CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

08 HUIDIG vGRP 2016-2020, versie 7 oktober 2016

Gemeenteraad 26 september 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststellen van het Water- en rioleringsprogramma 2024-203017.632 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

verbreed

Gemeentelijk Rioleringsplan Midden-Delfland

2016 - 2020

HASKONINGDHV NEDERLAND B.V.

Laan 1914 no.35 3818 EX Amersfoort Netherlands Water Technology Trade registration number: 56515154 T +31 88 348 20 00 F +31 88 348 28 01 E info@rhdhv.com W royalhaskoningdhv.com Titel document: Verbreed GRP Midden-Delfland 2016 – 2020 Ondertitel: vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020 Referentie: WATBD9597R001D05 Versie: 02/Definitief ontwerp Datum: 7 oktober 2016 Projectnaam: Opstellen vGRP Midden-Delfland Projectnummer: BD9597 Auteur(s): Marcel Zandee Opgesteld door: Royal HaskoningDHV Gecontroleerd door: Theo Helderman, gemeente Midden-Delfland

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

2

Inhoud 1.

2.

3.

Inleiding .................................................................................................................................................................... 5 1.1

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan......................................................................................... 5

1.2

Geldigheidsduur ........................................................................................................................................... 5

1.3

Leeswijzer....................................................................................................................................................... 5

Context...................................................................................................................................................................... 7 2.1

Wet- en regelgeving ................................................................................................................................... 7

2.2

Deltabeslissing Ruimtelijk adaptatie .................................................................................................... 7

2.3

Samenwerking in de waterketen ........................................................................................................... 8

Evaluatie ................................................................................................................................................................. 10 Resultaten evaluatie planperiode 2011– 2015 ............................................................................................. 10

4.

5.

6.

7.

8.

Visie en doelen ..................................................................................................................................................... 12 4.1

Missie ............................................................................................................................................................. 12

4.2

(Toekomst)visie.......................................................................................................................................... 12

4.3

Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden ........................................................ 12

(toetsing) Huidige situatie ............................................................................................................................... 14 5.1

Inventarisatie voorzieningen ................................................................................................................. 14

5.2

Toestand van de riolering ....................................................................................................................... 16

5.3

Functioneren van de systemen ............................................................................................................ 17

5.4

Toetsing huidige situatie ......................................................................................................................... 18

Strategie rioleringszorg..................................................................................................................................... 22 6.1

Inzamelen van (afval)water .................................................................................................................. 22

6.2

Omgaan met hemelwater ....................................................................................................................... 23

6.3

Omgaan met grondwater........................................................................................................................ 26

6.4

Beperken vuilemissie ............................................................................................................................... 29

6.5

Doelgericht beheer .................................................................................................................................... 31

6.6

Communicatie ............................................................................................................................................. 36

6.7

Samenwerking ............................................................................................................................................ 36

Maatregelen........................................................................................................................................................... 38 7.1

Investeringen .............................................................................................................................................. 38

7.2

Onderhoud ................................................................................................................................................... 38

7.3

Onderzoek .................................................................................................................................................... 38

7.4

Beleidsmatige activiteiten ...................................................................................................................... 39

Benodigde middelen ........................................................................................................................................... 40 8.1

Personele middelen ................................................................................................................................... 40

8.2

Uitgangspunten .......................................................................................................................................... 42

8.3

Investeringskosten maatregelen ......................................................................................................... 43

8.4

Berekening jaarlijkse heffing................................................................................................................. 44

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

3

8.5

Ontwikkeling voorzieningen riolering ................................................................................................. 48

Bijlagen 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10

Afkortingen en verklarende woordenlijst Wet- en Regelgeving Lijst met lozingspunten gemeentelijke stelsels Netwerk Afvalwaterketen Delfland Visie op de waterketen Evaluatie afgelopen planperiode Doelen, Functionele eisen, Maatregelen en Meetmethoden Tabel waarschuwings- en ingrijpmaatstaven Afwegingskader hemelwater Kostendekkingsplan

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

4

1.

Inleiding

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan is een belangrijk instrument voor de invulling van de gemeentelijke watertaken. Het kent een wettelijke basis en is volgens een zorgvuldig proces tot stand gekomen. Het plan heeft een geldigheidsduur van een beperkt aantal jaren, maar kijkt ook verder vooruit.

1.1

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan

Het verbreed Gemeentelijk Rioleringsplan (vGRP) beschrijft hoe de gemeente invulling geeft aan de wettelijke zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater. In het vGRP vertaalt de gemeente de ambities voor de rioleringszorg naar concrete doelen, een adequate strategie en benodigde activiteiten. Daarmee geeft het vGRP ook een onderbouwing van de rioolheffing. Vanuit het Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) is een gezamenlijke blauwdruk voor het vGRP opgesteld. Voorliggend plan is daarop gebaseerd. Het Hoogheemraadschap van Delfland heeft vanaf de start deelgenomen aan het proces om te komen tot de huidige invulling van het vGRP. Het vGRP valt onder de planverplichting voor de gemeentelijke rioleringszorg zoals vastgelegd in de Wet Milieubeheer art. 4.22. De hierin beschreven procedure is bij het opstellen van dit beleid gevolgd.

1.2

Geldigheidsduur

Dit vGRP kent een looptijd van 2016 tot en met 2020. Bij het verstrijken van de planperiode zal dit plan worden geëvalueerd en geactualiseerd naar een nieuw vGRP. Tussentijds zal de gemeente regelmatig de stand van zaken opnemen en waar nodig het plan bijstellen.

1.3

Leeswijzer

Het beleid van de gemeente moet passen binnen de bestaande kaders van wet- en regelgeving en het nationaal en regionaal beleids- en afspraken kader. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 2. Daarnaast moet het voortbouwen op de ervaringen uit het verleden. Hoofdstuk 3 geeft een korte terugblik op de afgelopen periode en de daarbij behorende leerpunten. Hoofdstuk 4 beschrijft de missie, visie en doelen van de gemeente voor de rioleringszorg. Het vGRP moet immers passen bij de missie: waar staat de gemeente voor en wat wil de gemeente naar buiten uitdragen. Daarbij is het, om het beleid de juiste richting te geven, belangrijk om doelen in de toekomst te bepalen die gebaseerd zijn op een visie op hoe de (verre) toekomst eruit zal zien. Het formuleren van een aantal functionele eisen helpt bij het concretiseren van de stappen voor de planperiode 2016 – 2020 om de doelen te bereiken. Om objectief te kunnen bepalen of de gemeente aan de eisen voldoet, is bij elke functionele eis een set met maatstaven en meetmethoden geformuleerd. Deze zijn eveneens beschreven in hoofdstuk 4. Met het formuleren van Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden is de gemeente er nog niet.

In hoofdstuk 5 wordt getoetst of de huidige situatie hieraan voldoet om vervolgens te kunnen bepalen welke activiteiten de gemeente de komende planperiode zal uitvoeren om ervoor te zorgen dat de gestelde doelen worden behaald. De strategie die aan het formuleren van deze activiteiten ten grondslag ligt en de overwegingen daarbij zijn verwoord in hoofdstuk 6. De strategie beschrijft de gekozen aanpak om de doelstellingen te behalen. De onderlinge samenhang tussen de gemarkeerde begrippen zoals weergegeven in figuur 1, vormt de rode draad door dit vGRP.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

5

Figuur 1-1 Samenhang Doelen, Visie, Missie, Strategie en Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden

Hoofdstuk 7 heeft de vertaling in benodigde maatregelen en onderzoeken en hoofdstuk 8 ten slotte beschrijft de personele en financiële consequenties van het beschreven beleid en de geplande activiteiten.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

6

2.

Context

Het voorliggende vGRP is opgesteld binnen een context van wet- en regelgeving en nieuwe ontwikkelingen zoals de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie. Daarbij vormt de steeds nauwere samenwerking in de waterketen een belangrijk kader, waarbinnen gemeenten en waterschap gezamenlijk invulling geven aan doelen ten aanzien van kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid.

