06 VERSIE dd 23-10-20 Bestemmingsplan N223 duurzaam veilig fase 3B.pdf
Tekst van het document
Zienswijzen Het ontwerpbestemmingsplan is gedurende zes weken ter inzage gelegd. Tijdens deze periode werd een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro). De ingekomen zienswijzen zijn beantwoord in een nota van beantwoording die is opgenomen in bijlage 1. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraaks van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
Rho adviseurs voor leefruimte
091409.20171538
58
6.2
Economische uitvoerbaarheid
Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Voor de voorgenomen planontwikkeling is geen exploitatieplan noodzakelijk (artikel 6.12 Wro jo artikel 6.2.1 Bro). Vrijwel alle gronden in het plangebied zijn reeds in eigendom van de provincie Zuid-Holland, die tevens alle kosten voor het project voor haar rekening neemt. In de plantoelichting van dit bestemmingsplan is aangetoond dat de ontwikkeling vanuit het publiek belang en het verkeersveiligheidsbelang noodzakelijk is. Voor de gronden die (nog) niet in eigendom zijn van de provincie geldt het volgende. Momenteel vindt overleg met de eigenaren plaats in het kader van de minnelijke verwerving. Mocht dit niet tot een resultaat leiden, dan zal toepassing worden gegeven aan het instrument onteigening (artikel 72a Onteigeningswet, onteigening voor aanleg en verbetering van wegen). Het bestemmingsplan is financieel en economisch uitvoerbaar.
Rho adviseurs voor leefruimte
091409.20171538
bijlagen bij de Toelichting
Bijlage 1 Nota zienswijzen
Rho adviseurs voor leefruimte
091409.20171538
Rho adviseurs voor leefruimte
091409.20171538
Gemeente Midden Delfland Nota beantwoording zienswijzen ontwerpbestemmingsplan “N223 duurzaam veilig fase 3B”
18 september 2020
Inleiding De huidige wegenstructuur is niet voldoende toereikend om het verkeer tussen het Westland en de A4 op een goede en veilige manier te faciliteren. De provincie heeft daarom het project N223 Duurzaam Veilig opgestart, waarbij de N223 in 3 fasen een reconstructie zal ondergaan. Fase 3B betreft het deel tussen 't Woudt en de Molenlaan / brug over de Monsterwatering. Fase 3B past niet geheel binnen de vigerende bestemmingsplannen Buitengebied Gras (2013) en 't Woudt (2012). Het bestemmingsplan “N223 duurzaam veilig fase 3B” voorziet in deze reconstructie en vervangt de hiervoor genoemde bestemmingsplannen gedeeltelijk. Het ontwerpbestemmingsplan “N223 duurzaam veilig fase 3B” heeft vanaf 5 maart 2020 gedurende zes weken ter inzage gelegen. In deze periode zijn tien zienswijzen ingediend. De zienswijzen zijn in deze nota samengevat en beantwoord. 1. Indiener 1 2. Indiener 2 3. Indiener 3 4. Indiener 4 5. Indiener 5 6. Indiener 6 7. Indiener 7 8. Indiener 8 9. LTO 10. Midden-Delfland Vereniging
1 1.1
1.2
Zienswijze Geluid Indiener vreest dat het plan voor een toename van de reeds door hem ervaren geluidsoverlast zorgt. Uit het akoestisch onderzoek van het bestemmingsplan blijkt dat de geluidsbelasting op de gevel van indiener reeds hoger ligt dan de toegestane 48 dB. Het college is verplicht een plan vast te stellen dat zo min mogelijk geluidsoverlast voor omwonenden oplevert in het kader van een goede ruimtelijke ordening. Geluidswerende voorzieningen worden niet gegarandeerd. Voorgesteld wordt een voorwaardelijke verplichting hiervoor op te nemen. Bomen Volgens het ontwerpbestemmingsplan moet de bestaande beplanting rondom de rotonde Molenlaan worden verwijderd. In ruil hiervoor worden ‘bomen’ of ‘enkele bomen’ teruggeplaatst. Ten minste dient er een hoeveelheid bomen te worden teruggeplaatst die gelijk is aan de hoeveelheid bomen die er nu staat. Ook dienen deze bomen van dezelfde omvang te zijn. Dit om de indiener tegemoet te komen in de geluidsoverlast, daarnaast zijn deze bomen de enige objecten die geluid tegenhouden en het akoestisch onderzoek is niet meer correct als de bomen worden verwijderd.
Beantwoording Het uitgevoerde akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai voldoet aan de Wet geluidhinder. Op basis van de resultaten zijn geluidswerende voorzieningen niet vereist. Omdat de toename van het geluid op de gevel minder dan 2 dB bedraagt is geen sprake van significante toename van geluid. Daarom is ook geconcludeerd dat er geen sprake is van een reconstructie in het kader van de Wet geluidhinder. Alleen bij een geluidsgevoelige bestemming waar sprake is van reconstructie moet er toetsing plaatsvinden aan het geboden beschermingsniveau van de Wet geluidhinder.
De bomen langs de N223 hoeven niet te worden gecompenseerd, omdat de inpassing mede tot doel heeft om niet gebiedseigen bomen te verwijderen en de weidsheid van het landschap te herstellen. De landschappelijke waarde van de te vellen bomen is gering. In het Landschapontwikkelingsperspectief Midden-Delfland® 2025 (LOP) is omschreven dat het de voorkeur heeft langs de N223 geen begeleidende beplanting te hebben zodat de zichtlijnen in de polder optimaal zijn. Ook is de openheid gewenst vanuit het verstorende effect van bomen op weidevogels. Daarnaast zijn bomen niet geluiddempend. Conform het LOP is er langs de weg geen mogelijkheid voor de aanplant van (extra) bomen. Dit vanuit het oogpunt om de openheid van het landschap en de verbinding tussen beide polders te versterken en de verstorende werking op weidevogels te verminderen. Ook door de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit (PARK) is geadviseerd om geen bomen langs de weg te planten om de weg zo min mogelijk te benadrukken. Ter hoogte van de rotonde en de brug, met name aan de kant van de Molenlaan, worden wel mogelijkheden gezien om meer bomen of een ander soort boom te planten. Dit omdat hier minder tot geen verstoring van weidevogels te verwachten is en er reeds minder openheid van het landschap is. Zichtlijnen op het landschap zullen niet beperkt worden door de aanplant van bomen.
Er wordt ingezet op het realiseren van een poorteffect wanneer je vanaf de brug de polder in rijdt. Dit poorteffect kan mogelijk versterkt worden door de
1.3
1.4
1.5
Fijnstof De bomen die verwijderd worden vangen fijnstof op. Door het kappen van de bomen wordt de indiener bloot gesteld aan een toename van fijnstof. In het bestemmingsplan wordt daarnaast niet gekeken naar een toename van fijnstof. Verkeersbewegingen Het plan zorgt voor meer verkeersbewegingen. Volgens de toelichting van het plan is er geen verkeerstoename, maar het verkeersonderzoek gaat wel uit van een (autonome) verkeergroei van 1% per jaar. De prognose uit 2016 houdt geen rekening met de gewijzigde situatie en kan daarom niet ongewijzigd overgenomen worden. Daar komt bij dat de verkeersgroei, ongeacht of deze autonoom is, inherent is aan het plan en daarom moet worden meegenomen. Een bestemmingsplan dient deze berekeningen mee te nemen en op te vangen om op deze manier (geluids)overlast voor omwonenden zoveel mogelijk te beperken. Cultuurhistorie Volgens het plan moet de cultuurhistorie van het plangebied mee worden gewogen in de integrale afweging van alle belangen die effect hebben op de kwaliteit van de ruimte. Aanbevolen wordt dan ook om het plangebied ‘zo ‘leeg’ mogelijk wegprofiel qua wegmeubilair’ te realiseren. Waarom het plan voorziet in de mogelijkheid om parkeerplaatsen te realiseren aan de Molenlaan is cliënt dan ook onduidelijk.
