05 B Begroting 2026-2029 (23-9-2025) Definitief
Tekst van het document
Wat gaan we daarvoor doen? Economisch beleid: Om voor Midden-Delfland te bepalen welk economisch profiel wij voorstaan en welk profiel toekomstbestendig is binnen de regionale context is het wenselijk om een economisch beleid op te stellen. Op basis van dit beleid kan vervolgens een strategie uitgevoerd worden die op een duurzame wijze bijdraagt aan de beleidsdoelstellingen van Midden-Delfland.
59
Begroting 2026-2029 Gebiedsmarketing: De naamsbekendheid van Midden-Delfland is een belangrijke pijler onder het bestaansrecht van het groenblauwe landschap en versterkt het landschap met natuur, landbouw en recreatie. In 2024 is de evaluatie over de uitvoering van gebiedsmarketing in Midden-Delfland afgerond. 2025 vormde een tussenjaar om zaken op orde te brengen. De stichting PUUUR Midden-Delfland heeft in deze tijd vormgegeven aan een Meerjaren ambitie en -strategie voor de uitvoering van gebiedsmarketing vanaf 2026. Door de vaststelling van het beleidskader gebiedsmarketing MiddenDelfland 2026-2030 geeft de gemeente sturing en stelt kaders. Het streven is de effectiviteit van gebiedsmarketing meetbaar te maken aan de hand van prestatieafspraken. Glastuinbouw: Verkennen toekomstvastheid en opstellen ontwikkelperspectief glastuinbouwclusters. Harnaschpolder: We overleggen met gemeente Den Haag en Bedrijvenschap HarnaschPolder over het beëindigen van de Gemeenschappelijke regeling HarnaschPolder, die op basis van de huidige inzichten eind 2025 geformaliseerd zal worden. De financiële gevolgen hiervan zijn nog onbekend, maar de voorziening voor een bijdrage aan het negatieve exploitatietekort zal geactiveerd worden bij de liquidatie.
De liquidatie kan ook leiden tot kosten en opbrengsten bij de overname en afronding van resterende werkzaamheden, zoals eigendommen, civieltechnische werkzaamheden, administratieve werkzaamheden en juridische procedures.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Zie voor nadere toelichting paragraaf # Verbonden partijen
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U
Werkelijk 2024 € 877.296
Economie I Economie Totaal
€ 877.296 - € 506.345 - € 506.345 € 370.951
2025
2026
2027
2028
2029
€ 1.300.649 € 1.300.649 - € 459.729 - € 459.729 € 840.920
€ 770.290
€ 779.715
€ 788.526
€ 798.526
€ 770.290 - € 499.040 - € 499.040 € 271.250
€ 779.715 - € 638.540 - € 638.540 € 141.175
€ 788.526 - € 645.740 - € 645.740 € 142.786
€ 798.526 - € 653.040 - € 653.040 € 145.486
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Economie (€ -530.359) De afname heeft meerdere redenen. Enerzijds vanwege in 2025 opgenomen incidenteel budget voor Economisch beleid (€ -30.000) en dorpsvisies (€ -19.000). Anderzijds de gedeeltelijke financiële
60
Begroting 2026-2029 uitwerking voor het gebruik van de voorziening vastgoed; het restant uit de reserve planmatig onderhoud (€ -367.468). Het restant zit in een verschuiving van werkgeverslasten (€ -139.097).
Beleidsveld participatiewet en minimabeleid Beleidsdoel Iedereen doet mee in Midden-Delfland. De inwoner die in staat is om betaalde arbeid te verrichten, stimuleren en ondersteunen wij zo snel mogelijk richting de reguliere arbeidsmarkt. De inwoner die (nog) niet in staat is om te werken, participeert naar vermogen in de samenleving. Wij ondersteunen de inwoner die tijdelijk niet in staat is om zelfstandig in het inkomen te voorzien, en voorkomen en/of bestrijden armoede en schulden onder onze inwoners. Belangrijke ambitie is het aantal mensen dat afhankelijk is van een gemeentelijke uitkering terug te dringen. Hiertoe voeren wij een actief en effectief re-integratiebeleid in combinatie met het handhaven van de wet- en regelgeving. Binnen de gemeente Midden-Delfland heten wij inburgeraars welkom. Wij streven ernaar dat inburgeraars zich thuis voelen in onze gemeente, de weg leren kennen en de taal leren spreken. Met als doel dat de inwoner gaat participeren binnen onze maatschappij, met als uitgangspunt betaalde arbeid.
Wat willen we bereiken? • • • • • •
Iedereen in Midden-Delfland werkt, werkt aan of werkt mee! Zoveel mogelijk inwoners van Midden-Delfland werken om te voorzien in hun eigen onderhoud. De inwoner die (nog) niet in staat is om te werken, werkt aan het vergroten van zijn/haar mogelijkheden en participeert naar vermogen in de maatschappij. Zo min mogelijk inwoners van Midden-Delfland leven in armoede. We werken eraan het bereik van onze minimaregelingen te verhogen onder de doelgroep. Door vroegsignalering van schulden voorkomen dat deze oplopen tot problematische schulden. De stijgende lijn van het uitkeringenbestand willen we doorbreken. Zoveel mogelijk van onze statushouders ronden het inburgeringstraject af binnen de daarvoor gestelde termijn van drie jaren.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Bestrijding van de sociale armoede is een belangrijk uitgangspunt van de filosofie van Cittaslow. Een eigen inkomen en maatschappelijke participatie dragen bij aan het vergroten van de kwaliteit van leven en de sociale cohesie. Het percentage uitkeringen en kinderen die leven in een ‘uitkeringsgezin’ is in Midden-Delfland lager dan het landelijke en regionaal gemiddelde. Tegelijkertijd is sprake van een hoger besteedbaar inkomen.
Wat gaan we daarvoor doen? Operationeel doel om het beoogde maatschappelijk effect te bereiken Ons motto is: Iedereen in Midden-Delfland werkt, werkt aan of werkt mee! Door extra inzet op bemiddeling naar werk, het ondersteunen bij re-integratie en het handhaven van wet- en regelgeving streven we naar daling van het bijstandsbestand. We zetten door het uitvoeren van het in 2024 vastgestelde participatie en re-integratieplan, extra in op het vergroten van de uitstroom naar (vervangend) werk en het vergroten van de participatie van inwoners met een grote afstand tot
61
Begroting 2026-2029 de arbeidsmarkt. Meer mensen aan het werk, minder in de uitkering en het voorkomen van armoede en schulden. Concrete doelen/acties voor 2026 •
We geven verder uitvoering aan het in 2024 vastgestelde participatie en re-integratiebeleid, door het versterken van de regie van klantmanagers, het samenwerken met meerdere aanbieders, het inzetten van de mee-doen coach en de werkgeversconsulent. • We geven verder uitvoering aan het in 2024 vastgestelde programma armoede en schulden, waaronder de doorontwikkeling van de ontwikkelpleinen. • Wij geven invulling aan onze wettelijke taken op het gebied van re-integratie. Hiermee leiden we inwoners met een uitkering toe naar werk, parttime werk of participatie. • Wij werken samen binnen de arbeidsmarktregio aan het verkleinen van de afstand tot de arbeidsmarkt voor inwoners van de arbeidsmarktregio. Dit doen we onder andere door inzet binnen het regionale werkcentrum. • Wij bieden de wettelijke dienstverlening aan zelfstandigen via inzet van het expertise centrum Regionaal Bureau Zelfstandigen van gemeente Rotterdam. • Voor de doelgroep jongeren zetten wij onze aanpak voort met de inzet van onze klantmanager Jongeren. • Dienstverlening voor onze inburgeraars voeren wij uit conform het vastgestelde uitvoeringsplan inburgering. Alle statushouders die zich huisvesten in onze gemeente, worden in begeleiding genomen door de klantmanager. • We zetten het kwaliteitsbeleid voort, gericht op het in stand houden en verhogen van de kwaliteit van de uitvoer van onze publieke taak.
