360.1 Bijlage 1 - Uitvoerings en handhavingsstrategie 2026 2029
Tekst van het document
Uitvoerings- en handhavingsstrategie voor de uitvoering van vergunningverlening-, toezicht- en handhavingstaken in de fysieke leefomgeving 2026-2029
6 november 2025
Inhoud
1 Inleiding ............................................................................................................................................. 5 1.1 Doel U&HS.................................................................................................................................. 5 1.2 Evaluatie beleid ......................................................................................................................... 5 1.3 Opbouw en leeswijzer ............................................................................................................. 6 2 Wettelijk kader U&HS...................................................................................................................... 9 2.1 Reikwijdte ................................................................................................................................... 9 2.2 Relatie met andere beleidsvelden ...................................................................................... 11 3 Missie, visie en kernwaarden ...................................................................................................... 17 3.1 Visie............................................................................................................................................
18 3.2 Kernwaarden ........................................................................................................................... 18 4 Doelen en prioriteiten .................................................................................................................. 22 4.1 Gebiedsbeschrijving .............................................................................................................. 22 4.2 Risicoanalyse ........................................................................................................................... 22 4.3 Uitkomsten risicoanalyse ..................................................................................................... 23 5 Strategieën en werkwijzen .......................................................................................................... 47 6 Borging van de uitvoering ........................................................................................................... 55 6.1 Organisatie en middelen ...................................................................................................... 55 6.2 Kwaliteitsdoelstellingen ........................................................................................................ 55 6.3 Organisatorische eisen .........................................................................................................
57 6.4 VTH Samenwerking ................................................................................................................ 59 6.5 Monitoring en evaluatie........................................................................................................ 61 Bijlage 1 Toelichting BIG-8 beleidscyclus .................................................................................... 65 Bijlage 2 Intentieverklaring samenwerking NCG en VTH drieslag 3.0 ................................. 68 Bijlage 3A Handleiding risicomethodiek ..................................................................................... 72 Bijlage 3B Uitkomsten risicoanalyse ............................................................................................ 80 Bijlage 4 Strategieën ........................................................................................................................ 88 Bijlage 5 Toetsings- en toezichtstrategie Wkb ......................................................................... 135
2
Samenvatting Deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) beschrijft hoe de gemeente Midden-Groningen omgaat met vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) binnen het omgevingsrecht. De strategie sluit aan op de Omgevingswet en zoekt balans tussen het mogelijk maken van initiatieven en het beschermen van de belangen van inwoners en andere betrokkenen. Doel en Evaluatie De U&HS legt vast hoe de gemeente haar taken uitvoert: informeren, vergunning verlenen, toezicht houden en handhaven. De strategie bouwt voort op het eerdere beleid en neemt de doelstellingen uit het VTHOmgevingsbeleidsplan 2021–2024 over. De nieuwe U&HS sluit aan op de opgaven uit de Omgevingsvisie Midden-Groningen en bevat concrete en meetbare kwaliteitsdoelen. Door de beleidscyclus actief te volgen, kan de strategie steeds worden aangepast aan veranderende omstandigheden. Wettelijk Kader en Reikwijdte De U&HS is opgesteld op basis van artikel 13.5 van het Omgevingsbesluit en draagt bij aan de doelen van de Omgevingswet: • een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving; • zorgvuldig gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving. De strategie omvat taken die voortkomen uit verschillende wetten, waaronder de Omgevingswet, de Algemene Plaatselijke Verordening (APV), de Alcoholwet en de Wet Bibob.
De taken van de Omgevingsdienst Groningen en de Veiligheidsregio Groningen vallen buiten de reikwijdte van dit document. Relatie met ander beleid De U&HS is een ondersteunende strategie en stelt geen nieuw beleid vast. De strategie sluit aan bij bestaande ambities uit het Collegeprogramma 2022–2026 “Samen aan de Slag” en de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Het collegeprogramma richt zich op brede welvaart, met aandacht voor wonen, duurzaamheid, natuur, verkeer en de uitvoering van de Omgevingswet. De acht speerpunten uit de Omgevingsvisie zijn in de U&HS vertaald naar concrete prioriteiten. Hoofdlijnen en Bijlagen De U&HS bestaat uit twee delen: • Hoofdlijnen – visie, doelen, prioriteiten en strategieën. • Bijlagen – uitwerkingen en achtergrondinformatie. De bijlagen bevatten onder andere toelichtingen op het Omgevingsbesluit, de methode voor risicoanalyse en de werkwijze voor preventie, toetsing en toezicht.
3
Hoofdstuk 1 Inleiding
4
1 Inleiding Initiatiefnemers willen hun plannen en ideeën graag kunnen uitvoeren. Omwonenden en andere belanghebbenden willen dat hun belangen worden beschermd. Als gemeente zoeken we steeds naar een balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. In deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) leggen we uit hoe we met die balans omgaan. Wie iets wil ondernemen in de fysieke leefomgeving, moet nagaan of de activiteit voldoet aan de wet- en regelgeving. Voor sommige activiteiten geldt een informatie-, meldings- of vergunningsplicht. Wij informeren inwoners en ondernemers hierover, houden toezicht op de naleving van vergunningen en regels en treden handhavend op als dat nodig is. 1.1 Doel U&HS De U&HS heeft als doel een evenwicht te vinden tussen ruimte geven aan initiatieven en het beschermen van de belangen van inwoners. In dit document staat hoe we dat doen: •
door inwoners en bedrijven goed te informeren;
•
door te controleren of iedereen zich aan de regels houdt;
•
en door op te treden als dat nodig is.
Deze werkzaamheden noemen we de uitvoerings- en handhavingstaken (U&H-taken). 1.2 Evaluatie beleid Voor de nieuwe U&HS kijken we eerst terug op de uitvoering van de eerdere VTH-taken. Het VTH-Omgevingsbeleidsplan 2021–2024 is vastgesteld op 17 november 2020 en bevatte diverse doelstellingen. Waar relevant, nemen we deze doelstellingen opnieuw op in de nieuwe strategie. De beleidscyclus is in de afgelopen periode deels onderbroken, omdat het VTHOmgevingsbeleidsplan afliep en er niet jaarlijks een uitvoeringsprogramma met evaluatie is opgesteld. Met deze nieuwe U&HS starten we de beleidscyclus opnieuw op. Het interbestuurlijk toezicht (IBT) van de provincie Groningen houdt toezicht op de tijdigheid en actualiteit van onze verplichte documenten. Het IBT stuurt jaarlijks een overzicht met verbeterpunten. Een deel van die punten is in deze nieuwe strategie verwerkt. De overige punten werken we uit in het uitvoeringsprogramma en de evaluatie. Voor het eerst sluit de U&HS aan op de opgaven uit de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Daarmee maken we zichtbaar welke bijdrage het VTH-taakveld levert aan de gemeentelijke ambities.
5
In deze nieuwe strategie hebben we meetbare doelstellingen opgenomen. Ook hebben de kwaliteitsdoelstellingen uit de Verordening kwaliteit vergunningverlening, toezicht en handhaving omgevingsrecht gemeente Midden-Groningen 2019 een duidelijke plek gekregen. Door de beleidscyclus actief te volgen, zorgen we dat de U&HS kan worden aangepast aan veranderende omstandigheden en nieuwe behoeften. 1.3 Opbouw en leeswijzer De Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) bestaat uit verschillende hoofdstukken en bijlagen. Elk onderdeel behandelt een specifiek thema binnen de gemeentelijke aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). De strategie is opgebouwd uit twee delen: • Hoofdlijnen - Hierin staan de belangrijkste punten van onze visie, doelen, prioriteiten en strategieën. • Bijlagen - Dit deel bevat de uitwerkingen van de strategieën en extra informatie die de uitvoering van de U&HS ondersteunt. De U&HS maakt deel uit van het bredere beleid van de gemeente Midden-Groningen. Het is een ondersteunende strategie: de U&HS stelt geen nieuw beleid vast, maar helpt de gemeente bij het bereiken van bestaande doelen. Hoofdstuk 1 - Inleiding Geeft een inleiding op de U&HS en het belang van de balans tussen beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving. De gemeente verstrekt informatie, houdt toezicht en treedt op waar nodig.
