelen en maatregelen verder uitgewerkt ten behoeve van het nieuwe Stroomgebiedsbeheerplan (SGBP3) voor de periode 2022-2027.
5.4.4
Duurzaamheid & circulariteit
Duurzaamheid en circulariteit zijn ook voor de gemeentelijke watertaken belangrijk. Op landelijk niveau zijn afspraken gemaakt in onder andere het Klimaatakkoord (49% reductie van broeikasgassen in 2030), Grondstoffenakkoord (Nederland circulair in 2050) en het Deltaprogramma ruimtelijke adaptatie (Nederland klimaatbestendig en waterrobuust in 2050).
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
40
Watercyclus sluiten Vanuit de visie van het NAD wordt gestreefd naar een gesloten watercyclus: De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kader stellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. De verwachting is dat in de toekomst steeds meer energie en grondstoffen uit het afvalwater zullen worden teruggewonnen. Voor het gebied van Delfland is daarbij zoet water ook een belangrijke grondstof. Daarnaast blijft de riolering ervoor zorgen dat de volksgezondheid, de leefomgeving en het milieu duurzaam worden veiliggesteld en beschermd. Het verbeteren van de waterkwaliteit en anticiperen op klimaatveranderingen zullen een belangrijke rol (blijven) spelen. Klimaatadaptief bouwen In 2018 heeft de gemeente het convenant Klimaatadaptief bouwen Zuid-Holland ondertekend.
Bouwbedrijven, gemeenten, de provincie, waterschappen, maatschappelijke organisaties en projectontwikkelaars gaan samen werken aan bebouwing die beter bestand is tegen weersextremen en bodemdaling. Het convenant is erop gericht om nieuwe ontwerpprincipes en standaarden te ontwikkelen, innovaties te stimuleren en meer proeflocaties mogelijk te maken. Verder wil het de ‘klassieke aanbestedingen’ ombuigen tot nieuwe manieren van financiering zoals een klimaathypotheek. In de nieuwe ontwerpprincipes worden uitgangspunten vastgelegd die leiden tot minder wateroverlast en hittestress, minder nadelige gevolgen van langdurige droogte en bodemdaling, en meer biodiversiteit. De coalitie legt deze principes vast in een ‘programma van eisen’ voor klimaatadaptief bouwen dat vanaf begin 2019 gehanteerd wordt. Verder wordt er een methode ontwikkeld waarmee kan worden bepaald of een bouwproject aan de norm voor klimaatadaptief bouwen voldoet. Komende planperiode wordt verdergegaan met het implementeren van klimaatadaptief bouwen.
Duurzaam doen Het instrumentarium van DuurzaamGWW biedt gemeenten een praktische werkwijze om duurzaamheid in GWW-projecten een plaats te geven, gebaseerd op de volgende vijf basisprincipes: 1 Vertaal de duurzaamheidsdoelen van je organisatie naar projecten en opgaves; 2 Neem duurzaamheid zo vroeg mogelijk mee, het liefste al in het integrale gebiedsontwikkeling stadium. In de planfase liggen namelijk de grootste duurzaamheidskansen. Benut kansen om samen met andere partijen duurzaamheidsdoelen te bereiken; 3 Focus per project of opgave op thema’s waar de meeste duurzaamheidswinst te behalen is; 4 Creëer ruimte voor innovaties en nieuwe duurzame oplossingen door ruimte te laten om zelf met oplossingen te komen. Zo krijgen markt en innovaties meer kansen;
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
41
5 Om duurzaamheid op uniforme wijze te toetsen, is er een set instrumenten gekozen, zodat duurzaamheid op een consistente wijze getoetst en geborgd wordt. Maak gebruik van het gezamenlijk instrumentarium zoals Omgevingswijzer, Ambitieweb, CO2-Prestatieladder en DuboCalc. Deze principes kunnen worden toegepast in projecten op het gebied van de gemeentelijke watertaken. Materiaalgebruik Ten aanzien van keuzes met betrekking tot (circulair) materiaalgebruik volgt de gemeente de pilots die landelijk en in de regio lopen. Voor materialen die voor langere tijd in de ondergrond moeten functioneren blijft ‘degelijkheid’ een hele belangrijke eigenschap. Voor de riolering is het toepassen van gerecyclede grondstoffen van belang, maar het is alleen minder opportuun om voorop te lopen met de riolering, omdat het materiaal in de grond ligt en de levensduur zo ontzettend belangrijk is. Optie is om bijvoorbeeld in andere sectoren proeven te doen en lessen te trekken over de levensduur van gerecyclede producten. Bewezen ontwikkelde producten kunnen dan worden ‘overgeheveld’ naar de rioleringssector. Duurzaamheid en circulariteit binnen de gemeente De gemeente zet in op het klimaatadaptief inrichten van straten (zoals grasbetontegels toepassen voor parkeervakken, aanleggen wadi’s, grindkoffers, etc.). Hierbij wordt zo min mogelijk kunststof wegendoek e.d.
