CConstaterende datMidden-Groningen
Koppel je AI →
Document · PDF

119.1 Ontwerp-vaststellingsbesluit-Gaswinning-Groningen-Vaststellingsbesluit-2023-2024

Raadsvergadering 13 juli 2023, gemeente Midden-GroningenBij agendapunt: Ontwerp vaststellingsbesluit Groningenveld 2023-2024 (R) (de stukken volgen zsm)36.938 woorden

Open het PDF bij de gemeente ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

> Retouradres Postbus 20401 2500 EK Den Haag

Nederlandse Aardolie Maatschappij t.a.v. Postbus 28000 9400 HH ASSEN

Programma DG Groningen en Ondergrond Bezoekadres Bezuidenhoutseweg 73 2594 AC Den Haag Postadres Postbus 20401 2500 EK Den Haag Overheidsidentificatienr 00000001003214369000 T 070 379 8911 (algemeen) F 070 378 6100 (algemeen) www.rijksoverheid.nl/ezk Behandeld door

Datum Betreft

29 juni 2023 Ontwerpvaststellingsbesluit Groningenveld 2023-2024

Publiekssamenvatting Op 1 oktober 2023 gaat de gaskraan van het Groningenveld eindelijk dicht; 60 jaar na de start van de gaswinning. Dit betekent dat uitgegaan wordt van nul gaswinning. De noodzaak om te stoppen volgt uit het belang van de veiligheid van de bewoners van het aardbevingsgebied. Er kom t (over een aantal jaren) alleen een einde aan de bevingen als de winning stopt. Gedurende het komende gasjaar kan het in zeer bijzondere situaties nodig zijn om in beperkte mate gas te winnen, m aar het uitgangspunt is nul winning. De situaties waarin de productielocaties worden ingezet leg ik vast in dit besluit.

Ons kenmerk PDGGO / 26885468 Uw kenmerk Bijlage(n)

Voor het ontwerpbesluit heeft het kabinet uiteenlopende adviezen gehad. De provincies Groningen en Drenthe en de m edeoverheden in het gebied zijn duidelijk: stop m et de gaswinning. Het Staatstoezicht op de Mijnen (hierna: SodM) benadrukt in haar advies opnieuw om aandacht te hebben voor de brede veiligheidsrisico’s voor de inwoners van Groningen en pleit ook voor sluiting. Gasunie Transport Services (hierna: GTS), de Nederlandse organisatie voor toegepast-natuurwetenschappelijk onderzoek (hierna: TNO) en de Mijnraad adviseren juist om nog een aantal productielocaties op de waakvlam te houden, vanwege risico’s voor de leveringszekerheid als gevolg van de geopolitieke situatie. Dit besluit wordt sam en m et de onderliggende adviezen van SodM, TNO, KNMI, de m edeoverheden, de Mijnraad en de validatie van de GTS-ram ing door Det Norske Veritas (hierna: DNV) online beschikbaar gesteld 1 en voor een periode van zes weken kan een ieder daarop regeren. De binnengekomen zienswijzen en aanvullende analyses worden m eegewogen in het definitieve besluit voor het gasjaar 2023-2024 dat vóór 1 oktober 2023 volgt. Hoogte en wijze van de gaswinning Voor het gasjaar 2023-2024 leg ik een winningsniveau van 0 Nm 3 vast.

Ik behoud het kom ende gasjaar de m ogelijkheid om m et de elf nog bestaande productielocaties toch in beperkte m ate gas te winnen in bepaalde zeer https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopende-projecten/gaswinninggroningen/vaststellingsbesluit-0

1

Pagina 1 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

uitzonderlijke situaties. Het gaat dan om het tijdelijk naar waakvlam niveau brengen van de productielocaties als zeer strenge kou aanstaande is, zodat snel gereageerd kan worden als in die om standigheden belangrijke productiemiddelen uitvallen. Als bijvoorbeeld gasopslag Norg uitvalt, is de leveringszekerheid zonder inzet van het Groningenveld nog geborgd tot een gemiddelde effectieve etm aaltemperatuur 2 van -6,5 °C (waarbij tem peraturen net onder het vriespunt en windkracht 5 ook resulteren in een effectieve temperatuur van -6,5˚C). Volgens de analyse van GTS zijn dat tem peraturen die statistisch gezien elke winter vier dagen voorkomen, m aar in de afgelopen tien jaar waren er slechts twee winters waarbij het daadwerkelijk -6,5˚C of kouder was.

PDGGO / 26885468

Op het m oment dat een gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager verwacht wordt, wordt een aantal productielocaties alvast op waakvlam niveau gezet. Daardoor is de leveringszekerheid ook geborgd als tijdens de koude periode gasopslag Norg uit zou vallen. Dan kan in die situatie de productie opgeregeld worden. Op grond van Europese regels m oet die tot -15,5 °C en uitval van installaties zijn geborgd. Zodra de kou voorbij is, gaan de locaties weer naar nul. Het opregelen naar waakvlam niveau wordt deze zomer m et NAM en GTS getest. NAM en GTS hebben aangegeven aan deze niet eerder gebruikte aanpak m ee te werken. Het gaat hierbij enkel om gasjaar 2023-2024. Hierbij wordt ook SodM betrokken. Een voorwaarde is ook dat Zuidbroek II per 1 oktober van dit jaar werkt. Ik heb uw Kam er op 16 juni jl. laten weten dat GTS verwacht dat ingebruiknam e inderdaad op 1 oktober een feit zal zijn. 3 Als in het gasjaar 2023-2024 tijdens een koude dag of periode (d.w.z. bij een gem iddelde effectieve etmaaltemperatuur van -6,5 °C of lager) belangrijke productiemiddelen uitvallen die leiden tot verstoringen in het gassysteem, dan dient het Groningenveld nog als back-up (zie ook paragraaf 4.6).

Voorbeelden van situaties waarin het Groningenveld tijdens een koude dag of periode een back-up rol heeft zijn uitval van installaties, transportbeperkingen, onvoorziene ontwikkelingen in de sam enstelling van het hoogcalorisch gas, m aar ook als UGS Norg feitelijk niet beschikbaar is of als een systeemonbalans ontstaat door bijvoorbeeld een fysiek tekort aan gas. Indien dergelijke situaties zich voordoen, kan extra productie boven waakvlam niveau nodig zijn. Als er sprake is van kou in com binatie m et een van de bovenstaande situaties, dan bedraagt het back-up volum e m aximaal 1,5 m iljard Nm 3 zoals door GTS geadviseerd. Dit back-up volum e is gelijk aan het volum e dat is opgenomen in artikel 4 van vaststellingsbesluit voor de gasjaren 2019-2020, 2020-2021, 2021-2022 en 20222023. Dit volum e m ag in een lim itatief aantal beschreven situaties worden aangesproken. In de praktijk is dit nog nooit gebeurd.

2 In dit besluit wordt de term gemiddelde effectieve etmaaltemperatuur gebruikt, omdat dit

de wettelijke terminologie is. GTS spreekt in de ‘Analyse stand van zaken op de gasmarkt en leveringszekerheid in het volgende gasjaar’ d.d. 26 mei 2023 van gemiddelde effectieve dagtemperatuur. 3 Kamerstukken II 2022/23, 33529, nr. 1151.

Pagina 2 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Ik realiseer m ij dat ik m et dit besluit afwijk van de door de Nederlandse Aardolie Maatschappij (hierna: NAM) op m ijn verzoek uitgewerkte operationele PDGGO / 26885468 strategieën. Dat heeft de volgende achtergrond: de waakvlam is gebaseerd op de notie dat de inzet van extra capaciteit direct m ogelijk m oest zijn. Bij de publicatie van de concretisering van de ram ing eind m ei heeft GTS echter aangegeven dat er een m ogelijkheid is om productielocaties een rol te laten spelen voor de leveringszekerheid zonder de waakvlam . Dit nieuwe inzicht wil ik niet naast m e neerleggen, te m eer niet daar de parlem entaire enquêtecommissie aardgaswinning Groningen (hierna: PEGA) heeft geconcludeerd dat de veiligheid, het beschermen van bezit, de gezondheid en het welzijn van de Groningers onvoldoende hebben meegeteld in de besluitvorming over de Groningse gaswinning. Stelselmatig zijn de belangen van Groningers genegeerd bij de gaswinning, m et tot vandaag de dag m eer dan 1.600 aardbevingen tot gevolg. Daarom zet het kabinet al kom end gasjaar de winning op nul, in plaats van het volum e van 1,5 m iljard Nm 3 of 3,2 m iljard Nm 3 bij respectievelijk vijf of elf productielocaties op de waakvlam .

