CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 HUIDIG vGRP 2016-2020, versie 7 oktober 2016

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 2024-203017.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Vervolgens handelt de gemeente de melding of klacht zorgvuldig af volgens de onderstaande stappen. 1. Beoordelen en registreren van melding of klacht; 2. Beoordelen of er sprake is van structurele grondwateroverlast (zie hinder of structurele overlast); 3. Indien, ja: 4. Nader (laten) onderzoeken van de situatie; 5. Doelmatigheidsafweging maken (mate van overlast, hoeveel bewoners ervaren overlast, wat zijn de mogelijkheden om overlast te verminderen); 6. Gebiedsgerichte aanpak voor treffen van eventuele maatregelen. Belangrijk is dat de gemeente een zorgvuldige afhandeling regisseert, maar daarmee niet verantwoordelijk is voor het oplossen van alle meldingen. Ook zal de particulier zijn eigen verantwoordelijkheid behouden in het onderzoeken van de situatie (bijvoorbeeld het inventariseren van overlast bij de buren). Hinder of structurele overlast Er is sprake van structurele grondwateroverlast indien:  de gewenste ontwateringsdiepte in de openbare ruimte niet wordt gehaald, én  ten gevolge hiervan er overlast optreedt in relatie tot een bestemming van particulier of openbare terrein, én  de overlast structureel van aard is: meerdere aaneengesloten weken (bijv. twee of meer) gedurende meerdere aaneengesloten jaren (bijv. drie of meer) tijdens “relatief droge periodes”, én  er geen andere (bouwkundige) oorzaken zijn voor de ondervonden overlast.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

27

Bodemdaling

In de regio Delfland is bodemdaling (a.g.v. zetting, oxidatie van veen, tektoniek) op lange termijn van belang. Lokaal kan dit leiden tot maatregelen zoals bemaalde drainage, echter de verschillen tussen de NADgemeenten groot. Bodemdaling is een brede maatschappelijke uitdaging, die op regionaal niveau moet worden opgepakt. De oplossingen voor bodemdaling moeten breed worden gezocht in allerlei domeinen, waarvan water en riolering slechts een onderdeel is. Ook zal bodemdaling meegenomen moeten worden in de gemeentelijke strategie ten aanzien van ruimtelijke adaptatie.

In grote delen van Nederland daalt de bodem: De verwachte daling en stijging van het oppervlak van Nederland voor het jaar 2050 ten opzichte van de huidige situatie (bron: Rijkswaterstaat, NAM)

Als beheerder van de openbare ruimte streeft de gemeente naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel. Het zijn gewenste ontwateringsdieptes, omdat het gezien de historische groei van veel situaties niet altijd mogelijk is zijn deze ontwateringsdieptes daadwerkelijk te behalen. Tabel 6-2 Gewenste ontwateringsdieptes openbare ruimte

Bestemming

Ontwateringsdiepte*

Groenvoorzieningen Secundaire wegen en woonstraten Primaire wegen

0,50 m 0,50 m 0,50 m

* Ontwateringsdiepte = maaiveldhoogte – gemiddeld hoogste grondwaterstand

Maatregelen bij structurele grondwateroverlast Zoals hiervoor beschreven beoordeelt de gemeente eerst of er sprake is van structurele overlast veroorzaakt door afwijkende grondwaterstanden in openbaar gebied. Voor een zorgvuldige afhandeling zal de gemeente (mede) onderzoeken waar oplossingen voor de problemen kunnen liggen. Daarbij neemt de gemeente de volgende aspecten mee:  

er geen andere partij (particulier, waterschap, provincie) verantwoordelijk is voor het probleem; de mogelijke maatregel doelmatig is en niet leidt tot nieuwe knelpunten.

Bij structurele problemen op zowel particulier als openbaar terrein streeft de gemeente naar een gezamenlijke en doelmatige oplossing. Inzicht in grondwatersituatie Om het grondwatersysteem te begrijpen en oorzaken van eventuele grondwateroverlast te kunnen achterhalen is monitoring van grondwatersysteem van belang. In 2009 is er een grondwatermeetnet van 23 peilbuizen in onze gemeente aangelegd. De aanleg van dit meetnet is door Delfland meegenomen bij de aanbesteding van haar eigen meetnet. Het meetnet is zodanig opgezet dat de gevolgen van een eventuele stopzetting van de grondwateronttrekking van DSM in Delft gevolgd kunnen worden. 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

28

6.3.3 Grondwatermaatregelen bij rioolvervanging Bij werken in de openbare ruimte zoals het vervangen van oude riolering is de gemeente alert op ongewenste stijging van de grondwaterstand als gevolg van het wegvallen van de drainerende werking van oude lekkende riolen. Indien nodig legt de gemeente drainage mee met de nieuwe riolering.

6.3.4 Grondwateronttrekkingen Drinkwaterwinning en grootschalige grondwaterwinning DSM Een aandachtspunt binnen de regio Delfland vormt het stopzetten van de grondwaterwinning van 1.200 m3/uur op het terrein van DSM. Uit een onderzoek van Deltares blijkt dat het stoppen van de winning grote gevolgen voor de regio kan hebben, met stijgende grondwaterstanden en schade aan woningen tot gevolg. Voor de gemeente Midden-Delfland kan de stopzetting van de winning enige invloed hebben voor Den Hoorn. Via een Gemeenschappelijke Regeling werken de gemeente Delft en het hoogheemraadschap van Delfland samen om de onttrekking voort te zetten. Het is de bedoeling om de winning vanaf 2017 geleidelijk af te bouwen. De gevolgen worden daarbij nauwkeurig gemonitord en vastgelegd om vervolgens het effect te beoordelen. Bronneringswater Het waterschap is bevoegd gezag voor de grondwateronttrekkingen, o.a. tijdens bouwwerkzaamheden. Bij het verlenen van de vergunning houdt het waterschap rekening met bomen die kwetsbaar zijn voor grote veranderingen in de grondwaterstand. Lozing van bronneringswater vindt bij voorkeur in overleg met het waterschap plaats op het oppervlaktewater.

6.4

Beperken vuilemissie

De kwaliteit van het oppervlaktewater wordt beïnvloed door een groot aantal factoren, waaronder de afvoer van afvalwater, hemelwater en grondwater.

6.4.1 Overstorten De meeste overstorten in de kernen Maasland, Schipluiden en Den Hoorn zijn aan de rand van de kernen gesitueerd. Voor alle drie de kernen is een Basisrioleringsplan (BRP) opgesteld in 2008 (Maasland) en 2010 (Schipluiden en Den Hoorn). De riolering voldoet aan de gestelde emissienormen. Hiervoor zijn in het verleden bergbezinkvoorzieningen aangelegd en is verhard oppervlak afgekoppeld.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

29

6.4.2 Kwaliteit water in de dorpen Knelpunten met de waterkwaliteit In de praktijk wordt alleen bij de overstort aan de Zouteveenseweg in Schipluiden problemen ervaren met de waterkwaliteit in relatie tot veedrenking. Samen met het hoogheemraadschap en de agrariërs (LTO) zoekt de gemeente naar een oplossing. De oplossing wordt gezocht in het oppervlaktewatersysteem, omdat dit eenvoudiger te realiseren is. Het opheffen van de overstort is de meest effectieve maatregel, maar leidt tot ingrijpende maatregelen aan de riolering om de hydraulische afvoercapaciteit tijdens hevige neerslag te waarborgen. Tevens bestaat dan de kans, dat het probleem wordt verplaatst naar een andere locatie. Dit is niet gewenst. Foutieve aansluitingen bebouwd kom Bij gescheiden rioolstelsels bestaat de kans, dat er sprake is van foutieve aansluitingen. Dit houdt in dat het afvalwaterafvoer van een perceel is aangesloten op het regenwaterstelsel van de gemeente en/of het hemelwaterafvoer van een perceel is aangesloten op het vuilwaterstelsel van de gemeente. Ook kan het zijn dat de perceelaansluitingen wel op de juiste riolering van de gemeente is aangesloten, maar dat inwendig in het pand er op het verkeerde afvoersysteem is aangesloten.

