05 B Begroting 2026-2029 (23-9-2025) Definitief
Tekst van het document
Het traineeship maakte structureel onderdeel uit van onze personeelsbegroting. Bij de Kadernota 2026 - 2029 is voorgesteld om hierop de te bezuinigen door het budget niet meer structureel op te nemen in de begroting, maar wel voor de komende periode (eenmalig) te organiseren. De raad heeft met een motie opgeroepen om het 'traineeship programma' te behouden. Voor de komende twee jaar wordt daarom voorgesteld om budget beschikbaar te houden. Het programma op zich blijft behouden. Zo kan in financieel andere tijden, hierin weer opnieuw een keuze worden gemaakt. Daarnaast zoeken we naar andere manieren om jong talent aan te trekken, zoals het uitbreiden van ons stagebeleid. Werk en welzijn gericht op duurzame inzetbaarheid
86
Begroting 2026-2029 We hebben een duidelijke visie ontwikkeld op Werk en Welzijn; onze kijk op gezond werken en presteren met plezier. Het doel is om medewerkers duurzaam inzetbaar te houden. Want medewerkers die goed in hun vel zitten en met plezier aan het werk zijn, presteren beter en blijven langer verbonden aan onze organisatie. Zo kunnen we de uitstroom van personeel beperken. We investeren in onze mensen door een programma aan te bieden waarin onder andere vitaliteit, verzuim, arbeidsomstandigheden, flexibel (hybride) werken en leren en ontwikkelen samenkomen. Met dit programma stimuleren en ondersteunen we een gezonde leefstijl, zowel lichamelijk als mentaal. We zorgen voor een veilige en gezonde werkomgeving, geven ruimte aan zingeving én maken medewerkers bewust van hun eigen rol in dit geheel. Op deze manier vergroten we de inzetbaarheid van onze medewerkers. Daarnaast is het belangrijk dat medewerkers wendbaar en veerkrachtig zijn. Zo kunnen zij goed omgaan met veranderingen en bijdragen aan de opgaven van de gemeente. Een goede werk- privé balans draagt hieraan bij. Flexibiliteit van werkplek en werktijden maakt het voor de medewerker mogelijk om de tijd goed te benutten en werk- en privétaken makkelijker te combineren. Belangrijk is wel dat we aandacht besteden aan de thuiswerkplek, zodat de medewerker ook daar op een gezonde en veilige manier werkt.
Bij duurzame inzetbaarheid hoort ook dat we blijven investeren in opleiding en ontwikkeling. Vanuit het opleidingsbudget betalen we bijvoorbeeld het tweejarige ontwikkelprogramma voor trainees, leiderschapsprogramma’s (MD-trajecten), permanente educatie, en trainingen voor vakinhoudelijke kennis. Omdat we ook een apart budget voor duurzame inzetbaarheid hebben, kunnen we het opleidingsbudget iets verlagen zonder dat dit te veel ten koste gaat van de ontwikkeling van onze medewerkers. We verwachten dat de werkdruk en stress afneemt en het ziekteverzuim daalt als we investeren in vitaal werken. Een daling in het ziekteverzuim levert een besparing op in de kosten. De eerste effecten hiervan verwachten we in 2026 te zien. CAO en loonstijging Per 1 april 2025 is een nieuwe CAO-Gemeenten. Deze CAO loopt tot en met 31 maart 2027. In de CAO is een structurele salarisstijging van totaal 6,7% afgesproken plus 35 euro nominaal. Deze afspraak is verwerkt in de salarisbegroting 2026 en verder. De reguliere salarisschalen worden als volgt verhoogd: · 1 april 2025 een loonstijging van 2% · 1 oktober 2025 een loonstijging van 1,85% · 1 januari 2026 35 euro nominaal in de salarisschalen · 1 juli 2026 een loonstijging van 1,25% · 1 januari 2027 een loonstijging van 1,6%
Regionale samenwerking 87
Begroting 2026-2029 We werken op veel beleidsterreinen nauw samen in de regio. Dit doen we omdat een aantal gemeentelijke taken eenvoudigweg niet door individuele gemeenten kunnen worden opgepakt. Wij zijn alert op mogelijkheden en kansen voor samenwerking. We beoordelen of samenwerking of uitbesteden van taken leidt tot betere dienstverlening, meer continuïteit of lagere kosten. Of dat het juist beter is om het werk ‘in huis’ te organiseren. Daarnaast is het van belang dat wij regionaal de belangen van Midden-Delfland blijven vertegenwoordigen en een sterke partner zijn in deze samenwerkingen.
Dienstverlening De gemeente streeft het behoud van een hoge kwaliteit van dienstverlening na. De vragen en behoeften van onze inwoners staan hierin centraal. Wij vinden het belangrijk dat onze inwoners zich gehoord en begrepen voelen. Op uiteenlopende terreinen meten wij periodiek de klanttevredenheid van onze inwoners (te denken valt aan de jaarlijkse cliënttevredenheidsonderzoeken in het sociaal domein, zoals voor de Wmo, de telefonische bereikbaarheid en de algehele dienstverlening). Dergelijke onderzoeken bevestigen waar de dienstverlening in onze kleinschalige organisatie nabij en op orde is. Tevens laten zij zien waar verbeteringen mogelijk zijn. De ingezette lijn van het versterken van de dienstverlening via een dienstverleningsprogramma, zetten wij in 2026 voort.