Bij het vaststellen van de hoogte en wijze van de gaswinning betrek ik de veiligheidsrisico’s als gevolg van de gaswinning, het tempo van de afbouw van de gaswinning, het tempo van versterking, schadeafhandeling, gezondheidsrisico’s, de gevolgen van het afsluiten van eindafnemers van laagcalorisch gas en de leveringszekerheid. Hierop ga ik hieronder in. Veiligheidsrisico’s De Groningers lijden sinds lange tijd onder de gaswinning. Dit blijkt ook uit de gesprekken die ik voer m et de bewoners in het gebied en uit de gesprekken met de Groninger Bodem Beweging en het Groninger Gasberaad. Daarom is de veiligheid voor de inwoners van Groningen m ijn belangrijkste leidraad in de keuzes die ik m aak ten aanzien van dit vaststellingsbesluit. TNO heeft voor drie scenario’s een seismische dreigings- en risicoanalyse (hierna: SDRA) uitgevoerd. Uit de berekeningen en adviezen blijkt dat in alle scenario’s de trend zal doorzetten dat aardbevingen in aantal en m agnitude afnemen. Dat neem t echter niet weg dat ook na gasjaar 2023-2024 nog aardbevingen kunnen blijven voorkom en. Op basis van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht heb ik dit jaar op advies van SodM besloten om een aantal andere deelmodellen te gebruiken dan de deelm odellen die in voorgaande jaren werden gebruikt.

Dit verklaart waarom er dit jaar in alle scenario’s, ondanks de afnemende gaswinning, gebouwen zijn m et een (licht) verhoogd risicoprofiel als de door m ij gevraagde m odelinstellingen worden gebruikt. Dit is dus een gevolg van voortschrijdend wetenschappelijk inzicht. Uitgaande van een productie van 0 Nm 3, blijkt uit de risicoanalyse dat er 592 gebouwen zijn m et een (licht) verhoogd risicoprofiel. Hiervan zijn 584 al in beeld bij de Nationaal Coördinator Groningen (hierna: NCG). Ik zal NCG verzoeken de overige 8 gebouwen toe te voegen aan de werkvoorraad. Dit zal ik ook doen voor de 22 adressen die uit de gevoeligheidsanalyse komen van TNO en die nu nog niet in de werkvoorraad van NCG zitten. Tempo van versterken Pagina 3 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Door de voorgenomen stopzetting van de gaswinning en de daardoor afnemende risico’s is het veiliger geworden in Groningen en in Noord Drenthe. Dit is terug te PDGGO / 26885468 zien in de resultaten van de veiligheidsbeoordelingen. Het aantal gebouwen op norm neemt toe, en de snelheid van versterking eveneens, doordat de m eest com plexe gebouwen nu zijn versterkt en in nieuwe projecten lichtere m aatregelen volstaan, m aar ook door kennisopbouw en ervaring m et reeds uitgevoerde projecten. Tegelijkertijd blijft de noodzaak voor versterken bestaan, m ede gezien de drukvereffening in de ondergrond als gevolg van de gaswinning uit het verleden. Inwoners krijgen eind 2023 duidelijkheid of hun woning versterkt m oet worden. Ik blijf de versterking nadrukkelijk m onitoren en ik zoek naar oplossingen wanneer er knelpunten zijn, waarm ee ik ook uitvoering geef aan de m aatregelen uit de Kabinetsreactie op het rapport van de PEGA. Zo krijgen bewonersbegeleiders een ruim er m andaat. Ook worden er andere verbeteringen in gang gezet. Een voorbeeld is het zogenaamde tackle team. Met dit team worden vastgelopen dossiers en schrijnende situaties versneld opgelost en worden de geleerde lessen breed toegepast in de versterking. Het is de verwachting dat deze verbeteringen individueel en als totaalpakket de versterkingsoperatie zullen versnellen.

Verder is er gestart m et de dorpenaanpak in Garrelsweer, Wirdum , Zeerijp en Leerm ens: vier dorpen in de kern van het aardbevingsgebied. De kern van de dorpenaanpak bestaat eruit dat het dorp in zijn geheel wordt versterkt waar dat nodig is voor de veiligheid, waarbij op een logische wijze een route door het dorp wordt gevolgd. Dat wil zeggen dat de betrokken bouwers, NCG en de gem eente in overleg m et de bewoners een plan m aken voor het gehele dorp. Dat biedt helderheid aan bewoners over waar zij aan toe zijn: wat de planning is voor hun eigen woning en wat er in de rest van hun dorp gaat gebeuren. Bovendien kunnen bewoners erop vertrouwen dat de versterkingsoperatie in hun dorp ononderbroken doorgaat en dat deze partijen niet weggaan totdat het klaar is. Schadeafhandeling Ondanks de verm inderde gaswinning, doen zich nog steeds aardbevingen voor in Groningen m et bijbehorende schade. Het aantal schademeldingen blijft hoog en ook in het gasjaar 2023-2024 zal zich schade aan gebouwen m anifesteren als gevolg van de bodembeweging. Het Instituut Mijnbouwschade Groningen (hierna: IMG) heeft als taak de schademeldingen af te handelen. Mede door de regeling m et vaste vergoedingen heeft het tevredenheidsniveau van de schadeafhandeling onder bewoners een positieve ontwikkeling doorgemaakt. Ik realiseer m e desondanks dat er m eer nodig is.

Daarom heeft het kabinet m et zijn reactie van 25 april 2023 op het rapport van de PEGA een vijftigtal m aatregelen genomen, waarvan er een achttal betrekking hebben op de schadeafhandeling. Deze m oeten ervoor zorgen dat in lijn m et de aanbevelingen van de parlem entaire enquêtecommissie de afhandeling m erkbaar verbetert. Een van de belangrijkste m aatregelen in dit verband is dat bij herstelkosten tot 60.000 euro het causaliteitsonderzoek naar schades achterwege blijft, tenzij de schade naar aard geen m ijnbouwschade kan zijn. Daarnaast kom t het niet langer voor dat m eerdere deskundigen een oordeel vellen over dezelfde schade. De hoogte van het bedrag biedt ook voor de m ensen in de kern en bij com plexe en meervoudige schade een uitkom st, waarbij niet elke schade wordt bediscussieerd. Pagina 4 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Gezondheidsrisico’s De gezondheidseffecten, m entale en sociale effecten van de gaswinning zijn ernstig. De belangrijkste m aatregel om gezondheidsrisico’s te beperken is het wegnemen van de oorzaak, de beëindiging van de gaswinning. Aanvullend zijn er in de Kabinetsreactie ‘Nij Begun’ m aatregelen ten aanzien van schade en versterken aangekondigd. Het doel is verder dat bewoners die de afgelopen decennia onevenredig de lasten hebben gedragen van de gaswinning concreet perspectief krijgen op een meer welvarende toekomst in een regio die zijn eigen identiteit behoudt en waar het fijn wonen, werken en recreëren is. Hiertoe neemt het kabinet een aantal aanvullende m aatregelen bovenop de diverse initiatieven die al lopen, zoals in het Nationaal Program m a Groningen.

