CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

43 1 Bijlage 1 Vaststellingsbesluit-Gaswinning-Groningen-2022-2023

Raadsvergadering 10 november 2022, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ingekomen stukken en mededelingen/ Lange Termijn Agenda raad/ Toezeggingen34.087 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 4

Pagina 43 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Daarom heb ik in het gasjaar 2021-2022 definitief besloten tot de inzet van UGS Grijpskerk als opslag voor laagcalorisch gas.

PDGGO-DSGG / 22368536

Sluiting van productielocaties Onderstaande tabel 1 en figuur 2 geven inzicht in de volgorde waarin productielocaties niet meer nodig zijn. De voorgenomen sluitingsdata zijn onder meer afhankelijk van het functioneren van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek, de capaciteit die UGS Grijpskerk kan bieden als opslag voor laagcalorisch gas, en de voortgang van de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas. In tabel 1 is het ‘basisscenario’ het scenario met zeven operationele productielocaties in de winter en vijf in de zomer. De ‘gevoeligheidsanalyse’ geeft het scenario weer dat alle huidige elf productielocaties in de winter operationeel blijven en in de zomer vijf. Op pagina 9 en 10 van de operationele strategie van NAM staat een nadere duiding van het voorgestelde productielocatieafbouwvolgorde. Tabel 1: Insluitdata van de productielocaties voor het scenario met in de winter zeven productielocaties en in de zomer vijf (basisscenario) en in de winter elf productielocaties en in de zomer vijf (gevoeligheidsanalyse). Voor de data die gemarkeerd zijn met een asterisk (*) geldt dat als bij aanvang van het gasjaar 2023-2024 geen capaciteit meer benodigd is uit het Groningenveld de insluitdata van deze productielocaties vervroegd kan worden tot uiterlijk 1 april 2023. Bron: NAM 2022, Operationele Strategie voor het gasjaar 2022-2023.

Pagina 44 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

PDGGO-DSGG / 22368536

Figuur 2: Vergelijk van de totale technisch beschikbare capaciteit van de Groningen productielocaties en de capaciteitsraming van GTS voor het scenario met in de winter zeven productielocaties en het scenario met in de winter elf productielocaties (gearceerd). Bron: NAM 2022, Operationele Strategie voor het gasjaar 2022-2023.

Alhoewel het mijn intentie is om het Groningenveld in oktober 2023, en als het tegenzit in 2024, volledig en definitief te sluiten, zoals ook aangegeven in figuur 2, spelen meerdere onzekerheden een rol in de definitieve datum. Zo brengt de oorlog in Oekraïne onzekerheden met zich mee. Ook is onzeker of UGS Grijpskerk na twee vulseizoenen inderdaad voldoende capaciteit kan leveren om de reserverol van het Groningenveld over te nemen. Daarnaast spelen de voortgang in de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas (zie ook paragraaf 5.4) en voldoende aanvoer van hoogcalorisch gas een belangrijke rol. Ik blijf deze onzekerheden monitoren en grijp waar nodig en mogelijk in. 5.3.5

Adviezen

Advies regio Groningen 9-19 mei 2022 De regio Groningen adviseert om in het vaststellingsbesluit 2022-2023 (nogmaals) duidelijk een uitspraak te doen over het beëindigen van gaswinning uit het Groningenveld in 2023. Advies provincie Drenthe, gemeente Westerkwartier en gemeente Noordenveld 17-18 mei 2022 De provincie Drenthe en gemeenten Westerkwartier en Noordenveld adviseren om voor UGS Norg voor het komende jaar vast te houden aan een maximale vulgraad van 4 miljard Nm3. Dit om het maximale drukbereik te voorkomen en daarmee – meer – schade door bodembeweging en mogelijke risico’s op bevingen te voorkomen.

Pagina 45 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Aanvullend adviseren de gemeenten om in het vaststellingsbesluit concreet in te gaan op de inzet en beoogde gebruikstermijn van de ondergrondse gasopslagen. Juist vanwege de geopolitieke ontwikkelingen. Volgens de gemeenten neemt in de beleving van inwoners de druk op de kleine velden toe. De gemeenten vragen om in het vaststellingsbesluit inzichtelijk te maken welke rol de kleine velden spelen in de leveringszekerheid.

PDGGO-DSGG / 22368536

Advies SodM 19 mei 2022 Volgens SodM verdient, gelet op het wettelijke uitgangspunt dat de productie uit het Groningenveld moet worden geminimaliseerd, het scenario van zeven productielocaties de voorkeur. Daarbij geeft SodM aan dat het veiligheidsbelang van de leveringszekerheid ook meegewogen dienen te worden. SodM adviseert om deze afweging zo concreet en duidelijk mogelijk te maken om daarmee onzekerheid bij de inwoners te verminderen. Advies TNO 20 mei 2022 TNO adviseert verdere abandonnering van de Groningen productielocaties volgens het basisscenario op te schorten en het Groningenveld operationeel te houden na het gasjaar 2022-2023, gezien de dreiging van een verstoorde gaslevering in het huidige geopolitieke klimaat. TNO zit dit momenteel als een reële 'no-regret' optie van maatschappelijk belang, mocht er zich onverhoopt een situatie voordoen waarin gasinzet van Groningenkwaliteit noodzakelijk wordt. Advies Mijnraad 10 juni 2022 De Mijnraad merkt op dat de raming van GTS van 31 januari 2022 niet meer aansluit bij de realiteit die ontstaan is na de inval van Rusland in Oekraïne. De Mijnraad adviseert om scenario’s te ontwikkelen voor de situatie dat het Russisch gas niet meer beschikbaar zal zijn en verwijst daarbij naar de Mijnraad adviezen van 21 maart en 1 juni 2022.

Gezien het ontbreken van duidelijke scenario's, waarin beoordeeld is of de leveringszekerheid in een later gasjaar (2023-2024) voldoende zeker is, adviseert de Mijnraad de optie open te houden van een latere sluitingsdatum dan eerder beoogd zolang uit de scenariostudies niet blijkt dat de risico's voor de leveringszekerheid acceptabel gevonden worden. De Mijnraad acht het daarbij verstandig uit te gaan van het inzetten van elf productielocaties, om verdere vertragingen in de oplevering van de stikstoffabriek op te kunnen vangen en een eventuele inzet van het Groningenveld in geval van nood in de nabije toekomst mogelijk te laten blijven. Daarnaast adviseert de Mijnraad om in het vaststellingsbesluit of bij het nemen ervan aan te geven hoe de besluitvorming rond de inzet van het Groningenveld als allerlaatste optie in geval van noodsituaties eruit ziet en welk proces daar bij hoort. Volgens de Mijnraad mogen de Groningers er immers niet alleen op vertrouwen dat het kabinet nu inzichtelijk maakt wat het doet om de beloofde afbouw en sluiting te realiseren, maar ook hoe het proces eruit ziet als de allerlaatste optie toch zal moeten worden ingezet. Onderdeel van dat proces hoort overleg met Groningen te zijn, om de regio te betrekken bij de afweging. Daarnaast is volgens de Mijnraad een goed beeld van de maatschappelijke effecten van de verschillende maatregelen noodzakelijk.

Pagina 46 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Tot slot beveelt de Mijnraad aan een extra vergoeding te geven aan de regio voor iedere m3 gas die wordt gewonnen boven het tot dusver beoogde afbouwscenario. 5.3.6

PDGGO-DSGG / 22368536

Beoordeling

Ik ben het met de regio Groningen en de provincie Drenthe eens dat duidelijkheid over de sluiting van het Groningenveld belangrijk is en ik laat dit zwaar meewegen. Dit perspectief vind ik belangrijk gezien de negatieve gevolgen die de gaswinning heeft voor de inwoners van Groningen. In de paragraaf 5.3.4 heb ik mijn intentie om het Groningenveld in oktober 2023, of als het tegenzit uiterlijk in 2024, te sluiten uitgesproken en de onzekerheden geschetst. Volledig zekerheid is niet te geven, wel is duidelijk hiermee dat het uitgangspunt van het kabinet zo snel mogelijke volledige sluiting is. Ik ben het met TNO en de Mijnraad eens dat de oorlog in Oekraïne onzekerheden met zich meebrengt voor de sluitingsdatum van het Groningenveld. Ik vind het echter ook van belang om de inwoners van Groningen zoveel mogelijk duidelijkheid te geven. In dit besluit neem ik geen besluit over de sluiting van het Groningenveld, wel beschrijf ik de inspanningen die ik doe om de sluiting zo snel mogelijk te realiseren. In paragraaf 5.3.4 ga ik nader in op de onzekerheden. Ik ben het met SodM eens dat de afweging voor de keuze voor het aantal productielocaties dat beschikbaar moet worden gehouden zo duidelijk mogelijk moet worden gemaakt om onzekerheid voor inwoners te verminderen.

