360.1 Bijlage 1 - Uitvoerings en handhavingsstrategie 2026 2029
Tekst van het document
is toegestaan bij horeca Toelichting bij de tabel In de eerste kolom staan de overtredingen of probleemsoorten. De kolommen 2 tot en met 7 tonen de scores voor de zes beoordelingsaspecten. De kleuren in de matrix laten zien hoe groot het risico is: • Groen betekent een klein of verwaarloosbaar negatief effect (score 1). • Rood betekent een groot negatief effect of een laag naleefniveau (score 3). De laatste kolom geeft de totale effectscore aan, en in een aparte kolom wordt het naleefniveau vermeld. Wanneer alle matrixen per taakveld zijn ingevuld, kan de totale risicoscore worden berekend. Bepaling van het totaalrisico Het totaalrisico wordt berekend op basis van de formule: Risico = Kans × Effect Risico = Mogelijke overtreding(en)
Effect Kans
kans x
NALEVING
verkeerd particulier gebruik grond/erf
1
1
L
wonen (tijdelijk/permanent) waar niet
3
3
H
Strijdig gebruik:
RISICO
EFFECT SCORE
effect
is toegestaan
78
H bij horeca
1
1
L
M L
Hoog risico Gemiddeld risico Laag risico
Toelichting op de totaalscore De totaalscore geeft aan waar de grootste risico’s liggen en helpt ons om prioriteiten te stellen. Activiteiten met een hoge risicoscore krijgen prioriteit in het uitvoeringsprogramma. De verdeling tussen hoog, gemiddeld en laag risico wordt gebaseerd op de volgende schaal: Totaalscore
Betekenis
Hoog (H)
Grote kans op overtreding én groot effect bij optreden.
Gemiddeld (M) Enige kans op overtreding en/of gemiddeld effect. Laag (L)
Kleine kans op overtreding of gering effect.
Effecten veiligheid gezondheid duurzaamheid bedreiging milieu en leefbaarheid financiële schade bestuurlijk imagoschade
Effectenweging ROOD
GEEL
≥1
EFFECT
ROOD
Als één effect ROOD scoort is de eindscore voor Effect ROOD.
Veiligheid of Gezondheid
≤2
GEEL
Als Veiligheid of Gezondheid (of beide) GEEL scoort is de eindscore voor Effect GEEL
Overige
≥3
GEEL
Als 3 of meer overige effecten GEEL scoren is de eindscore voor Effect GEEL
KANS
De score voor Naleving wordt bepaald door het niveau van het naleefgedrag, waarin meegenomen het aantal klachten en voorgenomen en opgelegde sancties.
RISICO
De eindscore voor de Effecten bepaalt samen met de score voor Naleving (kans) de score voor RISICO volgens onderstaande diagram. RISICO
Effect
3
M
H
H
2
L
M
H
1
L
L
M
1
2
3
Kans
79
Bijlage 3B Uitkomsten risicoanalyse Risicoanalyse onderdeel BOUW
leefbaarheid
financiële schade
bestuurlijk imagoschade EFFECT SCORE
NALEVING
RISICO
Effecten
duurzaamheid
Mogelijke overtreding(en)
gezondheid
Activiteit(en)
veiligheid
Branche
Risic o= Kan kans s x effec t
Vergunningv Nieuwbouw/Verbo Handelen zonder of bijbehorende bouwwerken in achtererfgebied rij voor uw in strijd met een bijbehorende bouwwerken niet in achtererfgebied bouw onder omgevingsvergunn dakkapel in voorerfgebied Wkb ing activiteit bouw: dakkapel in achtererfgebied erfafscheiding in voorerfgebied erfafscheiding in achtererfgebied overige kleine bouwwerken (bv schuilstal/zeecontainers)
1
1
1
1
1
1
1
3
M
1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1
2 1 1 2 1 2
1 1 1 1 1 1
2 1 1 2 1 2
1 1 1 1 1 1
2 1 1 2 2 2
L L L L L L
Bouwmeldin Nieuwbouw/Verbo Handelen zonder g (GK 1) uw bouwmelding:
woning (ver)bouwen zonder melding
2
2
1
1
1
1
2
2
M
bedrijfspand (ver)bouwen zonder melding (vergunning) overig bouwwerk (ver)bouwen zonder melding (vergunning) draagconstructie niet cf vergunning/melding brandveiligheidsaspecten niet cf vergunning
2 1 3 3
2 1 1 1
1 1 2 1
1 1 1 1
1 1 1 1
1 1 1 3
2 1 3 3
2 1 2 2
M L H H
Handelen in strijd met een
Bestaande bouw
Slopen
GK 2-3
Nieuwbouw/verbo uw
