327.1 Bijlage 1 Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Groningen
Tekst van het document
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
63
Toelichting ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie NOVEX-gebied Groningen
64
Met de ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie worden de individuele clusters en netwerken versterkt om te komen tot een zo sterk mogelijk lokaal én regionaal economisch ecosysteem. Door ontwikkelingen zoals de energietransitie en circulaire economie is het nodig om selectief te zijn met de uitgifte van beschikbare ruimte. Dit vereist een accurater en integraal zicht op vraag en aanbod van ruimte en assets voor bedrijvigheid, en hiertoe passende aanpak en instrumenten ontwikkelen (bv. een handelingskader). In de uitwerking van deze strategie wordt waar mogelijk gebruik gemaakt van reeds beschikbare informatie en instrumentaria. Richting de ontwerp Nota Ruimte werkt het Rijk onder meer aan een ruimtelijke strategie voor een samenhangende ontwikkeling van netwerken en knooppunten voor energie, logistiek en economie. Een belangrijk onderdeel van de ruimtelijkeconomische ontwikkelstrategie is de acquisitiestrategie. Het doel hiervan is om het juiste bedrijf op de juiste plaats te krijgen en bedrijven te verleiden die het ecosysteem versterken en de samenhang tussen de clusters verbeteren. Hierin is nadrukkelijk aandacht nodig voor de customer journey en afspraken over hoe zoekende bedrijven bij nieuwvestiging, uitbreiding en verplaatsing begeleid kunnen worden.
De voorkeur gaat daarbij uit naar bedrijvigheid waarbij de spinoff van activiteiten zoveel mogelijk landt in de eigen regio (hoofdkantoor, R&D, toegevoegde waarde in lokale/regionale ecosysteem, mate van wederkerigheid met de omgeving en samenleving, etc). Het is nodig zorgvuldig om te gaan met schaarse ruimte met aandacht voor bestaande werklocaties. Een deel van de bestaande werklocaties voldoet niet meer aan de eisen van deze tijd. Deze terreinen kunnen worden aangepakt via de Herstructureringsmaatschappij Drenthe-Groningen (HMDG), als onderdeel van de bredere ruimtelijk-economische
Ontwikkelperspectief
ontwikkelstrategie. De HMDG richt zich daarbij op het creëren van ruimte op bestaande bedrijventerreinen door op perceelsniveau te interveniëren. Dit leidt tot een olievlek, waarbij eigenaren van panden meegaan in het aanpakken van hun eigen terreinen. Deze aanpak van HMDG draagt zo direct bij aan toekomstbestendige bedrijventerreinen. Naast herverkaveling richt de HMDG zich tegelijkertijd ook op verduurzaming, klimaatadaptief inrichten en vergroenen van bestaande bedrijventerreinen. Ondermijning wordt ook via deze aanpak opgepakt. Hierbij wordt de samenwerking gezocht met de provincie Drenthe. Het kan voorkomen dat bedrijven of bedrijventerreinen ruimtelijk in de knel komen te zitten. Als onderdeel van de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie verkennen Rijk en regio samen waar en hoe deze bedrijven een betere plek in het NOVEX gebied kunnen krijgen. Door de organisatiegraad op bedrijventerreinen te vergroten, worden ze aantrekkelijker en kunnen (integrale) opgaven beter landen. Omdat Groningen een MKB-provincie is, is het belangrijk om meer samen met MKB’ers op te trekken. Hiermee wordt gewonnen aan kennis over hoe de dynamofunctie van grootschalige bedrijvigheid voor het MKB kan worden geoptimaliseerd en kan beter gestuurd worden op het vergroten van de toegevoegde waarde van bestaande en nieuwe bedrijven.
Hierbij wordt altijd gestreefd naar het voorkomen en verminderen van omgevingshinder en wordt de bestaande milieugebruiksruimte gerespecteerd. Er wordt ingezet op innovatie en de mogelijkheden van de Economische Agenda, gegeven de sterke synergie tussen het NOVEX-gebied en Nij Begun. Tevens gaan partijen met elkaar in gesprek over mogelijkheden voor regelruimte om licht-, geluid-, geur- en andere milieuhinder te beperken (passend binnen kaders van omgevingsvisie(s)).
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
In drie deelgebieden van het NOVEX-gebied (A7/N33 rondom Meeden, rond de Eemshaven en rondom Oosterhorn) staat de kwaliteit van de leefomgeving door nieuwe ontwikkelingen extra onder druk. Hoewel niet alles volledig kan worden opgelost, wordt in de ruimtelijkeconomische ontwikkelstrategie en in het gebiedsbrede aanpak ‘landschap’ extra aandacht besteed aan kwaliteitsverbetering van deze gebieden en de omliggende landschappen.
Om voorgaande zaken mogelijk te maken en de samenhang met andere lopende initiatieven te borgen geven Rijk en regio deze ruimtelijk economische ontwikkelstrategie vorm samen met partijen als de NOM, GSP en het traject Nij Begun.
65
Toelichting landzijdige uitwerking van PAWOZ/VAWOZ i.c.m. de energie- en warmte aanpak Bij de eerste aanlanding wordt circa 4 gigawatt aan stroomkabels en rond de 500 megawatt aan waterstoftransport verwacht. In Nij Begun is beschreven dat dit richting 2050 kan oplopen tot circa 23 gigawatt aan stroom- en/of waterstoftransport naar land. De provinciale (concept) omgevingsvisie gaat niet uit van maximale vermogens maar maakt maximaal 200 ha op de Oostpolder beschikbaar voor de energietransitie. Het effect van de aanlanding van wind op zee op korte en lange termijn, in relatie tot regionaal gebruik en de beschikbare transportcapaciteit om de energie naar buiten de regio te transporteren is nog onvoldoende duidelijk. De verwachting is dat Rijk en regio hier op korte en lange termijn samen keuzes moeten maken. Doel is de verschillende Rijks- en regionale agenda’s met betrekking tot energie op een passende manier samen te brengen, PAWOZ/VAWOZ tevens als aanjager voor het verbeteren van de regionale brede welvaart in te zetten en dit gebiedsgericht uit te werken. Daarvoor bekijken Rijk en regio verschillende scenario’s en onderliggende bandbreedtes, waarbij het o.a. gaat over de energievorm, routekeuzes, de bijdrage aan economie en samenleving, benodigde infra, voorzieningen en ruimtelijke kwaliteit.
Ontwikkelperspectief
Hierbij maken we zo mogelijk gebruik van beschikbare informatie en houden we rekening met uitgangspunten van lokale en regionale omgevingsvisies/ ruimtelijk voorstel en randvoorwaarden als beschikbare ruimte, zoetwater en gunstige marktvoorwaarden. De landzijdige uitwerking van PAWOZ/VAWOZ i.c.m. de energie- en warmteaanpak geeft hier invulling aan. Dit vraagt een actieve houding en sterke samenwerking tussen Rijk en regio, om dit nader uit te werken, keuzes te maken en het nationaal i.c.m. regionaal rendement van PAWOZ optimaal te benutten. Het is nodig een robuust en toekomstbestendig energienetwerk te realiseren. Dit dient zowel nationale als regionale belangen. Dat betekent dat niet alleen gewerkt moet worden aan het oplossen van acute netcongestie, maar ook dat er strategische netuitbreidingen moeten komen met extra capaciteit. Ook het vergroten van de inzet van restwarmte in de gebouwde omgeving en voor de industrie verdient aandacht, bv. vanuit een duurzaam en verantwoord gebruik van beschikbare energie en ter voorkoming van onnodig ruimtegebruik (hiervoor wordt aangesloten bij de teksten over de warmtetransitie in de paragraaf samenleving).