Ook ben ik het eens met TNO dat de keuze zo snel mogelijk moet worden gemaakt, zodat er duidelijkheid is voor de inwoners van Groningen. Zoals TNO, SodM en de Mijnraad ook aangeven spelen naast veiligheid en leveringszekerheid diverse onzekerheden mee, zoals de onzekerheid over de datum van ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek en de gevolgen voor gasleveringszekerheid door de oorlog in Oekraïne. Op dit moment kies ik ervoor om in de winter elf productielocaties open te houden. In paragraaf 4.5 en 4.6 motiveer ik deze keuze. In het kader van de oorlog in Oekraïne vraagt de Mijnraad ook om meer inzicht te geven in het afwegingskader dat vooraf gaat aan de keuze om het Groningenveld als ultimum remedium in te zetten om onderbrekingen in de aanvoer van gas op te vangen. Het afwegingskader voor de wijze waarop wordt omgegaan met onderbrekingen in de aanvoer van gas is in ontwikkeling. Daarbij wordt, zoals de Minister voor Klimaat en Energie heeft aangegeven 35, 38, naast een eventuele inzet van het Groningenveld ook naar andere maatregelen gekeken.

Indien in een noodsituatie overgegaan moet worden tot een structurele verhoging van de winning uit het Groningenveld om bijvoorbeeld huishoudens en ziekenhuizen van gas te kunnen blijven voorzien, zal dit besluit genomen worden middels een tijdelijke maatregel of een wijzigingsbesluit op grond van artikel 52e en 52d van de Mijnbouwwet. Dit besluit wordt genomen conform de procedure die is vastgelegd in de Mijnbouwwet. Ongeacht of de gaswinning wordt verhoogd, kunnen inwoners van Groningen erop rekenen dat er ruimhartig wordt omgegaan met de versterking en het schadeherstel.

35

Kamerstukken II, 2021/22, 29023, nr. 337. Pagina 47 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Zoals aangegeven in paragraaf 5.3.2 staat in de aangenomen verordening 36 inzake gasopslag dat de ondergrondse gasopslag van de lidstaten vóór de winter van 2022-2023 voor minimaal 80% gevuld moet zijn. Dat betekent dat UGS Norg voor de start van het gasjaar 2022-2023 gevuld moet zijn met minimaal 4,8 miljard Nm3. Ik ga daarom niet mee in het advies van de gemeente Westerkwartier, gemeente Noordenveld en de provincie Drenthe om het voor UGS Norg het komende jaar vast te houden aan een maximale vulgraad van 4 miljard Nm3. UGS Norg kan worden ingezet binnen de drukgrenzen van het instemmingsbesluit Norg. 37 Zoals aangegeven in de Kamerbrief over het verder vullen van UGS Bergermeer en UGS Norg neemt dat niet weg dat omwonenden hier zorgen over kunnen hebben, mede over het bewijsvermoeden rondom UGS Norg. Dit heeft mijn aandacht, ook in het kader van het lopende omgevingstraject over UGS Norg en UGS Grijpskerk. 38

PDGGO-DSGG / 22368536

Het onderwerp van de rol van gasopslagen en kleine velden ten behoeve van de leveringszekerheid valt buiten de scope van dit vaststellingsbesluit. Dat betekent dat ik in dit besluit niet expliciet stil sta bij de beoogde gebruikstermijn van gasopslagen of de inzet van kleine velden, zoals de gemeenten Westerkwartier en Noordenveld hebben gevraagd. Voor de rol van gasopslagen en kleine velden ten behoeve van de leveringszekerheid verwijs ik naar de recente Kamerbrieven die de minister voor Klimaat en Energie hierover heeft gestuurd. 39,40 Overigens geldt voor de ontwikkeling van nieuwe velden dat ik een besluit neemt op basis van daarvoor geldende criteria in de Mijnbouwwet. Hierbij wordt advies gevraagd van verschillende in de Mijnbouwwet aangemerkte partijen, waaronder de regionale overheden en SodM, die onder andere adviseren over de veiligheid. Verder loopt er een omgevingstraject rond de UGS Grijpskerk en UGS Norg waar de gemeenten ook bij betrokken zijn. In het omgevingstraject worden de verschillende scenario’s met betrekking tot deze opslagen verkend. Daarbij is nadrukkelijk aandacht voor zorgen die er bij bewoners zijn over bijvoorbeeld de schadeafhandeling. Zoals ook aangegeven in het vaststellingsbesluit voor het gasjaar 2021-2022 41, kan na sluiting van het Groningenveld op termijn allereerst UGS Norg worden beëindigd. UGS Grijpskerk blijft langer in gebruik.

De geopolitieke situatie en de verordening leveringszekerheid worden hierbij in beschouwing genomen. GTS heeft in haar aanvullend advies van 16 september 2022 aangegeven dat het winningsniveau van 2,8 miljard Nm3 bij een gereduceerde vraag in zowel binnenland als buitenland voldoende is om de leveringszekerheid in het gasjaar 2022-2023 te borgen. Daarbij wijst GTS in haar advies op een studie van ENTSOG 42, waar één van de bevindingen is dat indien de gasopslagen gedurende de winter van gasjaar 2022-2023 niet alleen ingezet worden voor het afdekken https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2022/06/27/council-adopts-regulation-gasstorage/#:~:text=Volgens%20de%20verordening%20moet%20de,begin%20van%20de%20daaropvolgende%20 winters. 37 Kamerstuk 2019D34870, Definitief instemmingsbesluit gasopslag Norg. 38 Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 339. 39 Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 283. 40 Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 302. 41 Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 902. 42 https://www.entsog.eu/sites/default/files/2022-07/SO0036-22_Yearly_Supply_Outlook_2022-2023_2.pdf 36

Pagina 48 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

van de leveringszekerheid, het mogelijk is dat gedurende de zomer van gasjaar 2022-2023 niet alle gasopslagen in Europa voldoende gevuld raken om de vraag naar gas in de winter erna in te vullen. De minister voor Klimaat en Energie en ik bekijken welke afspraken er nodig zijn om de gasopslagen ook komende zomer voldoende te kunnen vullen. Daarbij betrek ik ook het advies van GTS. 5.3.7

PDGGO-DSGG / 22368536

Conclusie

Ik concludeer dat met de operationele strategie zoals beschreven in hoofdstuk 4, die uitgaat van een volume van 1,9 miljard Nm3 en de door GTS voor een basisscenario geadviseerde capaciteit, de leveringszekerheid van de verschillende categorieën van eindafnemers onvoldoende wordt geborgd voor het gasjaar 20222023 en ook voor volgende gasjaren. Dit wordt nogmaals onderstreept in het aanvullende advies van GTS van 16 september 2022. Dit vanwege de grote onzekerheden die momenteel spelen en in dit hoofdstuk zijn toegelicht. Ik kies daarom voor het beschikbaar houden van extra capaciteit dat gepaard gaat met een hoger volume. Daarbij blijf ik monitoren wat de actuele ontwikkelingen zijn in de vraag naar laagcalorisch gas en wat de actuele vulgraad is van de gasopslagen voor laagcalorisch gas. 5.4 5.4.1

