CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

327.1 Bijlage 1 Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Groningen

Raadsvergadering 25 september 2025, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Raadsbrieven24.437 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

Ingezet wordt op een samenleving die in haar kracht staat en trots en zuinig is op de regio. Waarbij niemand achterblijft, iedereen mee kan doen en welkom is.

Kaartbeeld ‘sterke samenleving’ met de stad Groningen, de grote kernen, de grote en kleine dorpen en het buitengebied met erven - verbonden door weg, spoor en water

3.2.1 Ambitie | Wat is het eindbeeld? In 2050 is de kwaliteit van wonen en leven op hoog niveau gebracht en is er een sterkere synergie tussen de stad Groningen, de regionale kernen, de dorpen en het buitengebied. De regio heeft nationaal en internationaal een pioniersrol voor duurzaam en vitaal leven.

Ontwikkelperspectief

Hiervoor is gebruik gemaakt van de gemeenschapskracht, en zijn grote opgaven ingezet om de leefomgeving en welvaart te verbeteren. En, door de goede combinatie van voorzieningen, groen, bereikbaarheid en leefbaarheid is de regio aantrekkelijk voor huidige en nieuwe inwoners, en voor bezoekers.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Principedoorsnede met maatregelen voor een sterkere samenhang tussen de stad, de dorpen en het buitengebied. Bereikbaarheid en verbondenheid is vergroot door een goed OV-netwerk en voorzieningen. Kwaliteit van wonen en leven is op hoog niveau door versterking, verduurzaming en betrokkenheid

Luchtfoto Loppersum – een van de grote dorpen - waarop de verankering in het landschap goed zichtbaar is (foto Herman Kamps)

36

37

Per deelgebied ziet dat er als volgt uit: De stad Groningen en kernen DelfzijlAppingedam en Hoogezand/Sappemeer zijn in 2050 de stedelijke hoofdmotoren van het NOVEX-gebied, grote woningbouwuitbreidingen vinden hier plaats.

De stad Groningen is de regiometropool, met een krachtig stadscentrum, vele bovenregionale voorzieningen, met nationale relevantie. Met haar jonge, dynamische bevolking, haar toonaangevende kenniscentra heeft de stad een sterke internationale kennispositie. Hoogezand-Sappemeer functioneert als poort naar alle windrichtingen en DelfzijlAppingedam als twee-eenheid gelegen aan de Eems-Dollard. Elke kern heeft een eigen identiteit, kracht en positie in de regio. De cultuurhistorie is behouden en voorzieningen zijn versterkt. Het zijn krachtige centra die een sterke ontwikkeling hebben doorgemaakt.

De stedelijke kernen spelen een grote rol bij het op peil houden van de leefbaarheid in de regio. Ze hebben elk een web aan goed verbonden dorpen die gebruik maken van de voorzieningen zoals horeca, winkelen, cultuur en zorg. Dit is gebeurd in aansluiting op het Masterplan Regiocentra.

De kleine dorpen zijn hechte gemeenschappen met veel sociale cohesie. Noaberschap is belangrijk en de dorpen zijn verbonden met het landschap. In het dorpshuis, sportverenigingen of café ontmoeten mensen elkaar en tref je bezoekers. Elk dorp heeft haar eigen karakter. Er zijn veilige verbindingen naar omliggende dorpen en steden via goede fietspaden en een ov-halte.

De grote dorpen zijn de centra van het buitengebied - de hulpmotoren voor een ruim omliggend gebied. De basisvoorzieningen zijn op orde en inwoners kunnen hier terecht voor de belangrijkste dagelijkse boodschappen en voorzieningen. Zo kan de basisschool onderdeel zijn van een breed voorzieningencentrum waarin ook een sporthal en apotheek gehuisvest zijn. De trein, bus of OV-taxi stopt hier regelmatig en maakt de dorpen goed bereikbaar. De woningvoorraad is uitgebreid, wat heeft bijgedragen aan een evenwichtige bevolkingsopbouw en een bloeiend lokaal bedrijfsleven. Voorbeelden van grote dorpen zijn Ten Boer, Uithuizen en Loppersum.

Waar mogelijk zijn er woningen gebouwd voor lokale inwoners, zodat ze hier kunnen blijven wonen. Voorbeelden van kleine dorpen zijn Usquert en Zandeweer. Het buitengebied is in 2050 kenmerkend door een landelijke omgeving met natuur, water, landbouw en vaak weidse uitzichten. De cultuurhistorisch waardevolle boerderijen en erven liggen van oudsher langs structuurbepalende oude wegen en dijken. Steden, dorpen en het buitengebied zijn op diverse vlakken met elkaar verbonden. Bewoners zijn via goed internet, veilige wegen, fietsvoorzieningen en een OVhalte op overbrugbare afstand verbonden met de voorzieningen in de dorpen en steden in de omgeving.

De regio herbergt een groot aantal aan bijzondere en aantrekkelijke kleine dorpen, zoals Spijk Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

De regio heeft een groot aantal (agrarische) erven die vaak langs oude wegen of dijken liggen, of vrij in het landschap (foto Stella Dekker)

38

3.2.2 Opgaven, kansen en schuurpunten | Wat moet worden opgepakt? Opgaven Sterke samenleving, dorpen en steden Vergroten van leefbaarheid en kwaliteit van leven Herstel van vertrouwen in overheid Vanzelfsprekende wederkerigheid bij grote transities en ontwikkelingen; Terugdringen van energiearmoede Matchen van opleidingsniveau, arbeidsvraag en arbeidsaanbod en Het behoud en het vergroten van aanbod en bereikbaarheid voorzieningen De leef- en woonkwaliteit van de regio staat sterk in de belangstelling. De afgelopen decennia hebben de regio en inwoners veel te maken gehad met de effecten van de versterkingsopgave, demografische krimp (of groei) en de sociaal maatschappelijke gevolgen hiervan. Mede hierdoor staan voorzieningen onder druk en hebben dorpen en steden moeite om aantrekkelijk en leefbaar te blijven. Ook de energietransitie, economische ontwikkeling, klimaatadaptatie, water en bodem en achterblijvende woningbouw hebben een potentieel (grote) schurende impact op de leefkwaliteit en de ruimtelijke kwaliteit. Inwoners maken zich zorgen over de effecten van deze opgaven op erfgoed, landschap en boerderijen. De druk van de grote transities zorgt daar bovenop voor een gevoel van onrechtvaardigheid.

Ontwikkelperspectief

Zo besteden veel inwoners een groter deel van hun inkomen aan energiekosten dan mensen in de Randstad, terwijl deze regio belangrijk is voor de duurzame energievoorziening van Nederland. Dit NOVEX-gebied scoort in Nederland het hoogst op energiearmoede. Dit komt vaak door een stapeling van sociaalmaatschappelijke uitdagingen, een relatief laag verdienvermogen en relatief slechte energiekwaliteit van woningen. Via Nij Begun kan iedere pandeigenaar beginnen met isoleren. Echter verdere verduurzaming vraagt vaak om extra investeringen. Deze extra kosten zijn een uitdaging voor veel inwoners (en woningstichtingen). Dit, in combinatie met achterstallig onderhoud, leidt tot energiearmoede en een vertraging van de energietransitie in de gebouwde omgeving. Juist door integraler te kijken naar alle opgaven en te sturen op een betere wederkerigheid, zou dit tot kansen voor het gebied moeten kunnen leiden. Op deze manier kan ervoor worden gezorgd dat ontwikkelingen bijdragen aan nieuw vertrouwen in de overheid en aan meer kansengelijkheid in het gebied. In een groot deel van de regio vergrijst de bevolking en trekken jongeren weg. Hierdoor ontstaat een mismatch tussen opleidingsniveau, arbeidsvraag en arbeidsaanbod, vooral in de zorg en industrie.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Ook vermindert in een groot deel van de regio het aantal voorzieningen en komt de bereikbaarheid ervan steeds verder onder druk te staan. De potentie van recreatiemogelijkheden, zoals het bevaren van de maren, wordt onvoldoende benut. De stad Groningen trekt wel veel nieuwe inwoners en bezoekers aan die er komen studeren, werken en wonen, wat tot kansen voor het gebied zou moeten kunnen leiden. Het lukt echter nog niet goed om (nieuwe) inwoners van de stad of daarbuiten te verleiden om te gaan wonen of recreëren in de omgeving. Ook is er vanuit de dorpen en steden behoefte aan meer woningen. Er is echter een disbalans tussen de demografische ontwikkelingen, de woningvoorraad en de veranderende woonbehoeften. Bepaalde demografische groepen vragen elk om een andere vorm van wonen. Nieuwe inwoners zouden het gebied veel kunnen brengen, echter komen nieuwbouwprojecten door meerdere gebiedsspecifieke en complexe factoren (onrendabele top, kwaliteit, etc) moeilijk van de grond.

