360.1 Bijlage 1 - Uitvoerings en handhavingsstrategie 2026 2029
Tekst van het document
meer zicht en grip te krijgen op deze risicovolle branche;
39
•
openbare veiligheid en leefbaarheid te versterken;
•
en illegale activiteiten te verminderen door gerichte handhaving en toezicht.
Aanpak 1. Analyse en inventarisatie We starten met het doorlichten van bestaande exploitatievergunningen en de bijbehorende voorwaarden. Tegelijkertijd maken we een overzicht van klachten, meldingen en signalen om patronen te herkennen. Deze informatie vormt de basis voor gerichte controles en prioritering van toezicht. 2. Toezicht en handhaving Op basis van de analyse ondernemen we proactieve acties richting bedrijven zonder geldige vergunning. We treden handhavend op bij overtredingen door: • schriftelijke waarschuwingen; • boetes; • of, bij herhaling of ernstige overtredingen, een last onder dwangsom.
Bij aanhoudende of ernstige overtredingen kan het college besluiten tot tijdelijke of permanente sluiting van de inrichting. 3. Samenwerking met partners We werken intensief samen met onze veiligheidspartners, waaronder: • Politie (AVIM, TMM) • Nederlandse Arbeidsinspectie • GGD Groningen • en andere relevante instanties binnen het zorg- en veiligheidsdomein.
Deze samenwerking is essentieel om illegale praktijken te signaleren, informatie te delen en snel op te treden. 4. Monitoring en evaluatie We implementeren een systeem voor structurele monitoring van alle vergunde bedrijven. Hiermee houden we vergunningen actueel en signaleren we vroegtijdig wanneer een inrichting niet meer aan de voorwaarden voldoet. Daarnaast voeren we jaarlijkse evaluaties uit van ons vergunningenbeleid en de effectiviteit van handhavingsmaatregelen, zodat we waar nodig kunnen bijsturen en verbeteren. Bijdrage aan speerpunt 5 omgevingsvisie Speerpunt 5: Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemerschap in balans met de omgeving en arbeidsmarkt.
40
Door toezicht en handhaving te versterken binnen deze risicovolle branche zorgen we dat ondernemerschap eerlijk en veilig blijft. Zo creëren we ruimte voor bedrijven die binnen de regels opereren, en beschermen we inwoners tegen misstanden en ondermijning.
9. Overtreden van samenscholingsverbod en ongeregeldheden/gebiedsverboden Probleemschets Overtreding van samenscholingsverboden en gebiedsverboden kan leiden tot verstoring van de openbare orde, gevoelens van onveiligheid en overlast. In gebieden waar regelmatig samenscholing of onrust voorkomt, kunnen deze instrumenten noodzakelijk zijn om de rust en veiligheid te herstellen. Steeds meer gemeenten zetten gebiedsverboden in om crimineel of overlastgevend gedrag te beperken. Ook in Midden-Groningen zien we dat dit middel vaker zal worden toegepast. Daarom willen we deze ontwikkeling nauwkeurig volgen, ervaringen verzamelen en tijdig bijsturen waar nodig. Een overtreding van een gebiedsverbod kan wijzen op onderliggende problemen, zoals onduidelijkheid over de grenzen van het verbod, onvoldoende alternatieven voor de overtreder of gebrekkige naleving door de handhavende partijen. Een goede uitvoering vraagt daarom om duidelijke communicatie, goede afstemming en consistent toezicht. Doel Wanneer sprake is van (ernstige) overlast of verstoring van de openbare orde, handhaven wij actief op het naleven van gebieds- en samenscholingsverboden. Ons doel is om: •
de naleving van opgelegde gebiedsverboden te maximaliseren;
•
en zo de openbare orde, veiligheid en leefbaarheid te waarborgen.
Aanpak Een gebiedsverbod kan worden opgelegd aan personen die herhaaldelijk overlast veroorzaken of strafbare feiten plegen in een bepaald gebied. De overtreding van zo’n verbod pakken we direct en zichtbaar aan. Onze aanpak bestaat uit drie onderdelen: • Signaleren en monitoren – we volgen actief de ontwikkeling en het aantal opgelegde gebiedsverboden en overtredingen; • Afstemmen en samenwerken – we werken samen met politie, toezichthouders, jeugd- en veiligheidspartners om toezicht te houden en herhaling te voorkomen; • Communiceren en evalueren – we zorgen voor duidelijke uitleg over de geldende verboden en voeren periodiek overleg over de effectiviteit van de maatregel.
41
Door deze integrale aanpak bevorderen we begrip, duidelijkheid en naleving, en dragen we bij aan
een veilige openbare ruimte voor iedereen. Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door de naleving van gebiedsverboden te versterken en beter samen te werken met veiligheidspartners zorgen we voor meer rust, veiligheid en vertrouwen in de openbare ruimte. Zo blijft Midden-Groningen een plek waar inwoners zich vrij en veilig kunnen bewegen.
10. Schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking Probleemstelling Het verstrekken of wederverstrekken van alcohol aan minderjarigen brengt grote risico’s met zich mee voor gezondheid, veiligheid en leefbaarheid. Het kan leiden tot verslavingsproblematiek, overlast en ongewenst gedrag, vooral bij jongeren. Alcoholverstrekking aan minderjarigen vindt niet alleen plaats in de reguliere horeca, maar ook: • bij evenementen; • in sportkantines en andere paracommerciële instellingen; • en soms thuis of via derden (wederverstrekking). De uitdaging is om een goede balans te vinden tussen het stimuleren van maatschappelijke activiteiten en het voorkomen van schadelijke neveneffecten zoals overmatig drankgebruik of overlast. Doel Ons doel is om de verstrekking en wederverstrekking van alcohol aan minderjarigen effectief te beperken. Dit doen we door: •
te handelen conform onze lokale regelgeving;
•
en het vaststellen van een verordening voor paracommerciële instellingen.
Zo bevorderen we gezondheid, naleving en gelijke concurrentievoorwaarden tussen commerciële en niet-commerciële horeca.
Aanpak 1. Verordening voor paracommerciële instellingen We stellen een verordening op die de alcoholverstrekking binnen paracommerciële instellingen (zoals sport- en buurtverenigingen) reguleert. Deze verordening zorgt dat instellingen zich blijven richten op hun maatschappelijke kernactiviteiten, zoals sport of cultuur, en niet op horeca als hoofdactiviteit. Door duidelijke regels te stellen - bijvoorbeeld over openingstijden, doelgroepen en soorten evenementen - kunnen we: • gezondheidsrisico’s bij jongeren verminderen;
42
• •
oneerlijke concurrentie met commerciële horeca voorkomen; en overlast in woonwijken beperken.
De verordening biedt zowel instellingen als de gemeente duidelijkheid over wat wel en niet is toegestaan, waardoor handhaving en naleving eenvoudiger worden. 2. Toezicht en handhaving Gedurende het jaar houden we gericht toezicht op: • paracommerciële instellingen; • supermarkten; • horecagelegenheden; • en evenementen. We controleren op naleving van de regels uit de Alcoholwet en de gemeentelijke verordening. Bij overtredingen volgen we een stapsgewijze aanpak: van waarschuwing tot sanctie. Daarnaast werken we samen met partners in het preventienetwerk om jongeren en ouders bewust te maken van de gevaren van alcoholgebruik onder de 18.
Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door alcoholgebruik onder jongeren te beperken en handhaving te versterken, dragen we bij aan een gezonde, veilige en sociale leefomgeving. We stimuleren verantwoord gedrag binnen verenigingen en horeca, en beschermen jongeren tegen de negatieve gevolgen van te vroeg alcoholgebruik.
11. Het niet (tijdig/ te laat) melden en/ of handelen in strijd met een evenementenvergunning Probleemstelling Evenementen dragen bij aan levendigheid, ontmoeting en plezier in Midden-Groningen.