Informatiemanagement en digitale transformatie Met onze digitale transformatie versterken we de wendbaarheid en weerbaarheid van organisatie, medewerkers en systemen, zodat we inwoners en ondernemers beter van dienst zijn. Vanuit het huidige informatiebeleidsplan zijn diverse ontwikkelingen gestart. Eind 2025 presenteren we het nieuwe plan voor 2026–2030, dat richting geeft aan de verdere voortgang. VerSAASing Het gebruik van SaaS (Software as a Service) is een belangrijke en onvermijdelijke ontwikkeling voor gemeenten. Dit biedt voordelen zoals schaalbaarheid, flexibiliteit en eenvoudiger onderhoud. Met het inmiddels afgeronde programma Eigentijdse ICT hebben we hier grote stappen in gezet. De komende jaren blijven we deze ontwikkeling voortzetten. I-organisatie en IT-dienstverlening De snelle technologische ontwikkelingen vragen een wendbare organisatie. Dit vraagt de komende jaren een investering. Het vraagt nieuwe functies, rollen, vaardigheden en een andere manier van werken. Ook is zorgvuldige samenwerking met serviceproviders nodig, met oog voor afhankelijkheden en risico’s. We kijken ook welke partij voor onze gemeente de best passende ITdienstverlening kan bieden. Daarnaast versterken we intern onze regierollen, de rol van functioneel beheer en gaan we actief aan de slag met portfoliomanagement.
Applicatierationalisatie Naast de bezuinigingsmaatregelen die onderdeel uitmaakten van de Kadernota, onderzoeken we ook welke applicaties kunnen worden samengevoegd, vervangen of uitgefaseerd (rationalisatie). Dit bespaart kosten en houdt de ICT-architectuur beheersbaar. De uitvoering hiervan volgt komend jaar en de resultaten hiervan worden zichtbaar in de begrotingswijzigingen. Kunstmatige Intelligentie (AI) AI kan efficiëntie en dienstverlening verbeteren, maar stelt ook eisen aan datakwaliteit, rekenkracht en beveiliging. Met het programma Eigentijdse ICT is de basis gelegd. We investeren in kennis en goede data en verkennen AI-toepassingen in een afgeschermde omgeving. Daarbij staat voorop dat AI alleen wordt ingezet wanneer dit bijdraagt aan publieke waarden zoals gelijke kansen, inclusiviteit
88
Begroting 2026-2029 en transparantie, en dat vooroordelen in algoritmes actief worden voorkomen. Op basis hiervan ontwikkelen we een AI-beleid met heldere kaders voor veiligheid, ethiek en verantwoording. Vooruitlopend zetten we AI al veilig in voor tekstredactie. We volgen hierin ook de landelijk ontwikkelingen (GPT-NL). Zaakgericht werken & Archivering Onze gemeente werkt voortdurend aan duurzaam en toegankelijk informatiebeheer. We zorgen voor gestructureerde opslag, veilige toegang en naleving van wettelijke bewaartermijnen. Door processen, dienstverlening en bewustwording onder medewerkers te verbeteren, blijven we werken aan beter informatiebeheer. Daarmee versterken we de transparantie en de democratische controle. De nieuwe Archiefwet, die naar verwachting medio 2026 ingaat, verkort de overbrengtermijn van 20 naar 10 jaar en stelt strengere eisen aan digitale archivering, ook binnen vakapplicaties. Dit vraagt aanpassingen in onze systemen, processen en werkwijzen. De Gemeenschappelijke Regeling met het Stadsarchief Delft uit 2004 wordt geactualiseerd. Er komt een Centrumregeling en een nieuwe Dienstverleningsovereenkomst, met afspraken die aansluiten bij de huidige praktijk, zoals het gebruik van een e-depot en geactualiseerde kostenramingen voor advies en inspectie.
Digitale weerbaarheid Door geopolitieke spanningen en cyberdreigingen is digitale weerbaarheid essentieel. We focussen ons komende jaren op: • • •
Informatiebeveiliging: naleving van wet- en regelgeving. Risicomanagement: regelmatige risico- en scenarioanalyses. Autonomie: beperken van afhankelijkheden met technische en beleidsmaatregelen.
Informatieveiligheid en privacy Dreigingen & uitdagingen Informatiebeveiliging beschermt de data van inwoners, ondernemers en medewerkers. Het fundament hiervoor moet op orde zijn om tegengewicht te bieden aan alle (digitale) dreigingen. Geopolitieke spanningen en internationale conflicten leggen extra druk op onze ICT-systemen. Deze ontwikkelingen verhogen het risico op cyberaanvallen en verstoringen. Daarom blijven we alert en passen we onze beveiliging voortdurend aan veranderende omstandigheden. Belangrijkste technologische en organisatorische maatregelen SIEM & SOC. In 2025 implementeren we een Security Information & Event Management (SIEM) en een Security Operations Center (SOC) om verdachte activiteiten vroegtijdig te detecteren en te bestrijden. Hiermee voldoen we aan de eisen uit NIS2 en de BIO. In 2026 start fase twee hiervan en breiden we de scope uit. Strategisch beleid. In 2025 actualiseren we ons Strategisch Informatiebeveiligingsbeleid op basis van de BIO 2.0 en nieuwe wetgeving. Dit vormt het kader voor onze aanpak richting 2026 en daarna. Bewustwording. Technologie alleen is niet voldoende. In 2026 investeren we in verplichte trainingen en bewustwordingscampagnes voor medewerkers én bestuurders, conform de aangescherpte verantwoordelijkheden uit de nieuwe wetgeving.