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Een toekomstbestendig energienetwerk biedt ruimte voor toekomstige economische ontwikkelingen en de gebouwde omgeving, en is daarmee in lijn met de doelen van Nij Begun. Via pMiek integraal programmeren wordt ingezet op het voorkomen van netcongestie en een tijdige verduurzaming van de gebouwde omgeving, bedrijven en industrie. Daarnaast wordt samen met netbeheerders en andere stakeholders gezocht naar mogelijkheden om de aanleg van nieuwe infrastructuur te beperken en bestaande infrastructuur optimaal te benutten. 66
De regio ziet kansen voor een diepe aanlanding naar XXL-bedrijventerrein A7/N33-zone en andere gebieden (bv. Emmen) in het kader van de energievraag en energietransitie. Rijk en regio gaan hier samen in overleg welke kansen en (on)mogelijkheden dat oplevert. Dit in het verlengde van de landzijdige uitwerking PAWOZ/VAWOZ.
Er wordt ingezet op een betere benutting van het huidige elektriciteitsnet door energiehubs en slimme netregeling met intelligente (datagestuurde) analyses versneld te realiseren. Er wordt aandacht besteed aan hoe daarbij gebiedsgericht kan worden aangesloten bij/mee ontwikkeld worden aan digitalisering projecten (data, AI, etc.) die passen bij de inzet van de Economische Agenda Nij Begun. Inzet is de unieke energiepositie/propositie te versterken door in te zetten op het belang van ‘verbruik nabij bron’. De concurrentiekracht staat onder druk door de prijzen, beschikbaarheid, betaalbaarheid en betrouwbaarheid van energie. De regio wil graag in gesprek met het Rijk over de mogelijkheden om de concurrentiekracht te vergroten in het kader van de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie.
67
Toelichting bereikbaarheids- en samenwerkagenda Rijk en regio werken aan een gebiedsgerichte bereikbaarheids- en infrastructuuragenda, in samenhang met lopende trajecten zoals de Lelylijn, Nedersaksenlijn, N33 en Hoofdvaarweg Lemmer-Delfzijl. Onderdelen van dit plan zijn onder andere openbaar vervoer, logistieke stromen, capaciteit van de N46, N33, A7 en passende categorisering van vaarwegen (zoals Winschoterdiep, Aduarderdiep, Hoendiep en Damsterdiep) en sluizen (oa Gaarkeuken en Farmsum). Inzet is dat de clusters optimaal bereikbaar zijn met de nodige modaliteiten. Ook zoeken Rijk en regio naar koppelkansen (zoals tussen de Vervanging & Reparatie opgave of de zeesluis Farmsum). Hiervoor wordt ook gekeken naar verbindingen voor andere modaliteiten. Omdat goede verbindingen via buizen en kabels minstens zo relevant zijn en verkeersbewegingen kunnen verminderen. Daarom wordt ook
Ontwikkelperspectief
gekeken naar data, kabels en leidingen en wat er nog meer nodig is om de clusters goed te bedienen. Onder ander door het opwaarderen van bestaande infrastructuur of de aanleg van nieuwe infra ten behoeve van de economische ontwikkeling van het gebied. Goede relaties met relevante partijen, zowel binnen en buiten het gebied, zijn essentieel. Dit wordt uitgewerkt in de samenwerkingsagenda, als onderdeel van de ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie. Ingezet wordt op doelmatige verbindingen voor bijvoorbeeld grondstoffen, energie, CO2, water, data, goederen, maar ook kennis en mensen binnen het gebied en met de verder weg gelegen clusters Emmen, Heerenveen, Zwolle, Enschede, Amsterdam, Eindhoven en Rotterdam.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Rekening houden met en versterken van de kwaliteit van het landschap bij alle ontwikkelingen - Kiekkaaste Drieborg
Aandachtspunten in de deelgebieden 68
69
In voorgaande paragrafen is het ontwikkelperspectief met name gebiedsbreed benaderd. Voor de verdere uitwerking en keuzes zijn diverse
gebiedsspecfieke aandachtspunten relevant. Deze worden in dit hoofdstuk weergegeven.
3.4.1 Aantrekkelijk en robuust landschap, water als levensader | Waar moet rekening mee gehouden worden? Binnen deze rode draad vertegenwoordigen het Wierdenlandschap, Kustzone, Wad en Eems-Dollard en Duurswold de deelgebieden. Wierdenlandschap Een belangrijke vraag is hoe in het Wierdenlandschap om gegaan kan worden met verzilting. Het probleem moet nog worden verhelderd, zodat er meer inzicht komt in hoe de verzilting kan worden aangepakt. De verzilting moet een plek krijgen in lopende programma’s, eventueel met de aanvullende onderzoeksvraag voor de regio (met name waterschappen en provincie) en het Rijk, die verantwoordelijk is voor primaire kustbescherming en de Waddenzee). De onderzoeksvraag kan ook worden meegenomen in de zoetwaterstrategie en opgavedefinitie van het deelgebied.
Ontwikkelperspectief
Kustzone Delfzijl heeft een belangrijke functie voor de afvoer van de boezemsystemen op de Eems. Er zijn mogelijk extra maatregelen nodig om de afvoer te garanderen of water vast te houden. Hiervoor zijn ruimtelijke reserveringen nodig. Dit probleem verdient speciale aandacht in de zoetwaterstrategie. De ruimtelijke uitwerking/ consequenties wordt meegenomen in de opgavedefinitie van het betreffende deelgebied(en). Algemene uitgangspunt is dat klimaatrobuust gebouwd wordt bij nieuwe grootschalige ontwikkelingen in de kustzone. Dit houdt (onder andere) in dat een vloerpeil wordt gehanteerd die rekening houdt met de optredende zeespiegelstijging, of dat andere ontwikkelingen zorgen voor het behoud van droge voeten.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
70
Via het Kustprogramma van Rijk en regio moet worden onderzocht wat er nodig is om de kustlijn te transformeren tot een kustzone. Hiervoor moet de ruimtelijke reservering voor het werken aan de kustzone worden uitgewerkt. Er is inzicht nodig in hoe ruimte kan worden vrijgehouden om de kustlijn te verbreden en welke instrumenten en middelen nodig zijn. Dat kan gaan om noodzakelijke ontwikkelingen vanuit het Rijk of het verordenen/ vrijhouden van bepaalde zones voor specifiek grondgebruik. Hierbij moet rekening worden gehouden met grote hoeveelheden belangen en verantwoordelijkheden. Waterschap Noorderzijlvest ontwikkelt het spoorboek Brede Kustzone en Brede Kustzone en waterschap Hunze & Aas heeft een kustvisie opgesteld, wat in de toekomst een belangrijk uitgangspunten kunnen zijn. De doorboring en aanleg van kabels en leidingen doorkruist mogelijk de kustzone. Dit vraagt een goede samenwerking tussen het programma Kustzone, TLG en PAWOZ/VAWOZ, en aandacht voor de impact op natuur, landbouw en waterveiligheid. Wadden en Eems-Dollard De regelgeving van Natura2000 vormt mogelijk een knelpunt in de toekomst. De huidige regelgeving beschermt de natuur goed, maar belemmert goede kustontwikkeling. In de programma’s Wadden en ED2050 wordt gezocht naar een balans waarbij de natuur niet achteruitgaat. Inzet is behoud van cultuurhistorie van het Wad en Eems-Dollard.