Deze mogelijke ontwikkeling schaadt het cultuurhistorisch perspectief dat ’t Woudt en de Molenlaan bieden en het strookt niet met het uitgangspunt om het landschap open te houden. Voorgesteld wordt om aan de Molenlaan geen parkeerplaatsen te realiseren.
aanplant van extra bomen. In de verdere uitwerking van het wegontwerp wordt dit verwerkt. In het bestemmingsplan is geconcludeerd dat er geen significante toename is van fijnstof omdat door een eerder TNO onderzoek dit uitwees. Wij zullen aan de hand van de NSL monitoringstool aan de meest actuele gegevens in de toelichting nader onderbouwen dat de reconstructie niet in betekende mate bijdraagt aan de luchtkwaliteit. In de paragraaf ecologie wordt aangegeven dat er geen verkeerstoename is. Hier wordt bedoeld dat er geen extra verkeerstoename is bovenop de autonome groei. Dit zal worden verduidelijkt. Voor het akoestisch onderzoek is gebruik gemaakt van de meest recente gegevens van de provincie Zuid-Holland en is de autonome groei geprognosticeerd op 1%. Niet duidelijk is wat indiener bedoelt met de gewijzigde situatie. Het akoestisch onderzoek houdt wel rekening met de toename van het verkeer, die dus als gevolg van dit plan uitsluitend autonoom is. Verder blijkt dat er geen sprake is van een significante toename van geluid, zie de beantwoording onder 1.1.
In de planvorming is het cultuurhistorische aspect meegewogen. Dit wordt toegelicht in de bijlage ‘ontwerpnotitie’ bij het bestemmingsplan. Een aantal bepalende cultuurhistorische kenmerken zijn in de toekomstvisie genoemd, die ook in het oorspronkelijke bestemmingsplan uit 1980 staan vermeld. Het beschermd dorpsgezicht kent belangrijke ruimtelijke kenmerken als: geclusterde bebouwing en een lintstructuur (en daarbij een kerkweg) naar de historische kerk op een terp. Een ander belangrijk ruimtelijk kenmerk is de aanwezigheid van de open erven; deze lijken in beleving deel uit te maken van de openbare ruimte, terwijl deze niet openbaar zijn. Grootschalige agrarische bebouwing of de aanplant van groepen bomen in de omliggende polders wordt daarom niet wenselijk geacht. Het realiseren van de parkeerplaatsen aan de Molenlaan is één van de drie varianten die in de ontwerpnotitie worden genoemd om ’t Woudt verkeersluw te maken.
1.6
Planschade Indiener vreest waardedaling van zijn woning. Nu bij planschadeclaims een steeds groter deel van het nadeel voor eigen risico blijft, moet dit nadeel zo klein mogelijk blijven.
Dit is in het voortraject uitvoerig besproken met de indiener. In een eerder overleg gaf de indiener aan tevreden te zijn over het terugkomen van de parkeerplaatsen. (overleg d.d. 12-01-2017) De parkeerplaatsen worden aangelegd ten behoeve van de bezoekers van ’t Woudt, recreanten, bezoekers van de bushaltes en voor de bedrijven langs de Molenlaan. Na vaststelling van het bestemmingsplan kan indiener eventueel een planschadeclaim indienen bij de gemeente. Dat wil overigens niet zeggen dat ook daadwerkelijk sprake is van planschade. Dit zal middels een onderzoek moeten worden aangetoond.
Conclusie De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. De paragraaf 4.5 luchtkwaliteit wordt geactualiseerd aan de hand van de meest actuele gegevens. 2. In paragraaf 4.8 Ecologie wordt verduidelijkt dat er geen verkeerstoename is. Hier wordt bedoeld dat er geen extra verkeerstoename is bovenop de autonome groei. 2 2.1
2.2
2.3
Zienswijze Bestemming gronden Het ontwerpbestemmingsplan ontneemt ten onrechte gebruik van de agrarische gronden van de indiener. Een deel van deze gronden worden bestemd als ‘Verkeer’ in plaats van ‘Agrarisch met waarden’. Geluid Indiener geeft aan dat de geluidoverlast ten gevolge van het verkeer op de N223 in ernstige mate toeneemt. Daarnaast worden de bomen verwijderd, waardoor de geluidsoverlast alleen nog maar meer toeneemt dan waar in het akoestisch onderzoek vanuit is gegaan. Bomen Er is onvoldoende inzichtelijk gemaakt en zekerheid gegeven over de hoeveelheid bomen die zullen worden teruggeplaatst.
Beantwoording De genoemde gronden zijn abusievelijk opgenomen in het bestemmingsplan. De plangrens wordt aangepast op de kadastrale situatie. De gronden van de indiener worden hiermee buiten het bestemmingsplan gelaten. Zie beantwoording onder 1.1. Daarnaast zijn bomen geen geluiddempende objecten. Op basis van het Reken- en meetvoorschrift voor akoestisch onderzoek naar wegverkeerslawaai is het niet mogelijk om een effect van vegetatie te bepalen. In het kader van het wegontwerp is tevens een beplantingsplan opgesteld. Het beplantingsplan is niet direct gekoppeld aan het bestemmingsplan, omdat de bomen langs de N223 hoeven niet te worden gecompenseerd op basis van gemeentelijk beleid (LOP). Het beplantingsplan is als bijlage toegevoegd aan deze nota. Dit plan geeft een referentie van de landschappelijke inpassing en de kwaliteit. De uitvoerder van de
2.4
Lichtoverlast Door de aanleg van de turborotonde en het verwijderen van beplanting is sprake van lichtoverlast van koplampen van voertuigen op het perceel en de woning van de indiener. Verzocht wordt een voorwaardelijke verplichting op te nemen in het berstemmingsplan voor het nemen van lichtwerende maatregelen. Gedacht wordt aan de aanleg van een heg met een bepaalde hoogte die ook in de herfst- en wintermaanden zijn blad behoudt.
2.5
Negatieve effecten bedrijfsvoering – landschappelijke inpassing Indiener vreest voor zijn gunstige landschappelijke inpassing van het bedrijf. Op dit moment heeft het bedrijf een rustige ligging die met groen is ingepast in de landelijke omgeving en die is afgeschermd van de N223. Dit is van cruciaal belang voor de bedrijfsverbreding (zoals het verwelkomen van recreanten uit binnen- en buitenland), waar al jaren aan wordt gewerkt. De verwijdering van de bestaande beplanting zal dan ook een grote impact hebben op de aantrekkingskracht van het bedrijf. Voorgesteld wordt de voorgestane bushalte elders aan te leggen, zodat de bestaande beplanting kan worden behouden. Daarnaast valt naar de mening van de indiener niet in te zien waarom de turborotonde aan de N223 niet een stuk in noordoostelijke richting kan worden opgeschoven, hetgeen de ruimte kan bieden om de inpassing van de Oude Woudseweg en de daarbij beoogde recreatiegelegenheden optimaler vorm te geven.
werkzaamheden wordt in het kader van de aanbesteding gevraagd om een voorstel voor de landschappelijke inpassing op basis van deze referentie te doen. Voordat de omgevingsvergunning wordt aangevraagd organiseert de uitvoerder een informatiebijeenkomst waarin de daadwerkelijke plannen zullen worden toegelicht. De afstand tussen de woning van de indiener en de rotonde is zeer ruim. Daarnaast zorgt het kassencomplex voor afschermende werking waardoor geen sprake is van lichtoverlast ten gevolge van inschijnende koplampen in de woning. Dit is te zien op de panorama’s en op de impressie en bijbehorende lichtsimulatie van het project op https://pzh.projectatlas.app/n223/map . Het opnemen van een voorwaardelijke verplichting achten wij dan ook niet noodzakelijk. Het bestemmingsplan beperkt de indiener niet zijn bedrijf te voorzien van een landschappelijke inpassing. Voor de N223 is gekozen voor de meest passende landschappelijke inpassing. Hierbij is het LOP leidend geweest. De locatie van de bushalte is uitvoerig onderzocht. Wij hebben contact gehad met de concessieverlener (Metropoolregio Rotterdam Den Haag) en vervoerder (EBS) en dit is als beste locatie naar voren gekomen. Het verplaatsen van de bushalte is absoluut noodzakelijk om de verkeersveiligheid te borgen.
Dit omdat de oversteekbaarheid van de N223 hier op een veiligere wijze geboden kan worden, ongelijkvloers via de bestaande fietstunnel. Dit is ook overeenkomstig met het onafhankelijke advies van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (te vinden op www.n223.nl). Handhaven van de bushalte op de huidige locatie in het ontwerp van de reconstructie is geen optie. Als ook de CROW-richtlijn 226 ‘Veilig oversteken? Vanzelfsprekend’ aangeeft, dient het oversteken door voetgangers van een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, waar de N223 onder valt, alleen te gebeuren op kruispunten. De huidige situatie voldoet eigenlijk al niet meer aan de huidige richtlijnen. De locatie van de meerstrooksrotonde is uitvoerig onderzocht. De locatiekeuze is gemotiveerd in het bestemmingsplan en de daaraan ten
2.6
Negatieve effecten bedrijfsvoering – bouwoverlast Het bedrijf produceert consumptiegewassen. Bouwstof en zand zorgt voor grote problemen.