Het hoofdstuk laat zien welke taken de gemeente uitvoert om de leefomgeving te beschermen. Hoofdstuk 2 - Wettelijk kader U&HS Beschrijft de wettelijke basis van de U&HS, de reikwijdte en de relatie met andere beleidsvelden. Het hoofdstuk legt de nadruk op de Omgevingswet, die als doel heeft initiatieven te versnellen en gemeenten meer beslisruimte te geven. De U&HS draagt bij aan de doelen van de Omgevingswet: een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving en een zorgvuldig gebruik van de fysieke ruimte. Hoofdstuk 3 - Missie, visie en kernwaarden Bevat de missie, visie en kernwaarden van de gemeente Midden-Groningen. Deze vormen het kompas voor de uitvoering van de VTH-taken en bepalen hoe de gemeente omgaat met inwoners, ondernemers en partners. Hoofdstuk 4 - Doelen en prioriteiten Beschrijft hoe we prioriteiten stellen binnen de uitvoering van de VTH-taken. De prioriteiten zijn gebaseerd op een risicoanalyse en een omgevingsanalyse.
6
• •
De risicoanalyse brengt de risico’s in beeld die de gemeente moet beheersen. De omgevingsanalyse beschrijft de kenmerken van onze gemeente en waar deze risico’s zich voordoen. Per prioriteit zijn doelen geformuleerd die aansluiten op de speerpunten uit de Omgevingsvisie en de bestuurlijke ambities uit andere beleidsdocumenten.
Hoofdstuk 5 - Strategieën Bevat de strategieën en werkwijzen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Hoofdstuk 6 - Borging van de uitvoering Beschrijft hoe we de kwaliteit van de uitvoering waarborgen. Hierin staan de kwaliteitsdoelstellingen, de monitoring van de voortgang en de evaluatie van de resultaten. Bijlagen De bijlagen bevatten gedetailleerde informatie en praktische instrumenten die de uitvoering van de U&HS ondersteunen: Bijlage 1: Toelichting op de regels uit het Omgevingsbesluit die de wettelijke basis vormen voor de beleidscyclus. Bijlage 2: Intentieverklaring VTH Drieslag 3.0 met afspraken over uniform optreden bij vergunningverlening binnen de versterkingsoperatie. Bijlage 3A en 3B: Handleiding risicoanalyse. • Deel A - Methodiek en totstandkoming. • Deel B - Afbakening en resultaten. Bijlage 4: Overzicht van de strategieën voor uitvoering van de VTH-taken, waaronder de
preventiestrategie, toetsingsstrategie en toezichtstrategie. Deze strategieën richten zich op kennis en bewustwording, naleefgedrag en de beoordeling van vergunningen en meldingen. Bijlage 5: Toetsings- en toezichtstrategie bij de Wet kwaliteitsborging voor het bouwen (Wkb). Samen vormen deze hoofdstukken en bijlagen het kader voor de uitvoering van de VTH-taken binnen de gemeente Midden-Groningen. De nadruk ligt op een evenwichtige, risicogestuurde en kwaliteitsgerichte aanpak van vergunningverlening, toezicht en handhaving.
7
Hoofdstuk 2 Wettelijk kader U&HS
8
2 Wettelijk kader U&HS Met deze Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) geven we invulling aan de wettelijke verplichting om een actuele strategie vast te stellen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving in de fysieke leefomgeving. Deze verplichting is vastgelegd in het Omgevingsbesluit, dat hoort bij de Omgevingswet. In het Omgevingsbesluit staan regels voor het bevoegd gezag over vergunningverlening, procedures, uitvoering en handhaving van het omgevingsrecht. Deze regels zorgen ervoor dat de gemeentelijke taken op een zorgvuldige, transparante en doelmatige manier worden uitgevoerd. Het doel is om te zorgen voor een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving. De regels uit het Omgevingsbesluit vormen samen de procescriteria van de zogenoemde BIG-8beleidscyclus (zie bijlage 1 voor een toelichting). Deze U&HS is één van de producten binnen de VTH-beleidscyclus. Op basis van deze strategie worden keuzes gemaakt voor de uitvoering van taken en wordt jaarlijks een uitvoeringsprogramma opgesteld. Daarnaast legt de gemeente jaarlijks verantwoording af in een evaluatierapportage. In het uitvoeringsprogramma beschrijven we: • welke keuzes we maken bij het uitvoeren van onze taken; • en hoe we die taken uitvoeren. In de evaluatierapportage leggen we verantwoording af over de gemaakte keuzes en behaalde resultaten.
Alle documenten binnen de VTH-beleidscyclus worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. De gemeenteraad wordt hierover geïnformeerd via een raadsbrief. 2.1 Reikwijdte De U&HS gaat over de wettelijke taken die de gemeente uitvoert op basis van verschillende landelijke, provinciale en gemeentelijke regels. Deze regelgeving is bedoeld om de fysieke leefomgeving te beschermen. Een belangrijk landelijk kader is de Omgevingswet. Deze wet heeft een nieuw stelsel geïntroduceerd met andere instrumenten en principes. De Omgevingswet bundelt alle wetten voor de fysieke leefomgeving om initiatieven sneller te laten starten en beter af te stemmen op elkaar. Daarnaast introduceert de wet meer open normen en zorgplichten in plaats van strikte regels of verboden. Hierdoor krijgen gemeenten meer beslisruimte om zelf een evenwicht te vinden tussen het benutten en beschermen van de leefomgeving.
9
De Omgevingswet gaat uit van twee samenhangende uitgangspunten: • Het beschermen van de leefomgeving waar dat nodig is. • Het benutten van kansen waar dat verantwoord kan. Met het uitvoeren van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) leveren we een bijdrage aan de hoofddoelstelling van de Omgevingswet: Doelstelling Omgevingswet: De Omgevingswet heeft als doel om de kwaliteit van de leefomgeving te verbeteren en te behouden. De wet richt zich op twee hoofddoelen: 1. Een veilige, gezonde en aantrekkelijke leefomgeving — waarin mens en natuur in balans zijn. 2. Een zorgvuldig gebruik en ontwikkeling van de fysieke leefomgeving, zodat maatschappelijke behoeften worden vervuld op een duurzame manier. Deze doelen sluiten aan bij het uitgangspunt van duurzame ontwikkeling: het benutten van kansen zonder de leefomgeving voor toekomstige generaties aan te tasten. De Omgevingswet omschrijft de fysieke leefomgeving als alles wat we zien, voelen, horen en ruiken. De wet noemt daarbij de volgende onderdelen: • bouwwerken en infrastructuur; • water en watersystemen; • bodem en lucht; • landschappen en natuur; • cultureel erfgoed en werelderfgoed. De fysieke leefomgeving omvat dus zowel de natuurlijke omgeving als alles wat door mensen is gebouwd of aangelegd.
Naast de Omgevingswet gelden er ook regels uit andere wet- en regelgeving die de leefomgeving beschermen. De Algemene Plaatselijke Verordening (APV) en diverse bijzondere wetten bevatten voorschriften voor vergunningverlening, toezicht en handhaving. Onder bijzondere wet- en regelgeving verstaan we in dit kader onder andere de: • Alcoholwet • Wet goed verhuurderschap • Wet betaalbare huur • Wet op de kansspelen • Winkeltijdenwet en Winkeltijdenverordening • Afvalstoffenverordening • Wegenverkeerswet • Zondagswet • Opiumwet • Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) • Wet basisregistratie personen (Brp)
10
De U&HS heeft betrekking op de uitvoering van deze taken binnen het fysieke domein. Het sociale domein valt buiten de reikwijdte van deze strategie.