2.1

Wet- en regelgeving

Het gemeentelijk beleid moet passen binnen de wet- en regelgeving vanuit Europa, het Rijk en de regio. Onderstaande figuur geeft een overzicht van de voor dit vGRP meest relevante wet- en regelgeving. Bijlage 2 geeft een nadere korte toelichting op de essentie van de genoemde wet- en regelgeving.

Figuur 2-1 Relevante wet- en regelgeving vGRP

2.2

Deltabeslissing Ruimtelijk adaptatie

Door klimaatverandering kan in bebouwd gebied schade ontstaan door hitte, extreme droogte en wateroverlast. Bij de locatiekeuze, de ruimtelijke inrichting en de bouwwijze is daar vaak geen rekening mee gehouden. Daarom is het belangrijk het bebouwde gebied minder kwetsbaar te maken voor extreme weerssituaties en de mogelijke schade te beperken. Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Om in 2050 zo goed mogelijk om te kunnen gaan met de verwachte klimaatverandering zal het klimaatbestendig en waterrobuust inrichten uiterlijk in 2020 onderdeel moeten zijn van het beleid en handelen van overheden.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

7

Dat betekent dat gemeente en waterschap samen gaan kijken hoe ze duurzaam kunnen omgaan met het water in de wijk en waar ze werkzaamheden kunnen combineren. Bijvoorbeeld door bij het onderhoud van een weg, vervanging van een riool of aanleg van een woonwijk ook meteen een watergang te verbreden, een natuurvriendelijke oever aan te leggen of bestrating te vervangen door groen.

2.3

Samenwerking in de waterketen

In het voorjaar van 2011 hebben Rijk, provincies, gemeenten, waterschappen en drinkwaterbedrijven het Bestuursakkoord Water (BAW) gesloten. De afspraken over de afvalwaterketen hebben als doel de doelmatigheid te verhogen, de kwaliteit van het beheer te verbeteren en de kwetsbaarheid te verminderen (de zogenoemde 3K’s: kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid). Om dit te bereiken zullen gemeenten onderling en samen met de waterschappen kennis en capaciteit slim bundelen. De samenwerking wordt regionaal ingevuld, zie ook Bijlage 4. Het samenwerkingsverband Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) bestaat uit de gemeenten Delft, Den Haag, Lansingerland, Leidschendam-Voorburg, Maassluis, Midden-Delfland, PijnackerNootdorp, Rijswijk, Schiedam, Vlaardingen, Westland, Zoetermeer en het Hoogheemraadschap van Delfland.

Figuur 2-2 Planning NAD-projecten 2015, 2020 en 2050

In de Bestuurlijke Overeenkomst Afvalwaterketen Delfland (22 november deelnemers aan het NAD afspraken gemaakt over de invulling van het BAW.

2013)

hebben

De ambitie van het samenwerkingsverband is een structurele besparing van minimaal € 6,5 miljoen (peiljaar 2010) in 2020. Naast de resultaatsverplichting van € 6,5 miljoen wordt als gevolg van intensivering en optimalisering van de samenwerking een extra inspanningsverplichting van € 3,5 miljoen beoogd. De totale ambitie bedraagt hiermee op het financiële vlak € 10 miljoen “minder meer” in het jaar 2020. De kwaliteit van de dienstverlening en de bedrijfszekerheid van de afvalwaterketen dienen minimaal op hetzelfde hoge niveau te blijven. De samenwerkende partijen ondersteunen en versterken elkaar bij vraagstukken op het gebied van kennis, personeel, uitvoering van werkzaamheden en technologische ontwikkelingen om de kwetsbaarheid te verminderen. De uitvoering van de samenwerkingsovereenkomst vindt plaats via een netwerkorganisatie. Elke deelnemende partij is en blijft zelf verantwoordelijk voor financiering en finale besluitvorming over 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

8

vervolgtrajecten ten aanzien van de samenwerking. De gezamenlijke bestuurlijke besluitvorming vindt plaats via de bestaande bestuurlijke watertafel. De onderstaande grafiek geeft de totale tariefontwikkeling tot 2020 weer voor het samenwerkingsverband NAD. Hierin is te zien dat de gerealiseerde ontwikkeling binnen de regio tot en met 2015 ruim onder de referentie vanuit het Feitenonderzoek uit 2011 blijft, en eveneens onder de gemiddelde tariefontwikkeling van Autonoom en Samenwerking. De invulling van de samenwerking zoals opgenomen in het Uitvoeringsprogramma zal er naar verwachting toe leiden dat ook de doelstellingen voor 2020 gerealiseerd kunnen worden.

Tarief afvalwaterketen (gewogen gemiddelde €)

Tariefontwikkeling Netwerk afvalwaterketen Delfland 550 530

510 490 470 450 430 410 390 370 350 2011

2012

2013

2014

2015

2016

2017

2018

2019

Tafiefontwikkeling Referentie feitenonderzoek

Tariefontwikkeling Ambitie 10 miljoen besparing

Tariefontwikkeling gerealiseerd

Tariefontwikkeling Prognose Meerjarenraming

2020

Gewogen gemiddelde Autonoom en Samenwerking

Figuur 2-3 Kostenontwikkeling Netwerk Afvalwaterketen Delfland o.b.v. riooltarief en zuiveringsheffing

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

9

3.

Evaluatie

Bij het opstellen van een nieuw vGRP is het belangrijk om het beleid uit het vigerende vGRP te evalueren. Het is niet alleen belangrijk om te weten in hoeverre de doelstelling zijn behaald. Het is minstens zo belangrijk om te weten wat de ervaringen zijn na vijf jaar werken met het beleid. Wat ging goed en waar liep de gemeente tegen aan? Door de aandachtspunten in te bedden in het nieuwe beleid, wordt een verbeterslag gerealiseerd. Resultaten evaluatie planperiode 2011– 2015 Uit de evaluatie blijkt dat het overgrote deel van de gestelde doelen zijn behaald. Ook de financiën zijn goed op orde. De formatie is met 3,6 fte kwetsbaar. Daarnaast is een aantal aandachtspunten benoemd (zie tabel 3.1). Bij het opstellen van het beleid voor de planperiode 2016 – 2020 zijn deze aandachtspunten meegenomen. Tabel 3-1 Aandachtspunten naar aanleiding van planperiode 2016-2020 Onderdeel Algemeen Mechanische riolering Oppervlaktewater Gemalen

Klimaat

Hemelwater Meten

Riolering Grondwater

Personele middelen

Financiële middelen

Voortgang doelmatigheidsdoelen

7 oktober 2016

Aandachtspunt Een voldoende actieve rol blijven spelen in het samenwerkingsverband NAD, zodat de gemeente ook kan sturen in de uitkomsten. --In de afgelopen planperiode is geconstateerd, dat de nieuwste drukrioleringspompen van de huidige leverancier gemiddeld minder lang mee gaan als in het verleden. Pompen gaan soms maar 5 à 6 jaar mee in plaats van ongeveer 15 jaar waar tot dusver in het kostendekkingsplan op wordt gerekend. Dit heeft dus gevolgen voor het kostendekkingsplan, omdat de pompen gemiddeld vaker vervangen moeten worden. De vraag is of dit alleen geldt voor de pompen van de huidige leverancier of ook voor pompen van andere merken. In de komende planperiode gaan we dit onderzoeken. Er is momenteel nog onvoldoende aandacht voor klimaatadaptatie. Dit thema speelt breder dan alleen de rioleringszorg binnen de gemeente. De komende planperiode willen wij dat mensen zich meer bewust worden van het water om hen heen, van de gevolgen van klimaatverandering zijn en van hun eigen gedrag. Dit “waterbewustzijn” willen wij ook binnen onze organisatie meer een plaats geven Zie onderdeel klimaat. In de afgelopen planperiode is door middel van een meetnet de riolering gemonitord. Met meten wordt meer inzicht verkregen in het werkelijk functioneren van de riolering. Op basis van meetdata wordt inzichtelijk of optimalisatie van het systeem mogelijk is.