Te veel foutieve aansluitingen zijn niet gewenst, omdat:  Bij hemelwateraansluiting aangesloten op het vuilwaterstelsel er schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de zuivering. Dit betekent een extra belasting op het vuilwatersysteem en de zuivering, waar deze niet op is gedimensioneerd;  Bij vuilwateraansluitingen aangesloten op het hemelwaterstelsel wordt ongezuiverd afvalwater geloosd op het oppervlaktewater, wat risico’s voor de volksgezondheid met zich mee kan brengen. Momenteel is bij de gemeente niet inzichtelijk of en in welke mate er sprake is van foutieve aansluitingen. Momenteel worden geen knelpunten in de waterkwaliteit ervaren, die zijn te relateren aan hemelwaterlozingen uit hemelwaterstelsel. Daarom is er momenteel geen noodzaak om onderzoek te doen naar foutieve aansluitingen op de hemelwaterstelsels. Voor foutieve aansluitingen op de vuilwaterstelsels kan de meetdata uit het meetnet riolering inzicht geven of hier sprake is van veel foutief aangesloten hemelwater. Op basis van deze metingen zal in overleg met het hoogheemraadschap bepaald worden of het doelmatig is deze foutieve aansluitingen op te sporen en op te lossen. Diffuse bronnen Vervuiling van het afstromende hemelwater wordt zoveel als mogelijk beperkt. Conform het bouwbesluit mogen er geen uitlogende bouwmaterialen meer worden toegepast.

Hierop wordt toegezien door de gemeente bij het afgeven van een bouwvergunning en bij bouwtoezicht. Het gebruik van chemische bestrijdingsmiddelen op verhardingen door beheerders van openbare ruimten is vanaf 1 januari 2016 wettelijk verboden. Voor de particulier is het verbod op het gebruik van chemische onkruidbestrijding al sinds november 2015 van kracht. De verwachting is, dat in de komende jaren deze bron van vervuiling van het hemelwater afneemt. Voor de gladheidsbestrijding kiest de gemeente voor het preventief strooien met nat zout. Hierdoor is er minder zout benodigd. De wijze van gladheidsbestrijding is een afweging tussen de effectiviteit, en daarmee de veiligheid van de weggebruikers, en het zo minimaal vervuilen van afstromend water vanaf de verharding. Indien er nieuwe technieken komen, zal kritisch bekeken worden of dit gunstige effecten heeft op de vervuiling van het afstromende water van de verharding.

6.4.3 Emissie glastuinbouw Vanaf 2027 dient de glastuinbouw nagenoeg emissieloos te zijn. Dit houdt in dat er nagenoeg geen (afval)water meer mag worden afgevoerd naar de zuivering of geloosd op oppervlaktewater, wat gewasbeschermingsmiddelen en nutriënten bevat. Tevens houdt dit in dat op een duurzame wijze met de beschikbare hoeveelheid benodigd gietwater wordt omgegaan (waterefficiënt). De verwachting is dat in de komende jaren de hoeveelheid afvalwater die vrijkomt uit de glastuinbouw geleidelijk zal afnemen door duurzamer en efficiënter (her)gebruik van het gietwater, nutriënten en gewasbeschermingsmiddelen.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

30

In samenwerking met het Hoogheemraadschap van Delfland zal erop worden toegezien, dat de glastuinbouwbedrijven zich aan de afspraken houden.

6.5

Doelgericht beheer

De gemeente gaat zich in de planperiode meer richten op het strategisch/tactische niveau in plaats van op het operationele niveau. Op het strategisch en tactische niveau zijn naar verwachting nog stappen te zetten die een besparing kunnen opleveren, door doelgerichter het systeem te gaan beheren. Voorbeelden hiervan zijn het afwegen van de risico’s bij beheer, renovatie en vervanging (zie paragraaf 6.5.1) en de samenwerking in het NAD.

6.5.1 Risicoafweging bij beheer, renovatie en vervanging Ten behoeve van de instandhouding van de aanwezige rioleringsvoorzieningen maakt de gemeente een afweging tussen het treffen van beheermaatregelen, renovatie en vervanging. Daarbij weegt de gemeente de risico’s af ten aanzien van de onderstaande niveaus:  Het object: de technische staat van de rioolbuis;  Het systeem: het hydraulisch functioneren van het rioolsysteem;  De omgeving: de maatschappelijke kosten en baten van de maatregel. De huidige situatie wordt op de bovenstaande niveaus beoordeeld op kans van falen en de ernst van de gevolgen daarvan. De keuze voor de te treffen maatregel hangt daarbij mede af van de oorzaak voor een eventueel falen (bijv. het gebruik van andere materialen bij aansluitpunten van persleidingen op de vrijvervalriolering). Op termijn wil de gemeente toewerken naar een meer risicogestuurde benadering op basis van de bovengenoemde criteria voor zowel investeringen als beheer. Binnen het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (verder NAD) zal de ambitie op het gebied van risicomanagement in de rioleringszorg de komende planperiode nader worden uitgewerkt. Tevens zal het NAD het gezamenlijk onderhoud van het transportsysteem en gezamenlijk oppakken van storingen verder onderzoeken.

Relinen of vervangen In plaats van het vervangen van een aangetast (betonnen)riool kan in bepaalde situaties een rioolbuis ook worden voorzien van een nieuwe kunststofbekleding aan de binnenzijde van de buis. Deze techniek wordt relinen genoemd. Gezien het potentiële kostenvoordeel van relinen voor de ontwikkeling van de rioolheffing kan het toepassen van deze techniek op termijn een kostenbesparing opleveren.

6.5.2 Gegevensbeheer WION (Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten) De ondergrond van Nederland is rijk aan kabels en leidingen. Bij het uitvoeren van graafwerkzaamheden worden regelmatig kabels en leidingen beschadigd, jaarlijks gaat het om 40.000 graafincidenten waarbij de directe schade landelijk is begroot op 75 miljoen euro per jaar. Naast de directe economische schade leiden graafincidenten tot onderbrekingen in de levering van bijvoorbeeld gas, elektriciteit of water en kunnen er gevaarlijke omstandigheden voor de omgeving ontstaan. Om dit zoveel mogelijk te beperken is per 1 juli 2010 de Wet Informatie-uitwisseling Ondergrondse Netten (WION) in het leven geroepen waaraan kabel- en leidingbeheerders dienen te voldoen. In essentie komt de grondroerdersregeling erop neer dat de grondroerder (meestal de aannemer van een werk) wettelijk verplicht wordt kabel- en leidinginformatie bij het kadaster op te vragen en dat de netbeheerders (voor het rioolstelsel meestal de gemeente) de wettelijke plicht krijgen te zorgen voor betrouwbare tekeningen (actueel, nauwkeurig en volledig; ook voor leidingen die buiten gebruik zijn).

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

31

De informatie-uitwisseling van en naar beheerder en grondroerder vindt plaats via het Kadaster. Klic-online is het verplichte digitale informatie-uitwisselingsplatform voor kabel- en leidingenbeheerder en roerder. De gemeente Midden-Delfland dient aan deze eis, die de WION stelt, te voldoen door de volgende doelstellingen te bewerkstelligen:  alle data over de eigen kabels en leidingen zijn op orde;  alle processen en de organisatie voor het beheer daarvan zijn op orde;  alle benodigde technieken (ICT voorzieningen) zijn op orde. Voor de riolering dient hiertoe het volledige leidingenstelsel actueel gehouden te worden en gedigitaliseerd beschikbaar te worden gesteld via het klic-online systeem, zodat grondroerders over de informatie kunnen beschikken. Gegevensbeheer De gemeente beschikt over een rioolbeheerdatasysteem, waarin de gegevens van alle rioleringsobjecten zijn opgeslagen. Dit rioolbeheerdatasysteem wordt eenmaal per jaar bijgewerkt met revisies van uitgevoerde maatregelen aan de riolering in het afgelopen jaar. Hiermee voldoet de gemeente niet aan de wettelijk eisen (WION) die hieraan worden gesteld (uiterlijk binnen drie maanden nadat de werkzaamheden aan de riolering zijn uitgevoerd). Tot op heden heeft dit nog niet tot problemen geleid.

Na implementatie van het nieuwe beheerprogramma, gaat de gemeente in de komende planperiode onderzoeken op welke wijze ze wel aan de wettelijke eis kan voldoen en dit implementeren in de organisatie. Een mogelijkheid is om binnen het Netwerk Afvalwaterketen Delfland toe te werken naar een gezamenlijk gegevensbeheer.

