119.1 Ontwerp-vaststellingsbesluit-Gaswinning-Groningen-Vaststellingsbesluit-2023-2024
Tekst van het document
KNMI geeft aan dat de door TNO gem odelleerde afname in de frequentie van bevingen met een m agnitude van 1,5 op de schaal van Richter of hoger over de periode 2013-2022 niet aansluit op de waarnem ingen. De gem odelleerde afnam e is groter dan de waargenom en afname. 4.4.3.2 Beoordeling Op basis van de analyse van KNMI kunnen concludeer ik dat het aantal aardbevingen in het Groningenveld aan het dalen is sinds de afbouw van de gaswinning in 2013 is gestart. Dit is goed nieuws en hieruit blijkt dat de afbouw van de gaswinning in Groningen het beoogde effect heeft op de seismiciteit in het Groningenveld. Verder geeft de analyse van KNMI aan dat de toekomstige afnam e van aardbevingen m et een m agnitude van 1,5 op de schaal van Richter of hoger m inder snel verloopt dan gemodelleerd. Dit betekent dat ik bij de interpretatie van de prognose rekening houd met de m ogelijkheid dat ook de toekomstige afnam e m inder snel verloopt dan gemodelleerd. In dit kader loopt ook al een onderzoek
Pagina 24 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
door NAM in opdracht van SodM 18. De onderzoeksresultaten worden dit jaar nog verwacht. Eventuele aanbevelingen zal ik ter harte nem en.
PDGGO / 26885468
4.4.4 Seismische dreiging De seismische dreiging 19 wordt gegeven door de verwachte grondbewegingen aan het aardoppervlak, die m et een bepaalde waarschijnlijkheid kunnen optreden als gevolg van een aardbeving. In alle scenario’s (1, 2a en 2b) wordt in het gasjaar 2023-2024 een m aximale piekgrondversnelling van 0,13 g over een periode van 475 jaar verwacht. De grondversnellingen die kunnen optreden tijdens een aardbeving zijn locatieafhankelijk, onder andere vanwege verschillen in sam enstelling van de ondiepe ondergrond. Mede daardoor is ook de seismische dreiging ruim telijk verschillend. De SDRA 2023 laat zien dat voor het gasjaar 2023-2024 de seismische dreiging het grootst is in het gebied ten noordwesten van Loppersum. Ook dit is het gevolg van de grootschalige drukvereffening en niet van de scenario’s waarvoor een operationele strategie is opgesteld. 4.4.5 Seismisch risico Om het seism isch risico te berekenen, wordt de kans bepaald dat de grondversnellingen die kunnen optreden als gevolg van een aardbeving leiden tot structurele schade aan een gebouw, waardoor dit gebouw mogelijk kan instorten. Daarom wordt berekend hoe belastbaar gebouwen boven het Groningenveld zijn. Daarnaast wordt de seismische dreiging gemodelleerd. De m ate van belastbaarheid en seismische dreiging bepalen of een gebouw al dan niet voldoet aan de veiligheidsnorm.
Uit de SDRA 2023 blijkt dat in scenario 1, 2a en 2b respectievelijk 18, 23 en 18 gebouwen in het effectgebied van het Groningenveld niet aan de veiligheidsnorm voldoen. De veiligheidsnorm waaraan het seismisch risico wordt getoetst licht ik nader toe in paragraaf 5.2. 4.4.6 Schade Als gevolg van de aardbevingen kan er ook schade ontstaan aan gebouwen. Om schade te beoordelen is er een schadeclassificatie met daarin verschillende schadetoestanden gedefinieerd. TNO heeft een prognose gemaakt van het aantal gebouwen dat de schadetoestanden ‘verwaarloosbare tot lichte schade’, ‘gem atigde schade’ en ‘aanzienlijke tot zware schade’ overschrijdt. In de onderstaande tabel worden deze schadetoestanden aan gebouwen weergegeven per scenario. Tabel 2: Aantal gebouwen met schadetoestanden, per scenario Scenario Aantal gebouwen Aantal gebouwen Aantal gebouwen met met gematigde met aanzienlijke verwaarloosbare tot schade tot zware schade lichte schade 1 204 14 3 2a 234 17 3 Kamerstukken II 33 529, nr. 1079 De seismische dreiging wordt gegeven door de piekgrondversnelling (Engelse vertaling: peak ground acceleration) die een overschrijdingskans heeft van eens in de 475 jaar. Piekgrondversnellingen worden uitgedrukt in de valversnelling g, waarbij g = 10 m/s2.
18 19
Pagina 25 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
PDGGO / 26885468
2b
210
15
3
Zoals uit bovenstaande tabel valt op te m aken, is het aantal gebouwen met de verschillende soorten schade het hoogst in scenario 2a en het laagst in scenario 1. In paragraaf 5.6.2 ga ik nader in op schade. 4.4.7 Adviezen gevolgen operationele strategie Advies TNO 30 mei 2023 TNO m erkt in haar advies op dat er voor wat betreft seismiciteit, veiligheid en gebouwschade slechts sprake is van een klein verschil tussen de verschillende scenario’s waarvoor een operationele strategie is opgesteld. 4.4.8 Beoordeling TNO geeft aan dat voor wat betreft seismiciteit, veiligheid en gebouwschade de verschillen tussen de verschillende scenario’s klein zijn. Ik ben het eens m et deze constatering. Mijn streven blijft wel om de gevolgen van de gaswinning zoveel m ogelijk te beperken. 4.5.
Wijze van inzet Groningenveld
Uit een aanvullend advies van GTS van 26 m ei 2023 (zie ook paragraaf 5.3.2) blijkt dat het voor de leveringszekerheid niet noodzakelijk is dat de productielocaties direct opregelbaar zijn, oftewel het hele jaar door op de waakvlam staan. In plaats daarvan is het voldoende als de productielocaties binnen enkele uren beschikbaar zijn. Dit heeft m ij ertoe gebracht een variant op operationele strategie 1, waarbij geen gas wordt gewonnen, te onderzoeken. In deze variant op operationele strategie 1 wordt het Groningenveld beschikbaar gehouden voor voorzienbare situaties waarin capaciteitstekorten kunnen optreden. Dit betreft dan feitelijk een koude dag of periode (d.w.z. bij weersvoorspellingen van een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager 20), om dat bij die tem peraturen de uitval van een groot capaciteitsmiddel niet zonder het Groningenveld kan worden opgevangen. Op het m om ent dat een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager verwacht wordt, wordt een aantal productielocaties alvast op waakvlam niveau gezet. Daardoor is de leveringszekerheid ook geborgd als tijdens de koude periode gasopslag Norg uit zou vallen. Dan kan in die situatie de productie opgeregeld worden. Op grond van Europese regels m oet die tot -15,5 °C en uitval van installaties zijn geborgd.
Zodra de kou voorbij is, gaan de locaties weer naar nul (zie ook paragraaf 5.3.2). 21 Ik realiseer m ij dat de betrouwbaarheid van het systeem lager zal zijn dan het geval is als de productielocaties continu op de waakvlam staan. Ik wil m et het oog Een dergelijke temperatuur komt statistisch gezien vier dagen per winter voor, maar de afgelopen tien jaar maar twee keer. 21 Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de raad betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid. 20
Pagina 26 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
op de veiligheid in Groningen echter het waakvlam niveau vermijden, om dat bij waakvlam bij voorbaat vaststaat dat er 3,2 m iljard Nm 3 (scenario 2a) of 1,5 PDGGO / 26885468 m iljard Nm 3 (scenario 2b) volum e wordt geproduceerd. Ik zal het Groningenveld alleen inzetten als er sprake is van een voorspelde koude dag of periode (d.w.z. bij weersvoorspellingen van gem iddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager). In dat geval zal er een zeer beperkte m ate van gasproductie zijn. Deze m ate van gasproductie hangt af van het aantal vorstdagen. Dit zal ik in de zom er in sam enspraak m et NAM en GTS nader testen. Ik zal ook SodM hierbij betrekken. Ik zal de details opnemen in het definitieve vaststellingsbesluit. 4.5.1 Adviezen Advies SodM 1 juni 2023 SodM stelt dat het op dit m oment niet veilig is in Groningen en adviseert daarom het Groningenveld per 1 oktober 2023 te sluiten. SodM m erkt hierbij op dat indien dit niet vóór 1 oktober 2023 gerealiseerd kan worden en inzet van het Groningenveld komend gasjaar onvermijdelijk is, de productie moet worden beperkt tot de nog operationele vijf productielocaties (scenario 2b) en adviseert hierover duidelijk en transparant te communiceren naar de bewoners, zodat zij uitzicht hebben op een definitieve einddatum, of in elk geval weten aan welke voorwaarden precies voldaan m oet zijn voordat sluiting écht mogelijk is.
