CConstaterende datMidden-Delfland
Koppel je AI →
Document · PDF

07 Ruimtelijke Onderbouwing Kortebuurt 14

Gemeenteraad 31 oktober 2023, gemeente Midden-DelflandBij agendapunt: Voorstel tot vaststelling Bestemmingsplan Kortebuurt 14 Maasland27.275 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

46

verbodsbepalingen opgenomen om de waterstaatsbelangen veilig te stellen. In de meeste gevallen zal een vergunning moeten worden verleend door het Hoogheemraadschap. De Legger Wateren is een register waarin functie, afmetingen en onderhoudsplichtigen van wateren (zoals sloten en vaarten), waterbergingen en natuurvriendelijke oevers vastgelegd zijn. Ook geeft de legger de ligging van wateren, waterbergingen en natuurvriendelijke oevers aan, zodat duidelijk is waarop de Keur van toepassing is. Gemeentelijk beleid Waterplan Midden-Delfland Het gemeentelijk waterbeleid is vastgelegd in het Waterplan Midden-Delfland, dat uit drie delen bestaat: de watervisie, het waterstructuurplan en het uitvoeringsplan. Het waterplan is gebiedsgericht waarin alle samenhangende thema's rond het waterbeheer aan bod komen. De watervisie is uitgewerkt in het waterstructuurplan, dat op zijn beurt op kaart en in beschrijving weergeeft wat de opgave in de polders van Midden-Delfland is. Tevens zijn in het structuurplan afspraken opgenomen over de wijze waarop de wateropgave wordt gerealiseerd. Concrete maatregelen en procesafspraken zijn gebundeld in het uitvoeringsprogramma. Onderzoek Huidig watersysteem Ten westen van het plangebied, bevindt zich primair water evenwijdig aan de Kortebuurt, dat een zijtak van de Zuidvliet is.

Aan de noordoost-, oost- en zuidzijde wordt het plangebied begrensd door een watergang. Op de Legger van het hoogheemraadschap is dit aangeduid als secundaire watergang (zie afbeelding 4.4). Op enkele plekken is daarbij een stuw aanwezig. Aan de westzijde van het plangebied bevindt zich momenteel een vijver, die is aangemerkt als leggerwater en in de toekomstige situatie in principe gehandhaafd zal blijven. Voor het plangebied is binnen het peilgebied door het Hoogheemraadschap van Delfland een peilafwijking vastgesteld. Binnen het plangebied is een waterpeil bekend van 0,00 m NAP.

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

47

Afbeelding 4.4: uitsnede Leggerkaart Hoogheemraadschap van Delfland (het plangebied is rood omkaderd).

Waterkwantiteit en wateropgave Met dit bestemmingsplan worden op het perceel van de bestaande woning aan de Kortebuurt 14 twee nieuwe woningen mogelijk gemaakt. Deze gronden zijn momenteel in gebruik als tuin. De bestaande woning wordt in het bestemmingsplan ingepast, met eenzelfde bouwvlak als de nieuwe woningen. Op het perceel bevindt zich tevens een kleine kas, die in de toekomstige situatie behouden blijft. Het voormalige ketelhuis valt buiten het plangebied. Voor de ontsluiting van de nieuwe woningen wordt een nieuwe inrit aangelegd. Voor de berekening van de wateropgave, worden alleen die delen van het plangebied waar wijzigingen zijn voorzien (de bouwvlakken en de inrit) meegenomen. Tabel 4.3 toont hiervan een overzicht. Oppervlakte Bouwvlak bestaande woning Bouwvlakken nieuwe woningen

Huidige situatie 127 m2 -

Toekomstige situatie 180 m2 360 m2

-

372 m2 150 m2 145 m2 667 m2 18 m2 685 m2

Maximale oppervlakte woningen (124 m2 per woning) Terrassen (50 m2 per woning) Inrit Verhard Onverhard Totaal

127 m2 558 m2 685 m2

Tabel 4.3: overzicht verhard oppervlak in de huidige en toekomstige situatie.

Zoals uit tabel 4.3 blijkt hebben de ontwikkelingen die in het plangebied zijn voorzien betrekking op een oppervlak van 685 m2. Dit omvat drie bouwvlakken van elk 180 m2, plus de inrit die een oppervlak van 145 m2 kent. De nieuwe woningen beslaan niet het gehele bouwvlak. In de bouwregels is een maximaal bebouwingsoppervlakte van 124 m2 per woning opgenomen. Omdat de overige gronden naar verwachting Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

48 deels worden ingericht als terras, is daarvoor een aanvullende verharding van 50 m2 per woning gerekend. De inrit wordt voorzien van een infiltratiekrattensysteem, en daarom als geheel verhard oppervlak beschouwd. Daar wordt hieronder in het kader van watercompenserende maatregelen verder op ingegaan. Tezamen vormt dit een verharding van 667 m2 in de toekomstige situatie. Ten opzichte van de huidige (planologische) situatie, betekent dit een toename van circa 540 m2. Met deze gegevens is de watersleutel ingevuld (zie afbeelding 4.5). Hieruit blijkt als gevolg van deze toename in verharding een watercompensatieopgave van 343 m2 oppervlaktewater, waarvan 313 m2 om de effecten van de ontwikkeling te compenseren en 29 m2 voor de effecten van klimaatverandering. Wanneer compensatie in vasthoudmaatregelen wordt gerealiseerd, geldt een waterberging van 68,6 m3.

Afbeelding 4.5: Watersleutel Hoogheemraadschap van Delfland.

Om deze wateropgave te realiseren, wordt gedacht aan verschillende watercompenserende maatregelen. Zo is onder de inrit en de terrassen bij de woningen voorzien in een systeem met infiltratiekratten. Daarmee kan naar verwachting al een aanzienlijk deel van de benodigde waterberging in m3 worden gerealiseerd. Daarnaast is een verbreding van de bestaande watergangen rondom het plangebied, met een lengte van circa 175 strekkende meter, een mogelijkheid om in de benodigde (resterende) watercompensatie te voorzien. Daarnaast zijn de aanleg van een nieuwe watergang op de grens tussen het tuin- en bosperceel, een nieuwe vijver (mogelijk als plaatselijke verbreding van de watergang), een wadi en/of groene daken nog mogelijkheden om in het plangebied in de compensatieopgave te voorzien. Bij de verdere planuitwerking (in het kader van de omgevingsvergunning) zal de precieze invulling van de wateropgave nader worden bepaald. Om te borgen dat aan de compensatie-eis van het waterschap wordt voldaan, is de Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

49

opgave die volgt uit de watersleutel (afbeelding 4.5) opgenomen als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan. Deze opgave en oplossing zijn met het Hoogheemraadschap van Delfland afgestemd. Los van deze wateropgave, is het voornemen om de bestaande vijver aan de westzijde van het plangebied te handhaven. Deze is ook opgenomen in het kavelpaspoort (kavel 2, zie bijlage 1). De nieuwe woning en toegangsweg zijn zo gesitueerd dat de vijver gehandhaafd kan blijven. Binnen de hier opgenomen bestemming ‘Tuin’ zijn water en voorzieningen ten behoeve van de waterhuishouding mogelijk. Voor het dempen van leggerwater geldt te allen tijde een vergunningplicht op grond van de Keur, waarbij wordt getoetst aan de beleidsregels ‘Dempen en graven’ van het hoogheemraadschap. Wanneer men in de toekomst de vijver wil dempen, moet daarvoor een watervergunning bij het waterschap worden aangevraagd en het te dempen oppervlak elders worden gegraven. Waterkwaliteit Binnen het plangebied zijn geen KRW-waterlichamen aanwezig. Voor de waterkwaliteit is het van belang om bij eventuele ontwikkelingen diffuse verontreinigingen te voorkomen door het gebruik van duurzame, niet-uitloogbare materialen (geen zink, lood, koper en PAK-houdende materialen), zowel gedurende de bouw- als de gebruiksfase.