Ook de beleving van het wad, zowel binnenals buitendijks, met respect voor de kernwaarden van de Wadden is een belangrijk punt. Er is meer aandacht nodig voor natuurherstel en instandhouding van het Waddengebied. Hiervoor lopen al verschillende trajecten.
Ontwikkelperspectief
Een voorbeeld is het nieuwe beleidskader Natuur Waddenzee, waarbij gezocht wordt naar een goede balans tussen de vele plannen en projecten in het gebied. Het is belangrijk om zicht te krijgen op de cumulatieve effecten van alle ontwikkelingen, zodat er bij toekomstige ontwikkelingen beter gestuurd kan worden. LVVN werkt aan een nieuw beleidskader hiervoor. Besluiten die van invloed kunnen zijn op het gehele Waddengebied lopen via Waddengovernance. De Agenda voor het Waddengebied 2050 en het Uitvoeringsprogramma Waddengebied 2021-2026 vormen de basis voor het Waddenbeleid. Duurswold Ingezet wordt op ontwerpend onderzoek om de ruimtelijke consequenties van scenario’s, keuzes en oplossingen helder in beeld te brengen om vervolgens te komen tot één integraal gebiedsplan. Hiervoor worden in de uitwerking van de opgavedefinities de verschillende initiatieven samen gebracht die spelen in dit deelgebied, zoals TLG, deelvisies als Damsterdiep en de zoetwateronderzoeken. Het tegengaan van veenoxidatie is belangrijk voor de klimaat- en wateropgave in Duurswold. Via het TLG (inclusief voorstel voor onderzoeks- en uitvoeringsprogramma water, bodem en veen) wordt ook naar de toekomst van dit gebied gekeken en de verdere inhoudelijke uitwerking wordt daar belegd. Het is belangrijk dat dit aansluit bij ontwikkelingen en maatregelen van Meerstad en Delfzijl.
Hierin moeten kansen voor agrariërs, hun (nieuwe) verdienmodellen en sociale samenhang in het gebied worden meegenomen, evenals scenario’s veenoxidatie en landgebruik. Hierbij is ook aandacht nodig voor de verbindingen tussen de natuurgebieden van Duurswold richting Eems-Dollard en Oldambt. In het ontwerpend onderzoek wordt expertise gevraagd van de afdeling Ruimtelijke kwaliteit van het Rijk.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
3.4.2 Samenleving, dorpen en steden | Waar moet rekening mee gehouden worden? Binnen deze rode draad vertegenwoordigen de steden, grote dorpen, kleine dorpen en het buitengebied de deelgebieden. De stad Groningen en grote kernen DelfzijlAppingedam en Hoogezand-Sappemeer In Delfzijl-Appingedam en Hoogezand/ Sappemeer heeft de kwaliteit van de leefomgeving aandacht nodig. Dit wordt grotendeels opgepakt in het Masterplan Regiocentra. We zien het Masterplan Regiocentra als belangrijke schakel in de gebiedsbrede aanpak bij dit ontwikkelperspectief, als goede eerste stap en als inspirerend voorbeeld voor andere kernen. Demografische ontwikkelingen en sloopnieuwbouw-versterking-verduurzaming maken dat woningbouw in delen van de regio slecht van de grond komt. In Delfzijl/Appingedam speelt bovendien een overdimensionering van de infrastructuur. Bepaalde wijken en bedrijfslocaties zitten niet in de bestaande versterkingsoperatie. Voorbeelden zijn Bornholm, het oude Eemskanaal en kleinere buurten in Appingedam. Voorkomen moet worden dat er wijken achterblijven. In Hoogezand/Sappemeer leidt de historische verwevenheid van wonen en werken op bepaalde plaatsen tot verstoring van de leefomgeving. Daarnaast is er zichtbare verpaupering in delen van het historische lint. Daarentegen biedt dit potentie voor transitie en inbreiding. Dit wordt uitgewerkt in de woonopgave.
Inwoners moeten meer worden uitgenodigd om voorzieningen en recreatieve activiteiten uit de gehele regio te gebruiken.
Ontwikkelperspectief
Hierbij kan gedacht worden aan het strand van Delfzijl, het theater in Hoogezand of wandelroutes in buitengebied. Ook moet worden verkend hoe toeristen kunnen worden aangetrokken vanuit het eiland Borkum en Noorwegen. Bijvoorbeeld door in de bereikbaarheidsagenda mee te nemen hoe Delfzijl-Appingedam als opstap- of verblijfplaats kan functioneren. Grote dorpen en lintdorpen In Midden-Groningen hebben de slingerende lintdorpen een aantrekkingskracht op de bestaande woningmarkt. Hierdoor vissen veel lokale belangstellenden (vooral jongeren) achter het net. Ook hier werkt de balans tussen stichtingskosten en de wensen voor goedkopere huur- en koopwoningen elkaar tegen. Tegelijkertijd wordt langer thuis wonen moeilijker door de druk op het lokale zorg aanbod. Het gevolg is dat ouderen gedwongen moeten verhuizen naar een grotere kern waar de zorgvoorzieningen wel aanwezig zijn. Voor de gemeente Eemsdelta en een groot deel van het Hogeland (boven Winsum) geldt dat de problematiek complexer is dan in andere gebieden, aangezien woningbouw hier niet meteen goed van de grond komt. Dat komt vooral door lage woningprijzen, te kleine winstmarges voor ontwikkelaars en scheefte (o.a. te weinig juiste woningen en verkeerde verhoudingen tussen koop en huur).
Dat geldt bijvoorbeeld voor het niet toerekenbare deel van publieke maatregelen en (boven)regionale/ bovenwijkse kosten en voorzieningen. Dit specifieke probleem wordt meegenomen in de integrale woonagenda en gesprekken over de onrendabele toppen.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
71
De stations of centrale bushalte van deze dorpen worden gezien als hub van- en naar het buitengebied waar lokale voorzieningen worden geconcentreerd. Ook routes die door de bebouwde kom van grote dorpen gaan hebben de speciale aandacht in de bereikbaarheidsagenda (en in de dorpsvisies). Deze hebben nl veel impact op de leefbaarheid, zowel positief (meer klanten) als negatief (verkeersveiligheid).
72
Bedum en Uithuizen zijn opgenomen in het MP Regiocentra. Er worden kansen gezien om dit principe en de ervaringen die hierbij worden opgedaan te benutten bij het opstellen van dorpsvisies. Hierbij maken wordt ook gebruik gemaakt van het provinciale programma ERL. Kleine dorpen De woningbouwproblematiek in kleine dorpen is ingewikkelder omdat hier geen/ minder voorzieningen aanwezig zijn. Inzet is om de cohesie van het dorp te behouden, dan wel te versterken. De kleine dorpen hebben een specifieke ruimtelijke structuur met waardevol erfgoed. Een aantal dorpen is onderdeel van de wierden en het historisch erfgoed. Dit erfgoed moet behouden worden en waar mogelijk versterkt en beter ruimtelijk ingepast in het landschap. In het plan voor de energietransitie worden oplossingsrichtingen meegenomen tegen overlast van windmolens, zoals bijvoorbeeld in Meeden. Sommige van deze keuzes kunnen pas op lange termijn gemaakt worden. De dorpen rondom de clusters en de dorpen in het gebied Duurswold vragen speciale aandacht. In en/ of rondom deze gebieden worden transities voorzien, zoals grootschalige economische ontwikkelingen, uitbreidingen van recreatieve voorzieningen en/of waterberging/-buffers.