89
Begroting 2026-2029 Risicoanalyse & compliance. Nieuwe ontwikkelingen zoals AI, verSaaSing en strengere wetgeving vragen om een actuele risicoanalyse en beleidsaanpassing. We volgen hierbij de VNG-richtlijnen en integreren dit in ons ISMS (Information Security Management System). Continuïteit & uitwijk Bij langdurige uitval—zoals een cyberincident of brand—moet de dienstverlening doorgaan. In 2025 zijn we gestart met een aanbesteding voor een nieuwe uitwijkvoorziening voor o.a. burgerzaken en reisdocumenten. De implementatie volgt in 2026. Hiermee voldoen we aan de eisen voor bedrijfscontinuïteit uit de BIO.
Inmiddels is er een stevig privacy fundament gerealiseerd binnen de gemeente. Hieraan wordt in de komende jaren verder gewerkt. Er is een privacy-organisatie die het management, de medewerkers en bestuurders ondersteunt en adviseert over privacy. Het bewustzijn over privacy blijft een belangrijk aandachtspunt binnen de organisatie, net als de verdere professionalisering en het detecteren van risico's. Verder is het van belang dat de organisatie oog blijft houden voor de Wet Politiegegevens. Als werkgever van BOA's met opsporingstaken is het verplichting om jaarlijks een interne audit uit te voeren en eens per vier jaar een externe audit.
Communicatie Begrijpelijke en toegankelijke communicatie is een voorwaarde voor goede dienstverlening én voor het versterken van vertrouwen, betrokkenheid en verbinding met onze inwoners. Ondanks de bezuinigingsronde gemeentebreed in 2025, besloot de raad het communicatiebudget voor 2026 te handhaven. Daardoor kunnen we blijven werken met een gerichte mix van online en offline middelen, afgestemd op de communicatiedoelstellingen én de behoeften en de voorkeuren van onze doelgroepen. Afnemend vertrouwen in social media vraagt om andere keuzes De rol van social media verandert. In 2025 nam het vertrouwen in platforms als Facebook, Instagram en X (voorheen Twitter) wereldwijd af. Zorgen over privacy, desinformatie, online verharding en het gedrag van platformeigenaren leiden tot terughoudendheid, ook bij overheden. Gemeente MiddenDelfland staat, net als andere overheidsorganisaties, voor de uitdaging trouw te blijven aan onze waarden — veiligheid, privacy en toegankelijke communicatie — én tegelijk zichtbaar en in gesprek te blijven met onze doelgroepen. Daarbij hanteren we het principe ‘onlineverdieping door onlinebeperking’. In 2025 namen we afscheid van X en bevestigden we onze aanwezigheid op Facebook, Instagram en LinkedIn. Momenteel onderzoeken we alternatieven zoals Mastodon Overheid, Bluesky en Threads.
In 2026 maken we een definitieve keuze op basis van het VNG-advies en ontwikkelingen rond privacy, bereik en betrouwbaarheid. Als gevolg van deze ontwikkelingen op het gebied van social media, wint lokale informatievoorziening aan waarde. Meer traditionele kanalen zoals Nieuwsblad Midden-Delfland en WOS stellen ons in staat inwoners dichtbij, effectief en vertrouwd te blijven informeren. Dit onderstreept het belang van het raadsbesluit om ondanks bezuinigingsplannen juist te blijven investeren in betrouwbare lokale communicatie. Stapsgewijs naar een vernieuwde huisstijl In 2025 is de huisstijl van de gemeente, die dateert uit 2003, vernieuwd. Deze actualisatie draagt bij aan onze ambitie om als overheid begrijpelijk, toegankelijk en herkenbaar te communiceren. Niet
90
Begroting 2026-2029 alleen via tekst – waarvoor het programma Heldere Taal is ingericht – maar ook via visuele middelen zoals website, social media en briefpapier. De vernieuwde stijl heeft meer contrast en een strakker ontwerp, wat de leesbaarheid vergroot. We voeren de nieuwe huisstijl stapsgewijs in om verspilling te voorkomen: bestaande voorraden met het oude logo - zoals enveloppen en briefpapier - worden eerst opgemaakt. En bebording wordt vervangen als dat nodig is. Ook het aanpassen van de vele digitale sjablonen, zoals formulieren en briefmacro’s, kost tijd. Eind 2026 verwachten we de overgang grotendeels te hebben afgerond. Projectcommunicatie vraagt blijvende aandacht De communicatie rondom complexe trajecten, zoals de opvang van vluchtelingen en de reconstructie van de N468, blijft ook in 2026 een aandachtspunt. Deze onderwerpen vragen om zorgvuldige, transparante en toegankelijke communicatie. Inwoners en partners worden goed geïnformeerd en waar mogelijk actief betrokken. Daarnaast bereiden we ons voor op de gemeenteraadsverkiezingen van 2026, die extra inzet vragen op het gebied van informatievoorziening en betrokkenheid.