2.7
Negatieve effecten bedrijfsvoering – reconstructie Oude Woudseweg De reconstructie van de Oude Woudseweg is te beperkt voor het (bedrijfs)verkeer. Daarnaast verzoekt de indiener een voetpad langs de Oude Woudseweg aan te leggen.
2.8
2.9
Parkeerplaats De geplande parkeerplaatsen kunnen beter richting het noordoosten worden verplaatst. Op deze manier heeft de recreatieplaats meer ruimte en wordt overlast van jongeren in de avond- en nachturen in de directe woonomgeving verder voorkomen. Aangezien jongeren zich nu ook al gedurende de avond- en nachturen bij de bestaande parkeervoorzieningen ophouden, wordt anders voor overlast bij de woningen ernstig gevreesd. Gebruik straatnaam Molenlaan In de toelichting wordt op diverse plaatsen gesproken over de Molenlaan terwijl dit feitelijk dan niet de "Molenlaan" betreft maar de "Oude Woudseweg".
grondslag liggende ontwerpnotitie die als bijlage bij het bestemmingsplan is gevoegd. Het ontwerp is het resultaat van een zorgvuldige belangenafweging waarbij de wensen van omwonenden en bedrijven zoveel mogelijk zijn meegewogen. Het verplaatsen van de turborotonde in noodoostelijke richting is nadrukkelijk niet aan de orde. Vanuit landschappelijke inpassing is dit niet gewenst. Eventuele bouwoverlast is een aspect dat niet kan worden geborgd in een bestemmingsplan. Bij aanvang van de werkzaamheden zal in overleg met de omgeving worden bezien op welke wijze bouwoverlast tot een minimum kan worden beperkt. Over de indeling van de Oude Woudseweg is uitvoerig gesproken met de indiener en andere ondernemers uit de omgeving. Deze gesprekken hebben in januari 2014, januari 2017 en via de mail plaatsgevonden. De aanpassing van de Oude Woudseweg leidt juist tot een verbetering voor het bedrijfsverkeer. In de huidige situatie heeft de Oude Woudseweg een profielbreedte van circa 3 m. Deze wordt verbreed naar 5 m met aan beide zijden nog een bermverharding van grasbetontegels. In de huidige plannen is een voetpad niet voorzien. Het bestemmingsplan maakt een voetpad binnen de bestemming ‘Verkeer’ en ‘Recreatie – Dagrecreatie’ in de toekomst echter niet onmogelijk. Overlast is een aspect wat buiten een bestemmingsplan valt.
Overigens is de locatie van de parkeerplaats in het voortraject uitvoerig besproken met de indiener. In een eerder overleg gaf de indiener aan tevreden te zijn over het terugkomen van de parkeerplaatsen (overleg d.d. 12-01-2017).
De straatnamen zijn gebaseerd op de kadastrale situatie. Uit de kadastrale kaart blijkt dat dit weggedeelte de ‘Molenlaan’ is en niet de ‘Oude Woudseweg’.
2.10
Verzoek om gesprek Indiener verzoekt de gemeente in overleg te gaan over hoe de gevolgen voor omwonenden van het bestemmingsplan beter kunnen worden geborgd.
Conclusie De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. De plangrens wordt aangepast.
De gemeente heeft in juli 2020 een gesprek gehad met de indiener. 1. Geconstateerd is dat het ontwerpbestemmingsplan N223 voldoende flexibiliteit bevat om met bepaalde elementen te schuiven. Denk hierbij aan beplanting en de parkeerplaatsen. Uiteraard moet hier altijd een integrale afweging worden gemaakt. Bij de nadere uitwerking van het ontwerp wordt overlegd met de indiener. 2. Toegelicht is dat er geen mogelijkheden worden gezien om de bushalte te laten vervallen of op een andere locatie te realiseren. 3. De indiener vreest voor lichthinder, echter is uit de onderzoeken niet naar voren gekomen dat lichthinder zich voor gaat doen. Na uitvoering van de aanpassing van de N223 laat de provincie een onafhankelijke partij advies uitbrengen over dit aspect. 4. Ten aanzien van geluidhinder is toegelicht dat altijd gewerkt wordt met een berekening van de geluidbelasting. Deze berekening is reeds gemaakt. De uitkomsten geven geen aanleiding voor maatregelen. Daarom wordt hier geen noodzaak gezien om maatregelen of alternatieven te onderzoeken. 5. Geconstateerd is dat verschillende bomen gekapt moeten worden om de aanpassing van de N223 technisch mogelijk te maken. Dit is verder toegelicht onder de beantwoording van zienswijze 1.2. 6. De eventueel beoogde uitrit is mogelijk binnen het bestemmingsplan. Het kadastrale perceel van de indiener wordt uit het plangebied gelaten.
3 3.1
Zienswijze Beplanting Indiener toont begrip voor het verhogen van de verkeersveiligheid. Dit moet er niet toe leiden van de bestaande beplanting en bebossing moet wijken voor een vrij uitzicht richting ’t Woudt.
3.2
Monumentale bomen Paragraaf 2.5 licht de landschappelijke inpassing toe. Indiener vraagt zich af waarom de ene boom wel monumentaal is en een andere bomenpartij niet. De bomen aan de noordzijde van de weg zijn waarschijnlijk minstens zo monumentaal als de bomen voor de boerderij Woudhoeve. Uitzicht bewoners Het belemmerde uitzicht is voor de bewoners wel prettig, want er wordt in het plan veel rekening gehouden met het zicht vanaf de weg richting het landschap. Op een impressie ziet de rotonde er acceptabel uit, maar in werkelijkheid is dit een lelijk object om tegenaan te kijken, temeer hij ook nog een stuk boven het landschap uit komt te steken. Beplantingsplan De beschrijving van het beplantingsplan is zeer summier en vrijblijvend. Dit alles staat in heel schril contrast met elkaar, temeer omdat bomen de meest praktische vorm van CO2 opslag is.
3.3
3.4
Beantwoording Het kappen van de bomen is noodzakelijk voor de herinrichting van de N223 en voor de ruimtelijke inpassing daarvan in het landschap. De landschappelijke inpassing heeft mede tot doel de niet gebiedseigen bomen te verwijderen en de weidsheid van het landschap te herstellen. De landschappelijke waarde van de te vellen bomen is gering. In het plan Landschapontwikkelingsperspectief Midden-Delfland® 2025 (LOP) is omschreven dat het de voorkeur heeft langs de N223 geen begeleidende beplanting te hebben, zodat de zichtlijnen in de polder optimaal zijn. Ook is de openheid gewenst vanuit het verstorende effect van bomen op weidevogels. Zie ook de beantwoording onder 1.2. De natuurwaarde van de te vellen bomen is gering, de bomen zijn relatief jong en te beperkt van omvang om grote natuurwaarden te hebben. De bijzonder waardevolle bomen zijn opgenomen in de gemeentelijke Bomenlijst. De bomen in het plangebied maken hier geen deel van uit. De impressie in de toelichting van het bestemmingsplan geeft ons inziens wel degelijk de werkelijke situatie weer. Op https://pzh.projectatlas.app/n223/map staan meerdere lage standpunten van de huidige situatie en de eindsituatie (dag en nacht). De reactie van indiener wordt daarom niet gedeeld. In de omgevingsvergunning worden voorwaarden gesteld aan de landschappelijke inpassing. Dit op basis van de APV artikel 4.11 lid 3.
De landschappelijke inpassing is op eenzelfde manier geregeld in de omgevingsvergunning voor de uitvoering van het project N223 fase A, dat momenteel in voorbereiding is.
3.5
Behouden bomen Indiener geeft als oplossing de bomen aan de zuidzijde van de rotonde die nog niet gekapt te hoeven worden, maar waarvan gezegd wordt dat deze aan het einde van hun levensduur niet vervangen zullen worden, dit wel te doen. De overige bomen die niet in de weg staan voor de aanleg van de rotonde moeten bespaard worden. Tot slot dient aan de noordzijde land aangekocht te worden om de gekapte bomen te compenseren.