Uitgebreide analyse van de meetdata gaat de komende planperiode plaatsvinden. Een meer inzichtelijke afgewogen doelmatigheidsafweging maken tussen vervangen, of leeftijdsverlenging d.m.v. relinen van de vrijverval riolering. De ontwikkelingen met betrekking tot het stopzetten van de grondwateronttrekking van DSM in Delft blijven volgen. Hiervoor dient het grondwatermeetnet onderhouden te worden. De huidige formatie is kwetsbaar, waardoor verschillende taken niet volledig worden opgepakt. Hierdoor worden kansen niet volledig benut. Hierbij kan worden gedacht aan optimalisatie van het afvalwatersysteem en het beter uitwerken van een beheer- en vervangingsstrategie, waardoor kosten kunnen worden bespaard. Door optimalisatie van het systeem en de beheer- en vervangingsstrategie is het de verwachting dat er kosten bespaard kunnen worden. Hierdoor kan mogelijk de stijging van de rioolheffing in de toekomst nog verder beperkt worden. Het doelmatiger reinigen van de riolering, door een hogere frequentie in aandachtsgebieden en een lagere frequentie in de overige gebieden.

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

10

Meer details over de uitgevoerde evaluatie zijn te vinden in de evaluatierapportage in bijlage 6. De evaluatie is uitgevoerd op basis van:  Het vGRP 2011 – 2015;  Operationele plannen van 2011 t/m 2015;  De uitkomsten van de Benchmark Rioleringszorg 2013;  Gesprekken met betrokken medewerkers van de gemeente.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

11

4.

Visie en doelen

Het vGRP is een wettelijk beleidsstuk, dat aangeeft welke activiteiten er in de beleidsperiode worden uitgevoerd, vanuit strategisch oogpunt. Doel bij het opstellen van dit vGRP was om een duidelijk verband aan te brengen tussen de verschillende activiteiten die de komende planperiode plaatsvinden (het wat) en de bijdrage die deze activiteiten leveren aan het behalen van de doelstellingen (het effect). Het gaat immers niet alleen om het goed uitvoeren van de verschillende activiteiten. Om verantwoord om te gaan met beschikbare middelen is het zeker zo belangrijk om de meest doeltreffende activiteiten te bepalen.

4.1

Missie

De gemeente is er om burgers en bedrijven tot dienst te zijn. Dat vormt de basis van haar bestaansrecht. Van de gemeente wordt daarom verlangd dat zij streeft naar een goede en betrouwbare invulling van de zorgplichten voor afvalwater, hemelwater en grondwater tegen de laatst maatschappelijke kosten. Daarbij houdt de gemeente rekening met toekomstige ontwikkelingen zodat de dienstverlening ook op lange termijn gecontinueerd kan worden. Cittaslow De gemeente Midden-Delfland is op 28 juni 2008 uitgeroepen tot de eerste Cittaslow van Nederland. Hiermee is zij ook Cittaslow Hoofdstad van ons land. Cittaslow is het internationale keurmerk voor gemeenten die op het gebied van leefomgeving, landschap, streekproducten, gastvrijheid, milieu, infrastructuur, cultuurhistorie en behoud van identiteit tot de top behoren. Het bewaken en bevorderen van de kwaliteit van de leefomgeving is het allerbelangrijkst voor een Cittaslow. Als Cittaslow gaat Midden-Delfland bewust om met het milieu, respecteert het landschap en besteedt aandacht aan een goede infrastructuur. Goede rioleringszorg draagt bij aan een gezonde leefomgeving, het milieu en goede infrastructuur.

4.2

(Toekomst)visie

Vanuit het regionale samenwerkingsverband Netwerk Afvalwaterketen Delfland (NAD) is een visie geformuleerd op de ontwikkelingen die gemeenten en hoogheemraadschap voorzien met betrekking tot het omgaan met hemelwater, afvalwater en grondwater in de regio Delfland. De afvalwaterketen ontwikkelt richting een watercyclus waarbij alle partijen het fysieke systeem centraal stellen. Dat vraagt om samenwerking met verschillende partijen zoals drinkwaterbedrijven, energiebedrijven, onderzoeksinstellingen en particuliere initiatieven. De samenwerkende partners laten zich inspireren door verdienmodellen en gaan flexibel en transparant om met investeringen. Gemeenten en Hoogheemraadschap zullen vanuit NAD steeds nauwer met elkaar gaan samenwerken richting één kaderstellende en faciliterende maatschappelijke onderneming die regie houdt op de kosten, kwaliteit en kwetsbaarheid van de watercyclus, maar ruimte laat voor initiatief en innovatie. Naast de specifieke visie vanuit het NAD sluiten gemeente en hoogheemraadschap zich aan bij de algemeen geaccepteerde visie op de afvalwaterketen 2030 van de Unie van Waterschappen en de VNG. Dat houdt in essentie in dat wij verwachten dat in de toekomst energie en grondstoffen uit het afvalwater zullen worden teruggewonnen.

Daarnaast blijft de riolering er voor zorgen dat de volksgezondheid, de leefomgeving en het milieu duurzaam worden veiliggesteld en beschermd. Het verbeteren van de waterkwaliteit en anticiperen op klimaatveranderingen zullen een belangrijke rol (blijven) spelen. Zie bijlage 5 voor een samenvatting van de bovengenoemde visie.

4.3

Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden

De rioleringszorg is primair gericht op het beschermen van de volksgezondheid. Vanaf ongeveer 1900 zijn in de steden van Nederland op grote schaal rioolstelsels aangelegd om de hygiëne in de steden te verbeteren. Dit doel is nog steeds relevant en dat zal ook in de toekomst zo blijven. In de

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

12

loop van de tijd zijn het veilig stellen van de leefomgeving en het beschermen van het milieu als doel aan de rioleringszorg toegevoegd. Samengevat richt de rioleringszorg van de gemeente zich op de volgende drie doelen: 1. 2. 3.

Beschermen van de volksgezondheid; Bijdragen aan de veiligheid en de kwaliteit van de leefomgeving; Beschermen van het milieu en de natuur.

De stappen die deze planperiode 2016 – 2020 worden gezet om de drie gestelde doelen te behalen zijn, conform de DoFeMaMe-systematiek uit de Leidraad Riolering, doorvertaald in functionele eisen, maatstaven en meetmethoden.

Figuur 4-1 DoFeMaMe Systematiek

De functionele eisen bevatten de eisen die de gemeente stelt aan de systemen en objecten, zowel aan de toepassing (wat ligt waar) als aan de werking (wat moet het kunnen) ervan. Deze eisen zijn, net zoals onze doelen, zoveel mogelijk beredeneerd en geformuleerd vanuit gewenste of te bereiken effecten, en niet meer zoals in het verleden vanuit te leveren inspanningen. Dat heeft geleid tot de onderstaande functionele eisen: 1. 2. 3. 4. 5. 6. 7.

Het systeem is compleet en juist aangelegd; Het systeem functioneert naar behoren; Het systeem is schoon, heel en veilig; Het werkproces is op orde; De klant is tevreden; De financiën zijn op orde; De waterketen is klaar voor de toekomst.

Elke eis leidt vervolgens tot een ‘setje’ aan maatstaven en meetmethoden. De maatstaven zijn een verdere concretisering van een functionele eis; deze geeft aan hoe de functionele eis getoetst kan worden. De wijze waarop getoetst kan worden is aangegeven in de meetmethode. De uitwerking van de Doelen, Functionele eisen, Maatstaven en Meetmethoden voor de gemeente is opgenomen in bijlage 7.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

13

5.