Tempo van de afbouw van de vraag (criterium c) Inleiding

Het tempo van de afbouw van de vraag naar Groningengas is niet van invloed op de wijze waarop de gaswinning wordt uitgevoerd, maar wel op de hoogte van de gaswinning die in dit besluit wordt vastgelegd. In dit hoofdstuk ga ik in op de maatregelen die zijn getroffen om het benodigde Groningengas zo veel als mogelijk te beperken. De genoemde maatregelen zijn meegenomen door GTS in haar raming voor het benodigde volume en de capaciteit uit het Groningenveld voor komend gasjaar en de doorkijk voor de jaren daarna. De maatregelen kunnen verdeeld worden in twee categorieën, namelijk het vervangen van Groningengas door pseudo-Groningengas (hoogcalorisch gas gemengd met stikstof) en het beperken van de vraag naar laagcalorisch in het binnen- en buitenland. 5.4.2

Maatregelen met betrekking tot pseudo-Groningengas

Door de inzet van de stikstofinstallaties van GTS kan hoogcalorisch gas omgezet worden in laagcalorisch gas (pseudo-Groningengas), waarmee afnemers van laagcalorisch gas kunnen worden beleverd. Om zoveel mogelijk pseudoGroningengas te produceren heb ik een aantal maatregelen genomen, die ik hieronder toelicht. Uitbreiding van de stikstofcapaciteit GTS heeft de stikstofcapaciteit sinds eind december 2019 uitgebreid door de additionele inkoop van stikstof. Het mengstation Wieringermeer is uitgebreid om deze additionele stikstof te kunnen mengen met hoogcalorisch gas. GTS is daarnaast begonnen met de bouw van de stikstofinstallatie in Zuidbroek. In haar brief van 16 september 2022 heeft GTS aangegeven dat er afspraken met de hoofdaannemer zijn gemaakt die voor een versnelling van de werkzaamheden Pagina 49 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

moesten zorgen, met een gefaseerde oplevering in oktober. GTS constateert dat deze beoogde versnelling onvoldoende gerealiseerd is en gaat inmiddels uit van een volledige beschikbaarheid van de stikstofinstallatie per 30 november 2022.

PDGGO-DSGG / 22368536

Potentiële tegenslagen zijn volgens GTS niet uit te sluiten. Met de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek is het Groningenveld alleen als reservemiddel nodig. Weliswaar is er een risico dat de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek nog verder vertraagt, dit heeft echter geen gevolgen voor de sluitingsdatum van het Groningenveld. Wel meldt GTS dat een verdere vertraging gevolgen kan hebben voor de benodigde Groningenproductie die nodig is voor het borgen van de leveringszekerheid. Indien dit het geval is, maakt GTS hier melding van en kan ik indien nodig dit besluit aanpassen, zoals is toegelicht in paragraaf 2.3. Stikstofinzet Om zoveel mogelijk gebruik te maken van de beschikbare stikstofinstallaties wordt net als in de gasjaren 2019-2020, 2020-2021 en 2021-2022 uitgegaan van een stikstofinzet van 100%. Hierbij is het van belang om te benadrukken dat GTS niet kan bepalen hoeveel stikstof er daadwerkelijk wordt ingezet, maar dat het gedrag van marktpartijen de inzet van de stikstofinstallaties bepaalt. In het kort komt het erop neer dat GTS de stikstofinstallaties gebruikt op het moment dat marktpartijen een overschot aan hoogcalorisch gas aanbieden. Dit kan doordat de gashandel in Nederland kwaliteitsneutraal is en niet plaatsvindt in hoog- of laagcalorisch gas, maar gestandaardiseerd naar energie-inhoud.

Als gevolg hiervan kan de situatie ontstaan dat marktpartijen hoogcalorisch gas aanbieden, terwijl er vooral vraag is naar laagcalorisch gas. GTS heeft de wettelijke taak om dit te corrigeren door inzet van de stikstofinstallaties. Het is mogelijk om een gemiddelde stikstofinzet van meer dan 100% te halen. Dit komt doordat ook de back-up stikstofinstallaties van GTS kunnen worden ingezet. Een structurele verhoging van de stikstofinzet boven de 100% met daarbij een continue inzet van de back-up installaties heeft in het gasjaar 2022-2023 geen invloed op het winningsniveau. Zoals aangegeven in hoofdstuk 5.3.3 wordt dit niveau bepaald door de benodigde minimumflow. UGS Norg en exportpunt Oude Statenzijl UGS Norg zal net als in de gasjaren 2019-2020 en 2020-2021 worden gevuld met pseudo-Groningengas in plaats van met Groningengas. Op 9 maart 2021 heeft de toenmalige minister van EZK de Tweede Kamer geïnformeerd dat er een afspraak is gemaakt met Shell en ExxonMobil over de inzet van UGS Norg tot en met gasjaar 2026-2027. 43 Deze afspraak ziet op de inzet van UGS Norg om vermindering van de winning uit het Groningenveld te realiseren en niet op de inzet van Norg ten behoeve van de leveringszekerheid bij een tekort aan hoogcalorisch gas.

Zoals aangegeven in hoofdstuk 5.3.2 is de technische verwachting dat de opslag gedurende het vulseizoen van het gasjaar 2022-2023 volledig met pseudo-Groningengas gevuld kan worden tot minimaal 90%, als deze niet (bijna) leeg uit de winter komt. De minister voor Klimaat en Energie en ik 43

Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 850. Pagina 50 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

bekijken welke afspraken er nodig zijn om de gasopslagen ook komende zomer voldoende te kunnen vullen. Daarbij betrek ik ook het advies van GTS.

PDGGO-DSGG / 22368536

Daarnaast zal net als in eerdere gasjaren via het exportpunt Oude Statenzijl pseudo-Groningengas worden geëxporteerd naar Duitsland. Voorheen was het alleen mogelijk om Groningengas te exporteren via Oude Statenzijl. Door aanleg van een verbinding tussen twee leidingen van GTS is het sinds het tweede kwartaal van 2020 mogelijk om Oude Statenzijl te beleveren met pseudoGroningengas. 5.4.3

Vermindering van de vraag naar laagcalorisch gas

Afbouw van de export naar Duitsland, België en Frankrijk Delen van Duitsland, Noord-Frankrijk en België zijn aangesloten op een laagcalorisch gasnetwerk. Deze huishoudens en bedrijven zijn afhankelijk van laagcalorisch gas uit Nederland. De netbeheerders van deze landen hebben afspraken gemaakt over de afbouw van de gaslevering vanuit Nederland: tussen nu en gasjaar 2029-2030 vindt een volledige afbouw plaats van de export van laagcalorisch gas. Inmiddels zijn in al deze landen omvangrijke ombouwoperaties in gang gezet waarbij de komende jaren honderdduizenden afnemers per jaar zullen worden omgezet naar een andere vorm van energie, waaronder hoogcalorisch gas. Dit betekent dat de totale export van laagcalorisch gas in de periode 2019-2030 gemiddeld met ongeveer 10% per jaar zal afnemen. Gezien het belang van de reductie van de laagcalorische gasvraag in het buitenland, teneinde de productie uit het Groningenveld te minimaliseren en zo snel mogelijk te kunnen beëindigen, is door mijn ministerie en de betrokken collega’s van de Duitse, Belgische en Franse overheden afgesproken de coördinatie van de ombouw van de laagcalorische markt te intensiveren.

In dit kader is een Task Force opgericht waarbij vertegenwoordigers van de overheden, netbeheerders en energietoezichthouders van de vier landen regelmatig bij elkaar komen om de activiteiten op het gebied van de ombouw beter te monitoren, te blijven zoeken naar mogelijke versnellingen en tevens ‘best practices’ te identificeren en uit te wisselen. De afspraak is om hierover twee keer per jaar een rapportage op te stellen die vervolgens onder meer gebruikt wordt om de Tweede Kamer te informeren. Op 14 maart 2022 heb ik een nieuwe rapportage van de Task Force gedeeld met de Tweede Kamer, waaruit bleek dat de afbouw van de export op schema ligt. 44 In september 2022 is een nieuw rapport uitgebracht waaruit blijkt dat de afbouw nog steeds op schema ligt. Op basis van de ervaring die de afgelopen jaren is opgedaan kan de ombouw in België worden versneld. De export van laagcalorisch gas naar België kan hierdoor mogelijk eind 2024 al worden beëindigd, in plaats van in 2029. In 2023 wordt de eerste versnelling verwacht. In 2024 kunnen mogelijk de dan nog resterende afnemers worden omgeschakeld. Hierover is de Tweede Kamer op 16 april 2021 geïnformeerd. 45 Ook Duitsland ziet versnellingsmogelijkheden vanaf 2026, waardoor de export in 2029 in plaats van 44 45

Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 994. Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 868. Pagina 51 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

2030 beëindigd kan worden. De komende jaren blijft het ombouwtempo hoog en de verwachting is dat de export van laagcalorisch gas in 2029 volledig kan zijn afgebouwd.