43
Maar wanneer een melding of vergunningaanvraag te laat wordt ingediend, ontstaat onvoldoende voorbereidingstijd voor toetsing op openbare orde, veiligheid en hulpdiensten. Dit kan leiden tot risico’s voor bezoekers, overlast voor omwonenden en druk op de organisatie. Door het groeiende aantal evenementen in onze gemeente neemt ook de complexiteit van vergunningverlening en toezicht toe. Een goede balans tussen ruimte voor initiatieven en zorgvuldige voorbereiding is daarom essentieel. Doel De gemeente wil dat alle evenementen veilig, goed georganiseerd en naleefbaar verlopen. Daarom streven we ernaar dat: •
de voorwaarden van evenementenvergunningen strikt worden nageleefd;
•
meldingen en aanvragen tijdig worden ingediend;
•
en het evenementenklimaat veilig, aantrekkelijk en beheersbaar blijft.
Ons uiteindelijke doel is een prettige en veilige evenementenpraktijk, die bijdraagt aan de kwaliteit van leven in onze gemeente.
Aanpak 1. Uitvoering van het evenementenbeleid We voeren het beleid uit volgens de gemeentelijke evenementenregeling en toezichtstrategie. Hierbij hanteren we duidelijke richtlijnen voor: • • •
meldingsplichtige evenementen; vergunningsplichtige evenementen (type A, B en C); en meldingvrije evenementen.
Het beleid biedt meer flexibiliteit door de introductie van meerjarige vergunningen voor terugkerende evenementen. Tegelijkertijd voeren we strenger toezicht uit op naleving, om risico’s te beperken en de veiligheid te vergroten. 2. Handhaving en samenwerking Bij overtredingen - zoals het niet melden of te laat aanvragen van een evenement, of het handelen zonder vergunning - treden we proactief en consequent op. We werken hierbij samen met: • • • •
politie; brandweer; Veiligheidsregio Groningen; en interne partners zoals VTH en OOV (Openbare Orde en Veiligheid).
Deze samenwerking zorgt dat evenementen veilig kunnen plaatsvinden, met aandacht voor crowd control, verkeersveiligheid en noodhulp. 3. Evaluatie
44
Het evenementenbeleid wordt in de tweede helft van 2025 geëvalueerd. Daarbij bekijken we: • • •
of de huidige regels toereikend zijn; hoe de meldings- en vergunningsprocedures werken; en waar verbeteringen mogelijk zijn in voorbereiding, communicatie en toezicht.
Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie: Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door evenementen goed te reguleren en tijdig te toetsen dragen we bij aan een veilige, levendige en gastvrije gemeente. Zo blijven evenementen een positieve bijdrage leveren aan ontmoeting, verbinding en trots in Midden-Groningen.
45
Hoofdstuk 5 Strategieën
46
5 Strategieën en werkwijzen Inleiding In dit hoofdstuk beschrijven we de strategieën en werkwijzen die de gemeente MiddenGroningen hanteert bij de uitvoering van haar vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken (VTH). De prioriteiten en doelstellingen uit hoofdstuk 4 worden hierin vertaald naar concrete uitvoeringsstrategieën, waarmee we onze doelen realiseren. De wettelijke grondslagen voor deze strategieën zijn vastgelegd in artikelen 13.6 en 13.7 van het Omgevingsbesluit. Veranderingen door de Omgevingswet Met de inwerkingtreding van de Omgevingswet is de manier waarop we vergunningen verlenen, toezicht houden en handhaven ingrijpend veranderd. De wet legt de nadruk op samenwerking, participatie en snellere besluitvorming. Belangrijkste veranderingen: • De Omgevingswet stimuleert participatie; bij sommige aanvragen is deze zelfs verplicht. • Veel vergunningprocedures moeten binnen acht weken worden afgehandeld. • Het is cruciaal om in een vroeg stadium initiatiefnemers, belanghebbenden en ketenpartners te betrekken. • Een integrale afweging tussen verschillende belangen is noodzakelijk om besluiten tijdig en zorgvuldig te kunnen nemen. Door deze nieuwe werkwijze kunnen we sneller, transparanter en samenhangender handelen, in lijn met de uitgangspunten van de wet.
Werkwijze en opbouw van de strategieën De manier waarop we onze doelen bereiken en risicogericht werken is uitgewerkt in de uitvoeringstrategieën. Deze strategieën zijn gebaseerd op landelijke en regionale kaders en aangevuld met gemeentelijke uitgangspunten die aansluiten op de lokale situatie in Midden-Groningen. De strategieën zorgen ervoor dat: • de uitvoering uniform en voorspelbaar verloopt; • we gericht kunnen prioriteren op basis van risico’s en effecten; • en er duidelijkheid en transparantie is richting inwoners, bedrijven en samenwerkingspartners.
47
Overzicht van de strategieën De samenhang tussen de verschillende strategieën binnen de U&HS is hieronder weergegeven. Deze zijn uitgebreid beschreven in Bijlage 4: Strategieën. Uitvoeringsstrategie
Nalevingstrategie
Preventiestrategie
Communicatiestrategie
Toetsingsstrategie
Toezichtstrategie
Toezichtstrategie vergunningen
Sanctiestrategie
Daarnaast is er voor de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) een afzonderlijk beleid opgesteld, waarin specifieke afspraken zijn opgenomen over toezicht, verantwoordelijkheden en kwaliteitsbewaking bij bouwprojecten. Samenhang en toepassing De strategieën vullen elkaar aan: • De preventie- en communicatiestrategie richten zich op bewustwording en naleving. • De toetsings- en toezichtstrategieën zorgen dat we risico’s vroegtijdig signaleren en effectief controleren. • De sanctiestrategie bepaalt hoe we optreden bij overtredingen. Door deze strategieën in samenhang toe te passen ontstaat een sluitende beleidscyclus waarin we plannen, uitvoeren, evalueren en verbeteren. 5.1 Uitvoeringsstrategie Doel en reikwijdte De uitvoeringsstrategie beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen omgaat met vergunningverlening, meldingen en toezicht binnen het omgevingsrecht. De strategie biedt inzicht in: • de criteria die we gebruiken bij het beoordelen en beslissen op aanvragen voor omgevingsvergunningen; • de werkwijze bij het behandelen van meldingen; en • de manier waarop toezicht wordt gehouden op de naleving van de geldende wet- en regelgeving. Met het vastleggen van deze strategie voldoen we aan de verplichtingen uit het Omgevingsbesluit (artikelen 13.6 en 13.7).
Onder uitvoering verstaan wij: “Het behandelen van vergunningaanvragen en meldingen, én het houden van toezicht op het naleven van de verleende vergunningen of meldingen.”
48
Onderdelen van de uitvoeringsstrategie Onze uitvoeringsstrategie bestaat uit drie samenhangende onderdelen: 1. Preventiestrategie - Gericht op het vergroten van kennis en bewustwording bij inwoners, ondernemers en instellingen. We leggen helder uit welke regels gelden en wanneer een vergunning of melding nodig is, zodat initiatiefnemers spontaan aan de regels kunnen voldoen. Daarnaast stimuleren we naleving door duidelijke communicatie, begeleiding en samenwerking. 2. Toetsingsstrategie - Richt zich op de wijze van beoordeling van aanvragen en meldingen. We toetsen risicogericht: waar de risico’s voor veiligheid, gezondheid of leefomgeving het grootst zijn, ligt onze nadruk op zorgvuldige beoordeling. 3. Toezichtstrategie - Richt zich op controle en naleving van verleende vergunningen en meldingen. Ook deze aanpak is risicogericht en verder uitgewerkt in Bijlage 4: Strategieën. Ons uitgangspunt bij toetsen en controleren is: “Wat we buiten bij toezicht belangrijk vinden, vinden we binnen bij toetsing ook belangrijk.” Succesvolle instrumenten zoals het omgevingsoverleg en de regionale omgevingstafel zetten we voort en willen we verder versterken. Basiswerkwijze vergunningverlening De gemeente zorgt als bevoegd gezag dat het proces van vergunningverlening zorgvuldig, transparant en geborgd verloopt.
Het werkproces is vastgelegd in interne procesbeschrijvingen en uitgevoerd in het digitale systeem Rx.Mission, waarin alle stappen van aanvraag tot besluit systematisch worden doorlopen. De basiswerkwijze bestaat uit: • ontvangst en registratie van de aanvraag; • toetsing aan wet- en regelgeving; • afstemming met ketenpartners; • besluitvorming; • en toezicht op naleving. Hiermee borgen we kwaliteit, uniformiteit en een voorspelbare dienstverlening. Centrale rol van de casemanager / vergunningverlener In onze uitvoeringsstrategie speelt de vergunningverlener (casemanager) een centrale rol. Hij of zij zorgt voor een integrale behandeling van aanvragen en een transparant proces. Casemanagement draagt bij aan: • kortere doorlooptijden; • betere afstemming tussen beleidsvelden;
49
•
en duidelijke communicatie met initiatiefnemers.