in de grond toegepast en zoveel als mogelijk vergroend (onnodige verharding eruit). Waar mogelijk worden kolken van de wegen direct aangesloten op oppervlaktewater in plaats van het riool of wordt het hemelwater van de weg oppervlakkig via de berm afgevoerd naar de watergang.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
42
6
Wat gaan we doen (maatregelentabellen)
In dit hoofdstuk zijn de maatregelen beschreven die de gemeente treft om de doelen voor de rioleringszorg te behalen. Deze bestaan enerzijds uit de vereiste reguliere activiteiten voor de instandhouding en vervanging van de voorzieningen, anderzijds zijn er specifieke onderzoeken en beleidsmatige activiteiten die de komende periode worden opgepakt, al dan niet vanuit de samenwerkingsregio.
6.1
Investeringen
De investeringen in de planperiode bestaan uit vervangingsinvesteringen van vrijverval riolering, renovatie van gemalen en vervanging van pompinstallaties. Deze investeringen zijn benodigd om het functioneren van het systeem in stand te houden. Daar waar optimalisaties in het systeem mogelijk, zijn worden deze zoveel mogelijk gelijktijdig met de vervangingen of renovaties meegenomen. In hoofdstuk 7 “Financiën en organisatie” is een overzicht gegeven van de te verwachten investeringen voor vervanging en renovatie. Het huidige systeem functioneert goed, maar voldoet niet aan alle eisen. Volgens de eisen voor water-opstraat heeft het rioleringssysteem onvoldoende afvoercapaciteit en zijn verbeteringsinvesteringen nodig. Dit bestaat uit het vergroten van riolen en aanpassen van overstortvoorzieningen.
6.2
Beheeractiviteiten
De reguliere onderhoudsactiviteiten die de gemeente tot op heden heeft uitgevoerd worden ook in de komende planperiode voortgezet. De kosten voor deze reguliere onderhoudsactiviteiten worden bekostigd uit de exploitatie. De reguliere onderhoudsactiviteiten bestaan uit:
Het (laten) uitvoeren van inspecties en het beoordelen van de inspectieresultaten;
Het laten reinigen van de riolering, kolken en drainage;
Kleine reparaties aan de riolering;
Het oplossen van storingen aan gemalen.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
43
6.3
Onderzoek
In de planperiode 2024 – 2030 worden de volgende onderzoeken uitgevoerd:
Het doorlopen van de volgende stappen van de klimaatadaptatiestrategie. De eerste stap om de kwetsbaarheden in beeld te brengen is al uitgevoerd. De volgende stappen staan nog uit:
Het voeren van een risicodialoog;
Het opstellen van een uitvoeringsagenda;
De meekoppelkansen in beeld brengen;
Bepalen hoe klimaatadaptatie gestimuleerd en gefaciliteerd kan worden;
Het reguleren en borgen van de verschillende klimaatthema’s in het gemeentelijk beleid;
Hoe te handelen bij calamiteiten.
Bij projecten worden klimaatmaatregelen al standaard meegenomen en meegewogen. Dit wordt voortgezet. De klimaatadaptatiestrategie zal voor een verdere onderbouwing van deze klimaatmaatregelen zorgen en voor inbedding in het gemeentelijk beleid. Niet alleen op het thema wateroverlast, maar ook de meekoppelkansen op de thema’s hitte en droogte.