6.5.3 Inspectie en reiniging Inspectie Ieder jaar bepaald de gemeente welke riolen geïnspecteerd moeten worden en dit wordt vastgelegd in het operationele plan. Dit wordt bepaald op basis van de leeftijd van de riolering, de resultaten uit de voorgaande inspectierondes, geplande werkzaamheden aan de wegen en vitale punten in het rioolstelsel. Vitale punten in het rioolstelsel betreffen locaties waar het bezwijken en/of falen van de riolering een grote impact heeft op het totale systeem functioneren en/of op de omgeving. Indien ingrijpen nog niet noodzakelijk is, wordt de situatie intensiever gemonitord door regelmatiger (jaarlijks) te inspecteren. De inspectieresultaten worden beoordeeld waarbij de tabel met waarschuwings- en ingrijpmaatstaven per toestandsaspect wordt gebruikt, die in bijlage 8 is weergegeven, en de theoretische systematiek KIC-HKF. Op basis van de inspecties uit het verleden is geconstateerd, dat de meest relevante faalmechanismen in de vrijverval riolering biochemische aantasting en zwetende naden zijn. Hier zal bij toekomstige inspecties veel aandacht aan worden besteed. Direct na de uitvoering van rioleringswerkzaamheden wordt een opleveringsinspectie uitgevoerd. Middels de opleveringsinspectie wordt de begintoestand van de riolering vastgelegd.

Indien uit de opleveringsinspectie blijkt, dat er cruciale gebreken in de riolering aanwezig zijn, die de te verwachten leeftijd van de riolering ernstig kunnen beperken, dan dienen deze gebreken gerepareerd te worden door de aannemer. Bij bestaande riolering of nieuw aangelegde voorzieningen die in beheer wordt overgenomen door de gemeente, wordt eerst een opleveringsinspectie uitgevoerd om de toestand van de riolering vast te leggen. Reiniging In de loop van de tijd kan de riolering vervuild raken, doordat vaste stoffen in het rioolwater bezinken. Deze vervuiling kan er voor zorgen dat afvoercapaciteit van de riolering afneemt en daarmee de kans op (water)overlast toeneemt. Om deze kans op (water)overlast niet te veel te laten toenemen, dient de riolering regelmatig gereinigd te worden. Ieder jaar bepaald de gemeente welke riolen gereinigd moeten worden en dit wordt vastgelegd in het operationele plan. Dit wordt bepaald op basis van ervaringen uit het verleden. Van riolen waarvan bekend is, dat deze snel vervuilen worden frequenter gereinigd, dan andere riolen. Voorafgaand aan de uitvoering van een inspectie van de riolering wordt de riolering gereinigd. Kolken bevatten een zandvang, die er voor zorgt dat vuil dat meegevoerd wordt vanaf de straat niet in het riool komt. Om te voorkomen dat de kolk verstopt raakt met door het vuil dat wordt 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

32

afgevangen, dienen de kolken regelmatig leeggezogen te worden. De frequentie waarmee de kolken gereinigd worden, hangt af van de mate van vervuiling. Op basis van praktijk ervaring wordt per gebied de benodigde frequentie bepaald. De gehanteerde reinigingsfrequenties zijn weergegeven in de onderstaande tabel: Tabel 6-3 Reinigingsfrequenties

Activiteit

Reinigingsfrequentie

Schoonspuiten gemalen

4x per jaar

Kolken zuigen

1x per jaar

Hogedruk reiniging riolen dwa

1x per 8 jaar

Hogedruk reiniging riolen hwa

1x per 8 jaar

Reiniging drukriolering In het buitengebied wordt het afvalwater via kleine persleidingen afgevoerd. Om te voorkomen dat de afvoercapaciteit van deze relatief kleine leidingen afneemt, moet een persleiding periodiek met een foampig ontdaan worden van aangroei aan de binnenkant van de leidingwand. De foampig is een kunststof prop die door de leiding wordt gestuwd. Reiniging drainage Voor een goede werking van nieuw aangelegde drainagebuizen worden deze voor de definitieve oplevering nog een keer doorgespoten zodat de buis goed schoon is. Tevens kan zo worden gecontroleerd of de buis goed is aangelegd. Op termijn wil de gemeente toewerken naar een meer risicogestuurde benadering op basis van de bovengenoemde criteria voor zowel investeringen als beheer. Binnen het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (verder NAD) zal de ambitie op het gebied van risicomanagement in de rioleringszorg de komende planperiode nader worden uitgewerkt. Tevens zal het NAD het gezamenlijk onderhoud van het transportsysteem en gezamenlijk oppakken van storingen verder onderzoeken. Rioolgemalen De rioolgemalen zijn een cruciaal onderdeel bij het transport van afvalwater. Storing aan een gemaal is niet te voorspellen maar kan, door overstortingen van afvalwater, wel grote milieugevolgen hebben voor de omgeving. Het voorkomen van storingen is dus erg belangrijk.

Voor alle gemalen zijn daarom onderhoudscontracten afgesloten, zodat jaarlijks inspectie en preventief onderhoud is gewaarborgd.

Daarnaast zijn alle gemalen voorzien van een gemaalcomputer en via telemetrie aangesloten op onze hoofdpost. Deze hoofdpost is in 2014 vernieuwd. Via deze hoofdpost kunnen we de werking 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

33

van de gemalen op ieder moment controleren. Ook een storing (bijvoorbeeld pompuitval) komt via de hoofdpost binnen waarna automatisch de storingsdienst wordt gewaarschuwd. Op deze manier is de bedrijfszekerheid gewaarborgd en worden calamiteiten, zoals lozingsproblemen en overstorten van rioolwater op het oppervlaktewater voorkomen. Het beheer van de hoofdpost en de dagelijkse controle of de gemalen nog naar behoren functioneren wordt uitbesteed aan een derde partij, omdat binnen de eigen gemeentelijke organisatie hiervoor onvoldoende tijd beschikbaar is. Hierbij behoudt de gemeente wel de mogelijkheid om de hoofdpost te benaderen. Drukriolering Het buitengebied van Midden-Delfland is veelal voorzien van drukriolering. De gemeente beheert 440 pompunits. Jaarlijks worden gemiddeld circa 25 pompen vervangen (levensduur gemiddeld ca. 15 jaar). Gemiddeld 1 keer per 3 jaar krijgt een pompunit groot preventief onderhoud. Klein preventief onderhoud vindt jaarlijks plaats. In deze planperiode zullen we verder gaan met de opzet van een digitaal logboeksysteem waarin per pompunit gegevens zoals storingen, storingsoorzaken, draaiuren, vervangingen etc. kunnen worden bijgehouden.

De laatste paar jaar is geconstateerd, dat de nieuwe drukrioleringspompen van de huidige leverancier gemiddeld een kortere levensduur hebben dan op basis van ervaringen uit het verleden. Pompen gaan soms maar 5 à 6 jaar mee in plaats van gemiddeld 15 jaar waar in het huidige kostendekkingsplan (2013) op wordt gerekend. Dit heeft dus gevolgen voor het kostendekkingsplan, omdat de pompen gemiddeld vaker vervangen moeten worden. De vraag is of dit alleen geldt voor de pompen van de huidige leverancier of ook voor pompen van andere leveranciers. In de komende planperiode gaat de gemeente dit onderzoeken.

6.5.4 Meten en monitoren Monitoring van de riolering geeft inzicht in het werkelijk systeem functioneren. Met dit inzicht worden de nu aanwezige onzekerheden in het functioneren verkleind, waardoor ook de bandbreedte in toekomstige investeringen worden verkleind en daarmee desinvesteringen worden voorkomen. In de afgelopen jaren is de betrouwbaarheid van het meetnet riolering verbeterd, waardoor de gemeente in 2015 een voldoende grote set met meetdata aan het inzamelen is om analyses mee te kunnen uitvoeren. Het inzamelen van de meetdata wordt in de komende periode voortgezet, waarbij intensief wordt gemonitord of het meetnet voldoende betrouwbare meetdata blijft genereren.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

34

De meetdata wordt in de komende planperiode geanalyseerd en ingezet om het volgende te onderzoeken of te monitoren:  Bepalen of er meer water wordt ingezameld en afgevoerd, dan op basis van de huidige gegevens verwacht wordt (rioolvreemd water);  Bepalen of de rioleringsmodellen die beschikbaar zijn van de drie kernen, het werkelijk functioneren goed weergegeven. Met rioleringsmodellen die het werkelijk functioneren goed simuleren, wordt voorkomen dat er desinvesteringen aan maatregelen plaatsvinden;  Bepalen van optimalisatiemogelijkheden in het dagelijks functioneren van het rioleringssysteem;  Het monitoren van de calamiteitensturing in het collecteurriool van Delft. Bij een vulling van het collecteurriool of een storing in het eindgemaal van Delft worden de voorliggende aanvoerende gemalen automatisch afgetoerd of in het uiterste geval geblokkeerd. Met de meetdata wordt gemonitord of de calamiteitensturing niet tot onnodige overstortsituaties leidt in Schipluiden en Den Hoorn;  Het monitoren of de uitgevoerde optimalisaties in de afvalwaterketen het gewenste effect hebben. Hierbij is het essentieel dat alle meetdata die binnen de afvalwaterketen worden ingezameld met elkaar worden gedeeld. Tevens neemt de gemeente deel in het NAD project ‘Samen meten en monitoren’.