Een goed casemanagement zorgt voor besluitvorming op maat, passend bij de omgeving en de belangen van inwoners en ondernemers. De komende jaren richten we het voortraject sterker in op vroegtijdige afstemming met initiatiefnemers. Zo kunnen we samen werken aan volledige, vergunbare aanvragen en een snellere formele afhandeling. Casemanagement passen we toe in zowel het informele als het formele traject; de verdere invulling hiervan werken we de komende periode uit. Samenwerking met andere bevoegde gezagen Bij sommige omgevingsvergunningen delen we de verantwoordelijkheid met andere bevoegde gezagen, zoals de provincie of het waterschap. Onze rol verschilt per casus: • Wanneer de gemeente Midden-Groningen het bevoegd gezag is, nemen wij de rol van vergunningverlener en besluitvormer. • Wanneer een ander bestuursorgaan bevoegd gezag is, zijn wij als adviseur actief en leveren we inhoudelijke inbreng op basis van onze expertise. Deze samenwerking zorgt voor integrale besluitvorming en sluit aan bij de uitgangspunten van de Omgevingswet: één overheid, één loket. 5.2 Nalevingsstrategie Doel en opbouw De nalevingsstrategie beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen naleving van wet- en regelgeving stimuleert en afdwingt. De strategie bestaat uit drie onderdelen, die samen zorgen voor een evenwichtige aanpak: 1.
Communicatiestrategie – gericht op bewustwording, informatie en preventie; 2. Toezichtstrategie – gericht op controle en signalering van overtredingen; 3. Sanctiestrategie – gericht op het effectief beëindigen van overtredingen. Waar de gemeente regels stelt, hoort ook een duidelijke interventiestrategie bij om naleving te bevorderen. Deze interventies variëren van voorlichting en advies tot handhaving en sancties. Communicatie en bewustwording Naleving begint met duidelijke communicatie. Inwoners en ondernemers moeten weten welke regels gelden en wat de gevolgen zijn van nietnaleving. Via onze communicatiestrategie vergroten we kennis en bewustzijn door: • begrijpelijke informatie te bieden via onze website en loketten; • het gebruik van infobladen, campagnes en gesprekken in het veld;
50
•
en het vroegtijdig betrekken van initiatiefnemers bij vergunning- en toezichtprocessen.
Communicatie is daarmee de eerste stap in preventie: het voorkomt dat overtredingen ontstaan door onwetendheid. Toezicht en controle Preventie alleen is niet voldoende. Om te kunnen vaststellen of regels worden nageleefd, is toezicht onmisbaar. Onze toezichthouders voeren verschillende vormen van controle uit: • Behandeling van meldingen en handhavingsverzoeken; • Thematisch toezicht op specifieke onderwerpen (bijv. bouwveiligheid, horeca, milieu); • Gebiedsgericht toezicht en surveillance in wijken en bedrijventerreinen. Deze werkzaamheden zijn verder uitgewerkt in de toezichtstrategie (zie bijlage 4). Het toezicht is risicogericht: we richten onze capaciteit op locaties en situaties waar de kans op overtreding het grootst is of de gevolgen het zwaarst wegen. Handhaving en sancties Wanneer een overtreding wordt vastgesteld die niet kan of mag worden gelegaliseerd, treden we handhavend op. We doen dit efficiënt, proportioneel en in lijn met de Landelijke Handhavingsstrategie Omgevingsrecht (LHSO). De LHSO vormt het uitgangspunt voor prioritering en optreden. Deze landelijke leidraad zorgt dat: • er uniform en zorgvuldig wordt gehandhaafd; • elke sanctie passend en effectief is; • en dat de aanpak evenwichtig blijft tussen preventie, herstel en straf. Conform de LHSO kiezen we voor een maatregel die het snelst en het meest doelmatig leidt tot beëindiging van de overtreding.
De aard van de sanctie hangt af van: • de ernst van de overtreding; • de omstandigheden en gevolgen; • en het naleefgedrag van de overtreder. Met het vaststellen van deze U&HS stelt de gemeente ook de LHSO formeel vast. De bijbehorende leidraad waarborgt de juiste toepassing in de dagelijkse praktijk. 5.3 Wkb-beleid Inleiding De Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is op 1 januari 2024 in werking getreden. De invoering vindt stapsgewijs plaats. Tot en met 2028 geldt de wet uitsluitend voor nieuwbouw van eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1), zoals: • eengezinswoningen;
51
• •
kleinere bedrijfsgebouwen; en bijbehorende bouwwerken.
In latere jaren wordt de Wkb ook van toepassing op andere bouwcategorieën en verbouwingen. Zo krijgen bouwbedrijven, kwaliteitsborgers en gemeenten de kans om geleidelijk ervaring op te doen met het nieuwe toezichtstelsel in de bouw. Doel van het Wkb-beleid Het Wkb-beleid van de gemeente Midden-Groningen beschrijft hoe wij invulling geven aan ons toezicht en handhaving onder de nieuwe wet. De kern van dit beleid is dat we werken met een risicogerichte en/of steekproefsgewijze toetsing bij bouwmeldingen binnen gevolgklasse 1. Het beleid geeft antwoord op drie vragen: • Hoe beoordeelt de gemeente een bouwmelding? • Hoe houdt de gemeente toezicht tijdens de bouw en wanneer grijpt zij in? • Hoe beoordeelt de gemeente de gereedmelding en handhaaft zij bij ingebruikname zonder geldige verklaring van de kwaliteitsborger? Richting en uitgangspunten De Wkb legt meer verantwoordelijkheid bij de marktpartijen — zoals bouwbedrijven en kwaliteitsborgers — voor de bouwkwaliteit. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor: • toezicht op veiligheid; • en het handhaven bij risico’s of overtredingen. De wetgever heeft gemeenten ruimte gegeven om zelf te bepalen wanneer en in welke situaties handhavend wordt opgetreden. Gezien de beschikbare capaciteit en de gewenste balans tussen vertrouwen en controle, kiest Midden-Groningen voor een gerichte, risicogestuurde aanpak.
Prioritering in toezicht en handhaving Op basis van onze risicoanalyse geven wij prioriteit aan handhaving bij: • constructieve onveiligheid; • en brandonveiligheid. Deze twee thema’s raken direct aan de veiligheid van inwoners en gebruikers en vormen daarom de kern van onze toezichtstrategie. Waar mogelijk zetten we in op preventie, samenwerking met kwaliteitsborgers en actieve communicatie met initiatiefnemers en aannemers. Uitvoering en richtlijnen De gemeente hanteert bij het uitvoeren van het Wkb-beleid de landelijke handreiking van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG): “Toezicht en handhaving Wkb – Handelingsperspectieven voor gemeenten” (versie 2, januari 2024).
52
Deze handreiking biedt praktische richtlijnen voor: • de afbakening van gemeentelijke taken; • de verhouding tussen kwaliteitsborgers en toezichthouders; • en het bepalen van de juiste interventies bij overtredingen of onveilige situaties. De uitwerking van het Wkb-beleid en de bijbehorende handelingskaders zijn opgenomen in Bijlage 5 van dit document. Samenvatting kernpunten •
De Wkb geldt sinds 1 januari 2024 en wordt stapsgewijs ingevoerd tot 2028.
•
Het beleid richt zich nu op nieuwbouw in gevolgklasse 1 (eenvoudige bouwwerken).
•
De gemeente werkt risicogericht en hanteert prioriteit op veiligheid (constructief en brandveilig).
•
De VNG-handreiking vormt de basis voor toezicht en handhaving.
•
De uitwerking van het beleid staat in Bijlage 5.