De taken die worden uitgevoerd door de Omgevingsdienst Groningen (ODG) en de Veiligheidsregio Groningen (VRG) vallen buiten deze strategie. Beide organisaties hebben een eigen beleidscyclus met eigen doelstellingen en prioriteiten. Voor de ODG geldt de Uitvoerings- en handhavingsstrategie 2023–2027, die door de gemeente is vastgesteld. De gemeenteraad heeft in september de Meerjarenkoers 2024–2028 van de VRG vastgesteld. Daarin staan de prioriteiten beschreven voor de taken van de Veiligheidsregio.
2.2 Relatie met andere beleidsvelden
11
De Uitvoerings- en handhavingsstrategie (U&HS) is een ondersteunende strategie binnen het bredere beleid van de gemeente Midden-Groningen. Met het uitvoeren van de U&H-taken dragen we bij aan de ambities uit het Collegeprogramma 2022– 2026 “Samen aan de Slag” en aan de Omgevingsvisie Midden-Groningen. Collegeprogramma 2022-2026 “Samen aan de slag” Het collegeprogramma richt zich op het versterken van de brede welvaart in MiddenGroningen. De ambities zijn samengevat in drie pijlers: • De inwoner centraal • Iedereen doet mee • Een prettige woon-, werk- en leefomgeving
Het programma bevat beleidsvoornemens op diverse terreinen, zoals dienstverlening, armoedebestrijding, energietransitie en ruimtelijke ordening. Voor de uitvoering van de U&H-taken is vooral ruimtelijke ordening van belang. De belangrijkste onderdelen daarvan zijn: •
Wonen - De gemeente stimuleert nieuwbouw en het verbeteren van bestaande woningen. Daarbij ligt de nadruk op verduurzaming en het voorkomen van verpaupering. Tijdens bouw- en renovatieprojecten voeren we inspecties uit om te controleren of het werk voldoet aan de vergunning en bouwvoorschriften. Bij nieuwbouwprojecten geldt een zelfbewoningsplicht, om te voorkomen dat beleggers woningen opkopen.
•
Omgevingswet - De gemeente werkt aan een zorgvuldige invoering van de Omgevingswet. Dat betekent dat er duidelijke regels en procedures komen voor vergunningverlening, toezicht en handhaving.
•
Duurzaamheid en energietransitie - We zetten in op verduurzaming van woningen en het stimuleren van zonne-energie. Voor zonneparken zijn vergunningen nodig; deze worden verleend op basis van locatiecriteria, milieunormen en landschappelijke inpassing. Hierop houden we actief toezicht.
•
Natuur en landschap - Behoud en versterking van natuurgebieden zijn belangrijk. Toezicht is nodig om illegale activiteiten zoals dumping of vernieling te voorkomen.
•
Verkeer en vervoer - Bij aanleg en onderhoud van wegen en infrastructuur letten we op veiligheidsnormen en vergunningen. Toezicht en handhaving zorgen ervoor dat werkzaamheden veilig en volgens de regels verlopen.
Deze onderdelen vereisen allemaal een zorgvuldige uitvoering van de U&H-taken, zodat initiatieven volgens de regels plaatsvinden en de leefomgeving veilig, gezond en duurzaam blijft.
12
Omgevingsvisie De Omgevingsvisie beschrijft de richting voor de inrichting en het gebruik van onze leefomgeving. De visie vormt samen met de Visie Sociale Veerkracht het kader voor het bereiken van brede welvaart. De speerpunten zijn gebaseerd op: • participatie met inwoners en partners; • bestaand beleid dat nog steeds relevant is; • en nieuwe trends en ontwikkelingen die om nieuw beleid vragen. • De Omgevingsvisie bundelt de hoofdlijnen van verschillende beleidsdocumenten, zoals: • de Visie vrijetijdseconomie; • de Woonvisie en Woondeal; • de Duurzaamheidsvisie; • het Ruimtelijk Economisch Perspectief; • en de Detailhandelvisie. Daarnaast richt de visie zich op belangrijke opgaven binnen Midden-Groningen, zoals: • wonen en leefbaarheid; • bedrijvigheid en werkgelegenheid; • landbouw en buitengebied; • duurzame energie en klimaat; • natuur, water en bodem; • en veiligheid in de leefomgeving. De acht speerpunten uit de Omgevingsvisie. De volgende acht speerpunten uit de Omgevingsvisie zijn - waar van toepassing - verwerkt in hoofdstuk 4 van de U&HS: 1. Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. 2. Een beleefbare omgeving met behoud van landschapsverschillen en het karakter van kernen. 3. Voldoende en betaalbare woningen voor huidige en nieuwe inwoners. 4.
Een toekomstbestendige landbouw en buitengebied met ruimte voor recreatie en vrijetijdseconomie. 5. Ruimte voor bedrijvigheid en ondernemerschap in balans met de omgeving en arbeidsmarkt. 6. Een verminderd energieverbruik en een betaalbare, groene energievoorziening. 7. Voorbereiding op klimaatverandering en versterking van biodiversiteit. 8. Goede fysieke en digitale bereikbaarheid voor iedereen. Deze speerpunten vormen de verbinding tussen de ambities van het gemeentebestuur en de uitvoering van de vergunningverlening, toezicht en handhaving.
13
Integraal veiligheidsbeleid Een belangrijk beleidsdocument dat nauw samenhangt met deze strategie is het Integraal Veiligheidsbeleid Midden-Groningen 2025–2028. Dit beleid is op 19 december 2024 vastgesteld door de gemeenteraad. In het veiligheidsbeleid staan de volgende prioriteiten centraal: 1. Ondermijning 2. Jeugd en Veiligheid 3. NPG Verbeteren Veiligheid Midden-Groningen 4. Mensenhandel 5. Maatschappelijke onrust 6. Personen met onbegrepen gedrag Daarnaast benoemt het beleid vier strategische thema’s: 1. Cybercriminaliteit 2. Actualisering APV 3. Crisisbeheersing 4. Evenementenbeleid
14
Ook het team Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving (VTH) levert een actieve bijdrage aan deze veiligheidsdoelen. Dat doen we onder andere door: • integrale controles uit te voeren; • handhaving effectiever in te zetten bij vergunningverlening en toezicht; • en nauw samen te werken met het team Veiligheid en Vergunningen (V&V). Binnen het team Veiligheid en Vergunningen ligt de verantwoordelijkheid als volgt: OOV (Openbare Orde en Veiligheid): beleid, bezwaar & beroep en handhaving binnen APV en bijzondere wetten; • BOA’s (buitengewoon opsporingsambtenaren): toezicht en vergunningverlening; • Subteam APV-vergunningverleners en bijzondere wetten: uitvoering van onder meer de Alcoholwet, Wet op de kansspelen, drugs- en coffeeshopbeleid en de Wet Bibob. Een belangrijk preventief instrument is het vaker toepassen van de Wet Bibob bij vergunningaanvragen en bij transacties in branches die gevoelig zijn voor ondermijning (zoals horeca, prostitutie en vastgoed). Hiermee verkleinen we de kans dat criminele activiteiten via vergunningen worden gefaciliteerd. De informatie-uitwisseling tussen Veiligheid en VTH vindt plaats in verschillende overlegstructuren, zoals het Lokaal Informatie Overleg (LIO), waarin casussen worden besproken. Daarnaast draagt de aanpak van illegale bewoning en malafide verhuur bij aan het tegengaan van ondermijning.