6.5.5 Controle en handhaving Foutieve aansluitingen buitengebied In het buitengebied is op sommige locaties sprake van foutieve aansluitingen, waarbij overtollig hemelwater wordt afgevoerd via het drukrioleringssysteem. Het drukrioleringssysteem is ontworpen op de afvoer van alleen afvalwater. Deze foutieve aansluiten kunnen bij hevige neerslag zorgen voor (water)overlast. Daarnaast ontregelen deze foutieve aansluitingen het functioneren van het drukrioleringssysteem. In de afgelopen jaren zijn de grootste knelpunten opgelost. In de komende planperiode worden de resterende foutieve aansluitingen opgespoord, waarna de perceeleigenaar zal worden gevraagd deze foutieve aansluiting te verwijderen. Indien de perceeleigenaar hier geen gehoor aan geeft, zal de gemeente handhavend gaan optreden. Nieuwe aansluitingen De gemeente beschikt over een aansluitverordening, waarin staat wanneer en hoe een perceel wordt aangesloten op de riolering. De perceeleigenaar is verplicht om het afvalwater, hemelwater en grondwater gescheiden aan te leveren. De gemeente ziet erop toe, dat perceelaansluitingen op de juiste wijze worden aangesloten op de riolering om foutieve aansluitingen te voorkomen. Lozingsvergunningen De gemeente ziet erop toe, dat de lozingsvergunningen die zijn verstrekt door de gemeente op de juiste wijze wordt nageleefd.

Indien dit niet het geval is, zal de gemeente handhavend optreden.

6.5.6 Meldingen Alle klachten en meldingen van burgers en bedrijven komen binnen bij het Klant Contact Centrum (KCC). Het KCC registreert de klachten en meldingen digitaal in het meldingensysteem en zorgt ervoor dat de klacht of melding bij de juiste afdeling/persoon binnen de gemeente terecht komt voor verdere afhandeling. Het KCC werkt naar tevredenheid van de gemeente. De gemeente streeft de komende planperiode naar verbeteren van het systeem voor meldingen dat bijdraagt aan een meer effectgerichte manier van werken. Binnen het Netwerk Afvalwaterketen Delfland zal dit samen met andere deelnemers in gezamenlijkheid worden opgepakt. Eén van die verbeteringen kan zitten in het stellen van de juiste vragen door het KCC als er een melding of klacht binnenkomt. Het stellen van de juiste vragen kan belangrijke informatie opleveren. De gemeente gaat in de komende planperiode de vragen die gesteld worden kritisch bekijken en waar nodig aanpassen of aanvullen. Een hulpmiddel hierbij kan zijn, de door de Stichting RIONED opgestelde methode voor uniforme registratie van meldingen (zie kader).

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

35

Voordelen van de uniforme registratie van meldingen (bron: RIONED) Door de toenemende druk op verantwoording, doelmatigheid en het redeneren van ‘buiten naar binnen' is de wens ontstaan voor een standaard uitwisselingsformat voor meldingen (SUF-MELD). Hiermee kunnen beheerders van de meldingen van elkaar leren. Het inzicht in de relatie tussen ontwerp, beheer en gebruik van de stelsels en de aard en aantallen meldingen die hierdoor ontstaan, kan daarbij leiden tot een concrete invulling van het begrip doelmatigheid. Dit kan de noodzakelijke dialoog tussen rioleringsbeheerder en gemeenteraad over de in te zetten middelen en de te bereiken prestatieniveaus van de zorgplichten stimuleren. Om te bepalen hoe de burgers de dienstverlening van de gemeente ervaren, wordt door de gemeente regelmatig een klanttevredenheidsonderzoek uitgevoerd, een bewoneroverleg georganiseerd, de meldingen die binnenkomen via het KCC geanalyseerd en bezwaarschriften tegen de rioolheffing geanalyseerd.

6.6

Communicatie

6.6.1 Projectgerelateerde communicatie Overlast tijdens werkzaamheden aan de riolering dient beperkt te zijn. Als onderdeel van de voorbereiding van projecten vindt afstemming met andere overheidsdiensten (binnen en buiten de gemeente) plaats. Daarnaast wordt voorafgaand aan de uitvoering van projecten een communicatieplan opgesteld, hierin is o.a. een snelle afhandeling van klachten tijdens de werkzaamheden gewaarborgd.

6.6.2 Voorlichting goed gebruik van de riolering De gemeente neemt deel aan het communicatieproject dat wordt georganiseerd vanuit de OAS De Groote Lucht. Afgelopen jaren speelde het communicatieprogramma “niet in het riool.” Daarnaast sluit de gemeente aan bij landelijke voorlichtingscampagnes gericht op een juist gebruik van de riolering. Daarnaast plaatst de gemeente geregeld artikelen in het regionale weekblad over rioleringszaken. Ook verstrekt de gemeente algemene- en projectgebonden informatie over de riolering en het oppervlaktewater via de gemeentelijke website.

6.7

Samenwerking

Op 21 april 2011 is er door het Rijk, de VNG, het IPO en de UvW een onderhandelingsakkoord getekend voor een breed bestuursakkoord. Onderdeel van het brede bestuursakkoord is het deelakkoord water. In dit deelakkoord wordt primair ingezet op het vergroten van de doelmatigheid van het beheer van het watersysteem en de waterketen. Het doel van de aanpak van de afvalwaterketen is:  Het realiseren van kostenbesparingen in het beheer van de afvalwaterketen;  Het vergroten van de kwaliteit van de uitvoering van de beheerstaken en het innovatievermogen;  Het verminderen van de kwetsbaarheid van de uitvoering van beheerstaken. De afspraken zijn gericht op een intensieve samenwerking bij de uitvoering van de beheerstaken tussen gemeenten onderling en tussen gemeenten en waterschappen. Gemeenten en waterschappen zijn in het afgelopen jaren meer gaan samenwerken in de afvalwaterketen. Het landelijk beeld laat zien dat de lastenontwikkeling gematigd is, één van de doelstellingen van het samenwerkingsproces. Dit geldt ook voor onze gemeente. Tijdens de watertafel op 22 november 2013 is de bestuurlijke overeenkomst “Netwerk Afvalwaterketen Delfland” (NAD) door alle partijen (12 gemeenten en Delfland) getekend. Met de bestuurlijke overeenkomst wordt regionaal invulling gegeven aan de landelijke afspraken.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

36

Op 8 december 2014, tijdens de bestuurlijke Watertafel, is de lange termijn Visie vastgesteld. Vanuit de visie is het strategisch ketenplan opgesteld. Het strategisch ketenplan beschrijft hoe we de in de visie gestelde inzichten en doelstellingen bereiken. De samenwerking is niet vrijblijvend. Een landelijke visitatiecommissie rapporteert over de voortgang van alle regionale samenwerkingen aan de Tweede Kamer. In de komende planperiode wordt de uitwerking van de samenwerking verder voortgezet. De gemeente neemt hierin actief deel in voor de gemeente belangrijke (ambtelijke)werkgroepen. OAS de Groote Lucht Binnen de zuiveringsregio van Afvalwaterzuiveringsinstallatie De Groote Lucht werken wij al geruime tijd samen om op een zo doelmatig mogelijke manier te voldoen aan de wettelijke eisen. Hierbij zijn afspraken gemaakt om grensoverschrijdende problemen gezamenlijk aan te pakken. In 2006 is een quickscan uitgevoerd. Dit heeft in 2008 geleid tot een bestuurlijk Afvalwaterakkoord, welke in 2010 en 2015 is aangepast. De gemeenten Maassluis, Midden-Delfland, Schiedam, Vlaardingen, Westland en het hoogheemraadschap van Delfland en Rijkswaterstaat Zuid-Holland werken sinds 2008 samen in het uitvoeringsprogramma OAS De Groote Lucht. De afkorting OAS staat voor Optimalisatie Afvalwatersysteem Studie.