91
Begroting 2026-2029
Financiering Kaders en beleid In de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido), zijn de kaders gesteld voor een professionele inrichting en uitvoering van de treasuryfunctie van decentrale overheden. Onder de treasuryfunctie vallen o.a. het beheer van geldstromen, liquiditeit, renterisico’s en de financiering van en in de gemeente (zowel lenen als uitzetten van gelden). De kaders hierbij zijn: •
Het treasurystatuut. Een beleidsmatige financiële infrastructuur, waarin verantwoordelijkheden en spelregels voor de gemeentelijke treasury zijn opgenomen. • De financieringsparagraaf die jaarlijks wordt aangeboden bij de begroting en het jaarverslag. Treasury houdt zich bezig met alle toekomstige kasstromen en daarmee samenhangende risico's. Deze risico's komen voort uit de financieringsbehoefte. Het treasurybeleid is primair gericht op het waarborgen van financiële continuïteit door maatregelen te treffen zodat de activiteiten van de gemeentelijke organisatie financierbaar blijven. Voor de renterisico's en risico's uit financiële posities treffen we beheersmaatregelen (vermijden, spreiden). We gaan in de uitwerking verder dan de wettelijke kaders. In principe zijn de uitgangspunten als volgt: • • • • • •
Zorgdragen voor voldoende financierbaarheid op korte en lange termijn. Bewerkstelligen van passende financieringsvoorwaarden. Beheersen van rente- en of financieringsrisico's. Risicomijdend uitzetten van gelden en afgeven van garanties. Zorgdragen voor een effectief, veilig en efficiënt betalingsverkeer. Actief onderhouden van contacten met marktpartijen om toegang tot de financiële markten open te houden. Door het schatkistbankieren kan de gemeente niet meer vrij beschikken over haar liquide middelen. Er is een verplichte rekening-courant verhouding met het Rijk. Over de overtollige gelden ontvangt de Gemeente een rentevergoeding. Met de introductie van het instrument erfpacht beogen we de gronduitgiften te stimuleren. Door het toepassen van erfpacht is er een rendement op het geïnvesteerde vermogen en (indien aanwezig) de liquide middelen van de gemeente. De risico’s van lenen worden beperkt doordat gemeenten zich moeten houden aan de kasgeldlimiet en de renterisiconorm.
Renterisico op kortlopende schuld (kasgeldlimiet) De Wet FIDO bevat instrumenten en regels die de risico’s beperken die gemeenten lopen bij het lenen. De kasgeldlimiet (voor leningen met looptijd <1 jaar) zorgt ervoor dat niet te veel kortlopende leningen worden aangetrokken. De kasgeldlimiet geeft weer tot welk bedrag de gemeente maximaal in haar korte financieringsbehoefte mag voorzien. Deze limiet is gesteld op 8,5% van de totale omvang van de begroting per 1 januari. Op basis van deze norm is de kasgeldlimiet voor onze gemeente ruim € 5 miljoen. Als blijkt dat de kasgeldlimiet wordt overschreden, moet een deel van de kortlopende schuld omgezet worden in langlopende schuld (=lening). Als de kasgeldlimiet gedurende drie opeenvolgende kwartalen wordt overschreden moet Gedeputeerde Staten worden geïnformeerd.
92
Begroting 2026-2029 De liquiditeitspositie van de gemeente Midden-Delfland is beperkt, waardoor het noodzakelijk is om externe financiering aan te trekken. Ons beleid is er op gericht om de financieringsbehoefte primair af te dekken met kortlopende middelen. Deze keuze biedt de gemeente niet alleen flexibiliteit om in te spelen op de actuele kasbehoefte, maar stelt ons ook in staat snel te reageren op ontwikkelingen op de financiële markten. In de afgelopen jaren is de rente op de geldmarkt sterk veranderd. Waar eerder sprake was van negatieve rente bij het aantrekken van kortlopende leningen, is dat nu verleden tijd. Sinds 2025 is echter een duidelijke trend van rentedaling zichtbaar. De Europese Centrale Bank heeft, na een periode van renteverhogingen om de inflatie te beteugelen, het monetaire beleid opnieuw verruimd. Die koerswijziging is ingegeven door afkoelende economische groei in de eurozone, een afnemende inflatie en het ontbreken van nieuwe prijsdruk, bijvoorbeeld vanuit energie of loonkosten. Inmiddels stabiliseert de inflatie rond de 2% en is het economische herstel in veel eurolanden broos. De ECB heeft daarom in 2025 meerdere renteverlagingen doorgevoerd, en het ziet ernaar uit dat deze trend zich voortzet in 2026.