53
Hoofdstuk 6 Borging van de uitvoering 54
6 Borging van de uitvoering Inleiding Volgens artikel 13.9 van het Omgevingsbesluit moet de gemeente haar uitvoeringsorganisatie zo inrichten dat deze voldoet aan bepaalde kwaliteitseisen. In dit hoofdstuk beschrijven we hoe de gemeente Midden-Groningen invulling geeft aan deze eisen, welke middelen daarvoor nodig zijn en hoe we de kwaliteit van uitvoering, dienstverlening en financiën borgen. 6.1 Organisatie en middelen Om onze uitvoerings- en handhavingstaken (U&H) goed uit te voeren, zijn voldoende financiële, personele en organisatorische middelen nodig. De eisen aan de kwaliteit van de uitvoering zijn vastgelegd in de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2019. Deze verordening geeft uitvoering aan de wettelijke opdracht uit het Omgevingsbesluit om regels te stellen aan de kwaliteit van de uitvoering. Daarmee is het minimumniveau van kwaliteit voor VTH-taken vastgelegd. De gemeente is verplicht te voldoen aan de Kwaliteitscriteria 3.0 (en eventuele opvolgers) en werkt deze uit via drie kwaliteitsdoelstellingen: 1. Uitvoeringskwaliteit – de inhoudelijke kwaliteit van producten en processen; 2. Dienstverlening – de manier waarop we communiceren en samenwerken met inwoners, bedrijven en instellingen; 3. Financiën – de verhouding tussen inzet van middelen en de kwaliteit van resultaten.
Met deze Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) geven we hieraan invulling. 6.2 Kwaliteitsdoelstellingen 1. Uitvoeringskwaliteit van diensten en producten De uitvoeringskwaliteit gaat over de mate waarin onze vergunningverlening, toezicht en handhaving voldoen aan wettelijke en bestuurlijke doelen en bijdragen aan de omgevingskwaliteit.
55
2. Dienstverlening Uitvoeringskwaliteit diensten & producten Wat willen we bereiken?
Wat gaan we ervoor doen?
Binnen zes maanden willen we de
We houden werkprocessen actueel en passen ze aan
uitvoeringskwaliteit meetbaar
waar nodig. Dit doen we via regelmatig overleg
verbeteren door kortere
binnen het taakveld vergunningen.
doorlooptijden (met 10%) en een hogere klanttevredenheid (met 10%). Uniforme afhandeling van
Jaarlijks actualiseren we het handboek met
vergunning-, toezicht- en
werkprocessen en protocollen. De uitvoering wordt
handhavingszaken.
geborgd door interne kwaliteitscontroles binnen de werkoverleggen van elk domein.
Continuïteit van dienstverlening
We houden de kwaliteitscriteria actueel en
waarborgen.
ondernemen acties om eraan te blijven voldoen. Jaarlijkse kwaliteitsmetingen worden verwerkt in het evaluatieverslag.
Dienstverlening gaat over de manier waarop de gemeente communiceert, samenwerkt en service verleent aan inwoners, ondernemers en andere belanghebbenden. We werken vanuit de kernwaarden vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid. Dienstverlening Wat willen we bereiken?
Wat gaan we ervoor doen?
Initiatiefnemers snel duidelijkheid
We leggen procesafspraken vast zodat alle
geven over de haalbaarheid van
betrokkenen weten wat er van hen verwacht wordt,
hun plannen.
met extra aandacht voor de voorfase (“Verken uw idee”).
De klanttevredenheid en efficiëntie
We handelen conform onze dienstverleningsnormen.
van onze dienstverlening
Binnen vastgestelde termijnen nemen we contact op
verbeteren.
en leggen dit zorgvuldig vast in ons zaaksysteem.
Een betrouwbare overheid zijn die
We geven vroegtijdig duidelijke informatie over
verwachtingen goed managet.
procedures, documenten en termijnen. Bij vergunningverlening doen we dit via het omgevingsoverleg (KIL/GIL) en de regionale omgevingstafel. Bij handhavingsverzoeken
56
informeren we over de procedure en verwachte doorlooptijd.
3. Financiën Financiën gaan over de inzet van middelen in verhouding tot de kwaliteit van producten en diensten. Financiën Wat willen we bereiken?
Wat gaan we ervoor doen?
U&H-taken effectief en efficiënt
We zorgen voor voldoende financiële middelen,
uitvoeren.
gekwalificeerd personeel en moderne technologische ondersteuning. Jaarlijks evalueren we dit en sturen we bij waar nodig.
Inzicht in benodigde en
We brengen jaarlijks de personele en financiële inzet
beschikbare middelen.
in kaart, gekoppeld aan de gestelde doelen, zodat we tijdig kunnen bijsturen.
4. Samenvattend Door deze kwaliteitsdoelstellingen te combineren, waarborgen we een professionele, betrouwbare en transparante uitvoering van onze taken. We blijven werken aan een organisatie die: •
kwaliteit borgt via actuele werkprocessen;
•
dienstverlening verbetert door structurele communicatie;
•
en middelen doelmatig inzet voor maximaal effect.
Deze borging wordt jaarlijks geëvalueerd in het Evaluatieverslag Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving, waarin resultaten, verbeterpunten en nieuwe acties worden opgenomen. 6.3 Organisatorische eisen Om onze uitvoerings- en handhavingstaken (U&H) goed uit te voeren, moet de organisatie voldoen aan een aantal organisatorische en kwaliteitsvereisten. Deze eisen zijn vastgelegd in het Omgevingsbesluit en nader uitgewerkt in onze Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht 2019. Hieronder beschrijven we hoe de gemeente Midden-Groningen invulling geeft aan deze vereisten.
57
1. Scheiding van functies Bij de uitvoering van vergunningverlening en toezicht is sprake van een duidelijke taakscheiding. Het verlenen van omgevingsvergunningen en het toezicht op de naleving daarvan worden uitgevoerd door verschillende medewerkers. Zo voorkomen we dat vergunningverleners toezicht houden op vergunningen waarvan zij zelf de voorschriften hebben opgesteld. Deze scheiding waarborgt objectiviteit, integriteit en onafhankelijkheid in de uitvoering. 2. Bereikbaarheid en beschikbaarheid De gemeentelijke organisatie en de uitvoeringsdiensten zijn ook buiten kantooruren bereikbaar en inzetbaar voor toezicht, handhaving en calamiteiten. •
Bereikbaarheid - Voor acute klachten zijn de gemeente en haar partners bereikbaar via de gemeentelijke website en de milieuklachtencentrale. In geval van nood zijn alle betrokken organisaties bereikbaar via het crisis- en rampenbestrijdingsnetwerk.
•
Beschikbaarheid - Voor de behandeling van incidenten en calamiteiten geldt een 24uurs beschikbaarheid, onder andere via piketregelingen. Toezichthouders werken niet gebonden aan kantoortijden, maar worden ingezet wanneer de situatie dat vereist (bijvoorbeeld ’s avonds of in het weekend).
Deze structuur zorgt dat we snel en adequaat kunnen handelen bij acute situaties of meldingen. 3. Grote incidenten en rampen Voor de aanpak van rampen, crises en grote incidenten beschikt de gemeente over een crisisplan, dat is afgestemd op het regionaal crisisplan van de Veiligheidsregio Groningen (VRG). Hierin zijn de verantwoordelijkheden, communicatielijnen en inzetprocedures vastgelegd. Bij grootschalige incidenten werken we nauw samen met de VRG en andere veiligheidspartners, zodat er altijd sprake is van een coördinerende, eenduidige aanpak. 4. Werkprocessen, procedures en informatievoorziening Onze werkprocessen en procedures zijn vastgelegd, geborgd en geïntegreerd in de VTHapplicatie (Rx.Mission). Deze digitale omgeving ondersteunt: • de afhandeling van vergunningen en meldingen; • de planning en registratie van toezichtactiviteiten; • en de documentatie van handhavingsmaatregelen. Door het gebruik van deze applicatie zorgen we voor uniforme procesvoering, transparantie en actuele informatievoorziening binnen alle VTH-domeinen.