(toetsing) Huidige situatie

Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de aanwezige gemeentelijke voorzieningen voor de rioleringszorg en de toestand hiervan. Aan het eind van dit hoofdstuk wordt het functioneren van de riolering en het beheer van de riolering in de huidige situatie getoetst aan de functionele eisen zoals uitgewerkt in Bijlage 7. Verschillen tussen de gewenste en de huidige situatie moeten leiden tot maatregelen.

5.1

Inventarisatie voorzieningen

5.1.1 Zuiveringskringen Delfland Een zuiveringskring beslaat het gebied waarvan het rioolwater wordt gezuiverd op één rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI). De aanwezige voorzieningen voor inzameling, transport en zuivering van het stedelijke afvalwater en hemelwater in de zuiveringskring kunnen worden beschouwd als één systeem.

Figuur 5-1 Begrenzing van de zuiveringskringen binnen Delfland

Binnen het beheersgebied van het hoogheemraadschap van Delfland zijn vier zuiveringskringen te onderscheiden: 1. Harnaschpolder; 2. De Groote Lucht; 3. Nieuwe Waterweg; 4. Houtrust. Het door de gemeente ingezamelde afvalwater voert af naar de zuiveringen Harnaschpolder en De Groote Lucht. Bovengenoemde RWZI’s zijn in eigendom van het hoogheemraadschap van Delfland. De zuiveringen De Groote Lucht en de Nieuwe Waterweg zijn in eigen beheer bij het hoogheemraadschap. Delfluent Services (sinds 2012 100% eigendom van Evides Industriewater) draagt voor een periode van 30 jaar zorg voor het beheer en onderhoud van de zuiveringen Harnaschpolder en Houtrust, inclusief het bijbehorende transportsysteem.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

14

5.1.2 Aanwezige voorzieningen riolering Stedelijk afvalwater in de kernen Het afvalwater dat vrijkomt in dorpen zamelt de gemeente over het algemeen in middels vrijvervalriolering. De gemeente beheert ca. 96 km vrijvervalleidingen. Hiervan behoort 39% tot een gemengd stelsel, 48% tot een gescheiden stelsel en 13% tot een verbeterd gescheiden stelsel. In het buitengebied wordt een groot deel van het vrijkomende afvalwater ingezameld met mechanische riolering (drukrioolstelsel). Een beknopt overzicht van de aanwezige voorzieningen in de huidige rioolstelsels is opgenomen in de navolgende Tabel 5-1. Tabel 5-1 Overzicht aanwezige voorzieningen Omschrijving

Hoeveelheid

Eenheid

Vrijvervalstelstel Hoofdriool gemengd (vrijverval)

37,0

Km

Hoofdriool gescheiden regenwater (vrijverval)

26,5

Km

Hoofdriool gescheiden vuilwater (vrijverval)

19,2

Km

Hoofdriool verbeterd gescheiden regenwater (vrijverval)

6,8

Km

Hoofdriool verbeterd gescheiden vuilwater (vrijverval)

6,2

Km

7.504

Stuks

40

Stuks

Kolken Rioolgemalen Randvoorzieningen (BBB´s en BBL´s)*

3

Stuks

geen

Stuks

Stuwputten en interne overstorten

4

Stuks

Overstorten (gemengd stelsel, inclusief randvoorzieningen)

9

Stuks

ca. 60 stuks

Stuks

Minigemalen (drukrioolstelsel)

440

Stuks

Persleidingen en drukriolering

57

Km

138

Stuks

Peilbuizen

23

Stuks

Drainage

onbekend

Overige randvoorzieningen (wadi’s, groene berging ed.)

Regenwater uitlaten gescheiden stelsel. Mechanische riolering

Individuele behandeling afvalwater Septic tanks (particulier beheer) Grondwatervoorzieningen Km

* Bergbezinkbassin en bergbezinkleiding

Conform de bepalingen in het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen (Blbi) zijn in Bijlage 2 van deze rapportage de kenmerken van overstorten en uitlaten opgenomen, zodat deze zonder vergunning mogen lozen op het watersysteem.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

15

5.2

Toestand van de riolering

Inspecties Op basis van de uitgevoerde inspecties verkrijgt de gemeente inzicht in de toestand van de vrijvervalriolering. Zie Figuur 5-2 voor de lengtes van uitgevoerde inspecties per jaar.

Figuur 5-2 Lengte geïnspecteerde riolering per jaar

De inspectieresultaten zijn vastgelegd overeenkomstig NEN 3399 ‘Classificatiesysteem bij visuele inspectie van riolen’. Deze NEN norm reikt een methodiek aan voor het eenduidig classificeren van zaken die tijdens de inspectie geconstateerd worden. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in het type schade en de omvang ervan. Meerdere schadebeelden en/of schadebeelden van voldoende ernst kunnen leiden tot het volledig vervangen of vernieuwen van een streng. Voor het inzichtelijk maken van de kwaliteit van de geïnspecteerde riolering wordt in MiddenDelfland het standaarduitwisselingsformaat van de inspectiebeelden (sufbestanden) en de theoretische systematiek KIC-HKF als basis gebruikt. Met het sufbestand als basis, is van elke geïnspecteerde streng het KIC cijfer berekend. De opzet is omvangrijk, maar relatief simpel. Iedere schade krijgt een rapportcijfer wat qua hoogte is aangepast aan de ernst en omvang. Door alle schadebeelden per streng op te tellen, en deze in een formule te plaatsen, krijgt elke streng een KIC-cijfer. Dit cijfer geeft inzicht in de onderlinge kwaliteitsverhoudingen van de rioolstrengen. Het KIC-cijfer wordt voor de tekening ook omgezet in een kleur. Vanaf 2006 is/wordt er op die manier jaarlijks een deel van riolering geïnspecteerd, waarbij begonnen is met de oudste riolen.

De kwaliteit van de rioolstrengen is hierbij onderverdeeld in de volgende 4 categorieën: Groen: Met uitzondering van een aantal plaatselijke schade zijn deze strengen van goede kwaliteit. Geel: Deze strengen zijn niet goed of slecht te noemen, maar zweven er tussen in (matige kwaliteit) Rood: Deze strengen komen op redelijk korte termijn in aanmerking voor renovatie of vervanging. Bruin: Deze strengen komen op korte termijn in aanmerking voor renovatie of vervanging.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

16

Op basis van de resultaten van de inspecties (vanaf 2006) volgt hieronder een indicatie van de staat van het stelsel:  4.400 meter riolering komt op basis van de inspecties op (redelijk) korte termijn in aanmerking voor vervanging;  7.400 meter riolering is van matige kwaliteit;  83.915 meter riolering is van goede kwaliteit. Van de gele, rode en bruine strengen (totaal 11.800 meter) is inmiddels 2.900 meter gerenoveerd (gerelined) en ca. 870 meter vervangen. Blijft over circa 8.030 meter riolering van matig tot slechte kwaliteit, die naar verwachting de komende 15 jaren (tot 2030) vervangen of gerenoveerd moet worden (gemiddeld circa 550 meter per jaar). In het kostendekkingsplan wordt hier rekening mee gehouden.