Waterveiligheid Een strook aan de westkant van het plangebied bevindt zich binnen de beschermingszone van een regionale waterkering. Zoals te zien op afbeelding 4.4, is deze zone opgenomen langs de Zuidvliet en de zuidwaartse vertakking daarvan langs de Kortebuurt. Het betreft hier een veenkade, waarop tevens de Beleidsregel veendijken van toepassing is. De nieuwe woningen zijn niet geprojecteerd binnen de zone ‘waterstaatswerk’, maar wel deels binnen de beschermingszone. Zodoende wordt in ieder geval een afstand van het water tot de bebouwing van 20 m aangehouden, en wordt rekening gehouden met het benodigde kadeprofiel. Hierover heeft reeds afstemming plaatsgevonden met het Hoogheemraadschap van Delfland. Uiteindelijk zal voor de definitieve vergunningverlening separaat een watervergunning moeten worden aangevraagd, waarbij de waterstaatsbelangen worden afgewogen. In dit bestemmingsplan is ter bescherming de dubbelbestemming ‘Waterstaat’ overgenomen uit het vigerende bestemmingsplan in overeenstemming met de actuele legger van Delfland. Waterafvoer en riolering Bij ruimtelijke ontwikkelingen is het uitgangspunt dat de waterhuishoudkundige situatie niet mag verslechteren. Dit betekent bijvoorbeeld dat de waterhuishouding kan worden verbeterd door het afkoppelen van schoon verhard oppervlak.

Hiermee wordt voorkomen dat schoon hemelwater wordt afgevoerd naar de rioolwaterzuiveringsinstallatie. Bij de voorgenomen ontwikkeling is sprake van een gescheiden HWA (hemelwaterafvoer) / DWA (droogweerafvoer) systeem. Daarbij wordt er een infiltratievoorziening voor hemelwater op eigen terrein gerealiseerd. De verbreding van de watergang en aanleg van een nieuwe vijver en/of wadi in het kader van de compensatieopgave dragen ook bij aan de hemelwaterafvoer. Volksgezondheid Door het afkoppelen van hemelwater van de DWA worden vuilwateroverstorten (in de omgeving) tegengegaan. De risico’s van watergerelateerde ziekten en plagen worden hierdoor geminimaliseerd. Indien nieuwe wateren worden gerealiseerd en/of oevers van bestaande wateren worden vergraven, verdient het aanbeveling flauwe, natuurvriendelijke oevers te creëren. Bodemdaling Het (grond)waterpeil zal niet worden aangepast ten behoeve van dit plan. Eventuele bodemdaling in de Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

50

omgeving zal niet door dit bestemmingsplan worden beïnvloed. Beheer en onderhoud Het beheer en onderhoud van het gemeentelijke inzamelings- en transportstelsel ligt bij de gemeente, tot aan het eindgemaal, dat in beheer is van het Hoogheemraadschap van Delfland. Het Hoogheemraadschap is verantwoordelijk voor het transport vanuit het eindgemaal tot en met afvalwaterzuiveringsinstallatie en voor de zuivering. De gemeentelijke riolering moet bereikbaar zijn voor beheer en onderhoud. Het beheer en onderhoud van de aangrenzende secundaire watergangen ligt bij de eigenaar van het betreffende perceel. Conclusie Met het Hoogheemraadschap van Delfland is afgestemd over de wateropgave en de waterveiligheid. De wateropgave is als voorwaardelijke verplichting in de regels van dit bestemmingsplan opgenomen. De precieze invulling hiervan wordt bij de verdere planuitwerking bepaald. Verder is in het bestemmingsplan een beschermende dubbelbestemming opgenomen. Uiteindelijk moet separaat een watervergunning worden aangevraagd. 4.10

Duurzaamheid Voor de geplande ontwikkeling geldt dat nieuwe gebouwen minimaal moeten voldoen aan de in het Bouwbesluit gestelde eisen met betrekking tot duurzaamheid en energie. Een verdere uitwerking van duurzaamheids- en energiemaatregelen zal door de eigenaar/gebruikers nader worden bepaald in het kader van de omgevingsvergunning. Er wordt in ieder geval voldaan aan de wettelijke vereisten op het gebied van duurzaamheid.

4.11

Verkeer en parkeren Met de herontwikkeling van de locatie zal het verkeer op de ontsluitingswegen Oude Veiling en Kortebuurt toenemen. De ontsluiting van het plangebied zal voornamelijk via de Oude Veiling en de Rijksweg A20 verlopen. De realisatie van twee extra woningen leidt tot een verkeersgeneratie van circa 16 motorvoertuigen per etmaal. De verwachting is dat deze beperkte toename van verkeersbewegingen niet leidt tot belemmeringen, en zijn de ontsluitende wegen in staat het verkeer goed af te wikkelen. Het parkeerbeleid van de gemeente Midden-Delfland is vastgelegd in de ‘Nota Parkeernormen 2020’. Voor de functie wonen, is hierin voor vrijstaande woningen in Maasland een parkeernorm van 1,7 parkeerplaatsen per woning opgenomen. Op de twee nieuwe, afgesplitste kavels zijn per kavel twee parkeerplaatsen voorzien. Daarmee wordt voldaan aan de gemeentelijke parkeernorm. In de kavelpaspoorten is ook opgenomen dat op elke kavel ruimte moet zijn voor minimaal 2 geparkeerde auto’s, buiten een eventueel gebouwde garage. Daarbij is aangegeven dat het parkeren gebeurt op eigen terrein, via de gemeenschappelijke inrit, en niet langs of aan de gezamenlijke inrit of ontsluitingsweg (Kortebuurt). Waar mogelijk wordt het parkeren uitgevoerd als halfverharding.

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

51

5

Juridische opzet

5.1

Inleiding Voorliggend bestemmingsplan is opgesteld conform de gemeentelijke standaard, met inachtneming van de bepalingen die zijn opgenomen in de Regeling standaarden ruimtelijke ordening (Rsro), zoals de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP2012) en het coderingssysteem Informatiemodel Ruimtelijke Ordening (IMRO). In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de wijze waarop de regels en verbeelding van voorliggend plan zijn opgebouwd.

5.2

Toelichting op de regels De regels bestaan uit vier hoofdstukken: • Inleidende regels (hoofdstuk 1) • Bestemmingsregels (hoofdstuk 2) • Algemene regels (hoofdstuk 3) • Overgangs- en slotregels (hoofdstuk 4) Hierna wordt een korte toelichting gegeven op de in het plan voorkomende artikelen. Hoofdstuk 1 Inleidende regels In dit hoofdstuk is een aantal begrippen verklaard, dat wordt gebruikt in de regels. Dit voorkomt dat er bij de uitvoering van het plan onduidelijkheden ontstaan over de uitleg van bepaalde regelingen. Daarnaast is het artikel "Wijze van meten” opgenomen waarin bepaald is hoe de voorgeschreven maatvoering in het plan gemeten moet worden. Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels In dit hoofdstuk zijn de in het plan voorkomende bestemmingen geregeld. In ieder artikel is per bestemming bepaald welk gebruik van de gronden is toegestaan en welke bouwregels er gelden. Hierna volgt een toelichting per artikel. Enkelbestemming ‘Tuin’ De voor ‘Tuin’ aangewezen gronden zijn bestemd voor tuinen bij de op de aangrenzende gronden gelegen hoofdgebouwen. Ook in- en uitritten, parkeervoorzieningen en waterhuishoudkundige voorzieningen worden als passend in de bestemming aangemerkt. Enkelbestemming ‘Tuin – Landschapswaarden’ De bestemming ‘Tuin – Landschapswaarden’ is opgenomen voor het bosperceel aan de noordoostzijde van het plangebied.

Deze bestemming wijkt qua bestemmingsomschrijving af van de bestemming “Tuin” in die zin dat de gronden uitsluitend bestemd zijn voor tuinen, bos, water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Ook is een algemene regel toegevoegd dat de gronden niet dienen te worden beschouwd als ‘erf’. In afwijking van de tuinbestemming is tevens bepaald dat geen gebouwen en overige bouwwerken mogen worden gebouwd, en is als specifieke gebruiksregel opgenomen dat er geen bomen mogen worden gekapt. Met deze bestemming wordt een extra bescherming van het bosperceel geborgd, door te voorkomen dat bomen kunnen worden gekapt en (vergunningvrije) bouwwerken worden gebouwd. Het bosperceel is in het verleden aangelegd op initiatief en met subsidie van Staatsbosbeheer. In het gebied zijn verschillende soorten bomen geplant, met als doel te bezien welke soorten hier zouden aanslaan. Daarmee heeft het perceel belangrijke natuur- en landschappelijke waarden gekregen. Zo draagt het bij aan het groene en Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

52

lommerrijke karakter van de Kortebuurt. Ook zorgt het bos voor een natuurlijke afscheiding tussen de woningen en de achterliggende dierenkliniek en Foppenpolder. Enkelbestemming ‘Water’ De voor ‘Water’ aangewezen gronden zijn bestemd voor water ten behoeve van de waterhuishouding, en ook steigers, natuurvriendelijke oevers en ondergeschikt groen. Deze bestemming is opgenomen voor de watergangen aan de noord-, oost- en zuidzijde van het plangebied. Enkelbestemming ‘Wonen’ De voor ‘Wonen’ aangewezen gronden zijn bestemd voor het wonen, met aan-huis-gebonden beroepen en kleinschalige bedrijfsmatige activiteiten. Ook bij deze bestemming behorende voorzieningen, zoals erven, nutsvoorzieningen, parkeervoorzieningen, tuinen en water worden als passend in de bestemming beschouwd. Op de verbeelding zijn bouwvlakken opgenomen ter grootte van de woonbestemming, waarbinnen per bouwvlak een woning is toegestaan. De toegestane goot- en bouwhoogte is met een aanduiding op de verbeelding aangegeven. In de regels is daarnaast onder meer de toegestane maatvoering van aan- en uitbouwen, bijgebouwen, overkappingen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde bepaald.

Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie hoge waarde’ De voor 'Waarde - Archeologie hoge waarde' aangewezen gronden zijn - behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) - mede bestemd voor het behoud en de bescherming van archeologische waarden. Aansluitend bij de gemeentelijke archeologische beleidsadvieskaart, is deze dubbelbestemming opgenomen voor het hele plangebied met een vrijstellingsgrens van 50 m2 en 40 cm -maaiveld. De regeling is vormgegeven conform recent vastgestelde bestemmingsplannen. Dubbelbestemming ‘Waterstaat – Waterkering’ De voor 'Waterstaat - Waterkering' aangewezen gronden zijn – behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en) – mede bestemd voor de waterhuishouding, - aanvoer en -afvoer, instandhouding van waterkeringen, en bijbehorende waterstaatkundige voorzieningen. Deze dubbelbestemming is opgenomen voor de beschermingszone langs de zijtak van de Zuidvliet aan de westzijde van het plangebied. Hoofdstuk 3 Algemene regels In hoofdstuk 3 worden enkele algemene regels gegeven, zoals de anti-dubbeltelregel. Ook worden algemene gebruiksregels gegeven. Daarnaast worden enkele algemene afwijkings- en wijzigingsregels gegeven die de flexibiliteit van het plan vergroten.

Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels In het overgangsrecht is een regeling opgenomen voor bebouwing en gebruik dat al bestond bij het opstellen van het plan, maar dat strijdig is met de opgenomen regeling. Onder bepaalde voorwaarden mag deze strijdige bebouwing en/of strijdig gebruik worden voortgezet of gewijzigd. In de slotregel is de officiële naam van het plan bepaald. Onder deze naam kan het bestemmingsplan worden aangehaald. 5.2

Geometrische plaatsbepaling / verbeelding Voor het verbeelden van de geometrisch bepaalde bestemmingen is een BTG-ondergrond gebruikt. Dit bestand is opgebouwd in coördinaten in het stelsel van de Rijksdriehoeksmeting, of kortweg Rijksdriehoekscoördinaten (ook wel: RD-coördinaten). Dit zijn de coördinaten die in Nederland worden gebruikt als grondslag voor onder meer geografische aanduidingen, waarbij de exacte locatie van een Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

53

gebied wordt vastgelegd. In het plan is met behulp van lijnen, coderingen en arceringen aan gronden een bepaalde bestemming toegekend. Binnen een bestemmingsvlak zijn met aanduidingen nadere regels aangegeven. Op een afdruk van de geometrische plaatsbepaling, de verbeelding, zijn alle bestemmingen en aanduidingen naast elkaar zichtbaar. De gegevens zijn digitaal raadpleegbaar. Via de digitale portal waarop het plan wordt gepubliceerd kan, door te klikken op een bepaalde locatie, de bijbehorende bestemmingsregeling worden opgeroepen.

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

54

6

Overleg en inspraak

6.1

Vooraankondiging Op grond van artikel 1.3.1 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) dient voorafgaand aan een procedure van een bestemmingsplan waarin een ruimtelijke ontwikkeling wordt gefaciliteerd, een vooraankondiging te worden gepubliceerd waarin de gemeente aangeeft een bestemmingsplan voor te bereiden. Deze vooraankondiging voor dit plan heeft plaatsgevonden in de stadscourant en via de gemeentelijke website.

6.2

Inspraak Voorafgaand aan de formele bestemmingsplanprocedure heeft inspraak plaatsgevonden, waarbij de direct omwonenden geïnformeerd zijn over de voorgenomen ontwikkeling.

6.3

Vooroverleg Conform artikel 3.1.1 van het Bro dienen burgemeester en wethouders bij de voorbereiding van een bestemmingsplan overleg te plegen met de besturen van betrokken gemeenten en waterschappen en met de rijks- en provinciale diensten die betrokken zijn bij de zorg voor de ruimtelijke ordening of belast zijn met de behartiging van belangen die in het plan in het geding zijn. In dit kader is het bestemmingsplan voor advies toegezonden aan de belanghebbende overleginstanties. Met het Hoogheemraadschap van Delfland heeft in dit kader overleg plaatsgevonden over de benodigde watercompensatie en de invulling daarvan. Zo is afgestemd over de uitgangspunten voor watercompensatie en is met de juiste gegevens de watersleutel ingevuld. De waterparagraaf in deze toelichting is hierop aangepast en aangevuld. Door de Omgevingsdienst Haaglanden zijn daarnaast de verschillende milieuonderzoeken beoordeeld. Het verkennend bodem en asbestbodemonderzoek, uitgevoerd op basis van eerdere afstemming met ODH, zijn door ODH als voldoende beoordeeld. Het akoestisch onderzoek is akkoord bevonden met enkele opmerkingen. Deze zijn in de rapportage verwerkt. Voor wat betreft het stikstofdepositie-onderzoek werd geconstateerd dat op enkele punten aanvulling nodig was. Het onderzoek is op de aangegeven punten aangevuld; dit leidt niet tot andere uitkomsten.

Voor het overige zijn er geen reacties ontvangen die hebben geleid tot aanpassingen in het bestemmingsplan.

6.4

Ontwerpfase Na afronding van het vooroverleg is de formele bestemmingsplanprocedure gestart. De aanpassingen uit de ontvangen overlegreacties zijn in het ontwerpbestemmingsplan verwerkt. Het ontwerpbestemmingsplan heeft vanaf 30 maart 2023 gedurende zes weken ter inzage gelegen. Daarbij is eenieder de mogelijkheid geboden tot het indienen van zienswijzen op het ontwerpbestemmingsplan. Gedurende deze periode zijn zes zienswijzen ontvangen. De zienswijzen zijn samengevat en beantwoord in een Nota van beantwoording zienswijzen, die is opgenomen in bijlage 9. Ook is daarin aangegeven of en zo ja hoe het bestemmingsplan naar aanleiding van de zienswijzen is gewijzigd.

6.5

Vaststellingsfase Binnen twaalf weken na de termijn van terinzagelegging moet de gemeenteraad beslissen omtrent de vaststelling van het bestemmingsplan. Tegen het besluit tot vaststelling staat, voor belanghebbenden, direct beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Direct na de beroepstermijn treedt,

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

55

indien tijdens de beroepstermijn geen verzoek om voorlopige voorziening is ingediend, het plan in werking waarna tot vergunningverlening kan worden overgegaan.

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

56

7

Uitvoerbaarheid

7.1

Maatschappelijke uitvoerbaarheid Met dit bestemmingsplan wordt de ontwikkeling van twee nieuwe woningen op het perceel van een bestaande woning mogelijk gemaakt. Deze wijziging is passend binnen de ruimtelijk kaders van de gemeente en heeft als uitgangspunt dat de bestaande ruimte en kwaliteit van de leefomgeving tenminste gelijk blijft. Daarmee wordt verondersteld dat er voldoende draagvlak is. Bovendien zijn de direct omwonenden voorafgaand geïnformeerd, en wordt in de bestemmingsplanprocedure de mogelijkheid geboden om zienswijzen in te dienen (zie ook hoofdstuk 6 van deze toelichting). Gezien het bovenstaande wordt de maatschappelijke uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

7.2

Economische uitvoerbaarheid Bij de voorbereiding van een bestemmingsplan dient op grond van artikel 3.1.6 van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) in de plantoelichting minimaal inzicht te worden gegeven in de economische uitvoerbaarheid van het plan. Tevens dient, indien sprake is van ontwikkelingen waarvoor de gemeente redelijkerwijs kosten moet maken, bijvoorbeeld voor de aanleg van voorzieningen van openbaar nut, en de plankosten, deze moeten worden verhaald op de initiatiefnemer c.q. ontwikkelaar. Een en ander dient te worden vastgelegd in privaatrechtelijke overeenkomsten met iedere grondeigenaar. Als er met een grondeigenaar geen overeenkomst is gesloten en het kostenverhaal niet anderszins is verzekerd, dient een exploitatieplan te worden opgesteld welke tegelijkertijd met het bestemmingsplan moet worden vastgesteld. Met betrekking tot voorgenomen ontwikkeling wordt tussen de gemeente en de initiatiefnemer een anterieure overeenkomst gesloten. Het kostenverhaal is hiermee anderszins verzekerd en het opstellen van een exploitatieplan is niet noodzakelijk. Gezien het bovenstaande wordt de economische uitvoerbaarheid van het plan voldoende gewaarborgd geacht.