omgevingsvergunn gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet cf vergunning ing activiteit bouw: bruikbaarheidsaspecten (bv afmetingen ruimtes) niet cf vergunning energiezuinigsheidsaspecten (bv isolatie, installatie) niet cf vergunning afwijking indeling, gevels en/of materiaalgebruik (opa) positie bouwwerk niet cf vergunning (opa) onjuiste peilhoogte onjuist aansluiten riolering stalling bouwmateriaal in strijd met afspraken route bouwverkeer in strijd met afspraken niet voldoen aan vergunningvoorwaarden In gebruik hebben verpauperde panden, draagconstructie niet akkoord van een gebouw in brandveiligheidsaspecten niet akkoord strijd met eisen brandveiligheidsaspecten niet akkoord kinderdagverblijven en Bouwbesluit / BBL: kwetsbare groepen gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet akkoord gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet akkoord kinderdagverblijven en kwetsbare groepen bruikbaarheidsaspecten (bv afmetingen ruimtes) niet akkoord energiezuinigsheidsaspecten (bv isolatie, installatie) niet akkoord splitsen van panden t.b.v. toevoegen extra woning(en) verpauperde panden (achterstallig onderhoud), draagconstructie akkoord overschrijding toegestane m² bebouwde oppervlakte Handelen zonder of met asbest voor particulieren (5 dagen) in strijd met sloopmelding: zonder asbest (28 dagen)
2
2
1
1
1
1
2
2
M
1
1
1
1
1
1
1
1
L
1 1 1 1 1 1 2 2 3 3
1 1 1 1 2 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 1 2 1
1 2 2 2 2 1 1 2 1 2
1 1 2 2 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 2 2 3
1 1 1 1 2 1 2 2 3 3
1 1 1 1 2 1 1 1 3 2
L L L L M L L L H H
3 2
3 2
1 1
2 1
1 1
3 1
3 2
2 1
H L
3 1
3 1
1 1
1 1
1 1
1 1
3 1
1 1
M L
1 2
1 2
2 1
1 2
1 2
1 2
1 2
1 2
L M
2 1 1
1 1 2
2 1 1
1 1 2
1 1 1
2 1 1
2 1 2
2 2 1
M L L
2
1
1
2
1
1
2
1
L
Handelen zonder woongebouw (ver)bouwen zonder vergunning omgevingsvergunn onderwijs/gezondheidszorggebouw (ver)bouwen zonder ing activiteit bouw: vergunning openbaar gebouw (ver)bouwen zonder vergunning
3
2
2
1
1
2
3
2
H
3
2
2
1
2
2
3
1
M
3
2
2
1
2
2
3
1
M
81
Handelen in strijd met een omgevingsvergunn ing activiteit bouw:
Bestaande bouw
Slopen
In gebruik hebben van een gebouw in strijd met eisen Bouwbesluit / BBL:
overig bouwwerk (ver)bouwen zonder vergunning draagconstructie niet cf vergunning brandveiligheidsaspecten niet cf vergunning gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet cf vergunning bruikbaarheidsaspecten (bv afmetingen ruimtes) niet cf vergunning energiezuinigsheidsaspecten (bv isolatie, installatie) niet cf vergunning afwijking indeling, gevels en/of materiaalgebruik positie bouwwerk niet cf vergunning onjuiste peilhoogte onjuist aansluiten riolering stalling bouwmateriaal in strijd met afspraken route bouwverkeer in strijd met afspraken niet voldoen aan vergunningsvoorwaarden verpauperde panden, draagconstructie niet akkoord brandveiligheidsaspecten niet akkoord brandveiligheidsaspecten niet akkoord kinderdagverblijven of kwetsbare groepen gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet akkoord gezondheidsaspecten (bv ventilatie, daglicht) niet akkoord kinderdagverblijven of kwetsbare groepen bruikbaarheidsaspecten (bv afmetingen ruimtes) niet akkoord energiezuinigsheidsaspecten (bv isolatie, installatie) niet akkoord splitsen van panden t.b.v. toevoegen extra woning(en) verpauperde panden (achterstallig onderhoud), constructie akkoord ingebruikname zonder melding brandveilig gebruik overschrijding toegestane m² bebouwde oppervlakte
Handelen zonder of in strijd met sloopmelding: zonder asbest (28 dagen)
3 3 3 1 1
2 1 1 2 1
2 1 1 2 1
1 1 1 1 1
2 1 1 1 1
2 2 2 1 1
3 3 3 2 1
2 2 2 2 1
H H H M L
1
1
2
2
1
1
1
1
L
1 1 1 1 2 2 2 3 3