5.3

Functioneren van de systemen

Het gemeentelijk gebied is overwegend landelijk. Dit betekent dat een deel van de gemeente gerioleerd is met vrijvervalriolering en een ander deel met drukriolering en/of IBA’s (Individuele Behandeling Afvalwater). De vrijvervalriolering is gedeeltelijk een gemengd stelsel en gedeeltelijk een (verbeterd) gescheiden stelsel. De drukriolering en IBA’s zijn alleen voor het huishoudelijk en bedrijfsmatige afvalwater (dus niet voor hemelwater). De gemeente loost op de zuivering Harnaschpolder (Schipluiden en Den Hoorn) en loost op de zuivering De Groote Lucht (Maasland). Vanuit de hoofdrioolgemalen (HRG) wordt het afvalwater verpompt. HRG Kerkstraat (Schipluiden) en HRG Oranjelaan (Den Hoorn) verpompen het afvalwater (via een stelsel in de gemeente Delft) naar de AWZI Harnaschpolder. Het afvalwater uit de Harnaschpolder wordt direct via het HRG Lookwatering naar de AWZI Harnaschpolder verpompt. Vanuit het HRG Molenweide (Maasland) wordt het afvalwater verpompt naar AWZI De Groote Lucht. HRG Molenweide en HRG Lookwatering lozen direct via een persleiding van het Hoogheemraadschap van Delfland en worden ook door het hoogheemraadschap beheerd en onderhouden. HRG Kerkstraat en HRG Oranjelaan lozen via een gemeentelijke persleiding op het stelsel van Delft. In het kader van uniformiteit de wens om ook deze gemalen over te dragen aan het hoogheemraadschap.

Hierover lopen al geruime tijd gesprekken. Vanuit de verschillende wijken wordt het water via wijkgemalen of onder vrijverval naar de hoofdrioolgemalen getransporteerd. Vanuit het buitengebied wordt het afvalwater via drukriolering naar het vrijvervalstelsel of naar een rioolgemaal gebracht. Theoretisch functioneren In 2008 is voor Maasland en in 2010 voor Schipluiden en Den Hoorn Basisrioleringsplannen (BRP’s) opgesteld, waarin het theoretisch hydraulisch en milieutechnisch functioneren van de gemengde rioolstelsels wordt beschreven. Theoretisch voldoen delen van de vrijvervalriolering hydraulisch niet aan de eis die hieraan wordt gesteld. Op diverse locaties wordt water-op-straat berekend. In de basisrioleringsplannen zijn voor de kernen Schipluiden en Den Hoorn maatregelen opgenomen, om de water-op-straat op te lossen. Deze maatregelen zijn nadien uitgevoerd. Voor Maasland was dit niet nodig, omdat in de praktijk geen water-op-straat wordt ervaren op de locatie waar dit wordt berekend. In het verleden zijn diverse emissiereducerende maatregelen genomen, zoals de aanleg van randvoorzieningen en het afkoppelen van verhard oppervlak. Hierdoor voldoen de rioolstelsels aan de gestelde eisen ten aanzien van het milieutechnisch functioneren (basisinspanning).

Praktijkfunctioneren Voor een goed inzicht in het werkelijke functioneren van de gemeentelijke voorzieningen meet de gemeente op strategische locaties in het stelsel. De navolgende tabel geeft de relevante meetpunten van gemeente en waterschap weer.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

17

Tabel 5-2 Overzicht meetvoorzieningen Type meetpunt

Meetgegevens Niveaumeting rioolzijde + bassin

Beheerder

Aantal

Gemeente

3

Overstorten

Frequentie en duur

Gemeente

8

Gemalen

Niveaumeting

Gemeente

38

Peilbuizen Eindgemalen Schipluiden en Den Hoorn

Niveaumeting Niveau en –debiet

Gemeente Gemeente

23 2

Eindgemaal Maasland

Niveau en –debiet

Hoogheemraadschap

1

Zuiveringen

Niveau en –debiet

Hoogheemraadschap

2

Neerslagmeter

Neerslag

Gemeente

4

Randvoorzieningen

De verzamelde meetgegevens van de afvalwaterketen zijn beschikbaar voor analyse en vergelijking met het theoretische functioneren van de riolering. In de afgelopen planperiode is het functioneren van het meetnet verbeterd, door de niveausensoren en de regenmeters te kalibreren en justeren. Daarnaast is het beheer van het meetnet geïntensiveerd. De reden hiervoor is, dat uit analyse van de meetdata naar voren kwam, dat de meetdata onvoldoende beschikbaar en betrouwbaar was.

5.4

Toetsing huidige situatie

In deze paragraaf is de huidige situatie getoetst aan de functionele eisen die de gemeente voor de rioleringszorg heeft geformuleerd. De onderdelen die nog niet voldoen aan de gestelde ambities verdienen de komende planperiode extra aandacht om deze alsnog naar het gewenste niveau te brengen. Een uitgebreide beschrijving van de Doelen, Functionele Eisen, Maatstaven en Meetmethoden is te vinden in Bijlage 7. In deze paragraaf is de huidige situatie (peildatum : augustus 2015) getoetst aan elk van de zeven functionele eisen. De code in de tabellen verwijst per functionele eis naar de verschillende “setjes” maatstaven en meetmethoden waar in Bijlage 7 nader op wordt ingegaan.

5.4.1 Toetsing per functionele eis In deze paragraaf is per functionele eis en maatstaf uit bijlage 7 aangegeven wat de uitkomst is van de toetsing. De toetsing van de huidige situatie kan resulteren in drie uitkomsten, zie onderstaande tabel voor de gehanteerde symbolen. Een nadere toelichting op de uitkomst is beschreven in bijlage 7 in de vijfde kolom. Beoordeling  %

Toelichting Voldoet Voldoet gedeeltelijk

X

Voldoet niet

Functionele eis 1: Het systeem is compleet en juist aangelegd Tabel 5-1 Toetsing huidige situatie functionele eis 1

Code 1a

1b

1c

1d

Maatstaf Alle percelen, waar doelmatig, zijn gerioleerd (stedelijk afvalwater). Anders zijn alternatieve oplossing gerealiseerd in overleg met het hoogheemraadschap van Delfland. De perceeleigenaar kan zijn overtollig hemelwater kwijt. Op eigen terrein, naar oppervlaktewater of anders via een gemeentelijke afvoervoorziening. Voorzieningen zijn aanwezig om grondwaterstanden te beïnvloeden waar te hoge grondwaterstanden in de openbare ruimte leiden tot structureel nadelige effecten. Alle nieuw aangelegde objecten en systemen zijn juist aangelegd.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

Toetsing  

 

18

Functionele eis 2: Het systeem functioneert naar behoren Tabel 5-2 Toetsing huidige situatie functionele eis 2

Code 2a 2b 2c 2d 2e

Maatstaf Het systeem kan het stedelijk afvalwater van alle aansluitingen ontvangen en transporteren naar een overdrachtspunt. Het contact van mensen met afvalwater is beperkt.

Toetsing 

Het effect van lozingen op het watersysteem is acceptabel voor gemeente en waterbeheerder (HHD). (grond)Wateroverlast en/of gevolgschade zijn beperkt. Het effect van foutaansluitingen en rioolvreemd water op het functioneren van het systeem is acceptabel voor gemeente, zuiveringsbeheerder en waterbeheerder.

%

 

Functionele eis 3: Het systeem is schoon, heel en veilig Tabel 5-3 Toetsing huidige situatie functionele eis 3

Code 3a 3b 3c

Maatstaf De vervuilingsgraad van het riool is acceptabel voor het doelmatig systeemfunctioneren en de waterkwaliteit. Ongedierte en stank leiden niet tot structureel verminderd welzijn of gevaren voor de volksgezondheid. De kwaliteit van het object vormt geen risico voor het systeemfunctioneren en/of leefomgeving

Toetsing   

Functionele eis 4: Het werkproces is op orde Tabel 5-4 Toetsing huidige situatie functionele eis 4

Code 4a

Maatstaf Voldoen aan, en handhaving op, wet- en regelgeving (o.a. indirecte lozingen)

4b

De vaste en variabele beheergegevens zijn actueel, betrouwbaar, compleet en toegankelijk. En (op termijn) uniform en uitwisselbaar. - (vaste en variabele) objectgegevens - meetgegevens - klachten/meldingen

4c

4d 4e 4f 4g 4h

Er is inzicht in de juistheid en compleetheid van de huidige en toekomstige systemen, het theoretisch en werkelijk functioneren, en de toestand van de objecten. Er zijn voldoende mensen, middelen, kennis en kunde beschikbaar om onze taken uit te voeren. Verantwoordelijkheden, taken en bevoegdheden zijn bij alle (intern) betrokkenen duidelijk. Interne en externe afstemming / samenwerking vindt adequaat en transparant plaats. Negatieve effecten als gevolg van incidenten / calamiteiten worden zoveel als mogelijk beperkt. Adequaat klantcontact: - meldingensysteem is toegankelijk (melder - beheerder) - afhandeling meldingen binnen gestelde termijn - informatie uit melding wordt gebruikt voor verbeteringen rioleringsbeheer

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

Toetsing 

%

%

% %  

19

Code 4i

Maatstaf Het verder professionaliseren van rioleringsbeheer als lerende organisatie. Doorontwikkeling rioolbeheer, door middel van: - Borging kennis (tussen de oren) - Lessons learnt (al doende leert men) - Ontwikkelingen vakgebied

Toetsing 

Functionele eis 5: De klant is tevreden Tabel 5-5 Toetsing huidige situatie functionele eis 5

Code 5a

Maatstaf De klant is tevreden over de manier waarop de gemeente de riolering beheert, in normale omstandigheden.