De verwachting is dat de rente gedurende het boekjaar verder zal dalen, mede doordat de internationale handelsvooruitzichten onzeker blijven, de economische groei in Europa laag is en de binnenlandse prijsdruk verder afneemt. Deze ontwikkelingen zorgen ervoor dat de rente op (kortlopende) financiering afneemt. De keuze voor kortlopende leningen blijft dan ook actueel en doordacht. Tegelijkertijd merken we dat de behoefte aan liquide middelen in bepaalde perioden dusdanig oploopt dat de wettelijke kasgeldlimiet wordt overschreden. In dergelijke gevallen zijn we genoodzaakt te overwegen of het aantrekken van langlopende middelen nodig is om de continuïteit van de bedrijfsvoering te waarborgen. Hoewel kort geld ons de nodige flexibiliteit biedt, vraagt een gezonde financieringsstructuur ook om het tijdig afwegen van langere looptijden, zeker wanneer structurele tekorten of omvangrijke investeringsuitgaven aan de orde zijn. De Nederlandse Bank geeft aan op haar website dat de inflatie naar verwachting daalt in 2026 naar 1,8% (2,8% in 2025).
Modelstaat A KASGELDLIMIET (= KGL x 1.000) Berekening KGL regeling Omvang begroting/rekening Percentage regeling KGL KGL
Rekening Begroot 2024 2025
Begroot 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
€ 68.050
€ 62.047
€ 63.348
€ 63.669
€ 64.728
8,5%
€ 71.458 8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
8,5%
€ 5.784
€ 6.074
€ 5.274
€ 5.385
€ 5.412
€ 5.502
(1)
Vlottende schuld
€ 28.086
€ 26.305
€ 26.212
€ 28.344
€ 27.494
(2)
Vlottende middelen
-€ 25.230
€ 22.278 -€ 24.643
-€ 23.280
-€ 23.275
-€ 21.271
-€ 21.271
93
Begroting 2026-2029
(3)
(4)
KASGELDLIMIET (= KGL x 1.000) Netto vlottende (+) of overschot middelen (-) Kasgeldlimiet
Rekening Begroot 2024 2025 € 2.633 € -2.365
Begroot 2026 € 3.025
Begroot 2027 € 2.937
Begroot 2028 € 7.073
Begroot 2029 € 6.223
€ 5.784
€ 5.274
€ 5.385
€ 5.412
€ 5.502
€ 6.074
Ruimte KGL (4>3) € 3.151 € 8.439 € 2.249 € 2.448 Overschrijding KGL € 1.662 € 721 (3>4) De limiet wordt bepaald voor korte financiering met een rente-typische looptijd van maximaal 1 jaar en wordt gerelateerd aan het begrotingstotaal.
Renterisico op langlopende schuld (renterisiconorm) Op grond van de Wet FIDO mag een gemeente van haar langlopende schulden (looptijd >1 jaar) in enig jaar maximaal 20% van het begrotingstotaal aflossen en/of herfinancieren, wat overeenkomt met een aflossingsperiode van ten minste vijf jaar. Dit is de zogenoemde renterisiconorm. Het doel van de renterisiconorm is de herfinanciering van leningen in omvang en tijd te spreiden waardoor de (eventuele) gevolgen van een rentestijging beperkt blijven en de (mogelijke) renterisico’s worden ingeperkt. In 2026 wordt totaal € 4.210.791 aan langlopende leningen afgelost. Dat is ca. 6,8% van het begrotingstotaal. Er wordt dus ruimschoots voldaan aan de renterisiconorm.
Modelstaat B
(1) (2) (3) (4)
RENTERISICONORM (= RRN x 1.000) Berekening RRN regeling Omvang begroting/rekening Percentage regeling RRN RRN
Rekening Begroot Begroot 2024 2025 2026
Begroot 2027
Begroot 2028
Begroot 2029
€ 71.458 20%
€ 62.047 € 63.348
€ 63.669
€ 64.729
20%
20%
20%
20%
€ 13.610
€ 14.292
€ 12.409
€ 12.670
€ 12.734
€ 12.946
Renteherzieningen Aflossingen Renterisico (1 + 2) RRN
€0 € 959 € 959 € 13.610
€0 € 959 € 959 € 14.292
€0 € 4.210 € 4.210 € 12.409
€0 € 913 € 913 € 12.670
€0 € 10.718 € 10.718 € 12.734
€0 € 8.351 € 8.351 € 12.946
Ruimte RRN (4>3)
€ 12.651
€ 13.333
€ 8.199
€ 11.757
€ 2.016
€ 4.595
Overschrijding RRN (3>4)
94
€ 68.050 20%
Begroting 2026-2029 Het renterisico op de vaste schuld mag de renterisicovorm in beginsel niet overschrijden. Het overzicht laat zien dat de renterisiconorm van 20% van het begrotingstotaal in meerjarenperspectief niet wordt overschreden.
Renteontwikkeling In 2026 zet de inflatie in de eurozone haar daling voort. Na de uitzonderlijke piek van 10,6 % in oktober 2022, is de inflatie inmiddels gedaald tot gemiddeld 1,6 %, volgens de nieuwste projecties van de Europese Centrale Bank (ECB). Deze ontwikkeling weerspiegelt het afkoelen van de economie, de doorwerking van eerdere renteverhogingen en het wegebben van externe prijsdruk zoals energie- en voedselprijzen, die sinds 2023 zijn gestabiliseerd. De ECB heeft in 2025 haar beleidsrente meerdere keren verlaagd, na een periode van agressieve verhogingen in 2022–2023. De herfinancieringsrente (refirente) staat in juni 2025 op 2,15 %, met een depositofaciliteit van 2,00 %. Deze versoepeling is bedoeld om de economie te ondersteunen nu de inflatie terug is gekeerd naar het gewenste niveau van rond de 2 %. ECB-president Christine Lagarde benadrukte onlangs dat de renteverlagingen “grotendeels zijn afgerond”, maar dat het beleid afhankelijk blijft van nieuwe economische data. De daling van de inflatie komt vooral door de afgenomen binnenlandse vraag, lagere loondruk dan verwacht en een sterkere euro, die import goedkoper maakt. Waar de energieprijzen tussen 2021 en 2023 een drijvende kracht achter de inflatie waren, is hun effect in 2026 minimaal. Ook de toeleveringsketens zijn inmiddels genormaliseerd. De economische groei in de eurozone blijft gematigd.