PDGGO-DSGG / 22368536

Andere maatregelen Duitsland De Duitse netbeheerder GTG Nord werkt, naast de hiervoor genoemde maatregelen, aan de bouw van een mengstation, waarmee laagcalorisch gas verrijkt kan worden met hoogcalorisch gas binnen de Duitse vereisten voor laagcalorisch gas. Hiermee kan de export van laagcalorisch gas naar Duitsland verder beperkt worden tot wel 30% van de vraag aan de Duitse grens. Het mengstation is sinds april 2021 operationeel. In 2018 is daarnaast een elektriciteitscentrale in Duitsland versneld overgestapt van laagcalorisch naar hoogcalorisch gas. Ombouw industriële grootverbruikers in Nederland Een andere maatregel die bijdraagt aan de reductie van de vraag naar laagcalorisch gas is de ombouw van de grootste negen afnemers van laagcalorisch gas, die samen 50% van de industriële laagcalorische gasvraag omvatten. Deze maatregel vormt een belangrijk onderdeel in de transitie naar een gassysteem dat voldoende robuust kan functioneren zonder het Groningenveld. Door de afname van de vraag wordt de druk op de stikstofinstallaties minder groot, waardoor deze flexibeler kunnen worden ingezet. Dit maakt het gassysteem beter bestand tegen onvoorziene ontwikkelingen en tegenvallers. De groep van negen afnemers is vastgesteld op basis van een objectieve afnamegrens waarbij de haalbaarheid van ombouw binnen afzienbare tijd en het effect op de afname van de vraag zijn meegewogen.

Op grond van de Wet tot wijziging van de Gaswet betreffende het beperken van de vraag naar laagcalorisch gas van grote afnemers 46, die op 20 juni 2020 in werking is getreden, is het de grootste negen afnemers met ingang van 1 oktober 2022 verboden om laagcalorisch gas aan het gastransportnet te onttrekken. Zij moeten ofwel overstappen naar een alternatieve (duurzame) energiebron, ofwel omschakelen naar hoogcalorisch gas. Deze omschakeling wordt verzorgd door GTS. De eerste drie van de negen grootste afnemers zijn omgeschakeld. De vierde afnemer is gepland om vóór 1 oktober 2022 van het laagcalorisch gas af te gaan. De omschakeling van de overige afnemers wordt door GTS voorbereid, maar GTS heeft aangegeven dat de omschakeling van deze vijf bedrijven vertraging oploopt ten opzichte van de ingangsdatum op 1 oktober 2022. Vooralsnog geeft GTS aan dat de vertraging een gering effect heeft op de benodigde gaswinning uit het Groningenveld en geen impact heeft op de sluitingsdatum. Voor andere grote afnemers van laagcalorisch gas geldt op grond van dezelfde wet een verbruiksplafond. Daarnaast geldt dat deze bedrijven met het oog op het Klimaatakkoord hun CO2-uitstoot moeten reduceren, onder andere met behulp van verduurzaming.

46

Stb. 2020, 169. Pagina 52 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Energiebesparing Het kabinet heeft op 22 april 2022 aangekondigd voor het einde van het jaar onafhankelijk te willen worden van Russische fossiele brandstoffen vanwege de oorlog in Oekraïne.33,38 Hiertoe is een breed pakket aan maatregelen aangekondigd, waaronder de energiebesparingscampagne ‘Zet ook de knop om’. Ook zijn diverse maatregelen aangekondigd om energiebesparing in de gebouwde omgeving en bij bedrijven en instellingen te vergroten.

PDGGO-DSGG / 22368536

Verduurzaming gebouwde omgeving en glastuinbouw In de Kamerbrief van 29 maart 2018 zijn verduurzaming in de gebouwde omgeving en de glastuinbouw gepositioneerd als maatregelen om de vraag naar Groningengas te verminderen. In de glastuinbouw wordt gewerkt aan het beperken van het energieverbruik en daarmee de gasvraag. In het kader van het Klimaatakkoord wordt ook gewerkt aan de overstap naar duurzame warmtebronnen in de gebouwde omgeving. Dit is echter beleid dat pas op de langere termijn effect zal hebben en zal op korte termijn dus geen concrete bijdrage leveren aan het terugbrengen van de Groningenproductie. In de Kamerbrieven van 14 maart, 22 april, 20 juni en 21 juli 2022 zijn aanvullende maatregelen aangekondigd ten behoeve van de vraagreductie in de gebouwde omgeving en bij bedrijven. 47,48,49,50 5.4.4

Adviezen

Advies regio Groningen 9-19 mei 2022 en regio Drenthe 11-18 mei 2022 De regio Groningen en de regio Drenthe adviseren om aan te geven welke kwalitatieve en kwantitatieve risico’s verbonden zijn aan vertraging of stagnatie van het afbouwtraject voor de sluiting van het Groningenveld. 5.4.5

Beoordeling

In de vorige paragrafen heb ik geschetst welke maatregelen zijn getroffen om de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk af te bouwen en vervolgens volledig en definitief te beëindigen. Daarbij heb ik aangegeven op welke manier maatregelen wettelijk zijn verankerd of vastgelegd in afspraken met betrokken partijen. Ook heb ik toegelicht op welke manier ik de stand van zaken van de maatregelen monitor; daarbij heb ik voor een van de belangrijkste maatregelen, de afbouw van de export naar het buitenland, de internationale taskforce genoemd. Op de onzekerheid ten aanzien van de ingebruikname van de nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek en door de oorlog in Oekraïne ga ik op diverse plaatsen in dit besluit nader in. Ik deel de mening van de regio Groningen en de regio Drenthe dat het van belang is de risico’s van vertraging zo veel als mogelijk te kwantificeren. Daartoe heeft GTS in haar raming, net als in voorgaande jaren, een doorkijk inclusief een gevoeligheidsanalyse gegeven. GTS adviseert mij naast haar jaarlijkse raming tussentijds als er relevante ontwikkelingen zijn. Hiermee ben ik van mening dat ik voldoende zekerheid heb over de snelheid van de afbouw om dit mee te nemen in Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 283. Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 302. 49 Kamerstukken II 2021/22, 29023, nr. 312. 50 Kamerstukken II, 2021/22, 29023, nr. 337. 47 48

Pagina 53 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

de afweging van dit besluit en ook over de stand van zaken voldoende duidelijkheid heb gegeven.