De kwaliteiten van de dorpen en het buitengebied blijven onderbelicht. Niet overal is er een goed wandel- en fietsnetwerk en het aanbod aan openbaar vervoer neemt af door te weinig vraag. Dit zorgt voor vervoersarmoede in sommige dorpen, wat ten koste gaat van de welvaart en gemeenschapsleven in de regio. De balans tussen noodzakelijke investeringen voor het behoud danwel de versterking leefbaarheid en de financiële draagkracht van de regio is een algemeen aandachtspunt. Ook toerisme zou het gebied nog veel kunnen brengen. Het organiserend vermogen ten aanzien van recreatie is echter nog laag. Het vertrouwen in de overheid vanuit de inwoners is laag, in het bijzonder in het ommeland, terwijl men wel trots blijft op het Grunneger land. Het is belangrijk dat overheden de doelen duidelijk communiceren richting de inwoners en dat wordt samengewerkt aan het herstellen van vertrouwen in de overheid en de toekomst van de samenleving.

Er zijn een reeks opgaven die gelden voor ‘sterke samenleving’, waaronder (van links naar rechts) de herstelopgave in het aardbevingsgebied, het vergroten van de leefbaarheid (veel buurten scoren te laag) en het terugdringen van energiearmoede

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

39

Sloop en nieuwbouw in Uithuizen in het kader van de versterkingsopgave – met kwaliteit herstellen en terugbouwen

40

41

3.2.3 Ontwikkelrichting | Wat is nodig om de ambitie te bereiken? Algemeen ontwikkelprincipe: De opgaven rondom wonen, versterken en verduurzamen, en de kracht van de stad en de economische kracht worden gebruikt om de woonsituatie, leefomgeving en voorzieningenniveau te verbeteren. De structurerende agenda’s van Nij Begun (systeemopgave)6 i.c.m. andere leefbaarheidsagenda’s (oa Nationaal Programma Vitale Regio’s, Regiodeals) worden daarbij benut. Tegelijkertijd wordt ingezet op het versterken van de kwaliteit, identiteit en recreatieve kracht van de hele regio. Dat wordt gedaan voor de huidige en voor nieuwe inwoners. Het is hierbij cruciaal dat het vertrouwen van de inwoners in de overheid weer toeneemt zodat er gezamenlijk vooruit gekeken kan worden.

In deze regio wordt enorm veel gebouwd en ontwikkeld. Woningen worden snel versterkt en verduurzaamd. De economische- en kennisclusters zijn sterk en draaien volop. Het landschap maakt een transitie door en de zee is dichtbij. Dit zijn allemaal kansen die we willen benutten om het gebied voorop te laten lopen. Door de vele woningbouwontwikkelingen te combineren in één integrale woonagenda kan men voorop lopen in kwalitatief en duurzaam wonen. Dit maakt de dorpen en steden aantrekkelijker voor huidige en nieuwe inwoners. Via verschillende agenda’s (bijvoorbeeld Nij Begun, Nationaal programma vitale regio’s, beleidsprogramma’s, MP Campus) kan het voorzieningenniveau, onderwijsaanbod en bereikbaarheid verbeterd worden. Ook kan hiermee de kwaliteit van de leefomgeving en de recreatieve potentie benutten. Zo wordt gewerkt aan de trots op het gebied en iedereen laten meedoen. Door deze maatregelen kunnen ook (nieuwe) inwoners worden aangetrokken die helpen het voorzieningenniveau en economie draaiende te houden. Het vraagt om een proactieve houding van overheden om de vele agenda’s bij elkaar te brengen via één samenhangende aanpak. 6

De woonopgaven bij elkaar brengen Wonen is meer dan een dak boven je hoofd. Woontevredenheid bepaalt grotendeels hoe mensen de kwaliteit van leven ervaren. Het is belangrijk dat iedereen in het gebied de kans heeft om een passende woning te vinden. Er is behoefte aan uitbreiding van de woningvoorraad en daarmee maakt het gebied na jaren rekening te hebben gehouden met krimp een belangrijke omslag door. Een goede ruimtelijke inpassing is daarbij belangrijk. Op dit moment is er een disbalans tussen vraag en aanbod op de woningmarkt. Bijvoorbeeld, de dubbele vergrijzing vraagt om aanpassingen van bestaande woningen en nieuwe seniorenwoningen. Door de krapte op de woningmarkt hebben ook jongeren en starters moeite met het vinden van een geschikte woning. Nieuwe woonconcepten kunnen hierbij helpen. Ook nieuwbouw biedt kansen voor doorstroming, waardoor verwacht wordt dat de druk op de woningmarkt afneemt.

Daarnaast vraagt de woningvoorraad om een kwaliteitssprong, met aandacht voor verduurzaming, bouwtechnische staat, levensloopbestendigheid en aanpassing aan veranderende huishoudenssamenstellingen. Herstructurering van bestaande woningen en gebieden stimuleert nieuwe ontwikkelingen, zoals het aantrekken en het behouden van voorzieningen en het creëren van vitale dorpen en wijken. Goede aansluitingen en een betaalbaar en betrouwbaar energie-/ warmtesysteem zijn daarbij essentieel. Een deel van de kwaliteitssprong kan ook gemaakt worden via de versterkingsoperatie, die de komende jaren nog om maximale inzet van overheden, inwoners en organisaties vraagt. Er wordt ingezet op dat de integraliteit wordt geborgd in een gebiedsgerichte integrale aanpak ‘sterke samenleving’.

Toelichting Nij Begun PM

Principeschets ‘Sterke samenleving’: de leefbaarheid wordt vanuit ‘eigen kracht’ hersteld

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Goede openbare plekken (en voorzieningen) zijn van groot belang – het Kielzog (cultuur en bestuur) in Hoogezand

42

43

De juiste voorzieningen voor iedereen bereikbaar

Het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving

Een aantrekkelijk woon- en leefgebied heeft bereikbare voorzieningen voor jong en oud. Daarom wordt ingezet op behoud, verbetering en verduurzaming van voorzieningen op verschillende schaalniveaus (bovenregionaal, regionaal en lokaal). Het uitgangspunt is dat bepaalde voorzieningen binnen een bepaalde afstand bereikbaar zijn. Hiervoor wordt gestuurd op het clusteren van voorzieningen nabij OV-Hub-locaties (zoals stations), waar veelal nog ruimte is voor verdichting. Deze goed bereikbare locaties vormen belangrijke knooppunten waar reizigersstromen en voorzieningen samenkomen en liggen aan de OV-ruggengraat. Daarmee wordt de synergie tussen steden, kernen en dorpen vergroot. Naast het belang van retail in het licht van voorzieningen, wordt retail (circa 15% bruto regionaal product, ca. 15% werkgelegenheid) gezien als een belangrijk onderdeel van de regionale economie. Om die reden wordt ook een provinciebrede retailagenda opgesteld. Ingezet wordt op de groei van toerisme en recreatie. Vrijetijdseconomie kan bijdragen aan het behoud en de versterking van de voorzieningen, banen en de leefbaarheid.

De kwaliteit van de leefomgeving staat centraal, met de Groningse waarden als uitgangspunt. Sommige gebieden vragen om extra aandacht, bijvoorbeeld vanwege de impact van de versterkingsopgave. Er zijn ook gebieden die niet aangepakt worden of waar de effecten van industrie, grootschalige ontwikkelingen en transities voelbaar zijn. Belangrijke aandachtspunten zijn ook het voorzieningenniveau, de kwaliteit van de openbare ruimte, bereikbaarheid en ondermijning.