De ECB en Europese Commissie verwachten een bbp-groei van ongeveer 1,1 % tot 1,4 % in 2026. Investeringen blijven achter, maar consumptie trekt langzaam aan door gunstiger financieringsvoorwaarden en een licht stijgend reëel inkomen. Tegelijkertijd waarschuwen economen voor risico’s, zoals geopolitieke spanningen of onverwachte economische schokken, die de stabiliteit van het herstel kunnen bedreigen. Vooruitkijkend naar eind 2026 en 2027 verwacht de ECB een stabilisatie van de inflatie rond 2,0 %, mits er geen externe verstoringen optreden. Hoewel het basisscenario positief blijft, blijft de ECB waakzaam. De beleidskoers blijft “data-afhankelijk”, wat betekent dat nieuwe renteveranderingen pas volgen als inflatie- of groeicijfers daar aanleiding toe geven. De refirente is per 21 juli 2022 verhoogd van 0% naar 0,5%. Inmiddels is deze per 11 juni 2025 gestegen naar 2,15% welke naar verwachting verder in het jaar en volgend jaar zal stabiliseren. Refirente is de rente die banken elkaar onderling in rekening brengen (basis-herfinancieringsrente).
Inzicht rentelasten/-baten Op het gebied van de rente wordt er volgens de richtlijnen veel meer dwingend voorgeschreven dan voorheen. Enkele uitgangspunten zijn: • • •
Het aantrekken en verstrekken van een lening betreft een treasury activiteit. De met deze activiteit gepaarde rentelasten en rentebaten behoren op het taakveld Treasury. Aanbeveling is om geen rentevergoeding te rekenen over het eigen vermogen en de voorzieningen. Als de werkelijke rentelasten in euro’s die over een jaar aan taakvelden hadden moeten worden doorbelast, afwijken van de rentelasten in euro’s die op basis van de voor
95
Begroting 2026-2029
• •
•
gecalculeerde renteomslag aan de taakvelden zijn toegerekend, kan de gemeente besluiten tot correctie. Correctie wordt verplicht gesteld als deze afwijking groter is dan 25%. De commissie BBV adviseert het renteschema in de paragraaf Financiering van de gemeentelijke begroting en jaarstukken op te nemen. Hiermee wordt inzicht gegeven in de rentelasten externe financiering, het renteresultaat en de wijze van rentetoerekening. Verder zijn wijzigingen voor de rente van het grondbedrijf/grondexploitaties doorgevoerd. Aan grondexploitaties mocht tot en met 2023 alleen de rente van externe financiering worden doorberekend. Met ingang van boekjaar 2025 (overgangsjaar 2024) wordt voor grondexploitaties geen onderscheid meer gemaakt in het BBV, waardoor de toerekening plaatsvindt op basis van de reguliere omslagrente. De omslagrente blijft voor het jaar 2026 (afgerond) op 0%. Via de kapitaallasten mogen alleen werkelijke rentelasten naar de taakvelden worden doorbelast over de boekwaarden van investeringen. Wanneer er geen leningen zijn aangetrokken dan mag er helemaal geen rente worden toegerekend aan de taakvelden. Dit houdt in dat er geen rente meer kan worden doorbelast. De kapitaallasten bestaan dan alleen nog uit afschrijvingen.
Toerekening rente Als de gemeente een geldlening aantrekt in het kader van projectfinanciering, wordt de werkelijk te betalen rente conform het BBV naar het desbetreffende taakveld doorbelast. Dit is van toepassing op de geldleningen voor de aankoop van erfpachtgronden. De rente van deze leningen moet rechtstreeks worden doorbelast naar het taakveld beheer overige gebouwen en gronden.
Financieringspositie en rentekosten Het rente-omslagpercentage wordt ingezet om rentekosten toe te wijzen aan vaste activa. Dit percentage vertegenwoordigt het gemiddelde van zowel betaalde als ontvangen rente. Verschillende factoren spelen een rol in de bepaling van het omslagpercentage. Een significante factor is het schatkistbankierenbeleid, waarbij publieke middelen gecentraliseerd worden bij de overheid. Dit beleid kan rentetarieven beïnvloeden, wat op zijn beurt effect heeft op het omslagpercentage. Daarnaast zijn aanpassingen in de BBV-voorschriften van belang. De BBV bevat richtlijnen over het toewijzen van rentekosten. Deze voorschriften kunnen de berekening en het gebruik van omslagpercentages in gemeenten beïnvloeden. Bovendien hebben de algemene renteomstandigheden invloed. De huidige rentetarieven op aangegane en uitgezette leningen kunnen direct invloed uitoefenen op het omslagpercentage. Lagere rentetarieven op aangegane leningen en hogere rentetarieven op uitgezette leningen kunnen het omslagpercentage verlagen, terwijl het tegenovergestelde hetzelfde effect kan hebben. Samengevat hebben deze ontwikkelingen geleid tot een situatie waarin het omslagpercentage op 0% gehandhaafd blijft.