Bij OAS De Groote Lucht gaat het om de afvalwaterketen die begint in de gemeenten, samenkomt bij de afvalwaterzuiveringsinrichting De Groote Lucht in Vlaardingen en loost op de Nieuwe Waterweg. Het uitvoeringsprogramma omvat een grote verscheidenheid aan gezamenlijke activiteiten, zoals:  aanleg van werken;  onderzoek naar en maatregelen voor beperking van rioolvreemd water;  meten, monitoren en sturen van bedrijfsvoering;  onderzoek naar en doorvoeren van fysieke systeemoptimalisatie;  onderzoeken en toepassen van innovaties;  communicatie ten behoeve van beter lozingsgedrag.  Het akkoord uit 2008 (D44302) wordt jaarlijks geëvalueerd en de voortgang wordt besproken tijdens een overleg met de (bestuurlijke) stuurgroep. OAS Delft Het afvalwater van de gemeenten Pijnacker-Nootdorp, Lansingerland, Midden-Delfland (Schipluiden en Den Hoorn) wordt met het afvalwater van Delft, via het rioolstelsel van de gemeente Delft afgevoerd naar het eindgemaal Kruitmolenpad. In de OAS Delft is geconcludeerd dat de vuilemissie verminderd kan worden door de toepassing van Real Time Control (RTC). Met RTC bedoelen wij ‘sturing van gemalen door een datacommunicatiesysteem’. Naast het verminderen van de vuilemissie kan door de toepassing van RTC ook het stelsel robuuster worden gemaakt (met name het functioneren van het collecteurriool) en kan mogelijk het energieverbruik worden verminderd.

De verkenning van RTC-scenario’s (stap 2) liet zien dat een implementatie hiervan nog erg complex en kostbaar is. Onderzoek in 2015 liet bovendien zien dat een relatief eenvoudige zogenaamde calamiteitensturing ook al tot een aanzienlijke emissiereductie kan leiden. De calamiteitensturing houdt in dat bij vulling van het collecteursriool, of een storing in een eindgemaal in Delft, de voorliggende aanvoerende gemalen automatisch worden afgetoerd of in het uiterste geval geblokkeerd. De komende jaren zullen wij de werking van deze calamiteitensturing kritisch monitoren. Voorkomen moet worden dat deze sturing tot onnodige overstortsituaties in Schipluiden en/of Den Hoorn leidt.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

37

7.

Maatregelen

In dit hoofdstuk zijn de maatregelen beschreven die gemeente treft om de doelen voor de rioleringszorg te behalen. Deze bestaan enerzijds uit de vereiste reguliere activiteiten voor de instandhouding en vervanging van de voorzieningen, Anderzijds zijn er specifieke onderzoeken en beleidsmatige activiteiten die de komende periode worden opgepakt, al dan niet vanuit de samenwerkingsregio.

7.1

Investeringen

De investeringen in de planperiode bestaan uit vervangingsinvesteringen van vrijverval riolering, renovatie van gemalen en vervanging van pompinstallaties. Deze investeringen zijn benodigd om het functioneren van het systeem in stand te houden. Daar waar optimalisaties in het systeem mogelijk, zijn worden deze zoveel mogelijk gelijktijdig met de vervangingen of renovaties meegenomen. In hoofdstuk 8 “Benodigde middelen” is een overzicht gegeven van de te verwachten investeringen voor vervanging en renovatie. Het huidige systeem functioneert goed en voldoet aan de eisen. Derhalve zijn er geen verbeteringsinvesteringen voorzien.

7.2

Onderhoud

De reguliere onderhoudsactiviteiten die de gemeente tot op heden heeft uitgevoerd worden ook in de komende planperiode voortgezet. De kosten voor deze reguliere onderhoudsactiviteiten worden bekostigd uit de exploitatie. De reguliere onderhoudsactiviteiten bestaan uit:  Het (laten) uitvoeren van inspecties en het beoordelen van de inspectieresultaten;  Het laten reinigen van de riolering, kolken en drainage;  Kleine reparaties aan de riolering;  Het oplossen van storingen aan gemalen.

7.3

Onderzoek

In de planperiode 2016 – 2020 worden de volgende onderzoeken uitgevoerd:  De levensduur van diverse merken drukrioleringspompen (nieuwe pompen). Hebben alle merken drukrioleringspompen een gemiddeld kortere levensduur dan vroeger?  Het analyseren van de meetdata uit het meetnet riolering ten behoeve van: o Het in beeld brengen van het werkelijk functioneren; o Bepalen of de huidige beschikbare rioleringsmodellen het werkelijk functioneren goed weergeven, en daarmee het leveren van de juiste input voor het 3DI model; o Bepalen van optimalisatiemogelijkheden in het dagelijks functioneren van het rioleringssysteem; o Input voor het OAS-project, gezamenlijk meten en monitoren; o Het monitoren van het functioneren van de calamiteitensturing; o Het monitoren van uitgevoerde optimalisaties in de afvalwaterketen in samenwerking de andere betrokken gemeenten en het hoogheemraadschap;  De beheergegevens op tijd, conform de wettelijke eisen van de WION, op orde brengen en houden;  Het opsporen van foutieve aansluitingen op de drukriolering; 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

38

 

Het regelmatig uitvoeren van klanttevredenheidsonderzoeken onder de burgers in de gemeente en het houden van bewonersoverleggen in samenspraak met andere afdelingen binnen de gemeente; Het regelmatig analyseren van meldingen die binnenkomen bij het KCC en bezwaarschriften tegen de rioolheffing of verbeteringen in de dienstverlening mogelijk is.

In de loop van de planperiode zijn de huidige basisrioleringsplannen (BRP’s) 10 jaar oud. Op dit moment is er geen noodzaak om de BRP’s te actualiseren, omdat er geen problemen in het functioneren van de riolering worden ervaren. Tijdens de planperiode wordt bepaald waar in de nieuwe BRP’s na 2020 antwoord op moeten geven (wat is de onderzoeksvraag). In hoofdstuk 8 “Benodigde middelen” wordt nader ingegaan op de investeringen die naar verwachting nodig zijn om voornoemde onderzoeken te kunnen uitvoeren in de komende planperiode.

7.4

Beleidsmatige activiteiten

In de planperiode 2016 – 2020 worden de volgende beleidsmatige activiteiten uitgevoerd:          

Het samen met de waterkwaliteitsbeheerder ontwikkelen van beleid voor het lozen van spoelwater van Warmte-koude opslaginstalaties; Meer bewustzijn creëren over “juist rioolgebruik” en “water en riolering”, middels doelgerichte communicatie in samenwerking met de afdeling communicatie; Het indien nodig doorvoeren van verbeteringen in de vraagstelling die door het KCC worden gesteld als er een klacht of melding over de riolering en/of het grondwater binnenkomt; Het jaarlijks opstellen van operationele programma’s; Indien daartoe aanleiding is het huidige incidentenplan actualiseren; Het ontwikkelen van eigen en regionaal klimaatbeleid in samenwerking met de gemeenten in de regio, het hoogheemraadschap en andere stake holders (CoP); Het waterbewustzijn binnen andere afdelingen van de gemeente vergroten, door ze te betrekken bij het klimaatbestendig inrichten van de openbare ruimte; Het actief deelnemen aan voor de gemeente belangrijke (ambtelijke)werkgroepen in NADen OAS-verband; Het handhavend optreden tegen niet toegestane lozingen op het rioleringssysteem; Het inzetten van het beleid op een meer strategisch/tactisch niveau in plaats van te veel op het operationele vlak; Het op de hoogte blijven van nieuwe ontwikkelingen in het vakgebied, door lidmaatschap van de Stichting RIONED, het bezoeken van beurzen en congressen en lidmaatschap van vakliteratuur.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

39

8.

Benodigde middelen

In dit hoofdstuk zijn de benodigde middelen beschreven om invulling te geven aan de taken binnen de rioleringszorg. Naast het aanreiken van de algemene kaders geeft dit hoofdstuk de hoofdlijnen weer van de kosten voor het uitvoeren van de taken en de vertaling hiervan in lasten voor de burger. Gedetailleerde resultaten vanuit de kostendekkingsberekening zijn opgenomen in bijlage 10.