Het uitvoeren van de tweede ronde van de periodieke klimaatstresstest. Om de voortgang te monitoren in hoeverre de gemeente klimaatbestendiger is geworden, wordt als basis gebruik gemaakt van de landelijke maatlat groene klimaatadaptieve gebouwde omgeving. In de planperiode wordt de maatlat verder geconcretiseerd in gemeentelijk beleid. Voor kwetsbare gebieden wordt maatwerk toegepast; Het voorzetten van het meten en monitoren van de riolering en grondwaterstanden en vervolgens regelmatig analyseren van de meetdata. Een concreet onderzoek dat in de komende planperiode op basis van onder andere meetdata nader wordt uitgezocht, is onderzoek naar de bron van het rioolvreemd water dat op basis van de meetdata is vastgesteld; Het stapsgewijs verder optimaliseren en verfijnen van het Systeemoverzicht Stedelijk Water en het bijbehorende rioleringsmodel. Ook hierbij zal de meetdata worden ingezet en is een (tijdelijke) uitbreiding van het meetnet riolering benodigd; Op basis van het geoptimaliseerde rioleringsmodel bepalen welke maatregelen doelmatig zijn, om het stedelijk watersysteem aan de eisen van de gemeente te laten voldoen; Beheergegevens op orde houden/brengen:
6.4
Voldoen aan wettelijke eisen van de WIBON; In beeld brengen van niet geregistreerde voorzieningen (met name drainage) en deze verwerken in het rioolbeheerdatasysteem; Werken volgens de verplichte open standaard GWSW (Gegevens Woordenboek Stedelijk Water) volgens de pas-toe-of-leg-uit-lijst van Forum Standaardisatie.
Beleidsmatige activiteiten & planvorming
In de planperiode 2024 – 2030 worden de volgende beleidsmatige activiteiten uitgevoerd:
Opstellen van jaarlijkse operationele programma’s, inclusief een tussentijdse beknopte evaluatie van het voorgaande jaar; Het indien nodig doorvoeren van verbeteringen in de vraagstelling die door het KCC worden gesteld als er een klacht of melding over de riolering en/of het grondwater binnenkomt; Het moderniseren van het beheerproces, waarbij gebruik wordt gemaakt van de mogelijkheden die de (informatie) technologie geeft.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
44
Voor beheerbeslissingen en- acties wordt steeds meer input geleverd op basis van data(analyse), waardoor de beheerspecialisten in hun werkzaamheden ondersteund worden bij de integrale afweging op nut en noodzaak (risico-gestuurd beheer);
Het volgen van ontwikkelingen op het gebied van duurzaamheid en circulariteit en het signaleren van bewezen techniek/bewezen producten die (binnen NAD-pilot) kunnen worden toegepast; Het actief deelnemen aan voor de gemeente belangrijke (ambtelijke)werkgroepen in NAD- en OASverband; Het handhavend optreden tegen niet toegestane lozingen op het rioleringssysteem; Het voorzetten van het vormgeven van het beleid op een meer strategisch/tactisch niveau in plaats van te veel op het operationele vlak; Het opstellen van een beheerstrategie/onderhoudsstrategie voor drainage, persleidingen en hemelwatervoorzieningen (zoals wadi’s, grasbetontegels, lijngoten, etc.). Het onderzoeken van het nut en de noodzaak voor het opstellen van een hemelwaterverordening. Als dit nuttig is, dan zal in de planperiode een hemelwaterverordening worden opgesteld; Het inzetten op bevorderen van klimaatbewustzijn bij de bewoners met samenwerking met de afdeling communicatie. Wat kan de bewoner zelf doen om zijn perceel klimaatbestendiger te maken? Het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied, door lidmaatschap van de Stichting RIONED, het bezoeken van beurzen en congressen en lidmaatschap van vakliteratuur.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
45
7
Financiën en organisatie
In dit hoofdstuk zijn de benodigde middelen beschreven om invulling te geven aan de gemeentelijke zorgplichten, zoals beschreven in de voorgaande hoofdstukken. Naast het aanreiken van de algemene kaders geeft dit hoofdstuk de hoofdlijnen weer van de benodigde personele middelen en de kosten voor het uitvoeren van de taken en de vertaling hiervan in lasten voor de burger. De onderbouwing van de personele middelen is opgenomen in bijlage 8. Gedetailleerde resultaten vanuit de kostendekkingsberekening zijn opgenomen in bijlage 9.
7.1
Personele middelen
In de te verrichten taken wordt onderscheid gemaakt in:
Planvorming, onderzoek en facilitair;
Onderhoudsactiviteiten;
Voorbereiding en toezicht voor uit te voeren investeringen.