Toetsing 

5b

De klant is tevreden over de manier waarop de gemeente omgaat met meldingen die betrekking hebben op de riolering. De klant is tevreden over de manier waarop de gemeente acteert in bijzondere omstandigheden (incidenten/calamiteiten).

5c

Functionele eis 6: De financiën zijn op orde Tabel 5-6 Toetsing huidige situatie functionele eis 6

Code 6a 6b 6c

Maatstaf De (benodigde) uitgaven zijn actueel, betrouwbaar, compleet en rechtmatig in beeld. De (benodigde) inkomsten uit de rioolheffing zijn transparant en juridisch verankerd in de gemeentelijke organisatie. De uitgaven voor de gemeentelijke watertaken zijn, op de middellange termijn, in balans met de inkomsten, en minder meer (conform doelstelling in Bestuursakkoord Water).

Toetsing   

Functionele eis 7: De waterketen is toekomstbestendig Tabel 5-7 Toetsing huidige situatie functionele eis 7

Code 7a

Maatstaf Er is sprake van een bewuste verbinding met het watersysteem en streven naar verbetering`. De gemeente doet mee in NAD-ontwikkelingen.

Toetsing 

%

7d

Doelstellingen zijn gericht op anticiperen op klimaatverandering en bodemdaling. Er is voldoende aandacht voor onderzoek en kennisdeling.

5.5

Conclusie

7b 7c

%

Geconcludeerd kan worden dat in de huidige situatie al aan de meeste (nieuwe) maatstaven wordt voldaan. Voor die aspecten is het dus zaak ervoor te zorgen dat we daar aan blijven voldoen (consolideren). Voor de andere maatstaven geldt dat er eerst nog activiteiten moeten worden ontplooid om het gewenste kwaliteitsniveau te halen. Daarna is het de opgave om dat niveau vast te houden. Er zijn geen maatstaven waar op dit moment nog helemaal niet aan wordt voldaan.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

20

Op basis van de uitgevoerde toetsing blijkt dat er aandacht nodig is op een aantal thema’s om de komende planperiode voldoende invulling te geven aan de gestelde doelen voor de rioleringszorg. Het gaat daarbij o.a. om:  Inzicht krijgen in het werkelijk functioneren van het rioleringssysteem;  Kwetsbaarheid personele inzet verminderen;  Het beleid meer inzetten op strategisch/tactisch niveau in plaats van teveel op het operationele vlak;  Het anticiperen op klimaatverandering en bodemdaling.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

21

6.

Strategie rioleringszorg

In het vorige hoofdstuk is de huidige situatie op basis van de nieuwe doelen, functionele eisen, maatstaven en meetmethoden getoetst. Daaruit komt naar voren dat de gemeente op dit moment al aan het overgrote deel van de maatstaven voldoen. In die gevallen moeten we activiteiten ontplooien om hieraan te blijven voldoen (consolideren). In een aantal gevallen worden de maatstaven (nog) niet helemaal behaald. Om daaraan in 2020 wel invulling te hebben gegeven, moeten de gemeente ook activiteiten ontplooien. Dit hoofdstuk beschrijft de strategie waarop de gemeente de uit te voeren activiteiten baseert, die moeten leiden tot het behalen van onze doelstellingen.

6.1

Inzamelen van (afval)water

Volksgezondheid is de belangrijkste reden voor het aanleggen van de riolering. Door het inzamelen en transporteren van (stedelijk) afvalwater, wordt contact met rioolwater zo veel mogelijk voorkomen. Dit draagt in grote mate bij aan een gezonde, veilige en comfortabele leefomgeving. De verantwoordelijkheid voor de zorgplicht voor inzameling van het (stedelijk) afvalwater ligt volledig bij de gemeente. De gemeente registreert daartoe alle aangesloten en niet-aangesloten percelen. De gemeente heeft een resultaatsverplichting om het geproduceerde afvalwater in te zamelen en af te voeren naar een overnamepunt (hoofdrioolgemaal). De ontvangst en zuivering van het door de gemeente ingezamelde (stedelijke) afvalwater vanaf het overnamepunt is vervolgens de taak van het Hoogheemraadschap van Delfland. Wijze van inzameling Alle percelen binnen het gemeentelijk grondgebied waar afvalwater vrijkomt, moeten zijn voorzien van een voorziening. In het stedelijk gebied zijn panden aangesloten op het vrijvervalstelsel. Bij grootschalige nieuwbouw wordt een nieuw vrijverval rioolstelsel aangelegd, welke wordt gefinancierd uit de exploitatie van deze nieuwbouwwijk. Hierbij wordt het afvalwater gescheiden afgevoerd van het hemelwater.

Bij incidentele nieuwbouw in de bouwde kom, zorgt de gemeente voor een aansluiting tot aan de perceelgrens op het rioleringssysteem indien deze nog niet aanwezig is. De kosten hiervan komen voor rekening van de perceeleigenaar. In het buitengebied wordt het huishoudelijk afvalwater hoofdzakelijk ingezameld via drukriolering. Waar dit niet mogelijk of niet doelmatig is, wordt het huishoudelijk afvalwater verwerkt door middel van een lokaal behandelingssysteem (IBA). De gemeente zal deze doelmatigheidsafweging maken in overleg met het Hoogheemraadschap van Delfland. Het afvoeren van overtollig hemelwater via het drukrioleringssysteem is niet toegestaan. De huidige drukrioleringssystemen zijn ontworpen voor alleen de afvoer van afvalwater. Het zuiveringstechnische gedeelte van de IBA wordt beheert door het Hoogheemraadschap van Delfland. De behuizing (de tanks) beheert de gemeente. De lozer op de IBA betaalt (net als de lozers op de riolering) jaarlijks zijn rioolheffing. Bij incidentele nieuwbouw in het buitengebied wordt bepaald of aansluiting op het drukrioleringssysteem mogelijk en doelmatig is. Als aansluiting op het drukrioleringssysteem mogelijk is, draagt de gemeente zorg voor aanleg van drukriool en pompunit in het openbare gebied. De kosten hiervoor worden in rekening gebracht bij de eigenaar van het perceel.