Ontwikkelperspectief

En uiteraard is onderwijs belangrijk voor de toekomst van de inwoners, de economie en daarmee voor de regio. Daarom wordt aangesloten bij lopende initiatieven zoals het Masterplan Campussen, en de versterking van het primair onderwijsprogramma middels de maatregelen uit de Sociale Agenda Nij Begun. Ingezet wordt op een goede (ervaren) bereikbaarheid van voorzieningen, zowel fysiek als digitaal. Hierbij hoort een goed functionerend mobiliteitssysteem van OV (hubs), fietspaden en wegen. Een goed en innovatief openbaar vervoerssysteem is randvoorwaardelijk voor de leefbaarheid en de economie. Daarbij vormen de A7, N33, N46 en de ringweg van Groningen gezamenlijk de kapstok van weginfrastructuur, de hoofdontsluiting waarop het verkeer goed moet doorstromen. Hiermee wordt sluipverkeer door kernen voorkomen en verbeteren we de verkeersveiligheid en de leefbaarheid.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

De kwaliteit van de leefomgeving, dorpseigen identiteit en sociale cohesie zijn nauw verbonden. We zetten in op het behouden en versterken van gebiedseigen identiteiten, en het versterken van de kwaliteit van de leefomgeving. De identiteit is terug te vinden in het landschap, cultuurhistorie en erfgoed. Dit vereist een gebiedsbreed beeld en aanpak van de leefomgeving gericht op kwaliteiten van de gebouwde omgeving, de openbare ruimte en/in relatie tot het landschap (incl. water en bodem). Het doel is een kwalitatieve regio met een samenhangend geheel van dorpen, kernen en steden. Hierin is aandacht is voor de eigen identiteit en kwaliteiten van elke kern, passend bij de historie, erfgoed en kenmerken, en de kansen voor recreatie en toerisme. Dit biedt een goede basis voor eventuele uitwerkingen per kern of dorp.

Ontwikkelperspectief

In deze aanpak is het Masterplan Regio Centra de eerste stap voor de regiocentra Delfzijl-Appingedam, Hoogezand/ Sappemeer, Bedum en Uithuizen. Tevens wordt er al gewerkt aan verschillende dorpsvisies. Indien gemeenten andere kernen of dorpen willen aanpakken, kan het instrument dorpsvisies breder worden ingezet. In deze visies kunnen de woon- en voorzieningen opgave worden uitgewerkt met aandacht voor veiligheid, ruimtelijke kwaliteit, erfgoed en (fysieke en digitale) bereikbaarheid. Dit biedt de mogelijkheid om verschillende ontwikkelingen te combineren (bijvoorbeeld versterkings- en verduurzamingsopgaven en kwaliteit van de leefomgeving als geheel). Dorpsvisies kunnen er ook met specifieke inzet voor zorgen dat er geen buurten achterblijven en/of de verbinding met het buitengebied verbeteren met dorpsommetjes. Hierbij is het belangrijk dat we waar dat mogelijk is kansen benutten om de leefbaarheid van de dorpen te verbeteren voor huidige en nieuwe inwoners. Op dit moment profiteren de inwoners nog onvoldoende van (economische) ontwikkelingen in het gebied. Daarom wordt ingezet op wederkerigheid tussen deze (economische) ontwikkelingen en de leefomgeving.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Verblijfskwaliteit van stad en dorp - de regio heeft een aantrekkelijke recreatieve- en toeristische propostie in handen. Appingedam aan het Damsterdiep (foto Stella Dekker)

44

3.2.4 Agenda | Welke aanpak hoort daarbij? In het gebied en het ontwikkelperspectief komen veel opgaven en ambities samen.

PROGRAMMA’S VAN HET IMG: PROGRAMMA’S VAN DE NCG: NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN -Toukomst; Baanbreker Vrijetijds Economie; Baanbreker Gezondheid NIJ BEGUN – Maatregelen 14, 26, 28, 29, 30, 34; Economische agenda; Sociale agenda BELEIDSPROGRAMMA ECONOMIE PROVINCIE LEEFBAARHEIDSPROGRAMMA PROVINCIE EEMSHAVEN PLUS TOEKOMSTPROGRAMMA TEN BOER MASTERPLAN REGIOCENTRADelfzijl-Appingedam, HoogezandSappemeer, Bedum MASTERPLAN CAMPUS

Ontwikkelperspectief

In het gebied wordt op veel plekken en via verschillende programma’s en projecten hier al aan gewerkt. Onderstaand wordt daarvan een (niet-limitatief) overzicht getoond.

MOBILITEITSPROGRAMMA’S OVERHEDEN - Openbaar vervoer; Wegen en vaarwegen; Wandel- en fietsagenda’s WARMTENET EEMSREGIOGRONINGEN HERSTRUCTURERINGSMAATSCHAPPIJ NOVEX-GEBIED GRONINGEN-ASSEN Vwb afstemming wonen in de Regio Groningen-Assen NATIONAAL PROGRAMMA VITALE REGIO’S REGIODEALS WOONDEALS NATIONAAL PROGRAMMA VITALE REGIO’S UITVOERINGSPROGRAMMA VRIJETIJDSECONOMIE ‘GROEIEND GASTVRIJ’ UITVOERINGSPROGRAMMA CULTUUR RING WEST

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Om -via de gebiedsgerichte aanpak- de samenhang in het gebied te kunnen borgen, integrale keuzes, kansen en schuurpunten op te kunnen pakken, worden lopende en nieuwe (autonome) ontwikkelingen, programma’s en projecten in het gebied opgenomen in het op te stellen gebiedsprogramma. Om toe te werken naar uitwerking en realisatie van het perspectief, is daarbij de volgende aanvullende (onderzoeks- en uitwerkings) agenda van Rijk en regio geformuleerd: 1. De integrale woonopgave: gemeenten hebben vanuit het Rijk de verplichting om alle woonopgaven en aanvullende onderwerpen vast te leggen in een volkshuisvestingsprogramma onder de omgevingswet/ gemeentelijke omgevingsvisie. De provincie heeft hetzelfde vastgelegd in de (concept) omgevingsvisie. Dit is een verplichting van het Rijk. De inzet is om wonen in het NOVEX-gebied weer aantrekkelijk te maken voor huidige en nieuwe inwoners en hiermee de ontwikkeling van de hele regio te stimuleren. Zo nodig gaan Rijk en regio in gesprek over wat er nodig is om dit doel te bereiken en welke Rijksagenda’s hierbij kunnen helpen. Ingezet wordt op het borgen van de integraliteit in de gebiedsgerichte integrale aanpak ‘sterke samenleving’. 2. E  r wordt een overzicht van beschikbare voorzieningen en de bereikbaarheid ervan opgesteld. Doel is om inzicht te bieden en te komen tot toekomstbestendige, bereikbare voorzieningen in de regio.

Dit wordt daarom gecombineerd met de ‘gebieds-bereikbaarheids- en infra agenda’, zodat iedereen mee kan blijven doen.

Ontwikkelperspectief

Op basis van de verkregen informatie gaan Rijk en regio in gesprek over wat nodig is om dit doel te bereiken en welke Rijksagenda’s hierbij kunnen helpen. 3. E  en gebiedsbrede aanpak voor de kwaliteit van de leefomgeving. Het gebiedsbrede plan geeft input voor de het instrument dorpsvisies, welke door gemeenten kan worden ingezet op basis van dit ontwikkelperspectief. Dit biedt een mogelijkheid om tevens veiligheid, erfgoed, identiteit, recreatieve waarde en kwaliteit van de leefomgeving te versterken. De Masterplannen Regio Centra zijn hierbij de eerste stap. Om tevens de ruimtelijke kwaliteit te verbeteren wordt de samenwerking tussen Rijk en regio verstevigd, bijvoorbeeld door de samenwerking tussen de afdeling Ruimtelijke kwaliteit van het Rijk, de regionale ateliers (zoals provinciaal Aterlier Ruimtelijke Kwaliteit) en het Atelier van het NCG te versterken en hun ontwerpkracht specifiek te richten op het NOVEX-gebied. Daarmee wordt sterk ingezet op ruimtelijke kwaliteit. Rijk en regio onderzoeken samen wat hiervoor nodig is, bijvoorbeeld in capaciteit, middelen en instrumenten. Voorgaande punten zijn onderdeel van de gebiedsbrede/-gerichte integrale aanpak ‘sterke samenleving, dorpen en steden’.