Planvorming, onderzoek en facilitair zijn nog onder te verdelen in diverse deeltaken. In onderstaande tabel zijn deze deeltaken weergegeven. Tabel 7-1: Overzicht deeltaken planvorming, onderzoek en facilitair
Planvorming
Onderzoek
Facilitair
Beleid (zoals Wrp)
Inventarisatie
Verwerken revisiegegevens
Afstemming en overleg
Inspectie/controle
Vergunningen en voorlichting gebruik
Jaarprogramma’s
Meten Functioneren (zoals OAS)
Klachtenanalyse en -verwerking
Mate van uitbesteding Van de in tabel 7-1 genoemde deeltaken wordt het opstellen van een Wrp voor 70% uitbesteed, inspectie/controle voor 50% uitbesteed en het verwerken van revisies voor 50% uitbesteed. De overige deeltaken worden door de eigen organisatie uitgevoerd. De onderhoudsactiviteiten worden ook grotendeels door de eigen organisatie uitgevoerd. Een klein deel (20%) van het onderhoud aan gemalen/mechanische riolering wordt uitbesteed. De werkzaamheden voor voorbereiding en toezicht voor het tot uitvoering brengen van maatregelen wordt maximaal uitbesteed. Dit houdt in dat 60% van deze werkzaamheden uitbesteed worden. De overige 40% van de werkzaamheden wordt besteed door de gemeente voor het voeren van regie over de uitbestede werkzaamheden. Huidige formatie Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken is binnen de gemeentelijke organisatie in totaal 4,8 fte beschikbaar. Hiervan wordt 3,3 fte ingevuld door de buitendienst. De binnendienst wordt voor 1,5 fte ingevuld.
7.1.1
Analyse personele situatie gemeentelijke zorgplichten
Ondanks dat de gemeente de gemeentelijke zorgplichten goed uitvoert, wordt er nog wel een knelpunt ervaren in de beschikbaarheid van mensen om de gewenste werkzaamheden uit te voeren.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
46
De focus ligt momenteel nog veel op het niveau van het operationele beheer en onderhoud, waardoor er onvoldoende aandacht kan worden besteed aan meer strategische/tactische niveau. In het voorgaande vGRP was de ambitie uitgesproken juist meer aandacht hieraan te besteden. Het stedelijk watersysteem is met meerdere typen voorzieningen de laatste jaren ook steeds complexer geworden. Het bestaat niet alleen uit een systeem van putten, riolen, overstorten en gemalen, maar ondertussen ook uit wadi’s, lijngoten, stroken met grasbetontegels, Aquaflow en grindkoffers. Dit vergt meer kennis en tijd om deze (met elkaar samenhangende) voorzieningen te beheren en onderhouden. In 2022 is gestart met het in beeld brengen van hoe de gemeente meer risico-gestuurd het stedelijk watersysteem kan gaan beheren. In dat kader is er o.a. gewerkt aan de opzet van een beoordelingskader voor risico-gestuurd beheer. Hiervoor is ook extra capaciteit ingehuurd om de gemeente hierbij te ondersteunen. De verwachting is dat dit nog kennis, effectiviteit en/of (daaraan verbonden) besparingen kan opleveren.
7.1.2
Landelijke richtlijnen
Door de Stichting RIONED is in 2023 de tool ‘Formatiescan’ ontwikkelt om voor de verschillende deeltaken te bepalen hoeveel personele middelen de gemeente nodig heeft om de gemeentelijk watertaken te kunnen uitvoeren. De Formatiescan is gebaseerd op de ervaringen die binnen de Nederlandse gemeente beschikbaar is. Met behulp van de tool wordt een indicatie verkregen, hoeveel formatieplaatsen nodig zijn om de taken naar behoren te kunnen uitvoeren. Ook biedt de tool de mogelijkheid de specifieke plaatselijke situatie in te voeren, als deze significant afwijkt van het landelijke gemiddelde.
7.1.3
Advies voor de planperiode
Op basis van de in de voorgaande paragraaf genoemde ‘Formatiescan’ is de benodigde formatie bepaald. Dit betreft een indicatie. Er wordt uitgegaan van gemiddelde kentallen. Deze gemiddelde kengetallen zijn kritisch tegen het licht gehouden of deze ook gelden voor de situatie van de gemeente Midden-Delfland. Om de indicatie van de bepaling van de benodigde formatie goed te vertalen naar de situatie voor de gemeente Midden-Delfland zijn de volgende wijzigingen toegepast op de berekening:
Het aantal gemalen in de gemeente wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde. Een gemiddelde gemeente beheert 19 rioolgemalen per 100 km. De gemeente beheert 54 gemalen op in totaal 104 km aan riolering. Ten opzichte van de Leidraad Riolering zal de gemeente Midden-Delfland daardoor 2,7 keer zoveel tijdbesteding hebben aan het beheer en onderhoud van de gemalen; De Formatiescan gaat uit van 175 werkbare dagen per jaar. Binnen de gemeente Midden-Delfland is dit 183 werkbare dagen of 1.375 mensuren per jaar; In de praktijk wordt 40 in plaats van 70 dagen per jaar besteed aan het opstellen van jaarprogramma’s.