Voor deze reactie wordt verwezen naar de beantwoording onder 3.1. De reactie leidt niet tot aanpassing van het plan.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het bestemmingsplan.
Zienswijzen 4, 5, 6, 7 en 8 zijn gelijk aan zienswijze 3. Voor de inhoud en beantwoording wordt dan ook naar zienswijze 3 verwezen. 9 9.1
9.2
Zienswijze Molenlaan In het ontwerpbestemmingsplan wordt op diverse plaatsen gesproken over de Molenlaan. De Molenlaan betreft feitelijk alleen het weggedeelte langs de Groeneveldse- of Monster-watering. Het weggedeelte dat nu loopt vanaf de Groeneveldse- of Monsterwatering naar de huidige N223 betreft de Oude Woudseweg. Onduidelijk is wanneer wordt gesproken over de feitelijke Molenlaan en wanneer over het gedeelte dat nu de Oude Woudseweg is. Toegang glastuinbouw gelegen aan de Molenlaan LTO geeft aan dat op generlei wijze de bereikbaarheid van de aan de Molenlaan gelegen glastuinbouwbedrijven in het geding mag komen. Nu is ter plaatse van de huidige fietsbrug over de Groeneveldse- of Monsterwatering al sprake van een zeer krappe situatie. De infrastructuur wordt ook gebruikt voor/door verkeer naar en van de bedrijven op de Molenlaan. Ook is op dit punt de uitrit van het bedrijf Topkrop gelegen. Er is weliswaar een bocht voorzien in het ontwerp, maar deze is te krap, omdat rekening moet worden gehouden met de uitrit. De gevolgen voor de aanwezige bedrijven zijn niet voldoende meegenomen.
Beantwoording De straatnamen zijn gebaseerd op de kadastrale situatie. Uit de kadastrale kaart blijkt dat dit weggedeelte de ‘Molenlaan’ is en niet de ‘Oude Woudseweg’.
De eigenaren van de omliggende glastuinbedrijven, zoals Topkrop, zijn ruimschoots meegenomen en gehoord in het voortraject van het ontwerp. Deze gesprekken hebben in januari 2014, januari 2017 en via de mail plaatsgevonden. Met een rijcurve is de bocht getoetst en haalbaar gebleken. Deze zat niet bij de ontwerpnotitie (bijlage van OBP) als bijlage en zal voor de volledigheid worden toegevoegd. Deze is destijds, net als het ontwerp, gedeeld met de bedrijven aan de Molenlaan. Vervolgens is de situatie zelfs nog verruimd zodat deze verbeterd ten opzichte van de huidige situatie. In de toekomstige situatie zijn er daarnaast geen fietsers meer. De bocht zal voldoende zijn in de eindsituatie. Waar nodig zal er nog afstemming zijn tijdens de uitvoering. Wij kunnen ons dan ook niet vinden in de veronderstelling dat de gevolgen voor de aanwezige bedrijven niet voldoende zouden zijn meegenomen.
9.3
Natuurbeschermingswet LTO geeft aan dat de aanleg van de weg kan leiden tot stikstofdepositie. Dit moet nader onderbouwd worden.
De huidige uitwijkstrook is bestemd als Verkeer, waar dit in het geldende bestemmingsplan Recreatie – Dagrecreatie was. Omdat de aanpassing van de weg niet leidt tot meer verkeer – anders dan de autonome groei – is een stikstofberekening voor de gebruiksfase niet noodzakelijk. Voor de aanlegfase zal een indicatieve stikstofberekening worden uitgevoerd. Deze wordt toegevoegd als bijlage bij de toelichting.
Conclusie De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan 1. In paragraaf 4.8 Ecologie worden de resultaten van de stikstofberekening toegevoegd. De berekening wordt opgenomen in de bijlage. Er zijn geen negatieve effecten op Natura2000-gebied. 2. Op de verbeelding wordt een deel van de bestemming Recreatie – Dagrecreatie bestemd als Verkeer.
10 10.1
10.2
10.3
Zienswijze Algemeen
Beantwoording
Indiener geeft aan dat het beschermen van de cultuurhistorie, aantrekkelijke natuur en recreatie en de bescherming van ecologie en weidevogelstand in het gebied betrokken moeten worden bij het bestemmingsplan. Locatie plangebied Indiener geeft aan dat het onduidelijk is wat nu het plangebied betreft. Volgens het opgenomen kaartje betreft dit het stuk tussen de brug van de Monsterwatering en de toegangsweg tot ’t Woudt. In de toelichting wordt echter ook over het andere deel van de N223 tussen ’t Woudt en de aansluiting A4 gesproken.
Deze aspecten zijn verwerkt in de toelichting van het bestemmingsplan. In de ontwerpnotitie zijn de aspecten beschreven die mee zijn genomen in de totstandkoming van het ontwerp.
Bomen Indiener heeft bezwaar tegen het kappen van de bomen aan de noordzijde van de weg. De noodzaak van het verwijderen van deze bij het karakteristieke landschap behorende bomen ontgaat de vereniging. Deze dienen behouden te worden.
Het plangebied betreft het gedeelte tussen de brug van de Monsterwatering en ‘t Woudt. In de toelichting wordt op enkele plekken over het gehele traject tot de A4 genoemd indien dit het gehele traject van fase 3 betreft. Het plangebied is overigens gelijk aan de verbeelding op de website www.ruimtelijkeplannen.nl. Het plangebied wordt overigens iets verruimd. Voor een toelichting hierop verwijzen wij naar de staat van wijzigingen bij deze nota. Zie beantwoording onder 3.1. Een herijking van het LOP is niet aan de orde.
10.4
10.5
Op dit punt vindt indiener een evaluatie/herijking van het LOP uit 2009 op zijn plaats. Verkeersveiligheid Indiener mist eisen voor de veiligheid van het langzaam verkeer. Al het verkeer wordt op de parallelwegen naar de rotonde gemengd. Dit levert een grote aantasting op van de veiligheid voor langzaam verkeer t.o.v. de huidige situatie waarin sprake is van aan twee zijden van de N223 gelegen vrije fietspaden. Naast het autoverkeer richting ’t Woudt zullen met name de grote landbouwvoertuigen op die parallelwegen van de daar gevestigde loonbedrijven risico’s gaan opleveren voor langzaam verkeer. Dit omvat veel recreanten en schoolgaande kinderen van en naar Delft gebruik maken van deze route. Daarvoor dienen eisen in het bestemmingsplan te worden opgenomen, zoals het inrichten van de parallelweg aan de noordzijde als 30 km/uur fietsstraat. Dit geldt ook voor de parallelweg aan de zuidzijde. Wandelaars In het plan wordt te weinig aandacht besteed aan wandelaars van en naar het Voddijkpad. Voorkomen moet worden dat deze wandelaars de N223 gaan oversteken om hun wandeling van en naar ’t Woudt voort te zetten. Duidelijke bewegwijzering vanaf en naar dit pad voor deze wandelaars moet daarom in de plannen worden opgenomen.
10.6
Overstekende dieren In het plan wordt te weinig aandacht besteed aan overstekende dieren. 'Duurzaam Veilig’ zou ook voor hen moeten gelden. Er dient ten minste één ecopassage onder de weg door moeten worden voorgeschreven, halverwege tussen de Lotsweg en de Molenlaan.
10.7
Weidevogelgebied In het plan wordt gesproken over het door de provincie in samenspraak met de gemeente en de Vereniging Vockestaert zoeken
De parallelweg aan de noordzijde is toegelicht en besproken met de omgeving en verenigingen. Gekozen is voor een inrichting als fietsstraat 30 km/u op verzoek van de omgeving. De zuidzijde is ingericht als standaard parallelweg welke voldoet aan alle vigerende regelgeving. Zie ook toegevoegde Notitie inrichting parallelwegen als fietsstraat, opgesteld na VO ontwerpnotitie met totstandkoming keuze inrichting parallelwegen.