PDGGO-DSGG / 22368536

In de gevoeligheidsanalyse van GTS is in beeld gebracht wat de impact is van verschillende scenario’s voor de afbouw of van ontwikkelingen in de markt op het benodigde Groningenvolume en de mogelijke definitieve sluitingsdatum van het Groningenveld. Uit deze scenario’s blijkt dat het Groningenveld in het basisscenario in 2023 kan sluiten door de opslag van laagcalorisch gas in UGS Grijpskerk. 5.4.6

Conclusie

Ik concludeer dat de afbouw van de vraag naar gas uit het Groningenveld, enerzijds door de toename van het aanbod van pseudo-Groningengas door verhoogde stikstofinzet en anderzijds door de afbouw van de vraag naar laagcalorisch gas in het algemeen heeft geleid tot een snelle afname van de winning waardoor de laatste fase van de inzet van het Groningenveld aanstaande is. 5.5 5.5.1

Tempo van versterken (criterium d) Inleiding

Gebouwen die nog niet voldoen aan de veiligheidsnorm van 10-5 (per jaar) moeten binnen een redelijke termijn worden versterkt. Het ‘tempo van versterken’ is daarom als een specifiek wettelijk criterium opgenomen voor de afweging die voor het vaststellingsbesluit moet worden gemaakt (artikel 52d, tweede lid, onderdeel d, Mijnbouwwet). In dit onderdeel van dit besluit wordt op dit criterium ingegaan. 5.5.2

Aanpak versterking

Omdat het kabinet voortzetting van de gaswinning in combinatie met een grootschalige versterkingsoperatie niet toekomstbestendig achtte, is op 29 maart 2018 besloten de gaswinning uit het Groningenveld zo snel mogelijk volledig te beëindigen. De Mijnraad en SodM geven aan dat de seismische dreiging afneemt als gevolg van de ingezette afbouw van de gaswinning en dat daarmee de omvang van de versterkingsoperatie afneemt. Het effect van de afbouw van de gaswinning op de versterkingsopgave is door de Mijnraad, SodM, TNO, NEN, KNMI en een panel van hoogleraren in 2018 bevestigd. Inmiddels is gebleken dat door de snelle afbouw van de gaswinning het aantal adressen waarvoor versterkingsmaatregelen nodig zijn, afneemt. Ook volstaan vaker lichtere versterkingsmaatregelen om te zorgen dat een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm. Daar waar nodig blijft het van groot belang om voortvarend gebouwen te versterken. De rolverdeling tussen de betrokken overheden is vastgelegd in het Besluit versterking gebouwen Groningen vooruitlopend op een wettelijke regeling voor de versterking. 51 De aanpak van de versterkingsoperatie heeft de volgende uitgangspunten: • De versterkingsoperatie wordt publiekrechtelijk aangepakt. De operatie, van risicoberekening en beoordeling tot uitvoering, valt onder publieke 51

Stcrt. 2019, nr. 30569. Pagina 54 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

•

•

•

•

• •

verantwoordelijkheid met NCG als uitvoeringsorganisatie. NAM is en blijft PDGGO-DSGG / 22368536 verantwoordelijk voor de kosten die worden gemaakt voor de veiligheid. In de Interim Betalingsovereenkomst Versterken is vastgelegd dat deze kosten door het Rijk op NAM worden verhaald. Eigenaren van woningen hebben het laatste woord over de versterking. Zij worden nauw betrokken bij de uitwerking van de versterkingsmaatregelen en kunnen keuzes maken binnen de randvoorwaarden van veiligheid. Ook staat voor eigenaren laagdrempelige rechtsbescherming open. De staatssecretaris van EZK is integraal verantwoordelijk voor de veiligheid. De verantwoordelijkheid voor de versterking en NCG was tussen 16 oktober 2019 en het aantreden van het huidige kabinet belegd bij de minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties. Daarvoor was de minister van EZK verantwoordelijk. De gemeenten zijn verantwoordelijk voor planning van de uitvoering van de versterking. Hiermee is – binnen de randvoorwaarden van veiligheid – een koppeling mogelijk van versterking aan andere ruimtelijke ontwikkelingen. In de plannen van aanpak van de gemeenten wordt prioriteit gegeven aan de opname en beoordeling van gebouwen die volgens de HRA/SDRA niet voldoen aan de veiligheidsnorm, conform het advies van de Mijnraad uit 2018. NCG stuurt de volledige uitvoeringsketen aan op basis van de lokale plannen van aanpak.

SodM beoordeelt de plannen van aanpak en kan gevraagd en ongevraagd adviseren over de uitvoering van versterkingsmaatregelen.

De versterking wordt als volgt aangepakt. Alle woningen in Groningen krijgen op basis van de jaarlijkse SDRA en de handmatige verrijking van de SDRA-resultaten een risicoprofiel (zie ook paragraaf 5.2.3). Alle gebouwen met een (licht) verhoogd risicoprofiel (ook uit voorgaande jaren) krijgen een opname en een beoordeling. Bij een opname wordt een woning geïnspecteerd en wordt de constructie in kaart gebracht. Daarna volgt een beoordeling. Hieruit blijkt of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Ieder gebouw wordt afzonderlijk beoordeeld middels de NPR of de typologieaanpak. Door de typologieaanpak, onderdeel van een brede set aan versnellingsmaatregelen (zie hieronder), kan het beoordelingsproces versneld worden. Als een gebouw niet aan de norm voldoet volgt versterking. Meer vaart in de versterking De voortgang van de bouwkundige versterking is tot nu toe te langzaam geweest. De werkvoorraad van NCG bestaat uit circa 27.000 adressen. Tot en met 31 juli 2022 zijn de bouwwerkzaamheden bij 2.610 adressen voltooid. Daarnaast zijn er 3.063 adressen op norm verklaard, zonder dat er bouwkundige ingrepen nodig waren. Bij 159 adressen was vanwege een andere reden versterking niet nodig. In totaal zijn er daarmee 5.832 adressen op norm. NCG verwacht de laatste opnames en beoordelingen in 2023 af te ronden.

Dan wordt duidelijk hoeveel adressen op norm zijn en hoeveel nog versterkt moeten worden. De huidige inschatting is dat nog circa 13.000 adressen moeten worden versterkt. De streefdatum om de uitvoering van de versterking te voltooien is 2028. Pagina 55 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Dit jaar verwacht NCG bij 1.000-1.500 woningen de bouwwerkzaamheden af te ronden. NCG en de gemeenten gebruiken het meerjarenversterkingsplan (hierna: MJVP) als planningsinstrument voor de uitvoering van de versterkingsoperatie. Het MJVP, inclusief de aannames die aan de verwachtingen ten grondslag liggen, wordt periodiek geactualiseerd. De beschikbaarheid van bouwcapaciteit en tijdelijke woningen voor mensen die tijdens de werkzaamheden niet in hun eigen huis kunnen blijven, zijn cruciaal voor het opvoeren van het tempo van de versterkingsoperatie. In 2022 heeft NCG hiertoe een aanpak gemaakt die kan rekenen op instemming van Bouwend Nederland Noord. De aanpak bevat verschillende maatregelen om de uitvoeringscapaciteit te vergroten, zoals het delen van inkoopkalenders met bouwers, de clustering van projecten, flexibelere kaders en voor bouwers aantrekkelijkere inkoopmodellen. De aanpak heb ik op 29 maart 2022 met de Tweede Kamer gedeeld. 52

PDGGO-DSGG / 22368536

In vier dorpen in de kern van het aardbevingsgebied start een dorpsgerichte aanpak. De kern van de dorpenaanpak 53 bestaat eruit dat het dorp in zijn geheel wordt versterkt waar dat voor de veiligheid nodig is. Dat wil zeggen dat de betrokken bouwers, NCG en de gemeente samen met de bewoners een plan maken voor het hele dorp. Bewoners kunnen erop vertrouwen dat de versterkingsoperatie in hun dorp ononderbroken doorgaat en dat deze partijen niet weggaan totdat het klaar is. Om te helpen bij de dorpenaanpak, om te versnellen en problemen op te lossen zal ik een ‘verbinder’ aanstellen die namens mij opereert. Met de dorpenaanpak wordt kennis en ervaring opgedaan voor de gehele versterkingsoperatie. De verwachting is dat zo ook zicht ontstaat op wat er nodig is om versnelling van de totale versterkingsoperatie mogelijk te maken. Met de introductie van de typologieaanpak is in 2021 al een versnelling ingezet bij het beoordelen of huizen aan de veiligheidsnorm voldoen. Woningen hoeven niet meer één-voor-één te worden doorgerekend, maar kunnen op basis van kenmerkende gebouweigenschappen op de veiligheid worden beoordeeld. Daardoor krijgen bewoners sneller duidelijkheid. De gemiddelde doorlooptijd voor een regulier opname- en beoordelingsproces is 163 dagen; bij de typologieaanpak is dit 34 dagen.