• Het stapsgewijs implementeren van de maatregelen uit het wetsvoorstel Participatiewet in Balans. • Evaluatie pilot meedoencoach. Instrumenten • • • • • • • • • • • • • • • • • • • • •
62
Beleidskader participatie en re-integratie Midden-Delfland Beleidsplan geldzorgen, armoede en schulden Handhavingsplan Sociale Zaken Re-integratieverordening en beleidsregels re-integratie Verordening tegenprestatie Handhavingsverordening Verordening cliëntenparticipatie Verordening individuele inkomenstoeslag Maatregelverordening Beleidsregels beschut werk Beleidsregels bestuurlijke boete Beleidsregels terugvordering en verhaal Beleidsregels vrijlating inkomsten en giften Beleidsregels bijzondere bijstand Beleidsregels Collectieve Aanvullende Verzekering Beleidsregels krediethypotheek en -pand Beleidsregels schuldhulpverlening Beleidsregels bijstandsverlening zelfstandigen Beleidsregels tegemoetkoming kosten kinderopvang SMI Beleidsregels woonsituatie en commerciële verhuur Beleidsregels Alleenverdienersproblematiek 2025-2027
Begroting 2026-2029 • • • •
Jeugdsportfonds/ Jeugdcultuurfonds Stichting leergeld Beleidsregels Tozo terug- en invordering gemeente Midden-Delfland 2022 Instrumentenbox DENNIS en EVA
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U Bijstand Minimabele id Participatie fonds Sociale werkvoorzi ening Vreemdelin gen I Bijstand Minimabele id Participatie fonds Sociale werkvoorzi ening Vreemdelin gen Totaal
Werkelijk 2024 € 6.793.464 € 3.847.266 € 1.067.216
2025
2026
2027
2028
2029
€ 7.111.001 € 3.572.025 € 943.726
€ 7.001.439 € 3.679.987 € 844.172
€ 7.011.199 € 3.688.359 € 843.629
€ 6.991.050 € 3.696.556 € 850.829
€ 6.788.423 € 3.704.329 € 709.329
€ 164.777
€ 451.242
€ 396.233
€ 397.264
€ 398.264
€ 399.264
€ 118.227
€ 285.625
€ 220.825
€ 221.025
€ 221.225
€ 221.425
€ 1.595.978
€ 1.858.383
€ 1.860.222
€ 1.860.922
€ 1.824.176
€ 1.754.076
-€ 5.040.806 -€ 3.261.354 - € 95.382
-€ 4.339.238 -€ 2.480.125 - € 78.232
-€ 4.618.846 -€ 2.584.325 - € 78.300
-€ 4.625.973 -€ 2.586.925 - € 78.400
-€ 4.633.188 -€ 2.589.525 - € 78.500
-€ 4.556.888 -€ 2.592.125 - € 78.600
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€0
-€ 1.684.070 € 1.752.658
-€ 1.780.881 € 2.771.763
-€ 1.956.221 € 2.382.593
-€ 1.960.648 € 2.385.226
-€ 1.965.163 € 2.357.862
-€ 1.886.163 € 2.231.535
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Bijstand (€ 107.962) Deze bijraming heeft verschillende oorzaken. Als eerste de incidentele wijziging van het budget participatiewetuitkeringen en loonkostensubsidie (€-36.200). Het restant betreft een verschuiving aan werkgeverslasten (€ 142.187) Minimabeleid (€ -99.554) Deze aframing betreft in 2025 incidenteel geraamde budget beleidscapaciteit geldzorgen armoede en schulden (€ -41.840) en een verschuiving aan werkgeverslasten (€ -75.818)
63
Begroting 2026-2029 Participatiefonds (€ 55.009) Deze aframing ontstaat na het uit 2024 naar 2025 doorgeschoven restantbudget voor het participatiefonds/werkgeversdienstverlening H5 (€ -100.000) en een verschuiving aan werkgeverslasten (€44.491) Sociale Werkvoorziening (€-64.800) De aframing is het gevolg uitstroom (€-64.800) Baten Bijstand (€ 104.200) De rijksbijdrage BUIG stijgt naar verwachting (€ 104.200) Vreemdelingen (€175.340) Betreft volledig de geraamde inkomst 2026 vanuit de Rijksbijdrage voor realisatie AZC.
Mutaties reserve
Mutaties reserves U I Totaal
Werkelijk 2024 € 590.938 - € 617.256 - € 26.318
2025
2026
2027
2028
2029
€ 120.000 - € 625.597 - € 505.597
€ 140.000 - € 256.000 - € 116.000
€ 140.000 - € 248.500 - € 108.500
€ 140.000 - € 248.500 - € 108.500
€ 140.000 - € 100.000 € 40.000
Wijzigingen reserves 2026 ten opzichte van 2025 Baten € -369.597 Uit de algemene reserve werden in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schuld € 163.500 - Doorschuiven economisch beleid € 30.000 - Doorschuiven Mee-doen coach € 100.000 - Beleidskader participatie en re-integratie budget WSW € 65.000 - Doorschuiven formulierendienst € 20.000 - Doorschuiven van alleenverdienersproblematiek € 12.280 - Doorschuiven economische ontwikkeling dorpvisies € 19.000 Uit de algemene reserve werd in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Uitvoeringsplan geldzorgen, armoede en schuld € 156.000 Uit de reserve BUIG werd in 2025 de volgende incidentele onttrekking gedaan: - Onttrekking aan de reserve ter opvang van fluctuaties € 115.817
64
Begroting 2026-2029
Programma 7 Beleidsveld ruimtelijke ordening Beleidsdoel In de ruimtelijke ordening hebben diverse belangen en ontwikkelingen invloed op de bestaande en toekomstige leefomgeving van inwoners van onze gemeente. Wij willen mede door participatie van onze inwoners, ondernemers en maatschappelijke organisaties ruimtelijke projecten tot ontwikkeling brengen. Op deze manier werken wij aan een groter maatschappelijk draagvlak voor ontwikkelingen van bijvoorbeeld woningbouwlocaties en bedrijfsterreinen. Daarnaast biedt het ruimtelijk beleid, dat met name is vastgelegd in de Omgevingsvisie 1.0, handvatten om tot goede belangenafweging te komen. Hierbij gaat het enerzijds om het bereiken en behouden van een veilige, gezonde en duurzame fysieke leefomgeving met omgevingskwaliteit, en anderzijds om het doelmatig beheren, gebruiken en ontwikkelen van de fysieke leefomgeving ter vervulling van maatschappelijke behoeften.
Wat willen we bereiken? Per 1 januari 2024 is de Omgevingswet van kracht geworden, en eveneens de Wet kwaliteitsborging. Het doel van de Omgevingswet is om een goede balans te vinden tussen een veilige en gezonde leefomgeving en een goede kwaliteit van de omgeving. Dit wordt gedaan door de fysieke leefomgeving goed te beheren, te gebruiken en te ontwikkelen om aan maatschappelijke behoeften te voldoen. De huidige Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet. Belangrijk doel ervan is bescherming en versterken van de soortenrijkdom van planten en dieren, maar ook behoud en beheer van waardevolle landschappen en gebieden. Het instrument Soortenmanagementplan (SMP) is een instrument dat dient als ecologische onderbouwing bij verlenen van een gebiedsgerichte/generieke ontheffing door de provincie. In het SMP worden voorwaarden en maatregelen opgenomen waarmee de staat van instandhouding van (beschermde) soorten wordt geborgd tijdens de uitvoering van eventuele activiteiten gedurende een langere periode, en hoe met de aanwezige (beschermde) soorten en hun leefgebied wordt omgegaan. Een generieke of gebiedsontheffing bespaart op den duur tijd en geld bij eventuele ontwikkelingen, zoals bij verduurzaming van gebouwen. Het SMP ondersteunt en versnelt onder andere het realiseren van de doelstellingen uit het vastgestelde uitvoeringsprogramma Energietransitie.
Water en bodem zijn de komende jaren een belangrijk thema. 'Water en Bodem Sturend’ is door het Rijk en de provincie omarmd als ordeningsprincipe in de ruimtelijke ordening. Aspecten die aandacht zullen moeten krijgen in onze Omgevingsvisie 2.0 zijn onder meer: tegengaan wateroverlast (inclusief waterberging), verhogen grondwaterpeil in veenweidegebieden en tegengaan oxidatie van veen door het scheuren van grasland, mogelijke bescherming nieuwe drinkwaterbronnen, en klimaatbestendigheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Het landschap van Midden-Delfland levert een waardevolle bijdrage voor onze gemeente en de regio aan het vasthouden van water in relatie tot bodemdaling, en het voorkomen van wateroverlast in bebouwd gebied. De gemeente Midden-Delfland heeft een belangrijke rol om dit thema samen met regionale partners gestalte te geven in het zogenaamde Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad binnen het nationale omgevingsbeleid, en de aanstaande Omgevingsvisie van de provincie.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld?
65
Begroting 2026-2029 Cittaslow richt zich op behoud en versterking van de ruimtelijke kwaliteit van de (fysieke) leefomgeving. De Omgevingsvisie 1.0 is hierbij een belangrijk instrument. De visies MiddenDelfland®2025 en Behoud door ontwikkeling kennen eveneens een belangrijke ruimtelijke component. Deze bestaat uit bescherming via het bestemmingsplan, herontwikkeling via een grondexploitatie en aanpak van vervallen of leegstaande locaties.