Ontwikkelperspectief
Dit wordt meegenomen in het ontwerpend onderzoek voor Duurswold en eventueel in de op te stellen dorpsvisies. Buitengebied Het behoud van landbouw is belangrijk om sociale cohesie in het buitengebied te behouden. Ingezet wordt op het behouden en versterken van de gebiedsidentiteit van het buitengebied, in combinatie met landschapsherstel. Gefocust wordt op de herkenbaarheid van het landschap en belangrijke dragers, zoals laanstructuren. Ook de zichtbaarheid van de Fivel en Damsterdiep biedt mogelijkheden. Via de beschreven gebiedsprocessen wordt hieraan gewerkt, die in verbinding worden gebracht met trajecten als Groeningen en de landschapswerkplaatsen (zie rode draad Aantrekkelijk en Robuust landschap). Aan boerderijen en erven wordt in het verlengde van de provinciale (concept) omgevingsvisie extra aandacht gegeven voor ruimtelijke kwaliteit in combinatie met de fysieke inrichting en leefomgeving.
Op boerenerven komen diverse opgaven samen: - Verduurzaming: zowel van gebouwen (veelal karakteristiek of monumentaal) als van agrarische bedrijfsvoering (wat vaak meer ruimte vraagt dan beschikbaar) - Instandhouding van cultureel en groen erfgoed in de vorm van boerderijen en erfbeplanting - Instandhouding en ontwikkeling van een leesbaar landschap: boerderijen zijn (mede)dragers en vormgevers van het landschap, individueel of als onderdeel van een reeks/ lint - Herbestemming: bij vrijkomende agrarische bebouwing, maar mogelijk ook bij de transitie van landbouwgronden in het Duurswoldgebied
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
3.4.3 Onderscheidende clusters en ‘netwerken | Waar moeten rekening mee gehouden worden? Binnen deze rode draad vertegenwoordigen de clusters Eemshaven, Delfzijl, A7/ N33 zone, Westpoort/Vierverlaten de deelgebieden, en de kennisclusters en lijnen de netwerken. Westpoort/Vierverlaten Deze locaties zijn grotendeels uitgegeven. Er zijn verschillende aandachtspunten, zoals de opgaven rondom Vierverlaten-Ens en de milieueffecten grote bedrijven, die worden geagendeerd bij de betreffende partijen. Eemshaven (haven & industrie) In de Eemshaven is nu nog sprake van vele fossiele energieproductie bedrijven. Denk aan VOPAK, de gascentrale en LNGterminal. Er spelen al diverse initiatieven om te verduurzamen. De haalbaarheid, samenhang tussen en ruimtelijke impact van die ontwikkelingen is nog onbekend. Evenals wat dit betekent voor het energie-, infrastructuur of watersysteem. Dit wordt meegenomen in de ruimtelijkeconomische ontwikkelstrategie. De Eemshaven staat in de belangstelling van defensie. Daarnaast loopt er een onderzoek naar de mogelijkheden voor een kerncentrale, ondanks dat de gemeenten Hogeland, Eemsdelta en de provincie Groningen geen kerncentrale willen. De ontwikkelingen van defensie worden, zodra er meer bekend is, meegenomen in de scenario-ontwikkeling van het landzijdige vervolg van PAWOZ/VAWOZ (incl.
regionale energiesysteem) en integraal afgewogen in de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie. Een kerncentrale wordt buiten beschouwing gelaten. Duidelijk is dat ontwikkelingen altijd in samenhang met het gehele ontwikkelperspectief moeten worden bekeken.
Ontwikkelperspectief
Delfzijl (haven & industrie) Om de economische ontwikkeling van Delfzijl en de transities te faciliteren wordt als onderdeel van de bereikbaarheidsen infra- agenda onderzocht hoe de Eemshaven-Delfzijl (20 km) met een buizenzone te verbinden. Ook in combinatie met een doorsteek naar Emmen. Oosterhorn en de Provinciale weg liggen tegen de zeedijk aan. Hier gaat waterveiligheid een grotere rol spelen en om meer ruimte vragen. Bij de uitwerking van is het nodig de bereikbaarheid van de industrie te behouden, zonder de leefbaarheid in dorpen te beperken. Dit wordt meegenomen in de bereikbaarheidsagenda en in de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie. Onderzocht wordt of de verbinding met het Duitse Emden (ca. 50.000 inwoners) kan worden verbeterd. Men heeft hier gelijksoortige uitdagingen als het NOVEX gebied. Zo is het voortbestaan van de Volkswagenfabriek onzeker (8.000 medewerkers) en is de bereikbaarheid van voorzieningen slecht. Door Delfzijl (via o.a. nabijheid station en haven) in te zetten als verbindingsknoop naar het buitenland kan het achterland van het NOVEX gebied worden vergroot. Daarbij wordt ook de relatie gelegd met de veerdiensten naar Borkum en Noorwegen en wordt onderzocht wat dit economisch (en toeristisch) kan betekenen voor Delfzijl. Dit onderdeel wordt meegenomen in de bereikbaarheidsen samenwerkingsagenda.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
73
Voldoende ruimte en verbondenheid zijn essentieel voor de grootschalige transitie van de industrie
74
75
A7/N33-zone De locatie en beslissing tot realisatie van XXL-bedrijventerrein A7/N33-zone is nog niet bepaald. De provincie maakt de keuze in afstemming met de gemeenten Midden-Groningen, Veendam en Oldambt. Hoogwaardige ruimtelijke ontwikkeling, inpassing en voldoende wederkerigheid zullen essentieel zijn. Deze standpunten worden meegenomen in de ruimtelijk economische ontwikkelstrategie waarin een eventuele gunstige exploitatie wordt verkend. Dit wordt gedaan in samenhang met de uitwerking van het landzijdig vervolg PAWOZ/VAWOZ en in combinatie met het gesprek over of een diepe aanlanding vanuit Wind op Zee haalbaar is en meerwaarde oplevert.
Ontwikkelperspectief
Kennisclusters (campussen) Met het Masterplan Campussen wordt gewerkt aan het versterken van de kennispositie van Groningen. De relatie met de ontwikkeling van dit NOVEXgebied dient te worden wordt versterkt via de samenwerkingsagenda. Daarbij is het belangrijk om scherp te zijn op hoe de kennisontwikkeling kan bijdragen aan de kracht van de economische kernzone, bijvoorbeeld door valorisatie. Hiervoor is een koppeling met van de profielen, waardeketens en bedrijven essentieel. Dit wordt meegenomen in de samenwerkingsagenda.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Samenwerken Bouwstenen, sleutel tot succes
“Er is nood aan een integrale agenda voor vraagstukken van klimaat en energie, wonen, infra en mobiliteit, zorg en onderwijs, economie, werk en inkomen, natuur en het gebruik van de schaarse ruimte” Quote Raad van Openbaar Bestuur, rapport Droomland of Niemandsland
76
77
4
In eerdere Bestuurlijke Overleggen zijn diverse afspraken gemaakt. In dit hoofdstuk zijn deze opgenomen en zo nodig aangevuld.
Rijk en regio bundelen langjarig hun krachten en werken gebiedsgericht samen vanuit één gedeeld ontwikkelperspectief, gebiedsprogramma en investeringsagenda Met het programma NOVEX heeft het Rijk aangegeven de komende jaren, samen met de regionale overheden, regie te willen voeren en samen te willen werken op ruimtelijke opgaven met een nationaal belang. Om de opgaven in dit gebied effectief aan te pakken, en het ontwikkelperspectief NGG | MPZ succesvol tot uitvoering te brengen, bundelen de Rijksoverheid en de regio hun krachten en werken ze langjarig en gebiedsgericht samen vanuit gezamenlijke doelen, met oog voor ieders individuele belang en zo nodig met vertrouwelijkheid.