Advies provincie Groningen 31 mei 2023 De provincie Groningen adviseert om scenario 1 vast te stellen als operationele strategie zodat het Groningenveld op 1 oktober 2023 wordt gesloten. De belangrijkste m aatstaf hierbij is de veiligheid van en m aatschappelijke im pact op de inwoners van de provincie Groningen. Daarbij schrijft de provincie dat door het vaststellen van scenario 1 als operationele strategie, de oorzaak van schade ook zo snel m ogelijk wordt weggenomen. Bovenstaand advies wordt ook gegeven door alle andere m edeoverheden (gem eente Eemsdelta, gemeente Groningen, gemeente Het Hogeland, MiddenGroningen, gemeente Oldam bt, gemeente Pekela, gem eente Veendam, gemeente Westerkwartier, gemeente Westerwolde, Veiligheidsregio Groningen, waterschap Hunze en Aa’s en waterschap Noorderzijlvest). Advies provincie Drenthe 30 mei 2023 De provincie Drenthe adviseert om de zes in april gesloten productielocaties niet opnieuw in gebruik te nem en en scenario 1 vast te stellen als operationele strategie zodat het Groningenveld op 1 oktober 2023 wordt gesloten. Bovenstaand advies wordt ook gegeven door de gemeente Noordenveld en de gem eente Tynaarlo. Advies Mijnraad 13 juni 2023 De Mijnraad beveelt aan om op korte termijn te onderzoeken in hoeverre de zes gesloten (m aar niet geabandonneerde) productielocaties ingezet kunnen worden als ze niet op waakvlam niveau functioneren.
Dat geldt ook voor het bestuderen en testen van de m ogelijkheden voor roulatie van de verschillende productielocaties, en het ontwikkelen van zom er- en winterconfiguraties van inzet. De Mijnraad Pagina 27 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
adviseert om in overleg te gaan over die m ogelijkheden en de daarvoor noodzakelijke condities. En m ocht het m ogelijk zijn dan daadwerkelijk in het najaar en de winter te blijven testen of de putten nog steeds in staat zijn om snel op te schakelen. Daarnaast adviseert de Mijnraad om de zes gesloten productielocaties niet op waakvlam niveau te zetten, m aar wel te onderzoeken en te testen wat hun inzetbaarheid kan zijn in de extreme situatie dat een beroep gedaan m oet worden op capaciteit vanuit het Groningenveld.
PDGGO / 26885468
De Mijnraad adviseert verder om de status quo voor wat betreft operationele productielocaties te handhaven. Dat betekent vijf productieclusters het komend gasjaar op waakvlam niveau inzetten conform operationele strategie 2b. 4.5.2 Beoordeling Uit de adviezen van SodM en de m edeoverheden blijkt dat er een sterke voorkeur is om het Groningenveld per 1 oktober 2023 te sluiten (operationele strategie 1). Hierbij weegt het veiligheidsbelang logischerwijs zwaar. De Mijnraad adviseert om operationele strategie 2b vast te stellen en te testen in hoeverre de zes in april gesloten productielocaties beschikbaar kunnen zijn in extrem e situaties. De adviezen sterken m ij in m ijn voorgenomen besluit om de gaswinning voor gasjaar 2023-2024 op 0 m iljard Nm 3 vast te stellen, m aar het Groningenveld voor bepaalde uitzonderlijke situaties beschikbaar te houden. SodM en de m edeoverheden adviseren om het Groningenveld per 1 oktober 2023 te sluiten. De Mijnraad ziet risico’s op het gebied van leveringszekerheid. Door te kiezen voor de wijze van inzet zoals uiteengezet in paragraaf 4.5, wordt de gaswinning beperkt terwijl leveringszekerheidsrisico’s toch zoveel m ogelijk worden gem itigeerd. 4.6.
Inzet Groningenveld als back-up
In de afgelopen jaren is het Groningenveld achter de hand gehouden als back-up voor onvoorziene situaties. Dit betekent dat het was toegestaan de gaswinning te verhogen in geval van bepaalde uitzonderlijke situaties. Deze m ogelijkheid is al sinds 2019 onderdeel van het vaststellingsbesluit voor het Groningenveld en was eerder in vergelijkbare vorm onderdeel van de betreffende besluiten. Er is echter nog nooit gebruik gemaakt van de back-up rol van het Groningenveld. Vanwege het voornemen om in het gasjaar 2023-2024 de winning uit het Groningenveld op nul vast te stellen, is het niet m ogelijk om het Groningenveld als back-up in te zetten op dezelfde wijze als in voorgaande jaren. Om een bron in te zetten als back-up is het nam elijk belangrijk dat deze snel beschikbaar is. Onvoorziene omstandigheden, zoals uitval van installaties, zijn in tegenstelling tot een grote capaciteitsvraag bij koud weer niet te voorspellen. GTS geeft aan dat het Groningenveld pas nodig is als back-up bij gem iddelde effectieve etm aaltemperaturen van -6,5 °C of lager. Ik ga ervan uit dat tot die tem peraturen de back-up kan worden geregeld m et inzet van andere m iddelen, zoals de stikstofinstallaties en gasopslagen.
Pagina 28 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
In het geval van om standigheden van zeer strenge kou, waarbij de m iddelen PDGGO / 26885468 anders dan het Groningenveld naar verwachting al m axim aal worden ingezet om in de reguliere gasvraag te voorzien, is aanvullende onttrekking uit deze m iddelen niet m ogelijk. Daarom ben ik voornemens om het Groningenveld voor gasjaar 2023-2024 beschikbaar te houden als back-up bij een verwachting van een gem iddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager. Ten opzichte van voorgaande jaren wordt de inzet als back-up dus verder ingeperkt. Inzet van het Groningenveld als back-up is alleen toegestaan in urgente situaties waarin de productielocaties bij een voorspelde koude periode reeds naar het waakvlam niveau zijn gebracht en waarin extra winning nodig is om het evenwicht in het gassysteem in de eerste uren en dagen te kunnen handhaven. Het doel van deze inzet is om op zeer korte term ijn het goed functioneren van het gassysteem te kunnen garanderen, waarbij de urgente situatie zich over m eerdere aaneengesloten dagen kan voordoen. Hierm ee worden grote technische en veiligheidsrisico’s voorkomen. Bovendien wordt daarmee het risico verkleind dat kleinverbruikers in Nederland in de kou kom en te staan.
De back-up van het Groningenveld ziet op de volgende situaties, m its er ook een verwachting is van een koude dag of periode (een gemiddelde effectieve etm aaltemperatuur van -6,5 °C of lager) en het Groningenveld dus reeds vanuit nul naar het waakvlam niveau is gebracht: 1. Transportbeperkingen; 2. Technische mankementen aan de installaties van GTS; 3. Onvoorziene ontwikkelingen in de sam enstelling van het hoogcalorisch gas; 4. Feitelijke onbeschikbaarheid van de UGS Norg, UGS Grijpskerk of PGI Alkm aar; 5. Een systeemonbalans door bijvoorbeeld een fysiek tekort aan gas. Het volum e beschikbaar voor de back-up bedraagt op basis van de in paragraaf 3.1 genoemde ram ing van GTS 1,5 m iljard Nm 3. In paragraaf 5.3.3 zal ik nader in gaan op het benodigde back-up volume. Gevolgen voor de bodembeweging De gevolgen voor de bodembeweging van gaswinning boven waakvlam niveau zijn niet in kaart gebracht. Ik verwacht dat inzet van het Groningenveld als back-up m axim aal slechts een beperkt aantal keren zal voorkom en. In deze gevallen zal het gaan om een beperkte en kortstondige inzet, waarbij de grenzen van de backup niet worden bereikt. 4.7.