Uit de berekeningen volgt dat de indicatie van de totaal benodigde formatie 5,4 fte bedraagt. Dit is meer dan de beschikbare formatie van 4,8 fte. In de praktijk wordt ook ervaren dat de beschikbare formatie onvoldoende is. Om het tekort in de formatie op te vangen zal in eerste instantie onderzocht worden of dit binnen het NAD kan worden opgevangen. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het personeelsverloop. Indien opvang binnen het NAD niet mogelijk is, wordt de extra benodigde personele inzet op projectbasis ingehuurd. In het kostendekkingsplan is voor de planperiode 2024 – 2030 rekening gehouden met de inleen van 825 mensuur per jaar extra.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
47
7.2
Kostendekking
7.2.1
Exploitatie en investeringskosten zorgplichten
De kosten van de wettelijke zorgplichten zijn opgesplitst in:
Exploitatielasten;
Investeringskosten voor vervanging en renovatie;
Investeringskosten voor onderzoeken.
Exploitatie Onder de exploitatie vallen de kosten die de gemeente ieder jaar maakt voor:
Personeel belast met de gemeentelijke watertaken;
Dagdagelijks onderhoud, inclusief onderhoudsmateriaal en -materieel;
Energie;
Telecommunicatie;
Kolkenzuigen en straatvegen;
Inhuur van externe partijen;
Kapitaallasten;
Overhead.
Vervanging en renovatie Voor de komende planperiode is op basis van de kwaliteit van de vrijvervalriolering bepaald, dat circa 500 m riolering per jaar vervangen of gerelined moet worden. Op basis van de ervaringen van de aflopen jaren is een inschatting gemaakt van hoeveel meter riolering er gerelined (Rioolrenovatiemethodiek; het van binnenuit renoveren van het riool via het aanbrengen van een naaldvilt of glasvezel “kous”) kan worden. Als relining niet mogelijk is, wordt de riolering vervangen. Relinen is goedkoper dan vervangen, omdat bij relining de straat niet hoeft te worden opgebroken. Relining levert daarom een besparing op. Voor het kostendekkingsplan wordt ervan uitgegaan dat tot 2045 40% van de riolen gerelined kunnen worden. Voor de gemalen zijn de investeringen voor vervanging of renovatie bepaald op basis van de technische levensduur. Voor de drukriolering is het in de praktijk gebruikelijk, dat gemiddeld per jaar 25 drukrioleringspompen vervangen moeten worden, twee centrale voedingskasten en gemaalcomputers. Dit wordt ook voor de komende planperiode verwacht. Tabel 7-2 geeft een overzicht van de geplande investeringen voor vervanging en renovatie voor vrijverval riolering, gemalen en drukriolering. Tabel 7-2: Overzicht van geplande investeringen voor vervanging en renovatie (exclusief BTW)
Jaar 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030
Vrijverval riolering* € 460.000,€ 460.000,€ 460.000,€ 460.000,€ 460.000,€ 460.000,€ 460.000,-
Persleidingen € 403.000,€ 403.000,€ 403.000,€ 403.000,€ 539.000,€ 539.000,€ 539.000,-
* Inclusief klimaatadaptieve maatregelen 10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
Gemalen € 398.000,€ 196.000,€ 198.000,€ 88.000,€ 88.000,€ 88.000,€ 88.000,-
Drukriolering € 205.000,€ 205.000,€ 205.000,€ 205.000,€ 205.000,€ 205.000,€ 547.000,-
Totaal € 1.466.000 € 1.264.000 € 1.266.000 € 1.156.000 € 1.292.000 € 1.292.000 € 1.634.000
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
48