Indien aansluiting op het drukrioleringssysteem niet mogelijk is, dient de eigenaar zelf zorg te dragen voor het plaatsen van een IBA. De gemeente en het hoogheemraadschap geven wel aanwijzingen over welke type IBA minimaal geïnstalleerd dient te worden. Lozingen vanuit gemeentelijke stelsels In het kader van het Besluit Lozingen Buiten Inrichtingen zijn lozingen op het watersysteem vanuit de gemeentelijke stelsels in principe toegestaan, mits alle lozingspunten zijn vastgelegd. De gemeente behoudt daarbij wel een eigen verantwoordelijk voor het voorkomen van nadelige

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

22

gevolgen van de lozingen. Een volledig overzicht van de lozingspunten van de gemeentelijke stelsels is opgenomen in Bijlage 3. Warmte-koude opslag Een nieuwe ontwikkeling is het toepassen van warmte-koude opslag in de bodem voor het verwarmen of koelen van gebouwen. De warmte-koude opslaginstallaties moeten regelmatig gespoeld worden. Dit spoelwater mag niet zonder meer geloosd worden op oppervlaktewater. Dit kan betekenen dat dit zorgt voor een extra belasting op het rioolstelsel. In de planperiode van het vGRP gaat de gemeente in overleg met de waterkwaliteitsbeheerder beleid ontwikkelen voor lozingen ten gevolge van warmte-koude opslaginstallaties. Communicatie De gemeente gaat in de komende planperiode meer bewustzijn creëren over ‘juist rioolgebruik‘ onder de burgers en over de eigen verantwoordelijkheid, middels doelgerichte communicatie. De wijze van communiceren wordt bepaald in overleg met de afdeling communicatie van de gemeente.

6.2

Omgaan met hemelwater

De particulier draagt primair zorg voor het hemelwater op het eigen perceel. De gemeente draagt zorg voor de inzameling en verwerking van het hemelwater in de openbare ruimte. Hier is de gemeente zowel beheerder als eigenaar. Daarnaast heeft de gemeente een zorgplicht indien de particulier het hemelwater niet op eigen terrein kan verwerken. Deze paragraaf beschrijft hoe de gemeente binnen deze zorgplicht invulling geeft aan een duurzame omgang met hemelwater en wateroverlast zoveel mogelijk tracht te beperken.

6.2.1 Duurzame omgang met hemelwater In navolging op het landelijke beleid vastgesteld in de Wet Milieubeheer (art.10. 29a), het Nationaal Bestuursakkoord Water en Waterbeheer 21 e eeuw hanteren gemeenten en waterschap de volgende tritsen voor de omgang met hemelwater:

  

Waterkwantiteit Vasthouden Bergen Afvoeren

  

Waterkwaliteit Schoonhouden Scheiden Schoonmaken

Nieuwbouw Onder nieuwbouw worden zowel uitbreidingen verstaan alsook inbreidlocaties en vernieuwbouw. Van het laatstgenoemde is sprake bij het slopen en opnieuw bouwen van een pand. Hoewel niet alle situaties conform de wet- en regelgeving watertoetsplichtig zijn, hanteren gemeente en waterschap het uitgangspunt dat zij nieuwbouw situaties onderling afstemmen. In lijn met de voorkeursvolgorde voor verwerking van hemelwater streeft de gemeente bij nieuwbouw naar een volledig gescheiden inzameling en verwerking van afval- en hemelwater, zolang de lokale situatie dit toelaat. 1. Zoveel mogelijk verwerken hemelwater op eigen terrein; 2. Overtollig hemelwater gescheiden aanleveren van het vuilwater; 3. Hemelwater waar mogelijk terugbrengen in de bodem, in het watersysteem óf in de riolering. Voor inbreidingsprojecten en nieuwe bedrijventerreinen geldt in beginsel de voorkeur voor een volledig gescheiden stelsel gelijk aan andere nieuwbouwlocaties, tenzij het type bedrijven en transport over het terrein aanleiding geven tot andere keuzes.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

23

Het ontwerp van nieuwe stelsels moet hydraulisch voldoen aan een belasting met Bui 08 1 (T=2 jaar) vanuit de Leidraad Riolering zonder dat er water-op-straat situaties of vuilwater overstort op oppervlaktewater ontstaat. Hierbij dient er een minimale waking van 20 cm aanwezig te zijn. Daarnaast toetst de gemeente op eventuele knelpunten aan de hand van zwaardere controlebuien (Bui 09 en Bui 10 conform de Leidraad Riolering). Bij een belasting met Bui 09 mag er niet langer dan 30 minuten water op straat staan. Bij aanleg dient de ontwikkelaar te anticiperen op eventuele effecten van bodemdaling zodat het systeem ook op lange termijn conform de gestelde eisen blijft functioneren. Het hemelwaterbeleid van Delfland gaat uit van het stand-still beginsel voor uitleggebieden. Dit betekent dat de kans op wateroverlast niet mag toenemen als gevolg van een ingreep in het watersysteem of een handeling die invloed heeft op het functioneren van het watersysteem, zoals versnelde hemelwaterafvoer ten gevolge van nieuwbouw. Verantwoordelijkheden particulier    

Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor het verwerken van hemelwater op eigen terrein. Pas als de perceeleigenaar het hemelwater redelijkerwijs niet zelf kan verwerken, treedt de zorgplicht voor de gemeente in werking. In gescheiden gerioleerde wijken en bij nieuwbouw zal de particulier het hemelwater gescheiden van het afvalwater moeten aanbieden. In drukrioleringsgebieden en bij gebruik van een IBA dient de particulier het hemelwater op zijn perceel zelf te verwerken.

Bestaande openbare ruimte In bestaande situaties zal steeds een afweging gemaakt worden of het actief scheiden van waterstromen de meest doelmatige en duurzame wijze van hemelwaterverwerking is. Met name investeringsmomenten zoals vervangings- en renovatiewerkzaamheden zijn een logisch moment om deze afweging opnieuw te maken, maar ook mogelijkheden om mee te liften met andere werkzaamheden in de openbare ruimte kunnen hier aanleiding toe geven. Afkoppelen wordt daarbij gezien als een middel om knelpunten te reduceren en/of ambities te behalen – bijvoorbeeld vanuit afspraken voor de Kaderrichtlijn Water. Het verkrijgen en behouden van een actueel overzicht van de aanwezige (hydraulische) knelpunten in het stelsel en in de afvalwaterketen is daarvoor essentieel. Afkoppelen is niet altijd wenselijk, zo zijn gebieden (polder of peilvak) met een bergingstekort in principe niet geschikt. Voor het maken van een goede afweging handelt de gemeente volgens de principes zoals gehanteerde in het afwegingskader voor hemelwater van de gemeente Westland en het hoogheemraadschap van Delfland, zie bijlage 9. In geval van het afkoppelen van het hemelwater ontvangen de particulieren in deze gebieden actief voorlichting over mogelijkheden en de werking van stelsels voor afkoppelen. Daarbij wordt gekeken of afkoppelen gecombineerd kan worden met andere werkzaamheden in de openbare ruimte.

1

Bui 08, 09 en 10 zijn gestandaardiseerde neerslaggebeurtenissen die in Nederland worden gebruikt om het hydraulisch functioneren van een rioolstelsel te beoordelen of te ontwerpen. Bui 08 is een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van eenmaal per twee jaar en een neerslagvolume van 19,8 mm in een uur. Bui 09 is een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van eenmaal per vijf jaar en een neerslagvolume van 29,4 mm in een uur. Bui 10 is een neerslaggebeurtenis met een herhalingstijd van eenmaal per tien jaar en een neerslagvolume van 35,7 mm in 45 minuten. 7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

24

6.2.2 Hemelwateroverlast Voorkomen wateroverlast De afvoercapaciteit van rioolstelsels is en blijft beperkt, waardoor water-op-straat tijdens hevige neerslag onvermijdelijk is. Bij zware regenbuien kan dit leiden tot wateroverlast en vuilemissie via gemengde riooloverstorten. Het is de verwachting dat dergelijke zware buien in de toekomst vaker zullen voorkomen. Vaak is water-op-straat kortdurend van aard en leidt dit niet tot noemenswaardige overlast of schade. Bewoners accepteren een incidentele waterschijf op straat wanneer het extreem regent of geregend heeft, maar de acceptatie is aan grenzen gebonden. De gemeente spreekt van regen- of afvalwateroverlast indien: 1. Er als gevolg van water vanuit het rioolsysteem materiële schade aan gebouwen of objecten in de openbare ruimte optreedt (tevens emotionele schade); 2. Vuilwater dat op straat komt te staan of vanuit de openbare ruimte gebouwen instroomt (gezondheidsrisico); 3. Water-op-straat het verkeer op belangrijke wegen langdurig belemmert. Toetsingsnorm voor wateroverlast Veel rioolstelsels binnen de gemeente zijn ooit ontworpen op basis van een theoretische neerslag belasting (Bui 07 of Bui 08 vanuit de Leidraad Riolering). De hierbij gehanteerde uitgangspunten kunnen in de loop der jaren echter zijn gewijzigd, bijvoorbeeld ten gevolge van bodemdaling of de toename van verharding op particulier terrein.