Wat gaan we daarvoor doen? Concrete acties voor 2026 Kostendekkendheid leges: Binnen de VNG blijft kostendekkendheid van VTH-taken onderwerp van gesprek, dat samen met diverse belangenpartijen en op interbestuurlijk niveau gevoerd wordt onder meer ten aanzien van mogelijke compensatie vanuit het Rijk voor de nadelige effecten van de Omgevingswet en de Wet kwaliteitsborging voor gemeenten. Monitoring blijft belangrijk voor eventuele verdere compensatie. Daarom heeft de VNG alle gemeenten opgeroepen om deel te nemen aan de Financiële Monitor Omgevingswet. Midden-Delfland heeft zich aangemeld. Omgevingsvisie 2.0: Gemeenten zijn verplicht om onder de Omgevingswet een Omgevingsvisie en een Omgevingsplan op te stellen. De Omgevingsvisie 2.0 bouwt voort op de huidige Omgevingsvisie 1.0, waartoe met de raad het participatietraject wordt bepaald. De Toekomstvisie 2050 is een basis voor de Omgevingsvisie 2.0, met een integrale verbreding op alle maatschappelijke opgaven. In 2025 wordt gestart met de Dorpenvisie. Dit is een bouwsteen voor de nieuwe Omgevingsvisie. De Omgevingsvisie dient volgens de invoeringswet uiterlijk 1 januari 2027 vastgesteld te zijn. Omgevingsplan: Het Omgevingsplan dient uiterlijk 1 januari 2032 vastgesteld te zijn. Opstelling ervan start na vaststelling van de Omgevingsvisie 2.0.
Al eerder zal de raad een besluit nemen over de beslisruimte die zij aan zich wil houden of juist wil vrijgeven aan de inwoners en ondernemers. Erfgoedbeleid: In het kader van het Interbestuurlijke Toezicht (IBT) is de provincie gestart met een nieuwe wijze van toezicht voor het toezichtgebied Monumenten en Archeologie, zoals beschreven in haar Uitvoeringsprogramma IBT. Het toezicht wordt één keer per jaar uitgevoerd aan de hand van 4 indicatoren, die mede een beeld moeten geven van de mate waarin de gemeente is toegerust op de uitvoering van het taakveld Monumenten en Archeologie binnen de context van de Omgevingswet. Op dit moment is nog niet aan te geven of dit structureel financiële consequenties heeft voor de gemeente. Recreatie en toerisme: Het Bijzonder Provinciaal Landschap van Midden-Delfland heeft een belangrijke waarde voor de eigen inwoners maar juist ook voor de inwoners van de omliggende steden. De waarde voor recreatie en toerisme gaat hand in hand met het belang van het beschermen en onderhouden van het landschap. Om de recreatieve functie te versterken dienen de bekendheid, toegankelijkheid en beleefbaarheid van het gebied vergroot te worden. Het gebied kan aantrekkelijker gemaakt worden door toevoeging van onder meer wandel- en fietspaden, en activiteiten of functies die gericht zijn op natuurbeleving, lokale voedselproductie of educatie.
Om keuzes te kunnen maken in de balans tussen behoud van de kwaliteiten van het landschap en bevordering van recreatief medegebruik zal beleid voor recreatie en toerisme opgesteld worden. Dit kan ten laste van de resterende inkomsten van toeristenbelasting. De inkomsten van toeristenbelasting zal inclusief jaarlijkse indexering een redelijk stabiele inkomstenbron zijn. Door de
66
Begroting 2026-2029 raad is eerder bepaald dat niet bestede inkomsten uit toeristenbelasting beschikbaar blijven voor toerisme en recreatie. Het opvolgende uitvoeringsprogramma toerisme en recreatie zal gepaard gaan met een financiële raming die voorgelegd zal worden aan de raad. Dan wordt bezien of het voeden van het uitvoeringsprogramma uit inkomsten van toeristenbelasting kan komen. Ecologie en biodiversiteit: De Wet natuurbescherming (Wnb) is opgegaan in de Omgevingswet. Om te voldoen aan de wet en ervoor te zorgen dat ontwikkelingen en initiatieven voortvarend en met de juiste maatregelen ter hand genomen kunnen worden, wordt fasegewijs ecologisch beleid voor Midden-Delfland vormgegeven. Een generieke of gebiedsontheffing bespaart op den duur tijd en geld bij eventuele ontwikkelingen, bijvoorbeeld verduurzaming van gebouwen. Wij stimuleren verduurzaming en willen tegelijkertijd rekening houden met beschermde diersoorten die in deze gebouwen leven. Een soortenmanagementplan kan voorkomen dat per pand een ontheffing of vrijstelling aangevraagd dient te worden. Water en bodem: Water en bodem zijn de komende jaren een belangrijk thema. Het landschap van Midden-Delfland levert een waardevolle bijdrage voor onze gemeente en de regio aan het vasthouden van water in relatie tot bodemdaling, en het voorkomen van wateroverlast in bebouwd gebied.
De gemeente Midden-Delfland heeft een belangrijke rol om dit thema samen met regionale partners gestalte te geven in het zogenaamde Verstedelijkingsgebied Zuidelijke Randstad binnen het nationale omgevingsbeleid, en de Omgevingsvisie van de provincie. ‘Water en Bodem Sturend’ is door het Rijk en de provincie omarmd als ordeningsprincipe in de ruimtelijke ordening. De kwaliteiten van bodem en ondergrond worden nog onvoldoende meegenomen bij het oplossen van maatschappelijk opgaven. Aspecten die aandacht zullen moeten krijgen in onze Omgevingsvisie 2.0 zijn onder meer: tegengaan wateroverlast (inclusief waterberging), verhogen grondwaterpeil in veenweidegebieden en tegengaan oxidatie van veen door het scheuren van grasland, mogelijke bescherming nieuwe drinkwaterbronnen, en klimaatbestendigheid van nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen. Door de stijging van de zeewaterspiegel verschuift ook de verziltingsgrens landinwaarts, met consequenties voor MiddenDelfland. De opgaven met betrekking tot water en bodem vragen samenwerking met alle gebiedspartijen, met name het Hoogheemraadschap. Binnen de regionale uitwerking voor de provincie Zuid-Holland (ZH-PLG) worden de belangen van natuur, water, stikstof en klimaat als randvoorwaarde voor een vitaal platteland samengebracht. Onder andere (grond)water is een belangrijk thema, ook voor Midden-Delfland.
Zo wordt op basis van de Kader Richtlijn Water (KRW, 2027) de aanpak voor waterkwaliteit geïntensiveerd. De doelen van de KRW liggen momenteel buiten bereik, terwijl een goede waterkwaliteit van belang is voor de biodiversiteit, volksgezondheid en de kringlooplandbouw. Er wordt ook in beeld gebracht wat de impact is van de grondwaterstand in de veenweiden op een aantal factoren. De provincie is hiertoe een belangrijke partner. Spoorverdubbeling: Tussen Delft en Schiedam is een spoorverdubbeling gepland van het tracé dat het landschap van Midden-Delfland doorsnijdt (De Oude Lijn). ProRail heeft de projectleiding. Onze samenwerking met ProRail is gericht op een zorgvuldige ruimtelijke inpassing en een kwalitatief verantwoorde uitvoering, zodat de spoorverdubbeling gepaard gaat met compensatie voor eventueel aangetaste waarden en tevens een plus oplevert voor de belevings-, gebruiks-, en toekomstwaarde het landschap. Eind 2023 is een propositie opgesteld (met financiering door de aangesloten partijen), waarvan de uitwerking op dit moment gaande is. De Landschapstafel heeft een
67
Begroting 2026-2029 procesbegeleider/programmamanager aangesteld, om binnen het speelveld van uiteenlopende belangen ervoor te zorgen dat de propositie op een constructieve wijze doorwerkt in de verdere uitwerking van de spoorverdubbeling. Doel is een integrale aanpak voor de bereikbaarheid, de verstedelijkingsopgave en behoud of versterking van het Bijzonder Provinciaal Landschap, waar alle partners van de Landschapstafel achter staan. Dit heeft geleid tot een samenwerking met betrokken partijen, waaronder ProRail, om uiteindelijk voldoende financiële dragers vanuit het Rijk, provincie of regio te genereren om de kwaliteiten van het Bijzonder Provinciaal Landschap te behouden of te versterken. Onze gemeentelijke bijdrage gaat vooralsnog via de Landschapstafel. Indien aanvullende middelen nodig zijn om ons doel te bereiken zal dat separaat of via de P&C-cyclus aan de orde gesteld worden. Medio 2025 is de Notitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) door het ministerie gepubliceerd met daarin opgenomen zeven te onderzoeken varianten voor de viersporigheid tussen Delft en Schiedam. Onder de varianten ook de oplossingen die door de Landschapstafel zijn aangereikt. Instrumenten • • • • • • • • • • • • • • •
Omgevingsvisie 1.0 Toekomstvisie 2050 Midden-Delfland®2025 Landschapsontwikkelingsperspectief Structuurvisie Midden-Delfland 2025 (5 juli 2011) Omgevingsbeleidsplan Midden-Delfland (2017) Bouwverordening Midden-Delfland 2007 Welstandsnota Midden-Delfland 2018 Erfgoedverordening Midden-Delfland 2024 Handleiding Beeldkwaliteit Buitengebied 2016/Beeldkwaliteitsplannen Handboek Erfgoed Midden-Delfland Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Midden-Delfland Grondbeleid inclusief grondexploitaties Aanwijzing Bijzonder Provinciaal Landschap (inclusief visie en uitvoeringsprogramma Gebiedstafel BPL) Grondinstrument (onderdeel Duurzaam Boer Blijven)
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Het doel van de Omgevingsdienst Haaglanden (ODH) is het uitvoeren van de wettelijke milieutaken. Hierbij wordt voldaan aan landelijke kwaliteitscriteria, wordt gezorgd voor specialismevorming op inhoud en wordt een bijdrage geleverd aan een constante en eenduidige taakuitvoering in de regio. Deelname aan deze gemeenschappelijke regeling is opgelegd vanuit de Wet milieubeheer. Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling archeologie Midden-Delfland heeft als doel op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke wettelijke verplichtingen op het gebied van archeologisch onderzoek en het scheppen van de mogelijkheid om vondsten uit opgravingen in een eigen depot onder te brengen. Dit is een zogenaamde ‘lichte’ gemeenschappelijke regeling tussen de gemeenten Delft en Midden-Delfland op basis waarvan de stadsarcheoloog Delft tegen vergoeding de wettelijke taken van een archeoloog in Midden-Delfland mag verrichten.