1 1 1 2 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 1 2 1
2 2 2 2 1 1 2 1 1
1 2 1 1 1 1 1 1 1
1 1 1 1 1 1 2 2 2
1 1 1 2 2 2 2 3 3
1 1 1 1 1 1 2 2 2
L L L L L L M H H
3 2
3 2
1 1
1 1
1 1
2 1
3 2
2 2
H M
3 1
3 1
1 1
1 1
1 2
1 1
3 1
2 1
H L
1 3
1 2
2 1
2 2
1 2
1 2
1 3
1 2
L H
1 3 1
3 1 1
2 1 1
1 1 2
2 1 1
2 2 1
3 3 1
2 2 2
H H L
2
1
1
2
1
1
2
1
L
82
Risicoanalyse onderdeel RUIMTELIJKE ORDENING
financiële schade
bestuurlijk imagoschade EFFECT SCORE
NALEVING
RISICO
Het uitvoeren van werken of werkzaamheden zonder of in strijd met een omgevingsvergunnin g: illegaal bouwen in strijd met omgevingsplan Bouwregels:
leefbaarheid
verkeerd particulier gebruik grond/erf kamergewijze verhuur wonen (tijdelijk/permanent) waar niet is toegestaan (bijvoorbeeld bijgebouw) bedrijfsmatige activiteiten waar niet is toegestaan (m.u.v. zorgactiviteiten) zorg activiteiten waar niet is toegestaan bij horeca permanente bewoning recreatieverblijven opslag kuilvoer, andere agrarische materialen buiten bouwvlak paardrijbakken in kernen en in landelijk gebied mestopslag in landelijk gebied (mestsilo's, mestbassins, foliebassins) voldoen aan Landschappelijk inpassingsplan bij omgevingsvergunning of OP werkzaamheden buiten archeologisch waardevol gebied
Kan s
Effecten
duurzaamheid
Strijdig gebruik:
Mogelijke overtreding(en)
gezondheid
Ruimtelijke Ordening
Activiteit(en)
veiligheid
Branche
Risic o= kans x effec t
2 2 3
2 2 3
1 1 1
2 2 2
1 1 1
1 1 2
2 2 3
2 2 2
M M H
2
2
1
3
1
2
3
2
H
3 1 1 1 1 2 1
2 2 1 1 2 2 1
1 1 2 1 1 2 1
2 2 2 2 2 2 2
1 1 2 1 1 1 1
2 2 3 1 1 1 2
3 2 3 1 2 2 1
2 2 3 2 2 2 2
H M H L M M L
1
1
1
1
1
1
1
2
L
2
1
1
2
1
2
2
2
M
83
Erfgoed
Handelen zonder of in onomkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden strijd met (monumenten) omgevingsvergunnin g activiteit veranderen van erfgoed: omkeerbare beschadiging van cultuurhistorische waarden (monumenten) beschadiging van cultuurhistorische waarden (o.a. beschermd dorpsgezicht) Het uitvoeren van werkzaamheden in archeologisch waardevol gebied werken of werkzaamheden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunnin g: sloop karakteristiek object/pand
2
2
1
1
2
3
3
2
H
2
2
1
1
2
2
2
2
M
2
2
1
1
2
2
2
2
M
2
1
1
1
2
2
2
3
H
1
1
1
2
2
3
3
2
H
84
Risicoanalyse onderdeel APV, ALCHOHOLWET & EVENEMENTEN
duurzaamheid leefbaarheid
financiele schade
bestuurlijk SCORE EFFECT imagoschade
NALEVING
RISICO
Effecten
gezondheid
APV
Mogelijke overtreding(en)
veiligheid
Branche
Risico = kans Kans x effect
handelen zonder of in strijd met een omgevingsvergunning voor vellen van houtopstand (kappen)
1
1
2
2
2
2
2
2
M
illegale ligplaats of in strijd met de regels (recreatie plus woonschepen)
1
1
1
2
1
1
1
1
L
verrommeling van de openbare ruimte (voorwerpen plaatsen op of aan de openbare weg)
2
1
1
2
1
2
2
2
M
vernietiging en/of beschadiging van houtwallen
1
1
2
2
2
2
2
1
L
het niet hebben van een standplaatsvergunning
1
1
1
2
1
1
1
1
L
verrommeling van de openbare ruimte (bv terrassen en uitstallingen, reclame (materiaal) verspreiden en plakken)
2
1
2
2
1
1
2
1
L
illegaal ophangen spandoeken, reclamedragers
2
1
2
1
1
1
2
1
L
afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil)
2
2
1
2
2
2
2
3
H
stookoverlast/illegale stook/houtrook (open vuur/vuurwerk/vreugde vuren/sloopafval verbranden)
1
2
1
2
1
1
2
3
H
handelen in strijd met de voorschriften carbid schieten
2
1
1
2
1
2
2
3
H
85
Alcoholwet
bijtincidenten honden
2
1
1
2
1
1
2
2
M
overlast hondenpoep
1
1
1
2
1
1
1
2
L
handelen zonder of in strijd met vergunning plaatsing en/of uitstalling objecten op de weg (vb bouwtakels/hijskranen/containers)
2
1
1
2
1
1
2
1
L
fout parkeren (blauwe zone zonder kaart/verlopen kaart qua tijdsduur)