Periodieke brengt de gemeente het hydraulische en milieutechnische functioneren van de stelsels in beeld. Gecombineerd met praktijkervaringen en een actueel inzicht in meldingen en klachten geeft dit inzicht in de aanwezige knelpuntlocaties binnen de gemeente. Daarbij bepaalt de gemeente welke risico’s zij nog acceptabel vindt en wanneer maatregelen gewenst zijn. Op basis van de verkregen resultaten maakt de gemeente een afweging waar welke maatregelen gewenst en doelmatig zijn (in de riolering, openbare ruimte, watersysteem). Anticiperen op klimaatverandering Om meer inzicht te verkrijgen in de gevolgen van klimaatverandering brengt de gemeente de komende planperiode ook de effecten van toekomstig zwaardere buien in beeld (Bui 09 en bui10 uit de Leidraad Riolering). Klimaatverandering verloopt geleidelijk, waardoor het mogelijk is om wijkrenovaties aan te grijpen om het stedelijk gebied hier op lange termijn op aan te passen. Klimaat Vanuit de Deltabeslissing Ruimtelijke Adaptatie (september 2014) is afgesproken dat klimaatbestendig en waterrobuust inrichten in Nederland een vanzelfsprekend onderdeel moet zijn bij ruimtelijke (her)ontwikkelingen. Uitgangspunt voor gemeenten en waterschap is om bij werkzaamheden te anticiperen op de verwachte klimaatverandering zodat het risico op wateroverlast in de toekomst zoveel mogelijk wordt beperkt.

Het klimaatbestendig handelen dient in 2020 te zijn verankerd in gemeentelijk beleid zodat steden in 2050 daadwerkelijk zoveel mogelijk klimaatbestendig kunnen zijn. Omdat water slechts één van de thema’s binnen de klimaatbestendige stad vormt zal er een integrale visie binnen de gemeente nodig zijn om echt invulling te geven aan de Deltabeslissing. Daarnaast zijn oplossingsrichtingen in de openbare ruimte onderling sterk met elkaar verweven waardoor een breed gedragen visie voor ontwerp, uitvoering en financiering van maatregelen vereist is.

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

25

Conform het Deltabesluit Ruimtelijke Adaptatie zal de gemeente de komende planperiode de strategie voor de klimaatbestendige stad vanuit de rioleringszorg verder uitwerken en deze inbrengen in de integrale aanpak die de gemeente in 2020 in het beleid moet verankeren. Dit onderwerp wordt ook regionaal opgepakt: in het Strategisch Ketenplan van het NAD, de Community of Practice Klimaatadaptatie Zuidelijke Randstad en binnen de klimaattafel Zuidelijke Randstad. Communicatie De gemeente gaat in de komende planperiode meer bewustzijn creëren over ‘water en riolering‘ onder de burgers en over de eigen verantwoordelijkheid, middels doelgerichte communicatie. De wijze van communiceren wordt bepaald in overleg met de afdeling communicatie van de gemeente.

6.3

Omgaan met grondwater

Op basis van de Waterwet heeft de gemeente de zorgplicht voor het in de openbare ruimte van bebouwd gebied treffen van maatregelen om structureel nadelige gevolgen van de grondwaterstand voor de aan de grond gegeven bestemming zoveel mogelijk te voorkomen of te beperken, voor zover het treffen van die maatregelen doelmatig is en niet tot de zorg van het waterschap of de provincie behoort. De grondwaterstand is, zeker in bebouwd gebied, niet volledig te sturen. Daarom heeft de gemeentelijke grondwaterzorgplicht het karakter van een inspanningsverplichting en niet van een resultaatsverplichting. Dit betekent dat de gemeente aanspreekbaar is voor grondwaterproblemen, maar niet dat zij ook aansprakelijk is.

Verantwoordelijkheden grondwater Een visie op de verantwoordelijkheden van de perceeleigenaar:  Perceeleigenaar is primair verantwoordelijk voor tegen gaan van grondwaterlast op eigen terrein. Dit geldt ook voor funderingsproblemen.  De eigenaar moet zorgen dat voldaan wordt aan de bouwkundige regelgeving, o.a. zodat ondergrondse gebruiksruimtes van panden, zoals een kelder of een souterrain, volgens de bouwregelgeving vochtdicht zijn. Ook het hoogheemraadschap en de provincie spelen (indirect) een rol op het gebied van het stedelijk grondwater:  De provincie Zuid-Holland en het hoogheemraadschap van Delfland verlenen beide vergunningen voor grondwateronttrekkingen;  Het hoogheemraadschap beheert daarnaast het peil van het oppervlaktewater. Dit kan lokaal de grondwaterstanden beïnvloeden.  Het Hoogheemraadschap heeft de zorg voor het watersysteem (Waterschapswet).

6.3.1 Drooglegging bij nieuwbouw Vanzelfsprekend is het beter om grondwater-problemen te voorkómen dan om de ontstane overlast of onderlast te moeten beperken. De gemeente streeft bij nieuwbouwplannen naar de ontwateringsdieptes zoals opgenomen in onderstaande tabel. Tabel 6-1 Ontwateringseisen nieuwbouw

Bestemming

Ontwateringsdiepte*

Woningen met kruipruimte Woningen zonder kruipruimte Groenvoorzieningen Secundaire wegen en woonstraten Primaire wegen Bedrijventerreinen

0,70 m 0,50 m 0,50 m 0,70 m 0,70 m 0,70 m

* Ontwateringsdiepte = maaiveldhoogte – gemiddeld hoogste grondwaterstand

7 oktober 2016

vGRP Midden-Delfland 2016 – 2020

26

In overleg met de gemeente en het hoogheemraadschap zal aanvullend op de bovenstaande eisen getoetst worden in hoeverre de voor individuele nieuwbouwlocaties geanticipeerd moet worden op:  Effecten van eventuele bodemdaling over 20 – 50 jaar;  Effecten van klimaatverandering op grondwaterstanden. Ten behoeve van een goede beoordeling van de lokale grondwaterhuishouding dient de initiatiefnemer van de ontwikkeling voorafgaand aan de ontwikkeling de benodigde bodem- en grondwatermetingen aan te leveren. Deze metingen beslaan ten minste één volledig hydrologisch jaar. Bij aanleg van ondergrondse objecten dient de initiatiefnemer de effecten op omgeving te onderzoeken. Om te voldoen aan de ontwateringseisen zijn verschillende oplossingen denkbaar. Niet alle oplossingen zijn echter even gewenst. De initiatiefnemer dient bij het ontwerp en uitvoering de onderstaande voorkeursvolgorde aan te houden: 1. Aanleg van (extra) open water; 2. Integraal ophogen van het gebied; 3. Grondverbetering; 4. Aanpassing bouwwijze of gebruik; 5. Toepassen robuuste ontwateringsmiddelen (zowel particulier als openbaar). De initiatiefnemer onderbouwt indien de voorkeursmethode niet mogelijk geacht wordt. 6.3.2 Omgaan met grondwateroverlast De gemeente voorziet in een loketfunctie voor vragen, meldingen en/of klachten over grondwater.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=5e6facf0-58b1-4d2a-b785-5feb731005cf