7.3

Handhavingsaspecten De gemeente Midden-Delfland acht handhaving van haar beleid van groot belang om de gewenste ruimtelijke kwaliteiten binnen het plangebied te garanderen. Belangrijke redenen voor handhaving zijn: • de regels zijn door de gemeente vastgesteld en de inwoners mogen verwachten dat deze worden gehandhaafd; • handhaving gaat oneigenlijk gebruik en daarmee achteruitgang van de kwaliteit van de woonomgeving tegen; een actueel bestemmingsplan beoogt de ruimtelijke kwaliteit in stand te houden en te verbeteren; • niet daadkrachtig optreden tegen overtredingen van wettelijke regels werkt een toename van het aantal overtredingen in de hand en tast de geloofwaardigheid aan; het in het bestemmingsplan vastgelegde beleid wordt ondermijnd en het bestuur verliest de greep op de gebouwde omgeving. Onderscheid kan worden gemaakt tussen preventieve en repressieve handhavingsinstrumenten. Onder preventieve instrumenten kunnen onder andere voorlichting, subsidieverlening en verleningen van (omgevings)vergunningen worden begrepen. Repressieve instrumenten zijn onder meer controle en toezicht, opsporing en het hanteren van sancties als bestuursdwang en dwangsom.

Bestemmingsplan “Kortebuurt 14” Toelichting Vaststelling – 8 september 2023

BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING

Bijlage 1 Ibelings van Tilburg (maart 2022) Beeldkwaliteit en kavelpaspoorten Kortebuurt 14

Beeldkwaliteit - Kortebuurt 14, Maasland 16 maart 2022

Locatie r

lde

po en

p

p Fo

iling e Ve Oud

Locatie

uurt

b Kor te

Hoe

k va

n Ho

lland

<< A

20 >

> Ro tterd

am

KORTEBUURT - MAASLAND

2

Inleiding Inspiratie uit de omgeving Dit document is een inspiratie voor de Beeldkwaliteit voor de ontwikkeling van de Kortebuurt 14 in de gemeente Midden Delfland. Het document schetst een mogelijk beeld van de toekomstige bebouwing in samenhang met de reeds aanwezige lintbebouwing aan de Kortebuurt. In het bestemmingsplan worden bestemmingsregels geformuleerd die een helder en transparant uitgangspunt vormen voor de toekomstige bewoners. Deze tekst en referentiebeelden beogen een inspiratie-document te zijn, dat de mogelijkheden toont om hier in aansluiting met de unieke omgeving een mooie woning te bouwen. Er is eerst uitvoerig naar de gebouwde omgeving gekeken om goede uitgangspunten voor de beeldkwaliteit op te stellen. De omgeving vormt de inspiratie voor de nieuw te bouwen woningen. De architectuur moet hier vanzelfsprekend ogen en passend zijn in de omgeving. In het document Beeldkwaliteit -zowel tekst als afbeeldingen- zijn gewenste uitgangspunten opgenomen voor de inrichting van de overgang van privégebied naar openbaar gebied en voor de architectonische vormgeving van de te bouwen woningen. Inrichting van het terrein De locatie kenmerkt zich door een lommerrijk karakter met grote bomen, direct langs de Kortebuurt en achterop het terrein, gescheiden door een grasveld.

Geen of lage (maximaal 0,3 m) beschoeiingen lijken vanzelfsprekend, met natuurlijk talud met riet of gras. Een beperkte onderbreking van het talud is mogelijk (bijvoorbeeld t.b.v. een terras, steiger) In overleg met het waterschap de eisen gesteld in de Watertoets inpassen. Een inrichtingsplan voor het terrein is vereist bij de aanvraag Omgevingsvergunning. De woningen De maximale breedte van de woning (7,20 mtr) waarborgt het doorzicht naar de bomen vanaf de weg (Kortebuurt), de vastgestelde maximale goot- en nokhoogte versterkt dit beeld. De inspiratie voor het beeld van de woningen en bijgebouwen ligt besloten in de directe omgeving. Het architectuurbeeld kenmerkt zich door de toe te passen materialen, kleuren, detaillering en vorm van het volume. Veel voorkomende materialen uit de omgeving zijn riet, donkere baksteen, hout. Voor het dak riet, antraciet keramische pannen, metaal, hout. Specifieke accenten (metaal) zijn zeker mogelijk. Dit sluit een eigentijdse vormgeving zeker niet uit, maar duidt wel op een samenhang met de bestaande, gebouwde omgeving. De referentiebeelden tonen zowel recente schuurwoningen als ook ‘moderne’ boerderijen.

Door het groene karakter van de locatie is grootschalige verharding van voor- en achtererven voor bijvoorbeeld inritten en terrassen zeker niet wenselijk. Gestreefd kan worden naar “halfverharding”, waardoor het mogelijk is dat (regen)water snel in de ondergrond wordt opgenomen. Per woning zijn 2 parkeerplaatsen op eigen terrein verplicht. De toegang tot de 2 nieuwe woningen gaat via een inrit naast het bijgebouw van Kortebuurt 13, de inrit naar de bestaande woning blijft bestaan. Parkeren niet langs de inrit of op de ontsluitingsweg (Kortebuurt). Natuurlijke erfafscheidingen (hagen e.d.) worden bij voorkeur toegepast. Schuttingen passen niet in het beeld, indien hekken worden toegepast maken deze integraal onderdeel uit van het (tuin) ontwerp. De zone langs de weg -tussen de twee inritten in- heeft de bestemming “Tuin met landschappelijke waarde”, hetgeen inhoudt dat de bomen in dat gebied niet gekapt mogen worden (behoudens noodzakelijk onderhoud). De vijver langs de weg blijft gehandhaafd; overige watergangen handhaven en plaatselijk aanpassen in verband met de watertoets.

KORTEBUURT - MAASLAND

3

Situatie

iling e Ve Oud

Locatie

uurt

b Kor te

Kavel 1 900m2

Kavel 2 2120m2 Kavel 3 1080m2 Kavel 4 1170m2

Hoe

k va

n Ho

lland

<< A

20 >

> Ro tterd

am

Situatie

1:1250

KORTEBUURT - MAASLAND

4

Massa studie geluidsluwe buitenruimte min. 5 m2 binnen het volume opnemen Kavel 1 1.315 m2 Kavel 2 1.885 m2

8,0

4,0

Kavel 1 1.315 m2

7,2

17,2

Kavel 3 - 145 m2 Kavel 4 1.210 m2

4,0

8,0

00

20.0

17 ,2

Kavel 2 1.885 m2

7,2

20.000

Kavel 4 1.210 m2 Kavel 3 145 m2

Vogelvlucht vanuit het zuidwesten Woning oppervlak en inhoud Grondoppervlak maximaal van 7,2 m x 17,2 m = 124 m2 Situatie

1:500

Goothoogte 4 m & Nokhoogte 8 m (dakhelling 48º) geeft inhoud van 750 m 3

KORTEBUURT - MAASLAND

5

Referentie beeldkwaliteit - Schuurwoning

KORTEBUURT - MAASLAND

6

Referentie beeldkwaliteit - Moderne boerderij

Beeldkwaliteitregels voor Erven en Eilanden

KORTEBUURT - MAASLAND

7

Bestaande situatie

Locatie

Kavel 1 (achter zichtbare kavel met bebouwing)

Kavel 2

Kavel 4

Kavel 3

KORTEBUURT - MAASLAND

8

Krooneendstraat 14 2492 NG Den Haag T 010 202 19 00 info@ibelingsvantilburg.nl www.ibelingsvantilburg.nl

Kavelpaspoort nr 1 Kortebuurt Maasland

,4

45

32, 6

9,0

20,0

Δ 4.00

2

26,

4

24,

P P

2.0

3

53,

oppervlak: 1.315 m2 bouwvlak hoofdvolume tuin tuin met landschappelijke waarde

) el 3 (kav

water Δ 4.00

maximale goothoogte entree kavel

< 10 m >

4.00

alle maten in meters

Bestemmingsregels

illing

Oude Ve

Maximaal te bouwen volume

750 m3

Grondvlak woning (max.)