1
1
1
2
1
1
1
2
L
illegaal achterlaten van autowrakken/caravans
1
1
1
2
1
1
1
1
L
handelen zonder of in strijd met een vergunning aanleggen in- en uitrit
2
1
1
2
1
1
2
3
H
handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning
2
1
1
2
1
2
2
3
H
handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning sexinrichting
2
1
1
2
1
2
2
3
H
geluidshinder
1
1
1
2
2
1
1
2
L
aanhangwagens en parkeermiddelen langer dan 3 dagen foutief geparkeerd
1
1
1
2
1
1
1
2
L
overtreden van voorwaarden van betogingen en onaangekondigde betogingen
2
1
1
2
2
2
2
2
M
overtreden verbod alcohol in de openbare ruimte
1
1
1
2
1
1
1
2
L
overtreden van samenscholingsverbod en ongeregeldheden/gebiedsverboden
2
1
1
2
1
2
2
3
H
geen leidinggevende aanwezig
1
2
1
1
1
1
2
2
M
schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking
2
3
1
2
1
2
3
3
H
geen / niet actuele vergunning
2
1
1
2
1
2
2
2
M
86
Evenementen
overtreden vergunningsvoorwaarden
2
2
1
2
1
1
2
2
M
schenken van alcohol aan minderjarigen/wederverstrekking
2
3
1
2
1
2
3
3
H
ontbreken van ontheffing artikel 35 (Alcoholwet)
2
1
1
2
1
1
2
2
M
eindtijden bij evenementen
2
1
1
2
1
1
2
1
L
geluidsvoorschriften bij evenementen
1
1
1
2
1
1
1
1
L
wegafsluiting verkeersmaatregelen bij evenementen
2
1
1
2
1
1
2
2
M
het niet (tijdig) melden van een meldingsplichtig evenement of te laat aanvragen van vergunningsplichtig evenement
1
1
1
3
1
2
3
3
H
handelen zonder of in strijd met evenementenvergunning type A (klein) evenement
1
1
1
1
1
1
1
1
L
handelen zonder of in strijd met evenementenvergunning type B (middel)
2
2
1
3
1
2
3
2
H
87
Bijlage 4 Strategieën In dit hoofdstuk beschrijven we de strategieën die we gebruiken bij het uitvoeren van de U&Htaken. De strategieën zijn verdeeld in twee groepen: uitvoeringsstrategieën en nalevingsstrategieën. Uitvoeringsstrategie
Nalevingstrategie
Preventiestrategie
Communicatiestrategie
Toetsingsstrategie
Toezichtstrategie
Toezichtstrategie vergunningen
Sanctiestrategie
De uitvoeringsstrategie gaat over het verlenen van vergunningen en het toezicht op verleende vergunningen. Alle andere vormen van toezicht vallen onder de nalevingsstrategie. Deze bijlage beschrijft de uitvoeringsstrategieën die we toepassen bij de uitvoering van onze taken. Ze bestaan uit twee onderdelen: 1. Preventiestrategie; 2. Toetsing- en toezichtstrategie.
1. Preventiestrategie De preventiestrategie richt zich op het voorkomen van overtredingen door kennis, duidelijkheid en samenwerking. Aan de ene kant gaat het om het vergroten van de kennis en bewustwording bij inwoners, bedrijven en organisaties. Mensen moeten weten welke regels gelden en voor welke activiteiten een vergunning of melding nodig is. Aan de andere kant stimuleert de preventiestrategie betrokkenen om zich aan die regels te houden. De preventiestrategie wordt doorlopend ingezet en begint vaak vóórdat een aanvraag of melding wordt gedaan. Door vroegtijdig in gesprek te gaan, voorkomen we dat er later ingrijpende maatregelen nodig zijn. Binnen de preventiestrategie onderscheiden we vier trajecten: • Communicatie en voorlichting; • Participatie; • Omgevingsoverleg; • Interne en externe afstemming & samenwerking. Communicatie en voorlichting We merken dat onvolledige of onjuiste aanvragen, maar ook overtredingen, vaak ontstaan door een gebrek aan kennis van wet- en regelgeving. Veel inwoners en ondernemers weten niet precies wat de regels zijn of wanneer een vergunning of melding nodig is. De gemeente wil dit voorkomen door actief te informeren en voorlichting te geven. We doen dit op de volgende manieren: 1. Frontoffice Inwoners en ondernemers kunnen een afspraak maken bij onze frontoffice.