PDGGO / 26885468

Afweging rondom afsluiten eindafnemers van laagcalorisch gas Bij de totstandkoming van dit ontwerpbesluit betrek ik ook de gevolgen van het niet kunnen leveren van laagcalorisch gas aan eindafnemers. Als gevolg van het wegvallen van een groot deel van de aanvoer van hoogcalorisch gas, bestaat er een grotere kans op het optreden van capaciteitstekorten voor laagcalorische gasafnem ers. Met dit ontwerpbesluit beperk ik dit risico. Vooruitblik sluiting Groningenveld De risico’s voor de leveringszekerheid worden in de loop van de tijd kleiner. Aan het einde van de winter van 2023-2024 zal duidelijk zijn hoe vol de gasopslagen zitten, hoe de nieuwe stikstofinstallatie Zuidbroek II functioneert en de mate waarin de capaciteitsvraag verder is gedaald (bijvoorbeeld m inder export en energiebesparing) en het aanbod is gestegen (LNG). Ook is er dan m eer nieuws over de geopolitieke ontwikkelingen. Afhankelijk daarvan kunnen we de resterende risico’s inschatten voor de winter van 2024-2025 wanneer het Groningenveld gaat sluiten. Daarnaast zal er de kom ende m aanden verder sam en m et onder andere GTS doorgedacht worden over m ogelijke m itigerende m aatregelen inclusief het in kaart brengen van de doorlooptijd en kosten.

Het denken daarover staat niet stil en onderzocht wordt welke mitigatie-instrumenten m ogelijk zijn, waarbij ook zal worden gekeken naar m aatregelen aan de vraagzijde bij lage tem peraturen. Met deze ingrediënten (hoe komen we uit de winter en een scherper en vollediger beeld van m itigerende maatregelen) wordt in m aart/april 2024 duidelijk hoe groot het restrisico voor de winter van 2024-2025 nog is en hoe daar naar te handelen in aanloop naar de sluiting van het Groningenveld op 1 oktober 2024. Na het zom erreces zal een wetsvoorstel bij de Tweede Kam er worden ingediend om het Groningenveld per 1 oktober 2024 definitief te sluiten. Op deze wijze m aakt het kabinet zijn am bitie waar om het Groningenveld in 2023 of uiterlijk 2024 definitief te sluiten. Het kabinet geeft hiermee ook uitvoering aan de m otie Boulakjar-Vedder die de Tweede Kam er op 13 juni jl. heeft aangenomen. 4 Met dit wetsvoorstel zal tevens worden geregeld wat nodig is om de zorgplicht te behouden. Daarnaast zal hierin de langjarige m onitoring van bodembeweging en 4

Kamerstukken II 2022/23, 35561, nr. 37. Pagina 5 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

drukontwikkeling worden vastgelegd. Dat de gaswinning stopt betekent niet dat de verantwoordelijkheden van m ij of van de vergunninghouder NAM voor de veiligheid (inclusief m onitoring en zorgvuldige ontmanteling van de productielocaties) stoppen. De huidige bepalingen in de Mijnbouwwet en Gaswet en de wijzigingen in dit wetsvoorstel borgen dat de nazorg zo lang als nodig geregeld is.

PDGGO / 26885468

Conclusie Naar nul m et de gasproductie per 1 oktober 2023 is een historische stap. De problemen van Groningers zijn nog niet opgelost en helaas zullen de bevingen nog jaren doorgaan, m aar de gaswinning stopt vanaf oktober van dit jaar.

Pagina 6 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

Ontwerpbesluit

PDGGO / 26885468

1. Inleiding Zoals voorgeschreven in de Mijnbouwwet neem ik, de staatssecretaris van Economische Zaken en Klim aat (hierna: EZK), voor de start van ieder gasjaar 5 een vaststellingsbesluit waarin ik bepaal hoeveel en op welke wijze (de operationele strategie) gas uit het Groningenveld wordt gewonnen. NAM is gehouden om de operationele strategie zoals vastgesteld in dit besluit uit te voeren. In m aart 2018 heeft het kabinet besloten om de gaswinning uit het Groningenveld te beëindigen en heeft daartoe een basispad gepresenteerd. Volgens het basispad zou de gaswinning geleidelijk worden afgebouwd tot aan de uiteindelijke beëindiging in 2030. Aanvullend is per 1 januari 2019 wettelijk vastgelegd dat er uit het Groningenveld niet m eer m ag worden gewonnen dan dat nodig is voor de leveringszekerheid. Dit is het zogeheten “niet meer dan nodig”-principe. Het beëindigen van de gaswinning is de beste m anier om de veiligheid en de veiligheidsbeleving in Groningen te verbeteren. Het kabinet heeft vanaf 2019 aanvullende m aatregelen genomen om de gaswinning verder en sneller te verlagen. Met deze m aatregelen was het m ogelijk om in het gasjaar 2019-2020 de gaswinning vast te stellen op een niveau onder het destijds door SodM geadviseerde niveau van 12 m iljard Nm 3 in een qua tem peratuur gemiddeld jaar.

In 2020 is het winningsniveau verder verlaagd en in het vaststellingsbesluit 2020-2021 vastgesteld op 8,1 m iljard Nm 3. Een verdere verlaging tot 3,9 m iljard Nm 3 was m ogelijk in het volgende vaststellingsbesluit 2021-2022. Als gevolg van tegenvallers in de afbouw van de vraag naar Groningengas en om UGS Grijpskerk m et laagcalorisch gas te vullen, werd m ijn am btsvoorganger 3 januari 2022 geconfronteerd m et het advies van GTS om de productie te verhogen naar 7,6 m iljard Nm 3. Door het treffen van m aatregelen heb ik uiteindelijk besloten om de gaswinning bij te stellen tot 4,5 m iljard Nm 3 via de wijzigingsbesluiten van 1 april en 13 juli 2022. In gasjaar 2022-2023 is het winningsniveau vastgesteld op 2,8 m iljard Nm 3. Per 1 april 2023 is de gaswinning uit zes van de elf productielocaties gestopt. Echter, m et NAM is afgesproken dat zij tot uiterlijk 1 oktober 2023 geen stappen zet zonder afstemming met m ij om die zes locaties onomkeerbaar af te sluiten, zodat het weer gebruiksklaar m aken van deze locaties niet langer duurt dan grofweg een m aand. Met dit besluit stel ik het winningsniveau voor het gasjaar 2023-2024 vast. De definitieve sluiting van de productielocaties na het gasjaar 2023-2024 vormt geen

Een gasjaar start op 1 oktober en duurt tot en met 30 september in het opvolgende kalenderjaar.

5

Pagina 7 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

onderdeel van dit besluit. De definitieve sluiting van het Groningenveld wordt geregeld met het wetsvoorstel dat ziet op definitieve sluiting.

PDGGO / 26885468

In het hiernavolgende beschrijf ik eerst het wettelijk kader (hoofdstuk 2). Daarin staat de afweging tussen enerzijds het veiligheidsbelang en het m aatschappelijk belang van het niet kunnen voorzien van de eindafnemers van laagcalorisch gas, en anderzijds het belang van de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van de bodembeweging veroorzaakt door de gaswinning centraal. Ook beschrijf ik de stand van zaken van ‘het voorstel van wet, houdende wijziging van de Gaswet en Mijnbouwwet in verband met de beëindiging van de gaswinning uit het Groningenveld’ (hierna te noemen: wetsvoorstel sluiting Groningenveld). Vervolgens komen in hoofdstuk 3 de verschillende procedurestappen aan de orde die zijn gezet om te komen tot dit besluit. In hoofdstuk 4 worden de operationele strategie en de gevolgen voor de bodembeweging toegelicht. Aansluitend worden in hoofdstuk 5 de wettelijke criteria doorlopen. Daarbij betrek en beoordeel ik de relevante adviezen van de adviseurs. Deze inform atie vormt een integraal onderdeel van de eindafweging in hoofdstuk 6. Ten slotte stel ik in hoofdstuk 7 de operationele strategie en aanvullende verplichtingen vast.

Pagina 8 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

2. Wettelijk kader PDGGO / 26885468

2.1.

Raming GTS en opstellen operationele strategie

In het wettelijk stelsel start de procedure voor de jaarlijks vast te stellen operationele strategie m et een door de netbeheerder van het landelijke gastransportnet GTS op te stellen ram ing voor de in een gasjaar benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas (artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, Gaswet). Die ram ing dient jaarlijks uiterlijk voor 1 februari door GTS te worden geleverd. Vervolgens wordt die ram ing aan NAM toegezonden met het verzoek om een of m eer operationele strategieën voor te stellen over de inzet van het Groningenveld, gelet op de ram ing van GTS (artikel 52c Mijnbouwwet). 2.2.