Wat mag het kosten? 68
Begroting 2026-2029
Beschikbar e middelen U Ruimtelijke ordening I Ruimtelijke ordening Totaal
Werkelijk 2024 € 1.549.327 € 1.549.327
2025
2026
2027
2028
2029
€ 1.816.783 € 1.816.783
€ 977.970
€ 988.970
€ 979.970
€ 980.970
€ 977.970
€ 988.970
€ 979.970
€ 980.970
- € 169.790 - € 169.790
- € 417.548 - € 417.548
- € 152.806 - € 152.806
- € 227.245 - € 227.245
- € 219.345 - € 219.345
- € 219.445 - € 219.445
€ 1.379.537
€ 1.399.235
€ 825.164
€ 761.725
€ 760.625
€ 761.525
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Ruimtelijke ordening (€ -838.813) De afname van de lasten op dit taakveld heeft meerdere oorzaken, de voornaamste zijn: Er is een lager budget beschikbaar voor inhuur bouwplannen (€- 459.632) en implementatie Omgevingswet (€ -340.000) dit vanwege doorschuiven restant budget naar 2025 en een naar 2025 doorgeschoven restant budget centrumplan Schipluiden (€ -58.000). Het overige is voornamelijk toe te wijzen aan een verschuiving van werkgeverslasten (€ 100.065). Baten Ruimtelijke ordening (€ -264.742) Wij verhalen kosten in beginsel op de initiatiefnemers. Deze gemeentelijke kosten worden op de balans als vordering geboekt. Het uitgangspunt is dat we 80% van de kosten die we maken terugverdienen door kostenverhaal dat geregeld is via een anterieure overeenkomst (of exploitatieplan). Vanwege een afname van de (inhuur)kosten (zie lasten) nemen ook de inkomsten af.
Beleidsveld volkshuisvesting Beleidsdoel Wij streven naar een evenwichtige woningvoorraad, waarbij het accent per dorp verschilt. Dit beleidsveld heeft een sterke relatie met het sociaal domein (onder andere Wet maatschappelijke ondersteuning, statushouders, voorrangsverklaringen, langer zelfstandig wonen, sociale cohesie en veilige woonomgeving), locatieontwikkeling en ruimtelijke ordening (randvoorwaarden en planning nieuwe woningbouwlocaties).
Wat willen we bereiken? Bij nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen volgen we de uitgangspunten en doelstellingen van de Woonvisie 2024-2030. Hierbij sturen we op de 30/30/40 verdeling; 30% sociale huur, 30% betaalbare koop of middenhuur en 40% overig. We werken ook aan woningen die geschikt zijn voor ouderen en bijpassende voorzieningen, zoals huisartsenzorg. De verwachte toename van het aantal ouderen maakt dit noodzakelijk. Voor het realiseren van deze woningen werken we samen met zorginstellingen en WoonWest. Daarnaast moet er ruimte zijn voor het huisvesten van
69
Begroting 2026-2029 aandachtsgroepen en andere vormen van betaalbaar wonen. We streven ernaar om gemiddeld 5070 woningen per jaar te realiseren. Wij nemen onze verantwoordelijkheid voor de opvang en huisvesting van asielzoekers, statushouders en Oekraïense vluchtelingen. De aantallen worden bepaald op regionaal niveau. Om vitale dorpen te behouden zijn na 2030 nieuwe woningbouwlocaties nodig. Hierbij zal eerst bezien worden of dat in de bestaande kernen kan. Indien dat niet kan zullen andere locaties gezocht moeten worden, echter met behoud van de landschappelijke kwaliteiten die Midden-Delfland voor de regio bijzonder maken. De potentiële locaties zullen met de raad afgestemd worden. Zodoende is er ruimte voor een integrale politiek-bestuurlijke afweging omtrent potentiële woningbouwlocaties voor na 2030. De woningmarkt staat nog steeds onder druk als gevolg van (macro-)economische ontwikkelingen. Het woningtekort, stijgende rente, toenemende bouwkosten en onzekerheid over het beleid van het Rijk spelen hierbij een rol. Deze ontwikkelingen hebben effect op de ruimtelijke ontwikkeling en woningbouwactiviteiten in het bijzonder. Rijk en provincie bieden diverse subsidiemogelijkheden aan voor stimulans van de woningbouwprogrammering. Het gaat om bijdragen die een impuls moeten geven aan het versnellen van woningbouw of oplossen van knelpunten bij de realisering ervan.
Wij zetten ons nog steeds in om deze externe financiering te ontvangen.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Kwaliteit van leven en wonen liggen in elkaars verlengde. Vanuit Cittaslow gaat het bij dit beleidsveld om een kwalitatieve inrichting van de woon- en leefomgeving. Het lokale beleid is gericht op de persoonlijke omstandigheden van inwoners en verschillende doelgroepen in de gemeente. Bij de planvorming voor woningbouw zijn duurzaamheid, veiligheid en de bijdrage aan de vitaliteit van de dorpen belangrijke beleidsonderdelen.
Wat gaan we daarvoor doen? Concrete acties voor 2026 Uitvoering geven aan Woonvisie Wij realiseren gemiddeld 50-70 woningen per jaar en creëren meer betaalbare woningen voor onze huidige én toekomstige dorpsbewoners. Samenwerking met WoonWest Wij blijven intensief samenwerken met de woningcorporatie Woonwest. Jaarlijks maken we prestatieafspraken met de corporatie en huurdersverenigingen. Uitvoering Woningbouwprogramma In alle drie de dorpen worden woningen aan de voorraad toegevoegd. Ons woningbouwprogramma is vastgelegd in de Regionale Realisatie Agenda (de Woondeal) en door de Provincie Zuid-Holland vastgesteld. Hierin is de realisatie van 474 woningen tot en met 2030 opgenomen. Voor centrum Den Hoorn, De Kreek fase IV en de Hoornbloem worden de woningbouwplannen voortgezet. In Schipluiden zijn er onder andere plannen in voorbereiding voor het toevoegen van woningen in het centrum, aan de Kasteellaan en de Zuidrand. De bouw van Keenenburg V zal naar verwachting in 2026 starten. In Maasland is er een plan in voorbereiding voor het centrum en worden er woningen opgeleverd in de Maaslandse Zoom. 70
Begroting 2026-2029 Aandacht voor wonen met zorg De verwachte toename van het aantal ouderen en andere aandachtsgroepen maakt het noodzakelijk hier passende woningen voor te ontwikkelen. Voor het realiseren van deze woningen werken we samen met zorginstellingen en woningcorporatie Woonwest. Het in voorbereiding zijnde kader voor wonen en zorg (ook wel Woonzorgvisie) zorgt ervoor dat er een gezamenlijke ambitie ontstaat op de thema's wonen, zorg en welzijn. Regionale samenwerking In de regio Haaglanden maken we afspraken over de huisvesting van urgent woningzoekenden. Door de in concept zijnde landelijke wetgeving (Wet versterking regie volkshuisvesting) zal de voorrang van urgentiecategorieën bij wet worden voorgeschreven. We verwachten een toename van urgent woningzoekenden. Onze bestaande regeling moet worden aangepast, zodat de inwoners van Midden-Delfland die urgent woningzoekend zijn kunnen worden gehuisvest binnen onze gemeente. Maximaal benutten subsidiemogelijkheden voor woningbouw Rijk en provincie bieden subsidiemogelijkheden aan voor stimulans woningbouwprogrammering. Het gaat hier om bijdragen die een impuls moeten geven aan het versnellen van woningbouw of het bijdragen bij een tekort. Het gaat om regelingen zoals de Vliegende Brigade, de Knelpuntenpot Sociale Woningbouw en de Startbouwimpuls.