Hier krijgen zij zowel algemene informatie als specifieke informatie over hun locatie of plan. 2. Gemeentelijke website Op onze website en via publicaties geven we actuele informatie over vergunningverlening, toezicht en handhaving. Ook besteden we extra aandacht aan onderwerpen die op dat moment belangrijk zijn of extra prioriteit hebben. 3. Toezichthouders in het veld Onze toezichthouders zijn vaak het eerste aanspreekpunt buiten. Zij informeren inwoners en bedrijven actief over geldende regels en stimuleren naleving daarvan.
89
Participatie De Omgevingswet stimuleert participatie bij initiatieven. Initiatiefnemers moeten aangeven of en hoe zij participatie hebben georganiseerd. De wet laat ruimte voor verschillende vormen van participatie, zodat dit goed kan aansluiten bij het plan en de omgeving. We helpen initiatiefnemers hierbij door duidelijke informatie te geven via het digitaal omgevingsplein. Daarnaast heeft de gemeenteraad op 21 november 2022 een lijst vastgesteld met gevallen waarin participatie verplicht is. Voor initiatiefnemers is er ook een praktische handleiding: “Leidraad participatie bij ideeën en plannen in de dorpen van Midden-Groningen” (vastgesteld in oktober 2024). Deze leidraad bevat een stappenplan hoe participatie kan worden vormgegeven. Informatieverzoek Inwoners en ondernemers kunnen op een laagdrempelige manier informatie opvragen via: • het mailadres vergunningen@midden-groningen.nl; • het informatieformulier op de website; • of telefonisch contact. We noemen dit een informatieverzoek. We geven daarbij aan of voor een activiteit een vergunning nodig is of dat deze vergunningsvrij is. Bij twijfel over de haalbaarheid van een plan verwijzen we de initiatiefnemer naar het klein initiatievenloket (KIL). Daar bespreken we het plan inhoudelijk en procesmatig, zodat we tijdig kunnen adviseren over vervolgstappen.
Klein en Groot Initiatievenloket (KIL en GIL) Sinds 2020 werken we met twee overlegvormen: • het Kleine Initiatievenloket (KIL) – wekelijks op dinsdag; • het Grote Initiatievenloket (GIL) – eens per twee weken op donderdag. In het KIL worden uiteenlopende zaken behandeld, zoals: • aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan; • principeverzoeken, bijvoorbeeld voor functiewijziging; • handhavingsverzoeken; • klachten. In het GIL bespreken we grotere initiatieven die voortkomen uit het KIL, vooral woningbouwprojecten. Voorbeelden zijn: • het ombouwen van winkels naar appartementen; • het herontwikkelen van voormalige bedrijfslocaties naar woonbestemming.
90
De teamleider VTH is voorzitter van het KIL. Hij of zij bewaakt de voortgang van dossiers en zorgt voor goede afstemming met andere teams. De voorzitter beslist niet alleen, maar zorgt dat dossiers integraal worden besproken en beoordeeld. De aanjager woningbouw is voorzitter van het GIL. Deze rol is belangrijk vanwege de woningbouwopgave van de gemeente. De aanjager beoordeelt plannen op haalbaarheid en bewaakt de voortgang van woningbouwinitiatieven. Ons uitgangspunt is altijd: “Hoe kunnen we dit initiatief mogelijk maken?” Bij grotere projecten kan een regionale omgevingstafel worden georganiseerd met onze ketenpartners. Tot nu toe is dat nog niet nodig geweest. De werkwijze is hieronder schematisch weergegeven.
91
Uit het schema volgen drie mogelijke vervolgstappen: 1. Het initiatief kan direct worden afgehandeld • Deze zaken komen via de frontoffice VTH binnen (per mail, telefoon, formulier of Djuma). • De behandelaar werkt de zaak binnen 5 werkdagen af. • Als meer tijd nodig is, volgt een terugkoppeling in het eerstvolgende KIL. 2. Er is een ruimtelijke onderbouwing (RO) nodig • Dit betreft aanvragen die niet passen binnen het omgevingsplan. • Een RO-behandelaar levert binnen 5 werkdagen de onderbouwing aan bij de vergunningverlener. • De aanvraag wordt daarna verder behandeld. 3. Het initiatief uit het GIL moet verder worden uitgewerkt • Dit betreft meestal woningbouwinitiatieven. • De ondersteunend medewerker initiatievenloket stelt een memo op met de kerninformatie. • Tijdens het GIL wordt een behandelaar aangewezen. • De behandelaar vertaalt de informatie uit het GIL naar een memo voor het overleg van het domein Leefomgeving. • In het GIL wordt een vervolgafspraak gemaakt over de verdere behandeling. Conceptaanvraag We stimuleren initiatiefnemers om een conceptaanvraag in te dienen via het omgevingsloket. Hiermee kan de haalbaarheid van een plan vooraf worden beoordeeld. De kosten hiervoor zijn vastgelegd in de legesverordening 2025 onder de term omgevingsoverleg. We beoordelen conceptaanvragen op ruimtelijke en welstandsaspecten.