Afwegingskader

De operationele strategie wordt vastgesteld aan de hand van de in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet voorgeschreven afweging van belangen: “2. Onze Minister betrekt bij de vaststelling het veiligheidsbelang en het m aatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas en kijkt hierbij in het bijzonder: a. in hoeverre wordt voldaan aan de veiligheidsnorm van 10 -5; b. in hoeverre de leveringszekerheid van verschillende categorieën eindafnemers wordt geborgd; c. naar het tem po van de afbouw van de vraag; d. naar het tem po van versterken van gebouwen; e. naar m aatschappelijke ontwrichting als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld; f. naar m aatschappelijke ontwrichting als gevolg van het afsluiten van verschillende categorieën eindafnemers.” Het in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet genoemde veiligheidsbelang is in artikel 52a Mijnbouwwet als volgt gedefinieerd: “de veiligheidsrisico’s voor omwonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld en de veiligheidsrisico’s als gevolg van het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas”.

Bij de afweging in artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet worden alle relevante belangen, zoals het veiligheidsbelang en bovengenoemde m aatschappelijk belang van leveringszekerheid betrokken. Op basis van artikel 52d, vijfde lid, Mijnbouwwet wordt bij de vaststelling van de operationele strategie voor een ieder inzichtelijk en navolgbaar gem otiveerd op welke wijze een zwaarwegend belang is toegekend aan de veiligheidsrisico’s voor om wonenden als gevolg van bodembeweging veroorzaakt door de winning van gas uit het Groningenveld.

Pagina 9 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

De criteria onder a t/m f in het tweede lid van artikel 52d Mijnbouwwet geven een m eer specifieke invulling aan de te m aken afweging. Hieronder wordt toegelicht welke betekenis die criteria hebben voor die afweging.

PDGGO / 26885468

Het is duidelijk dat de criteria a (veiligheidsnorm 10 -5) en d (het tem po van versterken) beide betrekking hebben op het veiligheidsbelang. Het versterken van gebouwen is im mers een m iddel om tijdig te kunnen voldoen aan de veiligheidsnorm. Het criterium e (m aatschappelijke ontwrichting door bodembeweging) m aakt duidelijk dat het veiligheidsbelang niet strikt beperkt is tot het voldoen aan de veiligheidsnorm 10 -5, zoals beschreven onder criterium a. Ook m aatschappelijke gevolgen, zoals vertraging in de afhandeling van schade, sociale onveiligheid, gezondheidseffecten en maatschappelijke onrust, dienen in de afweging op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet te worden betrokken, voor zover die gevolgen leiden tot m aatschappelijke ontwrichting. De criteria b (borging leveringszekerheid) en f (m aatschappelijke ontwrichting en leveringszekerheid) hebben beide betrekking op leveringszekerheid. Daarbij is van belang dat criterium b m ede betrekking heeft op het veiligheidsbelang, nam elijk voor wat betreft de veiligheidsrisico’s die gemoeid kunnen zijn m et het niet kunnen voldoen aan de leveringszekerheid. Het criterium c (afbouw van de vraag) heeft zowel betrekking op de leveringszekerheid als op de veiligheid. Afbouw van de vraag leidt im m ers tot een lager niveau van gaswinning en daarm ee tot een verbetering van de veiligheidssituatie.

De afbouw van de vraag gaat voor een belangrijk deel vooraf aan de afweging die op basis van artikel 52d, tweede lid, Mijnbouwwet wordt gem aakt. Im m ers, het kabinetsbeleid is om de vraag zo snel m ogelijk om laag te brengen door het treffen van m aatregelen. Het effect van die m aatregelen komt tot uitdrukking in de GTS-ram ing voor de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. 2.3.

Wijziging operationele strategie en opleggen tijdelijke maatregel

Artikel 52d, vierde lid, Mijnbouwwet biedt de m ogelijkheid om tijdens het gasjaar de operationele strategie te wijzigen indien dat gerechtvaardigd wordt door het veiligheidsbelang of het m aatschappelijk belang dat verbonden is aan het niet kunnen voorzien van eindafnemers van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas. Daarnaast biedt artikel 52e, tweede lid, Mijnbouwwet de mogelijkheid om in aanvulling op of in afwijking van de operationele strategie een tijdelijke m aatregel op te leggen aan de houder van de winningsvergunning. Dat kan in de volgende gevallen: • als uit een m elding van GTS blijkt dat de vraag naar gas uit het Groningenveld substantieel wijzigt ten opzichte van de ram ing waarop de operationele strategie is gebaseerd; • op basis van een m elding van de houder van de winningsvergunning over een langdurige en substantiële afwijking van de operationele strategie of

Pagina 10 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

•

een onverwachte gebeurtenis die aanleiding geeft tot een andere verdeling van de winning over de clusters; als een ernstige aantasting van de veiligheid van om wonenden van het Groningenveld ontstaat of dreigt te ontstaan.

2.4.

PDGGO / 26885468

Bijzondere regels voor het Groningenveld in de Mijnbouwregeling

Op basis van diverse artikelen uit de Mijnbouwwet worden in de Mijnbouwregeling nadere regels gesteld ten aanzien van het Groningenveld. Dat is gebeurd in de Mijnbouwregeling in paragraaf 1.3a Bijzondere regels voor het Groningenveld. Op grond van artikel 52c, vijfde lid, van de wet, wordt in de Mijnbouwregeling uitgewerkt wat een operationele strategie m oet bevatten en welke elementen m oeten worden behandeld ter onderbouwing daarvan. In artikel 1.3a.2, eerste lid, Mijnbouwregeling wordt uitgewerkt wat een ‘operationele strategie’ inhoudt: 1. Een operationele strategie bevat: a. een beschrijving van de volgorde van de inzet van de clusters ende verdeling van het volume over de clusters per kalenderm aand, uitgaande van het referentiejaar voor een gem iddeld gasjaar; b. de wijze waarop de inzet over de clusters en de verdeling van het volum e over de clusters wordt verlaagd dan wel verhoogd, afhankelijk van de ontwikkeling van de actuele temperatuur gedurende het gasjaar, waarbij in ieder geval een beschrijving wordt gegeven van de volgorde van de inzet van de clusters en de verdeling van het volum e over de clusters uitgaande van het referentiejaar voor een koud en voor een warm gasjaar.” In de volgende twee leden van dit artikel is beschreven welke elementen de operationele strategie ter onderbouwing m oet bevatten: 2.

Ter onderbouwing van het eerste lid bevat de operationele strategie: a. een beschrijving van de rol van de gasopslag Norg in het beperken van fluctuaties in het Groningenveld op veldniveau en de doorwerking daarvan op de clusters; b. een beschrijving van geplande onderhoudswerkzaam heden en hoe dit de inzet van de clusters beïnvloedt. 3. Ter onderbouwing van het eerste lid bevat de operationele strategie een dreigings- en risicoanalyse waarin tenm inste zijn opgenomen: a. een beschrijving van de verwachte bodembeweging als gevolg van de wijze waarop de clusters worden ingezet; b. een beschrijving van de m ogelijke omvang en verwachte aard van de schade door bodembeweging als gevolg van de wijze van de inzet van de clusters; c. een beschrijving van de risico’s als gevolg van de verwachte bodembeweging als gevolg van de wijze van de inzet van de clusters;

Pagina 11 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

d. een analyse van het aantal gebouwen dat een individueel aardbevingsrisico m et zich m eebrengt dat groter is dan 10-5 per PDGGO / 26885468 jaar, waarbij het individueel aardbevingsrisico wordt berekend m et toepassing van de verwachtingswaarde; e. een analyse van de ontwikkeling voor de kom ende 10 jaar ten aanzien van het aantal gebouwen, bedoeld in onderdeel d; f. een beschrijving van de m aatregelen die kunnen worden genomen om bodembeweging zo veel m ogelijk te voorkomen of te beperken, en g. een beschrijving van de m aatregelen die kunnen worden genomen om de risico’s als gevolg van bodembeweging zo veel m ogelijk te voorkom en of te beperken.” Op basis van artikel 52d, derde lid, Mijnbouwwet worden in de Mijnbouwregeling nadere regels gesteld over de invulling van de veiligheidsnorm van 10 -5 en de verschillende categorieën eindafnemers. In artikel 1.3a.3 Mijnbouwregeling wordt nadere invulling gegeven aan de veiligheidsnorm: 1. De veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 52d, tweede lid, van de wet, betreft het individueel aardbevingsrisico van m axim aal 1 op de 100.000 per jaar dat een individu m ag lopen in of nabij de verschillende bouwwerken waar dat individu verblijft. 2. Het individueel aardbevingsrisico wordt berekend m et toepassing van de verwachtingswaarde.