Ontwikkelperspectief
De overheidspartijen zetten zich gezamenlijk in om meerwaarde te bieden voor de ontwikkeling van het gebied als geheel. De voorwaarde hiervoor is – naast goede samenwerking tussen Rijk en regio – een effectieve sturing van de opgaven en ontwikkelingen binnen het NOVEX-gebied én in goede samenwerking met de eigen interne organisaties.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Voortbouwen op bestaande samenwerkingsorganisatie en sturen op samenhang Het huidige interbestuurlijke samenwerkingsverband NGG | MPZ wordt verder doorontwikkeld om namens partijen te zorgen voor de uitwerking en realisatie van het ontwikkelperspectief. Dit gebeurt door te werken aan integrale en complexe vraagstukken, samenhang te waarborgen, lopende zaken te stroomlijnen en kansen voor het gebied te benutten.
78
Gebiedsgericht samenwerken betekent niet dat voor alle onderwerpen altijd met alle partijen wordt samengewerkt of dat alles via de samenwerkingsorganisatie moet lopen. Elke overheid heeft zijn eigen (autonome) rol en pakt zelf zaken op. Samenwerking gebeurt breed waar relevant en waardevol, en in kleinere samenstellingen waar mogelijk. Voor de gezamenlijke programmaorganisatie is de rol om te: Faciliteren: platform voor integrale en thematische bestuurlijke en/of ambtelijke afstemming; Coördineren: sturen op samenhang, de plus en stroomlijnen/ verminderen drukte; Draagvlak: organiseren communicatie, participatie en lobby t.b.v. perspectief/ ontwikkelingen, en het gebied met de omgeving, relevante bedrijven en andere relevante partijen.
Organiseren: organiseren -en indien gewenst uitvoeren- van integrale, complexe en/of overheidslaag overstijgende opdrachten en afspraken. Daarbij hoort ook het organiseren van gezamenlijke slagkracht, bemenst door en namens samenwerkende overheden. Dit gebeurt in opdracht (en in het belang) van de organisaties en niet op afstand. Hierbij kunnen de instrumentaria van de verschillende partners worden benut, zoals ook beschreven in het Rijksprogramma NOVEX. Het is belangrijk om duidelijk te maken waar besluitvorming plaatsvindt over welke onderwerpen. Voor lopende processen worden de bestaande besluitvormingsstructuren gehanteerd. Bij complexe of integrale zaken kan de NOVEXstructuur worden ingezet. De governance voor het ontwikkelperspectief is niet bedoeld om bestaande besluitvormingsstructuren over te nemen. Wel is het bedoeld om het geheel te overzien en waar nodig afspraken te maken in de Rijk-regiosamenwerking. Daarbij kan geadviseerd worden om overlappende processen en besluitvormingsstructuren te combineren, om daarmee drukte te verminderen.
79
Vormgeving van de governance De interbestuurlijke samenwerking is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van het Rijk en de regio. Onderstaande figuur laat zien op welke wijze agendavorming en aanpak vorm krijgen.
De verschillende onderdelen van de governance zijn hierna nader toegelicht:
Adaptief De opgaven in het gebied zijn complex en samenhangend en de context is dynamisch. Er is een adaptieve aanpak nodig om te anticiperen op nieuwe ontwikkelingen, kansen en schuurpunten en samen goede keuzes te maken. Hierbij is het belangrijk om overzicht te bewaren op basis van relevante informatie (zo nodig ontwikkelscenario’s). Hiermee kan worden (bij)gestuurd als dat nodig blijkt. Dit betekent dat het ontwikkelperspectief en gebiedsprogramma adaptief worden
Ontwikkelperspectief
opgesteld en dat de governance hierop wordt ingericht. Zo mogelijk wordt er ook aangesloten bij logische momenten van belangrijke raakvlaktrajecten, zoals bij Nij Begun of bij de monitoring bij de Staat van Groningen. Het model van de X-curve kan de programmaorganisatie (zie hierna) helpen door te analyseren waar een opgave staat en hoe op adaptieve wijze regie gevoerd kan worden op transities.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Bestuurlijk Overleg Leefomgeving en Bestuurlijk Overleg MIRT (BOL en BO MIRT): In het BOL en BO MIRT herbevestigen Rijk en regio gezamenlijk (de grootschalige actualisaties, uitbreidingen of aanscherpingen van) het ontwikkelperspectief, het Gebiedsprogramma, de Investeringsagenda en andere strategische afspraken.
80
Betrokkenheid bewindspersoon Rijk: Op basis van het Rijksprogramma NOVEX zijn voor het NOVEX-gebied Groningen de staatssecretaris Herstel Groningen en de regionaal bestuurlijk vertegenwoordiger (gedeputeerde) gezamenlijk eindverantwoordelijk. Bestuurlijke overleg Rijk-regio NOVEXgebied Groningen | Masterplan Zeehavens: Het BO Rijk-regio is de tafel waar de regionale en nationale opgaven bij elkaar worden gebracht om -zo nodig- integrale besluiten te organiseren of te adviseren richting de daartoe geëigende trajecten. Iedere deelnemer neemt deel vanuit zijn eigen rol en verantwoordelijkheid. Dit overleg besluit over de voortgang en eventuele actualisaties, aanscherpingen en uitbreidingen van het Ontwikkelperspectief, Gebiedsprogramma en Investeringsagenda en afspraken. Het is ook de plek waar integrale (strategische) gebiedsgerichte besluitvorming kan plaats vinden. Het BO fungeert tevens als escalatieniveau bij knelpunten, wanneer het directeurenoverleg besluit deze knelpunten door te geleiden naar het Bestuurlijk Overleg. Het BO Rijk-regio komt ieder kwartaal bijeen. Deelnemers aan regiozijde zijn vertegenwoordigers van de provincie, de gemeenten en de waterschappen. Deelnemers aan Rijkszijde zijn vertegenwoordigers van de direct-betrokken ministeries (in beginsel op DG-niveau). Waar het specifiek inhoudelijk gewenst
Ontwikkelperspectief
is, kunnen andere partijen of andere ministeries aansluiten. Het ministerie van BZK (directie Groningen) verzorgt intern bij het Rijk de coördinerende rol. Het is tevens mogelijk om -indien gewenst- per ontwikkellijn / rode draad (Aantrekkelijk en robuust landschap’, ‘Sterke samenleving, dorpen en steden’ en ‘Onderscheidende clusters en netwerken’) een bestuurlijke gesprek te organiseren. Directeurenoverleg Rijk-regio NOVEXgebied Groningen | Masterplan Zeehavens: Het DO Rijk-regio fungeert als voorportaal van het BO Rijk-regio. Dit gremium is de formele ambtelijk opdrachtgever voor het NGG | MPZ. Het DO Rijk-regio komt minimaal vier keer per jaar bijeen. Groningen Seaports sluit aan bij het directeuren overleg vanuit haar eigen rol en verantwoordelijkheid. De directeuren zijn tevens verantwoordelijk voor het beschikbaar stellen van capaciteit en middelen. Voor het opstarten en/of uitvoeren van specifieke aanvullende onderzoeken, projecten of (deel) programma’s wordt separaat financiering georganiseerd via een opdracht. Het directeurenoverleg fungeert tevens als escalatieniveau bij knelpunten die door de programmaorganisatie worden door geleid naar het DO. Kerngroep Rijk-regio: De Kerngroep adviseert vanuit de individuele organisaties de programmaorganisatie, het directeurenoverleg, de bestuurlijke overleggen en de bestuurlijke tafels per ontwikkellijn.