Dit levert een gebiedsbreed beeld op van de opgaven en op basis van deze plannen kunnen opgavedefinities worden geformuleerd per deelgebied (stad, kern of dorp), voor het geval men hiermee aan de slag wil via geëigende instrumentaria. Dat biedt tevens de mogelijkheid om meer gebiedsgericht te werken.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

45

Toelichting integrale woonopgave in het NOVEX-gebied Groningen

46

De woonopgaven van de gemeenten Groningen, Midden-Groningen en Bedum (Hogeland) zijn onderdeel van de verstedelijkingsstrategie en NOVEXgebied Regio Groningen Assen (RGA). De woonopgaven in het Hogeland (m.u.v. Bedum) en de gemeente Eemsdelta hebben een eigen dynamiek. Ook de opgave buiten de RGA moet goed in beeld worden gebracht. Samen met de provincie, het NCG en NOVEX RGA werken we aan nieuwbouw en de noodzakelijke kwaliteitsverbeteringen van de woningvoorraad. Uit onderzoek naar de onrendabele top blijkt dat er een aanzienlijk financieel tekort is voor de bouwen herstructureringsopgave. Het NOVEXgebied heeft nadrukkelijk de hulp van het Rijk nodig om de woningbouw mogelijk te maken, bijvoorbeeld door de onrendabele top dekkend te krijgen. Daarnaast moeten de woningvoorraad versneld verduurzamen en energiearmoede verminderen. Rijk en regio onderzoeken samen hoe dit kan. Daartoe is het van belang de economische- en energieontwikkelingen meer wederkerig te maken voor de samenleving. Omdat energiearmoede ontstaat vanuit armoede, wordt gepleit voor een bredere aanpak. Aanvullend op maatregelen 28 en 29 van Nij Begun wordt ingezet op opbouwwerkers inzetten om mensen met armoede te helpen. Onderzocht wordt hoe de betaalbaarheid van energie voor de Groningse huishoudens kan verbeteren en hoe zij de warmtetransitie soepeler kunnen doorlopen.

Een belangrijk aspect daarbij is de financiële capaciteit van inwoners om te investeren in technische installaties. Inzet is de haalbaarheid van de warmtetransitie daarom te vergroten door ervoor te zorgen dat op elke locatie de warmteoplossing wordt ontwikkeld die de laagste maatschappelijke kosten met zich meebrengt.

Ontwikkelperspectief

Opties hiervoor zijn een (elektrische) warmtepomp, hybride warmtepomp met groen gas of een warmtenet. Ten behoeve van elektrische oplossingen wordt ingezet om via pMiek de netcapaciteit versneld en robuust te versterken. Daarnaast wordt ingezet op het vergroten van de haalbaarheid van aansluiting op een warmtesysteem (lopend project ‘Warmtesysteem Eemsregio-Groningen’, waarmee circa 80.000 huizen kunnen worden aangesloten) tussen de dorpen Eemshaven/ Eemsdelta en de stad Groningen (en mogelijk een bredere regio). Dit collectieve warmtesysteem (en breder uitrolbaar in de regio) kan gebruik maken van restwarmte uit de Eemsregio, wat wederkerigheid bij economische ontwikkelingen bevordert. Verwacht wordt dat elektriciteitsnetten in gebieden met warmtenetten hierdoor minder verzwaard hoeven te worden, wat kosten bespaart. Hoewel collectieve warmtenetten vanuit economisch oogpunt uitdagend zijn, zijn ze sociaal-maatschappelijk welkom en duurzaam. Rijk en regio onderzoeken hoe ze de warmtetransitie (o.a. financieel) gerealiseerd kunnen krijgen, waarbij ook gekeken kan worden naar het wederkerigheidsprincipe voor de nationale belangen die in deze regio landen. Een koppelkans is om bij de warmtetransitie en het openhalen van straten voor de energieen warmtetransitie de straten anders terug te leggen en her in te richten wat een kwalitatieve impuls kan geven aan de leefomgeving.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

47

Toelichting voorzieningen en bereikbaarheidsagenda Ingezet wordt op het maken van een overzicht van de voorzieningen in het NOVEX-gebied om te zien waar gaten vallen. We streven naar goed bereikbare voorzieningen, onderwijs en recreatief aanbod. Daarbij wordt gekeken hoe nieuwe grote toeristische trekkers, zoals ook aangegeven in de economische agenda, een extra impuls kunnen geven aan de voorzieningen. Ook wordt bekeken hoe de blauwgroene dooradering (waterverbindingen) kan worden ingezet als extra kracht. Goede, directere verbindingen tussen belangrijke voorzieningenclusters en woongebieden zijn essentieel. Het Rijk voert hier momenteel een onderzoek naar uit en werkt aan de ontsluiting van (nieuwe) woongebieden. Met de doorkoppeling van treinen en bussen op het Hoofdstation van Groningen wordt een belangrijke stap gezet in het OV-systeem, maar er zijn ook nog andere uitdagingen. Voorbeelden zijn stationslocaties. Ook de weg blijft belangrijk. Potentieel oponthoud bij de Ring en N46, en de (bruggen in de) Vaarweg Lemmer – Delfzijl kunnen de interne en externe bereikbaarheid van de stad Groningen en de ontwikkeling en leefbaarheid van het gebied beperken. Rijk en regio stellen een gebieds-bereikbaarheids en infra agenda op, waarin de plannen van Rijk, provincie en gemeenten worden gekoppeld en bekeken waar verbeteringen nodig zijn of een plus kan worden gezet.

Ontwikkelperspectief

Aandachtspunten zijn ook veilige schoolroutes, doorfietsroutes, slim benutten van infrastructuur en mobiliteitsvoorzieningen (bijvoorbeeld via apps of deelmobiliteit), het voorkomen van congestie en het verbeteren van de leefbaarheid van dorpen en steden. Waar mogelijk wordt gebruik gemaakt van de middelen die de ministeries VRO en I&W beschikbaar stellen voor woningbouw en bereikbaarheid. Inzet is om hiermee te komen tot een dekkend infrastructuur, logistiek, openbaar vervoer, en fiets- en wandel netwerk. De bevaarbaarheid van maren en kanalen is belangrijk voor recreatie en daarmee voor de leefomgeving. Hiertoe worden de plannen van Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen in het landschap en de dorpen en steden aan elkaar gekoppeld, om recreatief gebruik te bevorderen. Ook wordt gekeken naar knelpunten, kansen en hoe inwoners kunnen worden betrokken (bijvoorbeeld door de bediening van sluisjes en bruggen).

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Bereikbaarheid met openbaar vervoer is van groot belang

Toelichting kwaliteit van de leefomgeving

48

Veel kernen hebben te maken met de versterkingsopgave. Om de kwaliteit van de leefomgeving goed in beeld te brengen, is een overzicht van de opgaven, kwaliteiten en identiteit per kern en dorp nodig. Waar mogelijk wordt aangesloten bij lopende gemeentelijke processen en de versterkingsaanpak, zodat het in één keer goed gedaan kan worden. Dit vormt de basis voor uit te werken plannen, zoals het MP Regiocentra en dorpsvisies. Waar mogelijk wordt het instrument ‘dorpsvisies’ breder toepasbaar gemaakt voor gemeenten en het NCG om aan de slag te gaan. De dorpvisies worden tevens benut om meteen het bebouwde gebied en de openbare ruimte klimaatadaptief in te richten. Bijvoorbeeld door vergroening of waterberging, wat fysieke en mentale gezondheid stimuleert.