In artikel 1.3a.4 van de Mijnbouwregeling is een indeling gemaakt van verschillende categorieën eindafnemers ten behoeve van de afweging in het besluit tot vaststelling van de operationele strategie. Op basis van artikel 52g, vijfde lid, en artikel 52h, tweede lid, Mijnbouwwet worden (nadere) regels gesteld over respectievelijk de uitvoering van de door de m inister van EZK vastgestelde operationele strategie, en regels over de rapportageverplichting van NAM na afloop van het gasjaar. Zo zijn in de artikelen 1.3a.5 tot en 1.3a.9 van de Mijnbouwregeling verplichtingen vastgelegd m et betrekking tot het m onitoren door NAM van de gevolgen van de gaswinning in het lopende gasjaar. In artikel 1.3a.10 van de Mijnbouwregeling wordt voorgeschreven welke gegevens NAM, in aanvulling op het bepaalde in artikel 52h, eerste lid, van de Mijnbouwwet, na afloop van het gasjaar m oet rapporteren. Het betreft de volgende gegevens: a. het aantal graaddagen; b. de inzet van de clusters per kalendermaand; c. de inzet van de gasopslag Norg per kalendermaand; d. een overzicht van de vullingsgraad van de gasopslag Norg per kalenderm aand; e. een beschrijving van de waargenomen bodembeweging als gevolg van de inzet van de clusters;

Pagina 12 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

f.

een analyse van de waargenom en bodembeweging ten opzichte van gegevens over de verwachte bodembeweging; g. een overzicht van de waargenomen productiefluctuaties in relatie tot het bepaalde hierover in de operationele strategie, en; h. een beschrijving van de gehanteerde prioriteitsvolgorde.

2.5.

PDGGO / 26885468

Wetsvoorstel sluiting Groningenveld

Op 24 november 2020 is de Tweede Kam er geïnformeerd over het voornemen om het wettelijk kader m et betrekking tot de winning uit het Groningenveld aan te passen. 6 Met het voorgenomen wetsvoorstel worden de Gaswet en Mijnbouwwet aangepast m et het oog op het definitieve einde van de winning uit het Groningenveld en de periode na sluiting. Met het definitieve einde aan de inzet van het Groningenveld kom t er ook een einde aan de wettelijke besluitvormingsprocedure voor de vaststelling van de operationele strategie en andere bepalingen die uitgaan van de inzet van het veld. Ten behoeve daarvan wordt in het wetsvoorstel ook afgewogen welke bepalingen nodig zijn voor de situatie na sluiting. Hierbij is er bijzondere aandacht voor m onitoring van de veiligheid en de resterende verplichtingen voor NAM na sluiting. Im m ers, als de gaswinning stopt betekent het niet dat de verantwoordelijkheden van m ij of van NAM ten aanzien van de veiligheid stoppen. Met het wetsvoorstel wordt geborgd dat ook na sluiting van het Groningenveld de bodembeweging en drukontwikkeling gemonitord wordt, zo lang als dat nodig is. Het wetsvoorstel is reeds openbaar geconsulteerd en de Afdeling advisering van de Raad van State heeft advies uitgebracht. Op dit m oment wordt gewerkt aan het nader rapport en de voorbereiding ten behoeve van toezending aan de Tweede Kam er.

Een groot aantal m edeoverheden adviseert om het wetsvoorstel “sluiting Groningenveld” zo snel m ogelijk aan de Kam ers voor te leggen en in werking te laten treden Het is belangrijk dat de inwoners zekerheid krijgen over de sluiting van het Groningenveld. Het kabinet heeft besloten om het Groningenveld in 2024 volledig en definitief te sluiten en zal dit verankeren in de wet. In paragraaf 5.3.4 ga ik verder in op de sluitingsdatum.

6

Kamerstukken II, 2020/21, 33529, nr. 831. Pagina 13 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

3. Procedure In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de procedure zoals die geldt om te komen tot het vaststellingsbesluit. Hierbij wordt eerst ingegaan op de ram ing die GTS elk jaar in januari oplevert. Vervolgens wordt ingegaan op de operationele strategie die NAM, m ede op basis van de ram ing, opstelt en die ik al dan niet in gewijzigde vorm kan vaststellen. Daarna wordt ingegaan op de adviezen van de (wettelijke) adviseurs die ik betrek in het te nem en besluit. Tot slot wordt ingegaan op het daadwerkelijke besluit en de zienswijzen die hierop kunnen worden ingediend. 3.1.

PDGGO / 26885468

Raming GTS

Op 31 januari 2023 heeft GTS, conform artikel 10a, eerste lid, onderdeel q, Gaswet, haar ram ing opgeleverd van de benodigde hoeveelheid laagcalorisch gas uit het Groningenveld en de daarvoor benodigde capaciteit voor het gasjaar 20232024. Uit de GTS-ram ing van 31 januari 2023 volgt dat het Groningenveld bij de beschikbaarheid van voldoende hoogcalorisch gas kan worden gesloten. Dit kom t om dat de ombouw van Grijpskerk succesvol is, de afbouw van de export van laagcalorisch gas naar het buitenland op schema ligt en op 1 oktober 2023 de stikstoffabriek Zuidbroek II in gebruik wordt genomen. De onzekerheid over de aanvoer van hoogcalorisch gas levert echter risico’s op voor de leveringszekerheid. Daarom adviseert GTS in haar ram ing om elf productielocaties beschikbaar te houden op waakvlam niveau. Dit gaat volgens de ram ing van GTS gepaard m et 3,2 m iljard Nm 3 gaswinning in gasjaar 2023-2024. De ram ing van GTS is zoals sinds 2019 de praktijk is gevalideerd door een externe partij: adviesbureau DNV. 7 Bij brief van 31 januari 2023 is de Tweede Kam er over de ram ing van GTS geïnform eerd. 8 Daarnaast heeft GTS op 26 m ei 2023 de ‘Analyse stand van zaken op de gasm arkt en leveringszekerheid in het volgende gasjaar’ 9 uitgebracht.

In deze analyse, waarin aanbevelingen die door DNV zijn gedaan waar m ogelijk zijn m eegenomen, heeft GTS de ram ing concreter gemaakt door te onderzoeken bij welke tem peraturen capaciteitstekorten kunnen optreden. In de analyse stelt GTS dat het niet noodzakelijk is om het Groningenveld het hele jaar op de waakvlam te zetten, m aar dat productielocaties alleen in de winter, bij zeer koude periodes, beschikbaar m oeten zijn. 3.2.

Operationele strategie en publieke SDRA Groningen

Bij brieven van 17 februari 2023 en van 28 februari 2023 heb ik de ram ing van GTS, conform artikel 52c, eerste lid, Mijnbouwwet, doorgestuurd aan NAM. 10 In dezelfde brief heb ik NAM, conform artikel 52c, tweede lid, verzocht om voor drie Conform de motie Sienot/Van der Lee, Kamerstukken II 2018/19, 34957, nr. 52 Kamerstukken II 2022/23, 33529, nr. 1115. 9 https://www.gasunietransportservices.nl/uploads/fckconnector/40a10136-38fc-5cdaaa6e564d019e814e/3238153615/L%2023.0289%20Analyse%20stand%20van%20zaken%20op %20de%20gasmarkt%20en%20leveringszekerheid%20in%20het%20volgende%20gasjaar. pdf?lang=nl 10 https://www.rvo.nl/onderwerpen/bureau-energieprojecten/lopendeprojecten/gaswinning-groningen/vaststellingsbesluit-0 7 8

Pagina 14 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

scenario’s een operationele strategie voor het gasjaar 2023-2024 voor te stellen, m et inachtneming van: • de wettelijke bepalingen in artikel 52c van de Mijnbouwwet en artikel 1.3a.2 van de Mijnbouwregeling; • de ram ing van GTS; • de uitgangspunten die ik in de brieven van 17 februari 2023 en van 28 februari heb opgenomen.