De gemeente past al bestuurlijke maatregelen toe en zet deze lijn de komende jaren voort. Waar dit mogelijk en proportioneel is, maken we gebruik van maatregelen zoals: • het sluiten van een drugspand op grond van de Wet Damocles; • het opleggen van een last onder dwangsom; • of het opleggen van een bestuurlijke boete op basis van de APV. Samenwerking met het sociale domein Het VTH-taakveld werkt intensief samen met het sociale domein. Dit gebeurt onder andere bij situaties zoals: • burenruzies; • uithuisplaatsingen of woningontruimingen; • en bij illegale permanente bewoning. Ook bij preventieve maatregelen trekken we samen op, bijvoorbeeld bij: • voorlichting over alcoholgebruik door minderjarigen; • en het tegengaan van openbare dronkenschap. Het toezicht en de handhaving in deze situaties worden uitgevoerd door de buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s). De samenwerking tussen het sociale en het fysieke domein blijft een aandachtspunt. Er zijn al goede stappen gezet, maar duidelijke werkafspraken over taken, verantwoordelijkheden en informatie-uitwisseling moeten verder worden uitgewerkt.
15
Hoofdstuk 3 Missie, visie en kernwaarden
16
3 Missie, visie en kernwaarden Een missie en visie vormen de basis voor de uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken). Ze geven richting aan onze prioriteiten en doelstellingen en zorgen voor duidelijke, betrouwbare en transparante dienstverlening. Bij het formuleren van de missie en visie voor VTH sluiten we aan bij de dienstverleningsvisie van de gemeente Midden-Groningen.
Onze dienstverlening is vriendelijk, eenvoudig en betrouwbaar. Zowel digitaal als persoonlijk. We zijn toegankelijk, reageren snel en luisteren vanuit betrokkenheid naar onze inwoners, bedrijven en organisaties. We zorgen ervoor dat iedereen wordt gehoord en gerespecteerd.’
Wij zien de uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (U&Htaken) als een vorm van dienstverlening aan onze inwoners, ondernemers en partners. We willen dat onze vergunningverlening duidelijk, efficiënt en transparant is. Daarom communiceren we helder over wat inwoners kunnen verwachten en binnen welke termijnen we werken. Ons toezicht is gericht op voorkomen in plaats van corrigeren: we zetten in op samenwerking en bewustwording, zodat we samen zorgen voor een veilige en leefbare gemeente. Bij handhaving staan eerlijkheid, rechtvaardigheid en het algemeen belang voorop. We handelen zorgvuldig en proportioneel, met oog voor de menselijke maat. Met deze manier van werken maken we onze dienstverlening persoonlijk, betrouwbaar en mensgericht. Precies zoals inwoners dat van de gemeente Midden-Groningen mogen verwachten.
17
3.1 Visie Onze visie op vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH) sluit aan bij de gemeentelijke dienstverleningsvisie van Midden-Groningen.
We willen de kwaliteit van leven in onze gemeente verbeteren door onze VTH-taken zorgvuldig, efficiënt en betrokken uit te voeren. Dat doen we met duidelijke en toegankelijke dienstverlening, zowel digitaal als persoonlijk. We werken in de geest van de Omgevingswet en in lijn met de ambities van de Omgevingsvisie. Daarbij staan onze kernwaarden vertrouwen, verantwoordelijkheid en vrijheid centraal: •
Vertrouwen – we gaan uit van goede bedoelingen en bieden ruimte aan initiatieven.
•
Verantwoordelijkheid – we handelen professioneel en zorgvuldig binnen de regels.
•
Vrijheid – we geven inwoners en ondernemers de ruimte om te ontwikkelen, binnen veilige en verantwoorde grenzen.
Zo dragen we bij aan een gemeente waar het prettig wonen, werken en leven is — nu en in de toekomst.
3.2 Kernwaarden Onze kernwaarden vormen de basis voor hoe we werken, samenwerken en met elkaar omgaan. Ze zijn verweven in de dagelijkse uitvoering van onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken). Deze waarden geven richting aan onze keuzes en houding in het werk. Ze staan voor een cultuur waarin samenwerking, openheid en respect vanzelfsprekend zijn — met als doel een veilige, gezonde en duurzame leefomgeving voor alle inwoners, ondernemers en organisaties in MiddenGroningen. De kernwaarden sluiten aan bij de organisatievisie van de gemeente MiddenGroningen en vormen samen het fundament van onze dienstverlening en ons handelen.
18
Vertrouwen: We werken vanuit vertrouwen. Vertrouwen geven en vertrouwen verdienen.
Voor de uitvoering en handhaving betekent dit dat de gemeente Midden-Groningen transparant, eerlijk en betrouwbaar handelt. We communiceren ons beleid en onze besluiten duidelijk en vriendelijk, en we komen onze afspraken na. We zijn een betrouwbare partner voor inwoners, bedrijven, instellingen en andere overheden. Dat doen we onder meer door: • onze werkwijze te standaardiseren; • eenduidige vergunningsvoorschriften te hanteren; • en te werken volgens een uniforme strategie. Zo bevorderen we rechtsgelijkheid - een gelijk speelveld voor iedereen. We benaderen inwoners, ondernemers en organisaties vanuit het principe dat iedereen vertrouwen verdient. We luisteren, wegen belangen zorgvuldig af en leggen onze besluiten altijd uit. Soms betekent dat dat we iets niet kunnen toestaan of moeten handhaven. Ook dan blijven we duidelijk en uitlegbaar over de keuzes die we maken.
Verantwoordelijkheid: Wij nemen verantwoordelijkheid voor de taken waarvoor we als gemeente aan zet zijn — ieder vanuit zijn of haar eigen rol, vak en professionaliteit.
Voor de uitvoering van vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent dit dat we integraal en samenhangend werken. Bij complexe aanvragen organiseren we een goed proces om snel tot een zorgvuldige afweging van alle belangen te komen: die van de initiatiefnemer, omwonenden en de beleidsdoelen van de gemeente. We zoeken samen naar passende oplossingen, vanuit onze eigen expertise en met behulp van instrumenten zoals het omgevingsoverleg. Bij de uitvoering van de U&H-taken zijn de kwaliteitscriteria VTH leidend. We werken volgens het BIG-8-principe: planmatig, cyclisch en lerend. Daarnaast verwerken we de verbeterpunten van het interbestuurlijk toezicht (IBT) actief in onze jaarlijkse uitvoeringsprogramma’s en evaluaties. Zo laten we zien dat we verantwoordelijkheid nemen, leren en verbeteren.
19
Vrijheid. Wij denken in mogelijkheden. We benutten de ruimte die de wet biedt om onze taken innovatief en creatief uit te voeren, binnen de geldende kaders.
Voor vergunningverlening, toezicht en handhaving betekent dit dat we handelen in de geest van de Omgevingswet. We werken vanuit een positieve grondhouding: we denken mee met initiatiefnemers en zoeken samen naar wat wél kan. We bewegen daarmee van het principe “Nee, tenzij” naar “Ja, mits”. De Omgevingswet vraagt om: • één loket voor initiatieven; • snellere doorlooptijden; • minder regeldruk; • samenwerking met andere overheden (bijvoorbeeld aan de Regionale Omgevingstafel); • en een open, oplossingsgerichte houding. Bij toezicht en handhaving onderzoeken we eerst alle mogelijkheden voor herstel voordat we optreden. We stimuleren overtreders om zelf verantwoordelijkheid te nemen en hun fouten te herstellen. Waar nodig nemen wij het voortouw en zoeken samen met betrokkenen naar oplossingen om illegale situaties te beëindigen. Tegelijkertijd durven we ook “nee” te zeggen tegen wie zich niet aan de regels houdt. We voorkomen waar het kan en grijpen in waar het moet - altijd met het oog op de veiligheid en leefbaarheid van Midden-Groningen.