De Kerngroep bestaat uit vertegenwoordigers van de partners. Programmaorganisatie: De programmaorganisatie staat dichtbij de partners. Het werkt als gebiedsgericht samenwerkingsverband namens en in opdracht van de betrokken overheidspartners. Het houdt overzicht, brengt samenhang aan en coördineert de uitwerking en uitvoering van het Ontwikkelperspectief,
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Gebiedsprogramma en de Investeringsagenda. De programmaorganisatie werkt namens Rijk en regio gezamenlijk, is verantwoordelijk voor het organiseren van het overkoepelende proces en geeft uitvoering aan- verschillende afspraken zoals benoemd in het ontwikkelperspectief en het Gebiedsprogramma. Waar nodig organiseert de programmaorganisatie gezamenlijke besluitvorming en slagkracht op integrale en/of complexe vraagstukken namens de partijen (niet op afstand, maar met concrete opdrachten en bekend met de beleidslijn/bestuurders). Zo wordt dubbel werk voorkomen. Hierbij kan gebruik gemaakt worden van de bij de partijen beschikbare instrumentaria (ook van het Rijksinstrumenaria, zoals beschreven in het Rijksprogramma NOVEX). Daarnaast zet de programmaorganisatie zich in voor het uitwerken van een gedeelde communicatiestrategie, het voeren van een gezamenlijke lobby, communicatie en/of betrekken van relevante partijen. Vanuit de regio wordt zorggedragen voor het vervullen van de rol van Programmamanager van de programmaorganisatie.
De programmamanager: - i s verantwoordelijk voor het integrale gebiedsprogramma -z it het overleg van de Kerngroep Rijkregio voor, evenals de Gebiedstafel -n eemt als opdrachtnemer deel aan het directeurenoverleg (DO) en de bestuurlijke overleggen -s tuurt de programmaorganisatie aan - i s verantwoordelijk voor de uitwerking van producten - i s bekend met de ontwikkelingen in het gebied, kent de betrokken partijen en hun belangen en verantwoordelijkheden, en coördineert op samenhang in het gebied -a dviseert over (beleids)keuzes en doelmatiger inrichten van samenwerkingen in het gebied.
Ontwikkelperspectief
Zowel Rijk als regio borgen continuïteit, capaciteit, kennis en middelen ter dekking van de Programmaorganisatie. De kosten voor de Programmaorganisatie worden, zoals eerder besloten, 50/50 gedeeld door Rijk en regio. Voor het opstarten en/ of uitvoeren van specifieke onderzoeken, projecten of (deel)programma’s wordt aanvullende financiering georganiseerd via een opdracht, waarbij de verdeling kan afwijken. Ambtelijke tafels per ontwikkellijn: De vijf bestaande thematafels worden omgezet naar de drie ontwikkellijnen. De uitwerking per ontwikkellijn wordt gecoördineerd door adviseurs met kennis van zaken en kan men ambtelijke gesprekstafels organiseren. Deze tafels bestaan uit de inhoudelijke deskundigen van de verschillende overheden en betrokken trekkers van ontwikkelingen. Deze tafels leveren inbreng voor de uitwerking en uitvoering van de ontwikkellijn. Zo mogelijk wordt de capaciteit van adviseurs georganiseerd via de partners. In de verdere uitwerking naar het gebiedsprogramma’s wordt de verdere indeling (gebiedsgericht of per ontwikkellijn) in eventuele deelprogramma’s overwogen. Escalatielijn: Indien er in het tot stand komen van resultaten of in de afstemming met reguliere tafels problemen ontstaan, dan volgt de escalatie de lijn vanaf het programmateam via DO, naar het BO.
Omgevingstafel: Het is cruciaal dat het vertrouwen van inwoners in de overheid weer toeneemt om gezamenlijk vooruit te kunnen kijken. Daarvoor is het nodig de positie van inwoners in de regio meer centraal te stellen bij nadere uitwerkingen in de deelgebieden en daarbij samenhangende communicatie en participatie te organiseren. De omgevingstafel is bedoeld om de participatiedruk bij inwoners te verminderen en toe te werken naar één heldere communicatielijn.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
81
Deelnemers aan deze tafel zijn de omgevingsmanagers en communicatieadviseurs van de belangrijkste projecten en programma’s in het gebied (n.t.b.). Specifieke communicatie over programma’s en projecten verloopt in principe via lopende trajecten, algemene via de overheidsorganisaties en gefaciliteerd door de NGG|MPZ samenwerking. Zo mogelijk wordt aangesloten bij het regionale gebiedsgericht werkenprincipe voor bredere participatie in de deelgebieden. 82
Strategische gebiedstafel: Aan de gebiedstafel wordt de (strategische) samenhang op proces en inhoud aangebracht en gecoördineerd. Deelnemers aan deze tafel zijn de programmamanagers van de belangrijkste integrale programma’s en ontwikkelingen in het gebied (n.t.b.).
Samenwerkingsagenda en (maatschappelijke) Klankbordgroep: Voor een goede samenwerking met het gebied wordt een samenwerkingsagenda opgesteld (zie ruimtelijk-economische ontwikkelstrategie). Onderdeel daarvan is een gebiedsbrede en intergrale (maatschappelijke) klankbordgroep. Deze bestaat uit externe partijen. De inzet van de klankbordgroep kan helpen om samen met (maatschappelijke) organisaties en/of belangrijke spelers uit het bedrijfsleven te zorgen dat het ontwikkelperspectief breed gedragen en gerealiseerd wordt. De klankbordgroep kan tevens worden ingezet om te reflecteren en om andere perspectieven en belangen te betrekken. Zo mogelijk wordt aangesloten bij reeds bestaande gremia.
83
Voorbeeld Maatschappelijke Klankbordgroep Groene Hart In NOVEX-gebied Groene Hart wordt gewerkt met een Maatschappelijke Klankbordgroep. Deze groep bestaat uit vertegenwoordigers van diverse organisaties en stichtingen op het terrein van natuur, landbouw, wonen, recreatie en toerisme. De Klankbordgroep geeft gevraagd en ongevraagd advies ten aanzien van het uitvoeringsprogramma van het ontwikkelperspectief Groene Hart en de verschillende projectplannen en activiteiten. Vooral waar het gaat om de impact van de activiteiten in de samenleving. De klankbordgroep heeft een adviserende rol richting het Bestuurlijk Platform. Enerzijds worden de signalen vanuit de maatschappelijke organisaties ingebracht in het Bestuurlijk Platform en anderzijds het overheidsbeleid voor de maatschappelijke organisaties gepolst en zo nodig toegelicht. De Klankbordgroep zorgt voor de verbinding tussen het Bestuurlijk Platform Groene Hart en de maatschappelijke organisaties en draagt bij aan draagvlak en realisatie. De klankbordgroep komt 4x per jaar bijeen. De voorzitter van de klankbordgroep woont regelmatig de Bestuurlijk Platform vergaderingen bij om te reflecteren op de onderwerpen en beleidsvoorstellen.
Uitwerking in samenwerkingsovereenkomst In dit hoofdstuk zijn eerdere bestuurlijke afspraken over de samenwerking en governance aangevuld. Dit werken de partijen verder uit in een samenwerkingsovereenkomst.