PDGGO / 26885468

De drie scenario’s waarvoor een operationele strategie is uitgevraagd zijn: 1. Alle productielocaties worden op 1 oktober 2023 gesloten. De totale productie voor het gasjaar bedraagt in dit scenario 0 Nm 3; 2. Gedurende het gehele gasjaar 2023-2024 worden elf productielocaties beschikbaar worden gehouden. Er is in dit scenario sprake van productie op de waakvlam . De totale productie voor het gasjaar bedraagt in dit scenario 3,2 m iljard Nm 3. 3. Gedurende het gehele gasjaar 2023-2024 worden vijf productielocaties beschikbaar gehouden. Er is in dit scenario sprake van productie op de waakvlam . De totale productie voor het gasjaar bedraagt in dit scenario 1,5 m iljard Nm 3. Uit artikel 52c, vierde lid, Mijnbouwwet, en artikel 1.3a.2, Mijnbouwregeling, volgt onder m eer dat de operationele strategie dient te worden onderbouwd door een SDRA. Ik heb TNO opdracht gegeven de SDRA (hierna: SDRA 2023) behorende bij de drie scenario’s waarvoor een operationele strategie is uitgevraagd, uit te voeren. Het SDRA-m odel bestaat uit verschillende deelmodellen, waarvoor verschillende versies beschikbaar zijn. Er is een zorgvuldig proces ingericht en gevolgd om te komen tot modelkeuzes, en ik heb m ij laten adviseren over de te gebruiken instellingen.

11 Op advies van SodM heb ik TNO opdracht gegeven de SDRA uit te voeren m et grotendeels dezelfde m odeluitgangspunten als gehanteerd bij de SDRA 2022. Naar aanleiding van m ijn verzoek heeft NAM op 14 april 2023 een voorstel voor operationele strategieën voor het gasjaar 2023-2024 bij m ij ingediend met daarbij de SDRA 2023 van TNO. De resultaten van de SDRA 2023 zijn beschreven in hoofdstuk één tot en m et zes van het document “Appendix B – Publieke Seism ische Dreigings- en Risico Analyse”. In aanvulling op de SDRA 2023 die is uitgevoerd conform de uitgangspunten van de verwachtingenbrief, heeft TNO in haar rapportage een analyse opgenomen die de invloed van een andere m odelkeuze laat zien. De resultaten van deze aanvullende analyse zijn beschreven in hoofdstuk zeven van het document “Appendix B – Publieke Seism ische Dreigings en Risico Analyse”. Ik heb NCG verzocht om de uitkomsten van de SDRA 2023 en de aanvullende analyse van TNO te vergelijken m et de werkvoorraad van NCG. In hoofdstuk 5.2 ga ik hier nader op in. De adviezen die ten grondslag liggen aan de modelkeuze zijn beschikbaar op: https://www.rijksoverheid.nl/documenten/publicaties/2023/05/01/modelversies-publiekesdra-groningen-2023

11

Pagina 15 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

3.3.

Adviezen

Op grond van de Mijnbouwwet wet heb ik vervolgens m ijn wettelijke adviseurs (de m edeoverheden, SodM, TNO en de Mijnraad) verzocht m ij te adviseren over de voorgestelde operationele strategie en de bijbehorende SDRA 2023. Aan KNMI heb ik aanvullend gevraagd om advies uit brengen m et betrekking tot de seism iciteit. De Mijnraad heb ik tevens verzocht een overkoepelend advies uit te brengen. Naar aanleiding daarvan heb ik de volgende adviezen ontvangen: • “Advies aan de Staatssecretaris van EZK ten behoeve van het vaststellingsbesluit Groningen voor het gasjaar gasjaar 2023-2024”, opgesteld door de medeoverheden van de provincie Groningen en afzonderlijk naar m ij opgestuurd door: o College van B&W van de gem eente Eemsdelta (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Groningen (22 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Het Hogeland (30 m ei 2023); o Het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Hunze en Aa’s (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Midden-Groningen (30 m ei 2023); o Het Dagelijks bestuur van het Waterschap Noorderzijlvest (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Oldam bt (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Pekela (30 m ei 2023); o College van Gedeputeerde Staten van de provincie Groningen (31 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Veendam (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Westerkwartier

(22 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Westerwolde (31 m ei 2023); o Het Algem een Bestuur van Veiligheidsregio Groningen (30 m ei 2023); • “Adviesvraag operationele strategie voor het Groningen gasveld 20232024”, opgesteld door de m edeoverheden van de provincie Drenthe en afzonderlijk naar m ij toegestuurd door: o College van B&W van de gem eente Aa en Hunze (30 m ei 2023); o College van Gedeputeerde Staten van de provincie Drenthe (26 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Tynaarlo (30 m ei 2023); o College van B&W van de gem eente Noordenveld (25 m ei 2023); • “Advies m et betrekking tot de voorgestelde operationele strategie Groningenveld gasjaar 2023-2024”, van 30 m ei 2023 van KNMI; • “Advies over de operationele strategie 2023/2024 voor het Groningen gasveld”, van 1 juni 2023 van SodM; • “Advies gaswinning Groningenveld 2023-2024”, van 30 m ei 2023 van TNO; • “Mijnraadadvies vaststellingsbesluit Groningenveld 2023-2024”, van 13 juni 2023 van de Mijnraad.

PDGGO / 26885468

In de navolgende hoofdstukken ga ik nader in op de specifieke adviezen die in deze documenten zijn opgenomen.

Pagina 16 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

3.4.

Ontwerpvaststellingsbesluit en zienswijzen

Op basis van de hiervoor genoemde stukken van GTS, NAM, NCG, de wettelijke adviseurs en KNMI heb ik dit ontwerp voor het besluit tot vaststelling van de operationele strategie opgesteld.

PDGGO / 26885468

Dit ontwerpvaststellingsbesluit ligt vanaf 30 juni 2023 gedurende een periode van zes weken ter inzage, zodat een ieder een zienswijze kan indienen (artikel 52d, zevende lid, Mijnbouwwet). Aan de hand van de binnengekomen zienswijzen zal ik beoordelen of dit ontwerpvaststellingsbesluit aanpassing behoeft. Door m iddel van een nota van antwoord zal ik op de specifieke ingediende zienswijzen separaat reageren. De publicatie van het definitieve vaststellingsbesluit is voorzien in september 2023, zodat het bij de start van het nieuwe gasjaar (vanaf 1 oktober 2023) in werking kan treden.

Pagina 17 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

4. Operationele strategie PDGGO / 26885468 In dit hoofdstuk ga ik in op de scenario’s waarvoor een operationele strategie is opgesteld voor het gasjaar 2023-2024 en de verwachte gevolgen voor het Groningenveld. Allereerst geef ik een toelichting op de uitgangspunten die ik aan NAM heb m eegegeven voor het opstellen van de operationele strategieën. Daarna beschrijf ik de door NAM voorgestelde operationele strategieën. In het vervolg van het hoofdstuk worden de gevolgen van de operationele strategieën toegelicht, zoals onder m eer blijkt uit de SDRA 2023. Daarna ga ik in op de wijze van inzet van het Groningenveld. Daarbij wijk ik in dit ontwerpbesluit vanwege nieuwe inzichten af van de uitgevraagde operationele strategieën. Dit licht ik nader toe in paragraaf 4.5. Ik ga hierbij in op het aantal productielocaties dat beschikbaar zal blijven en op de situaties waarin het Groningenveld aanvullend kan worden ingezet. Op specifieke onderdelen van de operationele strategie heb ik adviezen ontvangen van KNMI, de Mijnraad, de m edeoverheden in de provincie Groningen en Drenthe, SodM en TNO. Per onderdeel beoordeel ik het ontvangen advies.

4.1.