7,2 m x 17,2 m

Oriëntatie kavel (tuin)

noordoost-zuidwest

Goothoogte

4 meter

Nokhoogte

8 meter

Parkeren

2 P plaatsen op eigen terrein

Kavel 1 Hoek

van H

olland

<< A20

>> Ro

tterda m

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend - augustus 2021

Inrichting kavel nok max. 8m

no

kh

aa

ks

op

go

roo

ot m

ilij

ax

n e ijk

l et pe m ap in sch u t ► land

de ar

.4

ag

ha

n

ilij

o ro

m

wa

g we r te wa

Nok evenwijdig aan de bebouwing dierenkliniek

De bebouwing is max. 750 m3 en 7,2 m x 17,2 m

Natuurlijke erfscheidingen, en minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein

Beeldkwaliteit Algemeen

Hoofdvorm

Tekst en afbeeldingen vormen samen een inspiratiebron voor de gewenste beeldkwaliteit. Om de samenhang met de bestemmingsregels aan te geven, zijn regels (R) geïntegreerd in de tekst.

De hoofdvorm betreft een eenvoudig volume met langskap. Zo behoudt het gebied de rustieke, bescheiden sfeer. De goothoogte betreft maximaal 4,00 meter (R) .

De locatie

Om de samenhang van het architectuurbeeld te bewaren, kunnen materialen worden toegepast, die aansluiten bij de bestaande woningen. Diverse kleuren gemêleerd metselwerk, samen met keramische dakpannen zijn typisch voor het gebied, het kleurenpatroon voegt zich naar het lint en de landelijke uitstraling. Een rieten kap is zeer wel denkbaar, specifieke accenten zijn zeker mogelijk. Wat betreft materialen is te denken aan: riet, donkere baksteen, metaal, hout. Voor het dak riet, antraciet keramische pannen, metaal, hout.

De locatie was tot in de 70-er jaren van de vorige eeuw een tuinderij, de bestaande woning dateert uit 1943. Een klein deel van de tuin is als een proef van Rijkswaterstaat in 1977 voorzien van bomen. Aan de Kortebuurt heerst een rustieke, kleinschalige sfeer. Er lijkt sprake te zijn van een gezamenlijk consistent (architectuur) beeld. Zo oriënteert de bebouwing zich op de Kortebuurt. Bovendien neemt de bestaande bebouwing ongeveer even veel afstand tot het water. De bestaande bebouwing vormt een gezamenlijke rooilijn. De huidige bebouwing is bescheiden, overwegend één bouwlaag met een kap.

Plaatsing De bebouwing is gesitueerd achter de bestaande bebouwing Kortebuurt 13. Op het kavel moet ruimte zijn voor minimaal 2 geparkeerde auto’s (R) buiten een eventueel gebouwde garage. Parkeren gebeurt op eigen terrein (R), via de gemeenschappelijke inrit vanaf de weg (Kortebuurt). Om het erf zijn natuurlijke erfscheidingen, zoals hagen en wilgentenen, toegestaan.

Oriëntatie De bebouwing ligt verscholen tegen de bosrand en is van de openbare weg nauwelijks zichtbaar.

Opmaak

Watergangen Kavels die grenzen aan een watergang kunnen deze overgang zo veel als mogelijk landelijk inrichten. Hoge beschoeiingen zijn niet altijd gewenst. Bovenkant beschoeiing ligt bij voorkeur max. 30cm boven wateroppervlak. Watertoets: gelet op de toename van het verharde oppervlak, met name door de woning, terrassen e.d. dient er voldoende watercompensatie te worden toegevoegd (R). In het kader van “klimaatadaptief bouwen”, de hemelwaterafvoeren niet aansluiten op de riolering, maar het regenwater afvoeren naar bijvoorbeeld oppervlaktewater.

Beeldkwaliteit Tuin

Overige regels en aandachtspunten

De tuin zal door het grote kaveloppervlak herkenbaar aanwezig blijven.

Het maximale te bouwen volume is maximaal 750 m3 (R), bij een bebouwd grondvlak van maximaal 7,2 x 17,2 mtr (R). Het maximaal te bouwen volume sluit aan bij de reeds aanwezige volumes op de aanpalende kavels, met dien verstande dat -met name vanwege de akoestische eisen- het volume zich als een geheel presenteert (dus niet als losse elementen). Naast het hoofdgebouw is 50 m2 aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. De bijgebouwen komen overeen in stijl en materiaal met het hoofdgebouw. Van belang is dat de omvang van de woning ten allen tijde in verhouding staat tot de omvang van het perceel en past binnen de karakteristiek van het landschap.

Circa 50% van het aangeplante bos (noordwestelijk deel) krijgt de bestemming “Tuin met landschappelijke waarde”(R), hetgeen inhoudt dat in dat deel geen bomen mogen worden gekapt. (behoudens noodzakelijk onderhoud). Dit deel van de tuin ligt in de “geur-zone” van de dierenkliniek. Erfafscheidingen zo mogelijk inrichten als natuurlijke afscheidingen; naast diverse soorten hagen is te denken aan houtopstanden, borders, greppels, verhogingen.

Inrichting Voor de gehele kavel kunnen de volgende uitgangspunten gehanteerd worden: •

Lommerrijk karakter met grote bomen en begroeiing zo veel als mogelijk behouden.

•

Grootschalige verharding van voor- en achtererven zijn niet wenselijk, uitgangspunt is circa 50 m2 verharding per woning (bijvoorbeeld voor terrassen).

•

Op eigen erf de inrit, parkeren, toegangen naar de woning zo mogelijk uitvoeren als “halfverharding” (denk aan gras-stenen, honinggraatmatten die gevuld worden met grond en gazon, grind, …………).

•

Parkeren op eigen terrein (R), niet langs of aan de gezamenlijke inrit of ontsluitingsweg (Kortebuurt).

•

Groene erfafscheidingen (haag), maximaal 1m hoog (R) voor de voorgevel rooilijn, Bij voorkeur geen schuttingen.

•

Indien hekken worden toegepast maken deze integraal onderdeel uit van het ontwerp voor de inrichting van het terrein.

•

Inrichtingsplan (R) vereist bij aanvraag omgevingsvergunning.

Kavelpaspoort nr 2 Kortebuurt Maasland

25,

) el 3 (kav 20,0

0

77,8

P P 44,1

Δ 4.00 8,0

9,0

84,4 25,6

oppervlak: 1.885 m2 bouwvlak hoofdvolume tuin tuin met landschappelijke waarde rlijn ate nw

water

va 0m

Δ 4.00

.2

min

maximale goothoogte entree kavel

< 10 m >

4.00

alle maten in meters

Bestemmingsregels

illing

Oude Ve

Maximaal te bouwen volume

750 m3

Grondvlak woning (max.)

7,2 m x 17,2 m

Oriëntatie kavel (tuin)

noordoost-zuidwest

Goothoogte

4 meter

Nokhoogte

8 meter

Parkeren

2 P plaatsen op eigen terrein

Kavel 2 Hoek

van H

olland

<< A20

>> Ro

tterda m

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend - augustus 2021

Inrichting kavel

ks

k no

m

.8

ax

m

m

.4

ax

tm oo

g

et pe m hap in tu dsc ► lan

aa

kh

no

e lijk

de ar wa

g we

roo r te wa

ilij

n

ag

min. 20m tot waterlijn

Nok is haaks op de weg georiënteerd

ha

De bebouwing is max. 750 m3 en 7,2 m x 17,2 m

Natuurlijke erfscheidingen, en minimaal 2 parkeerplaatsen op eigen terrein

Beeldkwaliteit Algemeen

Oriëntatie

Tekst en afbeeldingen vormen samen een inspiratiebron voor de gewenste beeldkwaliteit. Om de samenhang met de bestemmingsregels aan te geven, zijn regels (R) geïntegreerd in de tekst.