Conclusie
Op basis van de ram ing en de aanvullende analyse van GTS blijkt dat er in potentie sprake is van tekorten in de aanvoer van hoogcalorisch gas, waardoor bij koude weersomstandigheden capaciteit kan worden gevraagd van het Groningenveld. In dat geval m oet conform Europese regelgeving nam elijk rekening worden gehouden m et uitval van een groot capaciteitsmiddel, zoals UGS Norg. Ondanks het feit dat de m edeoverheden in Groningen en Drenthe en SodM Pagina 29 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
adviseren om het Groningenveld per 1 oktober 2023 te sluiten, kan ik dit leveringszekerheidsrisico niet negeren. Tegelijkertijd weeg ik de veiligheidsrisico’s door seismiciteit en bodemdaling zwaar. Hoewel het KNMI aangeeft dat de seism iciteit sinds 2013 is afgenomen, wil ik dit risico zoveel m ogelijk m itigeren. Daarom wil ik de winning op het Groningenveld vast stellen op 0 Nm 3. De productielocaties zullen dan ook niet langer op waakvlam niveau produceren.
PDGGO / 26885468
We behouden daarom het komende gasjaar de m ogelijkheid om m et de elf nog bestaande productielocaties toch in beperkte m ate gas te winnen in bepaalde zeer uitzonderlijke situaties. Het gaat dan om het tijdelijk naar waakvlam niveau van de productielocaties als zeer strenge kou aanstaande is, zodat snel gereageerd kan worden als in die om standigheden belangrijke productiemiddelen uitvallen. Als bijvoorbeeld gasopslag Norg uitvalt, is de leveringszekerheid zonder inzet van het Groningenveld nog geborgd tot een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C (waarbij tem peraturen net onder het vriespunt en windkracht 5 ook resulteren in een effectieve temperatuur van -6,5˚C). Volgens de analyse van GTS zijn dat gem iddelde effectieve etmaaltemperaturen die in onze winters regelmatig voorkom en: statistisch gezien is het elke winter vier dagen -6,5˚C of kouder, m aar in de afgelopen tien jaar waren er slechts twee winters waarbij het op een aantal dagen daadwerkelijk -6,5˚C of kouder was. Het naar waakvlam niveau brengen van de productielocaties wordt deze zomer m et NAM en GTS getest. NAM en GTS hebben aangegeven aan deze niet eerder gehanteerde aanpak m ee te werken. Het gaat hierbij enkel om gasjaar 20232024. Hierbij wordt ook SodM betrokken. Een voorwaarde is ook dat Zuidbroek II per 1 oktober van dit jaar werkt.
Ik heb de Kam er op 16 juni laten weten dat GTS verwacht dat ingebruikname inderdaad op 1 oktober een feit zal zijn. 22 Het Groningenveld zal alleen nog worden ingezet als back-up als de productielocaties zijn opgestart vanwege koude weersomstandigheden. Het backup volum e bedraagt maxim aal 1,5 m iljard Nm 3. In norm ale om standigheden, d.w.z. bij gem iddelde effectieve etmaaltemperaturen hoger dan -6,5 °C wordt de back-up ingevuld door de inzet van andere m iddelen.
22
Kamerstukken II 2022/23, 33529, nr. 1151. Pagina 30 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
5. Toetsing aan de specifieke wettelijke criteria PDGGO / 26885468
5.1.
Inleiding
In hoofdstuk 2 is het wettelijk kader uiteengezet. Hierin staat beschreven dat op grond van artikel 52d, van de Mijnbouwwet, ik bij de vaststelling van het winningsniveau en de operationele strategie enerzijds het veiligheidsbelang en het m aatschappelijk belang van het niet kunnen voorzien van eindafnemers van gas, en anderzijds het belang van de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van de bodembeweging veroorzaakt door de gaswinning betrek. Hierbij kijk ik in het bijzonder: a. in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10 -5 per jaar; b. in hoeverre de leveringszekerheid van verschillende categorieën eindafnemers wordt geborgd; c. naar het tem po van de afbouw van de vraag; d. naar het tem po van versterken van gebouwen; e. naar m aatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld; f. naar m aatschappelijke ontwrichting als gevolg van het afsluiten van verschillende categorieën eindafnemers. In de hiernavolgende paragrafen doorloop ik deze criteria. Daarbij betrek ik de adviezen van KNMI, de Mijnraad, de m edeoverheden, SodM en TNO die ik op specifiek onderdelen heb ontvangen. 5.2.
Veiligheidsrisico’s (criterium a)
5.2.1 Inleiding In deze paragraaf wordt ingegaan op de veiligheidsrisico’s die de gaswinning veroorzaakt. Ten eerste wordt uiteengezet welke vorm en van voorzorg worden toegepast. Daarna volgt een beschrijving van de veiligheidsnorm die wordt gehanteerd, de wijze waarop een beoordeling plaatsvindt en het risicobeleid dat daarop is gebaseerd. Vervolgens wordt ingegaan op de uitkomsten van de SDRA 2023 die ter onderbouwing van de operationele strategieën is opgeleverd. Dit hoofdstuk focust zich op de norm voor fysieke veiligheid. De resultaten van de PEGA laten echter zien dat veiligheid niet enkel benaderd kan worden door het berekenen van fysieke risico’s. Veiligheid is een breder begrip. Ook de gevolgen voor de bewoners die zich onveilig voelen in hun eigen huis of lijden onder stress en onzekerheid m oeten m eegewogen worden in de besluitvorming. Deze aspecten worden nader uitgewerkt in paragraaf 5.6.4. 5.2.2. Voorzorg en mitigerende maatregelen Bij veiligheidsrisico’s hoort adequate voorzorg, vanuit de zorgplicht die bestaat voor aardgaswinning. Dit wordt ingevuld door continu te werken aan drie elem enten: • beperking van het risico bij de bron; • beperking van de nadelige gevolgen door m itigerende m aatregelen; • en verm indering van kennisonzekerheden.
Pagina 31 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Door de gaswinning uit het Groningenveld af te bouwen tot nul wordt de oorzaak van de risico’s bij de bron aangepakt. De aanpak en voortgang hiervan zijn beschreven in paragraaf 5.4.
PDGGO / 26885468
Onder het beperken van het risico bij de bron valt dat de seismiciteit bij de uitvoering van de gaswinning zoveel als m ogelijk wordt beperkt. Dit is onderdeel van de operationele strategie. De seismiciteit wordt continu gemonitord. Dit zal niet ophouden als de gaswinning is beëindigd. Ik ben en blijf verantwoordelijk voor de veiligheid. Het beperken van nadelige gevolgen door m itigerende m aatregelen in het aardbevingsgebied bestaat uit het preventief versterken van woningen en gebouwen. In paragraaf 5.5 wordt ingegaan op het tem po van de versterking. Daarnaast wordt de aardbevingsbestendigheid van industriële installaties en infrastructurele werken beoordeeld en, zo nodig, verbeterd (paragraaf 5.2.3). Ook wordt ingezet op het tegengaan van de psychosociale effecten van de gaswinning, zie paragraaf 5.6. Nog jaren nadat de gaswinning definitief is beëindigd zal het nodig blijven om de bodembeweging en drukontwikkeling in het veld te m onitoren. NAM zal dit onder toezicht van SodM uitvoeren. NAM m aakt gebruik van het onafhankelijk m eetnetwerk van KNMI. Als de gaswinning stopt m oet NAM op grond van de Mijnbouwwet binnen een jaar na beëindiging van de productie een verwijderingsplan voor ontmanteling van de locatie indienen. Er wordt onder andere rekening gehouden m et de (eventuele) noodzaak om putten te behouden ten behoeve van m onitoring.