Als de beoordeling positief is, werkt de gemeente in principe mee aan de definitieve aanvraag. Zo voorkomen we onnodige kosten en zorgen we voor een vlottere procedure. Onze basiswerkwijze sluit aan bij de Samenwerkingsafspraken Omgevingswet Groningen, versie 1.1. Interne en externe afstemming & samenwerking Een goede samenwerking is cruciaal voor eenduidige toetsing en handhaving. We stemmen daarom intern en extern zorgvuldig af. Intern: • tussen vergunningverleners, toezichthouders, handhavers en adviseurs; • tussen teams die verantwoordelijk zijn voor ruimtelijke plannen en uitvoering. Extern: • met ketenpartners zoals de Omgevingsdienst Groningen, Veiligheidsregio, waterschappen, politie en provincie; • met adviseurs van aanvragers, zoals architecten en milieudeskundigen.
92
De afspraken over samenwerking en informatie-uitwisseling zijn vastgelegd in werkprocessen en instructies, die momenteel worden geactualiseerd. Ook de regionale samenwerkingsafspraken maken hier deel van uit. Regelmatig evalueren we de werkwijze van het initiatievenloket om deze verder te verbeteren.
93
Toetsings- en toezichtstrategie De U&HS moet laten zien hoe de gemeente aanvragen en meldingen beoordeelt en hoe toezicht wordt gehouden op naleving van wet- en regelgeving. Met deze strategie geven we inzicht in: • de criteria die we gebruiken bij het beoordelen van vergunningaanvragen en meldingen (de toetsingsstrategie); • de werkwijze bij het toezicht op naleving van wet- en regelgeving (de toezichtstrategie). Door deze strategie vast te leggen, voldoen we aan de wettelijke verplichting om transparant te zijn over onze manier van werken. In dit hoofdstuk lichten we onze uitvoeringsstrategie toe. We beschrijven de volgende onderdelen: 1. Vormen van uitvoering (2.1) – welke manieren van uitvoering wij onderscheiden; 2. Toetsings- en toezichtstrategie (2.2) – hoe we aanvragen beoordelen en toezicht houden; 3. Toetsingskaders en werkwijze (2.3) – welke regels, normen en procedures wij hanteren bij de uitvoering van onze taken. Vormen van uitvoering De gemeente Midden-Groningen hanteert verschillende vormen van uitvoering binnen de uitvoering en handhaving (U&H). Hieronder beschrijven we de belangrijkste vormen en wat ze inhouden. Vorm
Omschrijving
Meldingen
Bij sommige activiteiten in de fysieke leefomgeving geldt een meldingsplicht. Dat betekent dat initiatiefnemers verplicht zijn om de gemeente vooraf te informeren over hun plan of activiteit. Een melding is een mededeling aan het bevoegd gezag en kan niet worden geweigerd. Er kan ook geen bezwaar worden gemaakt tegen de acceptatie van een melding. De gemeente controleert: • of de activiteit inderdaad meldingsplichtig is; • of de melding volledig is ingediend. Na beoordeling beslist de gemeente of de melding wordt geaccepteerd. Een inhoudelijke toetsing van het plan is niet aan de orde.
94
De nadruk ligt daarom op toezicht tijdens de uitvoering van de activiteit. Initiatiefnemers moeten hun melding meestal minimaal vier weken vóór de start van de activiteit indienen. Vergunning Reguliere procedure
De reguliere procedure is het uitgangspunt voor de meeste aanvragen om een omgevingsvergunning. Binnen acht weken moet de gemeente hierover een besluit nemen. Deze termijn kan één keer worden verdaagd met zes weken. Als de beslistermijn verstrijkt zonder besluit, kan de gemeente op grond van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) een dwangsom verschuldigd zijn aan de aanvrager. Voordat dit gebeurt, hanteren we nog een reactietermijn van twee weken om alsnog te kunnen besluiten. Bij gefaseerde aanvragen of meervoudige activiteiten geldt dat de activiteit met de langste beslistermijn bepalend is voor de totale proceduretijd.