Definitie en uitgangspunten

Zoals toegelicht in hoofdstuk 2, bevat een operationele strategie een beschrijving van de inzet van het Groningenveld. Daarbij houdt een operationele strategie rekening m et de geraamde volume- en capaciteitsvraag. De volum es uit het Groningenveld worden niet m eer bepaald worden volgens een graaddagenformule, zoals tot gasjaar 2022-2023 het geval was. Daarnaast geldt dat NAM op basis van bovenstaande uitgangspunten geen m ogelijkheden meer heeft om productiefluctuaties te beperken. Hier hoeft daarom niet over te worden gerapporteerd. In tegenstelling tot het vaststellingsbesluit voor gasjaar 2022-2023, heb ik voor gasjaar 2023-2024 voor m eerdere scenario’s een operationele strategie bij NAM uitgevraagd. Deze scenario’s m et de uitgangspunten daarvoor zijn hieronder weergegeven. NAM heeft haar voorstel voor de operationele strategie gebaseerd op onderstaande uitgangspunten en op de ram ing van GTS d.d. 31 januari 2023. Deze worden hieronder nader toegelicht. 4.1.1 Scenario 1 In dit scenario wordt het Groningenveld per 1 oktober 2023 volledig gesloten en wordt er derhalve geen gas m eer uit het Groningenveld geproduceerd. Voor deze operationele strategie zijn er dan ook geen aanvullende uitgangspunten m et betrekking tot beschikbaarheid van productielocaties en waakvlam niveau.

4.1.2 Scenario 2a In dit scenario dienen elf productielocaties beschikbaar gehouden te worden voor uitzonderlijke situaties gedurende het gehele gasjaar. Specifiek betreffen dit: • Cluster Centraal-Oost: Schaapbulten, Am sweer, Oudeweg • Cluster Zuidwest: Kooipolder, Slochteren inclusief Froombosch, Spitsbergen, Tusschenklappen (inclusief Sappemeer) en Zuiderveen; Pagina 18 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

•

Cluster Zuidoost: De Eeker, Scheemderszwaag en Zuiderpolder.

Dit scenario is in lijn m et de ram ing van GTS. Voor het beschikbaar houden van de productielocaties gelden de volgende uitgangspunten: 1. Produceer die hoeveelheid Groningengas die nodig is voor het vervullen van een reserverol waardoor in uitzonderlijke situaties, bijvoorbeeld bij uitval van andere m iddelen, extra capaciteit kan worden geleverd. 2. Houd de benodigde capaciteit beschikbaar conform de ram ing van GTS en m et inachtneming van de volgende punten: o Alle benodigde productielocaties worden operationeel gehouden o In de periode november tot en m et m aart is gem iddeld, buiten de vorstperiode, de helft van de benodigde productielocaties direct opregelbaar. o In oktober en in de m aanden april tot en m et september zijn twee productielocaties direct opregelbaar. o Hierbij dient uit te worden gegaan van 40 vorstdagen voor het gasjaar. Bij vorst zijn alle voor de capaciteit benodigde productielocaties direct opregelbaar.

PDGGO / 26885468

Deze operationele strategie zoals uitgevraagd voorziet in het operationeel houden van productielocaties gedurende het gehele gasjaar (van 1 oktober 2023 tot en m et 30 september 2024), waarbij de benodigde hoeveelheid gas die uit het Groningenveld wordt geproduceerd afdoende is om te kunnen voldoen aan het geraam de niveau van leveringszekerheid in het gasjaar 2023-2024. Uitgangspunt bij dit scenario is verder dat het Groningenveld per 1 oktober 2024 wordt gesloten. 4.1.3 Scenario 2b Dit betreft een variant op de uitgangspunten zoals beschreven onder 2a, m et dien verstande dat niet elf productielocaties beschikbaar worden gehouden m aar vijf. Specifiek betreffen dit: • Cluster Zuidwest: Slochteren inclusief Froombosch en Spitsbergen; • Cluster Zuidoost: De Eeker, Scheemderszwaag en Zuiderpolder. Bij deze variant is in oktober en in de m aanden april tot en m et september één productielocatie direct opregelbaar.

4.2.

Inzet gasopslagen

In de vraag naar laagcalorisch gas wordt thans voornamelijk voorzien door de inzet van stikstofinstallaties, waarm ee hoogcalorisch gas naar laagcalorisch gas (pseudo-Groningengas) wordt geconverteerd. Hierdoor is de inzet van het Groningenveld in beginsel 0 Nm 3. De inzet van UGS Norg draagt bij aan de optim ale inzet van de stikstofinstallaties. In de ram ing gaat GTS uit van een m axim aal werkvolum e in UGS Norg van 6,0 m iljard Nm 3. In paragraaf 5.3 ga ik nader in op het werkvolum e in UGS Norg. Dit volum e wordt in de zom er geïnjecteerd en in de winter gewonnen. In de winter wordt UGS Norg binnen de veilige drukgrenzen zo veel als m ogelijk ingezet, waarbij wordt gezorgd dat er geen tekorten ontstaan bij een koud het einde van de winter. Tegelijkertijd

Pagina 19 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

ontstaat er zoveel m ogelijk ruim te om de gasopslag in de zom er te vullen m et pseudo-Groningengas dat in de zom er niet nodig is om in de vraag naar laagcalorisch gas te voorzien. De inzet van UGS Norg is vastgelegd in privaatrechtelijke afspraken m et NAM en haar aandeelhouders. De gem aakte afspraken zijn toegelicht op 9 m aart 2021 toen het Norg-akkoord ondertekend is 12, op 1 april 2022 over de uitkom st van de arbitrageprocedure 13, op 17 m ei 2022 m et het openbaar m aken van bijna 200 pagina’s aan onderliggende nota’s van de m inisteries van EZK, Financiën en Algem ene Zaken 14 en op 18 m ei 2022 door m iddel van een technische briefing van m ijn am btenaren aan de Kam er. 15. Ook UGS Grijpskerk heeft invloed op de inzet van het Groningenveld. In het afgelopen jaar is UGS Grijpskerk succesvol omgezet van een hoogcalorische gasopslag naar een laagcalorisch gasopslag. 16 GTS gaat in haar ram ing voor deze opslag uit van een werkvolume van 1,2 m iljard Nm 3. 4.3.

PDGGO / 26885468

Productieverdeling

Ik heb NAM gevraagd het productievolume en de capaciteit te berekenen voor de verschillende scenario’s. In scenario 2a wordt het Groningenveld ingezet conform de ram ing van GTS, die adviseert om in het kader van leveringszekerheid in gasjaar 2023-2024 elf productielocaties beschikbaar te houden op waakvlam niveau. Het productievolume bedraagt in dit scenario 3,2 m iljard Nm 3 en de capaciteit bedraagt 4,4 m iljoen Nm 3/uur. In figuur 1 is weergegeven welke productielocaties in dit scenario onderdeel zijn bij dit scenario van de operationele strategie 2023-2024 en hoe deze locaties ruim telijk zijn verdeeld. In scenario 2b produceren vijf productielocaties op waakvlam niveau gedurende het gehele gasjaar. Dan bedraagt het productievolume 1,5 m iljard Nm 3 en is de capaciteit 2,1 m iljoen Nm 3/uur. In figuur 2 is weergegeven welke productielocaties in dit scenario onderdeel zijn bij dit scenario van de operationele strategie 20232024 en hoe deze locaties ruim telijk zijn verdeeld.

Kamerstukken II 2020/21, 33529, nr. 850. Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 997. 14 Kamerstukken II 2021/22, 33529, nr. 1026. 15 https://debatgemist.tweedekamer.nl/debatten/technische-briefing-door-het-ministerievan-ezk-over-de-uitkomst-van-de-arbitrageprocedure 16 Kamerstukken II 2022, 33529, nr. 1088. 12 13

Pagina 20 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

PDGGO / 26885468

Figuur 1: a) Overzicht van de productielocaties die onderdeel zijn van de operationele strategie 2023-2024 in scenario 2a. b) geeft de ruim telijke verdeling van de productielocaties weer. Bron: NAM, 2023, Operationele strategie voor het gasjaar 2023-2024.