20
Hoofdstuk 4 Doelen en Prioriteiten 21
4 Doelen en prioriteiten De probleemanalyse bestaat uit twee onderdelen: een gebiedsbeschrijving en een risicoanalyse. De risicoanalyse laat zien welke risico’s we moeten beheersen. De gebiedsbeschrijving geeft inzicht in de kenmerken van de gemeente Midden-Groningen en waar deze risico’s zich voordoen. 4.1 Gebiedsbeschrijving De gemeente Midden-Groningen ligt in het hart van de provincie Groningen. De gemeente is op 1 januari 2018 ontstaan uit de fusie van de voormalige gemeenten Hoogezand-Sappemeer, Slochteren en Menterwolde. Met een oppervlakte van ongeveer 225 vierkante kilometer en ruim 62.000 inwoners is MiddenGroningen een middelgrote gemeente met een gevarieerd landschap van polders, veengebieden en bosrijke zones. Midden-Groningen grenst aan de gemeenten Groningen, Tynaarlo, Aa en Hunze, Veendam en Oldambt. De gemeente heeft een rijke geschiedenis, een sterke economische basis en een breed maatschappelijk en cultureel aanbod. 4.2 Risicoanalyse We beschrijven het doel, de methodiek-, de totstandkoming, de afbakening en de uitkomsten. Doel De wet verplicht gemeenten om een risicoanalyse op te stellen. Deze analyse geeft inzicht in waar risico’s zich voordoen en hoe groot die risico’s zijn. De uitkomsten helpen ons bij het maken van keuzes voor toetsing, toezicht en handhaving. Risico’s moeten beheersbaar en controleerbaar zijn.
Door vast te leggen hoe diep we aanvragen toetsen en op welke aspecten we toezicht houden, kunnen we risico’s beter beheersen. Deze afspraken leggen we vast in protocollen. Methodiek risicoanalyse Bij het vaststellen van prioriteiten speelt de risicoanalyse een centrale rol. We gebruiken hiervoor de landelijke methode, die uitgaat van de formule: Risico = Kans × Effect Deze methode brengt in beeld hoe groot de kans is dat een risico zich voordoet en welk effect dat heeft op de leefomgeving. Op basis van de berekende risicoscore bepalen we de prioriteiten voor onze VTH-taken.
22
Een toelichting op deze methode en de berekening is opgenomen in bijlage 3A – Handleiding Risicoanalyse. Daarin staat beschreven hoe de scores tot stand zijn gekomen en welke waarden aan de begrippen zijn toegekend. Totstandkoming risicoanalyse De risicoanalyse is opgesteld in samenwerking met vakspecialisten binnen de gemeente Midden-Groningen. Per domein is in kaart gebracht welke risico’s zich kunnen voordoen. De onderzochte domeinen zijn: •
Bouwen en ruimtelijke ordening
•
Erfgoed
•
Algemene Plaatselijke Verordening (APV)
•
Alcoholwet
•
Evenementen en bijzondere wetten
De resultaten worden voorgelegd aan het college van burgemeester en wethouders, dat wordt gevraagd de risico’s te prioriteren voor de bestuurlijke prioriteitstelling. Afbakening risicoanalyse De risicoanalyse beperkt zich tot de VTH-taken die de gemeente zelf uitvoert. Voor het domein Brandveiligheid voert de Veiligheidsregio Groningen (VRG) de risicoanalyse uit. Voor het domein Milieu is de Omgevingsdienst Groningen (ODG) verantwoordelijk. Deze onderdelen vallen daarom buiten deze U&HS. 4.3 Uitkomsten risicoanalyse Omdat onze capaciteit beperkt is, kunnen we niet alles tegelijk uitvoeren. Daarom geven we prioriteit aan de activiteiten met het hoogste risico voor de leefomgeving. Deze prioriteiten vormen de basis voor onze jaarlijkse uitvoering. Een overzicht van de volledige risicomatrix en de uitkomsten daarvan staat in bijlage 3B – Uitkomsten Risicoanalyse. De risicoanalyse wordt jaarlijks herzien en zo nodig aangepast. De actuele uitkomsten worden opgenomen in het Programma Uitvoering en Handhaving (PUH). De activiteiten met de hoogste prioriteit krijgen planmatig toezicht en handhaving. Activiteiten met een lager risico pakken we op wanneer er signalen of meldingen binnenkomen. Afhankelijk van de aard en ernst van de signalen kan dat leiden tot gericht toezicht op een specifiek thema, gebied of doelgroep.
De prioritering van risico’s bepaalt hoe intensief we onze vergunningverlenings-, toezicht- en handhavingstaken (VTH-taken) inzetten. We stemmen onze inzet af op de mate van risico: hoe hoger het risico, hoe actiever onze inzet.
23
Prioriteit
Mate van VTH inzet
Hoog
(Pro)Actief
We anticiperen op mogelijke overtredingen en sporen ze vroegtijdig op. Dit gebeurt vaak projectmatig, per thema, branche of gebied. De gemeente neemt zelf het initiatief voor controles bij activiteiten met een hoog risico, ook als er geen klachten of meldingen zijn. Signalen binnen deze categorie krijgen altijd voorrang.
Gemiddeld
Regulier
Signalen bij activiteiten met een gemiddeld risico worden
(actief en/of passief)
afgehandeld op basis van de aard, ernst en omvang. Planmatig toezicht op specifieke thema’s, doelgroepen of gebieden is mogelijk.
Laag
Passief
Signalen bij activiteiten met een laag risico worden meestal niet direct opgepakt, tenzij er sprake is van acuut gevaar of spoedeisende situaties. Waar mogelijk informeren we betrokkenen over de aanpak. Signalen kunnen worden gebundeld om inzicht te krijgen in patronen, waarna ze later in planmatig toezicht kunnen worden meegenomen.
De prioritering helpt ons om beschikbare capaciteit gericht in te zetten en om keuzes te maken die het grootste effect hebben op de veiligheid en leefbaarheid in Midden-Groningen. Bij overtredingen met een hoog risico beschrijven we in het vervolg: • de probleemstelling; • de aanpak; • en het doel van de beheersmaatregelen. Zo wordt duidelijk waarom een risico een probleem vormt, wat we eraan doen en wat we willen bereiken. Het doel geeft richting aan onze acties en helpt ons te meten of we succesvol zijn in het beheersen of verminderen van risico’s.
24
1. Handelen zonder of in strijd met vergunningsvoorwaarden voor cons tructieve en brandveiligheidsaspecten bij het bouwen van bouwwerk en Probleemstelling Het is onze taak om ervoor te zorgen dat er constructief en brandveilig wordt gebouwd. Wanneer wordt gehandeld zonder vergunning of in strijd met vergunningsvoorwaarden die betrekking hebben op constructieve of brandveiligheidseisen, kan dit leiden tot onveilige situaties. Er bestaat risico op instortingsgevaar en op het uitbreken van brand. Het risico is het grootst bij bouwwerken waarin niet-zelfredzame personen verblijven, zoals verzorgingsinstellingen of scholen. De aardbevingsproblematiek in Midden-Groningen vergroot deze risico’s. Aardbevingen kunnen bestaande scheuren en constructieve zwakheden verergeren, vooral als gebouwen niet voldoen aan de eisen voor aardbevingsbestendigheid. Dit kan ernstige gevolgen hebben voor bewoners en gebruikers van het pand. Daarom is het naleven van vergunningsvoorwaarden in het aardbevingsgebied nog belangrijker. Onvoldoende brandveiligheidsmaatregelen vergroten het risico verder: bij een aardbeving kunnen gasleidingen, elektriciteitssystemen of brandalarminstallaties beschadigd raken, waardoor branden sneller uitbreiden. In gebieden met een verhoogd aardbevingsrisico is het daarom essentieel dat alle bouwwerken voldoen aan de hoogste veiligheidsnormen.
Zo voorkomen we instortings- en brandgevaar en beschermen we bewoners en gebruikers.
25
Doel •
95% van de brandonveilige woonsituaties is binnen drie maanden na constatering opgelost.
•
We realiseren een 95% naleving van de voorschriften uit het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) bij vergunningplichtige verbouwprojecten in het aardbevingsgebied.