Ontwikkelperspectief
Daarin worden ook de samenhang met Nij Begun en andere relevante trajecten betrokken.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
RUIMTELIJKE KWALITEIT IN ONTWIKKELPERSPECTIEF NOVEX GEBIED GRONINGEN
Bijlagen 84
85
5 Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
UITGANGSPUNTEN Uitgangspunt: kwaliteit van de leefomgeving staat centraal De kwaliteit van de leefomgeving staat centraal, dit gaat niet alleen om sporen van het verleden, maar ook om kwaliteiten van de toekomst. Ontwikkelingen in onze tijd moeten bijdragen aan de kwaliteit van de leefomgeving van de Groninger. Mooie voorbeelden daarvan zijn Blauwestad, ‘t Roegwold, Forum, het Groninger museum en de innovatieve landbouw. 86
Naast fysieke kwaliteiten van landschap, dorpen en stad, gaat het ook om cultuur, de manier van samenleven, natuur, milieu, economische sectoren en innovatiekracht. We bouwen voort op een sterke basis: ‘Waardevol Groningen’, zoals hiernaast op kaartbeeld weergegeven. We stellen deze Groninger waarden en kwaliteiten centraal. Aansluitend bij de provinciale omgevingsvisie kiezen we daarbij voor oplossingen die de Groninger identiteit, landschappelijke en culturele waarden behouden én gelijktijdig een veerkrachtige en toekomstbestendige basis realiseren.
Herkenbare en logische ordening Een landschap is leesbaar door karakteristieke patronen en structuren zoals water, natuur, bebouwing en infrastructuur. Novex gebied Groningen herbergt meerdere landschapstypen, met elk zijn eigen patronen, die de beeldbepalende kwaliteiten vormen. Deze patronen en structuren zijn beeldbepalende vormgevers van het landschap en kunnen we als vertrekpunt gebruiken om nieuwe ontwikkelingen een streekeigen karakter te geven. Elke ruimtelijke ontwikkeling heeft te maken met een functionele ordening. Zo heeft het watersysteem te maken met hoogteligging en afwatering richting zee en zijn energiesystemen gebaseerd op een netwerk met verdeelstations en hoogspanningsleidingen. Nieuwe ruimtelijke ontwikkelingen dienen niet alleen rekening te houden met deze functionele ordening, maar moeten aansluiten bij de herkenbare patronen en structuren van het landschap.
Uitgangspunt: ruimtelijke kwaliteit voorop
kaartbeeld Waardevol Groningen (ruimtelijk voorstel Novex, november 2023)
De karakteristieke eigenschappen die we waarderen in onze leefomgeving willen we behouden en versterken. Dit betekent dat we zorgvuldig met ruimte om gaan en nieuwe ontwikkelingen zo in het landschap inpassen dat het herkenbaar en waardevol blijft en wordt. Ruimtelijke kwaliteit zien we daarbij als het geheel van herkomstwaarde, belevingswaarde, gebruikswaarde en toekomstwaarde. Ruimtelijke kwaliteit voorop krijgt in de provinciale omgevingsvisie handen en voeten in vier ruimtelijke uitgangspunten: • Herkenbare en logische ordening • Zorgvuldig meervoudig ruimtegebruik • Aanpasbaar ontwerpen • Meerwaarde creëren
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
voorbeeld herkenbare en logische ordening
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
87
WAT IS RUIMTELIJKE KWALITEIT? Ruimtelijke kwaliteit gaat over meer dan ‘mooi’. Het gaat ook over gebiedseigen, functionaliteit en duurzaamheid. Bij ruimtelijke kwaliteit zijn vier waarden samengebracht: Herkomstwaarde | De leefomgeving is ontstaan vanuit een natuurlijke basis, onder invloed van mensen die in de provincie zijn gaan wonen, werken en leven. Deze ontstaansgeschiedenis bracht landschappelijke en archeologische waarden. 88
Belevingswaarde | Deze waarde gaat over imago, uitstraling en aantrekkelijkheid van het landschap, de steden, dorpen en bouwwerken. Het gaat over alles wat we als mens kunnen beleven: zien, horen, voelen, ruiken en proeven. Gebruikswaarde | Alle inwoners van Groningen willen hun leefomgeving optimaal gebruiken voor het beoogde doel of de beoogde doelen, dus efficiëntie en functionaliteit zijn van belang. Toekomstwaarde | Alle ontwikkelingen en moeten robuust en duurzaam zijn, zodat de resultaten daarvan niet alleen nu, maar ook voor toekomstige generaties beschikbaar zijn. Ruimtelijke kwaliteit heeft betrekking op de directe leefomgeving van inwoners. Dit omvat alle schaalniveaus, van groots landschap tot stoeptegel, en betreft álle inwoners.
Zorgvuldig meervoudig ruimtegebruik Door met een brede integrale blik te kijken naar ontwikkelingen, kunnen we zien welke ontwikkelingen elkaar op welke manier beïnvloeden en of bepaalde functies gecombineerd kunnen worden. Zo kunnen we slim omgaan met ruimte, bijvoorbeeld door concentreren en bundelen van functies. Aanpasbaar ontwerpen Bij alles wat we nu doen, moeten we rekening houden met de langere termijn, met de generaties na ons. Dat betekent bijvoorbeeld kiezen voor circulair en aanpasbaar bouwen, maar ook het combineren van ruimtelijke ontwikkelingen met nieuw water en groen, dat is goed voor de klimaatopgave én voor het welbevinden van mensen. Meerwaarde creëren Samen met en voor Groningers betekent dat ruimtelijke opgaven in samenspraak met omwonenden en belanghebbenden tot stand komen. Door in een vroeg stadium van het planproces ideeën over en weer te bespreken maakt het mogelijk om meerwaarde voor mensen te realiseren. Meerwaarde in plannen brengen kan door slimme combinaties, een creatieve blik en een ontwerpgerichte aanpak van begin tot eind goed te benutten. Zo ontstaan verrassende nieuwe ideeën.
Uitgangspunt: ruimtelijke kwaliteit realiseer je samen Ruimtelijke kwaliteit is de resultante van een gezamenlijke inzet, door overheid, inwoners en gebruikers van de fysieke leefomgeving. De provincie zet zich in om een bijdrage te leveren aan een zo’n hoog mogelijke ruimtelijke kwaliteit in de provincie Groningen. Een goede samenwerking tussen bestuurders, management, de verschillende teams, diensten en externe partijen is hierbij cruciaal. 89
voorbeeld zorgvuldig meervoudig ruimtegebruik
HET BELANG VAN RUIMTELIJKE KWALITEIT Ruimtelijke kwaliteit draagt bij aan een fijne leefomgeving voor iedereen, nu en in de toekomst. Inwoners die hun omgeving waarderen, voelen zich ermee verbonden, zorgen ervoor en investeren erin. Een veilige en prettige leefomgeving draagt bij aan gezondheid en sociale cohesie. Ruimtelijke kwaliteit is een belangrijke vestigingsfactor voor woningzoekenden en bedrijven en verhoogt toeristisch-recreatieve aantrekkingskracht. Goede ruimtelijke kwaliteit maakt een omgeving robuust en inclusief, in staat om mee te groeien met transformaties die zich aandienen.
voorbeeld meerwaarde creëren
Ruimtelijke kwaliteit dient dus economische, sociale, ecologische en culturele belangen.