58
5. Opleiding en deskundigheid De kwaliteit van onze uitvoering staat of valt met de kennis en deskundigheid van onze medewerkers. In de Kwaliteitscriteria 3.0 is vastgelegd welke kennis, vaardigheden en competenties onze VTHmedewerkers moeten bezitten. Om dit te borgen: • is er een structureel opleidingsbudget beschikbaar; • worden opleidingsplannen jaarlijks geactualiseerd; • en stimuleren we medewerkers om te blijven voldoen aan de kwaliteitscriteria door training, bijscholing en intervisie. Zo investeren we continu in een professionele, vakbekwame organisatie die de kwaliteit van uitvoering kan blijven garanderen. 6. Samenvatting Met deze organisatorische maatregelen zorgen we dat de gemeente Midden-Groningen beschikt over een robuuste en wendbare uitvoeringsorganisatie. Een organisatie die: • onafhankelijk en zorgvuldig werkt; • 24/7 bereikbaar is voor toezicht en calamiteiten; • beschikt over geborgde werkprocessen en actuele informatievoorziening; • en voortdurend investeert in deskundigheid en vakmanschap. Zo borgen we de kwaliteit van uitvoering en blijven we voldoen aan de wettelijke eisen uit het Omgevingsbesluit. 6.4 VTH Samenwerking Samenwerking als basis voor uitvoering De VTH-processen (Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) staan nooit op zichzelf.
Om vergunningen te kunnen verlenen, toezicht te houden en overtredingen op te lossen — via handhaving of gedragsbeïnvloeding - is structurele samenwerking essentieel. Deze samenwerking vindt plaats zowel intern binnen de gemeentelijke organisatie, als extern met onze ketenpartners in de regio. Alle betrokken partijen werken samen aan één doel: een veilige, gezonde en goed functionerende leefomgeving. Interne en externe afstemming Een eenduidige en uniforme aanpak richting inwoners en bedrijven vraagt om goede communicatie en afstemming. Daarom stemmen we intern af tussen: • vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en juridisch adviseurs; • en andere teams, zoals Ruimtelijke Ordening, Beleid, Veiligheid, Milieu en Openbare Ruimte.
59
Deze afstemming zorgt dat besluiten consistent zijn en dat inwoners één duidelijke lijn ervaren in beleid, uitvoering en communicatie. Extern werken we intensief samen met onze regionale en landelijke partners, waaronder: • Waterschap Hunze en Aa’s; • Veiligheidsregio Groningen (VRG); • Omgevingsdienst Groningen (ODG); • Politie, Openbaar Ministerie en GGD; • Provincie Groningen; • en maatschappelijke partners zoals woningcorporaties en architectenbureaus. Door kennis, informatie en ervaring te delen, benutten we elkaars deskundigheid en capaciteit. Deze samenwerking is cruciaal om binnen de wettelijke termijnen (zoals de acht weken voor vergunningverlening) te blijven en te komen tot integraal, zorgvuldig beleid en uitvoering. Vastlegging en borging De momenten van afstemming en de wijze van samenwerken zijn vastgelegd in werkprocessen, instructies en afspraken. Deze zijn digitaal toegankelijk voor alle betrokken medewerkers en ketenpartners. Hierin is ook opgenomen: • wie op welk moment betrokken wordt; • welke informatie gedeeld mag worden; • en welke termijnen gelden voor advies en besluitvorming. Zo zorgen we voor transparantie, voorspelbaarheid en continuïteit in de samenwerking. Regionale samenwerking Binnen het regionale Omgevingswet-programma Groningen zijn afspraken gemaakt over: •
momenten van samenwerking;
•
informatie-uitwisseling;
•
en levertermijnen.
Hiermee werken alle betrokken overheden volgens dezelfde uitgangspunten en ontstaat er een heldere, gezamenlijke VTH-keten in de regio. Deze afspraken zijn vastgelegd in regionale convenanten en werkafspraken, die onderdeel zijn van onze digitale samenwerkingsomgeving. Advies en deskundigheid Bij vergunningverlening laat het college zich adviseren door de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit Midden-Groningen. Deze commissie beoordeelt aanvragen op ruimtelijke kwaliteit, erfgoed, architectuur en inpassing in de omgeving. Bij overtredingen of afwijkingen van de voorschriften wordt - conform beleid - handhavend opgetreden. Afstemming ketenpartners Een goede samenwerking met ketenpartners is essentieel voor een effectieve en betrouwbare uitvoering van de U&H-taken. In de bijlagebundel zijn de afspraken met ketenpartners nader uitgewerkt.
60
De onderdelen van de U&HS die betrekking hebben op strafrechtelijke handhaving stemmen we op operationeel niveau af met de politie en het Openbaar Ministerie. Daarnaast werken we structureel samen met de ODG, VRG, GGD en woningcorporaties om signalen te delen, informatie te bundelen en gezamenlijk op te treden. 6.5 Monitoring en evaluatie Doel van monitoring In de U&HS zijn onze doelen, prioriteiten en strategieën vastgelegd. Om te weten of we deze doelen behalen, stellen we onszelf elk jaar de volgende vragen: •
Behalen we de gestelde doelstellingen?
•
Houden we ons aan de prioriteiten en plannen?
•
Hanteren we de juiste strategieën en middelen?
Door deze vragen systematisch te beantwoorden, houden we inzicht in de voortgang en kunnen we tijdig bijsturen. Evaluatie en verantwoording De voortgang en resultaten worden jaarlijks vastgelegd in de VTH-evaluatierapportage. Deze rapportage: •
wordt vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders;
•
wordt ter kennisname aan de gemeenteraad aangeboden;
•
en wordt verzonden aan de provincie Groningen, in haar rol als interbestuurlijk toezichthouder (IBT).
Zo leggen we verantwoording af over onze uitvoering aan bestuur, inwoners en provincie. Verbetercyclus Wanneer uit de evaluatie blijkt dat doelstellingen niet zijn gehaald, worden verbetermaatregelen voorgesteld. Deze maatregelen worden opgenomen in de eerstvolgende evaluatierapportage en indien nodig verwerkt in een tussentijdse wijziging van de U&HS. Zo werken we volgens de BIG-8 beleidscyclus: plannen – uitvoeren – evalueren – bijstellen. Kwaliteitscriteria en kritieke massa De U&HS vormt het kader voor de kwaliteit van uitvoering en handhaving. Onderdeel hiervan zijn de kwaliteitscriteria voor capaciteit, deskundigheid en organisatie. Vanaf 1 januari 2025 gelden de Kwaliteitscriteria 3.0, die eisen stellen aan: •
de kritieke massa (voldoende bezetting voor continuïteit);
•
de deskundigheid van medewerkers;
•
en de borging van kwaliteit binnen de organisatie.
Door jaarlijks te evalueren of we voldoen aan deze criteria, weten we waar verbeteringen nodig zijn en kunnen we gericht actie ondernemen. 61
De resultaten hiervan worden opgenomen in de VTH-kwaliteitsmeting. Wanneer we (tijdelijk) niet aan een criterium voldoen, motiveren we dit in het rapport en geven we aan welke stappen we ondernemen om dit te herstellen. Samenvatting Met deze werkwijze waarborgen we: •
een transparante en toetsbare uitvoering van de VTH-taken;
•
een duidelijke samenwerking tussen interne en externe partners;
•
en een continu proces van leren en verbeteren.
Zo zorgen we dat onze uitvoering voldoet aan de kwaliteitscriteria, aansluit bij de verwachtingen van inwoners en bestuur, en bijdraagt aan een veilige en leefbare gemeente Midden-Groningen.
62
Bijlagen
63
Bijlagebundel gemeente Midden-Groningen Bijlage 1 Toelichting BIG-8 beleidscyclus Bijlage 2 Intentieverklaring VTH-Drieslag Bijlage 3 Handleiding risicomethodiek (A) en Uitkomsten risicoanalyse (B) Bijlage 4 Strategieën Bijlage 5 Wet kwaliteitsborging bouw (Wkb) beleid
64
Bijlage 1 Toelichting BIG-8 beleidscyclus De regels in het Omgevingsbesluit vormen de wettelijke implementatie van de BIG-8beleidscyclus. Deze cyclus bestaat uit acht samenhangende stappen (waarvan zeven zichtbaar in het proces en één overkoepelend in planning & control) die zorgen voor een continue verbetering van beleid, uitvoering en handhaving. De toepassing van de BIG-8 zorgt ervoor dat ook de Uitvoerings- en Handhavingsstrategie (U&HS) jaarlijks wordt geëvalueerd en – waar nodig – wordt aangepast op basis van nieuwe inzichten, beleidsontwikkelingen en organisatorische veranderingen.