Vergunning Uitgebreide procedure
In sommige gevallen is de uitgebreide procedure van toepassing. Dan moet de gemeente binnen 26 weken een besluit nemen, met de mogelijkheid tot éénmalige verdaging met zes weken. Ook hierbij geldt dat bij een gefaseerde of meervoudige aanvraag de activiteit met de langste termijn leidend is. De uitgebreide procedure kan: • op verzoek of met instemming van de aanvrager worden toegepast; • door de gemeente worden opgelegd, als het initiatief aanzienlijke maatschappelijke gevolgen heeft of wanneer verwacht wordt dat er bedenkingen van belanghebbenden komen. In dat geval wordt de aanvrager eerst gehoord en krijgt hij de mogelijkheid om een zienswijze in te dienen.
Maatwerkbesluit
Een maatwerkbesluit is een besluit waarbij de gemeente maatwerkvoorschriften stelt of wijzigt. Dit kan bijvoorbeeld na een melding worden gedaan.
95
Het maatwerkbesluit is een formeel besluit volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Toezicht tijdens realisatiefase
Tijdens de uitvoering van een vergunde activiteit houdt de gemeente toezicht. Dit toezicht begint bij de start van de werkzaamheden en eindigt wanneer de activiteit volledig is afgerond. Met de invoering van de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb) is het technische bouwtoezicht voor eenvoudige bouwwerken (gevolgklasse 1) geprivatiseerd. De gemeente voert dit technische toezicht dus niet meer zelf uit. De gemeente blijft echter verantwoordelijk voor: • het toezicht op de ruimtelijke aspecten (zoals welstand, bouwvlak en bebouwd oppervlak); • het toezicht op bouwprojecten in gevolgklasse 2 en 3.
96
Toetsings- en toezichtstrategie De gemeente Midden-Groningen heeft een wettelijke taak om vergunningen te beoordelen en toezicht te houden op het naleven van de regels. In deze toetsings- en toezichtstrategie leggen we uit hoe we dat doen en waarop we ons richten. We hebben als gemeente enige beleidsvrijheid in de mate van toetsing en toezicht. Om daar transparant over te zijn, beschrijven we in deze strategie onze werkwijze en keuzes. Zo weten inwoners en ondernemers wat ze van ons kunnen verwachten. Onze werkwijze sluit aan bij onze kernwaarden (zie hoofdstuk 3) en is risicogericht: we richten onze inzet vooral op situaties waar de kans op overtredingen groot is en de gevolgen voor veiligheid, gezondheid of leefomgeving het meest ernstig kunnen zijn. Voor vergunningen waarbij ook een technische toets nodig is, sluiten we aan bij het landelijke toetsings- en toezichtsprotocol. In deze beleidsperiode werken we dit verder uit. Werken op basis van risico’s In hoofdstuk 4 is onze risicoanalyse toegelicht. Hierin zijn overtredingen en meldingen onderverdeeld in logische categorieën en gekoppeld aan mogelijke effecten op de leefomgeving, veiligheid, gezondheid en natuur. Per overtreding is bepaald welk risico dit oplevert. Deze risico’s bepalen vervolgens: • hoe diepgaand wij aanvragen toetsen; • hoe intensief wij toezicht uitvoeren; • waar wij onze capaciteit op inzetten.
Omdat niet alle situaties even risicovol zijn, controleren wij niet alles overal. We richten ons op de meest risicovolle situaties: daar waar het naleefgedrag te wensen overlaat of waar schade aan de leefomgeving of veiligheid kan ontstaan. Naast toezicht gebruiken we ook communicatie en voorlichting om naleving te bevorderen (zie hoofdstuk 5, Preventiestrategie). Toetsingskaders en werkwijze Hieronder staat onze algemene werkwijze voor het behandelen van meldingen en het uitvoeren van toezicht. De specifieke werkprocessen en formats zijn digitaal vastgelegd in onze backofficeomgeving. Behandeling van een melding 1. Intake • •
De melding wordt geregistreerd in het digitale systeem (backoffice), en toegekend aan een vergunningverlener. De melding wordt administratief voorbereid en, waar nodig, gepubliceerd.
97
•
De aanvrager ontvangt een ontvangstbevestiging.
2. Toets volledigheid • •
De vergunningverlener controleert of de melding volledig is ingediend. Als gegevens ontbreken, krijgt de aanvrager de gelegenheid om deze aan te vullen.
3. Toets inhoud •
• •
De vergunningverlener beoordeelt of de melding overeenkomt met het feitelijke (voorgenomen) gebruik of de uitvoering. Dit is een globale toets, gebaseerd op ervaring. Alleen als dat wettelijk verplicht is, vindt een inhoudelijke toets plaats, eventueel met advies van interne of externe specialisten. Indien nodig kunnen aanvullende voorwaarden worden vastgesteld.