Met alle nu goedgekeurde typologieën kan in potentie circa 70% van de adressen in de werkvoorraad van NCG worden beoordeeld met de typologieaanpak. Daarbij vindt altijd een opname op locatie plaats: pas na een opname blijkt of een woning daadwerkelijk een typologische beoordeling kan krijgen. Voor de resterende typologieën is TNO bezig om deze te ontwikkelen, zodat deze voor validatie voorgelegd kunnen worden bij Adviescollege Veiligheid Groningen (ACVG). De laatste stand van zaken van de typologieaanpak heb ik op 7 juni 2022 met de Tweede Kamer gedeeld. 54 5.5.3

Adviezen

Advies regio Groningen 9-19 mei 2022 De regio Groningen adviseert om ervoor te zorgen dat NCG voldoende opnameen beoordelingscapaciteit ter beschikking heeft om de versterkingsopgave Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1022. Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1024. 54 Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1033. 52 53

Pagina 56 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

adequaat uit te voeren. Ook adviseert de regio om in te zetten op de noodzakelijke versnelling van de versterkingsopgave en NCG meer regelruimte en financiën te geven om problemen van inwoners (duurzaam) op te lossen. 5.5.4

PDGGO-DSGG / 22368536

Beoordeling

De doelstelling van NCG is de opnames en beoordelingen in 2023 af te ronden, onder voorbehoud van enkele complexe panden. NCG geeft aan dat deze doelstelling haalbaar is. De typologieaanpak leidt tot een versnelling van opnames en beoordelingen. Daarnaast heeft NCG een aanpak gericht op het vergroten van de uitvoeringscapaciteit (zie ook paragraaf 5.5.2). Ook ik ben van mening dat de versterking niet snel genoeg gaat en zie dat veel bewoners ontevreden zijn. De dorpenaanpak die ik in paragraaf 5.5.2. toelicht is een crisisaanpak die de versterking ten opzichte van de huidige praktijk moet versnellen en meer duidelijkheid moet geven aan bewoners. Goede voorbeelden wil ik zo snel mogelijk elders toepassen. Voor problemen bij de versterking beschikt NCG over een knelpuntenpot. Over de regelruimte van NCG vindt bovendien bestuurlijk overleg plaats met de regio. Dit als onderdeel van het opdrachtgeverschap van EZK en gemeenten richting NCG. De uitkomsten van het bestuurlijk overleg hierover zal ik, zoals toegezegd, delen met de Tweede Kamer. 5.5.5

Conclusie

Door de voorgenomen afbouw van de gaswinning en de daardoor afnemende risico’s wordt het veiliger in Groningen. Dit is terug te zien in de resultaten van de veiligheidsbeoordelingen. Het aantal gebouwen op norm neemt toe, de benodigde versterkingsmaatregelen worden lichter. Tegelijkertijd blijft de noodzaak voor versterken bestaan. Ik blijf me maximaal inspannen om inwoners zo snel mogelijk duidelijkheid te geven of hun woning versterkt moet worden, en als dat het geval is, de daadwerkelijke uitvoering daarvan te versnellen. De dorpenaanpak helpt hierbij om te zien wat nodig is om versnelling van de totale versterkingsoperatie mogelijk te maken. 5.6 5.6.1

Maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging (criterium e) Inleiding

Het criterium maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging maakt duidelijk dat het veiligheidsbelang niet strikt beperkt is tot het voldoen aan de veiligheidsnorm, zoals beschreven in paragraaf 5.2. Ook veiligheidsbeleving, sociale onveiligheid, gezondheidseffecten, leefbaarheid en maatschappelijke onrust, dienen in de afweging op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet te worden betrokken, voor zover deze factoren leiden tot maatschappelijke ontwrichting. In dit verband is maatschappelijke ontwrichting specifiek gericht op het geheel aan negatieve effecten die veroorzaakt worden door de gaswinning uit het Groningenveld en UGS Norg. Hierbij gaat het niet alleen om daadwerkelijk in het Pagina 57 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

verleden opgetreden aardbevingen, maar ook om de kans hierop in de toekomst. PDGGO-DSGG / 22368536 Onderzoek geeft aan dat inwoners van Groningen gezondheidsklachten of stress ervaren als gevolg van de gaswinning. Deze klachten komen vooral voort uit onzekerheid over de versterkingsopgave, de wachttijden voor schadeafhandelingen en lange en veranderende bureaucratische procedures in het algemeen. Ook beschrijven onderzoekers dat sommige bewoners een verminderde sociale cohesie in hun buurt of wijk ervaren. Daar komt bij dat zelfs een grote verlaging van de gaswinning de kans op aardbevingen wel kleiner maakt, maar niet kan uitsluiten. Dit heeft een effect op de veiligheidsbeleving en de daarmee samenhangende leefbaarheid, aldus de onderzoekers. Daarom blijf ik inzetten op het wegnemen van de oorzaak – het stoppen van de gaswinning – om maatschappelijke ontwrichting, waaronder gezondheidsklachten en onveiligheidgevoelens, te verminderen. Los daarvan is zijn bewoners zijn gebaat bij duidelijkheid over de versterking en een soepele en snelle schadeafhandeling. Het is wenselijk, juist ook nu in deze onzekere tijd door de oorlog in Oekraïne en de onzekerheden die dat met zich meebrengt voor bewoners, om maatregelen te treffen die tot verbetering en versnelling van de schadeafhandeling en versterkingsoperatie (middels de dorpenaanpak) leiden.

Hieronder wordt maatschappelijke ontwrichting door bodembeweging nader belicht. Enerzijds op basis van een schets van de stand van zaken rondom de schadeafhandeling. Zoals hierboven geschetst kunnen wachttijden voor schadeafhandelingen en lange procedures zorgen voor gezondheidsklachten. Anderzijds aan de hand van de gevolgen voor sociale veiligheid, gezondheid en maatschappelijke onrust die naar voren komen uit onderzoek. Vervolgens ga ik in op een aantal aanvullende maatregelen die reeds zijn genomen om maatschappelijke ontwrichting te verminderen. De wijze waarop ik de risico’s van maatschappelijke ontwrichting betrek in de afweging waarop dit besluit is gebaseerd, komt aan bod in hoofdstuk 6. 5.6.2

Schade en schadeafhandeling

Voor bewoners en ondernemers in het aardbevingsgebied die te maken krijgen met schade is het belangrijk dat deze snel en ruimhartig wordt vergoed. De schadeafhandeling is in 2018 in publieke handen geplaatst. Eerst is hiertoe de Tijdelijke Commissie Mijnbouwschade Groningen (hierna: TCMG) opgericht. De TCMG is op 1 juli 2020 overgegaan in het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) toen de Tijdelijke wet Groningen (hierna: TwG) in werking trad. IMG handelt alle vormen van schade als gevolg van de gaswinning in het Groningenveld of UGS Norg af. Dit betreft fysieke schade, schade door waardedaling en immateriële schade. IMG en zijn voorloper hadden op 1 januari 2022 ruim 1,2 miljard euro aan schadevergoeding toegekend en meer dan 208.000 schades afgehandeld. 55 Fysieke schade Ondanks de verminderde gaswinning, blijft het aantal schademeldingen hoog. In 2021 ontving IMG 45.501 meldingen van fysieke schade. Sinds 29 november 2021 55

https://www.schadedoormijnbouw.nl/dashboard Pagina 58 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

worden er wekelijks meer schademeldingen afgehandeld dan er nieuw binnenkomen, enkele uitzonderingen daargelaten. Gemiddeld worden er sindsdien ruim 1.500 schademeldingen per week afgehandeld tegenover 900-1.000 afgehandelde schademeldingen per week eind 2020. In 2021 keerde IMG 309,8 miljoen euro aan schadevergoeding voor fysieke schade uit.