Figuur 2: a) Overzicht van de productielocaties die onderdeel zijn van de operationele strategie 2023-2024 in scenario 2b. b) geeft de ruim telijke verdeling van de productielocaties weer. Bron: NAM, 2023, Operationele strategie voor het gasjaar 2023-2024. Het Groningenveld vervult in de scenario’s 2a en 2b een reserverol. In uitzonderlijke situaties kan extra capaciteit worden geleverd. Hiertoe staan Pagina 21 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

productielocaties op de waakvlam . De hoogte van de gaswinning hangt in deze scenario’s, net als in gasjaar 2022-2023, niet af van het tem peratuurverloop gedurende het jaar. In plaats daarvan is de productie die gepaard gaat m et het operationeel houden van locaties (waakvlam niveau) leidend voor de hoogte van de gaswinning. Uitgangspunt bij de scenario’s 2a en 2b is verder dat in uitzonderlijke situaties door de incidentele aanvullende inzet van het Groningenveld de hoogte van de gaswinning beperkt verhoogd kan worden ten opzichte van waakvlam niveau. Hier ga ik in paragraaf 4.6 nader op in.

PDGGO / 26885468

Net als in gasjaar 2022-2023 zal in het kom end gasjaar in geen van de scenario’s sprake m eer zijn van een opstartvolgorde. In scenario 2a en 2b worden productielocaties operationeel gehouden, conform de paragraaf 4.1 beschreven uitgangspunten, door deze beurtelings aan- en af te schakelen. Hierdoor wordt de productie zoveel m ogelijk gelijk verdeeld over de locaties. De productie zal niet gelijk verdeeld zijn over productieclusters, om dat het aantal locaties per cluster verschilt. 4.3.1 Adviezen Advies SodM 1 juni 2023 SodM concludeert dat NAM voor elk van de gevraagde scenario’s een strategie heeft uitgewerkt en dat elk van de scenario’s door TNO is voorzien van een risicoanalyse. In deze risicoanalyse heeft TNO de door m ij gevraagde m odelversies gehanteerd, m et uitzondering van het zogenaamde period-to-period correlatiemodel. Dit m odel heeft TNO naar eigen inzicht toegepast. Het gebruik van dit m odel leidt volgens SodM tot een m eer conservatieve inschatting van het risico. 4.3.2 Beoordeling Het advies van SodM geeft aan dat NAM een operationele strategie voor de verschillende scenario’s heeft opgesteld zoals gevraagd en dat de risicoanalyse van TNO is uitgevoerd op basis van het advies daarover van SodM, m et uitzondering van het period-to-period correlatiemodel. 17 Hier heeft TNO een conservatiever deelmodel gebruikt dan SodM.

Dit ondersteunt mij om een gedegen afweging te m aken ten aanzien van het vaststellen van de operationele strategie. 4.4.

Gevolgen van de operationele strategie

De gevolgen van de verschillende scenario’s waarvoor een operationele strategie is opgesteld, zijn in kaart gebracht door NAM en TNO. NAM heeft een analyse gem aakt van de ontwikkeling in reservoirdruk en bodemdaling (paragraaf 4.4.1 en 4.4.2). TNO heeft in opdracht van m ij de SDRA 2023 uitgevoerd, die inzicht geeft in de seism iciteit, de seismische dreiging, het seismisch risico en schade (paragraaf 4.4.3 t/m 4.4.5).

Het period-to-period correlatiemodel is het model waarin de samenhang tussen verschillende spectrale perioden van trillingen is vastgelegd. Dit model bepaalt mede de verwachte trillingen bij het optreden van een beving.

17

Pagina 22 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

4.4.1 Reservoirdruk NAM heeft een analyse gemaakt van de ontwikkeling van de reservoirdruk in het Groningenveld vanaf de start van het gasjaar 2023-2024 tot aan dertig jaar daarna. Hierbij is NAM uitgegaan van scenario 2a, om dat in dit scenario de gaswinning het hoogst is. Aan de start van het gasjaar 2023-2024 zal er een drukverschil van circa 50 bar zijn, waarbij de druk in het zuiden en in het uiterste westen van het veld m et circa 50 bar het laagst is. Dit drukverschil is een gevolg van de gaswinning in het verleden. Met de tijd vereffent het drukverschil in het veld, waarbij de druk in het noorden van het veld daalt en in het zuiden en uiterste westen stijgt. Dit natuurlijke proces duurt m eerdere jaren en wordt maar in beperkte mate beïnvloed door de verschillende scenario’s waarvoor een operationele strategie is opgesteld. Om dat de drukvereffening langzaam verloopt, is de reservoirdruk aan de start van het gasjaar 2023-2024 in alle scenario’s vergelijkbaar m et de reservoirdruk aan het begin van de gasjaren 2021-2022 en 2022-2023.

PDGGO / 26885468

4.4.2 Bodemdaling Als gevolg van de drukdaling wordt het reservoir sam engedrukt. Ook in de watervoerende lagen (de zogeheten aquifers) aan de randen van het Groningenveld daalt de druk als gevolg van de gaswinning en worden deze vervolgens samengedrukt. Het sam endrukken van het reservoir en aquifers leidt aan het aardoppervlak tot bodemdaling. NAM heeft de verwachte bodemdalingscontouren bepaald tot en m et het jaar 2053 en is daarbij net als bij de bepaling van de reservoirdruk uitgegaan van scenario 2a, om dat in dit scenario de gaswinning het hoogst is (de worst case). De bodemdaling is kom vorming met het diepste punt in het centrum van het veld. In 2053 is de verwachte bodemdaling op dit punt circa 42 cm . Aan de randen van het veld is de verwachte bodemdaling circa 14-22 cm. Dit is de totale verwachte bodemdaling sinds de start van de gaswinning. In de m eetcampagne (waterpassing) uitgevoerd in 2018 was de gem eten bodemdaling op het diepste punt circa 37 cm . Het grootste gedeelte van de totale bodemdaling heeft dus al plaatsgevonden in voorgaande jaren. 4.4.3 Seismiciteit Als onderdeel van de SDRA 2023 heeft TNO een berekening gemaakt van het aantal te verwachten aardbevingen voor het gasjaar 2023-2024.

Daarnaast heeft TNO (onder andere) per scenario de kans op een aardbeving m et een magnitude van 3,6 (zoals de beving bij Huizinge in 2012) en 5,0 op de schaal van Richter berekend. In onderstaande tabel is per scenario het aantal te verwachten aardbevingen weergegeven. Tabel 1: Aantal te verwachten aardbevingen en de kans op aardbevingen met een magnitude van 3,6 op de schaal van Richter of hoger en 5,0 op de schaal van Richter of hoger in gasjaar 2023-2024, per scenario Scenario Aantal gemiddeld te Kans op aardbeving Kans op aardbeving verwachten met magnitude 3,6 of met magnitude 5,0 of aardbevingen hoger op de schaal hoger op de schaal van Richter (%) van Richter (%) Pagina 23 van 81

Programma DG Groningen en Ondergrond Directie Schadeherstel en Gaswinning Groningen

PDGGO / 26885468

1 2a 2b

5 6 5

4,86 5,54 4,97

0,03 0,04 0,03

Zoals uit bovenstaande tabel is af te leiden, is het aantal te verwachten aardbevingen en de kans op een aardbeving met een magnitude van 3,6 of 5,0 op de schaal van Richter het hoogst in het scenario m et de hoogste gasproductie en het laagst in het scenario waarin het Groningenveld per 1 oktober 2023 wordt gesloten. Net als voorgaande jaren zullen in het gasjaar 2023-2024 de aardbevingen in geen van de scenario’s gelijkm atig over het Groningenveld zijn verdeeld. Naar verwachting zullen de m eeste aardbevingen voorkomen in het gebied ten noordwesten van Loppersum. Dit is m et nam e het gevolg van de drukvereffening, waardoor de druk in dit gebied blijft dalen, ondanks dat er in dit deel van het veld geen gaswinning is. 4.4.3.1 Adviezen seismiciteit Advies KNMI 30 mei 2023 KNMI heeft op m ijn verzoek een statistische analyse gedaan naar de seismiciteit in het Groningenveld sinds de afbouw van de gaswinning in 2013 is gestart. De statistische analyse van de frequentie van bevingen m et magnitude 1,5 op de schaal van Richter of hoger geeft volgens KNMI een sterke aanwijzing voor een afnam e sinds 2013. Daarnaast heeft KNMI op m ijn verzoek onderzocht in hoeverre de geobserveerde seism iciteit overeenkomt m et de eerdere verwachtingen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij de gemeente is leidend. Bron: https://api.notubiz.nl/document/12971772/1