Onderzoeken Tabel 7-3 geeft een overzicht van de kosten van de geplande onderzoeken. Dit betreffen alleen de onderzoeken die niet tot het reguliere takenpakket behoren, zoals het ontwikkelen van nieuw beleid of actualiseren van bestaand beleid. De kosten voor het onderzoek zijn ingeschat op basis van de ervaring met soortgelijke onderzoeken uit het verleden voor het inhuren van externe adviseurs. De kosten komen terecht op, en worden gedekt uit verschillende posten. Voor de reguliere taken zijn in de exploitatie personeelskosten meegenomen. In paragraaf 7.1 is nader ingegaan op de personele middelen. Tabel 7-3: Overzicht investeringen geplande onderzoeken
Kosten
Planning
Nieuwe klimaatstresstest (onderdeel wateroverlast) Tijdelijke uitbreiding meetnet t.b.v. optimaliseren rioleringsmodel Nader onderzoek rioolvreemd water Optimaliseren rioolmodel en SSW verder up-to-date te krijgen
€ 50.000 € 10.000 € 15.000 € 10.000
2025 2024 2024 Per jaar
Instant houden meetnet en controle meetdata op beschikbaarheid en betrouwbaarheid (inclusief hoofdpost) Analyse meetdata Opsporen foutieve aansluitingen drukriolering Communicatie “waterbewustzijn” en klimaatadaptatie
€ 21.000
Per jaar
€ 10.000 € 5.000 € 3.000
Per jaar Per jaar Per jaar
7.2.2
Uitgangspunten kostendekkingsberekening riool- en waterzorgheffing
De kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onderverdeeld in de volgende posten.
Exploitatielasten (waaronder personeelskosten);
Groot onderhoud;
Vervangingsinvesteringen;
Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen.
De kosten van nieuwe aanleg worden niet meegenomen, omdat deze worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouw ontwikkeling. Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen zullen in de komende planperiode vooral bestaan uit klimaatadaptieve maatregelen. Om de voornoemde kosten te kunnen betalen heft de gemeente riool- en waterzorgheffing. Deze riool- en waterzorgheffing is kostendekkend over een periode van 60 jaar. De gemeente streeft er naar de riool- en waterzorgheffing zoveel mogelijk stabiel te houden. Voornamelijk de investeringen kunnen jaarlijks behoorlijk fluctueren. Hierdoor ontstaan er jaarlijks tekorten of overschotten. Door daar waar dat mogelijk is de investeringen te spreiden in de tijd, kunnen pieken in de investeringen worden afgevlakt.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
49
Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de riool- en waterzorgheffing tegenover moeten staan is een kostendekkingsplan (KDP) opgesteld. De uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van het KDP zijn:
Het KDP start in 2023 (tevens het peiljaar van de kosten);
Het KDP heeft een looptijd van 60 jaar;
Indexatie (inflatie) is buiten beschouwing gelaten, daarom zijn renteopbrengsten ook niet van toepassing; De afschrijving vindt lineair plaats, met een rentepercentage van 0,1868% (interne rekenrente) tot en met 2027 en 2% vanaf 2028.; De lopende kapitaallasten zijn uit de ‘Staat C’ geëxtrapoleerd. Tot en met 2016 wordt een rentepercentage van 3% gehanteerd en na 2016 van 0%; De exploitatielasten zijn overgenomen uit het exploitatieoverzicht (al vastgestelde begroting van 2023) van de gemeente (exclusief kapitaallasten); De BTW (21%) lasten zijn alleen meegerekend over de nieuwe investeringskosten. Voor de overige posten worden geen BTW-lasten meegenomen; De kwijtschelding is in ‘overige uitgaven’ opgenomen, en bijdragen derden en bijdragen van Delfland zijn als ‘overige opbrengsten’ opgenomen; De riool- en waterzorgheffing wordt geïnd bij 8.346 (niet-)woningen (2023) met rioolaansluiting of IBA 7, oplopend tot en met 2030 met 50 woningen per jaar en 10 bedrijven per jaar. Voor de periode tussen 2030 en 2040 is de prognose dat het aantal woningen per jaar met 30 toeneemt. Vanaf 2040 is vooralsnog geen groei geprognotiseerd.