Renteschema jaarrekening 2026 Rente schema a.
96
2026 De externe rentelasten over
€ 1.476.063
Begroting 2026-2029 Rente schema
2026 de korte en lange financiering
b.
c.
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend
-/-
€ 731.980
-/-
De rente van -/projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (rente aankoop gronden)
€-
€ 1.339.510
-/-
d.1 d.2
e.
f.
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal geraamde aan taakvelden toe te rekenen rente De aan taakvelden toe te rekenen rente (rente omslag) Renteresultaat op het taakveld Treasury
€ 744.083
€ 1.339.510 - € 607.530 € 49.380 €- € 558.150
-/-
€-
- € 558.150
Leningenportefeuille Een belangrijk onderdeel van het financieringsbeleid vormt de omvang, flexibiliteit, gemiddelde looptijd en rentegevoeligheid van de leningenportefeuille. De leningenportefeuille langer dan één
97
Begroting 2026-2029 jaar heeft per 1 januari 2026 een omvang van € 87,9 miljoen (waarvan 81,3 miljoen direct gekoppeld aan erfpacht). Het grootste gedeelte van de leningenportefeuille zijn projectfinancieringen voor aankoop gronden. Aangekochte gronden bedrijvenschap HarnaschPolder zijn in erfpacht uitgegeven. Voor de financiering van aankoop van deze gronden en de betaling van de overeengekomen afkoopsommen voor renteverschillen zijn leningen aangetrokken. Het financieel risico is beperkt omdat erfpachtinkomsten (canon) hoger zijn dan de rentekosten.
Overzicht van schulden O/G 2026 met een looptijd langer dan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Rente %
Onderhandse leningen: BNG 40.92017
€ 680.670
BNG 40.115448
€ 5.000.000
14-22026 15-22032
Rente 2026 valutair
Aflossing Restantbed 2026 geldlening 31-12-202
5,500% Naar kortlopend 0,835% € 3.500.000
€ 25.576
€ 3.000.000
€ 3.500.000
€ 25.576
€ 500.000 € 500.000
1,245% € 7.429.045
€ 92.492
€ 0,-
€ 7.429.045
0,800% € 641.462
€ 4.493
€ 483.008
1,770% € 6.751.680
€ 119.505
€ 158.454 € 0,-
1,570% € 2.034.131
€ 31.452
€ 61.076
€ 1.973.055
1,760% € 15.983.210
€ 281.305
€ 0,-
€ 15.983.21
1,598% € 1.621.575
€ 25.913
€ 0,-
€ 1.621.575
1,360
€ 13.293.280
€ 180.789
€ 0,-
€ 13.293.28
1,140% € 5.786.267
€ 64.948
€ 5.609.679
0,500% € 10.000.000
€ 50.000
€ 176.588 € 0,-
Naar 0,190% kortlopend 2,625% € 9.260.626
€ 243.091
€ 0,-
€ 9.260.626
2,929% € 7.419.611
€ 217.320
€ 0,-
€ 7.419.611
3,245% € 186.667
€ 5.792
€ 13.333
€ 173.333
Totaal Projectfinancieringen: BNG 40.111437 € 7.429.045 BNG 40.111438
€ 1.566.123
BNG 40.112090
€ 6.751.680
BNG 40.112091
€ 2.381.266
BNG 40.112379
€ 15.983.210
BNG 40.112494
€ 1.621.575
BNG 40.112836
€ 13.293.280
BNG 40.112837
€ 6.804.774
BNG 40.113745
€ 10.000.000
BNG 40.114899
€ 3.274.113
BNG 40.116969
€ 9.260.626
BNG 40.117137
€ 7.419.611
NWB 1.0040370
€ 200.000
98
2-72029 1-72029 1-72052 1-72052 1-72044 3-12039 1-72053 1-72053 1-42070 25-62026 27-122028 07-032074 23-022042
Restantbedrag geldleningen 1-1-2026
€ 3.000.000
€ 6.751.680
€ 10.000.00
Begroting 2026-2029 Omschrijving
BNG 40.118063
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing € 1.050.000
31-122030
Rente %
Restantbedrag Rente geldleningen 2026 1-1-2026 valutair 2,970% € 1.050.000 € 31.185
Aflossing Restantbed 2026 geldlening 31-12-202 € 0,€ 1.050.000
Totaal
€ 81.457.554
€ € 1.348.285 409.452
€ 81.048.10
Totaal vaste schulden:
€ 84.957.554
€ € 1.373.861 909.452
€ 84.048.10
Overzicht van schulden O/G 2025 met een looptijd korter of gelijk aan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste Rente Restantbedrag Rente geldlening aflossing % geldleningen 2025 1-1-2025 valutair
Onderhandse leningen en Projectfinancieringen: BNG 40.92017 (van € 680.670 langlopend) BNG 40.114899 (van € 3.274.113 langlopend) Totaal
14-22026 25-062026
Aflossing 2025
Restantbedra geldleningen 31-12-2025
€ 0,-
5,50% € 27.227
€ 185
€ 27.227
€ 3.274.113 0,19% € 3.301.340
€2.983 €2.798
€ € 0,3.274.113 € € 0,3.301.340
Leasing Voor vervoermiddelen en printers zijn leasecontracten afgesloten. In het leasebedrag is een rentebedrag verdisconteerd.