De bebouwing is georiënteerd op de Kortebuurt. Dat betekent dat de woning haaks op de weg en het water staat. Dit brengt eenheid in beeld, schept duidelijke voorkanten en is aanvullend op het bestaande beeld.

De locatie

Hoofdvorm

De locatie was tot in de 70-er jaren van de vorige eeuw een tuinderij, de bestaande woning dateert uit 1943. Een klein deel van de tuin is als een proef van Rijkswaterstaat in 1977 voorzien van bomen.

De hoofdvorm betreft een eenvoudig volume met langskap. Zo behoudt het gebied de rustieke, bescheiden sfeer. De goothoogte betreft maximaal 4,00 meter (R) .

Aan de Kortebuurt heerst een rustieke, kleinschalige sfeer. Er lijkt sprake te zijn van een gezamenlijk consistent (architectuur) beeld. Zo oriënteert de bebouwing zich op de Kortebuurt Bovendien neemt de bestaande bebouwing ongeveer even veel afstand tot het water. De bestaande bebouwing vormt een gezamenlijke rooilijn. De huidige bebouwing is bescheiden, overwegend één bouwlaag met een kap.

Om de samenhang van het architectuurbeeld te bewaren, kunnen materialen worden toegepast, die aansluiten bij de bestaande woningen. Diverse kleuren gemêleerd metselwerk, samen met keramische dakpannen zijn typisch voor het gebied, het kleurenpatroon voegt zich naar het lint en de landelijke uitstraling. Een rieten kap is zeer wel denkbaar, specifieke accenten zijn zeker mogelijk. Wat betreft materialen is te denken aan: riet, donkere baksteen, metaal, hout. Voor het dak riet, antraciet keramische pannen, metaal, hout.

Plaatsing De bebouwing is gesitueerd iets meer dan 20 mtr uit de waterlijn. De voorgevel heeft een iets grotere afstand tot de waterlijn dan de bestaande naastgelegen bebouwing, dit in verband met de aanwezige leidingen. Op het kavel moet ruimte zijn voor minimaal 2 geparkeerde auto’s (R) buiten een eventueel gebouwde garage. Parkeren gebeurt op eigen terrein (R), via de gemeenschappelijke inrit vanaf de weg (Kortebuurt). Om het erf zijn natuurlijke erfscheidingen, zoals hagen en wilgentenen, toegestaan.

Opmaak

Watergangen Kavels die grenzen aan een watergang kunnen deze overgang zo veel als mogelijk landelijk inrichten. Hoge beschoeiingen zijn niet altijd gewenst. Bovenkant beschoeiing ligt bij voorkeur max. 30cm boven wateroppervlak. Watertoets: gelet op de toename van het verharde oppervlak, met name door de woning, terrassen e.d. dient er voldoende watercompensatie te worden toegevoegd (R). In het kader van “klimaatadaptief bouwen”, de hemelwaterafvoeren niet aansluiten op de riolering, maar het regenwater afvoeren naar bijvoorbeeld oppervlaktewater.

Beeldkwaliteit Tuin

Overige regels en aandachtspunten

De tuin zal door het grote kaveloppervlak herkenbaar aanwezig blijven. Circa 50% van het aangeplante bos (noordwestelijk deel) krijgt de bestemming “Tuin met landschappelijke waarde”(R), hetgeen inhoudt dat in dat deel geen bomen mogen worden gekapt (behoudens noodzakelijk onderhoud). Dit deel van de tuin ligt in de “geur-zone” van de dierenkliniek. Bestaande beeldbepalende bomen in de zone langs de Kortebuurt worden behouden doordat deze eveneens de bestemming “Tuin met landschappelijke waarde” heeft. Erfafscheidingen zo mogelijk inrichten als natuurlijke afscheidingen; naast diverse soorten hagen is te denken aan houtopstanden, borders, greppels, verhogingen.

Het maximale te bouwen volume is maximaal 750 m3 (R), bij een bebouwd grondvlak van maximaal 7,2 x 17,2 mtr (R). Het maximaal te bouwen volume sluit aan bij de reeds aanwezige volumes op de aanpalende kavels, met dien verstande dat -met name vanwege de akoestische eisen- het volume zich als een geheel presenteert (dus niet als losse elementen). Naast het hoofdgebouw is 50 m2 aan vrijstaande bijgebouwen toegestaan. De bijgebouwen komen overeen in stijl en materiaal met het hoofdgebouw. Van belang is dat de omvang van de woning ten allen tijde in verhouding staat tot de omvang van het perceel en past binnen de karakteristiek van het landschap.

Inrichting Voor de gehele kavel kunnen de volgende uitgangspunten gehanteerd worden: •

Lommerrijk karakter met grote bomen en begroeiing zo veel als mogelijk behouden.

•

Grootschalige verharding van voor- en achtererven zijn niet wenselijk, uitgangspunt is circa 50 m2 verharding per woning (bijvoorbeeld voor terrassen).

•

Op eigen erf de inrit, parkeren, toegangen naar de woning zo mogelijk uitvoeren als “halfverharding” (denk aan gras-stenen, honinggraatmatten die gevuld worden met grond en gazon, grind, …………).

•

Parkeren op eigen terrein (R), niet langs of aan de gezamenlijke inrit of ontsluitingsweg (Kortebuurt).

•

Groene erfafscheidingen (haag), maximaal 1m hoog (R) voor de voorgevel rooilijn, Bij voorkeur geen schuttingen.

•

Indien hekken worden toegepast maken deze integraal onderdeel uit van het ontwerp voor de inrichting van het terrein.

•

Inrichtingsplan (R) vereist bij aanvraag omgevingsvergunning.

Kavelpaspoort nr 3 Kortebuurt Maasland

6,0

42,0 3,0

7,0

35,6 3,1

oppervlak: 145 m2 halfverharding water entree kavel < 10 m >

4.00

alle maten in meters

Bestemmingsregels Wegen

Verkeer- en verblijfsgebied

Parkeren

2 P plaatsen op eigen terrein

illing

Oude Ve

Kavel 3

Hoek

van H

olland

<< A20

>> Ro

tterda m

aan deze kaart kunnen geen rechten worden ontleend - augustus 2021

Inrichting kavel Mandelige ontsluiting voor de twee nieuwe woningen.

Beeldkwaliteit Algemeen Tekst en afbeeldingen vormen samen een inspiratiebron voor de gewenste beeldkwaliteit. Om de samenhang met de bestemmingsregels aan te geven, zijn regels (R) geïntegreerd in de tekst.

De locatie De locatie was tot in de 70-er jaren van de vorige eeuw een tuinderij, de bestaande woning dateert uit 1943. Een klein deel van de tuin is als een proef van Rijkswaterstaat in 1977 voorzien van bomen. Aan de Kortebuurt heerst een rustieke, kleinschalige sfeer. Er lijkt sprake te zijn van een gezamenlijk consistent (architectuur) beeld. Zo oriënteert de bebouwing zich op de Kortebuurt

Inrichting Voor de gehele kavel kunnen de volgende uitgangspunten gehanteerd worden: •

Lommerrijk karakter met grote bomen en begroeiing zo veel als mogelijk behouden.

•

Grootschalige verharding is niet wenselijk, uitgangspunt is circa 50 % verharding.

•

De inrit, parkeren, toegangen naar de woning zo mogelijk uitvoeren als “halfverharding” (denk aan klinkerpaden, grasstenen, honinggraatmatten die gevuld worden met grond en gazon, grind, …………).

•

Parkeren op de parkeerplaatsen (R), niet langs of aan de gezamenlijke inrit of ontsluitingsweg (Kortebuurt).

•

Groene erfafscheidingen (haag), maximaal 1m hoog (R), Bij voorkeur geen schuttingen.

•

Indien hekken worden toegepast maken deze integraal onderdeel uit van het ontwerp voor de inrichting van het terrein.

•

Inrichtingsplan (R) vereist bij aanvraag omgevingsvergunning.

Overige regels en aandachtspunten Dit kavel biedt tevens de mogelijkheid de woningen aan te sluiten op de technische infrastructuur (riolering, water, elektra, kabel). Onderzocht kan worden of infiltratiekratten (watertoets) mogelijk zijn.