7.2.3
Resultaten kostendekkingsberekening riool- en waterzorgheffing
Om de taken die genoemd zijn in dit Wrp te kunnen uitvoeren, dient hiervoor geld beschikbaar te zijn. Dit geld wordt geïnd door middel van een riool- en waterzorgheffing. De gemeente hanteert het beleid, dat de kosten van de gemeentelijke watertaken 100% kostendekkend moeten zijn met de inkomsten uit de rioolen waterzorgheffing over een langere planhorizon dan de planperiode van het Wrp. De riolering heeft een lange levensduur (ca. 60 jaar). In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is veel riolering aangelegd. Dit betekent dat deze riolering theoretisch in de periode 2020 - 2030 aan vervanging toe is. Door hierop te anticiperen en hiervoor nu geld te sparen in een voorziening, kan worden voorkomen dat de riool- en waterzorgheffing na 2020 ineens fors moet stijgen en dat de heffing jaarlijks fluctueert. In voorgaande Gemeentelijke Rioleringsplannen werd nog uitgegaan van volledige rioolvervanging na de technische levensduur. Uit ervaring is inmiddels gebleken dat de levensduur van een belangrijk deel van de riolering verlengd kan worden via het relinen van rioolbuizen (zie paragraaf 7.2.1 voor een beschrijving). Relining kan resulteren in een aanzienlijke beperking van de investeringskosten. Ook de uitgebreide rioolinspecties hebben ons meer inzicht gegeven in de kwaliteit van de riolering.
Mede als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen hoeft de riool- en waterzorgheffing minder snel te stijgen dan in het verleden werd gedacht.
7
Volgens de nieuwe modelverordening riool- en waterzorgheffing van de VNG, mag de gemeente de heffing innen bij alle BAGadressen binnen de gemeente. Dit wijkt af van wat tot op heden gebruikelijk was, namelijk alleen die adressen die een aansluiting op de riolering of een IBA hebben. De gemeente heeft besloten op dit punt niet de nieuwe modelverordening te volgen, omdat dit extra inspanningen vergt om de aan burgers uit te leggen die tot nu toe geen rioolheffing betaald hebben dit nu ineens wel moeten. Deze inspanning staat niet in verhouding tot het extra aantal heffingseenheden waartoe dit resulteert.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
50
De berekening van de te innen riool- en waterzorgheffing is gedaan voor vier scenario’s. In alle berekeningen is als uitgangspunt genomen, dat de fluctuaties in de riool- en waterzorgheffing zo beperkt mogelijk zijn. Daarom is gekozen voor een periode van 60 jaar waarover de inkomsten kostendekkend moeten zijn. De verschillen tussen uitgaven en inkomsten worden opgevangen door middel van een egalisatievoorziening. In onderstaand overzicht zijn de scenario’s en de resultaten van de berekening van de te innen riool- en waterzorgheffing weergegeven. De volgende scenario’s zijn doorgerekend: 0 Het huidige tarief van € 209,40 per heffingseenheid wordt gehandhaafd (geen verhoging of verlaging en exclusief indexatie); 1 Het tarief stijgt in 2024 in één keer naar kostendekkend niveau; 2 Het tarief stijgt stapsgewijs iedere planperiode. De eerste planperiode loopt van 2024 tot en met 2030. Na 2030 is iedere planperiode 5 jaar; 3 Het tarief stijgt stapsgewijs, waarbij het uitgangspunt geldt dat het saldo van de egalisatievoorziening zo laag mogelijk is. In bijlage 9 zijn de gedetailleerde berekeningsresultaten van voornoemde scenario’s opgenomen. In alle vier de scenario’s is de opbouw van de lasten hetzelfde. In figuur 7-1 zijn de kosten voor de gemeentelijke watertaken voor het jaar 2024 inzichtelijke gemaakt.
Iets meer dan 60% bestaat uit de Exploitatielasten en 25% uit kapitaallasten. De BTW-lasten beslaan circa 15% van de totale kosten. In figuur 7-2 is de opbouw van de lasten weergegeven voor de komende 60 jaar. Te zien is dat er met name een sterke groei van de kapitaallasten is voorzien. Dit is exclusief indexatie.
Kosten gemeentelijke watertaken 2024 -34 000
449 000
1 106 000
250 000
Uit de berekeningen blijkt dat het handhaven van het huidige tarief op de langere termijn Exploitatielasten BTW totaal Kapitaallasten Onttrekking voorziening niet kostendekkend is. De lasten zijn hoger dan de inkomsten. Vanaf 2040 wordt het Figuur 7-1: Kosten gemeentelijke watertaken in 2024 saldo in de egalisatievoorziening negatief wat niet mag. Daarom is een stijging van het tarief op termijn noodzakelijk om kostendekkend te blijven. In figuur 7-3 is de stijging van het tarief voor de scenario’s 1, 2 en 3 weergegeven, die benodigd is om kostendekkend te blijven. In deze scenario’s blijft het saldo van de egalisatievoorziening positief. Wel zijn er verschillen. In scenario 1 stijgt het saldo in de egalisatievoorziening de eerste jaren nog fors, voordat deze weer gaat dalen. Dit betekent dus veel sparen om toekomstige investering uit deze voorziening te kunnen bekostigen. Op de langere termijn levert dit wel het laagste tarief op. Bij de andere twee scenario’s daalt de komende jaren het saldo in de voorziening. In scenario 3 gaat dit sneller dan in scenario 2. Het tarief hoeft dan in 2024 niet fors te stijgen, maar op de langere termijn zal het tarief hoger zijn (zie figuur 7-4).