Uitgezette geldleningen We hebben de twee grootste leningen uitgezet geld (U/G) onderstaande toegelicht: In 1988 heeft de voormalige gemeente Schipluiden een bedrag van € 7,7 mln. uitgeleend aan de ABN-AMRO. De lening is later overgegaan naar de Royal Bank of Scotland (RBS). De RBS is grotendeels in handen van de Britse overheid. De vooruitzichten van de bank zijn de laatste jaren verbeterd. De lening is voor 50 jaar fixe en heeft een rente van 8,15% (ACT/360). De lening aan de RBS levert nu jaarlijks € 637K aan rente op. Het verstrekken van een lening brengt risico’s met zich mee. Het omvallen van de Icesavebank tijdens de kredietcrisis staat nog vers in het geheugen. Binnen ons huidige treasurybeleid past het verstrekken van een dergelijke lening niet. Op het moment van uitzetten van de lening was er nog geen sprake van een vastgesteld treasurybeleid. Onderzocht is om te verkopen. Door de verbetering van de situatie van RBS en het financieel nadelige effect is afgezien van verkoop. In 2017 realiseerde de bank winst voor het eerste sinds bijna tien jaar, met als gevolg nog betere winsten in de volgende jaren. Op basis van het toen geldende beleid is een correcte afweging gemaakt en een goed besluit genomen.
99
Begroting 2026-2029 Bij de Nederlandse Waterschapsbank is voor € 1,4 mln. uitgezet met een rente van 7% (€ 95K exploitatie-inkomsten per jaar tot 2043).
Overzicht van leningen U/G 2026 met een looptijd langer dan één jaar. Omschrijving
Oorspronkelijk Laatste geldlening aflossing
Leningen U/G Royal Bank of € 7.714.264 Schotland (RBS) Nederlandse € 1.361.341 Waterschapsbank N.V. (NWB) Delflandshof € 293.000 Cooperatie U.A.
T.V. de € 200.000 Commandeur Totaal € 9.568.604
1-72038 1-92043 31-12049
20-52039
Rente %
Restantbedrag Ontvangen Aflossing Restantbedrag geldleningen Rente 2026 geldleningen 1-1-2026 2026 31-12-2026
8,150% € 7.714.264
€ 628.712
€ 0,-
€ 7.714.264
7,000% € 1.361.341
€ 95.294
€ 0,-
€ 1.361.341
€ 281.280
€ 12.983
€ 7.063
€ 274.217
€ 186.667
€ 7.093
€ 173.333
€ 9.543.551
€ 744.083
€ 13.333,€ 20396
4,64%
3,80%
Liquiditeit De liquiditeitspositie geeft aan in hoeverre de gemeente in staat is om op korte termijn aan haar betalingsverplichtingen te voldoen. Deze positie fluctueert gedurende het jaar en wordt beïnvloed door onder andere de inning van gemeentelijke belastingen, de ontvangst van de algemene uitkering en subsidies, het aantrekken of aflossen van leningen en de timing van exploitatie-uitgaven. Voor de komende jaren wordt uitgegaan van een beperkte liquiditeitsruimte, mede als gevolg van verschuivingen in kasstromen en toenemende investeringsdruk. Dit betekent dat de inzet van tijdelijke financieringsmiddelen noodzakelijk kan zijn om aan de kortetermijnverplichtingen te blijven voldoen. Binnen het bestaande wettelijke kader (Wet Fido) mag de gemeente kortlopende leningen aantrekken tot een zogenoemde kasgeldlimiet, die voor onze gemeente momenteel op circa € 5 miljoen ligt. Deze ruimte wordt benut via kasgeldleningen met een looptijd korter dan één jaar. Indien nodig mag deze limiet tijdelijk worden overschreden, met een maximale duur van twee opeenvolgende kwartalen, mits toestemming is verleend van de toezichthouders. Gezien de verwachte liquiditeitsontwikkeling is het aannemelijk dat in de komende periode gebruik zal worden gemaakt van deze kasgeldruimte.
Indien de liquiditeitsbehoefte structureler van aard blijkt, zal waar nodig aanvullend langlopende financiering worden aangetrokken om de begroting en de investeringsplanning op een robuuste manier te ondersteunen. Het benutten van kasgeldleningen is in dat licht een financieel verantwoorde keuze. Dergelijke leningen zijn doorgaans goedkoper dan langlopende financiering, en bieden de gemeente de flexibiliteit om pieken en dalen in de kasstromen effectief op te vangen. Daarbij blijven we binnen de grenzen van wet- en regelgeving, en wordt voortdurend gestuurd op een solide en duurzaam treasurybeleid. 100
€ 9.523.155