We bewaken welke projecten hiervoor in aanmerking komen en zorgen voor een tijdige aanvraag. Instrumenten • • • • • • • • • • •
Woonvisie 2024-2030 Toekomstvisie 2050 Omgevingsvisie 1.0 Visie Behoud door ontwikkeling (Vitale Dorpen 2025) Huisvestingsverordening Midden-Delfland 2023 Regionale Realisatie Agenda: gemeentelijk aandeel in regionale nieuwe woningmarktafspraken Prestatieafspraken met WoonWest Wet maatschappelijke ondersteuning en de voorzieningen die daarop gebaseerd zijn (wonen, zorg en welzijn) Bestuurlijke Tafel Wonen (de ambtelijke en bestuurlijke samenwerking in de woningmarktregio Haaglanden) Anti-speculatiebeleid 2017 Beleidsnotitie Afkoop Sociale Woningbouw (gekoppeld aan Omgevingsvisie)
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U Bouw- en woningtoez icht
Werkelijk 2024 € 2.261.667 € 2.261.667
2025
2026
2027
2028
2029
€ 1.851.319 € 1.851.319
€ 1.824.680 € 1.824.680
€ 1.810.801 € 1.810.801
€ 1.416.789 € 1.416.789
€ 1.422.682 € 1.422.682
71
Begroting 2026-2029 Beschikbar e middelen I Bouw- en woningtoez icht Totaal
Werkelijk 2024 -€ 2.251.219 -€ 2.251.219
2025
2026
2027
2028
2029
-€ 1.283.779 -€ 1.283.779
-€ 1.137.839 -€ 1.137.839
- € 922.621
- € 603.366
- € 543.653
- € 922.621
- € 603.366
- € 543.653
€ 10.448
€ 567.540
€ 686.841
€ 888.180
€ 813.423
€ 879.029
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Bouw- en woningtoezicht (€ -26.639) In 2025 is er incidenteel budget voor de wet betaalbare huur en goed verhuurderschap geraamd (€ 21.965) en woonzorgvisie (€ -41.000). Het restant zit in een verschuiving van werkgeverslasten. Baten Bouw- en woningtoezicht (€ -145.940) De afname ontstaat enerzijds vanwege de afname op inkomsten uit leges bouwvergunningen (€ 84.388) en de verschuiving van algemene leges naar bouw- en woningtoezicht in 2025 (€ -16.100). Anderzijds zijn er in 2025 inkomsten opgenomen uit overige gronden AZC (€ -46.254).
Beleidsveld grondzaken Beleidsdoel De gemeente wil zo veel mogelijk een regierol vervullen bij ruimtelijke ontwikkelingen en het open houden van het Midden-Delflandgebied. Het grondbeleid kan daarbij ondersteunend zijn en in het verlengde hiervan aan de beleidsvelden Midden-Delfland® 2025 en Vitale Dorpen in 2025.
Wat willen we bereiken? Het beschikbaar hebben van gronden, tegen (maatschappelijk) acceptabele kosten, ten dienste van de in het beleidsdoel geformuleerde uitgangspunten.
Wat is de relatie tussen Cittaslow en dit beleidsveld? Het beleidsveld grondzaken heeft een indirecte relatie met Cittaslow. Het gemeentelijk grondbeleid is ondersteunend aan het realiseren van de in het beleidsdoel genoemde doelstellingen. De waarden van Cittaslow zijn daarbij ook uitgangspunt, zoals het betrekken van inwoners, een hoogwaardige inrichting van de openbare ruimte, het open houden van het Midden-Delflandgebied en duurzaam bouwen.
Wat gaan we daarvoor doen? In 2026 onderzoeken we of het wenselijk is om het huidige grondbeleid aan te passen. De focus ligt daarbij op de mogelijkheid om het beleid uit te breiden met nieuwe thema’s, zoals de voorwaarden voor het verkopen of verhuren van gronden. Dit betreft onder andere gronden bestemd voor woningbouw, bedrijvigheid, agrarisch gebruik en zogenoemd snippergroen — kleine restpercelen groen die vaak aan particuliere kavels grenzen. De Toekomstvisie 2050, de Woonvisie 2024-2030 en de actuele woonagenda zijn Input voor de actualisatie, die tevens wordt afgestemd op de opties van de nieuwe Omgevingswet.
72
Begroting 2026-2029 Instrumenten • •
Nota Grondbeleid; Jaarlijkse herziening grondexploitaties, en bijbehorende risicoanalyse en het meerjarenprogramma grondexploitaties (ontwikkeling reserve grondexploitaties).
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Deelname aan het Bedrijvenschap Harnaschpolder heeft onder meer als doel de werkgelegenheid en de lokale en regionale economie een impuls te geven, een kwalitatieve invulling te geven aan het bedrijventerrein en zorg te dragen voor de beleidsmatige afstemming met de woningbouw in de Harnaschpolder. De ontwikkeling van het bedrijventerrein is bijna ten einde. De liquidatie van de gemeenschappelijke regeling wordt voorbereid. Deze zal in 2026 tot een afronding komen.
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U Grondexplo itaties I Grondexplo itaties Totaal
Werkelijk 2024 € 1.735.326 € 1.735.326
2025
2026
2027
2028
2029
€ 6.517.649 € 6.517.649
€ 2.003.152 € 2.003.152
€ 2.007.392 € 2.007.392
€ 2.011.680 € 2.011.680
€ 2.016.016 € 2.016.016
-€ 4.517.015 -€ 4.517.015 -€ 2.781.689
-€ 7.760.396 -€ 7.760.396 -€ 1.242.747
-€ 3.248.816 -€ 3.248.816 -€ 1.245.664
-€ 3.261.481 -€ 3.261.481 -€ 1.254.089
-€ 3.262.310 -€ 3.262.310 -€ 1.250.630
-€ 3.262.310 -€ 3.262.310 -€ 1.246.294
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 De lasten binnen het taakveld grondexploitaties zijn gebaseerd op prognose van werkzaamheden (in-en extern) ten aanzien van de grondexploitaties voor de komende jaren. Deze lasten worden budgettair neutraal verwerkt in de begroting. Het saldo tussen de lasten en baten (€ 1.245.664) betreft de (netto) opbrengst uit erfpacht.
Mutaties reserve
Mutaties reserves U I Totaal
Werkelijk 2024 € 1.442.461 - € 676.438 € 766.023
2025
2026
2027
2028
2029
€ 17.947 - € 831.063 - € 813.116
€ 17.945 €0 € 17.945
€ 18.487 €0 € 18.487
€ 19.631 €0 € 19.631
€ 18.764 €0 € 18.764
73
Begroting 2026-2029 Wijzigingen reserves 2026 ten opzichte van 2025 Baten € - 831.063 Uit de algemene reserve werden in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Doorschuiven budget woonvisie € 41.000 - Doorschuiven budget omgevingswet € 240.000 - Doorschuiven budget advies derden € 25.000 - Doorschuiven budget liquidatie Bedrijvenschap € 25.000 - Doorschuiven budget WKB € 28.000 - Doorschuiven project Centrumplan Schipluiden € 58.000 - Doorschuiven Zuidhoornseweg flexwoningen € 28.500 Uit de reserve opstartkosten begeleiding particuliere bouwinitiatieven werd in 2025 de volgende incidentele onttrekking gedaan: - Vrijval opheffen reserve € 18.095 Uit de reserve onderhoud gemeentelijke gebouwen werd in 2025 de volgende incidentele onttrekking gedaan: - Uitwerking beheerplan gebouwen € 367.468
74
Begroting 2026-2029
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Het overzicht algemene dekkingsmiddelen is geen (beleids)programma en heeft daardoor een aparte plaats. De financiële middelen in al hun verschijningsvormen zijn dienstbaar aan het beleid. Tegelijkertijd zijn de financiële middelen de randvoorwaarden voor het te voeren beleid. Daarbij wordt een evenwicht gezocht tussen ambities en mogelijkheden. In algemene termen kan gesteld worden dat het financiële beleid erop gericht is op korte en lange termijn te voorzien in voldoende financiële middelen om mogelijkheden en ambities met elkaar in evenwicht te houden. Omdat de voorgeschreven meerjarencijfers niet verder gaan dan het begrotingsjaar en de drie daaropvolgende jaren is een financieel perspectief opgesteld voor de langere termijn (zie Financieel meerjarenperspectief). In de volgende tabel wordt een overzicht gegeven van de algemene dekkingsmiddelen. Onder de tabel worden de onderdelen toegelicht.