PDGGO-DSGG / 22368536

Sinds 1 november 2021 kunnen bewoners die voor het eerst schade melden, kiezen voor een vaste vergoeding van 5.000 euro. In dit geval ontvangt de bewoner binnen enkele weken het besluit van IMG. De regeling is bedoeld voor relatief kleine en eenvoudige schades. Met de aanstaande wijziging van de TwG krijgt IMG een ruimere bevoegdheid om fysieke schade duurzaam te herstellen. Hiermee ontstaat de mogelijkheid om ook onderliggende gebreken aan te pakken, bijvoorbeeld een beschadigde fundering, om te voorkomen dat schade door aardbevingen blijft terugkeren of verergert. IMG ontwikkelt een werkwijze voor de uitvoering van deze extra taak. Het kabinet heeft hiervoor 350 miljoen euro beschikbaar gesteld. Doorlooptijden fysieke schade De actuele stand van de schadeafhandeling, inclusief de doorlooptijden, houdt IMG bij op zijn website. IMG geeft aan dat de gerealiseerde doorlooptijd voor fysieke schade in 2021 hoger was dan gewenst doordat de afhandeling van dossiers enkele maanden is gepauzeerd in afwachting van de implementatie van de vaste vergoeding. Hierdoor liep de doorlooptijd op en nam de werkvoorraad toe. De gemiddelde doorlooptijd voor een melding van fysieke schade was eind 2021 202 dagen en lag daarmee 20 dagen boven de streeftermijn van een halfjaar. Met de start van de vaste vergoeding regeling namen de doorlooptijden begin 2022 weer af.

56 Schade door waardedaling In 2021 ontving IMG 37.373 aanvragen voor de afhandeling van schade door waardedaling en handelde het 52.236 aanvragen af. In 2020 werden er ruim 63.000 waardedalingsaanvragen gedaan. Circa 90% van de bewoners ontvangt binnen acht weken het besluit van IMG. In 2021 heeft IMG voor 295,5 miljoen euro aan waardedaling uitgekeerd. Daarnaast start IMG naar verwachting in 2022 met het uitkeren van een tegemoetkoming aan bewoners die een lagere schadevergoeding voor waardedaling hebben ontvangen van NAM, dan nu zou zijn toegekend door IMG. Het kabinet heeft hier eenmalig 25 miljoen euro voor vrijgemaakt. Immateriële schade IMG is in november 2021 gestart met het vergoeden van immateriële schade. De aanvraagprocedure is door IMG zo laagdrempelig mogelijk vormgegeven en houdt zoveel mogelijk rekening met de persoonlijke omstandigheden van een aanvrager. Net zoals bij de waardedalingsregeling heeft IMG ervoor gekozen om de regeling gefaseerd per postcodegebied open te stellen om lange wachttijden te voorkomen.

56

https://www.schadedoormijnbouw.nl/dashboard Pagina 59 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Ook minderjarigen kunnen op termijn een vergoeding voor immateriële schade aanvragen. In 2021 heeft IMG 500.000 euro aan immateriële schade vergoed.

PDGGO-DSGG / 22368536

AOS-meldingen Bewoners kunnen 24 uur per dag, zeven dagen in de week bij IMG melding maken van een acuut onveilige situatie (hierna: AOS). IMG beoordeelt dan binnen 24 uur of extra maatregelen noodzakelijk zijn. In 2021 werd er 515 keer melding gemaakt van een AOS. Daarvan heeft IMG in 101 gevallen besloten extra maatregelen te nemen. Ten opzichte van voorgaande jaren is er een daling van het aantal AOS-meldingen. In 2019 en 2020 lagen deze aantallen op respectievelijk 755 meldingen, waarvan 127 gegrond, en 622 meldingen, waarvan 109 gegrond. Tevredenheid IMG richt procedures voor de afhandeling van schade zo laagdrempelig mogelijk in om bewoners, waar dat kan, te ontlasten. Zaakbegeleiders staan bewoners bij en er zijn steunpunten in gemeenten voor bewoners die vragen hebben over een schademelding. Het jaarverslag laat zien dat IMG kan rekenen op een goed bewonerstevredenheidsniveau. In 2021 gaven bewoners IMG gemiddeld een 7,7 voor de afhandeling van de verschillende schadevormen. Aanvragers geven aan de vriendelijkheid en behulpzaamheid van de medewerkers van IMG te waarderen. Ook zijn aanvragers positief over de snelheid en eenvoud van de procedure voor de eenmalige vaste vergoeding. Hoewel de bewoners IMG gemiddeld een ruime voldoende geven voor de schadeafhandeling, geldt dit niet voor iedereen.

De afhandeling van schades duurt soms nog te lang, met name voor complexe gevallen, en voor bewoners is niet altijd duidelijk waarom er verschillen in de schadeafhandeling bestaan. Ik blijf hierover met IMG in gesprek en heb toegezegd te kijken naar onuitlegbare verschillen in de versterkingsoperatie en de schadeafhandeling in Groningen en de Tweede Kamer hierover te informeren. Samenloop schade en versterking Er zijn bewoners die te maken hebben met zowel schade als versterking. Hoewel de schadeafhandeling en de versterking van gebouwen fundamenteel verschillend zijn wat betreft aard van de werkzaamheden, werkwijze en doorlooptijd, hebben IMG en NCG hetzelfde doel voor ogen: de belangen van de gedupeerden centraal zetten en waar mogelijk en wenselijk vanuit het perspectief van de bewoner, de schadeafhandeling en de versterking op elkaar aan laten sluiten. Het is van belang dat de mogelijkheid tot samenhang wordt benut, dat beide organisaties transparant communiceren over waar samenwerking mogelijk is, en communiceren waar dit niet mogelijk is. Het is van belang dat een bewoner met samenloop (schade en versterking op één adres) samenwerking tussen IMG en NCG ervaart. Hiertoe werken IMG en NCG werken sinds 2019 samen op basis van een samenwerkingsconvenant. Met dit convenant zijn verschillende samenwerkingsinitiatieven opgezet.

Deze hebben grotendeels betrekking op de meer complexe dossiers waar sprake is van samenloop van schade en versterking. Daarnaast zijn er werkwijzen ontwikkeld waarmee IMG en NCG gegevens kunnen Pagina 60 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

uitwisselen in lijn met de Algemene verordening gegevensbescherming (AVG). IMG en NCG hebben in 2021 hun samenwerking geëvalueerd en op basis hiervan een plan van aanpak opgesteld om de samenwerking te verbeteren. Daarnaast wordt de samenwerking tussen IMG en NCG wettelijk verankerd in een algemene maatregel van bestuur (hierna: AMvB), die zijn grondslag kent in de aanpassing van de Tijdelijke wet Groningen. Met de AMvB wordt beoogd de bewoner met versterking en schade op één adres, te ontlasten door integrale oplossingen en coördinatie te bieden – indien hij dat wenst.

PDGGO-DSGG / 22368536

Interventieteam vastgelopen dossiers In de bestuurlijke afspraken van 6 november 2020 is afgesproken 50 miljoen euro vrij te maken om maatwerk oplossingen mogelijk te maken in vastgelopen situaties. Daartoe is het interventieteam opgericht en van start gegaan op 1 juni 2021. Het interventieteam heeft ruim mandaat gekregen om maatwerkoplossingen te bieden aan bewoners van wie het dossier is vastgelopen. Het interventieteam wordt voorgezeten door de onafhankelijk adviseur Geert-Jan ten Brink. Daarnaast nemen IMG en NCG deel aan het interventieteam. Momenteel is het interventieteam betrokken bij circa 80 dossiers die binnen de bestaande kaders geen passende oplossing (dreigen te) vinden en waarvoor aanvullend maatwerk noodzakelijk is. Van deze dossiers volgt het interventieteam de voortgang en bespreekt deze periodiek met de betrokken gemeentes. Daarnaast heeft het interventieteam een twintigtal dossiers rechtstreeks in behandeling. In het eerste half jaar heeft het interventieteam vijf casus opgelost. In de zomer van 2022 wordt de volgende tussentijdse rapportage verwacht. Commissie Bijzondere Situaties De Commissie Bijzondere Situaties (hierna: CBS) is een onafhankelijke adviescommissie van IMG.