Ontwikkelperspectief

Er wordt gestreefd naar wederkerigheid bij grootschalige ontwikkelingen en transities, zoals de versterkings- en klimaatopgave. Ook wordt gezocht naar samenhang met de uitwerkingen van de deelgebieden in de rode draad ‘Landschap’, zodat de ontwikkeling van kernen/ dorpen en van de groene omgeving gelijk op gaan. Aangezien Duurswold mogelijk in transitie gaat, is het hier belangrijk om de afstemming op korte termijn te organiseren. Daarnaast beperkt milieu-/ geurhinder de leefbaarheid. Via de ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie (zie Clusters & Netwerken) wordt gezocht naar oplossingen zoals het uitplaatsen van bedrijven naar beter passende locaties of snellere verduurzaming. Hierbij moet erkend worden dat niet op elke plek de leefkwaliteit even goed kan zijn.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

49

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Onderscheidende clusters en netwerken 50

Deze rode draad richt zich op het versterken van deze duurzame en innovatieve economische kernzone. Met robuuste en doelmatige relaties en (infra-) netwerken. Er wordt ingezet op een economie die floreert door een sterk en regionaal ecosysteem en die een sterke (inter)nationale rol speelt. Aangedreven door kennis, succesvolle (inter) nationale en regionale samenwerkingen,

en een goede beschikbaarheid van betaalbare energie, grond- en processtoffen (waaronder water). Er moet worden gewerkt aan het in evenwicht brengen van arbeidsvraag en -aanbod en het is belangrijk zorg te gedragen dat de regio nu ook goed profiteert van de (nationale) belangen die er plaats vinden.

Kaartbeeld ‘Onderscheidende clusters en netwerken’ met de grote industrie- en bedrijvenclusters, verbonden met een groot aantal lijnen (water, spoor, weg, elektra, gas)

3.3.1 Ambitie | Wat is het eindbeeld? In 2050 maakt het NOVEX-gebied deel uit van de economische ruggengraat van Nederland en Noord-Europa en is ze koploper in innovatie en duurzaamheid. De grotere regionale economische clusters zijn individueel sterk en vullen elkaar optimaal aan. Ze zijn versterkt door de gerealiseerde Aanlanding Wind op Zee, de kennisclusters en Nij Begun. Daarmee functioneren de clusters als ‘vliegwielen’ voor het regionale MKB en de hele regio. Verbeterde fysieke, energie- (incl. warmte) en digitale infrastructuur zorgt ervoor dat de hele regio goed bereikbaar en ontsloten is, en faciliteert de te doorlopen transities. Ontwikkelperspectief

Het gebied, de inwoners, voorzieningen en MKB-bedrijven profiteren van wederkerigheid. De energievoorziening (o.a. elektronen en duurzame gassen) heeft essentiële rol gespeeld voor inwoners en bedrijven, door het bieden van betaalbare, betrouwbare, beschikbare en duurzame energie. De infrastructuur die hierbij hoort is zo goed als mogelijk ingepast in het landschap. De warmte die bij deze processen vrijkomt is zoveel mogelijk lokaal benut voor warmtesystemen. Mede hierdoor kon de afspraak om in 2050 een volledig CO2-vrij energiesysteem te hebben worden nagekomen.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

51

Principedoorsnede met perspectief voor de clusters en netwerken: het gebied vormt de economische ruggengraat van Nederland en Noord-Europa, is van stad tot kust goed verbonden. De clusters functioneren als ‘vliegwielen’ voor de regio

Het Zeekanaal in Delfzijl – de grote haven- en industrieclusters staan voor grote veranderingen de komende decennia

52

53

Per deelgebied zien de clusters er dan als volgt uit: De Eemshaven heeft in 2050 haar strategische positie als energiehub sterk uitgebouwd, mede dankzij haar vele verbindingen voor elektra, data, gassen, grond- en vloeistoffen.

De Eemshaven profiteert van de ruime beschikbaarheid van groene energie van de aangelande Wind op Zee-verbindingen en aanwezige assets zoals terminals, opslagtanks en aanwezige infrastructuur. Energie-intensieve, duurzame en innovatieve bedrijven hebben zich hier gevestigd, wat duurzame werkgelegenheid biedt. Het is gelukt om de noodzakelijke energie-infrastructuur op land op een landschappelijk verantwoorde wijze te realiseren. Door sterke samenwerkingen met kenniscampussen wordt er geïnnoveerd en zijn research- en developmentafdelingen vaker lokaal gevestigd. Ook faciliteert de Eemshaven de bouw en onderhoud van Ontwikkelperspectief

windparken op zee. Het regionale MKB plukt daar de vruchten van. Voor defensie is de Eemshaven een belangrijke en strategische locatie, wat diverse nieuwe economische activiteiten heeft aangetrokken en waarmee het economisch profiel is verstevigd. In de 200 hectare die in de Oostpolder beschikbaar was voor de energietransitie, staan onder andere elektrolysers om een deel van de aangelande energie om te zetten in waterstof. Het overige deel van de Oostpolder is ingevuld met relevante bedrijvigheid, wat het belang van de Eemshaven voor het gebied en voor Nederland heeft vergroot. De havens en industrie van Delfzijl hebben zich in 2050 ontwikkeld tot dé hernieuwbare koolstofhub van Nederland, een voorbeeldcluster voor Europa voor wat betreft duurzame ontwikkeling van circulariteit, chemie en de grondstoffentransitie.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Dit werd mede mogelijk gemaakt door verbeterde kabel- en leidingverbindingen met de Eemshaven en de verdere regio. De industrie heeft daardoor een vooruitstrevende rol kunnen pakken in de grondstoffentransitie van fossiele naar hernieuwbare grondstoffen. Delfzijl speelt daardoor in 2050 een cruciale rol in de (strategische) grondstoffenautonomie van Nederland en Europa. De ruime aanwezigheid van hernieuwbare energie en duurzaam geproduceerde waterstof in de regio heeft de energietransitie in Delfzijl versneld. Door de sterkere relatie en passende verbindingen met Emden konden beide gebieden zich in samenhang verder (internationaal) ontwikkelen. De A7/N33-zone huisvest in 2050 een XXL-bedrijventerrein. Ook hier zijn de beschikbaarheid van energie, duurzaam geproduceerde waterstof en ontsluiting goed geborgd. De combinatie met het Winschoterdiep, spoor, de A7, de N33 en centrale ligging maakt het een aantrekkelijke locatie voor de gevestigde bedrijven.

Ontwikkelperspectief

De arbeidsintensieve en innovatieve maak- en procesindustrie (zoals maritieme maakindustrie) met een sterk logistieke component heeft zich hier sterk doorontwikkeld. Er is ruimte gemaakt voor bedrijven van elders in de provincie, wat de leefbaarheid daar heeft verbeterd. De A7/N33 zone is een schoolvoorbeeld van hoogwaardige inpassing, waarbij rekening is gehouden met water, bodem én de leefomgeving. Westpoort/Vierverlaten is via het Aduarderdiep en de A7 in 2050 een belangrijk logistiek knooppunt met goede verbindingen naar Noord-Nederland. Het vormt een belangrijk verdeelpunt voor logistiek in- en rondom de stad Groningen. Er is ingezet op een sterke kwaliteitsverbetering in de omgeving door het beperken van de verkeershinder en de ruimtelijke en milieu-impact van ontwikkelingen. Er is veel wisselwerking met het kenniscluster in Groningen en andere hoogwaardige bedrijvigheid in de omgeving.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Zicht op de haven van Delfzijl (foto Marketing Eemsdelta)

54

55

3.3.2 Opgaven, kansen en schuurpunten | Wat moet worden opgepakt?

Per netwerk ziet dat er als volgt uit: Kenniscampussen in de stad Groningen en in de regio vertegenwoordigen in 2050 diverse gerenommeerde kennisinstellingen, die goed samenwerken in onder meer de Universiteit van het Noorden. Ze functioneren als één geheel. Door hoogstedelijke nabijheid en internationale verbondenheid heeft de stad Groningen zich ontwikkeld tot hét metropool-centrum van NoordNederland. De kenniscampussen hier staan bekend om Healthy Ageing, Life sciences, Energie en Chemie, Science & Engineering (o.a. de nieuwe Duurzaamheidscampus Suikerzijde, UMCG, Zernike campus). De kennisinstellingen hebben sterkere relaties met de economische clusters in de regio, mede dankzij een doorlopende leerlijn tussen universiteit, HBO en MBO in samenwerking met bedrijven. Aanvullend op de hotspot Groningen zijn ook kenniscampussen uitgerold in het NOVEX-gebied, tot de Campus Eemsdelta aan toe. De campussen hebben geïnvesteerd in de relaties met bedrijven en overheden, met fysieke vestigingen ín de clusters. Overheden, kennisinstellingen en bedrijfsleven hebben dit samen mogelijk gemaakt en werken goed samen.