8.1

Personele middelen

In de te verrichten taken wordt onderscheid gemaakt in:  Planvorming, onderzoek en facilitair;  Onderhoudsactiviteiten;  Voorbereiding en toezicht voor uit te voeren investeringen. Planvorming, onderzoek en facilitair zijn nog onder te verdelen in diverse deeltaken. In onderstaande tabel zijn deze deeltaken weergegeven. Tabel 8-1 Overzicht deeltaken planvorming, onderzoek en facilitair

Planvorming

Onderzoek

Facilitair

Beleid (zoals vGRP)

Inventarisatie

Verwerken revisiegegevens

Afstemming en overleg

Inspectie/controle

Vergunningen en voorlichting gebruik

Jaarprogramma’s

Meten Functioneren (zoals OAS)

Klachtenanalyse en -verwerking

Mate van uitbesteding Van de in tabel 8-1 genoemde deeltaken wordt het opstellen van een vGRP voor 70% uitbesteed, inspectie/controle voor 50% uitbesteed en het verwerken van revisies voor 90% uitbesteed. De overige deeltaken worden door de eigen organisatie uitgevoerd. De onderhoudsactiviteiten worden ook grotendeels door de eigen organisatie uitgevoerd. Een klein deel (20%) van het onderhoud aan gemalen/mechanische riolering wordt uitbesteed. De werkzaamheden voor voorbereiding en toezicht voor het tot uitvoering brengen van maatregelen wordt maximaal uitbesteed. Dit houdt in dat 60% van deze werkzaamheden uitbesteed worden. De overige 40% van de werkzaamheden wordt besteedt door de gemeente voor het voeren van regie over de uitbestede werkzaamheden. Huidige formatie Voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken is binnen de gemeentelijke organisatie in totaal 3,8 fte beschikbaar. Hiervan wordt 2,9 fte ingevuld door de buitendienst, waarvan ongeveer 0,2 fte ondersteuning biedt aan de binnendienst. De binnendienst wordt voor 0,9 fte ingevuld (exclusief de ondersteuning door de buitendienst).

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

40

Benodigde formatie Bij de evaluatie van het vorige vGRP is geconstateerd, dat de huidige formatie als kwetsbaar wordt ervaren. Deze kwetsbaarheid zit met name bij de binnendienst. In bijlage 6 wordt hier nader op ingegaan. Op basis van de Leidraad Riolering van de Stichting RIONED is de benodigde formatie bepaald. Dit betreft een indicatie. In de Leidraad Riolering wordt uitgegaan van gemiddelde kentallen. Deze gemiddelde kengetallen zijn kritisch tegen het licht gehouden of deze ook gelden voor de situatie van de gemeente Midden-Delfland. Om de indicatie van de bepaling van de benodigde formatie goed te vertalen naar de situatie voor de gemeente Midden-Delfland zijn de volgende wijzigingen toegepast op de berekening:  Het aantal gemalen in de gemeente wijkt sterk af van het landelijk gemiddelde. Een gemiddelde gemeente beheert 19 rioolgemalen per 100 km. De gemeente beheert 43 gemalen op in totaal 96 km aan riolering. Ten opzichte van de Leidraad Riolering zal de gemeente 2,4 keer zoveel tijdbesteding hebben bij het beheer en onderhoud van de gemalen;  De Leidraad Riolering gaat uit van 175 werkbare dagen per jaar. Binnen de gemeente Midden-Delfland is dit 190 werkbare dagen of 1.435 manuur per jaar;  In de praktijk wordt 40 in plaats van 70 dagen per jaar besteed aan het opstellen van jaarprogramma’s.

In de onderstaande tabellen zijn de resultaten van de berekening van de benodigde formatie weergegeven. De indicatie van de totaal benodigde formatie bedraagt 4,0 fte. Dit is meer dan de beschikbare formatie van 3,8 fte. Tabel 8-2 Indicatie benodigde formatie planvorming, onderzoek en facilitair Tijdbesteding (dagen/jaar)

% uitbesteding

Tijdbesteding bij uit besteden (dagen/jaar)

Beleid (zoals vGRP)

45

70%

14

Afstemming en overleg

20

-

20

Jaarprogramma’s

40

-

40

Planvorming

Onderzoek Inventarisatie

5

-

5

Inspectie/controle

90

50%

45

Meten

30

50%

15

Functioneren

20

-

20

Verwerken revisiegegevens

10

90%

1

Vergunningen

voorlichting

15

-

15

Klachtenanalyse en -verwerking

20

-

20

Facilitair en

gebruik

7 oktober 2016

Tijdbesteding

195

Fte (190 dagen/jaar)

1,0

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

41

Tabel 8-3 Indicatie benodigde formatie realiseren investeringen Investeringen

Voorbereiding en toezicht (%)

Kosten personeel

% uitbesteding

Tijdbesteding bij uit besteden (dagen/jaar)

Nieuwbouw

-

15%

-

-

-

Bestaande bebouwing Drainage

-

15%

-

-

-

Aanleg

€ 10.000

15%

€ 1.500

0%

2

Reparatie

€ 140.000

15%

€ 21.000

60%

11

Renovatie

€ 145.000

15%

€ 21.750

60%

11

Vervanging

€ 255.000

15%

€ 38.250

60%

19

Verbetering

-

15%

-

Tijdbesteding

Fte (190 dagen/jaar)

43 0,2

Tabel 8-4 Indicatie benodigde formatie onderhoudsactiviteiten Beheer en onderhoud

Tijdbesteding (dagen/jaar)

% uitbesteding

Riolering en kolken

224

-

Tijdbesteding bij uit besteden (dagen/jaar) 224

Gemalen/mechanische riolering

350

20%

280

Infiltratievoorzieningen (doorlatende verharding) Drainage

6

-

6

3

-

3

Planning en begeleiding

15

n.v.t.

15

Tijdbesteding

428

Fte (190 dagen/jaar)

2,8

Om het te kort in de formatie op te vangen zal in eerste instantie onderzocht worden of dit binnen het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) kan worden opgevangen. Hierbij dient ook rekening te worden gehouden met het personeelsverloop. Indien opvang binnen het NAD niet mogelijk is, wordt de extra benodigde personele inzet op projectbasis ingehuurd. In het kostendekkingsplan is voor de planperiode 2016 – 2020 rekening gehouden met de inleen van 340 manuur extra. Door de stichting RIONED is een (concept) rapportage “Activiteitengebouw gemeentelijke watertaken” opgesteld. Het “Activiteitengebouw gemeentelijke watertaken” beschrijft de algemene activiteiten die horen bij de gemeentelijke watertaken en wat er nodig is om deze activiteiten goed uit te voeren (vereiste competenties). Binnen het NAD wordt momenteel (2015) in beeld gebracht welke kennis en competenties beschikbaar zijn bij de verschillende partijen binnen het NAD. Dit geeft inzicht in de mogelijkheden voor het samen oppakken van projecten en taken of over een (her)verdeling van activiteiten. Het doel is dat het NAD op termijn haar watertaken beter kan uitvoeren.

8.2

Uitgangspunten

De kosten voor het uitvoeren van de gemeentelijke watertaken zijn onder verdeeld in de volgende posten.  Exploitatielasten (waaronder personeelskosten);  Groot onderhoud  Vervangingsinvesteringen;  Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

42

De kosten van nieuwe aanleg worden niet meegenomen, omdat deze worden bekostigd uit de exploitatie van de nieuwbouw ontwikkeling. Verbeterings- en uitbreidingsinvesteringen worden in de komende planperiode niet verwacht. Om de voornoemde kosten te kunnen betalen heft de gemeente rioolheffing. Deze rioolheffing is kostendekkend over een periode van 60 jaar. De gemeente streeft er naar de rioolheffing zoveel mogelijk stabiel te houden. Voornamelijk de investeringen kunnen jaarlijks behoorlijk fluctueren. Hierdoor ontstaan er jaarlijks tekorten of overschotten. Door daar waar mogelijk de investeringen te spreiden in de tijd, kunnen pieken in de investeringen worden afgevlakt. Om te bepalen hoeveel kosten de gemeente heeft en welke inkomsten daar vanuit de rioolheffing tegenover moeten staan is een kostendekkingsplan (KDP) opgesteld. De uitgangspunten die zijn gehanteerd bij het opstellen van het KDP zijn:  Het KDP start in 2016 (tevens het peiljaar van de kosten);  Het KDP heeft een looptijd van 60 jaar;  Indexatie (inflatie) is buiten beschouwing gelaten, daarom zijn renteopbrengsten ook niet van toepassing;  De afschrijving vindt lineair plaats, met een rentepercentage van 0% (interne rekenrente) vanaf 2017.