Dit betreft een uitvoeringsaspect dat niet in een bestemmingsplan kan worden geborgd. Wel is het goed om te vermelden dat dit als eis wordt opgenomen in de uitvoeringsvraag. Hier wordt opgenomen dat door middel van bebording verwezen moet worden naar de route tussen 't Woudt en het Voddijkpad via het recreatieve uitzichtpunt nabij de brug over de Monsterwatering. De plaatsing en vormgeving van de borden dient afgestemd te worden met de gemeente Midden-Delfland. Vanuit de natuurwetgeving is er geen noodzaak om aanvullende ecologische maatregelen te nemen. Het plangebied maakt ook geen onderdeel uit van Natura2000 of Natuurnetwerk Nederland. Een ecologische verbindingszone is daarnaast niet mogelijk door de locatie in de polder. Hier bestaan vanuit waterhuishoudkundig oogpunt bezwaren tegen. De N223 is een kering tussen de polders aan beide kanten van de weg. Een open verbinding tussen polders is niet wenselijk. Ten behoeve van de weidevogelcompensatie zal een daartoe behorend compensatieplan worden opgesteld. Omdat de beoogde compensatie
10.8
naar passende compensatie voor het weidevogelgebied. Dit is een te zachte toezegging. In het plan moet worden vastgelegd dat de compensatie als harde voorwaarde voor de aanpassing van de weg geldt. Bushaltes Indiener is niet tevreden met de verplaatsing van de bushalte bij ’t Woudt. De loopafstand van de nieuw geplande bushaltes bij de rotonde tot aan ’t Woudt wordt zo wel erg groot. Het herstel van het Kerkepad zou een kortere en veiligere looproute tussen ’t Woudt en de nieuwe geplande bushaltes opleveren. De toelichting van het plan geeft aan dat de gesprekken met grondeigenaren nog niet tot resultaat heeft geleid. Dit verbaast indiener omdat de gemeente wel toestemming heeft gegeven aan een van die grondeigenaren om een nieuwe ontsluitingsweg van zijn bedrijf te maken, maar daaraan kennelijk niet de voorwaarde heeft verbonden voor medewerking aan herstel van het Kerkepad. De gemeente dient zich in te spannen om dit Kerkepad alsnog te realiseren. Zolang de looproute over het Kerkepad nog niet is gerealiseerd, wordt gevraagd in het plan op te nemen dat de bestaande bushalte aan de noordzijde van de N223 gehandhaafd blijft.
kwantitatief niet kan worden gerealiseerd zal een kwalitatieve compensatie plaats gaan vinden. In de planregels zullen wij met een voorwaardelijke verplichting borgen dat de werkzaamheden niet mogen aanvangen voordat een compensatieplan is opgesteld. Dit is eerder met indiener besproken in november 2019. De bushalte Groot Genoeg komt te vervallen op basis van de beperkte vervoersvraag, de onveilige oversteekbaarheid en de kosten van de aanleg een nieuwe bushalte die voldoet aan de landelijke en provinciale richtlijnen. De huidige bushalte ’t Woudt wordt verplaatst naar de nieuwe rotonde. Dit omdat de oversteekbaarheid van de N223 hier op een veiligere wijze geboden kan worden, ongelijkvloers via de bestaande fietstunnel. Dit is ook overeenkomstig het onafhankelijke advies van de Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (te vinden op www.n223.nl). Handhaven van de bushalte op de huidige locatie in het ontwerp van de reconstructie is geen optie. Als ook de CROW-richtlijn 226 ‘Veilig oversteken? Vanzelfsprekend’ aangeeft, dient het oversteken door voetgangers van een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom, waar de N223 onder valt, alleen te gebeuren op kruispunten. De huidige situatie voldoet eigenlijk al niet meer aan de huidige richtlijnen. Dat hier nog geen ongelukken zijn gebeurd mag geen reden zijn.
Wij begrijpen dat de verplaatsing ten koste gaat van de bereikbaarheid van ’t Woudt per openbaar vervoer, maar verkiezen in deze verkeersveiligheid altijd boven bereikbaarheid. De gemeente Midden-Delfland heeft zich ingespannen om het historische Kerkepad tussen de Molenlaan en ’t Woudt te herstellen, welke dan ook zou kunnen bijdragen aan een directe looproute tussen ’t Woudt en de nieuwe bushalte. Gesprekken tussen de gemeente en particulieren grondeigenaren zijn tot op heden echter niet vruchtbaar gebleken. Dit valt dan ook buiten de scope van het bestemmingsplan.
Conclusie De zienswijze leidt gedeeltelijk tot aanpassing van het bestemmingsplan: 1. In artikel 4 Verkeer wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat er een compensatieplan is voordat de werkzaamheden plaatsvinden. 2. Paragraaf 4.8 Ecologie wordt aangevuld met bovengenoemd aspect.
Staat van wijzigingen Wijzingen naar aanleiding van zienswijzen Verbeelding 1.
Het kadastrale perceel Schipluiden sectie Q nr. 11 wordt buiten het plangebied gelaten.
Ontwerp bestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan
2.
De bestaande uitwijkstrook wordt bestemd als Verkeer.
Ontwerp bestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan
Regels 1.
In artikel 4 Verkeer wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen die borgt dat er een compensatieplan is voordat de werkzaamheden plaatsvinden.
Toelichting 1. 2. 3. 4.
De paragraaf 4.5 luchtkwaliteit wordt geactualiseerd aan de hand van de meest actuele gegevens. In paragraaf 4.8 Ecologie wordt verduidelijkt dat er geen verkeerstoename is. Hier wordt bedoeld dat er geen extra verkeerstoename is bovenop de autonome groei. In paragraaf 4.8 Ecologie worden de resultaten van de stikstofberekening toegevoegd. De berekening wordt opgenomen in de bijlage. Er zijn geen negatieve effecten op Natura2000-gebied. In paragraaf 4.8 Ecologie wordt toegelicht dat er een compensatieplan wordt opgesteld voor het aspect weidevogelleefgebied.
Ambtshalve wijzigingen Verbeelding 1.
Voor de te vergraven sloot aan de noordzijde van de N223 tussen ’t Woudt en de Koelaan is het noodzakelijk gebleken deze mee te nemen in het bestemmingsplan, omdat de vigerende regeling hier niet in voorziet. Om een logische plangrens te creëren is ook de verkeersbestemming met de onderliggende dubbelbestemmingen overgenomen. Hieronder is de wijziging van de plangrens weergegeven.
Ontwerp bestemmingsplan
Vast te stellen bestemmingsplan
Regels 1. 2. 3.
Een nieuw artikel ‘Waarde – Beschermd dorpsgezicht’ wordt ingevoegd als gevolg van de gewijzigde plangrens. Het begrip ‘Commissie beschermd dorpsgezicht in artikel 1 Begrippen ingevoegd. In de regels wordt een voorwaardelijke verplichting opgenomen ten aanzien van de compensatie van het weidevogelleefgebied.
Toelichting 1. 2.
Figuur 1.1 Ligging plangebied wordt aangepast aan de hand van de nieuwe plangrens In paragraaf 4.7 Cultuurhistorie is ingevoegd dat het plangebied voor een klein gedeelte binnen beschermd dorpsgezicht van ’t Woudt valt.
Bijlage 2 Ontwerpnotitie Voorlopig Ontwerp
Rho adviseurs voor leefruimte
091409.20171538
Provincie Zuid-Holland PZH, Duurzaam Veilig Fase 3 en aansluiting N223
Ontwerpnotitie DVF3 Iv-Infra b.v.
i
Opdrachtgever: Projectnummer opdrachtgever: Project: Projectnummer: Betreft: Referentie:
Provincie Zuid-Holland PZH-2013-420430999 PZH, Duurzaam Veilig Fase 3 en aansluiting N223 INPA130505 Ontwerpnotitie Ontwerpnotitie Voorlopig Ontwerp DVF3
Auteur(s): Gecontroleerd: Goedgekeurd: Geautoriseerd:
G. Groot, J. van Kleef & E. Wienk J. van Grootheest P. Verhagen M. van Aacken
Datum: Revisie: Status: Aantal pagina's:
15-06-2017 1.0 Definitief vi + 49
Paraaf: Paraaf: Paraaf: Paraaf:
© Iv-Infra b.v., Alle rechten voorbehouden, Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd, opgeslagen in een geautomatiseerd g egevensbestand of openbaar gemaakt in enige vorm of op enige wijze, hetzij elektronisch, mechanisch, door fotokopieën of enige andere manier, zonder voorafgaande s chriftelijke toestemming van Iv-Infra b.v.
ii
Samenvatting De N223 is een belangrijke schakel in het netwerk van wegen tussen de A4 en de A20. De Provincie verbetert hier in samenwerking met de gemeenten Westland en Midden-Delfland in 3 fasen de verkeersveiligheid door de N223 Duurzaam Veilig in te richten. Deze ontwerpnotie richt zich op Fase 3, vanaf de Noord-Lierweg tot aan het kruispunt met de N468/A4. De huidige inrichting voldoet niet meer aan de hedendaagse richtlijnen en de herkenbaarheid is tevens niet in overeenstemming met het gebruik van de weg. De combinatie van het feit dat de weg en de berm te smal zijn, de herkenbaarheid onvoldoende is en de verkeersintensiteit op de N223 de laatste jaren is toegenomen, zorgt er dan ook voor dat de N223 aan een reconstructie toe is. Hierbij komt ook dat er op dit relatief korte tracé drie aansluitingen aan de noordzijde zijn en aan de zuidzijde een tweetal clusters van uitritten en diverse perceelontsluitingen. Dit conflicteert met de binnen de Provincie gehanteerde filosofie van Duurzaam Veilig (het combineren, en daarmee minimaliseren, van aansluitingen op de doorgaande hoofdrijbaan) en leidt tot conflicten ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid. Landschappelijk gezien ligt de N223 in en maakt het onderdeel uit van het bijzondere en karakteristieke open veenweidegebied van Midden-Delfland.