Bijlage 2 KuiperCompagnons (17 augustus 2022) Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai – Bestemmingsplan Kortebuurt 14 Maasland

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan Kortebuurt 14 Maasland

17 augustus 2022

Projectgegevens

Type onderzoek

Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai

Naam plan

Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’

Plaats

Maasland

Opdrachtgever

erven P. Moerman

Werknummer

619.140.90

Datum

17 augustus 2022

Adviseur

KuiperCompagnons Projectverantwoordelijke: Ing. J. Kraaijeveld Behandeld door: Ing. J. Kraaijeveld en N. Verburg Telefoonnummer: 06 - 22 01 23 30

File: j:\619\140\90\3 projectresultaat\geluid\03 rapportage\619.140.90 akoestisch onderzoek bp 'kortebuurt 14' maasland augustus 2022.docx

Inhoudsopgave

blz.

1.

Inleiding.............................................................................................................................. 1

2.

Wettelijk kader ................................................................................................................... 2 2.1. 2.2.

3.

Uitgangspunten geluidsberekeningen ............................................................................ 4 3.1. 3.2.

4.

Wegverkeersgegevens ............................................................................................. 4 Berekeningsmethode ................................................................................................ 4

Berekeningsresultaten ..................................................................................................... 7 4.1. 4.2. 4.3.

5.

Wegverkeer ............................................................................................................... 2 Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Maasland ...................................... 3

Resultaten verschillende wegen ............................................................................... 7 Toetsing aan het hogere waarden beleid ................................................................. 8 Hogere waarden ....................................................................................................... 9

Conclusies ....................................................................................................................... 10

Inhoudsopgave bijlagen Bijlage 1 : Overzicht verkeersgegevens Bijlage 2 : Rekenmodel wegverkeerslawaai Bijlage 3 : Berekeningsresultaten wegverkeerslawaai Bijlage 4 : Berekeningsresultaten aanvullende bouwkundige maatregelen

1.

Inleiding Het voornemen is om twee kavels van het perceel Kortebuurt 14 af te splitsen, en hierop twee nieuwe woningen te realiseren. De bestaande woning aan de Kortebuurt 14 kan daarnaast ook worden gesloopt en herbouwd. Omdat deze, in totaal drie, nieuw te bouwen woningen zijn gelegen binnen de onderzoekszone van de Rijksweg A20, de Oude Veiling en de Maassluiseweg is akoestisch onderzoek op grond van de Wgh noodzakelijk. Ten zuiden van het plan ligt de Kortebuurt. Voor het verkeer op deze 30 km-wegen is vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening ook onderzoek uitgevoerd. In dit onderzoek is eveneens getoetst aan de voorwaarden die in het gemeentelijk hogere waarden beleid zijn vastgelegd. De woningen zijn niet gelegen binnen de onderzoekszone van een gezoneerd industrieterrein of de zone langs een spoorlijn, zodat deze geluidsaspecten buiten beschouwing zijn gelaten. Leeswijzer Dit onderzoeksrapport bestaat uit vijf hoofdstukken, waarvan hoofdstuk 1 deze inleiding is. In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader beschreven. In hoofdstuk 3 is een beschrijving van de gebruikte gegevens en berekeningsmethode opgenomen. De resultaten zijn in hoofdstuk 4 beschreven en het rapport wordt afgesloten met hoofdstuk 5 waarin de conclusies van het onderzoek worden beschreven.

_______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

1

2.

Wettelijk kader

2.1.

Wegverkeer Onderzoekszone Op grond van artikel 74 Wgh bevindt zich aan weerszijden van een weg een zone waarbinnen akoestisch onderzoek moet worden uitgevoerd. Voordat een geluidsgevoelige functie binnen deze zone kan worden geprojecteerd dient te worden onderzocht of aan de normen van de Wgh wordt voldaan. De zonebreedte is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de aard van de omgeving (stedelijk of buitenstedelijk gebied). De definities van stedelijk en buitenstedelijk gebied zijn opgenomen in artikel 1 Wgh. Deze definities luiden: - stedelijk gebied: het gebied binnen de bebouwde kom (bepaald door komgrensborden) met uitzondering van het gebied binnen de zone van een autoweg of autosnelweg; - buitenstedelijk gebied: het gebied buiten de bebouwde kom en het gebied binnen de bebouwde kom dat is gelegen binnen de zone van een autoweg of autosnelweg. Op grond van het bovenstaande heeft de Rijksweg A20 een zone van 600 m (meer dan 4 rijstroken, buitenstedelijk gebied). De overige lokale wegen hebben een zone van 200 m (2*1 rijstroken, stedelijk gebied). Deze zone wordt gemeten vanaf de buitenste begrenzing van de buitenste rijstrook. Vanuit het oogpunt van een goede ruimtelijke ordening is ook het verkeer op de 30 km/uur weg Kortebuurt in het onderzoek betrokken.

Normstelling Op grond van de Wgh mogen nieuwe woningen binnen de zone van een weg een geluidsbelasting ondervinden die niet meer bedraagt dan de voorkeurswaarde. Indien de geluidsbelasting hoger is dan de voorkeurswaarde moeten er maatregelen worden getroffen om hieraan alsnog te kunnen voldoen. Blijkt dat niet mogelijk of op zwaarwegende bezwaren te stuiten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, landschappelijke of financiële aard dan is het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Midden-Delfland bevoegd tot het vaststellen van hogere waarden. In tabel 1 is aangegeven wat de voorkeurswaarde en de maximale ontheffingswaarde is voor de nieuwe woningen door het verkeer op de genoemde wegen. De woningen zijn gelegen binnen de bebouwde kom. Tabel 1: Normstelling wegverkeerslawaai voor nieuw te bouwen woningen binnen de bebouwde kom. Situatie

Voorkeurswaarde

Hogere waarde

Hogere waarde

nieuwbouw

vervangende nieuwbouw

Rijksweg A20

48 dB

53 dB

63 dB

Lokale wegen

48 dB

63 dB

68 dB

Voor de drie woningen is onderzocht of aan de normen van de Wgh kan worden voldaan. Indien noodzakelijk moet een procedure voor het vaststellen van hogere waarden worden doorlopen.

_______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

2

Reductie geluidsbelastingen wegverkeerslawaai Op grond van de verwachting dat de geluidsproductie van motorvoertuigen in de toekomst afneemt, mogen de berekende geluidsbelastingen op grond van artikel 110g Wgh worden gereduceerd. In het onderstaande overzicht is aangegeven welke reductie is toegepast: - de resultaten van de Rijksweg A20 zijn met 2 dB gereduceerd voor zover de geluidsbelasting zonder correctie kleiner of gelijk is aan 55 dB of groter is dan 57 dB is; - de resultaten van de Rijksweg A20 zijn met 3 dB gereduceerd voor zover de geluidsbelasting zonder correctie 56 dB is; - de resultaten van de Rijksweg A20 zijn met 4 dB gereduceerd voor zover de geluidsbelasting zonder correctie 57 dB is; - de resultaten van de overige wegen zijn met 5 dB gereduceerd. Bouwbesluit 2012 In het Bouwbesluit 2012 zijn eisen vastgelegd voor de karakteristieke geluidswering van de gevels. De hoogte van de karakteristieke geluidwering voor wegverkeerslawaai is in het Bouwbesluit 2012 gedefinieerd als de vastgestelde hogere grenswaarde minus 33 dB. 2.2.

Beleidsregel hogere waarden Wet geluidhinder Midden-Delfland Voor het vaststellen van een hogere waarden heeft de gemeente geluidsbeleid vastgesteld. Dit beleid is vastgelegd in het document ‘Beleidsregel hogere grenswaarden Midden-Delfland’ van 7 april 2009. In dit beleid zijn de voorwaarden beschreven waaronder de gemeente medewerking wil verlenen aan de vaststelling van een hogere waarde. In dit beleid zijn wettelijke criteria opgenomen en specifieke door de gemeente opgestelde criteria geformuleerd. Deze criteria zijn hieronder samengevat. De wettelijke criteria omvatten de onderzoeksverplichting naar maatregelen aan de bron (aanleg stil wegdek, verminderen verkeer en dergelijke), maatregelen in het overdrachtsgebied (geluidsschermen, afstand vergroten) en maatregelen bij de ontvanger (toepassen dove gevels, gevelisolatie). Omdat in het beleid is beschreven dat een plan met maximaal 3 woningen is vrijgesteld van onderzoek naar maatregelen is in dit onderzoek het effect van geluidsreducerende bron- en overdrachtsmaatregelen alleen kwalitatief beschouwd.