Tabel Algemene dekkingsmiddelen (in €) OZB Algemene uitkering Dividenden Rente uitzettingen > 1 jaar Opbrengsten grondverkopen Vennootschapsbelasting Onvoorzien Overige eigen middelen Subtotaal Saldo financieringsfunctie Totaal algemene dekkingsmiddelen
2026
2025
6.998.415 31.212.571 1.950.723 742.930 0 0 6.000 0 40.910.639 -1.423.241 39.487.398
6.780.356 30.463.938 1.336.723 735.640 0 0 6.000 0 37.018.087 -1.111.251 35.906.836
De gemeentelijke heffingen, ook wel lokale heffingen genoemd, vormen een belangrijk onderdeel van de inkomsten van de gemeente. De lokale heffing die bij de algemene dekkingsmiddelen hoort, is de OZB. De toeristenbelasting behoort feitelijk ook tot de algemene dekkingsmiddelen, maar met deze belasting wordt beoogd extra inkomsten te generen waarmee onder meer een bijdrage kan worden geleverd aan ‘Midden-Delfland’. De opbrengsten blijven door toevoeging aan de Bestemmingsreserve Midden-Delfland beschikbaar voor dit doel. Daarnaast zijn er nog heffingen die niet tot de algemene dekkingsmiddelen worden gerekend. Deze zijn opgenomen in de paragraaf Lokale heffingen.
Onroerendezaakbelasting Voor het begrotingsjaar 2026 stelt de gemeenteraad opnieuw de tarieven van de OZB vast. Conform het meerjarenbeleid uit de begroting 2021-2024 is het uitgangspunt een jaarlijkse opbrengststijging van 3%. Hiermee wordt ingezet op een stabiele en evenwichtige opbrengstenontwikkeling, in plaats van een directe koppeling aan de marktontwikkeling van onroerend goed, die in recente jaren sterk fluctueerde en daarmee voor ongelijkheid in belastingdruk zou kunnen zorgen.
75
Begroting 2026-2029 De WOZ-waarde blijft gebaseerd op gerealiseerde verkoopcijfers. De waardeontwikkeling wordt gedurende het jaar inzichtelijk op basis van actuele verkoopgegevens. Landelijke gemiddelden worden niet als maatstaf gebruikt, omdat deze onvoldoende representatief zijn voor de lokale situatie in Midden-Delfland. Voor woningen wordt voor 2025 uitgegaan van een verwachte marktwaardeontwikkeling van circa 10%. Deze inschatting is gebaseerd op een kwartaaloverzicht van de gemeentelijke taxateur, waarin de gerealiseerde verkoopprijzen nauwgezet worden bijgehouden. Daarmee is sprake van een stevige stijging, na een periode van stabilisatie in eerdere jaren. De gemeente blijft de ontwikkelingen op de woningmarkt nauwlettend volgen om eventuele toekomstige schommelingen tijdig te signaleren en waar nodig bij te sturen.
In de volgende tabel staan de OZB-tarieven. OZB - tarieven* 2026 2027 2028 2029 Tarief eigenaren 0,1107% 0,1140% 0,1175% 0,1205% woningen Tarief eigenaren 0,2419% 0,2492% 0,2567% 0,2597% niet-woningen Tarief gebruikers 0,1738% 0,1790% 0,1843% 0,1873% niet-woningen * Jaarlijks worden de tarieven vastgesteld, waarbij rekening wordt gehouden met de waardeontwikkeling van het vastgoed en uitgaande van een opbrengststijging van 3% per jaar. De tariefstijging in deze tabel is 3% per jaar (bij een fictieve waardeontwikkeling van 0%). Wanneer de waardeontwikkeling > 0% per jaar is, worden de tarieven naar beneden bijgesteld en vice versa.
Er bestaat een relatie tussen de OZB en de algemene uitkering uit het gemeentefonds. De algemene uitkering wordt over de gemeenten verdeeld met behulp van verdeelmaatstaven die verschillen in kosten weerspiegelen, maar ook verschillen in belastingcapaciteit. De belastingcapaciteit is een afgeleide van de waarde van de onroerende zaken. Gemeenten die binnen de grenzen hooggewaardeerd onroerend goed hebben, ontvangen een lagere algemene uitkering dan soortgelijke gemeenten met minder waardevol onroerend goed. Van de waarde van de woningen wordt 80% meegerekend. Van de waarde van niet-woningen 70%. Op de uitkomsten daarvan wordt het zogenaamde rekentarief toegepast. Dit rekentarief is afgeleid van het landelijke gemiddelde OZB-tarief. Het resulterende bedrag wordt als ‘eigen inkomstenmaatstaf’ afgetrokken van de algemene uitkering van de betreffende gemeente. Een hogere totale WOZ-waarde leidt hiermee dus ook tot een hogere korting op de algemene uitkering. Het OZB-tarief dat de gemeente hanteert, heeft overigens geen effect op deze aftrekpost.
Algemene uitkering De raming van de algemene uitkering is gebaseerd op de meicirculaire 2025. De berekeningen van de algemene uitkering voor de begroting 2026-2029 zijn met behulp van de meicirculaire 2025 gemaakt. In onderstaande tabel ziet u het verschil met de ramingen zoals gemaakt voor de begroting 2025-2028.
76
Begroting 2026-2029 Raming 2026 2027 2028 algemene uitkering Begroting 2026 - 31.212.571 32.439.088 32.838.324 2029 Begroting 2025 - 29.511.207 30.733.052 31.839.842 2028 Verschil 1.701.364 1.706.036 998.482 (*) 2029 was niet begroot. Daar kan geen verschil voor worden berekend.
2029
34.214.392 NVT*
Dividenden De gemeente ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit bij de Bank Nederlandse Gemeenten, Waterbedrijf Evides en Juva. Voor het dividend van Juva wordt uitgegaan van de uitgangspunten in het Strategisch plan 2024-2030, update/evaluatie 2025, van Juva. De dividendraming in dit plan bedraagt € 13 miljoen/ jaar voor de resterende jaren van de planperiode. Het belang van de gemeente bedraagt 13,6%. Echter, Juva stelt in het Strategisch plan dat hun cashflow in 2027 negatief wordt en aandacht vereist. Dit, alsmede de bestaande en nieuwe risico's in hun bedrijfsvoering, maakt dat werkelijke hoogte van de dividenduitkering onzeker blijft.
De gemeente ontvangt jaarlijks dividenduitkeringen uit hoofde van haar aandelenbezit bij de Bank Nederlandse Gemeenten, Waterbedrijf Evides en Westland Infra. 2026 Bank Nederlandse Gemeenten Juva N.V. Waterbedrijf Evides Totaal
104.723 1.768.000 78.000 1.950.723
2025 104.723 1.768.000 78.000 1.950.723
Rente uitzettingen langer dan 1 jaar Het betreft hier de rente die verkregen wordt van het langdurig uitgezette deel van de Nutsreserve (€ 742.930). Daarnaast wordt rendement gemaakt door de uitgifte van grond in erfpacht, welk (deels) wordt gefinancierd uit eigen overtollige financiële middelen.
Saldo financieringsfunctie De gemeente heeft ter financiering van haar activiteiten in totaal € 84.957.554 aan langlopende geldleningen aangetrokken (saldo 1-1-2026). Het saldo van de totale werkelijk betaalde rentelasten is hoger dan het saldo van de verdeelde rentelasten over de boekwaarde van de investeringen op basis van een rente omslagpercentage van 0%. Dit levert een last van € 1.373.861 (werkelijke rente) op in de begroting van 2026. Daar komt een toevoeging van rentes aan de reserves bij van € 49.380. Per saldo komt de financieringsfunctie uit op een nadelig resultaat van € 1.423.241.
Onvoorzien 77
Begroting 2026-2029 Deze post is opgenomen als reservering voor onvoorziene uitgaven die gedurende het begrotingsjaar kunnen optreden. Ondanks zorgvuldige planning en ramingen is het in de praktijk niet altijd mogelijk om alle kostenposten volledig te voorzien. De post 'Onvoorzien' biedt hiermee een beperkte maar noodzakelijke financiële ruimte om onverwachte en urgente uitgaven op te vangen, zonder direct een begrotingswijziging te moeten doorvoeren. Hoewel het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) geen expliciete verplichting kent tot het opnemen van een post 'Onvoorzien', wordt dit vanuit goed financieel beheer en op advies van de commissie BBV wél als een best practice gezien. Het bedrag van €6.000 is vastgesteld op basis van eerdere ervaringen en biedt voldoende flexibiliteit binnen de begrotingsdiscipline. Aanwending van deze post vindt uitsluitend plaats na zorgvuldige afweging, met het oog op een doelmatige en rechtmatige besteding van publieke middelen.