Als het kan zal NAM de putten afsluiten en eventuele verontreiniging verwijderen. Het terrein wordt opgeruimd. Zie hier onder andere de correspondentie die ik heb gevoerd m et een oud-Inspecteur-Generaal der Mijnen. 23 Daarnaast wordt via onderzoeksprogramma’s continu onderzoek gedaan om kennis te ontwikkelen en meer inzicht te verkrijgen in veiligheidsrisico’s en m ogelijke mitigerende m aatregelen. Ook dit draagt bij aan de voorzorg bij de bron om de seismiciteit zoveel m ogelijk te beperken. In het Kennisprogramma Effecten Mijnbouw (hierna: KEM) wordt hiervoor het inzicht in de m ogelijke dreigingen en risico’s van m ijnbouwactiviteiten in Nederland vergroot. 24 Het programma DeepNL 25 van Nederlandse Organisatie voor Wetenschappelijk Onderzoek (NWO) is opgezet in 2017. DeepNL beoogt het fundamentele begrip van de dynam iek van de diepe ondergrond onder invloed van m enselijk ingrijpen te verbeteren. Kennis over de bovengrondse gevolgen van de gaswinning wordt vergaard door de onderzoeksprogramma’s van het ministerie van EZK en NCG. In dit kader werkt NCG m et de kennisplatforms ‘Bouwen en versterken’ en ‘Leefbaar en kansrijk’ 26,
https://www.rijksoverheid.nl/onderwerpen/gaswinning-ingroningen/documenten/kamerstukken/2023/06/16/27843545-correspondentie-met-dhr-dejong 24 Zie voor meer informatie https://kemprogramma.nl 25 Zie voor meer informatie www.nwo.nl/onderzoeksprogrammas/deepnl 26 Zie voor meer informatie https://www.nationaalcoordinatorgroningen.nl/versterken/onderzoek-naarversterkingsopgave/kennisplatformshttps://www.nationaalcoordinatorgroningen.nl/versterk en/onderzoek-naar-versterkingsopgave/kennisplatforms 23
Pagina 32 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
waarm ee kennis over toekomstbestendig bouwen en over de m aatschappelijke gevolgen van gaswinning en bodembeweging wordt ontwikkeld.
PDGGO / 26885468
5.2.3. Veiligheidsnorm, berekeningswijze en risicobeleid Voor de geïnduceerde aardbevingen in het Groningenveld wordt een veiligheidsnorm gehanteerd op basis van advies van de com missie Meijdam uit 2015. Deze veiligheidsnorm is vastgelegd in artikel 52, tweede lid, onderdeel a, van de Mijnbouwwet en ingevuld in artikel 1.3a.3 van de Mijnbouwregeling. Er is een risicobeleid geformuleerd op basis van het advies van de com missie Meijdam 27 en het advies van de Mijnraad 28. In het risicobeleid naar aanleiding van geïnduceerde aardbevingen in Groningen is bepaald dat: • bij gebouwen m et een Lokaal Persoonlijk Risico (hierna: LPR) groter dan 10 -4 (per jaar) direct m aatregelen nodig zijn om dat risico te verkleinen; • gebouwen met een LPR groter dan 10-5 (per jaar) worden opgenomen in het versterkingsprogramma van NCG en krijgen een individuele veiligheidsbeoordeling. Gebouwen die niet voldoen aan deze norm worden versterkt; • ook gebouwen die in de verrijking zijn toegevoegd door NCG of gem eenten, en gebouwen die in de P90 van de 10-5 vallen, worden beoordeeld op de veiligheidsnorm. Gebouwen die niet voldoen aan deze norm worden versterkt; • gebouwen die in voorgaande jaren zijn aangem erkt als (licht) verhoogd risico (bovenstaande opsomming) worden altijd onderzocht. Het risicoprofiel van gebouwen wordt dus niet afgeschaald door een nieuwe SDRA.
Ieder jaar wordt ten behoeve van het vaststellingsbesluit een SDRA opgeleverd. Gebouwen die volgens de SDRA niet aan de veiligheidsnorm voldoen, worden opgenomen in de versterkingsopgave. Uit voorzorg worden, volgens de hierboven beschreven uitgangspunten, ook gebouwen m eegenomen in de versterkingsopgave die volgens de SDRA wel aan de veiligheidsnorm voldoen, m aar binnen een onzekerheidsmarge vallen (de zogeheten P90). Deze gebouwen krijgen een ‘licht verhoogd’ risicoprofiel. In aanvulling hierop zijn gebouwen aan de versterkingsopgave toegevoegd door NCG, gem eenten en IMG. Dit gebeurt bijvoorbeeld als NCG op basis van LOOV (Loket Opnam e Op Verzoek) constateert dat een gebouw “niet op norm” is. IMG kan gebouwen aandragen als er tijdens een schadebeoordeling twijfels ontstaan of een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoen. Gem eenten kunnen woningen toevoegen aan de scope van de versterkingsopgave door m iddel van het gemeentelijk plan van aanpak, indien dit een voortvarende aanpak ten goede komt. Daarnaast kunnen bewoners van woningen die niet in de versterkingsoperatie zitten zich aanm elden voor een opname op verzoek. In dat geval controleert een bouwkundig adviseur of een woning alsnog zou m oeten worden opgenomen in de versterkingsopgave.
Met de onzekerheidsmarge (de zogeheten P90) en de m ogelijkheden voor NCG, IMG, gem eenten om gebouwen op te nemen in de versterkingsopgave, en de 27 28
Kamerstukken II 2015/16, 33529, nrs. 205 en 212. Kamerstukken II 2018/19, 33529, nr. 527. Pagina 33 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
m ogelijkheid van de bewoner zelf om zijn woning te laten opnemen voor beoordeling, is het aannemelijk dat de gebouwen die daadwerkelijk niet aan de PDGGO / 26885468 veiligheidsnorm voldoende in beeld zijn. Alle gebouwen die zijn toegevoegd aan de scope van de versterkingsopgave worden individueel beoordeeld. Hiervoor wordt de typologieaanpak of Nederlandse Praktijk Richtlijn (hierna: NPR) gebruikt, dit staat toegelicht in paragraaf 5.5, waarin de voortgang van de versterkingsoperatie staat beschreven. Dit jaar zijn er, net als voorgaande jaren, ook adressen aan de versterkingsopgave toegevoegd die volgen uit de ‘gevoeligheidsanalyse’ van TNO. Dit is een analyse op de SDRA die TNO uit eigen beweging uitvoert. Deze analyse kom t bovenop de door m ij gevraagde analyse die voor dit besluit gevraagd wordt, volgens de m odelinstellingen die geadviseerd zijn door SodM. Uit voorzorg zijn adressen die uit deze analyse naar voren kom en als m ogelijk risicovol ook toegevoegd aan de scope. In februari 2023 heeft het Adviescollege Veiligheid Groningen (hierna: ACVG) een uitgebreid advies opgeleverd over de veiligheid van huizen buiten de scope van de versterkingsopgave 29. Het ACVG concludeert dat de scope van de versterkingsoperatie is gebaseerd op een stevig fundament.
Wel doet het ACVG enkele aanbevelingen om uit te sluiten dat gebouwen die versterkt moeten worden en nog niet in de scope zitten, over het hoofd worden gezien. Deze aanbevelingen worden opgevolgd door NCG en IMG. Het risicobeleid bestaat naast toetsing van de risico’s voor gebouwen, uit een aanpak voor infrastructuur en een aanpak voor industriële installaties. Infrastructuur Sinds 1 januari 2021 is de Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige infrastructuur Groningen in werking getreden. Hierm ee is het kader voor de vergoeding van de kosten voor het aardbevingsbestendig maken van infrastructuur vastgelegd. Voor de aardbevingsbestendigheid van infrastructuur zijn geen kwantitatieve beoordelingskaders en normen voorhanden. Een panel van hoogleraren heeft m ij nader geadviseerd over het beoordelen van infrastructuur op aardbevingsbestendigheid 30 Het panel hanteert de volgende uitgangspunten: • bij de beoordeling van infrastructurele werken op aardbevingsbestendigheid is het uitgangspunt de toets aan een (m axim aal) individueel risico van 10 -5 per jaar; • de probabilistische risico-inschatting is daarvoor de geijkte methode. Hierin dienen ook de domino-effecten van uitval van installaties te worden m eegenomen.