Ontwikkelperspectief

De netwerken en verbindingen hebben in 2050 cruciaal en aantoonbaar bijgedragen aan het integrale perspectief. Door betere verbindingen (fysiek en t.a.v. samenwerking) en een verbeterde onderlinge samenhang zijn alle clusters krachtiger geworden. Dit heeft de brede welvaart verbeterd. Alle benodigde voorzieningen zijn op orde, zoals verbindingen, grondstoffen, energie, CO2, water, data, en goederen maar ook voor kennis en mensen. De clusters vormen samen een sterk ecosysteem en maken gebruik van elkaars (rest)producten, wat korte ketens met een grote toegevoegde waarde creëert. De relaties met verder weg gelegen clusters zoals Emmen (tevens onderdeel industrieel cluster samen met Eemshaven en Delfzijl), Eindhoven en Rotterdam zijn verstevigd en door sterke internationale verbindingen is de internationale concurrentiekracht toegenomen. Voorbeelden van internationale verbindingen zijn het nabijgelegen Duitsland met Emden, de Wilhelmshaven, het Ruhrgebied of clusters in Denemarken. Er wordt nauw samengewerkt op het gebied van werkgelegenheid, leefbaarheid en economie.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Opgaven ‘Onderscheidende clusters en netwerken’ Verdienvermogen in en van de regio Ruimtevraag economische ontwikkeling Kwaliteit van de leefomgeving Energietransitie en PAWOZ/VAWOZ (incl. landzijdige vertaling) Tijdige verduurzaming industrie, MKB en overige bedrijvigheid Complementariteit economische en kennisclusters Noodzaak upgrade hoogwaardige (infra) verbindingen Voorzien in de toekomstige arbeidsvraag Voorzien in zoetwatervraag De energievoorziening van Nederland en de regio moet de komende decennia verder verduurzaamd worden en betaalbaar, beschikbaar, betrouwbaar en bestendig blijven. Het NOVEX-gebied speelt daarbij een belangrijke rol. De verduurzaming leidt tot grote aanpassingen van bestaande installaties (uitfasering of aanpassen) en vereist nieuwe duurzame energiebronnen, zoals wind op zee. De grote ruimtelijke impact op het landschap (incl. water en bodem) levert daarbij schuurpunten op, vooral in gebieden waar de ruimtelijke kwaliteit al onder druk staat. Rijk en regio hebben afspraken gemaakt in het kader van het arrangement hoogspanning en hebben daarbij afgesproken om dit te vervolgen. De inzet van de regio is om hoogspanningsverbindingen waar mogelijk

Ontwikkelperspectief

ondergronds te brengen en dat bij de aanleg van 220/380kV verbindingen elders in de provincie 110kV verbindingen ondergronds worden gebracht. Rijk en regio zijn en blijven in gesprek over de opgave voor hoogspanningsverbindingen en de impact op de leefomgeving, en werken dit verder uit in lijn met eerdere afspraken en de toezeggingen in Nij Begun over inpassing van infrastructuur. Overheden staan hier samen voor complexe afwegingen. Hierbij moet het behoud danwel het versterken van de leefbaarheid en de ruimtelijke kwaliteiten centraal blijven staan. Het is bovendien belangrijk dat het gebied en de inwoners een positieve wederkerigheid met deze ontwikkelingen ervaren. Rijk en regio kunnen hier ook kansen verzilveren waardoor het draagvlak voor ontwikkelingen en het vertrouwen in de overheid worden vergroot. De Europese en mondiale concurrentiepositie van (energieintensieve) bedrijvigheid staat onder druk. In Nederland zijn de energieprijzen hoog in vergelijking met omringende landen. Bedrijven hebben steeds meer last van netcongestie en ervaren een gebrek aan een level playing field op het gebied van energiebeschikbaarheid en -betaalbaarheid. Daarnaast moeten bedrijven ook tijdig verduurzamen om hun uitstoot naar netto nul te brengen in 2050.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Lijnen in het landschap, de 380kV-verbinding van Eemshaven naar Vierverlaten (foto Marketing Groningen)

56

Dit geldt ook voor de nu nog fossiele energievoorzieningen die in het gebied zijn gehuisvest. Voor nieuwe en toekomstige economische ontwikkelingen worden beschikbare en betaalbare groene energie(dragers) steeds randvoorwaardelijker. Een actueel vraagstuk daarbij is hoe de waterstofeconomie op gang gebracht kan worden en hoe deze economie kan worden vertaald in het hoogste maatschappelijke rendement, ondanks dat de productieprijzen nog te hoog zijn om een grootschalige afzet mogelijk te maken. De zoetwaterbeschikbaarheid is eveneens een grote uitdaging voor de bedrijven. Een schuurpunt is het cumulatief van de ontwikkelingen in de economie/industrie in relatie tot negatieve effecten op de natuur (de wadden/Unesco werelderfgoed) en andere ruimtevragers. Er is een sterk kenniscluster dat zich steeds meer uitspreidt in de regio (zie MP Campus). De samenhang en complementariteit tussen de kennisclusters en het regionale economisch ecosysteem kan een stuk sterker, waarmee de lokale en (inter) nationale relevantie kan toenemen. De vraag naar gemengde bedrijventerreinen komt veelal voort uit de uitbreidingsvraag (autonome regionale groei) en de vervangingsvraag (bij transformatie van bedrijventerreinen). Stec prognosticeerde in 2023 de uitbreidingsen vervangingsvraag voor de provincie tot 2030 op 191 ha en tot 2040 op 344 ha, terwijl het aanbod 282 ha is.

Dit leidt (exclusief de additionele vraag) tot een tekort, tot potentiële schuurpunten en hier zullen keuzes gemaakt moeten worden. De additionele vraag wordt geschat op 100 ha, maar is lastig te voorspellen omdat het vraag van buiten de regio betreft, meestal van grootschalige aard. Stec heeft in de voorspelling de zeehaventerreinen Eemshaven en Delfzijl bovendien niet meegenomen, die een geheel eigen dynamiek kennen. Ook defensie gaat mogelijk extra ruimte vragen. Het ministerie van EZ werkt momenteel aan een aanvullende behoefteraming

Ontwikkelperspectief

en handelingsperspectieven voor de zeehaventerreinen (dus niet alle XXLkernen). Het is belangrijk dat de profielen en behoefteramingen goed worden samengebracht, per deelgebied nader wordt uitgewerkt en actueel wordt gehouden. In de (concept) omgevingsvisie van de provincie Groningen en het ruimtelijk voorstel NOVEX zijn kaders met betrekking tot beschikbaar (komende) ruimte uitgewerkt, onder andere door XXLbedrijventerreinen aan te wijzen. Vier van de vijf regionale XXL-bedrijventerreinen liggen in het NOVEX-gebied: Eemshaven, Oosterhorn, Vierverlaten/Westpoort en A7/N33-zone (nog te ontwikkelen). De bestaande XXL-terreinen in Groningen raken vol. Daarom wordt in de Eemshaven gewerkt aan de Oostpolder (bruto 600ha) voor energie, data en energie gerelateerde hightech maak- en procesindustrie en waterstof. Ook defensie wil mogelijk meer gebruik maken van de Eemshaven. De exacte impact hiervan is nog niet bekend, maar dat het invloed gaat hebben in het gebied is te verwachten. Oosterhorn zal zich binnen de bestaande ruimte doorontwikkelen, met de focus op biobased economy en chemie. De potentiële ontwikkeling van een XXL-terrein in de A7N33 zone biedt aanvullende mogelijkheden als de locatie daarvoor wordt geborgd.