De N223 ligt op de grens van twee bijzondere polders, de Woudsepolder en de Klaas Engelbrechtspolder. Het kerkdorp ’t Woudt wordt hier als ‘kroonjuweel’ bestempeld. Bij een reconstructie is een goede landschappelijke inpassing dan ook essentieel. Het Gebiedsprofiel Midden-Delfland, door de Provincie opgesteld in maart 2012, benoemt hierbij de ambities: aan te passen infrastructuur beschouwen als een integrale gebiedsopgave, gebruik maken van lage gebiedseigen wegbegeleidende beplanting en vermijden van grote verkeerskundige elementen in het open landschap. Om tot een gedragen oplossing te komen, waarbij verkeersveiligheid het belangrijkste gedeelde belang is direct gevolgd door landschappelijke inpassing en doorstroming, zijn diverse stappen doorlopen. Zo zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders en belangenverenigingen, ontwerpsessies uitgevoerd, diverse oplossingsrichtingen en varianten opgesteld, drie bewonersavonden georganiseerd en (ambtelijke) overleggen gevoerd. Uiteindelijk is een variantenstudie uitgevoerd, met een onafhankelijke review door adviseurs ten aanzien van de verkeersveiligheid en landschappelijke inpassing, welke heeft geleid tot een voorkeursvariant: een meerstrooksrotonde ter hoogte van de Molenlaan. De drie aansluitingen aan de noordzijde (de Molenlaan, ’t Woudt en de Koelaan) worden gecombineerd op de noordelijke tak van de rotonde.
’t Woudt en de Koelaan worden hierbij op de rotonde aangesloten via een nieuwe parallelweg. Aan de zuidzijde worden drie erfaansluitingen (en een perceelaansluiting) van de Woudseweg 25 t/m 29 gecombineerd, welke ook via een nieuwe parallelweg op de rotonde aansluiten. De uitritten van de Woudseweg 21(a) en 23 worden middels een parallelweg aangesloten op de Klaas Engelbrechtsweg en rotonde N468/A4. Deze variant is ambtelijk (15 juni 2016) en bestuurlijk (3 november 2016) vastgesteld door de gemeente Midden-Delfland en provincie Zuid-Holland. Het Schetsontwerp van de voorkeursvariant is uitgewerkt tot Voorlopig Ontwerp en wordt in deze notitie beschreven vanuit verkeerskundig en landschappelijk perspectief. De aanbevelingen en aandachtspunten van het Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid en de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit in Zuid-Holland op het Schetsontwerp zijn meegenomen in het Voorlopig Ontwerp.
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
iii
Een Duurzaam Veilige inrichting van Fase 3 van de N223 conform de voorkeursvariant heeft de volgende consequenties: Een nieuw profiel betekent een verbreding van de rijbaan van 6,5 meter naar 7,5 meter en een ruimere berm van 4,05 meter in plaats van circa 3 meter tussen rijbaan en fietspad. Samen met belijning en redresseerstrook voldoet de berm hiermee aan de minimale maat van de obstakelvrije zone conform de richtlijnen van de CROW. Dit creëert een veiligere situatie, evenals een veiliger gevoel op én naast de weg (brom-/fietsers). De drie kruisingsvlakken ter hoogte van de Molenlaan, ’t Woudt en de Koelaan worden door middel van een parallelstructuur gebundeld naar één nieuw aan te leggen meerstrooksrotonde (gelijk aan de rotonde Noord-Lierweg) ter hoogte van de Molenlaan. Dit zorgt voor een aanzienlijke verhoging van de verkeersveiligheid en verbetering van de homogeniteit en voorspelbaarheid van het wegbeeld. Daarnaast verbeterd dit de bereikbaarheid van de N223 voor het lokale verkeer, voornamelijk tijdens de spitsperiodes. De rechtsafslaande beweging vanaf de zijtakken verbetert door de aanleg van een meerstrooksrotonde, doorgaand verkeer op de N223 wordt immers afgeremd. Voor de linksafslaande beweging blijft de verbetering echter beperkt doordat oprijdend verkeer twee rijstroken op de rotonde moet kruisen.
Aan de noordzijde van de rotonde komt een aansluiting van de Molenlaan en de parallelstructuur naar ’t Woudt en de Koelaan. Langs de Molenlaan komt een vrijliggend (brom-)fietspad. Aan de zuidzijde van de rotonde komt een aansluiting van de parallelstructuur naar de Woudseweg 25 t/m 29. Vanaf de Woudseweg 21(a)/23 komt een parallelstructuur naar de Klaas Engelbrechtsweg en rotonde N468/A4. De parallelstructuur zorgt voor een afname van het lokale landbouwverkeer op een deel van de provinciale weg. Het doorgaande landbouwverkeer blijft echter op de hoofdrijbaan N223. De afname van het landbouwverkeer heeft een positief effect ten aanzien van doorstroming en verkeersveiligheid met betrekking tot autoverkeer. Daartegenover staat wel de weerstand/zorg vanuit de omgeving ten aanzien van landbouwverkeer versus (brom)fietsers op parallelwegen. ► Verwerking aanbevelingen en aandachtspunten verkeersveiligheid: Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid (SWOV), zie paragraaf 4.2.1. Wat betreft de Landschappelijke inpassing gelden de volgende uitganspunten: De meerstrooksrotonde heeft een groot ruimtebeslag, met name in de richting van de Klaas Engelbrechtspolder. De impact op het landschap is in het ontwerp zoveel mogelijk beperkt door een optimale inpassing in het landschap en een zo westelijk mogelijke ligging dicht op de glastuinbouw.