Bij het vaststellen van een hogere waarde moet minimaal één van de volgende gemeentelijke criteria van toepassing zijn: - De woningen worden buiten de bebouwde kom verspreid gesitueerd; - De woning(en) noodzakelijk zijn om redenen van grond- of bedrijfsgebondenheid; - De woningen een open plaats opvullen tussen aanwezige bebouwing; - De woningen gesitueerd worden als vervanging van bestaande bebouwing; - De woningen tenminste één geluidsluwe gevel hebben, waarop de geluidsbelasting niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde (48 dB); - De slaapvertrekken achter de geluidsluwe gevel gesitueerd zijn.

_______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

3

3.

Uitgangspunten geluidsberekeningen Hierna worden de uitgangspunten voor de wegverkeersberekeningen beschreven. Het gaat om de gehanteerde wegverkeersgegevens en de gebruikte berekeningsmethode.

3.1.

Wegverkeersgegevens Vanaf 1 juli 2012 gelden langs hoofdinfrastructuur zogenaamde emissieplafonds (Geluidsproductieplafonds GPP). De Rijksweg A20 valt onder deze hoofdinfrastructuur. Voor deze weg is het emissieregister beschikbaar waaruit de gegevens zijn berokken die moeten worden gebruikt in het akoestisch onderzoek. Voor de verkeersgegevens op de A20 is gebruik gemaakt van het landelijke emissieregister, registerversie 20210702. Deze gegevens moeten worden gebruikt bij de uitvoering van een akoestisch onderzoek naar de geluidsbelasting van nieuwe geluidsgevoelige functies. Voor de lokale wegen is gebruik gemaakt van de verkeersgegevens die voor het prognosejaar 2030 hoog zijn aangeleverd door de gemeente Midden-Delfland. Deze gegevens zijn ook representatief geacht voor het prognosejaar 2032, 10 jaar na vaststelling van het bestemmingsplan. De gegevens hebben betrekking op de jaargemiddelde weekdagintensiteit van de lokale wegen, de verdeling van het verkeer in de verschillende periode van het etmaal en de verdeling in de onderscheiden voertuigcategorieën. In bijlage 1 zijn de gegevens van de lokale wegen gepresenteerd.

3.2.

Berekeningsmethode Voor de bepaling van de geluidbelastingen door het wegverkeer zijn berekeningen uitgevoerd met Standaardrekenmethode 2 overeenkomstig het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012. In het rekenmodel zijn de bronnen (wegen), bodemgebieden (water, wegen enz.) objecten (gebouwen enz.), schermen, hoogtelijnen, obstakelcorrecties en toetspunten ingevoerd. Voor dit onderzoek is gebruik gemaakt van het rekenprogramma Geomilieu, versie 2020.2. Het rekenmodel is ontwikkeld aan de hand van de zogenoemde BGT-bestanden (Basisregistratie Grootschalige Topografie) van de gemeente die via de openbare website PDOK beschikbaar worden gesteld en de door Rijkswaterstaat beschikbaar gestelde digitale topografische (dtb) bestanden. Voor de modellering van de nieuwbouw is gebruik gemaakt van de door de opdrachtgever beschikbaar gestelde tekeningen. Wegen De ligging van de rijkswegen is gebaseerd op de ligging zoals deze zijn opgenomen in het emissieregister. De ligging van de lokale wegen is gebaseerd op de digitale ondergrond van de gemeente. Bodemgebieden In het rekenmodel is als uitgangspunt een akoestisch zachte bodem gekozen. Alle akoestische harde gebieden zoals wegen, water, parkeerterreinen e.d. zijn als specifieke bodemgebieden in het rekenmodel ingevoerd.

Voor zover op de Rijksweg A20 sprake is van een wegdek met significant akoestisch absorberende eigenschappen is uitgegaan van een bodemgebied met een absorptiefactor van 0,5. _______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

4

Objecten (Gebouwen) De ligging van de bestaande gebouwen in de omgeving van deze locatie is gebaseerd op het 3D pandenbestand van de Basisregistratie Grootschalige Topografie. Geluidsschermen en -wallen Langs het in het rekenmodel beschouwde deel van de Rijksweg A20 zijn geen geluidsschermen gelegen. Hoogtelijnen Om de invloed van de hoogteligging in het rekenmodel te betrekken zijn hoogtelijnen ingevoerd. Deze hoogtelijnen zijn met name ingevoerd langs de hoger gelegen Rijksweg A20 en de kruisende weginfrastructuur. De hoogteligging is gebaseerd op de digitale topografische bestanden (dtb-bestanden) van Rijkswaterstaat. Toetspunten In de rekenmodellen zijn toetspunten opgenomen. Op deze punten kan de geluidsbelasting worden berekend en gepresenteerd. De geluidbelasting is berekend op de bouwvlakken zoals opgenomen op de verbeelding. Voor de nieuwbouw is uitgegaan van twee bouwlagen conform de bouwhoogte in de verbeelding. De beoordelingshoogten zijn 1.50 en 4.50 m. Een 3D-impressie van het model is weergegeven in de hierna opgenomen afbeelding.

Afbeelding 1 : 3D-impressie rekenmodel wegverkeerslawaai

Een 2D-afbeelding van het ontwikkelde rekenmodel is opgenomen in bijlage 2 ‘Rekenmodel wegverkeerslawaai’. Vanwege de grootte van het rekenmodel is er voor gekozen geen uitdraai van _______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

5

de items van het rekenmodel op te nemen. Indien gewenst kan deze uitdraai of een kopie van het rekenmodel worden aangeleverd.

_______________________________________________________________________________________________ Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bestemmingsplan ‘Kortebuurt 14’, Maasland 619.140.90 / 17 augustus 2022

6

4.

Berekeningsresultaten

4.1.

Resultaten verschillende wegen De resultaten van de berekening zijn per weg en voor alle wegen samen in bijlage 3 gepresenteerd. Hierna worden de resultaten uitgebreider beschreven. Rijksweg A20 Uit de resultaten blijkt dat het verkeer op de A20 een geluidsbelasting veroorzaakt die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt. Ook wordt de maximale ontheffingswaarde overschreden op de middelste woning (nieuwbouw) op de westgevel (begane grond en 1e verdieping) en de noordgevel (1e verdieping), zodat deze gevels doof moeten worden uitgevoerd. Een dove gevel is een dichte, gemetselde gevel of een gevel met ramen die niet kunnen worden geopend. Op de overige woningen/gevels vindt geen overschrijding van de maximale ontheffingswaarde plaats. Op het bouwvlak van de zuidelijk gelegen bestaande woning bedraagt de geluidsbelasting maximaal 61 dB op de westgevel. Omdat de maximale hogere waarde bij vervangende nieuwbouw 63 dB bedraagt is het niet noodzakelijk gevels van deze nieuw te bouwen woning doof uit te voeren. Verder valt op dat het verkeer op de A20 op bijna alle gevels van de nieuwe woningen een geluidsbelasting veroorzaakt die hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Deze hogere geluidsbelasting wordt naast het directe geluid tevens veroorzaakt door reflecties in nabijgelegen bebouwing.

Oude Veiling Uit de resultaten blijkt dat het verkeer op de Oude Veiling een geluidsbelasting veroorzaakt die de voorkeursgrenswaarde overschrijdt op alle woningen. Op de westgevel van de zuidelijke (bestaande) woning en de middelste woning (nieuwbouw) is de geluidsbelasting door het verkeer op deze weg maximaal 57 dB. Op de zijgevels van deze woningen wordt de voorkeursgrenswaarde ook overschreden tot maximaal 54 dB. Op de achtergevels is geen sprake van een overschrijding van de voorkeursgrenswaarde. Op de noordelijke woning (nieuwbouw) wordt de voorkeursgrenswaarde overschreden op de westgevel tot 51 dB. Op de overige gevels van deze woning wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde. De maximale hogere waarde wordt niet overschreden. Maassluiseweg en 30 km-wegen Uit de resultaten in bijlage 3 kan worden geconcludeerd dat de voorkeursgrenswaarde door het verkeer op de Maassluisseweg en de beschouwde 30 km-wegen niet hoger is dan de voorkeursgrenswaarde. Het verkeer op deze wegen veroorzaakt daarom geen akoestische belemmering. Cumulatieve geluidsbelasting De resultaten van de geluidsbelasting door het verkeer van alle wegen bij elkaar zijn gepresenteerd op de laatste afbeelding in bijlage 3. Deze resultaten zijn zoals is voorgeschreven in het Reken- en meetvoorschrift geluid 2012 niet gereduceerd ex artikel 110g Wgh.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api1.ibabs.eu/publicdownload.aspx?site=middendelfland&id=3769289c-4c2a-4b67-96ff-0c7926353aa5