Het is belangrijk dat deze XXL-terreinen zich in een sterke samenhang met het MKB-DNA van de regio blijven ontwikkelen, omdat ruimte schaars is en de economische potentie anders onvoldoende wordt benut. Want ook in het NOVEX gebied is de beschikbaarheid van ruimte beperkt, ondanks de extra ruimte die wordt ontwikkeld. Meerdere grote (toekomstige) opgaven en ontwikkelingen leggen een grote druk op de beschikbare ruimte. Zo vraagt de nationale energietransitie (o.a. opwekking, omzetting en transport van energie) bijvoorbeeld veel ruimte met een potentieel grote impact op de omgeving. Dit is nodig om de energievoorziening beschikbaar en betrouwbaar te houden.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

57

Tegelijk moet er ook genoeg ruimte overblijven voor het regionale bedrijfsleven. Hier vraagt bijvoorbeeld de transitie naar circulaire economie volgens PBL gemiddeld 40%7 extra ruimte (IPO valideert momenteel deze stelling). Deze ruimte is grotendeels nodig voor aanvullende opslag van grondstoffen. De uitgifte van beschikbare ruimte moet in dit spanningsveld zorgvuldig worden vormgegeven, waarbij bovendien voldoende rekening gehouden moet worden met de milieugebruiksruimte en de wateren bodemcondities. Ook de effecten van de economische ontwikkelingen moeten op een passende wijze gemitigeerd worden. Te denken valt aan een te verwachten verdubbeling (of meer) in verkeer (werknemers, bezoekers, en transport van goederen) en aan schuurpunten ten aanzien van bedrijvigheid versus dorpen en steden.

In heel Nederland staat het arbeidspotentieel onder druk, ook in dit NOVEX gebied. In dit gebied vooral veroorzaakt door een sterk vergrijzende beroepsbevolking (in de periode 2035-2050 met name in Het Hogeland en Eemsdelta -5% tot meer dan -10% )8 en wegtrekkende jongeren. Duidelijk is dat bedrijven (met name de zorg en industrie) in de regio personeel nodig hebben met praktische en theoretische kennis. De verwachting is dat deze arbeidsvraag de komende jaren verder toeneemt, waardoor er meer werknemers van buiten de regio moeten worden aangetrokken. Dit stelt hoge eisen aan de bereikbaarheid en aantrekkelijkheid van het gebied. Werknemers worden nog onvoldoende uitgenodigd om zich in het gebied te vestigen.

Opgaven voor de ‘onderscheidende clusters en netwerken’ zijn onder meer de duurzame ontwikkeling van de grote XXLterreinen (binnen de beperkte ruimte) en de grootschalige aanlanding van wind op zee

7

Rapport PBL PM referentie

8

https://longreads.cbs.nl/regionale-prognose-2022/ontwikkeling-van-de-potentiele-beroepsbevolking/

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Zorgvuldig ruimte uitgeven is een blijvende opgave, rekening houdend met milieugebruiksruimte en de water- en bodemcondities -datacenter bij de Eemshaven (foto A2J photography) 58

59

3.3.3 Ontwikkelrichting | Wat is nodig om de ambitie te bereiken? Algemeen ontwikkelprincipe: De grootschalige ontwikkelingen zoals de energie- en warmtetransitie inclusief de aanlanding van wind op zee worden benut als katalysator om het duurzame, economische en sociaal-maatschappelijke toekomstperspectief te versterken. Extra aangejaagd door Nij Begun, de Aanlanding Wind op Zee en goede verbindingen. De economische- en kennisclusters in het gebied zijn van grote betekenis voor het verdienvermogen. Dit wordt verhoogd door een aantrekkelijk vestigings- en ondernemersklimaat voor bedrijven en werknemers te creëren. Door de potentie op het gebied van economie, kennis en energie te benutten en de clusters en netwerken in synergie te ontwikkelen, kan één krachtig en (inter)nationaal onderscheidend profiel worden ontwikkeld voor deze economische kernzone als geheel en per cluster in het bijzonder.

Met een innovatieve duurzame economie als vliegwiel voor MKB, onderwijs, arbeidsmarkt (incl. oplossen mismatch) én ruimtelijke kwaliteit. De grotere economische clusters met ontwikkelingen rond XXL-terreinen in het gebied worden complementair en (inter)nationaal versterkt. De energieen warmtetransitie in combinatie met de aanlanding van wind op zee en de landzijdige vertaling daarvan wordt ingezet als katalysator en kans. Het momentum van de energietransitie, de circulaire transitie en de agenda’s van Nij Begun wordt benut. Een aantal belangrijke randvoorwaarden hierbij zijn voldoende ruimte voor bedrijvigheid, sterke voorzieningen en een fijne leefomgeving voor werknemers en inwoners, en goede bereikbaarheid. (Inter)nationale en onderlinge netwerken en infraverbindingen zijn dus onmisbaar.

Principeschets ‘Clusters en netwerken’: de grote economische clusters worden versterkt, verbonden met elkaar en daarbuiten (nationaal en internationaal)

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Ruimtelijk economisch ontwikkelen Er wordt ingezet op een sterke samenhang in de economische kernzone door synergie tussen de economische- en kennisclusters te creëren. Dit leidt tot krachtige waardeketens (ook in samenhang met Emmen, als onderdeel van het industriële cluster). Het vereist een sterke profilering en investeringen in de clusters, in innovatie en samenwerking. Beschikbaarheid en betaalbaarheid van energie moeten verbeteren en de betrouwbaarheid moet gegarandeerd. De energie- en circulaire transitie vraagt om veel (schuif)ruimte, die in balans moet zijn met andere ruimtevragers. Bij het selectief toewijzen van ruimte op bedrijventerreinen en bij grote nationale ontwikkelingen die in het gebied moeten landen, wordt daarom telkens de vraag gesteld wat het de regio en het economisch ecosysteem kan brengen en wat de nationale toegevoegde waarde is. Bijvoorbeeld (in)directe of indirecte werkgelegenheid, innovatie, economische kracht en/of maatschappelijke effecten. De relatie met het MKB is erg belangrijk, aangezien Groningen een MKB-provincie is. Daarom moet selectief worden omgegaan met de uitgifte van beschikbare bedrijventerreinen. Zo wordt gestuurd naar een sterk lokaal én regionaal economisch ecosysteem dat goed aansluit op de nationale en internationale ecosystemen.

Ontwikkelperspectief

De voorkeur wordt gegeven aan bedrijven die duurzame werkgelegenheid bieden, die ketens versterken en waar werk voor regionale MKB uit voortvloeit. Voor andere bedrijvigheid wordt gezocht naar alternatieve locaties en manieren om positieve wederkerigheid met de omgeving en haar inwoners te organiseren. Dit wordt gedaan via de te ontwikkelen ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie. Een onderdeel hiervan is de samenwerkingsagenda, waarin onder andere de samenwerking tussen MKB, kennisinstellingen en grootschalige bedrijven wordt versterkt en tegelijkertijd de ruimtelijke en leefkwaliteit van het gebied kan groeien. PAWOZ/VAWOZ en Nij Begun worden gebruikt als extra katalysatoren. Om de ketens nog meer te versterken, wordt ingezet op sterke economische samenwerking met andere regio’s. Omdat voldoende arbeidskrachten cruciaal zijn voor economische (en maatschappelijke) ontwikkeling, moeten werknemers worden uitgenodigd zich hier te vestigen met adequate huisvesting, inclusief sterke kernen en een aantrekkelijk landschap.

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Energie- en warmtetransitie, met PAWOZ/VAWOZ als katalysator

60

Voor een gezond economisch toekomstperspectief moet het bedrijfsleven fors verduurzamen, vaak met kapitaalsintensieve maatregelen. Het landelijk en regionaal economisch instrumentarium moet deze transities ondersteunen en de technische randvoorwaarden moeten op orde zijn. Voorbeelden zijn het tijdig organiseren van voldoende hernieuwbare energie en energiedragers, een goed inzicht in opwekking en gebruik, en infrastructuur voor CO2, warmte en opslag. De energietransitie biedt kansen om wederkerigheid tussen verschillende ontwikkelingen beter vorm te geven. Bijvoorbeeld door industriële restwarmte te gebruiken voor als bron voor de warmtetransitie in de gebouwde omgeving (woningen, voorzieningen, industrie en bedrijven). De energietransitie is een grote opgave en heeft een forse impact op de fysieke ruimte. Dit stapelt op de grote impact die de energiesector de afgelopen decennia al heeft gehad op de inwoners en leefomgeving. De (vaak ongewenste) effecten van hoogspanningsleidingen, transformator-gebouwen, zonneparken en andere bouwwerken ten behoeve van de energietransitie zijn voor inwoners in de nabijheid daarvan steeds voelbaarder geworden. Regionale inzet is dat alle nieuwe bouwwerken en structuren die nodig zijn voor de energietransitie, daarom in een passende samenhang met de directe leefomgeving en meer in samenspraak met inwoners ontworpen worden.