Aanpak Voor bouwwerken buiten het aardbevingsgebied werken we volgens onze toezichtstrategie en bijbehorende protocollen. We toetsen vergunningaanvragen risicogericht en houden toezicht op de uitvoering van verleende vergunningen. Voor het aardbevingsgebied hanteren we een specifieke aanpak. We werken nauw samen met de Nationaal Coördinator Groningen (NCG) aan het aardbevingsbestendig maken van gebouwen. De NCG is verantwoordelijk voor het versterken van huizen, gebouwen en infrastructuur in het Groningse aardbevingsgebied. Bij het bouwen en versterken gebruiken we de Nederlandse Praktijkrichtlijn NPR 9998. Deze richtlijn biedt technische handvatten voor zowel nieuwbouw als het preventief versterken van bestaande gebouwen.
Samenwerking binnen VTH Drieslag De term ‘VTH Drieslag’ verwijst naar een samenwerkingsverband van vijf Groningse gemeenten op het gebied van Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving. Deze samenwerking is gericht op het efficiënter en effectiever uitvoeren van U&H-taken, met speciale aandacht voor de versterkingsopgave als gevolg van de gaswinning. De gemeente Midden-Groningen maakt deel uit van dit samenwerkingsverband, maar voert de U&H-taken binnen de versterkingsopgave zelfstandig uit. Dat betekent dat we zelf verantwoordelijk zijn voor de behandeling van vergunningaanvragen, het toezicht en de handhaving bij versterkingsprojecten. We werken met een flexibel team van specialisten dat vergunningaanvragen beoordeelt, toezicht houdt tijdens de bouw en optreedt bij onveilige situaties.
26
Sinds 2016 werken de aardbevingsgemeenten en de NCG nauw samen binnen het VTHDrieslagkader. In december 2020 is deze samenwerking opnieuw bevestigd via de intentieverklaring ‘VTH Drieslag 3.0’. Hierin is afgesproken dat gemeenten en de NCG gezamenlijk en uniform optreden bij vergunningverlening in de versterkingsoperatie. De volledige intentieverklaring is opgenomen in bijlage 2. In het Lokaal Plan van Aanpak Versterking Midden-Groningen 2025 staat hoe de gemeente met de versterkingsopgave omgaat. Dit plan bevat beleidsmatige en operationele kaders om de veiligheid en leefbaarheid in het aardbevingsgebied te waarborgen. Het vormt de jaarlijkse leidraad voor uitvoering door de gemeente en haar partners. Daarnaast stelt VTH Drieslag jaarlijks een uitgangspuntennotitie op als richtlijn voor het uitvoeringsprogramma handhaving. Bijdrage aan speerpunten uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Speerpunt 3: Voldoende en betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe inwoners. In Midden-Groningen willen we invulling geven aan onze bouwopgave. In de Woonvisie is vastgelegd dat we de komende zeven jaar 1.250 woningen willen realiseren. De VTH-organisatie verleent vergunningen voor woningbouwprojecten die voldoen aan eisen van betaalbaarheid en diversiteit.
Er zijn prestatieafspraken gemaakt met woningcorporaties en huurderorganisaties om voldoende betaalbare en sociale huurwoningen te realiseren. Daarnaast richt het Programma Vrijkomende Locaties zich op het hergebruiken van leegstaande panden (zoals voormalige scholen) en het omvormen van deze locaties tot aantrekkelijke woningen - zowel koop- als huurwoningen.
27
2. Het in gebruik hebben en laten bestaan van verpauperde panden Probleemstelling Verspreid over de gemeente Midden-Groningen staan panden en woningen die verpauperd of slecht onderhouden zijn. Deze zogenoemde ‘rotte kiezen’ – kwetsbare percelen – hebben een negatieve invloed op de leefbaarheid en veiligheid in de omgeving. Leegstaande, vervallen panden en rommelerven zorgen voor een onverzorgde uitstraling en kunnen gevoelens van onveiligheid vergroten. Daarnaast trekken deze locaties soms ongewenste activiteiten aan, zoals vandalisme of illegale bewoning. Doel De gemeente Midden-Groningen wil in de komende tien jaar 90% van de 132 geregistreerde verpauperde panden verbeteren. Dit doen we door: •
handhavend optreden waar nodig;
•
herstel of verduurzaming (cascoherstel);
•
of sloop in het kader van herstructurering of gebiedsontwikkeling.
Door verpaupering aan te pakken verbeteren we de woon- en leefkwaliteit én maken we Midden-Groningen aantrekkelijker voor bewoners, ondernemers en bezoekers.
28
Aanpak We hanteren een proactieve aanpak om verpauperde panden structureel aan te pakken. Binnen het Nationaal Programma Groningen (NPG) zijn verschillende initiatieven ontwikkeld om pandeigenaren te ondersteunen bij herstel en revitalisatie. Dit omvat onder meer financiële steun voor aankoop en verbetering van panden, met als doel de leefkwaliteit in de wijken te verbeteren. De gemeente werkt sinds 2019 aan een plan van aanpak Zorgelijk Onderhoud. Op 28 januari 2021 stelde de gemeenteraad het lokale NPG-programmaplan “Hart voor Midden-Groningen” vast. Het project Aanpak Verpauperde Panden is onderdeel van dit programma. Voor dit project heeft de gemeente in 2021 NPG-middelen ontvangen. Het project loopt tien jaar en is opgedeeld in twee fasen. In de eerste fase (tot en met het eerste kwartaal van 2024) zijn de eerste panden aangepakt en is de aanpak verder ontwikkeld op basis van opgedane ervaringen. Het doel in deze fase is: • 15 woningen cascoherstel en verduurzaming; • eventueel 5 panden aankopen voor herstructurering of gebiedsontwikkeling.
Toepassing van de excessenregeling Bij de aanpak van verpauperde panden gebruiken we de excessenregeling. Het college van burgemeester en wethouders past deze regeling toe wanneer sprake is van een buitensporig slecht uiterlijk dat duidelijk zichtbaar is en afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving. Deze regeling biedt de gemeente een juridisch instrument om eigenaren aan te spreken en herstel af te dwingen als vrijwillig herstel uitblijft. Bescherming van karakteristieke panden Voor karakteristieke panden hanteert de gemeente Midden-Groningen een afwegingskader karakteristieke panden. Dit kader waarborgt de bescherming van cultuurhistorisch waardevolle gebouwen. Het helpt bij het afwegen van vergunningen voor verbouwing of sloop, zodat er een balans blijft tussen gebruikswaarde en karakteristieke waarde. Bij elke vergunningaanvraag wordt het afwegingskader toegepast om te beoordelen of plannen passen binnen het gemeentelijk beleid voor karakteristieke panden. De gemeente houdt toezicht op de uitvoering van verleende vergunningen en treedt handhavend op bij overtredingen. Zo zorgen we ervoor dat de karakteristieke kwaliteit van de gemeente behouden blijft en dat bouwwerkzaamheden voldoen aan de geldende regels en richtlijnen.
29
Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door verpaupering aan te pakken verbeteren we de kwaliteit en uitstraling van de leefomgeving. We versterken daarmee de veiligheid, leefbaarheid en trots op de woonomgeving.