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
voorbeeld aanpasbaar ontwerpen
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
RUIMTELIJKE KWALITEIT VOOROP Ruimtelijke kwaliteit voorop is de basisambitie bij alles wat we doen en ontwikkelen in Novex gebied Groningen. Dat betekent dat de ruimtelijke kwaliteitsaspecten van Waardevol Groningen, de ambities uit de provinciale omgevingsvisie en de algemene ruimtelijke kwaliteitsopgaven in dit gebied het vertrekpunt vormen voor alle ontwikkelingen. Dit is samen te vatten in vijf aandachtsvelden voor ruimtelijke kwaliteit: 90
• Leesbaar landschap • Nieuw perspectief voor het Duurswoldgebied • Kwaliteitsverbetering van gebieden onder druk • Energietransitie in samenhang met leefomgeving • Fysieke leefomgeving inwoners Leesbaar landschap (krachtige landschappen) Primaire rode draad: ‘krachtige landschappen’ Waardevol Groningen en de beeldbepalende kwaliteiten van de landschapstypen in Novex gebied Groningen vormen het vertrekpunt voor alles wat we doen. Hier verwijzen naar 3.2 waardevol groningen en 4.5 landschap. totaalbeeld ruimtelijke kwaliteit voorop
Landschapskwaliteiten als vertrekpunt
Duurswoldgebied en groenblauwe verbindingen
Kwaliteitsverbetering gebieden onder druk
Waardevolle cultuurlandschappen
Energietransitie in samenhang
Fysieke leefomgeving inwoners
met leefomgeving
(indicatief)
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Provincie Groningen kent een aantal cultuurlandschappen met een hoge belevingswaarde en veel cultuurhistorische, archeologische, aardkundige, landschappelijke en natuurwaarden. Deze landschappen zijn van extra groot belang voor de diversiteit en identiteit van Groningen en krijgen in de provinciale omgevingsvisie een aparte status. Het doel is om in deze gebieden de vitaliteit en unieke kwaliteiten te behouden en het toevoegen van nieuwe kwaliteiten te stimuleren. Binnen Novex gebied Groningen gaat het om: het Waddengebied, buitendijks het Unesco Werelderfgoed Waddenzee en binnendijks de kustpolders en het wierdenlandschap; de Dollardpolders in het Oldambt; het Gorecht, inclusief Geopark De Hondsrug en Nationaal beeken esdorpenlandschap Drentsche Aa.
Ontwikkelperspectief
Nieuw perspectief voor het Duurswoldgebied Primaire rode draad: ‘krachtige landschappen’ Het Duurswoldgebied is een gebied waar veel opgaven samenkomen. In de provinciale omgevingsvisie wordt voor dit gebied een gebiedsgerichte aanpak voorgesteld, met inzet van ontwerpend onderzoek om te komen tot ‘een van de mooiste nieuwe landschappen van Nederland’. Ruimtelijke kwaliteit voorop is daarbij niet alleen uitgangspunt, maar vormt in dit gebied de aanjager van het ontwerpend onderzoek en is een verbinder zijn tussen alle opgaven. Van robuuste groen-blauwe gebieden tot leefbaarheid en van nieuwe verdienmodellen voor agrariërs tot behoud van landschappelijke en cultuurhistorische waarden. Door ontwerpend onderzoek kunnen ruimtelijke consequenties van scenario’s, keuzes en oplossingen helder in beeld worden gebracht, zodanig dat beeldverhalen ontstaan die bestuurders, bedrijven en inwoners helpen in de beoogde gebiedsgerichte aanpak. Kwaliteitsverbetering van gebieden onder druk Primaire rode draad: ‘onderscheidende clusters en lijnen’ In de provincie Groningen zijn een aantal gebieden aan te wijzen waar de afgelopen decennia extra druk is ontstaan op de kwaliteit van de leefomgeving door nieuwe ontwikkelingen. In de provinciale omgevingsvisie wordt gesteld dat we in deze gebieden actief aan de slag gaan met kwaliteitsverbetering van de landschappen.
Het gaat om drie gebieden, die allemaal binnen het Novex gebied Groningen liggen: het gebied A7/ N33 rondom Meeden, rond de Eemshaven en het gebied rondom Oosterhorn. In deze gebieden hebben grote ontwikkelingen de kwaliteit van de leefomgeving, de kernkwaliteiten van het landschap en het erfgoed aangetast.
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
91
Energietransitie in samenhang met leefomgeving Primaire rode draad: ‘onderscheidende clusters en lijnen’
92
Energietransitie is een grote opgave met een forse impact op de fysieke ruimte in novex gebied Groningen. Niet alleen vragen nieuwe energie-infrastructuur en -bouwwerken om nieuwe fysieke ruimte, maar ook bestaande structuren en elementen hebben afgelopen decennia al grote impact gehad op de directe leefomgeving van inwoners van dit gebied. Dat geldt niet alleen voor inwoners in de nabijheid van de gebieden onder druk zoals hiervoor benoemd, maar ook voor inwoners in de nabijheid van hoogspanningsleidingen, transformatorgebouwen, zonneparken en ander bouwwerken ten behoeve van de energietransitie. Alle nieuwe bouwwerken en structuren die nodig zijn voor de energietransitie, dienen in samenhang met de directe leefomgeving van inwoners, met de kernkwaliteiten van het landschap en Waardevol Groningen als vertrekpunt, ontworpen te worden. Ruimtelijke kwaliteit voorop!
Fysieke leefomgeving inwoners Primaire rode draad: ‘sterke samenleving, dorpen en steden’ De kwaliteit van de leefomgeving staat centraal, we stellen de Groninger waarden en kwaliteiten centraal (zie H3). In Novex gebied Groningen geldt daarbij, dat de directe leefomgeving van inwoners in een aantal gevallen om extra aandacht vraagt. Dat geldt in elk geval voor dorpen en (delen van) steden waar de versterkingsopgave grote impact heeft, heeft gehad, of nog gaat hebben. Hier dient nadrukkelijk een koppeling te worden gelegd tussen de ruimtelijke kwaliteit van de versterking an sich en de ruimtelijke kwaliteit van de directe leefomgeving, de directe buitenruimte rondom woning, straat en dorp.
93
Daarnaast vragen boerderijen en erven om extra aandacht voor ruimtelijke kwaliteit en de fysieke inrichting en leefomgeving. Op boerenerven komen diverse opgaven samen: • verduurzaming: zowel van gebouwen (veelal karakteristiek of monumentaal) als van agrarische bedrijfsvoering (wat vaak meer ruimte vraagt dan beschikbaar) • instandhouding van cultureel en groen erfgoed in de vorm van boerderijen en erfbeplanting • instandhouding en ontwikkeling van een leesbaar landschap: boerderijen zijn (mede) dragers en vormgevers van het landschap, individueel of als onderdeel van een reeks of lint • herbestemming: bij vrijkomende agrarische bebouwing, maar mogelijk ook bij transitie van landbouwgronden in het Duurswoldgebied
Samenwerkende overheden:
Colofon: Ontwikkelperspectief NOVEX gebied Groningen | Masterplan Zeehavens © 2025 provincie Groningen (namens de samenwerkende overheden) Definitief opgemaakte versie d.d. 5 juni 2025 Op dit document en de inhoud ervan rust auteursrecht. Alle rechten voorbehouden. Dit ontwikkelperspectief is van de samenwerkende overheden: de Rijksoverheid, de waterschappen Hunze en Aa’s en Noorderzijlvest, de gemeenten Het Hogeland, Eemsdelta, Midden-Groningen en Groningen, de provincie Groningen. Partijen hebben het ontwikkelperspectief gezamenlijk opgesteld, met medewerking van Groningen Seaports. Contact programmaorganisatie NOVEX gebied Groningen | Masterplan Zeehavens: mpz-novexgebgn@provinciegroningen.nl
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief
Novex-gebied Groningen | Masterplan Zeehavens
Ontwikkelperspectief NOVEX-gebied Groningen Masterplan Zeehavens
2035/ 2050