Deze veiligheidsfilosofie vraagt volgens het panel om een praktische toepassing in het licht van de verdere afbouw van de gaswinning, en daarm ee de verdere daling van de seism ische dreiging, m et als uitgangspunten:
29 30
Kamerstukken II 2022/2023, 33529 nr. 1122 Bijlage bij Kamerstukken II 2019/20, 33529, nr. 678. Pagina 34 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
1. Als het m aken van voldoende betrouwbare kwantitatieve risicoberekeningen meer inspanning kost dan het nemen van een PDGGO / 26885468 m aatregel m oet die m aatregel sim pelweg genomen worden. Deel van de afweging kan zijn om tijdelijke m aatregelen te nemen totdat de dreiging voldoende gedaald is; 2. Berekeningen conform de veiligheidsfilosofie worden alleen gestart als uit de (kwalitatieve) inschatting van experts blijkt dat het risico significant groter lijkt dan 10 -5 per jaar; 3. Indien uit de berekening volgt dat het risico op een specifieke ongewenste gebeurtenis als gevolg van een geïnduceerde aardbeving significant kleiner is dan 10 -5 per jaar, hoeft er niet verder gerekend te worden aan de effecten. Deze veiligheidsfilosofie ligt ten grondslag aan de Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige infrastructuur Groningen en sluit aan bij de wijze waarop bijvoorbeeld het individueel risico bij gebouwen wordt beoordeeld. In het Platform Aardbevingsbestendige Infrastructuur delen overheden en beheerders van infrastructuur kennis en ervaring ten aanzien van de beoordeling van infrastructuur.
Op grond van bovengenoemd advies, waarin ook wordt verwezen naar eerdere onderzoeken waarin geen acute kwetsbaarheden of veiligheidsrisico’s aan het licht zijn gebracht, zie ik op dit m om ent geen aanleiding om verdere aanvullende m aatregelen te treffen anders dan reeds in gang gezet. Daarnaast zie ik om wille van de veiligheid van individuen nabij infrastructuur geen reden om de keuze voor de operationele strategie te wijzigen. Industrie Sinds 1 januari 2021 is de Beleidsregel vergoeding kosten aardbevingsbestendige industrie Groningen in werking getreden. Hierm ee is het kader voor de vergoeding van de kosten voor het aardbevingsbestendig m aken van bedrijven die m et grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen werken vastgelegd. Voor industriële installaties zijn kwalitatieve en kwantitatieve beoordelingsmethoden ontwikkeld voor de analyse van de risico’s van installaties van bedrijven die werken m et grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen. In de eerste fase wordt kwalitatief onderzoek uitgevoerd naar de risico’s. Op basis daarvan wordt, door toepassing van twee selectiemethodieken, besloten of installaties in fase twee kwantitatief worden doorgerekend op aardbevingsbestendigheid. Op de peildatum m ei 2022 bevatte de prioriteringslijst 32 (chem ie-)bedrijven die werken m et grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen in het aardbevingsgebied.
Van deze bedrijven hebben er 31 een kwalitatieve risicoanalyse (fase 1 onderzoek) uitgevoerd. Ongeveer 81% van deze bedrijven is m et fase 2 gestart. Daarvan hebben 19 bedrijven het hele proces afgerond. De (chem ie-)bedrijven m aken openbare samenvattingen van de uitkomsten van deze onderzoeken, welke worden geplaatst op de website van NCG. Inm iddels zijn 31 openbare samenvattingen gepubliceerd. Deze sam envattingen beslaan vaak onderzoeken voor m eerdere industriële installaties. Pagina 35 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Naast de 32 grote industriële bedrijven is nog sprake van een beperkte inspanning voor een aantal kleinere bedrijven die werken m et gevaarlijke stoffen die op de Risicokaart staan (www.risicokaart.nl).
PDGGO / 26885468
De beschikbare resultaten leren dat er tot op heden geen gevallen zijn waarbij onvoldoende sterkte van de procesinstallatie leidt tot emissie van gevaarlijke stoffen. De procesinstallaties zijn vaak robuuster dan de constructies waarin ze staan. In die gevallen waar een installatie niet door de rekentoets komt, betreft het m eestal het (al dan niet partieel) falen van de draagconstructie van de procesinstallatie of falen van de fundatie van de installatie. Dit betekent dat de installatie kan worden beschadigd, m aar niet dat er ook in alle gevallen gevaarlijke stoffen vrijkom en. Ter opvolging van dit laatste punt worden in som mige gevallen nadere berekeningen uitgevoerd. In een aantal gevallen worden ook direct kleine verstevigingen uitgevoerd. Deze inzichten worden daarnaast m eegenomen in het verfijnen van de beoordelingsmethoden. 5.2.4. SDRA 2023 De operationele strategieën zijn getoetst door m iddel van de SDRA 2023. TNO heeft deze analyse in opdracht van m ij uitgevoerd. In de verwachtingenbrief van 17 februari jl. en het daarbij behorende erratum van 28 februari jl. zijn de kaders voor de SDRA 2023 vastgelegd. De adviezen die ten grondslag liggen aan de te gebruiken m odellen zijn online beschikbaar 31. Met de SDRA 2023 wordt een regionale analyse van het risico van een operationele strategie gegeven.
Zoals eerder beschreven worden m et deze uitkomsten geen definitieve uitspraken over het seismisch risico van een individueel gebouw gedaan. Het individuele veiligheidsoordeel en de daarbij behorende versterkingsmaatregelen worden gebaseerd op een individuele opname en beoordeling m et een daarvoor aangewezen m ethode. Op basis van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht is dit jaar besloten om een aantal andere deelmodellen te gebruiken dan in voorgaande jaren. Dit verklaart waarom er dit jaar in alle scenario’s, ondanks de afnemende gaswinning toch gebouwen zijn m et een (licht) verhoogd risicoprofiel (P90) als de m odelinstellingen worden gebruikt zoals geadviseerd door SodM. Grenswaarde 10 -4 per jaar In de SDRA 2023 wordt er geconstateerd dat er geen gebouwen m eer zijn m et een risico groter dan 10-4 per jaar. Veiligheidsnorm: individueel aardbevingsrisico van 10 -5 per jaar In de SDRA 2023 wordt het LPR gerapporteerd en gerelateerd aan de veiligheidsnorm van 10 -5 per jaar. Volgens de resultaten van de SDRA 2023 zijn er 18 adressen die niet aan de norm voldoen in gasjaar 2023-2024 op basis van operationele strategie 1. Deze adressen m aken allem aal al deel uit van de scope van de versterkingsopgave. Dit betekent dat op basis van de toets aan de 31 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2023/05/01/modelversies-publieke-sdragroningen-2023
Pagina 36 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
veiligheidsnorm geen nieuwe gebouwen worden toegevoegd aan de scope. De gebouwen die voorheen als risicovol zijn aangeduid blijven onverkort onderdeel van de opgave.
PDGGO / 26885468
Onzekerheidsmarge (P90) Volgens de SDRA 2023 voor operationele strategie 1 vallen er 574 adressen in de P90 groep in gasjaar 2023-2024. Rekenend m et deze ruim ere onzekerheidsmarge dan de veiligheidsnorm zijn er 8 adressen in deze groep nog geen onderdeel van de werkvoorraad van NCG. Deze adressen worden aan de werkvoorraad toegevoegd. Gevoeligheidsanalyse TNO Aanvullend op de SDRA 2023 is een gevoeligheidsanalyse uitgevoerd. In deze gevoeligheidsanalyse laat TNO zien wat de invloed is van verschillende m odelkeuzes. Uit de gevoeligheidsanalyse van TNO kom en geen gebouwen met een risico van groter dan 10-4 per jaar en 428 adressen m et een (licht) verhoogd risicoprofiel. NCG geeft aan dat van deze gebouwen er 20 nog niet in de versterkingsoperatie zitten. Deze zullen worden opgenomen in de werkvoorraad van NCG. 5.2.5 Adviezen Advies TNO 31 mei 2023 TNO beschrijft dat het verschil tussen de operationele strategieën 1 (volledige insluiting van het Groningenveld) en 2a (11 clusters op waakvlam ) slechts een zeer beperkte invloed heeft op de toekomstige seismiciteit en daarm ee ook op de seism ische dreiging, het veiligheidsrisico en de gebouwschade. De resultaten van de SDRA 2023 voor de drie operationele strategieën verschillen weliswaar iets van elkaar, m aar TNO schrijft dat de resultaten dermate dicht bij elkaar liggen dat conclusies veralgemeniseerd kunnen worden.