Met de kernkwaliteiten van het landschap en Waardevol Groningen als vertrekpunt. Ruimtelijke kwaliteit voorop! De energie- en warmtetransitie voor inwoners en bedrijven wordt versneld en daarmee wordt de (concurrentie)positie van het NOVEX gebied verbeterd. De aanlanding van Wind op Zee is een belangrijke randvoorwaarde en katalysator voor de energietransitie.

Via PAWOZ/VAWOZ onderzoekt het Rijk in afstemming met de regio de mogelijkheden voor toekomstige kabel- en leidingroutes voor energie van windparken op de Noordzee naar de Eemshaven en het Waterstofnetwerk. De aan te landen windenergie wordt als katalysator ingezet waarmee de verduurzaming van de industrie wordt versneld en de concurrentiekracht van deze economische kernzone wordt vergroot. De ontwikkeling van de groene waterstofeconomie is een voorbeeld om tot een nieuwe duurzame economie te komen. De Aanlanding Wind op Zee werkt in het gehele systeem door. De diverse plannen voor de energietransitie in dit gebied, waaronder de landzijdige uitwerking van PAWOZ/VAWOZ9 brengen Rijk en regio in samenhang bij elkaar en werken Rijk en regio gezamenlijk gebiedsgericht uit. Hiermee wordt gezorgd voor maximaal rendement. Ook het fysiek laten aanlanden van de benodigde energie zelf vraagt om ruimte. Om die reden is voor de energietransitie als geheel in de te ontwikkelen Oostpolder een ruimtelijke reservering gedaan van (maximaal) 200ha. Rijk en regio gaan in overleg of een diepe aanlanding van een deel van de windenergie richting het XXL bedrijventerrein A7/N33 en andere kernen waar veel energie verbruikt wordt, mogelijkheden kan bieden om het verbruik ‘nabij’ de bron te optimaliseren.

61

(Inter)nationaal en onderlinge goed verbonden Een goed netwerk en de juiste verbindingen zijn essentieel om economisch goed te functioneren. De A7, N33, N46 en de ringweg van Groningen zijn belangrijk voor het wegennetwerk, net als de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl, Winschoterdiep en zeeverbindingen voor vaarwegen. Voor het OV-/ spoornetwerk zijn hubs en de Lelylijn, Nedersaksenlijn, Wunderline en het spoor naar Zwolle belangrijk (clusters ook via het OV goed ontsluiten). Zowel samenwerkingsverbanden, bereikbaarheid als fysieke infrastructuur, binnen en buiten de regio worden versterkt. Relevante bedrijven bij de economische ontwikkeling van de kernzone en netwerken worden betrokken en er wordt geïnvesteerd in relaties en verbindingen met het Duitse Emden en andere industriële clusters in Nederland. Voor het toekomstperspectief zijn de infrastructuurverbindingen rond de Aanlanding Wind op Zee en de waterstofbackbone gamechangers.

9

Een netwerk van kabels, leidingen, weg, water en spoor zijn belangrijke randvoorwaarden. Het is van wezenlijk belang dat er een robuust infrastructuur netwerk wordt gerealiseerd om de sterke toename in verkeer, goederen en data te faciliteren. Aan veel verbindingen wordt al gewerkt. Voorbeelden hiervan zijn de H2kickstarter, Northwater, buizenzone, de N33 en de Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl. Bestaande kabels en leidingen worden hergebruikt waar mogelijk. Ten aanzien van nieuwe fysieke infrastructuur worden de regionale ruimtelijke/landschappelijke kaders gerespecteerd en wordt ingezet op bundeling om schade aan ecologische verbindingen, de ruimtelijke kwaliteit en vruchtbare landbouwgronden te voorkomen. Met een goed netwerk kan de onderliggende infrastructuur worden ontlast, de bereikbaarheid van de clusters worden vergroot en de leefbaarheid in dorpen en steden worden verbeterd.

Zoals afgesproken in diverse Bestuurlijke Overleggen en bestendigd in het Bestuurlijk Overleg Leefomgeving van november 2024

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Ontwikkelperspectief

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Een goed netwerk en de juiste verbindingen zijn essentieel om economisch goed te functioneren - de N33 bij Korengarst

62

3.3.4 Agenda | Welke aanpak hoort daarbij? In het gebied en het ontwikkelperspectief komen veel opgaven en ambities samen. In het gebied wordt op veel plekken en via

HOOFDVAARWEG LEMMER-DELFZIJL Upgrade vaarweg; Zeesluis Farmsum; Bruggen en sluizen (oa stad Groningen) NATIONAAL PROGRAMMA GRONINGEN - Baanbrekers Waterstof, circulair GRONINGEN SEAPORTS Ontwikkeling diverse bedrijventerreinen, zoals Oosterhorn, Eemshaven, Fivelpoort, Railport NATIONAAL PROGRAMMA ENERGIE HOOFDSTRUCTUUR NATIONAAL PROGRAMMA VERDUURZAMING INDUSTRIE CLUSTER ENERGIE STRATEGIE REGIONALE ENERGIE STRATEGIE PAWOZ - Aanlanding wind op zee, diverse routes/fases (Schiermonnikoog, tunnel)

Ontwikkelperspectief

verschillende programma’s en projecten hier al aan gewerkt. Onderstaand wordt daarvan een (niet-limitatief) overzicht getoond.

pMIEK EEMSHAVEN PLUS OOSTPOLDER A7-N33 ZONE E&E IN BALANS - Ecologische plus op economische ontwikkelingen via gesprekstafel NGO’s en overheden WATERSTOF BACKBONE MASTERPLAN CAMPUS - Diverse kenniscampussen, waaronder Zernike Healthy ageing campus & vitaliteitscampus Kardinge en Appingedam NIJ BEGUN - Economische agenda NEDERSAKSENLIJN LELYLIJN N33 - Noord (incl. oeververbinding); Midden RING WEST

Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens

Om -via de gebiedsgerichte aanpak- de samenhang in het gebied te kunnen borgen, integrale keuzes, kansen en schuurpunten op te kunnen pakken, worden lopende en nieuwe (autonome) ontwikkelingen, programma’s en projecten in het gebied opgenomen in het op te stellen gebiedsprogramma. Om toe te werken naar uitwerking en realisatie van het perspectief, is daarbij de volgende aanvullende (onderzoeks- en uitwerkings) agenda van Rijk en regio geformuleerd: 1. Ruimtelijk economische ontwikkeling: Inzet is dat de economische hoofdmotoren volop gaan draaien. Daarom werken Rijk en regio een gebiedsbrede ruimtelijk economische ontwikkelstrategie (incl. samenwerkingsagenda) uit. Dit om te sturen op de beste waardeketens en het juiste bedrijf op de juiste plek. Dit vereist onder andere een goed beeld van de (nog) beschikbare ruimte en de ruimtevraag in het NOVEX-gebied, een gezamenlijke inzet op acquisitie en schuifruimte, het organiseren van de juiste randvoorwaarden, een betere organisatiegraad en een goede samenwerking met de belangrijkste partners.

Ontwikkelperspectief

2. E  nergie- en warmtetransitie: Deze transities zijn bepalende factoren voor de toekomst en werken door in vrijwel alle aspecten van dit ontwikkelperspectief. Daarom is het nodig de energietransitie en de landzijdige vertaling van de aanlanding van wind op zee integraal vorm te geven voor dit gebied. Vanuit het wederkerigheidsprincipe wordt onderzocht hoe met een integrale aanpak de netcongestie (aanvullend/ in verlengde van pMiek en maatregel 28 van Nij Begun) versneld kan worden opgelost en gezorgd kan worden voor betaalbare energieprijzen die energiearmoede verminderen en de verduurzaming en concurrentiekracht van de industrie faciliteren. Rijk en regio werken voorgaande zaken samen uit met de energie- en warmte aanpak in combinatie met de landzijdige uitwerking van PAWOZ/VAWOZ. 3. B  ereikbaarheid en netwerk: Goede verbindingen en relaties zijn essentieel voor het functioneren van het economisch ecosysteem. Daarom werken Rijk en regio samen aan een gezamenlijke bereikbaarheids- en samenwerkingsagenda.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/15926195/1