Hogere obstakels in de openheid zijn zo veel als mogelijk vermeden. Materiaalkeuze van noodzakelijke (verkeers-)technische voorzieningen worden afgestemd op de landschappelijke context (bijv. houten geleiderail, met stalen kern), enzovoorts. Toepassen van gebiedseigen beplantingen. Verder uitwerken van het recreatieve uitzichtpunt aan de zuidzijde nabij de brug over Monsterwatering. Door het ruimtebeslag van de rotonde is grondververwerving noodzakelijk (beperkte grondverwerving aan de noordzijde, omvangrijke grondverwerving aan de zuidzijde). ► Verwerking aanbevelingen en aandachtspunten landschappelijke inpassing: Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit in Zuid-Holland (PARK), zie paragraaf 4.3.1
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
iv
Inhoudsopgave 1 1.1 1.2 1.3 1.4
Inleiding De verkeerskundige opgave Voortraject Doelstelling van deze notitie Uitgangspunten
7 7 7 9 9
2 2.1 2.2 2.3 2.4
Huidige situatie N223 Inleiding Tracébeschrijving Gebiedsbeschrijving Fietsroutes
10 10 10 11 14
3 3.1 3.2 3.3 3.4
Het landschap De landschappelijke opgave Het Landschapsontwikkelingsperspectief Midden-Delfland 2025 Gebiedsprofiel Midden-Delfland, maart 2012 Erfgoed en Cultuurhistorie
15 15 15 16 17
4 4.1 4.2 4.2.1 4.2.2 4.2.3 4.2.4 4.2.5 4.2.6 4.3 4.3.1 4.3.2 4.3.3 4.3.4 4.4 4.4.1 4.4.2 4.5 4.6 4.6.1 4.6.2
Nieuwe situatie Inleiding Verkeerstechnische inrichting Aanbevelingen verkeersveiligheid SWOV Deel A: Rotonde Molenlaan Deel B: ’t Woudt en Koelaan Deel C: Koelaan tot VRI-kruispunt A4 Deel D: Kruising Lotsweg Afwikkeling (brom)fietsverkeer en inrichting parallelwegen Landschappelijke inrichting Aanbevelingen landschappelijke inpassing PARK Uitgangspunten landschappelijke inrichting Landschappelijke inpassing in hoofdlijnen Landschappelijke inpassing per plandeel Kabels en leidingen Inventarisatie huidige situatie Knelpunten, aandachtspunten en (beoogde) maatregelen Waterhuishouding Waterkeringen Polderkade Regionale waterkering
19 19 20 20 22 24 26 28 30 32 32 32 34 35 38 38 39 41 42 42 42
5 5.1 5.2 5.3 5.4 5.5 5.6
3D-Ordening, ondergrondverkenning Inleiding Bodemdaling Ecologie Energie Identiteit Water
44 44 46 47 49 49 50
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
v
6 6.1 6.2
Risico’s en Aandachtspunten Toprisico’s Aandachtspunten DO
A B C D E F G H I J K
Bijlagen Voortraject oplossingsrichtingen SO Ontwerpnotitie d-1.3 SO Ontwerpnotitie d-1.3 Zienswijze Ontwerpparameters Polderkarakteristieken Gebiedsprofiel Midden-Delfland Toekomstvisie t Woudt Verkeersveiligheidstoets SWOV Landschappelijke inpassing - Advies PARK Ontwerptekening VO Rijcurvetoets
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
52 52 54
vi
1
Inleiding
1.1
De verkeerskundige opgave
Figuur 1: N223
De N223 (Westland – Midden-Delfland) is een belangrijke schakel in het netwerk van wegen tussen de A4 en de A20. De Provincie verbetert hier, in samenwerking met de gemeenten Westland en Midden-Delfland, in 3 fasen de verkeersveiligheid door de N223 Duurzaam Veilig in te richten. Het project heeft tevens positieve gevolgen voor de bereikbaarheid van de regio en in het bijzonder het gebied Oostland/Westland. Dit proces is reeds enkele jaren geleden gestart met (de inmiddels gerealiseerde) fases 1 en 2, het deel van het kruispunt Jogchem van der Houtweg tot aan de Zijdekadebrug. Momenteel is de rotonde op het kruispunt N223 - Noord-Lierweg/Oostbuurtseweg (RNLW) in uitvoering binnen het Wegen Project Westland. Het Duurzaam Veilig inrichten van de N223, binnen de grenzen van de gemeente Midden-Delfland vanaf de Noord-Lierweg tot aan het kruispunt met de N468/A4 is fase 3 van het project en bevindt zich op dit moment in een verkennende fase. 1.2
Voortraject Het project Duurzaam Veilig Fase 3 is ontstaan nadat bekend werd dat dit tracédeel niet gelijktijdig met fase 2 gerealiseerd kon worden. Tijdens fase 2 zijn echter wel al een aantal activiteiten uitgevoerd en zijn verschillende oplossingsrichtingen verkend ten aanzien van de herinrichting van dit deel van het tracé. Zo is in het originele ontwerp van fase 2 (in 2008) sprake van een tweetal voorrangskruispunten (ter hoogte van de Molenlaan en ’t Woudt). Vervolgens zijn door de Provincie in 2011 twee varianten opgesteld met een meerstrooksrotonde tussen het ’t Woudt en de Molenlaan (een dicht op ’t Woudt, een meer richting het westen). Door de bewoners van ‘t Woudt is een alternatief met een voorrangskruispunt tussen ’t Woudt en de Koelaan (ten oosten van ’t Woudt) aangedragen. Door een ondernemer is een voorstel met een meerstrooksrotonde ter hoogte van de Molenlaan gedaan. Doorslaggevend draagvlak voor een van deze varianten ontbrak echter.
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
7/55
In 2014 is een nieuwe start gemaakt vanuit de invalshoek dat verkeersveiligheid het belangrijkste gedeelde belang is, direct gevolgd door landschappelijke inpassing en doorstroming. Om tot een gedragen oplossing te komen zijn op dit moment al diverse stappen doorlopen. Zo zijn gesprekken gevoerd met verschillende stakeholders (bewoners, bedrijven, overheden en belangenverenigingen), ontwerpsessies uitgevoerd, diverse oplossingsrichtingen en varianten opgesteld, twee bewonersavonden georganiseerd en (ambtelijke) overleggen gevoerd. In bijlage A is een samenvatting bijgevoegd van de in dit traject ontwikkelde oplossingsrichtingen en de oorsprong hiervan. Tijdens de bewonersavond 29 januari 2015 zijn drie varianten gepresenteerd: Variant 1: Rotonde Molenlaan Variant 2: Parallelstructuur Variant 3: Kruispuntoplossingen Volgend op deze bewonersavond hebben provincie Zuid-Holland en gemeente Midden-Delfland op woensdag 11 maart 2015 een gesprek gevoerd over de verdere stappen in de besluitvorming. Hierbij heeft men op ambtelijk niveau geen uitspraak kunnen doen over een voorkeur. Wel is men tot de conclusie gekomen dat er nog twee varianten mogelijk zijn, namelijk: de Kruispuntoplossingen-variant met een parallelstructuur aan de zuidzijde de Rotonde-variant Hierbij is afgesproken de varianten verder te onderzoeken op basis van inpasbaarheid, kosten en verkeersveiligheid.
Dit onderzoek heeft Iv-Infra in 2015 uitgevoerd en vastgelegd in een rapportage (Ontwerpnotitie SO 1.3 toegevoegd als bijlage B, inclusief een zienswijze en reactie als bijlage C). Na een zorgvuldige afweging van de landschappelijke inpassing en Duurzaam Veilige inrichting, rekening houdend met aandachtspunten voor het vervolgproces, genoot de rotonde-variant hierin de voorkeur. De uitkomsten van deze rapportage leidde echter niet tot eenduidige voorkeur voor één van de twee varianten, waarbij de Gemeente en Provincie van mening verschilden over zowel de landschappelijke als de verkeerskundige aspecten van beide varianten. Hierop is in onderling overleg besloten onafhankelijke adviezen in te winnen ter ondersteuning van de besluitvorming door het bestuur. Vervolgens hebben de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit en Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeerveiligheid de varianten met elkaar vergeleken en eind mei 2016 hun voorkeur uitgesproken. De PARK concludeert op het gebied van landschappelijke inpassing: “Alles afwegend leidt dit tot een lichte voorkeur voor de rotonde-variant.” En het SWOV op het gebied van verkeersveiligheid: “De Rotondevariant geeft een (iets) betere uitkomst dan de Kruispuntenvariant.” Beide partijen hebben ook aanbevelingen gegeven om de landschappelijke inpassing en verkeersveiligheid binnen de voorkeursvariant te optimaliseren.
Op basis hiervan zijn de gemeente Midden-Delfland en Provincie op ambtelijk (15 juni 2016) en bestuurlijk niveau (3 november 2016) overeengekomen dat de rotonde-variant de voorkeur geniet binnen het Duurzaam Veilig herinrichten van de N223 fase 3.
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
8/55
1.3
Doelstelling van deze notitie In deze notitie wordt het ontwerp voor de N223 Duurzaam Veilig Fase 3 beschreven vanuit verkeerskundig en landschappelijk perspectief. Dit mede op basis van de verwerking van de aanbevelingen en aandachtspunten van het Stichting Wetenschappelijk Onderzoek Verkeersveiligheid en de Provinciaal Adviseur Ruimtelijke Kwaliteit in Zuid-Holland ten aanzien van het Schetsontwerp. Doelstelling van deze notitie is een vaststelling van het Voorlopig Ontwerp (VO), gedragen door de stakeholders, welke dient als vertrekpunt voor het Definitef Ontwerp (DO).