Voor de kapitaallasten tot en met 2016 wordt een rentepercentage van 3% gehanteerd;  De oude kapitaallasten zijn uit de ‘Staat C’ geëxtrapoleerd (investeringen 2016/2017/2018 zijn eruit gehaald in verband met de nieuwe doorkijk in dit KDP);  De exploitatielasten zijn overgenomen uit het exploitatieoverzicht (reeds vastgestelde begroting van 2016) van de gemeente (exclusief kapitaallasten);  De BTW (21%) lasten zijn meegerekend over die posten waarover BTW van toepassing is (dus niet eigen personele lasten) in het exploitatieoverzicht en over de gehele investering;  De kwijtschelding is in ‘overige uitgaven’ opgenomen, en bijdragen derden en bijdragen van Delfland als ‘overige opbrengsten’ opgenomen;  De rioolheffing wordt geïnd bij 7.225 woningen (2016), oplopend naar 7.623 woningen in 2020, en bij 462 niet-woningen (2016) groeiend naar 476 in 2020.

8.3

Investeringskosten maatregelen

Vervanging en renovatie Voor de komende planperiode is op basis van de kwaliteit van de vrijvervalriolering bepaald, dat circa 500 m riolering per jaar vervangen of gerelined moet worden. Op basis van de ervaringen van de aflopen jaren is een inschatting gemaakt van hoeveel meter riolering er gerelined (Rioolrenovatiemethodiek; het van binnenuit renoveren van het riool middels het aanbrengen van een naaldvilt of glasvezel “kous”) kan worden. Indien relining niet mogelijk is, wordt de riolering vervangen. Relinen is goedkoper dan vervangen, omdat bij relining de straat niet hoeft te worden opgebroken. Relining levert daarom een besparing op. Voor de gemalen zijn de investeringen voor vervanging of renovatie bepaald op basis van de technische levensduur. Voor de drukriolering is het in de praktijk gebruikelijk, dat gemiddeld per jaar 20 drukrioleringspompen vervangen moeten worden, twee centrale voedingskasten en gemaalcomputers. Dit wordt ook voor de komende planperiode verwacht.

Tabel 8-5 geeft een overzicht van de geplande investeringen voor vervanging en renovatie voor vrijverval riolering, gemalen en drukriolering. Tabel 8-5 Overzicht van geplande investeringen voor vervanging en renovatie (exclusief BTW)

Jaar 2016 2017 2018 2019 2020

Vrijverval riolering € 212.000 € 230.000 € 230.000 € 230.000 € 230.000

Gemalen € 146.000 € 71.000 € 49.000 € 49.000 € 49.000

Drukriolering € 52.500 € 104.000 € 104.000 € 104.000 € 104.000

Totaal € 410.500 € 405.000 € 383.000 € 383.000 € 383.000

Onderzoeken Tabel 8-6 geeft een overzicht van de kosten van de geplande onderzoeken. Dit betreffen alleen de onderzoeken die niet tot het reguliere takenpakket behoren, zoals het ontwikkelen van nieuw beleid of actualiseren van bestaand beleid. De kosten voor het onderzoek zijn ingeschat op basis van de ervaring met soortgelijke onderzoeken uit het verleden voor het inhuren van externe 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

43

adviseurs. De kosten komen terecht op, en worden gedekt uit, de post onderhoud riolering (6.722.04-34371; €208.463). Voor de reguliere taken zijn in de exploitatie personeelskosten meegenomen. In paragraaf 8.1 is nader ingegaan op de personele middelen. Tabel 8-6 Overzicht investeringen geplande onderzoeken Kosten

Planning

Levensduur diverse merken drukrioleringspompen Instant houden meetnet en controle meetdata op beschikbaarheid en betrouwbaarheid Analyse meetdata

€ 10.000

2016

€ 15.000

Per jaar

€ 12.500

Per jaar

Opsporen foutieve aansluitingen drukriolering

€ 15.000

Per jaar

Communicatie “waterbewustzijn” en klimaatadaptatie

€ 15.000

Per jaar

8.4

Berekening jaarlijkse heffing

Om de taken die genoemd zijn in dit vGRP te kunnen uitvoeren, dient hiervoor geld beschikbaar te zijn. Dit geld wordt geïnd door middel van een rioolheffing. De gemeente hanteert het beleid, dat de kosten van de gemeentelijke watertaken 100% kostendekkend moeten zijn met de inkomsten uit de rioolheffing over een langere planhorizon dan de planperiode van het vGRP. De riolering heeft een lange levensduur (ca. 60 jaar). In de jaren 60 en 70 van de vorige eeuw is veel riolering aangelegd. Dit betekent dat deze riolering theoretisch in de periode 2020 - 2030 aan vervanging toe is. Door hierop te anticiperen en hiervoor nu geld te sparen in een voorziening, kan worden voorkomen dat de rioolheffing na 2020 ineens fors moet stijgen en dat de heffing jaarlijks fluctueert. In voorgaande vGRP's werd nog uitgegaan van volledige rioolvervanging na de technische levensduur. Uit ervaring is inmiddels gebleken dat de levensduur van een belangrijk deel van de riolering verlengd kan worden middels het relinen van rioolbuizen (zie hoofdstuk 8.3 voor een beschrijving). Relining kan resulteren in een aanzienlijke beperking van de investeringskosten. Ook de uitgebreide rioolinspecties hebben ons meer inzicht gegeven in de kwaliteit van de riolering. Mede als gevolg van bovenstaande ontwikkelingen hoeft de rioolheffing minder snel te stijgen dan in het verleden werd gedacht.

De berekening van de te innen rioolheffing is gedaan voor 6 scenario’s. In alle berekeningen is als uitgangspunt genomen, dat de fluctuaties in de rioolheffing zo beperkt mogelijk zijn. Daarom is gekozen voor een periode van 60 jaar waarover de inkomsten kostendekkend moeten zijn. De verschillen tussen uitgaven en inkosten worden opgevangen door middel van een voorziening (zie paragraaf 8.5). In onderstaand overzicht zijn de scenario’s en de resultaten van de berekening van de te innen rioolheffing weergegeven. Tabel 8-7 Overzicht scenario’s te innen rioolheffing (exclusief inflatie)

Scenario 1 1a 2

2a

Omschrijving  Alle investeringen worden geactiveerd;  Vanaf 2017 daalt de eerste jaren het tarief met 2% per jaar en blijft daarna constant.  Alle investeringen worden geactiveerd;  In 2017 daalt het tarief in één keer naar een constant tarief over de komende 60 jaar.  Alle investeringen, behalve die in de drukriolering (inclusief IBA’s) worden geactiveerd;  Investeringen in de drukriolering (inclusief IBA’s) worden direct afgeschreven;  Vanaf 2017 daalt de eerste jaren het tarief met 2% per jaar en blijft daarna constant.  Alle investeringen, behalve die in de drukriolering (inclusief IBA’s) worden geactiveerd;  Investeringen in de drukriolering (inclusief IBA’s) worden direct afgeschreven;  In 2017 daalt het tarief in één keer naar een constant tarief over de komende 60 jaar.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

44

Scenario 3

3a

Omschrijving  Alleen investeringen in de vrijverval riolering worden geactiveerd;  Investeringen in de drukriolering (inclusief IBA’s) en gemalen worden direct afgeschreven;  Vanaf 2017 daalt de eerste jaren het tarief met 2% per jaar en blijft daarna constant.  Alleen investeringen in de vrijverval riolering worden geactiveerd;  Investeringen in de drukriolering (inclusief IBA’s) en gemalen worden direct afgeschreven;  In 2017 daalt het tarief in één keer naar een constant tarief over de komende 60 jaar.