Heffing vennootschapsbelasting Vanaf 1 januari 2016 is de gemeente vennootschapsplichtig. Dit betekent dat voor elke activiteit van de gemeente beoordeeld wordt of er aan de ondernemingscriteria volgens deze wet wordt voldaan. Als dit het geval is, wordt de gemeente per activiteit door de belastingdienst aangeslagen voor 19% tot € 200.000 (25,8% boven € 200.000) van het saldo batig (uitgaven minus inkomsten). Tot nu toe voldoet de gemeente Midden-Delfland niet aan de ondernemerscriteria voor de Vpb-plicht. Er zijn echter nog ontwikkelingen in de regelgeving die een onzekere factor vormen. Mocht de gemeente hierdoor aan de ondernemerscriteria gaan voldoen zal het nadeel gering zijn.
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? De BNG Bank is de bank van en voor overheden en instellingen voor het maatschappelijk belang. Het dienen van het maatschappelijk belang bindt de bank met de gemeente. Daarom houdt de gemeente een beperkt aantal aandelen in de bank. Met de deelname aan Juva N.V. is een ongestoorde levering van gas en elektriciteit aan burgers en bedrijven binnen de gemeente gegarandeerd. Het doel van Evides is het altijd kunnen leveren van schoon en hoogwaardig drinkwater en het continu beschikbaar hebben van industriewater dat aan strenge normen voldoen. Voor de bovenstaande partijen geldt dat er naast het maatschappelijk belang eveneens sprake is van een financieel belang voor de gemeente. De jaarlijkse winstuitkeringen (dividend) vormt een relevante inkomstenpost.
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U
78
Werkelijk 2024 € 1.817.209
2025
2026
2027
2028
2029
€ 1.750.476
€ 2.008.424
€ 2.311.479
€ 2.589.504
€ 2.587.926
Begroting 2026-2029 Beschikbar e middelen Algemene baten en lasten Algemene uitkering OZB niet woning OZB woning Treasury Uitk. Deelfonds sociaal domein I Algemene baten en lasten Algemene uitkering OZB niet woning OZB woning Treasury Uitk. Deelfonds sociaal domein Totaal
Werkelijk 2024 €0
2025
2026
2027
2028
2029
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€ 6.000
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 1.542
€0
€0
€0
€0
€0
€ 529.758
€ 373.773
€ 462.899
€ 469.938
€ 474.885
€ 477.585
€ 1.285.909 €0
€ 1.370.703 €0
€ 1.539.525 €0
€ 1.835.541 €0
€ 2.108.619 €0
€ 2.104.341 €0
-€ 40.365.692 €0
-€ 41.346.280 €0
-€ 42.282.928 €0
-€ 43.715.649 €0
-€ 44.330.120 €0
-€ 45.928.791 €0
-€ 29.985.781 -€ 2.512.100 -€ 4.173.456 -€ 3.694.355 €0
-€ 30.510.268 -€ 2.372.174 -€ 4.408.182 -€ 4.055.656 €0
-€ 31.212.571 -€ 2.547.908 -€ 4.450.507 -€ 4.071.942 €0
-€ 32.439.088 -€ 2.621.345 -€ 4.586.497 -€ 4.068.719 €0
-€ 32.838.324 -€ 2.696.985 -€ 4.726.567 -€ 4.068.244 €0
-€ 34.214.392 -€ 2.774.894 -€ 4.870.839 -€ 4.068.666 €0
-€ 38.548.483
-€ 39.595.804
-€ 40.274.504
-€ 41.404.170
-€ 41.740.616
-€ 43.340.865
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten OZB woning (€ 89.126). Dit betreft voornamelijk een verschuiving van arbeidslasten (€ 30.000) samen met verschuiving van automatiseringslasten (€ 53.000). Treausury (€ 168.822) De rentelasten stijgen. Dit wordt mede veroorzaak doordat de 5-jaars termijn lening o/g afloopt, waar een verpachtingsovereenkomst tegenover staat van 25 jaar. De rente stijgt van -0,2 naar ca 3,5% (€ 100.000). Daarnaast is in de begroting rekening gehouden met de financieringslasten inzake de uitvoering IHP (onderdeel Mariaschool); de geraamde lasten bedragen ca € 78.000. Het overige verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties.
79
Begroting 2026-2029 Baten Algemene uitkering (€ 702.303) De berekeningen van de algemene uitkering voor de begroting 2026-2029 zijn met behulp van de meicirculaire 2025 gemaakt. Hierin is de herverdeling van het gemeentefonds verwerkt en de extra toegezegde Rijksmiddelen voor diverse onderwerpen. Voor onze gemeente pakt dit voordelig uit. OZB-woning (€ 42.235) en OZB niet-woningen (€ 175.734) Uitgangspunt is een verhoging van de OZB-opbrengsten met 3%. Daarnaast wordt de hogere opbrengst veroorzaakt door waardestijging en areaaluitbreiding. Verder is er een (budgetneutrale) correctie doorgevoerd voor de raming van de OZB-woningen (bijstelling naar beneden) en de OZB niet-woningen (bijstelling naar boven) op basis van realisatie in voorgaand(e) jaar (/jaren). Het overige verschil wordt verklaard door diverse kleine mutaties.
Mutatie reserve
Mutaties reserves U I
Werkelijk 2024 € 44.785 - € 429.375
Totaal
- € 384.590
2025
2026
2027
2028
2029
€ 464.972 -€ 2.190.838 -€ 1.725.866
€ 156 - € 377.099
€ 161 - € 373.501
€ 158 - € 327.642
€ 163 - € 327.555
- € 376.943
- € 373.340
- € 327.484
- € 327.392
Wijzigingen reserves 2026 ten opzichte van 2025 Baten € - 1.813.739 Uit de reserve ontwikkeling Harnascholder werd in 2025 de volgende structurele onttrekking gedaan: - Dekking bestuurskosten Harnaschpolder € 21.385 Uit de reserve investeringsprogramma werden in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Centrumplan Den Hoorn € 1.695.987 - Subsidie DIOS € 96.367
80
Begroting 2026-2029
Overzicht overhead In het gewijzigde Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) worden baten en lasten van de overhead niet meer onder de afzonderlijke programma’s geregistreerd, maar centraal onder een afzonderlijk taakveld. Hiermee vervalt de noodzaak van een complexe en veelal ondoorzichtige kostentoerekening aan alle gemeentelijke taken en activiteiten. Hiermee wint de begroting en verantwoording aan transparantie. De gemeenteraad kan beter sturen op de bedrijfsvoering. Bovendien kan door het hanteren van een eenduidige systematiek een betere vergelijking worden gemaakt met andere gemeenten. Om te voorkomen dat er verschillen gaan optreden in de wijze van toerekening van overhead is een algemene definitie van overhead voorgeschreven: Alle bedrijfskosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Uitgangspunt van deze definitie is dat kosten zoveel mogelijk direct worden toegerekend aan de betreffende taken/activiteiten. In dit kader volgt een hieronder een opsomming van een aantal zaken waarvoor wij een verdeelmethode hanteren. Verdeling van de ICT-kosten Alle kosten die verband houden met de diverse programmatuur waarmee binnen de gemeente gewerkt wordt, wordt verdeeld over de taakvelden waarvoor ze ingezet worden.
Verdeling van de tractie-kosten Onder tractie worden allerlei hulpmiddelen verstaan die gebruikt worden door de medewerkers van de buitendienst bij hun werk. Bijvoorbeeld pick-up's en een vrachtwagen maar ook de daarmee verband houdende kosten zoals brandstof, keuringen en onderhoud. Het totaal van deze kosten wordt ook verdeeld naar de taakvelden waarop ze ingezet worden. Bijvoorbeeld onderhoud groen of riolering. Basis voor deze verdeling is een gemiddelde van urenbegrotingen uit het verleden. Verdeling van de salariskosten Aan de afdelingen wordt bij het opstellen van de begroting gevraagd voor welke taken de medewerkers hun uren zullen inzetten voor het komende jaar. Dit gebaseerd op het totaal te verdelen directe uren. Daarvoor wordt een onderverdeling gemaakt naar indirecte uren (bijvoorbeeld uren voor werkoverleg/leidinggevende taken/uren voor de ondernemingsraad) en directe uren die gelijk aan een taakveld toegeschreven kunnen worden. De totale kosten uit de salarisbegroting worden dan gedeeld door het aantal productieve uren. Dit gebeurt per team omdat niet ieder team op dezelfde schaal is ingedeeld. De salariskosten worden op deze manier dus zoveel als mogelijk verdeeld over alle taakvelden in de begroting (ook grondexploitaties). Volgens deze methodiek wordt in de begroting en verantwoording dus niet gerekend met de integrale kostprijs.