1.4
Uitgangspunten Deze paragraaf bespreekt de gebruikte uitgangspunten ten behoeve van het VO. De uitgangspunten zijn hieronder puntsgewijs weergegeven. In bijlage D zijn tevens de ontwerpparameters opgenomen. Verkeerskundig: Voor de verkeersintensiteiten is rekening gehouden met het regionaal Verkeersmodel Haaglanden 1.0. Een hoog groeiscenario voor 2030, gebaseerd op het economische toekomstscenario Global Economy, ontwikkeld door het Planbureau voor de Leefomgeving, en de plannen in de diverse gemeenten. Hier is ook de openstelling van de A4 in meegenomen. Gebruikte normen Handboek Ontwerpcriteria Wegen (versie 4.0) van Dienst Beheer Infrastructuur, PZH ASVV 2012 Handboek Wegontwerp 2013 van de CROW (publicatie 328-331) o Basiscriteria o Erftoegangswegen o Gebiedsontsluitingswegen Plantoelichting Voorontwerp - Technisch Ontwerp N223 V5, Royal Haskoning, 28 juli 2016 Gehanteerde ondergronden Kabels en Leidingen – Iv-Infra, d.d. 07-09-2016 Perceelgrenzen – PZH, d.d. 04-03-2014 Ondergrond N223 – PZH, d.d. 04-03-2014 GBKN – gemeente Midden-Delfland, d.d. 17-03-2014 UitvoeringsOntwerp Rotonde Noord-Lierweg – Van Gelder, d.d. 18-02-2016 Bestaande situatie – Iv-Infra inmeting, d.d. 21-08-2014 Wegcategorisering De wijze waarop functie, vormgeving en gebruik van een wegennet op elkaar zijn afgestemd is van groot belang voor de doorstroming en de veiligheid.
Door per wegcategorie voorspelbare situaties te creëren, wordt de weggebruiker duidelijk van welke wegcategorie hij gebruik maakt. De reconstructie van de N223 heeft betrekking op twee wegcategorieën, namelijk: Gebiedsontsluitingswegen Erftoegangswegen
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
9/55
2
Huidige situatie N223
2.1
Inleiding
B
C
A Figuur 2: N223 + locatie luchtfoto’s
Het betreft hier de N223 tussen de Noord-Lierweg (Westland) en het kruispunt met de N468/A4 (Midden-Delfland). De N223 is een gebiedsontsluitingsweg buiten de bebouwde kom type 2 (1x2 rijstroken) met een snelheidsregime van 80 km/uur. De huidige inrichting voldoet niet aan de huidige richtlijnen en tevens is de herkenbaarheid niet in overeenstemming met het gebruik van de weg. Dit wordt beschreven in de tracébeschrijving (paragraaf 2.2). In de gebiedsbeschrijving (paragraaf 2.3) wordt de omgeving beschreven met behulp van de luchtfoto’s A t/m C. 2.2
Tracébeschrijving De rijbaan van de N223 is hier nu circa 6,50 meter breed met een enkele doorgetrokken deelstreep en doorgetrokken kantmarkeringen. Aan beide zeiden van de rijbaan ligt een fietspad en een berm van circa 3 meter breed tussen rijbaan en fietspad. (zie figuur 3). De rijbaanbreedte zou hier 7,50 meter moeten bedragen met een asstreep tussen de rijrichtingen, onderbroken kantmarkeringen, redresseerruimte aan beide zijden van de rijbaan, draagkrachtige bermen van minimaal 2,40 meter 1 (vanaf binnenkant kantstreep) en een obstakelvrije ruimte van minimaal 3,05 meter tussen hoofdrijbaan en parallelweg. Tussen hoofdrijbaan en fietspad zou de minimale obstakelvrije zone conform CROW, samen met belijning en redresseerstrook, en minimaal 4,05 meter moeten zijn (zie figuur 4).
1
In de Plantoelichting Voorontwerp - Technisch Ontwerp N223 V5 is een maatvoering van 3.05m vastgesteld (maatvoering Handboek PZH: 4.05m). Zie Plantoelichting voor onderbouwing.
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
10/55
Figuur 3: Profiel bestaande situatie tussen ’t Woudt en de Koelaan
Figuur 4: Profiel toekomstige situatie tussen ’t Woudt en de Koelaan
De weg en de berm zijn te smal, de herkenbaarheid is onvoldoende, er zijn conflictpunten tussen verschillende soorten verkeersdeelnemers (vrachtverkeer, landbouwverkeer, autoverkeer, fiets- en voetverkeer) en de verkeersintensiteit op de N223 is de laatste jaren toegenomen, De combinatie van deze factoren zorgt er voor dat de N223 aan een reconstructie toe is. Op het relatief korte tracé N223 Fase 3 zijn drie aansluitingen aan de noordzijde (de Molenlaan, ’t Woudt en de Koelaan). Aan de zuidzijde bevinden zich een tweetal clusters van uitritten (Woudseweg 25 t/m 29 en 21(a) en 23) en diverse perceelontsluitingen. Dit conflicteert met de filosofie van Duurzaam Veilig, zoals gehanteerd binnen de provincie Zuid-Holland, om zoveel mogelijk aan de landelijke richtlijnen van de CROW te voldoen. De op- en afrijbaarheid van de weg voor weggebruikers is, vooral in de spitsmomenten, slecht. Door de grote drukte op de N223 wordt het steeds moeilijker om op een veilige manier de N223 op te rijden. Er zijn regelmatig onveilige situaties en er heerst een groot gevoel van onveiligheid onder de bewoners en gebruikers. Dit wordt gestaafd door cijfers met betrekking tot de ongevallenfrequentie. 2.3
Gebiedsbeschrijving
Figuur 5: Uitzicht op de Klaas Engelbrechtspolder vanaf burg over de Monsterwatering
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
11/55
De N223 Fase 3 doorkruist het meest noordelijk gelegen open gebied binnen Midden-Delfland en vormt de grens tussen twee polders, de Woudse Polder en de Klaas Engelbrechtspolder, met ieder zijn eigen verkavelingspatroon en richting. In deze openheid tussen het glastuinbouwgebied in het Westland en het stedelijk gebied van Den Hoorn/Delft, dient het aan de N223 gelegen ’t Woudt als baken. Het is een zeer populair gebied onder recreatieve wandelaars en fietsers, met bijvoorbeeld de Zoefroute (fiets) tussen de Lier en Delft en het Voddijkpad aan de zuidzijde (een historische wandelroute). Daarnaast kenmerkt het gebied zich door de vele (biologische) melkveehouderijen en loonbedrijven en de aanwezigheid van weidevogels. De begeleidende beplanting langs de N223 (Woudseweg) belemmert voor een deel het doorzicht in de open polder en dat betreft met name de bomen en rietoevers langs de Woudseweg aan de noordzijde tussen ’t Woudt en de woningen 174-176. Tevens is er een vrij zware beplanting in de vorm van bomen en struiken langs de weg aanwezig, welke de bocht in de weg begeleidt vanaf de Monsterwatering tot aan de aansluiting met de Molenlaan. Deze begeleidende wegbeplanting neemt deels het zicht weg op ’t Woudt en het open landschap. Aan de hand van drie locaties (A t/m C, te zien op figuur 2) wordt ingezoomd op het tracé van de N223 fase 3:
Figuur 6: Locatie A, Rotonde Noord-Lierweg (impressie toekomstige, realisatie eind 2017)
In de huidige situatie bevindt zich hier een voorrangskruispunt van de N223 met de Noord-Lierweg en de Oostbuurtseweg. Voor eind 2017 zal hier een meerstrooksrotonde gerealiseerd zijn, zoals hierboven gevisualiseerd in de werkelijke omgeving. In het ontwerp van de N223 Fase 3 wordt dan ook aangesloten op deze rotonde (de werkgrens ligt tussen rotonde en de brug over de Monsterwatering).
Ontwerpnotitie VO N223 DVF 3
12/55
Figuur 7: Locatie B, luchtfoto t.h.v. Woudhoeve in westelijke richting
Vanuit locatie B is de aansluiting van ’t Woudt te zien met op de achtergrond ①’t Woudt en langs de weg naar ’t Woudt de melkveehouderij van de familie van Woerden. Op de voorgrond zijn een loonbedrijf en boerderij (② Woudseweg 27 en ③ 29) te zien. De boerderij (Woudseweg 27) heeft een monumentale status. De monumentale boerderij wordt aan de voorzijde ondersteund door een aantal waardevolle monumentale bomen, waarmee zij samen een bijzonder ensemble vormen. Linksboven liggen ④ de brug over de Monsterwatering en de aansluiting met de Molenlaan verscholen tussen de bomen. De aanwezige glastuinbouw aan de ⑤ Molenlaan is nog wel goed te zien.