Uitvoering van toezicht De wijze van toezicht verschilt per situatie en fase, maar de volgende stappen gelden in principe altijd: -
De toezichthouder bestudeert het dossier en onderzoekt, indien relevant: • • • • • •
wie eigenaar en gebruiker van het pand is; welke personen staan ingeschreven in de BRP; wat de bestemming en het vergunde gebruik zijn; welke vergunningen eerder zijn verleend; de toezicht- en handhavingshistorie; welke regels van toepassing zijn (zoals bouw of omgevingsplan).
- Het doel van het toezicht wordt vastgesteld. - Toezicht kan aangekondigd of onaangekondigd plaatsvinden. Indien nodig wordt vooraf een afspraak gemaakt. 1. Uitvoering toezicht -
De toezichthouder legitimeert zich en licht het doel van het bezoek toe. Bij het binnentreden van een woning is legitimatie altijd verplicht.
-
Tijdens het bezoek: • • • •
-
worden waarnemingen genoteerd; kunnen verklaringen of documenten worden opgevraagd; worden waar nodig foto’s gemaakt of monsters genomen; wordt gebruikgemaakt van checklists voor een eenduidige werkwijze.
De bevindingen worden zo mogelijk direct besproken met de betrokkene.
98
-
Indien relevant geeft de toezichthouder ter plekke voorlichting of advies over beleid of actuele ontwikkelingen.
2. Afwerking controle -
Na afloop maakt de toezichthouder een rapportage volgens een vast format. Hierin worden bevindingen, overtredingen en observaties eenduidig vastgelegd.
-
Op basis van de resultaten wordt beoordeeld of handhaving nodig is. De vervolgstappen worden vastgelegd volgens het stappenplan van de sanctiestrategie (zie hoofdstuk 5.2).
-
Betrokkenen ontvangen altijd een terugkoppeling van de resultaten van het toezicht. Als handhaving nodig is, wordt dit uitgelegd in het besluit of in een brief aan de betrokkene.
Toepassing van toetsingskaders Voor de volgende vergunning- en meldingsplichtige activiteiten gebruiken wij specifieke toetsingskaders en werkwijzen. Deze worden in de volgende paragrafen uitgewerkt: 1. Bouwactiviteit (omgevingsvergunning activiteit bouw) 2. Omgevingsplanactiviteit 3. Rijksmonumentactiviteit 4. Activiteit brandveilig gebruik 5. Activiteiten uit de Algemene Plaatselijke Verordening (APV) 6. Milieubelastende activiteit 7. Wet Bibob Toetsingskader De bouwactiviteit is geregeld in artikel 5.1, lid 2, onder a van de Omgevingswet. In dit artikel staat dat een bouwactiviteit vergunningplichtig is als deze in een Algemene Maatregel van Bestuur (AMvB) is aangewezen. Dat betekent dat een bouwactiviteit alleen vergunningplichtig is als deze expliciet in de AMvB wordt genoemd. De AMvB waarnaar wordt verwezen, is het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). In paragraaf 2.3.2 van het Bbl staan de gevallen waarin een bouwactiviteit vergunningplichtig is. Een voorbeeld is artikel 2.25 Bbl, waarin staat dat een bouwwerk met een dak vergunningplichtig is als het aan één van de onderstaande voorwaarden voldoet: •
het bouwwerk niet op de grond staat;
99
•
het bouwwerk hoger is dan 5 meter;
•
het bouwwerk meer dan één bouwlaag heeft, waarbij de tweede bouwlaag of hoger een verblijfsgebied is;
•
het bouwwerk een dakterras, balkon of andere verhoogde buitenruimte heeft;
•
het bouwwerk door de bouwactiviteit een hoofdgebouw wordt.
De ‘knip’ in de bouwactiviteit Met de komst van de Omgevingswet is de bouwactiviteit opgesplitst in twee delen: 1. een technische bouwactiviteit, en 2. een omgevingsplanactiviteit voor een bouwwerk. Deze scheiding wordt ook wel de ‘knip’ genoemd. De technische bouwactiviteit richt zich op de veiligheid en kwaliteit van het bouwwerk zelf (bijvoorbeeld constructie, brandveiligheid en gezondheid). De omgevingsplanactiviteit gaat over de ruimtelijke inpassing van het bouwwerk: past het binnen het omgevingsplan, de omgeving en het straatbeeld? Een initiatiefnemer die een bouwactiviteit wil uitvoeren, moet: •
bij eenvoudige bouwwerken (de zogenoemde gevolgklasse 1) een melding doen bij de gemeente voor het technische deel (de technische bouwactiviteit);
•
bij complexere bouwwerken een omgevingsvergunning aanvragen.
100