TNO schrijft dat de geadviseerde aardbevingsactiviteit hoger is dan de m odelmatige verwachting. Dit wordt onderzocht door TNO. Het KNMI onderschrijft dit. De statistische analyse van de frequentie van bevingen met m agnitude 1,5 of hoger geeft volgens KNMI een sterke aanwijzing voor een afnam e sinds 2013. Echter, de door TNO gem odelleerde afnam e is groter dan de waargenomen afnam e. Dit betekent volgens KNMI dat er bij de interpretatie van de prognose rekening gehouden m oet worden m et de mogelijkheid dat ook de toekomstige afnam e m inder snel verloopt dan gemodelleerd. Advies SodM 1 juni 2023 SodM schrijft dat de veiligheid in Groningen m omenteel onvoldoende geborgd is en noem t het noodzakelijk het Groningenveld zo spoedig mogelijk te sluiten. SodM ziet substantiële gezondheidsrisico’s doordat de versterkingsopgave onvoldoende voortgang laat zien en dat er nog steeds adressen, volgens de meest recente beoordelingsmethoden, na beoordeling onveilig blijken. Ook neem t onzekerheid neem t toe als gevolg van de discussie over de mogelijke inzet van het Groningenveld (zie ook 5.6). SodM concludeert dat voor alle drie de uitgevraagde strategieën het proces van drukvereffening de dominante factor is voor de aardbevingen en de bodemdaling. Vanuit het oogpunt van veiligheid van de Pagina 37 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
inwoners van Groningen adviseert SodM om het Groningenveld per 1 oktober 2023 in te sluiten. In de afweging die de m inister m oet m aken adviseert SodM het veiligheidsbelang van de inwoners in Groningen voorop te stellen.
PDGGO / 26885468
Advies Provincie Groningen 31 mei 2023 De Provincie Groningen adviseert eenduidig om te kiezen voor operationele strategie 1 en wijzen hier onder m eer op de m aatschappelijke gevolgen (zie ook 5.6). Dit advies wordt ook gegeven door alle andere m edeoverheden. Zij adviseren alle adressen die uit de SDRA 2023 als (m ogelijk) risicovol naar voren kom en op te nemen aan de versterkingsopgave. De m edeoverheden adviseren daarbij deze gebouwen (inclusief de gebouwen uit de gevoeligheidsanalyse) niet via het Loket Opnam e op Verzoek m aar rechtstreeks op te nemen aan de versterkingsopgave. Ten aanzien van de versterkingsopgave adviseren de medeoverheden alle aanbevelingen uit de parlementaire enquête onverkort over te nemen en te zorgen voor voldoende uitvoeringscapaciteit. 5.2.6. Beoordeling Het advies van SodM is duidelijk. Het is niet veilig in Groningen en de enige m anier om de veiligheid echt te verbeteren is het volledig stoppen m et de gaswinning. Ik neem dit advies zeer serieus m aar zal dit ook m oeten afwegen tegen de andere criteria. Ook de adviezen van de m edeoverheden zijn duidelijk op dit punt. De resultaten uit de SDRA 2023 laten zien dat het nog niet veilig is in Groningen, er zijn nog altijd onveilige gebouwen in Groningen. Wel is te zien dat de verschillen tussen de verschillende strategieën (zonder winning en m et waakvlam ) klein zijn.
Dit past bij de adviezen van onder andere SodM dat de dreiging nu m et name wordt verklaard door drukvereffening veroorzaakt door de gaswinning in het verleden. Door het stoppen van de gaswinning neem ik de bron van de aardbevingen weg. De seismiciteit kan nog lange tijd doorgaan. Paragraaf 5.6 laat zien dat het in dit besluit niet enkel gaat om constructieve veiligheid en seismiciteit. De langdurige onzekerheid voor de inwoners heeft gevolgen voor de gezondheid. 5.2.7. Conclusie Ondanks dat het, door de afbouw van de gaswinning, veiliger wordt in Groningen is het nog niet veilig genoeg. De resultaten van de SDRA 2023 laten zien dat er ook in het scenario waarin er geen winning is, sprake is van seism ische dreiging en risicovolle gebouwen. Dit is geen verrassing, SodM m eldt al langer dat drukvereffening de dominante factor is voor de aardbevingen. De adviezen van SodM over de onveiligheid en over de gevolgen voor de gezondheid van de Groningers van de jarenlange onzekerheid en de adviezen van de m edeoverheden weeg ik zwaar. Alleen het definitief stoppen van de gaswinning kan op term ijn zorgen voor verbetering van de situatie.
Pagina 38 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Het advies van de m edeoverheden om de adressen uit de gevoeligheidsanalyse van TNO volgens de reguliere procedure in de werkvoorraad van NCG op te nem en, neem ik over.
5.3.
PDGGO / 26885468
Leveringszekerheid (criterium b)
5.3.1 Inleiding Leveringszekerheid betekent dat eindafnemers van gas op het juiste m oment en in de juiste kwaliteit (laag- of hoogcalorisch gas) m et de benodigde hoeveelheid worden beleverd. Leveringszekerheid kent een volumematige en een capaciteitsmatige component. De volum ematige component houdt in dat er over een bepaalde periode (bijvoorbeeld een jaar) voldoende gas beschikbaar m oet zijn om te voorzien in de vraag. De capaciteitsmatige component houdt in dat dat gas op ieder m oment, ook op m omenten van hoge vraag, in de juiste hoeveelheid m oet kunnen worden geleverd. Gas kan hoog- of laagcalorisch zijn. Hoogcalorisch gas heeft een hogere verbrandingswaarde dan het laagcalorische gas dat uit het Groningenveld wordt gewonnen. Apparaten en installaties die geschikt zijn voor laagcalorisch gas functioneren niet zonder m eer m et hoogcalorisch gas en omgekeerd. Eindafnem ers van gas m oeten daarom ook de juiste kwaliteit van gas geleverd krijgen. In Nederland zijn op dit m oment vrijwel alle huishoudens en het m erendeel van bedrijven, afhankelijk van laagcalorisch gas. Datzelfde geldt voor delen van België, Duitsland en Frankrijk. Het Groningenveld is wereldwijd de belangrijkste natuurlijke bron van laagcalorisch gas. Vrijwel al het gas dat elders wordt gewonnen, is hoogcalorisch.
Er wordt voorzien in de vraag naar laagcalorisch gas door hoogcalorisch gas dat door verrijking en kwaliteitsconversie wordt ingepast in het laagcalorisch gassysteem en door de productie van het Groningengas. Verrijking is het toevoegen van hoogcalorisch gas aan het Groningengas, in die m ate dat het m engsel nog steeds voldoet aan de vereisten voor laagcalorisch gas. Kwaliteitsconversie is het omzetten van hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas door het toevoegen van stikstof in daarvoor bestemde installaties. Op basis van de Gaswet heeft GTS de wettelijke taak om jaarlijks een ram ing op te stellen van de hoeveelheid Groningengas die nodig is in een gasjaar om alle eindafnemers van laagcalorisch gas in Nederland, België, Duitsland en Frankrijk te voorzien. Hierbij worden alle beschikbare middelen en m ethoden om de hoeveelheid Groningengas te m inimaliseren betrokken. Anders dan in voorgaande jaren heeft GTS voor het gasjaar 2023-2024 aanvullend op de analyse van de laagcalorische gasmarkt ook de hoogcalorische gasm arkt betrokken. Voor de oorlog in Oekraïne kwam ongeveer een derde van het hoogcalorische gas in Noordwest-Europa uit Rusland en was er voldoende hoogcalorisch gas beschikbaar om zowel de volledige hoogcalorische gasm arktvraag als de m axim ale kwaliteitsconversie te faciliteren.
Sinds de zomer van 2022 is de im port van Russisch gas in Noordwest-Europa vrijwel volledig Pagina 39 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
weggevallen. Hierdoor is het de vraag of er voldoende hoogcalorisch gas is om in gasjaar 2023-2024 de beschikbare kwaliteitsconversiecapaciteit volledig te benutten. Om inzicht hierin te krijgen, heeft GTS de hoogcalorische gasmarkt geanalyseerd. De aanpak om de beschikbaarheid van hoogcalorisch gas te betrekken in de ram ing wordt onderschreven door de Raad van State 32.