Figuur 1 BIG-8
De beleidscyclus onder de Omgevingswet Naast de BIG-8 is onder de Omgevingswet een tweede, meer strategische beleidscyclus geïntroduceerd. Deze cyclus volgt het Plan–Do–Check–Act-principe en biedt een gestructureerde manier om de instrumenten van de wet op elkaar af te stemmen. De cyclus bestaat uit vier kwadranten: 1. Beleidsontwikkeling – (rechtsboven in de cirkel) Dit is de fase van visievorming en beleidsopbouw. Hier wordt bepaald wat de gewenste kwaliteit van de fysieke leefomgeving is en hoe deze wordt vastgelegd, bijvoorbeeld in de Omgevingsvisie. Input uit de terugkoppeling (onder andere vanuit VTH) is in deze fase essentieel. 2. Beleidsdoorwerking – (rechtsonder) In dit kwadrant worden de beleidsdoelen juridisch en operationeel verankerd in Omgevingsplannen, Omgevingswaarden en Programma’s. Dit vormt de basis voor toetsing en uitvoering.
65
3. Uitvoering – (linksonder) Hier gaat het om het uitvoeren van activiteiten die binnen de fysieke leefomgeving plaatsvinden. Denk aan vergunningverlening, meldingen en toezicht. Regels uit het omgevingsplan worden hier toegepast in de praktijk. 4. Terugkoppeling – (linksboven) Dit kwadrant richt zich op vergunningverlening, toezicht en handhaving om naleving van regels te waarborgen. Via monitoring en evaluatie wordt bekeken of de maatregelen effectief zijn en of bijsturing in beleid nodig is.
Figuur 2 Beleidscyclus Omgevingswet
Rol van VTH binnen de beleidscyclus De VTH-taken komen in beide cycli terug in de kwadranten Uitvoering en Terugkoppeling. In deze U&HS is vastgelegd dat de gemeente Midden-Groningen werkt met een uniforme beleidscyclus, zodat beleid en uitvoering elkaar voortdurend versterken. Dat betekent: •
de samenwerking tussen beleid, uitvoering en toezicht wordt verder geïntensiveerd;
•
de rol van VTH in de terugkoppeling wordt versterkt, door structureel te rapporteren over naleving, risico’s en trends;
•
en de uitkomsten van evaluaties worden gebruikt om beleidsdoelen te verbeteren of bij te stellen.
Zo vormt de BIG-8 samen met de beleidscyclus van de Omgevingswet een gesloten kwaliteitskringloop: van beleid naar uitvoering, en van uitvoering terug naar beleid.
66
Deze werkwijze zorgt voor een lerende organisatie, waarin beleid, uitvoering en toezicht elkaar versterken en de kwaliteit van de leefomgeving continu verbetert.
67
Bijlage 2 Intentieverklaring samenwerking NCG en VTH drieslag 3.0 VTH DRIESLAG Nationaal Coördinator Groningen
Intentieverklaring samenwerking NCG en aardbevingsgemeenten in de provincie Groningen in het kader van VTH Drieslag 3.0 De versterkingsoperatie in het aardbevingsgebied heeft tot doel om, in het belang van de veiligheid van de bewoners, zo snel mogelijk panden in het gebied aan de vigerende veiligheidsnormen te laten voldoen. Naast snelheid in voorbereiding en uitvoering is zorgvuldigheid in de uitvoering in het belang van de bewoner/eigenaar. Daar horen heldere afspraken, goed doordachte plannen en betrouwbare procesafspraken bij. Zowel tussen de Nationaal Coôrdinator Groningen (NCG) en de bewoner/eigenaar, als ook tussen de NCG en gemeenten in het gebied. Gemeenten zowel vanuit hun positie als opdrachtgevers van de versterkingsoperatie alsook vanuit hun rol als bevoegd gezag met betrekking tot, vergunningen, toezicht en handhaving (VTH). Immers een belangrijke randvoorwaarde is dat versterkingsprojecten moeten voldoen aan vigerende wet- en regelgeving. Afhankelijk van de te nemen versterkingsmaatregelen dienen de nodige vergunningen en toestemmingen tijdig te worden verleend dan wel te worden verkregen. Middels deze intentieverklaring spreken de gemeenten Groningen, Midden-Groningen, Eemsdelta i.o., Het Hogeland, Oldambt en de NCG nadrukkelijk uit te willen streven naar een vlot, efficiënt en eenduidig proces van vergunningverlening voor versterkingsprojecten.
Dit moet plaatsvinden in nauwe samenwerking en afstemming tussen NCG en de vijf gaswinningsgemeenten, ieder vanuit zijn eigen wettelijke taak en verantwoordelijkheid en moet passen binnen het Vigerend beleid en de recent of reeds eerder gemaakte bestuursafspraken. Deze samenwerking en afstemming vinden bij voorkeur plaats in de Regiekamer 'v'TH Drieslag. In 2016 zijn de aardbevingsgemeenten samen met het Centrum Veilig Wonen (CVW) als uitvoerende partij, een samenwerking onder de vlag van VTH Drieslag aangegaan. Met de inrichting van de NCG als publieke uitvoerder van de versterkingsoperatie, de gemeentelijke herindelingen in het gebied en het opheffen van de gezamenlijk werkorganisatie WO Deal eind dit jaar, was het initiatief VTH Drieslag aan herijking toe. Dit heeft geleid tot een nieuwe
68
opzet genaamd VTH Drieslag 3.0 waarin de Vijf genoemde aardbevingsgemeenten blijven werken aan een gezamenlijke en uniforme aanpak van het vergunningenproces. Deze samenwerking is door de gemeenten inmiddels op 17 december 2020 bekrachtigd in de overeenkomst "kwaliteitsborging bouwplannen in de versterkingsoperatie" . Hierin is het uitgangspunt dat voor een snelle en adequate afhandeling van de versterkingsoperatie vergunningverlening, toezicht en handhaving een volwaardige plaats moeten krijgen in het proces en dat men dat in gezamenlijkheid vorm wil geven via vrrH Drieslag 3.0. De NCG heeft als publieke opdrachtnemer van de versterkingsoperatie veel belang bij een vlotte en eenduidige afhandeling van vergunningenprocedures en wil daarom de opzet en doelstelling van WH Drieslag 3.0 van harte ondersteunen en in samenwerking daar ook actief aan bijdragen. In deze intentieovereenkomst worden een aantal punten nader uitgewerkt waarmee de gewenste samenwerking tussen gemeenten en NCG in WH Drieslag 3.0 praktisch wordt ingevuld: Uitgangspunt is dat we er naar streven zoveel mogelijk vragen en problemen aan de 'voorkant' van het proces op te lossen. We weten wat we van en aan elkaar vragen en verwachten. NCG spant zich in om de vergunningaanvragen helder en adequaat onderbouwd, eenduidig en van kwalitatief voldoende niveau in te (laten) dienen.