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
51
Opbouw lasten 5 000 000
4 500 000
4 000 000
3 500 000
3 000 000
2 500 000
2 000 000
1 500 000
1 000 000
500 000
2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 2031 2032 2033 2034 2035 2036 2037 2038 2039 2040 2041 2042 2043 2044 2045 2046 2047 2048 2049 2050 2051 2052 2053 2054 2055 2056 2057 2058 2059 2060 2061 2062 2063 2064 2065 2066 2067 2068 2069 2070 2071 2072 2073 2074 2075 2076 2077 2078 2079 2080 2081 2082
0
Lopende kapitaallasten
Nieuwe kapitaallasten
Exploitatielasten
BTW lasten
Figuur 7-2: opbouw lasten (exclusief indexatie) € 550
€ 500
€ 450
€ 400
€ 350
€ 300
€ 250
€ 200
2023
2033
2043 Scenario 0
2053 Scenario 1
2063 Scenario 2
2073
2083
Scenario 3
Figuur 7-3: Tariefontwikkeling voor de vier scenario’s. Scenario 0 leidt tot een niet kostendekkend tarief op termijn
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
52
€40 000 000
€20 000 000
€-
€(20 000 000)
€(40 000 000)
€(60 000 000)
€(80 000 000) 2023
2033
2043
2053
Scenario 0
Scenario 1
Scenario 2
2063
2073
2083
Scenario 3
Figuur 7-4: Verloop saldo egalisatievoorziening voor de verschillende scenario’s
7.3
Advies riool- en waterzorgheffing
Op basis van de resultaten van de kostendekkingsberekeningen voor de 4 scenario’s, geldt scenario 2 als voorkeursscenario voor het kostendekkingsplan voor de planperiode 2024 – 2030. Deze keuze is gebaseerd op:
Om kostendekkend te blijven (egalisatievoorziening mag niet negatief zijn) is een stijging van de rioolen waterzorgheffing noodzakelijk; Er is in de afgelopen planperiodes voldoende geld gespaard in de egalisatievoorziening om de piek in de vervangingsopgave te kunnen bekostigen de komende jaren, zonder dat dit leidt tot forse tariefstijgingen van de riool- en waterzorgheffing. Inkomsten kunnen de komende jaren lager zijn dan de uitgaven en zonder dat de egalisatievoorziening negatief wordt; De stijging van de riool- en waterzorgheffing kan met iedere nieuwe planperiode van het Wrp, te beginnen in 2024, met relatief kleine stappen stijgen (dit is nog exclusief toekomstige inflatiecorrectie). Dit geeft een voorspelbaar beeld voor de tariefstijging. Bij de scenario’s 1 en 3 is eenmalig een relatief grote tariefstijging nodig.
Tabel 7-4: Overzicht riool- en waterzorgheffing per jaar (exclusief eventuele inflatiecorrectie) Riool- en waterzorgheffing
2024
2025
2026
2027
2028
2029
2030
Tarief per heffingseenheid
€ 225
€ 225
€ 225
€ 225
€ 225
€ 225
€ 225
In de jaarlijkse operationele rioleringsprogramma’s wordt beknopt geëvalueerd of de werkelijke inkosten en lasten min of meer in lijn liggen met het kostendekkingsplan (daalt het saldo in de egalisatievoorziening niet te snel of te langzaam). Als de evaluatie daar aanleiding toegeeft, zal het kostendekkingsplan tussentijds worden geactualiseerd. Het kostendekkingsplan wordt minimaal aan het einde van de planperiode gelijktijdig met het vernieuwen van het Wrp geactualiseerd.
10 augustus 2023
WRP 2024 - 2030
BJ1203-RHD-XX-ZZ-RP-Z-0002
53