3. Splitsen van panden ten behoeve van het toevoegen van extra wonin gen/ wonen waar niet is toegestaan/ illegale kamergewijze verhuur Probleemstelling Ook in Midden-Groningen is er een tekort aan betaalbare woningen. Vooral in delen van Foxham, Hoogezand-Noord, Hoogezand-Zuid, Foxhol, Eemskanaal-Zuid, Boswijck-West en Margrietpark is de druk op de woningmarkt groot. De gemeente heeft de afgelopen jaren fors ingezet op woningbouw: in 2024 werden 164 nieuwbouwwoningen opgeleverd. Toch is dat nog niet genoeg om het tekort op te lossen. Daardoor ontstaan ongewenste situaties zoals illegale woningsplitsing, kamergewijze verhuur of bewoning waar dat niet is toegestaan. Deze vormen van illegaal gebruik kunnen leiden tot: • conflicten met het omgevingsplan; • onveilige woonomstandigheden; • overlast en druk op de leefbaarheid; • en een verstoring van de woningmarkt. Illegale woningsplitsing lost de woningnood niet op — het verergert deze juist door hogere huren,
overbewoning en een slechtere woningkwaliteit. Het is daarom belangrijk dat nieuwe woningen veilig, vergund en betaalbaar worden gerealiseerd. Een specifieke ontwikkeling binnen deze prioriteit is de aanpak van illegale bewoning van recreatiewoningen. De gemeenteraad besloot op 27 juni 2024 de recreatieve bestemming van vakantieparken te behouden en stelde beleidskaders vast voor het gebruik ervan. Het college kreeg de opdracht om dit beleid verder uit te werken en te komen met een plan van aanpak voor permanente en tijdelijke bewoning. Door een recente brief van minister Keijzer (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening) is dit proces echter tijdelijk stilgelegd. De minister heeft aangegeven dat personen die nu permanent in een recreatiewoning wonen, zekerheid moeten krijgen dat zij daar in de toekomst mogen blijven. De gemeente wacht de landelijke ontwikkelingen op dit punt af.
30
Doel •
Binnen vier jaar controleert de gemeente minimaal 80% van alle gemelde gevallen van illegale woningsplitsing.
•
De handhaving van illegale bewoning van recreatiewoningen wordt versterkt door voorlichting en bewustwording en door meer gerichte controles.
•
Het aantal geconstateerde overtredingen van illegale bewoning daalt met 30% binnen vier jaar na de start van de bewustwordingscampagne.
Aanpak Wonen is een van de belangrijkste prioriteiten van de gemeenteraad. In de Woonvisie is vastgelegd hoe we zorgen voor voldoende en betaalbare woningen en een prettige woonomgeving. Een belangrijk instrument hierbij is de opkoopbescherming. Deze regeling bepaalt dat woningen in bepaalde wijken of prijsklassen alleen gekocht mogen worden door mensen die er zelf gaan wonen. De opkoopregeling en de aanpak van illegale woningsplitsing versterken elkaar: • Beleggers kunnen minder makkelijk woningen opkopen om te splitsen in kleine huurwoningen; • Hierdoor blijft het aanbod van koopwoningen behouden voor inwoners die zelf een woning zoeken; • Dit draagt bij aan betaalbaarheid, doorstroming en evenwicht op de woningmarkt. Door de opkoopregeling wordt het voor beleggers minder aantrekkelijk om woningen op te kopen
en te (illegaal) splitsen. Wat betreft illegale bewoning van recreatiewoningen wachten we de landelijke besluitvorming af voordat verdere handhavingsmaatregelen worden genomen. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 3: Voldoende en betaalbare woningen voor bestaande en nieuwe inwoners. Met deze aanpak dragen we bij aan een evenwichtige woningmarkt. We zorgen ervoor dat nieuwe woningen veilig, vergund en duurzaam worden gerealiseerd, zodat inwoners van Midden-Groningen betaalbaar en prettig kunnen wonen.
31
4. Handelen zonder of in strijd met erfgoed Probleemstelling Het behoud van erfgoed is voor de gemeente Midden-Groningen een belangrijk speerpunt. Erfgoed omvat rijks- en gemeentelijke monumenten, karakteristieke gebouwen en beschermde dorpsgezichten — gebouwen en objecten met historische en cultuurwaarde die onze dorpen hun eigen identiteit geven. De gemeente telt: • 156 rijksmonumenten • 2 rijksbeschermde dorpsgezichten • 191 gemeentelijke monumenten • circa 1.200 karakteristieke panden De rijksmonumenten en beschermde dorpsgezichten vallen onder rijksbescherming, terwijl de
gemeentelijke monumenten zijn opgenomen in het Erfgoedregister Midden-Groningen en beschermd via de Erfgoedverordening 2018. De karakteristieke panden en gebieden zijn planologisch beschermd in het omgevingsplan. Door de gevolgen van de gaswinning zijn veel waardevolle panden beschadigd geraakt. Zonder extra aandacht dreigen sommige gebouwen met historische waarde verloren te gaan in de versterkings- en hersteloperatie. Het handelen zonder vergunning of in strijd met vergunningvoorwaarden bij een monument of karakteristiek pand kan leiden tot onomkeerbare schade aan cultuurhistorische waarden. Dat geldt ook voor werkzaamheden in archeologisch waardevolle gebieden zonder de juiste vergunningen: archeologische vondsten kunnen dan onherstelbaar verloren gaan. Erfgoed vertelt het verhaal van onze dorpen en inwoners. We willen dat behouden - zodat toekomstige generaties kunnen zien waar we vandaan komen en wie we zijn.
32
Doel •
100% van de vergunningsaanvragen voor sloop van karakteristieke panden toetsen aan het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten Midden-Groningen (2020) om illegale sloop te voorkomen.
•
Uiterlijk in 2027 voldoet 90% van de monumenten die worden aangepast aan alle vergunningseisen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
•
Tegen 2027 is minimaal 90% van de karakteristieke panden behouden of versterkt, in lijn met de Omgevingsvisie, om de historische dorpsstructuren en landschapsverschillen te behouden.
Aanpak 1. Vergunningverlening en toezicht
De gemeente hanteert strikte voorwaarden voor wijziging, renovatie of sloop van beschermde gebouwen. Elke ingreep aan een rijks-, gemeentelijk of karakteristiek monument moet voldoen aan vastgestelde eisen om de historische waarde te behouden. We toetsen aanvragen daarom zorgvuldig en integraal, op basis van: • de Erfgoedverordening 2018; • het Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten; • en de beleidsnota Archeologie 2020. Voor archeologische gebieden gebruiken we de verwachtingskaart, zodat inwoners en bedrijven
weten waar extra voorzichtigheid nodig is. De nota stelt duidelijke regels vast voor onderzoek, certificering en toezicht volgens de Kwaliteitsnorm Nederlandse Archeologie (KNA). Zo voorkomen we verstoring en beschermen we waardevolle bodemvondsten. 2. Samenwerking en advisering We werken intensief samen met Libau en de Adviescommissie Ruimtelijke Kwaliteit (Erfgoedcommissie Midden-Groningen). Deze commissie adviseert het college en de raad over vergunningen, beleid en plannen die van invloed zijn op erfgoed en ruimtelijke kwaliteit. Zo borgen we dat elke aanpassing aan rijks- of gemeentelijke monumenten de historische waarde respecteert. We voeren daarnaast periodiek toezicht uit op de staat van monumenten en karakteristieke panden. Door vroegtijdige inspecties kunnen we overtredingen of schade snel signaleren en aanpakken. 3. Bescherming van karakteristieke panden
33
De gemeente telt ongeveer 1.200 karakteristieke panden die het straatbeeld mede bepalen. Deze panden zijn geen monument, maar hebben wél cultuurhistorische waarde. Daarom zijn ze beschermd in het Facetbestemmingsplan karakteristieke objecten. Een omgevingsvergunning voor sloop kan alleen worden verleend als dit past binnen de regels van het omgevingsplan. Bij elke aanvraag of melding toetsen wij aan het Afwegingskader bescherming karakteristieke objecten (2020). Dat geldt ook voor verbouw of nieuwbouw waarbij karakteristieke onderdelen worden gewijzigd of verwijderd. We hanteren de algemene erfgoedcriteria en voeren in welstandsluwe gebieden een beperkte welstandstoets uit om wantoestanden te voorkomen. Deze toets is gekoppeld aan de excessenregeling uit de Welstandsnota 2020. Het college past de excessenregeling toe als er sprake is van een buitensporig uiterlijk dat duidelijk afbreuk doet aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving.