Gemeenten hebben hun vergunningenprocedüres zoveel mogelijk onderling afgestemd, hanteren waar mogelijk een uniform toetskader en zijn proactief als er eventueel aanvullende informatie nodig is; NCG neemt, als uitvoeringsorganisatie van de versterkingsoperatie, deel aan de in VTH Drieslag 3.0 voorziene Regiekamer. In deze kamer worden op ambtelijk niveau met de VTH-regisseurs aan de voorkant problemen/vraagstukken opgelost en vragen beantwoord op het gebied van VTH. We zien het als wederzijdse verantwoordelijkheid om een passende bijdrage aan de voorziene Regiekamer te leveren; dat geldt ook voor het Initiatievenloket\intake-overleg dat per gemeente ingericht is. Voor NCG is dit de ingang om aan de voorkant afspraken te maken op projectniveau. NCG spant zich in om afstemming over initiatieven op VTH-gebied via dit loket te laten lopen; In het licht van de Wet Kwaliteitsborging (Wkb, per 01-01-2022 nationaal doorgevoerd) werken we gedurende 2021 gezamenlijk aan het ontwikkelen van een vorm van private/onafhankelijke kwaliteitsborging, reeds in de geest van de Wkb. Primair is dit bedoeld als versnellingsmechanisme in de vergunningenprocedures. Dit wel vanuit het besef dat dit altijd een ontwikkelpad is, waarin geleidelijk en in afstemming met alle partijen, stappen richting de invoering van de Wkb kunnen worden gemaakt;
69
Gelet op bovenstaande is er in 2021 ook blijvende aandacht voor de afhandeling binnen het reguliere proces nodig. Ook daar zorgen we voor wederzijdse aandacht voor mogelijke versnelling van de afhandeling van vergunningaanvragen. Ervaringen die de afgelopen jaren zijn opgedaan worden volop ingezet om ook in het reguliere aanvraagproces te komen tot een vlotte en adequate vergunningverlening; Waar de Wkb ziet op de bouwkundige kwaliteit van het werk in het kader van het bouwbesluit 2012, zijn er ook de omgevingsaspecten waaraan bouwprojecten moeten worden getoetst. De samenwerking is er op gericht ook op dit punt te komen tot een meer uniforme wijze van boordelen van projecten en het bespreken van mogelijk knelpunten. In dat kader gaat er speciale aandacht uit naar Tijdelijke Huisvesting (THV); - De toepassing van private kwaliteitsborging leidt naar verwachting tot kostenbesparingen aan de zijde van NCG en betrokken gemeenten. We zullen onderzoeken hoe, in het kader van VTH Drieslag, dit beeld en deze verwachting kunnen worden vertaald in de legesverordening en de daarin opgenomen tarieven.
In het kader van het versnellen en stroomlijnen van procedures benadrukken partijen het belang van het zoveel mogelijk digitaal afhandelen van de processen. Waar mogelijk en nodig nemen partijen adequate maatregelen en stappen om elkaar in deze te kunnen faciliteren; Op dit moment ligt de Tijdelijke Wet Groningen-Versterken voor ter goedkeuring in het parlement. In deze wet is een coördinatie plicht voor alle vergunningen en toestemmingen c.a. opgenomen die bij de NCG komt te liggen. Vooruitlopend op de invoering van deze wet verkennen partijen met elkaar in de Regiekamer Drieslag hoe deze verplichting vorm gegeven kan worden binnen de onderlinge samenwerking. Deze intentieverklaring omvat geen uitputtende opsomming van wederzijdse verplichtingen maar onderdelen waarop we elkaar vanuit de samenwerking in de structuur VTH Drieslag 3.0 willen vinden c.q. waar we deze verder willen uitbouwen. Transparantie en vertrouwen zijn daarbij belangrijk. Dit alles vanuit een gedeeld perspectief, zijnde een vlot, voorspelbaar en kwalitatief adequaat proces van vergunningverlening. Aldus opgemaakt en ondertekend in Hoogezand-Sappemeer op 17 december 2020.
70
delta (i.o.)
uin-Kuipers
dhr.
Bolding
Groningen
Gemeente 01 ambt
dhr. G. Engel
Coërdinator Groningen
3
71
Bijlage 3A Handleiding risicomethodiek Inleiding, doel en opbouw Deze bijlage beschrijft de kwalitatieve risicomethodiek die de gemeente Midden-Groningen gebruikt om een integrale, probleemgestuurde risicoanalyse uit te voeren. De methode is deels gebaseerd op het DBC-risicomodel1 en vormt de basis voor de prioritering binnen het integrale programma voor vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Een strategie opstellen betekent keuzes maken: er is nooit voldoende capaciteit om alle taken volledig uit te voeren. Het stellen van prioriteiten helpt te bepalen welke overtredingen of probleemsoorten het grootste risico vormen en waar het meeste toezicht nodig is. De risicoanalyse – na vaststelling door het bestuur – biedt inzicht in de benodigde inzet van menskracht en middelen, op basis van: • de geïdentificeerde risico’s, • de lokale situatie, en • de bestuurlijke ambities. Het doel van deze handleiding is om via één uniforme werkwijze de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving te ondersteunen. Ook de wetgeving streeft naar meer uniformiteit: steeds meer lokale regels worden landelijk afgestemd. De Omgevingswet voorziet daarom in één geïntegreerde aanpak voor uitvoering, toezicht en handhaving. In deze handleiding wordt uitgelegd hoe het probleemgestuurde, kwalitatieve risicomodel werkt en welke resultaten dit oplevert.
De volgende onderdelen komen aan bod: ➢
de uitgangspunten van het risicomodel;
➢
de definities en criteria bij de risicoafweging;
➢
het toepassen en invullen van de risicomatrix;
➢
en een voorbeeld van een ingevulde risicomatrix.
De afkorting staat voor ‘Damen BouwCentrum’, het bedrijf waar de ontwikkelaars van het model werkten bij het maken ervan. Damen BouwCentrum is inmiddels overgenomen. Het model is ontwikkeld voor het Ministerie van Justitie en is voor iedereen vrij beschikbaar. 1
72
Uitgangspunten van het risicomodel Bij het gebruik van het risicomodel moeten soms bewuste keuzes worden gemaakt over de manier waarop bepaalde onderdelen worden toegepast of afgebakend. Deze keuzes zijn vastgelegd in onderstaande tabel. De uitgangspunten zorgen ervoor dat de risicoanalyse op een eenduidige en transparante manier wordt uitgevoerd. Uitgangspunten voor het invullen van de integrale risicomodule Keuze
Toelichting
De risicomatrixen hebben betrekking op
De integrale risicoanalyse richt zich
soorten overtredingen en problemen binnen
uitsluitend op de probleemgerichte taken die
de gemeente Midden-Groningen.
door de gemeente zelf worden uitgevoerd.
Er wordt gewerkt met probleemonderwerpen
Deze probleemonderwerpen hebben
per domein, zoals weergegeven in de eerste
betrekking op vergunningverlening, toezicht
kolom van de matrix.
én handhaving.
Er wordt gescoord op een beperkt aantal
De lijst van problemen is niet limitatief en in
problemen of overtredingstypen.
samenspraak met de vakinhoudelijke experts onze gemeente opgesteld.
Bij naleefgedrag wordt gekeken in hoeverre
De naleefscore geeft aan wat de kans is dat
regels worden nageleefd.
het probleem zich voordoet, of de kans op niet-naleving van een bepaalde regel.
Vastleggen van definities risicoafweging Voor een goede risicoafweging moeten eerst de gebruikte variabelen worden gedefinieerd. Het gaat om de beoordelingscriteria, de scores (van 1 tot en met 3) en de uiteindelijke risicoscore die bepaalt hoe hoog een probleem of overtreding wordt geprioriteerd. De onderstaande definities sluiten grotendeels aan bij algemeen gebruikte risicomodellen. De risicoafweging wordt uitgevoerd op basis van zes beoordelingsaspecten: 1. Veiligheid Doel: beoordelen in hoeverre een mogelijke calamiteit lichamelijk letsel kan veroorzaken. Het gaat om direct lichamelijk letsel als gevolg van een verstoring of calamiteit, bijvoorbeeld instortingsgevaar, brand of ongevallen bij evenementen. Hierbij willen we het risico op acute incidenten met letsel of dodelijke afloop zo klein mogelijk houden. (Asbest of straling valt onder het aspect Gezondheid.)
73
Score Beschrijving 1
Pijn of gering letsel bij één of meer personen (lichtgewonden).
2
Zwaar letsel bij één of meer personen (zwaargewonden).
3
Zwaar lichamelijk letsel bij meerdere personen en één of meer dodelijke slachtoffers.