PDGGO / 26885468
Om dat het advies van GTS zich in eerste instantie richt op de capaciteit die op het Groningenveld beschikbaar m oet worden gehouden in het gasjaar 2023-2024, beschrijf ik eerst de geadviseerde capaciteit (paragraaf 5.3.2) en vervolgens het daarm ee gepaarde waakvlam volume (paragraaf 5.3.3). Vervolgens ga ik in paragraaf 5.3.4 in op de benodigde inzet voor de komende gasjaren en de verwachte sluitingsdatum van het Groningenveld. 5.3.2 Benodigde capaciteit voor leveringszekerheid Conform artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, van de Gaswet heeft GTS op 31 januari 2023 een ram ing opgeleverd voor de benodigde Groningeninzet voor gasjaar 2023-2024. Wat betreft capaciteit adviseert GTS om vanwege de onzekerheid over de aanvoer van hoogcalorisch gas in het gehele gasjaar 20232024 elf productielocaties met een totale capaciteit van 4,4 m iljoen Nm 3 per uur beschikbaar te houden op het Groningenveld om de vraag naar gas af te kunnen dekken op een m oment van piekvraag. Bij het bepalen van de benodigde capaciteit baseert GTS zich op de infrastructuurnorm van de Europese verordening leveringszekerheid aardgas. 33 Dit betekent dat GTS rekening houdt met een verstoring van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur (uitval van UGS Norg) gelijktijdig m et een temperatuur die eens in de 20 jaar voorkom t (-15,5 °C).
De Europese verordening stelt dat op nationaal niveau rekening gehouden dient te worden met deze voorwaarden. Vanwege de afhankelijkheid van laagcalorisch gasverbruikers in Duitsland, België en Frankrijk van Nederland, past GTS de infrastructuurnorm echter toe op het volledige afzetgebied van laagcalorisch gas. Op 26 m ei 2023 heeft GTS een aanvullend advies uitgebracht: ‘Analyse stand van zaken op de gasm arkt en leveringszekerheid in het volgende gasjaar’. Dit is een update van de in juli 2022 uitgebrachte studie ‘Een jaar zonder Russisch gas’. In dit aanvullende advies geeft GTS aan dat de nieuwe analyse de conclusie uit de ram ing van 31 januari 2023 bevestigt. Hierbij heeft GTS echter aangegeven dat er een m ogelijkheid is om productielocaties een rol te laten spelen voor de leveringszekerheid zonder gaswinning m et de waakvlam . In de ram ing van januari schrijft GTS dat de leveringszekerheid op grond van Europese regels moet zijn geborgd tot een temperatuur die eens in de 20 jaar voorkom t, te weten van -15,5 °C, in com binatie m et uitval van de grootste capaciteitsbron. In het aanvullende advies heeft GTS dat deel van de ram ing
ECLI:NL:RVS:2022:2455, Raad van State, 202106876/1/R4. Verordening (EU) 2017/1938 van het Europees Parlement en de raad betreffende maatregelen tot veiligstelling van de gasleveringszekerheid.
32 33
Pagina 40 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
concreter gemaakt door te onderzoeken vanaf welke tem peraturen tekorten optreden bij uitval van de grootste capaciteitsbron.
PDGGO / 26885468
Allereerst verduidelijkt GTS dat een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -15,5 °C niet wil zeggen dat de thermometer dan -15,5 °C aanwijst. Deze gem iddelde effectieve etmaaltemperatuur kan ook optreden bij een gemiddelde etm aaltemperatuur van -8,5 °C in com binatie m et windkracht 5. Tekorten kunnen bij uitval van de grootste capaciteitsbron volgens GTS reeds ontstaan bij een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C. Volgens de analyse van GTS zijn dat tem peraturen die statistisch gezien elke winter vier dagen voorkomen, m aar in de afgelopen tien jaar waren er slechts twee winters waarbij het daadwerkelijk -6,5˚C of kouder was.
GTS geeft aan dat zonder de inzet van het Groningenveld en bij gelijktijdige uitval in de orde grootte van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur de leveringszekerheid is geborgd tot circa -6,5 °C. Het gaat hier om een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur. Als vijf productielocaties van het Groningenveld in de winter beschikbaar zijn en bij gelijktijdige uitval van de grootste afzonderlijke gasinfrastructuur is de leveringszekerheid gebord tot circa -10,0 °C. Als elf productielocaties beschikbaar zijn in de winter en bij gelijktijdige uitval van de grootste bron is de leveringszekerheid ook geborgd voor -15,5 °C. Net als in afgelopen jaren en conform de m otie Sienot en Van der Lee 34 heeft adviesbureau DNV de ram ing van GTS gevalideerd. 35 DNV kan de uitgangspunten van GTS niet volledig valideren. Dit verschil tussen de ram ing van GTS en de validatie van DNV zou volgens DNV echter niet tot een significant andere uitkomst van de ram ing leiden. DNV m aakt m et nam e andere inschattingen van de im port en export bij kou en doet aanbevelingen over het analyseren van de gasm arkt in Europees verband. De aanbevelingen van DNV heb ik gedeeld m et GTS en GTS verzocht deze te betrekken bij volgende analyses van de leveringszekerheid. Dit heeft GTS waar m ogelijk al gedaan in het advies dat op 26 m ei 2023 is opgeleverd.
Zo heeft het adviespunt over de inzet van de Duitse hoogcalorische gascavernes op een koude dag geleid tot een bijstelling van de gasvraag. 5.3.3 Benodigd volume voor leveringszekerheid In de ram ing van 31 januari 2023 adviseert GTS een waakvlam niveau van 3,2 m iljard Nm 3 in het gasjaar 2023-2024 vast te stellen. Dit is het zogenoemde waakvlam niveau waarm ee gedurende het hele gasjaar elf productielocaties operationeel kunnen worden gehouden. Bij dit waakvlam niveau is rekening gehouden met de uitgangspunten die ik heb m eegegeven in m ijn verzoek aan NAM om een operationele strategie op te stellen. In de berekening is uitgegaan van 40 vorstdagen.
Kamerstukken II 2018/19, 34957, nr. 52. https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopendeprojecten/gaswinning-groningen/vaststellingsbesluit-0
34 35
Pagina 41 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
DNV bevestigt in de validatie van de ram ing (zie ook paragraaf 5.3.2) dat additionele volumes uit het Groningenveld vanuit technisch oogpunt niet nodig zijn. Volgens DNV is het technisch mogelijk om de weggegevallen Russische gasim porten op te vangen m et additionele im port van LNG. Vanaf 2024 zou daarvoor in Noordwest-Europa voldoende LNG-im portcapaciteit m oeten zijn. Wel bestaat door de krappe LNG-m arkt een risico op een forse prijsstijging van aardgas.
PDGGO / 26885468
In het aanvullende advies van 26 m ei 2023 geeft GTS aan dat de productielocaties van het Groningenveld met nam e beschikbaar (binnen enkele uren opregelbaar) m oeten zijn in de winterperiode. Dit betekent concreet dat het niet noodzakelijk is om het hele jaar door elf productielocaties op waakvlam niveau in te zetten. Zoals beschreven in paragraaf 4.5 bekijk ik sam en met NAM en GTS hoe de elf productielocaties naar het niveau van waakvlam gebracht kunnen worden op het m om ent dat een koude dag of periode wordt voorspeld. Met deze inzet is het winningsvolume uit het Groningenveld 0 Nm 3. Vullen gasopslagen Op 27 juni 2022 heeft de Raad van de Europese Unie een verordening aangenomen inzake gasopslag. 36 Volgens de verordening m oeten de ondergrondse gasopslagen in de lidstaten worden aangevuld tot ten minste 90% van hun capaciteit voor het begin van de winter van 2023-2024, waarbij een correctie mag worden toegepast voor export naar derde landen buiten de Europese Unie. Verder wordt de m aximale hoeveelheid die lidstaten moeten opslaan beperkt tot 35% van hun gem iddelde jaarlijkse gasgebruik over de afgelopen vijf jaar. Het kabinet heeft aangegeven ook voor de winter van 20232024 een vuldoel na te streven van gemiddeld 90% verdeeld over de verschillende gasopslagen.