57 CBS geeft advies over situaties waarin bewoners niet alleen te maken hebben met de schadeafhandeling of versterkingsoperatie, maar daarnaast ook voor psychische, medische of financiële problemen staan. Het gaat om bijzondere situaties, waar dringend hulp nodig is. CBS heeft de afgelopen jaren tot verschillende soorten voorzieningen geadviseerd, uiteenlopend van het beschikbaar stellen van een financiële coach tot de aankoop van een woning. Dit vangnet blijft ook het komende jaren beschikbaar. 5.6.2.1 Adviezen over schade en schadeafhandeling Advies regio Groningen 9-19 mei 2022 en regio Drenthe 11-18 mei 2022 De regionale overheden adviseren om IMG voldoende regelruimte en financiën te geven om schade rechtvaardig en ruimhartig te vergoeden. Daarbij raden de regionale overheden aan om bij IMG op aan te dringen om meer gericht te zijn op het oplossen van problemen van bewoners en minder op het afhandelen van de aansprakelijkheid van NAM. Ook stellen de regionale overheden voor om IMG de mogelijkheid te geven om ook bij complexe en/of meervoudige schade een eenvoudige behandeling van de schademelding aan te bieden waarbij niet elke schade bediscussieerd wordt. Tot slot adviseren de regionale overheden om zorg te dragen voor de realisatie van één loket voor mijnbouwschade in Groningen. In het verleden bracht CBS onafhankelijk advies uit aan NAM.

Nadat NAM volledig buiten het aardbevingsproces is geplaatst, is door het ministerie van EZK, IMG en CBS besloten om CBS haar werk met ingang van 1 september 2021 te laten voortzetten als onafhankelijke adviescommissie van IMG. De werkwijze van CBS is onveranderd.

57

Pagina 61 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

PDGGO-DSGG / 22368536 Advies gemeenten Westerkwartier, Tynaarlo en Aa en Hunze 11-17 mei 2022 De gemeenten Westerkwartier, Tynaarlo en Aa en Hunze adviseren om in het besluit mee te wegen dat de schadeafhandeling voor een aanzienlijk deel van de inwoners nog niet effectief, ruimhartig of rechtvaardig is. De gemeente Westerkwartier gaat in op de wijziging van het beoordelingskader en geeft aan dat dit tot veel vragen en zorgen leidt bij inwoners van de gemeente. De gemeente Westerkwartier benoemt dat dit het vertrouwen in de overheid verder ondermijnt.

Advies gemeente Midden-Groningen 17 mei 2022 De gemeente Midden-Groningen geeft aan dat de inwoners recht hebben op een systeem dat zich in dienst stelt van inwoners en niet andersom. Niet de juridische Rijkskaders moeten het uitgangspunt zijn, maar de wens om de inwoners daadwerkelijk te helpen met ruimhartig maatwerk. De gemeente MiddenGroningen benoemt dat dit om een kanteling in de werkwijze vraagt; meer mandaat voor de betrokken organisaties en ruimhartigheid als uitgangspunt. De gemeente Midden-Groningen geeft aan graag in gesprek te willen gaan over de vormgeving van de oplossingen om verschillen zoveel mogelijk te beperken. Advies gemeente Westerkwartier en gemeente Noordenveld 17-18 mei 2022 De gemeenten Westerkwartier en Noordenveld roepen op om te blijven inzette nop een voortvarende invulling van het omgevingstraject rond de gasopslagen Grijpskerk en Norg en vóór de zomer van 2022 tot concrete afspraken te komen. Advies Mijnraad 10 juni 2022 De Mijnraad geeft aan dat een goede en snelle schadeafhandeling van de overheid verwacht mag worden. De Mijnraad onderschrijft de stelling van de regio dat in sommige gebieden schade door gaswinning uit het Groningenveld moeilijk te onderscheiden is van schade door gaswinning uit andere, nabije velden, of van schade door zoutwinning. In deze gevallen is het van belang om de schadeafhandeling zoveel mogelijk te harmoniseren.

Ook herhaalt de Mijnraad zijn advies van 10 juni 2021 over hoe de zorgplicht bij mijnbouwactiviteiten systematisch ingevuld zou kunnen worden. De Mijnraad stelt dat in de besluitvorming over de inzet van gasopslagen het in ieder geval relevant is dat het Rijk bevestigt garant te staan voor schadevergoeding in situaties waar meerdere mijnbouwactiviteiten samenkomen in een gebied en er discussie is over aansprakelijkheid tussen partijen. 5.6.2.2 Beoordeling schade en schadeafhandeling Schadeafhandeling Groningenveld Ik ben het eens met de regionale overheden dat het essentieel is dat de schadeafhandeling goed uitlegbaar, uitvoerbaar en ruimhartig is. In paragraaf 5.6.1 heb ik toegelicht welke stappen er zijn gezet om dit te verbeteren. IMG heeft in de TwG de taak gekregen om een ruimhartige schadeafhandeling als uitgangspunt te nemen. Het is aan IMG om te besluiten hoe de schadeafhandeling wordt ingericht.

Pagina 62 van 77

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Daarbij speelt ook het dilemma tussen enerzijds een snelle afhandeling van schade en anderzijds het bieden van zo veel mogelijk maatwerk. Zoals toegelicht in paragraaf 5.6.1 is met de inwerkingtreding van de vaste vergoeding de schadeafhandeling effectiever geworden. De gemiddelde doorlooptijd van deze dossiers is drie weken. Ook zijn bewoners die kiezen voor een vaste vergoeding tevreden en beoordelen de afhandeling van hun dossier met een 8,2. De regionale overheden adviseren om ook voor de complexe aanvragen een eenvoudige behandeling te bieden, vergelijkbaar met de vaste vergoeding. Hierbij moet IMG balanceren tussen snelheid en maatwerk dat nodig kan zijn om een complex dossier op te lossen. Deze afweging tussen juridische deugdelijkheid en ruimhartigheid, is een uitdaging die ook in het komende gasjaar continue balanceren vereist. Hoewel de bewoners IMG gemiddeld een ruime voldoende geven voor de schadeafhandeling, ben ik mij ervan bewust dat niet iedereen tevreden is met de dienstverlening door IMG.

PDGGO-DSGG / 22368536

De gemeente Westerkwartier geeft aan dat de wijziging van het beoordelingskader van IMG sinds mei 2021 tot veel vragen en zorgen leidt en daarmee tot een ondermijning van het vertrouwen in het schadeafhandelingsproces en draagvlak voor mijnbouwactiviteiten in de regio. Ik begrijp dat veranderingen de werkwijze van IMG gevolgen kunnen hebben voor het vertrouwen van de inwoners die met schadeafhandeling te maken hebben. Het is aan IMG om van tijd tot tijd de werkwijze te optimaliseren op basis van de laatste (wetenschappelijke) inzichten. Ik vind het belangrijk dat veranderingen in de werkwijze goed uitlegbaar zijn. Ik heb daarom bij mijn aantreden toegezegd de Tweede Kamer voor de zomer van 2022 te informeren over onuitlegbare verschillen. Schadeafhandeling overige mijnbouwactiviteiten Zoals gevraagd door de gemeenten Westerkwartier en Noordenveld zal ik mijn verantwoordelijkheden binnen het omgevingstraject rondom UGS Grijpskerk en UGS Norg - dat onder regie staat van een onafhankelijk procesbegeleider met ook een belangrijke rol voor gemeenten - voortvarend oppakken. Daarnaast ben ik gestart met het wetswijzigingstraject om het bewijsvermoeden ook van toepassing te verklaren op UGS Grijpskerk. Met deze wetswijziging wordt IMG verantwoordelijk voor de schadeafhandeling van UGS Grijpskerk.

Hierbij maak ik de kanttekening dat ook met de toepassing van het bewijsvermoeden er schademeldingen zullen zijn in het gebied die worden afgewezen. Als een schade een andere oorzaak heeft dan de gaswinning, is het bewijsvermoeden weerlegd. Ik heb IMG en de Commissie Mijnbouwschade (hierna: CM) gevraagd om de voorbereidingen te treffen. Het wettelijk bewijsvermoeden dat geldt voor schade door bodembeweging als gevolg uit het Groningenveld en UGS Norg, en in de toekomst voor UGS Grijpskerk, kan niet zomaar daarbuiten worden toegepast. Het wettelijk bewijsvermoeden is een vergaande afwijking van het uitgangspunt in het bewijsrecht dat degene die iets stelt, dat ook moet bewijzen. Zo’n afwijking vergt een voldoende rechtvaardiging. Voor schade door bodembeweging als gevolg van gaswinning uit het Groningenveld, UGS Norg en UGS Grijpskerk is er sprake van Pagina 63 van 77

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12743778/1