Het verschil in opbouw van de lasten (out of pocket investeringen of kapitaallasten) zit in de scenario’s 1, 2 en 3 (de scenario’s voorzien van een ‘a’ zijn varianten op de hoofdscenario’s 1, 2 en 3). In Figuur 8-1 Opbouw lasten scenario 1 (1 en 1a); met name erg sterke groei kapitaallasten, Figuur 8-2 Opbouw lasten scenario 2; beperking opbouw kapitaallasten en Figuur 8-3 Opbouw lasten scenario 3 (3 en 3a); is te zien dat de lasten stijgen door in de tijd toenemende vervangingsinvesteringen (technisch afgeschreven riolen) In scenario 1 nemen de kapitaallasten in sterke mate toe, in scenario 2 in mindere mate, en in scenario 3 is de toename te verwaarlozen, omdat bij laatstgenoemd scenario enkel de vervangingsinvesteringen van vrijverval riolen nog worden geactiveerd. De kapitaallasten zijn in 2016 beduidend hoger dan in de daaropvolgende jaren, omdat tot en met 2016 nog een interne rekenrente van 3% wordt gehanteerd. Vanaf 2017 hanteert de gemeente een interne rekenrente van 0% op lopende kapitaallasten en nieuw te activeren investeringen.

Figuur 8-1 Opbouw lasten scenario 1 (1 en 1a); met name erg sterke groei kapitaallasten

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

45

Figuur 8-2 Opbouw lasten scenario 2; beperking opbouw kapitaallasten

Figuur 8-3 Opbouw lasten scenario 3 (3 en 3a); alleen vervanging vrijvervalriolen kapitaliseren

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

46

In figuur 8-4 is de langjarige ontwikkeling van de rioolheffing volgens deze scenario’s weergegeven in een grafiek. Daaronder volgt nog een korte toelichting per scenario.

Figuur 8-4 vergelijking rioolheffingen 6 scenario’s Nb: alle genoemde prijzen zijn Euro’s 2016, dus tarieven zonder inflatiecorrectie

Scenario 1 (niet-onderbroken blauwe lijn) Scenario 1 gaat uit van de opnieuw begrote exploitatielasten, kosten voor personeel plus tijdelijk extra uren (zie voorgaande paragraaf). BTW is toegerekend over alle posten waarover de gemeente BTW verschuldigd is. Voor de investeringen gelden lange afschrijvingstermijnen; rente en afschrijving worden betaald over 60 jaar (vrijvervalriolen), 45 jaar (drukriolering en IBA’s), 45 jaar (gemalen bouwkundig) en 15 jaar (gemalen mechanisch/elektrisch). De resulterende heffing betreft een gelijkmatige verlaging van het tarief vanaf 2017 tot en met 2026 met 2% per jaar. Vanaf 2026 kan het tarief de resterende periode van 60 jaar op € 224,04 blijven (prijspeil 2016, exclusief inflatie). De rioolheffing in 2016 bedroeg € 274,20, waardoor een uiteindelijke totale verlaging van € 50,16 gerealiseerd kan worden. Scenario 1a (onderbroken blauwe lijn) Een alternatief op scenario 1 is variant 1a, waarbij dezelfde rekenkundige uitgangspunten gehanteerd worden; enkel de strategie ten aanzien van de heffingsontwikkeling wijzigt. In dit scenario wordt de heffing in 2017 in één keer verlaagd naar een kostendekkend niveau, waarbij het tarief over de resterende 60 jaar constant blijft (exclusief inflatie). Dit houdt in dat het tarief daalt van € 274,20 in 2016 naar € 227,59 in 2017 (prijspeil 2016, exclusief inflatie). Dit betekent een verlaging van € 46,61.

Dit is minder dan in scenario 1, maar over de planperiode 2016 – 2020 gezien is het voordeel per saldo groter in scenario 1a (zie Tabel 8-8 Overzicht te innen rioolheffing per heffingseenheid ). Scenario 2 (niet-onderbroken rode lijn) Scenario 2 speelt in op een andere wijze van financieren. Worden in de scenario’s 1 alle investeringen langjarig geactiveerd, het 2e scenario voorziet in het direct afboeken van investeringen in de drukriolering (+ IBA’s). De kosten hiervoor komen onder de exploitatie te vallen en er worden hierover geen (rente en) afschrijvingslasten over 45 jaar betaald; de lasten worden direct genomen. Het gevolg is dat er op korte termijn meer geld aan de voorziening wordt onttrokken, dan in de scenario’s 1. Op de lange termijn resulteert dit in een hoger tarief dan in de scenario’s 1, omdat op korte termijn minder wordt gespaard in de voorziening. De resulterende heffing betreft een gelijkmatige verlaging van het tarief vanaf 2017 tot en met 2023 met 2% per jaar. Vanaf 2023 kan het tarief de resterende periode van 60 jaar op € 238,04 (prijspeil 2016, exclusief inflatie) blijven. Dit betekent een uiteindelijk totale verlaging van € 36,16.

Scenario 2a (onderbroken rode/oranje lijn) Een variant op scenario 2, is de heffing in 2017 in één keer te verlagen naar een kostendekkend niveau, waarbij het tarief over de resterende 60 jaar constant blijft (exclusief inflatie). Dit houdt in

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

47

dat het tarief daalt van € 274,20 in 2016 naar € 239,93 in 2017 (prijspeil 2016, exclusief inflatie); een verlaging van € 34,27 derhalve. Scenario 3 (groene niet-onderbroken lijn) Voortbordurend op scenario 2, kunnen meer investeringen als exploitatielast meteen worden gedekt (niet langjarig afschrijven). In scenario 3 worden alle investeringen aan gemalen derhalve ook meteen als kostenpost genomen. Het gevolg is dat alleen vervangingen en reliningen van vrijverval leidingen als langjarige kapitaallast zijn terug te vinden; de rest wordt als exploitatielast geboekt. Het resultaat is een heffing die gelijkmatig kan worden verlaagd vanaf 2017 tot en met 2022 met 2% per jaar. Vanaf 2022 kan het tarief de resterende periode van 60 jaar op € 242,90 (prijspeil 2016, exclusief inflatie) blijven. Dit betekent een uiteindelijk totale verlaging van € 31,30. Scenario 3a (lichtgroene onderbroken lijn) Scenario 3a zet net als bij de scenario’s 1a en 2a in op direct volledig voordeel vanaf 2017. Ook in dit scenario is het mogelijk om in 2017 het tarief direct te verlagen tot kostendekkend niveau, waarbij het tarief over de resterende 60 jaar constant blijft (exclusief inflatie). Dit houdt in dat het tarief daalt van € 274,20 in 2016 naar € 244,04 in 2017 (prijspeil 2016, exclusief inflatie). Dit betekent een verlaging van € 30,16.

Vergelijking saldo te innen rioolheffing scenario’s In de onderstaande tabel is voor de 6 scenario’s ter vergelijking de te innen rioolheffing weergegeven voor de planperiode 2016 – 2020 en over de planhorizon van 60 jaar per heffingseenheid. Tabel 8-8 Overzicht te innen rioolheffing per heffingseenheid

Scenario 1 1a 2 2a 3 3a

2016 - 2020 € 1.317 € 1.185 € 1.317 € 1.234 € 1.317 € 1.250

2016 - 2075 € 13.170 € 13.702 € 14.424 € 14.430 € 14.682 € 14.672

*Nb: alle genoemde prijzen zijn Euro’s 2016, dus tarieven zonder inflatiecorrectie

8.5

Ontwikkeling voorzieningen riolering

De voorziening riolering wordt zodanig ingezet dat toekomstige lasten kunnen worden gedekt, terwijl fluctuaties in uitgaven worden voorkomen (egalisatievoorziening). De voorziening wordt per saldo gevuld wanneer in een bepaald jaar meer binnenkomt dan wordt uitgegeven door het innen van de rioolheffing. Per saldo vindt onttrekking plaats wanneer de uitgaven hoger zijn dan de opbrengsten uit de rioolheffing (betreft BBV artikel 44 lid 2 voorziening). Door richting het einde van de looptijd van het kostendekkingsplan de voorziening richting 0 te laten lopen, is het kostendekkingsplan 100% kostendekkend. Alle lasten die worden voorzien binnen het product riolering, worden gedekt door middel van de rioolheffing en de voorziening riolering. Eventuele voorziene stortingen in (dotaties) of onttrekkingen uit de voorziening moeten “meebegroot” worden. Conform de verschillende verlopen van de werkelijke kosten en de rioolheffingen, beschreven in voorgaande paragraaf, kennen alle scenario’s een ander verloop van de voorziening. Tabel 8-9 Overzicht scenario’s rioolheffing en verloop voorziening

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5e6facf0-58b1-4d2a-b785-5feb731005cf