In een aantal gevallen mag het hanteren van een integrale kostprijs nog wel een rol spelen. Dit om te voorkomen dat dit voor deze gevallen leidt tot een tekort in de begroting. Als voorbeelden kunnen worden genoemd: de grondexploitaties, investering en andere (subsidie)trajecten, die gepaard gaan met activering en afschrijving, waar vaak specifieke dekkingsposten voor bestaan. Voor deze gevallen is het toerekenen van overhead en (eventueel) rente extracomptabel wel toegestaan maar het wordt niet toegepast in onze gemeente.
81
Begroting 2026-2029 Ten aanzien van taken/activiteiten en daarmee samenhangende diensten waarvoor kostendekkende tarieven berekend mogen worden (bijvoorbeeld afval en riolering), geldt dat het niet meenemen van overhead betekent dat voor die producten een positief resultaat kan ontstaan. Dit komt doordat gemeenten overhead wel mogen meenemen in de berekening van de tarieven. Hieronder volgt in lijn met het format van onze begroting het overzicht van de overhead:
Wat is de betrokkenheid van de verbonden partijen? Met de deelname aan de gemeenschappelijke regeling archiefbeheer Midden-Delfland wordt beoogd op een efficiënte en doelmatige wijze invulling te geven aan de gemeentelijke verplichtingen als bedoeld in de Archiefwet 1995.
Wat mag het kosten?
Beschikbar e middelen U Overhead ambtelijke organisatie Overhead bestuursor gaan Overhead D,C en I Overhead openbare werken Overhead voorlichting en informatiev oorziening I Overhead ambtelijke organisatie Overhead bestuursor gaan Overhead D,C en I Overhead openbare werken
82
Werkelijk 2024 € 11.286.988 € 5.815.127
2025
2026
2027
2028
2029
€ 11.821.732 € 6.984.439
€ 11.525.050 € 6.370.591
€ 11.961.131 € 6.882.972
€ 12.423.215 € 7.325.019
€ 11.972.449 € 7.359.358
€ 1.292.868
€ 1.156.567
€ 1.263.985
€ 1.243.885
€ 1.244.885
€ 1.245.885
€0
€0
€0
€0
€0
€0
€ 136.179
€ 150.487
€ 145.980
€ 148.201
€ 150.321
€ 152.541
€ 4.042.814
€ 3.530.239
€ 3.744.494
€ 3.686.073
€ 3.702.990
€ 3.214.665
- € 439.267 - € 247.195
- € 96.650 - € 94.400
- € 96.850 - € 94.600
- € 128.950 - € 126.700
- € 131.650 - € 129.400
- € 134.450 - € 132.200
- € 2.250
- € 2.250
- € 2.250
- € 2.250
- € 2.250
- € 2.250
€0
€0
€0
€0
€0
€0
- € 9.832
€0
€0
€0
€0
€0
Begroting 2026-2029 Beschikbar e middelen Overhead voorlichting en informatiev oorziening Totaal
Werkelijk 2024 - € 179.990
2025
2026
2027
2028
2029
€0
€0
€0
€0
€0
€ 10.847.721
€ 11.725.082
€ 11.428.200
€ 11.832.181
€ 12.291.565
€ 11.837.999
Wijziging budget 2026 ten opzichte van 2025 Lasten Overhead ambtelijke organisatie (€ -613.848) De afname van deze lasten heeft voornamelijk een tweetal oorzaken: enerzijds een aframing/herverdeling van de werkgeverslasten op basis van de begrote uren per programma/taakveld voor 2026 (€ 500.000) en anderzijds de herverdeling van de automatiseringskosten. Hiervan is een deel afgeraamd en een groot deel herverdeeld naar de teamleiders (€ 79.000). Overhead bestuursorgaan (€ 107.418) Per begrotingsjaar 2026 is wederom een groter deel van de werkgeverslasten op overhead verdeeld naar de verschillende taakvelden met een toename op overhead als gevolg (ca € 110.000). Overhead voorlichting en informatievoorziening (€ 214.255) Per begrotingsjaar 2026 is wederom een groter deel van de werkgeverslasten op overhead verdeeld naar de verschillende taakvelden met een toename op overhead als gevolg (ca € 90.000). Tevens is de looptijd van afschrijvingen op investeringen gewijzigd. Dit heeft ervoor gezorgd dat bepaalde activa in boekjaar 2026 versneld worden afgeschreven (€ 140.000).
Mutatie reserve
Mutaties reserves U I Totaal
Werkelijk 2024 € 87.946 - € 491.893 - € 403.947
2025
2026
2027
2028
2029
€0 - € 111.588 - € 111.588
€0 €0 €0
€0 - € 4.000 - € 4.000
€0 - € 4.000 - € 4.000
€0 - € 4.000 - € 4.000
Wijzigingen reserves 2026 ten opzichte van 2025 Baten € - 111.588 Uit de algemene reserve werden in 2025 de volgende incidentele onttrekkingen gedaan: - Doorschuifbudget duurzame inzetbaarheid medewerkersonderzoek € 15.000 - Doorschuifbudget juridische kennisbank € 14.994 - Doorschuifbudget inkoopbegeleiding aanbesteding onderhoudscontract € 10.000
83
Begroting 2026-2029 - Doorschuifbudget herinrichting kantoorruimte € 12.000 - Doorschuifbudget begeleidingskosten toekomstvisie Midden-Delfland 2050 € 10.279 - Doorschuifbudget traject actualisatie/restyling huisstijl € 15.000 - Doorschuifbudget digitale media en traditionele middelen € 15.000 - Doorschuifbudget toekomstvisie 2050 € 19.315
84
Begroting 2026-2029
Paragrafen
85
Begroting 2026-2029
Bedrijfsvoering Organisatie en personeel Arbeidsmarkt De arbeidsmarkt in Nederland is het afgelopen jaar stabieler geworden en iets minder krap. De verwachting is dat dit de komende jaren zo blijft. De gemeentelijke arbeidsmarkt wijkt hier echter van af. Doordat een groot deel van het gemeentelijk personeel met pensioen gaat en de beroepsbevolking niet meer groeit, blijft het voor gemeenten lastig om talentvolle mensen te vinden. Daardoor komt er meer druk op de dienstverlening te liggen. Vooral managementfuncties en vacatures in het ruimtelijk domein zijn (zeer) moeilijk te vervullen. Daarnaast is het moeilijk te voorspellen welke invloed de Wet Deregulering Beoordeling Arbeidsrelaties (DBA) op de arbeidsmarkt heeft. Het wordt namelijk lastiger om snel, flexibel en tijdelijk personeel van buiten aan te trekken (inhuur) voor projecten of tijdelijke invulling van vacatures. De afgelopen jaren hebben wij ingezet op het versterken van ons werkgeversmerk. We zien dat gemeente Midden-Delfland, sneller dan andere gemeenten, talent weet aan te trekken. Dat komt door onze interessante opgaven, het unieke landschap, onze fijnschalige structuur, de welkome cultuur waarin we aandacht hebben voor de waardering van onze medewerkers en het afwisselende werk. Dit onderscheidt maakt ons aantrekkelijk voor nieuwe medewerkers.
We blijven de komende jaren inzetten op goede arbeidsmarktcommunicatie en we ontwikkelen een strategie die past bij de huidige en toekomstige arbeidsmarkt. Daarnaast gaan we met andere gemeenten samenwerken op de regionale arbeidsmarkt. Zo zorgen we ervoor dat we genoeg mensen vinden én houden. Daarmee geven we prioriteit aan de uitvoeringskracht en de kwaliteit van onze dienstverlening. Traineeship als onderdeel van onze arbeidsmarktstrategie De komende vier jaar verandert ons personeelsbestand. Dat komt doordat medewerkers met pensioen gaan of om andere redenen vertrekken. We weten nu al welke vacatures daardoor vrijkomen. De gemiddelde leeftijd van onze medewerkers is 47 jaar. Dat ligt in lijn met de gemiddelde leeftijd in het openbaar bestuur (tussen de 46 en 51 jaar). Om te zorgen voor een goede mix van jong en ervaren personeel én om op tijd in te spelen op toekomstige vacatures, starten we met een traineeship. In een traineeship krijgen jonge medewerkers de kans om zich te ontwikkelen, zowel in hun werk als persoonlijk. Ze draaien mee op verschillende afdelingen en leren zo de organisatie goed kennen. Met hun frisse blik dragen ze bij aan de uitdagingen van de gemeente. Het traineeship helpt ook om de samenwerking en het vertrouwen binnen de organisatie te versterken. Na afloop van het traineeship kunnen trainees instromen op een functie die vrijkomt.