34
Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 2: Beleefbare omgeving met behoud en versterking van landschapsverschillen en karakter/historie van kernen. Door erfgoed te beschermen en zorgvuldig te beheren behouden we het karakter en de identiteit van onze dorpen. We versterken de beleefbaarheid van de omgeving en dragen bij aan een aantrekkelijke, herkenbare en trotse gemeente.
5. Afval illegale stort (meldingen afvalstort en zwerfvuil) Probleemstelling Illegale afvalstort en zwerfafval veroorzaken milieuschade, onveilige situaties en verloedering van de openbare ruimte. Bewoners ervaren overlast en irritatie door rommel en bijplaatsingen van afval — het neerzetten van vuilnis naast of bij containers zonder toestemming. Bijplaatsingen zorgen voor vervuilde straten, ongedierte en een negatieve uitstraling van de buurt. Het gaat hierbij niet om illegale dumpingen van bijvoorbeeld drugsafval, die onder een ander beleidsterrein vallen. Een schone leefomgeving draagt bij aan veiligheid, leefbaarheid en trots op de eigen woonomgeving. Daarom pakken we dit probleem zichtbaar, structureel en in samenwerking met bewoners aan.
35
Doel Uiterlijk eind 2027 is het aantal hotspots voor bijplaatsingen van afval met minimaal 50% verminderd ten opzichte van het huidige niveau. Aanpak We reageren direct op meldingen van afvalstort en zwerfvuil. Waar mogelijk wordt een melding onmiddellijk afgehandeld. Wanneer het aantal meldingen in een gebied stijgt, pakken we dit projectmatig aan: we voeren dan gedurende een bepaalde periode intensieve controles en handhaving uit. Naast handhaving zetten we ook in op preventie en bewustwording. Dat doen we door: •
te zorgen dat de afvalcontainers schoon en goed werkend blijven;
•
de omgeving rondom de containers netjes te houden;
•
en door middel van voorlichting en campagnes over juist afvalgedrag.
De afdeling Beheer Openbare Ruimte (BOR/Afval) is verantwoordelijk voor deze campagnes en werkt samen met andere afdelingen aan een structureel schone en veilige leefomgeving. We geloven dat een schone buurt begint bij een goed voorbeeld van de gemeente zelf — en bij inwoners die weten wat ze kunnen doen. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door het verminderen van zwerfvuil en bijplaatsingen verbeteren we de kwaliteit van de openbare ruimte. Een schone omgeving stimuleert bewoners om zich betrokken te voelen bij hun wijk en bijdraagt aan een prettig, veilig straatbeeld.
36
6. Handelen in strijd met de voorschriften carbid schieten Probleemstelling Carbidschieten is een traditie die in onze gemeente leeft, maar het moet wel veilig en verantwoord gebeuren. Schieten zonder vergunning of in strijd met de regels kan leiden tot gevaarlijke situaties, geluidsoverlast en schade aan eigendommen. De regels voor carbidschieten zijn recent aangepast in de Algemene Plaatselijke Verordening (APV). Tijdens de jaarwisseling van 2024/2025 zijn enkele overtredingen geconstateerd. Daarom is begin 2025 een nieuwe aanpak voorbereid om de naleving te verbeteren. Doel We willen het aantal overtredingen van de regels voor carbidschieten met 80% verminderen vóór 2029, door middel van: •
duidelijke en tijdige communicatie met inwoners;
•
een eenvoudige ontheffingsprocedure;
•
en actieve handhaving rond de jaarwisseling.
Aanpak We blijven ruimte bieden voor veilig en gereguleerd carbidschieten. Inwoners en verenigingen die carbid willen schieten, nodigen we uit om tijdig een ontheffing aan te vragen. We informeren hen helder over de aanwijzingslocaties, de voorwaarden en de veiligheidsvoorschriften.
37
Tijdens de jaarwisseling houden we gericht toezicht op locaties waar carbidschieten is toegestaan. Bij overtredingen treden we op, maar we zetten vooral in op voorlichting, veiligheid en naleving - zodat de traditie behouden blijft, zonder risico’s voor omwonenden. Bijdrage aan speerpunt 1 omgevingsvisie: Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door duidelijke regels en communicatie rondom carbidschieten zorgen we voor veiligheid, leefbaarheid en wederzijds begrip. Zo blijft deze traditie behouden op een manier die past bij een veilige en respectvolle samenleving.
7. Handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning Probleemstelling Het exploiteren van een bedrijf zonder geldige vergunning kan leiden tot overlast, onveiligheid en oneerlijke concurrentie. Ondernemers die zonder exploitatievergunning werken, onttrekken zich aan toezicht en regels die bedoeld zijn om leefbaarheid en veiligheid in de omgeving te waarborgen. Daarnaast verzwakt het ontbreken van vergunningen de informatiepositie van de gemeente. Zonder actuele gegevens kunnen we geen Bibob-toets uitvoeren en niet goed beoordelen of er sprake is van integriteitsrisico’s of ondermijnende activiteiten. Dit maakt effectief toezicht moeilijker en vergroot het risico op onwenselijke of onveilige situaties in de openbare ruimte. Doel We willen de transparantie vergroten, overlast verminderen en de informatiepositie van de gemeente versterken. Daarom actualiseren we in deze beleidsperiode het vergunningenbestand, te beginnen bij de horecaondernemers. Ons doel is een actueel, volledig en betrouwbaar overzicht van alle exploitatievergunningen binnen de gemeente Midden-Groningen. Aanpak In deze beleidsperiode voeren we een analyse uit van de bestaande exploitatievergunningen en de bijbehorende voorwaarden. Daarnaast maken we een inventarisatie van klachten en meldingen om inzicht te krijgen in waar overtredingen of onvergunde activiteiten plaatsvinden.
38
Op basis van die analyse ondernemen we gerichte, proactieve acties om bedrijven zonder geldige vergunning aan te spreken of handhavend op te treden. We werken hierbij nauw samen met: • de politie; • de brandweer; • en andere relevante partners (zoals toezicht- en handhavingsteams). Samen zorgen we dat overtredingen vroegtijdig worden herkend en aangepakt, met als doel een
veilige, eerlijke en leefbare omgeving voor inwoners en ondernemers. Bijdrage aan speerpunt uit de Omgevingsvisie Speerpunt 1: Een veilige en gezonde woon- en leefomgeving die uitnodigt tot bewegen en ontmoeten. Door toezicht te versterken en vergunningen te actualiseren, verbeteren we de veiligheid en betrouwbaarheid van ondernemerschap in Midden-Groningen. Zo zorgen we dat bedrijven eerlijk, transparant en verantwoord kunnen ondernemen binnen de regels die voor iedereen gelden.
8. Handelen zonder of in strijd met de exploitatievergunning seksinrichting Probleemstelling Het exploiteren van een seksinrichting zonder geldige vergunning brengt grote risico’s met zich mee voor veiligheid, leefbaarheid en integriteit. Illegale bedrijven veroorzaken overlast, verstoren de leefomgeving en creëren oneerlijke concurrentie ten opzichte van vergunde ondernemingen. Daarnaast vergroten onvergunde seksinrichtingen het risico op criminele en ondermijnende activiteiten, zoals uitbuiting en mensenhandel. Deze bedrijven opereren vaak buiten zicht van de overheid, waardoor controle en toezicht moeilijk zijn. In Midden-Groningen zijn momenteel twee seksinrichtingen met een geldige exploitatievergunning. Er zijn echter signalen van illegale activiteiten, wat vraagt om een gerichte en versterkte aanpak vanuit vergunningverlening, toezicht en handhaving (VTH). Doel Binnen 12 maanden voeren we een volledige analyse uit van alle exploitatievergunningen voor seksinrichtingen. Daarnaast brengen we klachten, meldingen en signalen in kaart. Doel hiervan is om: •