2. Gezondheid Doel: beoordelen in welke mate een activiteit of calamiteit invloed heeft op de gezondheid van mensen. Het gaat hier om gezondheidsrisico’s die kunnen ontstaan door bijvoorbeeld een slechte luchtkwaliteit, vervuild water, gebrekkige ventilatie in gebouwen of langdurige blootstelling aan gevaarlijke stoffen of situaties. Ook geluidsoverlast, geurhinder of stress kunnen op langere termijn een negatief effect hebben op de gezondheid. We kijken daarbij niet alleen naar directe gezondheidsproblemen, maar ook naar langdurige of blijvende effecten die kunnen ontstaan wanneer regels niet worden nageleefd. Score Beschrijving Tijdelijke of lichte gezondheidsklachten bij één of enkele personen, zoals irritatie aan 1
ogen of luchtwegen, stankoverlast of stress door geluid. Het gevaar voor de volksgezondheid is gering. Duidelijke gezondheidsproblemen of ziektegevallen bij meerdere personen, bijvoorbeeld
2
door ernstige lucht-, water- of bodemvervuiling. Er is sprake van tijdelijk gevaar voor de volksgezondheid, maar de effecten zijn omkeerbaar. Blijvende of ernstige gezondheidsproblemen bij meerdere personen, zoals langdurige
3
longschade, psychische klachten of blijvende aantasting van zintuigen. Ook langdurige blootstelling aan stoffen als asbest of straling valt hieronder. Er kan sprake zijn van ziektegevallen met dodelijke afloop.
3. Duurzaamheid Doel: beoordelen in welke mate een activiteit of overtreding invloed heeft op het gebruik van grondstoffen, energie en natuur, en op de manier waarop er met afval en milieu wordt omgegaan. Duurzaamheid gaat over het zuinig omgaan met onze natuurlijke hulpbronnen en het beschermen van de leefomgeving voor toekomstige generaties. We kijken naar verspilling van energie en grondstoffen, naar afvalproductie en afvalscheiding,
74
en naar de effecten op natuur, landschap en cultureel erfgoed. Ook het naleven van regels uit de Groene wetgeving en de Erfgoedwet hoort hierbij. Voorbeelden zijn: onnodig energieverbruik, het gebruik van vervuilende bouwmaterialen, slecht afvalbeheer of sloop van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen zonder vergunning. Score Beschrijving 1
De activiteit heeft nauwelijks effect op duurzaamheid. Er is sprake van een kleine verspilling of beperkt extra gebruik van energie of grondstoffen. De activiteit veroorzaakt merkbare verspilling of verstoring, zoals gebrekkige
2
afvalscheiding, extra gebruik van energie of materialen of beperkte schade aan natuur of erfgoed. De activiteit leidt tot ernstige verspilling of blijvende aantasting van milieu, natuur of
3
erfgoed. Er is sprake van grootschalig energie- of grondstoffenverbruik, of schade aan waardevolle natuur- of cultuurgebieden.
4. Bedreiging milieu en leefbaarheid Doel: bepalen in hoeverre een activiteit de kwaliteit en beleving van de leefomgeving aantast. Het gaat om alle vormen van overlast of vervuiling die een negatieve invloed hebben op het woon- en leefklimaat. Denk aan geluid, trillingen, stank, bodem- of luchtverontreiniging, verpauperde panden, verrommeling of aantasting van het straatbeeld. Leefbaarheid gaat niet alleen over fysieke kwaliteit, maar ook over hoe veilig en prettig mensen zich voelen in hun omgeving. Ook als de normen niet worden overschreden, kan hinder leiden tot stress, verminderde gezondheid en afname van woongenot. Score Beschrijving 1
2
De activiteit heeft nauwelijks invloed op de leefomgeving. Er is geen merkbare achteruitgang van milieu of woonkwaliteit. Er is sprake van een duidelijke, maar tijdelijke of omkeerbare aantasting van de leefomgeving. Denk aan tijdelijke geluidsoverlast, geurhinder of visuele verstoring. De activiteit veroorzaakt een ernstige en blijvende aantasting van de leefomgeving.
3
Bijvoorbeeld door illegale lozing of storting van vervuilende stoffen, langdurige geluidshinder of ernstige verwaarlozing van panden en terreinen.
5. Financiële schade Doel: bepalen wat de mogelijke financiële gevolgen zijn van een calamiteit of overtreding voor de gemeente, de provincie of de lokale economie.
75
Het gaat om kosten of schade die de gemeente of provincie zelf moet dragen, bijvoorbeeld door noodmaatregelen, herstel, of verlies aan inkomsten. Ook indirecte schade, zoals verlies aan werkgelegenheid of economische terugval, valt hieronder. Voorbeelden hiervan zijn: • niet-verzekerde kosten voor tijdelijke opvang of schadevergoedingen, • stilgevallen bouw- of bedrijfsactiviteiten, verlies aan werkgelegenheid, • afnemende investeringen of leegstand in een gebied, economische achteruitgang. Score Beschrijving 1 2
3
De financiële schade is gering. De directe kosten blijven beperkt tot maximaal €10.000. De schade is aanzienlijk. De directe kosten bedragen maximaal €100.000 en/of er is sprake van een beperkte terugloop in economische bedrijvigheid. De schade is groot. De directe kosten zijn hoger dan €100.000 en/of er is sprake van een duidelijke of langdurige economische terugval.
6. Bestuurlijke imagoschade Doel: beoordelen in welke mate een incident, overtreding of illegale situatie schade toebrengt aan het vertrouwen van inwoners in het gemeentebestuur. Bestuurlijke imagoschade gaat over de gevolgen voor de geloofwaardigheid en betrouwbaarheid van de gemeente. Wanneer inwoners of bedrijven het gevoel krijgen dat de gemeente haar taken niet goed uitvoert of nalatig is, kan dit leiden tot klachten, onrust of negatieve media-aandacht. Voorbeelden hiervan zijn georganiseerde buurtprotesten, mediacampagnes, open brieven of langdurige juridische procedures. Deze situaties kunnen leiden tot gezichtsverlies of een gevoel dat de gemeente haar zaken niet op orde heeft. Score Beschrijving 1
De schade aan het imago is minimaal. Er zijn enkele klachten of brieven, maar het algemene vertrouwen in het bestuur blijft intact. De schade is merkbaar, maar tijdelijk. Er is negatieve media-aandacht, buurtprotesten of
2
enkele juridische procedures. Er ontstaat een beeld dat de gemeente het niet overal op orde heeft. De schade is groot en langdurig. Er is sprake van aanhoudende klachten,
3
maatschappelijke onrust, zware juridische procedures of politieke gevolgen (zoals moties van wantrouwen). Het vertrouwen in het bestuur neemt sterk af.
76
Toepassen en invullen van de risicomatrix De risicomatrix laat zien hoe groot het risico is dat een bepaald probleem of een overtreding oplevert. Daarvoor geven we per aspect een score van 1 tot en met 3, waarbij 1 staat voor een gering risico en 3 voor een groot risico. Punten Betekenis 3
GROOT NEGATIEF EFFECT
2
GEMIDDELD NEGATIEF EFFECT
1
GERING NEGATIEF EFFECT
De risico’s van de verschillende overtredingen of problemen worden beoordeeld op zes beoordelingsaspecten: 1. Veiligheid 2. Gezondheid 3. Duurzaamheid 4. Bedreiging milieu en leefbaarheid 5. Financiële schade 6. Bestuurlijke imagoschade Voor elk aspect wordt beoordeeld hoe groot het negatieve effect is. Deze scores vormen samen de effectscore. Naleefgedrag Naast het effect beoordelen we ook het naleefgedrag: de kans dat de regels wel of niet worden nageleefd. In het model wordt dit weergegeven op dezelfde 3-puntsschaal. Punten Betekenis
3
2
1
ZEER LAAG NALEEFNIVEAU: NIET NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG VOLDOENDE NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS GEMIDDELD GOED NALEEFNIVEAU: NALEEFGEDRAG IS ZEER HOOG
De naleefscore geeft dus weer hoe groot de kans is dat het probleem zich voordoet of dat de regels worden overtreden.
77
Voorbeeld van een risicomatrix Hieronder staat een fictief voorbeeld van een risicoanalyse binnen het domein Ruimtelijke Ordening. De genoemde problemen en scores zijn illustratief en niet direct van toepassing op
leefbaarheid
financiële
1
1
2
1
1
1
wonen (tijdelijk/permanent) waar niet
3
2
1
2
1
2
3
1
1
1
2
1
2
1
EFFECTSCORE
duurzaamheid
1
imagoschade
gezondheid
verkeerd particulier gebruik grond/erf
bestuurlijk
Effecten
schade
Mogelijke overtreding(en)
veiligheid
de situatie in de gemeente Midden-Groningen.