37 Dat betekent dat UGS Norg aan het begin van het gasjaar, op 1 oktober 2023, een werkvolume van 5,4 m iljard Nm 3 m oet hebben, indien wordt gekozen voor een evenredige verdeling van gas over de gasopslagen. In de ram ing gaat GTS ervan uit dat de gasopslag volledig wordt gevuld en een werkvolume van 6,0 m iljard Nm 3 heeft op 1 oktober 2023. In het kader van de om zetting naar een laagcalorische gasopslag wordt UGS Grijpskerk in het gasjaar 2022-2023 volledig gevuld met pseudo-Groningengas tot een werkvolume van 2,2 m iljard Nm 3 (zie ook paragraaf 5.4.2). Hiervan is naar verwachting 1,2 tot 1,4 m iljard Nm 3 beschikbaar als laagcalorisch gas op 1 oktober 2023. Het andere deel is hoogcalorisch gas. In het gasjaar 2023-2024 wordt UGS Grijpskerk ingezet als reguliere gasopslag. Dat wil zeggen dat in de winter de gasopslag vraaggestuurd wordt ingezet en in de zom er weer wordt gevuld.
36 https://www.consilium.europa.eu/nl/press/press-releases/2022/06/27/council-adopts-regulation-gasstorage/#:~:text=Volgens%20de%20verordening%20moet%20de,begin%20van%20de%20daaropvolge nde%20winters. 37 Kamerstukken II 2022/23, 29023, nr. 384.
Pagina 42 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
Het aanvullende advies van GTS van 26 m ei 2023 bevestigt dat het gemiddelde vuldoel van 90% op 1 oktober 2023 haalbaar is zonder additionele maatregelen te treffen. Verder geeft GTS aan dat als gasjaar 2023-2024 qua tem peratuur gem iddeld verloopt de gasopslagen op 1 oktober 2024 tot gemiddeld 75% gevuld kunnen worden zonder inzet van het Groningenveld en tot 90% als vijf productielocaties van het Groningenveld gedurende het hele jaar op waakvlam niveau staan.
PDGGO / 26885468
Bij een koud verloop van het gasjaar 2023-2024 zullen de gasopslagen, zonder inzet van het Groningenveld, nagenoeg leeg zijn in april 2024. GTS geeft aan dat het dan niet m ogelijk is om de gasopslagen in de zom er van 2024 te vullen tot het gem iddelde vuldoel van 90%. In plaats daarvan verwacht GTS een gemiddelde vulgraad van ongeveer 50% op 1 oktober 2024. GTS verwacht dat gasjaar 20242025 m et deze vulgraad afgedekt zou kunnen worden als dat gasjaar qua tem peratuur gemiddeld verloopt. Als de winter van het gasjaar 2024-2025 kouder verloopt, kan dit m ogelijk tot problemen voor de leveringszekerheid leiden. Volgens GTS is dit echter geen acuut probleem, m aar een risico dat zich gedurende de wintermaanden langzaam m aterialiseert en dat te voorzien is. Back-up volume Het Groningenveld dient ook in het gasjaar 2023-2024 als back-up (zie ook paragraaf 4.6). Dit in het geval dat tijdens de koude dag of periode (d.w.z. bij weersvoorspelling van een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager) belangrijke productiemiddelen uitvallen die leiden tot verstoringen in het gassysteem, zoals uitval van installaties, transportbeperkingen, onvoorziene ontwikkelingen in de sam enstelling van het hoogcalorisch gas, m aar ook als UGS Norg feitelijk niet beschikbaar is of als een systeemonbalans ontstaat door bijvoorbeeld een fysiek tekort aan gas.
Indien dergelijke situaties zich voordoen kan extra productie boven waakvlam niveau nodig zijn. De benodigde back-up rol voor het gasjaar 2023-2024 wordt door GTS ingeschat op een Groningenvolume van m axim aal 1,5 m iljard Nm 3. Dit back-up volum e is gelijk aan het volum e dat is opgenomen in artikel 4 van vaststellingsbesluit voor de gasjaren 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 2022-2023. 5.3.4 Inzet Groningenveld na gasjaar 2023-2024 Dit besluit gaat over de winning uit het Groningenveld in het gasjaar 2023-2024. Daarnaast kijk ik vooruit naar de benodigde Groningenproductie in de daaropvolgende jaren. In de ram ing geeft GTS aan dat er m eer onzekerheid in de planningsuitgangspunten zit dan in voorgaande jaren. Met alle onzekerheid en ontwikkelingen op de gasmarkt geeft GTS aan geen advies te kunnen geven over een nieuwe sluitingsdatum van het Groningenveld. De risico’s voor de leveringszekerheid worden in de loop van de tijd kleiner. Aan het einde van de winter van 2023-2024 zal duidelijk zijn hoe vol de bergingen zitten, hoe de nieuwe stikstofinstallatie Zuidbroek II functioneert en de mate waarin de capaciteitsvraag verder is gedaald (bijvoorbeeld m inder export en energiebesparing) en het aanbod is gestegen (LNG). Ook is er dan m eer nieuws over de geopolitieke ontwikkelingen. Afhankelijk daarvan kunnen we de
Pagina 43 van 81
Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen
resterende risico’s inschatten voor de winter van 2024-2025 wanneer het Groningenveld gaat sluiten.
PDGGO / 26885468
Daarnaast zal er de kom ende m aanden verder sam en met onder andere GTS doorgedacht worden over m ogelijke m itigerende m aatregelen inclusief het in kaart brengen van de doorlooptijd en kosten. Het denken daarover staat niet stil en onderzocht wordt welke m itigatie-instrumenten m ogelijk zijn, waarbij ook zal worden gekeken naar m aatregelen aan de vraagzijde bij lage tem peraturen. Met deze ingrediënten (hoe komen we uit de winter en een scherper en vollediger beeld van m itigerende m aatregelen) wordt in m aart/april 2024 duidelijk hoe groot het restrisico voor de winter van 2024-2025 nog is en hoe daar naar te handelen in aanloop naar de sluiting van het Groningenveld op 1 oktober 2024. In deze paragraaf ga ik in op de rol van de stikstofinstallatie Zuidbroek II bij de definitieve sluiting van het Groningenveld en de sluiting van productielocaties. De stand van zaken van de andere m aatregelen die bijdragen aan de sluiting van het Groningenveld beschrijf ik in de hiernavolgende paragraaf 5.4. De rol van Zuidbroek II voor de definitieve sluiting van het Groningenveld Om de kwaliteitsconversiecapaciteit uit te breiden bouwt GTS een nieuwe stikstofinstallatie in Zuidbroek (Zuidbroek II). De bouw van Zuidbroek II heeft helaas m et m eerdere tegenslagen te kam pen gehad waardoor de oplevering van de installatie m eermaals is vertraagd.
Op 9 juni 2023 heeft GTS m ij laten weten dat het nog steeds de verwachting is dat de stikstofinstallatie op 1 oktober 2023 in gebruik kan worden genomen. 38 Ik blijf de realisatie van de Zuidbroek II nauwlettend volgen en kom indien nodig wederom in actie. Zoals GTS ook in de ram ing van 31 januari 2023 aangeeft, zijn m et de ingebruiknam e van Zuidbroek II alle m aatregelen voldoende gerealiseerd om het Groningenveld te kunnen sluiten, m its de beschikbaarheid van voldoende hoogcalorisch gas is geborgd. Sluiting van productielocaties In het gasjaar 2023-2024 wordt er geen gas geproduceerd uit het Groningenveld. Maar de elf productielocaties worden nog niet onomkeerbaar gesloten. Zoals toegelicht in hoofdstuk 4 houd ik deze productielocaties beschikbaar in geval van uitzonderlijke nood. Het kabinet heeft besloten het Groningenveld op 1 oktober 2024 definitief te sluiten, daarm ee sluiten ook de laatste elf productielocaties definitief 39. 5.3.5 Adviezen Advies medeoverheden in de provincie Groningen 30-31 mei 2023 De m edeoverheden in Groningen constateren dat de beschikbaarheid van voldoende stikstof wezenlijk is. Daarom adviseren zij m ij het zo spoedig m ogelijk inwerking stellen van de stikstofinstallatie te Zuidbroek te bevorderen. Die laagcalorische gasstroom kan naar het inzicht van de m edeoverheden in 38 39